CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.23.1 College - 72.1 Bijlage - Jaarverslag 2024 Promes

1 - RAADSVERGADERING 27 november 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen28.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Deze aanbieder is onvoldoende transparant en navolgbaar in de weergave en delen van data aan de Inspectie van het Onderwijs. Zij sturen de verplicht aan te leveren informatie aan de inspectie. Dat is op zich geen probleem, echter Promes kan niet achterhalen welke informatie zij stuurden. Per 2023 neemt Promes op alle scholen WMK-lijsten af. Deze zijn eveneens gevalideerd door de inspectie. Het zorgt voor overzicht op bestuursniveau welke scholen lijsten hebben afgenomen en verbeterplannen hebben gemaakt. Vertrouwenspersoon, jaarverslag 2024 De vertrouwenspersoon heeft in 2024 eenmaal een adviserend gesprek gevoerd, blijkt uit het jaarverslag van de vertrouwenspersoon. In een evaluatie en ontwikkelgesprek dat de bestuurder had met de vertrouwenspersoon kwam naar voren dat de externe vertrouwenspersoon een rustig beeld zien voor de stichting. De medewerkerstevredenheidsonderzoeken op schoolniveau worden door de directeur en zijn/haar medezeggenschap en team besproken. Daar wordt op de patronen in de scholen ingezoomd. In 2024 vond een scholingsmoment plaats met de schoolcontactpersoenen en de externe vertrouwenspersoon. Medewerkerstevredenheidsmeting De medewerkerstevredenheidsmeting is in 2023 afgenomen. De volgende tevredenheidsmeting vindt in 2025 plaats. Op schoolniveau zijn de gegevens besproken specifiek voor de school en het team binnen hun eigen context.

Met name bij didactisch handelen is de staat van het gebouw een grote belemmering. Daarbij maakt de ruimte in de oude gebouwen het vaak onvoldoende goed mogelijk om zelfstandig werken van leerlingen te organiseren en een uitdagende leeromgeving te maken. Het achterblijven van een goed Integraal Huisvestingsplan en de middelen van de gemeente in de gemeente Meppel draagt niet bij aan het vlot oplossen van dit vraagstuk.

26

Onderwijsaanbod voor (hoog)begaafdheid moet op een hoger plan, zowel in signalering als aanbod en didactisch handelen. Ook versterking van aanbod voor Taalonderwijs is een wens van medewerkers. Voorgaande is in 2024 opgepakt met middelen die vrijkomen voor HB-onderwijs en PLG-vorming voor de basisvaardigheden, in het bijzonder taalonderwijs. Medewerkers geven aan zich fysiek en sociaal veilig te voelen, dat het prettig werken is op onze scholen en betrokken te zijn bij de school. ICT-ontwikkeling is nodig, zo blijkt uit de peiling in 2023. De ontwikkelingen staan in het strategisch ICT-beleid opgenomen. Deze raken de wensen en benodigdheden van de medewerkers, zo blijkt uit kenniscafé bijeenkomsten over dit thema in 2023. In het voorjaar 2025 heeft elke medewerker een premiumdevice en werkomgeving dat veilig, handzaam en kwalitatief excellent is.

3.2 Personeel & professionalisering 3.2.1 Doelen en resultaten Gesprekkencyclus In 2019 is het beleid ten aanzien van de gesprekkencyclus aangepast. Daarmee hebben gesprekken een meer waarderend karakter waarin de medewerker de ruimte heeft om zelf aan te geven wat goed gaat en waar hij nog verbetering kan aanbrengen. In 2022 en 2023 gaven de directeuren (en bestuurder) vervolg aan de gesprekkencyclus met het oog op de ontwikkeling van de kwaliteit van alle medewerkers en de kwaliteit van het onderwijs. Dit resulteerde in een handzaam en doeltreffende wijze van het voeren van ontwikkelgesprekken. Gericht op werkgeluk zoals in opgenomen in de strategische Koers van Promes. Dit doel is behaald en wordt uitgevoerd door alle directeuren/leidinggevenden. Dit is uiteraard een proces waarbij we kijken hoe de directeur het gesprek voert en dit wordt vastgelegd. Directeuren hebben een training gesprekstechnieken gevolgd. Dit onderwerp wordt door de bestuurder jaarlijks geëvalueerd met de directeuren. Naast het bespreken van de vier ‘elementen’ van medewerker zijn in de organisatie (bekwame medewerker, vitale medewerker, bevlogen medewerker en wendbare medewerker) zijn wederkerige kern begrippen als hieronder van belang in de gesprekken:

27

Start Me Up Mentorschap en professionele ontwikkeling staan hierin centraal. Het programma Start me up heeft als doel nieuwe medewerkers aan de stichting te binden voor de toekomst en hen een goede start van hun professionele loopbaan te bieden. Door middel van bijeenkomsten worden medewerkers bekend gemaakt met het reilen en zeilen binnen de stichting, wordt er een training gegeven en is er onderling contact. Met behulp van de inzet van de kijkwijzer, SBL-competenties én de inzet van een coach wordt de professionalisering van de starters bevorderd. Start Me Up is succesvol gelanceerd en uitgevoerd. Dit betreft een doorlopend project waarbij we de dienstverlening en processen evalueren en optimaliseren en de betrokken medewerkers zo efficiënt mogelijk willen blijven inzetten. Ons doel voor de komende periode is continue procesverbetering en Start Me Up meer zichtbaar maken binnen en buiten de organisatie zodat het een begrip wordt. De toegevoegde waarde van Start Me Up is reeds gebleken uit de feedback van de starters en de directeuren. Promes wil zich profileren door medewerkers aan te stellen om de (startende) leerkrachten goed te begeleiden door klassenbezoeken, interventies en persoonlijke gesprekken. Op basis van de behoefte van de starter of invaller wordt er individueel een plan gemaakt met de begeleider.

Effect is dat wij open-sollicitaties ontvangen en gevraagd wordt naar deze wijze van begeleiding door (potentiële) medewerkers. 3.2.2 Toekomstige ontwikkelingen Binden, boeien, (door)ontwikkelen zijn van belang binnen strategische personeelsontwikkeling. Daar hoort beleidsontwikkeling en verhelderen van gewenst gedrag bij. Onder andere beleid op het beoordelen van nieuwe en huidige medewerkers, mobiliteitsbeleid, professionaliseringsbeleid en de gesprekkencyclus worden vanuit visie in samenhang ontwikkeld. In het Strategisch Personeelsbeleid zijn doelen opgenomen voor de komende jaren. Deze sluiten aan bij het speerpunt uit de Koers van Promes ‘Onze Professionals’. 3.2.3 Uitkeringen na ontslag Schoolbesturen zijn conform de regelgeving in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) verplicht om hun vacatures met voorrang aan te bieden aan (ex) werknemers, die zijn aangemerkt als eigen wachtgelders. Eigen wachtgelders zijn (ex) werknemers, die vanuit de afloop van een dienstverband bij Promes, een ontslaguitkering ontvangen. Promes valt onder de term middelgroot schoolbestuur vanuit het ministerie van OCW met 11 scholen (zeven bao-scholen, sbo, so, vso en een Taalschool). Zeven scholen verzorgen regulier basisonderwijs en daar zijn medewerkers relatief makkelijker inzetbaar door de stichting.

Dat geldt in mindere mate voor het speciaal basisonderwijs en in zeer beperkte mate voor de expertises in onze so/svo-school. Daarnaast zorgt de werking van de arbeidsmarkt, met op dit moment een lerarentekort (voor Promes een overschot), ervoor zorgt dat Promes minimale uitstroom genereert op basis van de krimp van leerlingenaantallen. Promes zal in de komende tijd nog zorgvuldiger werving- en selectieprocedures uitvoeren om een mismatch te voorkomen. In beginsel is er geen vacatureruimte binnen Promes, wel interne verschuivingen.

