2. Motivering wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Meppel voor deelgebieden Binnenstad en Centrumschil & Noordpoort
Tekst van het document
27/88
Hoofdstuk 4 Regelanalyse en beleid Paragraaf 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de wijziging getoetst aan de regels die het Rijk heeft opgenomen in de AMvB’s en de provincie Drenthe in de omgevingsverordening. Tevens wordt beschreven welke instructieregel overgenomen en/of uitgewerkt dient is in het omgevingsplan.
Paragraaf 4.2 Rijksbeleid en regels Subparagraaf 4.2.1 Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, en er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI is een aantal aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: a.
ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; b. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; c. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; d. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren 4 opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: • De Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland (regio Zwolle) is een omgevingsagenda opgesteld, waar gemeente Meppel deel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. • De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Regio Zwolle doet dat sinds juni 2021 vanuit haar status als NOVI-gebied. Deze speciale positie in de Nationale Omgevingsvisie heeft de regio verworven vanwege de mogelijkheden die we te bieden hebben op het gebied van klimaatadaptie en water.
Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat het voorliggende in overeenstemming is met de NOVI.
Subparagraaf 4.2.2 Omgevingswet Zoals al eerder is aangegeven is de Omgevingswet de grondslag voor het opstellen van deze wijziging van het omgevingsplan. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Het gaat daarbij onder andere om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur: • Omgevingsbesluit: hierin staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering, en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). • Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): hierin stelt het Rijk algemene regels bij activiteiten in de fysieke leefomgeving. In het Bal staat ook of voor die activiteiten een melding of omgevingsvergunning nodig is. Algemene rijksregels die gelden voor diverse activiteiten zijn in dit besluit opgenomen. Het Bal is direct gericht op burgers en bedrijven. • Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl): dit besluit bevat regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor gemeenten, provincies en waterschappen voor het vaststellen van omgevingsverordeningen, omgevingsplannen en waterschapsverordeningen.
• Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl): dit besluit bevat met name regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk. En over het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden. Het Bbl is vooral gericht op burgers of bedrijven. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de inhoud van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Nagegaan wordt welke omgevingswaarden, instructie- en beoordelingsregels relevant zijn voor de deelgebieden Binnenstad-Centrumschil en Transformatiegebied Noordpoort en welke daarvan een doorvertaling verdienen in de planregels.
Subparagraaf 4.2.3 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) De regels van het Bal zijn afkomstig uit een tiental AMvB’s en wetten. In het Bal stelt het Rijk algemene regels voor de volgende activiteiten: • • • •
28/88
Milieubelastende activiteiten Activiteiten in of bij waterstaatswerken in beheer bij het Rijk Activiteiten rond rijkswegen, spoorwegen en luchthavens Activiteiten die de natuur raken
• • • • • •
Activiteiten die cultureel erfgoed of werelderfgoed raken Landinrichtingsactiviteiten Gelegenheid bieden tot zwemmen en baden in een badwaterbassin Wateronttrekking voor industriële toepassingen en voor de drinkwatervoorziening Ontgrondingsactiviteit op land en regionale wateren Lozingsactiviteit van schepen
In het Bal wordt in hoofdstuk 2 voor de bovengenoemde activiteiten het bevoegde gezag aangewezen. In hoofdstuk 3 worden de hoofdcategorieën van de milieubelastende activiteiten benoemd én worden de procedureregels (meldingsplicht, vergunningsplicht, bevoegd gezag) vastgesteld. In hoofdstuk 4 worden voor deze hoofdcategorieën en daarbij behorende nevengeschikte milieubelastende activiteiten de gedragsregels vastgesteld. Daarnaast zijn in het Bal regels opgenomen over thematische onderwerpen zoals bodem, luchtkwaliteit en industrielawaai; activiteiten bij rijkswaterstaatswerken en -infrastructuur; activiteiten die de natuur beïnvloeden, en overige activiteiten van nationaal belang. Het is onder voorwaarden toegestaan aanvullend op de regels uit het Bal regels in het omgevingsplan op te nemen. Daarnaast is het toegestaan om in het omgevingsplan onder beperkingen af te wijken van de regels uit het Bal. Hoofdregel daarbij is dat deze decentrale regels geen verruiming mogen inhouden ten opzichte van het beschermingsniveau dat het Bal biedt. In het Bal wordt aangegeven aan welke regels met name de zwaardere milieubelastende activiteiten moet voldoen en bevat regels voor locatie specifieke en onderwerp specifieke activiteiten.
Het Bal voor een aantal milieubelastende activiteiten binnen daarbij aangegeven grenzen de mogelijkheid om af te wijken van de daarop op grond van het Bal van toepassing zijde Rijksregels. Hiervoor mogen in het omgevingsplan maatwerkregels worden opgenomen. Voor de milieubelastende activiteiten waarvoor in het Bal Rijksregels zijn opgenomen, mogen uiteraard aanvullende regels in het omgevingsplan worden opgenomen, zolang deze maar geen afbreuk doen aan het beschermingsniveau dat met het Bal wordt geboden. Uitwerking Bal-regels van toepassing op Binnenstad-Centrumschil Binnen het deelgebied Binnenstad-Centrumschil zijn de volgende milieubelastende activiteiten die binnen de werkingssfeer van het Bal vallen in bedrijf: • • • • • • • • •
tenminste één bodemenergiesysteem (§ 3.2.6 Bal) opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking (§ 3.2.9 Bal) graven in de bodem onder, gelijk aan en boven de interventiewaarde (§ 3.2.21 en 3.2.22 Bal) saneren van de bodem (§ 3.2.23 Bal) toepassen van bouwstoffen (§ 3.2.25 Bal) toepassen van grond of baggerspecie (§ 3.2.26 Bal) chemische wasserij (§ 3.7.2 Bal) onderhoud van de openbare ruimte (§ 3.7.7 Bal) garagebedrijf (§ 3.8.4 Bal)
De regels uit het Bal die op deze activiteiten van toepassing zijn, bieden waarborg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving op gebied van het doen van lozingen, de kwaliteit van de bodem, het energieverbruik, de veiligheid, de waterkwaliteit, het beperken van het ontstaan van afval en de kwaliteit van de buitenlucht. Alle overige thema’s van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving zullen met regels in het omgevingsplan moeten worden gereguleerd. Het merendeel van deze regels zijn in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan opgenomen. Aanvullend hierop zijn regels in hoofdstuk 10 van het omgevingsplan opgenomen. Uitwerking Bal-regels Transformatiegebied Noordpoort Met de wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meppel voor de transformatie van Noordpoort naar een woongebied met 972 woningen, wordt het bestaande bedrijfsmatige gebruik tijdelijk gemaakt. De bedrijfsmatige activiteiten blijven dan voor een eindige periode toegestaan binnen het deelgebied. Voor deze eindige periode staat het omgevingsplan dus binnen het deelgebied een groot aantal milieubelastende activiteiten toe. In het volgende overzicht wordt hiervan een bloemlezing gegeven: • • • • • • • • •
energiegebruik bij gebouwen (§ 3.2.0 Bal) stookinstallatie (§ 3.2.1 Bal) opslagtank voor gassen (§ 3.2.7 Bal) opslag van gevaarlijke stoffen in verpakking (§ 3.2.9 Bal) metaalproductenindustrie (§ 3.4.4 Bal) scheepswerven (§ 3.4.11 Bal) voorzieningen voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken (§ 3.7.10 Bal) garage, autoschadeherstelbedrijf, autowasstraat en carrosseriebouw (§ 3.8.4 Bal) jachthaven (§ 3.9.3 Bal).
