1.14 Bomenridders Groningen - Informatieverzoek over de ontwikkelingen nieuw stedenbouwkundig plan Nieuwveense Landen - Boshoven en bijlagen
Tekst van het document
14
3.2 Trend verstening G30-gemeenten 2019–2024 Trend G30-gemeenten totaal Tabel 4 bevat totaalgegevens over de demografische ontwikkeling in de G30-gemeenten, evenals de ontwikkeling van private en openbare ruimte in de buurt en het openbaar groen. Hieruit blijkt dat het aantal woonadressen en inwoners van deze gemeenten de afgelopen periode met
8,7 procent is gestegen. Verder valt op dat de openbare ruimte licht afneemt met 0,4 procent, de private ruimte met 0,6 procent toeneemt en dat het openbaar groen met 2,5 procent afneemt. Het aantal bewoners in buurten neemt toe, terwijl het beschikbare openbare groen juist vermindert.
Totaalgegevens G30
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
1.914
1.914
0
0,0%
Aantal woonadressen
2.684.513
2.918.850
234.337
8,7%
Aantal mensen
5.664.322
6.158.774
494.451
8,7%
Totaal buurtoppervlak in m²
933.220.492
933.220.492
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
408.219.686
410.543.801
2.324.115
0,6%
Openbare ruimte in de buurt in m²
525.000.805
522.676.690
-2.324.115
-0,4%
Openbaar groen in de buurt in m²
264.958.143
258.374.502
-6.583.640
-2,5%
Tabel 4: Trend in buurteigenschappen in de G30.
Trend in vierkante meters openbaar groen per woonadres Tabel 5 toont de trend in het aantal vierkante meters openbaar groen per woonadres in de G30. Opvallend is dat het aantal buurten dat voldoet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres met 7 procent is afgenomen. Bovendien daalde het
aantal vierkante meters groen per woonadres met 24,2 procent. Dit wijst op een neerwaartse trend in de hoeveelheid openbaar groen per woonadres, ondanks het feit dat het aantal buurten dat voldoet aan de norm minder sterk afnam.
Categorie
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Gemiddeld m² groen per woonadres alle buurten
129
97
-31
-24,2%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² openbaar groen per woonadres per buurt)
943
877
-66
-7,0%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² openbaar groen per woonadres per buurt)
49,3%
43,3%
/
/
Tabel 5: Trend in vierkante meters openbaar groen per woonadres in G30-gemeenten.
Trend in buurten met een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare Er is een lichte afname van 0,9 procent van het aantal buurten in de G30 waar inwoners direct toegang hebben tot een gebied van aaneengesloten groen van ten minste 1 hectare in de eigen buurt.
In zestien buurten verdween tussen 2019 en 2024 het enige aaneengesloten openbaar groene gebied van ten minste 1 hectare.
Categorie
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
1.717
1.701
-16
-0,9%
Tabel 6: Trend in de G30 van buurten met een gebied van aaneengesloten openbaar groen van ten minste 1 hectare.
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
15
Trend in de verstening in de G30 Een buurt is in dit onderzoek versteend wanneer hij niet aan één van de twee normen voldoet. Versteende buurten in 2019: •V an alle onderzochte buurten in de G30 (1.914 in totaal), voldeden 971 buurten niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres. •V ijf buurten die hier wel aan voldeden, hadden geen aaneengesloten stukken groen van minstens 1 hectare. •1 92 (10 procent) van de buurten voldeden aan geen van beide normen. Dit waren alle buurten zonder aaneengesloten openbaar groen gebied van ten minste 1 hectare in de buurt en die niet voldeden aan de norm van 75 m² groen per woning. • In 2019 waren in totaal 976 (51,0 procent) buurten versteend.
Versteende buurten in 2024: • In 2024 voldoen 1.037 buurten niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres. • Dertien buurten die hier wel aan voldoen, hebben geen aaneengesloten stukken groen van minstens 1 hectare. • Van alle onderzochte buurten voldoen er 200 (10,4 procent) aan geen van beide normen. Dit zijn alle buurten die geen aaneengesloten openbaar groen gebied van ten minste 1 hectare in de buurt hebben en niet voldoen aan de norm van 75 m² groen per woning. • In 2024 zijn in totaal 1.050 buurten (54,9 procent) versteend.
Dat betekent een toename in versteende buurten in 30 grote gemeenten van 7,6 procent (74 buurten).
3.3 Trend verstening G4-gemeenten in 2019–2024 Trend G4-gemeenten totaal Tabel 9 bevat gegevens over de demografische ontwikkeling binnen de G4-gemeenten, evenals de ontwikkeling van private en openbare ruimte in de buurt en het openbare groen. Zo blijkt dat het aantal woonadressen en inwoners in deze gemeenten de afgelopen periode met bijna 10 procent is gestegen. Dit is een snellere stijging dan
in de andere 30 grote gemeenten. Daarnaast zien we in de G4-gemeenten dat de openbare ruimte iets afneemt met 0,7 procent, de private ruimte iets toeneemt met 1,2 procent en het openbaar groen ook licht daalt met 2,0 procent. Het valt ook op dat het oppervlakte openbaar groen sneller terugloopt dan de openbare ruimte.
Totaalgegevens G4
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
602
602
0
0,0%
Aantal woonadressen
1.159.825
1.271.130
111.305
9,6%
Aantal mensen
2.447.231
2.682.084
234.854
9,6%
Totaal buurtoppervlak in m²
287.264.359
287.264.359
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
109.183.997
110.471.800
1.287.803
1,2%
Openbare ruimte in de buurt in m²
178.080.362
176.792.559
-1.287.803
-0,7%
Openbaar groen in de buurt in m²
84.496.659
82.805.624
-1.691.035
-2,0%
Tabel 9: Trend in buurteigenschappen in de G4.
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
18
Trend in vierkante meters openbaar groen per woonadres In tabel 10 is de trend weergegeven van het aantal vierkante meters openbaar groen per woonadres in de G4-gemeenten. Opvallend is dat het aantal buurten dat voldoet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres met 13,6 procent is afgenomen. Bovendien nam het gemiddelde aantal
vierkante meters groen per woonadres in de 30 grote gemeenten met 25,2 procent af. Het gemiddelde aantal vierkante meters groen per woonadres loopt in de G4-gemeenten dus iets sneller terug dan in de G32-gemeenten.
Categorie
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Gemiddeld m² openbaar groen per woonadres
113
85
-29
-25,2%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² openbaar groen per woonadres per buurt)
213
184
-29
-13,6%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² openbaar groen per woonadres per buurt)
35,4%
30,6%
/
/
Tabel 10: Trend in vierkante meters openbaar groen per woonadres in de G4-gemeenten.
Trend in buurten met een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare In de G4-gemeenten is er een lichte afname te zien van 0,9 procent in het aantal buurten waarin
inwoners toegang hebben tot een gebied van aaneengesloten groen van ten minste 1 hectare.
Categorie
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
564
559
-5
-0,9%
Tabel 11: Trend in het aantal buurten zonder een gebied van ≥ 1 hectare aaneengesloten groen in de G4-gemeenten.
Trend in de verstening in de G4-gemeenten Een buurt is in dit onderzoek versteend wanneer hij niet aan één van de twee normen voldoet. Versteende buurten in 2019: •3 89 van de 602 onderzochte buurten (64,6 procent) voldeden niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres. •3 8 van deze 389 buurten hadden daarnaast geen aaneengesloten stuk groen van minstens 1 hectare. - In 2019 waren er in totaal 389 buurten (64,6 procent) versteend.
