CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijbosch herziening Kerkstraat 29 vastgesteld Toelichting

Raadsvergadering 23 juni 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Kerkstraat 29 in Wijbosch'14.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 34

ondergrond. Op grond van artikel 15 van de algemene regels van de Keur 2015 mag het hemelwater ook worden afgevoerd naar een aangrenzend oppervlaktewaterlichaam. Er wordt geen regenwater op het rioolstelsel geloosd. Ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan is onduidelijk of zich in de boerderij nog een rioolaansluiting bevindt. Als de rioolaansluiting nieuw aangelegd moet worden, dan wordt hiervoor op eigen terrein een voorziening getroffen naar het drukriolering ter plaatse van de Broekkant. De aanleg van een goed functionerend riolering is een verantwoordelijkheid van de eigenaar en wordt als onderdeel van de aan te vragen omgevingsvergunning geregeld. Als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure wordt dit plan en de watertoets in het kader van vooroverleg aangeboden aan het waterschap Aa en Maas.

4.6 Conclusie In dit hoofdstuk zijn de waarden beschreven die in en rondom het plangebied aanwezig zijn. Daarbij zijn natuur, landschappelijke en cultuurhistorische, archeologische waarden onderzocht en is een watertoets uitgevoerd. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de uitvoering van de werkzaamheden geen onevenredig negatieve invloed heeft op uiteenlopende waarden die aan het plangebied worden toegekend.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 35

Hoofdstuk 5 Milieutechnische aspecten 5.1 Inleiding Ruimtelijke ontwikkelingen hebben te maken met milieuaspecten. In dit bestemmingsplan wordt ingegaan op geluidshinder, geurhinder, verkeerskundige situatie, luchtkwaliteit, bodem en externe veiligheid. Tot slot wordt in de conclusie opgesomd wat het effect van medewerking aan dit plan is op deze aspecten.

5.2 Geluid Een woning is een geluidgevoelig object. Bij herbestemming van de boerderij moet aangetoond worden dat voldaan wordt aan de eisen van een goed woon- en leefklimaat. Het woonklimaat mag niet onevenredig negatief beïnvloed worden door wegverkeerlawaai. In de Wet geluidhinder (Wgh) is opgenomen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij een maximale geluidbelasting door wegverkeer van 48 dB op de gevel. De gemeente kan volgens art. 83, lid 1 en 2 van de Wet geluidhinder (Wgh) voor woningen in stedelijk gebied een hogere waarde vaststellen tot 63 dB. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied ligt binnen de invloedssfeer van zowel de Kerkstraat als Broekkant. Door onderzoeksbureau Alcedo is daarom een onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting van wegverkeer op het plangebied. Het volledige onderzoek is opgenomen in Bijlage 5 Akoestisch onderzoek Kerkstraat 29. In dit hoofdstuk wordt de conclusie beschreven. Gedurende het bestemmingsplan proces is de locatie van het erf circa 50 meter in zuidoostelijke richting verschoven. Daardoor is het erf verder van de Kerkstraat af komen te liggen. Wel is de afstand ten opzichte van de Broekkant gelijk gebleven. Deze verschuiving maakt het dat de geluidswaarden op de voorgenomen locatie nog minder zijn dan de onderzoeksresultaten weergaven.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 36

Figuur 15: Impressie rekenmodel.

De gepresenteerde geluidsbelastingen per weg zijn inclusief correctie artikel 110g Wgh. Tevens is de geluidsbelasting exclusief correctie artikel 110g Wgh weergegeven. Kerkstraat De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Kerkstraat bedraagt ten hoogste 34 dB inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voldaan. Gezien de verschuiving van het erf in zuidoostelijke richting valt de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai lager uit dan de berekende 34 dB. Broekkant De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai van de Broekkant bedraagt ten hoogste 41 dB inclusief 5 dB correctie artikel 110g Wgh. Hiermee wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voldaan. De gecumuleerde geluidsbelasting exclusief correctie artikel 110g Wgh bedraagt bij de woning ten hoogste 47 dB. In de voorliggende situatie wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB conform de Wet geluidhinder voldaan. Onderzoek naar maatregelen en een hogere waardeprocedure is daarom niet van toepassing. Het wegverkeer op de omliggende wegen vormen geen belemmering voor de ontwikkeling.

