CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.40.1 Eindrapport BRE Drenthe

1 - RAADSVERGADERING 21 april 2022, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen39.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

BRE CASUSONDERZOEK

Het BRE Drenthe 61827 – Eindrapportage 3 maart 2022

BRE CASUSONDERZOEK

Het BRE Drenthe 61827 – Eindrapportage Philip van Veller Mirthe de Kok Lars van Bladel Caspar van den Berg 3 maart 2022

Inhoudsopgave 1.

Inleiding.......................................................................4

1.1

Vergelijkend onderzoek naar Bestuurlijk Regionale Ecosystemen .............................................................................................5

4.

Uitzicht: Hoe kan het BRE de regio Drenthe versterken? ............................................ 22

4.1

Vrijblijvende verbinding in een herkenbare regio met opgaven ............................................................................ 23

1.2

Scope van het onderzoek.................................................................5

1.3

Schaal van Drenthe ..............................................................................7

1.4

Onderzoeksvragen ...............................................................................7

doordachte verbinding .................................................................. 23

1.5

Leeswijzer......................................................................................................8

4.3 Een agenda voor Drenthe............................................................26

2.

Inzicht: hoe functioneert het BRE Drenthe? .9

2.2 (Hoe) draagt het samenspel binnen het BRE bij aan

4.2 Naar een visie op meer kracht met een

4.4 Verbinding binnen en tussen de ecosystemen...........27 4.5 Organiseren, ondersteunen en verantwoorden..........28 4.6 #Hoe dan? Bouwen aan visievorming,

publieke waarde creatie? ..............................................................10 2.2 (Hoe) draagt het samenspel tussen de ecosystemen bij aan publieke waarde creatie? ............................................. 12 2.3 Hoe verhouden draagvlak en publieke waarde creatie zich tot elkaar? .....................................................................14

3. 3.1

Conclusie: Publieke waarde creatie in de regio Drenthe................................................16

verbinding en organisatie.............................................................30

5.

Overzicht: De regio Drenthe in beeld ........... 32

5.1

De specifieke kenmerken van de regio............................. 33

5.2 Het BRE van Drenthe.......................................................................39 5.3 Het maatschappelijk ecosysteem ........................................ 49 5.4 Het economisch ecosysteem ................................................ 55 5.5 Publieke waarde creatie in de regio......................................61

Publieke waarde in Drenthe........................................................17

5.6 Organisatorische capaciteit.........................................................67

3.2 Factoren in het creëren van publieke waarde ..............17

5.7 Draagvlak voor het BRE................................................................. 68

3.3 Conclusie over het creëren van publieke waarde....... 21

Bijlagen..............................................................................70

HOOFDSTUK 1

Inleiding

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

1.1

Vergelijkend onderzoek naar Bestuurlijk Regionale Ecosystemen

1.2 Scope van het onderzoek Dit onderzoek focust zich op ‘de regio’ Drenthe. De regio bestaat uit verschillende levensgemeenschappen (ecosystemen)

Maatschappelijke opgaven en ontwikkelingen worden steeds

en de bestaande omstandigheden in het gebied (de biotoop).

vaker en intensiever op regionaal niveau gezien en opgepakt.

Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Niet alleen samenwerkende decentrale overheden, maar ook het Rijk zetten in op het regionaal aangaan van opgaven. Het kabinet

Figuur 1.

Visualisatie regionaal ecosysteem.

Bestuurlijke levensgemeenschap (BRE)

Rutte IV wil niet inzetten op grootschalige structuurveranderin­ gen in het binnenlands bestuur, maar legt stevig de nadruk op Biotoop (Gebiedskenmerken)

‘de regio’ en ‘regionale afspraken’, op tal van beleidsterreinen.1 Daarmee werd een trend erkend en doorgezet die al eerder was ontstaan en erkend2 met de decentralisaties in het sociaal do­ mein, maar ook met andere complexe maatschappelijke opgaven die hoog op de agenda staan. Denk aan de energietransitie, het stikstofdossier, de woningbouwopgave, de toekomst van de land­ bouw, klimaatadaptatie, mobiliteit en de Omgevingswet. Stuk voor stuk onderwerpen met zowel een ruimtelijke als een sociale dimensie, waarvan de oplossing in ‘de regio’ wordt gezocht.

Maatschappelijke levensgemeenschap

Economische levensgemeenschap

Maar wat is ‘de regio’ eigenlijk? Welke resultaten behaalt de

De drie verschillende ecosystemen binnen de regio bakenen we

regio en hoe meten we die? Aan volksvertegenwoordigers,

als volgt af:

bestuurders en ambtenaren de taaie opgave om, zonder

•

De bestuurlijke levensgemeenschap (in dit onderzoek

helderheid over deze concepten, kaders en meetinstrumenten,

verder ‘bestuurlijk regionaal ecosysteem’ of BRE)

het succes van hun regio te vergroten en te zorgen voor meer

betreft de decentrale overheden en hun onderlinge

publieke waarde. Om meer grip te krijgen op ‘de regio’ en de

samenwerkingsverbanden.

factoren die bijdragen het realiseren van publieke waarde in die

•

De maatschappelijke levensgemeenschap (in dit onderzoek

regio, doen de Rijksuniversiteit Groningen en Berenschot hier

verder ‘maatschappelijk regionaal ecosysteem’ of MRE)

onderzoek naar. We voeren in tien regio’s veldonderzoek uit –

is het daily urban/rural system (het gebied waarbinnen

waaronder in Drenthe. Het ministerie van Binnenlandse Zaken

mensen zich verplaatsen om te wonen, werken, recreëren

en Koninkrijksrelaties heeft zich financieel en inhoudelijk

en dergelijke) én de maatschappelijke organisaties en

gecommitteerd aan het onderzoek, waaraan ook de decentrale

verbanden.

overheden in de regio zelf bijdragen.

•

De economische levensgemeenschap (in dit onderzoek verder ‘economisch regionaal ecosysteem’ of ERE) omvat de economische actoren, kennisinstellingen en hun verbanden.

De ecosystemen functioneren binnen de biotoop: het gebied met bepaalde fysieke en sociale kenmerken die de omstandigheden bepalen voor de ecosystemen. In dit onderzoek ligt de focus op het BRE: het functioneren van de bestuurlijke levensgemeenschap, onderling en in interactie met de economische en maatschappelijke levens­ gemeenschappen (de rode pijlen in figuur 1) en met de biotoop. 1

2

5

Regionale afspraken worden onder andere beoogd op het gebied van (tijdelijke) woningbouw, mobiliteit, sterker beroepsonderwijs en economie. Bron: Coalitieakkoord 2021-2025 ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. VVD, D66, CDA en ChristenUnie. 15 december 2021. Eerder besloot de Rijksoverheid al om Jeugdregio’s af te dwingen. Het rapport ‘Maak Verschil’ (Studiegroep Openbaar Bestuur) uit 2016 bepleitte een sterke landelijke inzet op ‘de regio’ in de daarop volgende kabinetsperiode.

In het regionaal ecosysteem wordt echter de meeste publieke waarde voor inwoners gecreëerd wanneer de drie ecosystemen met elkaar in balans zijn en optimaal op elkaar ingrijpen.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Daarom bekijkt dit onderzoek ook het functioneren van het

Box 1. Ecosystemen: inspiratie uit de biologie

Drentse ERE en MRE en de samenwerkingen tussen deze drie

Dit onderzoek focust zich op ‘de regio’, waarin verschillen-

ecosystemen. Ons vertrekpunt is echter het BRE. Vanuit de

de ecosystemen functioneren. De term ecosysteem is voor

theorie, en rekening houdend met relevante contextfactoren,

het eerst gebruikt in de jaren dertig van de 20ste eeuw door

komen we dan ook tot handelingsperspectieven hoe het BRE

botanisten om op die manier organismen (de levensge-

Drenthe kan bijdragen aan een florerend regionaal ecosysteem.

meenschap, dat wil zeggen dieren en planten) samen met hun fysieke omgeving (de biotoop, dat wil zeggen lucht,

Wat is een Bestuurlijk Regionaal Ecosysteem?

water, bodem), en de wisselwerkingen tussen beide, binnen

De Nederlandse staatsinrichting lijkt op het eerste gezicht

een min of meer afgebakend geografisch gebied te kunnen

overzichtelijk: Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten,

bestuderen. Een ecosysteem omvat alles dat bijdraagt aan

elk met hun eigen taken en bevoegdheden. De praktijk is

het in stand houden van het leven erbinnen. Ecosystemen

echter veel complexer. Naast deze vier formele bestuursvormen

kunnen op verschillende schaalniveaus worden bestudeerd.

wordt er veelvuldig samengewerkt in ‘de regio’: op het

Een oceaan of regenwoud kan als ecosysteem worden be-

schaalniveau boven de gemeente en onder de provincie.

schouwd, maar er zijn ook ecosystemen op kleinere schaal

Deze min of meer afgebakende netwerken van bestuurlijke

zoals de Waddenzee of de Veluwe of, op een nog beperktere

samenwerkingsverbanden binnen een regio noemen wij het

schaal, een beukenbos of een zandplaat.

