CConstaterende datMeppel
Koppel je AI →
Document · PDF

1.14 Bomenridders Groningen - Informatieverzoek over de ontwikkelingen nieuw stedenbouwkundig plan Nieuwveense Landen - Boshoven en bijlagen

1 - RAADSVERGADERING 27 maart 2025, gemeente MeppelBij agendapunt: Categorie 1: Voor kennisgeving aannemen48.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Aan de Raad van de Gemeente Meppel. Via de Griffie met verzoek via uw dagmail onze reactie en bijlage toe te willen voegen aan berichten aan de Raad. Aan het College van Burgemeester en wethouders van de Gemeente Meppel. Betreft: De College reactie in eerste termijn op schriftelijke vragen aantal Raadspartijen over ontwikkeling van een nieuw stedenbouwkundig plan( uw antwoorden/ College antwoorden) als gevolg waarvan een kenmerkend landschapselement zijnde een oorspronkelijk ruilverkaveling bos( Dienst Landinrichting, polder Nieuwveense Landen, deelgebied Boshoven in herontwikkeling voor infrastructuur, bouw, riolering, nieuw fris groen, verkoop kavels). Uit de vragen en de antwoorden van het College van B&W blijkt dat het College , de Gemeente eigenaar is van het bosje te bestempelen als waardevol bosgebied en ook huis van dieren. Ook blijkt dat het College doende is een nieuw of aangepast stedenbouwkundig plan te ontwikkelen waarbinnen afhankelijk van de gekozen uitgangspunten( stedenbouwkundig programma van eisen en kwaliteitseisen incl. water (huishouding) en natuur). Het College maakt op geen enkele manier duidelijk, maar wel duidelijk dat nieuw fris groen volledig aan te leggen en de kosten daartoe te versleutelen, dat het gehele bosje zoals dat nu al jaren bestaat volledig onderdeel zijn kan van de nieuwe aan( nieuw) bouw gerelateerde ontwikkelingen.

Het College voert o.a. de meest actuele versie van de woon/ woningnood op, antwoorden 3 en 4 van de terecht gestelde vragen. Uit vraag 1 en antwoord College op 1 blijkt direct dat het stedenbouwkundig plan, nog niet gereed is en zeker nog niet in de raad verplichtend aan de orde gesteld is. Het College gaat als alle antwoorden samengevat worden uit van het decimeren van het ook voor natuur beleven en behouden bos(je). De natuurwaarden als onderdeel van de wijk Nieuwveense landen zijn niet of nog niet onderzocht en zijn in het geding in het ontkennen van de natuurwaarden van dit bos juist ook bij integraal handelen en onderzoeken zoals het College stelt in antwoorden op vraag 1.” Er is nog geen integrale benadering noch een integraal vastgesteld stedenbouwkundige opzet. Wij verzoeken u het concept van het nog niet integrale concept van het stedenbouwkundig plan Boshoven te doen toekomen en ook de onderzoeken die aan de opzet van een dergelijk plan ten grondslag moeten liggen: -Waterhuishouding. Bodemonderzoeken. -Omgevingsvisie of plan. -Natuur en behoud of herstel daarvan( taak en rol Gemeente en Provincie/ wetgeving). Instemmingsbesluiten Provincie Drenthe, aan de orde zijnde ontheffingsaanvragen natuur. -Stand van zaken ontwikkeling stedenbouwkundige opzet waaruit kan blijken dat t.a.v. o.a.

een trafo station, kabels en leidingen, toegangswegen, parkeerplaatsen ten behoeve van de te bouwen en te bewonen woningen. -Waaruit blijkt dat de woningproductie.. ,algemeen gesteld onder 4 en 5 van de antwoorden bij wijziging van de stedenbouwkundige opzet, kortom de alternatieven afdoende onderzocht zijn op juist de integraliteit inclusief bestaande natuurwaarden zoals dit bosje van hoge waarden. -Graag ontvangen wij uw boomveiligheidsanalyse of Bomen effectanalyse(BEA verplicht) van het bestaande bos en de mogelijkheden met onderhoud en Herplant op locatie dit bos(je)te helpen verjongen bij bosvorming.( de bodem van deze bomen is door de jaren heen van grote waarde geworden).Het kappen en verwoesten van een dergelijk bos(je)brengt overige natuurwaarden daadwerkelijk in gevaar en is het kappen onzorgvuldig.

Immers het College had preventief onderhoud kunnen laten plegen nu vaststaat dat dit bos(je)van de lokale overheid is. Nieuwe natuur ( citaat onder 2 bijlage 1 een”’ Robuuste groenstructuur” ”maken, door de oude te vernietigen of zoveel aan te tasten door kap, is ook in dit tijdperk, een niet juiste gedachtegang van helaas ook de Gemeente Meppel/c.q. het College. Wij verwijzen naar de bijlagen 2,3,4. En verzoeken de griffie Raad Meppel deze via dagmail en onderdeel van dit raadsadres aan de gehele raad kenbaar te maken. Uw bericht van ontvangst en zo mogelijk een overzicht, LTA agenda Raad wanneer het concept Stedenbouwkundige Visie en daarop gebaseerde ontwerp Stedenbouwkundig plan in de raad aan de orde gaat komen. Hoogachtend en met, Met vriendelijke groet, Bomenridders Groningen Secretariaat Helper Molenstraat 16 9721 BV Groningen. W: www.bomenriddersgroningen.nl <http://www.bomenriddersgroningen.nl/>

> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Onze referentie 2025-0000180366

Datum Betreft

4 maart 2025 Reactie MVRO onderzoek Natuur & Milieu 'Tekort aan groen in Nederlandse steden' (Natuur & Milieu en Sweco)

Uw referentie Bijlage(n) 2

Geachte voorzitter, Op 29 januari 2025 heeft de commissie voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening mij gevraagd te reageren op de brief en het onderzoek van de stichting Natuur & Milieu en Sweco over het ‘Tekort aan groen in Nederlandse steden’. Dit ten behoeve van het commissiedebat RO op 13 maart a.s. Dit rapport is op 9 december 2024 gepubliceerd. Met deze brief deel ik mijn visie op stedelijk groen en de aan mij verzochte reactie op de conclusies en aanbevelingen in het desbetreffende rapport. Visie op stedelijk groen Belangrijk voor leefbaarheid en welzijn Groene ruimte in en om de stad is belangrijk voor het welzijn van iedereen en voor de leefbaarheid van zowel nieuwe als bestaande woongebieden. Groen is aantrekkelijk om te recreëren, te bewegen en te ontmoeten. Het voegt kwaliteit toe aan de leefomgeving en kan een belangrijke vestigingsfactor zijn. Groen is onderdeel van het dagelijkse leven: een korte wandeling via de groene singel naar de bakker, koffiedrinken in het park met een vriend of een wandeling met je familie door het bos of in de polder. Zo helpt groen mensen fysiek en mentaal fit te houden en draagt het bij aan het sociale contact. Het gaat daarbij zowel om groen in de stad als groene ruimte buiten de stad en om openbaar én privaat groen (inclusief gevelgroen en groen op daken).

Openbaar én privaat Zowel openbaar als privaat groen zijn belangrijk voor stedelijk groen. Het zijn met name de toegankelijkheid en de zichtbaarheid, die bepalend zijn voor de betekenis van groen in de leefomgeving. Toegankelijkheid is van betekenis voor de gebruikswaarde van het groen: voor recreatie, ontmoeten, spelen, bewegen en sporten. Dat geldt voor openbaar groen, maar we zien ook steeds meer groene private terreinen, die publiektoegankelijk zijn, zoals het Dakpark in Rotterdam. Daarnaast worden de beleving van groen en de bijdrage aan een kwalitatief aantrekkelijke leefomgeving over het algemeen niet beperkt door eigendomsgrenzen en de toegankelijkheid van groen. Het groen in de voortuin draagt bij aan een groen straatbeeld, (collectieve) binnentuinen bepalen het uitzicht vanuit bovenwoningen en het zicht op het landelijk gebied is onderdeel van het uitzicht van nieuwe hoogbouwontwikkelingen. Pagina 1 van 6

DG Ruimtelijke Ordening DGRO-RO-Verstedelijking & Energie

Verschillende schaalniveaus Bij beleving en gebruik van groen gaat dus over het groen bij de voordeur tot aan het buitengebied. Groene ruimte moet daarom op verschillende schaalniveaus worden bezien: van straat tot (boven)regionaal en alle schaalniveaus daartussen. Niet op al deze niveaus hoeft noodzakelijkerwijs evenveel groen aanwezig te zijn om toch een prettige leefomgeving te creëren en invulling te kunnen geven aan de verschillende functies die binnen- en buitenstedelijke groene ruimte vervult. Ook de kwaliteit van het groen en goede verbindingen tussen de stad en het buitengebied met prettige routes voor fietsers en voetgangers kunnen hieraan bijdragen.