Ook voor deze milieubelastende activiteiten geldt dat de regels uit het Bal die op deze activiteiten van toepassing zijn, waarborg bieden voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving op gebied van het doen van lozingen, de kwaliteit van de bodem, het energieverbruik, de veiligheid, de waterkwaliteit, het beperken van het ontstaan van afval en de kwaliteit van de buitenlucht. Alle overige thema’s van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving zullen met regels in het omgevingsplan moeten worden gereguleerd. Het merendeel van deze regels zijn in hoofdstuk 22 van het omgevingsplan opgenomen. Aanvullend hierop zijn regels in hoofdstuk 11 van het omgevingsplan opgenomen.
Subparagraaf 4.2.4 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Het Bkl richt zich op bestuursorganen en geeft inhoudelijke normen waaraan zij hun taken en bevoegdheden, onder andere bij het opstellen van omgevingsplannen, omgevingsverordeningen, waterschapsverordeningen en het vaststellen van omgevingsvergunningen en projectbesluiten. In hoofdstuk 5 van het Bkl zijn de instructieregels opgenomen die de gemeente bij het opstellen van het omgevingsplan in acht moet nemen. Deze instructieregels kunnen worden opgevat als de minimale vereisten waaraan een omgevingsplan in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet voldoen. Deze instructieregels richten zich op de volgende thema's: Paragraafnr.
Inhoud
Onderwerp
§5.1.1
Algemene bepalingen
Dienstenrichtlijn
§5.1.2
Waarborgen van de veiligheid
(Externe) veiligheid
§5.1.3
Beschermen van de waterbelangen
Waterkwaliteit en veiligheid
§5.1.4
Beschermen van de gezondheid en van het milieu Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel
Lucht, geluid, trillingen, windturbines, bodem, geur Ladder duurzame verstedelijking, Cultureel erfgoed, werelderfgoed
§5.1.5
29/88
§5.1.6 §5.1.7
§5.1.8 §5.2
erfgoed Behoud van ruimte voor toekomstige functies Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen De uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving
Autowegen, buisleidingen Landsverdediging en nationale veiligheid, radar, vliegroutes, elektriciteit, vaarwegen, woningbouwcategorieën Voor personen met een functiebeperking Lijstaanhef... • Voorkomen belemmeringen gebruik en beheer hoofdspoorwegen en rijkswegen • Lozen industrieel afvalwater in openbaar vuilwaterriool onder voorwaarden (voldoen aan gestelde eisen) • bebouwingscontour jacht, bebouwingscontour houtkap
§5.3
Ontheffingsmogelijkheden van instructieregels omgevingsplan
Analyse deelgebied Binnenstad-Centrumschil In deze wijziging voor deelgebied Binnenstad-Centrumschil zijn regels opgenomen met het doel om aan deze instructieregels te voldoen. De verschillende thema’s zijn uitgewerkt in hoofdstuk 6 van deze motivering. Voor het deelgebied Binnenstad-Centrumschil zijn de volgende instructieregels van toepassing: • • • • • •
paragraaf 5.1.2, waarborgen van de veiligheid paragraaf 5.1.4.2, geluid door activiteiten paragraaf 5.1.4.5, bodemkwaliteit paragraaf 5.1.4.6, geur paragraaf 5.1.5, beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed paragraaf 5.1.8, bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor personen
In van deze motivering is beschreven op welke manier deze thema’s zijn uitgewerkt in de planregels van het omgevingsplan van de gemeente Meppel. Analyse deelgebied Transformatiegebied Noordpoort Voor Noordpoort zijn de volgende instructieregels van toepassing: • • • • • • • •
paragraaf 5.1.2 waarborgen van de veiligheid paragraaf 5.1.3 beschermen van de waterbelangen paragraaf 5.1.4.2 geluid door activiteiten paragraaf 5.1.4.4 trillingen paragraaf 5.1.4.5 bodemkwaliteit paragraaf 5.1.4.6 geur paragraaf 5.1.5 beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed paragraaf 5.1.8 bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor personen
In hoofdstuk 6 van deze motivering is beschreven op welke manier deze thema’s zijn uitgewerkt in de planregels van het omgevingsplan.
Subparagraaf 4.2.5 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Het Bbl bevat rechtstreeks werkende, algemene rijksregels over activiteiten die betrekking hebben op bouwwerken, zoals gebruik, bouwen en slopen, maar ook over aspecten als veiligheid, duurzaamheid en gezondheid. Met de Omgevingswet wordt de omgevingsvergunning voor bouwen in een technisch en ruimtelijk deel gescheiden. Dit is de zogenoemde knip. Dat maakt dat de activiteit bouwen feitelijk uit twee afzonderlijke activiteiten bestaat: de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Het Bbl regelt de technische aspecten van een bouwwerk. Daarbij biedt het Bbl ruimte om in het omgevingsplan op twee thema’s maatwerkregels in het omgevingsplan op te nemen: • op het gebied van de bruikbaarheid van gebouwen (aanwezigheid en afmetingen van verblijfsgebieden en -ruimten, afdeling 4.5 Bbl), • afwijken van het aantal personen in gebouwen waarboven een melding moet worden gemaakt van het starten van het gebruik van gebouwen (afdeling 6.7 Bbl). Voor het overige kunnen er in het omgevingsplan geen regels worden opgenomen die afwijkingen toestaan van de bouwtechnische regels van het Bbl. Wel kunnen er regels in het omgevingsplan worden opgenomen op gebied van de technische bouwactiviteit, aanvullend op de regels uit het Bbl; bijvoorbeeld over onderwerpen die in het Bbl niet zijn geregeld.
Het ruimtelijke deel van de bouwactiviteit wordt in het geheel met de regels uit het omgevingsplan geregeld. De technische bouwactiviteit Deze activiteit gaat over de toets van een aanvraag aan de regels voor de technische bouwkwaliteit uit het Bbl. Denk bijvoorbeeld aan de constructieve veiligheid van een bouwwerk. Het is niet mogelijk af te wijken van de regels over de technische bouwactiviteit uit het Bbl in het omgevingsplan. De omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk Deze activiteit gaat over de toets van het bouwen van een bouwwerk voor het ruimtelijk bouwen, het in stand houden en het gebruiken van een bouwwerk aan het omgevingsplan. Deze omgevingsplanactiviteit bestaat dus uit het juridisch mogelijk maken van de feitelijke bouwactiviteit. Hierbij gaat het onder andere om regels over de beperking van de omvang van het bouwwerk (hoogte, oppervlakte en dergelijke), alsmede om het uiterlijk van een bouwwerk (welstand). Deze regels zijn niet alleen opgenomen in het Bbl, maar staan ook in de Bruidsschat. Van de regels in de Bruidsschat kan worden afgeweken in het omgevingsplan. Door de knip bepaalt de gemeente nu zelf in het omgevingsplan voor welke omgevingsplanactiviteiten een vergunningplicht geldt.
Vergunningvrij bouwen Zowel voor de technische bouwactiviteit als voor de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk, heeft het Rijk vergunningvrije gevallen aangewezen in het Bbl. Hier kan lokaal niet van worden afgeweken. Voor de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk zijn ook vergunningvrije
30/88
gevallen aangewezen in de Bruidsschat. De Bruidsschat werkt hierin aanvullend op het Bbl. Voor deze gevallen kan in het omgevingsplan worden bepaald welke daarvan in het (nieuwe) deel van het omgevingsplan worden opgenomen. Doorwerking in deelgebieden Binnenstad-Centrumschil en Transformatiegebied Noorpoort Binnen de gemeente Meppel wordt het huidige stelsel van vergunningvrij bouwen voortgezet. In het omgevingsplan worden de bouwregels uit de Bruidsschat niet opgenomen in hoofdstuk 22, maar geïntegreerd in de bouwregels. De regels voor vergunningvrij bouwen die gelden voor het Rijksbeschermd stadsgezicht Oud Zuid zijn opgenomen in de Bruidsschat en vanaf deze wijziging in het Hoofdstuk met bouwregels. Voor het aan te wijzen gemeentelijk beschermd stadsgezicht wordt aangesloten op de regels die gelden voor het rijksbeschermd stadsgezicht. Dit is verder uitgewerkt in hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 van deze motivering.
