1.12.1 Bijlage College - 55.1 Bijlage - U&H-strategie - 1. Beleids & uitvoeringsdeel Meppel
Tekst van het document
De beoogde bescherming van het historisch centrum zal leiden tot een toename van het aantal vergunningaanvragen en in het verlengde daarvan een hoge prioriteit moeten krijgen bij toezicht en handhaving. De hiervoor benodigde (erfgoed)kennis en financiële en personele capaciteit moeten hierop worden aangepast. -
Verschuiving van taken/invulling (gebruiks)toezicht Onder de Omgevingswet zijn meer activiteiten toestemmingsvrij. De Wkb introduceert een meldplicht voor nieuwbouw in gevolgklasse 1 (de lichtere bouwwerken) voor de technische bouwactiviteit. De preventieve toets op deze bouwplannen en het toezicht tijdens de bouw zijn overgegaan naar private kwaliteitsborgers. Wij zien 2024 en 2025 als overgangsjaren waarin wij ervaring met de private kwaliteitsborging op willen gaan doen. Dit betekent dat er eerst nog steekproefsgewijs toezicht wordt gehouden op de (nieuw)bouwwerken in gevolgklasse 1. Gedurende deze overgangsperiode moet duidelijk worden of de toezichtrol in de toekomst anders ingevuld moet gaan worden. -
Drentse aanpak ondermijning Op 2 februari 2024 ondertekenden de vertegenwoordigers van de Drentse gemeenten, waterschappen en provincie de intentieovereenkomst Drentse Aanpak Ondermijning. Hiermee onderschrijven de partijen hun gezamenlijke ambities op het gebied van ondermijning. De inzet is erop gericht om alle in de aanpak benoemde ambities (28) binnen 2 jaar (vanaf datum ondertekening) te implementeren. Door structureel samen te werken moet de kans op “shopgedrag” en “waterbedeffect” worden verkleind. Voor de verdere uitwerking van de ambities is een ambtelijke, provinciale werkgroep gevormd. -
Op 4 juni 2024 stemde de Eerste Kamer in met het Wetsvoorstel Versterking participatie op decentraal niveau. Deze wet treedt op 1 januari 2025 in werking. Vanaf dat moment heeft de gemeente twee jaar de tijd om de inspraakverordening om te zetten in een participatieverordening en o.a. spelregels voor de omgang met het uitdaagrecht vast te stellen. Dit uitdraagrecht heeft een breder toepassingsgebied dan het omgevingsrecht/de fysieke leefomgeving.. 7
27
In Meppel is eind 2021 reeds gestart met een regisseur ondermijning en in 2022 een ondermijningsteam geformeerd. Inmiddels werken wij in Meppel al meer dan een jaar aan het vergroten van de bewustwording, verhogen van het weerbaarheidsniveau en de meldingsbereidheid. Duidelijk moet worden wat de Drentse aanpak voor Meppel gaat betekenen in de zin van nadere, beleidsmatige keuzes, beschikbare en benodigde personele en financiële middelen. Nieuw parkeerbeleid In januari 2024 is het bestaande parkeerbeleid geëvalueerd. Deze evaluatie vormt de basis voor de opstelling van nieuw parkeerbeleid. De verwachting is dat dit eind 2024 gereed is. Uit de evaluatie blijkt dat er specifieke locaties zijn waar de parkeerdruk hoog is. Echter in totaliteit is er voldoende parkeerruimte, maar de geconcentreerde parkeervoorzieningen worden in verhouding tot de straatparkeerplaatsen weinig gebruikt. De opzet van de parkeerregulering is voor parkeerders vaak moeilijk te doorgronden en in de uitvoering wordt ongewenst gebruik onvoldoende tegengegaan. Doordat de parkeerhandhaving onderdeel is van een integraal pakket aan handhavingstaken, is de tijd die wordt besteed aan parkeerhandhaving te beperkt. Aanbeveling is om in het nieuwe beleid heldere kaders voor handhaving te scheppen en handhavingscriteria op te stellen.
Dit moet duidelijk maken hoeveel tijd er aan parkeerhandhaving mag worden benut en waar de focus moet komen te liggen. Belangrijk is dat signalen/klachtmeldingen door verschillende interne vakdisciplines met elkaar worden gedeeld, zodat duidelijk wordt in welke straten/gebieden er knelpunten zijn. -
Uitbreiding taken en bevoegdheden boa’s De wereld van de boa’s is de afgelopen jaren enorm veranderd en gaat de komende jaren nog meer veranderen. Niet zolang geleden werkten boa’s in een sterk afgebakend werkveld met focus op parkeren of de APV of afval. Doordat het werkveld van de politie zich steeds meer gaat richten op opsporing van zwaardere criminaliteit, komt het bewaken van een veilige, openbare ruimte steeds meer op het bordje van de boa te liggen. Boa’s zijn onder meer nadrukkelijker aanwezig bij evenementen, doen avond- en nachtsurveillances in het uitgaansgebied en Alcoholwetcontroles. De taakverschuivingen leiden tot discussie over de uitrusting van de boa’s, het toekennen van geweldsmiddelen en de samenwerking met de politie. Enerzijds omdat de kans dat boa’s met geweld in aanraking komen groter is geworden, anderzijds omdat geweld tegen politie, hulpverleners en boa’s zich steeds vaker voordoet. -
Verdere uitbreiding boa- bevoegdheden Op 1 januari 2024 hebben boa’s aanvullende bevoegdheden gekregen op gebied van verkeershandhaving. Dit betreft de volgende overtredingen van de verkeerswetgeving: - Voeren van geen of onjuiste fietsverlichting; - Negeren van rood licht door fietsers en voetgangers; - Handheld telefoongebruik door fietsers. Alvorens boa’s op de handhaving op deze verkeersfeiten kunnen worden ingezet, moeten in het gezamenlijk handhavingsarrangement (OM-politie-gemeente) de (rand)voorwaarden over de samenwerking met de politie zijn vastgelegd. Hiervoor is een “Aanhangsel aanvullende
28
boa-bevoegdheden verkeershandhaving” op het eerder vastgestelde Handhavingsarrangement gemaakt. Op 1 juli is het Besluit aanwijzing Halt-feiten in werking getreden. Met dit nieuwe besluit zijn de feiten waarvoor jongeren voor een Halt-afdoening in aanmerking kunnen komen geactualiseerd en in lijn gebracht met de huidige praktijk. De lijst met delicten die zich lenen voor afdoening met Halt is uitgebreid, maar er zijn ook enkele vervallen. Op dit moment kunnen boa’s jeugdigen op basis van de aanwijzing in het Besluit doorverwijzen naar Halt (voor openbare dronkenschap, het voor handen hebben van alcohol op voor publiek toegankelijke plaatsen en het buiten de toegestane tijden afsteken van consumentenvuurwerk). Doorverwijzing voor andere delicten is alleen mogelijk op projectmatige basis, waarbij de lokale, bestuurlijke driehoek (OM-politie-gemeente/burgemeester) bepaalt voor welke feiten boa’s jongeren naar Halt kunnen verwijzen. Het OM streeft naar een algemene aanwijzing voor boa’s om jeugdigen naar Halt te mogen doorverwijzen. Op deze manier kunnen boa’s, net als de politie, voor alle feiten uit het Besluit aanwijzen Halt-feiten 2024, doorverwijzen naar bureau Halt. De verwachting is dat hierover in de tweede helft van 2024 meer duidelijkheid komt. Wij zullen deze ontwikkelingen volgen.
Bovengenoemde ontwikkelingen betekenen wederom een uitbreiding van werkzaamheden, vragen een verdergaande professionalisering van de boa-organisatie, het maken van samenwerkingsafspraken binnen de lokale driehoek en aanvullende prioritering in de taken/werkzaamheden van de boa’s. Organisatorische ontwikkelingen Onder andere de maatschappelijke behoefte tot meer eigen verantwoordelijkheid, de grote uitdagingen in het fysieke domein en de ingrijpende herziening van het omgevingsrecht maken dat de rol van de gemeente aan verandering onderhevig is. Met de Koers van Meppel werd in 2019 ingespeeld op het nieuwe samenspel tussen gemeentebestuur, ambtelijke organisatie en samenleving. Kenmerkend voor deze tijd is dat veranderingen elkaar steeds sneller opvolgen. Daarbij zijn opgaves complex en de middelen beperkt. Dit maakt dat het na 4 jaar tijd is de Koers te gaan evalueren. Daarnaast is het BAM-programma gestart. Dit traject moet de komende jaren een betere balans brengen tussen ambities en beschikbare middelen. Kijkend naar de omvangrijke VTH-taken en de hiervoor beschikbare capaciteit, is het ook voor VTH continu zoeken naar de juiste balans. Onder andere het wijk- en dorpsgericht werken via de wijkteams helpt om te komen tot een integrale manier van werken.