28

Promes neemt maatregelen om werkloosheidskosten in de toekomst te voorkomen. Met elke werknemer wordt een gesprek gevoerd wanneer de medewerker aangeeft iets anders te willen (verkennen) of niet blij is in de huidige functie. Voor sommige medewerkers is het een opluchting als het hoge woord eruit is en we samen kijken hoe we uit elkaar kunnen gaan. Een open gesprek kan leiden naar een passende oplossing. Dat kan gaan om medewerkers die het niet lukt op goed niveau te functioneren, een 2e spoortraject liever niet willen volgen en zelf het initiatief nemen om een andere baan te zoeken of door met medewerkers in gesprek te gaan die een andere functie willen. In overleg is er veel mogelijk en denkt Promes altijd mee. Hiermee voorkomen wij (onnodige) werkloosheidskosten, maar bovenal streven we hiermee naar bevlogen, wendbare, competentie en vitale individuele medewerkers. Daarmee een fijne professionele collega voor eenieder. 3.2.4 Aanpak Werkdruk Binnen Promes hebben de scholen veel afgestemde autonomie. Vanuit die invulling is er per school een weloverwogen keus gemaakt over de besteding van de werkdrukmiddelen, welke is toegelicht en goedgekeurd door het CvB (schoolbegroting) en waarvoor instemming is verkregen van de (P)MR. In het werkverdelingsplan op schoolniveau maakt het team afspraken met elkaar over de inzet.

De werkdrukmiddelen zijn ingezet voornamelijk voor meer personele inzet. Dit bestond uit het inzetten van ervaren leerkrachten, vakleerkrachten, onderwijsassistenten en onderwijsondersteuners. Bijvoorbeeld om de leerkrachten vrij te roosteren, zodat zij de ruimte krijgen om administratie in de klas bij te werken, zich verder te professionaliseren of de tijd krijgen om bij te dragen aan schoolontwikkelingen. Ook is er kritisch gekeken naar wat er daadwerkelijk verplicht is om te doen. Promes heeft er bijvoorbeeld voor gekozen om inschrijving in het lerarenregister niet te verplichten voor medewerkers. Onderstaande tabel geeft weer hoe de werkdrukverlagende middelen in 2024 zijn ingezet. Bestedingscategorie

Besteed bedrag (kalenderjaar)

Personeel Materieel

€ 386.383,-€ 7.016,--

De teams van de diverse scholen hebben na instemming van de personeelsgeleding van de MR (school) gekozen voor diverse bestedingen; extra uren voor de vakleerkrachten LO, extra handen in de klas d.m.v. onderwijsassistenten, extra administratieve ondersteuning, ICT-hulpmiddelen. 3.2.5 Strategisch personeelsbeleid Het personeelsbeleid wordt binnen de stichting in samenspraak met het directeurenberaad en de GMR ontwikkeld en afgestemd op de visie van de stichting. Via een vaste workflow voor het vaststellen van personeelsbeleid is er inspraak vanuit alle geledingen. Nieuw beleid (protocollen, notities, beleidsplannen, etc.) wordt ontwikkeld door een projectgroep met leerkrachten, directeuren en stafleden. Dit wordt vervolgens via vaste overlegstructuren vastgesteld (CvB voorgenomen besluit, directieberaad, GMR, CvB definitief besluit). In 2024 is voortgebouwd op de ingezette ontwikkelingen uit eerdere jaren en is gestart met de volgende onderwerpen aansluitend bij de koers:  Uitwerkingen van het strategisch human resource developmentbeleid (SHRD-beleid)

29

  

Scholing van interne begeleiders naar kwaliteitszorgcoördinatoren, als tandem van directie (liep door tot najaar 2024) Toepassing van de gesprekkencyclus Hernieuwde blik en uitvoering op mobiliteit (ook ism besturen in SO&P)

In 2023 is er een nieuwe visie op human capital/ human resource vastgesteld. Dit is onderdeel van het SHRD-beleid, dat is 2024 vastgesteld. In dit beleid ligt de nadruk, naast bekwaamheid, op duurzame inzetbaarheid en vitaliteit. Dit uit zich in een nieuw gespreksformat voor de reguliere gesprekkencyclus. Ook is er een actievere communicatie naar 57+ medewerkers, met de uitnodiging om in gesprek te gaan over duurzame inzetbaarheid en vitaliteit. In 2024 stond de Promesdag in het teken van duurzame inzetbaarheid, zingeving en vitaliteit staan. In 2025 zal het thema ‘de bekwame medewerker’ zijn. 3.2.6 Duurzame inzetbaarheid De cao geeft iedere medewerker een basisbudget van 40 uur voor duurzame inzetbaarheid. Deze uren worden door de werknemer na overleg ingezet voor de volgende bestedingsdoelen:  Peerreview  Studieverlof  Coaching  Oriëntatie op mobiliteit  Niet plaats- en/of tijdgebonden werkzaamheden In overleg met de werkgever kan ook worden gekozen voor besteding aan andere doelen die bijdragen aan de duurzame inzetbaarheid. Zoals een leerkracht die in 2022 kiest voor sparen van de uren in drie jaren om een studiereis te maken in het kader van persoonlijke en professionele ontwikkeling. Startende leerkrachten (tot en met schaal 3) krijgen 40 uur extra op jaarbasis. Deze uren worden door Promes gedeeltelijk ingezet via Start Me Up.

Om ervoor te zorgen dat de startende leerkracht ook daadwerkelijk wordt begeleid ontvangt Start Me Up 15 uur per startende leerkracht voor de inzet van interventies, begeleiding, ontwikkelgesprekken en klassenbezoeken. De overige uren kan de startende leerkracht zelf inzetten naar behoefte. Voor medewerkers vanaf 57 jaar zijn er 130 uur extra voor duurzame inzetbaarheid. Deze medewerkers mogen het totaal aantal uren (170 uur) inzetten om verlof op te nemen. De inzet van duurzame inzetbaarheid wordt aan het einde van ieder schooljaar besproken met de directeur en vastgelegd in de jaartaak. In de cao afspraken is het duurzame inzetbaarheidsbeleid drastisch gewijzigd. Omdat de afspraken onvoldoende helder zijn wordt in het voorjaar 2025 beleid vastgesteld, na advies van de directeuren en instemming GMR. Dit moet leiden tot voldoende heldere richtlijnen voor de inzet van duurzame inzetbaarheidsuren en het organiseerbaar houden van het onderwijs. 3.2.7 Banenafspraak De banenafspraak is een afspraak tussen kabinet en sociale partners om meer werkplekken te creëren voor mensen met een beperking. Binnen onze scholen zijn medewerkers in dienst vanuit de

30

banenafspraak. Een medewerker met een arbeidsbeperking heeft vaak wat extra inwerktijd, begeleiding en ondersteuning nodig. Wij verzorgen passende begeleiding op de werkvloer. Promes zou zich meer willen inzetten voor deze doelgroep en loopt tegen uitdagingen aan. Het duurzaam plaatsen en inzetbaar houden van een werknemer uit de doelgroep brengt uitdagingen met zich mee. De balans tussen wat de werknemer kan en wil en wat de baan vraagt en te bieden heeft kan fragiel zijn. Door (veranderingen in) de belemmeringen die werknemers hebben op lichamelijk, psychisch, verstandelijk en/of sociaal gebied, de (veranderende) eisen van het werk en gebeurtenissen in de privé omgeving. 3.2.8 Verantwoording over de aanwezigheid van de Verklaring omtrent het gedrag Nieuwe VOG’s6 in 2024

VOG aanwezig op datum indiensttreding 37

VOG te laat aanwezig

VOG niet aanwezig

Nieuwe medewerkers in 0 0 loondienst Nieuwe medewerkers niet 4 0 0 in loondienst met een VOG verplichting7 Wij hebben onze accountant niet opdracht gegeven een controle uit te voeren op de tijdige aanwezigheid van VOG. In het verslagjaar en begin 2025 is extra geïnvesteerd in het waarborgen van een veilig leer- en werkklimaat. Nadat het college van bestuur, met instemming van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, in 2024 had besloten het bestaande beleid rond de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) uit te breiden, zijn deze plannen in maart en april 2025 gerealiseerd. Waar tot dan toe enkel bij indiensttreding een VOG werd gevraagd, geldt nu dat iedere medewerker tweejaarlijks een nieuwe verklaring moet overleggen. Daarmee anticipeert Stichting Promes op aangekondigde landelijke wetgeving voor continue VOG-screening en verkleint zij reeds nu het risico dat strafrechtelijke antecedenten onopgemerkt blijven. In de periode van 3 maart tot en met 25 april 2025 ontvingen alle medewerkers met een dienstverband van langer dan twee jaar een digitaal verzoek om via Justis een nieuwe VOG aan te vragen. De kosten van € 33,85 per aanvraag zijn volledig door de stichting vergoed. Vervolgens zijn de toegezonden verklaringen geautomatiseerd opgeslagen in het e-personeelsdossier binnen VISMA, waardoor het bevoegd gezag permanent inzicht heeft in de geldigheidstermijnen.

