1.40.1 Eindrapport BRE Drenthe
Tekst van het document
nieuwe kennis, zakelijke dienstverlening) en randvoorwaarden
dienstverlening (23% in Drenthe om 27% landelijk) en in
(formele instituties, ondernemerschapscultuur, fysieke
vervoer, informatie en communicatie (6% om 9% landelijk) is
infrastructuur en vraag gemeten door de groei in het bruto
kleiner dan gemiddeld in Nederland.
40
regionaal product). Kortom, in deze paragraaf beschrijven we het economisch ecosysteem (ERE). In tabel 6 geven we weer hoe dit ERE
5.4.2 Systeemelementen
op verschillende schaalniveaus eruitziet. We schetsen in de tabel per
Onderdeel van een florerend economisch ecosysteem zijn de
schaalniveau alleen de voornaamste ERE’s.
systeemelementen. Dit zijn eigenschappen van een economie die relatief makkelijk beïnvloedbaar zijn, zoals het aantrekken
5.4.1 Regionaliteit en sectorstructuur Figuur 29. Spreiding bedrijfsvestigingen (2019). > 5.630
van hoogopgeleiden, investeringen in research & development en de aanwezigheid van zakelijke dienstverlening. In Drenthe is het aantal hoogopgeleiden (hbo en wo) iets hoger (29,75%) dan in de rest van Nederland (28,96%),
3.765
en het aantal laagopgeleiden (basisonderwijs, vmbo, havo/ vwo tot leerjaar 3 en mbo-1) iets lager (28,50% ten opzichte
2.305
1.060
van 28,92%). De verschillen binnen Drenthe zijn groot als het gaat om het opleidingsniveau. Kijkend naar het aandeel hoogopgeleiden zien we dat Zuidoost-Drenthe relatief weinig hoogopgeleiden heeft onder de bevolkingsgroep van 15 tot 75 jarigen. Zo ligt het aandeel in Coevorden, Emmen en
< 670
Borger-Odoorn op respectievelijk 23%, 21% en 26%. Ook Hoogeveen heeft met 20% relatief weinig hoogopgeleiden
Het totaal aantal bedrijfsvestigingen (40.600 in 2019) ligt
in de gemeente. Het aandeel hoogopgeleiden ligt aanzienlijk
relatief laag in Drenthe. Dit betreft 2% van het totaal aantal
hoger in bijvoorbeeld Meppel (36%), Westerveld (36%), Assen
bedrijfsvestigingen in Nederland (tegen 3% van het totaal
(34%), Tynaarlo (38%) en Aa en Hunze (37%). Bij het aandeel
aantal inwoners). De meeste bedrijven zijn gevestigd in de
laagopgeleiden zien we - in iets mindere mate - een zelfde
gemeente Emmen (7.940), gevolgd door Assen (4.555) en
verdeling in de structuur. Zuidoost Drenthe en Hoogeveen
Hoogeveen (4.245).
hebben het grootste aandeel laagopgeleiden (alle vier de gemeenten scoren 31% of hoger).
Qua aantal werknemersbanen per gemeente in 2020 steken dezelfde gemeenten erboven uit. In Emmen betreft het 44.500 banen, in Assen 40.100 en in Hoogeveen 29.700 banen. Meppel volgt met ongeveer 20.000 banen. De overige gemeenten hebben alle tussen de 5.800 en 12.700 banen. Het totaal aantal werknemersbanen in Drenthe ligt in Drenthe op 203.100.
40
55
Bron: Cloosterman, Stam & Van der Starre (2018). De Kwaliteit van Ecosystemen voor Ondernemerschap in Nederlandse regio’s
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
De investeringen in Research & Development (‘nieuwe
Tabel 5.
BRP, BRP per inwoner en volumemutaties 2018, 2019 en 2020, Bron: CBS.
kennis’41) liggen in de regio Drenthe exact gelijk met het landelijk gemiddelde (7,8%), waarbij Zuidwest-Drenthe (8,3%) en Zuidoost-Drenthe (8,0%) meer investeren dan Noord-Drenthe (5,3%). Het percentage bedrijven in de zakelijke dienstverlening in Drenthe ligt lager (23,2%) dan
Regio
Drenthe
het Nederlands gemiddelde (24,7%). In Tynaarlo ligt het aandeel het hoogste, op 30,8%. I n Noord-Drenthe, op de gemeente Midden-Drenthe na (20,6%), ligt het aandeel
Groningen
zakelijke dienstverlening met minimaal 25,3% relatief hoog. In Zuidoost-Drenthe ligt dit percentage aanzienlijk lager, namelijk rond de 20%. In Meppel (Zuidwest-Drenthe) ligt dit
Friesland
aandeel op 26,9%. In Drenthe werden in 2019, het jaar voor de coronacrisis, minder (811) bedrijven opgericht dan gemiddeld in Nederland (908) per 1000 vestigingen. De meeste bedrijven
Noord-Drenthe
werden opgericht in de gemeente Assen (1010), Coevorden (922) en Borger-Odoorn (921). In alle andere Drentse gemeenten is het aantal opgerichte bedrijven lager dan het
Zuidoost-Drenthe
landelijke gemiddelde.
Jaar43
BRP
BRP per
(mln
inwoner
BRP volume-
euro)
(euro)
mutaties (%)
2018
15.166
30.817
1,8
2019
15.717
31.885
0,5
2020
15.584
31.532
-2,7
2018
24.557
42.088
-2,7
2019
24.848
42.480
-1,0
2020
23.243
39.641
-6,8
2018
19.989
30.872
1,6
2019
21.206
32.684
3,0
2020
20.996
32.266
-3,2
2018
5.690
29.665
0,1
2019
5.928
30.884
1,0
2020
5.906
30.667
-1,9
2018
5.129
30.547
3,6
2019
5.067
30.172
-3,5
2020
4.958
29.526
-3,4
2018
4.347
32.827
1,9
2019
4.721
35.484
4,7
De randvoorwaarden voor een economisch ecosysteem zijn
2020
4.720
35.299
-2,8
moeilijker te beïnvloeden dan systeemelementen. We hebben
2018
773.987
44.917
2,4
2019
813.055
46.876
2,0
2020
800.095
45.874
-3,8
5.4.3 Randvoorwaarden
het dan over de vraag naar producten en diensten in de regio,
Zuidwest-Drenthe
Nederland
de stabiliteit van instituties, de fysieke infrastructuur en de ondernemerscultuur.
Het aantal wisselingen in het lokaal bestuur en integriteits De groei van het Bruto Regionaal Product (BRP) in 2019, het
schendingen is een indicatie voor de stabiliteit van formele
jaar voor de start van de coronacrisis, is in Drenthe 0,5%.
instituties. Zoals reeds aan bod gekomen bij in paragraaf 3,2
Binnen Drenthe zien we zeer grote verschillen in de subregio’s
kent het BRE Drenthe relatief stabiele lokale instituties. In de
op COROP-niveau als het gaat om de groei van het BRP in
periode 2015-2019 zijn er in het BRE 14 wethouders opgestapt
2019. Voor Zuidwest- en Noord-Drenthe was er sprake van een
in de regio, dit is 1,5% van het aantal opgestapte wethouders in
groei van 4,7% en 1,0%. In Zuidoost-Drenthe daarentegen was
Nederland in deze periode44. Daarnaast hebben er tussen 2013
er in 2019 sprake van een forse krimp van het BRP: -3,5% ten
en 2019 tien integriteitsschendingen plaats gevonden binnen
opzichte van het voorgaande jaar. De landelijke groei van het
gemeenten in Drenthe (3,6% van het landelijke totaal).
BBP betrof in 2019 2,0%. De groei van het BRP lag daarmee 42
in 2019 in Noord- en met name Zuidoost-Drenthe fors onder het landelijk gemiddelde. In absolute aantallen blijven NoordDrenthe (€30.884,-) en Zuidoost-Drenthe (€30.172,-) achter op Zuidwest-Drenthe (€35.484,-) als het gaat om het BRP per inwoner.
41
42
56
Nieuwe kennis wordt gedefinieerd als de investeringen in research & development afgezet tegen het totaal aan investeringen in vaste activa (productiemiddelen die langer dan één jaar worden ingezet tijdens een productieproces). Het betreft hier data uit 2018. Op nationaal niveau spreken we van het Bruto Binnenlands Product (BBP), op provincie- of COROP-niveau spreken we van het Bruto Regionaal Product (BRP)
43 44
2019 en 2020 betreffen de voorlopige cijfers. NB: Het vroegtijdig beëindigen van een ambtstermijn kan verschillende motivaties hebben. We onderscheiden de motieven politiek (bijv. een coalitiebreuk of breuk in de fractie), integriteit en persoonlijk (bijv. gezondheid of een nieuwe baan).
