CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijze 10 geanonimiseerd

Commissie Ruimte, Economie en Bedrijfsvoering 23 oktober 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Zienswijzen28.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2013 5. 5 Archeologische waarden ▪

Voor archeologische waarden bestaat beleidsmatig de voorkeur om de waarden ongestoord te laten in de bodem (behoud in situ). Behoud van archeologische waarden kan enkel

worden gerealiseerd als bodemingrepen worden voorkomen op plaatsen waar deze waarden zich in de bodem bevinden. Derhalve moet bij het wijzigen van de bouwgrenzen , zoals bij het bestemmingsplan ‘Kom Schijndel 2013 , herziening Hoofdstraat – Looierij – Toon Bolsiusstraat Schijndel’ , worden nagestreefd dat eerst via bureau- en veldonderzoek wordt vastgesteld waar archeologische waarden in de bodem kunnen worden verwacht. Veldonderzoek onder bestaande gebouwen is niet mogelijk zonder de gebouwen te beschadigen. Maar anders ligt dat met een verharding bestaande uit klinkers of tegels. Op de onbebouwde terreinen kan

25

zondermeer nu al onderzoek plaatsvinden om na te gaan of er nog sprake is van ongeroerde grond en op welke diepte deze zich bevindt. Mocht uit een dergelijk eerste onderzoek blijken , dat er toch nog sprake is van ongeroerde grond , waarin archeologische waarden zijn te verwachten , dan kan zo nodig het plan worden aangepast om te voorkomen dat juist op die plaatsen diepe bodemingrepen moeten plaatsvinden. De huidige onderbouwing in het rapport van Wintraecken en bijlage 2 Cultuurhistorische Quickscan over archeologische waarden is onvoldoende om verstoring van archeologische waarden te voorkomen. ▪ Voor archeologische waarden bestaat beleidsmatig de voorkeur om de waarden ongestoord te laten in de bodem (behoud in situ). Behoud van archeologische waarden kan enkel worden gerealiseerd als bodemingrepen worden voorkomen op plaatsen waar deze waarden zich in de bodem bevinden. Het voornemen om de panden Toon Bolsiusstraat 14 en 16 en de panden Hoofdstraat 60 t/m 66 te willen slopen is in strijd met de voorkeur om archeologische waarden ongestoord te laten. Het plangebied is gelegen in het oudste gedeelte van het oorspronkelijk dorp Schijndel. Binnen het plangebied is juist zeer aannemelijk dat onder deze in de jaren 30 van de vorige eeuw gebouwde panden , archeologische resten van vroege bewoning aanwezig zijn. De panden zijn zgn.

op staal gebouwd wat wil zeggen dat er toendertijd vooraf aan de nieuwbouw nauwelijks grondberoering heeft plaats hoeven vinden en oudere bouwresten niet gebruikelijk verwijderd werden. Onzes inziens lijdt toestaan van sloop van deze panden dan ook , met de huidige onderbouwing over archeologische waarden en een ontbrekend historisch onderzoek , volstrekt onvoldoende om mogelijke verstoring van archeologische waarden te voorkomen. 5. 6 Catherina-molen , molenbiotoop

Stedenbouwkundige visie binnenterrein Hoofdstraat 2004 en herijking 2012 Op 12 februari 2004 heeft de gemeenteraad van Schijndel bij raadsbesluit Reg. no12008396 Ag. nr. 13 de stedenbouwkundige Visie Binnenterrein Hoofdstraat vastgesteld. Deze visie , zo staat geschreven , is bedoeld om eventuele toekomstige ontwikkelingen op een correcte en heldere manier te kunnen beoordelen. Het document bevat een analyse van het gebied en haar omgeving en heeft een aantal uitgangspunten opgeleverd. Ook bevat het beeldkwaliteitsaspecten ten aanzien van ontwikkelingen. Deze zijn verbeeld in een aantal schetsen. Uit de analyse blijkt dat de molen “Catharina” centraal in het gebied ligt. Vastgesteld is dat de ‘’Catherina-molen” op dat moment verscholen ligt achter de bebouwing van de Hoofdstraat en de Toon Bolsiusstraat maar dat de molen door haar verschijning en door haar hoogte , oriëntatie aan het gebied geeft. In de visie is , vanwege deze oriëntatie , de molen als zichtbaar middelpunt opgenomen. Middels lange zichtlijnen op de molen wordt de oriëntatie binnen het gebied vergroot. Vastgesteld is , dat de ’Catherina-molen” een grote invloed heeft op het ruimtelijk beeld van het gebied. Het ontwerpplan zal de zichtbaarheid van de molen vanuit ons perceel maar ook achter de geplande nieuwbouw ernstig verminderen tot volledig teniet doen.

Het plan is derhalve strijdig met de stedenbouwkundige visie. De molen heeft bij het ‘in gebruik zijn’ te maken met de zgn. molenbiotoop. Dit betekent dat als de molen draait , wat nu anno 2023 het geval is , er restricties aan de bebouwing moeten worden gesteld ten behoeve van de windvang. Dit betekent dat er binnen een straal van 100 meter uit de belt van de molen GEEN bebouwing mag worden opgericht hoger dan de belt (3 meter). Buiten de straal van 100 26

meter gelden alsnog restricties voor de bouwhoogten. Gezien de molenbiotoop is het mogelijk om vanaf 100 meter een bouwhoogte van 51, meter aan te houden. Per extra 100 meter zal de bouwhoogte met 2 meter kunnen toenemen. Bij een afstand van 300 meter zal dus gebouwd kunnen worden tot 91, meter hoogte. Het huidige plan respecteert deze bouwhoogten niet hetgeen strijdigheid met het de stedenbouwkundige visie.

Verder is vastgesteld dat de woningen aan de Toon Bolsiusstraat voor het grootste gedeelte dateren uit de jaren dertig van de vorige eeuw en dat deze zogenaamde ‘jaren dertig’-bouwstijl de Toon Bolsiusstraat een zekere eenheid in het straatbeeld geeft. Vastgesteld is ook dat de woningen aan de Hoofdstraat niet middels één bouwstijl zijn te benoemen en het straatbeeld hier dus veel diverser is. Complex Toon Bolsius , uitvoerbaarheid visie binnenterrein Hoofdstraat herijking 2012 Op 27 maart 2012 heeft het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Schijndel onder Reg. no. 12008396 nAg. nr 13 de uitvoerbaarheid visie binnenterrein Hoofdstraat getiteld Complex Toon Bolsiusstraat vastgesteld. Deze visie is inmiddels geen formeel beleid meer maar kan nog wel zeer goed dienen als ondersteuning van uw beleid.

Zoals hierboven gesteld zijn de zones 1 en 4 gespiegeld van belang. Zone 1 is inmiddels rendabel gerealiseerd en behoeft geen verdere toelichting. Zone 4 evenwel is zeer vergelijkbaar met het plangebied. Voor zone 4 is de ontwikkelpotentie vastgesteld. Zone vier heeft een oppervlakte van 5500 m2 en op grond van de visie zouden hier 14 grondgeboden patio’s/bungalows op elk een kavel van 275 m2 gerealiseerd kunnen worden. Een nadeel bij het gebied fase 4 is dat dit perceel in eigendom is van twee afzonderlijke eigenaren wat bij het onderhavige plangebied niet speelt. Dit is in handen van 1 eigenaar/ontwikkelaar. Alle grond en opstallen in het plangebied zijn in een bezit wat extra synergie oplevert. Zie bijlage hoofdstuk 23, Zone IV op blz. 5 van Complex Toon Bolsius.

Bron: Stedenbouwkundige visie binnenterrein Hoofdstraat 2004

27

Bron: molenbiotoop. nl

Samengevat zijn wij de mening toegedaan dat de beeldkwaliteit bepalende elementen alsmede de gekozen bouwhoogten , de bouwintensiteit en de bouwtypologie niet voldoen aan de uitgangspunten van behoorlijke ruimtelijke ordening en de door uw Raad en College voorheen ontwikkelde visie voor

dit binnen-dorpse gebied.

28

6.