5.3 Geurhinder Per 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij in werking getreden. Een woning is een geurhindergevoelig object in de zin van deze wet. Indien een nieuwe ruimtelijke activiteit wordt ontplooid, dient getoetst te worden of het woon- en leefklimaat binnen het plangebied gehandhaafd kan blijven en of niemand onevenredig in zijn belangen wordt geschaad.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 37

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Aan Kerkstraat 27, op geringe afstand van het plangebied, is volgens het vigerend bestemmingsplan een agrarisch bouwvlak begrensd. De nieuwe locatie van de historische boerderij ligt buiten de wettelijke geurcontour van 50 m van dit bedrijf. Herbestemming van de boerderij heeft geen verdere beperkingen tot gevolg van de huidige bedrijfsvoering van dit agrarisch bedrijf en bovendien kan vanaf deze afstand een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. De overige dichtstbijzijnde veehouderijen zijn gelegen op ruim 200 meter (melkveehouderij Broekkant 2) en ruim 250 meter (vleesstieren-/schapenhouderij Pastoor van Vroonhovenstraat 11). Deze afstanden zijn dermate groot dat geconcludeerd kan worden dat zij de gewenste ontwikkeling niet belemmeren en dat de achtergrondbelasting op de planlocatie als goed is te beschouwen. De herbestemming van de boerderij wordt niet belemmerd door geurhinder uit de omgeving, een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.

5.4 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen. Bij de toetsing aan de richtafstanden gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling.

De functie 'wonen' is niet milieubelastend voor de omgeving. Rustige woonwijk of gemengd gebied In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. Dit heeft (onder andere) te maken met acceptatie, gewenning en achtergrondbelasting (/-hinder). De VNG-handreiking hanteert voor de omgevingstypen de volgende omschrijving: Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 38

(eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door woningbouw en een tweetal agrarische bedrijven. Het plangebied behoord dan ook tot een gemengd gebied met een matige functiemenging. In de volgende paragraaf zijn de hindercontouren van de bedrijfsmatige functies binnen 500 meter van het plangebied voor de nieuwe woning aangegeven. De hindercontouren komen voort uit de voor de functie van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG handreiking. De richtafstand geldt vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Bedrijf’ (of andere milieubelastende functies) rust tot de grens van het bestemmingsvlak ‘Wonen’. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de omgeving van het plangebied liggen twee agrarische bedrijven, deze zijn gelegen aan de Kerkstraat 27 en Broekkant. Beide bedrijven betreffen grondgebonden veehouderijen. De grootste hinderafstand is die van geur en is op basis van de VNG vasgesteld op 50 meter. De afstand tussen het bedrijf aan de Kerkstraat 27 en de nieuwe woningen is meer dan 50 meter.

Het inrichtingsplan is ook op basis van deze hindercontour opgesteld, zodat het bedrijf aan de Kerkstraat 27 niet belemmerd wordt in haar bedrijfsvoering. Dit is weergegeven in hiernavolgend figuur.

Figuur 17: Weergave geurcontour en agrarisch bouwblok in irichtingsplan

De afstand tussen het bedrijf aan Broekkant en de nieuwe woning bedraagt circa 60 meter, hiermee wordt voldaan aan de hinderafstand van 50 meter en wordt het bedrijf niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Op basis van vorenstaande wordt gesteld dat aan de Kerkstraat 29 geen sprake is van een

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 39

onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast worden omliggende bedrijven niet beperkt in hun bedrijfsvoering.

5.5 Verkeerskundige situatie In de toekomstige situatie zullen nieuwe verkeersbewegingen ontstaan van en naar de gesplitste boerderij. Per saldo zal de verkeersintensiteit niet dusdanig toenemen dat verkeersproblemen ontstaan rondom het plangebied. Omliggende wegen hebben voldoende capaciteit voor een goede verkeersafwikkeling. De boerderij wordt vanaf de Broekkant via een eigen inrit ontsloten en op eigen terrein wordt ruimte geboden aan parkeerruimte voor vier auto's.