Bestuurlijk Regionale Ecosysteem (BRE). In het ecosysteem bepaalt de biotoop in grote lijnen de vorm

De figuur 2 toont de samenwerkingsverbanden tussen

van de levensgemeenschap. De hoeveelheid regenval bepaalt

Nederlandse gemeenten . We zien dat het aantal samen­

bijvoorbeeld welke organismen in een bepaald gebied kun-

werkingen per BRE verschilt (hoe donkerder de lijn, hoe meer

nen leven. Maar andersom heeft de levensgemeenschap ook

samenwerkingen). Ook de mate van congruentie in samen­

invloed op de biotoop: het voorkomen van bepaalde organis-

werking binnen BRE’s loopt sterk uiteen.

men is bepalend voor de bodemstructuur. In het onderzoek

3

brengen we middels de ‘foto’ de biotoop van de regio in Figuur 2.

Geheel aan bestuurlijke samenwerking in Nederland.

beeld: de specifieke kenmerken die gelden voor het gebied.4 Als we het begrip ecosysteem vanuit een bestuurskundige bril bekijken, dan kan het worden gezien als een systeem van bestuurlijke, economische en maatschappelijke actoren (de levensgemeenschappen) die in wisselwerking met en in onderlinge afhankelijkheid van elkaar en binnen de bestaande omstandigheden in een min of meer afgebakend (regionaal) geografisch gebied (de biotoop) werken aan de aanpak van maatschappelijke opgaven.5 De regio is dus opgebouwd uit verschillende levensgemeenschappen die onderling in meer of mindere mate met elkaar in contact staan en, in wisselwerking met de biotoop, maatschappelijke opgaven realiseren. In een florerend regionaal ecosysteem zijn de drie levensgemeenschappen (i.e. regionale ecosystemen) én hun biotoop met elkaar in balans. Met andere woorden: bestuurlijke, maatschappelijke en economische actoren weten elkaar te vinden op het schaalniveau waarop de opgaven, voortkomend uit de specifieke kenmerken van het gebied, zich voordoen. 4

3

6

Let op: deze figuur toont dus enkel samenwerkingen tussen gemeenten. Het BRE is breder, want bevat ook de samenwerkingen tussen de provincie en waterschappen. Verder zijn in deze figuur de samenwerkingen met economische en maatschappelijke partijen niet meegenomen. Zij krijgen verderop in dit rapport een plek.

5

De selectie van indicatoren baseren wij op het Entrepreneurial Ecosystems model van prof. Erik Stam en de studie ‘De positie van de regio Drechtsteden. Relatieve sterktes en zwaktes van de regio en knoppen om aan te draaien’ (2017) van Atlas voor Gemeenten. Daarnaast hebben wij indicatoren opgenomen over de identiteit van de regio op basis van het werk van o.a. prof. Gert Jan Hospers, prof. Kees Terlouw, prof. Anssi Paasi en Josse de Voogd. Dit sluit tevens aan bij het principe van complexe adaptieve sociale systemen zoals deze door prof. Geert Teisman wordt gehanteerd (2016).

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

1.3 Schaal van Drenthe

1.4 Onderzoeksvragen

Een regio is per definitie pluriform: de grenzen van een

De centrale onderzoeksvraag voor dit onderzoek naar het BRE-

regio zijn niet met een stanleymes af te snijden en al naar

Drenthe luidt:

gelang opgaven dat vragen, verschuift ook de schaal van de

Hoe succesvol is het BRE Drenthe in het realiseren van publieke

regio (meestal) mee. Echter, een onderzoek vraagt ook om

waarde, welke factoren spelen hierin een rol en hoe kan de

afbakening van het onderzoeksobject: anders blijft de scope

samenwerking worden verbeterd?

variabel. Voor dit onderzoek hanteren we een afbakening van de regio vanuit de empirie6: Wij beschouwen de schaal

Dit document is het eindrapport waarin de centrale

van Drenthe (dat wil zeggen de twaalf gemeenten, de Drentse

onderzoeksvragen worden beantwoord en waarin er

delen van de vier waterschappen en de provincie) als één BRE.

aanbevelingen worden gedaan voor het versterken van de

Dit is dan ook de geografische scope voor het onderzoek: de

samenwerking in het BRE Drenthe.

7

biotoop bestaat uit dit gebied en wordt gekenmerkt door de gebiedskenmerken van dit specifieke geografische gebied. Het BRE Drenthe telt totaal 494.771 inwoners.8 We rapporteren in het onderzoek zoveel mogelijk op het niveau van de regio Drenthe. Daar waar relevant maken we een uitsplitsing naar Noord-Drenthe, Zuidwest-Drenthe en Zuidoost-Drenthe. We volgen daarbij de indeling van de COROP-regio’s9, maar zijn ons ervan bewust dat de samenstellingen van de Drentse subregio’s per thema licht kunnen verschillen (Hoogeveen is bijvoorbeeld zowel onderdeel van de Dutch TechZone in Zuidoost-Drenthe als van de Regio Zwolle in Zuidwest-Drenthe. Omdat deze subregio’s verbindingen hebben met omliggende gebieden, is er ook aandacht voor samenwerkingsverbanden met - in het bijzonder - in de richting van Groningen, Zwolle en Hardenberg. Figuur 3.

6 7 8 9

7

Schaal van Drenthe.

COROP Noord-Drenthe

COROP Zuidoost-Drenthe

COROP Zuidwest-Drenthe

Aa en Hunze, Assen, Midden Drenthe, Noordenveld, Tynaarlo

Borger-Odoorn, Emmen, Coevorden-Odoorn

Hoogeveen, Meppel, Westerveld, De Wolden

In bijlage 1 is de precieze aanpak uiteengezet. In bijlage 1 is de precieze aanpak uiteengezet. Bron: CBS, 2021. Nederland kent 40 COROP-gebieden; dit zijn analytische eenheden voor onderzoeksdoeleinden die bestaan uit meerdere aangrenzende gemeenten. Door het niveau tussen gemeenten en provincies in, wordt de COROP-indeling voornamelijk gebruikt voor regionaal onderzoek (CBS, 2021).

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

We beantwoorden deze onderzoeksvraag aan de hand van de volgende deelvragen: Figuur 4.

Onderzoeksvragen

Overzicht (beschrijvend)

Inzicht (verklarend)

Uitzicht (handelingsperspectief)

1. Hoe ziet het BRE eruit? 2. Hoe ziet het maatschappelijk ecosysteem eruit? 3. Hoe ziet het economisch ecosysteem eruit? 4 Wat zijn specifieke kenmerken van de regio? 5. Welke publieke waarde wordt er in de regio gerealiseerd? 6. Welke organisatorische capaciteit is er? 7. In hoeverre is er draagvlak voor het BRE?

8. (Hoe) draagt het samenspel binnen het BRE bij aan publieke waarde creatie? 9. (Hoe) draagt het samenspel tussen de drie ecosystemen bij aan publieke waarde creatie? 10. Hoe verhouden draagvlak en publieke waarde creatie zich tot elkaar?

11. Hoe kan het BRE beter bijdragen aan publieke waarde creatie? 12. Hoe kan de samenwerking binnen het BRE worden verbeterd? 13. Hoe kan de samenwerking tussen het bestuurlijk, maatschappelijk en economisch ecosysteem worden verbeterd?