Flora en fauna - toetsing natuurwetgeving

De stelling in hoofdstuk 6 van het ontwerpbestemmingsplan , dat er geen reden is om aan te nemen dat eventuele benodigde ontheffing , mits de juiste maatregelen worden getroffen en er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd , niet verkregen zal kunnen worden , is onvoldoende onderbouwd. De inmiddels op basis van de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen rapporten door de Provincie verleende ontheffing voor de soortbescherming is alleen maar aangevraagd (getoetst) en verleend voor de Gewone Dwergvleermuis en zegt niets over de noodzaak voor ontheffing van andere soortbescherming of noodzakelijke ontheffing. Dit is vastgesteld door de bestuursrechter in voorlopige voorziening door ons aangevraagd bij de rechtbank Oost Brabant en uitgesproken op 12 oktober 2023 (zaaknummer SHE 23/2429 PV). Vast te stellen is met zekerheid dat de beoogde ruimtelijke ingreep (sloop van diverse panden en realisatie van hoogbouwappartementen) een negatief effect heeft op meerdere aanwezige beschermde inheemse flora en fauna. (Soortenbescherming). Bij mogelijke verstoring van soorten geldt de wettelijke verplichting onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de mogelijke effecten van de ruimtelijke ingreep daarop in en rond (straal van 2 km) het

plangebied.

Dit onderzoek , naar de in het plangebied (potentieel) aanwezige soorten is onvoldoende uitgevoerd waardoor mogelijk niet de juiste maatregelen worden genomen. De gevolgde methode

, bestaande uit het veldonderzoek en het raadplegen van externe bronnen is onvoldoende en daardoor incompleet. Het veldonderzoek is te beperkt uitgevoerd. In ieder geval ons perceel Hoofdstraat 58 en de Molenbiotoop zijn niet bezocht. Verder heeft het er alle schijn van dat de diverse solitaire oude panden rondom het plangebied en de directe omgeving om het plangebied niet zijn betrokken. Het rapport is hierin niet duidelijk. De onderzoeker heeft zich voor wat betreft het raadplegen van externe bronnen te zeer beperkt tot slechts één bron. Daarnaast is verzuimd de basale algemeen aanwezig geachte wetenschappelijke kennis van soorten te gebruiken als basis voor het veld- en brononderzoek.

Steenuil en Huismus In het onderzoek is de aanwezigheid van (jaarrond beschermde) nesten van tenminste de Huismus en de Steenuil niet genoemd terwijl deze daadwerkelijk in en direct rond het plangebied wonen , nestelen , foerageren en verblijven. Gegevens hierover zijn opgenomen in de Uilenmonitor van het Brabants landschap en de aanwezigheid van Steenuil en Huismus (nesten) hiervan is tevens lokaal bekend. Voor de Steenuil en de Huismus is jaarrond nestbescherming van belang voor de instandhouding van de populatie omdat beide vogelsoorten leven volgens het principe van “het nest voor het meisje”. Deze soorten zijn zeer nest- en locatietrouw even als hun nakomelingen. De kuikens van elk Steenuil nest zullen zich lokaal vestigen waardoor de lokale instandhouding en groei van de populatie

gezekerd wordt.

Naast de mogelijke verstoring van de soorten Huismus en Steenuil moet dus ook de vraag gesteld worden of ter bescherming van het Steenuilennest de directe woon- en leefomgeving maar vooral het foerageergebied niet met de voorgenomen hoogbouw blijvend zodanig wordt verstoord dat de vestiging van de Steenuil geen overlevingskans meer heeft. De verstoring van de Habitat van de Huismus is zeer onwenselijk. Zowel pand E als pand F en G zijn voorzien van pannendaken en in het geheel niet meegenomen in het oriënterend onderzoek wat in 29

strijd is met het protocol. Specifiek de Huismus is zeer territoriaal begrenst en zijn leefgebied is niet meer dan 100 meter van zijn geboorteplaats. Huismussen leven in kolonies en verstoring van hun habitat en nesten heeft meteen grote gevolgen voor de lokale populatie. Bron: Maandblad Vogels van de Nederlandse Vogelbescherming. Uit de Quickscan blijkt dat de onderzoeker gedurende zijn veldonderzoek geen vogelsoorten-nesten of -sporen heeft aangetroffen van jaarrond beschermde nestlocaties of leefgebieden. Deze waarneming is onvoldoende onderbouwd en onvolledig. In en in de directe omgeving van het plangebied leven en nestelen wel degelijk meerdere Huismussen en een Steenuil koppel.

Vleermuizen In en rond het plangebied leven en foerageren met zekerheid meerdere soorten (beschermde) vleermuizen. Hiervoor is in vervolg op de quickscan van onderzoeksbureau Blom Ecologie aanvullend veldonderzoek gedaan. In het aanvullend onderzoek wordt geconstateerd dat er alleen sprake zal zijn van verstoring van de gewone Dwergvleermuis. Deze conclusie delen wij niet. Wij weten uit eigen waarneming en na deskundigen raadpleging dat er in en rond het plangebied met zekerheid ook Laatvliegers en Grootoorvleermuizen leven , nestelen en foerageren en dat deze soorten dus als gevolg van de plannen verstoord zullen worden. In weerspraak met het rapport is het onderzoek niet overeenkomstig het protocol vleermuisonderzoek NGB 2021 uitgevoerd en is het zeer aannemelijk tot zeker te stellen dat er verblijfplaatsen van de Laatvliegers en Grootoorvleermuizen zijn gemist. De waarnemingen voldoen niet aan de minimale kwaliteit en zorgvuldigheid die daaraan wordt gesteld specifiek voor dit plangebied en niet aan het protocol. Het plangebied is weliswaar niet heel groot maar wel erg onoverzichtelijk door de vele aanwezige kleine gebouwen in besloten gebeid. De te observeren liggen meer dan 80 meter wandelafstand van elkaar en zijn om hoeken heen niet zichtbaar en niet alle gevels zijn zichtbaar vanuit een specifiek oriëntatiepunt.

Ook zijn de onderlinge afstanden te groot om met een batdetector alle in- en uitvliegende vleermuizen te detecteren. Een (1) waarnemer zal daardoor zondermeer tijdens een observatie in- en uitvliegers in het plangebied missen. Het uitgevoerde aanvullend onderzoek is op basis van de onoverzichtelijkheid van het plangebied en de ingezette waarnemers/ecologen derhalve onvoldoende geweest om de aanwezigheid van kraamverblijfplaatsen met zekerheid te kunnen uitsluiten en om met zekerheid uit te kunnen sluiten dat er geen zomerverblijfplaatsen van vleermuizen zijn gemist. De navolgende opmerkingen zijn nog te maken over het onderzoek en het rapport: 1. In de plantekening ontbreken ten noorden van het pand B twee te slopen bergingen , weke voorzien zijn van gemetselde muren met luchtspouwen alsmede opentoegankelijke dakbedekking. In tekening hieronder met groene stip aangeduid. 2. Ten zuiden van gebouw E staat een oude vrijstaande woning voorzien van gemetselde muren met luchtspouwen en een zadeldak met dakpannen. 3. Voor het in de plantekening aangegeven gebouw D wordt aangenomen dat deze zonder luchtspouw is uitgevoerd. In ieder geval aan de aan ons pand grenzende zijde is een dubbele muur aanwezig. 4.

Aan de panden Toon Bolsiusstraat 14 en 16 is onderzoek naar de aanwezigheid van nesten onder de oud-Hollandse dakpannen naar aanleiding van informatie van de initiatiefnemer dat er “vogelschroot” is geplaatst bij het eerder vervangen van de daken van de panden nagelaten. Dit is onzorgvuldig omdat de vervanging een aantal jaren geleden is en de hergebruikte pannen behoorlijk kieren en dus de aanwezigheid van nesten van de in het gebied levende Huismussen niet is uit te sluiten. 5. De Panden Hoofdstraat 60 – 66 , genomineerd voor sloop , lijken niet opgenomen in het onderzoek. Op deze panden zijn geen nieuwe daken geplaatst en zal gezien de 30

pannen en dakconstructie de aanwezigheid van huismussennesten onderzocht

moeten zijn waardoor het onderzoek onvolledig is. 6. De in figuur 1. 3 en in bijlage 1 opgenomen foto’s zijn niet representatief voor het gehele plangebied. Uit de foto’s lijkt af te leiden dat het gehele plangebied een versteend rommeltje is waar inheemse fauna niet voorkomt. Het tegendeel is waar. De te slopen woningen boven de winkels aan de Hoofdstraat (E en G) maar ook de vrijstaande woning ten zuiden van E en een deel van de woning van het pand E staan al vele jaren leeg , er is geen bewoning en een geweldig relatief rustig biotoop in bewoond