Door de aanwezigheid van wijkregisseurs en wijkboa’s liggen er kansen om informatie uit te wisselen en knelpunten dan wel prioriteiten in een gebied vroegtijdig in beeld te krijgen. Vanaf 2024 worden er wijkagenda’s opgesteld waarin vraagstukken/behoeften in een wijk of dorp centraal staan. -
29
Onderzoek naar de uitvoeringskracht en bekostiging VTH-taken fysiek domein Grote opgaves, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, woningbouw en Omgevingswet/Wkb liggen op het bordje van de gemeente. De recente stelselwijzigingen in het fysieke domein betekenen niet alleen grote veranderingen voor de manier van werken maar ook voor de financiën van de BWT/VTH. Er zijn taakverschuivingen naar de private sector, waardoor legesinkomsten wegvallen. Er zijn nieuwe taken waar geen legesinkomsten tegenover staan. Welke financiële risico’s/effecten brengt dit voor de gemeente met zich mee? Als gemeente gaan wij monitoren hoe het legesverloop zich ontwikkelt. De Vereniging BWT Nederland en VNG gaan verder onderzoek doen naar hoe in de toekomst de VTH-taken op adequate wijze in te blijven vullen en te bekostigen. -
Nationale Woon- en Bouwagenda Met de Nationale Woon- en Bouwagenda pakken rijk, provincies en gemeenten een hernieuwde regie op volkshuisvesting. Doel is te komen tot een gezamenlijke en samenhangende aanpak van het woningtekort en verduurzaming van woningen volgens zes programmalijnen. In het bijzonder de programma’s “Woningbouw” (ambitie versnelde aanpak woningbouw 900.000 woningen tot en met 2030) en “Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving” (ambitie CO2-reductie van minimaal 55 procent te halen en te streven naar 60 procent in 2030) leiden naar verwachting tot meer vergunningaanvragen en toezicht- en handhavingsactiviteiten. Met het wetsvoorstel ‘Versterking regie op de volkshuisvesting’ wordt bovenvermelde regierol van de overheid op de volkshuisvesting wettelijk verankerd. Dit wetsvoorstel is op 7 maart 2024 voor behandeling ingediend bij de Tweede Kamer. -
30
Wijzigingen in (bouw) regelgeving De afgelopen jaren zien we bijna continue wijzigingen in de (bouw)regelgeving die impact hebben op de uitvoering van VTH-taken door de gemeente. Dit vraagt van de uitvoeringspraktijk continu alert zijn op/inspelen op deze ontwikkelingen. Onder andere de periodieke onderzoekplicht op constructieve veiligheid van grote voor publiek toegankelijke gebouwen8 vraagt aandacht van gebouweigenaren en gebruikers. De gemeente heeft hierbij een informerende, toezichthoudende en handhavende rol. Dit is een nieuwe taak die nog verder ingevuld/ontwikkeld moet worden. -
Wet goed verhuurderschap Op 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden. Deze wet introduceert een landelijke norm voor goed verhuurderschap bij de verhuur van woonruimte of verblijfsruimte aan arbeidsmigranten. De landelijke norm bestaat uit zeven algemene regels: 1. Verbod op discriminatie; 2. Verbod op intimidatie; 3. Informatieplicht verhuurder; 4. Begrenzing in servicekosten; 5. Begrenzing in waarborgsom; 6. Verbod dubbele bemiddelingskosten; 7. Schriftelijkheidsvereiste en scheiding van huur- en arbeidsovereenkomst. Vanaf 1 januari 2024 heeft de gemeente een kosteloos meldpunt ingericht waar informatievragen, meldingen en handhavingsverzoeken kunnen binnenkomen. Meldingen en vragen komen in eerste instantie binnen bij de wijkregisseur Centrum van het team Leefbaarheid en Wijkregie. We gaan in 2024 ervaring opdoen met het aantal en soort meldingen en in beeld brengen wat de impact is van deze nieuwe taak voor toezicht en handhaving. De wet biedt optioneel de mogelijkheid om een vergunningstelsel in te richten. De gemeente kan ervoor kiezen om een gebiedsgerichte algemene verhuurvergunning (voor woonruimte) en/of een gemeente brede vergunningplicht voor arbeidsmigranten (voor verblijfsruimte) in te stellen. -
De aandachtspunten uit de terug- en vooruitblik zijn, voor zover mogelijk, vertaald naar uitgangspunten en doelstellingen.
8 Gebouwen met bijeenkomstfunctie, onderwijsfunctie, sportfunctie, gezondheidsfunctie of overige gebruiksfunctie voor
personen voor ten minste 5.000 personen of met een ruimte in het gebouw voor ten minste 500 personen.
31
BIJLAGE 2 Overzicht wet- & regelgeving en beleid relevant voor VTH Landelijke wet- en regelgeving Omgevingswet Besluit kwaliteit leefomgeving Besluit activiteiten Leefomgeving Besluit bouwwerken leefomgeving Omgevingsbesluit Omgevingsregeling Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Woningwet9 Huisvestingswet Erfgoedwet Landelijke richtlijn bouw- en sloopveiligheid
Awb Gemeentewet Wet goed verhuurderschap Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen Wegenverkeerswet Alcoholwet Wet op de kansspelen Opiumwet Wet BIBOB Vuurwerkbesluit
Bestuurlijke visie-/ambitiedocumenten relevant voor VTH Visie op de fysieke leefomgeving 2021 Woonvisie Koers Meppel 2019 Integraal Veiligheidsplan Meppel 2023 Uitvoeringsplan ondermijning en weerbaarheid 2024-2025 Visie dienstverlening Participatiebeleid (Notitie Participatie Meppel & Leidraad participatie “Meedoen in Meppel” 2023)
Lokale verordeningen en daarop gebaseerde nadere regels en beleid(sregels) fysieke leefomgeving Omgevingsplan gemeente Meppel Erfgoedbeleid Meppel Nu ( vastgesteld 27-5-2021) Erfgoedverordening Meppel 2017 (laatstelijk gewijzigd 1-1-2022) Wegsleepverordening Havenverordening Woonschepenverordening Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen gemeente Meppel (vastgesteld 23-11-2021) Verordening fysieke leefomgeving gemeente Meppel (vastgesteld 28-10-2021) -
Aanwijzingsbesluit artikel 3.4.4.9, lid 2 VFLO overlast wees (brom)fietsen (vastgesteld 12-4-2022 artikel 3.4.4.11 VFLO overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein en dergelijke (vastgesteld 12-4-2022)
-
Nadere regels artikel 3.4.1.1 lid 2 VFLO Meppel gebruik driehoeksborden
9 De Wkb wijzigt de Woningwet, de Wabo, het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Invoeringswet Nieuw BW. Zodra die wijzigingen
in werking zijn getreden speelt de wijzigingswet hooguit nog een rol als naslagwerk. De Woningwet gaat maar voor een deel op in de Omgevingswet en blijft na 1 januari 2024 bestaan, inclusief de ‘nieuwe’ Afdeling 1A Kwaliteitsborging voor het bouwen.1 De Wabo gaat geheel over in de Omgevingswet.
