Wijbosch herziening Kerkstraat 29 vastgesteld Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Toelichting Wijbosch, Herziening Kerkstraat 29
Opdrachtgever:
Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens:
Projectnummer: 9518 Datum: 25-3-2022 Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: vastgesteld Versie: 1 © 2022 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
6
1.1 Herbestemming eeuwenoude boerderij
6
1.2 Huidig planologisch regime
7
1.3 Tot het plan behorende stukken
9
1.4 Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
10
2.1 Inrichtingsplan
10
2.2 Duurzaamheid op het erf
12
Hoofdstuk 3
Beleidstoets
13
3.1 Inleiding
13
3.2 Rijksbeleid
13
3.3 Provinciaal beleid
16
3.4 Gemeentelijk beleid
19
3.5 Conclusie
29
Hoofdstuk 4
Waardentoets
30
4.1 Inleiding
30
4.2 Natuurtoets
30
4.3 Landschap en cultuurhistorie
32
4.4 Archeologie
32
4.5 Watertoets
34
4.6 Conclusie
35
Hoofdstuk 5
Milieutechnische aspecten
36
5.1 Inleiding
36
5.2 Geluid
36
5.3 Geurhinder
37
5.4 Milieuzonering
38
5.5 Verkeerskundige situatie
40
5.6 Luchtkwaliteit
40
5.7 Bodem
42
5.8 Externe veiligheid
43
5.9 Hoogspanningsleidingen
46
5.10
Vormvrije m.e.r-beoordeling
47
5.11
Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen
48
5.12
Spuitzones gewasbescherming
50
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 3
5.13 Hoofdstuk 6
Conclusie
50
Planverantwoording
51
6.1 Opzet van de regels
51
6.2 Verantwoording van de regels
51
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
53
7.1 Inleiding
53
7.2 Ruimtelijke uitvoerbaarheid
53
7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
53
7.4 Zienswijzen
53
7.5 Economische uitvoerbaarheid
54
7.6 Conclusie
54
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 4
Toelichting
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Herbestemming eeuwenoude boerderij Op het erf aan de Kerkstraat 29, aan de rand van kerkdorp Wijbosch, staat een woning en een aantal bijgebouwen waaronder een historische hoekgevelboerderij. De historische boerderij is bestemd als bijgebouw bij de woning aan de Kerkstraat 29. Door de slechte staat van onderhoud wordt het pand al jaren niet meer als bijgebouw gebruikt. Uit een aantal waardestellende bouwhistorische onderzoeken blijkt dat de boerderij van uitzonderlijk hoge cultuurhistorische betekenis is en een geschiedenis heeft die terug gaat tot de 16e eeuw. Gezien de uitzonderlijk hoge cultuurhistorische waarde van de boerderij heeft de eigenaar van de boerderij de wens om de boerderij in oude luister te herstellen. Restauratie van de boerderij, met behoud van cultuurhistorische waarden, is echter een zeer kostbare aangelegenheid. Om de restauratiekosten (deels) te dekken heeft de initiatiefnemer de gemeente Meierijstad verzocht om in ruil voor restauratie van de boerderij een woonbestemming voor twee wooneenheden aan het pand toe te kennen. Gemeente Schijndel heeft in beginsel positief gereageerd op het verzoek. De gewenste ontwikkeling past niet binnen de bestaande bestemmingsplan regels, daarom is een wijziging van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk.
De bestaande woning aan de Kerkstraat 29 blijft binnen deze bestemmingswijziging nadrukkelijk behouden. Ontwikkeling kent een rijke voorgeschiedenis Enkele jaren geleden is een bestemmingsplan in procedure gebracht welke als doel had de historische hoekgevelboerderij in situ te restaureren én herbestemmen. Dit bestemmingsplan is uiteindelijk gestrand bij de Raad van State. De reden hiervoor was dat de hoekgevelboerderij gelegen is binnen de geurhindercirkel van het naastgelegen agrarisch bedrijf. Gelet op het feit dat de hoekgevelboerderij van uitzonderlijk hoge cultuurhistorische waarde is, heeft de gemeente aangegeven de ontwikkeling op een andere manier vorm te willen geven. Hiervoor is middels een alternatievenstudie onderzocht op welke wijze de boerderij kan worden verplaatst naar een locatie buiten de geurhindercirkel van de boerderij. Voorliggend plan is de planologische doorvertaling van de alternatievenstudie én beschrijft op welke wijze de ontwikkeling past binnen de geldende wet- en regelgeving.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 6
Figuur 1: Aanzicht boerderij met karakteristieke hoekgevel.
1.2 Huidig planologisch regime In het bestemmingsplan Landelijk Gebied, vastgesteld in 2013, heeft het plangebied een enkelbestemming 'Wonen'. Binnen deze bestemming is maximaal één woning toegestaan met een inhoud van maximaal 600 m3 . De burgerwoning aan de Kerkstraat wordt op dit moment als zodanig gebruikt. De historische boerderij is als bijgebouw bij deze woning bestemd. Om eventueel aanwezige archeologische waarden in de ondergrond te beschermen is op het plangebied een dubbelbestemming 'Waarde-archeologie 3' van toepassing. In september 2015 heeft gemeente Schijndel een herijking van het bestemmingsplan Landelijk Gebied vastgesteld. Met deze herijking wordt het bestemmingsplan Landelijk gebied zoals de gemeenteraad dat op 27 juni 2013 heeft vastgesteld, gedeeltelijk herzien. Voor het opstellen van de herijking bestaan verschillende aanleidingen. Relevant voor het plangebied is het verwerken van herijking van het cultuurhistorisch beleid, met name een (gedeeltelijke) hernieuwde inventarisatie en waardering van de cultuurhistorische waarden. In de inventarisatie is aan de hoekgevelboerderij een hoge waarde toegekend. In het ontwerpbestemmingsplan heeft deze herijking ertoe geleid dat aan de hoekgevelboerderij een dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen' was toegekend.