gebied voor beschermde vogels en vleermuizen. 7. Niet alleen de gebouwen A en F beschikken over invliegopeningen. Dit geldt ook voor de gebouwen B , C , E en G. 8. De aangebouwde garage van E is anders dan de oude woningen wel degelijk met luchtspouw gebouwd. 9. In de toetsing van de effecten op de ruimtelijke ingreep staat bij de alternatievenafweging vermeldt , dat het niet uitvoeren van de (sloop)werkzaamheden niet wenselijk is , gezien de huidige bebouwing hun oorspronkelijk bedoelde functies niet meer vervullen. Dit is niet juist. Er is geen sprake van verpaupering of achterstallig onderhoud en de meeste panden zijn nog steeds c. q. opnieuw verhuurd voor zowel bewoning als voor detailhandel , groothandel en kringloop. Er is tot op heden onderhoud aan alle panden gepleegd. 10. De huurcontracten van de eerdere vaste huurders zijn door de pandeigenaren vorig jaar wel opgezegd. Echter alle panden zijn opnieuw verhuurd of staan te huur en zijn behoorlijk onderhouden. Er is geen reden om bevreesd te zijn voor verpaupering van de omgeving , vandalisme of mogelijke brandstichting. 11. De motivatie voor de noodzaak van het aantal 69 woningen en dus sloop van alle beoogde panden wordt door ons en meerdere belanghebbenden betwist en is dus niet zo zeker als gesteld in het rapport waardoor soortenverstoring mogelijk niet op alle punten noodzakelijk is. 12.

In het mitigatieplan van Blom Ecologie is als uitgesloten periode voor het ongeschikt maken de periode van 1 tot 15 oktober genoemd terwijl in de voorschriften van de ontheffing 15 april tot 15 oktober zijn genoemd. Dit is tegenstrijdig en niet verder onderbouwd.

Afbeelding: uit Quickscan Blom ecologie met gebouwaanduidingen en groene stip ontbrekende bebouwing

31

Het onderzoek is derhalve onvolledig voor wat betreft de mogelijk (welke) te nemen vervolgstappen in het kader van de Wet Natuurbescherming voor de Soortenbescherming. Wij stellen ons op het standpunt dat , op basis van de onvolledige en incomplete Quikscan , het onvoldoende geborgd is , laat staan met enige zekerheid te zeggen is , dat alle mogelijk optredende soortenverstoringen toegestaan kunnen worden met een ontheffing van de provincie. Dit omdat niet volledig of niet correct in kaart is gebracht wat de huidige aanwezige soortenpopulatie is , daar er geen nader onderzoek op de te verwachten effecten en eventueel te nemen maatregelen voorhanden is en wij stellen hiermee dat het plan voor wat betreft flora en fauna onvoldoende onderbouwd is.

Uilenmonitor 2023 Brabants landschap Steenuil Looierij

Afbeelding: Vogelbescherming 2023 Huismus

32

7.

Water

In het geval van duurzaam omgaan met (hemel)water zal moeten worden voldaan aan de volgende uitgangspunten van de Brabantse waterschappen: 1. Hemelwater hergebruiken; 2. Hemelwater vasthouden en infiltreren; 3. Hemelwater bergen en afvoeren; 4. Hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect); 5. Hemelwater afvoeren naar het riool als 1 t/m 4 niet mogelijk zijn. Het in het ontwerpbestemmingsplan enkel benoemen van de verruiming van de onverharde oppervlakte doet ernstig tekort aan de kansen om bij deze nieuwe ruimtelijke ontwikkeling te zorgen voor een structurele toekomstbestendige verbetering van de kringloop van water ter plaatse. In de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad is vastgelegd , dat het verboden is vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de riolering of openbaar terrein. Onder nieuw verhard oppervlak wordt verstaan: verhard oppervlak dat wordt aangelegd na

inwerkingtreding van deze verordening , inclusief aanleg na verwijdering van bestaand verhard oppervlak.

In hoofdstuk 7 van de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan is beschreven hoe binnen het plangebied zal worden omgegaan met hemelwater. Het wordt afgevoerd naar het riool. Een andere conclusie kan niet worden getrokken , over een waterberging of andere bergings- en infiltratievoorzieningen wordt niet geschreven. Met de vaststelling van het bestemmingsplan overeenkomstig het ontwerpbestemmingsplan laat de gemeenteraad in strijd met de verordening handelen. Het feit dat er in de huidige situatie in de te amoveren omgeving afvoer naar de riolering plaatsvindt doet daar niets aan af , de verordening is immers duidelijk dat ook te vervangen bestrating aan de nieuwe regel moet voldoen en geeft geen recht of reden tot verlenen van vrijstelling.

Bovendien kan de bij de plantoelichting gevoegde watertoets en de vertaling daarvan in paragraaf 7 “Water” van de plantoelichting nadrukkelijk niet dienen als onderbouwing van de conclusie , dat op verantwoorde wijze wordt omgegaan met water en dat er sprake is van hydrologisch neutraal bouwen. In de tabel op bladzijde 58 van de plantoelichting is vermeld , dat de locatie 4652 m2 groot is. Daarvan zou nu 4. 485 m2 verhard zijn en 170 m2 onverhard. Op geen enkele wijze wordt duidelijk gemaakt waar deze 170 m2 onverhard is gelegen en nog vreemder is het dat het totale plangebied 5. 0635, m2 groot is , inclusief het plandeel op het perceel H 5663 (parkeerterrein Looierij). Wij vermoeden dat een gedeelte of de gehele oppervlakte van 170 m2 onverhard betrekking heeft op het bestaande groen en onverharde terreingedeelte op het parkeerterrein aan de Looierij. Op de plattegrond op pagina 19 van de plantoelichting en op de 3D impressies op de daaropvolgende pagina’s is te zien dat het bestaande groen en het onverharde terreingedeelte op het parkeerterrein

zullen worden verhard. Dit betreft een gemeentelijk/openbaar terrein en met het verharden van die terreingedeelten maakt de gemeente zich ongeloofwaardig voor wat betreft de gemeentelijke oproep aan haar inwoners om deel te nemen aan het NK-tegelwippen. Terwijl inwoners worden opgeroepen om verhardingen te beperken door het verwijderen van tegels , werkt de gemeente hier juist mee aan het uitbreiden van verharding op de eigen gemeentegrond.

33

Afbeelding: NK tegelwippen gemeente Meierijstad. Verder wordt in paragraaf 7 geen melding gemaakt van de Verordening Fysieke Leefomgeving. Gezien de inhoud van het plan zal er sprake zijn van een totale oppervlakte van 3. 885 m2 aan nieuwe verharding. Zoals nu is vermeld in de plantoelichting wordt het (hemel)water afgevoerd naar het riool. Dit terwijl er elk jaar wordt gesproken over steeds ernstigere verdroging van de bodem. Daarop bestaat maar één enkel antwoord. Hemelwater van nieuwe verhardingen moet ter plaatse in de bodem worden gebracht. Derhalve zal hier een waterberging/infiltratie moeten worden aangebracht van 234 m3.

34

8.

Klimaat en duurzaamheid 8. 1.

Het beleid

Zonnepanelen

Energietransitie

en

in Meierijstad

is gericht

op duurzame

ontwikkeling van de woon- en leefomgeving bedrijven ruimtelijke plannen. bestendig bouwen en ontwikkelen. Dit is/wordt vastgelegd in Duurzaam Meierijstad. https://www. meierijstad. nl/duurzaamheid. De energietransitie is een van de grote duurzaamheidsuitdagingen van deze tijd. Zonne-energie is hiervoor een van de kansrijke technologieën. De gemeente Meierijstad kiest ervoor om de benodigde elektriciteit met zonne-energie op te wekken. Daarvoor gebruikt zij het principe van de zonneladder. Er is in Meierijstad gekozen voor het zoveel mogelijk benutten van daken op gebouwen. Faciliteren en in stand houden van zonnepanelen op daken dient dan ook in de ruimtelijke ordening te worden En toekomst

en

meegewogen.

Zonne-energie opwekken op woningen en bedrijfsdaken is beproefd maar de terugverdientijd van investeringen hierin is nog zeker niet bewezen en de waardezekerheid hiervan is afhankelijk van diverse factoren.