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
Drenthe met een gemiddelde afstand van 2 kilometer tot
Structuur van het economische regionaal ecosysteem
een hoofdverkeersweg en 8 kilometer tot een treinstation
Op het bovenregionale niveau van Noord Nederland wordt
gemiddeld zijn ontsloten, het landelijk gemiddelde ligt op
in verschillende verbanden de samenwerking gezocht tussen
respectievelijk 2 en 7 kilometer. Tussen de Drentse gemeenten
en door ondernemers, dit gebeurt bijvoorbeeld binnen VNO
bestaan echter wel grote verschillen. De gemiddelde afstand
NCW-MKB Noord, LTO Noord, Smart Industry Hub Noord,
tot een hoofdverkeersweg is in Assen (2,5km), De Wolden
bedrijvensociëteit A37 en Noorderlink. Uit de data en de
(2,4), Tynaarlo (2,4) en Emmen (2,1) hoger dan gemiddeld.
beelden uit de interviews maken we op dat het economisch
De fysieke infrastructuur was eerder een reden voor het
ecosysteem op het niveau van de regio Drenthe niet sterk
bedrijfsleven om zich te verenigingen in het A37-lobbynetwerk,
is georganiseerd. Op het regionale niveau van Drenthe
inmiddels is het netwerk een platform verworden dat zich richt
worden ‘Ik ben Drents Ondernemer’ (inhoudelijke en
op de economische ontwikkeling en groei in de regio. Waar
netwerkverbinding) en het MKB-fonds Drenthe (financiering)
de gemiddelde afstand tot een treinstation voor inwoners van
door de gesprekspartners genoemd als enkele van de weinige
Meppel (2,9), Assen (3,2km), Hoogeveen (4,2km) relatief
belangrijke partijen die zorgen voor verbinding in het ERE.
klein is, is die voor inwoners in de minder verstedelijkte
De gesprekspartners geven aan dat er in sterke mate sprake is
gemeenten aanzienlijk groter. Voor inwoners van Noordenveld
van versnippering in het economische ecosysteem. Waar het
en Borger-Odoorn is deze bijvoorbeeld respectievelijk 14,5 en
bedrijfsleven zich organiseert, gebeurt dit vooral op regionaal en
15,8 kilometer. De gemiddelde woon-werk afstand ligt in
lokaal niveau.
Qua fysieke infrastructuur zien we dat gemeenten in
alle Drentse gemeenten boven het Nederlands gemiddelde: het regionale gemiddelde is 28km, tegenover een landelijk
We identificeren een tweetal oorzaken:
gemiddelde van 23km. In Zuidoost en Zuidwest-Drenthe (met uitzondering van Hoogeveen) ligt deze hoger dan in NoordDrenthe.
•
Allereerst bestaat ‘het’ economisch ecosysteem niet of nauwelijks op Drents niveau. Het ERE bestaat feitelijk uit een drietal subregio’s met eigen profielen, belangen
Vergeleken met het landelijke beeld zien we dat de Drenthe als
en activiteiten. De subregio’s strekken zich bovendien
geheel gemiddeld scoort op de economische systeemkenmerken
uit over provinciegrenzen heen, getuige ook de drie
en randvoorwaarden, soms iets boven het landelijk gemiddelde
arbeidsmarktregio’s waarin de Drentse gemeenten vallen. In
en soms er iets onder, maar niet met grote uitschieters omhoog
Noord-Drenthe is de as Groningen-Assen de economische
of omlaag. De systeemkenmerken en randvoorwaarden
motor. In Zuidoost-Drenthe zien we een sterke
lijken daarmee in de basis redelijk op orde. Echter, door
economische samenwerking tussen Emmen, Coevorden,
de verschillende (sociaal-)economische profielen van de
Hoogeveen en het Overijsselse Hardenberg rondom de
subregio’s zien we wisselende scores over de verschillende
Dutch TechZone. Bovendien heeft Coevorden een oriëntatie
systeemkenmerken en randvoorwaarden en is er sprake van
richting Duitsland met het internationale industrieterrein
gespiegelde opgaven. Zuidoost-Drenthe kent een relatief
Coevorden-Emlichheim. Tenslotte, trekt Zuidwest-Drenthe
laagopgeleide beroepsbevolking, laag BRP, en bovendien een
en dan met name Meppel sterk op richting de regio Zwolle.
krimp van het BRP in 2019. Noord-Drenthe kent een relatief
Ook de focus van de economische activiteiten verschilt
hoog opgeleide beroepsbevolking, maar is de groei van het
sterk tussen de regio’s. In de regio Groningen-Assen is
BRP ten opzichte van het landelijke gemiddelde gezien laag.
er sprake van enerzijds een kenniseconomie gefocust op
Daar is de groei van het BRP in Zuidwest-Drenthe zeer hoog.
agrifood, biobased materials, energie, gezondheid en ICT;
Tenslotte, zien we in de data een groot verschil tussen de
en anderzijds is er relatief veel zakelijke dienstverlening.
centrumgemeenten en overige gemeenten in de subregio’s in
In Emmen, Coevorden, Hoogeveen en Hardenberg zijn
de mate waarin inwoners van de betreffende gemeenten zijn
de economische activiteiten geconcentreerd rondom
ontsloten op hoofdverkeerswegen en treinstations. Inwoners
de maakindustrie. In Meppel-Zwolle ligt de focus op
van ‘niet-centrumgemeenten’ hebben over het algemeen een
detailhandel, industrie en landbouw.
aanzienlijk grotere afstand te overbruggen.
57
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
•
Daarnaast bestaat het bedrijfsleven in Drenthe
Kortom: er is binnen het ERE op regionaal (Drenthe-)niveau
hoofdzakelijk uit kleinschalig MKB en veel agrarische
sprake van een beperkte verbinding tussen economische
ondernemers. Het MKB is weinig georganiseerd binnen
actoren. De aansluiting tussen de subregionale ERE’s en het
de regio. ‘De koplopers weten elkaar wel te vinden, maar
regionale ERE mag in de ogen van de meeste gesprekspartners
het gros is familiebedrijf of een agrarisch bedrijf. Die zijn
nog steviger worden ingevuld. Het bedrijfsleven is momenteel
nauwelijks betrokken in het regionale economisch ecosysteem.
veelal georganiseerd en gefocust op bovenregionaal of lokaal/
Ze hebben daar geen tijd voor, omdat ze zich drie slagen in de
subregionaal niveau. Het naoberschap zien we sterk terug op
rondte werken’. Als het MKB zich organiseert, dan gebeurt
het lokale niveau in het ERE: ‘Ondernemers gunnen elkaar wat:
dit soms op subregionaal niveau, maar hoofdzakelijk op
een toerist komt slapen bij ondernemer A, kan daar meteen een
lokaal niveau, bijvoorbeeld in de ondernemersverenigingen
fiets huren van ondernemer B en eet ’s ochtends bij het ontbijt
die iedere gemeente heeft. In de beelden van de bestuurlijke
lokale streekproducten van ondernemer C’.
gesprekspartners komt naar voren dat zij het gevoel hebben dat deze kleine ondernemers niet goed gehoord en gevonden worden. Enerzijds komt dit, zo stellen zij, doordat ze niet georganiseerd zijn. Anderzijds zijn de Drentse ondernemers erg zelfstandig en vragen zij niet snel om overheidshulp.
58
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
Tabel 6.
Overzicht actoren economisch ecosysteem per schaalniveau.
