CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.40.1 Eindrapport BRE Drenthe

1 - RAADSVERGADERING 21 april 2022, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen39.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

•

Het succesvol aanpakken van de uitdagingen kan aan

van autonomie en het lokale verantwoording afleggen

sturing en regie winnen. Een aanknopingspunt op het niveau

spelen hierbij een rol. Een duidelijk verhaal over hoe de

van de regio als geheel ligt in de ruimtelijke sfeer. Een grote

Drentse subregio’s zich tot elkaar en het grotere geheel

opgave ligt in het behouden en verbeteren van de (hoge)

verhouden ontbreekt. We missen een integrale visie op de

kwaliteit van de ruimte die de regio heeft. Daarbij moet

toekomst van de regio, waarin de kernopgaven vanuit

enerzijds de landschappelijke en ecologische waarde worden

verschillende beleidsdomeinen met elkaar verbonden

behouden en versterkt en anderzijds worden gewerkt om de

worden en oplossingsrichtingen geëxpliciteerd worden.

economische en demografische draagkracht van het gebied

Een dergelijk verhaal maakt duidelijk hoe interventies op

voldoende op peil te houden. Met als doel het behoud

verschillende beleidsterreinen op elkaar inhaken en een

van een hoge kwaliteit van de ruimte. Om dit te kunnen

opwaartse spiraal in gang zetten, die de hoge kwaliteit van

verwezenlijken is goede samenwerking tussen overheden

leven in de regio borgen. Hierin zouden naast de gemeenten

en met economische en maatschappelijke actoren

en de provincie ook de waterschappen explicieter een plek

onontkoombaar.

kunnen krijgen. • •

We zien een ‘Drentse bestuursparadox’: aan de ene kant

uitvoering vergen capaciteit en middelen. De financiële

zijn de lijntjes kort en de verhoudingen prettig, maar

positie van gemeenten, capaciteitsgebrek door de omvang

aan de andere kant kenmerkt de Drentse (bestuurs)

van gemeenten en arbeidsmarktfactoren spelen hier op

cultuur zich (daarmee) door veel met elkaar te praten

negatieve wijze een rol. Bovendien is er door de gerichtheid

en ambities formuleren, maar het ontbreekt vaak aan

op (gemeentelijke) autonomie relatief weinig bundeling van

resultaatgerichtheid en doorpakken. Dit leidt soms tot

capaciteit en middelen. Zeker bij samenwerking op niet-

vertraging in de samenwerking, wanneer knopen niet

verplichte en ad hoc onderwerpen kan dit het realiseren van

doorgehakt worden, conflicten lang onder de oppervlakte

publieke waarde in de weg staan.

blijven of scherpe discussies niet worden gevoerd.

20

De ontwikkeling van doelen, de besluitvorming en de

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

3.3 Conclusie over het creëren van publieke waarde

Dit vertaalt zich echter niet altijd door naar succes op het niveau van de hele regio Drenthe. Deels vanwege de dominantie van de subregio’s, maar ook vanwege de afwezigheid van een

Op wettelijk verplichte en uitvoerende taken leidt de

overkoepelende Drentse visie hierop. Dit zorgt voor een vicieuze

samenwerking in de regio Drenthe tot publieke waarde creatie.

cirkel: om regionale samenwerking te doen slagen is het behalen

Voor een aantal belangrijke andere toekomstige opgaven,

en delen van (aanvankelijk kleine) successen cruciaal. Om deze

zoals strategische en ruimtelijke vraagstukken, wordt de

successen te behalen is strategische inzet op de regionale schaal

samenwerking op Drents niveau niet als vanzelfsprekend

nodig. Wij denken dat het BRE Drenthe beter zou kunnen

gezien.

bijdragen aan het creëren van (de randvoorwaarden voor) publieke waarde door sterkere integrale agendering, doel- en

Wij zien sterke samenwerkingen tussen de drie ecosystemen

resultaatbepaling, bundeling van capaciteit, en verbinding

op subregionale schaal. De subregio’s hebben inhoudelijke

met ERE’s en MRE’s (gezamenlijkheid). Meer hierover in het

agenda’s, weten elk op hun eigen manier capaciteit en

volgende hoofdstuk.

middelen te regelen en behalen mooie resultaten.

21

HOOFDSTUK 4

Uitzicht: Hoe kan het BRE de regio Drenthe versterken? Dit hoofdstuk verwoordt, op basis van voorgaande bevindingen en analyses, onze aanbevelingen voor verbeterde werking van de regio als geheel. In onderstaande aanbevelingen gaan wij daarmee in op deelvragen 11, 12 en 13, die ingaan op verbetermogelijkheden door en binnen het BRE en binnen het samenspel tussen de BRE, MRE en ERE. Hier wordt een handelingsperspectief aan met name het BRE gepresenteerd.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

De vragen luiden als volgt:

De kwaliteit van leven verschilt tussen de delen van Drenthe.

•

Hoe kan het BRE beter bijdragen aan publieke waarde creatie?

Er zijn investeringen en keuzes nodig om de brede welvaart in

•

Hoe kan de samenwerking binnen het BRE worden verbeterd?

Zuidoost-Drenthe te versterken en in de andere twee delen

•

Hoe kan de samenwerking tussen het bestuurlijk,

overeind te houden. Dat vraagt (mede) om interventies op het

maatschappelijk en economisch ecosysteem worden verbeterd?

overkoepelende regionale niveau. De gedeelde cultuur, rust, ruimte en noaberschap zullen anders onder druk komen te

De aanbevelingen zijn primair gericht aan het bestuurlijk

staan. Ook de economie en het voorzieningenniveau vragen

regionale ecosysteem maar raken ook het maatschappelijk en

(blijvende) aandacht.

economisch ecosysteem. Er is een strijd gaande om de schaarse ruimte in Nederland. Kernpunten van ons advies

Traditioneel moet worden gelaveerd tussen wonen, (agrarische)

De kern van onze aanbevelingen geven we in dit hoofdstuk

economie en natuur; nu komen daar nieuwe claims bij door

in gele boxjes weer.

klimaatmaatregelen (adaptatie, bijvoorbeeld rond water) en de energietransitie (duurzame energieopwekking). Dat

4.1 Vrijblijvende verbinding in een herkenbare regio met opgaven

vraagt om een bewuste omgang met de ruimte en integrale keuzes over de toekomst van het gebied. Drenthe kent een ijl voorzieningenniveau. Het verenigingsleven en de sociale samen­hang ondervinden langzaam maar zeker de effecten van

Het fenomeen ‘Drenthe’ heeft een samenbindende

vergrijzing. Daar komt nu corona bovenop. Dit vraagt om een

kracht. Drenthe is in potentie een herkenbaar merk met de

gezamenlijke strategie op behoud en ontwikkeling van een

gebiedskenmerken van rust en ruimt en een eigen historie en

(bereikbaar) voorzieningenniveau en in samenhang daarmee

culturele identiteit. De overzichtelijke omvang en de gedeelde

de Drentse gemeenschap en het naoberschap. Tot slot moet de

cultuur maken een netwerk waarin men elkaar kent en

economie worden genoemd: in één subregio van Drenthe is

herkent. We zien ook dat de verbindingen, zij het voorzichtig,

urgentie om de economie te versterken groot, al was het maar

worden uitgebreid en versterkt.

als basis om de brede welvaart te behouden en versterken.

Uitgangssituatie Drenthe is herkenbaar op regionaal niveau. Daarnaast zijn er drie subregio’s. Op beide schalen zien we grote en relevante

4.2 Naar een visie op meer kracht met een doordachte verbinding

opgaven om aan te pakken. Op de schaal van de regio Drenthe kunnen en moeten acties worden ondernomen

Het netwerk als geheel is beter in staat om publieke waarde te

om deze opgaven aan te gaan; overkoepelend over de

realiseren dan de afzonderlijke actoren. Deze synergie vindt

subregio’s heen en als ondersteuning van de activiteiten

plaats op verschillende schaalniveaus: dat van de regio als

in die subregio’s. Een nieuwe structuur is daarvoor niet

geheel en dat van de subregio’s. Dat sluit ook goed aan op de

nodig, maar wel versterking van de huidige bestuurlijke

diversiteit tussen de subregio’s als het gaat om de opgaven die

samenwerking.

spelen. We zien potentieel om nog meer synergie te bereiken. Die potentie zien we in eerste instantie in het BRE, omdat deze

De gedeelde culturele identiteit kan bestuurlijk productiever

sterker ontwikkeld is dan ERE en MRE.

