CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.14 Bomenridders Groningen - Informatieverzoek over de ontwikkelingen nieuw stedenbouwkundig plan Nieuwveense Landen - Boshoven en bijlagen

1 - RAADSVERGADERING 27 maart 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen48.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

7.776.634

7.924.641

148.007

1,9%

Trend in m² publiek groen per woonadres in Maastricht

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

163

149

-14

-8,5%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

26

26

0

0,0%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

74,3%

74,3%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Maastricht

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

32

31

-1

-3,1%

Maastricht

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

41

Nijmegen Trend in kerngegevens Nijmegen

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten

36

36

0

0,0%

Aantal woonadressen

81.225

89.130

7.905

9,7%

Aantal mensen

171.385

188.064

16.680

9,7%

Totaal buurtoppervlak in m²

38.167.724

38.167.724

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

18.369.652

17.698.692

-670.959

-3,7%

Publieke ruimte in de buurt in m²

19.798.073

20.469.032

670.959

3,4%

Groene ruimte in de buurt in m²

10.602.462

10.980.325

377.863

3,6%

Trend in m² publiek groen per woonadres in Nijmegen

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

171

158

-12

-7,2%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

21

23

2

9,5%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

58,3%

63,9%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Nijmegen

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

32

33

1

3,1%

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

71

71

0

0,0%

Aantal woonadressen

313.602

339.402

25.800

8,2%

Aantal mensen

661.700

716.138

54.438

8,2%

Totaal buurtoppervlak in m²

99.123.523

99.123.523

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

34.030.448

34.213.276

182.828

0,5%

Publieke ruimte in de buurt in m²

65.093.075

64.910.247

-182.828

-0,3%

Groene ruimte in de buurt in m²

33.322.130

32.482.426

-839.704

-2,5%

Trend in m² publiek groen per woonadres in Rotterdam

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

151

124

-27

-17,9%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

38

35

-3

-7,9%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

53,5%

49,3%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Rotterdam

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

70

69

-1

-1,4%

Rotterdam Trend in kerngegevens Rotterdam Aantal buurten

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

42

’s-Gravenhage Trend in kerngegevens ’s-Gravenhage

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten

100

100

0

0,0%

Aantal woonadressen

259.382

281.358

21.976

8,5%

Aantal mensen

547.296

593.665

46.369

8,5%

Totaal buurtoppervlak in m²

61.978.367

61.978.367

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

28.097.791

28.369.761

271.971

1,0%

Publieke ruimte in de buurt in m²

33.880.576

33.608.605

-271.971

-0,8%

Groene ruimte in de buurt in m²

14.464.988

14.597.622

132.634

0,9%

Trend in m² publiek groen per woonadres in ’s-Gravenhage

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

102

83

-19

-18,5%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

26

24

-2

-7,7%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

26,0%

24,0%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in ’s-Gravenhage

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

91

90

-1

-1,1%

Trend in kerngegevens ’s-Hertogenbosch

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten

59

59

0

0,0%

Aantal woonadressen

67.167

72.033

4.866

7,2%

Aantal mensen

141.722

151.990

10.267

7,2%

Totaal buurtoppervlak in m²

30.237.858

30.237.858

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

13.675.996

13.574.909

-101.087

-0,7%

Publieke ruimte in de buurt in m²

16.561.862

16.662.949

101.087

0,6%

Groene ruimte in de buurt in m²

8.652.745

8.746.624

93.879

1,1%

Trend in m² publiek groen per woonadres in ’s-Hertogenbosch

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

144

131

-13

-8,8%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

39

37

-2

-5,1%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

66,1%

62,7%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in ’s-Hertogenbosch

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

59

58

-1

-1,7%

’s-Hertogenbosch

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

43

Tilburg Trend in kerngegevens Tilburg

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten

105

105

0

0,0%

Aantal woonadressen

77.536

82.653

5.117

6,6%

Aantal mensen

163.601

174.398

10.797

6,6%

Totaal buurtoppervlak in m²

24.394.398

24.394.398

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

12.997.145

13.178.015

180.870

1,4%

Publieke ruimte in de buurt in m²

11.397.254

11.216.384

-180.870

-1,6%

Groene ruimte in de buurt in m²

4.967.227

4.716.561

-250.666

-5,0%

Trend in m² publiek groen per woonadres in Tilburg

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

79

64

-15

-19,1%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

35

32

-3

-8,6%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

33,3%

30,5%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Tilburg

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

63

61

-2

-3,2%

Trend in kerngegevens Utrecht

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten

93

93

0

0,0%

Aantal woonadressen

152.892

173.589

20.697

13,5%

Aantal mensen

322.602

366.273

43.671

13,5%

Totaal buurtoppervlak in m²

48.312.213

48.312.213

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

19.656.568

20.095.991

439.423

2,2%

Publieke ruimte in de buurt in m²

28.655.645

28.216.222

-439.423

-1,5%

Groene ruimte in de buurt in m²

13.413.995

12.702.527

-711.468

-5,3%

Trend in m² publiek groen per woonadres in Utrecht

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

126

77

-49

-39,1%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

47

38

-9

-19,1%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

50,5%

40,9%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Utrecht

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

88

89

1

1,1%

Utrecht

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

44

Venlo Trend in kerngegevens Venlo

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten

38

38

0

0,0%

Aantal woonadressen

37.812

39.715

1.903

5,0%

Aantal mensen

79.783

83.799

4.015

5,0%

Totaal buurtoppervlak in m²

17.571.855

17.571.855

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

9.470.826

9.619.878

149.052

1,6%

Publieke ruimte in de buurt in m²

8.101.029

7.951.977

-149.052

-1,8%

Groene ruimte in de buurt in m²

3.698.802

3.573.130

-125.672

-3,4%

Trend in m² publiek groen per woonadres in Venlo

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

107

99

-8

-7,8%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

20

19

-1

-5,0%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

52,6%

50,0%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Venlo

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

34

34

0

0,0%

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

37

37

0

0,0%

Aantal woonadressen

36.516

39.724

3.208

8,8%

Aantal mensen

77.049

83.818

6.769

8,8%

Totaal buurtoppervlak in m²

12.870.060

12.870.060

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

6.921.136

6.918.380

-2.757

-0,0%

Publieke ruimte in de buurt in m²

5.948.923

5.951.680

2.757

0,0%

Groene ruimte in de buurt in m²

2.500.276

2.268.480

-231.796

-9,3%

Trend in m² publiek groen per woonadres in Westland

