CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Vresselseweg 54 en 54a Sint-Oedenrode_Bijlagen toelichting

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Vresselseweg 54-54a'18.222 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De mobiele werktuigen zijn geselecteerd uit de subcategorie ‘bouw, industrie en delfstoffenwinning’. Via de eigen specificatie zijn de draaiuren zoals hieronder beschreven ingevuld. De emissies van de mobiele werktuigen worden met deze gegevens automatisch berekend. Er is uitgegaan van mobiele werktuigen met het bouwjaar vanaf 2002-2005. De werkelijke mobiele werktuigen die zullen worden ingezet zullen naar waarschijnlijkheid van een recenter bouwjaar zijn. Voor de inzet van de mobiele werktuigen/materieel zijn de volgende invoergegevens gehanteerd:

4 van 7

Ruimte-voor-Ruimte Graafmachine Er is vanuit gegaan dat één graafmachine circa 30 draaiuren bezig is voor het grondwerk van de nieuw te realiseren woning. De graafmachine wordt ingezet voor het ontgraven van de fundering, kelders, kabels, leidingen etc. Graafmachine: Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik:

STAGE II, 2002-2005, vermogen 75-560 kW 30 uur 60% (conform TNO-rapport TNO-034-UT-2009-01782 EMMA) 1.085 ltr/jaar (36,15 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB)

Betonpomp RvR Het beton wordt via een betonpomp gestort in de bekisting. Ook deze betonpomp draagt bij aan de emissie van stikstof. Tijdens het verpompen van het beton wordt de motor gebruikt. Voor het verpompen van beton is circa 16 uur een betonpomp operationeel. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht. Betonpomp: Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik:

STAGE II, 2002-2005, vermogen 75-560 kW 16 uur 60% (conform TNO-rapport TNO-034-UT-2009-01782 EMMA) 578 ltr/jaar (36,15 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB)

Mobiele hijskraan RvR De hijskraan is ondersteunend bij het plaatsen van zware materialen zoals gordingen, betonelementen, etc. Er is van uitgegaan dat deze bouwkraan circa 8 draaiuren in gebruik zal zijn. Hijskraan: Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik:

STAGE II, 2002-2005, vermogen 75-560 kW 8 uur 60% (conform TNO-rapport TNO-034-UT-2009-01782 EMMA) 289 ltr/jaar (36,15 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB)

5 van 7

Nieuwe loods Graafmachine loods Er is vanuit gegaan dat één graafmachine circa 40 draaiuren bezig is voor het grondwerk van de nieuw te realiseren loods. De graafmachine wordt ingezet voor het ontgraven van de fundering, kelders, kabels, leidingen etc. Graafmachine: Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik:

STAGE II, 2002-2005, vermogen 75-560 kW 40 uur 60% (conform TNO-rapport TNO-034-UT-2009-01782 EMMA) 1.446 ltr/jaar (36,15 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB)

Betonpomp loods Het beton wordt via een betonpomp gestort in de bekisting. Ook deze betonpomp draagt bij aan de emissie van stikstof. Tijdens het verpompen van het beton wordt de motor gebruikt. Voor het verpompen van beton is circa 16 uur een betonpomp operationeel. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht. Betonpomp: Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik:

STAGE II, 2002-2005, vermogen 75-560 kW 16 uur 60% (conform TNO-rapport TNO-034-UT-2009-01782 EMMA) 578 ltr/jaar (36,15 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB)

6 van 7

Mobiele hijskraan loods De hijskraan is ondersteunend bij het plaatsen van zware materialen zoals spanten, gordingen, sandwichpanelen, etc. Tevens wordt deze kraan ook ingezet voor de sloop van de bestaande loods. Er is van uitgegaan dat deze bouwkraan circa 40 draaiuren in gebruik zal zijn. Hijskraan: Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik:

STAGE II, 2002-2005, vermogen 75-560 kW 40 uur 60% (conform TNO-rapport TNO-034-UT-2009-01782 EMMA) 1.446 ltr/jaar (36,15 ltr/u volgens tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB)

Conclusie Uit de berekening blijkt dat de stikstofdepositie kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/ jaar is en dat de bouw van de woning en de loods daarom geen negatieve gevolgen voor omliggende Natura 2000gebieden heeft.

