1.4.2 Noordelijke Rekenkamer - Eindrapport Groningen
Tekst van het document
4,7
4,6
(hulp bij) Inhoudelijke voorbereiding van een initiatiefvoorstel in de vorm van specialistische ondersteuning
4,6
4,3
Inhoudelijke informatievoorziening over vergelijkbare besluiten in andere provincies.
4,4
3,5
Inhoudelijke informatievoorziening over alternatieve scenario's
3,9
3,3
Inhoudelijke informatievoorziening over algemene maatschappelijke ontwikkelingen
3,6
3,5
Samengevatte en geduide beleidsinformatie
3,5
3,4
Voortgangs- en monitoringsinformatie waaruit blijkt dat beleid werkt
3,0
2,9
6.2.2 Wat zeggen fractiemedewerkers zelf; vergelijkend perspectief Aan de fractieondersteuning van de Statenfracties in Groningen, Fryslân en Drenthe hebben we op een schaal van 1 tot 5 gevraagd welke vormen van informatie of ondersteuning zij in de praktijk bieden aan hun fractieleden. De respons op deze enquête onder Groningse fractiemedewerkers was te laag, waardoor de resultaten niet bruikbaar zijn voor dit onderzoek. In plaats daarvan hebben we een groepsgesprek georganiseerd met enkele Groningse fractiemedewerkers. Werkzaamheden in de praktijk66 In het groepsgesprek gaven de aanwezige fractiemedewerkers aan dat het type werkzaamheden dat zij uitvoeren afhankelijk is van verschillende factoren. Als voorbeeld wordt de omvang van de fractie genoemd. Als deze klein is, dan is er meer behoefte aan politiek-inhoudelijke ondersteuning. Het gaat dan om zaken als het voorbereiden van woordvoeringen of moties en amendementen. Bij grotere fracties zijn fractieondersteuners vaker bezig het ondersteunende werkzaamheden die meer faciliterend van aard zijn, zoals het plannen van afspraken en het reserveren van ruimtes. De bij het groepsgesprek aanwezige fractiemedewerkers geven aan meer dan de helft van hun tijd bezig te zijn met ondersteunende en praktische werkzaamheden voor de fractie. Zij zijn ook allen als enige medewerker in dienst bij hun fractie. Dat is anders in Fryslân.
Door de ruimere fractiebudgetten bestaat de fractieondersteuning daar al snel uit minimaal twee medewerkers per fractie. Uit de resultaten van de enquête onder Friese fractiemedewerkers blijkt dat zij vooral politiek-inhoudelijke werkzaamheden verrichten voor de fracties. Vergeleken met de Drentse fractieondersteuners zit hier een duidelijk verschil. Zij gaven in de enquête aan dat zij relatief meer tijd besteden aan praktische werkzaamheden ten behoeve van de fractie, zoals het plannen van afspraken. Zij komen minder toe aan politiekinhoudelijke ondersteuning. In de praktijk bieden Drentse fractieondersteuners duidelijk minder ondersteuning dan hun Friese collega’s bij politiek-inhoudelijke werkzaamheden, zoals de inhoudelijke
66
Gebaseerd op een groepsinterview met twee fractiemedewerkers van de provincie Groningen op 10 februari 2022.
45
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
voorbereiding van initiatiefvoorstellen, woordvoering, moties, amendementen en/of schriftelijke vragen. Afgaande op het groepsgesprek lijkt dit ook voor Groningse fractieondersteuners te gelden. Ervaring en doorstroom67 In het groepsgesprek met fractiemedewerkers kwam naar voren dat de meeste fractiemedewerkers niet lang werkzaam blijven als fractiemedewerkers. De meeste fractiemedewerkers zijn binnen enkele jaren weg. Volgens de aanwezigen komt dat doordat het werk financieel niet aantrekkelijk is, vooral omdat het werk is voor een beperkt aantal uren in de week. Om financieel rond te kunnen komen moet je er volgens de aanwezigen eigenlijk een baan naast hebben. Ook zien zij weinig doorgroeimogelijkheden, anders dan doorgroeien naar de positie van Statenlid of wethouder/gedeputeerde. In de enquêtes onder Friese en Drentse fractiemedewerkers hebben we gevraagd hoe lang zij werkzaam zijn als fractiemedewerker (tabel 12). Hieruit blijkt dat de meeste Friese fractiemedewerkers meerdere jaren werkervaring hebben als fractieondersteuner. Zo heeft bijna de helft van de fractiemedewerkers (46,7 procent) 3 tot 7 jaar werkervaring en 20 procent heeft 7 jaar of meer jaren werkervaring. Gemiddeld gezien zijn de Drentse fractieondersteuners wat minder ervaren. Bijna 60 procent is minder dan 3 jaar werkzaam als fractieondersteuner.
Een kwart van de Drentse fractieondersteuners is zeer ervaren. Tabel 12: Ter vergelijking: aantal jaren werkervaring fractieondersteuners in Fryslân en Drenthe
Werkervaring
Werkervaring fractieondersteuners Fryslân (%)
Werkervaring fractieondersteuners Drenthe (%)
Minder dan 1 jaar
0,0
8,3
1 tot 3 jaar
33,3
58,3
3 tot 7 jaar
46,7
8,3
7 tot 12 jaar
6,7
0,0
12 jaar of meer
13,3
25,0
Verder blijkt uit de enquête onder fractiemedewerkers in Fryslân en Drenthe dat de meesten van hen (respectievelijk 73 en 67 procent) niet verwachten door te stromen naar een positie van Statenlid voor dezelfde partij.
6.3
Fractieondersteuning
De richtlijnen voor de fractieondersteuning zijn hoofdzakelijk vastgelegd in de Fractiekostenverordening 2016 provincie Groningen. 68 Deze verordening bevat onder andere de hoogte van de vergoeding. Andere relevante richtlijnen zijn de Gedragscode integriteit leden van Provinciale Staten van Groningen 2018 en Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers provincie Groningen 2019.69
67
Gebaseerd op een groepsinterview met twee fractiemedewerkers van de provincie Groningen op 10 februari 2022. Provincie Groningen, Fractiekostenverordening 2016 provincie Groningen, 2016. 69 Provincie Groningen, Gedragscode integriteit ambtenaren provincie Groningen, 2018 en Provincie Groningen, Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers provincie Groningen 2019, 2019. 68
46
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
6.3.1 Fractiekostenverordening 2016 provincie Groningen Op 14 december 2016 stelden Provinciale Staten de Fractiekostenverordening 2016 provincie Groningen vast. Deze verordening verving de Fractiekostenverordening 2003 provincie Groningen. De definitievorming staat in artikel 1 van de verordening. Dit legt uit wat de verordening onder fractie verstaat, namelijk “het lid of de groep van leden van Provinciale Staten die zich als zodanig beschouwt en zich bij de voorzitter van Provinciale Staten schriftelijk aanmeldt. De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde lijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zittingsperiode als een fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts een lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd”. Recht op financiële bijdrage Het recht op financiële bijdrage is vastgelegd in de verordening (artikel 2 lid 1). Hierin staat dat de fracties een bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie ontvangen. De fracties dienen de bijdrage te besteden aan activiteiten die de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taken versterken. In de verordening (artikel 4 lid 2) staan hiervoor vijf beperkingen beschreven: ▪ De uitgaven dienen niet in strijd met de wet te zijn.
▪ Betalingen aan andere organisaties moeten altijd ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) zijn. ▪ Uitgaven mogen geen giften bevatten. ▪ De tegemoetkoming mag niet gebruikt worden om de vergoeding voor de Staten- of commissieleden te verhogen. ▪ De bijdrage mag niet gebruikt worden voor faciliteiten die de provincie in principe ook ter beschikking stelt. Uitbetalingen De uitbetaling van de bijdrage in de fractiekosten vindt twee keer per jaar plaats, in januari en in juli, in de vorm van een voorschot. In een verkiezingsjaar wordt het voorschot ook in die twee maanden uitbetaald. In juli wordt dan een eventuele correctie op het eerste voorschot aangebracht. De correctie wordt berekend vanaf de dag van de eerste vergadering van de nieuwe Provinciale Staten. Dit gebeurt dus in de installatievergadering. Financiële tegemoetkomingen van nieuwe fracties worden, in geval van een splitsing, evenredig verdeeld op basis van de bij de splitsing betrokken leden. Wanneer de nieuwe fractie ontstaat vanwege een samenvoeging, dan kan de tegemoetkoming niet groter zijn dan die van een fractie van gelijke grootte. In de verordening (artikel 2.2) zijn, voor het vaststellen van de financiële tegemoetkoming, normbedragen gegeven. Het gaat om een bedrag van € 23.846 per fractie, aangevuld met een bedrag van € 3.567 per fractielid.
Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd (normbedragen van 2021).