en effectiever worden gemaakt. Om op regionaal niveau

23

publieke waarde te realiseren, zijn verbinding, coördinatie en

Om die synergie te bereiken moeten actoren (binnen het BRE,

realisatiekracht nodig. Daarvoor is het zeker niet nodig om het

maar ook MRE en ERE) dus samenwerken. Dat vereist coördina-

BRE grootscheeps te verbouwen of allerlei nieuwe organen en

tie om activiteiten af te stemmen, middelen vrij te maken of aan

instituties op te richten, of over te gaan tot een verstrekkende

te trekken en deze juist in te zetten, en daarover een regelmatig en

herschikking van taken. Een nieuwe, opgetuigde regionale

duurzaam gesprek te organiseren. Bovendien moeten gezamenlij-

structuur ligt in Drenthe niet voor de hand, mede omdat het

ke doelen worden geïdentificeerd en gemonitord en moet daarop

BRE samenvalt met de schaal van de provincie waarop we al

mogelijk worden bijgestuurd. Tot slot moet over deze activiteiten

structuren zien vanuit de provincie en/of VDG. Wel zijn er

ook verantwoording worden afgelegd. Kortom: waar partners

redenen en mogelijkheden om de samenwerking binnen het BRE

samenwerken in een netwerk, ontstaat gaandeweg behoefte aan

op een aantal vlakken te versterken.

een governance. Hoe gelijkwaardig de verhoudingen ook zijn.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

In het geval van Drenthe bepleiten we hier de invalshoek van

Visie en governance

multi-level governance. Immers, zowel de omstandigheden,

Om de opgaven op verschillende schalen succesvol aan te

de opgaven als de inzet rond die vraagstukken variëren

gaan zien we de volgende actiepunten:

vaak per subregio terwijl we tegelijkertijd een ecosysteem op

• Formuleer een ‘verhaal van Drenthe’ voor de komende

de schaal van Drenthe als geheel onderkennen. Sommige

tijd: de inhoudelijke basis van een strategische agenda

vraagstukken zoals de energietransitie, de klimaatadaptatie en

waarin een perspectief wordt neergezet en waarin wordt

de woningbouw zijn ‘grote vragen’ die op het schaalniveau van

bepaald welke opgaven relevant zijn voor welke schaal.

Drenthe als geheel kunnen worden aangepakt. Andere vragen,

• Stel op basis daarvan vast welke bestuurslagen en samen-

zoals de ontwikkeling van de economie en sociale opgaven,

werkingen op welke schaal aan de slag moeten op die

leven meer op de schaal van de subregio’s.

opgaven. • Bepaal ook hoe zij zich daarbij tot elkaar verhouden: waar

Multi-level governance neemt het creëren van publieke waarde

versterkt men elkaar, waar treden spanningsvelden op en

als uitgangspunt, door te vertrekken vanuit waar de opgaven

liggen (ook landelijk) kansen. Zoek hierbij ook een balans

om vragen. Per opgave wordt bekeken welke (combinatie van)

in opgavegericht en gebiedsgericht werken.

bestuurslagen nodig zijn om deze aan te pakken. De bestuurlijke

• Leid van de inhoud gezamenlijke doelen af en spreek af

verhoudingen tussen actoren zijn daarna volgend aan de

hoe deze moeten worden behaald, geïdentificeerd en ge-

aard van het vraagstuk dat op tafel ligt. Taken worden op

monitord, hoe hierop mogelijk wordt bijgestuurd en hoe

verschillende niveaus belegd en tussen deze niveaus wordt

verantwoording wordt afgelegd.

goede afstemming en samenwerking georganiseerd. Binnen

• Organiseer de bovenstaande punten via een (bestuurlijke)

de niveaus wordt de samenhang bewaakt voor het betreffende

overlegstructuur en adequate ambtelijke ondersteuning.

gebied.

Provincie en VDG kunnen hier een rol in spelen.

Het idee is ‘to organize government around problems’.

In Drenthe is de basis voor een dergelijke multi-level

Onderdeel daarvan is ook nadrukkelijk het betrekken van

governance aanwezig. Zoals al veel vaker gezegd: er is een

maatschappelijke organisaties, bedrijven en burgers wanneer

overzichtelijke schaal, bestuurders kennen elkaar en er is een

dat relevant is voor de opgave (BRE en ERE).

actieve vereniging van gemeenten. De waterschappen worden steeds meer betrokken. Maar daarmee is niet gezegd dat het

We benadrukken dat het daarmee niet zo is dat op regionale

daarmee goed geregeld is. De Drentse bestuursparadox brengt

schaal niets aan economie gebeurt of op subregionale schaal

met zich mee dat er niet wordt doorgepakt. Waar Drenthe bij

niets aan de energietransitie. Integendeel, tussen en binnen de

zou kunnen winnen is een visie op de inhoud en de multi level

schaalniveaus leven talrijke inhoudelijke en organisatorische

governance. Als elementen van een dergelijke visie adviseren we

dwarsverbanden. Bovendien kennen veel van de grote

om het volgende uit te werken:

maatschappelijke opgaven die nu en in de komende decennia spelen, zowel een ruimtelijke als een sociale dimensie. Reden

•

Wat gebeurt op welke schaal? Het is evident dat in

te meer om een strategische agenda te formuleren en daarbij

Drenthe een regio en drie subregio’s zijn. En dan zijn er

te zoeken naar een balans van opgavegericht en gebiedsgericht

vanzelfsprekend de gemeente met daarbinnen vaak ook

werken op de schaal van Drenthe en de subregio’s, inclusief

nog sterke lokale gemeenschappen. Soms is sprake van

samenhang daartussen.

uitvoering op een wettelijk verplichte regionale schaal, vaak zien we vrijwillige samenwerking om schaalvoordelen te behalen. Maak duidelijk waar de schaalniveaus ‘van zijn’, en welke partijen nodig zijn voor een effectieve aanpak.

24

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

•

Waar versterkt dit elkaar? En waar schuurt het? Het helder

Box 5. Drie mogelijkheden voor de governance van

onderkennen van een geografische (en bestuurlijke)

netwerken

gelaagdheid moet gepaard gaan met het identificeren van de

Hoe meer partners intensief met elkaar samenwerken, hoe

dwarsverbanden. Gemeenten zijn ingebed in subregio’s, de

groter de behoefte aan coördinatie. Andersom kan een

subregio’s in de regio. Daar doorheen lopen nog verbanden

betere coördinatie bijdragen aan meer resultaat voor de

die gericht zijn op opgaven en thema’s, zoals de zorg en

deelnemers aan een samenwerking.

het onderwijs. Dat alles op elkaar inwerkt kan versterkend werken, maar ook schuren. Denk aan de afwegingen

In hoofdlijnen kan deze coördinatie op drie verschillende

die moeten worden gemaakt op ruimte. Waar liggen

manieren worden georganiseerd en ondersteund. De

spanningen, en wie hakt de knoop door? Of waar kan juist

eerste wijze is dat één, een vaak relatief grotere krachtige

wederkerigheid worden georganiseerd tussen subregio’s?

organisatie in het netwerk, deze zelf voor haar rekening neemt. In regio’s zien we deze vorm van coördinatie

•

Hoe met elkaar te communiceren, af te stemmen en te

regelmatig vanuit een centrumgemeente.

besluiten? Vanuit het karakter en de opgaven van Drenthe

•

adviseren we zoals gezegd een multi-level governance:

De tweede vorm is die vanuit een aparte organisatie, die

organiseer de publieke waarde met meerdere overheden

(deels) boven de deelnemers is gepositioneerd, zoals de

langs de lijnen van de opgave. In Drenthe bestaan al

provincie. De derde vorm is die waarin een organisatie wordt

netwerkachtige verbanden; de egalitaire (bestuurs)

opgericht, die formeel wordt aangestuurd door het netwerk

cultuur verdraagt weinig hiërarchie op basis van macht.

als geheel, maar in de praktijk een sterke eigen rol heeft.

Desalniettemin vragen ook netwerken om een governance

Voorbeelden daarvan zijn het bureau van de VNG in Den

naarmate zij groter en intensiever worden.

Haag en diverse regiobureaus in het land.

Waar liggen kansen, ook buiten de regio (middelen!) en hoe

Welke vorm is het meest passend voor Drenthe als

gaan we die benutten? De meerwaarde van de schaal van de

regio? Op het regionale niveau zien we dat zowel via de

regio als geheel is ook de scharnierende werking met het Rijk

provincie als de VDG ontmoeting en samenwerking wordt

en EU en de middelen die daar vandaan (kunnen) komen.

gefaciliteerd. De provincie wordt sporadisch genoemd als

Het nieuwe kabinet gaat door met de regiodeals, dus daar

een partij boven de andere partijen, maar zien wij hier in

liggen weer kansen voor de subregio’s, maar er komen ook

Drenthe toch vaker als min of meer gelijkwaardig partner

nog andere middelen beschikbaar zoals op het gebied van

opereren. Voor meerdere respondenten mag de provincie

woningbouw/volkshuisvesting, infrastructuur en klimaat.