Versteende buurten in 2024: • 418 van de 602 onderzochte buurten (69,4 procent) voldoen niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres. • 2 buurten die hier wel aan voldoen hebben geen aaneengesloten stukken groen van minstens 1 hectare. • In 2024 zijn er in totaal 420 buurten (69,7 procent) versteend.
Dat betekent een toename van versteende buurten in G4-gemeenten met 8 procent. In bijlage 3 zijn per gemeente kerncijfers gepresenteerd op basis waarvan deze trendanalyse is uitgevoerd.
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
19
4. Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies Dit rapport beschrijft de verstening in 2024 van de openbare ruimte van de G32. De trend in verstening over de afgelopen vijf jaar (de periode 2019 tot 2024) is onderzocht aan de hand van de G30. In dit onderzoek spreken we van een versteende buurt wanneer de buurt niet aan een van de volgende normen voldoet: 1) Minimaal 75 m² openbaar groen per woonadres in de eigen buurt; 2) D e aanwezigheid van minimaal één aaneengesloten groen gebied van ten minste 1 hectare in de eigen buurt.
Ruim de helft van de onderzochte buurten is versteend Uit de resultaten blijkt dat in 2024 54 procent van het totale aantal buurten in G32-gemeenten is versteend, en dus te weinig (openbaar) groen heeft. Ruim 3,5 miljoen mensen in de grootste gemeenten van Nederland wonen in een versteende omgeving. Dat komt met name doordat in deze buurten te weinig groen per woonadres is. Een kwart van de buurten heeft minder dan 30 m² openbaar groen en valt ruim onder de norm. Ook valt op dat er grote verschillen zijn tussen buurten in de hoeveelheid openbaar groen per woonadres. De versnippering van het aanwezige groen is beperkt: bijna 90 procent van de buurten heeft een aaneengesloten groen gebied van ten minste 1 hectare.
Verstening in de G4-gemeenten nog een stuk urgenter In de G4-gemeenten is in 2024 70 procent van de buurten versteend. Dit is grotendeels te wijten aan het lage aantal vierkante meters groen per woonadres. We zien hiermee dat vergroening in de grote steden een stuk urgenter is.
Verstening G30-gemeenten neemt toe en groen groeit niet mee met aantal woningen Ondanks de toenemende aandacht voor groen en vergroening, nam in de periode 2019-2024 de verstening in 30 grote gemeenten in Nederland met 7,6 procent toe. In de G4-gemeenten was dat zelfs met 8 procent. Minder buurten voldoen aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres in de eigen buurt, doordat de hoeveelheid groen per woonadres is afgenomen. Dit wordt vooral veroorzaakt door de toename van het aantal woonadressen. Bij het realiseren van nieuwe woningen groeit groen dus niet mee. Nieuwbouwprojecten duren lang en tijdens de voorbereiding en uitvoering kan de vergroening onder druk komen te staan, ondanks hoge groene ambities bij de start. Wanneer de businesscase van bouw- en renovatieprojecten onder druk komt te staan, kan groen al snel als ondergeschikt gezien worden, wat ten koste gaat van de ruimte voor groen. Ook door het voller bouwen van bestaande buurten (inbreiding) gaat veel groen verloren. Het aantal woonadressen groeide met bijna 9 procent in de G30. Daardoor nam de druk op de bestaande hoeveelheid groen snel toe. Binnen de onderzochte buurten zijn er 234.000 extra woningen gerealiseerd in de periode 2019-2024. Tegelijkertijd nam de beschikbare hoeveelheid openbaar groen af met 2,5 procent.
In de G30 nam het aantal vierkante meters openbaar groen per woonadres met maar liefst 24,2 procent af. Deze scherpe daling is illustratief voor de druk op het groen. Deze toegenomen druk is slecht voor mens en dier in de stad. Het kan resulteren in minder positieve gezondheidseffecten van groen in de omgeving, verstoring van de aanwezige dieren en slechtere aanpassing aan klimaatverandering. Ook het aantal buurten waar bewoners toegang hebben tot een gebied van meer dan 1 hectare openbaar groen, daalt licht met 0,9 procent.
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
20
Verschillen in verstening tussen G30- en G4-gemeenten In de G4-gemeenten zijn de trends vergelijkbaar met die in de G30-gemeenten. Het gemiddelde aantal vierkante meters groen per woonadres daalt in de G4 iets sneller dan in de G30, met afnames van respectievelijk 25,2 en 24,2 procent. De resultaten laten zien dat het aantal inwoners in de G4gemeenten met 10 procent iets sneller groeit dan in de 30 grote gemeenten, waar de groei 9 procent is. In zowel G4-gemeenten als in de 30 grote gemeenten neemt het aantal buurten met toegang tot een aaneengesloten groen gebied af met 0,9 procent.
4.2 Aanbevelingen In dit rapport concluderen we dat meer dan de helft van de buurten niet voldoende groen heeft en dat groen niet meegroeit met het aantal woningen. Dit blijkt niet alleen uit de groennormen die in dit onderzoek zijn gebruikt, maar ook uit de absolute vermindering van openbaar groen in buurten. Dit is niet alleen zorgwekkend voor het klimaatadaptatief maken van wijken, het verbeteren van de gezondheid van bewoners en het versterken van de biodiversiteit. Het staat ook haaks op de Europese Herstelverordening, die wettelijk voorschrijft dat er tegen 2030 geen nettoverlies van stedelijke groene ruimte mag zijn.xxxiv De negatieve trend van de afgelopen vijf jaar moet omgebogen worden naar een positieve trend. Veel gemeenten hebben doelen, visies en beleid voor vergroening. In veel buurten zijn bewoners bezig met vergroening. Ook is vergroening vaak onderdeel van nieuwbouwplannen of herinrichting. Toch zijn de resultaten nog niet goed.
Uit het rapport van de Rekenkamer Utrecht blijkt dat hiervoor diverse redenen zijn: financiële tekorten of onzekerheden, capaciteitstekort, knelpunten in de organisatie, onduidelijkheid over taken en een ongunstige businesscase voor vergroening (in vergelijking met mobiliteit of woningbouw).xxxv Ook de Rekenkamer van Rotterdam publiceerde in 2024 een kritische analyse van het Rotterdamse groenbeleid.xxxvi Natuur & Milieu roept de rijksoverheid op om de regie te pakken en gemeenten om aan de slag te gaan om deze negatieve trend te keren en buurten te vergroenen. Dit is belangrijk, want groen heeft een belangrijke maatschappelijke waarde. Het leidt tot minder gezondheidsschade en minder klimaatschade. Als we nu niet ingrijpen, verstenen buurten steeds verder en verdwijnen de voordelen van groen in de stad steeds meer uit het zicht.
Rol van de rijksoverheid Landelijke regie De resultaten van dit onderzoek onderstrepen de noodzaak van landelijke regie. Hiermee kan de rijksoverheid ervoor zorgen dat er voldoende vergroening is in alle buurten en alle steden. En alleen de rijksoverheid kan zorgen voor een gelijk speelveld voor ontwikkelaars. Natuur & Milieu heeft hierom de volgende aanbevelingen: • Ontwikkel een resultaatgerichte landelijke programmatische aanpak voor groen in en om de stad waarin afspraken worden gemaakt over de te realiseren vergroening in gemeenten. Hiertoe kan het bestaande (rijks) programma Groen in en om de Stad worden verbreed. Dit programma is nu vooral gericht op het ondersteunen van gemeenten; een nationaal kader van bestuurlijke afspraken (incl. financiering) ontbreekt nog. • Maak groennormen wettelijk verplicht via instructieregels in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL, onderdeel Omgevingswet). Een landelijke norm geeft duidelijkheid en kan zo processen versnellen op gemeentelijk niveau. De huidige instructieregels voor verstedelijking (Ladder duurzame verstedelijking; eveneens onderdeel van BKL), leidt tot een enorme druk op woningbouw binnen de bebouwde kom. Door het ontbreken van een groennorm raakt de verhouding tussen verdichting en vergroening verder uit balans.