Bovenregionaal
Actoren economisch ecosysteem (ERE) Economisch
Natuur, recreatie en omgeving
• Chemport Europe (ook ERE en BRE)
• Bouwend Nederland Regio Noord
• Industrietafel Noord-Nederland (ook ERE en BRE)
• Regio Deal Natuurinclusieve Landbouw
• Noorderlink (ook ERE en BRE)
Energie en duurzaamheid
• Samenwerkingsverband Noord-Nederland (ook BRE en MRE)
• Investeringsagenda waterstof Noord-Nederland (ook BRE en ERE)
• Economic Board Noord-Nederland (ook BRE en MRE) • VNO-NCW MKB Noord
• New Energy Coalition (ook ERE en BRE)
• Noordelijke ontwikkelmaatschappij (ook BRE)
• Noordelijk Innovatielab Circulaire Economie (NICE)
• Smart Industry Hub Noord • Bedrijvensociëteit A37 • Noord-Nederlandse Innovatiestrategie (RIS3) • Deltaplan Noordelijk Nederland • LTO-Noord • Groningen Seaports • Enexis Holding NV (Noord-, Oost-, Zuid-Nederland) • Vereniging van Gemeenten Aandeelhouders binnen Noord-Nederland binnen Enexis Holding NV BRE Drenthe
• Rendo Holding NV (Drenthe, Overijssel) Economisch
Energie en duurzaamheid
• Ik Ben Drents Ondernemer
• Regionale Energie Strategie (ook BRE en MRE)
• Marketing Drenthe
• Energiefonds Drenthe
• MKB Fonds Drenthe
Natuur, recreatie en omgeving
• De Ondernemersfabriek
• GR Recreatieschap Drenthe (ook BRE en MRE)
• Jouw Bedrijven Netwerk Drenthe • De Drentse Zaak • Businessclub Drents Museum • GR Gemeentelijke Kredietbank Drenthe Subregionaal
• Regionaal Mobiliteitscentrum Drenthe Economisch
Onderwijs en kennis
• GR WEDEKA Bedrijven (ook BRE)
• Kennispoort Drenthe
• Samenwerkende Bedrijven Eemsdelta
• IT Hub Hoogeveen
• Euregio Enschede-Gronau (hieronder valt ook Europark Coevorden-
• Dutch TechZone Welzijn, zorg en sport
Emlichheim) • Arbeidsmarktregio Groningen (ook BRE en MRE)
• LEADER Zuidwest-Drenthe
• Arbeidsmarktregio Zwolle (ook BRE en MRE)
• LEADER Zuidoost-Drenthe
• Arbeidsmarktregio Drenthe (ook BRE en MRE)
• Ondernemerskring Midden-Drenthe
• Port of Zwolle Coöperatie UA
Energie en duurzaamheid
• Werkvoorzieningschap Stark
• EIP Operational Group Bio-Economie Drentsche Aa
• Werkvoorzieningsschap Reestmond • Werkvoorzieningsschap Novatec • Werkvoorzieningschap Alescon • Werkplein Drenthsche Aa (WPDA) • Vierkant voor werk • Drentse Zuidas • Regionale Werkgeversbenadering (Werkbedrijf Regio Zwolle) Lokaal
• NV Wadinko (Overijssel, Noordoostpolder, Zuidwest-Drenthe) • Lokale bedrijfs- en ondernemersverenigingen
Verbinding tussen het ERE en het BRE
Een voorbeeld hier van is de corona-overbruggingslening
In de verbinding tussen het economische en bestuurlijke
die door de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (in
ecosysteem zien we een zelfde lijn en ambivalentie
Noord-Nederland de NOM) wordt uitgekeerd. De aanvragen
als in de verbinding tussen het maatschappelijke en
in Drenthe bleven achter ten opzichte van Groningen en
bestuurlijke ecosysteem. In de gesprekken komt naar
Friesland, zowel in aantal als in kwaliteit van de aanvragen
voren dat de economische actoren op lokaal niveau erg
zelf. De gesprekspartners konden hier niet direct een duidelijke
samenwerkingsgericht zijn, maar zij zijn ook zelfvoorzienend.
oorzaak voor aanwijzen, maar linken het voorzichtig aan de
Net als de maatschappelijke actoren zijn de economische
Drentse bescheidenheid en terughoudendheid: ‘Ondernemers
actoren liever niet teveel afhankelijk van de overheid.
vragen niet zomaar om hulp, maar ze laten daardoor wel kansen lopen’.
59
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
In de beelden van de bestuurlijke en economische gespreks
Box 14. Vergelijking economisch regionaal ecosysteem
partners komt in het algemeen naar voren dat er sprake is van
Groningen, Drenthe, Friesland en Noordoost Brabant
beperkte samenwerking en verbinding tussen het bestuurlijke
Systeemelementen. In vergelijking met de andere
en economische ecosysteem in Drenthe. Er is veel MKB in de
casusregio’s zijn de verschillen binnen de regio relatief
regio dat buiten de lokale ondernemersverenigingen beperkt
groot. De investeringen in Research & Development,
georganiseerd is. Maar ook worden er schakels gemist tussen
het opleidingsniveau van inwoners en het aantal
het economische en bestuurlijke ecosysteem: ‘in het Drentse
bedrijfsoprichtingen verschillen sterk over de drie COROP-
bedrijfsleven zijn geen of nauwelijks oliemannetjes die overal
regio’s. Dit geeft de subregio’s in Drenthe meer dan dat, dat
bij betrokken zijn en overal lijntjes hebben’. Hierdoor ervaren
het geval is in veel van de andere casusregio’s, een eigen
bestuurlijke gesprekspartners dat zij het MKB niet altijd even
profiel op het vlak van systeemelementen. Vergeleken met
goed weten te bereiken, wordt de overheid onvoldoende
de andere casusregio’s heeft Drenthe op het niveau van
gevonden door ondernemers op het vlak van subsidies en
de regio een gemiddeld aantal hoog- en laagopgeleiden;
andere vormen van ondersteuning en, tenslotte, worden
subregionaal verschilt dit sterk.
ondernemers relatief weinig betrokken in de samenwerking. Randvoorwaarden. Voor de randvoorwaarde fysieke
Bij de gesprekspartners leeft en ziet men de wens om meer
infrastructuur geldt dat de gemiddelde afstand tot
op subregionaal en regionaal niveau samen te werken.
een hoofdverkeersweg overal ongeveer hetzelfde is. De
De Drentse gemeenten opereren hoofdzakelijk vanuit een
gemiddelde woon-werkafstand ligt het hoogst in Drenthe.
eigen economische visie. En daar waar de verbinding wordt
In Drenthe zijn in vergelijking met de andere regio’s sinds
gelegd is deze vaak niet structureel, maar afhankelijk van
2013 relatief weinig wethouders opgestapt. Dit zegt iets over
individuen. De afhankelijkheid van de betrokkenheid van deze
de stabiliteit van formele instituties.
individuele bestuurders en ondernemers is een risico voor de continuïteit van de economische samenwerking. Waar
BRP en nieuwe bedrijven. In Drenthe worden minder
het aan ontbreekt is een gedeelde visie op de samenwerking,
bedrijven opgericht dan gemiddeld in Nederland. Noord-
zoals die er wel is in delen van de Drentse subregio’s binnen
Holland Noord is de enige casusregio waar meer nieuwe
regiogrensoverschrijdende partnerschappen (uitgewerkt in
bedrijven worden opgericht dan gemiddeld in Nederland.
bijvoorbeeld het Programma Economie van de Regio Zwolle,
De groei van het Bruto Regionaal Product verschilt sterk
het Economische Platform van de Regio Groningen-Assen, of
over de drie subregio’s. In Zuidoost-Drenthe was er in
rondom de Dutch TechZone). Hier is in veel gevallen sprake
2019 sprake van een stevige krimp, in Noord-Drenthe een
van economische trekkracht van buiten de regio.
gematigde groei en in Zuidwest-Drenthe was er sprake van een zeer stevige groei van het BRP. Wanneer we kijken naar
Daar waar er sprake is van een sterke samenwerking tussen het
het BRP per inwoner in absolute aantallen zien we dat zowel
economische en bestuurlijke systeem in Drenthe merken de
Groningen als Friesland hoger scoren dan Drenthe.
gesprekspartners op dat de overheid vaak de regie neemt en het bedrijfsleven volgt.
ERE en BRE. Het economisch regionale ecosysteem is in Noord-Oost Brabant in sterke mate gedomineerd en aangejaagd door het BRE in termen van oprichten, financieren en agendering. Daarbij is de samenhang tussen de ecosystemen niet in balans door het ontbreken van een MRE. In Friesland weten economische partijen elkaar binnen een aantal sectoren te vinden waar in een deel van de gevallen wordt gekozen voor financiering vanuit het BRE. In Groningen is het economisch netwerk veelal opgebouwd uit verschillende verbanden die zich afhankelijk van de opgave en/of bestuurlijke indeling bevinden op lokale, subregionale of bovenregionale schaal. Groningen is daarmee vergelijkbaar met het Drentse ERE.