De voor Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, beheer en versterking van de cultuurhistorische waarden van gebouwen. De dubbelbestemming heeft een 'specifieke bouwaanduiding - 1' tot gevolg, die een ongecontroleerde verbouwing van het
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 7
bouwwerk niet toestaat om zo behoud van de cultuurhistorische waarden veilig te stellen. In de vastgestelde herijking lijkt deze dubbelbestemming per abuis verplaatst te zijn naar de bestaande burgerwoning aan Kerkweg 29. Gezien de bouwperiode van deze woning in de jaren 70 lijkt deze aanduiding op een misverstand te berusten.
Figuur 2: Uitsnede bestemmingsplan 'Landelijk gebied ', met situering hoekgevelboerderij als bijgebouw op bestemmingsvlak aan Kerkstraat 29.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 8
Figuur 3: Uitsnede ontwerpbestemmingsplan 'Landelijk Gebied, Herijking' (links), waarin de hoekgevelboerderij de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen' heeft. Op de verbeelding van de vastgestelde herijking is deze dubbelbestemming per abuis verplaatst naar de burgerwoning op het erf.
1.3 Tot het plan behorende stukken Het bestemmingsplan Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 bestaat behalve uit deze toelichting ook uit de volgende stukken: Planregels; Verbeelding, (NL.IMRO.1948.WIJ000BP0012019P-VG01); Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de onder het plan vallende gronden en opstallen aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting, waarin de aan het plan ten grondslag liggende onderzoeken en een planbeschrijving zijn opgenomen.
1.4 Leeswijzer De toelichting is opgebouwd uit 7 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 kort ingegaan op de planbeschrijving. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan relevante beleidsaspecten. In hoofdstuk 4 en 5 wordt de haalbaarheid van het plan aangetoond voor wat betreft waardestellingen en milieuaspecten. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de juridische planopzet en hoofdstuk 7 geeft informatie over de uitvoerbaarheid.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving De hoekgevelboerderij achter de burgerwoning aan de Kerkstraat 29 heeft een kern die op zijn minst 500 jaar oud is. Het is daarmee één van de oudste boerderijen van de provincie Brabant. Bovendien is het één van de weinig nog resterende hoekgevelboerderijen in de provincie Brabant. In een uitgevoerd bouwhistorisch onderzoek van het Monumentenhuis Noord-Brabant worden de uitzonderlijke cultuurhistorische waarden van het pand onderschreven. De boerderij is al jaren niet meer in gebruik en verkeert daardoor in slechte staat. Om de houten kern van de boerderij te behoeden voor invloeden van wind en regen heeft de huidige eigenaar het dak tijdelijk gedicht met plastic. De restauratie van de boerderij brengt een forse investering met zich mee. Om deze kosten te kunnen dragen heeft de initiatiefnemer de wens aan de boerderij een woonfunctie toe te kennen. De restauratie dient te worden uitgevoerd met behoud van cultuurhistorische waarden. Hetgeen wordt ook vastgelegd in de regels van de nieuwe woonbestemming. Om de restauratiekosten te dekken wordt een (dubbele) woonbestemming aan de boerderij toegekend. Het gebruik van de boerderij als woning zal bovendien een duurzame instandhouding van de boerderij tot gevolg hebben. De nieuwe situatie is beschreven in een inrichtingsplan.
2.1 Inrichtingsplan De nieuwe erfinrichting is beschreven in het erfinrichtingsplan, welke is opgenomen in Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan behorend bij de toelichting van voorliggend bestemmingsplan. Uitgangspunt voor het inrichtingsplan is dat de hoekgevelboerderij in aansluiting op de historische karakteristiek, maar binnen de mogelijkheden van de huidige eigendomssituatie en wet- en regelgeving, een nieuwe blikvanger wordt aan de rand van Wijbosch. De hoekgevelboerderij zal met een nieuw bijgebouw maximaal van 100 m2 en een zorgvuldige erfinrichting een samenhangend ensemble vormen. Qua positionering van de boerderij is tevens rekening gehouden met het agrarisch bouwvlak even ten zuiden van het nieuwe erf. De hoekgevel boerderij is ruim 50 meter vanaf het bouwvlak gesitueerd om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. Om het zicht op de boerderij te garanderen wordt het bijgebouw op enige afstand van de boerderij gerealiseerd. Deze situering sluit aan bij de voormalige situatie in 1811. Daarbij zal door de verplaatsing van de boerderij de hoekgevel nog beter in het zicht komen te liggen aan de Broekkant. Essentieel is dat voor de beeldkwaliteit van het bijgebouw aansluiting wordt gezocht bij de hoekgevelboerderij. Het bijgebouw kan bijvoorbeeld een verschijning van Vlaamse schuur krijgen.
De huidige kadastrale eigendomsituatie maakt het vrijwel onmogelijk om de hoekgevelboerderij op de Kerkstraat te ontsluiten. Een ontsluiting vanaf de Kerkstraat zou betekenen dat de hoekgevelboerderij op het achtererf van een burgerwoning wordt gesitueerd. In dat geval zou de boerderij met de achterzijde naar de straat zijn gericht en slechts beperkt beleefbaar vanuit de omgeving. Om de boerderij weer een prominent onderdeel van zijn omgeving te maken, heeft
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 10
deze ontsluiting niet de voorkeur. Doordat de boerderij wordt verplaatst richting de Broekkant, wordt het erf ook aan de Broekkant ontsloten. Met de ligging van het erf tussen de Broekkant en de Griendstraat wordt de karakteristieke boerderij in de toekomst weer zichtbaar voor de omgeving. Het erf wordt wel gedeeltelijk afgeschermd met groenstructuren om privacy te bieden aan de bewoners en op een landschappelijke manier aan te sluiten op de omgeving. Echter wordt het zicht op de hoekgevel vanuit de omgeving, zoals de Broekstraat, hersteld.
Figuur 4: Schematische weergave toekomstige situatie.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 11
2.2 Duurzaamheid op het erf Herontwikkelingen in het plangebied worden zo duurzaam mogelijk vorm gegeven. Het oppervlak gesloten verharding neemt, door de toepassing van half verharding, sterk af. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk in het gebied geïnfiltreerd én de buitenruimte wordt groen met inheems plantmateriaal ingericht. Zo is er ruimte voor solitaire bomen, een boomgaard en bloemenweide. Het erf wordt zo op een natuurlijke manier verkoeld. De beplanting die wordt toegepast op het erf is zoveel mogelijk inheems en passend bij het landschap. Dit draagt bij aan de biodiversiteit in het gebied en gaat kwetsbaarheid door klimaatverandering (bijv. verdroging) tegen.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 12
Hoofdstuk 3 Beleidstoets 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleid dat van toepassing is op het plangebied en dat van toepassing is op het plan zelf. Daarvoor wordt onderscheid gemaakt tussen de drie beleidsniveaus, namelijk rijksbeleid, provinciaal beleid en gemeentelijk beleid.