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

106

59

-48

-44,8%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

10

10

0

0,0%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

27,0%

27,0%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Westland

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

32

31

-1

-3,1%

Westland Trend in kerngegevens Westland Aantal buurten

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

45

Zaanstad 2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

37

37

0

0,0%

Aantal woonadressen

66.962

74.629

7.667

11,4%

Aantal mensen

141.290

157.467

16.177

11,4%

Totaal buurtoppervlak in m²

27.757.067

27.757.067

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

13.187.392

13.127.572

-59.820

-0,5%

Publieke ruimte in de buurt in m²

14.569.675

14.629.495

59.820

0,4%

Groene ruimte in de buurt in m²

7.789.044

7.562.901

-226.143

-2,9%

Trend in m² publiek groen per woonadres in Zaanstad

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

135

111

-24

-17,5%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

29

25

-4

-13,8%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

78,4%

67,6%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Zaanstad

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

37

37

0

0,0%

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

16

16

0

0,0%

Aantal woonadressen

56.121

58.521

2.400

4,3%

Aantal mensen

118.415

123.479

5.064

4,3%

Totaal buurtoppervlak in m²

19.655.813

19.655.813

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

7.848.915

7.764.030

-84.885

-1,1%

Publieke ruimte in de buurt in m²

11.806.898

11.891.783

84.885

0,7%

Groene ruimte in de buurt in m²

6.179.799

6.152.664

-27.135

-0,4%

Trend in m² publiek groen per woonadres in Zoetermeer

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

111

107

-4

-3,2%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

13

13

0

0,0%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

81,3%

81,3%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Zoetermeer

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

16

16

0

0,0%

Trend in kerngegevens Zaanstad Aantal buurten

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

Zoetermeer Trend in kerngegevens Zoetermeer Aantal buurten

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

46

Zwolle Trend in kerngegevens Zwolle

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

Aantal buurten

44

44

0

0,0%

Aantal woonadressen

53.937

56.393

2.456

4,6%

Aantal mensen

113.807

118.989

5.182

4,6%

Totaal buurtoppervlak in m²

24.498.184

24.498.184

0

0,0%

Private ruimte in de buurt in m²

11.144.279

11.016.661

-127.618

-1,1%

Publieke ruimte in de buurt in m²

13.353.906

13.481.523

127.618

1,0%

Groene ruimte in de buurt in m²

7.410.045

7.385.568

-24.478

-0,3%

Trend in m² publiek groen per woonadres in Zwolle

2019

2024

verschil absoluut

verschil percentage

Gemiddeld m² publiek groen per woonadres

148

137

-10

-7,0%

Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

33

32

-1

-3,0%

Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)

75,0%

72,7%

/

/

Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Zwolle

2019

2024

Verschil absoluut

Verschil percentage

42

42

0

0,0%

Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

47

6. Bronnenlijst i

WWF (2023), Living Planet Report Nederland. Kiezen voor natuurherstel.: https://www.wwf.nl/globalassets/pdf/lpr/living-planet-report-nl-2023-kiezen-voor-natuurherstel.pdf

ii

CLO (2024), Trend van vogels in stedelijk gebied, 2007-2023: https://www.clo.nl/indicatoren/nl158505-trend-van-vogels-in-stedelijk-gebied-2007-2023

iii

KNMI (z.d.), Gezondheid: https://www.knmi.nl/producten-en-diensten/gezondheid

iv

WUR (2024), Groen en wonen De meerwaarde van groen in de stedelijke omgeving: https://edepot.wur.nl/412102

v

Trouw (18 juli 2022), Op het snikhete stationsplein van ‘meest versteende stad’ Haarlem mist men de bomen: https://www.trouw.nl/binnenland/op-het-snikhete-stationsplein-van-meest-versteende-stad-haarlem-mist-men-de-bomen~ bde85c35/?referrer=https://www.google.com/

vi

RIVM (2021), Klimaatverandering leidt nu al tot meer sterfte door hitte: https://www.rivm.nl/nieuws/klimaatverandering-leidt-nu-al-tot-meer-sterfte-door-hitte#:~:text=Van%20alle%20 sterftegevallen%20in%20de,250%20extra%20sterfgevallen%20per%20jaar

vii

KNMI (2021), Water vraagt meer ruimte in stad van de toekomst: https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/water-vraagt-meer-ruimte-in-stad-van-de-toekomst

viii

KNMI (2021), Het regent nu harder in Zuid-Limburg door klimaatverandering: https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/extreme-neerslag-in-zuid-limburg

ix

RIVM (2022), Kennisbundeling Groen en Gezondheid: https://www.gezondeleefomgeving.nl/sites/default/ files/2022-06/22401736_013763_FS%2BKennisbundeling%2BGroen%2Ben%2BGezondheid_V6_TG.pdf

x

WUR (2024), Groen en wonen De meerwaarde van groen in de stedelijke omgeving: https://edepot.wur.nl/412102

xi

RIVM (2022), Kennisbundeling Groen en Gezondheid: https://www.gezondeleefomgeving.nl/sites/default/files/2022-06/22401736_013763_ FS%2BKennisbundeling%2BGroen%2Ben%2BGezondheid_V6_TG.pdf

xii

WUR (2018), Zeven redenen om te investeren in een groene stad: https://www.wur.nl/nl/show-longread/zeven-redenen-om-te-investeren-in-een-groene-stad.htm

xiii

CBS (2024), Natuur vangt minder fijnstof af door schonere lucht: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2024/22/natuur-vangt-minder-fijnstof-af-door-schonere-lucht#:~:text=Vooral%20 stedelijk%20groen%20zorgt%20voor%20gezondheidswinst&text=Bosgebieden%20leverden%20de%20grootste%20 bijdrage,en%209%20procent%20door%20grasland.

xiv

Natuur & Milieu (2021), Stad van steen?: https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Rapport-Verstening-Openbare-Ruimte.pdf

xv

PBL (2023), Natuur in en om de Stad: https://www.pbl.nl/uploads/default/downloads/pbl-2023-natuur-in-en-om-de-stad-5023.pdf

xvi

Groene Stad Challenge (2024), Hoofddorp en Nijeveen kampioen vergroenen: https://groenestadchallenge.nl/hoofddorp-en-nijeveen-kampioen-vergroenen/#:~:text=ROTTERDAM%2C%206%20juni%20 2024%20%E2%80%93%20De,van%20de%20Groene%20Stad%20Challenge.

xvii

Regeerprogramma Kabinet-Schoof (2024): https://open.overheid.nl/documenten/ronl-f525d4046079b0beabc6f897f79045ccf2246e08/pdf

xviii

Rebel (2024), Financiële verkenning Groen in en om de Stad: https://open.overheid.nl/documenten/3a3a7a8a-169f-4ac8-b85e-aa208f3bfd4e/file

xix

Ministeries BZK & LNV (2024), Handreiking Groen in en om de stad: https://open.overheid.nl/documenten/c41ef7a4-b83d-4fb7-bc8f-a60dc67a0908/file

xx

BZK (2024), Doe en denk mee met de nieuwe Nota Ruimte - Participatieplan 2023: https://denationaleomgevingsvisie.nl/publicaties/publicaties+nota+ruimte/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=2637435

xxi

BZK (2024), Voorontwerp Nota Ruimte: https://open.overheid.nl/documenten/15f91cbd-8b38-47e7-a036-5f8f4310e886/file

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

48

xxii

Brief n.a.v. voortgangsbrief GIOS van 22 gemeenten en 5 metropoolregio’s (september 2024) https://www.kanbouwen.nl/wp-content/uploads/2024/09/Groen-in-en-om-de-Stad-Netwerk-Stedelijk-Nederland.pdf

xxiii

Arcadis (2023), QuickScan Impact EU Verordening Natuurherstel: https://open.overheid.nl/documenten/ronl-581e29b92259088a9ef0ca85e761dac27b8aa9b2/pdf

xxiv

Huis van de Nederlandse Provincies (2024), Europese natuurherstelwet definitief akkoord: wat staat ons te wachten?: https://www.nl-prov.eu/europese-natuurherstelwet-definitief-akkoord-wat-staat-ons-te-wachten/#:~:text=Op%2017%20 juni%202024%20hebben,natuurherstel%20in%20verschillende%2C%20aangetaste%20ecosystemen

xxv

Natuur & Milieu (2021), Manifest Bouwen voor Natuur: https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Manifest-Bouwen-voor-Natuur-2.pdf

