2. Motivering wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Meppel voor deelgebieden Binnenstad en Centrumschil & Noordpoort
Tekst van het document
Paragraaf 7.3 Onderbouwing keuzes in het systeem zonder tijdvak Begrenzing kostenverhaalsgebied De begrenzing van het kostenverhaalsgebied komt nagenoeg overeen met de begrenzing van het gebied waarvoor in dit omgevingsplan een transformatiemogelijkheid wordt geboden. Het gaat zowel om de gronden waar de kostenverhaalplichtige activiteiten zijn voorzien als om de gronden voor openbare ruimte en andere voorzieningen. De gronden waarop geen werken of activiteiten zijn voorzien, zijn buiten het kostenverhaalsgebied gelaten. Hierbij valt te denken aan een aantal percelen die recentelijk zijn herbouwd en waarvan duidelijk is dat er voor die locaties geen bouwinitiatieven te verwachten zijn. Voor de locatie mini-opslag aan de Galgenkampsweg geldt dat met de initiatiefnemer een overeenkomst op basis van het in 2023 van kracht zijnde Chw bestemmingsplan overeen is gekomen waarmee het kostenverhaal voor die locatie verzekerd is. Deze regels kostenverhaal zijn niet van toepassing op de locatie mini-opslag. Bovenwijkse kosten De kosten van werken, maatregelen en voorzieningen die ook van belang zijn voor andere kostenverhaalsgebieden en/of bestaande wijken zijn kosten voor bovenwijkse voorzieningen. De kosten hiervoor moeten worden verhaald met in achtneming van de PPT-criteria.
Deze zijn: • Profijt: de grondexploitatie moet nut ondervinden van de investering; • Proportionaliteit: De kosten dienen op basis van evenredigheid te worden verdeeld over de betrokken gebieden; • Toerekenbaarheid: de kosten zouden zonder de ontwikkeling van het gebied niet gemaakt worden of de kosten worden mede ten behoeve van het gebied gemaakt. In de regels kostenverhaal behorend bij dit omgevingsplan zijn op basis van de PPT-criteria kosten voor de volgende bovenwijkse voorzieningen opgenomen: Aanleg Stadsentree Binnen het transformatiegebied is de aanleg van de Stadsentree voorzien. Deze nieuwe verkeersweg dient als hoofdontsluiting voor de te realiseren woningen binnen het transformatiegebied en moet op termijn de huidige invalsweg van de rand van de stad naar het centrum (de Steenwijkerstraatweg) ontlasten. Op 10 oktober 2023 heeft de gemeente Meppel van het Rijk subsidie voor de aanleg van de Stadsentree en het afwaarderen van de Steenwijkerstraatweg ontvangen. Aanvullend heeft de gemeente vanuit de reserves financiële middelen beschikbaar gesteld om de verkeersmaatregelen te financieren. De subsidie van het Rijk en de financiële middelen uit de eigen reserves zijn afdoende om de investering in de Stadsentree te bekostigen.
Alhoewel de Stadsentree een bovenwijkse voorziening is voor de te realiseren activiteiten in het kostenverhaalsgebied is zijn de realisatiekosten van de Stadsentree niet als bovenwijkse voorziening opgevoerd. Rotonde op de N375 Als begin van de stadsentree zal bij de kruising met de provinciale weg (de N375) een rotonde worden gerealiseerd. De verwachting is dat deze rotonde binnen een periode van 10 jaar wordt aangelegd. De rotonde dient tevens ter ontsluiting van de uitbreidingswijk Nieuwveense Landen. Door deze rotonde en het beperken van het aantal kruisingen op de N375 zal de verkeersdoorstroming van de provinciale weg worden verbeterd. Daarvoor dienen wel een aantal aansluitingen vanuit Noordpoort op de N375 (onder andere de uitrit bij Wout Liezen) te worden aangepast. Deze aanpassingen worden eveneens bekostigd vanuit bijdragen van de provincie en het Rijk en worden om die reden niet opgevoerd als bovenwijkse voorziening in het kader van het kostenverhaal in dit omgevingsplan. Recreatieve kadezones Drentse Hoofdvaart Langs de Drentse Hoofdvaart wordt gestreefd naar een combinatie tussen bedrijfs-, woon- en recreatieve functies en openbare ruimte met verblijfsfunctie. Hier kan een grotere diversiteit in gebruik en functie tot uiting komen. Aan beide zijden krijgt de zone langs de Drentse Hoofdvaart grotendeels een openbare functie.
