CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Motivering wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Meppel voor deelgebieden Binnenstad en Centrumschil & Noordpoort

1 - RAADSVERGADERING 24 april 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Wijzigen van het omgevingsplan gemeente Meppel55.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 7

57/88

jurisprudentie[9] is sprake van een stedelijke ontwikkeling van ‘substantiële omvang’ bij het planologisch toevoegen van: • 12 of meer woningen of; • meer dan 500 m2 bvo (bruto vloeroppervlak) voorzieningen of; • een functiewijziging groter dan 500 m2. Daarnaast volgt uit artikel 5.129g lid 4 Bkl dat als wordt voorzien in een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet én de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, de behoeftebeoordeling alleen tot doel heeft om na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Subparagraaf 6.11.2 Doorwerking deelgebied Binnenstad-Centrumschil Met deze wijziging van het Omgevingsplan worden activiteiten in het stedelijk gebied van Meppel toegestaan. Deze omgevingsplanactiviteiten kunnen worden beschouwd als stedelijke ontwikkeling. Het betreffen echter geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoals bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het kan ook gaan om omgevingsplanactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. Op basis van artikel 5.129g lid 3 sub a worden deze omgevingsplanactiviteiten nog niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Subparagraaf 6.11.3 Doorwerking deelgebied Transformatiegebied Noordpoort In de eerste plaats kan de ontwikkeling van Noordpoort worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking. Momenteel heeft het transformatiegebied voor een groot deel een bestemming waarmee bestaande bedrijven zijn toegestaan. De scheepswerf heeft een voorlopige bedrijfsbestemming tot eind 2027. In het Chw bestemmingsplan wordt rekening gehouden (daar zijn de onderzoeken ook op gebaseerd) met een aantal van ongeveer 250 woningen. Deze mogelijkheden zijn nog grotendeels onbenut. Er worden met het omgevingsplan 1.000 woningen mogelijk gemaakt, waarvan 16% sociale huur. Het project is gelet op de vaste jurisprudentie voldoende substantieel. In de tweede plaats ligt de ontwikkeling in het stedelijk gebied gelet op de huidige stedelijke functie en de ligging in het samenstel van bebouwing met andere stedelijke functies. In de derde plaats kan worden geconcludeerd dat als gevolg van de grote woningbehoefte in de gemeente Meppel geen sprake zal zijn van (onaanvaardbare) leegstand. De ladderonderbouwing is opgenomen als bijlage F bij deze motivering.

Paragraaf 6.12 Cultureel erfgoed Subparagraaf 6.12.1 Toetsingskader De instructieregels van het Rijk ten aanzien van cultureel erfgoed en werelderfgoed staan in artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In artikel 5.130 wordt bepaald dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Met het oog hierop worden er in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor in aanmerking komend cultureel erfgoed. Het deelgebied Binnenstad-Centrumschil van Meppel is een gebied met veel cultureel erfgoed. Cultureel erfgoed is op te delen in een aantal onderdelen. Het gaat hierbij over onder andere archeologische waarden, monumenten, hun omgeving en het rijksbeschermd stadsgezicht. Cultuurhistorische waarden kunnen aan meer onderwerpen worden gekoppeld, dit kan immaterieel zijn, zoals gebruiken en gewoontes die kenmerkend zijn voor een stad of gebied, maar ook objecten zoals schilderijen, kunst etc. Voor de Binnenstad-Centrumschil en Transformatiegebied Noordpoort wordt in deze paragraaf per onderdeel beschreven of hiervan sprake is, waar hiervan sprake is en hoe de gemeente Meppel hiermee omgaat in het omgevingsplan.

Subparagraaf 6.12.2 Archeologie Archeologische bescherming zorgt ervoor dat archeologische waarden van gronden worden behouden en beschermd. In de regels horende bij dit Omgevingsplan wordt de bescherming en het gebruik geregeld. In het omgevingsplan gebruiken we de term te verwachten archeologisch monument. Hiermee wordt aangesloten op artikel 5.130 van het Bkl waarin wordt aangegeven dat rekening gehouden dient te worden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Het begrip ‘aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten’ verschilt met het recht van voor de Omgevingswet in die zin dat het woord ‘aantoonbaar’ is toegevoegd. Hierdoor is duidelijker dat de gemeente de archeologische verwachtingen moet motiveren op basis van (bestaand of zo nodig aanvullend) onderzoek. Gedegen studie van de archeologische, historische en bodemkundige informatie van het gebied of vergelijkbare gebieden, gecombineerd met informatie over mogelijke verstoringen van de bodem, is noodzakelijk om grip te krijgen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische monumenten (archeologische vindplaatsen). De insteek van de regelgeving is immers om van aanvragers alleen nader archeologisch onderzoek te eisen waar archeologische monumenten in de grond verwacht worden.

Uiteraard zal vaak pas tijdens graafwerkzaamheden of het uitvoeren van andere activiteiten duidelijk worden of er daadwerkelijk archeologische monumenten aanwezig zijn of niet. De gemeente is verantwoordelijk voor goed onderbouwde archeologische verwachtingen in het omgevingsplan op basis van locatie-specifieke archeologische, bodemkundige en historische informatie. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet maken de regels voor archeologische (verwachtings)waarden uit bestemmingsplannen en regels over archeologie in de erfgoedverordening voor zover die onder de Monumentenwet 1988 niet in een bestemmingsplan konden worden opgenomen deel uit van het tijdelijk omgevingsplan. In de bestemmingsplannen voor Binnenstad, Centrumschil en Noordpoort waren dubbelbestemmingen voor archeologie opgenomen, deze plannen dateren van 2013 resp. 2020. In december 2023 is de archeologische beleidsadvieskaart geupdate. Deze kaart is vertaald in het omgevingsplan. Het gebied waarin de archeologische bescherming van toepassing is is weergegeven in de volgende figuur.

58/88

Figuur 6.9 Ligging te verwachten archeologisch monument Binnen de deelgebieden Binnenstad-Centrumschil en Transformatiegebied Noordpoort is een aantal gradaties in archeologische bescherming aangewezen. Vooral in de binnenstad is de hoogste bescherming van toepassing, in de gebieden daaromheen is deze lager of helemaal niet van toepassing. Dat is weergegeven in de volgende figuur. In het omgevingsplan is archeologie relevant bij de activiteiten bouwen en aanleggen en ook bij sloop kan het spelen. Met omgevingsnormen is weergegeven vanaf welke oppervlakte een onderzoeksplicht geldt, de waarden sluiten aan bij de oppervlaktes zoals weergegeven in de figuur.

Figuur 6.10 Ligging te verwachten archeologisch monument met oppervlaktes

Subparagraaf 6.12.3 Rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden Rijksmonumenten Een rijksmonument is een zaak die van algemeen landelijk belang is wegens de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. De gemeente Meppel kent 81 rijksmonumenten. In het deelgebied Binnenstad-Centrumschil zijn dat er 44, in het deelgebied Transformatiegebied Noordpoort zijn geen rijksmonumenten aanwezig. Rijksmonumenten worden aangewezen op grond van de Erfgoedwet. De bescherming van een Rijksmonument is wettelijk geregeld via de vergunningplicht die is opgenomen in artikel 5 lid 1 onder b Ow en de algemene regels in hoofdstuk 13 van het Bal en dus niet in het omgevingsplan. Bij ontwikkelingen in de omgeving van rijksmonumenten moet rekening worden gehouden met de monumentale waarden, zie ook subparagraaf 6.11.7.