Datum Onze referentie 2025-0000180366

Voorwaarde voor verstedelijking en woningbouw Investeren in groen is een belangrijke voorwaarde voor verstedelijking en woningbouw. Groen draagt bij aan de toekomstbestendigheid en leefbaarheid van de leefomgeving van zowel de nieuwe als de bestaande bewoners van steden en dorpen. Het is onderdeel van complete gebiedsontwikkelingen. Ik heb hierover daarom bij de Woontop 2024 ook afspraken gemaakt i.r.t. de doelstelling om jaarlijks vergunningen te verlenen voor 100.000 woningen. Naast ontsluiting, ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid en de benodigde voorzieningen, zetten we in op toekomstbestendige nieuwbouw, die voldoet aan de kwaliteitsstandaarden ten aanzien van duurzaamheid, drinkwatervoorzieningen, klimaatadaptatie, natuur, energiezuinigheid, bereikbaarheid, gezondheid, etc. Groen is een middel dat voor meerdere van deze doelstellingen kan worden ingezet. Gemeenten zijn daarbij primair aan zet om te zorgen voor voldoende stedelijk groen in de fysieke leefomgeving. Combineren met andere doelen en meervoudig ruimtegebruik Naast leefbaarheidsaspecten draagt groen bij aan andere dingen, bijvoorbeeld een veilige, klimaatadaptieve leefomgeving. Groen is daarvoor een effectief en betaalbaar middel. Ook kan groen met de juiste keuzes in soorten en beheer bijdragen aan een toename van biodiversiteit. Voor beiden geldt: zowel op openbaar als privaat terrein en in én om de stad.

Groene ruimte is multifunctioneel: meerdere functies kunnen op dezelfde vierkante meter een plek krijgen zoals combinaties van ruimte voor waterberging, verkoeling, spelen en ontmoeten. Inzet van het Rijk Gemeenten blijven aan zet De groenopgave in en om bebouwd gebied is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de gemeenten en eigenaren van gronden en panden. Gemeenten zien het belang ervan. Deels pakken ze hun taak al op en velen hebben de ambitie om dat te gaan doen. Sommigen met veel kennis en inzet, anderen met minder. Dat is ook de reden dat we als Rijk vooral een faciliterende rol innemen. Samen met LVVN ondersteunen we de lokale overheden bij de aanpak van de groenopgave in en om bebouwd gebied, zodat niet iedere gemeente het wiel zelf moet uitvinden. Er is al een handreiking Groen in en om de stad voor gemeenten, die in mei 2024 met uw Kamer is gedeeld, en we doen

Pagina 2 van 6

DG Ruimtelijke Ordening DGRO-RO-Verstedelijking & Energie

onderzoek naar financieringsmogelijkheden. De handreiking sluit aan op de doelstellingen van de EU verordening natuurherstel: geen afname van stedelijk groen en is één van de maatregelen die we hiervoor inzetten.

Datum Onze referentie 2025-0000180366

Samenwerking met de regio Op het hogere schaalniveau wordt de opgave van groen in en om de stad meegenomen in gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies en werken we samen met de regio aan de ruimtelijke voorstellen van de provincies en ontwikkelperspectieven van de NOVEX verstedelijkingsgebieden. Voortzetten van onze huidige samenwerking We zetten onze bestaande samenwerking met diverse gemeentes, provincies en andere partijen de komende tijd voort binnen de huidige aanpak voor de doorontwikkeling van GIOS. Op dit moment zie ik dan ook geen noodzaak tot het opzetten van een nieuw Nationaal programma. EU NHV artikel 8 Op het gebied van stedelijk groen stelt de verordening dat lidstaten tot en met 2030 netto achteruitgang van de totale nationale hoeveelheid stedelijke groene ruimte en stedelijke boomkroonbedekking moeten voorkomen (ten opzichte van 2024). Stedelijk groen omvat daarbij zowel openbare groene ruimte als ook de private groene ruimte, inclusief vergroening van daken en gevels binnen de stedelijke ecosysteemgebieden. Na 2030 wordt gevraagd om een positieve ontwikkeling, waarvoor de lidstaten de bevredigende niveaus en de termijn waarop deze worden bereikt voor beide indicatoren eind 2030 vaststellen. Uitgangspunt van dit kabinet is dat geen koppen op nationaal beleid en zo min mogelijk nieuwe eisen en regels ontstaan.

Ik ben daarom dan ook geen voorstander van groennormen en wil dan ook benadrukken dat het Rijk momenteel geen groennorm of richtlijn hanteert en ook niet voornemens is die te gaan hanteren. Daarnaast ontvangen wij over het algemeen het signaal van gemeenten dat zij geen voorstander zijn van een landelijke norm maar ruimte willen hebben om hun opgave af te stemmen op de eigen lokale context. Een landelijk verplichte norm leidt wat hen betreft tot een te lage ambitie, omdat deze altijd haalbaar moet zijn. Een ambitieuze norm kan daarentegen vertragend werken in de gebiedsontwikkeling of zelfs op slot zetten. Dit willen we voorkomen. In het kader van het vormgeven aan artikel 8 uit de EU NHV ben ik voornemens om met stakeholders waaronder gemeenten als primair verantwoordelijken voor (openbaar) stedelijk groen nader in gesprek te gaan. Daarmee wil ik ook invulling geven aan de motie Kostic en Kröger1, die mij verzoekt om in gesprek te gaan met gemeenten over een gezamenlijke aanpak voor groen en klimaatadaptatie.

1

Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 32 813, nr. 1432 Pagina 3 van 6

DG Ruimtelijke Ordening DGRO-RO-Verstedelijking & Energie

Financiering Aanleg en onderhoud van openbaar stedelijk groen kost geld. De verantwoordelijkheid voor de financiering hiervan ligt ook bij gemeenten. Er zijn vanuit het kabinet op dit moment geen specifieke middelen voor stedelijk groen gereserveerd. Voor woningbouw noodzakelijke maatregelen die groen in de stad introduceren kunnen in het geval waarin dit leidt tot een publieke onrendabele top mogelijk deels gedekt worden uit het gebiedsbudget of andere middelen die bestemd zijn voor woningbouw.

Datum Onze referentie 2025-0000180366

We ondersteunen gemeentes wel door aanvullend onderzoek te doen naar de baten van groen en financieringsmogelijkheden voor nieuwe gebiedsontwikkelingen en de bestaande stad, en de kennis hierover te delen. Conclusies en boodschap van het onderzoeksrapport Natuur & Milieu en Sweco hebben onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de hoeveelheid openbaar stedelijk groen op buurtniveau in 32 gemeenten met (grotere) steden in de periode 2019-2024. In het rapport ‘Tekort aan groen in Nederlandse Steden’ geven zij het signaal af dat meer dan de helft van de onderzochte buurten volgens de gehanteerde criteria niet voldoende groen heeft en dat groen niet meegroeit met het aantal woningen. Deze boodschap is gebaseerd op de volgende conclusies: 1. Er heeft tussen 2019 en 2024 een absolute afname van 2,5% plaatsgevonden van de kwantitatieve hoeveelheid stedelijk groene openbare ruimte in de buurten van 30 van de 32 grootste gemeenten in Nederland. In dezelfde periode zijn aan deze buurten in totaal 234.000 woningen toegevoegd. 2. Het gemiddeld aantal m2 openbaar stedelijk groen per huishouden in deze buurten is in diezelfde periode afgenomen met 24,2%. 3. Er is in deze buurten in 2024 (t.o.v. 2019) minder openbare ruimte (-0,4%) en meer private ruimte (+0,6%). 4.

In 2024 is 54% van de buurten in de 32 grootste gemeenten versteend volgens de in het onderzoek gehanteerde criteria; 3,6 miljoen mensen wonen in een versteende buurt. Dit is een toename van 7% t.o.v. 2019. NB: 70% van de buurten in de G4 is in 2024 versteend. De gehanteerde criteria voor verstening in dit onderzoek zijn: o er is minder dan 75 m2 openbaar groen per huishouden aanwezig in de buurt, en/of o er is minder dan 1 ha aaneengesloten openbaar groen aanwezig in de buurt. Natuur & Milieu en Sweco verzoeken het Rijk en gemeenten om verdere verstening te voorkomen. Zij vragen aandacht voor vergroening bij nieuwbouw, maar ook voor de vergroening van de meest versteende wijken. Zij doen in het rapport de volgende aanbevelingen voor de aanpak van het Rijk: Opzetten van een nationaal programma met voldoende middelen, waarbij het bestaande programma GIOS ingezet en uitgebreid wordt met haalbare doelen en afspraken over de te realiseren doelen. Maak groennormen verplicht via het Bkl. Pagina 4 van 6

DG Ruimtelijke Ordening DGRO-RO-Verstedelijking & Energie

-

Kwantificeer de baten van vergroening en maak een instrument om baten af te romen t.b.v. vergroening door gemeenten.