60
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
5.5 Publieke waarde creatie in de regio
Voordat we de ontwikkelingen op COROP-niveau uitlichten, is het interessant om de scores van de regio te vergelijken met
Deelvraag 5 luidt: Welke publieke waarde wordt er in de regio
andere regio’s.
gerealiseerd? Het Coöperatief Convenant van RaboResearch heeft onderzoek Publieke waarde gaat over de korte en lange termijneffecten van
gedaan naar geografie van brede welvaart. Hierbij zijn de scores
het handelen door (samenwerkende) overheidsorganisaties. Of
van alle regio’s op de regionale brede welvaart index in een
die effecten van waarde zijn, bepaalt het publiek: individuele
vergelijk over tijd (2013 en 2019) onderzocht, zie figuur 29.
burgers die handelen vanuit hun eigen overtuiging over wat goed
De drie COROP-regio’s binnen Drenthe (Noord-Drenthe,
en rechtvaardig is. In maatschappelijke processen besluiten zij
Zuidoost-Drenthe en Zuidwest-Drenthe) zijn in blauw
collectief (middels volksvertegenwoordiging, maar ook door zich te
omcirkeld. De grafiek laat zien dat Noord- en Zuidwest Drenthe
verenigen in maatschappelijke organisaties of burgerinitiatieven)
een bovengemiddeld brede welvaart hebben in zowel 2013 als
welke publieke waarde de overheid moet nastreven, en of ze dat
in 2019. Zuidoost-Drenthe had in 2013 een bovengemiddeld
goed doet. Wij beschrijven publieke waarde aan de hand van brede
brede welvaart, maar was in 2019 onder het gemiddelde terecht
welvaartsindicatoren en de ambities die de regio zichzelf stelt.
gekomen. Wat betreft de groei in de regio tussen 2013 en 2019
45
zien we dat de drie COROP-regio’s minder dan gemiddeld zijn
Opgaveprofiel Drenthe
gegroeid. Ze bevinden zich namelijk onder de diagonaal. Een
Het realiseren van publieke waarde beschrijven we aan de hand
belangrijke kanttekening is dat de berekeningen met de cijfers
van 7 brede welvaartsindicatoren: Welzijn & gezondheid, Veilig
uit 2019 zijn gemaakt. Anno 2021 zouden Drentse subregio’s
heid, Wonen, Materiële welvaart, Arbeid, Milieu en Samenleving.
mogelijk een andere plek krijgen, dit kunnen we echter in deze
Daarvoor gebruiken we de cijfers vanaf 2015 tot de meest recente
rapportage niet met cijfers bekrachtigen.
cijfers. Hiermee kunnen we de ontwikkelingen in kaart brengen. NL = 0,645
0,72
0,71 Utrecht
0,70
ZW-Friesland M-Limburg
N-Overijssel O-Zuid-Holland Alkmaar e.o. Kop van Noord holland
0,69
Brede welvaart 2019
Het gooi en Vechtstreek
ZO-Friesland
0,68
N-Limburg
Flevoland
0,67
Zuid-holland Twente N-Friesland
Z-Vlaanderen
Aggl. Haarlem
ZW-Gelderland
ZO-Brabant W-Brabant
Z-Limburg
0,65
Arnhem/ Nijmegen
Groot-Rijnmond
Zaanstreek
Delfzijl e.o.
Aggl. Den Haag
0,63
0,62
ZO-Drenthe
O-Groningen
Groot-Amsterdam
0,64
NL = 0,665
Overige Groningen
0,66
N-Drenthe
ZW-Drenthe
NO-Brabant
Delft en Westland
Veluwe Overige Zeeland ZW-Overijssel Leiden-Bollenstreek
0,60
0,61
0,62
0,63
0,64
0,65
0,66
0,67
0,68
0,69
Brede welvaart 2013 45
61
Vergelijkingsscores zijn gebaseerd op de Regionale Monitor Brede Welvaart van het CBS, waar Drenthe wordt vergeleken met de andere provincies (12 in totaal) en de 3 COROP-regio’s die binnen Drenthe vallen, worden vergeleken met elkaar en de andere COROP-regio’s (40 in totaal).
Figuur 30. (Hierboven) Scores van alle regio’s op de regionale brede welvaart index in een vergelijk over tijd (2013 en 2019), Coöperatief Convenant van RaboResearch (17 mei 2021), gemeten op COROP-niveau.
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
Welzijn & Gezondheid Monitor brede welvaart
Welzijn Op het schaalniveau van het BRE staat Drenthe zeer hoog op het thema welzijn (tevredenheid met het leven en tevredenheid met vrije tijd). Drenten zijn de meest tevreden Nederlanders als het gaat om vrije tijd en zijn meer tevreden met het leven dan de meeste andere provincies (plaats 3 uit 12). Desalniettemin zien we wel dat de tevredenheid met het leven relatief gezien gedaald is over de afgelopen 5 jaar. Op COROP-niveau zien we dat Zuidwest-Drenthe minder scoort dan Noord-Drenthe en Zuidoost-Drenthe op welzijn. Inwoners van ZuidwestDrenthe zijn met name minder tevreden met hun vrije tijd, dan de ‘buren’ in Noord en Zuidoost-Drenthe. De sterke stijging van ZuidoostDrenthe is hier ook opvallend te noemen; daar waar deze regio in 2015 onderaan het lijstje stond, staat deze in 2019 in de top drie van COROPregio’s met de meest tevreden inwoners over hun vrije tijd. Als het gaat om tevredenheid met het leven dan zien we over de alle drie de regio’s een daling die correspondeert met de daling van het BRE als geheel. De tevredenheid met het leven is echter in alle drie de regio’s nog steeds bovengemiddeld te noemen. Gezondheid Inwoners van het BRE Drenthe scoren hun ervaren gezondheid net bovengemiddeld vergeleken met inwoners van de overige provincies (plaats 5 uit 12).
Op het schaalniveau van de COROP zien we tevens een stijgende lijn over alle drie de regio’s, maar blijft Zuidoost-Drenthe achter bij de rest (laagste 25% ten opzichte van de beste 25% voor Noord en Zuidwest-Drenthe). Wanneer we kijken naar indicatoren voor fysieke gezondheid dan zien we een wisselend beeld. Als het gaat om overgewicht scoort Drenthe het laagste van alle provincies. Op COROP-schaal zien we echter een tweesplitsing, waarbij Noord-Drenthe beduidend hoger scoort dan Zuidoost en Zuidwest-Drenthe. Dit zelfde beeld zien we terugkomen bij de indicator personen met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen: op Drents niveau toont deze indicator een gemiddelde score, maar deze komt voort uit een boven gemiddelde score in NoordDrenthe en onder gemiddelde score in Zuidoost- en Zuidwest-Drenthe.
Beelden
In de interviews komt vaak terug dat de Drent tevreden is met het leven en over het algemeen gelukkig is. Maar er zijn zwakke plekken in de gebieden die van oudsher al zwakker zijn. Dit geldt bijvoorbeeld in de veengebieden rondom Emmen. Hier is sprake van een lagere levensverwachting, die wordt gerelateerd aan ‘overerfbare armoede’. De verschillen in de regio worden ook gezien op het vlak van gezondheid. De genoemde opgaven op het gebied van gezondheidszorg zitten hem enerzijds in de bereikbaarheid en instandhouding van voorzieningen in de zorg en anderzijds het verhelpen van gezondheidsachterstanden (bijvoorbeeld preventie drankproblematiek en verlagen van de relatief hoge kosten van de jeugdzorg). Ook hier geven gesprekspartners aan dat de verschillen in gezondheidsvraagstukken verschillen binnen regio of zelfs op lokaal niveau. Deze historisch gegroeide verschillen brengen ook gespiegelde opgaven met zich mee op het vlak van gezondheid en welzijn en sociaal-economische opgaven binnen het BRE Drenthe.
Ambities
GGD Drenthe heeft ambities geformuleerd om de gezondheid, welzijn en sociale veiligheid in Drenthe te beschermen, bewaken en bevorderen. Daarnaast wordt er in programma’s zoals Drenthe Beweegt gewerkt aan het stimuleren en vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners, het versterken van de gezondheidsvaardigheden van inwoners en een betere benutting en verduurzaming van de infrastructuur (voorzieningen, begeleiding, activatie en gezondheidspromotie). Ook aan de Drentse Zorgtafel en het Drents Zorglandschap wordt gewerkt aan de organisatie van de zorg: een kwalitatief, bereikbare en betaalbare zorg voor de inwoners.