Figuur 6.11 Ligging Rijksmonumenten in Binnenstad-Centrumschil Provinciale monumenten Waar rijksmonumenten van algemeen landelijk belang zijn, zijn provinciale monumenten dat voor de provincie. De provincie Drenthe heeft verschillende karakteristieke gebouwen en objecten aangewezen als provinciaal monument. De provincie Drenthe wil hiermee haar cultuurhistorische waarden beschermen en daarbij het cultureel erfgoed beleefbaar houden. Provinciale monumenten zijn opgenomen in de provinciale monumentenlijst. De gemeente Meppel kent 44, maar in de praktijk 78 provinciale monumenten. In het deelgebied Binnenstad-Centrumschil zijn dat er 66. In Transformatiegebied Noordpoort bevinden zich geen provinciale monumenten. In de volgende figuur zijn de provinciale monumenten weergegeven.

59/88

Figuur 6.12 Provinciale monumenten in Binnenstad-Centrumschil In het Omgevingsplan zijn de provinciale monumenten voorzien van de locatie ‘provinciaal monument’. De regels hiervoor zijn overgenomen uit de omgevingsverordening. Voordat dit wijzigingsbesluit in werking treedt gelden deze regels al via een door de provincie genomen voorbereidingsbesluit. Met dat besluit gelden de regels als voorlopige regels in het omgevingsplan. Gemeentelijke monumenten Naast rijks- en provinciale monumenten zijn er ook gemeentelijke monumenten in Meppel. De gemeente Meppel kent redelijk veel gemeentelijke monumenten. De meeste bevinden zich in het deelgebied Binnenstad-Centrumschil, in het deelgebied Transformatiegebied Noordpoort zijn geen gemeentelijke monumenten aanwezig. In de volgende figuur zijn de gemeentelijke monumenten in Binnenstad-Centrumschil weergegeven.

Figuur 6.13 Gemeentelijke monumenten in Binnenstad-Centrumschil Onder een gemeentelijk monument wordt op grond van de begripsbepalingen in het Bbl verstaan: ‘een monument of archeologisch monument waaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument is gegeven’. In het Omgevingsplan zijn de gemeentelijke monumenten voorzien van de locatie ‘gemeentelijk monument’. Op grond van artikel 2.30 Bbl is het vergunningvrij bouwen voor provinciale en gemeentelijke monumenten ingeperkt. In de Bruidsschat is het vergunningvrij bouwen van bepaalde bouwwerken ook ingeperkt voor omgevingsplanactiviteiten (artikel 22.30 Omgevingsplan Meppel). Deze regeling is vertaald in de regels van het omgevingsplan. Beeldbepalende panden De instructieregels in artikel 5.130 Bkl zien onder andere op 'op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten'. Monumenten zijn op grond van de Erfgoedwet en de Omgevingswet onroerende zaken die deel uitmaken van cultureel erfgoed. Met monumenten wordt dus niet alleen gedoeld op de aangewezen beschermde provinciale en gemeentelijke monumenten, maar het begrip is breder. Hier vallen naast provinciale en gemeentelijke monumenten ook beeldbepalende panden onder.

Dat houdt in dat de bescherming voor deze panden vergelijkbaar is met die van aangewezen monumenten, maar niet zover gaat dat er op Rijksniveau (vanuit het Bbl) beperkingen gelden voor vergunningvrij bouwen. Daarvoor is een aanwijzing tot provinciaal of gemeentelijk monument nodig. De instructieregels zien op het voorkomen van ontsiering, beschadiging, sloop en verplaatsing van monumenten. Die gelden ook voor beeldbepalende panden en zijn uitgewerkt in deze wijziging van het omgevingsplan. Deelgebied Binnenstad-Centrumschil In Binnenstad-Centrumschil is een groot aantal beeldbepalende panden. In het kader van dit wijzigingsbesluit is een inventarisatie uitgevoerd. Het resultaat hiervan is een lijst waarop per pand de waardering is opgenomen. De lijst is opgenomen als bijlage bij de regels van het omgevingsplan. De regeling voor beeldbepalende panden sluit deels aan op die van provinciale en gemeentelijk monumenten, zie ook hiervoor. Deelgebied Transformatiegebied Noordpoort In het deelgebied Oude Vaart kan het bedrijfspand van Hemos Machinebouw B.V. als beeldbepalend worden beschouwd. Voor dit pand wordt gestreefd naar behoud of hergebruik met respect voor de kwaliteit. De gemeente ziet hierbij graag dat een verbinding wordt gemaakt tussen de nieuwe functie en het beeldbepalende pand/element waardoor ‘het verhaal achter de gevel’ zichtbaar en beleefbaar wordt.

Het pand wordt ingepast in de ontwikkeling van Transformatiegebied Noordpoort. In het deelgebied Bedrijventerrein Steenwijkerstraatweg is het andere beeldbepalende pand in Noordpoort, namelijk het gebouw aan de J.H. van Linschotenstraat 15. Voor dit pand heeft Het Oversticht een cultuurhistorische waardestelling opgesteld. Dit document is opgenomen als bijlage bij de regels van het omgevingsplan. Hieruit blijkt dat het pand eigenlijk monumentwaardig is. In het omgevingsplan wordt dit pand als beeldbepalend aangemerkt. In de volgende figuur zijn de beeldbepalende panden weergegeven. Afbeelding Beeldbepalende-panden_V2

Figuur 6.14 Ligging beeldbepalende panden Binnenstad-Centrumschil en Transformatiegebied Noordpoort Overige panden in het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Voor de overige panden in het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Binnenstad-Centrumschil die geen monumenten of beeldbepalende panden zijn is in het omgevingsplan een sloopvergunning opgenomen.

60/88

Subparagraaf 6.12.4 Rijksbeschermd stadsgezicht Het gebied Oud-Zuid, gelegen in de Centrumschil, is in juli 2011 aangewezen als rijksbeschermd stadsgezicht. Het beschermende bestemmingsplan, dat op grond van de destijds geldende Monumentenwet 1988 moest worden vastgesteld, was het bestemmingsplan Meppel Centrumschil, vanaf 1 januari 2024 onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan Meppel. De juridische regeling en de vertaling daarvan op de verbeelding van dat bestemmingsplan zijn overgenomen in deze wijziging van het omgevingsplan. Qua structuur en plek in de regels zijn deze gewijzigd, maar inhoudelijk is aangesloten op de regeling uit dat bestemmingsplan. Daarnaast is een aantal regels uit de Bruidsschat, die relevant zijn voor het rijksbeschermd stadsgezicht, overgenomen in de betreffende hoofdstukken van de regels van dit omgevingsplan. Inhoudelijk zijn die regels niet aangepast. In de volgende figuur is de ligging van het Rijksbeschermd stadsgezicht weergegeven.

Figuur 6.15 Ligging Rijksbeschermd stadsgezicht Oud Zuid

Subparagraaf 6.12.5 Gemeentelijk beschermd stadsgezicht De historische binnenstad is de kern en het oudste historische gedeelte van de gemeente, dat zijn oorsprong heeft in de Middeleeuwen en zich in een geleidelijk proces heeft ontwikkeld als handelsstad in de pre-industriële en industriële fase. Het is daarmee de enige historische stad in Drenthe uit de pre-industriële periode van stedelijke omvang. Het voor Drenthe uitzonderlijke karakter van een haven- en grachtenstad, in combinatie met een meer onregelmatige structuur die gebaseerd is op de landschappelijke onderlegger waarlangs aaneengegroeide lintbebouwing is ontstaan, is een zeldzaam en waardevol gegeven. De historische binnenstad is de ontstaansbron van Meppel, vormde drie eeuwen lang, tot aan het eind van de 19e eeuw, het enige stadsgebied van deze handelsstad, en was daarmee het toneel van alle stedelijke activiteiten en de meeste historische gebeurtenissen van de stad. Het is nog altijd de identiteitsdrager bij uitstek van de gemeente Meppel. De historische binnenstad van Meppel kent een hoge waardering voor wat betreft de algemene cultuurhistorische waarden, waaronder historischmaatschappelijke, historisch-stedenbouwkundige en historisch architectonische. Ook is de zeldzaamheidswaarde van de binnenstad hoog.