5.6 Luchtkwaliteit Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen, hoeven niet meer te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Voor een woningbouwlocatie geldt bijvoorbeeld dat deze niet in betekenende mate bijdraagt wanneer deze niet meer dan 1.500 woningen omvat (met de bijbehorende verkeersbewegingen). De ontwikkeling aan de Kerkstraat valt binnen deze categorie. Een nader onderzoek naar de invloed van de gewenste ontwikkeling op de luchtkwaliteit is om die reden niet noodzakelijk.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De huidige luchtkwaliteit nabij het plangebied kan globaal afgeleid worden uit beschikbare informatie aan de hand van: het aantal dagen met een daggemiddelde concentratie fijnstof (PM10) boven 50 µg/m3 ; de grenswaarde voor jaargemiddelde fijnstofconcentratie van 40 µg/m3 ; de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (40 µg NO2/m3 ). De toevoeging van twee woningen heeft dan ook een bijdrage van niet in betekende mate op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 40

Figuur 18: Weergave kaart met achtergrondconcentratie stikstof (NO2) in het plangebied

Figuur 19: Weergave kaart met achtergrondconcentratie fijnstof (PM10) in het plangebied

Woon-/leefklimaat Naast het effect van het plan op de luchtkwaliteit is ook de concentratie vanluchtverontreinigende stoffen in het plangebied van belang. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ten aanzien van luchtkwaliteitsgevoelige bestemmingen zoals woningen. Met behulp van de door de RIVM gepubliceerde Grootschalige Concentratie- en Depositiekaart Nederland is bekeken wat de achtergrondconcentratie is ter plaatse van het plangebied met betrekking tot fijn stof (PM10,

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 41

grenswaarde 40 µg/m3 op jaarbasis) en stikstofdioxide (NO2, grenswaarde 40 µg/m3 op jaarbasis). Uit de bovenstaande kaarten blijkt dat de achtergrondconcentratie met betrekking tot fijn stof (PM10) ter plaatse van de onderzoekslocatie ligt tussen de 18 en 20 µg/m3 De achtergrondconcentratie met betrekking tot koolstofdioxide (NO2) ligt tussen de 15 en 20 µg/m3 . Daarmee kan geconcludeerd worden dat de achtergrondconcentratie ruim onder de grenswaarde uit de Wet milieubeheer (40 µg/m3 ) blijft, waardoor sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

5.7 Bodem In het kader van de ruimtelijke procedure dient beoordeeld te worden, conform de NEN 5740 (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek), of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van het plangebied. Door Kruse Groep is in 2019 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd. Daaropvolgend is in juni 2021 een aanvullend verkennen bodemonderzoek uitgevoerd met bijbehorend astbestonderzoek van 6 verdachte druppelzones. Deze onderzoeken zijn samengevoegd in een rapport, dat is opgenomen in Bijlage 6 Verkennend (asbest)bodemonderzoek Kerkstraat 29. De belangrijkste conclusies zijn hieronder weergegeven. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de bovengrond (BG I), de ondergrond (OG II) en in het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetoond. In de bovengrond (BG II, BG III en BG IV) en in de ondergrond (OG) zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Van de zes druppelzones zijn er van drie druppelzones (A, B, C) de gewogen asbestgehalten lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er is geen saneringsnoodzaak. De andere drie druppelzones (D, E, F) kennen een gewogen asbestgehalten hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en de interventiewaarde.

Door middel van een nader asbestonderzoek kan inzicht worden verkregen in de omvang van de asbestverontreinigingen, maar is volgens de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant niet verplicht. Er is afgestemd met Omgevingsdienst Zuidoost Brabant waaruit is geresulteerd dat bij de sanering de verontreiniging wordt weggehaald en daarmee geen verder onderzoek benodigd is. Om het terreindeel ter plekke van deellocaties D, E en F geschikt te maken voor toekomstig gebruik, is sanering noodzakelijk. Voorafgaande aan een sanering dient een BUS-melding te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. Het saneren van sterk verontreinigde grond mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. Om blootstellings- en verspreidingsrisico’s te voorkomen wordt geadviseerd de sanering voorafgaande aan de sloop van de schuur uit te voeren. De Omgevingsdienst Zuidoost Brabant adviseert bij de goedkeuring van de BUS-melding aan te geven dat er wordt uitgekeurd op PCB bij de sanering van de druppelzones. Op de asbest platen uit de jaren ‘70 zat een PCB-coating. Deze wordt ook vaak in de bodem weer teruggevonden. De aangetroffen verontreiniging is geregistreerd conform artikel 41 van de Wet bodembescherming en de zorgplicht (artikel 13 Wet bodembescherming) is van toepassing.