Drenthe zelfs wel wat meer doorzettingsmacht claimen; anderen wijzen op de Drentse bestuurscultuur die zich daar slecht toe verhoudt. De VDG heeft (is) een netwerk en heeft een goed werkende basisstructuur; echter zijn per definitie de provincie, waterschappen en economische en maatschappelijke partijen geen lid. De VDG wordt nauwelijks door respondenten genoemd als (in potentie) sturende organisatie. Drenthe staat voor de opgave om een governance (door) te ontwikkelen op basis van een zekere gelijkwaardigheid. We zien dat zowel de provincie als de VDG daarvoor elementen in zich hebben die als uitgangspunt kunnen dienen: de provincie met haar ambtelijke capaciteit en - als het moet - formele doorzettingsmacht (bijvoorbeeld op ruimte), en de VDG als platform met een eigen secretariaat. Zowel de provincie als de VDG werken bovendien aan strategische agendering voor de regio.

25

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

4.3 Een agenda voor Drenthe

Ofschoon iedere opgave zijn eigen schaal kent, zien we ook dat het aantal opgaven verandert en dat er meer wordt

Drenthe kan winnen met een strategische en integrale agenda

gevraagd van de regionale schaal; onder meer om de subregionale

voor de regio met oog voor samenhang in de subregio’s. Ook

schaalniveaus te ondersteunen en samenhang aan te brengen

kan een agenda van de regio richting geven aan de Drentse

tussen de aan elkaar rakende opgaven. De toekomst van

inbreng in discussies op de bovenregionale schaal van

Nederland en Drenthe gaat over ruimte, samenleven en

Noord-Nederland, zoals het Deltaplan voor het Noorden. De

economie. Uitdagingen in het fysieke en sociale domein werken

omgevingsvisie van Drenthe uit 2018 geeft deze houvast op dit

in toenemende mate op elkaar in. De kenmerkende natuur

moment niet.

en het landschap van Drenthe komen onder druk te staan door nieuwe ruimtevragers, de agrarische sector staat voor een

Box 6. Wat zeggen andere rapporten?

enorme transitie, energie en klimaat wordt het dominante

ROB: Droomland of Niemandsland (2021). De Raad voor

vraagstuk van de komende decennia en er is een transitie

het Openbaar Bestuur geeft in haar rapport Droomland

nodig van de woningvoorraad. Het voorzieningenniveau staat

of Niemandsland (2021) als eerste advies mee: begin bij

onder druk. Elementen van de brede welvaart vragen om een

de inhoud. ‘Er is nood aan een integrale regionale agenda

robuuste economische basis. De toekomst van Drenthe is

voor vraagstukken van klimaat en energie, wonen, infra en

daarmee een integraal vraagstuk geworden, terwijl de huidige

mobiliteit, zorg en onderwijs, economie, werk en inkomen,

agenda’s, visies en ideeën binnen BRE Drenthe sectoraal zijn

natuur en het gebruik van de schaarse ruimte. Alle reden

ingestoken en/of op subregionaal niveau, en vaak ook nog

om de inhoud centraal te stellen nu deze opgaven nauw

eens provinciegrensoverschrijdend, worden ontwikkeld en

met elkaar samenhangen. De regionale opgaven vragen

uitgevoerd. Dat vraagt om een samenhangende visie; niet om te

daarom om een passende schaal waarop het bestuur is

komen tot één schaal, maar wel om de samenhang te onderkennen

georganiseerd, zodanig dat het goed is toegerust om zijn

en van daaruit te werken. Deze visie kan vanuit het BRE worden

taak ade­quaat te kunnen vervullen.’

vormgegeven, maar er zijn ook goede voorbeelden waarbij ERE en MRE input leveren.

Studiegroep Interbestuurlijke Financiële Verhoudingen (2020). De studiegroep Interbestuurlijke Financiële

Agendavorming

Verhoudingen kwam eind 2020 met oplossingsrichtingen

Het begint met een agenda voor Drenthe. Belangrijke

om de gezamenlijke uitvoeringskracht van de overheid te

elementen zijn:

versterken. De studiegroep pleit onder meer voor (1) meer

• De ontwikkeling van opgaven, opkomst van nieuwe

opgavegericht samen te werken (i.p.v. sectoraal), en (2)

opgaven en het steeds meer op elkaar ingrijpen ervan

versterking van regie op maatschappelijke opgaven: ‘Door

vragen om een samenhangende visie: een verhaal van

de veelheid aan partijen die is betrokken bij de aanpak

Drenthe.

van grote opgaven bestaat het risico dat zij langs elkaar

• Naast een inhoudelijk verhaal is het daarbij ook goed om

heen gaan werken of keuzes maken die niet optellen tot

te bepalen op welke schaal de zwaartepunten liggen voor

het gewenste resultaat. Daarom is het versterken van regie

de diverse opgaven.

belangrijk. Samen werken aan gezamenlijke resultaten vraagt echter wel dat partijen bereid zijn om een deel van hun autonomie ten bate van het gezamenlijk doel of maatschappelijk belang in te leveren.’

26

• De agenda kan worden uitgewerkt tot een uitvoerings­ agenda waarbij MRE en ERE kunnen aansluiten.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Ook de Raad voor het Openbaar Bestuur adviseert regio’s om een integrale agenda op te stellen. Zij doen dit met een

4.4 Verbinding binnen en tussen de ecosystemen

vergelijkbare redenering als die wij hanteren: vraagstukken hangen zeer sterk met elkaar samen en moeten daarom

Vanuit de theorie van ecosystemen wordt voorgeschreven

integraal worden benaderd. Niet alles is mogelijk en daarom

dat samenhang, samenspel en balans binnen en tussen de

moeten er keuzes worden gemaakt. De ROB heeft het

drie ecosystemen nodig is om tot een florerend ecosysteem te

daarnaast over een passende schaal waarop het bestuur moet

komen.

zijn georganiseerd. Zonder dat is het alsnog moeilijk om een integrale agenda op te stellen en uit te voeren. Een strategische

Op de schaal van het BRE Drenthe zien wij een overzichtelijk

agenda hoeft daarmee nog geen centralisme voor een regio als

bestuurlijk netwerk van mensen die elkaar doorgaans snel

Drenthe met zich mee te brengen. Het is verstandig om als regio

weten te vinden. Het netwerk wordt gaandeweg uitgebreid

als geheel te bepalen op welke schaal de zwaartepunten liggen

en versterkt, zoals we bijvoorbeeld zien met de aansluiting

voor de diverse opgaven. De agenda biedt ook de mogelijkheid

van de waterschappen en betrokkenheid van de provincie

om, daar waar de oriëntaties dat noodzakelijk maken,

bij het veiligheidsberaad. Wel zijn de verbanden doorgaans

differentiatie en verschil te borgen. De grafiek van publieke

thematisch gericht. Bovendien zijn de contacten intensiever en

waarden en schalen (zie figuur 6) kan daarbij behulpzaam zijn.

productiever op subregionaal niveau. Dat geldt ook ten aanzien van de verwevenheid met economische en maatschappelijke

Daarvan uitgaande is vervolgens de vraag wat de regionale

netwerken, die sowieso in Drenthe niet heel krachtig zijn. Hier

schaal van Drenthe kan bijdragen aan resultaten op het

zien we een los informeel netwerk van relatief weinig personen

subregionale, lokale maar ook bovenregionale niveau. Een

die opereren in alle drie de ecosystemen.

inhoudelijke agenda gaat in eerste instantie over het ‘wat’ en het ‘waarom’, niet zozeer over het ‘hoe’. Dat ‘hoe’ krijgt later

Sectoraal, subregionaal en lokaal wordt gezocht naar

vorm in programma’s en projecten die op regionale, maar ook

aansluiting tussen ecosystemen; vaak rondom concrete

op sub- of juist bovenregionale schaal vorm krijgen. Naast

onderwerpen en soms op meerdere terreinen zoals bij de

inhoudelijke richting en het aanbrengen van samenhang heeft

regiodeal in Zuidoost-Drenthe. Echter, in den brede zien we dat

een (sterkere) vorm van agendering op regionale schaal nog

de verbinding tussen ecosystemen op alle niveaus nog steeds aan

andere opbrengsten:

kracht kan winnen.