De wijken, buurten en afzonderlijke stedelijke ruimten welke zijn gelegen binnen de historische binnenstad kennen allemaal een eigen historische identiteit en hun specifieke historisch-stedenbouwkundige opzet, karakteristieke historische bebouwingstypologieën en historisch-architectonische verschijningsvorm, zoals grotendeels tot stand gekomen in de pre-industriële en vroeg-industriële periode en in het Interbellum. Deze verschillende identiteiten van wijken en buurten drukken zich uit in drie goed herkenbare tijdschillen: de historische binnenstad (tot circa 1870), de vroegindustriële periode (circa 1870 - 1914) en het Interbellum (1918 - 1940). Ondanks het onderscheidend karakter van de tijdschillen vormen zij gezamenlijk één herkenbaar vooroorlogs stedenbouwkundig en architectonisch geheel met een herkenbare historische identiteit, een in doorsnee hoge ruimtelijke kwaliteit en ruimtelijke coherentie, op die locaties waar de stedenbouwkundige opzet, de historische bebouwingstypologie en architectonische verschijningsvorm coherent bewaard zijn gebleven. De naadloze wijze waarop de buurten uit dezelfde tijdschil en uit verschillende tijdschillen - zonder ruimtelijke breuken - met elkaar verbonden zijn heeft eveneens een grote cultuurhistorische en ruimtelijke waarde.

Ook historisch waardevol zijn de in de huidige stadsplattegrond en verkavelingen herkenbare restanten van pre stedelijke wegen, lanen en kavelgrenzen. Daarnaast ook vooral de stedelijke waterlopen - grachten, kanalen, insteekhavens - uit het pre-industriële en industriële tijdvak die een grote cultuurhistorische en ruimtelijke waarde vertegenwoordigen, omdat zij intensief verbonden zijn met de ontstaansgeschiedenis en historische bestaansreden van Meppel en omdat zij door de geschiedenis heen het stadsbeeld in hoge mate hebben bepaald. Ook vertegenwoordigen zij een belangrijke episode uit de geschiedenis van de ontginning en kolonisatie van Zuid-Drenthe. Met name de combinatie van historisch water met de aangrenzende bebouwing uit de pre-industriële en industriële periode en de aan het watergebonden objecten als historische sluizen, bruggen en kades vertegenwoordigen een grote waarde. Dat geldt ook voor de uitzichten en zichtlijnen over het water heen op de historische stad en op specifieke objecten als molens en kerktorens. De nog gave ruimtelijke constellatie van Sluisgracht, Stoombootkade, Zuideindigersloot, Mallegatsluis en Bleekerseiland heeft met zijn ruimtelijke opbouw, zijn zichtlijnen op historische objecten en zijn uiterlijke verschijningsvorm uitzonderlijke cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteiten.

Ondanks het bovenstaande, is de historische binnenstad niet meer gaaf. In de Wederopbouwperiode en na 1965 hebben op verschillende locaties aanzienlijke doorbraken, dempingen, wijzigingen van de plattegrond en vernieuwingen van het bouwbestand plaatsgevonden die niet of nauwelijks een relatie hebben met de in de binnenstad tijdens de voorafgaande periodes geldende vormgevingsprincipes. Ondanks de vele naoorlogse saneringslocaties is de rijke geschiedenis nog goed herkenbaar op diverse locaties. Deze objecten en stedenbouwkundige ingrepen van ná de eerdergenoemde perioden vormen niet de kern van de cultuurhistorische waarden van het beschermd stadsgezicht van binnenstad en Centrumschil, maar kunnen afzonderlijk als cultuurhistorisch waardevol worden aangemerkt. Cultuurhistorische Inventarisatie en Waardenstelling De gemeente Meppel heeft medio 2011 een onderzoek laten uit voeren naar de cultuurhistorische waarden van Meppel Binnenstad en Centrumschil. Dit onderzoek is van belang om invulling te geven aan de wettelijke taak om bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen voldoende rekening te houden met bestaande cultuurhistorische waarden.

De resultaten van dit onderzoek zijn gebruikt als onderlegger voor aanvullend instrumentarium om de cultuurhistorische en ruimtelijke kwaliteiten van de historische Binnenstad te behouden en versterken, zoals gericht beleid voor nieuwbouw in kwetsbaar historisch weefsel, of aanbevelingen voor een meer bij de cultuurhistorische kwaliteiten van een gebied passende openbare inrichting. Deze Cultuurhistorische Inventarisatie en Waardenstelling vormt de basis voor de aanwijzing van de binnenstad als gemeentelijk beschermd stadsgezicht. Aanwijzing gemeentelijk beschermd stadsgezicht Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Binnenstad-Centrumschil aangewezen.

61/88

Figuur 6.16 Ligging gemeentelijk beschermd stadsgezicht Binnenstad-Centrumschil

Subparagraaf 6.12.6 Bouwhistorische verwachtingswaarden In Meppel zijn veel oude panden aanwezig. Deze kunnen bouwhistorische waarden hebben die niet altijd zichtbaar zijn. Het gaat hier om panden van voor 1850. In de bijlage B is de bouwhistorische inventarisatie van Binnenstad-Centrumschil opgenomen. Bouwhistorisch onderzoek brengt cultuurhistorische waarden in beeld. In het omgevingsplan zijn regels opgenomen voor bouwen en slopen van panden die mogelijk bouwhistorisch waardevol zijn. De aanvrager moet in dat geval een bouwhistorisch onderzoek aanleveren. In de volgende figuur is weergegeven om welke panden het gaat.

Figuur 6.17 Panden met bouwhistorische verwachting

Subparagraaf 6.12.7 Omgeving van het monument Artikel 5.130, tweede lid, onder d, van het Bkl implementeert (deels) artikel 4 van het verdrag van Granada. Onderdeel 1°, van dit tweede lid, onder d, vraagt gemeenten om in het omgevingsplan regels te stellen om aantasting van de omgeving van (voor)beschermde monumenten te voorkomen, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd. Het gaat hier om Rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden. Dit onderdeel van de instructieregels maakt dat deze wijziging van het omgevingsplan niet helemaal beleidsneutraal kan worden opgesteld. Op dit punt is er nog geen juridische regeling in bestemmingsplannen of verordeningen en er is geen beleid dat hier invulling aan geeft. Dat houdt in dat met deze wijziging van het omgevingsplan voor Binnenstad-Centrumschil en Transformatiegebied Noordpoort hier invulling aan is gegeven. In het deelgebied Binnenstad-Centrumschil en ook in de directe nabijheid daarvan bevinden zich monumenten. Daarom moet met ontwikkelingen in dit gebied rekening worden gehouden met de omgeving van die monumenten. Daarbij gaat het niet zozeer om de omgeving zelf, maar wel de invloed die ontwikkelingen (hoe klein ook) in de omgeving van die monumenten eventueel kunnen hebben op de waarden van die monumenten.

In het omgevingsplan is een contour opgenomen die bestaat uit de gebieden die worden aangemerkt als de ‘omgeving’ van de monumenten. Hierbij is gebruik gemaakt van de methode ‘eenvoudig en objectgericht’, zoals beschreven in de Handreiking omgeving van het monument die door het Gelders Genootschap is opgesteld voor de omgeving van het monument. Rondom alle monumenten in Binnenstad-Centrumschil is een ‘monumentenbiotoop’ opgenomen met een diameter van 40 meter. Binnen dit gebied moet bij bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegestaan rekening worden gehouden met de monumenten. Het is niet zo dat er niet gebouwd mag worden, maar de bouwactiviteiten worden aan een vergunningplicht gekoppeld en voordat er vergunning wordt verleend geeft de gemeentelijke adviescommissie advies. De ligging en omvang van de locaties ‘omgeving van het monument’ sluit grotendeels aan op de ligging van de beschermde gezichten in BinnenstadCentrumschil.