32
Anticiperend op het Omgevingsplan zijn diverse artikelen uit onderstaande verordeningen verhuisd naar de VFLO of hierin helemaal opgenomen: - De Verordening fysieke leefomgeving Meppel 2022 - De Algemene plaatselijke verordening gemeente Meppel - De Bouwverordening Meppel 2005 - De Erfgoedverordening Meppel 2017 Helemaal opgenomen: - Afvalstoffenverordening gemeente Meppel 2018 - Marktverordening gemeente Meppel Telecommunicatieverordening gemeente Meppel Beleidsnotitie gebruiksvergunningen 2006 Beleidsregel tijdelijk gebruik woonvoorziening op eigen perceel (vastgesteld 28-3-2023) Beleidsregel kleine windmolens 2021 Verordening kwaliteit uitvoering en handhaving omgevingsrecht Meppel ((vastgesteld 21-12-2023) Kadernota toezicht en handhaving 2011-2014 Concept-Handhavingsbeleidsplan vergunningen, toezicht en handhaving 2023-2027 Adviesrapport Leidraad handhavingsprioritering gemeente Meppel –bestuurlijk vastgesteld? Beleidsregels spoedeisende bestuursdwang bijplaatsingen bij ondergrondse containers en dumpen afval Meppel (vastgesteld 4-1-2022) Beleid uitvoering Wet kwaliteitsborging bouwwerken gevolgklasse 1 (vastgesteld 19-12-2023)
Lokale verordeningen en daarop gebaseerde nadere regels en beleid(sregels) openbare orde en veiligheid Algemene plaatselijke verordening (laatstelijk gewijzigd 1-1-2021) Nadere regels: - verdeling vergunningen prostitutiebedrijven gemeente Meppel (vastgesteld 4-1-2022) - artikelen 2:3, tweede lid en 2:11 omtrent terrassen (vastgesteld 27-5-2019) - artikel 2:3, tweede lid omtrent uitstallingen (vastgesteld 25-6-2012) Beleidsregel(s); - artikel 2:12 lid 1 en artikel 2:12 lid 4 sluitingstijden horecabedrijven (vastgesteld 16-9-2021) - verblijfsontzegging Gemeente Meppel 2020 o.b.v. art. 2.32 APV – toezicht en handhaving door politie - burgemeester Meppel omtrent gevaarlijke en bijtende honden op grond van art. 2.35 APV (vastgesteld 26-2-2019) - artikel 2.2a ontheffing verbod verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen– (vastgesteld 12-4-2022) Aanwijzingsbesluit: - artikel 2:21 APV inzake verspreiden geschreven of gedrukte stukken en afbeeldingen (vastgesteld 12-4-2022) - artikel 2:29a APV verbod bij zich hebben of meevoeren van drinkgerei van glas of geopende flessen van glas( vastgesteld 12-4-2022) - artikel 5:6 Apv verbod parkeren grote voertuigen (vastgesteld 30-6-2020) - artikel 5:17a APV wijk Berggierslanden waar het verbod geldt vaartuigen met verbrandingsmotoren te gebruiken (vastgesteld 19-12-2014)
33
-
artikel 5:9 APV stationsgebied en directe omgeving waar het verbod geldt onbeheerde buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen gestalde (brom)fietsen te laten staan (vastgesteld 9-92014) - artikel 2:29, 1e lid bebouwde kommen van Meppel als het verbod geldt om op een openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes, glazen en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben (vastgesteld 8-11-2011) - artikel 5:4 APV alle wegen binnen de bebouwde kommen van Meppel waar het verboden is een caravan, aanhangwagen, trailer, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebezigd, langer dan drie dagen achtereenvolgende dagen te doen of laten staan (vastgesteld 8-11-2011) Beleidsregel Wet Bibob gemeente Meppel 2023 (vastgesteld 9-10-2023) Beleidsregels wet aanpak woonoverlast gemeente Meppel 2018 Handhavingsprotocol bij de Nadere regels voor Terrassen en Uitstallingen gemeente Meppel 2012 Parkeerverordening gemeente Meppel 2010 Nota parkeernormen 2021 Beleidsregel Uitgifte Parkeervergunningen en ontheffingen 2021 Aanwijsbesluit parkeren 2021 Vent- en standplaatsenbeleid 2008 Reclamebeleid 2013 Ketenbeleid 2014 Evenementenbeleid 2015 Coffeeshopbeleid 2019 Beleidsregels handhaving handel en/of aanwezigheid hard- en softdrugs in woning of lokaal
(14-112013) Drank- en horecaverordening 2014 Verordening inzake de winkeltijden Verordening inzake speelautomaten en speelautomatenhallen
Overig Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang 2018 Preventie- en handhavingsplan Alcohol Handhavingsarrangement gemeente Meppel – Basisteam politie Zuidwest Drenthe (27-7-2021) + Aanhangsel aanvullende bevoegdheden boa’s verkeershandhaving (2024) Samenwerkingsovereenkomst BOA Domein I – regio Drenthe (30-6-2020) Samenwerking Domein 1 - boa’s gemeenten Meppel en Westerveld (juli 2023) Nadere regels artikel 2 Verordening inzake speelautomatenhallen Verdeling schaarse vergunningen en andere criteria voor de exploitatie van een speelautomatenhal (vastgesteld 12-11-2019)
34
BIJLAGE 3 Risicomatrix Domein
Problemen / Overtredingssoorten
Subtotaal effecten
Effecten
Veiligheid
Duurzaamheid
Gezondheid
Leefbaarheid
Financieel economisch
Omgevingssensitiviteit
Schaal 1-5
Kans Risico Schaa Effect l 1-5 x Kans
4 4
2 3
4 3
3 3
2 2
3 3
3,000 3,000
4 3
12,000 9,000
4
2
4
2
2
3
2,833
3
8,500
4
2
4
2
2
4
3,000
2
6,000
4
2
4
3
2
3
3,000
2
6,000
4
2
3
2
1
0
2,000
2
4,000
4 3 1
2 2 1
4 2 1
1 1 1
1 1 1
3 2 1
2,500 1,833 1,000
1 1 2
2,500 1,833 2,000
4 4
1 1
4 4
2 2
2 2
4 4
2,833 2,833
4 2
11,333 5,667
3 2
1 1
3 2
2 2
1 3
1 2
1,833 2,000
2 1
3,667 2,000
3 3 3 3
2 2 1 2
4 4 3 2
2 2 2 2
1 1 1 1
3 3 1 3
2,500 2,500 1,833 2,167
2 2 2 2
5,000 5,000 3,667 4,333
4
3
4
3
2
4
3,333
3
10,000
Prior iteit
BOUWEN nieuwbouw/ve rbouw
Handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning activiteit bouw: kamerverhuur utiliteitsbouw logiesgebouw, restaurant, café, bedrijf, kantoor, winkel maatschappelijke gebouwen, kinderdagverblijven, scholen, zorg, sport woongebouwen, appartementen, woningen (grondgebonden, bijvoorbeeld eengezinswoningen) inrichtingsvereisten horeca (o.a. ventilatie, geluid etc) bouwwerken geen gebouw zijnde kleine bouwwerken, dakkappelen, tuinhuisjes
bestaande bouw
SLOPEN
Illegaal huisvesting van studenten en arbeidsmigranten Illegale bewoning bedrijfspanden In gebruik hebben van een gebouw in strijd met constructieve eisen Bouwbesluit 2012 Gebruik gemeentegrond zonder toestemming Handelen zonder of in strijd met: sloopmelding: met asbest (28 dagen) met asbest voor particulieren (5 dagen) zonder asbest (28 dagen) sloopvergunning (in relatie tot monumenten)
BRANDVEI Handelen zonder of in strijd met LIGHEID
omgevingvergunning brandveilig gebruik en meldingen: Woonfunctie Groepszorgwoning (bewoning in groepsverband met zorg)
35
Kamerverhuur > 4 personen Verzorgingstehuis Woonfunctie in woongebouw (flat) Zelfstandige woning
4 4 4 2
2 2 2 1
4 4 3 2
2 3 2 2
2 2 2 1
4 4 3 1
3,000 3,167 2,667 1,500
3 3 2 2
9,000 9,500 5,333 3,000
Bijeenkomstfunctie Kinderdagverblijf > 10 kinderen Kinderdagverblijf < 10 kinderen Café Discotheek, bioscoop Restaurant, cafetaria, kantine, eetzaal, partycentra Peuterspeelzaal Museum (o.a. molen en drukkerij), bibliotheek Buurthuis, wijkcentrum, gebedshuis
4 4 4 4 4 4 3 3
2 2 2 2 2 2 3 2
3 3 3 3 2 3 2 2
2 2 2 2 2 2 2 2
2 2 2 2 2 3 2 2
4 4 4 3 4 4 2 3
2,833 2,833 2,833 2,667 2,667 3,000 2,333 2,333
3 3 3 2 2 2 2 2
8,500 8,500 8,500 5,333 5,333 6,000 4,667 4,667
Industriefunctie Opslag gevaarlijke stoffen Fabriek > 100 personen Fabriek 50-100 personen Stallen Opslagloods, tuinbouwkas, magazijn Werkplaats
4 3 3 3 3 3
4 4 4 2 2 1
4 3 3 2 2 2
4 2 2 1 2 2
3 4 4 4 3 3
4 4 4 3 2 2
3,833 3,333 3,333 2,500 2,333 2,167
3 3 2 2 2 2