Subparagraaf 4.2.6 Bruidsschat Onder de Omgevingswet zijn veel regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen verhuisd. De wetten en uitvoeringsbesluiten waarin deze regels zijn opgenomen zijn ingetrokken per 1 januari 2024. De bedoeling is dat gemeenten deze regels in het omgevingsplan opnemen. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt en dus deze Rijksregels komen te vervallen, zal het merendeel van de gemeenten geen gemeentedekkend omgevingsplan vastgesteld hebben. De op dat moment van kracht zijnde bestemmingsplannen gaan dan over in een omgevingsplan van rechtswege. De vervallen Rijksregels zijn niet in deze bestemmingsplannen (feitelijk op dat moment omgevingsplannen van rechtswege) opgenomen. Om te voorkomen dat op de activiteiten die het betreft door het vervallen van de Rijksregels geen regels van toepassing zijn, heeft het Rijk deze vervallen regels opgenomen in de zogenoemde Bruidsschat. Deze Bruidsschat maakt deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. De Bruidsschat bevat een groot deel van de vervallen voormalige Rijksregels die zijn geherformuleerd naar het systeem en het woordgebruik van de Omgevingswet. Door opname van de Bruidsschat in het omgevingsplan van rechtswege, wordt voorkomen dat deze regels die nodig zijn voor de fysieke leefomgeving niet meer zouden gelden.
De regels uit de Bruidsschat hebben betrekking op verschillende milieubelastende activiteiten (detailhandel, horeca overige bedrijfsmatige activiteiten) en aanlegactiviteiten. Daarnaast bevat de Bruidsschat regels over bouwen en gebruiken, welstand, cultureel erfgoed en aanvraagvereisten. De Bruidsschatregels zijn ontleend aan onder andere het Activiteitenbesluit, het Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht. De regels zijn beleidsneutraal of beleidsarm overgenomen, de essentie van de regels is niet gewijzigd. Wel zijn de regels zoals gezegd aangepast aan de Omgevingswet. De Bruidsschat is opgenomen in de hoofdstukken 1 en 22 van het omgevingsplan. Schrappen, overnemen of wijzigen De gemeente weegt bij het maken van een omgevingsplan af of deze regels geschrapt, overgenomen of gewijzigd worden en geeft daarmee invulling aan de decentrale afwegingsruimte. Na de transitieperiode vervallen de regels uit de Bruidsschat niet van rechtswege. Dit houdt in dat de Bruidsschat deel blijft uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege. Voorrangsregel In de Bruidsschat is een voorrangsregel opgenomen die regelt welke regel voorgaat bij strijdigheid met andere regels uit het tijdelijk omgevingsplan zoals het bestemmingsplan, een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte of een beheersverordening (zie de opsomming in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet).
In geval van strijdigheid prevaleert de regel uit het tijdelijk omgevingsplan boven de regel uit de Bruidsschat. Regels Bruidsschat en integratie Omgevingsplan Bij het opstellen van de wijziging van het omgevingsplan voor de Binnenstad-Centrumschil zijn de regels uit de Bruidsschat geanalyseerd. Er heeft afstemming plaatsgevonden met de ketenpartner die bij een activiteit betrokken is en er is bekeken welke regels worden geschrapt, dan wel (gewijzigd) overgenomen. Voor de uitwerking per deelgebied worden de regels uit de bruidsschat beoordeeld op strijdigheid met het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en/of lokale regels, zoals het bestemmingsplan uit het tijdelijk deel of een lokale verordening. Deelgebied Binnenstad-Centrumschil De bestaande milieubelastende activiteiten in het plangebied voldoen voor het merendeel aan de regels uit de Bruidsschat en kunnen deze regels in het tijdelijke deel in stand worden gelaten. Op verschillende plekken binnen het deelgebied, maakt het onderliggende bestemmingsplan bedrijfsmatig uitgevoerde milieubelastende activiteiten binnen het overwegende woongebied van de Binnenstad-Centrumschil mogelijk. Door de relatief korte afstand tussen deze bedrijven en omliggende woningen, kan daarbij in veel gevallen niet aan de grenswaarden voor het piekgeluidniveau in de akoestische dagperiode (van 07:00 tot 19:00) worden voldaan.
Omdat deze bedrijven op die locatie al langere tijd zijn gevestigd en niet tot nauwelijks klachten zijn ontvangen, is de gemeente van mening dat hiermee de kwaliteit van de fysieke leefomgeving niet in geding is. Daarom is in hoofdstuk 10 van het Omgevingsplan met de wijziging van het omgevingsplan een regel overeenkomstig artikel 5.65 Bkl in het omgevingsplan opgenomen. Voor dit deel van het te wijzigen omgevingsplan wordt dus artikel 10.7 van het tijdelijke deel ‘uit gezet’. In de paragraaf Geluid (zie paragraaf 6.6) wordt hier nader op ingegaan. Deelgebied Transformatiegebied Noordpoort De gevolgen van milieubelastende activiteiten die in het transformatiegebied worden uitgevoerd, worden voor het merendeel door de regels uit de bruidsschat geregeld. Dit geldt voor zowel de milieubelastende activiteiten van de bestaande bedrijvigheid die onder het overgangsrecht zijn geschaard als voor de nieuwe milieubelastende activiteiten die met de initiatieven in het transformatiegebied worden geïntroduceerd. De bestaande milieubelastende activiteiten zullen op grond van het overgangsrecht binnen 10 jaar na het in werking treden van de wijziging van het omgevingsplan worden beëindigd. In de periode van transformatie kunnen daarbij situaties optreden waarin de nieuwbouw op relatief korte afstand van bestaande bedrijfsmatige activiteiten wordt gerealiseerd.
Daarbij kan het zo zijn dat werkzaamheden die al op het moment van het van kracht worden van het nieuwe deel van het omgevingsplan werden uitgevoerd, opeens in strijd zijn met de regels uit de bruidsschat. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het dichtslaan van portieren die tot een overschrijding van de grenswaarden voor piekgeluiden uit de bruidsschat zorgen. De bestaande bedrijven zouden hierdoor, voor de duur dat zijn nog in werking zijn, worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Dit staat naar de mening van de gemeente Meppel haaks op het uitgangspunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De bestaande bedrijven hebben immers bestaande rechten wat betreft de gebruiksruimte die nodig is voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Daarom heeft de gemeente Meppel in de planregels een ‘eerbiedigende werking’ voor deze bedrijfsmatige activiteiten opgenomen. Als door oprukkende woningbouw strijdigheid ontstaat met de regels uit de bruidsschat, dan zijn deze regels voor de duur dat het bedrijf nog werkzaam is in het transformatiegebied, niet op de betreffende milieubelastende activiteit van toepassing. Er is dan weliswaar voor beperkte duur sprake van een hogere belasting dan het beschermingsniveau dat de bruidsschat beoogt te bieden, maar omdat dit voor beperkte tijd is, is dit naar de mening van de gemeente Meppel aanvaardbaar.