62/88

Figuur 6.18 Omgeving van het monument In de nabijheid van het Transformatiegebied Noordpoort ligt de watertoren. Dit is een provinciaal monument uit 1893. De watertoren bevat onder andere een cultuurhistorische waarde: ‘de watertoren vertegenwoordigt hoge cultuurhistorische waarde als representant van de ontwikkeling van de gemeentelijke drinkwatervoorzieningen en de daarmee gepaard gaande civieltechnische ontwikkelingen aan het einde van de negentiende eeuw in Drenthe’. Daarnaast heeft de watertoren ook een ensemblewaarde wegens de zeer beeldbepalende ligging aan een doorgaande weg aan de rand van het stedelijke gebied van de gemeente Meppel.

Paragraaf 6.13 Verkeer en vervoer Subparagraaf 6.13.1 Toetsingskader Op basis van de Omgevingswet dient de aanvaardbaarheid van het effect van nieuwe ontwikkelingen op de verkeersafwikkeling, bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid te worden onderbouwd. Verder wordt rekening gehouden met bestaand beleid zoals beschreven in hoofdstuk 3 van deze motivering.

Subparagraaf 6.13.2 Doorwerking omgevingsplan Binnenstad-Centrumschil Met het wijzigen van het omgevingsplan verandert de bestaande verkeersituatie niet. Er worden geen extra wegen, extra parkeerplaatsen of dergelijke mogelijk gemaakt. Ruimtelijk gezien verandert de verkeer- en parkeerstructuur niet. De regeling uit het Parapluplan Parkeren is overgenomen in de wijziging van het omgevingsplan waarmee wordt aangesloten op het gemeentelijk parkeerbeleid. De afdeling Parkeeractiviteiten is opgenomen in hoofdstuk 5 van de regels. Deze activiteit geldt voor parkeergarages en grote parkeerterreinen. Binnen deze activiteit is parkeren toegestaan. Transformatiegebied Noordpoort Parkeren In opdracht van de gemeente Meppel is een mobiliteitsplan voor de ontwikkeling van woningbouw binnen Noordpoort opgesteld. In dit mobiliteitsplan (september 2022, zie bijlage D) wordt ingegaan op de parkeerbehoefte binnen het gebied. Uitgangspunt van dit mobiliteitsplan is het toepassen van een parkeernorm die passend is bij de doelgroep en het centraal organiseren van het parkeren. In Noordpoort zal een woonmilieu ontstaan met relatief veel appartementen en weinig grondgebonden woningen. In het gebied zal weinig parkeerruimte in de openbare ruimte worden opgenomen. Er wordt zo veel mogelijk op eigen terrein geparkeerd.

In het mobiliteitsplan is op de Oude Vaart een centrale parkeervoorziening geprojecteerd. Er wordt de komende tijd onderzocht of dit een reële mogelijkheid is. Voor het parkeren op het voormalige bedrijventerrein Steenwijkerstraatweg worden parkeervakken in de openbare ruimte dicht bij de woonblokken gereserveerd. In het mobiliteitsplan is gerekend aan de parkeernorm die voor het gebied moet worden toegepast. De berekende parkeernorm kan nog worden aangepast als het woningbouwprogramma verandert, daarom leggen we deze nu nog niet vast. Meer appartementen leidt bijvoorbeeld tot een lagere parkeernorm, meer grondgebonden woningen tot een hogere. Dit wordt in het omgevingsplan nader uitgewerkt. Voor het parkeren van de fietsen moet in de appartementencomplexen worden voorzien in een inpandige centrale stalling die direct toegankelijk is vanuit de centrale entree van het complex. Deze stallingen moeten geschikt zijn voor bakfietsen en moederfietsen. Bij bedrijfslocaties moeten voldoende oplaadpunten aanwezig zijn.

Paragraaf 6.14 Natuur Subparagraaf 6.14.1 Toetsingskader Eén van de thema's die op grond van de Omgevingswet deel uitmaken van de fysieke leefomgeving is de natuur. De Omgevingswet schrijft voor dat bestuursorganen bij het uitoefenen van hun taken zorgdragen voor de bescherming van natuurwaarden. Als uitwerking van Europese richtlijnen richt deze waarborg voor de kwaliteit en integriteit van natuurwaarden zich op de bescherming van (kwetsbare) soorten (planten en dieren) en (natuur)gebieden. De soortenbescherming is gericht op het beschermen van de nationaal en internationaal aangewezen beschermde plant- en diersoorten. De Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn verplichten nationale overheden om de bescherming van de daarin genoemde soorten in nationale wetgeving te verankeren. Nederland heeft dat gedaan in de Omgevingswet en de bij of krachtens die wet gestelde regels. In aanvulling daarop is in die regelgeving ook de bescherming van nationaal beschermde plant- en diersoorten geregeld. De gebiedsbescherming richt zich op de Natura 2000gebieden, de gebieden aangewezen als Natuur Netwerk Nederland en houtopstanden. Bevoegd gezag voor de VTH-taken op het gebied van soorten- en gebiedsbescherming is de provincie.

Dat betekent dat de activiteiten die op grond van het omgevingsplan (al dan niet met omgevingsvergunning) toegestaan zijn, daarnaast ook nog vergunningplichtig kunnen zijn als flora & faunaactiviteit of als Natura 2000-activiteit. Omdat (anders dan een bestemmingsplan onder de Wro) het omgevingsplan op zichzelf niet gericht is op het daadwerkelijk realiseren van een bepaald eindbeeld en dus in zoverre niet op de daadwerkelijke uitvoering van een plan, is ook niet altijd en/of per definitie sprake van een plan als bedoeld in (artikel 6 van) de Habitatrichtlijn. Zo is de juridisch-technische wijziging van het omgevingsplan voor het

63/88

deelgebied Binnenstad-Centrumschil vooral een vertaling van de (Wro-)bestemmingsplannen naar het (Ow-)omgevingsplan. Voor de transformatie in Noordpoort ligt dat uiteraard anders, zoals hieronder toegelicht zal worden. In aanvulling op de rijksregels kan de provincie haar beschermingsdoelstellingen in haar omgevingsverordening (in de vorm van instructieregels voor de gemeenteraad) doorleggen aan gemeenten. Gemeenten moeten bij het opstellen van het omgevingsplan deze instructieregels in acht nemen. Vooralsnog heeft de Provincie Drenthe geen instructieregels gesteld op dit onderwerp die bij de totstandkoming van dit plan moeten worden betrokken. Toetsingskader natuur in dit wijzigingsbesluit Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is niet langer sprake van onlosmakelijke samenhang tussen de omgevingsplanactiviteit aan de ene kant en de natuuractiviteiten aan de andere kant. Dat betekent evenwel niet dat deze aspecten bij deze wijziging van het omgevingsplan buiten beschouwing gelaten kunnen worden. Op grond van de hierboven bedoelde Europese regelgeving moet beoordeeld worden in hoeverre de wijziging van het omgevingsplan (negatieve) significante effecten kan hebben voor Natura 2000-gebieden en de staat van instandhouding van plant- en diersoorten.

Dit wijzigingsbesluit voorziet enerzijds in een hoofdzakelijk juridisch-technische wijziging voor het deelgebied Binnenstad-Centrumschil en anderzijds in een transformatie van een oud bedrijventerrein naar een woonwijk voor het deelgebied Transformatiegebied Noordpoort. Bijgevolg zijn de te verwachten natuurgevolgen voor beide type wijzingen anders. In de navolgende (sub-)paragrafen wordt per deelgebied aangegeven hoe dit wijzigingsbesluit zich verhoudt tot het aspect natuur. Naast de mogelijke gevolgen voor de natuur vanwege activiteiten, biedt het omgevingsplan ook kansen voor de natuur. Gelet op het type wijziging van het omgevingsplan (zie ook paragraaf 5.4.2 Motivering gemaakte keuzes en situaties omgevingsplanovergangsrecht) zal dit voor het deelgebied Binnenstad-Centrumschil beperkter zijn dan voor het deelgebied Transformatiegebied Noordpoort.