Reactie op de conclusies en aanbevelingen van het onderzoeksrapport Dit onderzoek is één van de voorbeelden waaruit de grote betrokkenheid blijkt bij het thema groen van gemeentes, provincies, kennisinstellingen en onderzoeks- en ontwerpbureaus. Ik waardeer de aandacht en inzet hierop van Sweco en Natuur & Milieu. Het onderzoek en de aanbevelingen leiden niet tot een gewijzigde inzet vanuit het Rijk. Die blijft conform de toelichting die ik hier eerder in deze brief op heb gegeven. Ook wil ik een aantal kanttekeningen plaatsen bij het onderzoek.

Datum Onze referentie 2025-0000180366

Verschil in scope Het onderzoek gaat alleen over de openbare ruimte van de buurten in de 32 grootste gemeenten in Nederland. Deze scope wijkt af van de benadering van het Rijk en artikel 8, waar openbaar én privaat groen en meerdere schaalniveaus worden meegenomen. Daarnaast is artikel 8 EU NHV van toepassing op een veelvoudig aantal gemeenten in Nederland dan de 32 in het onderzoek van Sweco en Natuur & Milieu. Daarbij horen ook veel gemeenten met kleine en middelgrote kernen, met een kleinere verstedelijkingsopgave. De vraag is in hoeverre de onderzoeksresultaten ook voor hen representatief zijn. Relatief beperkte afname i.r.t. de verstedelijkingsopgave In het onderzoek wordt een afname van stedelijk groen in de openbare ruimte geconstateerd: zowel absoluut (-/-2,5%) als per huishouden (-/-24,2%). Het gaat om de gemeenten waar een groot aandeel van de verstedelijkingsopgave landt; in diezelfde periode zijn daarom ook 234.000 woningen toegevoegd aan deze buurten. Het openbaar groen is in deze buurten niet meegegroeid met de verstedelijking of de realisatie van het groen heeft nog niet plaatsgevonden, maar de absolute afname van groen in de openbare ruimte binnen deze buurten is relatief. Het is uiteraard onwenselijk dat deze trend zich voortzet. Dat er een afname heeft plaatsgevonden, wil niet direct zeggen dat er een kritieke situatie op het gebied van leefbaarheid optreedt.

Er zijn ook buurten waar na een afname van groen nog steeds ruim 75 m2 groen per woning is. Verschuiving van openbaar naar privaat terrein We stimuleren vanuit het Rijk meervoudig ruimtegebruik. In deze stapeling van functies wordt ook groen als opgave meegenomen. We zien steeds meer gebouwen met groene (toegankelijke) daken. Ook blijft er bij gebiedsontwikkelingen vaker meer grond in privaat eigendom met als voordeel dat kosten voor beheer en onderhoud verschuiven van de gemeente naar de grondeigenaar of eigenaren. Openbaar groen uit 2019, dat o.b.v. de uitgangspunten van het onderzoek verdwenen is, kan in de praktijk dus zijn behouden maar in 2024 dus privaat zijn geworden. Het meenemen van private groene ruimte zou mijns inziens dan ook leiden tot een completer beeld van de situatie m.b.t. stedelijk groene ruimte.

Pagina 5 van 6

DG Ruimtelijke Ordening DGRO-RO-Verstedelijking & Energie

Gehanteerde criteria groennorm In het onderzoek wordt o.b.v.de gehanteerde criteria ook geconstateerd dat veel buurten binnen de 32 onderzochte gemeenten versteend zijn. Voor de beoordeling hiervan is een voormalige richtlijn uit de Nota Ruimte (nationale structuurvisie onder de Wro) van 2004 als criterium genomen, waarin het Rijk medeoverheden vroeg rekening te houden met de realisatie van 75m² groen per woning bij uitleglocaties. In deze Nota Ruimte werd geen onderscheid aangegeven tussen privaat en openbaar groen en het schaalniveau waarop dit groen gerealiseerd moest worden. Deze richtlijn is niet opgenomen in de vigerende nationale omgevingsvisie (NOVI).

Datum Onze referentie 2025-0000180366

Vertrouwen in de toekomst Tot slot zie ik ook heel veel goede dingen gebeuren, die ik wil benoemen. Steeds meer gemeenten zijn bezig met het formuleren van groenambities en de borging hiervan binnen hun eigen beleid. Zo zijn de gemeenten Groningen en Enschede aan de slag gegaan met de handreiking GIOS om te sturen op groen en hun ambitie te bepalen. Er gaat uiteraard tijd overheen voordat we de resultaten daarvan ook terug zien in gerealiseerde projecten. Maar ook die mooie voorbeelden zijn er: bijvoorbeeld de Groene Loper in Maastricht, Cartesiusdriehoek in Utrecht en de (her)ontwikkeling van Havenstad in Amsterdam naar een gemengd woonwerkgebied, waar juist grote slagen zijn en worden gemaakt in de ontstening van de buitenruimte. Daarnaast zijn er succesvolle acties door particulieren, zoals Tegelwippen. Klein gestart in 2020 met inmiddels als resultaat dat ruim 14 miljoen m2 (= 263 voetbalvelden) verharding is omgezet naar groen op openbaar en privaat terrein. Deze mooie voorbeelden geven mij vertrouwen voor positieve ontwikkelingen in de toekomst.

Met vriendelijke groet, De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Mona Keijzer

Pagina 6 van 6

Fracties SP, Sterk Meppel & GroenLinks gemeente Meppel MEPPEL NEDERLAND

Uw brief van Uw kenmerk

Ons kenmerk Behandeld door Telefoon Onderwerp

3350862

Ruimte Initiatief 14 0522

Bijlage(n)

Datum

4 maart 2025

Artikel 32 vragen Boshoven

Geachte heer Topma, heer Van Leeuwen en mevrouw De Vlieg, Hierbij zenden wij u het antwoord op de door u gestelde vragen op grond van artikel 32 Reglement van Orde van de gemeenteraad. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Meppel, A.J. Kastelein secretaris

C. Bijl burgemeester

Beantwoording ingediende vragen op grond van artikel 32 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad Vraagsteller : De heer Topma, de heer P. van Leeuwen, mevrouw De Vlieg Brief van : 10 februari 2025 Onderwerp : Boshoven

Vra(a)g(en) 1. Klopt het dat het college heeft besloten het stedenbouwkundig plan voor het gebied Boshoven te wijzigen waardoor er bos verdwijnt voor kavels om te wonen? Zo ja, hoe kan het dat de toekomstige bewoners ten tijde van de totstandkoming van het CPOproject en tot voor kort niks wisten van de ontwikkelingen in het stukje bos en hoe gaat college nu het contact met deze mensen herstellen?

Antwoord(en) Voor het deelgebied Boshoven van Nieuwveense Landen is (nog) geen integrale stedenbouwkundige opzet vastgesteld (en dus ook niet gewijzigd). Het is ons bekend dat een aantal individuele leden van CPO Boshoven moeite heeft met het verdwijnen van (een deel van) het bosje. Onze vaste gesprekspartner over deze ontwikkeling, het bestuur van CPO Boshoven, heeft aangegeven geen moeite te hebben met de manier waarop het bosje is verwerkt in het stedenbouwkundig plan. Al geruime tijd wordt gesproken met het bestuur van CPO Boshoven over de ontwikkeling van het deelgebied. Er is op ambtelijk en bestuurlijk niveau contact geweest met de 3 toekomstige bewoners die moeite hebben met de invulling. Dit was ook onderwerp van gesprek tijdens de individuele gesprekken met de portefeuillehouder. Daarnaast is de invulling aan de orde geweest tijdens een avond waarvoor alle CPO-leden waren uitgenodigd. Er is dus goed contact met deze mensen.