11,500 10,000 6,667 5,000 4,667 4,333
Kantoorfunctie Kantoren 0-50 personen Kantoren 100-250 personen Kantoren 50-100 personen
3 3 3
2 2 2
3 3 3
2 2 2
3 3 2
1 3 2
2,333 2,667 2,333
1 2 2
2,333 5,333 4,667
Logiefunctie Asielcentrum/ opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van personen Hotel/motel/pension > 10 personen Hotel/motel/pension 5-10 personen Hotel/motel/pension < 5 personen
3 3 3 3
2 2 2 1
3 3 3 3
2 2 2 2
3 3 2 2
4 3 3 3
2,833 2,667 2,500 2,333
2 2 2 1
5,667 5,333 5,000 2,333
Onderwijsfunctie School (leerlingen < 12 jaar) School (leerlingen > 12 jaar)
4 4
2 2
3 3
4 3
3 3
4 4
3,333 3,167
1 1
3,333 3,167
4
3
3
2
3
3
3,000
3
9,000
4
2
3
2
3
3
2,833
2
5,667
3
1
2
2
1
4
2,167
4
8,667
3 3 2
2 1 2
3 2 2
2 2 2
1 1 2
3 3 2
2,333 2,000 2,000
2 2 2
4,667 4,000 4,000
Sportfunctie Zwembad Sportruimte, sportzaal, sporthal, sportcentrum 50250 personen
ERFGOED
RO
Onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden Handelen zonder of in strijd met omgevingsvergunning activiteit bouw veranderen van een monument Illegale restauraties Aantasting uiterlijk aanzien (diverse zaken) Strijdig gebruik:
36
wonen waar niet is toegestaan verkeerd particulier gebruik grond/erf (o.a. verkleuring) bedrijfsmatige activiteiten waar niet is toegestaan illegaal bouwen in strijd met bestemmingsplan
APV
Alcoholwet
Evenement en
3
1
2
3
1
3
2,167
3
6,500
2 2 3
1 2 2
1 1 1
3 3 3
1 1 1
3 3 2
1,833 2,000 2,000
3 2 3
5,500 4,000 6,000
afval illegale stort (meldingen afvalstort en zwerfvuil)
4
4
3
4
3
3
3,500
4
14,000
overlast jongeren (meldingen op overlast jeugd)
2
2
2
4
2
2
2,333
4
9,333
handel en gebruik van lachgas verrommeling van de openbare ruimte (buurtfeest, vervuiling, controle reclame, terrassen, uitstalling, aanhangers/caravan) loslopende honden en hondenpoep overlast (brom)fiets (verloren en verlaten fietsen, fietsen in de Hoofdstraat) parkeer excessen (betaald en vergunningen parkeren, vrachtwagens uit het buitenland) handel en gebruik van (soft)drugs illegaal stoken / open vuur het niet hebben van een standplaatsvergunning wild kamperen (seizoensgebonden)
3
3
3
3
3
3
3,000
3
9,000
3 2
2 1
2 2
4 4
1 3
3 3
2,500 2,500
3 3
7,500 7,500
3
1
2
4
2
2
2,333
3
7,000
2 3 4 1 1
1 1 3 1 1
1 3 3 1 1
3 2 3 2 2
1 2 1 1 1
2 2 1 2 2
1,667 2,167 2,500 1,333 1,333
4 3 2 2 2
6,667 6,500 5,000 2,667 2,667
schenken aan minderjarige verkoop alcohol minderjarigen (supermarkt e.d. ) overtreden vergunningsvoorwaarden (bv terassen, sluitingstijden) geluidsoverlast (in relatie tot APV) geen leidinggevende aanwezig geen / niet actuele vergunning besloten feest bij een paracommerciële instelling
3 3
1 1
4 4
4 4
1 1
4 4
2,833 2,833
4 3
11,333 8,500
3 3 2 1 1
1 1 1 1 1
2 2 2 1 1
3 4 2 2 2
1 1 1 1 1
2 2 2 2 2
2,000 2,167 1,667 1,333 1,333
4 3 2 2 2
8,000 6,500 3,333 2,667 2,667
3
1
3
2
2
3
2,333
4
9,333
4
4
4
4
4
4
4,000
2
8,000
4
4
4
3
4
4
3,833
2
7,667
schenken (en doorgeven) van alcohol aan minderjarigen handelen in afwijking van een evenementenvergunning type C handelen in afwijking van een evenementenvergunning type B overlast Evenementen (parkeren, geluidsoverlast, doorgaan na sluiting)
2
2
2
2
2
3
2,167
3
6,500
handelen zonder melding type A handelen in afwijking van een evenementenmelding type A het niet aanvragen van een vergunning plaatsen voorwerpen op de openbare weg
2
2
2
3
1
2
2,000
3
6,000
2
2
2
2
2
2
2,000
2
4,000
3
1
2
2
1
1
1,667
2
3,333
Groter dan of gelijk aan 7
>7
Gemiddeld risico
Kleiner dan 7 of groter dan 4
> 4 -7
Laag risico
Kleiner dan of gelijk aan 4
<4
Hoog risico
37
Deel B Uitvoeringskader In dit uitvoeringsdeel van de U&H-strategie wordt de vertaalslag gemaakt van de uitgangspunten, doelstellingen en prioriteitstelling in het beleidsdeel naar de strategieën (werkwijzen) voor de VTH-uitvoeringspraktijk. Hierbij is rekening gehouden met de verplichtingen in artikel 13.6, lid 1, onder d en lid 2 Omgevingsbesluit. De werkwijzen staan in de praktijk niet los van elkaar. In de figuur hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven.
Uitvoeringskader - samenhangend geheel van deelstrategieën om regelnaleving te bevorderen, zo nodig af te dwingen en sanctioneren
Preventiestrategie – gericht op het voorkomen van overtredingen blz.39
Strategie verkennen initiatief – gericht op het samen komen tot een goede aanvraag blz. 41
Meldingen- & vergunningenstrategie – gericht op het reguleren van activiteiten binnen het omgevingsrecht blz. 42
Meldingen- & vergunningenstrategie – gericht op het reguleren van activiteiten in APV en Bijzondere wetten blz. 62
Handhavingsstrategie Volgens interventiematrix LHSO Deelstrategie meldingen Wkb blz. 71 Toezichtstrategie – gericht op het controleren van activiteiten blz.57
Toezichtstrategie – gericht op het controleren van activiteiten blz.67
Sancties – gericht op het optreden tegen overtredingen Leidraad handhavingsacties, dwangsombedragen en begunstigingstermijnen blz.74
Gedoogstrategie – gericht op het gemotiveerd tijdelijk niet handhaven blz.75
38
1. Preventiestrategie De preventiestrategie is vooral gericht op het vergroten van de bewustwording van inwoners en bedrijven dat zij in de eerste plaats zélf verantwoordelijk zijn voor het naleven van wet- en regelgeving. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de meer sturende, klassieke instrumenten voor het bevorderen van naleefgedrag. De inzet van meer preventieve instrumenten om de acceptatie van regels te vergoten, de uitvoering te faciliteren of gewenst gedrag te stimuleren wordt steeds belangrijker. Door inzet in het voortraject willen we zoveel mogelijk voorkomen dat wij achteraf tot (formele) acties moeten overgaan. Maken van duidelijke, uitvoerbare en handhaafbare regels Preventie start met duidelijke regels. Regels die we zelf maken of voorschriften in een door de gemeente verleende vergunning zijn zo begrijpelijk mogelijk opgesteld. Het is belangrijk dat iemand de regels snapt. Hierdoor zal er minder discussie over de interpretatie ervan ontstaan. Daarnaast moeten regels uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Daar heeft de gemeente deels invloed op, bijvoorbeeld bij het maken van lokale regels in het omgevingsplan of de APV. Communicatie/voorlichting Bekendheid en toegankelijkheid van regelgeving en beleid(sregels) is nodig om de eigen verantwoordelijkheid van initiatiefnemers te stimuleren.
Daarom is een goede informatievoorziening en het geven van voorlichting passend bij de doelgroep, het moment of het gedrag van iemand belangrijk. Dit kan via massacommunicatie, zoals een bericht op de website of een brief, maar bij voorkeur in een persoonlijk gesprek. Ook communiceren wij over uitkomsten van integrale controles en maken duidelijk welk gedrag wij niet accepteren. Bij het maken van het VTH-uitvoeringsprogramma hebben wij hier aandacht voor. Voorafgaand/bij het verlenen van producten Wij stimuleren initiatiefnemers/aanvragers om de gemeente vroegtijdig mee te laten kijken met hun idee/plan en de wenselijkheid/haalbaarheid ervan samen te verkennen. Ook stimuleren we initiatiefnemers hun directe omgeving te informeren over/betrekken bij hun plannen. Dit kan bijdragen aan de kwaliteit van aanvragen en meldingen, snelheid in procedures en mogelijk juridische procedures achteraf voorkomen.