Subparagraaf 6.14.2 Doorwerking deelgebied Binnenstad-Centrumschil Deze eerste inhoudelijke wijziging van het omgevingsplan bestaat als gezegd uit twee typen wijzigingen. Voor het deelgebied BinnenstadCentrumschil betreft het hoofdzakelijk een juridisch-technische wijziging van het omgevingsplan. Zoals in paragraaf 5.4.2 Motivering gemaakte keuzes en situaties omgevingsplanovergangsrecht is aangegeven is de juridisch-technische wijziging vooral een omzetting van (delen van) het tijdelijk deel van het omgevingsplan naar een meer permanente regeling. De (natuur)gevolgen van dit onderdeel van het wijzigingsbesluit zijn daarmee (zeer) beperkt. Het gaat vooral om bestaand verstedelijkt gebied. Voor dit deelgebied voorziet het wijzigingsbesluit vooral in een conserverende regeling met (zeer) beperkte ontwikkelmogelijkheden. De maximale planologische (bouw- en gebruiks)mogelijkheden van de nieuwe regeling verschillen in zoverre niet wezenlijk van de regeling in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over bestemmingsplannen moet de referentiesituatie voor plannen bepaald worden aan de hand van de feitelijk bestaande, planologisch toegestane situatie direct voorafgaand aan de vaststelling van een plan.

De verwachting is dat deze lijn ook zal worden toegepast op wijzingen van het omgevingsplan. Het wijzigingsbesluit is voor het deelgebied Binnenstad-Centrumschil hoofdzakelijk conserverend van aard en biedt (zeer) beperkte ontwikkelingsmogelijkheden. Gelet op overwegend conserverende aard zullen de maximale planologische mogelijkheden niet wezenlijk verschillen van de toegestane activiteiten in de referentiesituatie. In een dergelijk geval is er voor het bevoegd geen aanleiding om (nader) onderzoek te doen naar de gevolgen van dergleijke beperkte (gebruiks)mogelijkheden voor Natura 2000 gebieden (vgl. ABRvS 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2170, r.o. 7). Datzelfde geldt voor het onderdeel soortenbescherming: omdat met dit wijzigingsbesluit geen grote veranderingen ten opzichte van de bestemmingsplannen uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan mogelijk gemaakt worden, zijn effecten op (de staat van instandhouding van) beschermde dier- en plantensoorten op voorhand uitgesloten, althans niet anders of meer dan wat reeds was toegestaan op grond van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Omdat het juridisch-technische gedeelte van het wijzigingsbesluit in feite een vertaling is van de ruimtelijke (Wro-)plannen naar het omgevingsplan van de Omgevingswet, niet gericht is op het realiseren van een bepaald eindbeeld en ook niet voorziet in nieuwe ontwikkelingen, kunnen significante negatieve effecten op kwetsbare Natura 2000 gebieden en negatieve effecten op de staat van instandhouding van soorten op voorhand worden uitgesloten. Het feit dat met dit wijzigingsbesluit bepaalde dingen net anders geregeld zijn dan in de Wro en dat er enkele inhoudelijke wijzigingen zijn meegenomen (zoals verleende en onherroepelijke omgevingsvergunningen, alsmede het opnemen van een gemeentelijk beschermd stadsgezicht), maakt dat niet anders. In zoverre bestaat er gelet op de beleidsarme overgang naar het Omgevingsplan geen aanleiding voor het doen van aanvullend onderzoek op dit punt.

Subparagraaf 6.14.3 Doorwerking deelgebied Transformatiegebied Noordpoort Voor dit deelgebied voorziet het wijzigingsbesluit juist wel in nieuwe ontwikkelingen: dit wijzigingsbesluit voorziet in een regeling voor het beëindigen van bestaande bedrijven in dit gebied ten behoeve van een transformatie naar een woonwijk. Bestaande bebouwing zal (grotendeels) gesloopt worden en nieuwe gebouwen zullen daarvoor in de plaats komen. Dit type wijziging is juist wel gericht op het realiseren van een bepaalde eindtoestand, waardoor bijgevolg (anders dan bij de juridisch-technische wijziging) significante (negatieve) effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten. Dat geldt ook voor het onderdeel soortenbescherming: zowel sloop als nieuwbouw nopen tot het doen van nader onderzoek om de gevolgen van dit plan te beoordelen. Voor het aspect gebiedsbescherming is ervoor gekozen aansluiting te zoeken bij de juristprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over bestemmingsplannen. Uit deze jurisprudentie volgt dat dat voor het beoordelen van de toelaatbaarheid van plannen in het licht van de Habitatrichtlijn de feitelijk aanwezige, planologisch legale of toegestane situatie direct voorafgaand aan de vaststelling van het plan.

Om te voorkomen dat dit wijzigingsbesluit voorziet in activiteiten en/of ontwikkelingen waarmee een toename van stikstofdepositie veroorzaakt zou worden is ervoor gekozen om gedurende de realisatie (lees: bouw) een fasering aan te brengen en dus een maximaal aantal te realiseren woningen per jaar. Voor de gebruiksfase, zo volgt uit de stikstofberekening, worden geen problemen voorzien ten opzichte van de referentiesituatie. Voor het aspect soortenbescherming is door milieu adviesbureau ‘Eco Reest’ een quickscan uitgevoerd. Deze quickscan is als bijlage G bij deze motivering gevoegd. In de conclusie van deze quickscan wordt het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan haalbaar en uitvoerbaar geacht, mits er passende mitigerende en compenserende maatregelen voor mogelijk aanwezige beschermde soorten worden genomen. Geadviseerd wordt om (in overleg met de Provincie Drenthe) een onderzoeksplan (en -planning) op te stellen om vervolgonderzoek te doen naar de aanwezigheid van enkele specifieke soorten. Die nadere onderzoeken zijn met name relevant in het kader van de beoordeling of voor bouw- en sloopactiviteiten een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig is.

Gelet op bovenstaande kan ten aanzien van dit wijzigingsbesluit in ieder geval geconcludeerd worden dat de met dit wijzigingsbesluit voorziene ontwikkelingen in het deelgebied Transformatiegebied Noordpoort niet evident onuitvoerbaar zijn.

Paragraaf 6.15 Gezondheid

64/88

Subparagraaf 6.15.1 Toetsingskader Beschermen van gezondheid Binnen de Omgevingswet heeft het beschermen en bevorderen van de gezondheid een plek gekregen. Artikel 2.1 van de Omgevingswet geeft aan dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening moet worden gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. De gemeente Meppel moet bij elke keuze die wordt gemaakt de kwaliteit van de fysieke leefomgeving waarborgen. Hierdoor zal bij elke ruimtelijke keuze worden beoordeeld wat dit doet met de gezondheid van de mens. Afdeling 2.2 van het Bkl gaat over de omgevingswaarden beschermen van de gezondheid en het milieu. Milieueisen worden gesteld om de kwaliteit van het milieu te beschermen. Met het beschermen van de kwaliteit van milieu wordt tevens de gezonde leefomgeving beschermd. Bevorderen van gezondheid De gemeente Meppel kan naast gezondheidsbescherming ook het belang gezondheidsbevordering meewegen. De fysieke leefomgeving kan positieve gezondheidseffecten hebben als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten.

Zoals in paragraaf 3.4 van deze motivering is beschreven, heeft de gemeente Meppel twee beleidsstukken die op (onder meer) het thema gezondheid zien, namelijk het Beleids- en actieplan Gezondheid, Bewegen en Sport 2020-2030 en het Evenementenbeleid.

Subparagraaf 6.15.2 Doorwerking deelgebied Binnenstad-Centrumschil Zoals meermaals aangegeven is deze wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel conserverend van aard. Daarom heeft het Beleids- en actieplan Gezondheid, Bewegen en Sport niet geleid tot het opnemen van regels over het thema gezondheid in het omgevingsplan. Voor de evenementenactiviteiten zijn verschillende gedragsregels aan het omgevingsplan verbonden om de gezondheid van de bezoekers te borgen. Daarbij valt te denken aan regels over de aanwezigheid van sanitaire voorzieningen, voldoende schaduw en het beperken van nadelige gevolgen voor het milieu.