welvaart
Monitor brede
Milieu De provincie Drenthe scoort hoog op het thema milieu. De regio staat bekend om haar weidse ruimte en dat komt terug in deze indicatoren. Drenthe heeft relatief gezien het meeste natuurgebied per inwoner, een hoog percentage natuur- en bosgebieden ten opzichte van de totale oppervlakte en, een kleine afstand tot openbaar groen (respectievelijk plaatsen 1, 2 en 3 uit 12). Ook op de emissie-indicatoren (i.e. broeikasgasemissies per inwoner, emissies van fijnstof naar lucht en stikstofuitscheiding landbouw) scoort de provincie bovengemiddeld (plaats 2 uit 12). Bij de COROP-regio’s scoren Noord-Drenthe en Zuidwest-Drenthe over het algemeen hoger dan Zuidoost-Drenthe. Opvallend is hierbij de relatief
Beelden
lage score van Zuidoost-Drenthe op de indicator kwaliteit van zwemwater binnenwateren en de indicator natuur- en bosgebieden. Van het middenstuk, het Drents plateau, stroomt het water naar de randen. Door het veranderende klimaat is de waterhuishouding tot een belangrijke opgave verworden: vooral op de hogere zandgronden groeit het watertekort uit tot een probleem voor boer en natuur. Doordat Drenthe een ‘omgekeerd soepbord’ is verschillen de vraagstukken op het gebied van water en klimaat sterk, hetgeen de Drentse samenwerking op dit vlak bemoeilijkt. Veel gesprekspartners bestempelen vraagstukken rondom het thema milieu als belangrijk, waaronder stikstofdepositie, CO2-problematiek, duurzaamheid, de energietransitie en hittestress. Al deze opgaven leggen beslag op de ruimte wat zorgt voor spanning tussen landbouw,
Ambities
economie en natuur. De waterschappen zetten met hun beheerprogramma’s stevig in op klimaatbestendigheid. In de RES 1.0 regio Drenthe - welke is vastgesteld door de provincie, 12 gemeenten en de 4 waterschappen die in Drenthe werkzaam zijn - staat beschreven dat het streven is om in 2030 een kwart van het energiegebruik in Drenthe op te wekken door grootschalige zonne- en windenergie. Het recreatieschap is een belangrijke actor op het vlak van natuur, toerisme en recreatie. In de Regio Zwolle ingezet op een ‘klimaatbestendige groeiregio’. Het ontbreekt nog aan een centrale regie op de milieu- en ruimtelijke opgaven.
62
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
welvaart
Op het schaalniveau van de provincie scoort Drenthe relatief goed op alle indicatoren van veiligheid. Inwoners voelen zich minder vaak onveilig in hun buurt dan inwoners van veel andere provincies (score 3 uit 12). Ook zijn er minder geregistreerde misdrijven (plaats 2 uit 12) en ondervonden delicten dan in de meeste andere provincies (plaats 5 uit 12). De daling van de provincie Drenthe op de indicator aantal ondervonden delicten van plek één in 2015 naar plek vijf in 2019 is wel een opvallende.
Beelden
De CBS monitor heeft op de indicator veiligheid geen data beschikbaar gesteld op COROP-niveau. De centrale opgave op het vlak van veiligheid is de omgang van met beperkte middelen en capaciteit (verdunning van voorzieningen) in een groot
Ambities
Monitor brede
Veiligheid
De ambities van de Veiligheidsregio Drenthe zetten in op de professionalisering en toekomstbestendigheid van de uitvoering van de kerntaken,
en relatief ‘ijl’ gebied. In dit kader wordt ook gerefereerd het ‘onzichtbare’ maar desalniettemin urgente vraagstuk van ondermijning.
het voorbereiden en anticiperen op nieuwe regionale risico’s en rampen en het verstevigen van het veiligheidsnetwerk. Een informatiegestuurde werkwijze heeft de focus. Een uitwerking hiervan is de VINN (Veiligheids Informatieknooppunt Noord-Nederland), waarmee de veiligheidsregio’s van Drenthe, Groningen en Fryslân informatie verzamelen en delen.
welvaart
Monitor brede
Wonen Binnen het thema wonen zien we een wisselend beeld op de schaal van het BRE. Enerzijds zijn de afstanden tot voorzieningen - zoals basisscholen, horeca en sportterreinen - relatief groot in Drenthe. Anderzijds zijn inwoners van Drenthe vergeleken met de rest van Nederland het meest tevreden met hun woonomgeving. Opvallend binnen dit thema is de daling op de indicator tevredenheid met woning. Deze is zichtbaar op zowel op provinciaal niveau als binnen de 3 COROP-regio’s. Op COROP-schaal zien we dat inwoners van Zuidoost-Drenthe tevredener zijn met hun woning vergeleken met inwoners van NoordDrenthe en Zuidwest-Drenthe. Daar staat tegenover dat Zuidoost-Drenthe een negatieve uitschieter is op de indicator tevredenheid met
Beelden
woonomgeving. In de gesprekken komt naar voren dat de drie subregio’s verschillen kennen in de woningbouwopgaven. Zo is er in de regio Groningen-Assen en fors tekort aan woningen en zijn er flinke prijsstijgingen. In Zuidwest-Drenthe fungeert Meppel als groeikern op woon-werkafstand van Zwolle, de verder landelijke regio vergrijst. Ook Zuidoost-Drenthe functioneert als zelfstandige woningmarkt rondom Emmen. In verschillende stadswijken en (met name veenkoloniale) dorpen ligt een verbouwopgave waar naast verduurzaming ook een kwaliteitsslag nodig is. Op het platteland leidt de terugtrekking van voorzieningen uit dorpen tot een kwetsbare, dunne structuur. Bereikbaarheid en mobiliteit - via het openbaar vervoer - is daarbij een vaak genoemde opgave.
Ambities
Ook energiearmoede is een belangrijke opgave op het thema wonen. De provincie Drenthe legt veel verantwoordelijkheid binnen de woonopgave bij de subregio’s. De focus van het financieringsinstrument verschilt per regio. In Zuidoost Drenthe is er bijvoorbeeld meer aandacht voor huishoudenskrimp en gemengd bezit, in Zuidwest Drenthe ligt de focus juist op kwalitatieve groei. De Regio Assen-Groningen heeft de ambitie uitgesproken om ruim 21.000 tot 2030 te bouwen en tot 2040 nog eens 14.000 woningen. In de Woonagenda van de provincie Drenthe wordt gepoogd de verbinding te leggen tussen de woonopgaven in de drie subregio’s waarbij een vijftal ambities is uitgesproken: woningmarkt in balans, betaalbaar wonen, wonen voor vitale ouderen en levensloopbestendig wonen, duurzaam wonen, prettige fysieke leefomgeving. In diverse verbanden wordt de link tussen (OV-)infrastructuur en goed wonen gelegd. Zo werkt het OV-Bureau aan een toekomstvast, fijnmazig, toegankelijk en betaalbaar mobiliteitssysteem dat het landelijke gebied ontsluiten en steden en instellingen bereikbaar houdt. In het Deltaplan staat bovendien beschreven hoe Noord-Nederland een kwart van de nationale woningbouwopgave op zich wil nemen. Hieraan worden ambities gekoppeld voor het verbeteren van de bereikbaarheid van het gebied, zoals de ontwikkeling van de Nedersaksenlijn.
63
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
welvaart
Drenthe scoort op BRE-niveau en COROP-niveau relatief laag op de indicatoren bruto binnenlands product en mediaan besteedbaar inkomen. Het bruto binnenlands product van Drenthe is met €31.532,- per inwoner het laagst van alle Nederlandse provincies. Op COROP-niveau scoort Noord-Drenthe op het gebied van ‘mediaan besteedbaar inkomen’ het hoogste, met een score bij de beste 25% van alle regio’s in Nederland.Deze lijn kunnen we ook doortrekken als het gaat om het ‘mediaan vermogen van huishoudens’ in Drenthe. Over de gehele linie scoort Zuidoost-Drenthe aanhoudend laag op het thema materiële welvaart (over tijd én over de verschillende indicatoren). In de gesprekken komt naar voren dat de sociaaleconomische opgaven binnen de regio verschillen. Meerdere keren is benoemd dat de
Beelden
Monitor brede
Materiële welvaart
verschillen tussen de zand- en veengebieden een zekere mate van ‘kansenongelijkheid’ met zich mee brengt. De voormalig veengebieden (veelal in de oostelijke gemeente in Drenthe) kennen relatief veel lage inkomens, armoede, achterstand en laaggeletterdheid. Kijken we naar de economie dan zien de gesprekspartners een stevige opgave in het in balans brengen van drie belangrijke sectoren voor de Drentse economie: landbouw, natuur en recreatie.
Ambities
In de Sociale Agenda van Drenthe 2020-2023 is expliciet de ambitie uitgesproken om de inkomenspositie van de lage inkomensgroepen te verbeteren en laaggeletterdheid te verminderen. In Zuid- en Oost Drenthe besteedt de regiodeal in de pijler Werken aandacht aan het stimuleren van de regionale economie. In de Regio Groningen-Assen en Regio Zwolle ligt de nadruk meer op het bestendigen en/of uitbouwen van de economische groei. Ook bovenregionaal wordt er onder andere via Samenwerkingsverband Noord-Nederland ingezet op economische groei en innovatie.