Voor de veertien personen is een rappelprocedure gestart toen de VOG nog niet binnen was. Inmiddels is 100% van de medewerkers een VOG aangevraagd. Daarbij geen medewerker met een risico opgemerkt.

6 De VOG is op het moment van indiensttreding niet ouder dan 6 maanden. De VOG van personen belast met tussenschoolse opvang is niet ouder dan 2

maanden. 7 Voor het primair onderwijs en het (v)so zie artikel 3, lid 1, onder a, artikel 3a, lid 1, onder a, artikel 32, lid 2, onder a, sub 1, lid 6, lid 7 en lid 9, artikel 34a en artikel 45 van de WPO, artikel 3, lid 1, onder a, artikel 3a, lid 1, onder a en artikel 32, lid 2, onder a, sub 1, en lid 9, van de WEC: leerkrachten, personen die onderwijsondersteunende werkzaamheden verrichten, (adjunct-)directeuren en personen belast met de tussenschoolse opvang.

31

Ter ondersteuning van dit vernieuwde VOG-beleid is in november 2024 tevens een geactualiseerde gedragscode voor medewerkers, ouders en leerlingen vastgesteld. 3.3 Huisvesting & facilitaire zaken In 2024 hebben we als organisatie concrete voortgang geboekt op het gebied van huisvesting en facilitaire zaken. Ondanks dat sommige doelen uitdagend bleken door de complexiteit van de trajecten en beperkte invloed op gemeentelijke besluitvorming, hebben we onze veerkracht en het vermogen tot aanpassing laten zien. In Meppel ervaren we zowel financiële als beleidsmatige beperkingen vanuit de gemeente. Toch blijven wij krachtig aandringen op toekomstbestendige onderwijshuisvesting die aansluit bij maatschappelijke ontwikkelingen en de behoeften van de komende 15 jaar. De samenwerking met de gemeentelijke organisatie heeft enkele waardevolle resultaten en uitdagingen opgeleverd. Een overzicht van belangrijke huisvestingsontwikkelingen is opgenomen in bijlage 2 van dit verslag. Promes onderscheidt zich door actief bij te dragen aan grotere maatschappelijke opgaven dan gebruikelijk is voor een schoolbestuur. We zijn actief op het gebied van gespecialiseerd onderwijs, nieuwkomersonderwijs en onderwijs gericht op diversiteit en inclusie.

In 2024 hebben we ons nieuwkomersonderwijs, in samenwerking met VOMEO, fors uitgebreid – deels op eigen initiatief, deels op verzoek van het ministerie van OCW. Ook gemeenten en schoolbesturen in Staphorst, Westerveld, Steenwijkerland en De Wolden doen een beroep op onze expertise. Deze verbreding brengt extra verantwoordelijkheden en risico’s met zich mee, maar onderstreept onze rol als regionale partner in gespecialiseerd onderwijs. Ondanks de huisvestings-, financiële en organisatorische uitdagingen blijven we jaarlijks vooruitgang boeken. Een belangrijk traject is het locatieonderzoek voor de nieuwe Reestoeverschool, dat we samen met de Mackayschool, Cosis en de gemeente Meppel uitvoeren. De resultaten worden in 2025 verwacht. Dit onderzoek sluit aan bij de bredere ontwikkeling van inclusieve en geïntegreerde voorzieningen in de regio, gericht op toekomstbestendig onderwijs richting 2035. De aanbesteding voor de bouwprojectmanager van Kindcentrum Nieuwveense Landen is in 2024 succesvol afgerond. De gemeenteraad heeft daarnaast besloten tot een tijdelijke onderwijsvoorziening in het LeerWerkCentrum binnen de wijk, als tussenoplossing. Ook op energiegebied zijn stappen gezet. In 2024 is Promes overgestapt van Greenchoice naar Vattenfall, wat dankzij een gezamenlijke aanbesteding met meerdere partners leidde tot aanzienlijk lagere energiekosten.

Tegelijk bereiden we een schadeclaim voor naar aanleiding van de verplichte overstap van Gasprom naar Greenchoice, die leidde tot een aanzienlijke verhoging van onze energieuitgaven. We verwachten hierover in het voorjaar van 2025 duidelijkheid. Binnen al onze schoolgebouwen zijn CO₂-meters geplaatst. Deze leveren via een centraal dashboard waardevolle informatie op over het binnenklimaat. De uitkomsten zijn met de GMR gedeeld. Naast gedragsaanpassingen (zoals beter ventileren) zijn ook technische verbeteringen doorgevoerd, zoals optimalisatie van ventilatiesystemen en het plaatsen van screens tegen hittestress.

32

Daarnaast is gestart met de vervanging van conventionele TL-verlichting door energiezuinige LEDverlichting, en zijn er klimaatmaatregelen getroffen in schoolgebouwen – zelfs waar dit invloed heeft op complexe nieuwbouw- of renovatiebesluiten. De vervanging van ketelregelingen in meerdere gebouwen leidde tot aantoonbaar lager gasverbruik, een trend die we nauwgezet blijven volgen. In Staphorst zijn gesprekken gaande over het integreren van de vernieuwbouw van Kindcentrum De Iekmulder en de kinderopvang met andere gemeenschapsvoorzieningen. Dit traject wordt in 2024 en 2025 verder uitgewerkt. Naar verwachting wordt uiterlijk zomer 2025 een besluit genomen over nieuwbouw in een multifunctionele accommodatie of renovatie op de huidige locatie. Het beheer van kleine blusmiddelen en brandmeldcentrales is geprofessionaliseerd via langdurige contracten met gespecialiseerde leveranciers. Tevens is een meerjarenplan opgesteld voor de vervanging van speeltoestellen, waarmee we gericht kunnen investeren in deze essentiële voorzieningen. De uitvoering van het vervangingsplan voor verlichting en de doorontwikkeling van speel- en gymtoestellen zijn in 2024 voortgezet. Waar renovatie of nieuwbouw aanstaande is, blijven we terughoudend met investeringen, maar zetten we ons onverminderd in voor een veilige en uitnodigende leeromgeving voor leerlingen, ouders en medewerkers.

Vooruitkijkend naar 2025 staan onder meer de heraanbesteding van onze schoonmaakdiensten (in samenwerking met VOMEO) op de planning, met nog verdere professionalisering op het gebied van inkoop. We blijven bouwen aan een duurzame, toekomstgerichte leer- en leefomgeving. Tegelijkertijd baart het tempo van gemeentelijke visievorming en besluitvorming in Meppel ons enige zorgen: goede huisvesting voor onze jongste generatie vraagt om meer urgentie. 3.4 Financieel Beleid 3.4.1 Kengetallen Grens

Liquiditeit Solvabiliteit 2 Rentabiliteit Weerstandsvermogen

1,5 – 2,0% <30% 3-jarig <0% 5%-20%

2024

2,5 67,5% -2% 13,4%

De solvabiliteit ligt o.a. door de NPO-middelen relatief hoog. Wanneer de solvabiliteit wordt berekend exclusief de NPO-middelen die niet zijn uitgegeven, dan ligt de solvabiliteit op 58,5%. 3.4.2 Opstellen begroting Bij het opstellen van de begroting is het bestuursplan en het vastgesteld beleid leidend voor het opstellen van de begroting. De begroting wordt in stappen opgebouwd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de begrotingsapplicatie van OnderwijsbureauMeppel. Allereerst wordt de leerlingenprognose van een jaar daarvoor bijgesteld op basis van de meest recente leerlingenteldatum, de gemeentelijke prognose, de schoolprognose en de trend.