47
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
6.3.2 Omvang fractieondersteuning Tabel 13: hoogte en opbouw van fractiesubsidie voor enkele geselecteerde jaren (bron: Provincie Groningen)
Iedere fractie in Provinciale Staten wordt ondersteund door Jaar Bedrag per Bedrag per fractie (in fractielid (in een eigen fractieondersteuning. Hiervoor stelt de provincie euro’s) euro’s) middelen beschikbaar. Dit staat beschreven in de 2003 7.500 2.500 fractiekostenverordening van de provincie die eerder dit 2007 12.500 2.750 2011 20.000 2.991 hoofdstuk is toegelicht. De hoogte van de bijdrage per fractie 2021 23.846 3.567 is opgebouwd uit twee componenten. Ten eerste ontvangt iedere fractie een vast bedrag. Dat wordt aangevuld met een vast bedrag per fractielid. Een grotere fractie (die uit meer leden bestaat) ontvangt dus een grotere bijdrage. Tabel 13 bevat de hoogte van beide componenten voor enkele geselecteerde jaren. In 2003 bedroeg de bijdrage per fractie € 7.500 en per lid € 2.500. Ieder jaar worden de bedragen gecorrigeerd voor inflatie. Uitzonderingen daarop zijn de bijdrages in 2007 en 2011. In 2007 is de fractiekostenverordening aangepast en zijn de bedragen verhoogd naar € 12.500 per fractie en € 2.750 per lid. In 2011 is de fractiekostenverordening nogmaals aangepast en is het bedrag per fractie verhoogd naar € 20.000 per fractie. Het bedrag per fractielid is gelijk gebleven. De bedragen voor 2021 zijn dezelfde bedragen als in 2011 gecorrigeerd voor de jaarlijkse inflatie.
6.3.3 Vergelijkend perspectief De Raad voor Openbaar Bestuur constateert dat het doel van fractieondersteuning niet voldoende gerealiseerd wordt, namelijk het voor alle fracties in Provinciale Staten en gemeenteraad toegankelijk maken van eigen onafhankelijke, inhoudelijke en beleidsmatige ondersteuning.70 Die constatering geldt echter vooral voor gemeenten. Er bestaan grote verschillen tussen gemeenten onderling en tussen gemeenten en provincies. In kleine gemeenten hebben fracties een bedrag van rond de € 1.000 te besteden; in grotere gemeenten loopt dat op tot maximaal € 10.000 per fractie. Voor bedragen van enkele duizenden euro’s kan volgens de Raad voor Openbaar Bestuur geen hoogwaardige inhoudelijke ondersteuning ingehuurd worden. Vergeleken met de gemeentelijke praktijk kunnen de provinciale budgetten voor fractieondersteuning ruimhartig worden genoemd. Een kleine fractie (1 zetel) in de Groningse, Drentse of Friese Staten heeft in 2021 recht op minimaal € 22.867 (Drenthe). In Groningen is dat € 27.413 en in Fryslân € 106.000 (zie figuur 6). De budgetten voor fractieondersteuning in Fryslân zijn ongeveer 3 tot 4 zo groot als die in Drenthe en Groningen. Eerder onderzoek suggereert dat van de twaalf provincies de Friese budgetten voor fractieondersteuning het grootst zijn.71
70
Raad voor het Openbaar Bestuur, Goede ondersteuning, sterke democratie. Den Haag: Raad voor Openbaar Bestuur, 2020, p.23-24. Loots, J., Bevindingen onderzoek ambities, wensen en ondersteuningsbehoeften provinciale staten Utrecht en doorlichting van de griffie, 2020, p.20-21. 71
48
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Budget voor fractieondersteuning naar omvang van de fractie; bedragen 2021
Omvang budget per fractie
€ 250.000
€ 200.000
€ 150.000
€ 100.000
€ 50.000
€0 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
Aantal leden in fractie Provincie Groningen
Provincie Drenthe
Provincie Fryslân
Figuur 6: omvang budget provincie Groningen voor fractieondersteuning naar fractiegrootte; bedragen gelden voor 2021, ter vergelijking ook weergegeven voor provincies Fryslân en Drenthe
Daarnaast valt op dat de Friese systematiek om de budgetten voor fractieondersteuning vast te stellen anders is dan die van Groningen en Drenthe. Groningen en Drenthe kennen een vaste bijdrage per fractie, onafhankelijk van de grootte van de fractie. Fryslân kent ook een vaste bijdrage per fractie, maar deze bijdrage is groter naarmate de fractieomvang een bepaalde drempel overschrijdt. Dit resulteert een sterke stapsgewijze toename van de totale fractiesubsidie bij bepaalde drempels (respectievelijk van 4 naar 5 zetels, van 8 naar 9 zetels en van 12 naar 13 zetels). Figuur 6 illustreert dit (met uitzondering van de stap van 12 naar 13 zetels). Naast een vaste bijdrage per fractie kennen Groningen, Fryslân en Drenthe ook een aanvullende bijdrage per fractielid (in Drenthe met uitzondering van het eerste lid). Hierdoor neemt de totale fractiesubsidie in Groningen en Drenthe geleidelijk toe naargelang de fractie uit meer leden bestaat. De bijdrage per fractielid is in Drenthe (vanaf het tweede fractielid) iets groter dan in Groningen. Dit leidt ertoe dat kleinere fracties in Groningen een grotere bijdrage ontvangen dan in Drenthe, terwijl grotere fracties in Drenthe beter af zijn dan in Groningen. Een fractie die bestaat uit 5 leden, ontvangt in beide provincies een vergelijkbare bijdrage.
6.3.4 Overige bronnen De Gedragscode integriteit leden van Provinciale Staten van Groningen 2018 is een interne regeling. Deze gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele Statenleden en heeft als doel ze te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor een integer openbaar bestuur.72 Er staan enkele bepalingen in deze gedragscode die eisen stellen aan de besteding van het budget van de fractieondersteuning. Deze komen overeen met de Fractiekostenverordening 2016 provincie Groningen,
72
Provincie Groningen, Gedragscode integriteit leden van Provinciale Staten van Groningen 2018, 2018.
49
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
zoals toegelicht in paragraaf 6.3.1. Een Statenlid mag geen kosten declareren die op een andere wijze worden vergoed. Het budget van de fractieondersteuning valt hieronder. De Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers provincie Groningen 2019 bevat onder andere richtlijnen voor het declareren van kosten door Statenleden.73 Deze kosten hoeven dus niet door het budget voor de fractieondersteuning gedekt te worden. Een Statenlid kan vooruitbetaalde kosten declareren die voor vergoeding in aanmerking komen. Gedeputeerde Staten stellen hiervoor een formulier vast. Facturen kunnen in sommige gevallen ook door de provincie betaald worden. De griffie bepaalt of een factuur hiervoor in aanmerking komt.
6.4
Fractievertegenwoordigers
Statenfracties die minder dan vier zetels hebben, kunnen een fractievertegenwoordiger voordragen. Deze fractievertegenwoordiger mag een Statenlid vervangen in een Statencommissie en daar het woord voeren namens de fractie. Richtlijnen voor fractievertegenwoordigers staan in artikel 3 van het Reglement van orde provinciale staten provincie Groningen 2019.74 Fractievertegenwoordigers kunnen geen commissievoorzitter of plaatsvervangend commissievoorzitter zijn. Zij moeten op de kieslijst staan als kandidaat en voldoen aan artikelen 10 tot 15 van de Provinciewet. Er zijn vijf fractievertegenwoordigers actief.
6.4.1 Vergelijkend perspectief In alle drie de provincies bestaat een regeling waarmee fracties zich in Statencommissievergaderingen door een afgevaardigde (niet zijnde een Statenlid) namens de fractie kunnen laten vertegenwoordigen. In Groningen kunnen alleen kleine fracties hier een beroep op doen (maximaal één vertegenwoordiger per fractie kleiner dan vier zetels). Ten tijde van het onderzoek waren er vijf fractievertegenwoordigers actief. In Drenthe kan iedere fractie maximaal twee fractievertegenwoordigers voordragen en in Fryslân bestaat geen maximum op het aantal fractievertegenwoordigers. In Drenthe en Fryslân zijn respectievelijk twaalf en negen fractievertegenwoordigers actief ten tijde van het onderzoek.
6.5 ▪
Statenfracties kunnen een tegemoetkoming ontvangen van de provincie voor de eigen (fractie)ondersteuning. Deze tegemoetkoming dient te worden gebruikt voor het functioneren van de fractie. De fracties dienen de bijdrage te besteden aan activiteiten die de volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende taken versterken. De budgetten voor fractieondersteuning zijn in 2007 en 2011 verhoogd. Sinds 2011 hebben zich daar geen grote wijzigingen meer in voorgedaan (inflatiecorrecties daargelaten). In Groningen ontvangen fracties een vaste bijdrage per fractie, aangevuld met een bijdrage per fractielid. Hierdoor neemt de totale fractiesubsidie (net als in Drenthe) toe naargelang de fractie
▪ ▪
73 74
Samenvattende bevindingen
Provincie Groningen, Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers provincie Groningen 2019, 2019. Provincie Groningen, Reglement van orde provinciale staten provincie Groningen 2019, 2019.