• Kwantificeer de baten van vergroening (zoals een verbetering in de gezondheid van inwoners van groene buurten, of stijgende vastgoedwaardes). Richt een instrument in waardoor een deel van de baten wordt afgeroomd bij baathouders en beschikbaar komt voor vergroening door gemeenten. Veel gemeenten willen wel vergroenen maar krijgen de financiering niet altijd rond. De gemeente is voor vergroening vaak afhankelijk van andere financiers zoals provincie, het Rijk en de EU. De rijksoverheid wil in 2026 bezuinigen op de bijdrage aan gemeenten, wat de vergroeningsopgave moeilijker maakt. Bezuinigen op dergelijke publieke middelen is onverstandig. Uit onderzoek van Rebel blijkt dat gemeenten in 62 procent van de gevallen de kosten van vergroeningsmaatregelen dragen. Dat terwijl de baten vaak ook op landelijk niveau zichtbaar worden – zoals verbeterde gezondheid door meer groen – of bij private partijen zoals vastgoedeigenaren.xxxvii
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
21
In het regeerprogramma van het kabinet-Schoof is de ambitie opgenomen om een planbatenheffing of een vergelijkbaar instrument in te zetten, waardoor een deel van de winst door de stijging van grondwaarde naar de overheid gaat. Vergroening zou een belangrijk bestedingsdoel moeten zijn voor deze middelen. Ook financiële middelen voor klimaatadaptatie en rioolbeheer kunnen gekoppeld worden aan de vergroeningsopgave. Vergroeningsmaatregelen zullen per slot van rekening ook leiden tot een betere klimaatadaptatie in steden. Ook is het noodzakelijk dat de gelden die in het regeerprogramma staan voor woningbouw in de NOVEX-gebieden, kunnen worden aangewend voor groen in diezelfde gebieden. De rijksoverheid staat voor een uitdaging bij het maken van het Natuurherstelplan waarin ze beschrijft hoe Nederland aan de Europese Herstelverordening gaat voldoen. Hierin wordt ook beschreven hoe Nederland gaat zorgen voor groenere steden in 2030 en daarna5.
Rol van gemeenten Er is een dalende trend in het openbare groen in veel gemeenten. Veel gemeenten hebben ambities en beleid voor vergroening maar geen harde groennormen. Ze beschermen hun bestaande groenstructuur en werken vaak met eisen in de vorm van punten voor nieuwbouwprojecten. Vergroeningsbeleid voor versteende wijken, of het garanderen dat groen voldoende meegroeit bij nieuwbouw, is nog zeldzaam maar wel hard nodig. Ook ontbreken de financiële middelen bij veel gemeenten om hun groenambities te verwezenlijken
Hiervoor doet Natuur & Milieu de volgende aanbevelingen: • Naast extra middelen van het Rijk kunnen gemeenten ook zelf extra financiering regelen: - Room middelen af bij projectontwikkelaars en zet deze middelen in voor vergroening. Een aantal gemeenten doet dit al. Zij ontwikkelen bijvoorbeeld een fonds voor bovenwijkse voorzieningen. Dit zijn voorzieningen die uitgaan boven het belang van het desbetreffende (bouw) project. De baten hiervan, zoals gezondheid en recreatie, zijn van algemeen nutxxxviii. Hier moeten de ontwikkelaars geld in storten om mee te betalen aan voorzieningen die verder van het projectgebied af liggen maar waarvan bewoners wel gebruikmaken, zoals wegen en groen. Een dergelijk fonds is in alle gemeenten nuttig - Gemeenten kunnen ook waardestijging van vastgoed (woningen, winkels, horeca, bedrijfspanden) en daarmee stijgende WOZinkomsten inzetten voor vergroeningsdoeleinden. In Bijlage 2 beschrijven we een concreet stappenplan voor gemeenten.
Kwantiteit en kwaliteit In dit rapport gaat het alleen over de verstening van het grondoppervlak en over het oppervlakte groen per buurt. Voor behoud en herstel van biodiversiteit en voor de belevings- en gebruikswaarde van mensen, is ook de kwaliteit van het groen van groot belang. Hierbij gaat het om de inrichting, de plantkeuze en om het beheer. Denk bijvoorbeeld aan het planten van bomen, struiken en lage planten, aan het zorgen voor bloeiende planten in ieder seizoen, en aan het voorkomen van eenvormige gazons, intensief maaien en barrières voor dieren. Ook voor de belevingswaarde is variatie van groot belang.
5) In de Europese Herstelverordening staat specifiek voor stedelijke ecosystemen dat de lidstaten een stijgende trend in stedelijke groene gebieden moeten bereiken. Er dient geen sprake te zijn van nettoverlies van natuur in 2030 t.o.v. 2021 en 10 procent boomkroonbedekking in 2050.
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
22
5. Bijlagen Bijlage 1: Boomkroonbedekking 1.1 Boomkroonbedekking als aanvullende indicator voor groen In dit rapport is kwantitatief gekeken naar groen en verstening. Verstening gaat in dit geval om de openbare ruimte en de BGT gaat over het maaiveld, zoals het type bestrating of gras. Boomkronen zijn ook groen, al zweeft dit groen wel boven het maaiveld en wordt het niet bijgehouden in de BGT. Een plein kan versteend zijn, maar doordat er ook enkele bomen staan is er toch groen dat niet is meegenomen in de BGT-classificering.
te zien. Dit is een van de meest versteende buurten van Nederland, met in 2024 een halve vierkante meter openbaar groen per woonadres. Boomkroonbedekking in vierkante meters is hierin niet meegenomen, maar zoals te zien op de afbeelding zijn er wel bomen aanwezig. Bomen leveren een positieve bijdrage aan de leefbaarheid van de stad, bijvoorbeeld door het verbeteren van de luchtkwaliteit. Ze bieden verkoeling en ook schuilplekken voor vogels en insecten.
In figuur 4 is de Cornelis Schuytbuurt in Amsterdam
Figuur 4: De Cornelis Schuytbuurt (Amsterdam) is met 0,5 m2 groen per woonadres een zeer versteende buurt, waarbij boomkroonbedekking echter niet is meegenomen
Het boomkroonoppervlak is van bovenaf bekeken het aantal vierkante meter dat bedekt is met groen. Het kan worden uitgedrukt in percentage van het totale grondoppervlak. Boomkroonbedekking is een belangrijke indicator voor groen in de stad. In dit hoofdstuk beschrijven we de boomkroonbedekking in 2023. Een trendanalyse ontbreekt, omdat er geen data beschikbaar waren over de periode 2019-2024.
In deze bijlage beschrijven we de boomkroonbedekking die op basis van luchtfoto’s uit 2023 is geanalyseerd voor G32-gemeenten. Een trendanalyse is niet uitgevoerd omdat er geen data beschikbaar was over de periode 2019 – 2024.
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
23
Boomkroonbedekking G32-gemeenten varieert Het gemiddelde percentage boomkroonbedekking tussen gemeenten varieert aanzienlijk. De gemeente Emmen heeft met 13,9 procent het hoogste percentage, de gemeente Westland met 3,3 procent
het laagste. Het gemiddelde percentage boomkroonbedekking van alle G32-gemeenten is 9,4 procent, en 8,5 procent in de G4-gemeenten.