7 van 7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

van Dun Advies Vresselseweg 54, 5491PD Sint-Oedenrode

Omschrijving Toelichting

16384-005 Depositieberekening beoogde situatie

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RaAvHofB5eds 07 november 2022, 08:59 Wnb-rekengrid

Berekening

Totale emissie

16384 Depositieberekening - Beoogd

Resultaten

16384 Depositieberekening - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RaAvHofB5eds (07 november 2022)

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste depositie

Hexagon

Gebied

2023 -

0,4 kg/j

12,7 kg/j

2/8

Projectberekening

16384 Depositieberekening (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 7 Wonen en Werken | Woningen | Stookinstallatie 54 8 Wonen en Werken | Woningen | Stookinstallatie 54a  Verkeersnetwerk

RaAvHofB5eds (07 november 2022)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,4 kg/j

3,6 kg/j 3,6 kg/j 5,5 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RaAvHofB5eds (07 november 2022)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "16384 Depositieberekening" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RaAvHofB5eds (07 november 2022)

-

Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

-

-

5/8

Projectberekening

16384 Depositieberekening, Rekenjaar 2023

1 Wegverkeer | Weg Naam Vervoersbewegingen 54 noord Wegtype Buitenweg Type scherm Rijrichting Beide richtingen Hoogte Tunnelfactor 1 Afstand tot de weg Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

RaAvHofB5eds (07 november 2022)

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

-

Voertuigen

4064 p/jaar 0 p/jaar 520 p/jaar 0 p/jaar

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

-

-

Voertuigen

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

3 Wegverkeer | Weg Naam Vervoersbewegingen 54a noord Wegtype Buitenweg Type scherm Rijrichting Beide richtingen Hoogte Tunnelfactor 1 Afstand tot de weg Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

2 Wegverkeer | Weg Naam Vervoersbewegingen 54 zuid Wegtype Buitenweg Type scherm Rijrichting Beide richtingen Hoogte Tunnelfactor 1 Afstand tot de weg Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

6095 p/jaar 0 p/jaar 780 p/jaar 0 p/jaar

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

-

-

Voertuigen

2714 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar

2,0 kg/j 0,2 kg/j 0,1 kg/j In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 1,9 kg/j 0,2 kg/j 0,1 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,4 kg/j 0,1 kg/j 51,5 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/8

Projectberekening

4 Wegverkeer | Weg Naam Vervoersbewegingen 54a zuid Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 0,4 kg/j Type scherm - NO₂ 94,3 g/j Hoogte - NH₃ 32,0 g/j Afstand tot de weg - -

5 Wegverkeer | Weg Naam Vervoersbewegingen RvR noord Wegtype Buitenweg Type scherm Rijrichting Beide richtingen Hoogte Tunnelfactor 1 Afstand tot de weg Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

7

Wonen en Werken | Woningen

Wonen en Werken | Woningen

Naam Stookinstallatie Uittreedhoogte 54a Warmteinhoud Locatie 163352, 392964 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

RaAvHofB5eds (07 november 2022)

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

-

-

Voertuigen

2714 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

-

-

Voertuigen

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Naam Stookinstallatie 54 Uittreedhoogte Locatie 163339, 393030 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 8

4070 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

6 Wegverkeer | Weg Naam Vervoersbewegingen RvR zuid Wegtype Buitenweg Type scherm Rijrichting Beide richtingen Hoogte Tunnelfactor 1 Afstand tot de weg Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Voertuigen

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

4070 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar 0 p/jaar

7,0 m 0,000 MW

NOₓ

3,6 kg/j

7,0 m 0,000 MW

NOₓ

3,6 kg/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,4 kg/j 0,1 kg/j 51,1 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,3 kg/j 83,3 g/j 40,6 g/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

7/8

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221004_3d4bf05159 Database versie 2021.2_3d4bf05159 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RaAvHofB5eds (07 november 2022)

8/8

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:

www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

van Dun Advies Vresselseweg 54, 5491PD Sint-Oedenrode

Omschrijving Toelichting

16384-005 Depositieberekening aanlegfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RsPQiNLAmPNx 07 november 2022, 11:01 Wnb-rekengrid

Berekening

Totale emissie

Situatie 1 - Beoogd

Resultaten

Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

RsPQiNLAmPNx (07 november 2022)

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Hoogste depositie

Hexagon

Gebied

2022 -

0,2 kg/j

113,1 kg/j

2/7

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2022 Emissiebronnen 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele bronnen RvR 4 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele bronnen loods  Verkeersnetwerk

RsPQiNLAmPNx (07 november 2022)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

14,6 g/j 26,0 g/j 0,1 kg/j

39,3 kg/j 69,9 kg/j 3,9 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie

De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RsPQiNLAmPNx (07 november 2022)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RsPQiNLAmPNx (07 november 2022)

-

Hoogste totale Met toename (ha Grootste toename Met afname (ha Grootste afname depositie (mol gekarteerd) (mol N/ha/jr) gekarteerd) (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