33

Vervolgens de formatie. De formatie wordt uit de salarisadministratie gehaald. De ingelezen formatieve inzet van de maand is nagenoeg een blauwdruk van het bestuursformatieplan en wordt voor de komende kalenderjaren doorgezet waarin reeds bekende toekomstige mutaties in de personele bezetting worden verwerkt (pensioen, verlof, etc.) passend bij het verstrekte fte-budget aan de school (o.a. o.b.v. leerlingprognose). Vervolgens worden de overige posten begroot. Dit geschiedt op basis van ervaringscijfers, recente ontwikkelingen en beleidsvoornemens. De schooldirecteuren maken de investeringsplannen, die voortkomen uit de schooljaarplannen. Deze investeringsplannen worden meegenomen in de begroting voor zover de afschrijvingslasten van die investeringen passen binnen de schoolbegrotingen. De schoolbegrotingen zijn integraal onderdeel van de Promes-begroting. Leidend is dat de schoolbegroting sluitend moet zijn binnen de budgetten waar de schooldirecteur budgetverantwoordelijkheid voor draagt. De huisvestingslasten worden wel op schoolniveau begroot, maar worden volledig gecompenseerd vanuit bovenschools. Hierdoor zijn de specifieke gebouwkosten wel inzichtelijk op schoolniveau. 3.4.3 Toekomstige ontwikkelingen De Voorjaarsnota 2025 brengt aanzienlijke financiële veranderingen voor het primair onderwijs met zich mee.

Hoewel de prijsbijstelling voor 2025 is vastgesteld op 3,0%, resulteert dit in een beperkte verhoging van de bekostiging met slechts 0,326% ten opzichte van 2024. Een zorgwekkende ontwikkeling is het besluit om vanaf 2027 geen loon- en prijsbijstelling toe te passen op de gerichte bekostiging voor basisvaardigheden. Dit betekent dat het bedrag van €182 per leerling niet wordt aangepast aan de stijgende kosten, wat effectief neerkomt op een bezuiniging van €48,1 miljoen per jaar vanaf 2030. Daarnaast wordt de subsidieregeling School en Omgeving vanaf 2026 met €94,6 miljoen gekort. Hoewel het programma beperkt wordt voortgezet, zullen alleen scholen met de hoogste onderwijsachterstandsscores prioriteit krijgen. De PO-Raad uit haar bezorgdheid over deze ontwikkelingen en benadrukt het belang van een stabiele en voorspelbare financiering om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Zij pleit voor het integreren van tijdelijke subsidies, zoals School en Omgeving, in de structurele bekostiging van scholen. Tot slot is het nieuwe financieringsstelsel voor de kinderopvang opnieuw uitgesteld, nu naar 2029. Dit vertraagt de integratie van kinderopvang en primair onderwijs, wat gevolgen kan hebben voor de samenwerking tussen scholen en kinderopvangorganisaties. 3.4.4 Treasury In 2023 heeft Promes het Treasurystatuut herijkt en vastgesteld.

Het Treasurystatuut voldoet daarmee aan de wettelijke kaders zoals opgenomen in de “regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016”. In dit statuut is de handelwijze omtrent beleggen en belenen vastgesteld.

34

Promes heeft naast de rekening-courant rekeningen een tweetal spaarrekeningen bij de huisbankier de Rabobank die allen voldoen aan bovenstaande regelgeving. In 2024 besloot het College van Bestuur tot Schatkistbankieren, conform het Treasurystatuut. Dit is in december 2024 geactiveerd. De rentebaten worden in 2025 per kwartaal zichtbaar in de managementrapportages. Omschrijving RC rekeningen Rabo spaarrekeningen Schatkistbankieren Totalen

31-12-2024

31-12-2023

€ 26.850 € 2.005.778 € 2.671.237 € 4.703.865

€ 2.714.755 € 1.985.981 € 4.700.736

Via deze link vindt u de koppeling naar de Treasurystatuut van Promes. 3.4.5 Allocatie van middelen De begroting en verdeling van de middelen wordt jaarlijks vastgesteld door het bestuur. Echter nadat het is voorgelegd aan de directeuren (ter advisering), aan de gemeenschappelijke medezeggenschap (ter advisering) en aan de raad van toezicht (ter goedkeuring). Significante tussentijdse wijzigingen worden voorgelegd aan de eerdergenoemde actoren. Bijvoorbeeld: een begrotingswijziging is in het voorjaar van 2024 voorgelegd aan de directeuren, GMR en de RvT en betrof een extra uitgave t.b.v. onderwijsgevend personeel van 175.000 euro voor schooljaar 2024-2025. Hierdoor ontstond extra formatieve ruimte in de schoolbegrotingen. Begroten op aantal leerlingen en T-systematiek T-systematiek Het aantal leerlingen op 1 februari in het kalenderjaar t is nog niet bekend op het moment van begroten maar kan wel goed worden ingeschat wanneer de begroting wordt gemaakt. Het schooljaar is dan al van start gegaan en scholen weten vrij nauwkeurig wat de (kleuter)instroom zal zijn tussen de eerste schooldag en de daaropvolgende 1 februari. Door te alloceren op basis van 1 februari t ontvangen scholen middelen voor de leerlingen die er daadwerkelijk zijn in de eerste zeven maanden van het jaar. Na-ijl effecten door groei en krimp worden hierdoor gedempt.

Op basis van de T-systematiek worden de middelen verdeeld over de scholen. Hierbij worden vastgestelde normen gehanteerd. Er wordt nagenoeg 15-20% van de bekostiging ingezet ten behoeve van gezamenlijke activiteiten (scholing, vervangingskosten, advieskosten, accountantskosten, bestuurskantoor, etc.). Doelbekostiging/ geoormerkte middelen De geoormerkte middelen en middelen die instemming behoeven van de (P)MR worden volledig doorgezet aan de scholen – denk hierbij aan de middelen vanuit het NPO, voor werkdrukvermindering en voor de professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders, of aan specifieke doelsubsidies vanuit het Rijk of de gemeente. Voor de NPO-middelen was in de afgelopen jaren afgesproken met de schoolleider en GMR dat 75% van de middelen naar de scholen gaat en 25% wordt aan gezamenlijke ontwikkeling besteed. Het bedrag voor werkdrukverlagende middelen wordt rechtstreeks toebedeeld aan de scholen.

35

De aanvullende bekostiging Onderwijsachterstandenbeleid gaat volledig naar de scholen met de verdeelsleutel van de achterstandsscores van de scholen. De aanvullende bekostiging eerste opvang vreemdelingen en asielzoekersleerlingen gaat volledig naar de school. De kleinescholentoeslagen gaan volledig naar de scholen die daarvoor in aanmerking komen. Onderliggende principe van het voorgaande is dat het college van bestuur een nieuwe interne herverdeling van de middelen - zoals deze door de Rijksoverheid beschikbaar worden gesteld – tot een minimum beperkt en louter op basis van solidariteit tot gezamenlijke, ongelijke of andere beredeneerde inzet van middelen komt. SWV PO-middelen Wij passen 130 euro per leerling (regulier onderwijs) toe als “hard” bedrag in het allocatiemodel. De overige middelen worden ingezet om de basisondersteuning ongelijk in te zetten om tot versterking van de algehele basisondersteuning binnen de stichting te komen. Restant van de middelen wordt ingezet in het gezamenlijk beleid naar inclusiever onderwijs (Onderwijs ondersteuningsteam, HBspecialist en incidentele uitgaven voor versterking basis- en extra ondersteuning op scholen). Het ontvangen bedrag van 130,- euro per leerling is vele malen lager dan in de regio Steenwijk en Hoogeveen. Dit door keuzes die in het verleden zijn gemaakt in de regio Meppel.

Het college van bestuur merkt dat in toenemende mate de inrichting van het samenwerkingsverband PO 2203 gaat kantelen om de basisondersteuning en bestuurskracht vanuit het samenwerkingsband toe te laten nemen. De grootte van de school Promes kent scholen van verschillende grootte. De OCW-berekening van (zeer) kleine scholen toeslag doet niet altijd recht aan de werkelijke situatie. Voor nu is gekozen aan het doorzetten van de toeslag direct aan de scholen. Uit het eigen vermogen van de stichting plussen wij tekorten bij. In de komende jaren zal wegens overheidsbeleid en ontwikkeling in het veld middelen moeten worden bijgesteld. Wellicht een heroverweging van allocatie op dit punt. Minimale inzet voor goed onderwijs Er is een aantal afspraken gemaakt over wat een school minimaal nodig heeft om goed onderwijs te geven, in fte. Dit geldt voor een minimum voor kwaliteitscoördinator en directeur. Ook kan een kleine school niet minder dan drie groepen draaien. De allocatie van middelen is binnen stichting Promes via het directeurenberaad tot stand gekomen. Sommige allocaties zijn vanaf de invoering lumpsum (2006) tot stand gekomen, andere zijn in de loop der tijd ontstaan. Zorgelijk is de toename van het aantal subsidies en de relatieve daling van middelen die voor de structurele bekostiging beschikbaar is.