50
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
▪
▪
▪
▪
51
uit meer leden bestaat. In Fryslân gaat de totale bijdrage stapsgewijs omhoog. De budgetten voor fractieondersteuning in Fryslân zijn ongeveer 3 tot 4 zo groot als die in Drenthe en Groningen. Statenfracties die minder dan vier zetels hebben, kunnen een fractievertegenwoordiger voordragen. Deze fractievertegenwoordiger mag een Statenlid vervangen in een Statencommissie en daar het woord voeren namens de fractie. Er zijn momenteel vijf fractievertegenwoordigers actief in de Groningse Staten. De enquête onder Statenleden laat zien dat de fractiemedewerkers een belangrijke bijdrage leveren bij en voorzien in informatie over eerdere fractiestandpunten en stemgedrag, het voorbereiden van woordvoering, moties, amendementen, schriftelijke vragen en initiatiefvoorstellen en de informatievoorziening over vergelijkbare besluiten in andere provincies. Fractiemedewerkers geven aan relatief veel tijd kwijt te zijn aan praktische werkzaamheden zoals het plannen van afspraken. Friese fractiemedewerkers komen, vergeleken met hun Drentse en Groningse collega’s, meer toe politiek-inhoudelijke werkzaamheden zoals het voorbereiden van moties en amendementen. Fractiemedewerkers ervaren weinig doorgroeimogelijkheden. Vanwege het beperkt aantal uren dat fractiemedewerkers werkzaam zijn is een tweede baan noodzakelijk om financieel rond te kunnen komen.
Net als de meeste van hun Friese en Drentse collega’s zien zij hun werk als fractiemedewerker niet als opstapje naar een positie van Statenlid.
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
7. Het Statenarchief Het Statenarchief is de plaats waar statenbesluiten uit het verleden en de afwegingen die daaraan ten grondslag lagen zijn te raadplegen. In Groningen staat het Statenarchief, dat voor Statenleden en derden toegankelijk is, ook wel bekend onder de naam iBabs. Als het Statenarchief goed functioneert, kan op eenvoudige wijze relevante informatie over besluitvorming uit het verleden gevonden worden, inclusief de afwegingen die ten grondslag lagen aan de Statenbesluiten. Dit helpt Statenleden bij hun kaderstellende en controlerende werkzaamheden.
7.1
Gebruik en beoordeling Statenarchief
In de enquête hebben wij Statenleden gevraagd hoe vaak zij het Statenarchief raadplegen. Aan de Statenleden die aangaven het archief te gebruiken hebben wij enkele aanvullende stellingen voorgelegd over het Statenarchief.
7.1.1 Gebruik Statenarchief Figuur 7 laat zien hoe vaak Statenleden het Statenarchief gebruiken. Hieruit blijkt dat de frequentie van het gebruik van het Statenarchief varieert. Bijna 30 procent van de Statenleden gebruikt het Statenarchief meerdere keren per week, ruim 20 procent zegt het archief nooit te gebruiken en nog eens ruim 20 procent gebruikt het archief ongeveer één keer per maand.
Gebruik van het Statenarchief Bijna elke dag 6% Ongeveer 2 tot 5 keer per week
22% 28%
Ongeveer 1 keer per week Ongeveer 1 keer per twee weken
22%
Ongeveer 1 keer per maand 13% 9%
Ik maak nooit gebruik van het Statenarchief
Figuur 7: Gebruik van het Statenarchief door Statenleden Groningen
52
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
7.1.2 Oordeel gebruikers Aan Statenleden die aangaven het Statenarchief te gebruiken hebben wij enkele stellingen voorgelegd met betrekking tot het Statenarchief. Zij konden op een schaal van -5 tot +5 aangeven in hoeverre een bepaalde stelling op hen van toepassing was. Tabel 14 toont de resultaten. Tabel 14: resultaat op stellingen met betrekking tot het Statenarchief
Gemiddelde score (-5 tot 5) leden PS N = 25 Ik kan informatie alleen tegen kosten / kosteloos verkrijgen
2,6
De informatie is onbetrouwbaar/betrouwbaar
2,4
De informatie is niet/wel direct toegankelijk
1,0
Ik kan niet/wel overal (op iedere locatie) relevante informatie verkrijgen
0,6
Het is niet/wel helder wat de betekenis is van de informatie binnen het beleidsproces waar het is ontvangen of gemaakt
0,6
Ik kan helemaal niet / wel snel en eenvoudig informatie vinden tussen alle bewaarde informatie
-0,6
De scores in de tabel laten zien dat het archief op de meeste eigenschappen (gematigd) positief scoort. Vooral de vindbaarheid van informatie tussen alle bewaarde informatie laat volgens Statenleden echter te wensen over. Statenleden gaven in een groepsgesprek aan dat het heel lang kan duren voordat ze alle brieven, notities en andere stukken hebben gevonden. Dit is volgens hen wel iets beter geworden door de inspanningen van de griffie. Het lastige is, dat stukken niet te vinden zijn zonder de exacte zoekterm.75 Fractiemedewerkers stellen dat het Statenarchief niet goed functioneert. Zij gaven aan dat het lijkt alsof de filterfunctie niet goed werkt; een zoekterm geeft heel veel resultaten. Bovendien gaat het archief maar een beperkt aantal jaren terug in de tijd. In Statenstukken wordt soms wel verwezen naar eerdere besluiten, maar is dan niet op door te klikken. Doorzoeken kan aan de hand van een nummer dat bij het eerdere besluit hoort.76
7.2
Vergelijkend perspectief
In deze paragraaf vergelijken wij het gebruik van het Statenarchief door de Statenleden van de drie Noordelijke provincies en het resultaat op enkele verdiepende stellingen met betrekking tot het Statenarchief. Figuur 8 toont hoe vaak Statenleden in Groningen, Fryslân en Drenthe gebruik maken van het Statenarchief: bijna dertig procent van de Drentse Statenleden nooit en krap vijftig procent één keer per maand. Waar het in Fryslân vooral de fractieondersteuners zijn die het Statenarchief raadplegen is
75 76
Gebaseerd op een groepsinterview met drie Statenleden van de provincie Groningen op 26 januari 2022. Gebaseerd op een groepsinterview met twee fractiemedewerkers van de provincie Groningen op 10 februari 2022.
53
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
dat in Drenthe veel minder het geval: de helft van de Drentse fractiemedewerkers zegt nooit gebruik te maken van het Statenarchief. Vergeleken met Drenthe en Fryslân, raadplegen Groningse Statenleden vaker het Statenarchief: bijna dertig procent van hen raadpleegt het archief meerdere malen per week. Daarnaast is er ook in Groningen een forse groep Statenleden, ruim twintig procent, die nooit gebruik maakt van het Statenarchief. Groningse fractiemedewerkers gaven in een groepsgesprek aan beperkt gebruik te maken van het Statenarchief, omdat het archief volgens hen niet goed genoeg functioneert.77
Gebruik Statenarchief voor archieffunctie 50% 40% 30% 20%
10% 0% Bijna elke dag
Ongeveer 2 tot 5 Ongeveer 1 keer Ongeveer 1 keer Ongeveer 1 keer Ik maak nooit keer per week per week per twee weken per maand gebruik van het Statenarchief Groningen
Fryslân
Drenthe
Figuur 8: Gebruik van Statenarchief door Statenleden Groningen, Fryslân en Drenthe
Tabel 15 laat zien dat de Statenarchieven in Fryslân, Groningen en Drenthe op de meeste aspecten positief scoren. Alle drie de Statenarchieven scoren het slechtst op de vindbaarheid van relevante informatie tussen alle bewaarde informatie. Dit geldt het sterkst voor het Drentse archief, gevolgd door het Friese en Groningse Statenarchief. Tabel 15: resultaat op stellingen met betrekking tot het Statenarchief, Statenleden Fryslân, Groningen en Drenthe
Gemiddelde score (-5 tot 5) leden PS Fryslân
Gemiddelde score (-5 tot 5) leden PS Groningen
Gemiddelde score (-5 tot 5) leden PS Drenthe
Ik kan informatie alleen tegen kosten / kosteloos verkrijgen
3,1
2,6
2,6
De informatie is onbetrouwbaar/betrouwbaar
2,5
2,4
2,3
De informatie is niet/wel direct toegankelijk
0,8
1,0
0,5
Het is niet/wel helder wat de betekenis is van de informatie binnen het beleidsproces waar het is ontvangen of gemaakt
0,6
0,6
-0,5
Ik kan niet/wel overal (op iedere locatie) relevante informatie verkrijgen
-0,2
0,6
0,5
Ik kan helemaal niet / wel snel en eenvoudig informatie vinden tussen alle bewaarde informatie
-1,4
-0,6
-1,6
77
Gebaseerd op een groepsinterview met twee fractiemedewerkers van de provincie Groningen op 10 februari 2022.