Paragraaf 4.3 Provinciaal beleid en regels Subparagraaf 4.3.1 Provinciale Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Drenthe is op 3 oktober 2018 vastgesteld door Provinciale Staten. De Omgevingsvisie vormt het strategisch kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de provincie. De Omgevingsvisie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijk domein. De Omgevingsvisie heeft met name een interne binding, wat betekent dat de provincie Drenthe bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden aan de Omgevingsvisie gebonden is. Wel zijn afwijkingen mogelijk, mits binnen de wettelijke kaders en zolang de ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie niet worden aangetast. De provincie stelt zich tot doel de Drentse kernkwaliteiten te waarderen en een bruisend Drenthe te ontwikkelen, passend bij deze kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit het landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. Onder een ‘bruisend Drenthe’ wordt
31/88
een provincie verstaan: ’waarin het goed wonen en werken is en waar voor jong en oud veel te beleven valt.’ Een provincie waar ondernemerschap, cultuur en sport floreren. Deze doelstelling laat zien dat de provincie streeft naar ruimtelijke kwaliteit, door nieuwe ontwikkelingen en bestaande kwaliteiten in samenhang te bezien. Zorgvuldig ruimtegebruik In Drenthe kunnen mensen nog ruimte beleven. Dat wil de provincie bewaken, ook wanneer er nieuwe ontwikkelingen zijn. Zorgvuldig ruimtegebruik is van provinciaal belang. Gebied specifieke ambities Specifiek voor Meppel is een kernkwaliteit met bijbehorende ambitie vastgelegd in de Omgevingsvisie. Meppel ligt in een gebied met een waaier van waterlopen waartussen de randveenontginningen liggen met hun bebouwingslinten. Waar de waterlopen samenkomen heeft Meppel zich vanaf de middeleeuwen ontwikkeld als handelsstad en doorvoerhaven.
Voor Meppel gelden de volgende kenmerken: • vormende middeleeuwse water- en wegenlopen in het centrum grotendeels aanwezig en herkenbaar; • de Drentse Hoofdvaart buiten Meppel als sterke zelfstandige beelddrager met haar sluizencomplex en aanverwante bebouwing; • de bebouwingsstructuren in het centrum veelal functioneel gekoppeld aan de markt- en havenfunctie, waarbij hoge verwachtingen van interne en ondergrondse sporen van de middeleeuwse stad; • villawijken en -park, tuinwijken en havenbebouwing uit de periode 1860-1940 als representanten van de economische bloei en van stedenbouwkundige concepten uit die tijd. De provincie speelt op deze kenmerken in door middel van de volgende ambities: • het versterken van het karakter van de Drentse Hoofdvaart als beelddrager van een ensemble van kanaal, sluis- en brugcomplexen en gerelateerde bebouwing; • het herkenbaar houden van de historische kern van Meppel als markt- en handelsstad, zowel bovengronds als ondergronds, met alle elementen die daaraan refereren, zoals bebouwingsstructuren, waterlopen, pleinen en parken.
Subparagraaf 4.3.2 Provinciale Omgevingsverordening 2024 De Provinciale Omgevingsverordening is voor het laatst gewijzigd op 15 februari 2024. De Provinciale Omgevingsverordening (POV) is een instrument om het omgevingsbeleid uit te kunnen voeren. Het omgevingsbeleid omvat vele aspecten, onder andere ruimtelijke ontwikkeling, duurzame energie, bodemsanering, bescherming van het grondwater en verkeer en vervoer. In de POV zijn met betrekking tot deze onderwerpen regels gesteld. Soms hebben deze regels betrekking op gemeenten of waterschappen, maar soms zijn deze regels ook rechtstreeks van toepassing op het handelen van burgers. In de POV zijn onder meer regels opgenomen over de uitvoering van het provinciale ruimtelijke omgevingsbeleid, natuurbescherming, bodembeheer, grondwater, stiltegebieden, ontgrondingen, het thema water, provinciale infrastructuur, zwemwater, provinciale monumenten en handhaving en toezicht. Voor het deelgebied Noordpoort en het deelgebied Binnenstad-Centrumschil worden onderstaand de verschillende thema's uit de Provinciale Omgevingsverordening behandeld die van toepassing zijn op deze gebieden. Doorwerking deelgebied Binnenstad-Centrumschil In de POV zijn instructieregels opgenomen over provinciale monumenten. In de binnenstad en de centrumschil staan provinciale monumenten.
Op grond van artikel 13.1 van de POV moet in de regels van het omgevingsplan van de gemeente Meppel een verbod worden opgenomen om een voorbeschermd provinciaal monument te slopen, vernielen, beschadigen, verplaatsen of anderszins te wijzigen. Bovendien met in het omgevingsplan een regel worden opgenomen die gebiedt dat het monument deugdelijk wordt onderhouden. In het omgevingsplan moet voor het slopen, beschadigen, verplaatsen of wijzigen van een provinciaal monument een vergunningplicht worden opgelegd. Met de regels over monumenten en cultureel erfgoed die met deze wijziging in het omgevingsplan worden opgenomen, is uitvoering gegeven aan deze instructieregel. Daarnaast gelden de regels over natuurbescherming en grondwaterbescherming uit de POV. Deze regels vragen niet om uitwerking in het omgevingsplan. Doorwerking deelgebied Transformatiegebied Noordpoort In de POV is in artikel 3.8 bepaald dat in een omgevingsplan bij de vaststelling daarvan uiteen wordt gezet hoe de met de wijziging van het omgevingsplan beoogde ontwikkeling past binnen de strategische opgaven die op de kaart Strategische Opgaven 2030 van de Omgevingsvisie zijn vastgelegd. Deze kaart maakt geen deel meer uit van de Omgevingsvisie 2022 van de provincie Drenthe. Daarom kan de transformatie van Noordpoort niet aan deze strategische opgaven worden getoetst.
Het transformatiegebied is aangewezen als bestaand stedelijk gebied. Op grond van de POV mag in het omgevingsplan alleen nieuwe detailhandel worden toegestaan binnen of direct in aansluiting op het centrumgebied. Noordpoort sluit aan op het centrumgebied, zodat de POV zich niet tegen de vestiging van detailhandel in het transformatiegebied verzet. Daarnaast gelden de regels over natuurbescherming en grondwaterbescherming uit de POV binnen het transformatiegebied. Voor activiteiten op, aan of bij de N375 geldt op grond van de POV een specifieke zorgplicht. Deze regels vragen niet om een uitwerking in het omgevingsplan.
Paragraaf 4.4 Gemeentelijke regels Subparagraaf 4.4.1 Verordening fysieke leefomgeving In Meppel is door de raad een Verordening fysieke leefomgeving (VFL) vastgesteld voor de onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die moeten en mogen worden opgenomen in het omgevingsplan. De regels uit de VFL worden naar verwachting in 2026 als wijziging van het omgevingsplan voor het gehele gemeentelijk grondgebied opgenomen in het omgevingsplan Meppel. Voor ontwikkelingen betekent dit dat de regels of nog zijn opgenomen in de VFL of al in het omgevingsplan. Alleen als het voor een ontwikkeling nodig is om de verordeningsregels aan te passen wordt dit meegenomen bij de betreffende wijziging van het omgevingsplan. In dat geval is er sprake van maatwerk, uitgangspunt is dat de verordeningsregels ook van toepassing zijn op de ontwikkeling. In de motivering van het omgevingsplan wordt beschreven hoe om wordt gegaan met deze regels en of de ontwikkeling hier binnen past. Als een ontwikkeling niet past binnen de regels, kan in sommige gevallen worden afgeweken. Hierbij geldt dat is gemotiveerd en/of onderzocht en goedgekeurd door de gemeente Meppel. Doorwerking deelgebied Binnenstad-Centrumschil In het deelgebied bevinden zich veel gemeentelijke monumenten. De beschermende regels hiervoor zijn opgenomen in de VFL (voorheen in de Erfgoedverordening).