3.2 Rijksbeleid 3.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Nederland staat in de komende jaren voor een aantal opgaven van nationaal belang. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw Nederland flink zullen veranderen. Deze opgaven moeten benut worden om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden. De NOVI biedt perspectief om de grote opgaven aan te pakken Hierbij is omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Vanuit de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor zowel nationale als decentrale keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond. In de NOVI wordt gesproken over een 'omgevingsinclusief' beleid. De NOVI beschrijft enerzijds een toekomstperspectief met ambities en anderzijds de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Deze opgaven zijn het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze vier prioriteiten zijn beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten gemaakt: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Het belangrijkste uitgangspunt ten aanzien van deze ontwikkeling is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Dit moet leiden tot betere en meer geïntegreerde keuzes. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De besluitvorming ten aanzien van ruimtelijke ingrepen op relatief kleine schaal ligt bij de lokale overheden en de provincie. Wel is met voorliggend plan invulling gegeven aan de doelstellingen uit de Nationale Omgevingsvisie. Het plan is op een landschappelijke manier ingepast binnen de omgeving, met onder meer oog voor de versterking van biodiversiteit en infiltratie van water.Dit is nader toegelicht in het Landschappelijk inpassingsplan, behorende tot de bijlagen van deze toelichting.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 13
3.2.2
Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bevat de visie van het Rijk op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het Rijk streeft naar een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. In 2012 is deze visie officieel in werking getreden. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040. Uitgaande van de verantwoordelijkheden van het Rijk zijn de ambities uitgewerkt in rijksdoelen tot 2028, daarbij is aangegeven welke nationale belangen aan de orde zijn. De tijdshorizon is gesteld, omdat in de loop van de tijd nieuwe ontwikkelingen en opgaven kunnen vragen om bijstelling van de rijksdoelen. Voor de ambities zijn rijksinvesteringen slechts één van de instrumenten die worden ingezet. Kennis, bestuurlijke afspraken en kaders kunnen ook worden ingezet. De huidige financiële rijkskaders (begroting) zijn randvoorwaardelijk voor de concrete invulling van die rijksambities. De ruimtelijke waarden die het nationaal belang waarborgen zijn opgenomen in 13 verschillende belangen. In de structuurvisie wordt ook aangegeven op welke wijze het Rijk deze belangen wil verwezenlijken. Dit zorgt voor een duidelijk overzicht in één document gezamenlijk met de doelen die het Rijk heeft opgesteld.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgestelde ontwikkeling aan de Kerkstraat 29 is zeer kleinschalig en belemmert daardoor geen doelstellingen die op rijksniveau zijn geformuleerd.
3.2.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten die van rijksbelang zijn met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan ruimtelijke plannen moeten voldoen. Binnen het Barro komen de volgende onderdelen aan bod: Project Mainportontwikkeling; Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijkswegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, de EHS, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater, maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Per 1 juli 2016 zijn er nog enkele wijzigingen van de Barro van kracht geworden. Deze wijzigingen hebben geen directe invloed op het voorliggende plan. Wel is de term 'Ecologische Hoofdstructuur' gewijzigd in 'Natuurnetwerk Nederland' ('NNN'). Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling is niet overeenkomstig met de nationale belangen, zoals genoemd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het plan heeft geen directe betrekking op de
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 14
verder benoemde onderdelen in het Barro. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.
Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In artikel 1.1.1 van het Bro zijn de definities van deze begrippen opgenomen. Onder bestaand stedelijk gebied wordt verstaan: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Volgens de Handreiking Ladder voor duurzame verstedelijking van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) vallen onder het begrip 'andere stedelijke voorzieningen' onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. Bovendien zijn er inmiddels meerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, waarin het begrip stedelijke ontwikkeling verder is verduidelijkt. Uitspraken Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State Of bij een bovengenoemde voorziening sprake is van een stedelijke ontwikkeling, hangt af van de omvang en de gebruiksmogelijkheden.
In de uitspraak van 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953 is bepaald dat woningbouwplannen met een omvang vanaf 12 woningen als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien, terwijl in de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015:ECLI:NBL:RVS:2015:2921 een plan van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling werd gezien vanwege de beperkte omvang. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de voorgenomen ontwikkeling aan de Kerkstraat 29 wordt een bestaand bijgebouw verplaatst en her bestemd tot twee nieuwe woningen. De bestaande woning aan de Kerkstraat 29 blijft een burgerwoning. Het planologisch toevoegen van twee woonbestemmingen is zeer beperkt en is niet te vergelijken met de bouw van 12 woningen. Er is geen sprake van een woningbouwlocatie, welke aan te merken is als een stedelijke ontwikkeling. Derhalve is de ladder van duurzame
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 15
verstedelijking niet van toepassing.
3.3 Provinciaal beleid Provincie Noord-Brabant heeft een belangrijke rol voor wat betreft de ruimtelijke ordening. De ruimtelijke ordening van Noord-Brabant is uitgewerkt in de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De ruimtelijke ordening, zoals deze verwoord staat in de structuurvisie, is beschermd met regels in de Verordening Ruimte.
3.3.1
Omgevingsvisie 'De Kwaliteit van Brabant'
De Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' is op 14 december 2018 vastgesteld door de Provinciale Staten van de provincie Brabant. In de visie beschrijft de provincie de doelen en ambities ten aanzien van de fysieke leefomgeving. De basisopgave ligt bij het beschermen (veilig en gezond met waarborging van omgevingskwaliteit, waaronder natuur) en het benutten (optimaal gebruik en ontwikkelen van de leefomgeving voor het vervullen van maatschappelijke behoeften). Naast de basisopgave focust de provincie zich op vier hoofdopgaven: de Brabantse energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de Omgevingsvisie benoemt de provincie dat zijn veel waarde hecht aan een aantrekkelijk landschap, met als belangrijke dragers natuur, cultuurhistorie en aardkundige structuren. Daarnaast vind de provincie het belangrijk om samenhang te zien tussen stad en land. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het herstel van een cultuurhistorische waardevolle hoekgevelboerderij. Deze boerderij wordt ingepast middels autochtone beplanting, welke aansluit op bestaande structuren. De plaatsing van het erf te midden van de Broekkant en Griendstraat zorgt voor een overgang tussen de stedelijke omgeving en het buitengebied. Op het erf is rekening gehouden met klimaatadaptatie.