xxvi

ANWB (z.d.), Zorgen om groeiend tekort aan recreatieruimte: https://www.anwb.nl/belangenbehartiging/recreatie/zorgen-om-groeiend-tekort-aan-recreatieruimte

xxvii

Natuur & Milieu (2024), Stappen naar een Nederlandse groennorm: https://natuurenmilieu.nl/nieuws-artikel/stappen-naar-een-nederlandse-groennorm/

xxviii

Brief n.a.v. voortgangsbrief GIOS van 22 gemeenten en 5 metropoolregio’s (september 2024) https://www.kanbouwen.nl/wp-content/uploads/2024/09/Groen-in-en-om-de-Stad-Netwerk-Stedelijk-Nederland.pdf

xxix

ANWB, (2024). kabinetsaanpak klimaatbeleid in relatie tot de gebouwde omgeving: https://www.kanbouwen.nl/wp-content/uploads/2024/08/Kamerbrief-Kabinetsaanpak-klimaatbeleid-in-relatie-tot-degebouwde-omgeving-TK-Vaste-Commissie-Binnenlandse-Zaken.pdf

xxx

CBS Statline (geraadpleegd op 1 oktober 2024), Bevolkingsontwikkeling; regio per maand https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/37230ned/table?dl=A059F

xxxi

Ministerie van VROM (2006), Nota Ruimte Ruimte voor Ontwikkeling: https://www.omgevingsweb.nl/wp-content/uploads/po-assets/697320.pdf

xxxii

WUR (2008), Dwingend vergroenen?: https://edepot.wur.nl/117429

xxxiii

Annerstedt Van Den Bosch, M., Mudu, P., Uscila, V., Barrdahl, M., Kulinkina, A., Staatsen, B., ... & Egorov, A. I. (2016). Development of an urban green space indicator and the public health rationale.: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/26573907/

xxxiv

Europees Parlement (27 februari 2024), Aangenomen Teksten Natuurherstel, art. 8: https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2024-0089_NL.html

xxxv

Rekenkamer Utrecht (2024), Vergroening, van Droom naar Daad: https://www.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/7.extern/Rekenkamer/20240611_Rekenkamerrapport_Vergroening__ van_droom_naar_daad.pdf

xxxvi

Rekenkamer Rotterdam (2024), Zorg voor Groen, Onderzoek naar Groene Buitenruimte: https://rekenkamer.rotterdam.nl/wp-content/uploads/2024/05/RO2201-Zorg-voor-groen.pdf

xxxvii Rebel (2024), Financiële verkenning Groen in en om de Stad: https://open.overheid.nl/documenten/3a3a7a8a-169f-4ac8-b85e-aa208f3bfd4e/file xxxviii https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR663268#:~:text=Bovenwijkse%20voorzieningen%20zijn%20voorzieningen%20 van,om%20infrastructurele%20werken%20en%20maatregelen. xxxix

Konijnendijk, Cecil C. (2023), Evidence-based guidelines for greener, healthier, more resilient neighbourhoods: Introducing the 3–30–300 rule.: https://www.researchgate.net/publication/353571108_The_3-30-300_Rule_for_Urban_ Forestry_and_Greener_Cities

xl

Sweco (2024), Een praktische verkenning naar een Nederlandse groennorm. Een vergelijking van tien bestaande groennormen en financiële doorrekening van de drie best beoordeelde normen https://natuurenmilieu.nl/app/uploads/Praktische-verkenning-naar-een-Nederlandse-Groennorm-Sweco-2024.pdf

xli

Ministeries BZK & LNV (2024), Handreiking Groen in en om de stad: https://open.overheid.nl/documenten/c41ef7a4-b83d-4fb7-bc8f-a60dc67a0908/file

xlii

https://groenestadchallenge.nl/

xliii

https://www.norminstituutbomen.nl/bomennorm/

xliv

https://groenestadchallenge.nl/vergroeningspotenties/

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

49

35 600

Wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Met belangstelling heb ik kennis genomen van het verslag van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 9 november 2020 over het wetsvoorstel stikstofreductie en natuurverbetering. In deze nota naar aanleiding van het verslag beantwoord ik de door de verschillende leden gestelde vragen. Hierbij houd ik de volgorde van het verslag aan. Voor de leesbaarheid is de tekst van het verslag schuin gedrukt en zijn de vragen genummerd.

I. ALGEMEEN De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het voorstel van wet tot wijziging van de Wet natuurbescherming en de Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering). Sinds de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is er behoefte aan een langetermijnperspectief voor de aanpak van het stikstofprobleem, om met inachtneming van de uitspraak van de Raad van State ook weer tot perspectief voor de vergunningverlening en bijbehorende economische activiteiten te komen. Zoals ook de regering stelt, heeft het stilvallen van vergunningverlening op sommige plekken in het land grote economische en maatschappelijke gevolgen. Het is dan ook in dat perspectief dat deze leden het wetsvoorstel beoordelen. 1. In het licht van het kaderstellende karakter van het voorliggende wetsvoorstel hebben zij nog vragen en opmerkingen. Vanwege het kaderstellende karakter zullen onderliggende (bron)maatregelen met mede-overheden moeten worden uitgewerkt, met name in het programma stikstofreductie en natuurverbetering. Wat is de actuele planning voor de totstandkoming van dit programma en de afzonderlijke daarin voorgenomen (bron)maatregelen? Het programma is momenteel nog in ontwikkeling, het streven is het integrale programma in de eerste helft van 2021 vast te stellen. Belangrijke elementen uit dat programma zijn ondertussen al ter hand genomen.

De bronmaatregelen zoals gepresenteerd in mijn brief van 24 april 2020 (Kamerstuk 35 334, nr. 82) zullen een onderdeel van dit programma vormen. Al deze bronmaatregelen worden nu verder uitgewerkt. Een aantal van deze individuele bronmaatregelen zal al voor 2021 geïmplementeerd zijn, zoals bijvoorbeeld de regeling voor gerichte opkoop van piekbelasters (Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden, die op 3 november 2020 is gepubliceerd (Stcrt. 2020, 57568) of de subsidieregeling voor brongerichte verduurzaming in het kader van de stalmaatregelen (Regeling Brongerichte verduurzaming van stallen en managementmaatregelen, Kamerstuk 35 334, nr. 44) of de subsidieregeling voor retrofit binnenvaart waarvoor publicatie begin 2021 is voorzien. Het Rijk trekt bij de implementatie van bronmaatregelen gezamenlijk op met de provincies en andere stakeholders. Voor wat betreft het Natuurherstelpakket als onderdeel van het programma, heb ik begin juli 2020 op hoofdlijnen afspraken gemaakt met de provincies. Deze worden momenteel nader geconcretiseerd in een uitvoeringsprogramma en een Agenda Natuurinclusief. Ik streef ernaar om dit uitvoeringsprogramma medio december 2020 naar uw Kamer te sturen zodat de eerste maatregelen van het natuurpakket van het programma, zoals voorzien per 2021 van start gaan.

De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en hebben nog een aantal vragen. De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Hierover hebben deze leden nog vragen aan de regering.