Met de wijziging van het omgevingsplan worden de regels voor gemeentelijke monumenten opgenomen in het omgevingsplan. Doorwerking deelgebied Transformatiegebied Noordpoort Voor het deelgebied Transformatiegebied Noordpoort wordt de VFL niet doorvertaald naar regels in het omgevingsplan. Dit vindt met een latere wijziging van het omgevingsplan plaats. Daarbij geldt wel dat voor deze wijziging voor het deelgebied Transformatiegebied Noordpoort verschillende onderwerpen uit het VFL terugkomen, gelet op de aspecten uit fysieke leefomgeving (bescherming van het milieu, openbare ruimte en de volksgezondheid).
32/88
33/88
Hoofdstuk 5 Hoe gaan we het regelen Paragraaf 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de regels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op de afzonderlijke activiteiten. Dit is van belang in verband met de mogelijkheid om voor alle activiteiten een gerichte motivering te kunnen opvragen. De in de regels opgenomen regelingen en/of beperkingen dienen te worden gemotiveerd. Door de gemeente Meppel is een ‘Leidraad wijzigen omgevingsplan’ opgesteld. Deze leidraad bevat beleidsregels als bedoeld in Titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht om te komen tot een wijzigingsbesluit van het omgevingsplan. Hierin zijn de bouwstenen voor de regels van het omgevingsplan opgenomen en is de structuur van de regels uitgewerkt. In het omgevingsplan gaat de gemeente uit van de activiteitgerichte benadering. Dit houdt in dat de regels zijn ingedeeld in de soort activiteiten die het betreft: gebruiksactiviteiten, bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten, gemeentelijke monumentactiviteit, sloopactiviteiten en milieubelastende activiteiten. Per hoofdstuk zijn de regels opgenomen en onderverdeeld in of de betreffende activiteit is toegestaan (toestemmingsvrij), of er een melding-, informatie- of vergunningplicht geldt of dat de activiteit verboden is (verbod).
In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe het plan, zoals verwoord in hoofdstuk 2, wordt uitgewerkt in de regels die in het Omgevingsplan gemeente Meppel worden opgenomen. Ook wordt in dit hoofdstuk de verhouding met de wet- en regelgeving aangegeven. Een opmerking vooraf bij dit hoofdstuk: waar gesproken wordt over de ‘overgangsfase’ of ‘overgangsfaserecht’ wordt gedoeld op de overgangsrechtelijke regels uit de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet (of daarop gebaseerde regelgeving). Waar gesproken wordt over ‘overgangsrecht’ wordt gedoeld op een regeling in het omgevingsplan voor bestaande situaties die in strijd zijn met de regels in het omgevingsplan.
Paragraaf 5.2 Uitwerking in de regels Subparagraaf 5.2.1 Inleiding Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de ‘oude’ bestemmingsplannen samen met gedecentraliseerde rijksregels (de ‘Bruidsschat’, zie ook subparagraaf 4.2.6) van rechtswege onderdeel van het Omgevingsplan. Dit wijzigingsbesluit voorziet in een wijziging van het Omgevingsplan voor de deelgebieden Binnenstad-Centrumschil en Transformatiegebied Noordpoort. Met dit wijzigingsbesluit worden de gedecentraliseerde rijksregels (gedeeltelijk) omgezet in een definitieve regeling. Daarnaast worden de bestemmingsplannen voor de locaties waarop dit wijzigingsbesluit ziet ook omgezet in een definitieve regeling in het omgevingsplan. Op termijn is het de bedoeling dat ook regels uit de Verordening Fysieke leefomgeving worden opgenomen in het Omgevingsplan.
Subparagraaf 5.2.2 Van planologische activiteit naar omgevingsplanactiviteit Met dit wijzigingsbesluit krijgen de planologische activiteiten uit de bestemmingsplannen in de deelgebieden Binnenstad-Centrumschil en Transformatiegebied Noordpoort een nieuwe juridische regeling in het Omgevingsplan. Daarbij is een aantal van de voor deze activiteiten relevante bepalingen uit de Bruidsschat zoveel mogelijk geïntegreerd in de nieuwe regeling. Uitgangspunt bij de totstandkoming van het wijzigingsbesluit voor het deelgebied Binnenstad en Centrumschil is steeds geweest om geen materiële wijzigingen door te voeren, uiteraard voor zover dit op basis van de instructieregels (zie hoofdstuk 4) mogelijk is. Dat gezegd hebbende is in de tussentijd gebleken dat er toch behoefte is aan enerzijds het integreren van verschillende ontwikkelingen in dit wijzigingsbesluit. Bovendien is er mede met oog op de beperkingen vanuit de software om het deelgebied Noordpoort bij te schakelen in dit wijzigingsbesluit. Dit betekent dat dit wijzigingsbesluit voorziet in een regeling die voldoet aan alle (instructie)regels waaraan een omgevingsplan bij en/of krachtens de Omgevingswet moet voldoen voor de activiteiten die nu door de bestemmingsplannen in deze deelgebieden worden geregeld.
Voor de verdere integratie van de Bruidsschatregels in het Omgevingsplan zal aansluiting worden gezocht bij de omzetting van andere deelgebieden uit het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Omdat de regels uit de Verordening fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente gelden, vraagt de vertaling van die regels naar het Omgevingsplan om een afzonderlijk wijzigingsbesluit. Die regels zijn dus niet bij deze wijziging betrokken.
Subparagraaf 5.2.3 Regels en locaties Net als bij een gemeentelijke verordening gelden regels in het Omgevingsplan in beginsel voor het gehele grondgebied van de gemeente (het zogenaamde ‘ambtsgebied). Mede in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan de werking van een regel ook beperkt worden tot één of meerdere locaties (ook wel werkingsgebieden genoemd). Anders dan bij bestemmingsplannen hoeft dus niet voor iedere activiteit een regeling voor (bijvoorbeeld) het bouwen van een hoofdgebouw te worden opgenomen. Er is één regeling voor het bouwen van een hoofdgebouw en voor zover op een locatie een bijzondere regeling geldt, zal daarvoor in aanvulling op de algemene regeling een verbijzondering gelden op grond van een specifiek artikel voor die locatie. In zoverre zijn er in het omgevingsplan twee typen regels te vinden: regels die overal in de gemeente van toepassing zijn en regels waarvan de werking beperkt is tot specifieke locaties. Voor wat betreft de laatstgenoemde categorie moet bovendien worden opgemerkt dat (bijvoorbeeld) een vergunningplicht als bedoeld in paragraaf 7.2.1 die geldt voor de locatie ‘hoofdgebouw bouwen - vergunningplicht’ niet betekent dat buiten die locaties géén vergunningplicht geldt. Dit volgt uit artikel 7.2, waarin een algemeen verbod op bouwactiviteiten is opgenomen.
Dit algemene verbod geldt, tenzij de bouwactiviteit op een bepaalde locatie door enige bepaling in hoofdstuk 7 van het Omgevingsplan is toegestaan.
Subparagraaf 5.2.4 Aanwijzingen en annotaties Zoals hierboven aangegeven kan de werking van een regel in het Omgevingsplan beperkt worden tot één of meer locaties. Anders dan de titel van hoofdstuk 4 (van de regels van het omgevingsplan) doet vermoeden wordt met ‘aanwijzingen in de fysieke leefomgeving’ niet de aanwijzing van de locaties waarop een regel ziet bedoeld. Het aanwijzen van de locatie(s) waarop een regel van toepassing is, wordt gedaan door de regel te ‘annoteren’. Met het annoteren wordt het toepassingsgebied van een regel op het niveau van artikel(leden) bepaald. Enerzijds maakt dit het Omgevingsplan fijnmaziger dan bestemmingsplannen en verordeningen, maar tegelijk zorgt annoteren voor ‘slimme’ regels doordat regels digitaal ‘leesbaar’ zijn.