Er wordt halfverharding toegepast en de beplanting, zoals de vele bomen, zorgen voor verkoeling. Het autochtone groen komt ten gunste aan de biodiversiteit.
3.3.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Sinds 2019 is de interim Omgevingsverordening Noord-Brabant van kracht. Na de vaststelling zijn meerder wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn samengevoegd in de geconsolideerde versie van 2020. De Omgevingsverordening is één van de uitvoeringsinstrumenten die de provincie inzet bij de realisatie van haar doelen en het borgen van haar belangen. Het is de doorvertaling van de Omgevingsvisie naar concrete regels. De verordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor alle Nederlandse provincies. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Om te voorzien in een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving (artikel 3.5 Interim omgevingsverordening) wordt onderstaand ingegaan op het principe van zorgvuldig
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 16
ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering en de meerwaardecreatie. Daarbij worden alleen de ten aanzien van de ontwikkeling relevante onderdelen toegelicht.
Figuur 5: Uitsnede Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant met plangebied binnen rode kader en bebouwing omkaderd met een witte lijn
Het plangebied is gelegen op de rand van het 'Stedelijk gebied' en het 'Landelijk gebied'. De gebouwen staan binnen het Stedelijk gebied, zoals te zien is in figuur 5 en het Landschappelijk inpassingsplan. De inrit en een deel van de tuin zijn onderdeel van het Landelijk gebied. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: 1.
2. 3.
de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: a. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; b. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.
Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit en van het gebied of de omgeving. Lid 2. Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 17
van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. b.
dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen.
Lid 3. Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. b. c. d. e. f. g.
de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.
Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. b.
de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; het een duurzame stedelijke ontwikkeling is.
Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. b. c. d. e. f.
bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
Met de herbestemming én verplaatsing van de historische hoekgevelboerderij wordt één van de weinig nog resterende hoekgevelboerderijen in de provincie Brabant behouden. De 'nieuwe' hoekgevelboederij met bijgebouw komt te staan binnen het bestaand Stedelijk gebied. Dit is weergegeven in figuur 5. De tuin en overige agrarische gronden zijn onderdeel van het Landelijk gebied. De ontwikkeling doet geen beroep op een nieuw ruimtegebruik. De bestaande bebouwing wordt namelijk vervangen. De ontwikkeling op grond van jurisprudentie niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling (paragraaf 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro)). De bebouwing op het erf wordt geclusterd en op een landschappelijke manier ingepast. In het ontwerp wordt aangesloten op de historische erfstructuur met een ensemble van bebouwing, zoals deze ook aanwezig was in het jaar 1811. Nieuwe autochtone beplanting zorgt voor een intieme sfeer op het erf en draagt bij aan het herstel van biodiversiteit, het versterken de overgang van het bestaand stedelijk gebied naar het buitengebied en een lokale verkoeling door meer schaduw van bomen en een boerensiertuin. Met de voorliggende ontwikkeling wordt onder meer aangesloten bij doelen uit de Samenwerkingsagenda 'Richting 2030' voor het vergroenen
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 18
en verblauwen van de stedelijke gebieden, herstel van biodiversiteit en het aanpakken van de gevolgen van hittestress. In het ontwerp is verder aangesloten op de historische verkaveling van de percelen. De landschappelijke inpassing van het erf is gewaarborgd in het Landschappelijk inpassingsplan, behorende tot de bijlagen van deze toelichting, en de Inleidende regels van dit bestemmingsplan. De ontsluiting van het erf aan de Broekkant biedt uitstekende aanknopingspunten voor een toekomstige langzaamverkeerroute vanuit de kern Wijbosch naar het Wijboschbroek. Deze ambitie is door gemeente Schijndel vastgelegd in het iDOP Wijbosch. Het geeft daarmee invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit. De restauratie en herbestemming van de boerderij past binnen de doelstellingen van het provinciale beleid.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1
Structuurvisie Ruimte
De gemeenteraad van de gemeente Schijndel heeft in 2012 de structuurvisie Ruimte Schijndel vastgesteld. Na de gemeentelijke fusie van Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel tot gemeente Meijerstad, is de structuurvisie Ruimte Schijndel van kracht gebleven. De structuurvisie geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de hele gemeente. Het is een visie op hoofdlijnen en vormt daarmee een belangrijk (toetsing)kader voor het initiëren, beoordelen, afwegen en vaststellen van nieuwe ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en projecten. Ook staan hierin de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen beschreven voor de komende jaren. De structuurvisie verschaft helderheid in het ruimtelijke beleid van de voormalige gemeente Schijndel en de wijze waarop zij deze tot uitvoering wordt gebracht. Deze helderheid is gewenst voor inwoners en ondernemers, als ook voor andere (semi)overheden en maatschappelijke partners. De ‘Analyse structuurvisie Schijndel’ vormt de voorbereiding voor de structuurvisie Ruimte en is hiermee onlosmakelijk verbonden. De analyse geeft een actueel beeld van de verschillende ruimtelijke thema's. Een van de ruimtelijke thema's is 'natuur, water en cultuurhistorie. Als onderdeel van de analyse van dit thema is het aandachtspunt geformuleerd om extra aandacht te besteden aan het behoud van cultuurhistorie.