Een

belangrijke factor hiervoor is de feitelijke opbrengst , het rendement van de zonnepanelen. Uiteraard bepaald door het aantal zonuren maar dus direct ook door de zekerheid dat de bezonningsruimte of te wel de schaduwtijd niet significant verandert. Bij een besluit voor het leggen van zonnepanelen bepaalt de mate van bezonning dus een belangrijk deel van de terugverdientijd. Berekening hiervan is niet ingewikkeld maar een belangrijk element is dus wel de aanwezige “hogere” bebouwingsobjecten rondom de panelen. Het rendement van eenmaal geplaatste zonnepanelen kan door nieuw toe te voegen hogere bebouwing of elementen drastisch tot dramatisch dalen. Dit is natuurlijk niet wenselijk. De ruimtelijke ordening geeft een waarborg voor de maximale bouwhoogten van gebouwen in de omgeving en bij een aanpassing van de ruimtelijke plannen is het dan ook anno 2023 noodzakelijk om mede te beoordelen in hoeverre vergroting en verdichting van bouwvlakken en zeker bouwhoogten invloed hebben op direct belendende en zon ontvangende percelen en panden. Zeker daar waar zonnepanelen op woningen en of bedrijfspanden al aanwezig zijn zullen nieuwe plannen hierop getoetst moeten worden. Ten

de energievraag

behoeve

zowel onze woning als voor het houtbewerkingsbedrijf zijn er zonnepanelen aanwezig gebruik op het perceel Hoofdstraat 58. Met zekerheid kan worden esteld , dat indien de bouwplannen en in het bijzonder de bouwhoogten direct rondom het perceel zullen worden zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan , het aantal zonuren fors zal doen afnemen en dus het rendement van de zonnepanelen fors zal doen dalen. Enige mate van fluctuatie mag als natuurlijk als risico worden gezien maar de invloed van dit bouwvoornemen gaat dat risico ver te boven en is derhalve in beginsel een onwenselijk gevolg , wat optreedt door de verruiming van de bouwhoogten t. o. v. het huidige bestemmingsplan 2013. In het ontwerpbestemmingsplan is er op geen enkele wijze rekening gehouden , c. q. onderzoek gedaan , naar de effecten van het ontwerpplan op de bestaande in en rond het plangebied aanwezige duurzame installaties zoals zonnepanelen. Dit nalaten is strijdig met de duurzaamheidsdoelstellingen van het kabinet en ook van de gemeente Meierijstad. Het nalaten dit onderzoek en belangenafweging mee te nemen in het ontwerpbestemmingsplan zien wij als strijdigheid met het beleid voor een goede ruimtelijke ordening en als onbehoorlijk bestuur. van

voor

en in

(geanonimiseerd) -

(geanonimiseerd) ne

In de huidige situatie liggen er 39 panelen op de woning en aanbouw van op het monument en 31 op het plat dak van de aanbouw. Verwacht wordt dat door de bouwplannen en bouwhoogtes , alle panelen verlies in opbrengst zullen geven (schaduw veroorzaakt door de

hoogbouw).

35

Bij de voorgenomen bouwhoogte tot 126, meter hoog , direct (3 meter) rechts (Zuid-Oost) naast onze daken (met zonnepanelen) zal voor een fors aantal uur per dag extra een schaduw op de panelen geven , waardoor deze fors minder zullen opbrengen. Mede hierom is opschuiven van het gehele bouwblok en het verlagen van de voorgenomen bouwhoogte tot maximaal 1 woonlaag met kap wenselijk en verzoeken wij om voor de eerste kolom woningen rechts naast GN (geanonimiseerd) een maximale goothoogte van 5 meter te blijven hanteren , als in het bestemmingsplan 2013 , waarbij de schaduw van de maximale bouwhoogte niet op onze daken zal vallen. Dit geldt tevens voor de bouw aan de achterzijde , waar de bouwhoogte van 9 meter voor schaduw in de ochtend op het plat dak zal zorgen. Ook hier zou de bouwhoogte niet meer dan 2 bouwlagen dienen te zijn.

Afbeelding: gerealiseerd legplan zonnepanelen

8. 2 Klimaat en duurzaamheid

onvoldoende

toegelicht

toelichting , klimaat en duurzaamheid wordt op geen enkele wijze ingegaan op andere aspecten van klimaat en duurzaamheid , Onderwerpen die ontbreken zijn in iedere geval: duurzaam omgaan met (hemel)water; hittestress , gasloos wonen en zonnepanelen , warmtepompen aardwarmte , en technische installaties. In

paragraaf

(geanonimiseerd) |

3. 5 van de

-

8. 3 Hittestress

Hiervoor , waar wij zijn ingegaan op het handelen in strijd met de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 , hebben wij al aangeduid dat het verwijderen van al het groen op het parkeerterrein aan de

Looierij , ter plaatse zal leiden tot meer hittestress. Ook de gekozen situering van de nieuwe bebouwing , de parkeervoorzieningen ten zuiden van de parkeerplaats zonder enig groen zal leiden tot hittestress. De gekozen positie voor het Hof is ook ondoordacht voor verminderen van hitte stress. De noordkant van het gebouw is juist de koele kant en de behoefte aan groen bestaat juist aan de zuidkant om daar hittestress te voorkomen. Het plan is , gezien vanuit dit oogpunt , volstrekt niet duurzaam en er wordt onvoldoende rekening met de gehouden klimaatverandering.

36

8. 4 Gasloos wonen

,

geluidsbelasting technische installaties (airco’s , warmtepompen , ed. )

In het plan wordt benoemd dat het project “gasloos” wordt uitgevoerd , wat betekend dat er 69 afzonderlijke wooneenheden niet zullen worden verwarmd met relatief geruisloze inpandig gasinstallaties maar dat er 69 waarschijnlijk elektrische installaties voor verwarming , koeling en ventilatie , warmtepompen zullen worden toegepast. Belangrijke onderdelen van deze installaties

worden buiten op- en aan de panden aangebracht en veroorzaken verhoudingsgewijs veel geluidsoverlast. Geluid cumuleert en daardoor is er met deze omvang van het plan te verwachten dat wij geluidoverlast zullen gaan ervaren. In het ontwerpbestemmingsplan is hier geen aandacht aan gegeven.

37

9.

Milieuhygiëne 9. 1 Bodem

De grote loods en het buitenterrein , momenteel in gebruik als kringloopwinkel , is oorspronkelijk gebouwd en jarenlang in gebruik geweest als transportbedrijf. Hier werden zware vrachtauto’s gestald , onderhouden en gerepareerd. In het (historisch) bodemonderzoek blijkt dit niet (staat niets over vermeld) en dien ten gevolge lijkt hier ook onvoldoende aandacht aan te zijn gegeven in het

oriënterend bodemonderzoek.

In de onderzoeksrapporten wordt gesteld dat door de aanwezigheid van de opslag van losse goederen op het binnenterrein het niet mogelijkheid was om oriënterende bodemmonsters te nemen. Dit is onjuist. Gezien de historie van het gebruik en de gewoonten in de jaren 1950 tot 1990 , met asbest als toen de meest praktische dakbedekking en branddoorslagbescherming , is het haast onvoorstelbaar dat er in de bodem geen resten van asbestplaat aangetroffen zijn. Niet uit te sluiten is , dat er op het perceel putten aanwezig zijn met bouw- en sloopafval waar asbest een wezenlijk onderdeel van kan uitmaken. In deze zin achten wij de uitgevoerde onderzoeken lichtzinnig en niet compleet. 9. 2 Akoestiek

Als gevolg van de voorgenomen sloop van de loods direct achter en grenzend aan het pand en perceel Hoofdstraat 58 en de voorgenomen nieuwbouw en aangrenzende verkeersweg en parkeerplaatsen zal de geluidsbelasting van het wegverkeer op deze door de sloop vrijkomende achtergevel en daarmee ook in de daarachter gelegen slaapkamer , veranderen en dus beoordeeld moeten worden waarbij een toename van de geluidbelasting op de gevel is aan te nemen en er een verslechtering van het binnengeluidsniveau in de woning is aan te nemen. De gecumuleerde geluidsbelastingen op deze (vrijkomende) gevel zijn niet berekend en weergegeven , en niet getoetst of er kan worden voldaan aan de geldende normering. Temeer omdat er hier sprake is van oudere bouwdelen , kan er niet zonder meer vanuit worden uitgegaan dat het binnengeluidsniveau gelijk zal blijven c. q. zal voldoen aan het bouwbesluit. (Voldoet deze muur aan de karakteristieke geluidswering). Hiervoor is specifiek nader onderzoek noodzakelijk.