34/88
Annoteren zorgt er zo voor dat het Omgevingsplan anders werkt dan gemeentelijke verordeningen en bestemmingsplannen, terwijl de digitale leesbaarheid het mogelijk maakt om met slimme toepassingen dienstverlening richting eindgebruikers te vereenvoudigen. Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving zijn aanwijzingen waarbij gebieden, gebouwen of locaties worden aangewezen met als gevolg dat er bijzondere regelgeving van toepassing wordt voor die locaties. Naast de aanwijzing van aandachtsgebieden en beperkingengebieden kan gedacht worden aan de aanwijzing van gemeentelijke monumenten en ander cultureel erfgoed en evenemententerreinen. In zoverre wordt dus ook de aanwijzing in de fysieke leefomgeving geannoteerd omdat er aan de aanwijzing (de regel) een locatie wordt gekoppeld. Omdat de koppeling tussen de locatie en de regel volgt uit de annotatie, is het niet nodig de locatie nog afzonderlijk aan te wijzen. De annotatie regelt het toepassingsbereik van een regel. Formuleringen die onder de Wet ruimtelijke ordening vaak in bestemmingsplannen werden gebruikt (zoals ‘De voor “Wonen” aangewezen gronden...'), volgen nu al uit de annotatie. Dit betekent ook dat in hoofdstuk 4 slechts aanwijzingen in de fysieke leefomgeving zijn opgenomen voor zover een instructieregel dat voorschrijft.
Daarbij gaat het voor wat betreft de aandachtsgebieden om de aanwijzing van brandaandachtsgebieden (artikel 5.12, lid 1, Bkl), explosieaandachtsgebieden (artikel 5.14 lid 2 Bkl), het geluidaandachtsgebied industrie (artikel 3.20 Bkl), het geluidsaandachtsgebied spoor (artikel 5.12, lid 1, Bkl) en het geluidaandachtsgebied gemeentewegen (artikel 3.20 Bkl). Voor wat betreft de beperkingengebieden gaat het om de aanwijzing van een brandvoorschriftengebied (artikel 5.14 lid 2 onder a Bkl), een explosievoorschriftengebied (artikel 5.14, lid 2 onder b Bkl), bodemfunctieklasse(n) zoals bedoeld in artikel 5.89p Bkl en de bebouwingscontouren geur (artikel 5.97 Bkl), jacht (artikel 5.165a Bkl) en houtkap (artikel 5.165b Bkl) en de omgeving van het monument (artikel 5.130 Bkl). Voor cultureel erfgoed gaat het om de aanwijzing van het rijksbeschermd stadsgezicht, het gemeentelijk beschermd stadsgezicht, gemeentelijke monumenten, beeldbepalende panden, aangewezen provinciale monumenten, de molenbiotopen en de bouwhistorische verwachting. Ook zijn de evenemententerreinen, voor zover gelegen in BinnenstadCentrumschil, aangewezen in hoofdstuk 4.
Subparagraaf 5.2.5 Vergunningplichten en beoordelingsregels Voor de in het omgevingsplan opgenomen vergunningplichten is gekozen voor een systematiek waarbij in het omgevingsplan voor bepaalde categorie omgevingsplanactiviteiten een algeheel verbod is opgenomen, behoudens de op grond van het betreffende hoofdstuk van het omgevingsplan toegestane omgevingsplanactiviteiten. Per subcategorie van die omgevingsplanactiviteiten is vervolgens een generieke regeling voor de vergunningplicht opgenomen. Differentiatie vindt plaats door de werking specifieke beoordelingsregels ruimtelijk te begrenzen. Dat betekent dat steeds dezelfde vergunning wordt aangevraagd, maar dat de beoordelingscriteria per locatie kunnen verschillen. Alle vergunningplichten in het omgevingsplan (ook toekomstige) worden volgens dezelfde systematiek opgezet. Ter illustratie: voor bouwen, anders dan toegestaan op grond van het hoofdstuk bouwactiviteiten, is een algeheel verbod opgenomen. Dat verbod geldt voor het totale gebied van het wijzigingsbesluit en zal in de toekomst voor het hele ambtsgebied gelden. Vervolgens is voor de specifieke categorie bouwen van een hoofdgebouw bepaald dat het niet toegestaan is zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen. Deze vergunningplicht is ruimtelijk begrensd tot de specifieke locaties waarop hoofdgebouwen - onder voorwaarden - toegestaan zijn.
Voor het bepalen van de locaties is aansluiting gezocht bij de bestaande bouwvlakken uit de bestemmingsplannen. De werking van deze regel is beperkt tot de locaties van de voormalige bouwvlakken uit de bestemmingsplannen. De bedoeling (in dit voorbeeld) is dat met dit algehele verbod en de bijbehorende vergunningplicht in de toekomst de bouw van alle hoofdgebouwen binnen het ambtsgebied geregeld worden. Nadere locatie-afhankelijke differentiatie van de beoordeling van een aanvraag vindt plaats door voor de verschillende beoordelingsregels afzonderlijke artikelen in het plan op te nemen, waarbij vervolgens afhankelijk van de locatie verschillende combinaties van beoordelingsregels op de beoordeling van de aanvraag voor de bouw van een hoofdgebouw van toepassing zullen zijn.
Subparagraaf 5.2.6 Open normen en het omgevingsplan Met dit wijzigingsbesluit worden enkele zogenaamde ‘open normen’ opgenomen in het Omgevingsplan. Naast ‘bekende’ open normen uit de bestemmingsplannen (zoals ‘voldoende parkeergelegenheid’) kan bijvoorbeeld gedacht worden aan omgevingsplan-brede regels over het uiterlijk van bouwwerken (artikel 4.19 Ow). Voor het overige kan nog gedacht worden aan regels over stedenbouwkundige en/of cultuurhistorische inpassing van een ontwikkeling, of bijvoorbeeld aan regels over natuurinclusief bouwen. Met name in de ontwikkelgebieden is behoefte aan meer globale ontwikkelregels binnen bepaalde stedenbouwkundige randvoorwaarden. Op die manier kan zonder vooraf een concreet eindbeeld in een omgevingsplan vast te leggen, binnen bepaalde randvoorwaarden medewerking worden verleend aan initiatieven die passen binnen die randvoorwaarden. Een dergelijke benadering van ontwikkelgebieden en transformatielocaties past binnen de meer faciliterende opstelling van de gemeente. Ook komt daarin het meer uitnodigende karakter van het omgevingsplan tot uiting. Juist in ontwikkelgebieden waar een meer faciliterende overheid moet samenwerken met verschillende particuliere initiatiefnemers en ontwikkelaars is het niet wenselijk om op voorhand een eindbeeld in de regels vast te leggen.
In plaats daarvan ligt het meer voor de hand om voor de ontwikkelgebieden randvoorwaarden op te stellen waarbinnen aan de hand van een vergunningplicht met meer globale ‘open’ (beoordelings-)regels de aanvaardbaarheid van een bepaald initiatief te beoordelen. De uit bestemmingsplannen bekende open norm voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid bij ruimtelijke ontwikkelingen, met beoordeling aan de hand van een beleidsregel keert ook terug in het Omgevingsplan. Nieuw is dat in het omgevingsplan niet gesproken wordt van 'de redelijke eisen van welstand', maar dat er meerdere afzonderlijke regels zijn opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken in relatie tot uiteenlopende welstandsaspecten zodat die regeling voldoende concreet en objectief begrensd is en daarmee ook voldoet aan de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De gemeenteraad kan voor de uitleg van die regels, net als bij de redelijke eisen van welstand, een beleidsregel vaststellen. Bij het opstellen van deze zogenaamde ‘open normen’ is de onder de Wro en Chw gevormde jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak nadrukkelijk betrokken. Dat betekent dat het onderwerp van de regel steeds nadrukkelijk een plaats krijgt in de specifieke regel en dat - waar mogelijk - het onderwerp ook in de titel van het artikel terugkomt.