54
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
7.3 ▪
▪
▪
55
Samenvattende bevindingen
Bijna 30 procent van de Groningse Statenleden maakt meerdere keren per week gebruik van het Statenarchief. Dat is vaker dan hun Friese en Drentse collega’s gebruik maken van hun Statenarchief. Ruim 20 procent van de Groningse Statenleden zegt nooit gebruik te maken van het archief en nog eens ruim 20 procent ongeveer één keer per maand. De fractiemedewerkers die deelnamen aan het groepsgesprek gaven aan niet of nauwelijks gebruik te maken van het Statenarchief, omdat het archief volgens hen niet goed genoeg functioneert. De vindbaarheid van stukken laat volgens hen te wensen over. De score op enkele verdiepende stellingen over het Statenarchief is overwegend (gematigd) positief. Alleen over de vindbaarheid van informatie oordelen Groningse Statenleden negatief. Dit geldt ook (nog wat sterker) voor het Friese en Drentse Statenarchief.
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Bronnenlijst Literatuur: ▪ Beers, E., & Schaap, L.. Luister nou eens!, Noordelijke Rekenkamer, Assen, 2020. ▪ Heimovaara, S., Benschop, J. P., Cools, R., Debackere, K., van der Hagen, T. H., Meijer, N., Essers, P. W., Rijk aan kennis, naar een herwaardering van kennis en expertise in beleid en politiek, AWTI, Den Haag, 2021. ▪ Hulst, van M., Kruyen, P., Schaap, L., Ostaaijen, J. van, Griffier in de Gemeente Geschetst – Het ambt anno 2016, Tilburg University en Radboud Universiteit, 2016. ▪ Van der Knaap, P. Lerende overheid, intelligent beleid? Tijdschrift en platform voor public governance audit & control, december 2006, pp. 24-27. ▪ Laakso, M., & Taagepera, R., Effective number of parties: A measure with application to West Europe, Comparative Political Studies, 1979, pp 3-27. ▪ Loots, J., Bevindingen onderzoek ambities, wensen en ondersteuningsbehoeften provinciale staten Utrecht en doorlichting van de griffie, 2020. ▪ Organisation for Economic Co-operation and Development (OECD), PUMA: Knowledge Management: Learning-by-comparing experiences from private firms and public organizations. Parijs: HRM Working Party Meeting, 2021 ▪ Raad voor het Openbaar Bestuur. Briefadvies Ondersteuning Tweede Kamer. Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur, 2021. ▪ Raad voor het Openbaar Bestuur. Goede ondersteuning, sterke democratie. Den Haag: Raad voor Openbaar Bestuur, 2020.
▪ Stam, C., Productiviteit van de kenniswerker, wegwijzer in kennismanagement. Noordwijk: De Baak, 2004. ▪ Stichting Decentraal bestuur, Kerngegevens Provinciale Ambtsdragers 2005-2019, 2020. ▪ Vereniging van Nederlandse Gemeenten, VNG Model Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2019 en Model Instructies voor de griffier en de secretaris 2019, 2019. ▪ Verbooy, H., Kennismanagement: de praktijk. Tijdschrift voor Multimedia. Nr. 12., 1997. Verordeningen, instructies en brieven: ▪ Provincie Groningen, Bijlage ‘de weg vooruit’ bij brief van 29 januari 2021, 29 januari 2021. ▪ Provincie Groningen, Brief van de werkgroep vergaderwijze aan het Presidium betreffende advies werkgroep vergaderwijze, 16 juni 2021. ▪ Provincie Groningen, Brief van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten betreffende reactie op notitie ‘Beter kaders stellen en controleren’, 28 september 2021. ▪ Provincie Groningen, Brief van het Presidium aan Gedeputeerde Staten betreffende advies werkgroep vergaderwijze, 30 juni 2021. ▪ Provincie Groningen, Brief van Statenleden Bakker, Frenay, van der Laan en de Wit aan Provinciale Staten, 2021. ▪ Provincie Groningen, Fractiekostenverordening 2016 provincie Groningen, 2016. 56
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Provincie Groningen, Gedragscode integriteit ambtenaren provincie Groningen, 2018. Provincie Groningen, Handelingen 29 juni 2016, 2016, pp 29-32. Provincie Groningen, Instructie griffier provincie Groningen 2015, 2015. Provincie Groningen, Motie informatiemakelaar, 2016. Provincie Groningen, Nieuwsbrief voor gekozen Statenleden, 2019. Provincie Groningen, Notitie ‘Beter kaders stellen en controleren’, juni 2021. Provincie Groningen, Reglement van orde provinciale staten provincie Groningen 2019, 2019. Provincie Groningen, Reglement van orde publieksversie, 2015. Provincie Groningen, Uitgaande brief van GS naar PS, 2017. Provincie Groningen, Verordening ambtelijke bijstand provinciale staten van Groningen. Provincie Groningen, Verordening rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers provincie Groningen 2019, 2019. Provincie Groningen, werkgroep ‘kwaliteit van stukken’, Beter kaders stellen en controleren, 28 juni 2021.
Websites: ▪ Binnenlands Bestuur: https://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/nieuws/een-opvijf-statenleden-haakt-na-verkiezingenaf.16830706.lynkx?tid=TIDP715922X04F554F79DC14B2EAB913AC55BD60F5DYI5&utm_campaign =BB_NB_Dagelijks&utm_medium=email&utm_source=binnenlandsbestuur ▪ BMC: https://www.bmc.nl/werkvelden/praktijkcase/ipo-democratische-legitimering-van-deprovinciale-staten ▪ Kiesraad: https://www.verkiezingsuitslagen.nl/ ▪ Nederlandse Vereniging voor Statenleden: https://www.statenlidnu.nl/vereniging ▪ RTV Noord: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/206633/cdk-paas-doet-oproep-aan-nieuwestatenleden-buig-af-en-toe-een-beetje ▪ Stichting Decentraal bestuur: https://www.decentraalbestuur.nl/images/Veranderingen_in_het_provinciaal_bestuur_20152019.pdf Lijst met geïnterviewden: ▪ Statenleden: Paula Benjamins Leendert van der Laan Dennis Ram ▪ Statengriffie: Julia Bordewijk Nettie Engels ▪ Ambtelijke dienst: Anita Havinga Hans Schrikkema Rolinde Weide-Gernaat ▪ Fractiemedewerkers (geanonimiseerd): 57
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
-
58
Fractiemedewerker 1 Fractiemedewerker 2
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Bijlage 1: Fragmentatie, aantal en omvang van fracties in Provinciale Staten Groningen Aantal partijen en afsplitsingen Figuur 9 laat zien dat de Groningse Staten direct na verkiezingen in 2003 acht fracties telde. Het aantal partijen nam na iedere verkiezingen toe en heeft een voorlopige hoogtepunt bereikt in 2019 met de aanwezigheid van dertien fracties in de Groningse Staten.78 Dit is exclusief afsplitsingen gedurende een Statenperiode.
Figuur 9: aantal partijen vertegenwoordigd in PS Groningen 2003-2019 (bronnen: Kiesraad en griffie Groningen)
Het aantal afsplitsingen dat heeft plaatsgevonden per bestuursperiode wordt weergegeven in tabel 16. Hieruit blijkt dat er sinds de verkiezingen in 2019 intussen drie afsplitsingen geweest. Dat betekent dat het aantal partijen per november 2021 zestien bedraagt.