•

Een agenda van de regio (in brede zin van ’t woord) leidt

Versterking is urgenter naarmate de opgaven daarom

idealiter wel tot een uitvoeringsagenda. De plannen zijn een

vragen. Oftewel: als op het niveau van de subregio’s meer

vorm van coördinatie waar geen (of minder dan bij regie

gebeurt, is het effectiever om (eerst) dáár te werken aan een

of aansturing) centrale dwang aan te pas komt; de partijen

intensievere verbinding tussen bestuurlijk, maatschappelijk

die zich scharen achter de agenda verbinden zichzelf aan de

en economisch systeem. Het betrekken van maatschappelijke

beoogde resultaten en de inzet die daarvoor nodig is.

en economische partijen is daarbij een voorwaarde voor een goede discussie op regionaal niveau áls die daar wordt

•

De uitvoeringsagenda geeft ook een goed beeld van

gevoerd, bijvoorbeeld in het kader van de bovengenoemde

de capaciteit en middelen die benodigd zijn. Over het

strategische agenda. Meer verbinding en draagvlak onder

leveren van de benodigde capaciteit voor het opstellen

(sub)regionale opgaven is namelijk niet enkel een zaak van

en bewaken van de agenda worden onderling afspraken

bestuurders en volksvertegenwoordigers van gemeenten,

gemaakt tussen de deelnemers aan het BRE en andere

provincie en waterschappen. Inbreng en betrokkenheid

samenwerkingspartners.

vanuit het economisch en maatschappelijk ecosysteem zijn minstens zo relevant. Niet alleen overheden, maar ook

•

Het hebben van een inhoudelijk richtsnoer is ook een

maatschappelijke en economische partijen hebben zich (ook)

‘ticket’ om andere partijen (uit de economische en

op een bovengemeentelijk schaalniveau georganiseerd. Zij

maatschappelijke ecosystemen) te contracteren voor de

redeneren vaak minder vanuit lokale (bestuurlijke) autonomie

komende jaren.

maar primair vanuit de opgave en de eigen ideeën, belangen en wensen daarbij. Bovendien vertegenwoordigen deze partijen vaak ook een achterban (denk bijvoorbeeld aan werknemers, leden of leerlingen).

27

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Verbinding

Figuur 10. Piramide van ecosystemen in de regio.

de

in Drenthe aan kracht en resultaatgerichtheid kunnen

efi nit ie e

winnen.

welke schaal wat moet gebeuren (als het ware te ‘knip(als het ware te ‘plakken’). • De verbinding moet worden versterkt op de diverse schalen (tussen BRE, MRE en ERE) en daartussen.

BRE

MRE

Lokaal BRE

ERE

MRE

)

pen’), is het even belangrijk om ook goed te verbinden

Op g

het belangrijk is om bij opgaven goed te differentiëren op

Subregionaal

av ed

• Waar we hierboven onder ‘agendavorming’ aangaven dat

Regionaal BRE MRE ERE

s rs fel ne , ta an ies Sp at ry nis da ga un , or Bouen id

lijk ecosysteem zich versterkt, zien we dat de netwerken

div

• Ofschoon we de tendens zien dat met name het bestuur-

no plo ssi ng

merken we het volgende op:

(in

fin itie

Met betrekking tot het versterken van de verbindingen

ERE

Belangrijk is het hebben van voldoende boundary-spanners. Dit zijn individuen of organisaties die de grenzen tussen de schalen

• Ga zo ver mogelijk in het betrekken van partners.

(lokaal-subregionaal-regionaal) én tussen de leefwerelden

• Benut bestuurlijke, ambtelijke, economische en/of maat-

(economisch, maatschappelijk en bestuurlijk) kunnen

schappelijke spelers die op diverse lagen en in diverse

bewandelen en daarmee het cement zijn tussen de bouwstenen

sferen een rol spelen als verbinders.

in de regio. Dit kunnen bestuurlijke, ambtelijke, economische en/of maatschappelijke spelers zijn.

Wij adviseren dus: versterk de verbinding op die niveaus waar ‘het gebeurt’. Betrek ook maatschappelijke en economische actoren bij de discussie over en het aangaan van maatschappelijke en economische opgaven. Daarbij is

4.5 Organiseren, ondersteunen en verantwoorden

het zaak om met deze partijen zo ver mogelijk te komen in de betrokkenheid en het niet te laten bij het openstaan voor

Naast en na het agenderen en verbinden is het ook en vooral

ideeën. Gezamenlijke actie vergt ook meer evenwicht in de

een kwestie van organiseren.

besluitvorming, in het bijzonder rondom de verdeling van middelen.

Bestuurlijke aansturing; ook een kwestie van bestuurscultuur

Daarnaast is het onze aanbeveling is om de ‘piramide van

Allereerst gaan we in op de bestuurlijke aansturing van de

ecosystemen’ in de regio te verstevigen. Daarbij gaat het

(organisatie van de) samenwerking. Theoretisch zijn er tal van

om het versterken van het netwerk van actoren tussen de

mogelijkheden om de bestuurlijke strategische samenwerking

regionale, subregionale en lokale schaal, die betrokken kunnen

binnen BRE Drenthe te versterken. Daarvoor zijn geen nieuwe

worden bij, en daarmee aangesproken kunnen worden op

gremia noodzakelijk; de infrastructuur om elkaar te ontmoeten

maatschappelijke vraagstukken. Zoals de piramide-afbeelding

is aanwezig.

inzichtelijk maakt: het gaat om een vertegenwoordigend principe waarbij een aantal kernspelers op de subregionale

Daarbij moeten centrale spelers ‘in the lead’ zijn

schaal ook op de regionale schaal actief kunnen zijn.

vanuit een verantwoordelijkheid op het gebied van regionale samenwerking. Ook en vooral gaat het om de portefeuillehouders op de onderwerpen. Het ligt voor de hand om (ook) relevante maatschappelijke en economische partijen te betrekken bij het werken aan een strategische opgave. De wijze waarop is afhankelijk van de specifieke opgave(n) die wordt geselecteerd.

28

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Dit zijn opmerkingen die over de structuur van de bestuurlijke

Uit de voorgaande praktijk en de literatuur zou een aanbeveling

samenwerking gaan. Misschien wel belangrijker voor het slagen

kunnen volgen dat er een apart bureau wordt opgezet of

van een sterkere samenwerking is de Drentse bestuurscultuur.

versterkt om de verbinding en publieke waarde in Drenthe te

Deze cultuur is er één van bescheidenheid, voorzichtigheid, en

organiseren. Ofschoon we de meerwaarde van een daarvoor

meer gerichtheid op het goed houden van de relatie dan op het

vrijgemaakte ambtelijke ondersteuning op (sub)regionaal

uitspreken van geschilpunten en het boeken van resultaten.

niveau zien en die er in zekere mate ook is met het bureau van

Ook worden successen beperkt gedeeld en uitgestraald. De

de VDG en bijvoorbeeld de ondersteuning van de regiodeal in

bescheiden inslag van zichzelf niet op de voorgrond plaatsen en

Zuidoost-Drenthe, zien we echter dat dat het lastig zal zijn om

de gemoedelijkheid kunnen weliswaar een prima uitgangspunt

deze ondersteuning uit te breiden en te versterken. Ten eerste

voor samenwerking vormen, maar soms is een meer expliciete

is voor een regiobureau of anderszins ambtelijke of financiële

en scherpere interactie nodig. Die scherpte zit overigens ook in

integratie op het niveau van het BRE onvoldoende draagvlak.

het manifest maken waar je succes boekt, hetgeen het draagvlak

Dat maakt dat, hoewel we het vanuit ervaringen elders in het

helpt vergroten. De scherpte en discussies zijn van groot belang,

land geen slechte keuze zouden vinden, we niet aanbevelen om

zeker in het licht van de verschuivende publieke waarde-

een dergelijk bureau op te zetten. Ten tweede noemden we reeds

behoefte. Schaarste-vraagstukken - ruimte, natuur, milieu en

de financiële krapte bij gemeenten. Ten derde ondervinden

stikstof - samen oppakken vraagt om het manifest maken van

bestuurders voor het vrijmaken van capaciteit en/of middelen

de verschillen in belangen en vraagt om keuzes maken. Het met

geen lokale steun. Tot slot willen we aangeven dat ook in regio’s

elkaar in scherpte kunnen discussiëren is iets wat betrokkenen

met een regiobureau het regelmatig lastig blijft voldoende

ook moeten ‘leren’: je moet ervaren dat scherpte op de inhoud

capaciteit te organiseren.

prima is, mits relaties goed zijn en blijven. Dat vertrouwen moet groeien en vergt dus oefening.