Aantal & percentage buurten met minder dan 30% boomkroonbedekking op publieke én private gronden
Aantal onderzochte buurten (G32 buurten vanaf 500 woonadressen)
Gemiddeld percentage boomkroonbedekking op publieke én private gronden
Alkmaar
45
11,1%
44
97,8%
Almere
94
6,4%
94
100,0%
Alphen aan den Rijn
50
7,7%
50
100,0%
Amersfoort
74
9,3%
72
97,3%
Amsterdam
338
8,5%
337
99,7%
Apeldoorn
44
13,8%
43
97,7%
Arnhem
62
11,2%
60
96,8%
Breda
40
10,2%
40
100,0%
Delft
51
11,1%
49
96,1%
Deventer
43
10,9%
43
100,0%
Dordrecht
47
9,0%
47
100,0%
Ede
40
13,0%
39
97,5%
Eindhoven
80
9,0%
80
100,0%
Emmen
24
13,9%
23
95,8%
Enschede
51
12,5%
51
100,0%
Groningen
61
10,5%
61
100,0%
Haarlem
80
7,0%
80
100,0%
Haarlemmermeer
41
8,1%
41
100,0%
Leeuwarden
46
7,7%
46
100,0%
Leiden
44
9,6%
43
97,7%
Maastricht
35
10,1%
35
100,0%
Nijmegen
36
13,0%
34
94,4%
Rotterdam
71
8,4%
71
100,0%
’s-Gravenhage
100
8,5%
95
95,0%
’s-Hertogenbosch
59
9,6%
59
100,0%
Tilburg
105
12,5%
104
99,0%
Utrecht
93
9,0%
93
100,0%
Venlo
38
7,5%
38
100,0%
Westland
37
3,3%
37
100,0%
Zaanstad
37
8,6%
37
100,0%
Zoetermeer
16
7,9%
16
100,0%
Zwolle
44
9,5%
44
100,0%
Gemeente
Tabel 13: Boomkroonbedekking in G32-gemeenten in 2023.
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
25
Boomkroonbedekking per buurt In tabel 14 is te zien dat de meeste buurten ver onder de 30 procent boomkroonbedekking zitten. De meeste buurten hebben tussen de 5 en 10 procent boomkroonbedekking en gemiddeld is de
boomkroonbedekking 9,4 procent in alle onderzochte buurten. Er is dus onvoldoende boomkroonbedekking in de onderzochte buurten.
Gemeenten
0 -< 5%
5 -< 10%
10 -< 15%
15 -< 20%
20 -< 25%
25 -< 30%
≥ 30%
Alkmaar
15,6%
37,8%
20,0%
17,8%
6,7%
0,0%
2,2%
Almere
29,8%
53,2%
14,9%
2,1%
0,0%
0,0%
0,0%
Alphen aan den Rijn
38,0%
32,0%
20,0%
8,0%
2,0%
0,0%
0,0%
Amersfoort
31,1%
25,7%
33,8%
4,1%
1,4%
1,4%
2,7%
Amsterdam
26,0%
45,3%
17,2%
6,8%
3,3%
1,2%
0,3%
Apeldoorn
9,1%
29,5%
18,2%
22,7%
15,9%
2,3%
2,3%
Arnhem
19,4%
37,1%
21,0%
11,3%
1,6%
6,5%
3,2%
Breda
10,0%
45,0%
27,5%
12,5%
5,0%
0,0%
0,0%
Delft
23,5%
31,4%
19,6%
7,8%
11,8%
2,0%
3,9%
Deventer
18,6%
30,2%
25,6%
16,3%
7,0%
2,3%
0,0%
Dordrecht
25,5%
36,2%
23,4%
12,8%
2,1%
0,0%
0,0%
Ede
10,0%
32,5%
22,5%
15,0%
12,5%
5,0%
2,5%
Eindhoven
23,8%
32,5%
35,0%
7,5%
1,3%
0,0%
0,0%
Emmen
4,2%
29,2%
37,5%
16,7%
0,0%
8,3%
4,2%
Enschede
13,7%
29,4%
23,5%
17,6%
11,8%
3,9%
0,0%
Groningen
24,6%
31,1%
19,7%
13,1%
11,5%
0,0%
0,0%
Haarlem
42,5%
32,5%
15,0%
10,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Haarlemmermeer
24,4%
43,9%
26,8%
4,9%
0,0%
0,0%
0,0%
Leeuwarden
28,3%
41,3%
28,3%
2,2%
0,0%
0,0%
0,0%
Leiden
15,9%
43,2%
36,4%
0,0%
2,3%
0,0%
2,3%
Maastricht
17,1%
31,4%
37,1%
11,4%
2,9%
0,0%
0,0%
Nijmegen
11,1%
33,3%
27,8%
11,1%
8,3%
2,8%
5,6%
Rotterdam
32,4%
33,8%
22,5%
9,9%
1,4%
0,0%
0,0%
‘s-Gravenhage
47,0%
21,0%
18,0%
6,0%
1,0%
2,0%
5,0%
‘s-Hertogenbosch
13,6%
39,0%
40,7%
5,1%
1,7%
0,0%
0,0%
Tilburg
23,8%
24,8%
14,3%
13,3%
15,2%
7,6%
1,0%
Utrecht
33,3%
29,0%
19,4%
12,9%
4,3%
1,1%
0,0%
Venlo
28,9%
47,4%
15,8%
7,9%
0,0%
0,0%
0,0%
Westland
81,1%
16,2%
2,7%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Zaanstad
29,7%
37,8%
21,6%
8,1%
2,7%
0,0%
0,0%
Zoetermeer
31,3%
43,8%
18,8%
6,3%
0,0%
0,0%
0,0%
Zwolle
13,6%
40,9%
34,1%
11,4%
0,0%
0,0%
0,0%
Gemiddelden
26,4%
35,7%
22,2%
9,1%
4,1%
1,5%
1,0%
Tabel 14: Percentage buurten in G32-gemeenten per klasse voor boomkroonbedekking.
1.4 Conclusie boomkroonbedekking Het wisselt sterk per gemeente hoe groot het tekort aan boomkroonbedekking in buurten is. Duidelijk is
wel dat een richtlijn van 30 procent nog ver uit het zicht is voor alle onderzochte gemeenten.
| Architecten| Tekort aan groen | SwecoenNederland | Tekort aan Natuur Natuur & Milieu & Milieu ingenieursadviesbureau Sweco groen Nederland in Nederlandse steden in Nederlandse - december steden2024 - december 2024
26
Bijlage 2: Stappenplan voor gemeenten Ondanks alle goede intenties en inzet van gemeenten, blijkt uit dit onderzoek dat het aandeel openbaar groen bijna overal een negatieve trend laat zien. Vanwege dit inzicht bieden wij een handelingsperspectief voor hoe de negatieve trend om te buigen in een positieve. Dit handelingsperspectief kan bijdragen aan meer groen in de (bestaande) stad. Dit betekent volgens ons ook dat gemeenten de vergroening van het openbaar gebied anders of uitgebreider moeten aanpakken dan tot nu toe. In dit hoofdstuk beschrijven we een concreet stappenplan. We gaan met name in op de stappen die nu nog niet of onvoldoende goed geborgd zijn in de gemeentelijke organisatie en processen.