-

-

5/7

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2022

1 Wegverkeer | Weg Naam Vervoersbewegingen RvR Wegtype Buitenweg Type scherm Rijrichting Beide richtingen Hoogte Tunnelfactor 1 Afstand tot de weg Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

3

Naam

-

Voertuigen

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

6 p/etmaal 0 p/etmaal 2 p/etmaal 0 p/etmaal

2 Wegverkeer | Weg Naam Vervoersbewegingen 54 Wegtype Buitenweg Type scherm Rijrichting Beide richtingen Hoogte Tunnelfactor 1 Afstand tot de weg Type hoogte ligging Normaal Weghoogte 0m Beschrijving Voertuigtype/euroklasse

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Naam

Stageklasse

-

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 % 2,4 kg/j 0,2 kg/j 79,6 g/j

-

Voertuigen

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

8 p/etmaal 0 p/etmaal 4 p/etmaal 0 p/etmaal

NOₓ NH₃

30 u/j

Betonpomp

Stage-II, 2002-2005, 75-560 kW, diesel, SCR: 578 l/j nee

16 u/j

Mobiele hijskraan

Stage-II, 2002-2005, 75-560 kW, diesel, SCR: 289 l/j nee

8 u/j

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

39,3 kg/j 14,6 g/j

BrandstofverbruikDraaiurenAdBlue verbruik

2002-2005, 75-560 kW, diesel, SCR: 1085 l/j Graafmachine Stage-II, nee

RsPQiNLAmPNx (07 november 2022)

In file

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Mobiele bronnen RvR

1,5 kg/j 0,1 kg/j 55,0 g/j

Links Rechts NOₓ NO₂ NH₃

Stof Emissie

NOₓ 21,9 kg/j

NH₃ 8,1 g/j NOₓ 11,6 kg/j NH₃ 4,3 g/j NOₓ 5,8 kg/j NH₃ 2,2 g/j

6/7

Projectberekening

4

Naam

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam

Mobiele bronnen loods

Stageklasse

NOₓ NH₃

BrandstofverbruikDraaiurenAdBlue verbruik

2002-2005, 75-560 kW, diesel, SCR: 1446 l/j Graafmachine Stage-II, nee

40 u/j

Stage-II, 2002-2005, 75-560 kW, diesel, SCR: 578 l/j nee

16 u/j

Stage-II, 2002-2005, 75-560 kW, diesel, SCR: 1446 l/j nee

40 u/j

Betonpomp Mobiele hijskraan

69,9 kg/j 26,0 g/j

Stof Emissie

NOₓ 29,1 kg/j NH₃ 10,8 g/j NOₓ 11,6 kg/j

NH₃ 4,3 g/j NOₓ 29,1 kg/j NH₃ 10,8 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2021.2_20221004_3d4bf05159 Database versie 2021.2_3d4bf05159 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RsPQiNLAmPNx (07 november 2022)

7/7

bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode

Bijlage 6 Quickscan Flora en Fauna

bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode" (ontwerp) 73

QuickScan Flora en fauna Vresselseweg 54 - 54a Sint- Oedenrode

1

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54 - 54a Sint-Oedenrode Status: Definitief In opdracht van: Van Dun Advies BV / Van Dun Ontwerp en Planologie Postel 8 5711 ET Someren Contactpersoon: Anke van den Berg Uitgevoerd door: Lomans Ecoworks Boerenkamplaan 75 5712 AB Someren Veldwerk en rapportage: Mien Lomans Datum: 16-10-2018

Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

2

Inhoud 1. INLEIDING .................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................. 3 1.2 Ligging en beschrijving plangebied ............................................................................................ 3 1.4 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling .................................................................................. 4 1.5 Doel van het natuurwaardenonderzoek ................................................................................... 5 2. Natuurbescherming in Nederland ............................................................................................... 6 3. Werkwijze .................................................................................................................................. 10 4. Gebiedsbescherming ................................................................................................................. 11 4.1 Natura 2000 ............................................................................................................................. 11 4.2 Natuurnetwerk Brabant (EHS) .................................................................................................

12 4.3 Groenblauwe mantel ............................................................................................................... 13 5. Soortenbescherming ................................................................................................................. 14 5.1 Flora ......................................................................................................................................... 14 5.2 Vogels ...................................................................................................................................... 14 5.3 Landzoogdieren ....................................................................................................................... 16 5.4 Vleermuizen............................................................................................................................. 17 5.5 Vlinders en libellen .................................................................................................................. 17 5.6 Insecten en kevers ................................................................................................................... 18 5.7 Vissen, reptielen en amfibieëen ............................................................................................. 18 6.