Wat dan wel? Er kan gedacht worden aan lichtere vormen van capaciteitsdeling vanuit de eigen organisaties, maar wel ingebed

Ambtelijke capaciteit

in een stevig(er) netwerk. Dan gaat het bijvoorbeeld over

De capaciteit voor de uitvoering van taken op lokaal niveau

het maken van afspraken tussen gemeenten onderling over

is er. Een aandachtspunt is de beschikbaarheid van ambtelijke

arbeidsspecialisatie en onderlinge (kennis)uitwisseling, om

capaciteit en expertise op bovenlokaal niveau: in de subregio’s en

gezamenlijk over meer kennis te beschikken. Daarmee wordt

in de regio als geheel. Deels hangt dit samen met de financiële

voorkomen dat elke gemeente deze kennis zelf moet opbouwen.

en arbeidsmarktpositie van gemeenten die onder druk staat.

Verder zijn afspraken denkbaar over ambtelijke capaciteit en/

Dat is herkenbaar in de rest van Nederland, maar door de

of budget dat door gemeenten, provincie en waterschappen

omvang van de gemeenten en de regionale arbeidsmarkt

structureel beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van de

knelt het in Drenthe des te meer. Bovendien zien we dat de

regio of subregio’s. Bijvoorbeeld in het kader van de RES of de

gehechtheid aan de lokale autonomie en de aversie tegen

(mogelijk straks meerdere) regiodeal(s) en het Deltaplan van

dwingende structuren en actoren maken dat capaciteit liever

het Noorden. Ook kunnen leernetwerken tussen ambtenaren

‘in huis’ wordt gehouden. Dit alles maakt dat bij een deel van

binnen bepaalde domeinen worden opgezet, waardoor men

de (sub)regionale opgaven er vaak sprake is van een zoektocht

kennis en vaardigheden naar een hoger niveau tilt en van

naar capaciteit. Naast het feit dat er altijd ambtelijke capaciteit

elkaar kan leren over goede oplossingen voor vergelijkbare

nodig is om zaken tot stand te brengen, is de paradox hier ook

problemen.

nog eens dat juist die ambtelijke basis van essentieel belang is om de bestuurlijke samenwerking te borgen in termen van continuïteit

Uitgaande van een lichte, gelijkwaardige governance (zie

en ondersteuning van het soms precaire besluitvormingsproces.

hierboven in box 5) zouden de provincie en de VDG hierin een (sterkere) rol kunnen spelen.

29

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Organisatie

Wat we voor Drenthe in dit kader ook aanraden is versterking

Naast agenderen en verbinden moet samenwerken ook

van het onderlinge netwerk. Bijvoorbeeld door het houden van

kunnen steunen op een goede organisatie. Hierover merken

een jaarlijks regiocongres of een conferentie specifiek gericht

we het volgende op:

op de Drentse volksvertegenwoordigers van alle overheden.

• Het eerste aandachtspunt is de bestuurlijke samenwer-

Ook is het denkbaar om rondom de te maken agenda en/of

king. Daarbij gaat het zowel over de structuur als de

specifieke thema’s bijeenkomsten te organiseren (bijv. wonen of

cultuur. De structuur, een infrastructuur waarlangs kan

de transitie van het landelijk gebied). Wij menen dat met deze

worden samengewerkt, is in Drenthe aanwezig. Waar het

investering in de onderlinge verbinding tussen gemeenteraden

meer om gaat is het bereiken van een cultuur met meer

wordt gewerkt aan een basis voor strategische samenwerking.

resultaatgerichtheid waarbij er ook scherpte is en trots op

We tekenen hier wel bij aan dat de geringe betrokkenheid

wat er is bereikt.

als een soort Droste-effect (waarin iets telkens op een ander

• Samenwerking vergt ook de inzet ambtelijke capaciteit om resultaten te bereiken maar ook om de samenwer-

niveau terugkomt) ook de uitwerking en implementatie van deze versterking kan belemmeren.

king zelf te ondersteunen. Partners moeten afspraken maken over het vrijmaken of aanstellen van ambtelijke krachten. Provincie en VDG kunnen hier een rol in spelen. • Om de democratische legitimiteit te borgen is het goed om te investeren in de relatie tussen samenwerkings-

4.6 #Hoe dan? Bouwen aan visievorming, verbinding en organisatie

verbanden en de gemeenteraden, provinciale staten en algemeen besturen. Daarvoor zijn er verschillende moge-

Zowel de theoretische basis als de empirie van dit onderzoek

lijkheden, van ‘licht’ zoals werkbezoeken tot ‘zware’ juri-

wijzen erop dat intensievere samenwerking in Drenthe de regio

dische instrumenten. Begin met de versterking van het

verder kan brengen. De opgaven van de regio vragen daarom en

onderlinge netwerk, zoals met een breed regiocongres.

lenen zich daarvoor; net als we ook wel in andere regio’s zien heeft geen enkele van de betrokken overheden in het gebied de

Democratische legitimiteit en betrokkenheid volksvertegenwoordigers

bevoegdheden, middelen en bestuurskracht om zelfstandig de

Het verdient aandacht de raden, staten en algemeen besturen

voorzieningen, natuur- en landschapsontwikkeling in relatie tot

hier goed bij te blijven betrekken. We zien dat raadsleden,

nieuwe en bestaande ruimtevragers, et cetera.

opgaven aan te kunnen op het gebied van economie, wonen,

provinciale statenleden en algemeen bestuursleden afstand en weinig invloed ervaren. De (geringe) respons en opkomst

Een goed ontwikkelde samenwerking binnen het BRE en tussen

van volksvertegenwoordigers bij onderdelen van dit BRE-

het BRE, ERE en MRE dragen er aan bij dat Drenthe op lokaal,

onderzoek die op hen waren gericht, onderstreept dit nog

subregionaal, regionaal en bovenregionaal niveau verder komt.

eens. Tegelijkertijd zien en horen we wel degelijk de wens

De bovenstaande aanbevelingen gaan daarom in op agenderen,

om (nadrukkelijker) betrokken te worden bij regionale

verbinden en organiseren. Nu is het zaak om daaraan te gaan

samenwerking. Dit gebeurt al in diverse subregio’s en op het

bouwen. Uitgaande van wat er al is, want Drenthe begint op dit

niveau van het BRE via de VDG, maar de verbinding kan

gebied niet vanaf nul.

sterker. Er is in onze ogen een proces nodig om te komen tot (stap voor Daarom raden wij aan in het bijzonder te investeren in de

stap) strategische visievorming en – uitvoering. Stapje voor

relatie tussen samenwerkingsverbanden en de gemeenteraden,

stapje vooruit betekent dat de strategische agenda van de

provinciale staten en algemeen besturen. Daarvoor zijn er

regio (zie hierboven) een routekaart kent. We bevelen aan

verschillende mogelijkheden, van ‘licht’ tot ‘zwaar’: van het

dat de belangrijkste partijen die nu samenwerken met elkaar

hanteren van goede formats, werkbezoeken en een regiotour

een traject ingaan om te bepalen hoe de samenwerking

tot meer fundamentele versterkingen van de democratische

nader en sterker vorm te geven en uit te breiden. Het huidige

legitimiteit (het verbinden van raden en de versterking van de

eerste halfjaar van 2022 biedt een mooi momentum met de

positie van raden in gemeenschappelijke regelingen).

start van het nieuwe kabinet (mogelijkheid van Regiodeals), het Deltaplan voor het Noorden en straks ook nieuwe gemeentebesturen.

30

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Eerst is er dialoog en discussie nodig waarin Drentse overheden

Het proces na en op basis van dit onderzoek kan als volgt

zich richting elkaar uitspreken over hun houding, waarden

worden ingericht:

en emoties ten aanzien van het gezamenlijk werken aan

1. Vormen regiegroep. Er wordt een regiegroep gevormd

strategische opgaven. Dit zou wat ons betreft de eerste stap

van bestuurlijke vertegenwoordigers van overheden. We

moeten zijn in het proces. Daarna moet worden bepaald op

raden aan het voorzitterschap hiervan bij een neutra-

welke niveaus men aan deze opgaven wil/moet werken, om van

le actor te beleggen. Voor een breder maatschappelijk

daaruit ook de verbinding en integraliteit te waarborgen met

draagvlak en verbinding kunnen meteen of in een later

een strategische agenda.

stadium actoren uit MRE en ERE worden betrokken. 2. Voeren verkenningsgesprekken. Met alle overheden

Van de strategische samenwerking rondom één of enkele

wordt op basis van voorliggend rapport gesproken over

integrale opgaven (dus opgaven waar meerdere beleidsvelden bij

de volgende onderwerpen:

zijn betrokken) kan geleerd worden over wat wel en niet werkt.