1.5 Leeswijzer

Daarna volgt het beschrijvende deel. In hoofdstuk 5 worden de beschrijvende deelvragen behandeld. Wat zijn de

We hebben ervoor gekozen om in deze rapportage de

gebiedskenmerken en welke publieke waarde wordt er in de

belangrijkste vragen eerst te beantwoorden, zodat de eerste drie

regio gecreëerd? Hoe zien de bestuurlijke, maatschappelijke

hoofdstukken zelfstandig leesbaar zijn als bevindingen, conclusies

en economische regionale ecosystemen eruit? In hoeverre is

en aanbevelingen.

er capaciteit en draagvlak voor regionale samenwerking? Om inzicht te geven in het functioneren van het BRE Drenthe

Hoofdstuk 2 begint met het geven van inzicht in de bevindingen

worden in hoofdstuk 6 de verschillende indicatoren met elkaar in

rond het succes van het BRE op het gebied van publieke waarde

verband gebracht.

creatie en de factoren die daarbij een rol spelen. In hoofdstuk 3 worden vervolgens de conclusies weergegeven die we daarop

In de bijlagen zijn onderliggende stukken te vinden waarop de

baseren. Daarna staat in hoofdstuk 4 het uitzicht, oftewel

analyse is gebaseerd.

het handelingsperspectief centraal: hoe kan het BRE Drenthe, uitgaande van de ecosysteemtheorie en rekening houdend met

Box 2. Feiten en beelden

de contextfactoren, samenwerking verbeteren om meer publieke

De deelvragen beantwoorden wij op basis van feiten en

waarde te genereren?

beelden. Onder feiten verstaan wij gebeurtenissen in het verleden, beleid en de stand van zaken daarvan, data uit objectieve bronnen en reeds vastgestelde documenten. Onder beelden verstaan wij de inzichten en meningen van onze interviewpartners. Met andere woorden: de beelden die er leven over het ecosysteem van Drenthe. In alle gevallen is sprake van een patroon en dus meer dan het beeld van een enkeling. Steeds geven we daarbij aan of het een beeld van alle respondenten betreft, of juist van een specifieke groep respondenten. De analyse, conclusies en aanbevelingen komen voor rekening van de onderzoekers.

8

HOOFDSTUK 2

Inzicht: hoe functioneert het BRE Drenthe? In dit hoofdstuk geven we inzicht in het functioneren van het BRE. Dit doen we door middel van beantwoording van de onderzoeksvragen 8 tot en met 10. Op elk van deze deelvragen geven we eerst een algemeen antwoord. Vervolgens gaan we op een aantal elementen dieper in.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

2.2 (Hoe) draagt het samenspel binnen het BRE bij aan publieke waarde creatie?

Voor samenwerking op niet-verplichte gemeentegrens­over­ schrijdende opgaven geldt dat we die vooral op bovenregionaal en subregionaal niveau van de grond zien komen. Voorbeelden van dergelijke initiatieven op Noord-Nederlandse schaal zijn

In deze paragraaf gaan we in op deelvraag 8: (Hoe) draagt het

de Agenda voor de Veenkoloniën, Topsport Noord, We The

samenspel binnen het BRE bij aan publieke waarde creatie?

North, de New Energie Coalition en het Deltaplan NoordNederland. Op subregionaal niveau zien we bijvoorbeeld de

De vraag of het samenspel binnen het BRE bijdraagt aan

Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe, het LEADER programma,

publieke waarde creatie laat zich niet met een volmondig ja

de Samenwerking Waterketen Noordelijke Vechtstromen en

of nee beantwoorden. Wij constateren dat het samenspel

het cluster Kop van Drenthe binnen de waterketen Groningen-

binnen het BRE Drenthe op bepaalde onderdelen zonder meer

Drenthe. Op regionale schaal zien we minder niet-verplichte

bijdraagt aan publieke waarde creatie en op andere onderdelen

samenwerkingen, al is de Vereniging Drentse Gemeenten

minder. We lichten dit toe aan de hand van een heel aantal

(VDG)10 hier wel een voorbeeld van. Sommige respondenten

bevindingen, waarbij we ook steeds aandacht besteden aan

zien in het uitbreiden van het aantal niet-verplichte

de verklarende factoren voor het al dan niet productieve

samenwerkingen op regionaal niveau een kans, waarmee

samenspel tussen de Drentse overheden.

onder meer ook subsidies en Europees geld binnengehaald kan worden.

Hét BRE Drenthe bestaat niet Drenthe is een samenstel van allerlei BRE’s, zowel subregionaal

Overzichtelijkheid en korte lijnen binnen het BRE dragen bij aan de samenwerking

als bovenregionaal op de schaal van Noord-Nederland. De

In vrijwel alle gesprekken kwam naar voren dat Drenthe

subregio’s binnen het BRE zijn daarnaast sterk extern gericht of

met twaalf gemeenten een overzichtelijke regio vormt en

hebben in ieder geval (provincie)grensoverschrijdende relaties:

dat bestuurders elkaar, mede hierdoor, gemakkelijk weten te

Noord-Drenthe is gericht op Groningen, Zuidwest-Drenthe

vinden. De regio kenmerkt zich door korte lijntjes: bestuurders

op Zwolle en Zuidoost-Drenthe heeft sterke relaties met

kennen elkaar en er is een goede onderlinge sfeer. ‘Drenthe is

Hardenberg en Duitsland.

een overzichtelijke regio met slechts twaalf gemeenten. Daardoor

Er is niet zoiets als één congruent BRE Drenthe. Het BRE

kent iedereen elkaar, hebben we korte lijntjes’. Dit maakt dat Drentse bestuurders elkaar op verschillende allerlei structuren en overleggen, maar niet per definitie op het

Gebrek aan doorpakken en resultaatgerichtheid vermindert de effectiviteit van samenwerking

schaalniveau van Drenthe

De Drentse spelers in het BRE komen elkaar veelvuldig tegen

schaalniveaus in wisselende samenstellingen tegenkomen in

binnen allerlei structuren en overleggen. Bestuurders praten Een aantal wettelijk verplichte taken wordt wel uitgevoerd op

daardoor veel met elkaar en formuleren ambities, maar volgens

de schaal van het BRE Drenthe; denk aan de Veiligheidsregio,

gesprekspartners ontbreekt het vaak aan het doorpakken en

de GGD, de Omgevingsdienst, de Regionale Uitvoeringsdienst

de resultaatgerichtheid die nodig zijn om deze ambities te

en de Regionale Energiestrategie (RES). Gesprekspartners

realiseren. Niemand voelt het mandaat om een knoop door te

zijn over het algemeen tevreden over de uitvoering van deze

hakken en er is weinig sturing op de gezamenlijke ambities. De

taken. Het momentum van corona en economische urgentie

drang naar autonomie en zelfstandigheid op het niveau van

hebben hier overigens een positief effect op, omdat zij ervoor

de gemeente wint van het ‘loslaten’ om gezamenlijk verder te

zorgen dat de regio sneller tot voortgang komt. De RES wordt

komen. Ook is de terughoudendheid om door te pakken terug

vaak aangehaald als succesvoorbeeld van Drentse regionale

te voeren op de Drentse bestuurscultuur, waarin partijen de

samenwerking. Bij de RES zijn de gemeenten, de provincie,

lieve vrede bewaren en hun kop niet boven het maaiveld uit

de vier waterschappen en netbeheerders betrokken. Volgens

willen steken. ‘Doordat de gemiddelde Drent aardig en bescheiden

gesprekspartners lukt het deze partijen om te focussen op de

is gaan dingen langzaam, dan denk ik vaak: kom op, gaan we

gezamenlijke opgave, wordt er goed afgestemd en worden er

alleen maar praten, of ook nog doen?’.

resultaten behaald. 10

10

De VDG is overigens niet een helemaal vrijblijvende samenwerking, omdat in de statuten van de VNG staat opgenomen dat gemeenten zich in provinciale afdelingen verenigen.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Hierdoor blijven conflicten vaak onder de oppervlakte

Waterschappen zijn deels aangehaakt bij het BRE

en worden scherpe discussies over bijvoorbeeld

De vier waterschappen op Drents grondgebied zijn niet altijd

verdelingsvraagstukken en de inzet onvoldoende gevoerd.

betrokken bij de samenwerkingen rondom de Drentse opgaven.

