Wijbosch herziening Kerkstraat 29 vastgesteld Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Bijlagen Bij De Toelichting Wijbosch, Herziening Kerkstraat 29
Opdrachtgever:
Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens:
Projectnummer: 9518 Datum: 25-3-2022 Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: vastgesteld Versie: 1 © 2022 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
6
Bijlage 2
Natuurtoets Kerkstraat 29
24
Bijlage 3
Bouwhistorische verkenning en waardering en kostenraming
52
Bijlage 4
Redengevende beschrijving hoekgevelboerderij
91
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek Kerkstraat 29
106
Bijlage 6
Verkennend (asbest)bodemonderzoek Kerkstraat 29
129
Bijlage 7
Stikstofberekening (mei 2022)
206
Bijlage 8
Verslag omgevingsdialoog
233
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 3
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 4
Bijlagen bij de toelichting
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 5
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 6
Landschappelijke inpassing Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch December 2020
Opdrachtnemer: Eelerwoude Achterstraat 11 4101 BB Culemborg Tel.: 0547 26 35 15 e-mail: info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: 201322 Datum: december 2020
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch December 2020
4
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
INHOUD
1
INLEIDING
7
2
LANDSCHAPSANALYSE
9
Geomorfologie en bodem
9
Historische ontwikkeling
11
INRICHTINGSPLAN
13
3
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
5
6
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
1 INLEIDING
Aan de kerkstraat 29 in Wijbosch staat een historische hoekgevelboerderij. De eigenaar heeft een plan ontwikkeld om deze historisch waardevolle boerderij buiten de geurcirkel te verplaatsen en tot gesplitste woning te herbestemmen. In de toekomstige situatie zouden in dat geval ook een bijgebouw gerealiseerd mogen worden. Als onderdeel van de bestemmingsplanwijziging is voorliggende landschappelijke inpassing opgesteld. Hierin is een voorstel opgenomen van de wijze waarop de boerderij met bijgebouw in de toekomst een eenduidig erfensemble gaat vormen in aansluiting op de ruimtelijke karakteristiek van de directe omgeving.
Afbeelding 1. Luchtfoto 2014
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
7
Afbeelding 2. Bodemkaart
Afbeelding 3. Geomorfologische kaart
8
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
2 LANDSCHAPSANALYSE
Geomorfologie en bodem Wijbosch ligt op de rand van een hoog gelegen dekzandrug naast het laaggelegen Wijboschbroek. Deze overgang is bepalend geweest voor vestigingspatronen. In de wijde omgeving is te zien dat de eerste bewoningspatronen ontstonden op deze overgang. Veel historische bebouwing is gesitueerd op relatief hoog gelegen dekzandruggen. Het hoogteverschil is ook bepalend geweest voor het gebruik van gronden. Hogere gronden gebruikt werden als bouwland en de lagere en natte gronden als graslanden. Op die manier is een organisch gevormd kampenlandschap ontstaan. Deze grens van hoog naar laag is ook zichtbaar in de bodemtypologie. Door historisch grondgebruik van de grond is een dikke humusrijke laag ontstaan. Deze humusrijke laag is een kenmerk van de twee bodemsoorten die voorkomen in het plangebied. Het hogere gedeelte heeft een laarpodzolgrond (cHn21), van leemarm en zwak lemig fijn zand. Richting het noorden ligt een beekeerdgrond (pZg23) van lemig fijn zand. In de beekeerdgrond zijn de kenmerken van een fluctuerende grondwaterstand zichtbaar.
Afbeelding 4. Hoogtekaart AHN2
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
9
Afbeelding 5. Minutenplan 1811-1832 Kadaster
Afbeelding 6. Bonneblad 1850-1900
10
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
Historische ontwikkeling De hoekgevelboerderij is kenmerkend gesitueerd op de overgang van de hoog gelegen zandgronden naar het laaggelegen Wijboschbroek. Uit historisch onderzoek blijkt dat de boerderij waarschijnlijk meer dan 500 jaar oud is. Op de eerste minuutplan van 1811-1832 is de boerderij duidelijk herkenbaar. Op het erf staat in die tijd een hoekgevelboerderij met een tweetal bijgebouwen, die verstrooid op het erf zijn gesitueerd. Deze situering is kenmerkend voor het kampenlandschap. De boerderij is op enige afstand van de Kerkstraat gesitueerd. Er is een mogelijkheid dat de situering van de boerderij ouder is dan het huidige stratenpatroon. De boerderij kan van oorsprong direct aan een doorgaande weg hebben gelegen, zoals dat doorgaans gebruikelijk was. De situering van een naastgelegen boerderij aan kerkstraat 27 ten opzichte van de weg lijkt dit te onderbouwen. De weg waaraan de hoekgevelboerderij van oorsprong lag is in dat geval inmiddels verdwenen. Hoewel de hoekgevel op dit moment aan de achterkant is gesitueerd, zou dat betekenen dat de hoekgevel van oorsprong als voorgevel aan de doorgaande weg was gesitueerd. Op de kadastrale kaart uit 1811 is geen duidelijke ontsluiting herkenbaar. Wel zijn de situering van de toenmalige bebouwing, verkaveling en grondgebruik te achterhalen.
Hiervan is ter inspiratie voor de nieuw te realiseren inrichting in het volgende hoofdstuk een reconstructie opgesteld. Op historisch kaartmateriaal uit 1850-1900 is te zien dat de boerderij vanaf de Kerkstraat wordt ontsloten. Tevens is te zien dat het omliggende landschap bestond uit een kleinschalige verkaveling, met op de randen van de kavels sloten, bomen en hagen. Op en rondom het erf hebben relatief weinig grote ontwikkelingen plaatsgevonden. In de jaren 70 is de woonfunctie aan de hoekgevelboerderij onttrokken. Destijds is direct aan de Kerkstraat een nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd. De hoekgevelboerderij kwam daardoor aan de achterzijde van het erf te liggen en werd grotendeels aan het zicht onttrokken. Doordat de boerderij in onbruik raakte is deze in de huidige staat van verval geraakt.