De bodemkwaliteit ter plaatse kan tegen relatief lage kosten worden hersteld naar de Achtergrondwaarde en is daarmee relatief eenvoudig geschikt te maken voor het beoogde gebruik: Wonen met tuin. Activiteiten zoals graafwerkzaamheden welke verspreiding van de

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 42

verontreiniging kunnen veroorzaken, zijn slechts na het accepteren van een melding conform het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) mogelijk en toegestaan. De verontreinigde drupzones dienen te worden verwijderd voordat wordt overgegaan tot sloop en/of renovatie van de bebouwing waar de drupzones tegenaan liggen.

5.8 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de risico's voor de omgeving ten gevolge van een ongeval bij de productie, opslag en het transport van gevaarlijke stoffen en de kans dat hierbij dodelijke slachtoffers vallen. In het geval van een ruimtelijke plan dient het milieuaspect externe veiligheid onderzocht te worden. Het planvoornemen kan risicobronnen in het kader van externe veiligheid mogelijk maken en of bestaande risicobronnen kunnen`invloed hebben op het plan. Deze risico's moeten worden beschouwd om te onderzoeken of het planvoornemen voldoet aan de geldende normen. Beleidskader Het landelijke beleidskader valt uiteen in verschillende besluiten en regelingen voor de verschillende type risicobronnen. Risicobronnen in het kader van Externe veiligheid zijn inrichtingen (bedrijven met gevaarlijke stoffen), infrastructuur zoals auto-, spoor- of vaarwegen, en buisleidingen voor het transport van aardgas. Voor inrichtingen (bedrijven) wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor transportroutes over de weg, het water en het spoor wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen wordt getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast is in sommige gevallen het Activiteitenbesluit milieubeheer en/of het Vuurwerkbesluit van toepassing.

In het Activiteitenbesluit zijn regels opgenomen waar bedrijven aan moeten voldoen. Daarnaast staan hierin de te houden veiligheidsafstanden tussen bedrijven en externe objecten. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bedrijven met een opslag van meer dan 2.500 kg (of liter) gevaarlijke stoffen in één opslagvoorziening. In de Circulaire is aangegeven hoe de aan te houden veiligheidsafstanden tussen opgeslagen ontplofbare stoffen en kwetsbare objecten moet worden bepaald. Toetsingskader Externe veiligheid (geldt voor Bevi, Bevt en Bevb) maakt onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan beperkingen opleggen voor de bouw van (beperkt) kwetsbare objecten. Zoals woningen, kantoren en andere gebouwen waarin personen aanwezig zijn. Voor het bouwen van kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risicocontour van 1*10-6 per jaar als grenswaarde. Het groepsrisico is de kans dat een groep mensen komt te overlijden in de omgeving van een risicobron. Door de ontwikkeling van een planvoornemen kan het groepsrisico van de risicobron toenemen. Het groepsrisico wordt bepaald voor zowel de huidige situatie als de situatie na ontwikkeling van het planvoornemen. Het groepsrisico wordt weergegeven ten opzichte van de oriëntatiewaarde.

Wanneer sprake is van een toename van het groepsrisico (een verhoging ten opzichte van de oriëntatiewaarde tussen bestaande situatie en toekomstige situatie) is het bevoegd gezag conform de bovengenoemde besluiten (Bevi, Bevt en Bevb) verplicht het groepsrisico in meer of mindere mate te verantwoorden. In de

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 43

verantwoording groepsrisico motiveert het bevoegd gezag hoe om te gaan met de risico's ten gevolge van externe veiligheid. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Uit de gegevens van de risicokaart (figuur 20) blijkt dat geen relevante inrichtingen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Gezien de afwezigheid van nabijgelegen relevante inrichtingen ten opzichte van het plangebied is er geen sprake van gevaar met het oog op het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Gesteld wordt dat de voorgenomen ontwikkeling geen externe veiligheidrisicos vormt. Ook richting de omgeving zijn er vanuit deze ontwikkeling geen externe veiligheidsrisico's te verwachten. Buisleidingen Ten noordwesten van het plangebied ligt op een afstand van ruim 200 meter een hogedrukleiding van de Gasunie. Leidingen die externe veiligheidsrisico’s veroorzaken zijn hogedruk aardgastransportleidingen. Deze leiding wordt als rode stippellijn getoond in bovenstaande afbeelding. De leiding heeft een uitwendige diameter van 914,00 mm en een wanddikte van 12,00 mm. De maximale werkdruk bedraagt 66,20 bar.