Arbeid Monitor brede welvaart
Op het schaalniveau van het BRE scoort Drenthe wisselend op het thema ‘arbeid en vrije tijd’. Er is sprake van een dalende trend als het gaat om werkeloosheid ten opzichte van de andere provincies en inwoners zijn relatief tevreden over de reistijd van en naar het werk (voor beide ranking 2 uit 12). Op de overige drie indicatoren zien we een ander beeld. Zowel op de indicator opleidingsniveau en indicatoren bruto en netto arbeidsparticipatie scoort Drenthe blijvend lager (respectievelijk plaatsen 9, 10 en 10 uit 12). Kijken we op COROP-niveau, dan zien we een zelfde beeld terugkomen als op provincieniveau. De drie Drentse COROP-regio’s doen het ten opzichte van de andere COROP-regio’s bovengemiddeld goed op de indicator tevredenheid met reistijd van en naar het werk. Wat betreft werkloosheid doen Noord- en Zuidwest-Drenthe het fors beter dan Zuidoost-Drenthe, al is er in alle drie de COROP-regio’s sprake een dalende trend. Op het gebied van (bruto en netto) arbeidsparticipatie scoren de drie regio’s alle drie beneden gemiddeld; Zuidwest-Drenthe doet het wel aanzienlijk beter dan de andere twee Drentse COROP-regio’s. Wat betreft het opleidingsniveau scoort Noord-Drenthe hoger dan ZuidwestDrenthe en met name Zuidoost-Drenthe.
Beelden
Veel bestuurders en economische actoren uitten in de gesprekken hun zorgen over de relatief lage netto arbeidsparticipatie. Deze zijn volgens hen het gevolg van vergrijzing, ontgroening en een ‘braindrain’ als gevolg van onvoldoende werk voor WO-opgeleiden. Het behoud en ontwikkelen van (jonge) goed opgeleide mensen en technische kennis wordt als een majeure opgave gezien. Daarnaast is er sprake van relatief veel seizoensgebonden MKB-bedrijvigheid. Dit uit zich in het bijstandsvolume in de wintermaanden.
Ambities
In diverse verbanden werken de overheid en het bedrijfsleven gezamenlijk aan de ambitie om voldoende en goed opgeleid personeel te behouden voor de regio en de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Regio Deal Zuid- en Oost Drenthe, de Regio Groningen-Assen en de Dutch TechZone). De drie arbeidsmarktregio’s die werkzaam zijn in Drenthe hebben zichzelf ten doel gesteld om de aansluiting tussen werkzoekenden en werkgevers te verbeteren.
welvaart
Monitor brede
Samenleving De CBS monitor laat voor het thema samenleving (contact met naasten, vertrouwen en vrijwilligerswerk) matige scores zien. Inwoners van de provincie Drenthe hebben volgens de statistieken relatief minder contact met familie, vrienden of buren dan inwoners van veel andere provincies (plaats 10 uit 12). Drenthe scoort daarnaast beneden gemiddeld als het gaat om vertrouwen in anderen en vertrouwen in landelijke instituties (respectievelijk plaats 7 en plaats 9 uit 12). Tot slot scoort Drenthe met een percentage van 49,2% van de bevolking van 15 jaar en ouder dat in het afgelopen jaar vrijwilligerswerk heeft verricht gemiddeld: ranking 6 uit 12. Binnen de regio - op COROP-niveau - is op dit vlak een duidelijke tweedeling te zien: Noord-Drenthe en Zuidwest-Drenthe scoren doorgaans gemiddeld of net boven gemiddeld, waar Zuidoost-Drenthe achterblijft op de indicatoren van het thema samenleving (met bijvoorbeeld score
Beelden
39 uit 40 voor contact met familie, vrienden of buren en voor vertrouwen in instituties). In de beelden komt naar voren dat het naoberschap nog steeds sterk aanwezig is: er is sprake van veel samenwerking en sociale verbondenheid op het Drentse platteland, onder meer om weggevallen voorzieningen op te vangen. Voorbeelden die worden genoemd zijn een sterk netwerk van de vrijwillige brandweer en AED’s om lange aanrijdtijden van ambulances op te vangen. Binnen het thema samenleving lijken de data uit de CBS monitor dus niet volledig te matchen met de beelden uit de interviews. Een
Ambities
mogelijke verklaring hier voor zijn de grote verschillen tussen de subregio’s. Er zijn weinig regionale ambities naar voren gekomen die erop gericht zijn de samenleving (vertrouwen en sociale verbondenheid) als welvaartsindicator te versterken. Wel zijn er zoals reeds benoemd bij de thema’s welzijn, gezondheid en wonen, stevige ambities op het vlak van leefbaarheid, bereikbaarheid en het voorzieningenniveau (bijv. afspraken rondom zwembaden in de kernen). Deze ambities raken (in) direct aan het thema samenleving uit de CBS monitor.
64
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
Opgavenprofiel Drenthe Op basis van de beantwoording van de voorgaande deelvragen komen we samengevat tot het volgende opgavenprofiel gerelateerd aan de wijze waarop het BRE, MRE en ERE is georganiseerd als fundament om die opgaven aan te pakken. We schetsen de voornaamste opgaven op (boven)regionaal en subregionaal niveau. Het opgavenprofiel bevat dus de grootste opgave voor de regio. Sociaalmaatschappelijke opgaven
Dominant schaalniveau
Demografische opgave
Regionaal
Vergrijzing is een pregnante opgave voor de regio Drenthe. Afgezien van de gemeenten Assen en Meppel
De demografische opgave en
hebben alle gemeenten te maken met grijze druk die fors hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. De
de aanpak daarvan heeft in
bevolkingsprognose (2021-20250) van het CBS laat een krimp van de bevolking in Drenthe van zo’n 6%
algemene zin gevolgen voor de
zien. Deze verwachte bevolkingskrimp vormt een opgave voor de regio. Echter, enige voorzichtigheid in
ruimtelijke, economische en andere
conclusies over deze cijfers is geboden. De effecten van de coronapandemie op het verhuizingssaldo (o.a.
sociaalmaatschappelijke opgaven die
toename aan Randstedelingen die zich in Drenthe vestigen en vanuit daar (deels) thuiswerken) lijken nog
we hieronder schetsen.
beperkt te zijn gevat in deze prognose. Zo lijkt de eerder verwachte bevolkingskrimp voor 2022 zich niet voor te doen. Sociaal domein en gezondheid
Regionaal <-> subregionaal
In de regio ligt er een opgave op het gebied van sociaal domein en gezondheid. Deze opgaven zijn niet
Drenthe kent op subregionale
evenredig verdeeld over de regio. De opgaven rondom de sociaaleconomische problematiek (waaronder
schaal gespiegelde opgaven op
lage inkomens, armoede, achterstand en laaggeletterdheid) manifesteren zich relatief vaker en sterker in het
het vlak van gezondheid, welzijn
oosten van Drenthe, in de voormalig veengebieden.
en sociaaleconomische opgaven.
Een aangrenzende opgave in Drenthe is die op het vlak van gezondheid. Drenthe is bijvoorbeeld de
In de aanpak van de opgaven in
provincie met relatief gezien het meeste overgewicht. Echter zien we ook binnen de gezondheidsopgaven
het sociaal domein en gezondheid
een tweedeling; deze manifesteren zich namelijk in een sterkere mate in Zuidoost- en Zuidwest-Drenthe.
kan Drenthe bouwen op de sterke verbinding op subregionaal niveau tussen het BRE en het MRE. Op regionale schaal wordt de verbinding gelegd middels programma’s als de Sociale Agenda en Drenthe beweegt en samenwerkingsverbanden als de Drentse Zorgtafel.
Ruimtelijke opgaven
Dominant schaalniveau
Toekomst van het landelijk gebied
Regionaal
Het BRE Drenthe kent een door landbouw gedomineerd landschap en heeft een hoog percentage
In de aanpak van de opgaven - en het
bodemgebruik voor agrarisch terrein (69% ten opzichte van 54% landelijk gemiddeld). Daarnaast heeft
zorgen voor een balans - in het landelijk
Drenthe relatief veel bos en open natuurlijke terrein (17% ten opzichte van 12%). Dit gegeven brengt een
gebied wordt er veelal voor een regierol
aantal opgaven met zich mee:
in het BRE Drenthe naar de provincie
• Hoe ruimte te geven aan de natuurinclusieve landbouw? Bij natuurinclusieve landbouw wordt enerzijds
gekeken.
ruimte gegeven aan landbouw en anderzijds aan de verbetering van de biodiversiteit, bodemkwaliteit, leefbaarheid en het landschap. De discussie rondom de bollen- en lelieteelt is hier een recent voorbeeld van. • Hoe ziet de toekomst van het landelijk gebied er uit? Oftewel, hoe kan de beschikbare ruimte optimaal - en met een goede balans - benut worden voor andere maatschappelijke opgaven op het gebied van wonen, energietransitie, mobiliteit, natuur en recreatie? • Hoe kan het aspect water goed gekoppeld worden aan de andere ruimtelijke opgaven? Hier ligt voor de waterschappen een stevige opgave op het gebied van waterbeheersing in het tegengaan van verdroging en vernatting van de bodem. Overigens zijn er ook verschillen binnen de regio, zo is de adressendichtheid voor de gemeente Assen - en in mindere mate Hoogeveen en Meppel - relatief hoog. In plaats van ‘hoe de ruimte zo optimaal te benutten’ geldt in deze gemeenten de opgave ‘hoe om te gaan met de schaarse ruimte’.