Bij de transformatie van Noordpoort wordt ingezet op het opwaarderen van de kades. Het is de wens dat de kanaalzone als openbare recreatieve (fiets)verbinding krijgt, waarlangs het historisch beeld kan worden beleefd. Inrichting openbare ruimte Uitgangspunt bij de inrichting van de openbare ruimte voor de gemeente is dat de gemeente alleen de doorgaande infrastructuur realiseert. De openbare ruimte in de directe woonomgeving dient door de grondeigenaar/ontwikkelaar geïntegreerd te worden in de plannen bij de ontwikkeling van het bouwplan voor de kavel. Met name geldt dit voor het parkeren, buurt- en blokgroen en de aansluitingen op de doorgaande infrastructuur. Op het volgende figuur staat aangegeven wat door de gemeente beschouwd wordt als doorgaande infrastructuur. Bij de inrichting van de openbare ruimte is uitgegaan van de Beleidsregel bouwen, aanleggen en ruimtelijk inrichten van het Transformatiegebied Noordpoort (oktober 2024) alsmede de regels en deze motivering bij het wijzigingsbesluit van dit omgevingsplan.
69/88
Figuur 7.1 Indicatieve inrichting van het gebied met doorgaande infrastructuur (rode omlijning) Kostenplafond Op basis van de keuzes ten aanzien van de begrenzing van het kostenverhaalsgebied, de bovenwijkse kosten en het, bij de structuur passende, aangenomen grondgebruik voor de inrichting van de openbare ruimte en de doorgaande infrastructuur is het maximum van de globaal te verhalen kosten voor het gehele kostenverhaalsgebied bepaald. Het borgen van een evenwichtige woningverdeling Binnen het kostenverhaalsgebied moet een gedifferentieerd woningbouwprogramma gerealiseerd worden. Met name de realisatie van sociale huurwoningen wordt daarbij als belangrijk gezien. Op het moment dat een bouwplan onvoldoende sociale huurwoningen opneemt in het bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd is het de bedoeling dat deze initiatiefnemer een bijdrage doet het een sociaal vereveningsfonds. De nota sociaal vereveningsfonds wordt vormgegeven om het proportionele aandeel sociale huurwoningen in woningbouwplannen te waarborgen. De oprichting van het sociale vereveningsfonds moet de bouw van sociale huurwoningen stimuleren. Het betreft een afdwingbare financiële bijdragen op grond van artikel 8.21 lid 1, onder e (Omgevingsbesluit).
Op basis van de nota sociale vereveningsfonds dienen initiatieven die niet voldoen aan het minimum percentage sociale huurwoningen een storting te doen in het sociale vereveningsfonds. De hoogte van het bedrag van de storting is afhankelijk van het type woningen die worden gerealiseerd in plaats van het vereisten proportionele aandeel aan sociale huurwoningen. Als een initiatiefnemer meer sociale huurwoningen realiseert dan vereist kan hij een subsidie ontvangen uit het sociale vereveningsfonds. Dit is echter afhankelijk van de beschikbare gelden in het fonds en goedkeuring van het bestuursorgaan. Samenhangende gebiedsontwikkeling Op basis van de geformuleerde ambities en randvoorwaarden uit onder andere het Beeldkwaliteitplan wil de gemeente borgen dat de stedenbouwkundige, ruimtelijke en functionele samenhang in Noordpoort geborgd is. Om die reden dient een initiatiefnemer een integraal
70/88
stedenbouwkundig plan voor het totale ontwikkelveld te overleggen. Bijdragen per activiteit Voor het maximum van de te verhalen kosten per activiteit is uitgegaan van de Nota Grondprijzen 2019 van de gemeente Meppel (Nr. 1317059). Eindafrekening De gemeente Meppel hecht eraan dat het kostenverhaalsgebied volledig ontwikkeld wordt en dat alle grondeigenaren die (her)ontwikkelen meebetalen aan het kostenverhaal ten behoeve van de inrichting van de openbare ruimte. Om die reden is ervoor gekozen dat de eindafrekening opgemaakt wordt op het moment dat alle percelen zijn (her)ontwikkeld dan wel dat alle grondeigenaren schriftelijk hebben aangegeven niet te zullen transformeren in de periode 2025-2035.