Afbeelding 7. Topografischekaart omstreeks 1970
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
11
Verplaatste hoekgevelboerderij
Verharding
Bijgebouw
Nieuwe heg
Weide
Boomgaard
Boerentuin
Nieuwe solitaire boom
Gazon
50m contour geurcirkel
Halfverharding
Bestaand stedelijk gebied
4
5
3 L L
1 W P
L 2
P P 3 5
12
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
5
P
P P
3 INRICHTINGSPLAN Uitgangspunt voor het inrichtingsplan is dat de hoekgevelboerderij in aansluiting op de historische karakteristiek, maar binnen de mogelijkheden van de huidige eigendomssituatie en wet- en regelgeving, een nieuwe blikvanger wordt aan de rand van Wijbosch. De boerderij zal met een nieuwe bijgebouw van maximaal 100 m2 en een zorgvuldige erfinrichting een samenhangend ensemble vormen. Voor de inrichting van het erf en situering van het bijgebouw is nauw aangesloten bij de situatie uit 1811, waarvan hieronder een reconstructie is opgenomen. Door de verplaatsing van de boerderij zal de reconstructie van het erf zich vooral richten op het verstrooide erfensemble dat zo kenmerkend is voor deze kampenontginning. Om het zicht op de boerderij te garanderen worden het bijgebouw op enige afstand van de boerderij gerealiseerd. Deze situering sluit aan bij de situatie in 1811. Daarbij zal door de verplaatsing van de boerderij de hoekgevel nog beter in het zicht komen te liggen aan de Broekkant. Essentieel is dat voor de beeldkwaliteit van het bijgebouw aansluiting wordt gezocht bij de hoekgevelboerderij. Het bijgebouw kan bijvoorbeeld een verschijning van Vlaamse schuur krijgen. De huidige kadastrale eigendomsituatie maakt het vrijwel onmogelijk om de hoekgevelboerderij vanaf de Kerkstraat te ontsluiten.
Daarbij wordt door de verplaatsing van de boerderij een aansluiting op de Broekkant logisch. Een ontsluiting vanaf de Kerkstraat zou betekenen dat de hoekgevelboerderij op het achtererf van een burgerwoning wordt gesitueerd. In dat geval zou de boerderij met de achterzijde naar de straat zijn gericht en slechts beperkt beleefbaar vanuit de omgeving. Om de boerderij weer een prominent onderdeel van zijn omgeving te maken, heeft deze ontsluiting niet de voorkeur.
Afbeelding 8. Inrichting 1811-1832
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
13
Nummer
soort
hoeveelheid
1
Gazon voor boerderij
gras
355m2
2
Boeren Siertuin
onder andere boerenhortensia, sering, jasmijn, Ribes en boerenbloemen: Pioen, Phlox, akelei, Dahlia, hemelsleutel.
98m2
3
Boeren Siertuin/ groentetuin
onder andere boerenhortensia, sering, jasmijn, Ribes en boerenbloemen: Pioen, Phlox, akelei, Dahlia, hemelsleutel en groenten
750m2
4
Hoogstam boomgaard
Notarisappel, lemoenappel en sterappel
16st
5
Heg
Beuk, Fagus sylvatica 9st/m verspringend
131m
W
Solitair
walnoot, Juglans regia
1st
L
Solitairen
Linde, Tilia cordata ‘Winter Orange’
3st
P
Solitairen
Pruimen: Reine-Claude Verte, Opal, Victoria
6st
14
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
1179st
De boerderij wordt in de toekomst vanaf de Broekkant ontsloten. Door deze ontsluiting komt de focus in de toekomst op de hoekgevel van de boerderij te liggen en wordt deze vanuit de omgeving goed zichtbaar. Deze ontsluiting biedt uitstekende aanknopingspunten voor een toekomstige langzaamverkeerroute vanuit de kern Wijbosch naar het Wijboschbroek. Deze ambitie is door gemeente Schijndel vastgelegd in het iDOP Wijbosch. Uitgangspunten ontwerp •
De verstrooide opstelling van het erf past bij de situatie zoals deze in 1811 is getekend.
•
De maat en schaal van het erf zorg voor een intieme sfeer binnen het erf, hierdoor komt de waardevolle boerderij beter tot zijn recht.
•
Het bijgebouw maakt deel uit van een ensemble met de boerderij, dit ensemble presenteert zicht naar de Broekkant. Door het bijgebouw aan de zijkant te situeren wordt de verharding op het erf beperkt en ontstaat er een duidelijke voorkant waar activiteiten op het erf plaatsvinden.
•
De hoekgevel van de boerderij is gericht op de weg en is door de uitbuiging van de lage haag duidelijk zichtbaar vanaf de weg.
•
De ruimte om het erf kan gebruikt worden voor het weiden van bijvoorbeeld schapen. Hierdoor ontstaat ook een kleinschalige agrarische sfeer passend bij deze historische boerderij.
In de tabel hiernaast is een beplantingsplan opgenomen van de toekomstige erfinrichting. Door de beukenhaag die het erf deels omzoomt wordt het erf één geheel. Deze haag zorgt er ook voor dat de auto’s die op het kavel parkeren aan het zicht onttrokken worden. Voor de overige beplanting is een zorgvuldige keuze gemaakt van passende soorten op een boerenerf.