2. Is het college eens dat de natuurwaarde en groenbeleving van het stuk bos hoger is dan dat wanneer je dat nu compenseert met nieuwe bomen langs een weg? Zo

De natuurwaarde van het bestaande stukje bos als geheel is naar onze mening in de huidige situatie beperkt en niet geschikt om onderdeel te zijn van een woonomgeving. Dit blijkt onder

ja, hoe verhoudt dat zich tot de meerdere plannen voor de Nieuwveense Landen waarin de raad heeft uitgesproken om groen te behouden voor de wijk? Zo nee, graag uitleg waarom het college dat niet zo ziet.

andere uit de boomveiligheidsanalyse die is uitgevoerd op een deel van het groen. Hieruit blijkt dat 35% van de bomen in matige tot slechte conditie verkeert.

3. Is het initiatief om het stuk bos te verwijderen voor woningen gekomen vanuit de gemeente of naar aanleiding van een aanvraag van een derde? Als dat het laatste is, door wie? Als het de gemeente was, waarom?

Er is geen derde partij betrokken. Het zorgen voor voldoende woningaanbod, samen met de kwaliteit van het groen speelt een belangrijke rol bij de afweging.

4. Wil het college iedere activiteit die leidt tot vermindering of schade van

Wij zien geen reden om de voorbereiding voor de realisatie van het

In Boshoven wordt een robuuste groenstructuur aangelegd die van hogere kwaliteit en belevingswaarde zal zijn dan het huidige stukje bos. Dit beperkt zich niet tot alleen bomen langs een weg, maar voorziet ook in een grote groene zone middenin het plan en groene zones (groensingels) tussen de diverse woonclusters.

Tijdens het opstellen van het stedenbouwkundig plan voor Boshoven is gekeken of het “bosje” kan worden ingepast in de woonomgeving. Op basis van een integrale afweging zal een deel van het “bosje” plaatsmaken voor andere functies. Een deel van de bomen uit het huidige bosje wordt ingepast en het deel dat verdwijnt maakt ruimte voor de bouw van 5 vrijstaande woningen, 12 sociale huurwoningen en 2 twee-onder-een-kap woningen. Daarnaast is ter plaatse van het bosje ruimte nodig voor toegangswegen, parkeerplaatsen en voor een trafostation om deze woningen en de woningen van omliggende CPO-initiatieven van stroom te voorzien.

het stuk bos per direct stoppen? Zo nee, waarom niet?

stedenbouwkundig plan te stoppen. Stoppen met de voorbereiding betekent dat de planning van de woningbouwproductie in gevaar komt. Dit geldt met name voor de sociale woningbouw door Woonconcept. Ook zal vertraging ontstaan bij omliggende CPO-initiatieven omdat nutsvoorzieningen niet tijdig kunnen worden aangebracht.

5. Is het college bereid te kijken naar varianten waarbij het stuk bos blijft bestaan? Zo ja, hoe gaat ze dat oppakken, zo nee, waarom niet?

Zoals hiervoor beschreven is tijdens het opstellen van het stedenbouwkundig plan afgewogen of het stukje bos kan blijven bestaan. De conclusie is dat een deel van het bosje kan worden ingepast maar dat ook een deel ruimte maakt om de woningbouwopgave mogelijk te maken.

Meppel, Burgemeester en wethouders.

Inhoud Samenvatting Opzet onderzoek Resultaten Conclusie Aanbevelingen

1. Inleiding 1.1 Het belang van groen in de stad 1.2 Nederlandse gemeenten zijn versteend 1.3 Veel aandacht voor vergroening 1.4 Onderzoek naar verstening

2. Opzet onderzoek 2.1 Scope van het onderzoek 2.2 Data 2.3 Normen voor groen en de mate van verstening 2.4 Leeswijzer

3. Resultaten 3.1 Verstening in G32-gemeenten in 2024 3.2 Trend verstening G30-gemeenten 2019–2024 3.3 Trend verstening G4-gemeenten in 2019–2024

4. Conclusies en aanbevelingen 4.1 Conclusies 4.2 Aanbevelingen

5. Bijlagen

3 3 3 4 4

5 5 6 6 8

9 9 9 10 10

11 11 15 18

20 20 21

23

Bijlage 1: Boomkroonbedekking 23 1.1 Boomkroonbedekking als aanvullende indicator voor groen 23 1.2 Norm voor boomkroonbedekking 24 1.3 Resultaten analyse boomkroonbedekking 24 1.4 Conclusie boomkroonbedekking 26

Bijlage 2: Stappenplan voor gemeenten Stap 1 Ambitie/doel vaststellen Stap 2 Bepaal je opgave Stap 3 Werk met vergroenings-scenario’s per gebied/wijk

27 28 29

Bijlage 3: Data op gemeenteniveau Alkmaar Almere Alphen aan den Rijn Amersfoort Amsterdam Apeldoorn Arnhem Breda Delft Deventer Dordrecht Ede Eindhoven Emmen Enschede Groningen Haarlem Haarlemmermeer Leeuwarden Leiden Maastricht Nijmegen Rotterdam ’s-Gravenhage ’s-Hertogenbosch Tilburg Utrecht Venlo Westland Zaanstad Zoetermeer Zwolle

31 31 32 32 33 33 34 34 35 35 36 36 37 37 38 38 39 39 40 40 41 41 42 42 43 43 44 44 45 45 46 46 47

29

6. Bronnenlijst

48

Colofon

50

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

2

Samenvatting Voldoende groen in onze steden is geen vrijblijvende luxe, maar absolute noodzaak. Groene steden zijn essentieel voor het tegengaan van hitte- en wateroverlast, voor het welzijn en de gezondheid van bewoners en voor de biodiversiteit. Toch blijkt uit dit onderzoek van Natuur & Milieu en architecten- en ingenieursadviesbureau Sweco dat meer dan de helft van de buurten in de 32 grootste Nederlandse gemeenten versteend is. Deze verstening is de afgelopen vijf jaar – in de periode 2019 tot 2024 – sterk toegenomen. In de nabijheid van iedere woning zou voldoende groene openbare ruimte moeten zijn. Een versteende omgeving is immers niet goed voor de bewoners en voor de natuur.

Opzet onderzoek In dit rapport beschrijven we de verstening in 2024 van de openbare ruimte van de 32 grootste gemeenten. De trend in verstening over de afgelopen vijf jaar (de periode 2019 tot 2024) is onderzocht aan de hand van 30 gemeenten. De trendanalyse is voor 30 gemeenten gedaan, omdat de data voor de gemeenten Groningen en Enschede in 2019 niet compleet bleken. Alle buurten binnen deze gemeenten vanaf vijfhonderd woonadressen zijn onderzocht op basis van luchtfoto’s en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). De BGT is een digitale kaart van Nederland waarop de fysieke leefomgeving – zoals gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen – eenduidig is vastgelegd. De mate van verstening van een buurt is getoetst aan twee normen: 1. D  e beschikbaarheid van minstens 75 m² openbaar groen per woning in de buurt. ‘Groen’ betekent in dit onderzoek dat het niet (te veel) versteend is. In de Nota Ruimte (2004) wordt 75 m² groen per woning als ondergrens gezien. 2. D  e aanwezigheid van ten minste 1 hectare aaneengesloten openbaar groen gebied in de buurt. Voor de waarde van groen voor biodiversiteit en voor ontspanning en welzijn van mensen, is het van belang dat het groen aaneengesloten is. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert dat er minstens 1 hectare nodig is.

Buurten die niet aan een van deze normen voldoen, noemen we in dit rapport ‘versteend’. Een buurt moet dus zowel voldoende vierkante meter groen per woonadres, als voldoende aaneengesloten groen hebben om als ‘niet versteend’ aangemerkt te worden. Deze twee normen zijn relevant om de mate van verstening van een buurt te bepalen, maar zeggen niets over de kwaliteit van het openbaar groen. Hierover doet dit onderzoek geen uitspraak.

Resultaten Versteende buurten in G32-gemeenten in 2024 Uit dit onderzoek blijkt dat 1.104 buurten (54 procent) in de 32 grootste gemeenten van Nederland (G32gemeenten) in 2024 versteend zijn. In de grootste vier gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) is zelfs 70 procent van de buurten versteend. Een versteende buurt wil dus zeggen dat er minder dan 75 m² groen per woonadres is, en/of er een aaneengesloten groen gebied van ten minste 1 hectare ontbreekt. Dit betekent dat in 2024 in de G32-gemeenten ongeveer 3,6 miljoen mensen in een versteende omgeving wonen. Dat komt met name doordat er te weinig groen (minder dan 75 m²) per woonadres is in deze buurten. Een kwart van de buurten heeft zelfs minder dan 30 m² openbaar groen per woonadres en valt daarmee ruim onder de norm.