Paragraaf 7.4 Het proces van kostenverhaal in het systeem zonder tijdvak Op het moment dat de wijziging van het omgevingsplan onherroepelijk is geworden zijn de regels kostenverhaal van kracht voor alle eigenaren/ontwikkelaars binnen het kostenverhaalsgebied. Daarmee zijn de kaders geschapen voor de berekening van de afdracht kostenverhaal per initiatief. De volgende stap in het proces ban het kostenverhaal is aan de orde op het moment dat een initiatiefnemer een aanvraag omgevingsvergunning indient bij de gemeente, die voldoet aan de open normen van het omgevingsplan en beleidsregels van het ‘Kwalitatief beoordelingskader Transformatiegebied Noordpoort’. Afhankelijk van het initiatief kan de bijdrage kostenverhaal berekend worden op basis van de bijdragen per activiteit, de te realiseren openbare ruimte op het perceel van de initiatiefnemer en de aansluiting op de doorgaande infrastructuur. Dit zal in overleg met de gemeente in het vooroverleg over de omgevingsvergunning afgestemd moeten worden. Op het moment dat sprake is van een ontvankelijke aanvraag omgevingsvergunning dient de gemeente bij de afgifte van de vergunning een geldbeschikking samen te stellen op basis van artikel 13.18 en artikel 13.19 Ow met een overzicht van de kosten waarop de beschikking gebaseerd is. Daarbij dient de gemeente tevens een waardevermeerderingstoets uit te voeren.
In de waardevermeerderingstoets wordt de waarde van het eigendom voor de wijziging van het omgevingsplan (waarde d.d. 1 september 2024) vergeleken met de opbrengst van de grond op basis van het bouwplan. De stap van het berekenen van de afdracht kostenverhaal uitmondend in een geldbeschikking kostenverhaal in combinatie met de afgifte omgevingsvergunning wordt herhaald per ingediende aanvraag totdat alle percelen zijn (her)ontwikkeld dan wel dan wel dat alle grondeigenaren schriftelijk hebben aangegeven niet te zullen transformeren in de periode 2025-2035. Op dat moment dient conform artikel 13.20 Ow een eindafrekening samengesteld te worden.
Paragraaf 7.5 Financieel-economische uitvoerbaarheid Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of het plan op voorhand niet evident financieel onuitvoerbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. De ontwikkelvelden binnen het Transformatiegebied Noordpoort worden voor eigen rekening en risico door initiatiefnemers ontwikkeld. Hierbij geldt dat een deel van de ontwikkeling door de gemeente wordt gefinancierd met de verkregen gelden uit de WBI. Kenmerkend voor de organische ontwikkeling van het gebied is dat er geen concreet eindbeeld binnen een bepaalde tijdsperiode is. De initiatiefnemers in het gebied bepalen zelf binnen de vastgelegde kaders de invulling van de (deel)ontwikkelingen, fasering van de werken, werkzaamheden en maatregelen en looptijd. Een ontwikkeling wordt zodoende pas opgestart zodra hier voldoende (economisch) draagvlak voor is. Wanneer een vergunning voor een ontwikkeling wordt aangevraagd, dient initiatiefnemer aan te tonen dat de aangevraagde ontwikkeling financieel uitvoerbaar is. Daarbij geldt ook dat de kostenverhaalsbeschikking die op basis van de regels kostenverhaal is opgesteld wordt betaald (of dat zekerheid over betaling is geboden).