Stappenplan hoe te vergroenen Om te komen tot meer groen adviseren wij gemeenten de volgende vijf stappen te volgen, en met name stap 1 en 2 en in mindere mate stap 3 en 5 te integreren in de gemeentelijke processen. 1. Stel ambitie/doel: leg in beleid/een programma vast hoe groen gebieden/wijken dienen te zijn (groennorm). 2. Bepaal je opgave: a. Bepaal je uitgangssituatie aan de hand van een nulmeting van de kwantiteit van al het groen (particulier en openbaar). ormuleer de opgave door per gebied vast te stellen wat het te b. F vergroenen aandeel moet zijn. reng een prioritering aan op basis van de gebieden/wijken die c. B zijn ‘versteend’ en/of de grootste opgaven hebben. 3. Werk met vergroeningsscenario’s per gebied/wijk: oek naar vergroeningskansen per gebied/wijk. a. Z ormuleer vergroeningsscenario’s waarbij vergroend kan b. F worden via spoor 1: koppelen aan de beheeropgave van grootonderhoud/ rioolvervanging; of spoor 2: gericht vergroenen. c. Reken aan de hand van verschillende scenario’s door wat het benodigd aanlegbudget is en wat de impact is op het totale beheerbudget van de openbare ruimte (civiel en groen). d. Zorg voor politiek draagvlak en een keuze in vergroeningsscenario’s door de raad. 4. Uitvoering en beheer (bestaande gemeentelijke processen): a.
O p basis van de voorgaande drie stappen kan een uitvoeringsprogramma worden opgesteld en gekoppeld worden aan budget. b. U itvoering kan via spoor 1: koppelen aan de beheeropgave van grootonderhoud/rioolvervanging; of spoor 2: gericht vergroenen. c. N a aanleg van groen moet dit ook op een goede manier in stand worden gehouden. Hiervoor moet voldoende budget zijn. 5. Monitoring: Het is belangrijk te monitoren hoe het aandeel groen zich ontwikkelt en wat het effect is op je ambitie/doel, en dit mogelijk bij te stellen. In de volgende paragrafen gaan we met name in op de eerste drie stappen. We zien namelijk dat deze nog niet altijd of onvoldoende onderdeel zijn van het gemeentelijk proces.
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
27
Stap 1 Ambitie/doel vaststellen Het begint bij de ambitie Het vergroenen begint bij een doel of de ambitie om te willen vergroenen. Deze kunnen per gemeente en zelfs per wijk/gebied verschillen. Vergroenen is geen doel op zich. Het is juist waardevol om het te koppelen aan uitdagingen op andere belangrijke beleidsthema’s. Meer groen draagt ook bij aan klimaatmitigatie en -adaptatie, een betere gezondheid en een hogere biodiversiteit. Een versteende buurt is door het ontbreken van groen vaak niet klimaatadaptief, en met weinig groen is er ook weinig ruimte voor soorten (biodiversiteit). Ook kennen versteende buurten tal van gezondheidsuitdagingen. De uitdagingen per wijk/gebied op deze thema’s geven dan ook direct sturing aan het soort groen dat je wil realiseren. Is er vooral hittestress? Dan dragen opgaande beplanting en met name bomen bij aan het tegengaan van deze uitdaging.
Formuleer je ambitie/ het doel daarom altijd integraal en gebiedsgericht. Vanuit je ambitie/doel volgt waarom en waar je wil vergroenen en daaruit volgt hoeveel je wil vergroenen. Daarom zijn een of meerdere groennormen in onze visie essentieel. Alleen door deze vast te stellen, kun je sturen op hoe groen gebieden/wijken dienen te zijn. Vanuit het Rijk wordt er op dit moment geen groennorm vastgesteld. Maar gemeenten kunnen prima besluiten om zelf of samen (regionaal) een groennorm vast te stellen.
Wat is een goede groennorm? Er zijn verschillende normen die in de praktijk gehanteerd worden, waaronder die van 75 m² openbaar groen per woning die we in dit onderzoek gebruiken. Maar ook de 3-30-300-regel van Konijnendijk is door veel gemeenten overgenomen als norm/ambitie. In het onderzoek uitgevoerd door Sweco, in opdracht van Natuur & Milieu, de ANWB en Staatsbosbeheer naar tien groennormen onderzochten we diverse groennormen.xl Ook geeft de in juni verschenen handreiking ‘Groen in en om de Stad’ (GIOS) een eerste aanzet tot een groennorm.xli Het is een handreiking, dus nog geen groennorm, maar het biedt wel een aantal goede uitgangspunten: • Sturen van vergroening op verschillende schaalniveaus, van regio tot straat; • Al het groen (openbaar en particulier) telt mee;
Wijktype
Minimum
Streefwaarde
Bedrijven
25%
32%
Bloemkoolwijk
34%
42%
Historische binnenstad
15%
22%
Hoogbouw
36%
45%
Naoorlogse woonwijk
32%
40%
Stedelijk bouwblok
24%
26%
Sub-urbane uitbreiding – VINEX
33%
35%
Tuindorp
31%
35%
Tuinstad hoogbouw
36%
45%
Tuinstad laagbouw
35%
40%
Vernieuwd
21%
27%
Villa
45%
53%
Volkswijk
22%
26%
Vooroorlogse woonwijk
32%
46%
Tabel 15: Groenpercentages per wijktype uit de handreiking GIOS.
Een norm waarbij een bandbreedte wordt gehanteerd met een ondergrens en een streefwaarde, is een goede opzet. Hierdoor wordt ook direct vastgelegd dat de hoeveelheid groen niet mag afnemen (zoals vastgelegd in de EUNatuurherstelwet). In tabel 15 uit de handreiking GIOS worden landelijke ondergrenzen en streefwaardes per wijk benoemd. Dit zijn echter wel generieke bandbreedtes, die per wijk/gebied nog nauwkeuriger kunnen worden gemaakt (mede op basis van een nulmeting). Om een haalbare norm te stellen, kan de ondergrens bepaald worden aan de hand van de bestaande situatie. De streefwaarde is de ambitie en kan mede bepaald worden op basis van de reële hoeveelheid ruimte die vergroend kan worden. In een centrumgebied valt bijvoorbeeld vaak weinig oppervlakte te vergroenen. In een goede groennorm is ook aandacht voor de kwaliteit van het groen. Bijvoorbeeld door een waarderingssystematiek te geven aan het bestaande en/of te realiseren groen in gebieden/ wijken. Een vierkante meter boomkroon voegt namelijk veel meer toe aan de stad (op alle beleidsterreinen) dan een vierkante meter intensief gemaaid gazon.
• Op basis van wijktype onderscheid maken wat het minimum en streefwaardepercentage groen is. Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
28
Stap 2 Bepaal je opgave Bepaal je uitgangssituatie aan de hand van een nulmeting Een eerste logische stap bij het bepalen van je opgave is dat iedere gemeente haar uitgangssituatie bepaalt door een nulmeting uit te voeren van al het groen, particulier en openbaar. Een nulmeting geeft een goed beeld van de daadwerkelijke situatie en staat van het groen. In de huidige praktijk hebben gemeenten maar een beperkt beeld. Zo is het particulier groen vaak niet in beeld gebracht en zijn ook de oppervlakten/inhoud aan boomkronen niet bekend bij de gemeente. Het is ook een kans om de situatie te vergelijken met ander ‘nulmetingen’. Denk aan de klimaatstresstesten van wateroverlast of hitte. Het kan bovendien waardevol zijn om ook van de biodiversiteit en de gezondheid in wijken/ gebieden een nulmeting uit te voeren. Zo kan vergroening ook aan die opgaves gekoppeld worden. De manier waarop de nulmeting wordt uitgevoerd (in vierkante meters of percentages) volgt uit de ambitie/het doel en groennorm die in de eerste stap is vastgesteld. Stuur je met de 3-30-300-regel op kroonbedekking, dan is het logischer om het percentage groen te meten. Stuur je op vierkante meters groen per woning, dan is vierkante meters groen meten logischer.