Trend in verstening in G30-gemeenten Ondanks de toenemende aandacht voor de waarde van groen en vergroening, zijn minder buurten gaan voldoen aan de groennormen. Het aantal buurten dat voldoet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres in de G30, nam sinds 2019 met

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

3

7 procent af. Bij de G4-gemeenten was dit zelfs 13,6 procent. Bovendien nam het gemiddelde aantal vierkante meters groen per woonadres in de G30gemeenten met 24,2 procent af. Dit wijst op een neerwaartse trend in de hoeveelheid openbaar groen per woonadres. Hiervoor zijn twee oorzaken: 1. Een lichte afname in het oppervlak openbaar groen. Dit oppervlak nam af met ruim 658 hectare (2,5 procent) in de G30. Bovendien krimpt de openbare ruimte en ontstaat er steeds meer private ruimte binnen de onderzochte buurten; in totaal is er 232 hectare openbare ruimte verdwenen, een daling van 0,4 procent. 2. T  egelijkertijd groeit het aantal inwoners per gemeente, en groeit het groen in de openbare ruimte niet mee. Er kwamen tussen 2019 en 2024 namelijk ruim 234.000 woningen bij in de onderzochte buurten. Groen groeide niet mee met het aantal woningen. Hierdoor komt er steeds meer druk op het beschikbare groen. Er is ook een lichte daling van 0,9 procent te zien in het aantal buurten waar bewoners toegang hebben tot een gebied van meer dan 1 hectare openbaar aaneengesloten groen. Deze toenemende verstening heeft nadelige gevolgen voor mensen en dieren in de stad. Het zorgt voor minder weerbaarheid tegen wateroverlast en hittestress. Het leidt tot meer verstoring van het leefgebied van dieren. En de leefomgeving voor bewoners wordt minder aantrekkelijk en gezond.

Conclusie In dit rapport concluderen we dat meer dan de helft van de buurten niet voldoende groen heeft en dat groen niet meegroeit met het aantal woningen. Uit dit onderzoek blijkt dat meer dan de helft (54 procent) van de buurten in de G32 versteend is. Deze verstening is de afgelopen vijf jaar – in de periode 2019 tot 2024 – in de G30 met 7,6 procent toegenomen.

Aanbevelingen Als we nu niet ingrijpen, verstenen buurten steeds verder en verdwijnen de voordelen van groen in de stad steeds meer uit het zicht. Natuur & Milieu roept de rijksoverheid en gemeenten op aan de slag te gaan om deze negatieve trend te keren en buurten te vergroenen.

Rijksoverheid De resultaten van dit onderzoek laten zien hoe hard landelijke regie nodig is. Alleen de rijksoverheid kan ervoor zorgen dat er voldoende vergroening is in alle buurten en alle steden. En alleen de rijksoverheid kan zorgen voor een gelijk speelveld voor ontwikkelaars. Natuur & Milieu heeft hierom de volgende aanbevelingen: • Ontwikkel een nationaal programma voor groen in en om de stad en zorg dat daarvoor voldoende geld beschikbaar is. Hiervoor kan het bestaande programma Groen in en om de Stad uitgebreid worden met haalbare doelen en afspraken over de te realiseren vergroening. Nu is dit programma vooral gericht op leren en ondersteuning. • Maak groennormen wettelijk verplicht via instructieregels in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL, onderdeel Omgevingswet). • Kwantificeer de baten van vergroening (zoals een verbetering in de gezondheid van inwoners van groene buurten, of stijgende vastgoedwaardes). Richt een instrument in waardoor een deel van de baten worden afgeroomd bij baathouders, zoals vastgoedeigenaren, en beschikbaar komen voor vergroening door gemeenten.

Gemeenten Veel gemeenten weten groenambities niet waar te maken doordat er geen harde groennormen en te weinig financiële middelen zijn. Hiervoor kunnen gemeenten middelen afromen bij projectontwikkelaars en ze kunnen fondsen ontwikkelen voor bovenwijkse voorzieningen. Ook kunnen gemeenten stijgende WOZ-inkomsten inzetten voor vergroening. Om groenambities harder te maken, kan het Omgevingsplan worden aangepast. Verder is in Bijlage 2 een stappenplan opgenomen hoe gemeenten de vergroeningsopgave kunnen aanpakken.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

4

1. Inleiding 1.1 Het belang van groen in de stad

door klimaatverandering in Nederland zorgt voor bijna 250 extra sterfgevallen per jaar.vi

Planten en dieren in de stad Groene en natuurrijke steden hebben veel voordelen voor zowel de mens als de natuur. In steden wonen mensen, wordt gewerkwt en gerecreëerd. Maar ook planten en dieren leven in de stad. Denk aan de huismus, de egel, vleermuizen, vlinders of de gierzwaluw. Niet alleen in het buitengebied staat de biodiversiteit onder druk, want ook diverse diersoorten die in de stad voorkomen gaan in aantallen achteruit.i Uit onderzoek van Sovon blijkt dat van de 83 vogelsoorten die veel in stede voorkomen er meer soorten in aantallen achteruit zijn gegaan.

Wateroverlast ontstaat wanneer regen niet meer kan worden afgevoerd, bijvoorbeeld in de bodem of via het riool. In de stad komt wateroverlast vaker voor. Door de verharde oppervlaktes kan regenwater niet gemakkelijk in de bodem zakken. Door klimaatverandering komen hevige buien steeds vaker voor en duren ze langer, waardoor ook de wateroverlast toeneemt.vii Uit onderzoek van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) blijkt dat de wateroverlast in 2021 in ZuidLimburg werd versterkt door zware en langdurige regenval als gevolg van klimaatverandering.viii

Deze achteruitgang heeft diverse oorzaken. Het is bijvoorbeeld steeds moeilijker voor vogels om nesten te bouwen door stadsvernieuwing en moderne bouwmethoden. Daarnaast verdwijnen groene, rommelige en kruidenrijke hoekjes waar insecten leven die essentieel zijn voor het voeren van jonge vogels.ii Het groen levert voedsel, schuilgelegenheid en vaak ook een plek voor de voortplanting. Daarom is een groene stad, waarin we natuurinclusief bouwen en de natuur de ruimte geven, heel belangrijk voor het voortbestaan van de vele diersoorten die de stad rijk is.

De risico’s op hittestress en wateroverlast blijven toenemen doordat steden steeds voller worden gebouwd en verstenen, in combinatie met klimaatverandering.

Groene steden zijn weerbaarder tegen klimaatverandering Naast het belang van groene steden voor planten en dieren, is er ook de urgentie om steden ‘klimaatadaptief’ te maken. Ofwel: steden zo in te richten dat ze bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Door klimaatverandering wordt het warmer en komen hittegolven vaker en langduriger voor. Dit kan leiden tot hittestress bij bewoners, met serieuze gezondheidsproblemen tot gevolg.iii In versteende steden is het dan gevaarlijk warm doordat de bebouwing en bestrating veel warmte vasthouden. Op warme dagen kan in binnenstedelijke gebieden de temperatuur tot wel 8ºC toenemen ten opzichte van gebieden buiten de stad: het zogenoemde hitte-eiland effect.iv,v Uit onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat hitte

Groen in de stad leidt tot een lagere temperatuur in steden. En bomen zorgen voor schaduw en verkoeling. Hierdoor hebben mensen minder last van warmte of zelfs hittestress.ix Daarnaast vermindert groen in de stad de wateroverlast. In groen kan de neerslag in de bodem wegzakken.x De afvoercapaciteit van het riool wordt dan minder belast. En dit vermindert weer het risico op overstromingen, waterschade en riooloverstorten – waarbij regenwater samen met afvalstoffen zoals ontlasting, urine, en resten van medicijnen en drugs in het milieu terechtkomt.