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
15
Colofon Het Landschappelijke inpassing kerkstraat Wijbosch is een uitgave van Eelerwoude. Projectgegevens: Project:
201312
Redactie:
Eelerwoude
Vormgeving:
Eelerwoude
Drukwerk:
Eelerwoude, Goor
Bestandsnaam:
190801_9518_FS_Kerkstraat_29_Wijbosch.indd
Eelerwoude heeft vestigingen in Goor, Diever, Culemborg en Wassenaar © Eelerwoude 2020, niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder schriftelijke toestemming van Eelerwoude, Mossendamsdwarsweg 3, 7470 AB Goor. www.eelerwoude.nl
16
Verplaatsing hoekgevelboerderij Wijbosch
Bijlage 2 Natuurtoets Kerkstraat 29
Wijbosch, herziening Kerkstraat 29 | Eelerwoude | 24
Quickscan Wet natuurbescherming Kerkstraat 29 te Wijbosch
Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:
9518 15-11-2019 J. Loeffen M. Hoofd Concept 1
© 2019 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
Inhoudsopgave 1 1.1 2
Inleiding ...................................................................................................................................................... 4 Aanleiding ...............................................................................................................................................4 Huidige situatie en ontwikkeling ............................................................................................................... 5
2.1
Huidige situatie .......................................................................................................................................5
2.2
Voorgenomen ontwikkeling ...................................................................................................................6
3
Natuurwetgeving en -beleid ...................................................................................................................... 7
3.1
Inleiding ..................................................................................................................................................7
3.2
Bescherming van soorten .......................................................................................................................7
3.3
Bescherming van gebieden .....................................................................................................................7
3.4
Bescherming van houtopstanden ...........................................................................................................8
3.5
Natuurnetwerk Brabant .........................................................................................................................9
4
Methode ................................................................................................................................................... 10
4.1
Bureauonderzoek .................................................................................................................................10
4.2
Terreinbezoek .......................................................................................................................................10
5
Beschermde soorten................................................................................................................................. 11
5.1
Planten..................................................................................................................................................11
5.2
Zoogdieren ............................................................................................................................................11
5.3
Vogels ...................................................................................................................................................14
5.4
Reptielen...............................................................................................................................................16
5.5
Amfibieën .............................................................................................................................................16
5.6
Vissen ....................................................................................................................................................17
5.7
Ongewervelden ....................................................................................................................................17
6
Conclusie ................................................................................................................................................... 18
6.1
Bescherming soorten ............................................................................................................................18
6.2
Bescherming gebieden .........................................................................................................................18
6.3
Bescherming houtopstanden ...............................................................................................................19
6.4
Natuurnetwerk Brabant .......................................................................................................................19
Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving…………………………………………………………………………………………………21
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Voorgenomen wordt de historische hoekgevelboerderij aan Kerkstraat 29 te Wijbosch (Figuur 1) te verplaatsen tot buiten de geurcirkel en te herbestemmen. Doordat de voorgenomen werkzaamheden een ruimtelijke ingreep betreft, is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de natuurbescherming. Eerste stap in deze toetsing is het uitvoeren van een verkennend onderzoek. Op basis van een bureauonderzoek en een veldbezoek wordt aan de hand van aanwezige terreintypen en toevallige waarnemingen van soorten zo goed mogelijk ingeschat welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.
Figuur 1. Ligging van het plangebied (roze kader) aan de rand van Wijbosch. Bron: Esri, 2019
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 4
2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie De hoekgevelboerderij ligt aan Kerkstraat 29 te Wijbosch, gemeente Meierijstad in de provincie Noord-Brabant. Doordat direct langs de Kerkstraat ter hoogte van nummer 29 reeds een woning is gesitueerd, wordt de boerderij via een onverhard pad benaderd vanaf de straat Broekkant, die haaks op de Kerkstraat ligt. De hoekgevelboerderij is zwaar vervallen en staat op instorten (Figuur 2). De voorgevel staat nog overeind en heeft voor een klein gedeelte een dak van riet. Het overige dak is verdwenen doordat dit is ingestort. De lage zijmuren staan overeind evenals de achtergevel. De boerderij is bedekt met delen van balken, rietplukken, stenig afval en overwoekerd. De aanwezige spinraggen en lagen stof geven aan dat de lange tijd niemand meer in de boerderij aanwezig is geweest. Rondom de boerderij staan twee kleine schuren, van origine in gebruik als stallen (varkensschuren). Deze zijn niet ingestort of vervallen, wel verouderd (Figuur 3). De daken van beide stallen zijn bedekt met golfplaten waaronder platen van piepschuim zijn bevestigd. Houten balken verstevigen het dak. De schuren worden door betonnen wanden verdeeld in compartimenten.
Figuur 2. Foto’s van de hoekgevelboerderij met linksboven het vooraanzicht, linksonder zicht op de eerste verdieping met op de achtergrond de achtergevel, rechtsboven de begane grond. De foto rechtsonder toont het dak van de voorgevel. Opname: 11 november 2019.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 5
Figuur 3. Foto’s van de twee schuren met platen, betonnen wanden en piepschuim ter isolatie. Opname 11 november 2019.
2.2 Voorgenomen ontwikkeling De eigenaar van de boerderij heeft een plan ontwikkeld om de historisch waardevolle boerderij in het plangebied buiten de geurcirkel te verplaatsen en tot gesplitste woning te herbestemmen. In de toekomstige situatie zouden dan ook twee bijgebouwen mogen worden gerealiseerd. Gezien de voorgenomen ontwikkeling is een bestemmingsplanwijziging van toepassing. Bij de toetsing wordt uitgegaan dat zowel de boerderij als de twee schuren worden gesloopt, de grond bouwrijp wordt gemaakt en daarmee het aanwezige groen, als aanplant en de bomen worden verwijderd.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 6
3 Natuurwetgeving en -beleid 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen bij ruimtelijke ingrepen op een beperkt aantal terreinen is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.
3.2 Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Daarnaast zijn landelijk van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leidt tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer er sprake is van een overtreding dient er onderzocht te worden of er een vrijstelling geldt. Indien dit niet mogelijk het geval blijkt te zijn, is het nodig om na te gaan of een ontheffing kan worden verkregen. Bijlage 1 gaat verder in op het wettelijk kader bij toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Gevolgen plangebied De bescherming van soorten is overal en altijd van toepassing bij ontwikkelingen. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten en welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze soorten.
3.3 Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedenbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 7
Gevolgen plangebied Niet stikstof-gerelateerde effecten: In de directe omgeving van het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied Vlijmse Ven, Moerputten & Bossche Broek ligt op ruim 12 km van het plangebied. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied, zij het door een rechtstreekse invloed, cumulatieve invloed of externe werking. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt voor niet stikstof-gerelateerde effecten daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een AERIUS-berekening is een methode om de uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen. Bij de sloop van de huidige hoekgevelboerderij en de bouwwerkzaamheden van nieuwe woningen (aanlegfase) komt stikstof vrij door gebruik van machines. Ook kan door de splitsing van één naar twee woningen de hoeveelheid stikstofuitstoot toenemen.