65
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
Wonen
Subregionaal <-> Lokaal
Over het algemeen is het goed wonen in Drenthe, met veel rust en ruimte. De woonopgaven in de verschil-
De aanpak van de woonopgave is
lende subregio’s hangen nauw samen met de ruimtelijke opgaven die we hiervoor geschetst hebben.
in sterke mate georganiseerd op
In Noord-Drenthe vormt de Regio Groningen-Assen een woningmarkt met veel dynamiek, stevige tekorten
lokaal en subregionaal niveau. In het
en grote prijsstijgingen in de stad Groningen. Noordenveld, Tynaarlo en de noordelijke helft van Aa en
Uitvoeringsprogramma Wonen stelt
Hunze vormen een groen alternatief. Zuidoost-Drenthe functioneert als zelfstandige woningmarkt rondom
de Provincie Drenthe: ‘Lokaal doen wat
Emmen. Hier ligt een stevige verbouwopgave waarbij naast verduurzaming een kwaliteitsslag nodig is.
lokaal kan, maar de samenwerking
Vanwege vergrijzing en ontgroening is de woningmarkt relatief ontspannen en ontstaat in sommige
opzoeken als de opgave breder is dan
marktsegmenten een tekort, in anderen een overschot. In Zuidwest-Drenthe functioneert Meppel als
alleen de eigen gemeente. Daarin
groeikern op woon-werk afstand van Zwolle. De verder landelijke subregio vergrijst. Hoogeveen vormt een
zoeken we vaak het schaalniveau van
schakel tussen de woningmarkten rondom Meppel en Emmen46.
de [sub]regio op’.
In den brede kent Drenthe een grote vernieuwingsopgave. De woningen uit de jaren ’50, ’60 en ’70 zijn toe
De provincie geeft vanuit haar
aan renovatie en verduurzaming. Deze opgave wordt bemoeilijk door het relatief hoge aantal particuliere
financieringsmechanismen veel vrijheid
eigenaren van woningen in Drenthe (66% om 57% landelijk gemiddeld).
aan gemeenten en subregio’s.
Energie en klimaat
Bovenregionaal <-> Regionaal <-> Subregionaal
Voor het hele BRE Drenthe geldt dat er een opgave in de energietransitie ligt, namelijk om de uitstoot
De energietransitie wordt opgepakt en
van broeikasgassen (CO2) in 2030 met 49% terug te dringen en in 2050 met 95% (t.o.v. 1990). Naast de
aangepakt op het niveau van Noord-
energietransitie, ligt er ook een opgave in het inrichten van de omgeving, zodanig dat de gevolgen van
Nederland (bijv. Omgevingsagenda
klimaatverandering het hoofd kunnen worden geboden. Dit betreft het realiseren van voldoende ruimte voor
Noord), op regionaal niveau in de
wateropslag en open water in het landelijk gebied, het tegengaan van verziltingsproblematiek, tegengaan
RES, en op subregionaal niveau in
van verdroging en vernatting en, tenslotte, het tegengaan van hittestress.
samenwerking tussen gemeenten, waterschappen en provincie (bijv. Regionale Adaptatie Strategie)
Natuurrecreatie en toerisme
Regionaal <-> Subregionaal
Drenthe beschikt over veel landschappelijke kwaliteiten. De toenemende vraag (vanuit binnen en buiten de
De aanpak van opgaven rondom
provincie) naar vrijetijdsvoorzieningen en natuurrecreatie leidt tot een toenemende behoefte en druk op het
natuurrecreatie en toerisme worden
landschap. Tegelijkertijd ligt er een grote opgave om de kwaliteit van de natuur te behouden. De (ruimtelijke)
op regionaal niveau opgepakt, met een
balans tussen recreatie, landbouw, economie en natuur verhoudt zicht in sterke mate tot de klimaatopgave
sterke verbinding met de subregio’s.
en de toekomst van het landelijk gebied. Bereikbaarheid (voorzieningen)
Bovenregionaal <-> Regionaal <-> subregionaal
Drenthe is een provincie waar de gemiddelde afstanden tot voorzieningen relatief groot zijn. Deze afstanden
Het bovenregionale BRE van Noord-
zijn tussen 2015 en 2019 licht toegenomen. Waarbij er overigens een verschil zit tussen de plattelandsge-
Nederland is belangrijk in de lobby op
meenten en de meer verstedelijkte HEMA-gemeenten, waar de afstanden aanzienlijk korter zijn (gebleven).
het vlak van de bereikbaarheidsopgave.
Voor de regio liggen er grote opgaven in de bereikbaarheid en ontsluiting van de dorpen en kernen op het
We zien dat afstemming ten aanzien
platteland, in relatie tot eerder genoemde opgaven:
van de bereikbaarheidsopgave van het
• De toenemende vergrijzing in combinatie met een ijle voorzieningenstructuur op het platteland vereist
subregionale BRE sterk is vormgegeven
goede verbindingen naar voorzieningen in de meer verstedelijkte gebieden. • Sociaaleconomisch achtergestelde gebieden hebben baat bij goede OV-verbindingen ten behoeve aan economische ontwikkeling en leefbaarheid. • Voor het verhogen van de economische aantrekkingskracht (o.a. aantrekken en behouden van
in bijvoorbeeld de Regio GroningenAssen en de Regio Zwolle, maar dat de verbinding naar het regionaal niveau is nog niet krachtig vormgegeven.
bedrijvigheid, kennis en expertise) en het tegengaan van bevolkingskrimp in de regio is een goede bereikbaarheid ten behoeve van het verkorten van woon-werkverkeer noodzakelijk. • De woonopgave brengt opgaven mee ten aanzien van de bereikbaarheid. Economische opgaven
Dominant schaalniveau
Arbeidsmarkt en onderwijs
Bovenregionaal - subregionaal
Op het vlak van arbeidsmarkt ligt er een grote opgave in Drenthe. Er is sprake van een krimpende
Het onderwijs (MRE) is in Noord-
beroepsbevolking en een structureel, relatief lage netto arbeidsparticipatie op zowel regionaal als
Nederland veelal op bovenregionale
subregionaal niveau. De regio staat daarnaast voor de opgave om voldoende gekwalificeerd personeel te
schaal georganiseerd. We zien dat het
behouden en aan te trekken, werklocaties te bieden en de aansluiting op het onderwijs te verbeteren. Daarin
BRE ten aanzien van de arbeidsmarkt
ligt, net als in veel andere regio’s in Nederland, een specifieke opgave richting technische beroepen.
veelal subregionaal is georganiseerd, zie bijvoorbeeld de Arbeidsmarktregio’s.
46
66
Bron: Drentse Woonagenda, Provincie Drenthe, juni 2020
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
Economie
Subregionaal
Voor Drenthe geldt dat er een brede opgave ligt op het gebied van economie. De economische opgave
Ten aanzien van de aanpak van
heeft betrekking op het regionale BBP, de arbeidsparticipatie en het besteedbaar inkomen, die structureel
de economische opgave zien we
laag zijn. Dit heeft op zijn beurt een impact op de ontwikkeling van het gebied in de vorm van bijvoorbeeld
dat het BRE Drenthe sterk leunt
het voorzieningenniveau (zie ook ‘Voorzieningenniveau en bereikbaarheid’). Met andere woorden groei
op de drie subregio’s en hun
van de economie, bevolking en (daarmee) de arbeidsmarkt zijn noodzakelijk om voorzieningenniveau en
samenwerkingsverbanden (Regio
ondersteuning in stand te houden en vice versa.
Zwolle, RGA en Dutch TechZone)
De economische sectoren in Drenthe staan voor specifieke opgaven. Dit betreft onder meer de verduurzaming en innovatie in de agrarische sector, om traditionele landbouw om te zetten naar duurzamere voedselsystemen en een natuurinclusieve bedrijfsvoering. Daarnaast ligt er een belangrijke opgave in de toekomstbestendigheid van bedrijven in bijvoorbeeld de maakindustrie, deze de ruimte te bieden voor innovatie en toegang tot de juiste technische kennis en capaciteit.
Figuur 31. Opgaveprofiel Drenthe in relatie tot schaalniveaus.