De Rijkoverheid heeft bezuinigingen en gerichte bekostiging aangekondigd wat tot onzekerheid leidt in het uitvoeren van goed onderwijs dat past bij de context van elke school. 3.4.6 Onderwijsachterstandenmiddelen De onderwijsachterstandsmiddelen (OAB) worden o.b.v. de schoolscores van het CBS verdeeld over de scholen. De OAB-middelen worden volledig verstrekt aan de scholen. Dit was in 2024 € 387.324. Aangezien met de komst van de AOB-middelen, de impulsregeling is komen te vervallen, is deze op

36

eenzelfde wijze gealloceerd als de impulsregeling. Er heeft geen nieuw besluitvormingsproces plaats gevonden. De OAB-middelen zijn in de school ingezet voor o.a. het formeren van kleinere groepen en de inzet van ondersteuning voor de leerlingen met een achterstand, en ook deels voor materiaal dat ondersteunend is aan de leerlingenpopulatie. Vroegschoolse educatie grotendeels op orde De vroegschoolse educatie is op scholen voldoende op orde. Er zijn wel verbeterpunten, waaronder de doorontwikkeling met de voorschool. Daarop is in 2024 ingezet met een VE-coach in afstemming met de gemeente Meppel. Een goede samenwerking tussen de voor- en de vroegschool is nodig voor de doorlopende ontwikkeling van de leerlingen met risico’s op onderwijsachterstanden. Geconstateerd wordt dat het non-bereik relatief hoog is in Meppel en Staphorst en de signalering onvoldoende. Derhalve lopen de scholen middelen en tijdige ondersteuning mis en moet binnen reguliere bekostiging extra inzet worden gepleegd, op een later moment dan mogelijk was. Voor een kansrijke start vanaf de vroegste levensjaren is het belangrijk dat de toegang tot en het bereik van de voorschoolse educatie worden verhoogd zodat alle doelgroepkinderen hieraan kunnen deelnemen.

Ook is meer aandacht voor duidelijke afspraken en concrete doelen tussen gemeenten en ketenpartijen nodig en versterking van de samenwerking tussen de voor- en vroegschool. Dit is belangrijk voor de doorlopende ontwikkeling van de leerlingen met risico’s op onderwijsachterstanden. Promes zet zich in de LEA en in het veld expliciet in om dit thema op de agenda te houden. 3.4.7 Nationaal Programma Onderwijs In februari 2021 startte het NP Onderwijs met een duidelijk doel: school- en studievertraging door de coronapandemie inhalen, verdere vertraging voorkomen en het welbevinden van leerlingen en studenten herstellen. Promesscholen hebben tot en met het schooljaar 2024/2025 om dit geld te besteden. In augustus 2025 is de volledige reserve van NPO afgebouwd. Resultaatindicatoren INDICATOR

DOEL

STAND VAN ZAKEN

Leerprestaties

De leerprestaties van leerlingen voor

In het vierde schooljaar sinds het uitbreken

van leerlingen

taal en rekenen-wiskunde zijn zo snel

van de corona-pandemie is de leergroei van

mogelijk, maar in ieder geval aan het

leerlingen gemiddeld weer relatief op

einde van de looptijd van het

hetzelfde niveau als voor de pandemie. We

NP Onderwijs (zomer 2025) weer op

zien wel verschillen per leerjaar.

het peil van voor de coronapandemie. Kansengelijkheid

Doelgroepen die door de

In het vierde schooljaar sinds het uitbreken

van leerlingen

coronapandemie een grotere

van de pandemie zijn er geen betekenisvolle

leervertraging hebben opgelopen,

verschillen meer tussen leerlingen van

maken een extra grote inhaalslag,

praktisch en theoretisch opgeleide ouders bij

zodat na afloop van het programma de

begrijpend lezen en rekenen-wiskunde. Het

kansengelijkheid weer is hersteld.

lijkt erop dat we bij spelling een

37

iets relatief gunstigere ontwikkeling zien bij leerlingen met praktisch opgeleide ouders ten opzichte van de situatie voor de pandemie. Welbevinden en

Scholen hebben aandacht voor het

Een deel van de scholen zet geld in voor het

executieve

welbevinden, de executieve

welbevinden en de executieve vaardigheden

vaardigheden

vaardigheden en de sociaal-emoti-

van hun leerlingen. Schoolleiders zijn

van leerlingen

onele ontwikkeling van leerlingen en

overwegend positief over de effecten van

nemen passende maatregelen.

deze interventies. Zij maken zich vaak nog wel zorgen over deze aspecten. Een deel van de leerlingen worstelt nog altijd met emotionele problemen of aandachtsproblemen.

De metingen van resultaten is en blijft lastig. Causaliteit is niet het uitgangspunt, wel een mate van samenhang. Zo heeft de impuls op de kwaliteitszorg binnen de stichting positief effect op zicht op ontwikkeling, de aanpassing in didactisch-pedagogische vaardigheden en het onderwijsaanbod. In de afgelopen jaren zijn er middelen beschikbaar gekomen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Deze middelen zijn op basis van leerlingaantallen van scholen toegekend aan het bestuur. Daarnaast zijn extra middelen toegekend aan scholen die een achterstandsscore hebben zoals het CBS die jaarlijks vaststelt voor alle scholen. Het gespecialiseerd onderwijs heeft een hoger bedrag per leerling ontvangen dan het regulier basisonderwijs. Het bestuur heeft ervoor gekozen de middelen niet over twee jaar, maar over vier jaar in te zetten. Dit is gedaan in overleg met de GMR, de RvT en het directeurenberaad. Het effect van het persé uitgeven van de middelen is niet duurzaam en de uitvoerbaarheid staat door het lerarentekort, personeelsplanning, mobiliteit en verplichtingen onder druk. De Minister van OCW was dezelfde mening aangedaan waardoor de ingezette werkwijze door Promes ook formeel mag. Alle middelen worden aan de scholen toegekend op basis van de informatietool van het ministerie. Bovenschools vindt inzet plaats vanuit de NPO-middelen op kwaliteitsimpulsen.

Dit is gedaan in overleg met de GMR, de RvT en het directeurenberaad. Aan alle scholen is gevraagd een schoolprogramma per jaar te maken waar een schoolscan aan ten grondslag ligt. Deze schoolscan is door alle scholen gemaakt. Hierin is gebruik gemaakt van (cognitieve) onderwijsresultaten, maar ook van de leerlingenquête die sociaal-emotionele aspecten toetst. Het schoolprogramma is inclusief schoolscan met het team en de medezeggenschap (MR) vroegtijdig besproken. Hierin zijn leerkrachten uitgebreid betrokken. De ouders van de school zijn betrokken doordat zij afgevaardigd zijn in de oudergeleding van de MR. Daarna hebben medewerkers van het bestuurskantoor alle plannen van feedback voorzien. Vervolgens hebben alle MR’en van de scholen instemming verleend aan de afzonderlijke schoolprogramma’s. De NPO-inzet is voor ongeveer 50% van de totale middelen op extra personeel ingezet. Zowel onderwijspersoneel als onderwijsondersteunend personeel is in de plannen opgenomen. Dit personeel wordt voornamelijk ingezet voor begeleiding in kleine groepen, één-op-één begeleiding, meer instructietijd en het verkleinen van klassen/voorkomen van combinatieklassen.

38

Naast de inzet van extra personeel is veelal ingezet op professionalisering. Het gaat hier specifiek om professionalisering op didactiek, rekenen of taal. Ook wordt er veel ingezet op begeleiding van teams, collegiale visitatie en observaties. Enkele scholen hebben er voor gekozen lesmateriaal/methodes en ICT-middelen aan te schaffen. Dit kan alleen voor de afschrijving die in de planperiode plaatsvindt. Tot slot zijn er enkele scholen die naar aanleiding van de schoolscan inzetten op een interventie in specifieke groepen op sociaalemotioneel gebied. De voorlopig niet-bestede NPO-gelden worden op de balans opgenomen als een bestemmingsreserve. In 2024 is de bestemmingsreserve verder uitgenut. De bedoeling is dat na afloop van de NPO-periode (31 juli 2025) de niet bestede gelden als bestemmingsreserve NPO worden gelabeld en de daaropvolgende schooljaren alsnog in de geest van de NPO-regeling worden besteed. De besteding van de NPO-middelen aan de grootste interventie (menukaart OCW) door de scholen is hieronder opgenomen. De medezeggenschapsraden hebben instemming gegeven op de voorgelegde begrotingen. Interventies gericht op effectievere inzet van onderwijs om kennis en vaardigheden bij te spijkeren (45%). Interventies gericht op sociaal-emotionele en fysieke ontwikkeling van leerlingen (1%).