Subparagraaf 6.15.3 Doorwerking deelgebied Transformatiegebied Noordpoort Binnen het transformatiegebied Noordpoort zullen de bestaande bedrijfsmatige activiteiten worden beëindigd en in plaats daarvan de bouw van woningen (1000 stuks) mogelijk gemaakt. Om na te gaan of hiermee een gezond woon- en leefklimaat ontstaat is een quickscan uitgevoerd die grotendeels de methode van de Quickscan Gezonde Leefomgeving volgt. De Quickscan Gezonde Leefomgeving bestaat uit zes dimensies, gezamenlijk geven deze een compleet beeld van de gezondheidssituatie in een specifiek gebied.

Figuur 6.19 Onderdelen quickscan gezonde leefomgeving De scan is zo ontwikkeld dat daarmee inzicht gegeven kan worden in de gezondheidssituatie voor een specifiek gebied. De Quickscan geeft een eerste beeld van waar gezondheidswinst behaald kan worden of voor welke aspecten verder onderzoek noodzakelijk is. Gelet op de voorgenomen transformatie van Noordpoort is ervoor gekozen om twee van die zes dimensies uit te werken: 'Gezonde Mensen' en 'Gezonde Leefruimte'. Dit omdat deze beide dimensies bij het verkleuren van een bedrijventerrein naar woongebied in belangrijke mate zullen wijzigen langs de voorwaarden die hiervoor in de beleidsregel ‘Beleidsregel bouwen, aanleggen en ruimtelijk inrichten van het Transformatiegebied Noordpoort’. Daarbij komen in de uitwerking van de quickscan (door de inhoud en opbouw van de beleidsregel) ook de andere dimensies aan de orde. In de quickscan bestaat elke dimensie uit 4 indicatoren die afzonderlijk van elkaar gescoord worden. In de uitwerking van de quickscan wordt als eerste de dimensie 'Gezonde Mensen' gescoord. Hier wordt ingegaan op de indicatoren: identiteit, ontmoeten, participatie en leefbaarheid. Vervolgens wordt de dimensie 'Gezonde Leefruimte' gescoord. Daarbij wordt ingegaan op de thema’s verblijven, beweegvriendelijkheid, groen en onderhoud. De scores zijn gebaseerd op zowel kwalitatieve gegevens (voortkomend uit o.a.

een schouw en analyse van kaartmateriaal en foto's) en kwantitatieve gegevens (o.a. CBS data en kaartmateriaal o.a. afkomstig van Atlas voor de Leefomgeving). De uiteindelijke beoordeling op basis van deze scores gebeurt als 'expert judgement'. Gezonde mensen De dimensie ‘gezonde mensen’ valt uiteen in de thema’s Eenzaamheid, participatie, ontmoeten en identiteit. Deze thema’s worden voor het transformatiegebied gescoord ervan uitgaande dat het gebied zich volgens de kaders die in het omgevingsplan worden vastgelegd heeft ontwikkeld. Participatie, score ‘voldoende’ Onder het thema participatie komt de mate waarin gebruikers van het gebied zich onderdeel voelen van de gemeenschap die het gebied vormt en het gevoel hebben bij te kunnen dragen aan de maatschappij. Op dit moment bestaat deze gemeenschap uit de ondernemers en werknemers van de bedrijven die nog in het transformatiegebied werken en ondernemen. Het thema participatie van deze quickscan richt zich echter op de situatie na de transformatie van het gebied naar een woongebied. De ontwikkelregels uit het omgevingsplan en de beleidsregel ‘Beleidsregel voor bouwen, aanleggen en ruimtelijk inrichten van het Transformatiegebied Noordpoort’ zorgen ervoor dat er binnen het transformatiegebied ruimschoots ruimte ontstaat voor ontmoeten en verpozen.

Dit zal bijdragen aan de groei van een gemeenschap binnen het transformatiegebied. Daarnaast zal de beleidsregel Participatie van de gemeente Meppel eraan bijdragen dat de nieuwe gebruikers van het gebied (zonodig) worden ondersteund om zich onderdeel te gaan voelen van de gemeenschap en een bijdrage te kunnen leveren aan de maatschappij. Dit maakt dat het transformatiegebied op dit thema ‘voldoende’ scoort. Identiteit, score ‘ruim voldoende’ Het transformatiegebied zal zich moeten ontwikkelen volgens de ontwikkelregels die hiervoor met deze wijziging in het omgevingsplan worden opgenomen. Voor het realiseren van nieuwe wooninitiatieven binnen het transformatiegebied geldt met deze wijziging van het omgevingsplan een vergunningplicht. Voor het beoordelen van deze vergunning is een beleidsregel vastgesteld, waarin een ruimtelijk afwegingskader is opgenomen. De beoordelingscriteria die hiervoor aan ontwikkelingen worden opgelegd, richten zich op:

65/88

• • • • • • •

het voorzien in hoogteaccenten het zorgen voor beeldbepalende hoeken op woonclusters het bouwen van minimaal 4 meter hoge plinten het beleefbaar maken van water binnen het initiatief parkeren binnen het bouwblok variatie in kapvorm en nokrichting behoud van cultuurhistorische en beeldbepalende bebouwing.

Met deze criteria wordt de ontwikkeling van een moderne, karakteristieke woonwijk geborgd. Ontmoeten, score ‘ruim voldoende’ Spontane (maar ook minder spontane) ontmoetingen spelen een belangrijke rol in de sociale samenhang van een gebied. Spontane ontmoetingen ontstaan wanneer mensen elkaars paden kruisen bijvoorbeeld als zij van locatie A naar locatie B verplaatsen. Langzaam verkeer (wandelen, fietsen)’ speelt daarin een belangrijke rol, net als functiemenging en de aanwezigheid van verblijfsplekken. Ook evenementen, activiteiten en eigenaarschap spelen hierin een belangrijke rol. Binnen het transformatiegebied wordt in de openbare ruimte (die ofwel door de initiatiefnemers ofwel door de gemeente wordt aangelegd) ruimte geboden voor ontmoeting. Zo zullen de oevers van de Drentse Hoofdvaart onderdeel worden van de openbare ruimte. Deze openbare oevers, die ook wel worden aangeduid als de dragers van de transformatie, moeten ruimte bieden aan ontmoetingsplekken voor zowel de gebruikers van het transformatiegebied maar ook voor alle overige burgers van Meppel en haar bezoekers. Het vele water dat binnen het transformatiegebied wordt gebracht en wordt behouden, zullen worden ingericht met recreatieve voorzieningen.

Figuur 6.20 Impressie openbare ruimte Drentsche Hoofdvaart (Bron: SVP) Naast de openbare ruimte als ontmoetingsplek, komen er binnen het transformatiegebied ook horecavoorzieningen, winkels, zorgfuncties en sportfaciliteiten. Doordat er binnen het transformatiegebied op deze manier veel ruimte wordt geboden aan mogelijkheden om anderen te ontmoeten, scoort de uiteindelijk gerealiseerde situatie op dit thema ruim voldoende. Score ‘Gezonde Mensen’ Gelet op de in het voorgaande weergegeven scores voor de verschillende thema’s, scoort het transformatiegebied voor de categorie ‘Gezonde Mensen’ per saldo ‘ruim voldoende’. Gezonde leefruimte De dimensie gezonde leefruimte bestaat uit de indicatoren beweegvriendelijkheid, leefbaarheid, recreatief groen en water en overlast en veiligheid. Deze thema’s worden voor het transformatiegebied gescoord ervan uitgaande dat het gebied zich volgens de kaders die in het omgevingsplan worden vastgelegd heeft ontwikkeld. Beweegvriendelijkheid, score ‘ruim voldoende’ De beweegvriendelijkheid van het transformatiegebied is gebaseerd op gegevens uit de buurtatlas van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Hierin zijn buurten van Nederlandse gemeenten gescoord op de mogelijkheden die de openbare ruimte biedt voor mensen om te sporten en te bewegen.