Verwacht wordt dat door de tijdelijke inzet van materieel en de inrichting van het plangebied in de nieuwe fase de toename van stikstof verwaarloosbaar is. Aanbevolen wordt bij de gemeente en eventueel de provincie het project voor te leggen en hen een beslissing te laten nemen wat betreft de noodzaak voor een nadere toetsing dan wel berekening.
3.4 Bescherming van houtopstanden Het omhakken of rooien van bossen is gelet op de Wet natuurbescherming niet zomaar toegestaan. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. De grenzen zijn bij de gemeente na te vragen. De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en herplantplicht. Een kapmelding is verplicht bij de kap van bomen buiten de bebouwde kom indien kap plaatsvindt in een houtopstand. Veelal geldt een 1 op 1 herplantplicht. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel is er geen herplantplicht.
De voorgenomen kap van een houtopstand hoeft niet gemeld te worden als het gaat om: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom: • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande: o wegbeplantingen; o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. • het dunnen van een houtopstand;
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 8
•
• • •
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en o zijn aangelegd na 1 januari 2013. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel; het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen; het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in een goedgekeurde gedragscode.
De provincie kan een kapverbod opleggen. Mag er wel worden gekapt, dan moeten er meestal ook nieuwe bomen worden aangeplant. De provincie kan een ontheffing of vrijstelling verlenen. Dit hangt ervan af of er hiervoor een provinciale verordening is opgesteld. Mogelijk is ook een omgevingsvergunning nodig. Het aanvragen van deze vergunning en het indienen van een kapmelding moet apart van elkaar uitgevoerd worden. Gevolgen plangebied Er worden binnen het plangebied hooguit enkele solitaire bomen gekapt. Deze liggen binnen de bebouwde kom boswet waardoor de bescherming van houtopstanden vanuit de Wet natuurbescherming niet van toepassing is. Een nadere toetsing is niet nodig. Let op, gemeentelijk beleid kan wel van toepassing zijn.
3.5 Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Provincies hebben hiervoor soms een andere benaming. Zo gebruikt Noord-Brabant de benaming Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. In of in de directe nabijheid van het NNB geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer bij een ontwikkeling mogelijke effecten op het NNB denkbaar zijn, is het noodzakelijk een NNB-toetsing uit te voeren. Gevolgen plangebied Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van het NNB. Het plangebied ligt op ruim 800 meter van begrensd NNB-gebied. Doordat het plangebied buiten NNB-gebied ligt en NNB-gebieden geen externe werking kennen, wordt een toetsing aan het NNB-beleid niet noodzakelijk geacht.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 9
4 Methode De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht op basis van bestaande inventarisatiegegevens en een verkennend veldbezoek.
4.1 Bureauonderzoek Voor het bureauonderzoek is indien beschikbaar gebruikgemaakt van landelijke, provinciale en regionale verspreidingsinformatie. De landelijke verspreidingsinformatie uit atlassen, die deels gedateerd is, is gebruikt om na te gaan of nabij het plangebied in het verleden beschermde soorten zijn aangetroffen. Exacte locaties of data van de waarnemingen waren daarbij veelal niet bekend. Deze gegevens hebben vaak betrekking op atlasblokken (5x5 kilometer) en kunnen daardoor betrekking hebben op waarnemingen buiten het plangebied.
4.2 Terreinbezoek Op basis van een eenmalig veldbezoek is de geschiktheid van het onderzoeksgebied voor de verwachte soorten en/of soortgroepen beoordeeld. Het veldbezoek is overdag uitgevoerd door een ecologisch adviseur bij Eelerwoude (zie kader). Het veldbezoek is uitgevoerd op maandag 11 november 2019 bij 12°C, zwaar bewolkt weer en windkracht van 2 Bft. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten genoteerd. Kader – ecologisch deskundige De veldmedewerkers van Eelerwoude beschikken over een uitgebreide ervaring met de betreffende soortgroepen en voldoen aan de criteria van ‘ecologisch deskundige’. Met een ecologisch deskundige wordt bedoeld een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige:
-
op HBO- dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of
-
als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of
-
zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk Gebied; en/of
-
zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 10
5 Beschermde soorten Dit hoofdstuk beschrijft de tijdens het veldbezoek waargenomen soorten, al dan niet aangevuld met gegevens uit de literatuur en andere informatiebronnen. Vervolgens worden eventuele effecten beschreven als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.
5.1 Planten Voorkomen en functie In het plangebied zijn algemene soorten waargenomen zoals grassen, struisgras, brandnetel, akkerdistel, hondsdraf en bomen als populier en berk. Er tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Gezien de functie van de planlocatie als erf met aangrenzende weide, de verruiging van het plangebied en het voormalige beheer, is het niet waarschijnlijk dat binnen het plangebied beschermde plantensoorten voorkomen. Effecten en ontheffing In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Deze kunnen op basis van het aanwezige biotoop, de functie en inrichting van het plangebied worden uitgesloten, waardoor geen sprake is van negatieve effecten op beschermde planten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor beschermde flora niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor beschermde flora niet noodzakelijk.