2

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden zien het belang van de wijzigingen in zodat de stikstofproblematiek structureel wordt aangepakt en een resultaatverplichting in de vorm van een omgevingswaarde wordt opgenomen in de Wet. Natuurherstel en de vermindering van de stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden in Nederland moeten centraal blijven staan. Het terugdringen van de stikstofuitstoot is daarbij een grote opgave voor de Nederlandse samenleving. Er is te lang op de pof van de natuur geleefd waardoor de huidige staat van instandhouding in vele natuurgebieden zeer slecht is. Over de voorliggende wetswijziging hebben deze leden nog enkele vragen. De leden van de GroenLinks-fractie hebben met onvrede kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Anderhalf jaar na het uitbreken van de stikstofcrisis, zijn deze leden van mening dat er veel te weinig gebeurt om de stikstofcrisis duurzaam op te lossen en zij hebben daarom een aantal vragen. 2. De leden van de SP-fractie hebben kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Deze leden onderschrijven het belang om zo spoedig mogelijk maatregelen te nemen in het kader van de stikstofcrisis, om (woning)bouw mogelijk te maken en de natuurkwaliteit te verbeteren.

Zij hebben wel ernstige twijfels of dit wetsvoorstel deze problemen afdoende zal aanpakken en hebben derhalve een fors aantal vragen en kanttekeningen. Zij constateren dat de regering heeft aangedrongen op een spoedige behandeling van het wetsvoorstel. Sterker nog, dit verzoek bereikte hen nog enkele uren voordat ze het daadwerkelijke wetsvoorstel mochten ontvangen. Zij hebben begrip voor de roep om snelle behandeling in het kader van de ernst van de stikstofproblematiek, maar zien wel een grote tegenstelling tussen de korte tijd van behandeling en de zeer lange tijd die de regering heeft genomen om tot dit wetsvoorstel te komen. Dit wordt versterkt door de eveneens zeer korte consultatieronde die de regering zichzelf heeft gepermitteerd voor de zomer. In dit kader wijzen deze leden ook op de dikwijls hierover verontwaardigde inbrengen van verschillende maatschappelijke organisaties in de consultatie. Deze leden menen dat de tijd voor consultatie en parlementaire behandeling aan de ene kant en de tijd die de regering genomen heeft om te komen tot dit wetsvoorstel niet in verhouding is. Zij vragen de regering hierop te reflecteren. Het kabinet heeft op 24 april 2020 besloten over de invulling van een solide structurele aanpak van de stikstofproblematiek.

Kern van deze aanpak is met volle inzet te werken aan herstel en versterking van de natuur en het terugdringen van de stikstofuitstoot. Met een omvangrijk pakket aan natuur- en bronmaatregelen en bijbehorende middelen geeft het kabinet langjarig een concrete, substantiële invulling aan deze opgave. Door de structurele aanpak kan ook weer meer ruimte ontstaan voor economisch en maatschappelijk relevante activiteiten: het structurele pakket legt ook het fundament voor het op structurele basis mogelijk maken van toestemmingverlening. Het wetsvoorstel voorziet in de wettelijke verankering van de structurele aanpak en introduceert ook een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht wat betreft de gevolgen van de stikstofdepositie door activiteiten van de bouwsector. Deze partiële vrijstelling kan ook helpen bij het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenten. Als het bestemmingsplan dient om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken, zal voor dit onderdeel van het plan kunnen worden verwezen naar het feit dat hiervoor op projectniveau al een beoordeling door de wetgever heeft plaatsgevonden die een partiële vrijstelling voor de bouwfase van het project heeft vastgesteld. Als gevolg daarvan kan de betrokken hoeveelheid stikstof in de bouwfase ook bij de plantoets buiten beschouwing worden gelaten. 3.

Zij wijzen erop dat er vanuit diverse sectoren gevraagd wordt om een door de overheid beheerde stikstofbank waarin gewonnen ruimte eventueel regionaal weer kan worden verdeeld. Waarom heeft de regering niet voor deze opzet gekozen? Met de ministeriële regeling waarover ik uw Kamer heb geïnformeerd met mijn brief van 23 maart 2020 (Kamerstuk 35 334, nr. 72) is het stikstofregistratiesysteem (SSRS) in werking getreden. Dit systeem maakt de vergunningverlening voor woningbouwprojecten en toestemmingsverlening voor zeven infrastructurele projecten mogelijk. In de brief aan de Kamer van 24 april 2020 (Kamerstuk 35 334, nr. 82) heb ik aangekondigd dat er gewerkt wordt aan een systeem om vrijvallende ruimte bij extern salderen in te kunnen zetten voor

2

andere vormen van toestemmingverlening. Dit systeem maakt geen onderdeel uit van het onderhavige wetsvoorstel dat ertoe strekt de structurele aanpak, met als hoofddoel het realiseren van een gunstige of – waar dat nog niet mogelijk is – een verbeterde landelijke staat van instandhouding van stikstofgevoelige soorten en habitattypen, wettelijk te verankeren. Momenteel werk ik samen met de provincies aan dit systeem waarin onder meer vrijgevallen stikstofruimte bij extern salderen kan worden vastgelegd, zodat deze ruimte kan worden ingezet voor maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Het streven is om dit systeem in het voorjaar van 2021 in werking te laten treden. 4. Zij constateren ook dat de vraagstukken over extern salderen, en de verschillende aanpakken van provincies, in het veld voor vel beroering zorgen. Is hier niet meer coördinatie vanuit het Rijk nodig? Er zijn bestuurlijke afspraken gemaakt dat het Rijk en provincies extern salderen met veehouderijbedrijven gefaseerd openstellen en daarbij zijn gezamenlijk de randvoorwaarden voor openstelling bepaald. Het is aan de gedeputeerde staten van de verschillende provincies om, voor die projecten waar de provincie bevoegd gezag is, te besluiten wanneer extern salderen met veehouderijen binnen een provincie mogelijk wordt gemaakt.

Sommige provincies hebben een eigen afweging gemaakt om extern salderen met veehouderijbedrijven nog niet open te stellen. Dat respecteer ik, want gegeven de karakteristieken van de betrokken gebieden kan het stikstofvraagstuk in iedere provincie anders uitpakken. Voor projecten waar het Rijk bevoegd gezag is, staat extern salderen met veehouderijbedrijven open. De regeling is om te beginnen voor één jaar opengesteld, waarna op basis van een grondige evaluatie van de omvang en de effecten wordt besloten of de regeling wordt verlengd. De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel dat moet dienen tot stikstofreductie en natuurverbetering. Deze leden waarderen het feit dat doelstellingen dienaangaande in een wet verankerd worden. Echter zijn zij van mening dat het daarin vastgelegde ambitieniveau onvoldoende recht doet aan het belang van stikstofreductie, natuurverbetering en het creëren van vergunningsruimte voor woningbouw en economische ontwikkeling. Zij gaan daar hieronder in een aantal vragen en opmerkingen nader op in. De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met betrokken belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. De leden van de Partij voor de Dieren-fractie hebben met grote teleurstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en hebben hierover een aantal vragen en opmerkingen.

De leden van de SGP-fractie hebben met zorg kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en hebben nog verschillende vragen. De leden van de FvD-fractie hebben met grote afkeuring kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel en hebben nog een aantal vragen. 1. Inleiding 5. De leden van de VVD-fractie lezen dat de structurele aanpak als hoofddoel heeft het realiseren van een gunstige of, waar dat nog niet mogelijk is, verbeterde landelijke staat van instandhouding van stikstofgevoelige soorten en habitattypen als belangrijkste randvoorwaarde voor nieuwe maatschappelijke en economische ontwikkelingen. Tegelijk is de regering zich bewust, mede als gevolg van de situatie door het coronavirus, van de opgave om de economie en het maatschappelijk leven weer op gang te brengen. In dit verband vragen deze leden hoe de regering heeft afgewogen, zoals ook in paragraaf 2.1 is uiteengezet, dat volgens de Habitatrichtlijn ook rekening moet worden gehouden met de sociaal-economische vereisten van (het tempo van) natuurherstel. Met de structurele aanpak wordt stevig ingezet op natuurherstel opdat geleidelijk ook meer ruimte ontstaat voor economische ontwikkeling. Het kabinet is zich namelijk bewust van de opgave om economische en maatschappelijke ontwikkelingen weer op gang te brengen. De coronacrisis heeft deze opgave versterkt onder de aandacht gebracht.