Enkele respondenten geven aan dat er al met al in het kader

Gesprekspartners geven aan dat de onderlinge contacten tussen

van de samenwerking steeds meer wordt besproken en

de vier waterschappen goed zijn en dat zij, in tegenstelling tot

afgestemd, maar desalniettemin weinig resultaten worden

een aantal jaar geleden, steeds meer onderling samenwerken.

geboekt. Er is hiermee sprake van een ‘Drentse bestuursparadox’:

Samenwerkingen met andere partijen zijn echter vooral

er is veel samenwerking in een goede sfeer, maar de resultaten

thematisch en binnen de eigen subregio. De waterschappen

blijven achter bij deze veelbelovende uitgangspositie.

hebben moeite met het echt goed inhoudelijk aansluiting vinden binnen het BRE Drenthe. Dat ligt overigens niet alleen aan de

Capaciteit is niet vanzelfsprekend

waterschappen, maar ook aan de andere deelnemers van het

Veel gesprekspartners geven aan dat capaciteit en middelen

BRE die water, droogte en klimaatadaptatie - en de aansluiting

vaak een issue zijn in de regionale samenwerking, hetgeen

daarvan bij thema’s als landbouw en woningbouw - nog

publieke waarde creatie bemoeilijkt. Dit geldt zeker voor

onvoldoende als integraal onderdeel van het ruimtelijk beleid zien.

de samenwerking op niet-verplichte onderwerpen, maar in

In het landelijke regeerakkoord dat eind december uitkwam

mindere mate ook voor de uitvoering van wettelijk verplichte

zijn water en bodem als sturend bij ruimtelijke planvorming

taken. Met name bij ad hoc opgaven of ambities wordt in

aangeduid. Om die reden worden waterschappen daarbij eerder

verschillende gevallen geleund op de capaciteit en middelen van

betrokken en krijgt de watertoets een dwingender karakter,

de provincie die een faciliterende rol speelt, vooral bij opgaven

aldus het Rijk. Ook Drenthe moet daarbij aan de slag. Een

die ook binnen haar eigen agenda vallen. Verder ontbreekt

gezamenlijk beeld van de toekomst van het gebied, bijvoorbeeld

het gemeenten vanwege hun kleine omvang regelmatig aan

in de vorm van een strategische regioagenda, kan daarbij

kwaliteit en middelen om een sterke bijdrage te leveren aan de

gaan helpen. ‘De waterschappen zijn niet als vanzelfsprekend

regio. De kwaliteit en middelen die voorhanden zijn, worden

betrokken. Ze mogen wel mee doen, maar vooral instrumenteel en

dan in de gemeente zelf ingezet. Dit betekent dat de focus meer

niet per definitie ruimtelijk inhoudelijk’.

intern gericht is, terwijl de kansen ‘buiten’ liggen in (meer) samenwerking met de voordelen die daarmee gepaard gaan.

Op strategie laat de regio kansen liggen Veel gesprekspartners geven aan dat het in Drenthe ontbreekt

In Drenthe is geen sprake van een centraal bureau van waaruit

aan een gezamenlijke strategische regionale visie, van waaruit

de samenwerking wordt gecoördineerd en/of uitvoerings­

gezamenlijk wordt gewerkt aan het Drenthe van de toekomst.

capaciteit wordt geleverd voor strategische opgaven op het

‘Er mist een gezamenlijke overtuiging over waar we met de regio

niveau van de regio . Deels speelt de VDG deze rol met haar

heengaan’. Momenteel wordt de samenwerking vaak ad hoc en

platformfunctie, deels de provincie met het hier en daar leveren

thematisch ingestoken, zoals bijvoorbeeld de gezamenlijke lobby

of organiseren van ambtelijke capaciteit.

sociaal domein door de VDG. Partijen weten elkaar vooral te

11

vinden en werken met elkaar samen binnen domeinen als zorg, Dit heeft onder meer mee te maken met het feit dat de schaal

onderwijs, recreatie of natuur. Hierdoor wordt de schaal en de

van BRE Drenthe gelijk valt met de schaal van de provincie,

mate van samenwerking sterk bepaald door de opgave. Dit leidt

waardoor de noodzaak voor een aparte, losse organisatie kleiner

op onderdelen tot mooie resultaten maar geeft onvoldoende

lijkt. Daarnaast kent Drenthe geen gezamenlijke strategische

richting aan de inspanningen als geheel. Er is daarom behoefte

visie die de gezamenlijke inzet van capaciteit en middelen

aan een gezamenlijke sturing op de samenwerking, de financiering

stuurt.

van projecten en de Drentse inbreng in discussies op de schaal van Noord-Nederland, Den Haag en Europa. De strategische agenda van de VDG uit 2019 is weliswaar een stap in de goede richting van een gezamenlijke agenda die kan sturen, maar deze agenda wordt niet als regiovisie doorleefd

11

11

In veel andere BRE’s zien we zoiets wel; er is dan een (vaak klein, regisserend) regiobureau waar vanuit capaciteit wordt geleverd en georganiseerd. Dit regiobureau fungeert dan als onafhankelijk apparaat, met medewerkers die vaak gedetacheerd zijn vanuit de deelnemende gemeenten. Het bureau kan de ontwikkelingen op relevante terreinen monitoren, de samenwerking organiseren door de juiste mensen met de juiste informatie aan de juiste overlegtafels te zetten en door ambtelijke en bestuurlijk draagvlak voor het beleid te creëren. In hoofdstuk 4 komen we hier op terug.

en vertaald naar regionale doelen en resultaten. Ditzelfde geldt voor de Omgevingsvisie van de provincie, illustreert een respondent: ‘Ik weet eigenlijk alleen wat er over mijn eigen gemeente in staat’.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Door het gebrek aan strategische visievorming en (monitoring

Deze ruimtelijke regie is des te belangrijker in Drenthe omdat

van) uitvoering daarvan ontbreekt bovendien de samenhang in

het toerisme dat op deze ruimte afkomt een stevige pijler in de

het realiseren van de opgaven die spelen op regionaal niveau.

economie vormt: de Drentse ruimte heeft dus een belangrijk

Hierdoor blijven in onze ogen kansen om publieke waarde te

verdienvermogen. Veel gesprekspartners geven in dit kader

creëren onbenut.

aan dat er behoefte is aan ruimtelijke regie op het regionale schaalniveau. De provincie wordt hiervoor vaak gezien als

De rol van de provincie is kwetsbaar en tegelijkertijd kansrijk

logische partij, maar zij pakt de rol om via ordenende principes

Zoals eerder beschreven, speelt de provincie Drenthe een

kwesties vragen om sturing. We hebben de provincie daar als

belangrijke rol in de samenwerking binnen het BRE, onder meer

bestuurlijke identiteit voor gekozen, maar daar zouden we wel

door capaciteit en middelen te leveren. Deze rol is echter ook

meer van willen merken. De provincie pakt haar rol, maar tot nu

kwetsbaar, omdat binnen de Drentse bestuurscultuur te veel

toe vooral thematisch en instrumenteel’.

ruimtelijke keuzes af te dwingen (nog) niet. ‘Ruimtelijke

regie of bemoeienis van bovenaf niet wordt gewaardeerd. Onder gesprekspartners is er over het algemeen waardering voor de manier waarop de provincie deze rol momenteel invult, maar zij wijzen wel op de kwetsbaarheid van deze rol.

2.2 (Hoe) draagt het samenspel tussen de ecosystemen bij aan publieke waarde creatie?

Wij constateren dat het belang van zowel het bovenregionale Noord-Nederlandse niveau als het subregionale niveau in

In deze paragraaf behandelen we deelvraag 9: (Hoe) draagt het

Drenthe toeneemt. Op deze beide schalen wordt steeds meer

samenspel tussen de drie ecosystemen (BRE, MRE, ERE) bij aan

ondernomen. Deze ontwikkelingen dreigen de regio Drenthe als

publieke waarde creatie?

het ware ‘uit elkaar te trekken’. Bovenregionaal en subregionaal worden belangrijker, terwijl veel van de belangrijke opgaven

Het antwoord op deze vraag is genuanceerd. Het samenspel

zich juist wél op dat regionale schaalniveau bevinden. Met een

tussen het bestuurlijke, maatschappelijke en economische

groeiende focus op samenwerkingen in Noord-Nederland en in

ecosysteem draagt op onderdelen bij aan publieke waarde

de subregio’s lijkt er een vacuüm te ontstaan op het regionale

creatie. Deze waarde creatie vindt plaats in allerlei sectorale

niveau terwijl ook dat niveau van belang is. Daarop komen we

verbanden, op verschillende schaalniveaus en hoofdzakelijk

in het volgende hoofdstuk uitgebreider terug.

in samenwerking tussen twee van de drie ecosystemen (BRE met MRE of BRE met ERE). De reden hiervoor is dat het

De aard van ruimtelijke opgaven vraagt om centrale regie

samenspel veelal bestuurlijk wordt geïnitieerd en is ingestoken,

De belangrijke opgaven waar Drenthe volgens gespreks­partners

een partij is. Van samenspel tussen de drie ecosystemen is

voor staat hebben vrijwel allemaal een ruimtelijke component.

minder vaak sprake, onder andere omdat er relatief weinig

Genoemd worden bijvoorbeeld gemeentegrensoverschrijdende

formele of informele verbanden tussen deze spelers zijn. We

opgaven als klimaatadaptatie, stikstof, woningbouw, ecologie,

lichten deze hoofdbevinding toe aan de hand van een aantal

drinkwater en de energietransitie. Ondanks dat Drenthe

deelbevindingen.