5.2 Zoogdieren 5.2.1 Vleermuizen Voorkomen en functie In het plangebied is tijdens het veldbezoek beoordeeld of de locatie geschikt is voor vleermuizen. Hierbij is onderscheid gemaakt in: verblijfplaats, vliegroute en foerageergebied. In het plangebied kunnen de volgende vleermuissoorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Andere soorten worden door de afwezigheid van veel groen en open water in het plangebied niet verwacht. Verblijfplaats Vleermuizen maken gedurende het jaar gebruik van een netwerk van vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze verblijfplaatsen kunnen de volgende functies hebben: • kraamverblijfplaats; • zomerverblijfplaats; • paar- en/of baltsverblijfplaats; • winterverblijfplaats.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 11
Kader - vleermuisverblijfplaatsen Onder de vleermuizen zijn gebouw bewonende en/of boom bewonende soorten aanwezig. Gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn hoofdzakelijk gebouw bewonend. Ruige dwergvleermuis bewoont zowel bomen als gebouwen. Voorbeelden van verblijfplaatsen in gebouwen zijn ruimtes in spouwmuren en achter boeiboorden en gevelbetimmering. Holten en spleten in bomen en ruimtes achter loszittend schors zijn voorbeelden van verblijfplaatsen in bomen. Vanuit de verschillende functies van de verblijfplaats worden weer andere eisen gesteld aan bijvoorbeeld het klimaat, de toegankelijkheid en de expositie van het verblijf ten opzichte van de zon. Als kraamverblijfplaats worden meestal gebouwen en/of bomen uitgekozen waarbinnen een constant klimaat heerst. Bij gebouwen zijn dit voornamelijk woningen met een spouwmuur of een geïsoleerd dak. Sommige vleermuizen hebben aan een opening van 1-2 cm voldoende om naar binnen te kruipen. Bij bomen gaat het meestal om dikke, oude bomen met een dikke restwand.
De buitenwanden van de boerderij zijn gemaakt van steen. Deze zijn vervallen en vaak maar voor een gedeelte aanwezig. Er is geen spouwmuur aangetroffen die toegankelijk via open stootvoegen. Hierdoor ontbreken kieren en spleten waar soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger gebruik van kunnen maken. Doordat het dak grotendeels afwezig is, zijn de aanwezige balken, onderhevig aan alle weersomstandigheden als regen en wind. Een beschutte plek ontbreekt. Het dak aan de voorzijde is nog aanwezig, al zitten er grote gaten in het dak en is er een open verbinding aanwezig met het andere deel van de woning. Hierdoor ontbreken beschutte plekken waar soorten als gewone grootoorvleermuis gebruik van kunnen maken voor hun verblijfplaats. De twee schuren zijn voorzien van golfplaten daken met platen van piepschuim er tegenaan. Beide soorten materialen zijn te glad om houvast te bieden aan vleermuizen. Ook zijn geen sporen als uitwerpselen aangetroffen. Bij één schuur is een soort ventilatiegat waargenomen in de muur. De gaten zaten vol spinrag en een ruimte erachter ontbrak. Ook zijn dergelijke ruimten juist bedoeld om goed door te tochten om de stal te ventileren. In het plangebied zijn enkele bomen aanwezig, waaronder populier en berk. Alle bomen zijn gecontroleerd op aanwezige holten en kieren, waar boombewonende vleermuizen gebruik van kunnen maken voor hun verblijfplaats.
Potentiële verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen in de bomen. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen doordat het terrein grotendeels is verruigd en verlichting ontbreekt. Door de ligging aan de rand van de bebouwd gebied biedt de omgeving met bospercelen en weiden mogelijkheden waar vleermuizen kunnen foerageren. Vleermuizen gebruiken lijnvormige elementen om zich langs te verplaatsen, zoals houtsingels of bomenlanen, welke als vliegroute kunnen dienen. In het plangebied ontbreken dergelijke structuren als bomenlanen die kunnen dienen als vliegroute.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 12
Kader - Foerageergebieden en vliegroutes Foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd indien bij het verdwijnen ook een verblijfplaats ongeschikt wordt. Bijvoorbeeld door het onderbreken van een vliegroute wordt een foerageergebied onbereikbaar, waardoor de vleermuizen onvoldoende voedsel kunnen vinden. Bij het verdwijnen van foerageergebieden of vliegroutes wordt derhalve onderzocht of er voldoende bereikbare alternatieven zijn. Vleermuizen maken gebruik van lijnvormige landschapselementen zoals bomenrijen en singels om zich langs te verplaatsen. Een aaneengesloten kronendak heeft hierbij de voorkeur. Van vleermuizen is bekend dat onderbrekingen in de lijnstructuur maximaal 100 tot 200 meter mogen bedragen (kleinere en langzaam vliegende soorten 50 meter). Wanneer de onderbrekingen groter zijn dan deze afstand kunnen sommige soorten deze afstand niet overbruggen en zullen ze uitwijken naar alternatieve vliegroutes en foerageergebieden.
Effecten en ontheffing Alle vleermuissoorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming met beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Het opzettelijk verstoren, vangen en doden van individuen van beschermde soorten, alsmede het beschadigen of vernielen van vaste verblijfplaatsen, inclusief de functionele leefomgeving, is verboden vanuit de Wet natuurbescherming. De functionaliteit van de verblijfplaatsen van vleermuizen dient te allen tijde gegarandeerd te blijven. Verblijfplaatsen afwezig De boerderij is te vervallen om geschikte verblijfmogelijkheden te bieden voor vleermuizen; een spouwmuur met open stootvoegen ontbreekt en de open ruimten zijn niet beschut. Daardoor is de boerderij voor zowel gebouwbewonende vleermuissoorten die gebruik maken van nauwe ruimten als kieren en spouwmuren als voor soorten die gebruik maken van open ruimten ongeschikt als verblijfplaats. Ook de twee schuren zijn door het aanwezige type dak en de muren ongeschikt voor vleermuizen om in en tussen weg te kruipen. Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen in de schuren worden uitgesloten. Door het ontbreken van bomen met holtes worden verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen uitgesloten in het plangebied. Essentiële foerageer- vliegfunctie afwezig Het plangebied heeft mogelijk een functie als foerageergebied voor vleermuizen.
Doordat in de directe omgeving tevens geschikt foerageergebied aanwezig en geen lijnvormige elementen aanwezig zijn die kunnen dienen als vliegroute, kan een essentiële functie worden uitgesloten. Conclusie: nader onderzoek naar de functie van het plangebied, met de aanwezige bebouwing, voor vleermuizen is niet noodzakelijk.