39
Tijdens het uitvoeren van toezicht en inzetten handhavingsmiddelen Naast zichtbaarheid in en aanspreekbaar zijn voor de samenleving is het belangrijk tijdens toezichtbezoeken regels uit te leggen. Iemand die weet en begrijpt waarom er regels zijn, is eerder geneigd deze te accepteren en te volgen. Bij het signaleren van overtredingen of overlastsituaties vragen wij (klacht)melders dit eerst zelf bespreekbaar te maken. Wijkregisseurs, wijkagenten en boa’s kunnen deze eigen verantwoordelijkheid stimuleren.
40
2. Strategie verkennen initiatief Dit is het proces voorafgaand aan de indiening van een aanvraag voor bijvoorbeeld een omgevingsvergunning. Het betreft geen officiële wettelijk vastgelegde procedure, maar een transparant deelproces om een initiatief zorgvuldig en integraal af te wegen. Participatie krijgt een belangrijke plek in dit proces.
-
Het samen (initiatiefnemer, interne vakdisciplines, andere bevoegde gezagen, ketenpartners en/of eventueel belanghebbenden) vroegtijdig verkennen van een initiatief is om verschillende redenen belangrijk. Het: zorgt ervoor dat de verschillende belangen goed in beeld komen en een integrale afweging kan plaatsvinden; vergroot de kwaliteit van oplossingen; kan zorgen voor meer draagvlak, betere besluiten en besparing van tijd; de initiatiefnemer weet vroegtijdig of zijn plan wenselijk en haalbaar is en welke andere benodigde toestemmingen, bijvoorbeeld een omgevingsvergunning van de provincie voor een flora- en fauna-activiteit, nodig zijn. De initiatiefnemer kan via verschillende ingangen (website-telefoon-postpersoonlijk contact met medewerker-rechtstreeks via DSO) contact opnemen met de gemeente over het initiatief. Vervolgens wordt een initiatiefnemer, zo nodig doorverwezen naar de centrale toegang via het DSO voor de indiening van het initiatief/verzoek omgevingsoverleg.
Initiatiefnemers die een voorverkenning van hun initiatief wensen kunnen via het DSO een conceptverzoek indienen. Afhankelijk van het type initiatief gaat het conceptverzoek behandeld worden bij Ruimtelijke Ontwikkelingen dan wel Vergunningen. Al vroeg in het proces kan de behandelaar het initiatief agenderen voor de Intaketafel Uitgebreid. Dit is een intern overleg tussen de behandelaar en diverse, interne vakdisciplines zoals verkeer, openbare ruimte, bouw, wonen, verstedelijking. Bedoeling van dit overleg is dat vanuit de vakdisciplines aandachtspunten aan de behandelaar worden meegegeven en de vakspecialist is voorbereid op een adviesaanvraag. De organisatie van een omgevingstafel, waaraan ook externe adviseurs en initiatiefnemers aanschuiven, is bedoeld voor complexe initiatieven en vraagt nog om het opdoen van ervaring en verdere uitwerking. Wij volgen hierbij de handreiking van het OPD. Een initiatiefnemer wordt vanaf het begin gewezen op het belang van participatie met de omgeving.
41
3. Meldingen- & vergunningenstrategie omgevingsrecht Deze strategie ziet op het beoordelen en afhandelen van: - meldingen die de activiteit nieuwbouw gevolgklasse 1, brandveilig gebruik en slopen betreffen; - informatieplichten (o.a. start bouw en einde bouwwerkzaamheden); - aanvragen omgevingsvergunning bouwactiviteit gevolgklasse 1 (tot 1-7-2025 bij verbouw), 2 en 3, binnenplanse en buitenplanse omgevingsplanactiviteit, aanlegwerkzaamheden, aanpassen van een monument, aanleggen inrit/uitrit, kappen van bomen en het aanbrengen van reclame-uitingen betreffen.
3.1 Werkwijze bij meldingen De meldingen nieuwbouw gevolgklasse 1, brandveilig gebruik en sloop en worden via het DSO ingediend en via de vakapplicatie CLO vanuit het team Ruimte Initiatief doorgezet naar het Team Leefbaarheid en Wijkregie. De behandelaar van dit team voert een volledigheidstoets uit. Dit is een administratieve toets op aanwezigheid van alle voor de melding benodigde gegevens/documenten. -
Bouw- en gereedmeldingen
Beoordeling bouwmelding Uiterlijk vier weken voor de start van de bouw moet een bouwmelding worden ingediend. De gemeente controleert de bouwmelding op volledigheid: - Juiste borgingsinstrument toegepast; - Registratie kwaliteitsborger in landelijk register; - Aanwezigheid risicobeoordeling; - Aanwezigheid en voldoende borging risico’s in borgingsplan; - Bij onvoldoende borging van de risico’s kan extra informatie worden opgevraagd. De melder ontvangt binnen vier weken na versturen van de melding bericht dat: - de melding is geaccepteerd of niet is geaccepteerd; - de melding niet aan de voorwaarden voldoet en dat daarmee juridisch geen melding is gedaan. In geval van bijzondere, lokale omstandigheden (locatiespecifieke- en/of projectgebonden risico’s) wordt getoetst of deze in de risicobeoordeling en het borgingsplan zijn meegenomen. Waar nodig kunnen informatiemomenten worden ingebouwd. De bijzondere, lokale omstandigheden zijn terug te vinden op de website van de gemeente Meppel. Initiatiefnemers hebben zelf de verantwoordelijkheid om bij onduidelijkheden hierover contact met de gemeente op te nemen.
42
Informatieplichten Er geldt een informatieplicht “start bouw” voor aanvang van de werkzaamheden en een informatieplicht “einde bouwwerkzaamheden”. Beoordeling gereedmelding Aan het einde van een bouwproces moet een gereedmelding worden ingediend, die bestaat uit: - het dossier bevoegd gezag waarin een verklaring van gerechtvaardigd vertrouwen van de kwaliteitsborger moet zitten met verantwoording van eventuele beheersmaatregelen. Voldoet de gereedmelding niet aan de wettelijke eisen, dan wordt deze als niet gedaan beschouwd en mag het bouwwerk niet in gebruik worden genomen. Er wordt schriftelijk goedkeuring voor ingebruikname van het bouwwerk gegeven dan wel wordt een “verbod op ingebruikname” overwogen bij een niet volledige gereedmelding. In dat geval zie de deelstrategie handhaving bouwwerken gevolgklasse 1 in hoofdstuk 6 van dit uitvoeringsdeel. Termijnen Melding bouwactiviteit - minimaal 4 weken voor aanvang bouwwerkzaamheden; Informatieplicht start bouw: minimaal 2 werkdagen voor aanvang werkzaamheden Uitvoering borgingsplan door kwaliteitsborger; al dan niet toepassen van informatie- en controlemomenten; Gereedmelding – minimaal 2 weken voor ingebruikname bouwwerk; Informatieplicht einde bouwwerkzaamheden: minimaal 1 dag na beëindiging bouwwerkzaamheden.
Gefaseerde oplevering bouwproject De gemeente werkt mee aan gefaseerde oplevering van een bouwproject onder de voorwaarden dat per fase een bouwmelding is gedaan en er per fase na afronding van de bouw een gereedmelding aan de gemeente wordt gezonden. Uitgangspunt is dat twee weken voor iedere fase een volledige gereedmelding wordt gedaan. Bouwmelding vervalt van rechtswege10 Voor de bouwmelding is wettelijk bepaald dat die van rechtswege vervalt, indien: - de bouwactiviteit niet begint binnen een jaar na de melding; en - niet tenminste vier weken voor het begin van de bouwactiviteit opnieuw een melding wordt gedaan.
10 Artikel 2.18 Besluit kwaliteitsborging voor het bouwen
43
- Meldingen brandveilig gebruik Voor het brandveilig gebruik van een bouwwerk geldt vanaf 1-1-2024 alleen nog een meldingsplicht. De regels waaraan moet worden getoetst staan in de afdelingen 6.1 en 6.2 Bbl. De VRD/brandweer adviseert bij meldingen brandveilig gebruik, bouwplannen, evenementen en andere brandveiligheidsvraagstukken. In alle gevallen gaat het om het in gebruik nemen van een bouwwerk, bestemd voor het verblijf van een kwetsbare doelgroep. Om deze reden wordt de toets aan het Bbl volledig gedaan. De gemeente kan in bijzondere gevallen in het omgevingsplan maatwerkregels stellen over de meldingsplicht voor het brandveilig gebruik van een bouwwerk. De Omgevingswet bevat geen definitie voor brandveilig gebruik van een bouwwerk. Bij het gebruiken van een bouwwerk moet je aan de regels voor brandveilig gebruik voldoen. Het gebruiken van het bouwwerk valt dus onder de activiteit ‘het brandveilig gebruik van een bouwwerk’.