In de score komt het aandeel sportaccommodaties, sport- en speelplekken, recreatief groen en blauw en de nabijheid van voorzieningen tot uitdrukking. Op een schaal van 0 (niet beweegvriendelijk) tot 100 (bijzonder beweegvriendelijk) scoort het transformatiegebied in de bestaande situatie 69 punten. Door de transformatie zullen er binnen het gebied sport- en speelplekken, recreatief groen en blauw en voorzieningen bij komen. Daardoor zal de score binnen het transformatiegebied toenemen tot het niveau van bijvoorbeeld de naastgelegen wijk Halveltermade. Deze wijk scoort 75 punten. Daarmee transformeert Noordpoort van een voldoende naar een ruim voldoende op Beweegvriendelijkheid. Leefbaarheid, score ‘ruim voldoende’ In de Leefbaarometer van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties scoort het transformatiegebied op wijkniveau ‘ruim voldoende’. Op buurtniveau is het transformatiegebied niet gescoord, omdat het in de bestaande situatie een bedrijventerrein is. In de score ‘ruim voldoende’ voor de watertorenwijk valt op dat de fysieke leefomgeving, de sociale samenhang maar bij uitstek de overlast en onveiligheid een negatieve bijdrage leveren aan de totaalscore. Door de ontwikkeling van Noordpoort, zal de invloed van de bestaande bedrijvigheid komen te vervallen. Daarmee zal de kwaliteit van de fysieke leefomgeving verbeteren.

Bovendien zal het ontstaan van een nieuwe, moderne woonwijk bijdragen aan de sociale samenhang binnen het gebied. Tot slot zal de transformatie naar een moderne woonwijk ervoor zorgen dat het gebied bij donker en nacht niet meer verlaten is en dat er ‘ogen op straat’ zijn, zodat de overlast en het gevoel van onveiligheid zal worden weggenomen. Dit brengt met zich mee dat na realisatie van de woningbouw in het transformatiegebied, sprake zal zijn van een ruim voldoende leefbaarheid binnen dit deelgebied. Recreatief groen en water, score ‘goed’ De kwaliteit van recreatief groen en water en de invloed daarvan op de leefomgeving binnen het transformatiegebied is gebaseerd op gegevens uit

66/88

de buurtatlas van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Hierin zijn buurten van Nederlandse gemeenten gescoord op nabijheid en oppervlakte van parken en water geschikt voor recreatief gebruik. Door de aanwezigheid van de Drentse Hoofdvaart binnen het transformatiegebied scoort Noordpoort in de bestaande situatie 75 punten op een schaal van 0 tot 100. Door de transformatie van bedrijventerrein tot woongebied op grond van ontwikkelregels die met de wijziging van het omgevingsplan worden vastgesteld, zal het aandeel groen binnen het transformatiegebied aanzienlijk toenemen. Dit zal tot gevolg hebben dat score van het transformatiegebied gelijk of hoger zal worden dan de ten oosten gelegen wijk Haveltermade, dat 91 punten scoort op het thema ‘Recreatief groen en water’. Daarmee scoort het transformatiegebied na realisatie ‘Goed’. Overlast en veiligheid, score ‘goed’ Het thema Overlast en Veiligheid is een maat voor het aantal geweldsdelicten, diefstallen, vernielingen, vervuiling van de openbare ruimte en overlast van mensen die in een wijk of buurt voorkomen. Omdat in de bestaande situatie het transformatiegebied nauwelijks bewoond is, zijn hierover in de Leefbaarometer geen gegevens opgenomen. De buurt ten westen van de Galgenkampsweg scoort op het thema Overlast en Veiligheid ‘voldoende’.

De aanwezigheid van een in onbruik geraakt bedrijventerrein ten noorden van deze buurt, draagt bij een het gevoel van onveiligheid bij gebrek aan sociale controle met name in de avond- en nachtperiode. Door de transformatie van Noordpoort naar een woongebied met daarbij de ontwikkeling van de sociale controle in het transformatiegebied, zal de score van deze buurt en daarmee het transformatiegebied verbeteren naar het niveau van de naastgelegen wijk Haveltermade. De score zal daardoor verbeteren naar ‘goed’. Score ‘Gezonde Leefomgeving Gelet op de in het voorgaande weergegeven scores voor de verschillende thema’s, scoort het transformatiegebied voor de categorie ‘Gezonde Leefomgeving per saldo ‘ruim voldoende’. Gezondheid Noordpoort Om de mate van gezondheid binnen het transformatiegebied Noordpoort na de ontwikkeling tot woongebied in kaart te brengen, is een gezondheidsscan uitgevoerd. Deze gezondheidsscan leunt grotendeels op de ontwikkelregels die met de wijziging van het omgevingsplan in de planregels worden opgenomen. Uitgaande van de criteria gezonde mensen en gezonde leefomgeving (twee criteria die door de transformatie zullen ontwikkelen) zal binnen Noordpoort sprake zijn van een ruim voldoende gezonde leefomgeving.

Paragraaf 6.16 Duurzaam gebruik natuurlijke grondstoffen Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel waarmee onder meer de transformatie van Noordpoort naar een woongebied mogelijk wordt gemaakt, moet worden genomen met het oog op de doelen van de Omgevingswet. Eén van deze doelen is het duurzaam gebruik van natuurlijke grondstoffen, waaronder het gebruik van fossiele brandstoffen. Met het in werking treden van de Wet Voortgang Energietransitie in 2018 is de verplichting voor de netbeheerder van het aardgasnetwerk vervallen, om nieuwbouwwoningen op aanvraag aan te sluiten op dit aardgasnet. De gemeente Meppel wil hiervan gebruik maken door het transformatiegebied gasvrij te maken en bovendien te voorkomen dat in plaats daarvan elektriciteit wordt gebruikt voor verwarmen en stoken. Om in een alternatief voor dit elektragebruik te kunnen komen, heeft de gemeente DWA Bedrijfsadviseurs laten onderzoeken of de warmtebehoefte binnen het transformatiegebied uit alternatieve warmtebronnen kan worden geput. Uit dit onderzoek, dat als bijlage E bij deze motivering is gevoegd, blijkt dat het oppervlaktewater van de Drentse Hoofdvaart en de ten noordwesten van het transformatiegebied liggende zogenoemde Politiekolk, hiervoor voldoende warmte bevatten.

De gemeente Meppel voert naar aanleiding hiervan gesprekken met lokale energiemaatschappijen om een waterwarmtecentrale aan te leggen voor Noordpoort. In het omgevingsplan van de gemeente Meppel wordt hierom onderzoek naar een duurzaam collectief warmtesysteem voor de nieuwbouw binnen het transformatiegebied uitgevoerd. Een collectief systeem lijkt kansrijk en heeft de voorkeur maar dient nog uitgewerkt te worden. Daarmee wordt het besluit tot wijzigen van het omgevingsplan, waarmee de transformatie van Noordpoort mogelijk wordt gemaakt, genomen met het oog op de doelen van de Omgevingswet. In de beleidsregel ‘Beleidsregel voor bouwen, aanleggen en ruimtelijk inrichten van het Transformatiegebied Noordpoort’ zijn eisen gesteld aan het hergebruik van bouwmaterialen bij het bouwen van gebouwen en aanlegactiviteiten. Daarbij geldt een minimumvereiste dat ten minste 5% van de gebruikte materialen bij de bouw- en aanlegactiviteiten uit hergebruikt materiaal moet bestaan dat afkomstig moet zijn van een locatie op ten hoogste 100 kilometer afstand van het terrrein waarop het initiatief wordt gerealiseerd. Daarmee is ook de duurzame transformatie van Noordpoort geborgd.