5.2.2 Overige zoogdieren Voorkomen en functie Op basis van het aanwezige biotoop, sporen, literatuurgegevens en expertise zijn onder andere de volgende algemeen voorkomende zoogdieren binnen het plangebied te verwachten: konijn, egel en diverse algemene muizen. Deze soorten kunnen het plangebied gebruiken als (onderdeel van hun) leef- en foerageergebied. Daarnaast kunnen een aantal van het plangebied gebruiken als migratieroute. Deze soorten zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming en vallen onder het beschermingsregime “andere soorten”. In de provincie Gelderland is voor deze soorten bij een ruimtelijke inrichting een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 13
Voor de beschermde soort eekhoorn ontbreekt geschikt biotoop als bos. Ook zijn geen nesten in de aanwezige bomen aangetroffen. Wezel, bunzing en hermelijn, maken gebruik van gesloten ruimten zoals steenhopen, en takkenbulten voor hun verblijfplaats. De soorten kunnen klimmen maar doen dit nauwelijks; middels groenelementen verplaatsen zij zich tussen foerageergebieden en schuilplaatsen. Steenhopen zijn niet aanwezig in het plangebied. De schuren zijn leeg en sporen ontbreken. De boerderij is vervallen. Er ligt veel rommel zoals brokstukken, stukken hout en plukken riet. Een gesloten, vorstvrije ruimte ontbreekt. Steenmarters, en boommarters, zijn echte klimmers. Met name maakt steenmarter gebruik van vervallen, open schuren om te foerageren en te verblijven. Boommarters maken doorgaans gebruik van boomholten, maar worden ook in stedelijk gebied waargenomen waar zij gebruik maken van schuren. De steenmarter heeft doorgaans één hoofdverblijf en diverse kleine verblijven daar omheen. Deze verblijven zijn onder andere te herkennen aan latrines en prooiresten. In de boerderij is gezocht naar sporen als krabsporen, uitwerpselen en voedselresten. Deze zijn niet aangetroffen. De aanwezige bomen zijn te beperkt qua omvang om geschikte holten te bevatten voor boommarters. Dergelijke holten zijn dan ook afwezig.
Andere beschermde soorten grondgebonden zoogdieren worden op basis van aanwezig biotoop niet in het plangebied verwacht. Effecten en ontheffing De werkzaamheden zullen naar verwachting tijdelijk leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende zoogdieren met het beschermingsregime “andere soorten”. Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Voor andere beschermde grondgebonden zoogdieren zoals eekhoorn, kleine marterachtigen, steenmarter en boommarter geldt dat negatieve effecten zijn uit te sluiten. Verblijfplaatsen of sporen die daarop wijzen en essentieel leefgebied zijn in het plangebied niet aanwezig. Ook ontbreekt essentieel foerageergebied. Een negatief effect op beschermde grondgebonden zoogdieren is daarom uitgesloten. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk.
5.3 Vogels Voorkomen en functie Alle vogels zijn als soort beschermd in de Wet natuurbescherming. Onderscheid kan worden gemaakt tussen broedvogels en vogels met jaarrond beschermde nesten. Vogels met jaarrond beschermde nesten komen elk jaar terug bij hun nest. Dit nest mag daarom ook niet buiten het broedseizoen worden verwijderd. Broedvogels De aangetroffen vogels binnen en direct rondom het plangebied vallen onder de algemene broedvogels van stedelijk gebied, struwelen en parken. Onder andere de volgende vogelsoorten kunnen gebruik maken van het plangebied; spreeuw, ekster, houtduif, Turkse tortel, koolmees, merel en pimpelmees. Vogels met jaarrond beschermde nesten Verblijfplaatsen van vogelsoorten, of aanwijzingen (braakballen of uitwerpselen) hiertoe, die jaarrond van vaste rust- en verblijfplaatsen gebruikmaken als buizerd of sperwer zijn niet aangetroffen binnen het plangebied en worden op basis van de aanwezige terreintypen ook niet verwacht. Zo ontbreken hoge bomen en bomen met dichte kronen en zijn in de aanwezige bomen geen nesten aangetroffen. De boerderij is gecontroleerd op nesten
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 14
en sporen die wijzen op gebruik van deze door kerkuil of steenuil als nestlocatie of als roestplek. De nok aan de voorzijde heeft de meeste potentie doordat het dak hier nog grotendeels aanwezig is, waardoor dit gedeelte beschut en grotendeels droog is. Op of onder de aanwezige dwarsbalk zijn geen vogels, uitwerpselen, braakballen of veren aangetroffen. De overige dwarsbalken in de boerderij zijn blootgesteld aan de buitenlucht. Ook hier zijn geen vogels of sporen aangetroffen die wijzen op gebruik van de boerderij door vogels waarvan de nestlocatie jaarrond is beschermd. De schuren zijn laag en grote openingen ontbreken. In de nok is bij één schuur een gleuf waar vogels langs zouden kunnen. Echter, ook hier zijn geen vogels, nesten, uitwerpselen, braakballen of andere sporen aangetroffen die wijzen op gebruik van de schuren. Vaste rust- en verblijflocaties van huismussen en gierzwaluwen zijn tevens jaarrond beschermd. Als nestlocatie wordt gebruik gemaakt van bebouwing; met name kruipen zij onder dakpannen, achter goten en onder nokpannen. De boerderij is dusdanig vervallen dat goten, betimmering, dakpannen of andere plekken waar huismussen of gierzwaluwen tussen of achter kunnen wegkruipen ontbreken. Door de huidige dakplaten en de beperkte hoogte zijn ook de twee schuren ongeschikt voor huismussen en gierzwaluwen om gebruik van te maken voor hun verblijfplaats.
Effecten en ontheffing Broedvogels Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, of nesten van vogels wegnemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kan in veel situaties worden voorkomen dat gehandeld wordt in strijdt met deze verbodsbepaling. De periode van 15 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Wet natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. De bescherming van nesten geldt daarom ook buiten de genoemde periode. Vogels met jaarrond beschermde nesten Van een aantal vogelsoorten zijn de nesten het hele jaar door beschermd. Ook de functionele leefomgeving is daarbij beschermd.