In dat licht heeft het kabinet extra aandacht

2

besteed aan de omvang, financiering en timing van de voorgestelde maatregelen in de overweging voor het pakket bronmaatregelen. Daarnaast is in het wetsvoorstel ook de partiële vrijstelling voor tijdelijke activiteiten van de bouwsector opgenomen om deze sector perspectief te bieden. 6. Is in dit verband een analyse gemaakt van de economische gevolgen als gevolg van het niet tijdig kunnen verstrekken van vergunningen voor economische en maatschappelijke (bouw)activiteiten, teneinde de afweging tussen de verplichtingen uit de Habitatrichtlijn en de economische gevolgen te kunnen maken? Het kabinet heeft een dergelijke analyse niet expliciet gemaakt, maar onderkent de spanning tussen de verplichtingen uit de Habitatrichtlijn en de behoefte aan ruimte voor economische en maatschappelijke ontwikkeling. Het kabinet kent en erkent de signalen van publieke en private projecten die vertraging oplopen of geen doorgang kunnen vinden door de stikstofproblematiek. Bij het vaststellen van de omgevingswaarde is nadrukkelijk rekening gehouden met wat haalbaar en betaalbaar is. Daarnaast worden de beperkte mogelijkheden voor een verantwoorde vergunningverlening zo veel mogelijk benut, zoals met de aangekondigde partiële vrijstelling voor tijdelijke bouwactiviteiten in combinatie met een extra versterking van de structurele aanpak. Dat is geen garantie dat alles door kan gaan.

Daarom blijft het kabinet samen met de andere betrokken bestuursorganen waaronder provincies zoeken naar mogelijkheden om toestemmingsverlening verder op gang te helpen. De leden van de VVD-fractie lezen dat de structurele aanpak mede een oplossing moet bieden voor de situatie die is ontstaan nu het programma aanpak stikstof (PAS) niet voldoende waarborgen biedt om de vergunningverlening op te baseren. Door de structurele aanpak kan ook weer meer ruimte ontstaan voor economisch en maatschappelijk relevante activiteiten. 7. Kan de regering gefundeerd uiteenzetten hoe en in welk tempo de komende jaren als gevolg van de structurele aanpak de ruimte voor vergunningverlening ontstaat? Op 24 april 2020 heeft het kabinet de structurele aanpak gepresenteerd (Kamerstuk 35 334, nr. 82). De structurele aanpak voorziet in een omvangrijk pakket aan natuur- en bronmaatregelen gericht op structurele reductie van de stikstofbelasting en op herstel en verbetering van de natuurcondities in de Natura 2000-gebieden. Zo geeft het kabinet langjarig een concrete, substantiële invulling aan de opgave. Hiervoor heeft het kabinet voor de periode tot aan 2030 5 miljard euro beschikbaar gesteld, waarvan ruim 2 miljard voor het nemen van bronmaatregelen en circa 3 miljard euro voor natuurmaatregelen. Dit is nodig om behoud te verzekeren en verbetering mogelijk te maken.

Door middel van monitoring worden zowel de ontwikkelingen op het gebied van stikstofdepositie als natuur gevolgd zodat bijgestuurd kan worden als blijkt dat dit nodig is om in 2030 te voldoen aan de resultaatsverplichtende omgevingswaarde voor stikstofdepositie, om natuurbehoud te kunnen blijven verzekeren en om de instandhoudingsdoelstellingen (op termijn) te realiseren. Mocht blijken dat voor specifieke gebieden, habitats of soorten aanvullende maatregelen nodig zijn, dan worden die getroffen. Om de reductie van de depositie van stikstof op daarvoor gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden te verzekeren, zal een stikstofdoelstelling als een resultaatsverplichting gelden. De stikstofdoelstelling van het kabinet borgt dat ten minste 50% van het areaal van de voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden in 2030 onder de kritische depositiewaarde (hierna: KDW) gebracht zijn. Door de structurele aanpak ontstaat ook weer meer ruimte voor economisch en maatschappelijk relevante activiteiten. Ten eerste groeien de mogelijkheden hiervoor doordat de stikstofdepositie steeds verder wordt teruggedrongen. Daar waar uitgesloten kan worden dat stikstof geen beperking is voor de natuurkwaliteit, kan er gemakkelijker toestemming worden verleend aan activiteiten en projecten met stikstofdepositie.

Ten tweede ontstaat er ruimte voor activiteiten en projecten door de ingestelde ontwikkelreserve als onderdeel van de structurele aanpak. Deze reserve wordt ingezet om de meldingen in vergunningen om te zetten en om projecten van nationaal belang mogelijk te maken. De ontwikkelreserve kent een

2

omvang van gemiddeld minimaal 20 mol1. Het pakket aan maatregelen zal dus zoveel depositiereductie op moeten leveren dat zowel de resultaatsverplichtende omgevingswaarde behaald wordt, als de 20 mol van de ontwikkelreserve. Ook moet de natuur kunnen herstellen. Het garanderen van een grotere omvang van de ontwikkelreserve staat niet in verhouding tot de opgave om de natuur te laten herstellen. Om de reserve in te kunnen zetten moeten de effecten van de maatregelen vaststaan. Dat gebeurt stapsgewijs vanaf het voorjaar van 2021. 8. Kan de regering daarbij ook ingaan op de situatie in die landsdelen waar bronmaatregelen onvoldoende soelaas bieden, in het bijzonder vanwege de stikstofdepositie vanuit het buitenland en/of van zee? Vanwege de invloed van stikstofdepositie van buitenlandse bronnen heb ik recent het stikstofvraagstuk met de Vlaamse minister van het departement Omgeving besproken. Daarnaast ben ik voornemens om binnenkort met de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen te bespreken hoe stikstofemissies en -depositie over de grens kunnen worden gereduceerd. Grensoverschrijdende samenwerking is tevens onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak van de (grens)provincies. 9.

Wat zijn de verwachtingen voor de vergunningverlening op de korte termijn (woningbouw, MIRTprojecten) in het licht van de eerder genomen maatregelen? Het stikstofregistratiesysteem (SSRS) is sinds maart 2020 operationeel en gevuld met de depositieruimte die beschikbaar is uit de snelheidsverlaging. Op basis daarvan zijn inmiddels de eerste vergunningen voor woningbouw verleend en zijn reserveringen gemaakt voor drie infrastructuurprojecten. De depositieruimte vanuit de snelheidsverlaging is nog niet uitgeput. Naar verwachting wordt de ruimte in het voorjaar van 2021 aangevuld met de daartoe aangeduide stikstofeffecten vanuit de warme sanering varkenshouderij. 10. De leden van de VVD-fractie lezen dat de regering ernaar streeft tot een volledige gunstige staat van instandhouding te komen. Hoewel het, zoals beschreven in paragraaf 2.1 van de memorie van toelichting, aan de lidstaten zelf is om te bepalen op welke wijze en in welk tempo hieraan uitvoering wordt gegeven, roept dat wel de vraag op of dit streven realistisch is gegeven de omvang van de stikstofdepositie uit het buitenland die in vele gebieden (ver) boven de kritische depositiewaarde (KDW) ligt.