Samenvatting en conclusie ........................................................................................................ 20 7. Aanbevelingen ........................................................................................................................... 21 8. Geraadpleegde bronnen............................................................................................................ 23 9. Foto- impressie plangebied ....................................................................................................... 24 Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 4. Vrijgestelde soorten

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

3

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

De familie Verhagen heeft plannen om de locatie Vresselseweg 54 en 54a te herontwikkelen Om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan aan de orde. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing is een quickscan Flora en fauna (verkennende natuurtoets) noodzakelijk. Middels deze quickscan worden aanwezige beschermde natuurwaarden in beeld gebracht en de mogelijke effecten op de beoogde herontwikkeling. Aan Lomans Ecoworks is door Van Dun Advies BV opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan.

1.2

Ligging en beschrijving plangebied.

Het plangebied ligt ten noorden van de kern Breugel in de bebouwingsconcentratie ‘Vresselseweg’ in het buitengebied van Sint- Oedenrode, gemeente Meijerijstad. Het perceel is bekend als SintOedenrode, Sectie L, nummer 630. De totale oppervlakte bedraagt ca. 8500 m². Ten noorden grenst het plangebied aan agrarische bedrijfsgebouwen, het paardenweitje en de rijbak van de buren. Ten westen en zuiden wordt het plangebied omringd door open agrarisch landschap, en aan de oostzijde liggen weilanden en aangrenzend de Vresselseweg. In het plangebied bevinden zich twee woonhuizen met huisnummers Vresselseweg 54 en 54a met bijgebouwen en enkele voormalige mestkalverstallen.

Figuur 1. Overzicht plangebied (rood omlijnd) en ligging in de omgeving.

Lomans Ecoworks

Bron: Google earth.

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

4

De opritten tot beide woonhuizen zijn verhard met betonklinkers. Ook een groot deel van het erf, rondom de bijgebouwen en stallen is de bodem grotendeels verhard met betonklinkers en tegels. Rondom de woning met nummer 54 bevindt zich een siertuin met vaste plantenborders en heesters. Rondom de woning met nr. 54a liggen weidepercelen waar paarden grazen. In het plangebied is opgaand groen aanwezig in de vorm van beukenhagen, coniferen en enkele solitaire bomen.

1.3

Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling

Momenteel is op de locatie een dakdekkersbedrijf gevestigd en een hobby paardenhouderij. Voorheen waren de stallen in gebruik als mestkalvermesterij . De intensieve veehouderij met mestkalveren is enkele jaren geleden beëindigd en de stallen staan leeg of zijn deels in gebruik voor opslag.

Figuur 2. Overzicht huidige situatie en beoogde situatie in het plangebied. De beoogde herontwikkeling betreft het vergroten van de bedrijfsbestemming van de Vresselseweg 54, en het omzetten van agrarische bestemming naar 2 woonbestemmingen met 1 bestaande woning en de realisatie van 1 Ruimte voor Ruimte woning aan de Vresselseweg 54a. Daarvoor dienen een aantal stallen te worden gesloopt. Het nieuwe plan wordt landschappelijk ingepast in de bestaande landschaps- en bebouwingsstructuur.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

5

1.4

Doel van het natuurwaarden onderzoek

De beoogde ontwikkeling kan mogelijk effect hebben op beschermde flora en fauna. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen natuurgebieden. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming wordt overtreden.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

6

2.

NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND

Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in 1. Soortenbescherming en 2. Gebiedsbescherming.

1. Soortenbescherming Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarst beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en worden hier als strikt beschermd aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).

Op alle vogels is het beschermingsregime van § 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van § 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van § 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

7

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

8 Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken. Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen.

Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten:  aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden  aanwezigheid van een wettelijk belang  de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die soort heeft voor mensen.

Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

9 Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.

2. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden  

Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Natura 2000 Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is.

De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Verordening Ruimte 2014. In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Verordening ruimte wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

10

3.

WERKWIJZE

Bronnenonderzoek In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar gebiedsgerichte bescherming en mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Voor de gebiedsgerichte bescherming is gekeken naar de aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving. (Natura 2000- gebieden) en het Natuurnetwerk Nederland (EHS) in de nabijheid van het plangebied zijn onderzocht. Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Economische zaken en die van de provincie Noord- Brabant. Voor het soortenonderzoek is gebruikgemaakt van gegevens van o.a. de website Waarneming.nl, de website van de provincie Brabant en diverse verspreidingsatlassen.