Groen is goed voor de gezondheid van inwoners Tot slot heeft een groene woonomgeving een positief effect op de mentale en fysieke gezondheid van inwoners. Een groene woonomgeving zorgt voor een betere mentale gezondheid door verlaagde niveaus van depressie, stress en angst. Daarnaast werkt een groene omgeving uitnodigend om te bewegen en te ontspannen. Dit draagt bij aan de vermindering van hart- en vaatziekten en overgewicht.xi Kinderen in groene wijken hebben bijvoorbeeld 15 procent minder vaak last van overgewicht.xii Daarnaast filteren bomen en planten schadelijke fijnstofdeeltjes uit de lucht.xiii

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

5

1.2 Nederlandse gemeenten zijn versteend Groen in en om de stad kent vele voordelen en vergroening kan bijdragen aan oplossingen voor de diverse opgaven in en rond steden: verhogen van biodiversiteit, verbeteren van gezondheid, en betere aanpassing tegen klimaatverandering. Meerdere onderzoeken tonen echter aan dat er momenteel onvoldoende groen in de stad is om volledig te profiteren van de voordelen die het met zich meebrengt. Uit onderzoek van Natuur & Milieu uit 2021 bleek al dat meer dan de helft (53 procent) van de buurten in de 32 grootste Nederlandse gemeenten te versteend is.xiv Onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) uit 2023 bevestigt dat beeld. In het onderzoek van PBL wordt getoetst hoeveel procent van de buurten in Nederland voldoet aan de richtlijn van 75 m² openbaar groen per huishouden. Slechts 36 procent van alle buurten in Nederland blijkt te voldoen aan deze norm. Het PBL-rapport duidt dat er juist in wijken met een lage sociaaleconomische status weinig groen is. Ook blijkt uit dit rapport hoe groot de verschillen zijn in groen tussen wijken met hogere en lagere bewonersdichtheden.xv Verder blijkt uit de resultaten van de Groene Stad Challenge, waaraan 124 gemeenten deelnemen, dat de vergroening van de stedelijke leefomgeving stagneert.xvi

1.3 Veel aandacht voor vergroening Nederland is sterk verstedelijkt en de bevolking blijft groeien. In het regeerprogramma van het kabinetSchoof wordt het streven vermeld om jaarlijks 100.000 woningen bij te bouwen.xvii Bovendien wordt de meeste bevolkingsgroei verwacht in stedelijke gebieden.xviii Hierdoor is het risico op verdichting in de stad groot. Vergroening van Nederlandse steden krijgt veel aandacht. Bewoners(groepen) vergroenen straten, gevels en daken. De meeste gemeenten en ook de rijksoverheid onderschrijven het belang van groen in en om de stad. Zij zetten zich in om bouwen en vergroenen aan elkaar te koppelen, zodat het bouwen van meer woningen niet leidt tot minder groen. Ook zetten ze in op een verdere vergroening van de openbare ruimte. Landelijk is de ‘vergroeningsopgave’ ondergebracht binnen de programmatische aanpak Groen in en om de Stad (GIOS). Op 31 mei 2024 is als onderdeel van deze aanpak een handreiking uitgebracht. Daarin worden aan gemeenten en provincies vrijblijvend adviezen gegeven over het meenemen van vergroening in het maken van hun plannen. In de handreiking staan richtlijnen voor de aanleg en het behoud van groen op verschillende schaalniveaus; zie figuur 1.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

6

Op dit moment werkt de rijksoverheid aan de nieuwe Nota Ruimte. Dit document is een vervolg op de Nationale Omgevingsvisie uit 2020 en heeft als doel deze verder te concretiseren.xx In het voorontwerp van de Nota Ruimte van 19 juni 2024 staat dat een aantrekkelijke, schone en beweegvriendelijke leefomgeving met voldoende groen in en om de stad voor heel Nederland van cruciaal belang is. Daarom zou – aldus de rijksoverheid – de groenopgave moeten worden uitgewerkt in verstedelijkingsstrategieën. Zo kan groen meegroeien met de verstedelijking. Daarnaast wordt onderzocht of er een norm voor de hoeveelheid groen kan worden vastgelegd en gehandhaafd.xxi Ook gemeenten hebben visies, ambities en beleid voor vergroening. Ze hebben veelal een beschermde groenstructuur en werken met natuureisen voor nieuwbouw. Maar in de praktijk blijkt het voor gemeenten moeilijk om voldoende te vergroenen. Tweeëntwintig grote gemeenten melden dat de beschikbare financiële middelen onvoldoende zijn om de stedelijke groenopgave adequaat uit te voeren.xxii Ondanks alle steun voor vergroening bij Rijk en gemeenten, zijn er geen harde normen, specifieke criteria of verplichtingen voor groen in de stad.xxiii Niet op landelijk niveau en zeer zelden op lokaal niveau. De Europese Herstelverordening, gericht op het herstellen van de natuur en de biodiversiteit, stelt echter wél wettelijk eisen aan vergroening.

Lidstaten zijn verplicht ervoor te zorgen dat er tegen 2030 in alle steden en voorsteden geen nettoverlies is van stedelijke groene ruimte en boomkroonbedekking ten opzichte van het jaar waarin de verordening in werking trad (2024).xxiv

1.4 Onderzoek naar verstening In het rapport Stad van Steen uit 2022 concludeerde Natuur & Milieu dat de 32 grootste gemeenten van Nederland te versteend zijn. Gezien de aandacht die er is voor vergroening, de huidige bouwopgave en verdere verstedelijking wordt er in dit nieuwe onderzoek gekeken naar trends in de verstening van de grootste gemeenten van Nederland over de afgelopen vijf jaar (2019-2024). Het onderzoek is uitgevoerd in een samenwerking tussen Natuur & Milieu en architecten- en ingenieursadviesbureau Sweco. Centraal staat de vraag: in hoeverre neemt verstening van de openbare ruimte in de grootste gemeenten van Nederland toe of af? Dit onderzoek is een vervolg op de publicatie van Natuur & Milieu uit 2022. Waar Stad van Steen data uit 2021 gebruikte, is dit onderzoek gebaseerd op gegevens uit 2019 en 2024. Hiermee richt dit onderzoek zich op de trend van verstening. We willen onderzoeken in hoeverre de aandacht die er is voor vergroening leidt tot dalende trends in verstening, door middel van het onderzoeken van de meest recent beschikbare cijfers. Met de resultaten uit dit onderzoek willen we de rijksoverheid en gemeenten overtuigen van de noodzaak om meer regie te nemen op vergroening. In Bijlage 2 is een stappenplan opgenomen om gemeenten te ondersteunen bij vergroening.

De roep om een nationale groennorm groeit. Zo ondertekenden in september 2021 Nederlands grootste bouwbedrijven, groene organisaties, diverse gemeenten en banken ons manifest voor een natuurstandaard voor nieuwbouw.xxv Ook de ANWB spreekt zich uit voor vergroening van steden en is bezorgd over het toenemende groentekort voor recreatie.xxvi Daarnaast namen in februari 2024 voormalige ministers Christianne van der Wal en Hugo de Jonge een rapport in ontvangst met een verkenning van groennormen.xxvii Kamerleden ontvingen dit najaar (2024) brieven van gemeenten, groene organisaties, ANWB, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en bouwbedrijven over de noodzaak van duidelijke regels, een programmatische aanpak voor vergroening en extra financiering.xxviiixxix

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

8

2. Opzet onderzoek 2.1 Scope van het onderzoek De focus van dit onderzoek ligt op de openbare ruimte in de bebouwde kom. De inrichting en het beheer van groen in de openbare ruimte vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De focus op groen in de openbare ruimte maakt het mogelijk om te onderzoeken hoe gemeentelijk beleid doorwerkt in de mate van vergroening. Door deze afbakening vallen tuinen, andere private ruimtes als gebouwen en ook het buitengebied buiten de scope van dit onderzoek. In dit rapport beschrijven we de mate van verstening van de openbare ruimte van de 32 grootste gemeenten in 2024. Dit zijn gemeenten met ten minste 100.000 inwoners (G32).xxx We voeren voor 30 gemeenten een trendanalyse uit van het openbare stadsgroen over de afgelopen vijf jaar: de periode 2019 tot 2024. Gemeenten Groningen en Enschede zijn niet meegenomen in de trendanalyse omdat de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) van deze gemeenten in 2019 incompleet bleek. Door het ontbreken van data uit 2019 kon er voor deze twee gemeenten geen goede vergelijking gemaakt worden tussen 2019 en 2024 in openbaar groen. De trendanalyse is dus uitgevoerd voor 30 grote Nederlandse gemeenten.

Er is ook een trendanalyse uitgevoerd voor de vier grootste gemeenten: Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht, gezamenlijk bekend als de G4.1 In dit onderzoek analyseren we buurten in de grootste gemeenten. Een stad of gemeente is ingedeeld in wijken, en binnen deze wijken bevinden zich buurten. Hiervoor zijn de buurtgrenzen gebruikt zoals gedefinieerd in de wijk- en buurtkaart van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Buurtgrenzen kunnen over tijd veranderen door bijvoorbeeld een administratieve herindeling of stedelijke ontwikkeling. Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van de buurtindeling die het CBS in 2023 vaststelde, aangezien dit de meest recente buurtgrenzen betreft. Dit betekent dat exact dezelfde buurten op basis van gelijke buurtgrenzen met elkaar zijn vergeleken in 2019 en 2024. In dit onderzoek worden alleen buurten meegenomen met ten minste vijfhonderd woningen (aparte woonadressen).2 Hierdoor blijven buurten met een minder stedelijk karakter (vaak in het buitengebied) buiten beschouwing.