Interventies gericht op ontwikkeling van de executieve functies van leerlingen (0,2%). Interventies gericht op (extra) inzet van personeel en ondersteuning (35%). Interventies gericht op faciliteiten en randvoorwaarden (in te zetten in combinatie met voorgaande interventies) (19%). Met de GMR en de directeuren is afgesproken dat een deel van de NPO-middelen bovenschool wordt ingezet voor kwaliteitsimpulsen die voor alle scholen of een deel daarvan van toegevoegde waarde is. De interventies die bovenschools gedaan zijn/worden zijn opgenomen in een NPOrapportage waarmee de GMR in 2023 instemde. Daarmee zijn de interventies gericht op faciliteiten en randvoorwaarden in de kwaliteit van onderwijs.

39

3.5 Risico’s en risicobeheersing 3.5.1 Intern-risicobeheerssyteem Het CvB inventariseert in de begroting de risico’s waarvan zij het belangrijk acht om die op te nemen. Het betreft dan tijdelijke budgetten, risicovolle inkomsten en het aangaan van overeenkomsten die niet op korte termijn kunnen worden beëindigd. Daarnaast informeert het CvB de RvT per kwartaal over de voortgang van de financiën in de kwartaalrapportages. 3.5.2. Belangrijkste risico’s en onzekerheden De grootste risico’s zijn hieronder samengebracht en financieel vertaald. NR

RISICO

KANS IMPACT

MEERJARENBEGROTING

FINANCIËLE WEERSTANDS- TOTALE IMPACT VERMOGEN SCORE (MAX)

1 Bij ontslagverlening bestaat het risico dat het participatiefonds de claim van het UWV niet overneemt en Promes de aanvulling op de uitkeringen moet betalen

Middel Middel Vanaf 2023 meerjarig opnemen in meerjarenbegroting voor uitkeringen en transitievergoedingen.

€

115.000 €

57.500

4

2 Ziekteverzuim

Groot

Middel In de meerjarenbegroting zijn de kosten voor ziektevervanging meegenomen.

€

250.000

€

187.500

5

3 Onvoldoende beheersing van de formatie (inclusief boventalligheid, vergrijzing, stijging werkgeverslast, RVU regeling en ketenbepaling)

Klein

Groot

€

400.000 €

200.000

4

4 Kwetsbaarheid stafbureau, vz cvb, IBers en directiefuncties

Middel Middel In de begroting is een post voor interim en investeren in oplossingen opgenomen. Middel Groot In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met een leerlingendaling inclusief bijbehorende lagere bekostiging.

€

300.000 €

150.000

4

€

146.000 €

109.500

5

7 Concurrentiepositie en marktaandeel

Middel Middel Budget opnemen in MJB

€

50.000 €

25.000

4

8 In- en uitstroom asielzoekers en vreemdelingen

Middel Middel

€

400.000 €

200.000

4

9 Onderhoud: achterblijven kortetermijn Middel Middel In de MJB is de dotatie aan de € oplossingen in IHP en verouderde gebouwen onderhoudsvz opgenomen. in stand houden. 10 Tussentijdse aanpassingen Rijksbekostigingen: Middel Middel Nog niet van toepassing. € kleine scholen toeslag, achterstandsgelden en lagere indexering.

255.000 €

127.500

4

125.000 €

62.500

4

11 Kwaliteit onderwijs

100.000 €

50.000

4

€ 2.141.000 €

1.169.500

5 Daling leerlingenaantallen

Normen voor formatie zijn verwerkt in de meerjarenbegroting.

Middel Middel

€

totaal

De bedragen zijn afgerond en betreffen bedragen per jaar. Voor het bepalen van de financiële impact is een gemiddelde personeelslast van € 94.000. Middels een kans en impact is een totaalscore bepaald welke leidt tot een bedrag in de kolom weerstandsvermogen. Samenvatting en conclusie Volgens deze risicoanalyse bedraagt het afdekken van de huidige financiële risico’s € 1.169.500.

40

De huidige vrije algemene reserve bedraagt ultimo 2024 € 1.663.121. De vrije algemene reserve is toereikend om de financiële risico’s af te dekken. Hierbij wel een opmerking dat de dotatie aan de voorziening onderhoud gebouwen vanaf 2023 van overheidswege is gewijzigd. Dit is verwerkt in de jaarrekening van 2023. Deze stelselwijziging heeft effect op de exploitatie en balanspositie is. Het college van bestuur stelt vast dat deze wijziging tot nu toe een negatief effect heeft gehad op de balans en exploitatie, ten koste van middelen die beschikbaar waren. Een andere opmerking is dat enkele tonnen aan NPO-middelen nog niet zijn uitgegeven, doordat scholen de keuze hebben gemaakt deze gelden niet in twee jaar maar in vier jaar uit te geven. Daardoor kunnen wij de aangetrokken collega’s duurzamer behouden voor ons onderwijs en inzetten op een duurzame wijze. De directeur en het team hebben met de medezeggenschapsraad de directe zeggenschap over deze middelen, gelijk als de werkdrukverlagende middelen. Het college van bestuur koos wel voor een ‘goedkeuringsbevoegdheid’ op de NPO-plannen op schoolniveau. De conclusie kan getrokken worden dat Promes momenteel een financieel gezonde organisatie is die de beschreven risico’s kan afdekken. Het weerstandsvermogen is op peil en er is geen noodzaak om dat weerstandvermogen te verlagen of te verhogen.

Wel is het noodzaak om te sturen op een meerjarenbegroting die de komende jaren sluitend is en beredeneerde daling van het vermogen op de eerstkomende twee jaren. 3.5.3 Informatiebeveiliging en privacy Promes heeft in 2024 niet stilgezeten. Er is een nieuw Koersplan opgesteld, de organisatie is overgestapt naar een nieuwe ICT-partij en er is veel geïnvesteerd in nieuwe apparatuur. Er ligt op alle locaties glasvezel, er is een gastennetwerk aangelegd en Promes is overgestapt op internetbellen en er zijn nieuwe laptops ingericht en verstrekt aan de medewerkers. Daarnaast heeft de samenwerking met VOMEO (Voortgezet Onderwijs Meppel e.o.) meer handen en voeten gekregen op het gebied van informatiebeveiliging en privacy. Promes gebruikt de AVG-tooling van YourSafetynet voor het beheren van het managementsysteem voor Informatiebeveiliging en Privacy (IBP). Deze GRC-tool (Governance Risk Compliancy) wordt als verantwoordingsmiddel richting stakeholders en Autoriteit Persoonsgegevens (AP) gebruikt. Met de komst van het Normenkader is er een nieuwe workflow Normenkader IBP ontwikkeld die gaandeweg de ‘oude’ IBP-workflow zal vervangen. Incidenten en datalekken De functionaris gegevensbescherming heeft drie incidenten beschreven in haar jaarverslag 2024. Het betrof in alle gevallen een verdachte ontvangen mail met het verzoek actie te ondernemen.