Veldbezoek Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 1 oktober 2018 in de ochtend. Het weer was half bewolkt met een matige wind bij een temperatuur van 12°C. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen. Aan de hand van de aanwezige biotopen kan worden bepaald of er mogelijk beschermde soorten voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen, die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De aanwezige biotopen zijn vergeleken met de habitateisen van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

11

4.

GEBIEDSBESCHERMING

4.1

Natura 2000

Op het kaartje met beschermde Natura 2000- gebieden op de website van het Ministerie van Economische zaken is te zien dat de dichtstbijzijnde Natura 2000- gebieden liggen op een afstand van ruim 16 kilometer ten noordwesten en op 13 kilometer ten zuidoosten van het plangebied. Het betreft resp. Natura 2000- gebied ‘Kampina en Oisterwijkse vennen’ en ‘Strabrechtse heide en Beuven’. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de grote afstand tot beschermde natuurbegieden zal met de beoogde herontwikkeling geen sprake zijn van verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of verstoring van soorten in het Natura 2000- gebied.

Figuur 3. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebieden (geel). Bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

12 4.2

Natuurnetwerk Brabant / Ecologische Hoofdstructuur

Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde gebied dat is begrensd als Natuurnetwerk Brabant ligt op zo’n 200 meter ten westen van het plangebied. Het betreft Natte Natuurparel ‘Dommeldal en Dommelbeemden’ met beheertype N03.01 ‘Beek en Bron’. Ook ten noordoosten op een afstand van 150 meter ligt een NNB gebied met als aanduiding ‘Droog productiebos’ met beheertype N16.03.

Figuur 4. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natuurnetwerk Brabant Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ In of in de directe nabijheid van een NNB gebied geldt het ‘Nee, tenzij’ principe. In principe zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. De sloop van agrarische bebouwing en de oprichting van de Ruimte voor Ruimte woning zullen niet leiden tot aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden van het nabijgelegen NNB gebied. Een robuste landschappelijk inpassing van het nieuwe plan zal bijdragen aan versterking van landschaps- en natuurwaarden ter plaatse.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

13 4.3

Groenblauwe mantel

Op de Themakaart ‘natuur en landschap’in de Verordening ruimte is het plangebied aangeduid als gelegen binnen de structuur ‘Groenblauwe mantel’.

Figuur 5. Ligging plangebied (rode cirkel) aangeduid op de Themakaart ‘natuur en landschap’. Bron: http://ruimtelijkeplannen.brabant.nl/ De Groenblauwe mantel vormt het gebied tussen het kerngebied groenblauw en het agrarisch gebied. De Groenblauwe mantel bestaat overwegend uit grondgebonden agrarisch gebied, met belangrijke nevenfuncties voor natuur, water en (niet-bezoekersintensieve) recreatie. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen deze zone zijn mogelijk mits ze een positief effect hebben op natuur- en landschapwaarden en het bodem- en watersysteem. Ook is op het kaartje te zien dat het plangebied ligt binnen een ‘Attentiegebied Natuurnetwerk Brabant’. Deze zone vormt een buffer tussen Natte Natuurparels (Dommeldal en de Dommelbeemden) en hun omgeving. Binnen deze aanduideling mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die een negatief effect hebben op de waterhuishouding van het Natuurnetwerk Brabant binnen deze aanduiding. Bij mogelijke nieuwe ontwikkelingen dient sprake te zijn van o.a. een milieuen ruimtelijke kwaliteitswinst en voorzien te zijn van een goede landschappelijke inpassing om negatieve effecten te voorkomen. Het beëindigen van de agrarische bedrijfsvoering, de sloop van de stallen, en de landschappelijke inpassing met streekeigen inheems groen zal bijdragen tot een aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteit.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

14

5.

SOORTENBESCHERMING

De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten worden verwacht, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1

FLORA

Voorkomen Het plangebied bestaat uit bebouwing met rondom meest een verharde bodem, bemeste paardeweiden, hagen, groepjes coniferen en enkele solitaire bomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en Provinciale beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied. Conclusie In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht.

5.2

VOGELS

In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen De woningen en bedrijfsgebouwen in het plangebied zijn in potentie geschikt voor vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen zoals Huismus, Steenuil, Kerkuil en Boerenzwaluw. Volgens de initiatiefnemer nestelen er Huismussen onder de dakpannen in het woonhuis op nr. 54. Het woonhuis blijft in de huidige staat behouden. In de te slopen stallen met golfplaten daken zijn geen aanwijzingen (zoals uitstekende droge grassprietjes of sporen van uitwerpselen) gevonden dat nestlocaties van Huismus aanwezig zijn. Sporen van aanwezigheid van Steenuil zoals een roestplek, uitwerpselen, braakballen of ruiveren zijn niet aangetroffen. In de open loods met opslag (zie fig. 3 nr. 2) hangt een kerkuilenkast.