De gemeente ontwikkelt in de basis enkel het niet-uitgeefbaar gebied (de hoofdinfrastructuur). Hierbij wordt het ontwikkeltempo van de ontwikkelvelden gevolgd. De kosten die de gemeente voor de aanleg van de hoofdinfrastructuur maakt worden volledig op initiatiefnemers binnen het gebied verhaald. Voor wat betreft de aanleg van bovenwijkse voorzieningen geldt deze naar evenredigheid (op basis van de PPT-criteria) op initiatiefnemers binnen het gebied verhaald worden. Aanvullend geldt voor de aanleg van de Stadsentree een subsidie is verkregen en financiële middelen uit de eigen reserves beschikbaar zijn gesteld. Hiermee kan de aanleg (deels) worden gefinancierd. Het resterende bedrag wordt op initiatiefnemers verhaald.
71/88
Hoofdstuk 8 Evaluatie Monitoring en evaluatie zijn belangrijke fundamenten voor wie werkt aan de continue verbetering van de leefomgeving. Monitoringsinformatie helpt om goede besluiten te kunnen nemen over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Ambities in de omgevingsvisie werken door in het omgevingsplan, omgevingsprogramma’s en de vergunningverlening. De omgevingsvisie zelf is nog in ontwikkeling. Hoe monitoring en evaluatie in de nieuwe beleidscyclus een plek krijgen hebben we nog niet bepaald, maar bepalen we met de vaststelling van de omgevingsvisie.
72/88
Hoofdstuk 9 Participatie In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het participatietraject er voor de wijziging van het omgevingsplan uitziet. Welke adviezen zijn gevraagd en uitgebracht. Welke ketenpartners zijn geconsulteerd. Welke andere belanghebbenden zijn op de hoogte gebracht en hoe zag dit traject eruit. Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. De Omgevingswet voorziet in een andere manier van werken en denken, waarbij minder en overzichtelijke regels, ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk centraal staan. De Omgevingswet heeft daarom een uitnodigend karakter, waarbij publieksparticipatie een belangrijke rol speelt. Omdat de Omgevingswet uitnodigt tot maatwerk is in de wet opgenomen dat participatie onderdeel wordt van ruimtelijke processen. Op deze manier wordt ingezet op een integrale afweging, waarbij de verschillende belangen en afwegingen worden meegenomen. De verwachting is dat participatie bijdraagt aan draagvlak en kortere juridische procedures. Goede participatie is zo georganiseerd dat het bijdraagt aan de kwaliteit van het openbaar bestuur en de betrokkenheid van de inwoners e.a. bij het bestuur. Participatie moet tijdig en zorgvuldig plaatsvinden. In de Omgevingswet is daaraan toegevoegd dat “eenieder” moet kunnen reageren op en meedenken aan plannen, in plaats dus van alleen direct belanghebbenden.
Randvoorwaarden Participatie is een onderwerp dat vele verschillende mogelijkheden kent. Waar het ene plan zich uitstekend leent voor participatie, is dat met een ander plan in het geheel niet het geval. Voor het goed uit kunnen voeren van participatie geldt een aantal randvoorwaarden: 1. De gemeente is open en transparant over de participatiemogelijkheden. Vooraf wordt gecommuniceerd of en in hoeverre het nieuwe beleid, het project, het vraagstuk of het initiatief ruimte biedt voor participatie. Zo weten betrokken partijen waar ze aan toe zijn en heeft eenieder aan de voorkant weet van het speelveld en de eventuele beperkingen. 2. Het onderwerp moet geschikt én van belang zijn voor individuele inwoners, ondernemers en/of verenigingen. Voor deze doelgroepen moet de vraag helder en begrijpelijk geformuleerd worden. 3. We moeten minimaal voldoen aan de wettelijke eisen: vastgesteld participatiebeleid, motiveringsplicht en kennisgeving. 4. Er moet voldoende tijd zijn om een goed participatietraject te doorlopen. 5. Vooraf moet inzichtelijk zijn of er capaciteit en financiële middelen zijn om een gedegen participatietraject te doorlopen. Als aan deze voorwaarden niet voldaan kan worden, moet de vraag gesteld worden of het raadzaam is een participatietraject in te zetten.