waardoor het BRE - of onderdelen daarvan - vrijwel altijd

relatief gezien veel ruimte heeft, is die ook hier eindig en moeten er dus keuzes gemaakt worden. Grond die wordt

De thema’s en subregio’s zijn bepalend

ingezet voor woningbouw kan immers niet ook nog fungeren

Eerder beschreven we al dat er niet zoiets is als één congruent

als windmolenpark of stikstofcompensatiegebied. Rondom

BRE Drenthe, maar dat dit een samenstel is van allerlei BRE’s,

ruimtelijke opgaven doen zich daarom verdelingsvraagstukken

zowel subregionaal als bovenregionaal op de schaal van

voor. Dit vraagt om integrale afwegingen over deze ruimtelijke

Noord-Nederland. Dit zien we ook terug in het economische

opgaven heen én over gemeentegrenzen heen. ‘Afgelopen jaren

en maatschappelijke ecosysteem: ook hiervoor geldt dat

was er vooral een sociaaleconomische focus, nu moet er een

zij voornamelijk zijn opgebouwd uit allerlei verschillende

ruimtelijke focus komen die opgaven als stikstof, energietransitie

verbanden die zich afhankelijk van de opgave bevinden op lokale,

en wonen integraal bekijkt’.

subregionale of bovenregionale schaal. Het samenspel tussen de drie ecosystemen is dan ook vooral thematisch ingedeeld en speelt zich sterk af langs de lijnen van de drie subregio’s.

12

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

en, daaruit volgend, de kracht van het samenspel tussen deze

Samenwerking tussen de drie ecosystemen op Noord-Nederlandse schaal

drie verschilt per subregio:

Op bovenregionale schaal zijn er verschillende gremia

De mate waarin de drie ecosystemen op elkaar zijn aangesloten

aanwezig waarbinnen partijen uit de drie ecosystemen elkaar •

In Zuidoost-Drenthe bevindt de verwevenheid tussen

vinden. Drenthe, Groningen en Friesland delen een aantal

het BRE, MRE en ERE zich vooral rondom de Regiodeal

opgaven (o.a. economische ontwikkeling, bereikbaarheid

(Drentse gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn,

en de transitie van het landelijk gebied), wat een basis biedt

Coevorden, Emmen en Hoogeveen) en de Dutch TechZone

voor samenwerking. Bovendien vormen de drie noordelijke

(Drentse gemeenten Emmen, Hoogeveen en Coevorden

provincies een regio die door Europa (en in het kader van

en de Overijsselse gemeente Hardenberg). De Regiodeal

Europese subsidies) als ‘één’ wordt gezien. De aanwezigheid

kent drie verschillende pijlers: werken, wonen en welzijn.

van formele structuren zoals Samenwerkingsverband Noord-

In de projecten binnen deze pijlers werken overheden,

Nederland (SNN), de Economic Board Noord-Nederland

ondernemers, onderwijspartijen, zorgaanbieders en

(EBNN), We The North en Topsport Noord-Nederland zorgt

woningcorporaties samen. Aan de Regiodealprojecten

dat maatschappelijke en economische spelers een ‘plek aan

financieren naast de overheid ook economische en

tafel’ hebben op een schaal die er voor hen toe doet. We

maatschappelijke partijen mee. De Dutch TechZone is

kunnen concluderen dat binnen deze samenwerkingsverbanden

een samenwerking tussen overheden, ondernemers en

op bovenregionale schaal publieke waarde creëren. Tegelijkertijd

onderwijspartijen om de maakindustrie te versterken.

gaat de samenwerking op de schaal van Noord-Nederland

Vertegenwoordigers uit het ERE en MRE hebben ook zitting

niet vanzelf, omdat de houding, urgentie en uitgangspositie

in de Program Board van de Dutch TechZone. Buiten

van de drie provincies uiteen lopen: Friesland wordt gezien als

deze twee gremia om is de aansluiting tussen de drie

welvarend en tevreden, Groningen - en dan met name de stad

ecosystemen in Zuidoost-Drenthe fragiel.

- wordt gezien als sterk en soms ook dominant, en Drenthe wordt gezien als bescheiden, heeft het financieel moeilijker en

•

De subregio Zuidwest-Drenthe (gemeenten Westerveld,

heeft een meervoudige externe oriëntatie over de provinciegrens

Meppel, Hoogeveen en De Wolden) zijn onderdeel van

heen (richting Groningen, Zwolle, Hardenberg en Duitsland).

de Regio Zwolle. Deze regio heeft vijf regionale opgaven

Door het bescheiden imago van Drenthe zien sommige

geformuleerd: bereikbaarheid, economie, energie,

gesprekspartners de Drenten overigens als goede bemiddelaar of

menselijk kapitaal en leefomgeving. Binnen deze opgaven

neutrale partij in de Noord-Nederlandse samenwerking.

werken overheden, ondernemers, onderwijspartijen en uit deze partijen zijn daarnaast bij de Regio Zwolle

BRE is het meest hecht en neemt vaak het initiatief

betrokken als ambassadeurs. Het ERE en MRE in Zuidwest-

Kijkend naar de drie verschillende ecosystemen is het BRE

Drenthe zijn, in lijn met voorgaande, sterk gefocust op

relatief het meest hecht, zowel op regionale schaal als in de

Zwolle en omstreken.

subregio’s. Met name de provincie en de gemeenten hebben

maatschappelijke organisaties samen. Vertegenwoordigers

sterke onderlinge relaties; de waterschappen worden wisselend •

Noord-Drenthe, tot slot, oriënteert zich op de stad

betrokken. In de samenwerking met het MRE en ERE neemt het

Groningen. De Drentse gemeenten Assen, Noordenveld

BRE vaak het initiatief of is het de trekker. Vooral over het ERE

en Tynaarlo zijn onderdeel van de Regio Groningen-Assen,

vertellen gesprekspartners dat deze vaak een volgende houding

waarbinnen wordt gewerkt aan de thema’s economie,

heeft en zelfden zelf iets agendeert richting de overheid. ‘Er zijn

mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit en wonen met tal van

een paar visionaire directeuren van ondernemingen; de rest wacht

resultaten. Hoewel de samenwerking sterk BRE gedomineerd

af wat de overheid doet’. Een mogelijke verklaring hiervoor is

is (in de organisatie en aansturing van de Regio Groningen-

dat de regio veel MKB-bedrijven kent. Door hun middelgrote

Assen nemen enkel bestuurlijke partijen deel), wordt er

en kleine omvang hebben zij vaak niet de tijd en ruimte om

binnen de projecten wel samengewerkt met economische

zich naast het draaiende houden van het eigen bedrijf ook

en maatschappelijke partijen. Hierin draagt het samenspel

met bestuurlijke of maatschappelijke thema’s bezig te houden.

tussen de drie ecosystemen bij aan publieke waarde creatie.

Verder zien we dat het ERE en MRE elkaar onderling nog niet

Verder geven gesprekspartners aan dat het ERE en MRE

vanzelf vinden: vaak is het BRE nodig om deze verbinding te

in Noord-Drenthe, in lijn met de samenwerking Regio

leggen en te bestendigen.

Groningen-Assen, sterk gericht is op Groningen. 13

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Het ERE en MRE zijn in onze ogen beide minder hecht dan het BRE. Daarmee bedoelen we dat er minder formele en informele ontmoetingen en samenwerkingen zijn dan binnen het Drentse

2.3 Hoe verhouden draagvlak en publieke waarde creatie zich tot elkaar?

BRE. Uiteraard vinden economische en maatschappelijke partners elkaar op onderdelen wel, bijvoorbeeld in bedrijven­

Tot slot van dit hoofdstuk gaan we in deze paragraaf in op

kringen, ondernemersverenigingen en koepel­organisaties. Dit

deelvraag 10: Hoe verhouden draagvlak en publieke waarde creatie

komt echter overwegend lokaal en thematisch van de grond.

zich tot elkaar?