Op basis van de opgedane kennis uit de Groene Stad Challenge delen wij vijf tips voor een goede nulmeting:xlii 1) D enk na over hoe de landelijke bomennorm in kubieke meter kroonvolume zich verhoudt tot je nulmeting, en hoe je dit gaat analyseren;xliii 2) Breng middels luchtfoto-analyses ook juist het particuliere groen in beeld; dit is vaak de helft van het totale groen in de stad; 3) Maak onderscheid in groen door typen op basis van hoogte of beheertype te analyseren; 4) N eem ook groen op daken mee in de meting; 5) E n breng ook het opgaande groen (gevelgroen, grote struiken en bomen) in beeld.
Bepaal je opgave en prioritering Uit je ambitie/doel (vertaald in een groennorm) en de analyse van je uitgangssituatie volgt je vergroeningsopgave per gebied/wijk. Werk opgavegestuurd door de vergroeningsopgave met de andere opgaven te integreren, zoals klimaatmitigatie en -adaptatie, verbeteren van gezondheid en verhogen van de biodiversiteit. Daarbij is evident dat de opgaven in de ene wijk veel groter zijn dan in de andere. Maar dat deze ook niet allemaal met meer groen opgelost kunnen worden. Uit het bepalen van je opgave volgt als vanzelf een prioritering. Daarbij worden de ‘versteende’ wijken/gebieden en/of die met de grootste opgaven, logischerwijs als eerste aangepakt. Dit vraagt wel om een andere aanpak dan de volgorde van wijken/gebieden die volgen vanuit het meerjarig onderhoudsprogramma (MJOP, spoor 1). De volgorde kan worden herzien, waarbij versteende wijken waar niet direct onderhoud gepland staat, toch worden vergroend (spoor 2).
Stap 3 Werk met vergroeningsscenario’s per gebied/wijk Door per gebied/wijk verschillende scenario’s op te stellen kan gezocht worden naar draagvlak en uitvoerbaarheid. De vergroeningsscenario’s zouden gebiedsgericht ingestoken moeten worden. De uiteindelijke vergroening kan twee sporen volgen: • spoor 1: koppelen aan de beheeropgave van grootonderhoud en rioolvervanging volgens de planning van het MJOP; • of spoor 2: gericht vergroenen van ‘versteende’ buurten en/of buurten met veel opgaven.
Zoek naar vergroeningskansen Per wijk/gebied zijn er andere vergroeningskansen, omdat dit sterk te maken heeft met hun stedenbouwkundige opzet. Om te kunnen vergroenen in de wijken/gebieden, zien wij drie oplossingsrichtingen: 1) Opwaarderen van bestaand openbaar groen; 2) Openbaar groen toevoegen binnen bestaande stedenbouwkundige structuren of aan andere functies (zoals parkeren); 3) Ingrepen in de openbare ruimte waarbij er meer ruimte wordt gemaakt voor groen.
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
29
Opwaarderen van bestaand groen voegt niet direct meer vierkante meters groen toe, maar zorgt wel voor meerwaarde. Wanneer bijvoorbeeld gemaaid gras met ander maaibeheer wordt omgevormd tot een bloemenweide, dan heeft dit direct een positief effect op de biodiversiteit. Ook kan gekeken worden naar het winnen van ruimte door de openbare ruimte anders in te richten. In sommige wijken zijn trottoirs of rijbanen groter dan strikt noodzakelijk, waardoor hier ruimte voor groen gevonden kan worden. Ook kan het minder toelaten van autoverkeer (eenrichtingsverkeer) of het verlagen van de snelheid van 50 naar 30 km/u leiden tot meer ruimte voor groen. Ook kan nagedacht worden over het opheffen van parkeervakken ten bate van groen (zoals bomen). Hier is echter in veel gemeenten nog geen draagvlak voor. Om een indruk te geven van het potentieel van de oplossingsrichtingen, rekende Sweco in de Groene Stad Challenge deze vergroeningskansen uit voor de stad Utrecht.xliv Vergroeningskansen in openbaar gebied*
Hoeveelheid**
Op te waarderen gazon (1e oplossingsrichting)
9.439.950 m²
Groen toevoegen binnen bestaande structuren De tweede oplossingsrichting is om binnen de bestaande stedenbouwkundige structuren te zoeken naar ruimte voor extra groen. Want ook binnen de huidige inrichting van de openbare ruimte valt veel te vergroenen. Iets waar niet alle gemeenten zich bewust van zijn. Wij zien de volgende vijf vergroeningskansen (van klein tot groot) in de openbare ruimte: 1) Geveltuintjes en het vergroenen van boomspiegels; 2) Nieuwe bomen planten; 3) Zinloze verharding omvormen tot plantvakken en/of gras; 4) Parkeerplaatsen een dubbele functie geven en vergroenen (met open verharding); 5) En inrichten van koele/groene verblijfsplekken, pocketparks en tiny forests.
Vergroeningsscenario’s koppelen aan budget
33.579 stuks
Wanneer duidelijk is waar er vergroend kan worden, kan hier ook een budget aan gekoppeld worden. Wij adviseren om diverse scenario’s door te rekenen (bijvoorbeeld minimaal, gemiddeld en maximaal vergroenen) en deze aan de gemeenteraad voor te leggen. Het gaat dan om scenario’s die het complete beeld schetsen over een lange termijn (>25 jaar), waarbij uitgewerkt is:
118.818 stuks
• wat het groen kost in aanleg;
Zinloze verharding (2e oplossingsrichting)
675.644 m²
• wat de invloed is op het beheerbudget van de openbare ruimte (groen en civiel);
Parkeerplaatsen vergroenen (2e oplossingsrichting)
1.527.690 m²
Nieuw te planten bomen (2e oplossingsrichting) 19.462 stuks 1e categorie (groot) 2e categorie (gemiddeld) 3e categorie (klein)
* Op basis van de situatie van de BGT en luchtfoto’s in 2020 ** Dit zijn wel maximale hoeveelheden waarbij per potentie maar een bepaald deel realistisch gezien te vergroenen is
Tabel 16: Vergroeningskansen voor de stad Utrecht.
• en wat de baten zijn van de vergroening. Dit laatste punt is belangrijk en wordt vaak vergeten. Dit kan het misverstand wegnemen dat groen alleen geld kost. Groen levert veel ecosysteemdiensten en baten op voor diverse uitdagingen (zie hoofdstuk 1). Ook vergeten gemeenten nog wel eens de impact op het beheerbudget goed in beeld te brengen. Waardoor kan het nieuw gerealiseerde groen niet goed onderhouden worden. Het hoeft overigens niet altijd te betekenen dat het beheerbudget omhoog moet. Het opwaarderen van gemaaid gazon of omvormen van zinloze verharding, kan in sommige gevallen goedkoper zijn in het beheer.
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
30
Bijlage 3: Data op gemeenteniveau In deze bijlage wordt per gemeente een overzicht getoond van de trend in een aantal kerngegevens en verstening. In dit onderzoek zijn alleen buurten meegenomen met ten minste vijfhonderd woningen (aparte woonadressen). Hierdoor blijven buurten met een minder stedelijk karakter (vaak in het buitengebied) buiten beschouwing. In de tabellen van de gemeenten Enschede en Groningen worden alleen de gegevens van het jaar 2024 getoond. Een trendanalyse bleek hier niet mogelijk omdat de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) van deze gemeenten in 2019 incompleet bleek.