• Welke analyses en aanbevelingen uit dit rapport wor-

Met deze lessen kan de strategische samenwerking binnen het BRE vervolgens verder worden uitgebouwd en verstevigd, mits het draagvlak daarvoor aanwezig is.

den wel en niet ondersteund? • Wat zijn de opgaven waarop nadere samenwerking nodig is? • Welk schaalniveau is daarbij leidend, en wat kunnen de andere schaalniveaus daaraan bijdragen? • Welke vorm van coördinatie worden verstandig geacht? • Welke randvoorwaarden gelden om de samenwerking van de grond te krijgen? 3. Besluitvorming in de politieke organen. De regiegroep brengt via de besturen bij de politieke vertegenwoordigingen één voorstel in voor de vormgeving van de samenwerking. Dat wordt op eenzelfde moment besproken, zodat amenderingen mogelijk zijn.

31

HOOFDSTUK 5

Overzicht: De regio Drenthe in beeld In dit hoofdstuk beantwoorden we deelvragen 1 tot en met 7 van het onderzoek. We putten daarbij uit de onderliggende data (‘feiten’) zoals opgenomen in de ‘foto van Drenthe’ en gespreksverslagen (‘beelden’).

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

5.1 De specifieke kenmerken van de regio

De nieuwste CBS-cijfers (prognose voor de bevolkings­ ontwikkeling in 2022) laten deze krimpcijfers niet meer zien. Sterker nog, zij voorspellen een (kleine) groei in alle Drentse

Deelvraag 5 luidt: Wat zijn de specifieke kenmerken van de

gemeenten. Uiteraard zijn er weer onderlinge verschillen, zo

regio?

gaat de gemeente Noordenveld naar verwachting het minst groeien en de gemeente Meppel het meest. Opvallend is verder

Een BRE acteert binnen een bepaalde context: naar analogie

het verschil in bewolkingsontwikkeling voor de gemeente Aa en

van de ecosysteem-metafoor is dat de biotoop. Elke biotoop heeft

Hunze, die in 2021 nog het meest kromp en voor dit jaar groei

bepaalde kenmerken die lastig te veranderen zijn. Deze hebben

mag verwachten.

betrekking op de demografie (hoeveel inwoners heeft het gebied en wat zijn hun kenmerken), de fysieke omgeving (hoe ziet het

Bevolkingsontwikkeling 2021 en 2022 Drentse gemeenten (per 1000 inwoners), CBS 2022.15

Figuur 11.

gebied eruit), en identiteit van de regio. Bepaalde (combinaties van) gebiedskenmerken geven een BRE een meer of minder gunstige uitgangspositie en zijn daarmee van invloed op de publieke waarde creatie. De bevindingen zijn gebaseerd op open data (CBS), gesprekken en een vragenlijst onder volksvertegenwoordigers.

Demografie Er wonen ruim 490.000 mensen in Drenthe. Volgens eerdere

Aa en Hunze Assen Borger-Odoorn

2021 2022

Coevorden De Wolden Emmen

bevolkingsprognoses voor de lange termijn (tot en met 2050)

Hoogeveen

zou het aantal Drentse inwoners de komende jaren langzaam

Meppel

afnemen. Vooral voor de gemeenten Emmen en Noordenveld

Midden-Drenthe

werd een (flinke) bevolkingskrimp verwacht. Voor vier Drentse

Noordenveld

gemeenten werd wel bevolkingsgroei verwacht: Meppel (sterke

Tynaarlo

groei zelfs), Tynaarlo, Westerveld en De Wolden.

Weserveld -4

De coronacrisis zet deze prognoses in een ander daglicht.

-2

0

2

4

6

8

10

12

14

Sinds 2015 is er al een trend gaande van een toename van

Wanneer we de bevolkingsontwikkeling verder uitsplitsen valt

verhuizingen vanuit de Randstad naar de minder dichtbevolkte

op dat in alle gemeenten (op Assen na) een negatieve natuur­

delen van Nederland.14 Deze trend is tijdens de coronacrisis

lijke aanwas16 wordt verwacht. De verwachten bevolkings­groei

in een stroomversnelling geraakt, door de opkomst (en de

in Drenthe komt dan ook voornamelijk voort uit verhuizingen,

verwachte blijvende aard) van het thuiswerken en omdat

en voor een kleiner deel uit migratie17 (zie tabel 1 hieronder).

mensen andere eisen stellen aan hun huis en leefomgeving.

De coronacrisis en de bijbehorende ontwikkeling van thuiswer­ ken creëren mogelijk extra belangstelling voor wonen in het

Als we kijken naar de bevolkingsontwikkeling van de

ruime en rustige Drenthe waar de huizenprijzen relatief gunstig

Drentse gemeenten in het jaartal 2021 (zie figuur 10) zien

afsteken bij de Randstad. Dit kan een verklaring zijn voor de

we een gemend beeld, waarbij een aantal gemeenten iets

nieuwe prognose voor 2022 waarin aanzienlijk meer mensen

zijn gekrompen (Aa en Hunze, Emmen, Hoogeveen en

naar Drentse gemeenten toe verhuizen dan er vertrekken. Als

Noordenveld), een aantal gemeenten licht zijn gegroeid

deze trend zich ook de komende jaren voortzet, zullen de lange

en een aantal gemeenten redelijk zijn gegroeid (Meppel en

termijn bevolkingsprognoses herzien moeten worden.

Westerveld).

15 16 14

33

CBS, 2021. Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/01/ minder-gemeenten-met-bevolkingskrimp-in-2021.

17

Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2022/01/ minder-gemeenten-met-bevolkingskrimp-in-2021. De natuurlijke aanwas is het aantal nieuw geboren inwoners minus het aantal overleden inwoners. Het migratiesaldo is het aantal mensen dat zich in Nederland vestigt minus het aantal inwoners dat Nederland verlaat.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Tabel 1.

Prognose bevolkingsontwikkeling Drentse gemeenten (per 1000 inwoners), CBS 2022.

De regio Drenthe staat bekend om haar ‘rust en ruimte’

Natuurlijke Verhui­

Migratie­

Bevolkings-

Gemeente

aanwas

zingen

saldo

ontwikkeling

Aa en Hunze

-3,03

9,49

0,28

6,73

Assen

0,06

2,54

-0,07

2,53

Borger-Odoorn

-2,19

5

0,59

3,4

Coevorden

-4,11

10,36

-0,14

6,12

adressen/km² de hoogste adressendichtheid, en Westerveld

De Wolden

-2,58

7,88

1,07

6,36

heeft de laagste adressendichtheid (212 adressen/km²). Alle

Emmen

-3,4

10,32

0,77

7,68

Drentse gemeenten - behalve Assen - zitten onder het landelijke

Hoogeveen

-1,51

5,92

1,33

5,74

gemiddelde. In Assen, Meppel, Hoogeveen en Emmen is de

Meppel

-0,35

8,38

3,02

11,05

bevolkingsdichtheid het hoogst en zijn daarmee met afstand de

Midden-Drenthe -1,5

10,4

-0,66

8,24

meest verstedelijkte gemeenten in de regio.

Noordenveld

-4,42

4,29

0,74

0,61

Tynaarlo

-3,36

9,42

0,68

6,74

De agrarische sector in Drenthe is extensief van aard:

Westerveld

-4,78

12,77

1,17

9,16

de gegevens laten zien dat de sector met 69% de grootste

en dit is terug te zien in het aantal adressen per vierkante kilometer. In Drenthe zijn er gemiddeld 670 adressen/km². Dit zijn er minder dan landelijk gemiddeld (1162 adressen/ km²). Een duidelijk verschil is zichtbaar tussen het platteland en het stedelijk gebied. De gemeente Assen heeft met 1562

grondgebruiker is. Daarnaast beslaan bos en natuurlijk terrein Drenthe heeft te maken met ontgroening en vergrijzing. Dat de

ruim 17% van het Drents landoppervlakte, dat is meer dan

Drentse bevolking ouder wordt, is terug te zien in de verhouding

gemiddeld in Nederland (12%). Ten opzichte van het landelijke

65-plussers ten opzichte van personen in de leeftijdscategorie

gemiddelde (8,7%), heeft Drenthe een kleiner aandeel

20-65 (grijze druk) De grijze druk ligt met 44% boven het

bebouwd terrein (5,8%) en binnenwateren (1,8% om 8,7%).