Door schaalvergroting en vergrijzing krijgt Schijndel de komende jaren te maken meteen terugloop van agrarische (familie) bedrijven. Zo komt steeds meer agrarische woonbebouwing vrij voor individuele woondoeleinden. Door de omvang van deze bebouwing is een toenemende splitsing ervan in meerdere wooneenheden goed denkbaar. Dit vergroot de kans dat daarmee waardevolle en karakteristieke elementen van deze cultuurhistorische bebouwing verloren gaat. Vooral bij de omvorming van agrarische woonbebouwing, draagt strikte naleving van de beeld kwaliteitseisen bij aan de bescherming van het cultuurhistorische karakter van de bebouwing. Als gevolg van deze analyse is in de structuurvisie de keuze gemaakt om cultuurhistorische woonbebouwing te behouden voor de toekomst. Het streven naar het behoud van cultuurhistorische bebouwde waarden in het buitengebied, komt vooral neer op het behoud van vrijkomende agrarische bedrijven en andersoortige woonbebouwing in het buitengebied. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 19
Het plan om de historische hoekgevelboerderij aan de Kerkstraat te bestemmen voor woondoeleinden en te splitsen sluit aan op de doelstellingen uit de structuurvisie Ruimte Schijndel van gemeente Meijerstad.
3.4.2
Structuurvisie Buitengebied Schijndel
In 2011 heeft gemeente Schijndel de Structuurvisie Buitengebied Schijndel vastgesteld. De belangrijkste doelstelling voor de structuurvisie is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast is de verbetering van de leefbaarheid een belangrijk nevendoel. Het toestaan van nieuwe economische dragers vormt de methode om deze verbeteringen te bereiken. De economische mogelijkheden in de structuurvisie moeten ondernemers ‘verleiden’ om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. Uit de structuurvisie dient dus telkens te blijken hoe de ruimtelijke kwaliteit verbetert bij nieuwe ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn gebieden begrensd waar deze ontwikkelingen plaats kunnen vinden om kwaliteitsverbeteringen plaats te laten vinden. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plangebied is gesitueerd binnen de grenzen van de bebouwingsconcentratie Pastoor van Vroonhovenstraat - Kerkstraat. Op de analysekaart van deze bebouwingsconcentratie is het erf aan de Kerkstraat 29 aangeduid als kwalitatief knelpunt, dat zich leent voor een kwaliteitsverbetering. De voorgestelde restauratie en herbestemming past binnen de doelstellingen van de Structuurvisie Buitengebied Schijndel.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 20
Figuur 6: Uitsnede analysekaart bebouwingsconcentratie Pastoor van Vroonhovenstraat - Kerkstraat.
3.4.3
Structuurvisie Herijking IDOP Wijbosch
In 2006 is er een Integraal Dorpontwikkelingsplan (IDOP) voor Wijbosch opgesteld. Het IDOP is een visie op de ontwikkelingsmogelijkheden voor Wijbosch. Het doel van deze visie is een kader aan te reiken waarbinnen de leefbaarheid voor Wijbosch verbeterd wordt. Het IDOP is in samenspraak tussen de gemeente en de inwoners van Wijbosch opgesteld. In de visie zijn op basis van de wensen van de bewoners en de gemeente verschillende (ruimtelijke) ontwikkelingsmogelijkheden opgenomen, die een bijdrage kunnen leveren aan de leefbaarheid van de kern. Omdat een aantal van deze ontwikkelingen inmiddels gerealiseerd is of in voorbereiding, is het IDOP in 2011 als structuurvisie herijkt. In de herijking zijn tevens de beleidskaders geactualiseerd.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 21
Figuur 7: Structuurvisiekaart Wijbosch.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de structuurvisie zijn geen concrete doelstellingen opgenomen voor het erf aan de Kerkstraat of de gewenste herbestemming van een historisch pand. Wel is het aangrenzende agrarisch perceel aan de Griendstraat aangeduid als potentiële woningbouwlocatie Door op deze locatie nieuwe woningen te realiseren wordt de dorps rand van Wijbosch afgerond. Aan de oostelijke zijde van het plangebied ziet de gemeente ruimte voor het creëren van een ommetje. De ontsluiting van voorliggend plan biedt mogelijkheden voor de ontwikkeling van dit ommetje. Restauratie en herbestemming van de boerderij sluit goed aan bij deze ambitie.
3.4.4
Landschapsontwikkelingsplan
De gemeente Schijndel heeft in 2005 het Landschapsontwikkelingsplan Schijndel opgesteld. De gemeente wil stimuleren dat het landschap verder wordt versterkt, dat de landschappelijke kwaliteit is in te zetten voor recreatie en toerisme en bevorderen dat de plaatselijke bevolking van dit landschap kan genieten, mede doordat het goed toegankelijk is. In het Landschapsontwikkelingsplan worden uitgaande van de bestaande kwaliteiten, de gewenste ontwikkeling vastgelegd en worden met verschillende betrokken partijen concrete afspraken gemaakt om die gewenste ontwikkeling ook daadwerkelijk te realiseren door projecten uit te voeren. Om de landschappelijke kwaliteit van Schijndel te behouden en te versterken moet gezocht worden naar de eigenheid van dit landschap. De karakteristiek van het landschap in de gemeente Schijndel wordt ten eerste voor een belangrijk deel bepaald door het raster van wegen dat door wegbeplanting dominant aanwezig is. Ten tweede wordt het beeld in hoge mate bepaald door kleine landschapselementen op een laag schaalniveau. Het gaat om variatie in verkavelingen als overblijfselen van ontginningstructuren, om knotwilgen op perceelsranden en
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 22
erfbeplantingen.
Figuur 8: Kaart Landschapsontwikkelingsplan Schijndel.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het erf aan de Kerkstraat 29 ligt in de deelgebied 'landschappelijke overgangszone'. In de tabel hieronder wordt de landschapstypering toegelicht en evenals het landschappelijke streefbeeld. Bij de inpassing van de voorgenomen ontwikkeling aan de Kerkstraat 29 wordt aangesloten bij onderstaande landschappelijke uitgangspunten. De toepassing hiervan is beschreven in Landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1), behorend bij deze toelichting.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 23
Figuur 9: Uitgangspunten landschappelijke inpassing in overgangszone.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 24
3.4.5
Nota kwaliteitsverbetering
In de Omgevingsverordening van provincie Noord-Brabant is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een investering in de ruimtelijke kwaliteit. Hoewel het plangebied in de Verordening Ruimte is gesitueerd binnen de grenzen van bestaand stedelijk gebied, is het volgens het bestemmingsplan van de gemeente gesitueerd binnen de grenzen van het bestemmingsplan Buitengebied. Gemeente heeft daarom als eis gesteld dat de Nota Kwaliteitsverbetering van toepassing is op het plan. Dit betekent dat investeringen in de ruimtelijke kwaliteit noodzakelijk zijn dan wel een bijdrage aan het gemeentelijke ‘landschapsfonds’. De gemeenten uit Noordoost-Brabant hebben gezamenlijk invulling aan deze regeling gegeven door het opstellen van eigen Nota Kwaliteitsverbetering. In deze notitie worden ontwikkelingen in drie categorieën onderverdeeld; 1. 2.