Plaatsgebonden risico De risicokaart toont alle aardgasleidingen vanaf een diameter van 50 mm en een druk van 16 bar, alle buisleidingen voor brandbare vloeistoffen vanaf een diameter van 100 mm en alle overige buisleidingen waarvan geldt dat er een overschrijding van de wettlijke norm is op 5 meter afstand van de buis. Deze wettelijke norm is het plaatsgebonden risico 10-6 . Een risicocontour (ofwel plaatsgebonden risico) geeft aan hoe groot in de omgeving de overlijdenskans is door een ongeval met een risicobron: binnen de contour is het risico groter, buiten de contour is het risico kleiner. Het plaatsgebonden risico is de berekende kans per jaar, dat een persoon overlijdt als rechtsreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Het plaatsgebonden risico wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden en wat in de directe omgeving ervan gebouwd mag worden. In het plaatsgebonden risico zijn in het kort twee verschillende kansen verwerkt. De kans dat er daadwerkelijk een zwaar ongeval of ramp, zoals het ontsnappen van een gevaarlijke stof, plaatsvindt en de kans dat een persoon daadwerkelijk overlijdt als gevolg van dit zwaar ongeval of ramp.

Bij een PR van 10-6 is de kans dat een persoon op die afstand van het ongeval daadwerk lijk overlijdt nog redelijk groot. Wegens dit soort relatief grote overlijdenskansen mogen er binnen de contour van 10-6 in principe geen kwetsbare objecten staan. Voor de betreffende buisleiding ten noordwesten van het plangebied is de wettelijke norm vastgesteld op 5 meter afstand van de buis. Deze afstand is via een dubbelbestemming vastgelegd in het bestemmingsplan "Landelijk gebied". Gezien de ruime afstand van ruim tot het plangebied het plaatsgebonden risico vormt deze risicobron geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling. Groepsrisico Groepsrisico heeft betrekking op de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers op eenzelfde moment. In artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) luidt de definitie van groepsrisico alsvolgt: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Ten aanzien van groepsrisico gelden geen wettelijke

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 44

normen. Wel is er een verantwoordingsplicht. De personendichtheid in landelijke gebieden is veelal zeer laag. De personendichtheid ten gevolge van de boerderijsplitsing leidt hooguit tot een marginale toename van het groepsrisico. De voorgenomen ontwikkeling bestaat namelijk uit de verplaatsing van de boerderij naar een locatie die op ongeveer dezelfde afstand ligt van de buisleiding van de Gasunie. Tevens kunnen de nieuwe woningen snel en eenvoudig worden geëvacueerd. De boerderij is voorzien van een eigen oprit aan een rustige weg in het buitengebied en is voorzien van vrije bewegingsruimte op het perceel. Uit het oogpunt van ruimtelijke ordening bestaan er dan ook geen belemmeringen met betrekking tot het groepsrisico. Met het gegeven dat het plangebied in het invloedsgebied ligt van het groepsrisico is voorgenomen ontwikkeling geadviseerd door Brandweer Brabant-Noord. Daarin wordt aangegeven dat de kans op een fakkelbrand bijzonder klein is als gevolg van veiligheidsmaatregelen rondom het het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Daar de bestrijdbaarheid van fakkelbrand slecht is, moet worden ingezet op het optimaliseren van zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid Voor het scenario fakkelbrand is vluchten het beste handelingsperspectief.

Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. Een fakkelbrand is onmiddellijk in volle omvang aanwezig en waarneembaar. Via de Kerkstraat kan men van de buisleiding af vluchten. Op een afstand van 1530 meter is men veilig. Gezien de aard en de activiteiten van de bestemming mag aangenomen worden dat de mate van zelfredzaamheid van de personen van het plangebied voldoende is. Transportroutes van gevaarlijke stoffen In de nabijheid van de planlocatie zijn geen transportroutes van gevaarlijke stoffen gelegen. Op basis van bovenstaande toelichting wordt gesteld dat binnen het plangebied of de nabijheid hiervan geen bedrijven, risicobronen, buisleidingen of transportroutes zijn gelegen die uit oogpunt van externe veiligheid een belemmering opleveren voor de gewenste ontwikkeling.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 45

Figuur 20: Uitsnede risicokaart Nederland.

5.9 Hoogspanningsleidingen Ten noordwesten van het plangebied loopt een hoogspanningslijn, deze lijn ligt op ruim 350 meter afstand van het plangebied. De beschermingszone van de hoogspanninglijn is in het bestemmingsplan "Landelijk" gebied vastgelegd met een dubbelbestemming. De hoogspanningslijn (150 kV) heeft echter ook een indicatieve zone van 2 x 80 meter. Deze indicatieve zone geeft de ligging van de magneetveldzone van 0,4 micro Tesla. De staatssecretaris adviseert: Om bij de vaststelling van bestemmingsplannen en van tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan, waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is van 0,4 microTesla (de magneetveldzone). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied ligt ruimschoots buiten de beschermingszone van de hoogspanningsverbinding waardoor geen sprake is van een belemmering. Tevens ligt het plangebied ruimschoots buiten de magneetveldzone. Om deze reden wordt het ‘risico’ acceptabel geacht en worden geen belemmeringen vanuit de hoogspanningsleiding verwacht.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 46

5.10

Vormvrije m.e.r-beoordeling

Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, deze geeft aan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.

De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Het gehele plangebied wordt voorzien in directe eindbestemmingen waardoor, indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden, sprake kan zijn van een m.e.r-beoordelingsplichtig plan. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject.' Aangezien hier sprake van is, dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: 1. 2. 3.

een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Als voorliggend plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook, wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Indien hierbij de drempelwaarden uit de D-lijst voor deze activiteit wordt vergeleken met de omvang van ontwikkeling (toevoegen van twee wooneenheden wordt geconcludeerd dat sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 47

Gelet op de kenmerken van het plan (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de aan bod gekomen in Hoofdstuk 5 Milieutechnische aspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Op basis van de beschikbare informatie kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige milieueffecten met zich meebrengt. Dit plan is daarom niet m.e.r.- (beoordelings-)plichtig.

5.11 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen De mogelijk nadelige gevolgen van de veehouderij op de volksgezondheid staan de laatste jaren volop in de belangstelling. Met name in veedichte gebieden zoals we die in de provincie Noord-Brabant kennen, bestaat onder de bevolking steeds meer onrust. Hierbij komen zaken naar voren als angst voor ziekten die overdraagbaar zijn van dier op mens (zoönosen), luchtwegaandoeningen, maar ook stress in verband met verminderde leefkwaliteit door regelmatige geurhinder. Om de risico’s voor de volksgezondheid zoveel mogelijk te beperken dient er hierover een zorgvuldige afweging plaats te vinden bij: de besluitvorming in het kader van een ruimtelijke procedure om af te wijken van een bestaand bestemmingsplan (bijvoorbeeld via een Wabo-afwijkingsvergunning, een projectbesluit of een bestemmingsplanherziening); een aanvraag om een Wabo-vergunning onderdeel milieu; een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM), met name een OBM-mer. Voorliggend plan wordt mogelijk gemaakt door een herziening van het bestemmingsplan, daarom is het van belang dat de gezondheidsrisico's van de ontwikkeling zorgvuldig worden afgewogen. Hierbij is gebruik gemaakt van het stappenplan behorend bij de "Handreiking veehouderij envolksgezondheid 2.0".