Zelfredzaamheid en kleinschaligheid uiten zich in een praktische houding richting opgaven

Uit onderstaande grafiek blijkt dat Drentse volksvertegen­

In het Drentse BRE, MRE en ERE zien we een praktische houding

samenwerkingen afspeelt en dat de procedures helder zijn.

richting concrete opgaven terug. Binnen het MRE en ERE speelt

Zij zijn zeer geïnteresseerd in de samenwerkingen waaraan

het belang dat wordt gehecht aan zelfredzaamheid hierin een

hun institutie deelneemt en hebben het gevoel dat de inbreng

grote rol. Als het lukt regelen ondernemers en maatschappelijke

van hun institutie redelijk veel invloed heeft op de regionale

organisaties zaken bij voorkeur zonder hulp van de overheid,

besluitvorming. Opvallend is verder dat Drenten op al

waardoor de verbindingen tussen de ecosystemen minder

deze stellingen hoger scoren dan de BRE-regio’s Friesland

worden gelegd. Daarnaast werkt de kleinschaligheid van

en Noordoost Brabant. De respondenten geven daarnaast

veel ondernemingen en organisaties soms belemmerend.

nadrukkelijk aan graag actiever betrokken te willen worden bij

Voorgaande uit zich erin dat opgaven vaak afzonderlijk en op

de regionale samenwerking. Wij maken hieruit op dat er relatief

praktische wijze worden aangepakt. Het risico is daardoor dat

veel draagvlak is voor het handelen (waarmee publieke waarde

er verkokerd wordt gewerkt aan het oplossen van de (integrale)

gecreëerd wordt) binnen de regionale samenwerkingen.

opgaven van het gebied. Daarmee kunnen kansen om (meer) publieke waarde te creëren blijven liggen.

woordigers relatief veel zicht hebben op wat zich in regionale

Figuur 5.

Resultaten enquête volksvertegenwoordigers t.o.v. andere regio’s.

Grip op regionale samenwerking

Een integrale agenda voor het gebied ontbreekt Wij constateren dat een integrale agenda voor de regio Drenthe

Ik heb voldoende zicht op wat zich in regionale samenwerkingsverbanden afspeelt. [Q9_1]

ontbreekt. Daarmee bedoelen we een plan of visie voor de regio Drenthe voor de toekomst. De strategische agenda van de VDG is weliswaar een goed poging, maar wordt nog onvoldoende

Over het algemeen zijn de procedures voor besluitvorming bij regionale samenwerking mij helder. [Q9_2]

als regiovisie doorleeft. Voorwaarde voor het slagen van een dergelijke integrale agenda is dat deze kan rekenen op brede steun van gemeenten, provincie en waterschappen en dat

Ik ben geïnteresseerd in de regionale samenwerkingsverbanden waaraan mijn gemeente/provincie/waterschap deelneemt [Q9_3]

deze is opgesteld in samenspraak met maatschappelijke en economische partijen binnen de regio. Deze agenda moet geen poging zijn om subregionale initiatieven en ecosystemen op

De inbreng van mijn gemeenteraad/Provinciale Staten/het AB van het waterschap heeft invloed op de regionale besluitvorming [Q9_4]

te tellen of te ‘centraliseren’. Wel kan een dergelijke agenda samenhang brengen in wat er in de drie subregio’s gebeurt en sturing geven aan opgaven die over de grenzen van de subregio’s

Ik zou actiever betrokken willen zijn bij regionale samenwerking [Q9_5]

heen gaan, zoals bijvoorbeeld ruimtelijke opgaven. Daarnaast kan een Drentse agenda de regio in staat stellen om in de bovenregionale vertegenwoordiging (richting Noord-Nederland, Den Haag of Europa) een gedragen en consistent geluid te laten horen. Bij verschillende gesprekspartners constateren wij een behoefte aan dergelijke samenhang en sturing op het Drentse schaalniveau.

14

0 (Zeer oneens)

Drenthe

1

2

Fryslân

3

4

Noordoost Brabant

5 (Zeer eens)

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Tegelijkertijd horen we in de beeldvorming een ‘aversie’

Box 3. Identiteit als bepalende context

tegen sterke samenwerking, zeker wanneer die ervoor zorgt

De identiteit van de Drenten speelt een bepalende context

dat er zaken ‘van bovenaf’ opgelegd worden. Autonomie en

in het draagvlak voor en het functioneren van de regionale

zelfstandigheid staan in Drenthe hoog in het vaandel en de

samenwerking in Drenthe. Wij zien dit op vier verschillende

kop boven het maaiveld uitsteken wordt niet gewaardeerd.

manieren terugkomen:

Het draagvlak voor samenwerking en de uitkomsten daarvan

• Allereerst zijn de Drentse gemeenschappen relatief op

is dan ook vooral gericht op gelijkwaardige samenwerkingen.

zichzelf gericht. Hierin spelen de zelfstandigheid (‘wij

Urgentie vanuit bijvoorbeeld de (sociaal-)economische opgave

als gemeenschap regelen het zelf wel’) en de beperkte

of de coronacrisis helpt hier overigens wel bij: dit vergroot het

infrastructuur een rol. Dit zorgt onder andere voor hechte

draagvlak voor sterke samenwerking.

sociale structuren, zeker in de dorpen. Ook de verschillen tussen de zanddorpen en veendorpen spelen een rol

Zoals veelvuldig beschreven is de samenwerking in Drenthe

in het op zichzelf gekeerde karakter van veel gemeen-

voornamelijk in subregio’s en thematisch georganiseerd. De

schappen. De verschillen tussen deze dorpen zijn zodanig

subregio’s ervaren een sterke trekkracht naar buiten de regio

(‘ander soort Drenten’), dat deze gemeenschappen liever

(met name richting Groningen en Zwollen) en de spelers

intern gericht dan gericht op Drenthe als geheel zijn.

binnen deze samenwerkingen hebben meestal een oriëntatie

Deze interne gerichtheid werkt door naar een hang naar

die niet enkel op Drenthe gericht is. Dit maakt de gerichtheid op Drenthe als regio minder. Kijkend naar de subregionale

autonomie in Drentse gemeenten. • Ten tweede is vertrouwen heel belangrijk binnen (sa-

samenwerkingen zien we steeds meer samenhang ontstaan,

menwerking in) Drenthe, maar wordt dit maar langzaam

zowel wat betreft intensiteit als wat betreft thema’s. Dit kan

opgebouwd en is het snel geschaad. De uitdrukking

erop wijzen dat deze samenwerkingen qua levensfase in een

‘vertrouwen komt te voet en gaat te paard’ is hierbij op

groeiende fase zitten en de komende jaren steeds ‘volwassener’

zijn plaats. Besluiten worden niet snel genomen, want

worden. Hierbij wordt de subregionale samenwerkingen minder

mogelijke frictie wordt uit de weg gegaan. Zo kan het

thematisch, meer integraal en minder afhankelijk van specifieke

langzaam opbouwen en onderhouden van vertrouwen

personen of organisaties, maar meer geborgd. De publieke waarde die in de Drentse subregio’s wordt gecreëerd kan over

het behalen van resultaten vertragen. • Ten derde kent Drenthe een geringe hiërarchie. De

het algemeen op draagvlak rekenen, waarbij er wel verschillen

gemeenten in de provincie zijn relatief vergelijkbaar van

bestaan tussen de thema’s: voor sommige thema’s bevinden de

omvang en het ontbreekt aan één duidelijke grote stad.

trekkende partijen zich vooral buiten de regio (in bijvoorbeeld

Hierdoor is er geen centrale actor met (informele) geac-

Groningen of Zwolle), waardoor er meer afstand ontstaat en

cepteerde doorzettingsmacht. Ook dit kan vertragend

draagvlak lastiger is. Ook de beperkte inzet van capaciteit kan

werken op de besluitvorming.

op sommige thema’s de betrokkenheid belemmeren. Immers,

• Tot slot is er in de Drenthe cultuur een hang naar stabi-

hoe minder je bijdraagt aan een samenwerking, hoe minder

liteit en heeft men liever geen verrassingen. Dit behou-

betrokkenheid je er meestal bij voelt.

dende zorgt ervoor dat er maar beperkt draagvlak is voor experimenteren en pilots, hetgeen het innovatief leervermogen beperkt.

15

HOOFDSTUK 3

Conclusie: Publieke waarde creatie in de regio Drenthe De hoofdvraag van het onderzoek in Drenthe luidt: Hoe succesvol is het BRE Drenthe in het realiseren van publieke waarde, welke factoren spelen hierin een rol en hoe kan de samenwerking worden verbeterd? In dit hoofdstuk wordt het eerste deel van deze vraag beantwoord: Hoe succesvol is het BRE Drenthe in het realiseren van publieke waarde en welke factoren spelen hierin een rol?