Alkmaar Trend in kerngegevens Alkmaar
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
45
45
0
0,0%
Aantal woonadressen
47.162
51.780
4.618
9,8%
Aantal mensen
99.512
109.256
9.744
9,8%
Totaal buurtoppervlak in m²
19.179.146
19.179.146
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
8.298.259
8.529.200
230.942
2,8%
Publieke ruimte in de buurt in m²
10.880.888
10.649.946
-230.942
-2,1%
Groene ruimte in de buurt in m²
5.675.088
5.730.896
55.808
1,0%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Alkmaar
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
139
122
-17
-12,3%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
30
28
-2
-6,7%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
66,7%
62,2%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Alkmaar
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
45
45
0
0,0%
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
31
Almere Trend in kerngegevens Almere
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
94
94
0
0,0%
Aantal woonadressen
63.773
70.440
6.667
10,5%
Aantal mensen
134.561
148.628
14.067
10,5%
Totaal buurtoppervlak in m²
30.991.062
30.991.062
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
9.777.518
10.793.363
1.015.845
10,4%
Publieke ruimte in de buurt in m²
21.213.544
20.197.699
-1.015.845
-4,8%
Groene ruimte in de buurt in m²
13.112.702
10.642.578
-2.470.124
-18,8%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Almere
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
374
146
-228
-61,0%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
81
77
-4
-4,9%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
86,2%
81,9%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Almere
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
94
94
0
0,0%
Trend in kerngegevens Alphen aan den Rijn
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
50
50
0
0,0%
Aantal woonadressen
38.078
41.817
3.739
9,8%
Aantal mensen
80.345
88.234
7.889
9,8%
Totaal buurtoppervlak in m²
16.459.292
16.459.292
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
7.466.373
6.930.520
-535.853
-7,2%
Publieke ruimte in de buurt in m²
8.992.919
9.528.772
535.853
6,0%
Groene ruimte in de buurt in m²
4.932.367
4.955.716
23.349
0,5%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Alphen aan den Rijn
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
161
122
-39
-24,0%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
27
28
1
3,7%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
54,0%
56,0%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Alphen aan den Rijn
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
46
48
2
4,3%
Alphen aan den Rijn
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
32
Amersfoort 2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
74
74
0
0,0%
Aantal woonadressen
54.805
58.707
3.902
7,1%
Aantal mensen
115.639
123.872
8.233
7,1%
Totaal buurtoppervlak in m²
19.448.902
19.448.902
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
9.903.371
9.593.806
-309.565
-3,1%
Publieke ruimte in de buurt in m²
9.545.531
9.855.096
309.565
3,2%
Groene ruimte in de buurt in m²
4.544.628
4.649.064
104.436
2,3%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Amersfoort
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
106
84
-22
-21,0%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
31
30
-1
-3,2%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
41,9%
40,5%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Amersfoort
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
63
63
0
0,0%
Trend in kerngegevens Amsterdam
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
338
338
0
0,0%
Aantal woonadressen
433.949
476.781
42.832
9,9%
Aantal mensen
915.632
1.006.008
90.376
9,9%
Totaal buurtoppervlak in m²
77.850.256
77.850.256
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
27.399.190
27.792.772
393.582
1,4%
Publieke ruimte in de buurt in m²
50.451.066
50.057.484
-393.582
-0,8%
Groene ruimte in de buurt in m²
23.295.546
23.023.048
-272.497
-1,2%
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
73
54
-19
-25,8%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
102
87
-15
-14,7%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
30,2%
25,7%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Amsterdam
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen an ≥1 hectare
315
311
-4
-1,3%
Trend in kerngegevens Amersfoort Aantal buurten
Amsterdam
Trend in m² publiek groen per woonadres in Amsterdam
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
33
Apeldoorn Trend in kerngegevens Apeldoorn
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
44
44
0
0,0%
Aantal woonadressen
67.218
70.416
3.198
4,8%
Aantal mensen
141.830
148.578
6.748
4,8%
Totaal buurtoppervlak in m²
34.833.631
34.833.631
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
16.751.192
17.131.010
379.818
2,3%
Publieke ruimte in de buurt in m²
18.082.439
17.702.621
-379.818
-2,1%
Groene ruimte in de buurt in m²
9.836.351
9.396.264
-440.087
-4,5%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Apeldoorn
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
163
145
-18
-11,1%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
33
32
-1
-3,0%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
75,0%
72,7%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Apeldoorn
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
41
39
-2
-4,9%
Trend in kerngegevens Arnhem
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
62
62
0
0,0%
Aantal woonadressen
72.600
77.645
5.045
6,9%
Aantal mensen
153.186
163.831
10.645
6,9%
Totaal buurtoppervlak in m²
31.040.064
31.040.064
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
13.669.536
13.614.426
-55.110
-0,4%
Publieke ruimte in de buurt in m²
17.370.528
17.425.638
55.110
0,3%
Groene ruimte in de buurt in m²
10.180.338
10.030.009
-150.329
-1,5%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Arnhem
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
155
144
-10
-6,7%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
37
37
0
0,0%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
59,7%
59,7%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Arnhem
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
50
48
-2
-4,0%
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
Arnhem
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
34
Breda Trend in kerngegevens Breda
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
40
40
0
0,0%
Aantal woonadressen
81.968
87.405
5.437
6,6%
Aantal mensen
172.952
184.425
11.472
6,6%
Totaal buurtoppervlak in m²
38.244.978
38.244.978
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
18.742.424
19.056.675
314.251
1,7%
Publieke ruimte in de buurt in m²
19.502.554
19.188.303
-314.251
-1,6%
Groene ruimte in de buurt in m²
9.836.955
9.354.878
-482.077
-4,9%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Breda
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
126
115
-11
-8,8%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
28
27
-1
-3,6%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
70,0%
67,5%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Breda
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
40
40
0
0,0%
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
51
51
0
0,0%
Aantal woonadressen
45.423
48.988
3.565
7,8%
Aantal mensen
95.843
103.365
7.522
7,8%
Totaal buurtoppervlak in m²
10.298.942
10.298.942
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
3.858.014
3.946.438
88.424
2,3%
Publieke ruimte in de buurt in m²
6.440.928
6.352.504
-88.424
-1,4%
Groene ruimte in de buurt in m²
2.772.320
2.847.997
75.677
2,7%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Delft
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
65
61
-4
-6,7%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
16
13
-3
-18,8%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
31,4%
25,5%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Delft
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
48
47
-1
-2,1%
Delft Trend in kerngegevens Delft Aantal buurten
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
35
Deventer Trend in kerngegevens Deventer
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
43
43
0
0,0%
Aantal woonadressen
41.508
44.812
3.304
8,0%
Aantal mensen
87.582
94.553
6.971
8,0%
Totaal buurtoppervlak in m²
20.615.800
20.615.800
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
9.513.318
9.768.445
255.128
2,7%
Publieke ruimte in de buurt in m²
11.102.482
10.847.355
-255.128
-2,3%
Groene ruimte in de buurt in m²
6.397.191
6.160.227
-236.964
-3,7%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Deventer
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
178
138
-39
-22,0%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
31
30
-1
-3,2%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
72,1%
69,8%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Deventer
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
41
41
0
0,0%
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
47
47
0
0,0%
Aantal woonadressen