2.2 Data Voor dit onderzoek heeft architecten- en ingenieursadviesbureau Sweco voor de jaren 2019 en 2024 een dataset samengesteld.3 De gebruikte data zijn afkomstig van de Basisregistratie Grootschalige Topografie en zijn op 20 centimeter nauwkeurig.4 De BGT is een digitale kaart van Nederland waarop de fysieke leefomgeving – zoals gebouwen, wegen, waterlopen, terreinen en spoorlijnen – eenduidig is vastgelegd. Op basis van de BGT is in dit onderzoek ieder oppervlak binnen de openbare ruimte vanaf 20 cm² binnen de bebouwde kom en openbare ruimte geclassificeerd als ‘versteend’ of ‘niet-versteend’. Fietspaden, overwegen, inritten, bestrating en parkeervakken (allemaal mits daadwerkelijk verhard) zijn voorbeelden van functies die zijn aangemerkt als versteend. Bermen, bomen, houtwallen, water, onverharde paden, sportvelden en parken zijn voorbeelden van functies die zijn aangemerkt als niet-versteend. Het onderzoek is kwantitatief van aard: het zegt niets over de kwaliteit van het groen.

1) De G4-gemeenten zijn ook onderdeel van en meegenomen in de analyse van de G32. 2) Een aantal buurten had in 2024 meer dan vijfhonderd woonadressen terwijl dit in 2019 nog niet het geval was. Deze buurten zijn in de trendanalyse ook meegenomen. 3) In dit onderzoek is een andere dataset gebruikt dan de data in Stad van Steen uit 2022. Er is door een andere methode geen nette vergelijking te maken tussen de data uit dit onderzoek en uit het voorgaande onderzoek van Natuur & Milieu. Om deze reden worden er geen vergelijkingen gemaakt tussen resultaten uit dit en het vorige onderzoek. 4) De dataset uit 2019 is gebaseerd op de BGT van januari 2019. De dataset uit 2024 is gebaseerd op de BGT van juni 2024. | Architecten| Tekort aan groen | SwecoenNederland | Tekort aan Natuur Natuur & Milieu & Milieu ingenieursadviesbureau Sweco groen Nederland in Nederlandse steden in Nederlandse - december steden2024 - december 2024

9

2.3 Normen voor groen en de mate van verstening In dit onderzoek beoordelen we of buurten versteend zijn op basis van twee normen: Norm 1: Minimaal 75 m² openbaar groen per woonadres in de eigen buurt. Dit is de hoeveelheid openbaar groen die per woonadres beschikbaar is in de buurt. Daar waar veel mensen wonen, kan het behoorlijk druk worden in het groen. Door het aantal woningen mee te wegen houden we hier rekening mee. In de Nota Ruimte (2006) is een ondergrens genoemd voor het minimale oppervlak groen per woning: 75 m². xxxi,xxxii Per buurt bepalen we in dit onderzoek het aantal vierkante meters openbaar groen per woonadres en vergelijken dit met het minimum van 75 m². Dit wordt bepaald aan de hand van het oppervlak van de buurt (openbare ruimte; dit is exclusief gebouwen, (dak)tuinen, gevelgroen of andere private ruimte), het aantal vierkante meter dat niet is versteend, en het aantal woningen in die buurt. Norm 2: De aanwezigheid van minimaal één aaneengesloten groen gebied van ten minste 1 hectare in dezelfde buurt. De aanwezigheid van een groen gebied van minimaal 1 hectare. Voor de biodiversiteit en voor ontspanning en welzijn van mensen is het ook van belang dat het groen niet versnipperd is.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert, gebaseerd op Europees onderzoek, dat er minstens 1 hectare aaneengesloten groen nodig is om deze effecten te realiseren.xxxiii In dit onderzoek bekijken we in welke buurten inwoners direct toegang hebben tot minimaal 1 hectare aaneengesloten groen. Hierbij kan één aaneengesloten stuk groen, zoals een stadspark van meer dan 1 hectare, in meerdere buurten meetellen wanneer het oppervlak buurtgrenzen overschrijdt.

In dit rapport wordt een buurt als versteend beschouwd wanneer deze niet aan één of beide normen voldoet. Om niet als versteend te worden aangemerkt, moet een buurt aan beide normen voldoen. Door te normeren per woning wordt er rekening gehouden met drukte en het aantal bewoners dat gebruikmaakt van het groen. Een norm voor de omvang van een groen gebied houdt rekening met versnippering en de belevingswaarde van groen. Ook bieden aaneengesloten stukken groen meer kansen voor dieren. Dit onderzoek gaat enkel over kwantiteit van groen in gemeenten. De kwaliteit van groen is ook essentieel, maar inrichting, diversiteit en beheer zijn in dit onderzoek niet meegenomen.

2.4 Leeswijzer In hoofdstuk 3 worden de resultaten beschreven. Allereerst wordt een situatieschets gegeven van de G32-gemeenten in 2024. Vervolgens is de trend in verstening uiteengezet voor 30 grote gemeenten op basis van beide bovengenoemde normen. In de derde paragraaf van hoofdstuk 3 kijken we naar de trend in vergroening voor de G4: Den Haag, Utrecht, Rotterdam en Amsterdam. Hoofdstuk 4 beschrijft de conclusies en aanbevelingen. In de bijlages wordt achtergrond geboden over boomkroonbedekking in G32-gemeenten, is een praktische handreiking voor vergroening opgenomen gericht aan gemeenten, en zijn data op gemeenteniveau weergegeven.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

10

3. Resultaten In dit resultatenhoofdstuk wordt in paragraaf 3.1 de situatie van verstening in 2024 in de G32-gemeenten beschreven. In paragraaf 3.2 wordt de trend in verstening weergegeven voor de periode 2019 tot 2024 op basis van de G30-gemeenten. In de trendanalyse zijn gemeenten Groningen en Enschede niet meegenomen omdat de Basisregistratie Grootschalige Topografie van deze gemeenten in 2019 incompleet bleek. De trendanalyse is dus uitgevoerd voor 30 grote Nederlandse gemeenten. Er is ook een trendanalyse uitgevoerd voor de vier grootste gemeenten: Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht, gezamenlijk bekend als de G4.

3.1 Verstening in G32-gemeenten in 2024 In de G32-gemeenten zijn er 2.026 buurten met minstens vijfhonderd woonadressen. Dit zijn de buurten die binnen dit onderzoek vallen. In het jaar 2024 ging dit om meer dan 3,1 miljoen woningen; hier wonen ongeveer 6,6 miljoen mensen. Totaal aantal buurten en mensen

Buurten zonder Buurten die niet aaneengesloten groen voldoen aan de norm ≥75m² openbaar van ≥ 1 hectare groen per woonadres per buurt

2.026 buurten

1.091 buurten

224 buurten

3,1 miljoen woonadressen 1,8 miljoen woonadressen 250.000 woonadressen 6,6 miljoen mensen

3,7 miljoen mensen

535.000 mensen

Tabel 1: Totaalbeeld van de 32 grootste Nederlandse gemeenten in 2024.

Norm 1: Hoeveelheid groen in de buurt per woning Van de 2026 onderzochte buurten voldoen er 1.091 niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woning (53 procent). In deze buurten bevinden zich 1.763.282 woningen. Hier wonen ongeveer 3,7 miljoen mensen. Tabel 2 laat zien hoeveel buurten per gemeente: ver onder de 75 m² per woonadres scoren; in de buurt van deze grens liggen; en erboven zitten. Hieruit blijkt dat 12,9 procent van de buurten minder dan 15 m² openbaar groen heeft per woonadres en een kwart van de buurten minder dan 30 m²; zij vallen daarmee ruim onder de norm. In de gemeenten Amsterdam, Arnhem, Dordrecht, Haarlem, Den Haag en Tilburg bevinden zich relatief veel buurten met minder dan 15 m² openbaar groen per woonadres.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