- Sloopmeldingen De rijksregels voor de sloopactiviteiten staan in hoofdstuk 7 van het Bbl. Met uitzondering van monumenten is er geen vergunning nodig, maar geldt er een meldings- en informatieplicht en een toetsing aan het omgevingsplan. Eventueel kan de gemeenteraad ervoor kiezen om in het omgevingsplan een vergunningplicht voor de activiteit ‘slopen’ te introduceren. Er is sprake van een meldingsplicht (artikel 7.10, lid 1 en 4 van het Bbl) als er meer dan 10 kuub sloopafval vrijkomt of wanneer asbest wordt verwijderd. Bij kleine verbouwingen zonder asbest is dus geen sloopmelding nodig. De inhoudelijke eisen/lijst met aan te leveren gegevens en documenten en de meldingsprocedure met termijnen staan in de artikelen 7.11 en 7.12 van het Bbl. Van een melding is pas sprake als de vereiste gegevens en documenten daadwerkelijk zijn aangeleverd. Een onvolledige melding is dus geen melding. Voor bepaalde sloopactiviteiten is melden niet verplicht: - de (ingeschatte) hoeveelheid sloopafval is maximaal 10 m3.
Als het om asbest gaat, geldt deze uitzondering niet; - het slopen van een seizoensgebonden bouwwerk; - het slopen op grond van een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.6 van het Bbl; - het slopen op grond van een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom; - het professioneel verwijderen van asbesthoudende materialen in bepaalde installaties en constructies. Onderscheid sloopmeldingen particulier en bedrijfsmatig - Particulier meer dan 10m³ sloopafval: melden welke hoeveelheid afval er per soort wordt afgevoerd; - Particulier mag sloopafval met asbest tot max. 35m² zelf verwijderen.
44
De gemeente bevestigt of weigert de acceptatie van de sloopmelding. Bovengenoemde particuliere sloopmeldingen worden ook wel eens gecombineerd, dan wordt er doorgaans 1 acceptatie verzonden. -
Bedrijfsmatig meer dan 10m³ sloopafval: in de melding uitsplitsing van de soorten en hoeveelheden aangeven en vermelden waar de afvalstoffen naar toe gaan. - Bij een melding asbest en sloop wordt door de gemeente in de samenwerkingsfunctionaliteit een actie aangemaakt voor de RUDD. - De RUDD reageert in deze samenwerkingsfunctionaliteit met een advies, waarna de gemeente bij een positief advies een acceptatie aanmaakt. - Bij een melding bedrijfsmatig asbest maakt de RUDD in de samenwerkingsfunctionaliteit een actie voor de gemeente aan. Hierin zet de RUDD de op de melding betrekking hebben de stukken die de gemeente vervolgens toevoegt aan de zaak in het zaaksysteem. De RUDD stuurt zelf een brief naar de aanvrager. Vrijgaves en eindinspecties worden bij de gemeente aangeleverd via Landelijk Asbest Volg Systeem en aan de desbetreffende zaak toegevoegd. Hoeveelheid sloopafval per sloopactiviteit is bepalend De verplichting tot een sloopmelding geldt per sloopactiviteit en niet per bouwwerk. Stel iemand wil 2 bouwwerken slopen op hetzelfde terrein. Dan geldt er geen sloopmeldingsplicht als de sloophoeveelheid van beide bouwwerken bij elkaar opgeteld maximaal 10 m3 is. Gaat het om meer dan 10 m3 dan is wel een sloopmelding verplicht. Dit geldt ook als iemand 2 bouwwerken wil slopen op verschillende terreinen maar het wel om 1 sloopactiviteit gaat.
Sloop monument of in beschermd stads- of dorpsgezicht Is sprake van een beschermd of voorbeschermd monument of archeologisch monument of vinden de sloopwerkzaamheden plaats in een beschermd stads- of dorpsgezicht dan moet naast het indienen van een melding mogelijk ook een vergunning voor het slopen worden aangevraagd. Tijdstip indienen melding De melding voor de sloopactiviteit moet in beginsel minimaal 4 weken voor het begin van de sloopwerkzaamheden bij het bevoegd gezag zijn ingediend. In een aantal situaties geldt een kortere indieningstermijn. Informatieplicht: begin en beëindiging sloopwerkzaamheden - tenminste twee werkdagen voor het begin van de sloopwerkzaamheden wordt het bevoegd gezag geïnformeerd; - uiterlijk op de eerste werkdag na beëindiging van de sloopwerkzaamheden wordt het bevoegd gezag geïnformeerd. Bovenop de sloopmelding kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften voorschrijven (artikel 7.14 Bbl).
45
3.2 Werkwijze omgevingsvergunningen Een (complexe, impactvolle) aanvraag wordt bij voorkeur na een initiatiefproces ontvangen. Inwoners en bedrijven zijn verantwoordelijk voor het indienen van een juiste en volledige aanvraag via het DSO. Zodra de gemeente de aanvraag heeft ontvangen, wordt een ontvangstbevestiging verstuurd. In het geval van een meervoudige aanvraag splitst het omgevingsloket in het DSO de aanvraag op in meerdere verzoeken. Het omgevingsloket bepaalt daarna per verzoek het bevoegd gezag. Dit is de overheid die een aanvraag behandelt, meldingen ontvangt en bevoegd is voor toezicht en handhaving. Bij initiatieven waarvoor meerdere vergunningen of toestemmingen nodig zijn, wordt er één bevoegd gezag aangewezen als coördinator van het afhandelingsproces. Dit zal meestal de gemeente zijn. In onze rol als procesbegeleider stemmen we zo vroeg en zoveel mogelijk af met interne adviseurs, andere bevoegde overheden en ketenpartners. De samenwerkingsfunctionaliteit in het DSO is de voorziening voor de afstemming met de externe adviseurs. De wettelijk reguliere of uitgebreide procedure zoals vastgelegd in de Awb en de Omgevingswet worden gevolgd. De werkprocessen voor het verlenen van een omgevingsvergunning en afhandelen van een melding zijn vastgelegd in CLO. Hieruit volgt welke processtappen moeten worden gezet en wie waarvoor verantwoordelijk is. -
Casemanagement bij omgevingsvergunningen
Voor de aanvrager is er een vast aanspreekpunt gedurende het hele behandeltraject. Hiervoor zijn bij het team Ruimte Initiatief behandelaars aangewezen. De behandelaar: - regisseert de behandeling van de aanvraag van het eerste klantcontact tot de afgifte van de besluit op de aanvraag. - checkt of de activiteiten vergunningsvrij, meldingsplichtig of vergunningsplichtig zijn; - toets volledigheid en ontvankelijkheid; - verstuurt de procedurebevestiging; - zet daar waar nodig aanvraag uit bij interne- en externe specialisten voor advies; - publiceert aanvragen en (concept)beschikkingen; - bewaakt het overzicht over lopende procedures, termijnen en voortgang; - stelt een (concept)beschikking op. De behandelaar beoordeelt op basis van het risico van de activiteit of een grondige ontvankelijkheidstoets plaatsvindt of een toets op hoofdlijnen. Als richtlijn geldt dat binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag schriftelijk om aanvullende gegevens wordt verzocht. Als de gevraagde stukken niet, niet op tijd of niet volledig worden aangeleverd, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Dit wil zeggen dat de aanvrager een besluit krijgt waartegen bezwaar kan worden ingediend. Een melding die onvolledig is, kan niet worden aangevuld. De melder krijgt in dat geval bericht dat de melding als niet gedaan wordt beschouwd en de melder een nieuwe melding kan doen. Bibob-toets
46
Indien door de verlening van een vergunning het gevaar bestaat dat daarmee strafbare feiten gepleegd zullen worden of dat uit strafbare feiten verkregen geld benut zal worden, wordt na ontvangst van een aanvraag een afweging gemaakt of conform de Beleidsregel Wet Bibob gemeente Meppel een Bibob-toets moet worden uitgevoerd. -
Procedures/termijnen/dwangsom bij termijnoverschrijving
De inzet is om aanvragen af te handelen binnen de wettelijke termijnen in artikel 16.64 en 16.65 Omgevingswet: - reguliere procedure < 8 weken; eenmalig te verlengen met 6 weken; - reguliere procedure, maar de beslissing op de aanvraag behoeft instemming van de raad < 12 weken; eenmalig te verlengen met 6 weken; - uitgebreide procedure < 26 weken; eenmalig te verlengen met 6 weken. Onder de Omgevingswet is de reguliere procedure het uitgangspunt. De uitgebreide procedure is uitzondering. Artikel 16.65 Omgevingswet noemt de gevallen waarin daarvan sprake is: a. als de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van activiteiten; b. op verzoek van de aanvrager; c. na overleg tussen aanvrager en gemeente en instemming van de aanvrager met de uitgebreide procedure om proceseconomische redenen. In de gevallen onder a. tot en met c. is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Lukt het de gemeente niet om tijdig een besluit te nemen op een aanvraag, dan kan de aanvrager het bestuursorgaan in gebreke stellen en heeft het bestuursorgaan alsnog twee weken de tijd om te besluiten. Als het bestuursorgaan twee weken na de ingebrekestelling nog geen besluit heeft genomen dan is het een dwangsom verschuldigd. Dit is geregeld in de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen.