41.490
43.434
1.944
4,7%
Aantal mensen
87.544
91.646
4.102
4,7%
Totaal buurtoppervlak in m²
13.901.774
13.901.774
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
5.886.261
5.897.435
11.174
0,2%
Publieke ruimte in de buurt in m²
8.015.513
8.004.339
-11.174
-0,1%
Groene ruimte in de buurt in m²
4.103.287
4.081.600
-21.687
-0,5%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Dordrecht
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
103
85
-18
-17,1%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
20
20
0
0,0%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
42,6%
42,6%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Dordrecht
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
38
37
-1
-2,6%
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
Dordrecht Trend in kerngegevens Dordrecht Aantal buurten
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
36
Ede Trend in kerngegevens Ede
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
40
40
0
0,0%
Aantal woonadressen
42.915
47.636
4.721
11,0%
Aantal mensen
90.551
100.512
9.961
11,0%
Totaal buurtoppervlak in m²
21.457.350
21.457.350
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
12.187.275
12.203.591
16.316
0,1%
Publieke ruimte in de buurt in m²
9.270.075
9.253.759
-16.316
-0,2%
Groene ruimte in de buurt in m²
4.046.102
3.958.492
-87.611
-2,2%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Ede
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
108
86
-22
-20,7%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
21
18
-3
-14,3%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
52,5%
45,0%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Ede
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
33
32
-1
-3,0%
Trend in kerngegevens Eindhoven
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
80
80
0
0,0%
Aantal woonadressen
108.449
120.517
12.068
11,1%
Aantal mensen
228.827
254.291
25.463
11,1%
Totaal buurtoppervlak in m²
42.248.015
42.248.015
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
19.924.216
19.906.714
-17.501
-0,1%
Publieke ruimte in de buurt in m²
22.323.800
22.341.301
17.501
0,1%
Groene ruimte in de buurt in m²
9.969.948
9.522.611
-447.337
-4,5%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Eindhoven
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
109
86
-23
-21,1%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
34
31
-3
-8,8%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
42,5%
38,8%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Eindhoven
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
59
58
-1
-1,7%
Eindhoven
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
37
Emmen 2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
24
24
0
0,0%
Aantal woonadressen
43.495
45.080
1.585
3,6%
Aantal mensen
91.774
95.119
3.344
3,6%
Totaal buurtoppervlak in m²
38.009.902
38.009.902
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
19.524.241
19.540.226
15.984
0,1%
Publieke ruimte in de buurt in m²
18.485.661
18.469.677
-15.984
-0,1%
Groene ruimte in de buurt in m²
11.632.608
11.544.341
-88.267
-0,8%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Emmen
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
379
317
-62
-16,3%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
24
24
0
0,0%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
100,0%
100,0%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Emmen
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
24
24
0
0,0%
Trend in kerngegevens Emmen Aantal buurten
Enschede Trend in kerngegevens Enschede Aantal buurten
2024 51
Aantal woonadressen
74.405
Aantal mensen
156.995
Totaal buurtoppervlak in m²
32.625.587
Private ruimte in de buurt in m²
15.726.351
Publieke ruimte in de buurt in m²
16.899.236
Groene ruimte in de buurt in m²
8.895.108
Trend in m² publiek groen per woonadres in Enschede
2024
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
145
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
27
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
52,9%
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Enschede
2024
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
44
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
38
Groningen Trend in kerngegevens Groningen Aantal buurten
2024 61
Aantal woonadressen
119.467
Aantal mensen
252.075
Totaal buurtoppervlak in m²
37.364.259
Private ruimte in de buurt in m²
18.749.337
Publieke ruimte in de buurt in m²
18.614.921
Groene ruimte in de buurt in m²
9.617.992
Trend in m² publiek groen per woonadres in Groningen
2024
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
104
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
31
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
50,8%
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Groningen
2024
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
57
Haarlem Trend in kerngegevens Haarlem
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
80
80
0
0,0%
Aantal woonadressen
71.914
77.729
5.815
8,1%
Aantal mensen
151.739
164.008
12.270
8,1%
Totaal buurtoppervlak in m²
16.927.263
16.927.263
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
8.039.253
8.069.756
30.503
0,4%
Publieke ruimte in de buurt in m²
8.888.010
8.857.507
-30.503
-0,3%
Groene ruimte in de buurt in m²
3.100.321
3.127.176
26.855
0,9%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Haarlem
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
49
44
-5
-10,2%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
15
12
-3
-20,0%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
18,8%
15,0%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Haarlem
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
62
62
0
0,0%
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
39
Haarlemmermeer 2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
41
41
0
0,0%
Aantal woonadressen
56.130
61.939
5.809
10,3%
Aantal mensen
118.434
130.691
12.257
10,3%
Totaal buurtoppervlak in m²
28.531.235
28.531.235
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
13.075.130
13.072.555
-2.575
-0,0%
Publieke ruimte in de buurt in m²
15.456.105
15.458.680
2.575
0,0%
Groene ruimte in de buurt in m²
8.352.345
7.995.250
-357.096
-4,3%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Haarlemmermeer
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
194
139
-56
-28,6%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
36
35
-1
-2,8%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
87,8%
85,4%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Haarlemmermeer
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
37
37
0
0,0%
Trend in kerngegevens Leeuwarden
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
46
46
0
0,0%
Aantal woonadressen
52.888
55.392
2.504
4,7%
Aantal mensen
111.594
116.877
5.283
4,7%
Totaal buurtoppervlak in m²
24.437.389
24.437.389
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
10.157.366
10.523.629
366.263
3,6%
Publieke ruimte in de buurt in m²
14.280.023
13.913.760
-366.263
-2,6%
Groene ruimte in de buurt in m²
7.587.659
7.462.687
-124.973
-1,6%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Leeuwarden
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
130
121
-9
-6,7%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
22
20
-2
-9,1%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
47,8%
43,5%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Leeuwarden
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
41
40
-1
-2,4%
Trend in kerngegevens Haarlemmermeer Aantal buurten
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
Leeuwarden
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024
40
Leiden Trend in kerngegevens Leiden
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
44
44
0
0,0%
Aantal woonadressen
57.065
64.986
7.921
13,9%
Aantal mensen
120.407
137.120
16.713
13,9%
Totaal buurtoppervlak in m²
16.451.086
16.451.086
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
6.214.135
6.291.449
77.314
1,2%
Publieke ruimte in de buurt in m²
10.236.951
10.159.637
-77.314
-0,8%
Groene ruimte in de buurt in m²
4.804.239
4.798.200
-6.039
-0,1%
Trend in m² publiek groen per woonadres in Leiden
2019
2024
verschil absoluut
verschil percentage
Gemiddeld m² publiek groen per woonadres
88
80
-8
-8,8%
Aantal buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
18
14
-4
-22,2%
Percentage buurten dat voldoet aan de norm (≥75m² publiek groen per woonadres per buurt)
40,9%
31,8%
/
/
Trend in aantal buurten zonder een gebied van aaneengesloten groen ≥ 1 hectare in Leiden
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten met 1 stuk aaneengesloten groen van ≥1 hectare
44
44
0
0,0%
Trend in kerngegevens Maastricht
2019
2024
Verschil absoluut
Verschil percentage
Aantal buurten
35
35
0
0,0%
Aantal woonadressen
60.531
66.199
5.668
9,4%
Aantal mensen
127.720
139.680
11.959
9,4%
Totaal buurtoppervlak in m²
27.727.343
27.727.343
0
0,0%
Private ruimte in de buurt in m²
12.432.468
12.304.625
-127.843
-1,0%
Publieke ruimte in de buurt in m²
15.294.874
15.422.717
127.843
0,8%
Groene ruimte in de buurt in m²