11

Gemeenten

0 -< 15 m2 15 -< 30 m2 30 -< 45 m2 45 -< 60 m2 60 -< 75 m2 75 -< 90 m2

≥ 90 m2

Alkmaar

2,2%

11,1%

11,1%

4,4%

8,9%

8,9%

53,3%

Almere

0,0%

1,1%

1,1%

5,3%

10,6%

11,7%

70,2%

Alphen aan den Rijn

0,0%

4,0%

14,0%

14,0%

12,0%

12,0%

44,0%

Amersfoort

9,5%

4,1%

17,6%

12,2%

16,2%

2,7%

37,8%

Amsterdam

30,2%

15,4%

11,8%

10,9%

5,9%

6,2%

19,5%

Apeldoorn

4,5%

2,3%

13,6%

4,5%

2,3%

13,6%

59,1%

Arnhem

19,4%

8,1%

1,6%

3,2%

8,1%

4,8%

54,8%

Breda

0,0%

7,5%

12,5%

7,5%

5,0%

10,0%

57,5%

Delft

5,9%

21,6%

13,7%

15,7%

17,6%

3,9%

21,6%

Deventer

9,3%

9,3%

7,0%

2,3%

2,3%

2,3%

67,4%

Dordrecht

14,9%

17,0%

12,8%

6,4%

6,4%

0,0%

42,6%

Ede

2,5%

12,5%

10,0%

17,5%

12,5%

15,0%

30,0%

Eindhoven

12,5%

15,0%

13,8%

7,5%

12,5%

5,0%

33,8%

Emmen

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

4,2%

95,8%

Enschede

2,0%

17,6%

3,9%

11,8%

11,8%

7,8%

45,1%

Groningen

11,5%

16,4%

9,8%

4,9%

6,6%

4,9%

45,9%

Haarlem

23,8%

18,8%

16,3%

17,5%

8,8%

3,8%

11,3%

Haarlemmermeer

2,4%

0,0%

4,9%

4,9%

2,4%

9,8%

75,6%

Leeuwarden

10,9%

17,4%

6,5%

6,5%

15,2%

2,2%

41,3%

Leiden

6,8%

9,1%

15,9%

13,6%

22,7%

2,3%

29,5%

Maastricht

5,7%

8,6%

2,9%

2,9%

5,7%

11,4%

62,9%

Nijmegen

2,8%

25,0%

5,6%

2,8%

0,0%

8,3%

55,6%

Rotterdam

9,9%

15,5%

11,3%

7,0%

7,0%

4,2%

45,1%

’s-Gravenhage

27,0%

20,0%

16,0%

8,0%

5,0%

2,0%

22,0%

’s-Hertogenbosch

0,0%

5,1%

8,5%

10,2%

13,6%

3,4%

59,3%

Tilburg

21,9%

9,5%

10,5%

14,3%

13,3%

10,5%

20,0%

Utrecht

11,8%

17,2%

16,1%

3,2%

10,8%

10,8%

30,1%

Venlo

5,3%

10,5%

10,5%

5,3%

18,4%

10,5%

39,5%

Westland

2,7%

27,0%

8,1%

21,6%

13,5%

13,5%

13,5%

Zaanstad

0,0%

2,7%

5,4%

13,5%

10,8%

5,4%

62,2%

Zoetermeer

0,0%

0,0%

6,3%

0,0%

12,5%

6,3%

75,0%

Zwolle

4,5%

4,5%

4,5%

6,8%

6,8%

2,3%

70,5%

Gemiddelden

12,9%

12,2%

10,5%

9,0%

9,3%

6,7%

39,5%

Tabel 2: Percentage buurten in G32-gemeenten per klasse voor vierkante meters openbaar groen per woonadres.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

12

Figuur 2: Een straat zonder openbaar groen in de meest versteende buurt van Tilburg: de Schildersbuurt (Google Streetview).

Norm 2: Aaneengesloten groen van ten minste 1 hectare

Grote verschillen tussen onderzochte gemeenten in 2024

Van alle onderzochte buurten hebben er 224 geen aaneengesloten groen gebied, waartoe ook water wordt gerekend, van ten minste 1 hectare. Het gaat hier om 11 procent van alle onderzochte buurten. In deze buurten staan 253.570 woningen. Hier wonen ongeveer 535.000 mensen. Dit zijn voornamelijk buurten die ook lager scoren dan 75 m² groen per woonadres. Dertien buurten zonder aaneengesloten groen van minstens een hectare hebben wél meer dan 75 m² groen per woonadres. Ook deze buurten noemen wij versteend.

Er zijn grote verschillen tussen de buurten in de onderzochte gemeenten; zie tabel 3. Er zijn met name verschillen wat betreft de norm van 75 m² groen per woning. Zo voldoen alle onderzochte buurten in de gemeente Emmen aan beide normen. Emmen heeft dus geen versteende buurten. Ook valt op dat de inwoners van Emmen gemiddeld 317 m² openbaar groen per woning tot hun beschikking hebben. Dat is veel ten opzichte van bijvoorbeeld Haarlem, dat gemiddeld 44 m² openbaar groen per woonadres heeft. Ook in Almere, Zoetermeer en Haarlemmermeer is relatief weinig verstening en voldoen bijna alle buurten aan beide normen. Haarlemse buurten scoren niet goed op de groennorm van 75 m² per woning: 85 procent haalt deze norm niet. Haarlem wordt hierin gevolgd door Den Haag, Amsterdam en Delft met respectievelijk 76, 75 en 74 procent van de buurten die de normen niet halen.

Verstening in G32-gemeenten in 2024 Van alle onderzochte buurten voldoen er 211 (10 procent) aan geen van beide normen. Dit zijn alle buurten die geen aaneengesloten openbaar groen gebied van ten minste 1 hectare in de buurt hebben en niet voldoen aan de norm van 75 m² groen per woning. 1.091 buurten voldoen niet aan de norm van 75 m² openbaar groen per woonadres, en 13 buurten die hier wel aan voldoen hebben geen aaneengesloten stuk groen van minstens 1 hectare. Hiermee voldoen 1.104 buurten niet aan één of beide normen en zijn daarmee versteend. Dit betekent dat in 2024 54 procent van de buurten in de G32-gemeenten versteend is.

Opvallend is dat in zeven gemeenten (Alkmaar, Almere, Breda, Emmen, Leiden, Zaanstad en Zoetermeer) de inwoners van alle buurten een gebied van minstens 1 hectare aaneengesloten groen in de buurt hebben. Er zijn ook gemeenten zoals Tilburg, Eindhoven en Haarlem waar de inwoners van veel buurten minder toegang hebben tot aaneengesloten groen. Respectievelijk 42, 28 en 23 procent van de buurten heeft hier geen groot aaneengesloten groen gebied van ten minste 1 hectare.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

13

Figuur 3: In de buurt Azobe in Dordrecht is veel openbaar groen: per woonadres 252 m2 (Google Streetview).

Gemeente

Aantal & percentage buurten dat niet voldoet aan de norm ≥ 75 m² openbaar groen per woonadres

Aantal & percentage buurten zonder een gebied van ≥ 1 hectare aaneengesloten groen

Alkmaar

17

37,8%

0

0,0%

Almere

17

18,1%

0

0,0%

Alphen aan den Rijn

22

44,0%

2

4,0%

Amersfoort

44

59,5%

11

14,9%

Amsterdam

251

74,3%

27

8,0%

Apeldoorn

12

27,3%

5

11,4%

Arnhem

25

40,3%

14

22,6%

Breda

13

32,5%

0

0,0%

Delft

38

74,5%

4

7,8%

Deventer

13

30,2%

2

4,7%

Dordrecht

27

57,4%

10

21,3%

Ede

22

55,0%

8

20,0%

Eindhoven

49

61,3%

22

27,5%

Emmen

0

0,0%

0

0,0%

Enschede

24

47,1%

7

13,7%

Groningen

30

49,2%

4

6,6%

Haarlem

68

85,0%

18

22,5%

Haarlemmermeer

6

14,6%

4

9,8%

Leeuwarden

26

56,5%

6

13,0%

Leiden

30

68,2%

0

0,0%

Maastricht

9

25,7%

4

11,4%

Nijmegen

13

36,1%

3

8,3%

Rotterdam

36

50,7%

2

2,8%

’s-Gravenhage

76

76,0%

10

10,0%

’s-Hertogenbosch

22

37,3%

1

1,7%

Tilburg

73

69,5%

44

41,9%

Utrecht

55

59,1%

4

4,3%

Venlo

19

50,0%

4

10,5%

Westland

27

73,0%

6

16,2%

Zaanstad

12

32,4%

0

0,0%

Zoetermeer

3

18,8%

0

0,0%

Zwolle

12

27,3%

2

4,5%

Tabel 3: Totaalbeeld van de resultaten van G32-gemeenten op basis van twee verschillende normen in 2024.

Natuur & Milieu | Sweco Nederland | Tekort aan groen in Nederlandse steden - december 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meppel&id=ec74c291-dd38-45e0-a6c8-2788e8c96126