67/88

Hoofdstuk 7 Kostenverhaal en financiële uitvoerbaarheid Paragraaf 7.1 Inleiding Subparagraaf 7.1.1 Toetsingskader Bij wijzigingen van het omgevingsplan waarbij kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt is de gemeente verplicht de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen voor het aanleggen van openbare voorzieningen naar evenredigheid te verhalen op initiatiefnemers van kostenverhaalplichtige activiteiten die profijt hebben hiervan. Kostenverhaalplichtige activiteiten zijn gedefinieerd in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit. Het betreft: a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; d. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of f.

de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt. Op grond van artikel 13.12 is het verboden een kostenverhaalplichtige activiteit uit te voeren voordat het kostenverhaal is verzekerd. Het kostenverhaal kan via een van onderstaande opties verzekerd worden: • anderszins, via een overeenkomst, bijvoorbeeld: een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer van de kostenverhaalplichtige activiteit; of via de gronduitgifte-overeenkomst tussen gemeente en een toekomstige eigenaar, indien de gemeente het volledige kostenverhaalsgebied in eigendom heeft; • via regels kostenverhaal in het omgevingsplan, waarbij gekozen wordt tussen: • een systeem met tijdvak: vergelijkbaar met het systeem uit de Wro, waarbij plannen een duidelijk eindbeeld, een fasering en een einddatum hebben, zodat kosten en opbrengsten op voorhand relatief goed te berekenen zijn; • of zonder tijdvak: een nieuw systeem voor gebiedsontwikkelingen zonder een duidelijk eindbeeld, zonder fasering en zonder einddatum, waardoor kosten en opbrengsten op voorhand moeilijker te berekenen zijn en er

gewerkt wordt met scenario's. ○ ○

Ongeacht de systeemkeuze hebben de regels kostenverhaal in ieder geval betrekking op het verhalen van kosten (gekoppeld aan een kostenverhaalsgebied). Net als in een exploitatieplan (onder de Wro) kunnen in dit verband ook regels in het omgevingsplan worden opgenomen over: • fasering van en koppelingen tussen werkzaamheden en/of activiteiten; • locatie-eisen; • woningbouwcategorieën (artikel 5.161c Bkl). In het wijzigingsbesluit van het omgevingsplan moet de keuze voor een van de opties voor het kostenverhaal gemotiveerd worden (in de motivering). Als er gekozen wordt voor het opnemen van regels kostenverhaal, dienen deze op maat te worden gemaakt voor elke ontwikkeling met kostenverhaalplichtige activiteiten. Het kostenverhaal dient te worden verzekerd voor elke wijziging van het omgevingsplan.

Subparagraaf 7.1.2 Doorwerking deelgebied Binnenstad-Centrumschil Binnen het deelgebied Binnenstad-Centrumschil worden enkel de bestaande mogelijkheden uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan Meppel overgenomen, er worden geen kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk gemaakt. Voor dit deelgebied is het wettelijk verplicht kostenverhaal niet aan de orde.

Subparagraaf 7.1.3 Doorwerking deelgebied Transformatiegebied Noordpoort Binnen het Transformatiegebied Noordpoort is woningbouw beoogd. Het omgevingsplan voorziet daarmee in het mogelijk maken van kostenverhaalplichtige activiteiten op gronden die niet in eigendom van de gemeente zijn. Met één van de grondeigenaren binnen het gebied is in het kader van vergunningverlening reeds een overeenkomst gesloten. Met andere partijen met bouwplannen is nog geen overeenkomst overeengekomen. Omdat niet met alle in het plangebied gelegen grondeigenaren een overeenkomst voor privaatrechtelijk kostenverhaal is gesloten, heeft de gemeente de plicht publiekrechtelijk kosten te verhalen. Dit gebeurt door het opnemen van regels kostenverhaal in het voorliggende omgevingsplan. Hierbij wordt uitgegaan van het systeem zonder tijdvak. De verantwoording voor de keuze voor dit systeem is in de volgende paragraaf toegelicht. De regels kostenverhaal zijn van toepassing op de gronden die zijn aangeduid als ‘kostenverhaalsgebied - transformatiegebied Noordpoort’. Het kostenverhaalsgebied betreft het transformatiegebied Noordpoort, exclusief de gronden van de grondeigenaar waarmee reeds een overeenkomst is gesloten.

Paragraaf 7.2 Verantwoording voor de keuze van het systeem zonder tijdvak De gemeente Meppel voert situationeel grondbeleid. Per ontwikkeling wordt beoordeeld welke rol (actief/facilitair/een tussenvorm) het beste door de gemeente ingenomen kan worden. Binnen het transformatiegebied Noordpoort stelt de gemeente zich hoofdzakelijk faciliterend op. Dat betekent dat zij alleen op zeer beperkte schaal zelf gronden verwerft en ontwikkelt. Het leeuwendeel van de gronden zal door de grondeigenaren of door hen ingehuurde ontwikkelaars ontwikkeld moeten gaan worden. De gemeente heeft daarvoor in het omgevingsplan en bijbehorende beleidsregel ‘Kwalitatief beoordelingskader Transformatiegebied Noordpoort’ de kaders bepaald en geeft veel vrijheid aan de markt om tot initiatieven te komen. Op het moment dat de gemeente zou kiezen voor het systeem met tijdvak dient, vergelijkbaar met de voormalige systematiek op basis van de Wro, bij de eerste exploitatieopzet expliciet vastgelegd te worden wat de omvang van de te verhalen kosten is en hoe de kosten verdeeld worden tussen

68/88

de gemeente en alle grondeigenaren waarmee geen overeenkomst kostenverhaal is overeengekomen. Door die eis is het kostenverhaal bij organische gebiedsontwikkeling en een faciliterende rol van de gemeente moeilijker vorm te geven. Met name omdat de kosten en opbrengsten niet exact bij de vaststelling van het omgevingsplan bepaald kunnen worden en hierdoor de in de regels kostenverhaal vast te leggen (of in een overeenkomst overeen te komen) bijdrages kostenverhaal lastiger te berekenen zijn. Bovendien speelt in het systeem met tijdvak, vanwege de fictie van integrale ontwikkeling, de waarde van het bestaande vastgoed een zware rol, terwijl de kern van kostenverhaal bedoeld is om de inrichtingskosten van de openbare ruimte op een rechtvaardige wijze te verdelen tussen alle grondeigenaren en ontwikkelende partijen in de gebiedsontwikkeling en niet bedoeld is om indirect een integrale ontwikkeling te verevenen met verwervingskosten van vastgoed. Door de gekozen rol van de gemeente ten aanzien van de realisatiestrategie voor transformatiegebied Noordpoort voert de gemeente facilitair grondbeleid en is het grootste gedeelte van de gronden in het gebied 'kostenverhaalsgebied – transformatiegebied Noordpoort' in eigendom van derden. De gemeente heeft niet de ambitie om deze gronden te verwerven.

Door de faciliterende houding van de gemeente is er geen blauwdruk en gecontroleerde ontwikkeling maar bepalen de initiatiefnemers zelf de invulling, fasering en looptijd. Omdat de kosten en opbrengsten dan ook aan de voorkant niet exact zijn vast te stellen maar gedurende de ontwikkeling bekend zullen worden heeft de gemeente gekozen om uit te gaan van het systeem zonder tijdvak. Om rechtszekerheid te bieden aan initiatiefnemers dient de gemeente in het omgevingsplan een kostenplafond aan te geven (en dus wel een maximum bekend te maken van de te verhalen kosten) alsmede de eenheidsprijzen per activiteit (type grondgebruik). De omvang van de opbrengsten wordt vervolgens bepaald door het bouwplan waarvan de initiatiefnemer uitgaat bij de indiening van een aanvraag omgevingsvergunning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=2db697a3-2749-400f-9998-421b1e7db14f