78
Kiesraad: https://www.verkiezingsuitslagen.nl/
59
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Tabel 16: aantal afsplitsingen per bestuursperiode, 2003-nu
Bestuursperiode 2003-2007 2007-2011 2011-2015 2015-2019 2019-nu
Aantal afsplitsingen 0 1 2 1 3
Fragmentatie en omvang fracties Bestaan Provinciale Staten uit een paar (hele) grote fracties en heel veel kleine? Of juist uit heel veel vrijwel even kleine fracties? Wat van belang is, is de mate van fragmentatie. Dit is weergegeven in tekstkader I. Naast het aantal fracties is het van belang te kijken naar de relatieve omvang van de grootste partij(en) in Provinciale Staten en het aantal kleine partijen per periode (tabel 17). Waar de grootste partij na de verkiezingen in 2003 meer dan een derde had van de totale zetels (20 van de 55) is dat vandaag de dag geslonken naar veertien procent (6 van de 43). De grootste drie partijen hadden na de verkiezingen in 2003 bijna driekwart van de zetels in handen. Na de verkiezingen in 2019 was dit 37 procent. Waar in 2003 de grootste partij in haar eentje een dergelijk zetelaandeel had, waren daar in 2019 de drie grootste partijen voor nodig. Tabel 17: zetelaandeel grootste partijen, aantal kleine partijen en aantal éénpersoonsfracties na verkiezingen 2003-2019
Na verkiezingen in: 2003 2007 2011 2015 2019
Zetelaandeel grootste partij (%) 36 28 28 19 14
Zetelaandeel twee grootste partijen (%)
Zetelaandeel drie grootste partijen (%) 58 49 42 33 26
Aantal fracties met 3 zetels of minder 71 65 56 44 37
Waarvan éénpersoonsfracties 3 4 6 5 7
0 3 2 1 2
De tabel bevat ook informatie over het aantal kleine partijen, gedefinieerd als partijen met één, twee of drie zetels, en het aantal eenpersoonspartijen in Provinciale Staten. Uit de tabel blijkt dat het aantal kleinere partijen toeneemt. Waren dat er na de verkiezingen in 2003 nog drie, na de verkiezingen van 2019 waren dat er meer dan het dubbele, namelijk zeven. Het aantal éénpersoonsfracties direct na verkiezingen is relatief stabiel. Tekstkader I: maatstaf voor politieke fragmentatie Enkele politicologen hebben een maatstaf ontwikkeld voor politieke fragmentatie:79 het getal 1 delen door de som van het gekwadrateerde zetelaandeel80 van iedere politieke partij in de betreffende volksvertegenwoordiging. In formulevorm: 1 𝑁= 𝑛 2 ∑𝑖=1 𝑝𝑖 Hierbij staat n voor het aantal partijen dat minimaal één zetel heeft in Provinciale Staten en P2 het kwadraat van het zetelaandeel van iedere partij in Provinciale Staten. Hoe hoger deze maat (N), des te minder macht individuele
79
Laakso, M., & Taagepera, R., Effective number of parties: A measure with application to West Europe. Comparative Political Studies, p 3-27, 1979. 80 Het aantal zetels dat een partij heeft, als percentage van het totale aantal beschikbare zetels. 60
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
partijen hebben, doorgaans omdat er relatief veel andere partijen in de Staten zitten en/of omdat partijen relatief klein zijn. De politieke fragmentatie is hoog (volgens deze methode), als deze maat 5 of hoger is. Met deze methode manier kunnen we de politieke fragmentatie in de Groningse Staten berekenen. Die blijkt toegenomen te zijn, van 4,6 in 2003, 5,7 in 2007, 6,6 in 2011, 9,0 in 2015, naar 10,8 in 2019. Als we afsplitsingen zouden meetellen, zou de fragmentatie nog groter zijn.
61
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Bijlage 2: Enquêtevragen Statenleden Onderdeel ondersteuning In het eerste deel van de enquête ligt de focus op acht onderscheiden vormen van inhoudelijke informatievoorziening en/of ondersteuning. Deze acht vormen zijn: ▪ Samengevatte en geduide beleidsinformatie; ▪ Voortgangs- en/of monitoringsinformatie waaruit blijkt of beleid werkt; ▪ Inhoudelijke informatievoorziening over algemene maatschappelijke ontwikkelingen; ▪ Inhoudelijke informatievoorziening over eerdere fractiestandpunten of stemgedrag; ▪ Inhoudelijke informatievoorziening over vergelijkbare besluiten in andere provincies; ▪ Inhoudelijke informatievoorziening over alternatieve scenario’s; ▪ Hulp bij inhoudelijke voorbereiding van woordvoeringen, moties, amendementen en/of schriftelijke vragen; ▪ Hulp bij inhoudelijke voorbereiding van een initiatiefvoorstel in de vorm van specialistische ondersteuning. Per vorm is de Statenleden gevraagd in hoeverre er behoefte aan is. Dit is gedaan door ze te laten kiezen tussen 1 en 5, waarbij 1 staat voor ‘geen behoefte’ en 5 voor ‘veel behoefte’. Ook zijn de opties ‘weet niet’ en ‘niet van toepassing’ gegeven.
Indien de Statenleden aangegeven hebben behoefte te hebben aan de vorm van ondersteuning, dan zijn ook de volgende vragen voorgelegd: ▪ Wie voorziet u in de praktijk in deze behoefte? ▪ Hoe tevreden bent u daarover? ▪ Wie zou in een ideale situatie voorzien in deze behoefte? Bij deze drie vragen konden de Statenleden kiezen uit vier personen/instanties die een rol spelen in de ondersteuning van de Statenleden. Deze personen/instanties zijn het College van Gedeputeerde Staten en de ambtelijke ondersteuning, de griffie, de fractieondersteuning en overige bronnen van ondersteuning.81 De Statenleden konden hun standpunt aangeven op een schaal van 1 tot 5. Hierbij is 1 ‘niet’ en 5 ‘veel’. Ook zijn ‘weet niet’ en ‘niet van toepassing’ als antwoordmogelijkheden gegeven.
81
Onder ‘overige bronnen van ondersteuning’ verstaat de Noordelijke Rekenkamer de media, het eigen netwerk, het partijnetwerk, maatschappelijke organisaties, ect. 62
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Hieronder volgt per vorm van inhoudelijke informatievoorziening en/of ondersteuning de enquêteresultaten. ▪
SAMENGEVATTE EN GEDUIDE BELEIDSINFORMATIE;
1. In hoeverre heeft u hier behoefte aan? 32x Antwoorden
0x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 1
ANTWOORDEN
RATIO
1
0
0,0%
2
1
3,1%
3
1
3,1%
4
13
40,6%
5
16
50,0%
Weet niet
1
3,1%
Niet van toepassing
0
0,0%
2. Wie voorzien u van samengevatte en geduide beleidsinformatie? 30x Antwoorden
2x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 2
ANTWOORDEN
RATIO
1
0
0,0%
2
1
3,1%
3
1
3,1%
4
13
40,6%
5
16
50,0%
Weet niet
1
3,1%
Niet van toepassing
0
0,0%
63
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
3. Hoe tevreden bent u over de verkregen samengevatte en geduide beleidsinformatie? 30x Antwoorden
2x onbeantwoord 1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
1
5
14 10
0
0
0
Griffie
0
0
5
14
8
0
3
Fractie-ondersteuning
0
1
5
14
6
1
3
Overig
0
1
7
8
1
1
12
Antwoord vraag 3
4. Wie zouden u moeten voorzien van samengevatte en geduide beleidsinformatie? 30x Antwoorden
2x onbeantwoord
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
0
0
0
4
26
0
0
Griffie
1
0
5
7
16
0
1
Fractie-ondersteuning
2
3
8
9
6
1
1
Overig
4
1
8
6
2
2
7
Antwoord vraag 4
▪
Voortgangs- en/of monitoringsinformatie waaruit blijkt of beleid werkt;
5. In hoeverre heeft u hier behoefte aan? 32x Antwoorden
64
0x onbeantwoord
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
ANTWOORD VRAAG 5
ANTWOORDEN
RATIO
1
0
0,0%
2
0
0,0%
3
3
9,4%
4
6
18,8%
5
22
68,8%
Weet niet
1
3,1%
Niet van toepassing
0
0,0%
6. Wie voorzien u van voortgangs- en/of monitoringsinformatie waaruit blijkt of beleid werkt? 31x Antwoorden
1x onbeantwoord
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en/of ambtelijke organisatie
0
4
9
15
3
0
0
Griffie
3
9
10
6
1
0
2
Fractie-ondersteuning
4
8
7
8
2
0
2
Overig
4
4
4
8
3
0
8
Antwoord vraag 6
7. Hoe tevreden bent u over de verkregen voortgangs- en/of monitoringsinformatie waaruit blijkt of beleid werkt? 31x Antwoorden