Nederlandse gemiddelde (38,4%). In de gemeenten Westerveld (54,4%) en Noordenveld (51,8%) is de grijze druk veruit het

Box 7. Agrarische sector en MKB

hoogst. Uitschieters naar beneden zijn de gemeenten Meppel en

De specifieke aspecten van de regio (ruimte, natuurlijke

Assen met respectievelijk 35,0% en 35,1%.

omgeving, geschiedenis) blijven niet alleen de bestaansreden vormen voor een groot deel van de

De groene druk in de regio Drenthe (38,4%) verschilt nauwelijks

landbouwbedrijven, maar ook voor het midden- en

van het landelijk gemiddelde (38,6%). Het percentage geeft in­

kleinbedrijf (MKB). Bovendien zijn er relatief veel

zicht in de verhouding van de jeugd (0-20 jaar) tot het werkende

familiebedrijven in de landbouwsector.18 Opvallend genoeg

deel van de bevolking (20-65 jaar). Uitschieters naar boven zijn

ligt het aandeel MKB in de Drentse economie (95%) niet

onder andere Tynaarlo (43,6%) en Hoogeveen (41,0%). De

hoger dan gemiddeld in Nederland (99%).

groene druk ligt het laagste in de gemeenten Borger-Odoorn en

Uit cijfers van het CBS blijkt dat in heel Nederland het

Westerveld (beide 35,1%). Hoewel het aandeel jongeren in de

aantal landbouwbedrijven tussen 2010 en 2021 daalde van

bevolking vergelijkbaar is met ‘s lands gemiddelde, is het aantal

72.324 naar 52.120.19 In 2021 zijn er in Drenthe 2.742 bedrijven,

ouderen in verhouding groot. Hierdoor ligt de demografische

27,4% minder dan in 2010 (3.776). Niettemin is in 2021 het

druk in Drenthe (81%) hoger dan gemiddeld (70%).

aantal inschrijvingen van Drentse ondernemingen in de landbouwsector met 29,9% gestegen.

Geografie Figuur 12. Gemiddeld aantal adressen per km2 (2020). > 1.321,33

887,00

452,67

18

< 212,00

34

19

Provincie Drenthe, Economische koers Drenthe 2020-2023; CBS, Familiebedrijven in Nederland, 2015-2018 De cijfers zijn gebaseerd op een telling van bedrijven die produceren voor de markt en een standaardopbrengst hebben boven de 3.000 euro.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Door gesprekspartners wordt het geografisch hoogteprofiel

Sinds 2013 stijgen de gemiddelde huizenprijzen in Nederland

van Drenthe met regelmaat vergeleken met een omgekeerd

én in Drenthe. Vermoedelijk wordt deze trend versterkt door

soepbord. Van het middenstuk, het Drents plateau, stroomt

de ‘trek uit de Randstad’ als gevolg van Covid-19. De meest

het water naar de randen. Door het veranderende klimaat is

recente woningmarktcijfers van de NVM laten zien dat tussen

de waterhuishouding tot een belangrijk vraagstuk verworden:

2020 en 2021 de huizenprijzen in Drenthe zijn gestegen. In

vooral op de hogere zandgronden groeit het watertekort uit

Emmen e.o. (16%) was de stijging minder dan gemiddeld

tot een probleem voor boer en natuur. De fysisch-geografische

(20%); in Zuidwest-Drenthe (21%) en Assen e.o. (22%) was

scheidslijn tussen zand- en veengebied betreft in de praktijk ook

de stijging groter.

een sociaaleconomisch onderscheid. Nog altijd wordt de relatief lage sociaaleconomische status in Zuidoost-Drenthe in verband

Drenthe staat voor verschillende woonopgaven, waaronder

gebracht met de historie van het veenkoloniale gebied.

het verduurzamen van de woningvoorraad, het bevorderen van de doorstroom op de woningmarkt en het realiseren van

Wonen

woningen voor ouderen en voor mensen met een smalle beurs.

Jaren op rij scoort Drenthe hoog op de ‘leefbaarometer’.

Veel van deze opgaven worden in Zuid- en Oost Drenthe

Deze barometer geeft op basis van een honderdtal objectieve

opgepakt in het kader van de Regio Deal, maar woonopgaven

indicatoren een inschatting van de leefbaarheid. Volgens het

kunnen lokaal en subregionaal sterk van elkaar verschillen. Zo

CBS geeft 87% van de inwoners aan tevreden of zeer tevreden te

zien krimpgemeenten de leegloop van dorpen, terwijl stedelijke

zijn met de omgeving waarin ze wonen.20

gemeenten als Assen en Meppel te maken hebben met een

Figuur 13. Leefbarometer Drenthe, CBS 2018. Leefbaarheidssituatie, Schaalafhankelijk, 2018 Gemeentegrezen 2018 Zeer onvoldoende Ruim onvoldoende onvoldoende Zwak Voldoende Ruim voldoende Goed Zeer goed Uitstekend

woningtekort.

Voorzieningen De lage bevolkingsdichtheid in Drenthe vormt een uitdaging voor de bereikbaarheid binnen de regio Drenthe en het openhouden van voorzieningen, en de coronacrisis maakt deze uitdaging nog groter. Zoals figuur 14 laat zien, ligt de gemiddelde afstand tot voorzieningen in Drenthe (3,0 km) een stuk hoger dan het landelijk gemiddelde (2,0 km). Wel verschillen de afstanden per voorziening. De afstand tot een grote supermarkt, basisschool, kinderdagverblijf en huisarts is voor Drenten gemiddeld rond de één kilometer. De gemiddelde

Het aandeel koopwoningen van de totale woonvoorraad ligt in

afstanden tot een bioscoop, treinstation, podiumkunsten

Drenthe hoger dan het Nederlands gemiddelde (66% tegenover

en een ziekenhuis liggen met 7,1 tot 8,8 kilometer een stuk

57%). Binnen de regio ligt het aandeel koopwoningen in de

hoger. Ook zijn hier de verschillen met het gemiddelde in

minder verstedelijkte gebieden hoger dan in de steden. Ter

Nederland behoorlijk groot. Zoals ook elders in Nederland vaak

illustratie: 77% in Tynaarlo en 58% in Assen. Het aandeel

het geval is, zijn de voorzieningen voor inwoners van grotere

huurwoningen in het bezit van woningcorporaties ligt in

plaatsen dichterbij dan in landelijk gebied. In Assen, Emmen,

Drenthe wel lager dan het landelijk gemiddelde (25% om

Hoogeveen en Meppel zijn de voorzieningen dichterbij dan

29%).​

voor inwoners van de overige gemeenten. Tussen 2015 en 2019 is de gemiddelde afstand tot voorzieningen in Drenthe met

De gemiddelde huizenprijzen liggen in Drenthe structureel lager dan het Nederlands gemiddelde. In 2020 was de gemiddelde huurprijs in Drenthe 284.473 euro, tegenover het landelijke gemiddelde 335.849 euro. De huizenprijs lag het hoogst in Tynaarlo, dat met 350.488 euro de enige gemeente in de regio was met een prijs boven het landelijk gemiddelde. Emmen kent de laagste huizenprijzen met een gemiddelde van 226.483 euro.​

20

35

CBS/Leefbaarometer, 2018. Via https://leefbaarometer.nl/kaart/#kaart.

0,1 kilometer toegenomen (van 2,9 naar 3,0 kilometer).

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Figuur 14. Gemiddelde afstand tot voorzieningen in kilometers, Nederland en Drenthe (CBS, 2019).

Maatschappelijke betrokkenheid

Bioscoop

In Drenthe doet men over het algemeen iets vaker

Cafés, e.d.

vrijwilligerswerk (47,6%) dan in de rest van Nederland (45%). Uitgesplitst naar de Drentse subregio’s bestaan er echter

Treinstation Podiumkunsten

wezenlijke verschillen.23 Volgens de Monitor Brede Welvaart

Grote supermarkt

(2020) scoren Zuidwest-Drenthe (50,8%) en Noord-Drenthe

Huisartsenpraktijk

(47,6%) bij de bovenste 10 van alle COROP-regio’s. Van de

Middelbare school

Drentse gemeenten doet men in Borger-Odoorn het meest

Nederland Drenthe

Basisschool

aan vrijwilligerswerk (55,6%), gevolgd door Aa en Hunze en Tynaarlo (beide 52,5%). Daarentegen staat Zuidoost-Drenthe

Kinderdagverblijf

met een percentage van 43,7 op plek 23 in de ranglijst. In

Ziekenhuis

Assen en Emmen verricht respectievelijk 39,5% en 37% van 0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

de inwoners wel eens vrijwilligerswerk. Hoewel tussen 20152020 het Drents gemiddelde is gedaald van 53,2% naar 47,6%,

In tegenstelling tot de interne bereikbaarheid (bereikbaarheid

is in Borger-Odoorn het percentage toegenomen (49,6% naar

binnen de regio Drenthe), zal de externe bereikbaarheid

55,6%) en in Emmen juist sterk afgenomen (46,2% naar 37%).