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

3.1 Publieke waarde in Drenthe

Zo kampen delen van Drenthe met de gevolgen van bevolkings­ krimp12 en vergrijzing, waardoor voorzieningen onder druk

De regio Drenthe kenmerkt zich door de weidse ruimte: een

komen te staan, de arbeidsmarkt krapper wordt en woon- en

groot deel van de regio bestaat uit agrarisch gebied, bos en

zorgbehoeften veranderen. Andere delen van Drenthe, met

open natuurlijk terrein. Deze beschikbare ruimte geeft Drenthe

name rondom Assen en Meppel, hebben juist te maken met een

een goede uitgangspositie op de brede welvaartsindicatoren

woningtekort en huizenprijsstijgingen. De verschillen tussen

welzijn, milieu en wonen. Wat betreft sociaaleconomische

de subregio’s zien we ook terug in de materiële welvaart, met

kenmerken (zoals inkomensniveau, armoede, opleidingsniveau,

regionaal gezien het hoogste Bruto Regionaal Product (BRP)

werkgelegenheid, gezondheid) zien we grote verschillen tussen

in Noord-Drenthe en het laagste in Zuidoost-Drenthe. De

de drie subregio’s binnen Drenthe, waarbij Zuidoost-Drenthe

voormalig veengebieden van Drenthe (veelal in de oostelijke

structureel lager scoort. Economisch gezien vormen de drie

gemeenten in Drenthe) kennen relatief veel lage inkomens,

Drentse subregio’s, met elk een oriëntatie buiten de eigen regio,

armoede, achterstand en laaggeletterdheid. De samenwerking

een cluster.

binnen en met het (subregionale) BRE is nog relatief pril en heeft mede daardoor op deze thema’s nog niet tot een

Het BRE Drenthe is op delen succesvol in het realiseren van

doorbraak geleid.

publieke waarde. Drenthe is een van de gelukkigste regio’s van Nederland: op welzijn en gelukbeleving wordt er zeer

Voor de (nabije) toekomst zien wij het risico dat het

goed gescoord in de brede welvaartsmonitor van het CBS. De

voorzieningenpijl door een benedengrens zakt, bijvoorbeeld in

Drentse scores op de welzijnsindicatoren zijn de afgelopen jaren

de sectoren economie (onvoldoende arbeidskrachten), zorg

overigens wel gedaald. Ook op gebied van veiligheid gaat het

(onvoldoende passende en bereikbare zorg), woningbouw

goed in Drenthe. Op de indicator natuur en milieu scoort

(onvoldoende geschikte huisvesting) en onderwijs

Drenthe bovengemiddeld, onder meer door hoge percentages

(onvoldoende kwalitatief goede en nabije scholen). Kijken

natuur- en bosgebieden, kleine afstanden tot openbaar groen en

we naar de brede welvaart als geheel, dan zien we dat Noord-

relatief lage emissies van broeikasgas en fijnstof. Tegelijkertijd

Drenthe en Zuidwest-Drenthe zowel in 2013 als 2019 een

staat de regio ook voor grote uitdagingen als het gaat om de

bovengemiddelde brede welvaart hadden. Zuidoost-Drenthe

energietransitie, duurzaamheid en klimaatbestendigheid.

had in 2013 een bovengemiddelde brede welvaart, maar scoorde in 2019 beneden gemiddeld. Echter, de ontwikkeling van de

Verder zien we op het niveau van de drie subregio’s publieke

brede welvaart laat voor de drie subregio’s een negatieve trend

waarde tot stand komen - in samenwerkingen tussen de

zien: alle subregio’s daalden in brede welvaart. (zie de figuur 6).

subregionale, provinciegrensoverschrijdende BRE’s, MRE’s

Wanneer deze dalende trend doorzet, kan het voorzieningenpijl

en ERE’s. Hierbij bestaan echter wel grote verschillen tussen

in Drenthe onder druk komen te staan.

de subregio’s. Zeker op sociaaleconomische thema’s scoort de subregio Noord-Drenthe bovengemiddeld, de subregio Zuidwest-Drenthe gemiddeld en de subregio Zuidoost-Drenthe onder gemiddeld. Figuur 6.

Brede welvaart scores. Zie paragraaf 5.5 voor grote versie.

0,71 Utrecht

0,70 M-Limburg

Brede welvaart 2019

zo ja hoe sterk dat is en zou moeten zijn. Immers, we zien

N-Overijssel O-Zuid-Holland Alkmaar e.o. Kop van Noord holland ZO-Friesland

0,68

N-Limburg

Flevoland

0,67

Zuid-holland Twente N-Friesland

Z-Vlaanderen

op één schaalniveau, maar wordt gerealiseerd door diverse

ZW-Gelderland

Arnhem/ Nijmegen

Groot-Rijnmond

(samenwerkende) overheden.

ZO-Drenthe

O-Groningen Zaanstreek

Groot-Amsterdam Delfzijl e.o.

Aggl. Den Haag

0,63

0,62

NL = 0,665

W-Brabant

Z-Limburg

verschillende subregio’s die sterk van elkaar verschillen. De realisatie van de publieke waarde vindt dus niet plaats

Aggl. Haarlem

ZO-Brabant

0,64

N-Drenthe

ZW-Drenthe

NO-Brabant

Delft en Westland

Veluwe Overige Zeeland ZW-Overijssel Leiden-Bollenstreek

Overige Groningen

0,66

0,65

12 0,60

0,61

0,62

0,63

0,64

0,65

Brede welvaart 2013

17

of er eigenlijk wel een ecosysteem op Drents niveau is, en

Het gooi en Vechtstreek

ZW-Friesland

0,69

Multischaligheid De onderzoeksresultaten overziend is de vraag gerechtvaardigd

NL = 0,645

0,72

3.2 Factoren in het creëren van publieke waarde

0,66

0,67

0,68

0,69

NB: De laatste cijfers voorspellen dat Drenthe in 2022 niet zal krimpen, voornamelijk door een toename aan het aantal inwoners dat naar Drentse gemeenten verhuist. De lange termijnprognoses laten voor een heel aantal Drentse gemeenten echter wel krimp zien.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Opgaveprofiel Drenthe in relatie tot schaalniveaus. Zie paragraaf 5.5 voor grote versie.

ie om n o Ec

De m o op gra ga fis ve c

Bovenregionaal

de samenwerking op alle opgaven samenkomt. De realisatie van publieke waarde vindt in beperkte mate plaats op het niveau

he

Arbeid en on smar der kt wi js

Subregionaal

Lokaal

id rh e ) ba a e n B e rei k n i n g e ( vo o r z i

E

ne k l rg im ie aa en t

on W

N atu u r r e c r ea t i e en toerisme

van de regio Drenthe als geheel. Met name de (provinciegrens

omein al d dheid n cia So gezo en

Regionaal

De regio Drenthe kent dus geen dominant schaalniveau waarop

overschrijdende) subregio’s vormen een dominant schaalniveau

T la oeko nd m elij st v.h. k ge bie d

Figuur 7.

houden, maar deels op andere domeinen focussen. De figuur 8

en

waarop zowel BRE’s, MRE’s als ERE’s functioneren. Deelnemers aan deze ecosystemen voelen zich doorgaans ook meer bij dat niveau betrokken. In de agendering zien we dat de deze subregio’s zich niet allemaal met dezelfde thema’s bezig links toont een overzicht van de samenwerkingsthema’s van de subregio’s. In de realisatie van de opgaven zien we voorts dat de bestuurskracht niet alleen van de decentrale overheden in de subregio’s komt, maar dat ook kracht wordt ontleend aan (centrum)gemeenten buiten de subregio (bijvoorbeeld Groningen en Zwolle) en/of vanuit een andere schaal (provinciale capaciteit of middelen en landelijk geld voortvloeiende uit de Regiodeal).

Bovendien is de Drentse samenwerking overwegend thematisch ingericht, waardoor de samenwerking per domein of sector

Publieke waarde ontstaat in Drenthe dus in ‘multischaligheid’:

verschilt. Figuur 7 laat zien dat de samenwerking op sommige

bestuurslagen en samenwerkingen op verschillende niveaus

domeinen op alle schaalniveaus tot stand komt (bijvoorbeeld

(lokaal, subregionaal, regionaal en bovenregionaal) zijn met

bereikbaarheid en energie en klimaat) en op andere domeinen

elkaar verweven en publieke waarde is de uitkomst van de

voornamelijk op één van de schaalniveaus (bijvoorbeeld wonen

(interactie tussen) processen op elk van die niveaus.13

en economie op subregionaal niveau en demografische opgaven en toekomst van het landelijk gebied op regionaal niveau). Figuur 8.

Samenwerkingsthema’s. Zie paragraaf 5.2 voor grote versie.