Als bewoners van het pand Hoofdstraat 58 , met slaapkamer aan de huidige scheiding- en toekomstige buitenmuur met direct de aangrenzende geplande weg en parkeerplaatsen , vrezen wij dat er geluidsoverlast kan optreden door het wegverkeer en zal er overlast gaan optreden door aan- en afrijdend verkeer in het plangebied van bewoners en/of bezoekers , dichtslaande portieren , starten van auto of scooter , maar ook van spelende kinderen (bal op de muur). Niet is vastgesteld wat de akoestische effecten , door de veranderende bestemmingen en de sloop van gebouwen , op ons pand zullen zijn. Nader onderzoek op de geluidseffecten in onze woning door het plan is noodzakelijk. Op onderstaande afbeelding is de achterwand , wand van onze slaapkamer gemarkeerd.

38

6. Geluidbelastingen Lden (excl. aftrek art. 110g Wgh) cumulatief ‘AfbeeldingBerekende geluidbelastingen op een hoogte van 15, meter

9. 3

Milieuzonering geur

en

industrielawaai

Houtbewerkingswerkplaats: Milieuzonering Het ontwerpbestemmingsplan conflicteert voor wat betreft de milieuzonering (geur en industrielawaai) met de feitelijke aanwezigheid van een houtbewerkingswerkplaats in het pand (geanonimiseerd) Deze houtbewerkingsinrichting is niet opgenomen in de tabel. En staat daardoor ook niet in het contourenkaartje op blz. 72 waar de juiste rode lijn ontbreekt. Hierdoor is de conclusie dat er in de nabijheid van het plangebied geen bedrijvigheid voortkomt , welke een mogelijke belemmering vormt voor het onderliggende plan , niet juist.

en

Rekening houdend met milieucategorie 1 tot 2 van onze bedrijfsactiviteiten , moet er minimaal rekening worden gehouden met afstanden van 10 tot 30 meter tot onze bedrijfsruimten. Volgens de brochure Bedrijven

en

milieuzonering

van

de VNG

is deze

afstand

voor

wat

betreft geluid

zelfs 50 meter. Het

gemeentebestuur heeft onvoldoende onderzoek gedaan of laten doen naar de juistheid van de inhoud van de paragraaf over milieuzonering. Voor de bedrijfsactiviteiten op het adres (geanonimiseerd) is er op 14 februari 2011 een melding Activiteitenbesluit milieubeheer gedaan voor een werkplaats voor onder andere het maken en repareren van houten speelgoed. De instemming van de voormalige gemeente Schijndel heeft rechthebbende ontvangen op 11 maart 2011. Ons bedrijf en onze werkplaats bestaan nog steeds , zijn beide operationeel en zijn ook bij de vaststelling van het bestemmingsplan 2013 positief bestemd. In de werkplaats wordt onder meer gewerkt met zaagtafel , afkortzaag , kolomboormachine , schuur- en slijpmachines en handgereedschappen inclusief timmeren. In de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt van onze houtbewerkingswerkplaats geen melding gemaakt , wat dus een gebrek is. Bovendien is ons bedrijf in 2011 en in 2014 aangewezen als inzamelaar van houtafval bestaande uit houten speelgoed. Dit speelgoed wordt door ons verwerkt , opgeknapt en gerepareerd als Tweede

|

Speelgoed. Rekening houdend met milieucategorie 1 tot 2 van onze bedrijfsactiviteiten moet er minimaal rekening worden gehouden met afstanden van 10 tot 30 meter tot onze bedrijfsruimten: wij maken Kans

39

bezwaar dat geen

opzichte Zoals

van

rekening wordt gehouden bedrijfsactiviteiten.

met

de minimale

milieuzonering van

10

meter ten

woonbebouwing tegen onze bedrijfsbebouwing voorzien, wat binnen de te realiseren woning zal leiden tot aanzienlijke hinder van de bedrijfsactiviteiten als gevolg van contact- en machinegeluiden. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet derhalve niet aan een goede ruimtelijke ordening, vanwege een onvoldoende scheiding van functies. u

zelf kunt vaststellen wordt de nieuwe

|

vm

Activiteiten

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimise rd) wemannominminen

9.4

Volksgezondheid (geitenhouderij)

Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in

geïitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt binnen de afstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. een

straal

van

circa 2 km rond

Gezondheidsraad hanteert in het rapport ‘Gezondheidsrisico’s rond veehouderijen’ (2012) een advieswaarde van 30 EU/m3 voor de maximale blootstelling aan endotoxinen in de buitenlucht. De De

stallucht uit

veehouderijen vormt de belangrijkste emissiebron van endotoxinen. Er kan ook emissie plaatsvinden bij de mest op- en overslag, bij mestbehandeling en bij mestverspreiding op het land. De effecten die veehouderijen op de volksgezondheid kunnen hebben, moeten worden betrokken bij besluiten in het kader van ruimtelijke ordening. Er kan niet zondermeer worden aangenomen dat bij dit plan geen sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico en het is niet duidelijk of dit aspect geen belemmering voor het plan oplevert. plangebied is aan de Oetelaarsestraat 29, een Geitenhouderij met 480 geiten gevestigd. Indien een geitenhouderij binnen een straal van 2000 meter is gelegen, dient er een endotoxine berekening te worden uitgevoerd ten einde vast te stellen of aan de gestelde norm wordt voldaan. Bij dit ontwerpbestemmingsplan waar sprake is van 69 woningen en ongeveer 140 bewoners is er geen sprake van kleinschaligheid zoals bijvoorbeeld eerder aangenomen bij het plan Hopbelhof aan de Hoofdstraat, (het ging toen over 15 woningen) of het plan ‘Het Anker’ aan de Vic. van Alphenstraat (12 woningen) en dient er een endotoxine berekening te worden uitgevoerd. Op

een

afstand

van

1660

meter van

het

40

9. 5 Veiligheid

Bereikbaarheid en inzetbaarheid hulpdiensten – brandveiligheid - brandpreventie Gezien de situering van parkeerplaatsen rondom de nieuw te realiseren woongebouwen en de bereikbaarheid van deze parkeerplaatsen vermoeden wij dat de regionale veiligheidsdienst niet is gehoord over dit voorgenomen bouwplan. Bij een voorgenomen bouwhoogte van 3 en 4 bouwlagen lijkt ook de mogelijkheid tot inzet van ladderwagens en blusvoertuigen rondom het complex noodzakelijk te zijn maar is dit aan meerdere kanten van de diverse gebouwen niet mogelijk. De enige toegang via een onderdoorgang aan de Looierij naar woningen en schuurtjes zal in ieder geval belemmerend zijn. In het plan wordt voorzien in parkeren van auto’s op een compacte en deels overkapte parkeerplaats waardoor de beslotenheid van de omgeving bij een beginnende accu-brand er een zeer snelle opwarming van de omgeving zal plaatsvinden en brandoverslag versneld zal plaats vinden. Het plan staat vol met on- of moeilijk bereikbare bergingen waar fietsenstalling/berging (inclusief oplaad/aansluitpunten) wordt voorzien. De komende jaren zal het aantal elektrische auto’s , brommers en niet te vergeten fietsen aanzienlijk toenemen.

Deze elektrische voertuigen zijn ieder individueel voorzien van accu’s met een bekende grotere kans op spontane zelf ontbranding tijdens gebruik maar zeker ook gedurende de oplading en aansluiting op het stroomnet. Auto’s worden geparkeerd op de parkeerplaatsen , die direct onder en tegen de nieuwe woongebouwen maar ook ons pand Hoofdstaat 58 aanliggen. Elektrische auto’s hebben de vervelende eigenschap om soms tot zelfontbranding over te gaan. Staan ze dan op de parkeerplaatsen direct ten zuiden van het nieuwe woongebouw of zelfs onder dat gebouw , dan is de kans zeer groot dat de brand overslaat naar andere voertuigen en de bebouwing. De planologische verdeling van parkeren , opladen van elektrische voertuigen versus de geplande woongebouwen maar zeker ook de vele bergingen , waarbij alles erg compact op- en aan elkaar staat , baart ons grote zorgen en op dit punt achten wij het plan planologisch niet verantwoord.

41

10.