(de bereikbaarheid van Drenthe als regio) naar verwachting verbeteren de komende jaren. Het Rijk werkt samen met de

Op basis van figuur 16 kan een parallel worden getrokken met

noordelijke provincies aan het Deltaplan voor het Noorden,

de adressendichtheid in de regio: hoe minder verstedelijkt de

waarin de verbetering van de bereikbaarheid een belangrijke

gemeente is, hoe meer vrijwilligerswerk er wordt gedaan. Dit

rol speelt. De provincies Drenthe, Groningen, Friesland

duidt op de grote cohesie (ook wel naoberschap genoemd; zie

en Flevoland hebben reeds plannen ontwikkeld voor de

onder) in de dorpen en op het platteland.

nieuwbouw van 220.000 extra woningen in ruil voor de aanleg van de Lelylijn, de Nedersaksenlijn en het aanpakken van de

Figuur 16. Vrijwilligerswerk, CBS 2020.24

huidige spoorlijn via Zwolle.21 Realisatie van deze plannen zou de bereikbaarheid van Drenthe via openbaar vervoer aanzienlijk Tynaarlo Noorden- 52,5% veld Aa en 47,7% Assen Hunze 39,5% 52,5%

verbeteren. In het landelijke regeerakkoord komt de Lelylijn terug en wordt er geld voor ter beschikking gesteld. De Boekmanstichting heeft met de regionale cultuurindex het culturele aanbod in kaart gebracht.22 Onder het culturele

MiddenDrenthe 48,9%

aanbod wordt het zichtbare aanbod verstaan: objecten of activiteiten die kunnen worden bezocht of bekeken. Figuur

BorgerOdoorn 55,6%

De Wolden Coevorden Meppel 49,6% Hoogeveen 49,8% 48,5% 50,9%

14 laat zien dat in Drenthe in vergelijking over het algemeen weinig culturele voorzieningen aanwezig zijn. Van de voorzieningen die Drenthe herbergt, relateren de meeste aan

Emmen 37,0%

erfgoed. Figuur 15. Regionale cultuurindex op cultureel aanbod, gecorrigeerd voor inwoneraantal (Boekmanstichting, 2021).

Het opkomstpercentage bij verkiezingen ligt in Drenthe steeds net iets boven het landelijk gemiddelde (zie ook figuur 17

Friesland Groningen Noord-Holland Drenthe Noord-Brabant

hierna). Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2021 was het Drentse opkomstpercentage 80,2%, tegenover 79% landelijk gemiddelde. In de gemeenten in het oosten van de regio was de 0

Podiumkunsten

0,2

0,4

Beeldende kunst

0,6

0,8

1,0

Erfgoed

Letteren

Film

opkomst lager dan in het westen en noorden van de regio. In Emmen was de opkomst het laagst (75%) en in Tynaarlo en De Wolden het hoogst (85%).

21 22

36

Bron: https://www.provinciegroningen.nl/actueel/nieuws/nieuwsartikel/ noord-nederland-wil-grootschalig-woningen-bouwen-in-ruil-voor-lelylijn/. Het cultureel aanbod bestaat uit 22 variabelen verspreid over vijf kunstdisciplines (podiumkunsten, beeldende kunst, letteren, erfgoed en film). Meer informatie over de indicatoren is te vinden via www.boekman.nl/regionale-cultuurindex/ pijlers/capaciteit/

23 24

Bron: CBS, 2020. Het CBS meet vrijwilligerswerk als % van de bevolking van 15 jaar en ouder dat in de voorgaande 12 maanden vrijwilligerswerk heeft verricht. Van gemeente Westerveld zijn geen gegevens bekend bij het CBS.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

In de interviews wijzen gesprekspartners er op dat de normen

Opkomstpercentages verkiezingen.25

Figuur 17.

en waarden van naoberschap de afgelopen decennia onder druk

90% 80%

Nederland

70% 60% 50%

Drenthe

80%

zijn komen te staan. Dat steeds meer mensen van buiten zich in Drenthe vestigen, is een ontwikkeling die hieraan zou hebben

59%

56%

79%

54%

51%

40%

55%

57%

bijgedragen. Desondanks geeft 56% van de respondenten aan

30%

dat saamhorigheid en verbondenheid een belangrijk aandeel

20%

heeft in de identiteit van de regio (figuur 19). Hoewel de grafiek

10%

toont dat het merendeel van de respondenten aangeeft dat alle

0%

Gemeenteraad (2018)

Waterschap (2019)

Provinciale Staten (2019)

Tweede Kamer (2021)

Regionale identiteit

26

genoemde zaken redelijk of sterk bijdragen aan de identiteit van de regio, wordt het karakteristieke landschap beschouwd als belangrijkste component.27

De genoemde sociale cohesie is onlosmakelijk verbonden met naoberschap - het begrip dat je in de buurt omziet

Figuur 19. Antwoord op de vraag ‘In hoeverre dragen de volgende zaken bij aan de identiteit van de regio?’ N=48.

naar elkaar. Gesprekspartners wijzen op de voortdurende

Saamhorigheid en verbondenheid

relevantie van het begrip voor de Drentse identiteit: er is aandacht voor de medemens. Toch heeft het naoberschap van oudsher ook een autonoom karakter. Het idee was dat men het samen zonder hulp moest rooien. Dat deed men bijvoorbeeld via de eeuwenoude Boermarken: van

Een karakteristiek landschap Gezamenlijke rituelen en symbolen Een geschiedenis van de gemeenschap Een streektaal of dialect

oorsprong bestuurlijke organisaties, waarbij de ‘buren’ samen

0%

verantwoordelijk waren voor gemeenschappelijke gronden. In

Inwoners Draagt helemaal niet bij Draagt niet erg bij Neutraal Draagt redelijk bij Draagt sterk bij Weet ik niet/geen mening

dit kader noemen gesprekspartners de ons-kent-ons-cultuur

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

die binnen Drenthe heerst. De grote oriëntatie op de eigen omgeving wordt bevestigd door de enquête die is uitgezet onder

In aanvulling op naoberschap en het Drentse landschap, wordt

volksvertegenwoordigers. Zo laat figuur 18 zien dat bestuurders

door gesprekspartners gewezen op bescheidenheid en terug­

zich meer met hun dorp of stad verbonden voelen dan met

houdendheid als typerende eigenschappen voor Drenten.

Drenthe als geheel.

Beide vormen zowel een kracht als een risico, vindt men: de

Figuur 18. Antwoord op de vraag ‘In hoeverre voelt u zich verbonden met…?’ N=48.

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

uitgesproken wat men daadwerkelijk vindt. Daarbij wordt door­gaans wel de kanttekening gemaakt dat er niet één Drent

In welke mate voelt u zich verbonden met: 0%

sfeer is altijd gemoedelijk, maar er wordt niet altijd naar elkaar

90% 100%

bestaat.

Uw buurt of wijk Uw dorp of stad Uw gemeente Uw regio Uw provincie Nederland Europa

25 26

37

Helemaal niet verbonden

Neutraal

Sterk verbonden

Niet erg verbonden

Redelijk verbonden

Geen mening

Bron: Verkiezingen.nl In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen regio’s met een ‘dikke’ of ‘dunne’ regionale identiteit (zie o.a. Terlouw, K. (2012) From thick to thin regional identities?). Een ‘dunne’ regionale identiteit kan de samenwerking binnen een regionaal ecosysteem compliceren, al kunnen ook binnen een regio culturele verschillen bestaan die een uitdaging vormen voor samenwerking (zie Groenleer, M. & Verheul, W.J. (2017), Regiovorming: tussen inhoud en institutionalisering). Een dikke regionale identiteit kan zowel positieve effecten (onderling verbindend) als negatieve effecten (de buitenwereld uitsluitend) hebben.

27

In hun verkiezingsprogramma’s (2019-2023) benadrukten politieke partijen (o.a. PvdA, VVD, GroenLinks) hun trots op de Drentse taal en het streven naar de cultivering ervan.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Box 8. Vergelijking regiokenmerken Drenthe met de

Box 9. Corona als uitdaging én kans

regio’s Noord-Holland Noord, Groningen, Friesland en Noordoost-Brabant

Figuur 20. Saldo verhuizingen, april t/m december 2020, CBS.

Demografie en geografie Van de casusregio’s in het landelijke onderzoek naar BRE’s heeft Noord-Holland Noord de meeste inwoners, en Drenthe de minste. Dit geldt ook voor de adressendichtheid. De grijze druk is het hoogst in Drenthe, en verschilt het meest van Noordoost-Brabant. De groene druk is vergelijkbaar met de andere regio’s, al is deze in Groningen iets lager. Wonen Het aandeel koopwoningen in Drenthe is te vergelijken met Noord-Holland Noord, Friesland en Noordoost-Brabant. Het aandeel huurwoningen in het bezit van woningcorporaties is daarentegen laag en vergelijkbaar met Noord-Holland

De coronacrisis heeft Nederland op zijn kop gezet en houdt

Noord. Samen met Noordoost-Brabant, ligt in deze regio’s

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=b43eb897-e321-4d3b-8c5e-fa482759eaba