De volgende aspecten worden in het hierna volgende stroomschema (zie ‘Stappenplan 2.0’) meegenomen in de afweging of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat advisering vanuit de GGD wenselijk is: 1. Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand (= afstand waarbinnen naar alle waarschijnlijkheid de gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden). Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de afstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd gezondheidsrisico. 2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak. De ontwikkeling betreft de verplaatsing van een historische hoekgevelboerderij waarbinnen twee wooneenheden worden gevestigd. De functie betreft enkel wonen, waarvan de regels zijn vastgelegd in enkelbestemming Artikel 4 Wonen behorend bij de regels van dit bestemmingsplan. Binnen de regels is enige vorm van bedrijvigheid die een toename van emisssies van geur, fijnstof of ammoniak uitgesloten. Daarom wordt gesteld dat de

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 48

ontwikkeling geen toename van deze emissies met zich mee brengt en de ontwikkeling heeft dan ook geen negatief effect op de volksgezondheid. 3. De wijze waarop met geurbelasting wordt omgegaan voor een aanvaardbaar woon-/leefklimaat. In hoofdstuk 5.3 Geurhinder behorend bij de toelichting is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de geldende wet- en regelgeving op het gebied van geurhinder. Uit deze toetsing blijkt dat de herbestemming van de boerderij niet wordt belemmerd door geurhinder uit de omgeving, een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. 4. Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij. In voorliggend geval wordt een woonfunctie toegevoegd er is dan ook geen spraken van een bedrijfsmatige functie. Deze voorwaarde heeft bij deze ontwikkeling geen gevolgen voor de volksgezondheid. 5. Geitenhouderij binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of Pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden. Uit VGO-2 en VGO-3 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen een straal van 2 kilometer van het plangebied liggen geen geitenhouderijen.

Binnen een straal van 1 kilometer van het plangebied liggen geen pluimveebedrijven. In de omgeving van het plangebied liggen twee grondgebonden veehouderijen op basis van hoofdstuk 5.4 Milieuzonering behorend bij de toelichting wordt gesteld dat aan de Kerkstraat 29 geen sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast worden omliggende bedrijven niet beperkt in hun bedrijfsvoering. Deze aspecten vormen daarom geen belemmering voor de planontwikkeling. 6. De aanwezigheid van mestbewerking en -verwerking. In het plangebied wordt geen mest bewerkt of verwerkt, deze voorwaarde vormt binnen deze ontwikkeling dan ook geen gevaar voor de volksgezondheid. 7. Ongerustheid bij omwonenden. De ontwikkeling voorziet in het toevoegen van een woonfunctie, dit is een functie die geen gevaren voor de volksgezondheid met zich mee brengt. Het is dan ook niet aannemelijk dat deze ontwikkeling ongerustheid voor de volksgezondheid met zich mee brengt. Op basis van de hiervoor genoemde uitleg wordt gesteld dat de gevolgen van de ontwikkeling op de volksgezondheid zorgvuldig zijn afgewogen. Uit de afweging blijkt dat de ontwikkeling geen gevolgen voor de volksgezondheid met zich mee brengt en nader advies van de GGD wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 49

5.12

Spuitzones gewasbescherming

Ten aanzien van boom- en fruitteeltbedrijven is niet alleen de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van belang, maar ook spuitzones in verband met het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij deze bedrijven. Doorgaans wordt gesteld dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies en (glas)tuinbouw, fruit- en boomteelt in acht moet worden genomen. Deze afstand wordt algemeen aanvaard, maar er kan volgens de jurisprudentie van de Afdeling gemotiveerd worden afgeweken van deze afstand. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de omgeving van het plangebied worden geen gewassen geteeld, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Daarnaast zijn de mogelijkheden voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen al beperkt door de burgerwoningen rondom het plangebied. Daarom zijn spuitzones niet van invloed op het plangebied. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied. Omliggende functies worden niet belemmerd en er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woning. Daarnaast blijkt dat het plangebied niet binnen een spuitzone van fruit- en boomteelt ligt.

5.13

Conclusie

Uit de toetsing van de voorgestane ontwikkeling van het plangebied aan relevante planologische en milieuhygiënische aspecten, blijkt dat er een saneringsnoodzaak is van de drie druppelzones wat betreft bodem. Verder zijn er geen aspecten die een belemmeringen opleveren voor de ontwikkeling.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 50

Hoofdstuk 6 Planverantwoording 6.1 Opzet van de regels Ingevolge de Wro, het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd en gepresenteerd te worden en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. Er zijn een aantal standaarden door het Ministerie van VROM ontwikkeld, waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2008), de Praktijkrichtlijn Bestemmingsplannen (PRBP2008) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI2008). In dit bestemmingsplan wordt van deze standaarden, voor zover van toepassing, gebruikgemaakt. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Deze partiële herziening bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het plan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan.