Bovenregionaal
sociaal domein dan door het Rijk geraamd en uitgekeerd. Dat
omein al d dheid n cia So gezo en
Regionaal
Arbeid en on smar der kt wi js
met financiële opgaven, mede door meer uitgaven op het
De m o op gra ga fis ve c
he
ie m no o Ec
Subregionaal
Lokaal
T la oeko nd m elij st v.h. k ge bie d
id rh e ) ba a e n B e rei k n i n g e ( vo o r z i
E
ne k l rg im ie aa en t
N atu u r r e c r ea t i e en toerisme
on W
Net als in de rest van Nederland kampen Drentse gemeenten
en
5.6 Organisatorische capaciteit
betekent dat gemeenten scherp moeten letten op hun inzet van middelen. Dit leidt, samen met de bescheiden omvang van de Drentse gemeenten en op sommige terreinen de krappe arbeidsmarkt voor bepaalde expertises, regelmatig tot een capaciteitsgebrek voor zowel de eigen opgaven als de regioopgaven. Gesprekspartners geven aan dat ook (middelgrote) centrumgemeenten moeite hebben om hun rol te vervullen en vaak het gevoel hebben te moeten ‘trekken’ aan andere gemeenten. Deze andere gemeenten hebben dan financiële knelpunten en/of stellen andere prioriteiten. De provincie Drenthe springt regelmatig bij door capaciteit of financiële middelen te leveren, zeker in opgaven die in lijn liggen met de eigen agenda van de provincie. Deze ondersteuning wordt over het algemeen positief beoordeeld, maar wordt soms ook als bemoeienis ervaren. Het BRE kent tot slot een aantal verplichte uitvoeringsorganisaties zoals de Veiligheidsregio, GGD en Omgevingsdienst. Deze organisaties hebben hun eigen capaciteit voor uitvoering van de (wettelijke) taken
Deelvraag 6 luidt: Welke organisatorische capaciteit is er?
van de deelnemers. Deze capaciteit wordt bekostigd door de deelnemers. Uit de gesprekken komt niet naar voren dat
In het Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem wordt gewerkt aan het
sprake is van ontevredenheid over het functioneren van deze
realiseren van publieke waarde. Hiervoor is capaciteit nodig; dat wil
organisaties of dat hier sprake is van onvoldoende capaciteit.
zeggen input in de vorm van mensen en (financiële) middelen welke worden ingezet voor het versterken van regionale samenwerking.
Uit de gesprekken blijkt dat in Drenthe (of de subregio’s) nog
Het ontbreekt aan harde data over regionaal beschikbare capaciteit.
onvoldoende gezamenlijke inzet van ambtelijke capaciteit
Onderstaande informatie komt voort uit de gesprekken en
plaatsvindt. Hiermee doelen we op medewerkers op (sub-)re
focusgroepen.
gionale schaal, die strategisch en integraal kunnen werken aan (de vormgeving van) het aangaan van de gemeentegrensover schrijdende opgaven. Andere regio’s organiseren dit bijvoor beeld in regio-bureaus of in netwerkconstructies waarbij vanuit gemeenten (tijdelijke) capaciteit wordt ingebracht. In Drenthe ontbreekt het aan dergelijke gezamenlijke capaciteit op regio nale schaal. Gemeenten versterken elkaar soms wel onderling door bijvoorbeeld interne sollicitatieprocedures af te stemmen. Ook was via de VDG sprake van afstemming tijdens en in het kader van de coronacrisis.
67
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
In het capaciteitsgebrek in de regio speelt een aantal zaken
Minder positief zijn de volksvertegenwoordigers over de
mee. Allereerst speelt de houding van gemeenten vaak een rol.
regionale ambities en de realisatie daarvan. Ongeveer de
Regionale samenwerking wordt vaak gezien als iets dat bovenop
helft (52%) van de volksvertegenwoordigers is het er tamelijk
het eigen werk komt, in plaats van dat het ook iets oplevert.
tot zeer mee eens dat de ambities die de regio stelt worden
‘Werk voor de regio komt er altijd bij’. De meerwaarde van
gerealiseerd. Hetzelfde geldt voor de stelling dat de regionale
samenwerken lijkt niet altijd doorleefd te worden; de hang naar
ambities aansluiten op de ambities van de eigen gemeente,
lokale autonomie wint. Ten tweede maakt de huidige krapte
provincie of waterschap. Slechts 23% van hen vindt (tamelijk
op de arbeidsmarkt het lastig om nieuwe, goede mensen aan te
of zeer eens) dat Drenthe beter presteert dan de buurregio’s.
trekken. Ook het behouden van mensen, bijvoorbeeld door deze
Opvallend bij alle drie en zeker deze laatste stelling is overigens
langdurig aan te stellen, is lastig en sommige respondenten
wel het hoge aantal respondenten dat ‘neutraal’ heeft ingevuld.
spreken zelfs van een ‘braindrain’ van goede mensen richting grotere gemeenten en/of de Randstad. Ten derde speelt de Drentse bestuurscultuur een rol. Het langzame groeien van vertrouwen maakt bijvoorbeeld dat lange tijdspannes nodig zijn, hetgeen druk legt op de samenwerking en veel vraagt van ambtenaren.
5.7 Draagvlak voor het BRE Deelvraag 7 luidt: In hoeverre is er draagvlak voor het BRE? Bij draagvlak voor het BRE gaat het erom in hoeverre het BRE legitimiteit geniet in de ogen van stakeholders (politiek-bestuurlijk, inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven). We kijken daarbij naar fundamentele legitimiteit voor het BRE (steun voor het BRE omdat de meerwaarde wordt erkend) en instrumentele
Figuur 32. Resultaten enquête volksvertegenwoordigers. 0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90% 100%
De ambities die wij ons stellen in de regio, worden gerealiseerd De regionale ambities sluiten over het algemeen aan op de ambities van onze gemeente/provincie/waterschap Onze regio presteert beter dan onze buurregio’s Dankzij de samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in onze regio zijn onze inwoners en ondernemers beter af Samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in onze regio is nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen Dankzij de samenwerking tussen overheden in onze regio zijn onze inwoners en ondernemers beter af Samenwerking tussen overheden in onze regio is nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen
legitimiteit (steun voor het handelen en de uitkomsten van het BRE).
Neutraal
Tamelijk mee oneens
Tamelijk mee eens
Zeer mee eens
Politiek-bestuurlijke legitimiteit
In vergelijking met andere regio’s is het draagvlak voor het BRE
In figuur 32 zijn de resultaten uit de enquête onder volks
Drenthe relatief hoog, zo laat onderstaande figuur 33 zien.
vertegenwoordigers weergegeven. Zij laten zien dat
Op veel stellingen scoort Drenthe hoger dan of gelijk aan de
volksvertegenwoordigers zich bewust zijn van het belang van
andere regio’s, zo vinden Drentse volksvertegenwoordigers
samenwerking: 79% van de respondenten is het tamelijk
dat hun regio beter presteert dan buurregio’s, dat de regionale
tot zeer eens met de stelling dat regionale samenwerking
ambities aansluiten op de ambities van de eigen gemeente,
tussen overheden in de regio nodig is om maatschappelijke
provincie of waterschap en dat de gestelde ambities gerealiseerd
vraagstukken op te lossen. Een nog grotere groep (85%)
worden. Daarnaast zijn Drentse volksvertegenwoordigers er zeer
geeft aan samenwerking tussen overheden, bedrijven,
van overtuigd dat samenwerking tussen overheden (BRE) én
maatschappelijke organisaties en inwoners nodig te vinden
tussen overheden en bedrijven en maatschappelijke organisaties
om maatschappelijke problemen op te lossen. Verder zijn
(ERE en MRE) in de regio nodig is om maatschappelijke
respondenten positief over de meerwaarde van de huidige
vraagstukken op te lossen.
samenwerkingen: 69% van hen geeft aan (tamelijk tot zeer eens) dat inwoners en ondernemers beter af zijn door de samenwerkende overheden. 71% is dezelfde mening toegedaan over samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners.
68
Zeer mee oneens
Het BRE Drenthe | Casusonderzoek
Figuur 33. Resultaten enquête volksvertegenwoordigers t.o.v. andere regio’s.
Samenwerking tussen overheden in onze regio is nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen Dankzij de samenwerking tussen overheden in onze regio zijn onze inwoners en ondernemers beter af Samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in onze regio is nodig om maatschappelijke vraagstukken op te lossen Dankzij de samenwerking tussen overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners in onze regio zijn onze inwoners en ondernemers beter af Onze regio presteert beter dan onze buurregio’s
De regionale ambities sluiten over het algemeen aan op de ambities van onze gemeente/provincie/waterschap De ambities die wij ons stellen in de regio, worden gerealiseerd