Uitgangspunten Participatie is maatwerk, maar we hanteren wel een aantal uitgangspunten: • kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit, niet alles wat in de gemeente gebeurt leent zich voor participatie; • de mate van invloed die we inwoners, ondernemers en instellingen creëren, is afhankelijk van de participatiemogelijkheden die een initiatief bieden. Dit kunnen we toetsen; • hoe meer het over de directe leefomgeving gaat, hoe meer invloed we inwoners en ondernemers creëren; • wanneer het over specifieke thema’s of locaties gaat, zorgen we ervoor dat directe belanghebbenden betrokken zijn; • we kiezen een methodiek die houvast biedt bij het ontwerpen van de participatietrajecten. De methodiek is een handreiking, geen keurslijf; • het proces is transparant, alle betrokkenen kunnen over dezelfde informatie beschikken; • de informatie is helder en toegankelijk: iedere betrokkene kan de informatie lezen en begrijpen. De gemeente krijgt veel vrijheid om het participatiebeleid vorm te geven. Dat biedt kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee. Participatie is een containerbegrip, er zijn veel zaken die je daaronder kunt scharen. Dat maakt dat het belangrijk is om helder te formuleren hoe we participatie zien, hoe en wanneer we het in willen zetten en wie wij daarbij betrekken. We zien participatie als volgt: 1.
We werken samen met inwoners, ondernemers en instellingen aan initiatieven en voeren deze uit. Daarnaast is het mogelijk participatie toe te passen bij het evalueren van beleid. Het initiatief hiervoor ligt bij de gemeente. 2. We geven ruimte aan initiatieven uit de samenleving, het initiatief hiervoor ligt bij inwoners, ondernemers of instellingen. Of de gemeente Meppel nu initiatief neemt, of het initiatief vanuit de samenleving komt: het vraagt om overleg tussen college, gemeenteraad, inwoners, ondernemers en instellingen (of een aantal hiervan) over wie welke rol en verantwoordelijkheid heeft. De gemeenteraad kan bijvoorbeeld overwegen om vooraf kaders te stellen en later in het besluitvormingsproces een controlerende, volksvertegenwoordigende of verbindende rol te nemen. Tijdens het besluitvormingsproces worden de belangen van Meppelers afgewogen en we verwachten van de initiatiefnemer, en daarmee dus ook van onszelf in die rol, een zorgvuldige afweging waarbij de omgeving wordt betrokken én geraadpleegd. Doorwerking Omgevingsplan De gemeente bepaalt de mate van participatie voor het Omgevingsplan aan de hand van bovengenoemde randvoorwaarden. Hieronder wordt toegelicht wat dit betekent voor het omgevingsplan. RANDVOORWAARDEN Open en transparant De gemeente geeft aan in hoeverre er voor dit omgevingsplan participatiemogelijkheden zijn.
De gemeente houdt hierbij vooralsnog vast aan de inspraakverordening. Dat betekent dat het omgevingsplan als voorontwerp ter inzage wordt gelegd, waar een ieder op kan reageren. Voor Noordpoort is het voorontwerp overgeslagen (dit heeft de raad in december 2023 besloten in de vastgestelde Nota van uitgangspunten). Ruimte voor participatie Bij Binnenstad-Centrumschil is beperkte ruimte voor participatie. Het betreft een nagenoeg beleidsneutrale overzetting van bestaand beleid en regelgeving van het ene instrument naar een nieuw instrument. Er verandert daarom in de praktijk vrijwel niets. Uitzondering hierop vormt het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Binnenstad-Centrumschil en de beeldbepalende panden. Hierover heeft afstemming plaatsgevonden met Stichting Oud Meppel en andere cultuurhistorische organisaties. Voor Noordpoort is het anders, dat is een gebiedsontwikkeling, hiervoor is een uitgebreid participatietraject doorlopen. Geschikt onderwerp voor inwoners, ondernemers en/of verenigingen? Omdat de wijziging van het omgevingsplan een beleidsmatig zoveel als mogelijk neutrale overzetting is, heeft de omzetting een voornamelijk technisch-juridisch karakter. Voor de rechtspositie van onze inwoners verandert er weinig. Datzelfde geldt voor ondernemers.