Bij de aantasting van de nestlocatie en/of de functionele leefomgeving is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Het gebouw is niet geschikt als potentieel verblijf voor vogels met jaarrond beschermde nesten zoals huismus en gierzwaluw. Ook voor vogels met nesten in bomen zijn geen potentiële verblijfplaatsmogelijkheden aanwezig. In de boerderij en de schuren zijn geen nesten of sporen die duiden op gebruik daarvan, aangetroffen. Op basis hiervan worden verblijfplaatsen van vogels, waarvan de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd zijn, uitgesloten in het plangebied. Conclusie: bij de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met (in gebruik zijnde) nesten van (algemene) vogels. De zorgplicht is te allen tijde van kracht.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 15
5.4 Reptielen Voorkomen en functie Beschermde reptielen, zoals ringslang, gladde slang, levendbarende hagedis en hazelworm, zijn gebonden aan specifieke terreinen. In het plangebied ontbreekt dergelijk geschikt biotoop zoals heideterreinen, goed ontwikkelde waterlopen en venranden. Potentiële broeihopen, hopen organisch materiaal als compost- of takkenhopen, waar ringslang zijn eieren in kan afzetten zijn afwezig en er ontbreken open, zanderige plekken waar de vrouwtjes van bijvoorbeeld levendbarende hagedis kunnen opwarmen voor de ontwikkeling van hun eieren. Door de ligging van het plangebied aan de rand van bebouwd gebied is het ook niet waarschijnlijk dat soorten als hazelworm of ringslang van het plangebied gebruik maken. Daarnaast zijn geen verspreidingsgegevens bekend van reptielen in en direct rondom het plangebied. Effecten en ontheffing Op basis van het aanwezige biotoop, de afwezigheid van heide, open zanderige plekken en potentiële voortplantingsplaatsen, kunnen beschermde reptielen worden uitgesloten. Negatieve effecten op reptielen zijn dan ook niet aanwezig. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor reptielen niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is in het kader van de Wet natuurbescherming voor reptielen niet noodzakelijk.
5.5 Amfibieën Voorkomen en functie Een aantal soorten zoals bruine kikker, bastaardkikker en gewone pad zouden het plangebied kunnen gebruiken als landbiotoop. In het plangebied zelf zijn geen waterelementen aanwezig. Deze soorten zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming en vallen onder het beschermingsregime “andere soorten”. In de provincie Noord Brabant is voor deze soorten bij een ruimtelijke inrichting een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Andere beschermde amfibieën als kamsalamander of rugstreeppad worden uitgesloten in het plangebied vanwege de aanwezige, ongeschikte habitat voor deze soorten. Zo ontbreken waterelementen in het plangebied als ondiepe, geïsoleerde waterplassen en ontbreekt een goed vergraafbare bodem. Daarnaast zijn geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde amfibieën in en direct rondom het plangebied. Effecten en ontheffing De ingreep zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van de genoemde (algemeen) voorkomende amfibieën met het beschermingsregime “andere soorten”. Voor deze beschermde soorten is bij een ruimtelijke inrichting door de provincie Noord Brabant een vrijstelling van de ontheffingsplicht opgesteld. Andere beschermde amfibieën kunnen op basis van de aanwezige biotoop worden uitgesloten, waardoor er geen sprake is van negatieve effecten.
Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbeschrijving is voor amfibieën niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor amfibieën niet noodzakelijk.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 16
5.6 Vissen Voorkomen en functie Binnen het plangebied zijn geen watervoerende elementen (sloten, poelen, enzovoort) aanwezig. Derhalve ontbreekt geschikt leefgebied voor vissen. Deze zijn dan ook niet aanwezig. Effecten en ontheffing Beschermde vissen zijn niet in het plangebied aanwezig waardoor negatieve effecten op beschermde vissen worden uitgesloten. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor beschermde vissen niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor beschermde vissen niet noodzakelijk.
5.7 Ongewervelden Voorkomen en functie Van de groep ongewervelden (dagvlinders, libellen, kevers, kreeftachtigen en weekdieren) worden beschermde soorten als gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoorn uitgesloten. Dit door het ontbreken van geschikt habitat dat onder andere bestaat uit heideterreinen en venranden. In het plangebied is geen open water aanwezig met een goed ontwikkelde watervegetatie waar de soorten gebruik van kunnen maken en ontbreken waardplanten. Er zijn ook geen verspreidingsgegevens bekend van beschermde ongewervelden in en direct rondom het plangebied. Effecten en ontheffing In het plangebied is geen geschikt biotoop aanwezig waar beschermde ongewervelden gebruik van kunnen maken, waardoor geen sprake is van negatieve effecten op beschermde ongewervelden. Nader onderzoek of een ontheffing Wet natuurbescherming is voor ongewervelden niet aan de orde. Conclusie: nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor beschermde ongewervelden niet noodzakelijk.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 17
6 Conclusie Op basis van deze quickscan worden de onderstaande conclusies getrokken.
6.1 Bescherming soorten 6.1.1 Overige soorten waarvoor vrijstellingen zijn opgesteld De ingreep zal naar verwachting leiden tot een tijdelijk beperkt verlies van leefgebied van enkele overige beschermde soorten. Hiervoor zijn door de provincie Noord Brabant vrijstellingen opgesteld. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten, omdat er geen leefgebied verloren gaat en het relatief algemene soorten betreft. Voor deze soorten geldt dan ook een vrijstelling indien het een ruimtelijke ontwikkeling betreft. Nader onderzoek naar beschermde soorten of een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.
6.1.2 Rekening houden met vogels Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen 1 mogen worden uitgevoerd. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Men dient dan wel alert te zijn op eventueel aanwezige broedende vogels. Dit geldt ook voor broedende vogels in de groenstructuur rondom het plangebied. De werkzaamheden mogen er niet toe leiden dat deze broedende vogels worden verstoord en hun nest (broedsel/ jongen) verlaten.