65
1x onbeantwoord
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Antwoord vraag 7
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
4
6
12
9
0
0
0
Griffie
0
4
8
11
3
0
5
Fractie-ondersteuning
0
6
4
12
3
0
6
Overig
1
3
7
7
1
0
12
8. Wie zouden u moeten voorzien van voortgangs- en/of monitoringsinformatie waaruit blijkt of beleid werkt? 31x Antwoorden
1x onbeantwoord
Antwoord vraag 8
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
0
0
1
5
25
0
0
Griffie
2
5
8
6
7
1
2
Fractie-ondersteuning
5
5
9
5
4
1
2
Overig
2
3
6
4
5
1
10
66
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
▪
Inhoudelijke informatievoorziening over algemene maatschappelijke ontwikkelingen;
9. In hoeverre heeft u hier behoefte aan? 32x Antwoorden
0x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 9
ANTWOORDEN
RATIO
1
0
0,0%
2
1
3,1%
3
8
25,0%
4
12
37,5%
5
11
34,4%
Weet niet
0
0,0%
Niet van toepassing
0
0,0%
10. Wie voorzien u van inhoudelijke informatie over algemene maatschappelijke ontwikkelingen? 31x Antwoorden
1x onbeantwoord
Antwoord vraag 10
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en/of ambtelijke organisatie
2
8
8
9
1
3
0
Griffie
5
7
10
5
0
3
1
Fractie-ondersteuning
2
4
8
9
6
1
1
Overig
0
0
6
5
16
0
4
67
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
11. Hoe tevreden bent u over de verkregen inhoudelijke informatie over algemene maatschappelijke ontwikkelingen? 31x Antwoorden
1x onbeantwoord
Antwoord vraag 11
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
2
8
6
8
4
0
3
Griffie
1
2
10
9
3
1
5
Fractie-ondersteuning
1
2
8
12
5
1
2
Overig
0
1
10
7
8
1
4
12. Wie zouden u moeten voorzien van inhoudelijke informatie over algemene maatschappelijke ontwikkelingen? 31x Antwoorden
1x onbeantwoord 1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
2
4
11
9
4
0
1
Griffie
3
4
12
8
0
0
4
Fractie-ondersteuning
0
3
11 10
5
0
2
Overig
0
0
5
17
0
5
Antwoord vraag 12
68
4
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
▪
Inhoudelijke informatievoorziening over eerdere fractiestandpunten of stemgedrag;
13. In hoeverre heeft u hier behoefte aan? 32x Antwoorden
0x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 13
ANTWOORDEN
RATIO
1
1
3,1%
2
2
6,3%
3
5
15,6%
4
9
28,1%
5
14
43,8%
Weet niet
1
3,1%
Niet van toepassing
0
0,0%
14. Wie voorzien u van inhoudelijke informatie over eerdere fractiestandpunten of stemgedrag? 28x Antwoorden
4x onbeantwoord 1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en/of ambtelijke organisatie
13
4
1
3
1
1
5
Griffie
7
3
6
3
6
0
3
Fractie-ondersteuning
0
1
5
6
16
0
0
Overig
3
2
7
2
4
0
10
Antwoord vraag 14
69
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
15. Hoe tevreden bent u over de verkregen inhoudelijke informatie over eerdere fractiestandpunten of stemgedrag? 28x Antwoorden
4x onbeantwoord
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
0
2
5
3
2
2
14
Griffie
0
2
4
6
7
2
7
Fractie-ondersteuning
0
2
6
11
9
0
0
Overig
0
1
8
3
3
1
12
Antwoord vraag 15
16. Wie zouden u moeten voorzien van inhoudelijke informatie over eerdere fractiestandpunten of stemgedrag? 28x Antwoorden
4x onbeantwoord 1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
9
5
3
2
1
0
8
Griffie
3
4
3
5
10
0
3
Fractie-ondersteuning
0
0
0
4
24
0
0
Overig
1
1
5
6
4
1
10
Antwoord vraag 16
▪
Inhoudelijke informatievoorziening over vergelijkbare besluiten in andere provincies;
17. In hoeverre heeft u hier behoefte aan? 32x Antwoorden
70
0x onbeantwoord
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
ANTWOORD VRAAG 17
ANTWOORDEN
RATIO
1
1
3,1%
2
4
12,5%
3
9
28,1%
4
9
28,1%
5
9
28,1%
Weet niet
0
0,0%
Niet van toepassing
0
0,0%
18. Wie voorzien u van inhoudelijke informatie over vergelijkbare besluiten in andere provincies? 27x Antwoorden
5x onbeantwoord
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en/of ambtelijke organisatie
7
7
7
3
1
1
1
Griffie
6
6
2
6
4
0
3
Fractie-ondersteuning
3
4
7
5
8
0
0
Overig
3
0
8
9
4
1
2
Antwoord vraag 18
19. Hoe tevreden bent u over de verkregen inhoudelijke informatie over vergelijkbare besluiten in andere provincies? 27x Antwoorden
5x onbeantwoord 1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
3
5
8
2
0
0
9
Griffie
3
5
5
5
1
0
8
Fractie-ondersteuning
2
4
5
9
4
1
2
Overig
2
6
6
6
2
1
4
Antwoord vraag 19
71
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
20. Wie zouden u moeten voorzien van inhoudelijke informatie over vergelijkbare besluiten in andere provincies? 27x Antwoorden
5x onbeantwoord
Antwoord vraag 20
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
5
2
8
4
4
1
3
Griffie
2
4
6
4
8
0
3
Fractie-ondersteuning
0
1
5
5
16
0
0
Overig
1
0
9
4
7
2
4
▪
Inhoudelijke informatievoorziening over alternatieve scenario’s;
21. In hoeverre heeft u hier behoefte aan? 32x Antwoorden
0x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 21
ANTWOORDEN
RATIO
1
0
0,0%
2
1
3,1%
3
7
21,9%
4
9
28,1%
5
14
43,8%
Weet niet
0
0,0%
Niet van toepassing
1
3,1%
22. Wie voorzien u van inhoudelijke informatie over alternatieve scenario's? 30x Antwoorden
72
2x onbeantwoord
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en/of ambtelijke organisatie
4
9
4
7
5
1
0
Griffie
4
8
6
7
2
1
2
Fractie-ondersteuning
2
3
11 10
2
1
1
Overig
1
1
8
4
1
6
Antwoord vraag 22
9
23. Hoe tevreden bent u over de verkregen inhoudelijke informatie over alternatieve scenario's? 30x Antwoorden
2x onbeantwoord
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
7
10
5
5
0
2
1
Griffie
2
7
6
7
1
2
5
Fractie-ondersteuning
0
1
13 10
2
1
3
Overig
0
2
11
2
1
6
Antwoord vraag 23
8
24. Wie zouden u moeten voorzien van inhoudelijke informatie over alternatieve scenario's? 30x Antwoorden
2x onbeantwoord
Antwoord vraag 24
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
10 12
1
1
8
7
7
0
3
5
4
9
10
0
2
1
5
10
6
0
7
1
2
3
4
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
3
0
3
Griffie
3
2
Fractie-ondersteuning
0
Overig
1
73
5
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
▪
Hulp bij inhoudelijke voorbereiding van woordvoeringen, moties, amendementen en/of schriftelijke vragen;
25. In hoeverre heeft u hier behoefte aan? 32x Antwoorden
0x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 25
ANTWOORDEN
RATIO
1
4
12,5%
2
5
15,6%
3
7
21,9%
4
11
34,4%
5
5
15,6%
Weet niet
0
0,0%
Niet van toepassing
0
0,0%
26. Wie helpen u bij de inhoudelijke voorbereiding van woordvoeringen, moties, amendementen en/of schriftelijke vragen? 23x Antwoorden
9x onbeantwoord
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en/of ambtelijke organisatie
8
7
0
2
0
0
6
Griffie
1
1
7
7
6
0
1
Fractie-ondersteuning
0
0
2
7
14
0
0
Overig
3
1
3
6
6
0
4
Antwoord vraag 26
27. Hoe tevreden bent u over de verkregen hulp bij de inhoudelijke voorbereiding van woordvoeringen, moties, amendementen en/of schriftelijke vragen? 23x Antwoorden
74
9x onbeantwoord
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
0
3
2
5
0
1
12
Griffie
0
0
3
12
7
0
1
Fractie-ondersteuning
0
1
1
11
9
1
0
Overig
0
0
6
6
3
1
7
Antwoord vraag 27
28. Wie zouden u moeten helpen bij de inhoudelijke voorbereiding van woordvoeringen, moties, amendementen en/of schriftelijke vragen? 23x Antwoorden
9x onbeantwoord
Antwoord vraag 28 College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning Griffie Fractie-ondersteuning Overig
▪
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
8
5
1
3
1
0
5
1 0 1
0 0 3
3 0 2
11 7 6 17 4 9
0 0 0
1 0 4
Hulp bij inhoudelijke voorbereiding van een initiatiefvoorstel in de vorm van specialistische ondersteuning.