Gezien de nestkast en de sporen van uitwerpselen ‘krijtstrepen’, wordt de open loods als voortplantingsplaats en vaste rust- en verblijfplaats benut door de Kerkuilen. Vaste rust- en verblijfplaatsen (voortplantingsplaatsen) van Kerkuilen zijn jaarrond beschermd omdat zij behalve in de broedtijd, ook de rest van het jaar gebruik maken van deze verblijfplekken. Nesten van Boerenzwaluw zijn niet aangetroffen. Op plekken waar Kerkuilen verblijven zijn in de regel geen nesten van Boerenzwaluw, omdat jonge boerenzwaluwen vaak opgegeten worden door Kerkuilen. Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

15 In de toekomstige situatie wordt de open loods waarin de kerkuilenkast hangt, vervangen door een nieuwe grotere loods. De bewoners hebben een grote affiniteit met ‘hun’ Kerkuilen, maar ook met andere vogels van het boerenland. Ze onderhouden nauwe contacten met de plaatselijke uilenwerkgroep en de kerkuilenkast wordt jaarlijks gecontroleerd. Er is contact opgenomen met de lokale kerkuilenwerkgroep. De lokale kerkuilendeskundigen kennen als geen ander de omgeving en de situatie ter plaatse. Zij zullen zorg dragen dat de kerkuilen op geen enkel moment negatieve effecten ondervinden van de sloop en herbouw van de loods. Ruim voor aanvang van de sloop zal de kerkuilenkast tijdelijk een andere geschikte plek op het erf zal krijgen, en nadien terug geplaatst wordt op een gunstige plek in de nieuwe loods. In de nieuwe situatie dient wel rekening gehouden te worden met verlichting. Kerkuilen zijn zeer lichtgevoelig. Aanbevolen wordt om in de nieuwe situatie niet meer verlichting aan te brengen dan in de huidige situatie. Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen aangetroffen. Er zijn nauwelijks geschikte bomen aanwezig. De bestaande bomen in het plangebied blijven gehandhaafd.

Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie een aantal foeragerende Eksters en Koolmees aangetroffen. Er zijn geen nesten aangetroffen van genoemde soorten, evenmin zijn zwaarwegende ecologische redenen aan de orde om eventuele nestplaatsen jaarrond te beschermen. Overige Vogelrichtlijnsoorten Vooral het woonhuis met (open) bedrijfsgebouwen/paardenstallen zijn bijzonder geschikt voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Dat feit was duidelijk gezien de vele nesten van o.a. Houtduif en Merel die her en der op de balken aanwezig waren. Tijdens het veldbezoek werden algemene soorten zoals Kauw en Houtduif waargenomen. Verder worden nestmogelijkheden voor soorten als Heggenmus en Winterkoning verwacht. Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen In het plangebied is een voortplantingsplaats/vaste rust- en verblijfplaats van een kerkuilenpaar aanwezig. In de open loods bevindt zich een kerkuilenkast. Vaste rust- en verblijfplaatsen van Kerkuil zijn jaarrond beschermd. Met de beoogde ontwikkeling zal de loods met daarin de uilenkast worden vervangen door een nieuwe, grotere loods.

De ecologische functie van deze locatie voor de Kerkuil dient ten aller tijden in stand te worden gehouden. Lokale kerkuilspecialisten zullen daarbij betrokken worden. Door de nestkast tijdig voor de sloop van de loods te verplaatsen naar een andere geschikte plek op het erf, om deze nadien weer terug te plaatsen op een geschikte plek in de nieuwe loods blijft de voortplantingsplaats/vaste rust- en verblijfplaats gewaarborgd. In de woning op nr. 54 zijn beschermde nesten van Huismus aanwezig, de woning blijft in de huidige vorm gehandhaafd in het nieuwe plan. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen door het ontbreken van geschikte bomen. Overige vogelrichtlijnsoorten Overige, algemene vogelsoorten als Kauw en Houtduif zijn waargenomen tijdens het veldbezoek. Een aantal soorten nestelt vooral in de bijgebouwen. Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

16 Door de landschappelijke inpassing in het nieuwe plan met inheems plantmateriaal met noot- en besdragende struiken, zullen foerageer- en nestgelegenheid voor een groot aantal bos- en struweelvogels aanzienlijk toenemen. Door het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen, of wanneer vooraf vastgesteld is dat geen broedgevallen aanwezig zijn, wordt voorkomen dat negatieve effecten optreden ten aanzien van broedende vogels.