Voor enkele verenigingen is een enkel onderwerp binnen deze overzetting wel interessant, omdat hier in beperkte mate wel wat verandert. Voor onze ketenpartners geldt hetzelfde. Zij krijgen net als gemeenten te maken met nieuwe wetgeving en is deze overzetting wel interessant op voor hun relevante vakgebieden. Voldoende tijd voor participatie Met de ingang van de omgevingswet worden alle huidige bestemmingsplannen van rechtswege omgezet in het Omgevingsplan. Voor deelgebied Binnenstad-Centrumschil is dit vertaald naar de nieuwe vorm zoals is opgenomen in dit wijzigingsbesluit. De gemeente heeft het voorontwerp en het ontwerp voor zes weken ter inzage gelegd waarop een ieder kan reageren. Naar alle adressen van de beeldbepalende panden is ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp een brief gestuurd over de aanwijzing. Capaciteit, tijd en geld Er is voldoende capaciteit, tijd en geld voor de beoogde beperkte participatie. VERDIEPING Doel van de participatie Brede participatie is bij dit voorontwerp niet het doel, omdat er weinig verandert voor onze inwoners en ondernemers. Het doel is voornamelijk om
73/88
deze eerste versie van de wijziging van het omgevingsplan te optimaliseren. Dit is immers de eerste keer dat de gemeente een wijziging van het omgevingsplan opstelt. We testen graag intern en extern of het omgevingsplan goed werkt. We willen dus graag met deskundigheid van betrokkenen het omgevingsplan optimaliseren. Het doel is in tweede plaats om onze inwoners op hoofdlijnen te informeren over het plan. Verantwoordelijkheid participatie De gemeente is verantwoordelijk voor het proces van de participatie. Het betreft een wettelijke verplichting die gemeenten moeten uitvoeren. Betrokkenen We hebben bij dit proces voornamelijk deskundigen betrokken. Het gaat om in ieder geval de Omgevingsdienst Drenthe (ODD), Veiligheidsregio Drenthe (VRD), Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD), Provincie Drenthe, Gemeentelijke Gezondheidsdienst Drenthe (GGD) en eventueel bedrijven die gebruik gaan maken van de regels. Daarnaast betrekken we onze inwoners en ondernemers in Binnenstad, Centrumschil en Transformatiegebied Noordpoort. De uitkomsten De uitkomsten van de participatie zijn meegewogen en gebruikt voor een verbetering van het omgevingsplan. Voor zo ver mogelijk hebben we de inbreng dus meegenomen in het omgevingsplan. Het gaat om de treden “raadplegen” en “adviseren” op de participatieladder. STARTNOTITIE We stellen geen startnotitie participatie voor de gemeenteraad op.
De rechtspositie van onze inwoners verandert in principe niet, alleen de juridische regels en de wettelijke basis verandert. Dit plan maakt dus geen nieuwe ontwikkeling mogelijk, alleen een omzetting naar aanleiding van de invoering van de Omgevingswet. Voor Noordpoort is dit anders, daar is een uitgebreider participatietraject doorlopen. PARTICIPATIEPLAN We hebben gerichte gesprekken gevoerd met de deskundigen. Daarnaast hebben we een algemene inloopavond voor onze inwoners georganiseerd. Verder hebben we via onze mediakanalen aangekondigd dat het voorontwerp en het ontwerp ter inzage heeft gelegen. Afgezien van deze participatie is er vooroverleg met de ketenpartners geweest. Noordpoort betreft wel een ontwikkeling met een uitgebreid participatietraject met betrokken partijen in en om het gebied. Het participatieverslag voor Binnenstad-Centrumschil en Noordpoort is als bijlage bij deze motivering gevoegd.