Eén incident is geclassificeerd als Spam, één betrof een phishingmail en het derde incident een geval van CEO-fraude waarin gevraagd werd snel een groot bedrag over te maken. Niemand heeft op de phishingmails geklikt en de CEO-fraude werd tijdig als zodanig herkend. De externe ICT-organisatie (Comlog) heeft deze laatste mail direct verwijderd. Er hebben zich geen datalekken voorgedaan. De Functionaris Gegevensbescherming is betrokken bij één incident. Alle incidenten zijn opgenomen in het incidentregister in YSN. Een melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens was niet nodig omdat er niet geklikt is op de mails en er dus geen risico is ontstaan voor de betrokkenen. Er zijn geen incidenten gemeld die intern zijn ontstaan, dit lijkt over

41

een heel jaar enigszins onwaarschijnlijk. In 2025 zal daarom in het kader van de bewustwording aandacht aan het melden van incidenten geschonken worden. Normenkader ICT Het Normenkader is geen vervanging van de AVG maar door de maatregelen te implementeren die (met name) voortkomen uit de privacynormen, voldoet een organisatie wel aan een aantal verplichtingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AGV). Daarnaast blijven de principes vanuit de AVG van toepassing zoals rechtmatigheid van de verwerking van persoonsgegevens, doelbinging en dataminimalisatie. In 2024 is een nulmeting van het Normenkader afgerond. Daarmee is de status met betrekking tot het Normenkader in kaart gebracht. De laatste openstaande onderdelen vanuit de ‘oude’ IBPworkflow komen terug in het Normenkader. Vanaf 2025 richt Promes zich dus volledig op de workflow Normenkader IBP. Het Normenkader vraagt om een duidelijke structuur van informatiebeveiliging en privacy. Het is geen afvinklijstje van losse normen maar betreft een samenhangend geheel van eisen waarop maatregelen moeten worden genomen (managementsysteem). Daarbij wordt gekeken naar de risico’s, dat wil zeggen waar de organisatie een hoog risico loopt zullen meer maatregelen getroffen moeten worden. In een document Roadmap zijn de scores (volwassenheidsniveaus) voor alle normen van het Normenkader ingevuld.

Kennisnet heeft voor het Normenkader een Groeipad ontwikkeld en adviseert het Normenkader aan de hand van dit Groeipad aan te pakken. Het uitvoering geven aan het Normenkader is voor een kleinere organisatie als Promes een uitdaging waarbij het de vraag is of wij tijdig en volledig aan het Kader kunnen voldoen. Het streven vanuit de landelijke onderwijspartijen is dat begin 2027 alle 94 normen op volwassenheidsniveau 3 staan binnen het PO/VO-onderwijs. Dit betekent dat gemiddeld iedere week één norm afgehandeld moet worden. Het Groeipad bestaat uit 5 fasen met deelprojecten die een bepaalde volgordelijkheid hebben. Wij starten met fase 1 en dan vervolgens naar fase 2 etc. Sommige normen komen in meerdere fasen terug en worden dan verder uitgediept. Fase 1 Bestaat uit 8 deelprojecten met 16 normen waarbij het fundament wordt gelegd (scheppen randvoorwaarden) om de normen uit het Normenkader toe te kunnen passen (strategie en visie, rolverdeling, inventarisatie en classificatie data). Fase 2 Bestaat uit 12 deelprojecten met 36 normen waarbij de normen in een bepaalde volgordelijkheid worden behandeld waarbij de normen die de grootste risico’s afdekken als eerste worden behandeld. Fase 3 en 4 Fase 3 bestaat uit 8 deelprojecten met 24 normen en Fase 4 bestaat uit 19 normen, waarbij net als in fase 2 de volgorde en risico’s leidend zijn.

Fase 5 Bestaat uit 10 deelprojecten met 16 normen. In fase 5 worden de puntjes op de i gezet waarbij de processen worden verfijnd en geoptimaliseerd. Per norm worden de eisen bij de verschillende volwassenheidsniveaus aangegeven (in de vorm van voor gedefinieerde taken). Een volwassenheidsniveau wordt op afgerond (groen) gezet als alle bijbehorende taken zijn uitgevoerd en afgevinkt. De stappen die genomen moeten worden zijn daarmee bekend vanuit het Groeipad en daarmee is de inhoud van de roadmap (wat te doen en in welke volgorde) op hoofdlijnen bepaald. Resteert om hier een tijdlijn aan te hangen. Vanuit de nulmeting zijn alle gescoorde volwassenheidsniveaus ingevuld in het document Roadmap Promes.

42

3.6 Nieuwkomersonderwijs In de gemeente Meppel wordt al lange tijd onderwijs voor nieuwkomers georganiseerd. In de loop van 2022 is daarnaast het onderwijs aan Oekraïense vluchtelingen opgezet in Meppel, Staphorst en Westerveld. In eerste instantie tijdelijk en in afwachting van een mogelijke snelle terugkeer van deze groep. OCW en LOWAN vroeg Promes om de Nieuwkomersvoorziening op te schalen en verzorgde tot augustus 2024 op vier locaties nieuwkomersonderwijs (NKO) voor de regio. OCW en LOWAN vroeg VOMEO om een tijdelijke voorziening te treffen voor Oekraïense leerlingen. Eind 2023 werd duidelijk dat snelle terugkeer voor veel Oekraïners geen sprake is. Daarnaast kent het bestaande nieuwkomersonderwijs een groei vanwege de toename van het aantal andere vluchtelingen, migranten en statushouders in onze gemeenten. Een groot deel van deze groep heeft aangeven in Nederland te willen blijven. Het begrip nieuwkomers staat voor een grote en diverse groep. De Welkomst – naam van Nieuwkomersschool per 1 augustus 2024 – richt zich op alle kinderen van 2-18 jaar van expats, immigranten, asielzoekers, statushouders en vluchtelingen in Meppel, Staphorst, Westerveld, Steenwijkerland en De Wolden. Daarbij wordt afgestemd met de omliggende gemeenten en nieuwkomersvoorzieningen (Hoogeveen en Steenwijk). Het aantal nieuwkomers in onze gemeenten zal de komende jaren ten minste gelijk blijven.

We hebben ervaren hoe ingewikkeld het soms is om kwalitatief goed onderwijs aan nieuwkomers aan te bieden, in het bijzonder vluchtelingen. Er moet nagedacht worden over vervoer, gebouwen, geschoold personeel, financiën en het verdelen van de verantwoordelijkheden. Deze ontwikkelingen zijn voor het onderwijs en de gemeenten aanleiding om te komen tot een integraal plan onderwijs aan nieuwkomers in de gemeenten voor primair en voortgezet onderwijs. Tot het opstellen van dit plan is besloten in het overleg tussen de besturen Promes en VOMEO en de gemeente Meppel en Staphorst (mei 2023). In de loop van het jaar sloten de omliggen de gemeenten aan. Ook omdat het een feit is Promes de maatschappelijke handschoen de afgelopen ruim 20 jaar al oppakt en dat de voorziening al die tijd een regiofunctie heeft. Nu echter met grotere aantallen en een te verwachten lange tijd aanhoudende instroom. Doel was om tot een toekomstbestendig voorziening te komen, zodat goed op snelle veranderingen – zoals groei en krimp – kan worden ingespeeld. Daarbij hebben we ook oog voor de voorschoolse periode, voor het MBO en voor het feit dat de NKO en de ISK een regionale functie heeft. We nemen als schoolbesturen (Promes en VOMEO) en gemeenten gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor de uitvoering.

Er zijn onderdelen waar één van de partijen de regie over heeft en er zijn onderdelen die een gezamenlijke regie kennen. Voor alles geldt dat een goede informatie-uitwisseling van groot belang is. Voor de uitvoering zijn verschillende bouwstenen van het nieuwkomersonderwijs beschreven en hoe deze zich tot elkaar verhouden. Alle onderwijsbesturen in de aangesloten gemeenten hebben het convenant ondertekend, waarin afspraken zijn gemaakt voo in-, uit- en doorstroom van leerlingen. Doel bij dit alles is dat alle nieuwkomers een NT2-aanbod krijgen waarmee ze kunnen doorgroeien in het regulier basis-, voortgezet en beroepsonderwijs. In het beleid zijn visie en uitgangspunten geformuleerd, gekoppeld aan wet- en regelgeving en gericht op onze situatie in Meppel, Staphorst, Westerveld, Steenwijkerland en De Wolden en de regio.

43

In het convenant en samenwerkingsovereenkomst met gemeenten zijn afspraken vastgelegd voor de komende jaren. In het Visiedocument beschrijven we de onderdelen van het nieuwkomersonderwijs op inhoudelijke aspecten en procesafspraken. Het visiedocument zal daarmee voor langere tijd als basis dienen voor ons nieuwkomersonderwijs. Het uitvoeringsplan is een dynamisch document dat regelmatig bijgesteld zal worden. Deze documenten in op de website van De Welkomst te vinden. Het nieuwkomersonderwijs beweegt op en neer met de situatie in de wereld. In oorlogstijden groeien vluchtelingenstromen en neemt het aantal asielzoekers en vluchtelingen toe. Ook de economische situatie in het buitenland is van invloed op het aantal arbeidsmigranten dat naar Nederland komt. Maar ook als de onrust in de wereld afneemt, betekent dat voor nieuwkomersvoorzieningen verandering, namelijk een krimpend aantal leerlingen en vertrek van leraren en onderwijsassistenten en -ondersteuners. De hectiek van het moment krijgt daardoor noodgedwongen vaak de overhand. Behoud van expertise en kwaliteit van onderwijs vraagt om het regionaal en duurzamer & robuuster organiseren van onderwijs aan nieuwkomers.