5.3

LANDZOOGDIEREN

Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Volgens bronnenonderzoek komen Eekhoorn en Steenmarter (§ 3.3 Wnb) voor in de omgeving van het plangebied. Voor de Eekhoorn zijn in het plangebied geen geschikte voedsel- of nestbomen aanwezig. In Brabant komt de Steenmarter op steeds meer plekken voor. De aanwezigheid van deze soort wordt meestal niet of nauwelijks opgemerkt. De Steenmarter heeft vaste verblijfplaatsen in gebouwen waar weinig menselijke activiteit plaatsvindt zoals in de leegstaande kalverstallen. Er is gelet op mogelijke sporen van aanwezigheid in de stallen zoals een slaapplaats, uitwerpselen, krabsporen of prooiresten. Deze zijn niet aangetroffen. Kleine marterachtigen zoals Wezel, Hermelijn en Bunzing zijn in onze provincie vanaf 1 oktber 2017 beschermd (§ 3.3 Wnb). Uit bronnenonderzoek blijkt dat Wezel en Bunzing voorkomen in de omgeving van het plangebied. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen zoals bijv. hagen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de Bunzing is water in de nabijheid van belang.

Het plangebied bestaat voor een groot deel uit kort begraasde paardeweiden, rond de bebouwing is relatief veel bodem verhard en verder ontbreken landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor kleine marterachtigen. Verder worden nog enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied zoals Konijn, Egel en een aantal algemene muizensoorten welke behoren tot de categorie ‘Vrijgestelde soorten’. Bij een ruimtelijke ontwikkeling betekend dit dat rust- of verblijfplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Maar de zorgplicht geldt natuurlijk altijd. Conclusie Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. In het plangebied en directe omgeving komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

17 5.4

VLEERMUIZEN

Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (§ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land o.a. de volgende soorten voorkomen: Gewone dwergvleermuis, Rosse vleermuis, Laatvlieger, Gewone- en Grijze grootoorvleermuis. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Dergelijke structuren zijn niet aanwezig in het plangebied. De bomenrijen/ laanbomen met de Linden aan de Vresselseweg zullen waarschijnlijk dienst doen als vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Het plangebied zelf vormt foerageergebied van matige kwaliteit doordat er relatief weinig geschikte groenstructuren aanwezig zijn.

De tegenoverliggende groene tuinen aan de Vresselseweg vormen kwalitatief beter jachtgebied voor vleermuizen. Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen hebben en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen potentiële vleermuisbomen aanwezig. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De woonhuizen en de bijgebouwen/ paardenstallen met houten gepotdekselde schaaldelen bieden mogelijkheden voor vleermuisverblijfplaatsen. De woonhuizen en de bijgebouwen/ paardenstallen blijven in hun huidige staat gehandhaafd. De te slopen voormalige mestkalverstallen zijn opgetrokken uit halfsteens muren en gedekt met golfplaten dak voorzien van isloatiepanelen aan de onderzijde. In de stallen zijn grote luchtlokers of brede nokventilatie in het dak aanwezig waardoor er een luchtig en koel klimaat heerst. De kalverstallen zijn ongeschikt bevonden als vleermuisverblijfplaats. Gebufferde plekken met een stabiel klimaat ontbreken. Er is geen spouw, en onder de golfplaten daken loopt de temperatuur snel op. Gezien de bouwstijl, de constructie en gebruikte materialen kunnen vleermuisverblijfplaatsen in de voormalige kalverstallen redelijkerwijs uitgesloten worden.

Conclusie Belangrijke vliegroutes en foerageergebied De bomenrijen/ laanbomenstructuren aan de Vresselseweg doet mogelijk dienst als belangrijke vliegen foerageerroute voor vleermuizen. Deze stucturen blijven ongewijzigd aanwezig. Het plangebied zelf biedt matig foerageermogelijkheden voor vleermuizen. In de directe omgeving zijn betere alternatieven om te jagen. Verblijfplaatsen In het plangebied zijn geen geschikte holtebomen waarin zich vleermuisverblijfplaatsen kunnen bevinden. Gezien de gebruikte materialen, de constructie en bouwstijl van de te slopen stallen kunnen ook hier vleermuisverblijfplaatsen uitgesloten worden. Negatieve effecten zijn niet aan de orde.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

18 5.5

VLINDERS EN LIBELLEN

Voorkomen Tijdens het veldbezoek zijn geen libellen of dagvlinders waargenomen. Deze tijd van het jaar vliegen er nog weinig dagvlinders en libellen. In de siertuin op nr. 54 zullen enkel algemene dagvlinders voorkomen, en mogelijk een zwervende libel. Volgens bronnenonderzoek blijkt dat in het Dommeldal op enige afstand van het plangebied beschermde soorten als Bruine eikenpage, Speerwaterjuffer en Gevlekte witsnuitlibel voorkomen. In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt leefgebied vormen voor beschermde dagvlinders en libellen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Conclusie Tijdens het veldbezoek zijn geen dagvlinders en geen libellen waargenomen. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden door het ontbreken van geschikte biotopen.