Gecombineerd met de oogmerkbepaling aan het begin van een hoofdstuk, afdeling of paragraaf en - voor zover van toepassing - verdere afbakening in gerelateerde artikelen waarin (bijvoorbeeld) functiekaders zijn omschreven waarmee de open norm concreet en objectief wordt begrensd wordt. Voor zover de uitleg van een open norm is geregeld in een beleidsregel wordt verwezen naar (de titel van) die beleidsregel.
Subparagraaf 5.2.7 Gebodsbepalingen en het omgevingsplan Zoals in paragraaf 5.4 Omgevingsplanovergangsrecht uitgebreid aan bod zal komen, hoeft de gemeenteraad op grond van de Omgevingswet geen standaard overgangsrechtelijke bepalingen op te nemen. Dat betekent ook dat bestaand gebruik niet per definitie kan worden voortgezet onder het overgangsrecht. Voor Noordpoort in het bijzonder geldt dat sprake is van een zwaarwegend publiek belang om het bestaande, verouderde bedrijventerrein te transformeren naar een moderne, stedelijke woonwijk. Een extra zwaarwegend element daarbij is dat in samenspraak met de gemeenteraad in de Nota van Uitgangspunten is bepaald dat minimaal 16% van de te realiseren woningen sociale huurwoningen moeten zijn. Dat percentage is ook een voorwaarde om in aanmerking te komen voor een rijkssubsidie (WBI). Dat betekent dat bestaande bedrijfsactiviteiten op termijn zullen moeten verdwijnen en behoeve van woningbouw. Zoals elders in deze motivering uiteengezet wordt, is daarvoor een specifieke regeling opgenomen in dit wijzigingsbesluit die voorziet in de beëindiging van die activiteiten met ingang van een specifieke datum. De realisering van de beoogde woningbouw wordt in beginsel aan de verschillende eigenaren en initiatiefnemers
35/88
in het gebied overgelaten. Daarom is ook (zoals in hoofdstuk 7 van deze motivering zal blijken) gekozen voor een systeem van kostenverhaal zonder tijdvak. Andere instrumenten zoals het opnemen van voorbeschermingsregels, het aankopen van gronden en het vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht in dit gebied zijn allen ingegeven vanuit de gemeentelijke wens zoveel mogelijk te faciliteren, maar om tegelijkertijd bij te kunnen sturen waar nodig. Eén van die gevallen waarin bijsturen nodig is, is voor het realiseren van sociale huurwoningen. Het risico bestaat dat via de kostenverhaalregels onvoldoende geborgd is dat het benodigde aantal sociale huurwoningen daadwerkelijk gerealiseerd zullen worden. Tegelijkertijd is er behoefte aan flexibiliteit waardoor het aanwijzen van locaties voor sociale huurwoningen evenmin gewenst is. Daarom is er gekozen voor het opnemen van een artikel met een gebodsbepaling die enerzijds voorziet in de gewenste flexibiliteit, maar tegelijkertijd ook verzekert (samen met een beoordelingsregel voor bouw) dat ergens in het gebied daadwerkelijk sociale huurwoningen gerealiseerd zullen worden. De gewenste flexibiliteit zorgt ervoor dat, ondanks dat de gebodsbepaling inbreuk maakt op het eigendomsrecht, die inbreuk niet-discriminatoir is.
De regeling is zo opgezet dat de regel in beginsel geldt voor alle eigenaren in het gebied en in werking treedt als na een datum nog onvoldoende sociale huurwoningen gerealiseerd zijn. De regeling is bovendien gericht op het realiseren van het minimumaantal, zonder daarin verder te gaan dan nodig is. Gelet op het zwaarwegende algemeen belang bij het realiseren van sociale huurwoningen is ondanks het spanningsveld met het eigendomsrecht geen sprake van een onevenredige inbreuk op dat recht.
Paragraaf 5.3 Welke activiteiten worden toegestaan en waar Subparagraaf 5.3.1 Reikwijdte omgevingsplan Gemeenten moeten op grond van artikel 22.6 voorafgaand aan een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip de op grond van een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder (o.a.) g (en l) Invoeringswet Omgevingswet geldende regels opnemen in het niet-tijdelijke deel van het Omgevingsplan. De datum is bepaald op 1 januari 2032. Gebeurt dat niet of niet tijdig, dan vervallen die regels van rechtswege. Doorwerking deelgebied Binnenstad-Centrumschil Zoals hierboven (in subparagraaf 5.2.2) al aangegeven is het zonder materiële wijzigingen omzetten van de huidige planologische activiteiten naar omgevingsplanactiviteiten als uitgangspunt genomen bij het opstellen van het wijzigingsbesluit voor zover het deelgebied Binnenstad-Centrumschil betreft. Concreet betekent dit dat de planologische regelingen uit het tijdelijke deel van het Omgevingsplan (de bestemmingsplannen) worden omgezet naar de structuur van het definitieve deel van het Omgevingsplan. Het is voor het grootste deel van het gebied niet de bedoeling om met dit wijzigingsbesluit inhoudelijke wijzigingen door te voeren, met uitzondering van wellicht kleine wijzigingen van ondergeschikte aard.
Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het in overeenstemming brengen van het Omgevingsplan met verleende omgevingsvergunningen waarbij afgeweken is van een bestemmingsplan zoals dat is opgenomen in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Ook kan het zijn dat instructieregels nopen tot het doorvoeren van bepaalde wijzigingen. Uitzondering op de vorige alinea zijn: • de regels voor evenementen, voor zover het betreft de evenementenlocaties in Binnenstad-Centrumschil. Met deze wijziging van het omgevingsplan worden de regels voor evenementen uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan aangepast conform de eisen die de Omgevingswet daaraan stelt; • het nieuw aan te wijzen gemeentelijk beschermd stadsgezicht Binnenstad Meppel; • een regeling voor bouwhistorische waarden in panden die (naar verwachting) ouder zijn dan 1850. Het aanwijzen van het gemeentelijk beschermd stadsgezicht en regels voor bouwhistorie vloeien voort uit de Erfgoednota. Inhoudelijk is dit dus wel een wijziging, maar gebaseerd op vastgesteld beleid. Doorwerking deelgebied Transformatiegebied Noordpoort Voor Transformatiegebied Noordpoort is er sprake van een gebiedsontwikkeling. Het Chw bestemmingsplan Meppel - Transformatiegebied Noordpoort, dat ook is opgenomen in het tijdelijk deel, wordt herzien met deze wijziging van het omgevingsplan.
Hiervan is sprake voor dat deel van het plangebied dat het echte transformatiegebied betreft (deelgebieden Steenwijkerstraatweg, Oude Vaart en een deel van Schoolstraat).
Subparagraaf 5.3.2 Omgevingsvisie, Visie op de fysieke leefomgeving In paragraaf 3.2 is ingegaan op de stand van zaken met betrekking tot de Omgevingsvisie (en de Visie op de fysieke leefomgeving) en de wijze waarop deze visiedocumenten doorwerken in het Omgevingsplan. Na vaststelling van dit wijzigingsbesluit is de Omgevingsvisie inmiddels ook vastgesteld. Dit wijzigingsbesluit sluit aan op de uitgangspunten in de Omgevingsvisie.