-
Participatie bij aanvraag omgevingsvergunning
Het is een verantwoordelijkheid van de aanvrager om de omgeving vroegtijdig te betrekken en meningen in te winnen over het voorgenomen plan/project. Artikel 7.4 Omgevingsregeling bepaalt dat de initiatiefnemer bij het aanvragen van een omgevingsvergunning moet aangeven of hij aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn. Algemeen aanvraagvereiste “vrijwillige” participatie De initiatiefnemer moet in alle gevallen worden gestimuleerd om na te denken over hoe aan participatie te doen. Men is zelf verantwoordelijk om belanghebbenden te informeren en betrekken. In een gesprek kan de gemeente tips/adviezen geven, maar wij nemen de verantwoordelijkheid niet over. De gemeente heeft voor eigen initiatieven een handleiding voor participatie, die kan desgewenst ter inspiratie dienen voor een particuliere initiatiefnemer. De initiatiefnemer is verplicht bij zijn aanvraag aan te geven: - of de initiatiefnemer aan participatie heeft gedaan; - zo ja, hoe de initiatiefnemer dit heeft gedaan en wat de resultaten zijn.
47
Participatiegegevens bij niet-aangewezen gevallen worden alleen op de uitgangspunten getoetst (aangeleverd en aannemelijk). Een aanvraag mag niet buiten behandeling worden gelaten of geweigerd, omdat er geen of te weinig aan participatie is gedaan. Aanvraagvereiste bij verplichte participatie Bij omgevingsplanactiviteiten die niet passen binnen het omgevingsplan, is het verplicht te participeren in door de raad aangewezen gevallen. De raad van Meppel heeft in zijn vergadering van 28-10-2021 de gevallen aangewezen waarvoor een bindend advies van de raad en participatie met de omgeving verplicht is. Bij de categorieën waarvoor participatie verplicht is en een bindend advies van de raad nodig is, beoordeelt de raad het participatieproces (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR716923/1 De gevallen waarin participatie verplicht is, maar geen bindend advies vereist is, worden niet voorgelegd aan de raad. In deze gevallen beoordeelt het college het participatieproces dat is uitgevoerd door de initiatiefnemer. Bij de buitenplanse activiteiten wordt op twee manieren beoordeeld of voldoende aan de participatievereisten is voldaan: - Procesmatig: aan de hand van het participatieverslag en handleiding participatie wordt beoordeeld of de initiatiefnemer voldoende aan participatie heeft gedaan.
Zo nodig wordt dit geverifieerd door participanten te bevragen naar de verloop van het proces; - Inhoudelijk: De gemeente neemt de uitkomsten van het participatietraject mee bij de evenredige belangenafweging die plaatsvindt bij de beoordeling van het initiatief. Er zijn drie beoordelingsgronden: - Past het initiatief binnen het beleid. Dit is altijd een beoordelingsgrond van een aanvraag, los van het participatietraject; - Draagvlak vanuit de omgeving afwegen tegen het maatschappelijk belang van het initiatief. Een specifieke doelgroep kan bezwaar hebben tegen het initiatief, maar het maatschappelijk belang kan dermate groot zijn, dat dit zwaarder weegt dan een beperkt draagvlak. - Beoordelen of de inbreng van participanten het plan integraal verbetert en in hoeverre de initiatiefnemer dit in het plan heeft betrokken. Als de initiatiefnemer niet of onvoldoende aan participatie heeft gedaan, dan kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten en wordt uitgelegd waarom.
3.4 Risicogericht toetsen bouwactiviteiten Bij de beoordeling van een initiatief/aanvraag richten we onze aandacht vooral op de meest risicovolle en prioritaire zaken: we doen de dingen die er echt toe doen. Voor het overige vertrouwen we erop dat initiatiefnemer zijn verantwoordelijkheid neemt voor het voldoen aan de regels. We sluiten daarom aan bij onze risicoanalyse en hanteren de volgende uitgangspunten:
48
Risico Hoog Gemiddeld
Laag
Diepgang toetsing We toetsen op alle onderdelen grondig op het voldoen aan de gestelde normen, waarbij we de details beoordelen, narekenen of meten. We toetsen aan de hand van de meest relevante voorschriften (zoals die voor veiligheid en gezondheid) en op kenmerkende details. Dit doen we op basis van onze kennis en ervaring, waarbij we gebruik maken van toetsprotocol, detailtekeningen, rapportages en narekening of-meting. We toetsen op hoofdlijnen op het voldoen aan de gestelde normen. Hiervoor controleren we onder andere of tekeningen en berekeningen kloppen door op basis van onze kennis en ervaring de rekenmethode te beoordelen of de gegevens te vergelijken met andere specificaties. Bij meldingen toetsen we slechts of voldaan is aan de indieningsvereisten.
Het Bbl bevat voorschriften die de minimaal noodzakelijke kwaliteit van bouwwerken waarborgen en is de opvolger van het Bouwbesluit 2012. De diepgang van de toetsing is afhankelijk van de gebruiksfunctie, waarbij vier categorieën bouwwerken en vijf bouwtechnische toetsingsaspecten worden onderscheiden. De toetsingsniveaus zijn gebaseerd op het landelijk toetsingsprotocol van de VBWTN en uitgewerkt in onderstaande matrix. Dit is een landelijk, collectief minimum toetsingsniveau voor de gevolgklassen 2 en 3. Unctie Constructieve veiligheid Brandveiligheid Bouwfysica Bouwkundig Installaties
Wonen 2 3 1 1 1
Publiek 3 4 2 2 2
Bedrijf 3 3 2 2 1
Anders 2 2 1 1 1
De toetsingsmatrix is niet in een online applicatie ingebouwd, maar wordt impliciet gebruikt. Niet in alle gevallen wordt aan de hand van matrix getoetst. Veiligheid krijgt altijd de meeste aandacht.
3.5 Inhoudelijk beoordelingskader verschillende activiteiten De inhoudelijke toetsingskaders zijn grotendeels landelijk geüniformeerd en volgen uit de wet- en regelgeving en zijn toegeschreven op de verschillende activiteiten.
- Bouwactiviteit Met ingang van 1 januari 2024 is er een ‘knip’ gemaakt in de beoordeling van bouwactiviteiten. Beoordeling van de bouwactiviteit wordt gesplitst in: een technisch deel waarbij wordt getoetst aan het Bbl. Voor nieuwbouwwerken in gevolgklasse 1 komt deze preventieve toetsing bij een private kwaliteitsborger te liggen en niet meer bij de gemeente. Dit zal op een nader te bepalen tijdstip ook gaan gelden voor verbouwactiviteiten in gevolgklasse 1.
49
een ruimtelijk deel, genaamd omgevingsplanactiviteit, waarbij een toets plaatsvindt aan het omgevingsplan, welstand, lokale verordeningen en omgevingsveiligheid (externe veiligheid).
Vier typen bouwactiviteiten en gevolgklassen De gevolgklassen zijn bepaald aan de hand van de mogelijke gevolgen voor gebruikers. Bijvoorbeeld als gevolg van brand of het instorten van een (deel van een) gebouw. Hoe groter de gevolgen zijn als er iets misgaat, des te hoger de gevolgklasse. Bouwwerken gevolgklasse 0 – Vergunnings- en meldingsvrij bouwen Bijvoorbeeld een dakkapel aan de achterzijde
Geen inhoudelijke toets vereist Zowel voor de technische bouwactiviteit als voor de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk zijn in het Bbl vergunningsvrije gevallen aangewezen: - vergunningsvrije (technische) bouwactiviteiten - vergunningsvrije omgevingsplanactiviteiten Dit betekent echter niet dat deze bouwwerken regelvrij zijn. Er moet worden voldaan aan de (technische) regels uit het Bbl. Via de zogenoemde bruidsschat zijn veel van onder de Wabo landelijk uniform geregelde vergunningsvrije mogelijkheden aan de gemeente overgedragen en maken ze per 1-1-2024 onderdeel uit van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan van rechtswege. De gemeenteraad weegt bij de omzetting naar een definitief omgevingsplan af of deze regels geschrapt, overgenomen of gewijzigd worden.