Box 4. Multi-level governance om meerlaags werken mogelijk te maken Voor veel maatschappelijke opgaven geldt dat ze zich niet beperken tot het domein van één specifieke bestuurslaag. Om die opgaven aan te pakken is samenwerking over de

Gemeenten Assen, Noordenveld en Tynaarlo

bestuurslagen heen vereist. De NSOB noemt dat ‘meerlaags

Noord-Drenthe, agenda Regio Groningen-Assen:

werken aan maatschappelijke vraagstukken’. Daarbij wordt

■ Economie ■ Ruimtelijke kwaliteit ■ Mobiliteit ■ Wonen

per opgave bekeken welke (combinaties van) bestuurslagen nodig zijn, zonder dat per definitie één bestuurslaag leidend is. Dat is een kwestie van afstemmen en samenwerken. Om dat mogelijk en effectief te maken, is een governance nodig die we multi-level governance noemen.

Gemeenten De Wolden, Hoogeveen, Meppel en Westerveld

Zuidwest-Drenthe, agenda Regio Zwolle: ■ Bereikbaarheid ■ Economie ■ Menselijk kapitaal ■ Leefomgeving ■ Energie

Gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Emmen, Coevorden en Hoogeveen

Zuidoost-Drenthe, agenda Regiodeal en Dutch TechZone: ■ Werken ■ Wonen ■ Welzijn ■ Maakindustrie

Alle Drentse gemeenten ■ Leefbaarheid en krimp

Regio Drenthe, agenda VDG:

18

■ Goede en bereikbare zorg ■ Goed openbaar bestuur

■ Omgevingswet ■ Schulden ■ Klimaat

Vaak zijn er meerdere bestuurslagen met hetzelfde thema bezig en is er geen scherpe afbakening van het niveau waarop een thema wordt aangepakt. Drentse (bestuurlijke) actoren zijn vaak op meerdere niveaus actief, waardoor ze op meerdere borden tegelijk schaken en de niveaus met elkaar kunnen verbinden.

13

Wij baseren ons op de theorie van ‘multilevel governance’. Deze theorie is door Hooge en Marks uitgewerkt in hun artikel ‘Unraveling the Central State, but How? Types of Multi-level Govervance’ uit 2003. De NSOB heeft in 2018 deze theorie praktisch toepasbaar gemaakt voor het Nederlandse openbaar bestuur, in de publicatie ‘Effectief Sturen met Multi-level Governance: snel en slim schakelen tussen schalen’ uit 2018.

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

De verschillende bestuurslagen zijn ook met elkaar verweven:

We zien dus dat het bovenregionaal en subregionaal niveau

inzet op het ene niveau beïnvloedt wat er op een ander niveau

belangrijker worden, terwijl veel van de belangrijke opgaven zich

gebeurt en andersom. Deze multischaligheid heeft als voordeel

juist op het regionale schaalniveau bevinden. Tegelijkertijd zien

dat hiermee de logica van de opgave gevolgd kan worden:

we namelijk -met name ruimtelijke - opgaven die wel degelijk

opgaven die vooral in Zuidoost-Drenthe spelen kunnen

spelen op het niveau van de regio én zijn er opgaven die de

subregionaal opgepakt worden, terwijl opgaven die de hele regio

grenzen van de subregio’s overstijgen. Daardoor bestaat en groeit

aangaan regionaal of zelfs op de schaal van Noord-Nederland

wel degelijk de behoefte aan meer sturing op met name ruimtelijke

opgepakt kunnen worden. Bij het volgen van de logica van

thema’s op het regionale niveau: het optimaal benutten van de

de opgave past ook het aanhaken van en samenwerken met

beschikbare ruimte en de omgang met schaarse ruimte. Wij

economische en maatschappelijke partijen wanneer dat voor de

zien daarom met name voor de provincie een rol weggelegd om

opgave meerwaarde heeft.

dit vacuüm te vullen en een coördinerende rol te pakken op de ruimtelijke opgaven van de regio.

De Drentse zandloper Figuur 9.

De zandloper van Drentse samenwerking.

Landelijk Bovenregionaal De regio

Bevorderende en belemmerende factoren Er zijn een aantal bevorderende factoren in de Drentse context die invloed hebben op de bestuurlijke samenwerking en de samenwerking tussen het BRE, ERE en MRE. •

Ten eerste vormt Drenthe met één provincie, 12 gemeenten

Subregio’s

en vier waterschappen bestuurlijk een overzichtelijke regio. Er

Lokaal

woont en werkt een overzichtelijk aantal mensen; ook het aantal organisaties en bedrijven is (daarmee) te overzien.

In de subregio’s wordt gewerkt aan gezamenlijke agenda’s en ontstaan steeds meer verbindingen tussen het BRE, MRE en

•

Bestuurders weten elkaar, mede hierdoor, gemakkelijk

ERE, waarbij het BRE vaak het voortouw neemt. In Zuidoost-

te vinden. De regio kenmerkt zich door korte lijntjes:

Drenthe zien we deze ontwikkeling naar sterkere verbindingen

bestuurders kennen elkaar en er is een goede onderlinge

door de Regiodeal die een agenda, platform en middelen biedt

sfeer. Hiermee is er in Drenthe volgens ons een stevige

om partners vanuit de verschillende ecosystemen met elkaar

bestuurlijke basis aanwezig voor effectieve samenwerking.

te laten samenwerken. Zuidwest-Drenthe en Noord-Drenthe

Ook zijn er goed werkende basisstructuren, zoals het

kennen soortgelijke platforms en programma’s, maar deze

platform van de VDG.

draaien meer autonoom en ontlenen zoals gezegd ook ‘eigen kracht’ aan de partners over de regiogrens heen. Door de

•

Drenthe is verre van een gesloten bastion. Ook buiten de

toenemende intensiteit en het toenemende belang van de

regio hebben de regio’s c.q. de subregio’s goede banden

samenwerking binnen deze subregio’s enerzijds, en anderzijds

waaraan zij kracht ontlenen.

het toenemende belang van de samenwerking op het niveau van de drie noordelijke provincies zien wij een ‘zandloperfiguur’

•

In de subregio’s (Noord-Drenthe, Zuidoost-Drenthe

ontstaan waarbij het schaalniveau van de regio Drenthe zelf

en Zuid­west-Drenthe) wordt aangesloten bij de logica

steeds dunner wordt. Het niveau van de regio wordt als het

van het gebied. Inwoners van de drie subregio’s wonen,

ware uit elkaar getrokken.

werken, leren en recreëren vaak binnen deze subregio’s en oriënteren zich vaak meer op deze subregio’s dan op de schaal van de regio Drenthe. De samenwerkingen binnen de subregio’s sluiten aan bij deze logica van inwoners, door de vraagstukken op te pakken op dezelfde schaal als de primaire leefwereld van haar inwoners. •

Met de eigen regionale identiteit en kenmerkende landschappen is Drenthe in potentie een sterk ‘merk’ waarmee Drentse bestuurders, ondernemers en inwoners zich (kunnen) identificeren.

19

Het BRE Drenthe | Casusonderzoek

Daarnaast kent Drenthe ook belemmerende factoren voor

•

De grote rol die de Drentse subregio’s spelen, kent naast

de samenwerking binnen het BRE en met economische en

sterke punten (aansluiten bij de logica van het gebied, zie

maatschappelijke partners.

hierboven) ook risico’s. We zien dat Drenthe in belangrijke mate kracht ontleent aan en vanuit andere provincies.

•

De hierboven reeds genoemde regionale (samenwerkings)

Drijvende (economische) krachten hierbij zijn vooral

cultuur sluit zoals gezegd goed aan bij de leefwereld

Groningen en Zwolle. De samenwerkingen met partijen in

van inwoners, maar kent ook een keerzijde. Door de

en rond deze steden maken de subregio’s Noord-Drenthe

thematische indeling van de samenwerking (samenwerking

en Zuidwest-Drenthe weliswaar sterker, maar de regio

tussen het BRE, ERE en MRE komt vooral binnen domeinen

Drenthe als geheel kwetsbaarder, omdat zij hierdoor (deels)

tot stand en nog minder integraal) zien wij relatief ‘losse’

afhankelijk is van het succes andere gebieden. Bovendien

samenwerkingen binnen de BRE’s, ERE’s en MRE’s en

wordt Drenthe hiermee ‘uit elkaar getrokken’ als het gaat

onderling. Ook wordt er primair gedacht en gehandeld

om opgaven die wél integraal op regionaal niveau opgepakt

vanuit het lokaal of - als dan toch bovenlokaal wordt

moeten worden. Denk aan opgaven rondom ruimte,

geopereerd - het subregionale niveau: de kennis, ervaring

verduurzaming (RES), gezondheid.

en competenties van mensen om regionaal te denken en te werken kunnen vergroot worden. Ook het durven loslaten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=b43eb897-e321-4d3b-8c5e-fa482759eaba