Mobiliteit en parkeren 10. 1 Auto parkeren

In hoofdstuk 10 (Mobiliteit en parkeren) van het ontwerpbestemmingsplan staat dat er is gestreefd naar een goede parkeerbalans en dat er voor het plangebied voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein aanwezig is. Deze conclusie is pertinent onjuist , en wordt zeker niet onderbouwd in het ontwerpbestemmingsplan en de bijlagen , integendeel.

Voor nieuwe , reguliere woningen mag - buiten de gehanteerde normen uit de Parkeernota - toch wel minimaal worden verlangd dat ten minste per woning één parkeerplaats op eigen terrein aanwezig is. Dat betekent voor 69 woningen minimaal een gelijk aantal parkeerplaatsen. Zelfs die zijn niet aanwezig: volgens de inrichtingsschets bij het bouwplan zijn er dat slechts 47 ! Voor 10 reguliere en 12 zorgwoningen ontbreekt dus parkeergelegenheid op eigen terrein , laat staan voor bezoekers , waaronder dienstverleners in de zorg. Dit gebrek is onderkend getuige het feit om over te gaan tot volledige herinrichting van het bestaande buiten het plangebied gelegen parkeerterrein Looierij en de aanleg van additionele parkeergelegenheid langs de Hoofdstraat en Toon Bolsiusstraat. Zeer opvallend is het , dat in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan en ook in het bij het dit plan horende parkeeronderzoek niet op deze herinrichting wordt ingegaan. Er is in het gehele ontwerpbestemmingsplan geen aandacht aan besteed , wat niet juist is. Nog meer opvallend is het te noemen dat deze gehele herinrichting (en verplaatsing van bergingen) op de informatie bijeenkomsten met bewoners en ook in de gesprekken met ons zijn verzwegen. Alleen uit de bijlagen bij het onderzoek Geluid is dit op te maken.

De herinrichting van het bestaande parkeerterrein Looierij leidt overigens niet eens tot een verhoging van het aantal beschikbare plaatsen. Er worden immers zes bestaande plaatsen opgeofferd om ruimte te maken voor de nieuwbouw van de te slopen bergingen van de woningen Looierij 6 t/m 34. De voor toekomstige bewoners beschikbare parkeergelegenheid binnen en buiten het plangebied

wordt verder beperkt door de volgende factoren: a. de parkeerplaatsen op het gebied van de nieuwbouw zijn zgn. semi-openbaar; in de praktijk impliceert dit dat deze uitsluitend beschikbaar zullen staan voor de toekomstige bewoners mede al omdat de bouwtekeningen laten zien dat een hek de toegang afsluit. Op twee plaatsen wordt er in het ontwerpbestemmingsplan aangegeven: “parkeerplaatsen semi-openbaar en parkeren niet openbaar (structuurontwerp begane grond)” b. de openbare parkeergelegenheden Looierij , Hoofdstraat/Mr. Michielsstraat zijn gelegen in een blauwe zone hetgeen de toegestane parkeerduur beperkt; c. er zijn aan bewoners , huisartsen , apotheek en andere beroeps uitoefenaren vergunningen verleend om in de blauwe zone wel langdurig te kunnen parkeren. Het gegeven dat men voor bezoekers - en zelfs voor bewoners! - parkeerplaatsen buiten de blauwe zone op afstanden tot 200 meter van de nieuwbouw in de berekeningen betrekt , maakt de parkeertoets echt ongeloofwaardig. Verder: Op 31 januari 2019 heeft uw raad het Paraplubestemmingsplan Parkeren vastgesteld. Aan dat bestemmingsplan is de door het college vastgestelde Nota Parkeernormen Meierijstad 2018

42

gekoppeld. In deze nota is op een aantal plaatsen nadrukkelijk vastgelegd , dat het uitgangspunt is dat de toename van de parkeervraag door nieuwe planontwikkeling op eigen terrein wordt opgelost. Het is mogelijk af te wijken van de parkeernormen c. q. van het uitgangspunt dat het opvangen van de toenemende parkeerdruk op het eigen terrein moet plaatsvinden , door: - het parkeren op te vangen door benutting van bestaande parkeerruimte; - de aanleg van parkeerplaatsen in de openbare ruimte. In dit ontwerpbestemminsplan wordt dus zo is gebleken voor de laatste optie gekozen , het aanleggen van meer parkeerplaatsen in de openbare ruimte op het terrein van de Looierij en ook aan de Hoofdstraat en Toon Bolsiusstraat. Maar aan deze optie zijn volgens de Nota Parkeernormen voorwaarden verbonden , te weten: - de door het CROW aan te houden acceptabele loopafstanden; - dat de aanleg van parkeerplaatsen niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de omgeving – lees ook: groenvoorziening. Wij stellen vast , dat naast het feit dat dit nog steeds onvoldoende parkeerplaatsen oplevert de aanleg van meer parkeerplaatsen aan de Looierij juist ten koste gaat van de kwaliteit van de omgeving. Al het groen , bestaande uit een haag met bomen en klimop begroeiing bij/aan de muur rondom het parkeerterrein , wordt verwijderd en/of zal verdwijnen.

Het verdwijnen van deze juist verkoeling gevende elementen zal leiden tot hittestress op warme zonnige dagen. Verder worden bestaande

parkeervakken per stuk verkleind en rijstroken versmald en verlegd waardoor de manoeuvreerbaarheid op het parkeerterrein slechter wordt , alsmede het in- en uitstappen voor de vele oudere en mindervalide bezoekers zal erg krap zo niet te krap worden (zowel de huisartsenpraktijk als de apotheek is hier gevestigd , hun bezoekers maken gebruik van dit parkeerterrein). De beschikbare ruimte voor voetgangers en het stallen van fietsen wordt verkleind waarmee de kwaliteit van de omgeving ook afneemt. De parkeerdruk op het parkeerterrein wordt ook hoger en dus verslechterd. Hetzelfde geldt voor de extra aan te leggen parkeerplaatsen in het openbaar groen aan de Hoofdstaat en het trottoir aan de Toon Bolsiusstraat.

Op pagina 16 van het rapport van Wintraecken Advies , wordt gesteld dat de parkeerbalans in werkelijkheid gunstiger zal zijn dan berekend volgens de Nota Parkeernormen 2018. Dit doordat voor de 1-persoons (zorg)studio’s (hier worden naar wij aannemen de 12 kleine zorgwoningen bedoeld voor jongvolwassenen die in het kader van de WMO een zorgbehoefte hebben) de volgens Wintraecken Advies relatief hoge parkeernorm van service/aanleunwoning is toegepast: 12, parkeerplaats per woning. 12 x 12, is 144, parkeerplaatsen. Gesteld wordt dat de bijbehorende parkeervraag daardoor 4 tot 8 plaatsen lager is dan waarmee gerekend. Deze visie deugd niet. Er is hier in de eerste plaats sprake van uithuizige zorg wat wil zeggen dat de zorgverleners niet in het pand verblijven maar ambulant zorg komen verlenen , vaak per auto. Daarnaast is er geen sprake van bestuurders-onbekwame hulpbehoevende jongeren en is juist vaak een klein autootje of scootmobiel wenselijk voor hun sociale vrijheid en persoonlijke autonomie. Wij vinden deze stelling dan ook niet correct. Er dient uitgegaan te worden van factor 12, . Op pagina 3 van de externe parkeertoets (bijlage 9 , Parkeertoets ontwikkeling Hoofdstraat-Toon Bolsiusstraat-Looierij Schijndel uitgevoerd door Exante) treffen we de tabel aan met , voor het gebied op basis van de huidige bebouwing en bestemmingen , aanwezige parkeerplaatsen.

Deze parkeertoets en de daarin begrepen salderingsmethodiek is een grote farce. Het aantal parkeerplaatsen dat nodig zou zijn bij de huidige bebouwing en functies is totaal niet aanwezig. Slechts bij een enkele , bestaande woning is één parkeerplaats op eigen terrein voorhanden. Twee duidelijke voorbeelden hiervan zijn het pand Hoofdstraat 54 , de voormalige discotheek met theoretisch 49 parkeerplaatsen , en de 30 parkeerplaatsen voor de detailhandel. Hierbij moet 43

uitgegaan worden van de koopavond , dus tenminste 49 + 30 is 79 parkeerplaatsen. Ook de woningen Hoofdstraat 56 , 58 en 58a missen de theoretisch 6 benodigde parkeerplaatsen. Deze 85 (79 + 6) parkeerplaatsen zijn er nu niet en zijn er ook nooit geweest en kunnen daarom niet dienen als vergelijk zoals gedaan in de analyse door bureau Exante.