Kan de regering hierop een reactie geven en daarbij ook ingaan op de gevolgen als een gunstige staat van instandhouding met nationale maatregelen niet te realiseren is? Het kabinet streeft ernaar tot een volledige gunstige staat van instandhouding te komen. Dit is bovendien nodig om aan internationale verplichtingen conform de Vogel- en Habitatrichtlijn te kunnen voldoen. Een daling van de stikstofdepositie is noodzakelijk om deze gunstige staat van instandhouding te bereiken. Deze daling wordt enerzijds gerealiseerd door een daling van depositie uit binnenlandse emissiebronnen te bewerkstelligen via de structurele aanpak stikstof, het klimaatakkoord en door eerder vastgesteld bronbeleid. Daarnaast wordt ook een daling van de depositie die afkomstig is van buitenlandse bronnen voorzien als gevolg van de ook voor andere Europese landen geldende verplichtingen van de NEC-richtlijn. Bovendien is het kabinet in gesprek met Vlaanderen om gezamenlijk een grensoverschrijdende stikstofaanpak uit te werken en start binnenkort de dialoog met de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen om een gemeenschappelijke emissie/stikstofopgave te verkennen. In sommige Natura 2000-gebieden zal, vanwege de forse omvang van stikstofdepositie, de opgave tot het bereiken van een waarde onder de KDW veel lastiger zijn.

Daarom wordt onderzoek gedaan naar de vraag in hoeverre en voor hoe lang natuurherstelmaatregelen soelaas kunnen bieden voor het bereiken van de instandhoudingsdoestellingen in Natura 2000-gebieden waar de KDW (nog) niet wordt onderschreden. Als eerste stap wordt daarbij gekeken naar de relatie tussen de mate van overschrijding van de KDW en de natuurkwaliteit. Een aanpak voor specifieke gebieden kan in de gebiedsgerichte aanpak worden uitgewerkt. Met ‘mol’ wordt verwezen naar de eenheid mol stikstof per hectare per jaar (mol N/ha/jr). Alle hoeveelheden betreffen gemiddelden, tenzij expliciet anders aangegeven. 1

2

11. De leden van de VVD-fractie herinneren zich dat bij de aankondiging van de structurele aanpak van de stikstofproblematiek door de regering (Kamerstuk 35 334, nr. 82) een ontwikkelreserve van 20 mol/ha/jaar is aangekondigd, en vragen de regering in dat verband hoe de instelling van deze ontwikkelreserve wordt geborgd in het onderhavige wetsvoorstel. In de Kamerbrief van 24 april 2020 (Kamerstuk 35 334, nr. 82) heeft het kabinet de ontwikkelreserve aangekondigd als onderdeel van de structurele aanpak. Een nadere toelichting op de structurele aanpak en de ontwikkelreserve vindt u in het antwoord op vraag 7. Het wetsvoorstel strekt ertoe om de structurele aanpak te verankeren in de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en later de Omgevingswet, waarin de natuurwetgeving wordt opgenomen. Het structurele pakket legt het fundament voor het op structurele basis mogelijk maken van toestemmingverlening, waaronder ook de ontwikkelreserve. De ontwikkelreserve zelf hoeft niet vastgelegd te worden op wettelijk niveau. Deze reserve wordt toegepast nadat de uitwerking en de uitvoering van de bronmaatregelen heeft plaatsgevonden. 12. Daarnaast vragen deze leden wat de onderbouwing is voor de hoogte van deze ontwikkelreserve, voor welke doeleinden deze kan worden ingezet en hoe de afwegingen over de inzet van deze ontwikkelreserve plaatsvinden.

Voor het antwoord op het eerste deel van deze vraag verwijs ik naar de beantwoording van vraag 7. De ontwikkelreserve wordt met prioriteit aan de meldingen toegedeeld. Ook is er ruimte beschikbaar voor projecten met nationale belangen. 13. Indien de omvang van de ontwikkelreserve ontoereikend is, welke mogelijkheden ziet de regering dan om in de komende jaren de ontwikkelreserve te vergroten? Een nadere toelichting op de structurele aanpak en de ontwikkelreserve vindt u in het antwoord op 7. Om de ontwikkelreserve te vergroten, is het noodzakelijk om aanvullende bronmaatregelen te treffen. 14. De leden van de VVD-fractie herinneren zich ook dat eerder sprake is geweest van niet alleen het instellen van een partiële vrijstelling voor bouwactiviteiten, maar ook van een regionale drempelwaarde. Ziet de regering mogelijkheden voor het instellen van dergelijke regionale drempelwaarden? Zo ja, op welke termijn? Het instellen van een regionale drempelwaarde moet per Natura 2000-gebied beargumenteerd worden. Depositie die mogelijk wordt gemaakt door een drempelwaarde mag namelijk (in combinatie met andere plannen en projecten) niet tot een significant negatief effect leiden op beschermde habitats.

De staat van de natuur, de maatregelen die nodig zijn om de instandhoudingsdoelen te bereiken in een gebied en of er al dan niet sprake is van een reeds met stikstof overbelaste situatie, beïnvloeden daarom de mogelijkheden om een drempelwaarde in te voeren in een gebied. Dit maakt het kunnen instellen van een regionale drempelwaarde uitermate complex. Het Rijk en provincies blijven de mogelijkheden voor een regionale drempelwaarde onderzoeken. 15. Ook industriële projecten worden vaak gekenmerkt door zeer kleine deposities op grote afstanden in zeer veel gebieden. Acht de regering het haalbaar dat een kleine drempelwaarde voor industriële deposities kan worden geïntroduceerd? Zo ja, op welke termijn? Eerder heeft het kabinet aangegeven niet voor een generieke en/of sectorale drempelwaarde te kiezen, omdat dit een disproportionele en ongerichte inzet van maatregelen vraagt (Kamerstuk 35 334, nr. 25). Wel onderzoekt het kabinet in hoeverre aanpassing van de huidige rekenkundige grenswaarde van 0,005 mol N/ha/jr mogelijk is, en hoe in het kader van toestemmingverlening omgegaan moet worden met de berekende, zeer kleine depositiebijdragen op grote afstand van projecten en op welke wijze generiek beleid hiervoor een oplossing kan bieden. Met de andere betrokken bestuursorganen wordt verkend of via een stikstofregistratiesysteem ruimte hiervoor kan worden ingezet.

Over de uitkomsten hiervan zal uw Kamer worden geïnformeerd.

2

16. De leden van de VVD-fractie constateren dat de regering in de afgelopen periode in diverse brieven heeft aangegeven dat de PAS-meldingen legaal gehouden zullen worden. De regering heeft ook aangegeven het proces om tot het verstrekken van vergunningen over te gaan waar mogelijk te versnellen. Welke mogelijkheden ziet de regering in dit verband? Betrekt de regering in deze afweging ook het gegeven dat het nog steeds uitblijven van vergunningen tot grote (financiële) onzekerheid bij de betrokken ondernemers leidt, en dat bij gebrek aan vergunning deze bedrijven thans ook geen mogelijkheid hebben tot deelname aan intern of extern salderen? Melders zitten buiten hun schuld zonder een vergunning, wat leidt tot (financiële) onzekerheid. Het kabinet acht het dan ook van groot belang dat zo spoedig mogelijk alle melders van een vergunning kunnen worden voorzien. Voor het omzetten van de meldingen in vergunningen is een basisaanpak in ontwikkeling op basis van de bronmaatregelen uit de structurele aanpak waarover ik uw Kamer op korte termijn nader zal informeren. Ten aanzien hiervan onderzoek ik of er versnelling plaats kan vinden. Een van de manieren is om het aantal maatregelen te vergroten dat voor toestemmingverlening wordt ingezet. Daartoe is het wel vereist dat de effecten aantoonbaar vaststaan.