3.
Categorie 1: ruimtelijke ontwikkelingen, die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen; Categorie 2: ruimtelijke ontwikkelingen, waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap wordt vormgegeven door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing; Categorie 3: ruimtelijke ontwikkelingen waarbij een berekende kwaliteitsverbetering van het landschap nodig is (op basis van forfaitaire bedragen).
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De gemeente Schijndel heeft er voor gekozen om zich aan te sluiten bij het toepassingsbereik van de nota, zoals is vastgesteld door de regio. Herbestemmen, splitsen en restaureren is een activiteit die al gericht is op behoud/herstel van de ruimtelijke kwaliteit. In de Nota Kwaliteitsverbetering is daarom opgenomen dat herbestemming van een cultuurhistorisch waardevolle boerderij een categorie-1 ontwikkeling is. Voorwaarde is dat de inhoudsmaat van het hoofd volume niet wordt vergroot, de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Wonen' met minder dan 1.000 m2 wordt vergroot en de bijgebouwen een maximale oppervlakte hebben van 100 m2 per wooneenheid. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden, die worden gesteld in de Nota Kwaliteitsverbetering. Behalve een goede landschappelijke inpassing wordt geen extra tegenprestatie vereist in de kwaliteitsverbetering van het landschap. Realisatie van de landschappelijke inpassing is middels een voorwaardelijke verplichting in artikel 4.5.1 Strijdig gebruik onder d in dit bestemmingsplan zekergesteld.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 25
3.4.6
Woonvisie 2013
In 2013 heeft gemeente Schijndel een woonvisie opgesteld. Het doel van deze visie is het geven van prioriteit aan het toevoegen van extra woningen aan de woningvoorraad. Als gevolg van de vergrijzing, de toename van het aantal 1- en 2- persoonshuishoudens en de te verwachten bevolkingskrimp op termijn, wordt prioriteit gegeven aan herontwikkeling, verdichting en inbreiding. Uitgangspunten van het woonbeleid zijn voldoende betaalbare woningen, meer diversiteit in woningtypen om zoveel mogelijk mensen passend aan hun situatie zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen, diversiteit en functiemenging binnen buurten vanwege leefbaarheid en gelijke kansen voor diverse bevolkingsgroepen op vervulling van hun woonbehoefte. Op basis van de regionale afspraken en het Uitvoeringsprogramma Wonen 2014 is er voor de gemeente Schijndel de komende 10 jaar (tot 2025) ruimte om 815 woningen aan de woningvoorraad toe te voegen. Regionaal zijn er geen kwalitatieve afspraken gemaakt ten aanzien van doelgroepen of woningbouw categorieën. Binnen het woningbouwprogramma van Schijndel betreft circa 50% van de woningbouwplannen voor de eerste 5 jaar plannen met een harde plancapaciteit. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Binnen het woningbouwprogramma is een reservering opgenomen voor woningsplitsingen van cultureel waardevolle boerderijen.
Voorliggend plan aan de Kerkstraat 29 komt ten laste van die reservering. De gemeente heeft ingestemd met de herbestemming van de historische hoekgevelboerderij, naar twee wooneenheden. Hiermee blijft een een uniek cultuurhistorisch waardevol object, namelijk een 16e eeuwse hoekgevelboerderij, behouden.
3.4.7
Woonvisie Meierijstad
Met haar in juli 2018 vastgestelde Woonvisie Meierijstad streeft de gemeente Meierijstad ernaar een stad te willen zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. De belangrijkste aandachtspunten daarbij zijn om in te zetten op een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke en leefbare buurten. Dit biedt volgens de visie kansen voor de realisatie van een woningaanbod van alle bevolkingsgroepen én leefstijlen. De gemeente wil ruimte geven aan de diversiteit van woningbehoeften en wensen van haar eigen inwoners en van hen die zich in Meierijstad al dan niet tijdelijk willen vestigen. Meierijstad probeert ervoor te zorgen dat, door een continue afstemming naar de vraag, het aanbod sluitend is bij de vraag van de betreffende tijd. Het doel is om een juiste balans te creëren tussen enerzijds de woonkwaliteiten en anderzijds een variërend en breed woningaanbod. Hetgeen dat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De historische hoekgevelboerderij wordt met de voorgenomen ontwikkeling herbouwd en herbestemd naar twee wooneenheden. De historische boerderij wordt daarmee als het ware een blikvanger aan de rand van Wijbosch. Geconcludeerd wordt dat dit een bijdrage levert aan het zichtbaar maken van de eigenheid van Wijbosch én de herbestemming draagt bij aan de
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 26
variërend woningaanbod. Voorgenomen ontwikkeling past daarmee binnen de Woonvisie Meierijstad.
3.4.8
Klimaatatlas en klimaatonderlegger
De laatste doen zich ontwikkelingen voor op het gebied van klimaat. Er ontstaan bijvoorbeeld vaker zware stormen met hevige regenval of langere periodes van droogte. De gemeente Meijerijstad heeft in samenwerking met de gemeenten Boekel, Landerd, Bernheze, Oss, Uden en waterschap Aa en Maas daarom een klimaatatlas ontwikkeld. Dit doe zijn in de waterssamenwerking As50+. Met deze digitale atlas wil de gemeente inzichtelijk maken welk effect het klimaat heeft op de fysieke omgeving. Zo is te zien waar in de regio overlast of hinder ontstaat bij droogte, extreme hitte of hevige regenval. In figuren 10, 11 en 12 zijn de voor het plangebied relevant zijnde kaarten weergegeven. Dit thema is tevens opgenomen in het Jaarprogramma Openbare Ruimte van de gemeente. Ook wenst de gemeente, vooruitlopend op de Omgevingswet en de Omgevingsverordening, om minimaal 20 mm (per m2 verhard oppervlak) aan hemelwatervoorziening te realiseren. Hemelwater wordt afgekoppeld op eigen terrein. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Met de realisatie van vooliggend plan wordt de boerderij aan de Kerkstraat verplaatst naar de Broekkant. De verwachting ten aanzien van droogte is dat de grondwaterstand in het gebied tussen den 20-30 cm gaat zakken. Hierin is geen verschil te zien met de huidige locatie van de boerderij.