29. In hoeverre heeft u hier behoefte aan? 32x Antwoorden
0x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 29
ANTWOORDEN
RATIO
1
0
0,0%
2
3
9,4%
3
4
12,5%
4
12
37,5%
5
12
37,5%
Weet niet
1
3,1%
Niet van toepassing
0
0,0%
30. Wie helpen u bij de inhoudelijke voorbereiding van een initiatiefvoorstel (in de vorm van specialistische hulp)? 28x Antwoorden 75
4x onbeantwoord
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en/of ambtelijke organisatie
6
8
3
3
4
0
4
Griffie
0
0
2
8
17
1
0
Fractie-ondersteuning
1
0
4
10 12
0
1
Overig
3
4
4
5
0
9
Antwoord vraag 30
3
31. Hoe tevreden bent u over de verkregen hulp bij de inhoudelijke voorbereiding van een initiatiefvoorstel (in de vorm van specialistische hulp)? 28x Antwoorden
4x onbeantwoord 1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
1
1
5
6
2
2
11
Griffie
0
0
5
9
12
1
1
Fractie-ondersteuning
1
2
5
8
10
0
2
Overig
2
2
7
5
3
2
7
Antwoord vraag 31
32. Wie zouden u moeten helpen bij de inhoudelijke voorbereiding van een initiatiefvoorstel (in de vorm van specialistische hulp)? 28x Antwoorden
4x onbeantwoord 1
2
3
4
5
WEET NIET
NIET VAN TOEPASSING
College van Gedeputeerde Staten en ambtelijke ondersteuning
6
7
0
2
6
0
7
Griffie
0
0
0
7
20
0
1
Fractie-ondersteuning
0
0
1
9
17
0
1
Overig
3
3
6
6
3
0
7
Antwoord vraag 32
76
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Ter afsluiting van het onderdeel inhoudelijke informatievoorziening en/of ondersteuning is de Statenleden middels vraag 33 de mogelijkheid gegeven aanvullende informatie te geven aan de onderzoekers. 33. Zijn er, naast de eerder beantwoorde vragen, nog zaken die u aan de onderzoekers wilt meegeven met betrekking tot de 8 vormen van inhoudelijke informatievoorziening en/of ondersteuning? Deze vraag is bedoeld om eventuele relevante zaken die niet aan de orde zijn geweest in de enquête, toch mee te kunnen wegen. De antwoorden op deze vraag voegden geen nieuwe informatie toe en zijn daarom achterwege gelaten. 34. Hier volgen enkele stellingen over de ondersteuning waar Provinciale Staten recht op hebben, zoals ambtelijke bijstand, ondersteuning van de griffie en fractieondersteuning. Geef aan in hoeverre u het met de stelling eens bent. 32x Antwoorden
77
0x onbeantwoord
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Antwoord vraag 34
-5
-4
-3
-2
-1
0
1
2
3
4
5
In theorie beslissen Provinciale Staten niet over de benodigde ondersteuning.
0 0,0%
2 6,3%
0 0,0%
2 6,3%
2 6,3%
3 9,4%
0 0,0%
0 0,0%
11 34,4%
5 15,6%
7 21,9%
In theorie beslissen Provinciale Staten over de benodigde ondersteuning.
In de praktijk heb ik niets te zeggen over de ondersteuning die ik krijg.
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
1 3,1%
3 9,4%
3 9,4%
8 25,0%
11 34,4%
3 9,4%
3 9,4%
In de praktijk heb ik volledige zeggenschap over de ondersteuning die ik krijg.
Ik vind het bezwaarlijk als Provinciale Staten investeren in de eigen ondersteuning als daarmee de kwaliteit van het Statenwerk verbetert.
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
5 15,6%
1 3,1%
2 6,3%
4 12,5%
7 21,9%
13 40,6%
Ik heb geen enkel bezwaar als Provinciale Staten investeren in de eigen ondersteuning als daarmee de kwaliteit van het Statenwerk verbetert.
De geboden ondersteuning aan beginnende Statenleden is onvoldoende.
0 0,0%
0 0,0%
2 6,3%
3 9,4%
3 9,4%
2 6,3%
5 15,6%
6 18,8%
5 15,6%
3 9,4%
3 9,4%
De geboden ondersteuning aan beginnende Statenleden is goed.
Als Statenlid weet ik niet welke informatie ik nodig heb om een weloverwogen keuze te maken.
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
3 9,4%
3 9,4%
6 18,8%
1 3,1%
6 18,8%
7 21,9%
3 9,4%
3 9,4%
Als Statenlid weet ik heel goed welke informatie ik nodig heb om een weloverwogen keuze te maken.
Als ik als Statenlid hulp nodig heb, dan weet ik niet waar ik die kan krijgen.
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
4 12,5%
1 3,1%
6 18,8%
11 34,4%
7 21,9%
3 9,4%
Als ik als Statenlid hulp nodig heb, dan weet ik precies waar ik die kan krijgen.
Als Statenlid is het lastig om een helder overzicht te krijgen van besluitvorming die in het verleden heeft plaatsgevonden en welke afwegingen toen een rol hebben gespeeld.
1 3,1%
0 0,0%
3 9,4%
10 31,3%
3 9,4%
6 18,8%
2 6,3%
6 18,8%
1 3,1%
0 0,0%
0 0,0%
Als Statenlid kan ik gemakkelijk een helder overzicht krijgen van besluitvorming die in het verleden heeft plaatsgevonden en welke afwegingen toen een rol hebben gespeeld.
Er zijn geen kwaliteitseisen verbonden aan stukken die Statenleden ontvangen.
1 3,1%
1 3,1%
3 9,4%
3 9,4%
1 3,1%
3 9,4%
1 3,1%
8 25,0%
6 18,8%
4 12,5%
1 3,1%
Er zijn kwaliteitseisen verbonden aan stukken die Statenleden ontvangen.
De kwaliteitseisen aan stukken die Statenleden ontvangen worden niet nageleefd.
2 6,3%
3 9,4%
3 9,4%
1 3,1%
4 12,5%
5 15,6%
4 12,5%
4 12,5%
5 15,6%
1 3,1%
0 0,0%
De kwaliteitseisen aan stukken die Statenleden ontvangen worden goed nageleefd.
78
Ter afsluiting van het onderdeel inhoudelijke ‘ondersteuning’ is de Statenleden middels vraag 35 de mogelijkheid gegeven aanvullende informatie te geven aan de onderzoekers. 35. Zijn er, naast de eerder beantwoorde vragen, nog zaken die u aan de onderzoekers wilt meegeven rondom het thema 'ondersteuning'? Deze vraag is bedoeld om eventuele relevante zaken die niet aan de orde zijn geweest in de enquête, toch mee te kunnen wegen. De antwoorden op deze vraag voegden geen nieuwe informatie toe en zijn daarom achterwege gelaten. 36. Hoe vaak maakt u gebruik van het Statenarchief voor de archieffunctie? 32x Antwoorden
0x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 36
ANTWOORDEN
RATIO
Bijna elke dag
2
6,3%
Ongeveer 2 tot 5 keer per week
9
28,1%
Ongeveer 1 keer per week
4
12,5%
Ongeveer 1 keer per twee weken
3
9,4%
Ongeveer 1 keer per maand
7
21,9%
Ik maak nooit gebruik van het Statenarchief
7
21,9%
37. Nu volgen er enkele stellingen over het Statenarchief, geef aan in hoeverre u het met de stelling eens bent. 25x Antwoorden
79
7x onbeantwoord
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
-5
-4
-3
-2
-1
0
1
2
3
4
5
Ik kan helemaal niet snel en eenvoudig relevante informatie vinden tussen alle bewaarde informatie.
0 0,0%
4 16,0%
1 4,0%
7 28,0%
4 16,0%
0 0,0%
3 12,0%
2 8,0%
2 8,0%
2 8,0%
0 0,0%
Ik kan heel snel en eenvoudig relevante informatie vinden tussen alle bewaarde informatie.
Ik kan niet op iedere locatie relevante informatie verkrijgen.
0 0,0%
1 4,0%
0 0,0%
2 8,0%
8 32,0%
3 12,0%
2 8,0%
3 12,0%
3 12,0%
0 0,0%
3 12,0%
Ik kan op iedere locatie relevante informatie verkrijgen.
Ik kan relevante informatie alleen tegen kosten verkrijgen.
1 4,0%
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
1 4,0%
4 16,0%
1 4,0%
3 12,0%
4 16,0%
2 8,0%
9 36,0%
Ik kan de relevante informatie kosteloos verkrijgen.
De informatie is niet direct toegankelijk.
0 0,0%
0 0,0%
1 4,0%
1 4,0%
3 12,0%
4 16,0%
6 24,0%
3 12,0%
7 28,0%
0 0,0%
0 0,0%
De informatie is direct toegankelijk.
Het is niet helder wat de betekenis is van de informatie binnen het beleidsproces waar het is ontvangen of gemaakt.
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
2 8,0%
6 24,0%
7 28,0%
4 16,0%
1 4,0%
3 12,0%
1 4,0%
1 4,0%
Het is volstrekt helder wat de betekenis is van de informatie binnen het beleidsproces waar het is ontvangen of gemaakt.
De informatie is onbetrouwbaar.
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
0 0,0%
4 16,0%
3 12,0%
7 28,0%
5 20,0%
3 12,0%
3 12,0%
De informatie is betrouwbaar.