Ik ben in gesprek met de landbouwsector of er bereidheid is om de maatregelen zo aan te passen dat dit mogelijk is. Een andere mogelijkheid om meldingen sneller in vergunningen om te kunnen zetten, is het benutten van stikstofruimte die ontstaat door transacties in de regio, bijvoorbeeld (rest)ruimte die overblijft bij het opkopen van bedrijven. Daar waar op korte termijn bedrijven bereid zijn om te stoppen, kan stikstofruimte van die bedrijven worden ingezet voor de melders. Deze aanvullende mogelijkheid ten opzichte van de maatregelen uit het structurele pakket ben ik op dit moment aan het uitwerken. Dit zijn aanvullende sporen ten opzichte van de basisaanpak. Daarnaast ben ik in gesprek met de financiële sector over een oplossing voor de financieringsproblemen die kunnen ontstaan door het ontbreken van een passende vergunning. Tot slot zullen het Rijk en de provincies in hun rol als bevoegd gezag, eventuele handhavingsverzoeken afwijzen. 17. De leden van de VVD-fractie herinneren zich dat de regering in haar brief aan de Kamer van 24 april 2020 (Kamerstuk 35334, nr.

82) aangaf dat ze voor de stikstofruimte die ontstaat omdat bij extern salderen niet alle ruimte benut zal worden door de saldo ontvanger, werkt aan een structureel systeem om deze vrijvallende stikstofruimte op hexagoonniveau efficiënt in te zetten, bijvoorbeeld via een depositiebank die voor alle sectoren, waaronder de landbouw, beschikbaar is. Kan de regering aangeven hoe het met deze ontwikkeling staat en waarom deze depositiebank geen onderdeel uitmaakt van dit wetsvoorstel? Voor de beantwoording van de vraag over de depositiebank verwijs ik naar het antwoord op vraag 3 van de leden van de SP-fractie. De leden van de CDA-fractie hebben altijd ingezet op een zo constructief en gedragen mogelijke aanpak van de stikstofproblematiek, waarbij verder dan de korte termijn en breder dan één belang wordt gekeken. Het tekort aan betaalbare woningen heeft bijvoorbeeld geleid tot torenhoge prijzen en jarenlange wachtlijsten. Door het woningtekort is het aantal daklozen verdubbeld tot ruim 40.000 mensen. De reden is pijnlijk eenvoudig: het geloof in de markt was te groot. Voor investeerders is het bouwen van duurdere koopwoningen of de aanleg van een bedrijventerrein lucratiever dan het bouwen van woningen. 18.

De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat een beloningsregeling, met een aanpak op basis van respect voor de boer, meer bijdraagt aan de stikstofreductie en dat een kennisvoucher voor boeren minder zal stimuleren om mee te werken. Is de regering bereid een beloningsregeling te maken voor die bedrijven die bereid zijn bovenwettelijke stikstofmaatregelen te nemen? Deze leden zijn van mening dat hiermee ook structureel en bedrijfsspecifiek de stikstofuitstoot kan worden verminderd. In de ontwikkeling van de Nederlandse landbouw tot het niveau waar zij zich nu bevindt heeft landbouwvoorlichting een grote rol gespeeld. Het leren van de laatste wetenschappelijke inzichten

2

over hedendaagse landbouw en de toepassing daarvan in alle facetten van het boerenbedrijf heeft ons ver gebracht. Ook voor het succes van de stikstofmaatregelen is het belangrijk dat er voldoende inzicht en duidelijkheid is bij de boer, zodat deze een goede keuze kan maken die ook voor de lange termijn perspectief biedt. Daarom stel ik vouchers beschikbaar, waarmee boeren cursussen of advies kunnen inkopen waar zij behoefte aan hebben. Naast deze ondersteuning in kennis en inzicht moeten boeren de financiële ruimte hebben om verduurzamingsmaatregelen te nemen. Bij de uitwerking van maatregelen wordt gekeken naar de haalbaarheid en betaalbaarheid. Beloningen vanuit de markt voor duurzame landbouwproducten kunnen hier aan bijdragen en het ondernemerschap van de boer versterken. Maar bij sommige maatregelen is een gerichte extra ondersteuning nodig. Ik stel veel regelingen beschikbaar die verduurzaming en innovatie ondersteunen. Daarbij denk ik onder andere aan de Subsidieregeling brongerichte verduurzaming, de beoogde subsidiëring van waterbassins voor mestaanwending en het Omschakelfonds waaraan gewerkt wordt. Bij elke regeling beoog ik alle aspecten van verduurzaming in samenhang te bevorderen. De leden van de CDA-fractie zijn voorstander van inzet van innovatie en nieuwe meettechnieken waarmee de gestelde doelmaatregelen vertaald kunnen worden in opgave op bedrijfsniveau.

Deze leden willen naar het stellen van doelmaatregelen en daarbij ruimte bieden aan vakmanschap van de ondernemer en het, al dan niet financieel, ondersteunen van innovatie en verduurzaming door de overheid. Zo ook nu is de inzet van deze leden hierop gericht. 19. In algemene zin constateren de leden van de SP-fractie dat de keuze van de regering voor een raamwet met een harde doelstelling en daarnaast een programma een aantal van de maatschappelijke problemen in het stikstofdossier niet oplost. In de eerste plaats wijzen deze leden erop dat de basis voor vergunningverlening in het kader van de natuurbeschermingswet die het PAS bood geen vervanging heeft in het nieuwe stelsel. Zij wijzen bijvoorbeeld op het door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aangedragen probleem dat gemeenten op het gebied van woningbouw hun plancapaciteit niet kunnen vergroten omdat zij vanwege de stikstofproblematiek moeilijk bestemmingsplannen kunnen vaststellen. Zij vragen de regering op welke wijze deze wet aan deze problematiek tegemoetkomt of welke andere maatregelen nog genomen gaan worden. Het kabinet heeft op 24 april 2020 besloten over de invulling van een solide structurele aanpak van de stikstofproblematiek. Kern van deze aanpak is met volle inzet te werken aan herstel en versterking van de natuur en het terugdringen van de stikstofuitstoot.

Met een omvangrijk pakket aan natuur- en bronmaatregelen en bijbehorende middelen geeft het kabinet langjarig een concrete, substantiële invulling aan deze opgave. Door de structurele aanpak kan ook weer meer ruimte ontstaan voor economisch en maatschappelijk relevante activiteiten: het structurele pakket legt ook het fundament voor het op structurele basis mogelijk maken van toestemmingverlening. Het wetsvoorstel voorziet in de wettelijke verankering van de structurele aanpak en introduceert ook een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht wat betreft de gevolgen van de stikstofdepositie door activiteiten van de bouwsector. Deze partiële vrijstelling kan ook helpen bij het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenten. Als het bestemmingsplan dient om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken, zal voor dit onderdeel van het plan kunnen worden verwezen naar het feit dat hiervoor op projectniveau al een beoordeling door de wetgever heeft plaatsgevonden die een partiële vrijstelling voor de bouwfase van het project heeft vastgesteld. Dientengevolge kan de betrokken hoeveelheid stikstof in de bouwfase ook bij de plantoets buiten beschouwing worden gelaten. 20. De leden van de SP-fractie missen ook expliciet een oplossing voor de PAS-melders.