De hittekaart laat zien dat de boerderij op een locatie komt te staan waar het gebied in de zomer extra opwarmt (oranje kleur). Rondom het gebied zijn meerdere koele zone gelegen, voornamelijk bestaande uit bomen. Hevige regenval kan er toe leiden dat water zich op een aantal plekken binnen het plangebied ophoopt. Deze ophopingen van water vormen zich vooral langs de randen van het perceel. De woning komt op een hoger gelegen stuk grond te staan. Overlast van water is hier dan ook niet aan de orde. Wel is het van belang om de effecten van klimaatverandering zoveel mogelijk in te perken. De nieuwe inrichting van het plangebied draagt hier dan ook aan bij. De aanplant van een boomgaard en nieuwe solitaire bomen zorgen voor het beter vasthouden van water in de bodem. Ook onstaan door deze bomen nieuwe schaduwvlakken in het gebied, die verkoeling bieden. In verband met de kwetsbaarheid voor verdroging, etc. wordt gebruik gemaakt van inheemse soorten. De gebouwen op het perceel worden enkel aangesloten op het riool voor afvalwater. Hemelwater wordt afgekoppeld en lokaal opgevangen voor infiltratie. Dit kan in de boerentuin, het gazon en de weide.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 27
Figuur 10: Kaart droogte (bron: klimaatatlas As50+).
Figuur 11: Kaart hitte (bron: klimaatatlas As50+).
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 28
Figuur 12: Kaart hevige neerslag (bron: klimaatatlas As50+).
3.5 Conclusie Uit de voorgaande beleidsanalyse blijkt dat het project geen beleidsdoelstellingen van het Rijk belemmert. Op provinciaal niveau is de projectlocatie aangewezen als "Stedelijk gebied'. In deze gebieden ligt de nadruk op zorgvuldig ruimtegebruik en het bevorderen van een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Ook op gemeentelijk niveau sluit de ontwikkeling aan op geformuleerde beleidslijnen.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 29
Hoofdstuk 4 Waardentoets 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt geanalyseerd wat de (basis)waarden zijn, die in en rondom het plangebied aanwezig zijn. Hierbij gaat het om natuurwaarden, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, archeologische waarden en een watertoets. Tot slot wordt in de conclusie opgesomd wat het effect van de ontwikkeling is op deze basiswaarden.
4.2 Natuurtoets De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen bij ruimtelijke ingrepen op een beperkt aantal terreinen is het Rijk het bevoegd gezag. In november 2019 is door adviesbureau Eelerwoude een Natuurtoets uitgevoerd. Het aangegeven plangebied in deze toets is, gedurende het proces tot vaststelling van het bestemmingsplan, gedeeltelijk naar een andere plek op dezelfde kavel verschoven. Gezien de toets betrekking heeft op de hoekboerderij, de bijgebouwen en directe omgeving is de relevantie van deze toets niet verminderd. De volledige toetsing is opgenomen in bijlage Natuurtoets Kerkstraat 29, behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de conclusies van de Wet natuurbescherming in relatie tot het plangebied aan de Kerkstraat. Bescherming soorten De ingreep zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk beperkt verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. Hiervoor zijn door de provincie Noord Brabant vrijstellingen opgesteld.
De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er geen leefgebied verloren gaat en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling indien het een ruimtelijke ontwikkeling betreft. Nader onderzoek naar beschermde soorten of een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. Rekening houden met vogels Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen mogen worden uitgevoerd. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaard periode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 15 maart tot 15 juli. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 30
werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Men dient dan wel alert te zijn op eventueel aanwezige broedende vogels. Dit geldt ook voor broedende vogels in de groenstructuur rondom het plangebied. De werkzaamheden mogen er niet toe leiden dat deze broedende vogels worden verstoord en hun nest (broedsel/ jongen) verlaten. Geadvisieerd wordt om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren om eventuele verstoring van broedende vogels te voorkomen. Zorgplicht De alle soorten geldt dat de zorgplicht te allen tijde van kracht is. Bescherming gebieden Niet – stikstof-gerelateerde effecten In de directe omgeving van het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden; het dichtstbijzijnde gebied ligt op ruim 12 km afstand. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Voor de sloop en herbouw van de boerderij worden mobiele werktuigen ingezet en ontstaan tijdens de sloop, bouw- en gebruiksfase extra vervoersbewegingen van verkeer naar de locatie. Deze mobiele werktuigen en verkeer stoten stikstof uit. Tijdens de gebruiksfase zijn eveneens stikstofemissies te verwachten.
Het gaat hierbij om nieuwe stikstofbronnen en extra vervoersbewegingen. De stikstofdepositie die ontstaat door de sloop, bouwen en gebruiksfase, kan negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. De stikstofemissies worden berekend aan de hand van de AERIUS calculator. Deze emissies aan de Kerkstraat zijn middels de AERIUS calculator 2020 in beeld gebracht, de resultaten zijn weergegeven in Bijlage 7 Stikstofberekening (mei 2022) behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. De berekeningen laten zien dat de stikstofdepositie uitkomt op 0,00 mol/ha/jaar. Dit betekent dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn op de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied hooguit enkele solitaire bomen gekapt. Deze liggen binnen de bebouwde kom boswet waardoor de bescherming van houtopstanden vanuit de Wet natuurbescherming niet van toepassing is. Een nadere toetsing is niet nodig. Let op, gemeentelijk beleid kan wel van toepassing zijn. Natuurnetwerk Brabant Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het plangebied ligt op ruim 500 meter van begrensd NNB-gebied.
Doordat het plangebied buiten NNB gebied ligt en NNB gebieden geen externe werking kennen, wordt een toetsing aan het NNB-beleid niet noodzakelijk geacht.