6.1.3 Zorgplicht De alle soorten geldt dat de zorgplicht te allen tijde van kracht is.
6.2 Bescherming gebieden Niet – stikstof-gerelateerde effecten In de directe omgeving van het plangebied liggen geen Natura 2000-gebieden; het dichtstbijzijnde gebied ligt op ruim 12 km afstand. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maakt dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Verwacht wordt dat door de tijdelijke inzet van materieel en de inrichting van het plangebied in de nieuwe fase de toename van stikstof verwaarloosbaar is. Aanbevolen wordt bij de gemeente en eventueel de provincie het
1
In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Globaal gaat het echter om de periode van 15 maart tot 15 juli.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 18
project voor te leggen en hen een beslissing te laten nemen wat betreft de noodzaak voor een nadere toetsing dan wel berekening.
6.3 Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied hooguit enkele solitaire bomen gekapt. Deze liggen binnen de bebouwde kom boswet waardoor de bescherming van houtopstanden vanuit de Wet natuurbescherming niet van toepassing is. Een nadere toetsing is niet nodig. Let op, gemeentelijk beleid kan wel van toepassing zijn.
6.4 Natuurnetwerk Brabant Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Het plangebied ligt op ruim 800 meter van begrensd NNB-gebied. Doordat het plangebied buiten NNB gebied ligt en NNB gebieden geen externe werking kennen, wordt een toetsing aan het NNB-beleid niet noodzakelijk geacht.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 19
Literatuurlijst Dietz, C., Helversen, O. van, & Nill, D. (2011). Vleermuizen: Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Utrecht, Nederland: De Fontein & Tirion Uitgevers. Koninklijke Vermande (1999-2009). Planten en dieren, Flora- en faunawet, band 1, 2, 3, 4 en 5. SDU Uitgeverij, Den Haag Limpens, H., K. Mostert en W. Bongers (1997). Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Utrecht: KNNV Uitgeverij. Limpens, H., P. Twisk & G. Veenbaas (2004). Met vleermuizen overweg. Brochure over vleermuizen en de wijze waarop bij planning, aanleg, reconstructie en beheer van wegen praktische invullingen kan worden gegeven aan de wettelijke zorgplicht voor vleermuizen. Dienst Weg- en Waterbouwkunde, Delft / Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3. Weeda, R., Westra, C., Westra, E. J., & Westra, T. (1985-1994). Nederlandse oecologische flora: Wilde planten en hun relaties 1 t/m 5. Amsterdam, Nederland: IVN in samenw. met de Vara en de VEWIN. Soortinformatie: ▪ www.zoogdiervereniging.nl ▪ www.nederlandsesoorten.nl ▪ verspreidingsatlas.nl Provincie Noord-Brabant: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Kaartbank
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 20
Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving Bescherming van soorten Zorgplicht De Wet natuurbescherming erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende planten- en diersoorten, of de soort nu beschermd is of niet (= zorgplicht). Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wilde levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld, maar kan door toepassing van bestuursdwang wel worden gehandhaafd. Beschermingsregimes Op het onderdeel soortbescherming deelt de Wet natuurbescherming soorten in drie beschermingsregimes in: 1.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Alle vogels cf. artikel Vogelrichtlijn 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Soorten uit Bijlage IV Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd 2. 3. Beschermingsregime “andere soorten” Soorten die uit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes heeft zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Verbodsbepalingen De Wet natuurbescherming gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. In de wet worden ten aanzien van de beschermde soorten een aantal verbodsbepalingen genoemd (figuur 1). De verbodsbepalingen zijn gekoppeld aan het beschermingsregime van de soort (resp. Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn of de groep ‘Overige soorten’). Dat betekent dat deze verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij voor de soort(en): • Een vrijstelling geldt; • Er gewerkt wordt met een goedgekeurde Gedragscode (feitelijk een collectieve ontheffing); • Een ontheffing is verkregen.
2 De brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016 impliceert dat de
bescherming uit de Vogelrichtlijn prevaleert boven de bescherming van vogels uit de verdragen van Bonn en Bern
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 21
Figuur 1. Overzicht verbodsbepalingen Wet Natuurbescherming (bron: brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’, versie 1.3. Ministerie van EZ, december 2016).
Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen (en deze toch te mogen overtreden) via een ontheffing of een vrijstelling moet aan drie criteria worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling (=alternatievenafweging); 2. De afwijking is gebaseerd op een in de wet genoemd belang (b.v. openbare veiligheid of volksgezondheid); 3. De ingreep of handeling mag geen afbreuk doen aan en/of verslechtering betekenen voor de staat van instandhouding van de soort. Als aan (alle) drie deze vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk in de vorm van een provinciale verordening of een (goedgekeurde) gedragscode. Voorgaand figuur geeft een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. De verbodsbepalingen voor de groep van overige, ‘nationale’ soorten zijn geïnspireerd op de Habitatrichtlijn en op een aantal punten versoepeld. Zo is het opzettelijk verstoren van beschermde soorten (en hun verblijfplaatsen) uit deze groep van overige soorten niet langer verboden. Wel is het nog steeds verboden om vaste verblijfplaatsen van dieren onder dit beschermingsregime opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Voor vogels geldt dat verstoren niet verboden is als de verstoring maar niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort (artikel 3.1, lid 4 en lid 5). Het beschadigen van in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen blijft verboden, maar het verstoren dus niet meer, tenzij er sprake is van een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de specifieke soort(en). Het is aan de initiatiefnemer om zich op de hoogte te (laten) stellen, en waar nodig aan te tonen, dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort.
Kerkstraat 29 te Wijbosch | Eelerwoude | 22
Tot slot geldt het opzettelijk doden of vangen en het verbod om vaste verblijfplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te vernielen of beschadigen, niet voor bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis in of op gebouwen of de daarbij behorende erven of roerende zaken (artikel 3.10 lid 3). Kader - Opzettelijkheid In de Wet natuurbescherming is bij meer verbodsbepalingen dan onder de Flora en faunawet het opzetvereiste toegevoegd, in lijn met de artikelen van de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn. In de Flora en faunawet was alleen sprake van het opzetvereiste bij verontrusting (artikel 10). Hierdoor was de Flora en faunawet strenger dan de verbodsbepalingen van de Habitatrichtlijn. Niet-opzettelijke handelingen waarbij de verbodsbepalingen overtreden worden, zijn nu niet langer verboden. Daar is van belang dat het Europees Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen: “Daarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant.”.