Deze groep die onder het PAS te goeder trouw gebruikmaakte van de mogelijkheid tot alleen melding, is sinds de uitspraak van de Raad van State in mei 2019 geconfronteerd met het met terugwerkende kracht illegaal zijn van hun ontwikkelingen. Deze leden vinden dit vanuit rechtszekerheid een ongewenste ontwikkeling. Zij constateren dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) vorig jaar heeft beloofd dat deze meldingen alsnog gelegaliseerd zullen worden. Deze leden hebben sympathie voor die intentie, maar twijfelen over de haalbaarheid van deze toezegging van de minister. Zij wijzen in dit kader ook op uitspraken van het Hof van Justitie (Grüne Liga Sachsen e.V. e.a. tegen Freistaat Sachsen) waarin wordt gesteld dat het rechtszekerheidsbeginsel niet kan prevaleren boven het verslechteringsverbod (zie hieronder) uit de Habitatrichtlijn. Deze leden vragen de regering

2

waarom er niet is besloten tot de aangekondigde legalisering van PAS-meldingen middels deze wet en op welke termijn er dan wel voortgang op dit dossier verwacht kan worden. De toezegging om de melders ten tijde van het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) van een vergunning te voorzien, blijft voor mij van onverminderde prioriteit. Deze initiatiefnemers hebben immers te goeder trouw gehandeld, en verkeren buiten hun schuld in deze situatie. Het is noodzakelijk dat deze activiteiten, indien significant negatieve effecten als gevolg van deze activiteiten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, passend beoordeeld worden. Als uit deze passende beoordeling volgt dat significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten, kan een vergunning worden verstrekt. Om dit te kunnen uitsluiten, zal het in veel gevallen nodig zijn mitigerende maatregelen te treffen. Het is immers van groot belang dat de juridische houdbaarheid gemaximaliseerd is. Aangezien de benodigde maatregelen onderdeel zijn van het programma stikstofreductie en natuurherstel als voorzien in dit wetsvoorstel helpt deze wet wel bij het omzetten van meldingen in vergunningen. De ontwikkelreserve kan immers pas voor het omzetten van meldingen worden ingesteld als de maatregelen uitgevoerd zijn en effect hebben. Met deze systematiek gaat het legaal houden van de meldingen niet ten koste van de natuur.

Sterker nog: vanwege de bijzondere situatie dat de meeste te vergunnen activiteiten op dit moment al plaatsvinden, leidt deze systematiek ertoe dat de stikstofdepositie feitelijk daalt. De feitelijke depositie van de meeste PAS-melders blijft immers gelijk, terwijl de mitigerende maatregelen zorgen voor een daling in de depositie. Op dit moment is de inschatting dat het verlenen van de eerste vergunningen in de eerste helft van 2021 plaatsvindt. De laatste meldingen kunnen naar verwachting op z’n vroegst in 2023 in vergunningen worden omgezet. Vanwege het aantal meldingen, de complexiteit van het traject en afhankelijkheid van het uitvoeren van de mitigerende maatregelen kost het omzetten van alle meldingen de nodige tijd. Zoals ook in de beantwoording op vraag 16 is aangegeven, onderzoek ik op verschillende manieren of er versnelling kan plaatsvinden. Inmiddels is aan de betreffende initiatiefnemers gevraagd om gegevens aan te leveren. Dan kunnen de meldingen geverifieerd worden, zodat de vergunningen afgegeven kunnen worden op basis van de meest actuele informatie. Na deze verificatie kan (waar nodig) mitigatie met bronmaatregelen plaatsvinden en kunnen vergunningen worden verleend. Zodoende zijn de noodzakelijke stappen op dit moment in uitvoering. 21.

De leden van de D66-fractie zijn blij te lezen dat een resultaatverplichtende omgevingswaarde voor het verminderen van de depositie van stikstof op daarvoor gevoelige habitats in Natura 2000gebieden is opgenomen in het wetsvoorstel. Volgens deze leden is dit een cruciaal onderdeel om aan de juridische verplichting te kunnen voldoen om de natuur weer in goede staat van instandhouding te brengen zoals de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen (VHR) voorschrijven. Zij zijn tevens van mening dat de resultaatverplichting om alle natuur vallend onder de VHR in een goede staat van instandhouding te krijgen onderdeel dient te zijn van de resultaatverplichting met een duidelijk tijdpad en doel. Wat is de reden dat hier niet voor is gekozen? Welk tijdpad voorziet de regering om te voldoen aan het door haar benoemde einddoel om landelijk een gunstige staat van instandhouding te bereiken? Het kabinet is zich ervan bewust dat ook na 2030 een continue opgave bestaat om de gunstige staat van instandhouding van natuur te bereiken én behouden. De structurele aanpak houdt dan ook niet op in 2030. De wettelijke verankering van de aanpak biedt hier ook handvatten voor.

Zo zal (uiterlijk twee jaar voordat de termijn verstrijkt waarbinnen aan de resultaatsverplichting moet zijn voldaan) de omgevingswaarde worden bijgesteld om uiteindelijk uit te komen op een zodanig verminderd niveau van stikstofdepositie als nodig is voor het bereiken van een gunstige staat van instandhouding. Daarnaast lopen er in opdracht van het kabinet momenteel diverse verkenningen die handvatten zullen bieden voor de langere termijn. Voor de realisatie van een gunstige staat van instandhouding is in de Vogel- en Habitatrichtlijn geen einddatum opgenomen. Daarom is niet gekozen om in het wetsvoorstel voor de gunstige staat van instandhouding een resultaatsverplichtende omgevingswaarde op te nemen. Verschillende condities die door verschillende factoren beïnvloed worden, zijn bepalend voor de ecologische ontwikkeling die vervolgens plaats kan vinden om tot een gunstige staat van instandhouding te komen. Dit maakt het lastig om hier een realistisch en concreet tijdspad aan te verbinden. Om hier meer inzicht in te krijgen, wordt onderzoek gedaan naar de vraag in hoeverre en

2

voor hoe lang natuurherstelmaatregelen soelaas kunnen bieden voor het bereiken van de instandhoudingsdoestellingen in Natura 2000-gebieden waar de KDW (nog) niet wordt onderschreden. Als eerste stap wordt daarbij gekeken naar de relatie tussen de mate van overschrijding van de KDW en de natuurkwaliteit. 22. Is de regering van mening dat met het huidige voorstel voldoende juridische borging is voor de natuur? Ja, het wetsvoorstel biedt voldoende juridische borging doordat het de structurele aanpak stevig verankert, waarbij continu wordt toegewerkt naar het bereiken van een gunstige staat van instandhouding totdat deze behaald is. Deze gunstige staat is een resultaatsverplichting, maar het is aan elk van de lidstaten van de Europese Unie om te bepalen op welke wijze en in welk tempo hieraan uitvoering wordt gegeven.2 Nederland is niet verplicht om zichzelf te binden aan een termijn. 23. Wat is de juridische consequentie als in 2030 de omgevingswaarde niet gehaald zou worden? De Staat is in beginsel ook jegens derden gehouden om te voldoen aan de resultaatsverplichtende omgevingswaarde voor stikstofdepositie. Als in 2030 niet wordt voldaan aan de omgevingswaarde, dan zou dat de consequentie kunnen hebben dat de rechter de Staat veroordeelt en tot actie dwingt. Het zou ook consequenties kunnen hebben voor vergunningverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=ec74c291-dd38-45e0-a6c8-2788e8c96126