Bron: Nota Parkeernormen Meierijstad 2018

Volgens de Nota Parkeernormen Meierijstad 2018 , moet er op basis van de geplande woningsoorten worden voorzien in 144 parkeerplaatsen binnen het plangebied (Centrum/Schil): 272, parkeerplaatsen 25% = 17 goedkope woningen x 16, = 468, parkeerplaatsen 25% + 13% = 26 middel-dure woningen x 18=, 494, parkeerplaatsen 26% + 11% = 26 dure woningen x 19=, 69 woningen x 03, bezoekersaandeel = 207, parkeerplaatsen Bij een minimale ondergrens van één parkeerplaatsen per woning moet er al uitgegaan worden van tenminste 69 parkeerplaatsen terwijl in het bij het ontwerpplan van bureau Exante uitgegaan wordt van 47 parkeerplaatsen voor 69 woningen , hetgeen dus volstrekt onvoldoende is.

Ook kan de voorgenomen verdichting van het buiten het plangebied gelegen bestaand parkeerterrein aan de Looierij niet voldoen aan de normen voor afmetingen die gesteld zijn aan wegvlakken en parkeervakken. De feitelijke afstand tussen de gevels , dus strak van muur tot muur , bedraagt 30 meter. Uitgaande van een parkeervak van 5 meter lengte (norm CROW) en een wegvlak ertussen van 6 meter , komt dit neer op 32 meter bij 4 rijen parkeervakken (4x5 meter + 2x6 meter). Het plan wat voorzien is , vraagt een ruimte van tenminste 32 meter , terwijl er slechts 30 meter beschikbaar is. Naast dit feit is het ook niet wenselijk om de parkeervakken en bestrating van muur tot muur in te vullen. Naast hittestress zal men dus ook pal onder de ramen , direct tegen de gevel van de praktijkruimten van de huisartsen (gevestigd in het complex ‘De Hoed”) parkeren hetgeen niet wenselijk is. Het afwijken van de normen door het verkorten of het versmallen van parkeervakken of rijvlakken is , zeker op deze parkeerplaats van de Looierij , gezien de doelgroepen ouderen en beperkten , niet in lijn met de door CROW gestelde normen. Kortom de herinrichting van het 44

parkeerterrein is strijdig met de regelgeving en gaat ten koste van de kwaliteit van de leefomgeving hetgeen strijdigheid met het gemeentelijk beleid oplevert.

10. 2 Fiets-parkeren Het ontwerpbestemmingsplan voldoet niet aan de normen gesteld voor het plaatsen/ parkeren/bergen van eigen fietsen per woning/studio.

Uitgaande van 69 appartementen met fietsenberging dienen er inpandig in de bergingen in totaal 138 fietsenstalplekken te zijn. Voor twee fietsen dient er , exclusief bergruimte , 41, m2 stallingsruimte per berging te zijn. Uit de plantekening en de planbeschrijving is niet op te maken dat daaraan kan worden voldaan. Uit hoofdstuk 10 van het ontwerpbestemmingsplan wordt gesteld dat: “Bewoners hebben in deels hun bergingen ruimte voor de fietsen en dergelijke”. Wat betekent deels hier? Dat bewoners hun fietsen ook op straat moeten parkeren? Doordat het plan ook uitgaat van een verdichting van de parkeerplaats , en ook verkleining van trottoir van de Looierij komt hier ook een aantal fietsparkeerplaatsen te vervallen direct aangelegen aan het plangebied. Ook wordt er niet voldaan aan de norm voor het parkeren van fietsen van bezoekers. In de openbare ruimte moet worden uitgegaan van parkeervoorzieningen voor fietsen voor bezoekers van 05, tot 1 per woning. Op een aantal van 69 woningen dienen er dus tenminste 35 tot 69 fietsparkeerplaatsen aanwezig te zijn. Deze zijn niet aanwezig , worden niet beschreven en er zal dus niet aan deze norm worden voldaan hetgeen in strijd is met de parkeernorm.

45

Bron: Nota Parkeernormen Meierijstad 2018

10. 3 Verkeersafhandeling van en naar plangebied De gemeente Meijerijstad streeft met haar mobiliteitsbeleid naar goede verkeersontsluiting. Naar onze mening voldoet het ontwerpbestemmingsplan hier niet aan en is de verkeersontsluiting , auto’s , fietsen en voetgangers van het plangebied niet (voldoende) onderzocht en zeker niet goed onderbouwd. In het ontwerpplan is de afwikkeling van auto en fietsverkeer slechts voorzien via één ontsluitingsweg via het bestaande parkeerterrein aan de Looierij naar de Hoofdstraat. Dit gaat voor een grote en onaanvaardbare toename van verkeersdrukte leiden op het kruispunt Hoofdstraat/Looierij. De Hoofdstraat is reeds een drukke weg , zeker tijdens de spitsuren. De kruising Hoofdstraat/Looierij is nu al vaak overbelast en onoverzichtelijk. Wij verzoeken tot nader onderzoek en herziening van het plan wat betreft de verkeersafwikkeling.

46

47

11. Omgevingstafel In het actieplan Woningbouw “Woningbouwoffensief Meierijstad” van 2021 heeft de gemeente(raad) vastgelegd dat bestemmingsplanwijzigingen met een intake- en een omgevingstafel zullen worden voorbereid. Bij de omgevingstafel worden belanghebbenden uitgenodigd deel te nemen om bij de planontwikkeling inspraak te leveren. In december 2022 zijn wij als direct belanghebbende uitgenodigd voor de omgevingstafel. Daar zouden wij vroegtijdig in het planproces onze visie en wensen kunnen inbrengen. In het voorjaar 2023 is deze uitnodiging herbevestigd. In juli 2023 , vlak voor de zomervakantie periode werd ons medegedeeld dat het college van Burgemeester en Wethouders heeft besloten de omgevingstafel niet te houden en het plan van initiatiefnemers als ontwerpbestemmingsplan formeel te publiceren. Hiermee heeft het college niet voldaan aan de vastgelegde procedure en geen kennis genomen van onze visie en mening. Naast dat wij dit gewoon onbehoorlijk vinden zijn wij hierdoor ook in ons belang geschaad. Zie ook (bijlage 9) mail gemeente 1 augustus 2023 16:33 afblazen omgevingstafel.

48

12. Economische uitvoerbaarheid/Maatschappelijke uitvoerbaarheid 12. 1

Economische uitvoerbaarheid 1 In deze paragraaf van het ontwerpbestemmingsplan is het volgende vermeld: “De ontwikkeling bevindt zich op eigen terrein van de initiatiefnemer en komt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente tot stand. ” Dit is onjuist: Gezien de plattegrond op pagina 19 van de plantoelichting en de begrenzing van het plangebied , is deze informatie nadrukkelijk onjuist. Een deel van het plangebied is gelegen op gemeentegrond aan de Looierij en het openbare parkeerterrein aan de Looierij wordt compleet gewijzigd om meer parkeerruimte te creëren. De bergingen en afvalberging ten behoeve van appartementencomplex De Hoed worden in het plan geamoveerd en verplaatst naar gemeentegrond op het gemeentelijk parkeerterrein. Ondergrondse afvalcontainers ten behoeve van de nieuw te bouwen woningen worden gesitueerd in het trottoir van het appartementencomplex De hoed en de huisartsenpraktijken en apotheek. In de Toon Bolsiusstraat en aan de Hoofdstraat worden parkeervoorzieningen getroffen op/in het huidige trottoir/inrit en plantsoen. Hiervoor is geen exploitatieovereenkomst gesloten en er is dus niet gezekerd dat de kosten hiervan niet ten laste komen van de gemeente. Een dergelijke overeenkomst had bij terinzagelegging van dit plan aanwezig moeten zijn , derhalve een tekortkoming in het plan. 12. 2

Economische uitvoerbaarheid 2 In de paragraaf Economische uitvoerbaarheid is vermeld dat er geen financiële gevolgen zijn voor de gemeente. De planschade die optreedt als gevolg van een bestemmingsplanwijziging komt in beginsel ten laste van de gemeente. De gemeente kan deze schadeverplichting overdragen aan de initiatiefnemer. Hiervoor dient een exploitatie- of anterieure overeenkomst te zijn gesloten die dit waarborgt. Deze overeenkomst sluit men in de beginfase van een project dus vóór de vaststelling van een exploitatieplan en vóór het publiceren van een ontwerpbestemmingsplan. Men maakt hierin afspraken over de financiële bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals: groen , waterberging en infrastructuur. In de anterieure overeenkomst wordt de bovenplanse verevening geregeld. Deze overeenkomst zelf is niet openbaar maar wel dient de gemeente een beknopte samenvatting van deze overeenkomst te publiceren en deze moet onderdeel uitmaken van het ontwerpbestemmingsplan. Bij navraag bij de gemeente is ons gebleken dat deze overeenkomst ten tijde van het publiceren van het ontwerpbestemmingsplan nog niet was overeengekomen tussen de partijen en dat deze ook nog niet is gepubliceerd en dus ook geen onderdeel uitmaakt van het plan. 12. 3 Planschade Nergens blijkt of is ons gebleken dat er onderzoek is gedaan naar optredende planschade c. q. het beperken of voorkomen daarvan.