5.6

INSECTEN EN KEVERS

Voorkomen Beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied. Conclusie Er komen geen beschermde soorten insecten en kevers voor in het plangebied.

5.7

VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN

Voorkomen In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, daarmee kan de aanwezigheid van (beschermde) vissoorten bij voorbaat uitgesloten worden. Uit bronnenonderzoek blijkt dat in het Dommeldal de strikt beschermde Levendbarende hagedis (§ 3.3 Wnb) en Heikikker (§ 3.2 Wnb) voorkomt. Het plangebied vormt geen geschikt (voortplantings) biotoop voor reptielen en strikt beschermde amfibieën door het ontbreken van heidevegetaties, poelen of voedselarme wateren. Ook zijn geen houtwallen en bosschages aanwezig waar beschermde amfibieën mogelijk kunnen overwinteren. De Rugstreeppad (§ 3.2 Wnb) komt voor op enige afstand van het plangebied nabij het Dommeldal. Rugstreeppadden komen voornamelijk voor in terreinen met hoge dynamiek. Hieraan voldoet het plangebied niet. De aanwezigheid van de Rugstreeppad is in de huidige omstandigheden op voorhand uit te sluiten. Wel komt het regelmatig voor dat vooral juveniele rugstreeppadden terreinen koloniseren die bouwrijp gemaakt worden om ter plaatse de zandige bodem en plasjes water te benutten als voortplantingsbiotoop. Daarbij worden afstanden van enkele kilometers afgelegd. Het is niet bij voorbaat uit te sluiten dat Rugstreeppadden het plangebied zullen bezetten. Er worden maatregelen aanbevolen om te voorkomen dat rugstreeppadden het plangebied koloniseren tijdens het bouwrijp maken. Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

19

Conclusie Beschermde vissoorten, reptielen en amfibieën komen niet voor in het plangebied door het ontbreken van oppervlaktewater en geschikt leefgebied. Het plangebied wordt mogelijk benut door Gewone pad en Bruine kikker als landbiotoop. Gewone pad en Bruine kikker behoren tot de ‘Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling geldt. Er worden maatregelen aanbevolen ter voorkoming van kolonisatie van de Rugstreeppad tijdens het bouwrijp maken van het terrein. (zie paragraaf 7).

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Vresselseweg 54- 54a Sint- Oedenrode

20

6.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE

Toetsing aan de Wet natuurbescherming Beschermde gebieden Gezien de grote afstand van meer dan 12 kilometer tot beschermde Natura 2000- gebieden zal met de beoogde herontwikkeling geen sprake zijn van verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats of verstoring van soorten in een Natura 2000- gebied. Ook is het plangebied niet gelegen in of in de directe omgeving een NNB gebied, waardoor geen sprake is van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van een NNB gebied. De beoogde herontwikkeling zal niet leiden tot aantasting van beschermde gebieden.

Beschermde soorten Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In het plangebied zijn vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen aangetroffen. De nestplaatsen van Huismus blijven gehandhaafd. Voor de Kerkuil worden maatregelen getroffen zodat de functie van voortplantingsplaats/ vaste rust- en verblijfplaats ten aller tijde gewaarborgd blijft. Tijdens de werkzaamheden dient verstoring van bewoonde verblijfplaatsen van Kerkuil voorkomen te worden (zorgplicht). Overtreding van verbodsbepalingen beschermingsregime Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb is niet aan de orde. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels of andere soorten aangetroffen die vallen onder het beschermingsregime van de Europese Habitatrichtlijn. De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen kan worden uitgesloten. Het plangebied zelf vormt beperkt geschikt foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving zijn betere alternatieven. Mogelijke vliegroutes voor vleermuizen zijn aanwezig in de groenstructuren in de omgeving. Deze blijven ongewijzigd aanwezig. Nationaal beschermde ‘Andere soorten ’ art. 3.3 Wnb Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de provinciaal beschermde soorten. Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=63bf70af-ab36-4f75-a89f-38ff635fc381