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 31
4.3 Landschap en cultuurhistorie De cultuurhistorische waarden worden met ingang van 1 januari 2012 meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Artikel 3.1.6, tweede lid onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vormt hiervoor de wettelijke basis. In het kader van de Modernisering van de Monumentenzorg krijgt de ruimtelijke ordening zo een uitgesproken rol met betrekking tot het in stand houden van cultuurhistorische waarden. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De gewenste ontwikkeling aan Kerkstraat 29 betreft een functionele wijziging van bestaande bebouwing en een verplaatsing van het pand naar de locatie aan de Broekkant. Behoud en restauratie van de boerderij op basis van een overeengekomen restauratieplan heeft een positieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De boerderij wordt in de toekomst bovendien landschappelijk ingepast, zoals in de bijlage van deze toelichting wordt onderbouwd. In Bijlage 3 Bouwhistorische verkenning en waardering en kostenraming van de toelichting van het bestemmingsplan, is een monumentbeschrijving en een bouwhistorisch rapport opgenomen. In de rapportage is de cultuurhistorische waarde van de boerderij onderschreven. De beschreven waarden vormen het uitgangspunt voor de restauratie van het object. Restauratie van de boerderij zal plaatsvinden op basis van een overeengekomen restauratieplan.
Het restauratieplan bestaat uit een aantal onderdelen: 1. 2. 3.
Bouwhistorisch onderzoek Bouwtechnisch rapport Programma van eisen voor restauratie
Pas wanneer overeenstemming is over het programma van eisen voor de restauratiewerkzaamheden, zal een omgevingsvergunning worden verleend. Op deze manier wordt behoud van de cultuurhistorische waarde gegarandeerd. Bovenstaande is als randvoorwaarde opgenomen in de anterieure overeenkomst.
4.4 Archeologie Bij de opstelling en de uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met bekende archeologische waarden. In gemeente Schijndel zijn gedetailleerde verwachtingskaarten en beleidskaarten vervaardigd. De meest recente is gemaakt in 2013 door de SRE Milieudienst (thans omgevingsdienst Zuidoost Brabant, Berkvens e.a. 2013)
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 32
Figuur 13: Uitsnede beleidskaart archeologie .
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Op de beleidskaart archeologie is de historische hoekgevelboerderij momenteel gesitueerd binnen de aanduiding 'categorie 3', gebied met een hoge archeologische verwachting (historische kern). Het gaat hier om de oude en de vermoedelijk nog oudere verschoven woonkernen en gehuchten, waar op basis van historische bronnen, oude kaarten en nog aanwezige bebouwing een hoge archeologische verwachting geldt. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot. Om die reden is een vergunning vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 250 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld. De nieuwe locatie van de hoekgevelboerderij is onderdeel van het gebied met zowel aanduiding 'categorie 3' als 'categorie 4'. Ook voor categorie 4 geldt een hoge verwachtingswaarde. Een vergunning is vereist bij bodemingrepen dieper dan 30/50 cm onder het maaiveld én met een oppervlakte groter dan 500 m2 . In dit bestemmingsplan is de archeologische verwachting vertaald naar Artikel 5 Waarde Archeologie 3 en Artikel 6 Waarde - Archeologie 4.
Dat wil zeggen dat gronden in deze zones mede zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Voor de bestemming 'Waarde - Archeologie 3' geldt dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250m2 en dieper dan 30 centimeter, een rapport dient te worden aangeleverd waarin de arceologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van de vergunningverlener in voldoende mate zijn vastgesteld, waarbij advies in wordt gewonnen van een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg over de aard van het uit te voeren onderzoek. Voor de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' geldt de noodzaak voor het
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 33
voorgenoemde onderzoek pas bij bodemingrepen groter dan 500m2 en dieper dan 30 centimeter. Het plan betreft de verplaatsing én functionele wijziging van een bestaand gebouw. Als gevolg daarvan wordt het bodemarchief geroerd. De functionele wijziging heeft tot gevolg dat de boerderij wordt gesplitst in twee woningen. De archeologische waarden zijn via Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 en Artikel 6 Waarde - Archeologie 4 in dit bestemmingsplan gehandhaafd. In het ontwikkelplan worden de grenswaarden van 250 m2 en 500m2 niet overschreden waarmee voorgenomen ontwikkeling uitvoerbaar is. Andere toekomstige activiteiten in het plangebied kunnen ten tijde van de omgevingsvergunningaanvraag worden getoetst op basis van Artikel 5 Waarde - Archeologie 3 of Artikel 6 Waarde - Archeologie 4.
4.5 Watertoets De watertoets heeft aIs doel om water aIs ordenend principe een rol te Iaten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming. De watertoets is vanaf november 2003 wettelijk verankerd. Ruimte maken voor water: dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Met de ondertekening van de Startovereenkomst Waterbeheer op 14 februari 2001 door rijk, provincies, gemeenten en waterschappen, werd de watertoets van toepassing verklaard op ruimtelijke plannen. Vanaf 1 november 2003 is deze juridisch verankerd in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen in het planvormingsproces. Hierbij wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Zowel waterkwantiteits- als waterkwaliteitsaspecten zijn daarbij belangrijk. Het plan betreft een functieverandering van een bestaand gebouw. Als onderdeel van de ontwikkeling worden twee bijgebouwen gesloopt en vervangen door twee nieuwe bijgebouwen en wordt een nieuwe ontsluiting aangelegd.
Per saldo heeft de ontwikkeling onderstaande toename van verhardingsoppervlakte tot gevolg.
Figuur 14: Berekening huidig en toekomstig verhardingsoppervlakte .
Ten behoeve van de ontwikkeling is een digitale watertoets opgesteld. Conclusie van de watertoets is dit ruimtelijk plan onder de korte procedure valt. De verhardingstoename en/of -afkoppeling is minder dan 500 m2 . De totale verhardingstoename is (929-590=) 339 m2. Daardoor is er geen sprake van vereiste compenserende maatregelen. Het plangebied valt buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen. Bij de bouw moet worden afgezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Vanwege de ruime groene en onbebouwde setting van het plangebied is er voldoende mogelijkheid om hemelwater in de toekomst te laten infiltreren in de