80
Ter afsluiting van het onderdeel ‘Gebruik van het Statenarchief’ is de Statenleden middels vraag 38 de mogelijkheid gegeven aanvullende informatie te geven aan de onderzoekers. 38. Zijn er, naast de eerder beantwoorde vragen, nog zaken die u aan de onderzoekers wilt meegeven rondom het thema 'Gebruik van het Statenarchief'? Deze vraag is bedoeld om eventuele relevante zaken die niet aan de orde zijn geweest in de enquête, toch mee te kunnen wegen. De antwoorden op deze vraag voegden geen nieuwe informatie toe en zijn daarom achterwege gelaten. 39. Wat is uw naam? De Statenleden is gevraagd hun naam achter te laten. Het enige doel van deze vraag is om de onderzoekers inzicht te verschaffen over wie de enquête heeft ingevuld, zodat er gericht gerappelleerd kon worden. De enquêteresultaten worden in het eindrapport alleen zo gepresenteerd dat de informatie niet tot individuele personen of partijen te herleiden zijn. Medewerkers die zich bezwaard voelden, hadden de kans zich te anonimiseren. 40. Welke politieke partij vertegenwoordigt u? Het doel van deze vraag was om na te kunnen gaan in hoeverre alle partijen vertegenwoordigd zijn in de enquêteresultaten en om onderscheid te kunnen maken in de enquêteresultaten tussen bijvoorbeeld grote en kleine partijen of coalitie- en oppositiepartijen.
De enquêteresultaten worden in het eindrapport alleen zo gepresenteerd dat de informatie niet tot individuele personen of partijen te herleiden zijn. 41. Hoeveel jaar heeft u ervaring als volksvertegenwoordiger, bestuurder en/of fractie-ondersteuner binnen het openbaar bestuur? 32x Antwoorden
0x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 41
ANTWOORDEN
RATIO
0 tot 2 jaar
3
9,4%
2 tot 4 jaar
8
25,0%
4 tot 6 jaar
2
6,3%
6 tot 8 jaar
6
18,8%
81
8 jaar of meer
13
40,6%
42. Wat is uw hoogst genoten opleiding? 31x Antwoorden
1x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 42
ANTWOORDEN
RATIO
Basisonderwijs
0
0,0%
VMBO
0
0,0%
HAVO
1
3,2%
VWO
0
0,0%
MBO
3
9,7%
HBO-Bachelor
9
29,0%
HBO-Master
5
16,1%
WO-Bachelor
2
6,5%
WO-Master
11
35,5%
Doctorsgraad
0
0,0%
Andere...
0
0,0%
82
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
43. Hoeveel uur besteedt u gemiddeld per week aan het Statenwerk? 32x Antwoorden
0x onbeantwoord
ANTWOORD VRAAG 43
ANTWOORDEN
RATIO
0 tot 8 uur
0
0,0%
9 tot 16 uur
9
28,1%
17 tot 24 uur
21
65,6%
25 tot 32 uur
2
6,3%
32 uur of meer.
0
0,0%
44. Laat hier uw contactgegevens achter als wij u mogen benaderen voor een interview om verder door te praten over de thematiek van deze enquête. Tot slot is de Statenleden gevraagd hun contactgegevens achter te laten indien de onderzoekers ze mogen benaderen om door te praten over deze thematiek. 18 Statenleden hebben hier gehoor aangegeven. Ter afsluiting van de enquête is de Statenleden middels vraag 45 de mogelijkheid gegeven aanvullende informatie te geven aan de onderzoekers. 45. Tot slot, heeft u naar aanleiding van deze enquête nog opmerkingen en/of suggesties? Deze vraag is bedoeld om eventuele relevante zaken die niet aan de orde zijn geweest in de enquête, toch mee te kunnen wegen. De antwoorden op deze vraag voegden geen nieuwe informatie toe en zijn daarom achterwege gelaten.
83
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Bijlage 3: Beschrijvende statistieken enquête onder PS Tabel 18: Beschrijvende statistieken enquête PS Groningen
Totaal aantal ingevulde enquêtes Aantal Statenleden in PS Responspercentage Aantal fracties in PS ten tijde van enquête Aantal fracties waarvan minimaal 1 lid de enquête heeft ingevuld Aantal respondenten van coalitiepartijen Aantal respondenten van oppositiepartijen Percentage respondenten van coalitiepartijen Percentage respondenten van oppositiepartijen Aantal respondenten van kleine partijen (3 of minder zetels) Percentage respondenten van kleine partijen (3 of minder zetels)
84
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Groningen 32 43 74,4 % 16 12 18 13 56,3 % 40,6 % 13 40,6 %
Bijlage 4: Uitwerking actieve informatieplicht Drie handreikingen uit het Reglement van Orde 201582 De eerste handreiking stelt dat er een onderscheid kan worden gemaakt tussen situaties waarbij er wél een juridische grondslag bestaat om Provinciale Staten te informeren en situaties waarbij deze niet bestaat. Dat eerste is bijvoorbeeld het geval als Gedeputeerde Staten voornemens zijn een besloten vennootschap op te richten. De provinciewet schrijft in artikel 158 voor dat een dergelijk voornemen aan Provinciale Staten moet worden voorgelegd voor een procedure van wensen en bedenkingen. In situaties waarbij Provinciale Staten worden geïnformeerd zonder dat daar een juridische grondslag voor is, is dat informeren veelal het gevolg van procesafspraken die zijn gemaakt tussen Provinciale en Gedeputeerde Staten. Zulke procesafspraken zijn onderdeel van de beleidscyclus van de provincie. Volgens de beleidscyclus dienen Provinciale Staten in beginsel in ieder geval op 5 vaststaande momenten te worden geïnformeerd. Deze beleidscyclus behandelen wij verderop uitgebreider. Los van de 5 vaststaande momenten in de beleidscyclus waarop Provinciale Staten (in beginsel) worden geïnformeerd, kunnen er ad hoc ontwikkelingen zijn die reden zijn om de Staten te informeren.
Volgens de tweede handreiking ligt het in de volgende gevallen voor de hand om de Staten te informeren (p.34): “ ▪ Afwijkingen van het college akkoord, van door PS vastgesteld beleid en de met PS of commissie afgesproken planning en budget; ▪ Risico’s van maatschappelijke, bestuurlijke, financiële, juridische aard; ▪ Integriteitskwesties; ▪ Maatschappelijke relevantie / onrust of mate van publiciteit; ▪ Politieke gevoeligheid; ” De derde handreiking geeft richtlijnen voor de manier waarop de Staten geïnformeerd worden. Het uitgangspunt is dat er een Statenvoordracht nodig is als Provinciale Staten een besluit moeten nemen of als Provinciale Staten zich ergens over moeten uitspreken. In alle andere gevallen zou een brief of een mededeling voldoende moeten zijn. In alle gevallen geldt dat duidelijk moet zijn wat de reden is om de Staten te informeren en waar in het beleidsproces de provincie zich bevindt.
82
Provincie Groningen, Reglement van orde publieksversie, 2015. Per juni 2021 zijn de handreikingen geactualiseerd. De nieuwe versie verschilt inhoudelijk nauwelijks met de hier beschreven versie.
85
Eindrapport Groningen Institutioneel Geheugen – Kennis maakt kracht
Bijlage 5: vijf fasen in de Groningse beleidscyclus Deze tekst is overgenomen uit bijlage 2 van het Reglement van Orde publieksversie (Provinciale Staten van Groningen, 2015b, pp. 31-32). “De beleidscyclus is als volgt opgebouwd: 1. Start en startnotitie Provinciale Staten (PS) worden bij de start van (nieuw of te wijzigen) beleid in de positie gebracht om de richting en de randvoorwaarden vast te stellen van het nieuwe beleid. Deze start wordt geformaliseerd in een statenvoordracht met een startnotitie. Hierin geeft het college van Gedeputeerde Staten (GS) aan welke taak, probleem of kans zij ziet, waarom de provincie dit zou moeten oppakken en hoe de provincie dit kan oppakken. Dit gaat gepaard met een tijdplanning en globaal budget. 2. Planvorming en ontwerpbeleidsplan Na vaststelling van de startnotitie door PS, kan het college van GS aan de slag om de startnotitie uit te werken in een ontwerp-beleidsplan. GS kunnen een ontwerp opstellen in een interactief participatieproces met belanghebbenden en deskundigen. Aan het eind van dat externe participatieproces, waarin Statenleden in principe geen rol vervullen, ligt er een ontwerpbeleidsplan. Deze wordt in de vorm van een statenvoordracht aan PS voorgelegd. Door voorafgaande agendering in de commissie kunnen belanghebbenden en betrokkenen inspreken, voordat het ontwerp in PS wordt vastgesteld. 3.