74/88
Hoofdstuk 10 Advies Het formele adviesrecht is in de Omgevingswet geregeld in artikel 16.15, tweede lid. Op basis van dit artikel kan in het omgevingsplan een adviesrecht aan een bestuursorgaan of een andere instantie worden toegekend. Dit is alleen mogelijk als het een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit betreft. Voor een aantal gevallen is met deze wijziging van het omgevingsplan een adviesrecht opgenomen in de regels: • een gemeentelijke monumentenactiviteit is een omgevingsplanactiviteit. Op basis van de artikelen 17.9 en 16.15a van de Omgevingswet en artikel 4.22 van het Omgevingsbesluit adviseert de gemeentelijke adviescommissie over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument. Het verdient aanbeveling dat deze commissie in navolging hiervan zich ook buigt over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een gemeentelijke monumentenactiviteit. Dit is in het omgevingsplan geregeld en is gekoppeld aan de vergunningplicht; • hetzelfde geldt voor beeldbepalende panden; • en hetzelfde geldt voor provinciale monumenten. Op grond van de instructieregels in de omgevingsverordening zijn Gedeputeerde Staten (GS) adviseur voor de omgevingsvergunning voor de provinciale monumentenactiviteit.
Hier is niet de gemeentelijke adviescommissie adviseurs, maar GS; • in het omgevingsplan is voor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht geregeld dat de gemeentelijke adviescommissie advies geeft als er gebouwd wordt in de omgeving van die monumenten. In deze gebieden geldt een vergunningplicht waaraan adviesrecht is verbonden. Dit geldt ook voor de omgeving van monumenten, deze valt grotendeels samen met het Rijksbeschermd gezicht en het gemeentelijk beschermd gezicht; • voor de twee molens in Meppel is de molenaar adviseur als er een omgevingsvergunning wordt verleend voor activiteiten in de molenbiotopen; • als in een gebied met archeologische waarden een vergunningaanvraag wordt ingediend en een archeologisch rapport bij de aanvraag wordt gevoegd, dan is een archeologisch deskundige adviseur bij de omgevingsvergunning; • voor bouwaanvragen in Binnenstad-Centrumschil is de Adviescommissie Ruimtelijke kwaliteit adviseur; • voor bouwaanvragen in Noordpoort is de stadsbouwmeester die is aangewezen voor dat gebied adviseur.
75/88
Bijlage Akoestisch onderzoek weg- en industrielawaai Noordpoort Meppel Bijlage: Akoestisch onderzoek weg en industrielawaai Noordpoort Meppel
76/88
Bijlage Lijst panden bouwhistorische verwachting Meppel Bijlage: Lijst panden bouwhistorische verwachting Meppel
77/88
Bijlage Mer beoordeling Omgevingsplan Meppel Noordpoort Bijlage Mer beoordeling Omgevingsplan Meppel Noordpoort
78/88
Bijlage Mobiliteitsprogramma van eisen Noordpoort Bijlage: Mobiliteitsprogramma van eisen Noordpoort
79/88
Bijlage Notitie verkenning warmteconcepten voor Noordpoort Bijlage: Notitie verkenning warmteconcepten voor Noordpoort
80/88
Bijlage Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking Noordpoort Bijlage: Onderbouwing ladder voor duurzame verstedelijking Noordpoort
81/88
Bijlage Quickscan flora en fauna Noordpoort Bijlage: Quickscan flora en fauna Noordpoort
82/88
Bijlage Stikstofberekening Noordpoort Meppel 06112024 Bijlage: Stikstofberekening Noordpoort Meppel 06112024
83/88
Bijlage Toelichting gemeentelijk beschermd stadsgezicht Binnenstad en Centrumschil Meppel Bijlage: Toelichting gemeentelijk beschermd stadsgezicht Binnenstad en Centrumschil Meppel
84/88
Bijlage Trillingsonderzoek nieuw aan te leggen brug Stadsentree Bijjlage: Trillingsonderzoek nieuw aan te leggen brug Stadsentree
85/88
Bijlage Waterhuishoudings en klimaatadaptatieplan Noordpoort Bijlage: Waterhuishoudings en klimaatadaptatieplan Noordpoort
86/88
Bijlage Participatieverslagen Bijlage: Participatieverslag Binnenstad, Centrumschil en Noordpoort
87/88
88/88