De toelichting van deze herziening geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van de herziening. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.

6.2 Verantwoording van de regels 1. Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen: Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd voor zover deze begrippen van het 'normale' spraakgebruik afwijken of een specifiek juridische betekenis hebben. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan zal moeten worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Artikel 2 Wijze van meten Het onderhavige artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 51

2. Bestemmingsregels Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. 3. Algemene regels Deze regels zijn algemene regels die voor het gehele bestemmingsplan gelden. Vaak zijn ze van toepassing op meerdere bestemmingen: Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Artikel 8 Algemene bouwregels 4. Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Hier worden de overgangsbepalingen beschreven met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken voor zover dat gebruik afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit rechtskracht verkrijgt. Artikel 10 Slotregel Dit artikel geeft aan onder welke naam dit plan kan worden aangehaald.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 52

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding In dit slothoofdstuk wordt de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan beschreven.

7.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid In voorgaande hoofdstukken is beschreven hoe het voorgenomen plan past binnen het van toepassing zijnde overheidsbeleid. Tevens worden geen wezenlijke waarden in het plangebied aangetast en heeft het plan geen negatieve milieuhygiënische gevolgen of zijn er belemmeringen van milieuhygiënische aard. Het voorgenomen plan is daarmee ruimtelijk uitvoerbaar.

7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.3.1

Vooroverleg

In het kader van het wettelijk vooroverleg zijn de provincie Noord-Brabant en waterschap Aa en Maas in kennis gesteld van het plan. Zowel provincie als het waterschap hebben te kennen gegeven in te stemmen met voorgenomen ontwikkeling. Brandweer Brabant-Noord heeft een advies gegeven voor externe veiligheid welke is verwerkt in de betreffende paragraaf. Omgeving De omwonenden zijn op 19 augustus 2021 middels een brief op de hoogte gesteld van de bovenstaande ontwikkeling en in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen of opmerkingen te geven. De verslaglegging van de daarop tot stand gekomen omgevingsdialoog is opgenomen in Bijlage 8 Verslag omgevingsdialoog van de toelichting van dit bestemmingsplan. Er zijn meerdere reacties en vragen binnengekomen die op een zo goed mogelijke manier zijn beantwoord. Vanwege de privacy van de omwonenden zijn de reacties op anonieme wijze gedeeld.

7.4 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan Kerkstraat 29 wordt voor de duur van zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode is er de mogelijkheden geweest voor belanghebbenden om een zienswijze in te dienen. De zienswijzen geven minimale aanleiding tot aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan Kerkstraat 29 Wijbosch. De volgende aanpassingen zijn verwerkt in het bestemmingsplan: 1.

Reactie Waterschap verwerkt: Tekstuele wijziging doordat het waterschapsbeleid is veranderd; de ondergrens voor compensatie toename verharding is per 26 maart 2021 verlaagd van 2000 m2(oud beleid) naar 500 m2(nieuw beleid). 2. 3.

Actualisatie stikstofberekening doordat er nieuwe versie is van de AERIUS calculator. Regels voor oprichten bijgebouwen buiten bouwvlak 4.2.4 onder f: in afwijking van

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 53

4.2.2 mogen bijgebouwen worden opgericht buiten het bouwblok in het bestemmingsvlak 'Wonen' met inachtneming van bovenstaande bepalingen a t/m f.

7.5 Economische uitvoerbaarheid In beginsel is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In een exploitatieplan wordt opgenomen welke kosten met de uitvoering van het bouwplan gemoeid zijn en wie welke kosten voor zijn of haar rekening gaat nemen. Dit is opgenomen in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. Deze verplichting geldt niet als het 'verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd zijn', aldus lid 2 van dit artikel. In onderhavig geval zijn de kosten anderszins verzekerd. De volledige plankosten zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de eventuele vergoeding van planschade aan derden wordt een exploitatieovereenkomst gesloten met gemeente Schijndel.

7.6 Conclusie Zoals uit voorgaande paragrafen blijkt is het voorgenomen plan ruimtelijk, maatschappelijk en economisch uitvoerbaar.

Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 54

www.eelerwoude.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=1ea5eebe-344c-4f6e-b0d7-09b2702512da