Daarom sloegen VOMEO en Promes de handen ineen, in nauwe samenwerking met de betrokken, gemeenten en het ministerie van OCW: - Op het gebied van onderwijsinhoud, onderwijskundige organisatorische mogelijkheden, expertise opbouw, delen en behoud - Vanuit de maatschappelijke opdracht en waarden en normen die de organisaties kennen - Het kunnen dragen en dekken van risico’s in de exploitatie van de voorziening en duurzaam & robuust organiseren van onderwijs aan nieuwkomers Ook slaan de gemeenten Meppel, Staphorst, Westerveld, Steenwijkerland en De Wolden de handen ineen met de schoolbesturen. Het resultaat van de taalschool De Welkomst is daar een van de uitkomsten van. Doel is dat de voorziening door de tijd heen verandert doordat kennis en expertise in het regulier onderwijs toeneemt. De expertisefunctie verandert mee met de kennis en kunde die nodig is in het regulier onderwijs. Daarmee zal de voorziening per definitie een tijdelijke voorziening zijn, die qua grootte en taakbelasting wijzigt door de tijd. 3.6.1 Oekraïense klassen In april 2022 opende Promes de deuren voor de eerste Oekraïense kinderen. De eerste groep met kinderen hadden geen fysieke gevolgen van de oorlog gezien. Die waren vertrokken met veelal alleen hun moeder, voordat Rusland bommen gooiden in hun omgeving. Dat gold en geldt niet voor de kinderen die daarna in onze klassen kwamen.

Die kinderen vertelden soms hun verhaal: “Er was enorm veel lawaai, heel veel rook en er hing een geur van roet. Dat vond ik heel eng en was bang en kon mijn moeder niet vinden,” vertelt een leerling. Een andere leerling: “Overal in de omgeving stonden gebouwen in brand. Onze school werd 12 uur lang onder vuur genomen.” Hun school - ooit een gebouw met drie verdiepingen met het motto “Succes in het Leren – Succes in het Leven” boven de schoolpoort – raakte helemaal verwoest. De muren zien nu zwart door de explosies, geen enkel raam is nog intact en de gevel is doorzeefd door kogels en granaten. “Toen ik zag hoe onze school in vlammen opging, had ik tranen in mijn ogen.” Kinderen en jongeren in Oekraïne raken hun houvast kwijt doordat ze niet meer naar school kunnen gaan en op de vlucht moeten. In noodsituaties is het voor hen nochtans essentieel om naar school te kunnen gaan, in de eerste plaats om te voorkomen dat ze levenslang de prijs betalen door de

44

misgelopen lessen. Het is een veilige haven waar ze structuur vinden, sociale contacten en waar het leven zoveel mogelijk zijn normale gang gaat in uiterst moeilijke omstandigheden. Het is ook een plaats waar ze begeleiding krijgen om met de traumatische gebeurtenissen en de stress van het conflict om te gaan. De oorlog in Oekraïne heeft een enorme impact op het onderwijs van 5.7 miljoen kinderen. Bij Promes zetten wij ons in om ieder kind toegang te geven tot goed en inclusief onderwijs. De oorlog in Oekraïne viert zijn trieste derde verjaardag, jaren van vele doden en gewonden, miljoenen vluchtelingen en onvoorstelbare fysieke en economische verwoestingen. 3.6.2 Missie van de nieuwkomersklassen (Taalschool De Welkomst) De nieuwkomersklas biedt nieuwkomers van 6 tot 17 jaar de gelegenheid op een veilige plek het Nederlands te leren om op die manier gelijke kansen te bevorderen en te creëren. Kleuters stromen – in beginsel – in het regulier basisonderwijs. De Taalschool zorgt voor veiligheid, een sterke taalbasis en een heldere doorlopende leerlijn zodat alle leerlingen succesvol en met zelfvertrouwen kunnen uitstromen naar een reguliere basisschool, voortgezet onderwijs, MBO, het gespecialiseerd onderwijs.

In de nieuwkomersklas is veel expertise aanwezig die wordt ingezet voor de eigen leerlingen, maar ook om leerkrachten van andere scholen te ondersteunen, zodat de doorgaande lijn van de leerlingen gewaarborgd wordt. Kernwaarden zijn veiligheid, een sterk taalaanbod, stimuleren van diversiteit en vertrouwen in je eigen kracht/ talent. 3.6.3 Doorontwikkeling van de nieuwkomersklassen Door de groei van de nieuwkomersklassen is het aantal collega’s die werken in het NT-2 onderwijs sterk gegroeid. Dat vraagt sterke inzet van de meer ervaren collega’s om zowel te begeleiden als de toename het hoofd te bieden. De groei is zodanig dat een bundeling van expertise van belang is en inzet op gezamenlijke ontwikkeling en scholing. Scholing op het gebied van NT-2, leerlijnen en traumasensitief lesgeven (TSL) is nodig voor waarborging van het goede onderwijs. Vanuit die aanpak is teambuilding belangrijk. Voor de zomer van 2024 is de visie en leerlijn voor de nieuwkomersklassen in gezamenlijk team ontwikkeld. Daarin ook de uitwerking in het verzorgen van een wekenprogramma, met een korte zorgcyclus van 10 weken waarbij wordt gekeken of een leerling de overstap naar het reguliere, gespecialiseerde of voortgezet onderwijs kan maken, en doorgaande lijnen.

Voorts kijken wij naar de samenwerking met het voortgezet onderwijs, die eveneens de maatschappelijk uitdaging heeft goed onderwijs te verzorgen in internationale schakelklassen. Deze inhoudelijke samenwerking wordt in 2025 verder uitgebouwd. De eerste maanden van schooljaar 2024-2025 stond in het teken om het NKO-deel van de school stevig neer te zetten. 3.6.4 Schakelcoördinator De aanstelling van een schakelcoördinator binnen de gemeente Meppel vertegenwoordigt een cruciale en strategische versterking in het streven naar een geïntegreerde educatieve omgeving in Meppel. Dit geldt ook voor gemeente Staphorst. Met een investering van 85.000 euro heeft de gemeente Meppel duidelijk blijk gegeven van haar inzet (kenmerk gemeente Meppel: 2002394/2018756) en voor Staphorst (kenmerk gemeente Staphorst: Z49290) geldt in 2024 een bijdrage van 28.091,84 euro. Wel is dit een eenmalige inzet van middelen en stopt per zomer 2025.

45

De rol is niet alleen een uitbreiding van de traditionele taken van een kwaliteitscoördinator, maar ook een dynamische functie die essentieel is voor het begeleiden van leerlingen door hun gehele traject - van instroom tot uitstroom over de scholen in de regio van De Welkomst (alle schoolbesturen). In 2024 heeft deze rol bewezen een pivotale invloed te hebben. Met de gezamenlijke inspanningen hebben we significante resultaten gerealiseerd in de coördinatie, relatie en erkenning tussen onze samenwerkingspartners. Door actief deel te nemen aan directeurenoverleggen van alle besturen en directe betrokkenheid op de scholen, hebben zij de regie genomen over de doorstroming van leerlingen en belangrijke stappen gezet in het tegengaan van segregatie en het bevorderen van de inen doorstroom van leerlingen. De rol van de schakelcoördinator omvat eveneens het ontwikkelen van beleid en ondersteuning, het dienen als brug tussen regionale voorzieningen en landelijke organisaties zoals DUO, OCW, LOWAN en Vluchtelingenwerk. Dit toont de breedte van hun verantwoordelijkheid en de diepte van hun invloed. Een mijlpaal in 2023-2024 was de start van het opstellen van een convenant tussen schoolbesturen, gericht op het integreren van nieuwkomers na hun intensieve periode op De Welkomst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=aff2b42a-4416-48f6-9626-81e1c06d0328