Subparagraaf 5.3.3 Tijdelijk deel van het Omgevingsplan Deelgebied Binnenstad-Centrumschil Het tijdelijke deel van het Omgevingsplan voor de deelgebieden Binnenstad-Centrumschil bestaat onder andere uit de bestemmingsplannen en beheersverordeningen, regels over archeologische monumentenzorg uit de Erfgoedverordening Meppel 2017, de bodemkwaliteitskaarten en de Bruidsschat. Ook is aangegeven dat we met het wijzigingsbesluit in beginsel geen materiële wijzigingen beogen te bewerkstelligen. Bij de omzetting van het tijdelijke deel naar het niet-tijdelijke deel van het Omgevingsplan moet rekening worden gehouden met het bepaalde in artikel 22.6, eerste lid, van de Omgevingswet. Voor dit wijzigingsbesluit betekent het dat alle regels uit de bestemmingsplannen in de deelgebieden Binnenstad-Centrumschil en Transformatiegebied Noordpoort ineens worden omgezet naar het Omgevingsplan. Gedeeltelijke omzetting van een bestemmingsplan is op grond van bovenstaand artikel niet mogelijk. Dat betekent dat alle bestemmings- of gebruiksregels en bouwregels met inbegrip van de bijbehorende begrippen en algemene (en overige) regels zullen moeten worden omgezet. Deze wijziging van het Omgevingsplan gemeente Meppel voorziet hierin.
Gebruiksactiviteiten De bestemmingsregels (of gebruiksregels) uit de bestemmingsplannen en beheersverordeningen van het tijdelijk deel van het omgevingsplan keren hoofdzakelijk terug in hoofdstuk 6 (Gebruiksactiviteiten) van het Omgevingsplan. Zoals aangegeven staat het Omgevingsplan de planwetgever toe activiteiten fijnmaziger te regelen dan in een bestemmingsplannen (op grond van de SVBP 2012) mogelijk was. Dat gezegd hebbende vertoont hoofdstuk 6 van het Omgevingsplan in eerste oogopslag veel gelijkenis met het voormalige hoofdstuk 2 in (bijvoorbeeld) het bestemmingsplan ‘Meppel - Centrumschil’. Belangrijk verschil is dat in plaats van bestemmingsregels wordt gesproken over gebruiksactiviteiten. In dit ogenschijnlijk kleine terminologische verschil zit weldegelijk een meer systematische verandering ‘verstopt’: het omgevingsplan staat op een locatie één of meerdere gebruiksactiviteiten toe (en nodigt een initiatiefnemer zo uit om - binnen grenzen - die activiteiten te ontplooien), terwijl een bestemmingsplan aan gronden een bepaalde bestemming toedichtte. Wilde de planwetgever onder de Wro meerdere functies mengen dan werden gronden dikwijls bestemd als ‘Gemengd’ (en gelet op de aard van de deelgebieden in dit wijzigingsbesluit ook ‘Centrum’ of ‘Maatschappelijk’).
In een omgevingsplan kunnen meerdere gebruiksactiviteiten (of functies) tegelijkertijd (en binnen de kaders van artikel 4.2 Omgevingswet) worden
36/88
toegestaan op een locatie. Dit maakt gemengde bestemmingen en specifieke functieaanduidingen (zoals die veelvuldig in bestemmingsplannen werden gebruikt) overbodig. In zoverre keren eigenlijk alleen de ‘zuivere enkelbestemmingen’ uit de bestemmingsplannen als gebruiksactiviteit terug in het Omgevingsplan. Ter illustratie: op de locatie waar voorheen een centrumbestemming rustte, wordt in het Omgevingsplan ieder van de binnen die bestemming toegestane functies afzonderlijk als gebruiksactiviteit toegestaan. Evenementen In het tijdelijke deel van het omgevingsplan is in de bestemmingsplannen voor de Binnenstad en de Centrumschil een regeling opgenomen voor de evenemententerreinen in deze gebieden. In de bestemmingsplannen voor de Binnenstad en de Centrumschil zijn evenementen van categorie A overal toegestaan (hiervoor is dan nog wel een vergunning nodig op grond van de APV). Evenementen van categorie B en C zijn alleen toegestaan op de locatie die is voorzien van de aanduiding ‘evenemententerrein’. Het betreft maximaal 25 evenementen uit categorie B en maximaal 20 uit categorie C in de Binnenstad en maximaal 20 evenementen uit categorie B en maximaal 10 uit categorie C in de Centrumschil. Het ‘evenemententerrein’ dat binnen het deelgebied Binnenstad-Centrumschil is aangewezen, is onderverdeeld in verschillende deelterreinen: • • • • • •
Het Kerkplein De Wheem De Groenmarkt Het Prinsenplein De Kruising Hoofdstraat/Kruisstraat Het Slotplantsoen
Deze deelterreinen verschillen onderling in de mate waarin deze geschikt zijn voor het herbergen van evenementen van categorie B, C en D. Deze onderverdeling is in de planregels uitgewerkt. Daarnaast gelden er vanuit verschillende thema’s als geluid, duurzaamheid en veiligheid voorwaarden voor het kunnen houden van evenementen. Deze voorwaarden zijn eveneens in planregels verbonden aan de verschillende locaties verbonden. Cultureel erfgoed Voor cultureel erfgoed is dit wijzigingsbesluit niet een uitsluitend juridisch-technische wijziging. De bescherming voor gemeentelijke-, provinciale- en rijksmonumenten blijft grotendeels gelijk. Wel voorziet dit wijzigingsbesluit in een beschermingsregime voor de omgeving van het monument. De grootste verandering zit echter in het opnemen van een gemeentelijk beschermd stadsgezicht in de deelgebieden Binnenstad en Centrumschil. Het opnemen hiervan vloeit (onder andere) voort uit de adviezen en aanbevelingen uit de beleidsnota ‘Meppeler erfgoed NU’. Waar de regeling uit het tijdelijke deel voornamelijk zag op de inpassing van verbouwingen en nieuwbouw binnen de bestaande stadsstructuren, voorziet deze regeling in aanvulling daarop onder andere in een sloopvergunningstelsel om bestaande, in cultuurhistorisch opzicht waardevolle bebouwing beter te kunnen beschermen.
Bouwactiviteiten Bouwactiviteiten zijn geregeld in een afzonderlijk hoofdstuk 7 van de regels. Voor bouwactiviteiten geldt dat de bouwactiviteit op zichzelf los staat van de gebruiksactiviteit. Voor het bouwen van bouwwerken geldt een algemene overkoepelende regeling. Voor zover een bepaalde gebruiksactiviteit vraagt om een afwijkende of aanvullende regeling wordt die verbijzondering in een aparte aanvullende regeling opgenomen. Datzelfde geldt voor mogelijke beperkingen van de algemene bouwregels, bijvoorbeeld omdat de beoogde locatie van het bouwwerk in een beperkingengebied ligt. Overgangs- en slotbepalingen Een bijzondere categorie bij de overige regels zijn de anti-dubbeltelregel en de overgangs- en slotregels. Artikel 3.2.1 en artikel 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening schreef dwingend het opnemen van het daar opgenomen overgangsrecht voor respectievelijk bouwwerken en gebruik in een bestemmingsplan voor. Deze instructieregel geldt niet voor het Omgevingsplan. Enerzijds kan dat verklaard worden vanuit het perspectief dat het Omgevingsplan (anders dan een bestemmingsplan) geen tijdshorizon heeft, anderzijds heeft een Omgevingsplan meer het karakter van een verordening en bovendien een meer locatiegerichte regeling mogelijk maakt.