Bouwwerken gevolgklasse 1 – Vergunningsplicht omgevingsplanactiviteit en meldingsplichten voor technische bouwkwaliteit (bouw- en gereedmelding) De (persoonlijke) gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan zijn beperkt. Bijvoorbeeld een grondgebonden woning of een fabriekspand max 2 verdiepingen.
Geen inhoudelijke toets melding, tenzij sprake is van bijzondere, lokale omstandigheden. Zie hiervoor bij punt 3.1 Werkwijze bij meldingen Art. 2.17, lid 3, Bbl regelt het bouwen of verbouwen van bouwwerken behorend tot gevolgklasse 1 Art. 2.17, lid 2, Bbl regelt de gevallen die uitgezonderd worden van gevolgklasse 1
50
Toetsing aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit aan: Omgevingsplan en welstandseisen.
Bouwwerken gevolgklasse 2 – Vergunningplicht voor technische bouwactiviteit en omgevingsplanactiviteit Reële kans op (persoonlijke) gevolgen als niet aan de voorschriften wordt voldaan. Bijvoorbeeld bibliotheken, gemeentehuizen en woongebouwen tot 70 meter hoogte
Bouwwerken gevolgklasse 3 – Vergunningplicht voor technische bouwactiviteit en omgevingsplanactiviteit Kans op aanzienlijke (persoonlijke) gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan. Bijvoorbeeld metrostations, stadions, ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 meter
Toetsing aanvraag omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit en omgevingsplanactiviteit aan: Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) De wijze van toetsing is, zoals eerder onder punt 3.4 beschreven, risicogestuurd. De focus bij de toetsing ligt op de onderwerpen veiligheid (o.a. brandpreventie en constructies) en gezondheid (o.a. ventilatie). Daarbij wordt onderscheid gemaakt in het type bouwwerk. Een openbaar gebouw of een gebouw bedoeld voor een kwetsbare doelgroep kent een vergaande toets op deze onderwerpen. Uit de aanvraag moet voldoende aannemelijk blijken dat het plan voldoet aan het Bbl. Omgevingsplan In het omgevingsplan staan regels over activiteiten en onder welke voorwaarden die op een locatie zijn toegestaan. Als een omgevingsvergunning nodig is bevat het omgevingsplan ook de beoordelingsregels en aanvraagvereisten. Er kan sprake zijn van een binnenplanse of buitenplanse vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit. Dit wordt hierna uitgewerkt onder het kopje omgevingsplanactiviteit. Welstandsbeleid Een bouwplan wordt getoetst aan het welstandsnota Meppel. Afhankelijk van de omvang en impact van het bouwplan adviseert een door de raad aangewezen commissie. Het college kan gemotiveerd van het advies afwijken. Erfgoedverordening Meppel 2017 De verordening bevat regels over hoe in de gemeente Meppel om te gaan met erfgoed.
Besluit kwaliteit leefomgeving Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels van het Bkl. Een vergunning voor de omgevingsplanactiviteit is nodig, tenzij op grond van het omgevingsplan deze activiteit vergunningsvrij is dan wel hiervoor een meldingsplicht geldt.
- Bouw- en sloopveiligheid - Veiligheid op en in de directe omgeving van de bouwplaats De specifieke zorgplicht over bouw- en sloopwerkzaamheden geldt voor de opdrachtgever of aannemer die bouwt of sloopt. Die persoon moet maatregelen nemen om nadelige gevolgen voor nabijgelegen wegen, werken of (on) roerende zaken tegen te gaan. Nadelige gevolgen zijn schade, hinder of overlast in de omgeving van of op een bouwplaats. De regels hiervoor staan in het Bbl. Het gaat dan om beschadiging of belemmering van wegen, in de weg gelegen werken, andere roerende of onroerende zaken.
51
In het Arbeidsomstandighedenbesluit is de arbeidsveiligheid van werknemers op de bouwplaats geregeld. Een veiligheid- en gezondheidscoördinator (hierna: V&G-coördinator) heeft de taak zorg te dragen voor de veiligheid en gezondheid van werkenden op de bouwplaats. Binnen de hekken van de bouwplaats wordt de veiligheid gecontroleerd door de Arbeidsinspectie. Buiten de hekken (op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen) vindt toezicht plaats door de gemeente. Tijdens het “verkennen van het initiatief” zullen wij de initiatiefnemer dan wel bouwer op deze omstandigheden wijzen. Wanneer de omgevingsveiligheid in het geding is, moet dit worden gemeld bij het bevoegd gezag. Bij vergunning- of meldingplichtige beoogde bouw- of sloopwerkzaamheden moet altijd een risicomatrix worden opgesteld (Bbl art. 7.5a lid 1). Afhankelijk van de uitkomst moet een “veiligheidscoördinator directe omgeving” worden aangesteld en een bouw- of sloopveiligheidsplan worden opgesteld (Bbl art. 7.5a lid 2).
- Omgevingsplanactiviteit Voor diverse ruimtelijke activiteiten (bouwen, kappen, veranderen gebruik etc.) blijft een omgevingsvergunning nodig. De aanvraag hiervoor moet (volledig) worden getoetst aan het (tijdelijk deel van) het omgevingsplan. We spreken vanaf 1-1-2024 van een omgevingsplanactiviteit. Onder de Omgevingswet zijn er drie mogelijkheden om hieraan medewerking te verlenen: - een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan (binnenplanse omgevingsplanactiviteit); - een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Soms moet de raad om advies worden gevraagd. De activiteiten waarvoor dit geldt staan op een door de raad vastgestelde lijst11 . - een projectbesluit. Dit is een instrument voor waterschappen, provincies en het rijk en bedoeld om complexe projecten mogelijk te maken. Als een initiatiefnemer een bouwactiviteit wil uitvoeren in gevolgklasse 1 zal deze, tenzij de raad anders heeft bepaald, een aanvraag omgevingsvergunning Omgevingsplanactiviteit (OPA) moeten aanvragen. Idealiter vindt deze ruimtelijke toets en vergunningverlening plaats voordat de bouwmelding wordt gedaan.
Lijst met categorieën van buitenplanse aanvragen omgevingsvergunning waarvoor bindend adviesrecht van de gemeenteraad vereist is (vastgesteld 28 oktober 2021) https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR716923/1 11
52
Beoordelingsregels Voor de binnenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels in het omgevingsplan. Dit staat in artikel 8.0a, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In de bruidsschat voor het omgevingsplan staan al beoordelingsregels voor diverse activiteiten. Ook in de Verordening fysieke leefomgeving die op termijn in het omgevingsplan moet overgaan, kunnen beoordelingsregels voor binnenplanse omgevingsplanactiviteiten staan. Het begrip “afwijken“ komt in de Omgevingswet niet terug. Bij strijdigheid met het omgevingsplan is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Wij beoordelen deze aanvragen vanuit een ‘Ja, mits’ houding en: - met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl); - de instructieregels voor het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 Bkl; - de instructieregels van de provincie voor het omgevingsplan; - eventuele instructiebesluiten van Rijk en provincie. Kan de gewenste ontwikkeling alleen worden toegelaten door het vaststellen van een wijziging van algemene regels voor andere locaties in het omgevingsplan, dan is de vergunning technisch niet vergunbaar. In die situatie is een wijziging van het omgevingsplan nodig. Opnemen in omgevingsplan Een omgevingsvergunning ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ moet binnen een periode van 5 jaar worden opgenomen In het omgevingsplan.
- Activiteit Uitvoeren van werk(zaamheden) Een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘werk of werkzaamheden uitvoeren’ (voorheen aanlegvergunning) is opgenomen in het omgevingsplan en geeft toestemming om in gebieden met landschappelijke, archeologische of cultuurhistorische waarden onder andere wegen aan te leggen, sloten te graven of dempen of bomen te planten of rooien. De bedoeling is het aangewezen gebied te beschermen tegen ongewenste ontwikkelingen. In het omgevingsplan staat wanneer een vergunning nodig is en wat daarvoor de toetsingscriteria zijn. De belangen worden afgewogen op basis van een (nader) in te dienen onderbouwing of onderzoeken. De inhoudelijke advisering wordt uitgevoerd door interne en externe deskundigen.