Initiatiefnemer heeft ons mondeling medegedeeld dat wij geen planschade zullen ondervinden van het voorgenomen plan. Dit wordt door ons bestreden (waardevermindering pand , geluidsoverlast , minder licht , zicht op hoge gebouwen , privacy verstoring , etc. ) en is door ons ook in de overleggen met initiatiefnemer aangegeven. Het onderzoek planschade maakt geen onderdeel uit van het ontwerpbestemmingsplan waardoor uw College geen beeld heeft van de te verwachten planschade en uw raad dus ook geen duidelijkheid en zekerheid

krijgt over de financiële gevolgen van het vaststellen van het ontwerpbestemmingsplan.

49

12. 4 Tenietdoen detailhandel Hoofdstraat 60 t/m 66 De initiatiefnemer ruilt de bestemming ‘detailhandel’ (begane grond) van de panden Hoofdstraat 60 t/m 66 in voor de bestemming ‘wonen’. Dit gemotiveerd omdat de Centrum visie Schijndel aangeeft dat winkels geconcentreerd moeten worden tussen de ‘2 supermarkten’. (Lees: tussen de Kluisstraat en de Akkerstraat). Door het wegvallen van de winkelbestemmingen naast ons , verandert het karakter van dit deel van het centrum , van aanloopgebied met meerdere geconcentreerde winkels tot een woonstraat met één solitaire winkel. Deze ontwikkeling is dan wel in lijn met het gemeentelijk beleid maar erg nadelig voor onze gebruiksfunctie detailhandel. Het is voor planvorming geen eis om bestemde detailhandel te niet te doen en wij zouden het behouden van de bestemmingen ‘detailhandel’ voor de begane grond van de panden 60 t/m 66 daarom graag gehandhaafd zien.

50

Maatschappelijke uitvoerbaarheid , Omgevingsdialoog/monoloog

13.

13. 1 Het doorlopen proces om met de daarvoor vastgestelde

Wij doelen hierbij met

name

te komen

tot het

ontwerpbestemmingsplan gemeentelijke beleidsregels

op het tijdstip in het proces en de wijze waarop

is in strijd

de omgevingsdialoog

is

gehouden. De omgevingsdialoog zou volgens de gemeentelijke procedure moeten worden gevoerd , voordat het plan aan de intaketafel wordt voorgelegd. Dat is niet gebeurd en hiermee in strijd met het gemeentelijk beleid. (zie ook de bijlagen 1 tot en met 4 van deze zienswijze). Het eerste gesprek met de stedenbouwkundigen dateert van 6 februari 2022 Intaketafel is begonnen: eerste verslag dateert van 4 augustus 2022 Eerste gesprek voor de omgevingsdialoog vond plaats op 9 november 2022. Verder hebben

initiatiefnemers: een belangrijke groep van omwonenden uitgesloten van de omgevingsdialoog; enkele echt naar de omwonenden. op geen wijze geluisterd De plannen , zoals die in augustus 2022 zijn voorgelegd aan de gemeente zijn niet of nauwelijks aangepast , terwijl meerdere omwonenden hebben aangegeven bezwaar te hebben tegen de voorgenomen gestapelde hoge bouw van woningen , tegen de massaliteit van de bouw , tegen het aantal woningen en alle daarmee voortkomende overlast en planologische- en kwaliteitsvermindering van de leefomgeving. (Zie ook de bijlagen 5 tot en met 7 van deze zienswijze en de bijlage 11 van de toelichting op het bestemmingsplan). -

-

13. 2

Omgevingsdialoog

1

Wij stellen vast dat het bij het plan gevoegde document

eenzijdig

en .

.

.

.

onprofessioneel

is.

Allereest

is het

“omgevingsdialoog” volstrek onvolledig ,

plan niet door alle partijen ondertekend maar slechts door de (geanonimiseerd) initiatiefnemer van het plan , vertegenwoordigers van de Looijerij BV). Wegens het missen van de handtekeningen van alle belanghebbenden , zou het ontwerpbestemmingsplan niet ingediend en gepubliceerd kunnen/mogen worden. Dit is toch gebeurd. Dit is een nalatigheid van gemeentezijde. Geen van de overige betrokkenen hebben de gelegenheid gekregen de dialoog te ondertekenen. Na het eerste gesprek wat initiatiefnemer met ons voerde hebben wij een conceptverslag ontvangen en voorzien van onze aanvullingen en correcties. Het opgestelde verslag bleek een eenzijdige voorstelling van zaken , onze zorgen en bezwaren kwamen nauwelijks in beeld. In een verslag van een dialoog hoeft men het niet inhoudelijk met elkaar eens te zijn maar is het wel van belang om wederzijdse zienswijzen en gedachten vast te leggen. Wij hebben daarom verzocht het verslag aan te passen zodat we daar gezamenlijk onze handtekening onder zouden kunnen zetten. Na het derde gesprek liet initiatiefnemer ons weten het verslag niet aan te passen en ook niet aan ons terug te koppelen met als motivatie ‘dat wij het toch alleen maar veranderen’.

Dit is een monol ooggeen , dialoog! Wij hebben meermalen in gesprekken met de verantwoordelijke beleidsambtenaar onze onvrede en ongeloof kenbaar gemaakt en meermalen verzocht om hierover een gesprek te kunnen voeren met de verantwoordelijk wethouders. Dit werd afgehouden met de mededeling dat de wethouder “nog niet aan zet " was. 51

•

•

13. 3

In de fase van de toegezegde omgevingstafel zouden wij onze inbreng alsnog kunnen geven aan het bestuur zo is ons verzekerd. Voor de omgevingstafel waren wij ook uitgenodigd. Des te onbehoorlijker vinden wij het dat het college van B en W zonder enige motivering en overleg met ons besloot om de omgevingstafel niet door te laten gaan en het plan onbesproken (met de belanghebbenden) ter inzage te leggen. Onbehoorlijk bestuur en niet in lijn met het door de gemeente gepubliceerde beleid waarin ze stelt dat de omgevingstafel reeds van kracht is –

gepubliceerd op de website meierijstad. nl Wij hebben met twee brieven (19 juni 2023 en 11 september 2023) onze zorgen over het lopende proces gemotiveerd aan u en de gemeenteraad kenbaar gemaakt. Hierop hebben we tot heden noch van uw college noch van de gemeenteraad een reactie ontvangen. Transparantie van bestuur en vertrouwen in een onafhankelijk overheid staan hier voor ons ernstig onder druk. Omgevingsdialoog 2

Wij stellen vast , dat bij het voeren van de omgevingsdialoog een groep van omwonenden opzettelijk en volledig buiten spel is gehouden , namelijk de huurders van de woningen aan de Toon Bolsiusstraat en de Looierij alsmede de Apotheker. Het heeft ons verbaasd , dat het college van B en W willens en wetens deze handelwijze van de initiatiefnemers heeft geaccepteerd als een " omgevingsdialoog " en dit heeft vastgesteld en ter inzage heeft gelegd samen met het ontwerpbestemmingsplan. Dit is niet acceptabel. 13. 4

Omgevingsdialoog 3

Het doel van een omgevingsdialoog is om als bestuur vroegtijdig een beeld te krijgen van wat er in de omgeving speelt betreffende een te ontwikkelen plan. Door bovenstaand beschreven wijze van gevoerde omgevingsdialoog te accepteren , negeert het bestuur burgerparticipatie en laat het college weten geen rekening te houden met belangen , ideeën en wensen van omwonenden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=e90d20c4-d699-4271-8521-f9ae8090f10e