Vresselseweg 54 en 54a Sint-Oedenrode_Bijlagen toelichting
Tekst van het document
Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Situatietekening
4
Bijlage 2
Bouwtitel Ruimte-voor-Ruimte
6
Bijlage 3
Waardevermeerdering en kwaliteitsverbetering
8
Bijlage 4
Rapport archeologisch onderzoek
10
Bijlage 5
Notitie invoergegevens AERIUS en AERIUS-berekeningen
50
Bijlage 6
Quickscan Flora en Fauna
73
Bijlage 7
Rapportage bodemonderzoek
114
Bijlage 8
Landschappelijk inpassingsplan
156
Bijlage 9
Advies brandweer Brabant-Noord
158
Bijlage 10
Omgevingsdialoog
161
2 denrode" (ontwerp)
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oe
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode" (ontwerp) 3
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlage 1 Situatietekening
4 denrode" (ontwerp)
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oe
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlage 2 Bouwtitel Ruimte-voor-Ruimte
6 denrode" (ontwerp)
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oe
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlage 3 Waardevermeerdering en kwaliteitsverbetering
8 denrode" (ontwerp)
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oe
Economische onderbouwing kwaliteitsverbetering van het landschap conform 3.2 Verordening Ruimte voor de locatie: Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode 3-jul-19
Oud versus nieuwe situatie Situatie bestaand Opp. bedrijf met bouwvlak Opp. bedrijf zonder bouwvlak Opp. Agrarisch bouwvlak ter plaatse van nieuwe Ruimte voor Ruimte t/m 1.500 m² Opp. Agrarisch bouwvlak ter plaatse van nieuwe Ruimte voor Ruimte > 1.500 m² Opp. Agrarisch bouwvlak ter hoogte van bedrijfswoning Opp. agrarisch bouwvlak overig Opp. cultuurgrond Opp bestaand:
m² 2729 724 1500 930 2577 3627 2438 14525
Situatie nieuw Opp. bedrijf met bouwvlak Opp. bedrijf zonder bouwvlak Opp. Ruimte voor Ruimte t/m 1.500 m² Opp. Ruimte voor Ruimte >1.500 m² Opp. Wonen (Voormalige bedrijfswoning) Opp. Natuur/groen Opp Agrarisch cultuurgrond Opp nieuw:
m² 3031 1426 1500 930 2577 170 4891 14525
Waardevermeerdering Waarde bestaand Bedrijf met bouwvlak Bedrijf zonder bouwvlak Agrarisch bouwvlak ter plaatse van nieuwe Ruimte voor Ruimte t/m 1.500 m² (Categorie 1) Agrarisch bouwvlak ter plaatse van nieuwe Ruimte voor Ruimte > 1.500 m² (Categorie 3) Agrarisch bouwvlak ter hoogte van bedrijfswoning (Categorie 2) Agrarisch bouwvlak overig Cultuurgrond Totaal waarde bestaand:
Aantal eenheden Eenheid Prijs per eenheid Totaalprijs 2729 m² € 140 = € 382.060 724 m² € 70 = € 50.680 1500 m² n.v.t. = n.v.t. 930 m² € 23 = € 21.390 2577 m² n.v.t. = n.v.t. 3627 m² € 23 = € 83.421 2438 m² € 5 = € 12.190 14525 € 549.741
Waarde nieuw Bedrijf met bouwvlak Bedrijf zonder bouwvlak Ruimte voor Ruimte t/m 1.500 m² (categorie 1) Ruimte voor Ruimte >1.500 m² (Categorie 3) Wonen (Voormalige bedrijfswoning) ( Categorie 2) Natuur/groen Agrarisch cultuurgrond Totaal waarde nieuw:
Aantal eenheden Eenheid Prijs per eenheid 3031 m² € 140 = 1426 m² € 70 = 1500 m² n.v.t. = 930 m² € 31 = 2577 m² n.v.t. = 170 m² € 1 4891 m² € 5 = 14525
Waardestijging Investering Investering op basis van redelijkheid
€ 577.615
25%
-
Totaalprijs € 424.340 € 99.820 n.v.t. € 28.830 n.v.t. € 170 € 24.455 € 577.615
€
549.741 = €
27.874
€
27.874 = €
6.969
Kwaliteitsverbetering Maatregelen in het kader van investering in kwaliteitsverbetering
Aanplant solitaire bomen Beheerkosten solitaire bomen Aanplant bomenweide Beheerkosten bomenweide Beheerkosten knip- en scheerheg Beheerkosten struweelhaag Sanering overtollige veestalling (incl asbest, putten verwijderen, afwerken terrein met teelaarde, etc.) Sanering erfverharding Totaal investering in maatregelen kwaliteitsverbetering Totaal Totale investeringskosten ten behoeve kwaliteitsverbetering Benodigde investering ten behoeve van bestemmingswijziging Totale extra kwaliteitswinst
Aantal eenheden Eenheid Prijs per eenheid 4 stuk € 60,62 = 4 stuk € 33,40 = 3 stuk € 60,62 = 3 stuk € 33,40 = m1 € 120 11,70 =
Totaalprijs € 242,48 € 133,60 € 181,86 € 100,20 € 1.404,00
80 2150
m1 € m² €
7,30 = € 25,00 = €
584,00 53.750
2200
m² €
3,00 = € €
6.600 62.996
€ € €
62.996 6.969 56.028
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlage 4 Rapport archeologisch onderzoek
10 denrode" (ontwerp)
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oe
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 18098 Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode Gemeente Meierijstad Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en karterend booronderzoek
Richard Exaltus Joep Orbons
Mei 2019
ArcheoPro
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad. ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 18098 Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode Gemeente Meierijstad Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en karterend booronderzoek
Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam
Van Dun Advies B.V., Postel 8, 5711 ET Someren 18-183 ArcheoPro Rapport Vresselseweg 54-54a, Sint Oedenrode 2019 05 13 Versie 13-05-2019 Status Definitief Archis melding (OM nummer) 4623223100 Bevoegd gezag Gemeente Meierijstad Opslagplaats documentatie Provincie Noord-Brabant ISSN 1569-7363 Auteur Richard Exaltus, Joep Orbons Projectleider Richard Exaltus Projectmedewerkers Richard Exaltus, Joep Orbons Onderaannemers Niet van toepassing Autorisatie Drs R.P. Exaltus; senior-archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2018 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 13-05-2019
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad. ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 3
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................................................... 3 Samenvatting ....................................................................................................................................................................... 4 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................ 5 1.1 Algemeen........................................................................................................................................................................ 5 1.2 Locatiegegevens (LS02)....................................................................................................................................... 5 1.3 Aard van de ingreep (LS01) ................................................................................................................................ 5 1.4 Onderzoek (LS01) .............................................................................................................................................
5 2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................................................ 11 2.1 Methode en bronnen .............................................................................................................................................. 11 2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem (LS04) ...................................................................................... 13 2.3 Archeologie (LS01/LS04) .............................................................................................................................. 19 2.4 Historie (LS03) .................................................................................................................................................... 22 2.5 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (LS05)................................................................. 28 2.6 Onderzoeksstrategie (LS05) ........................................................................................................................... 29 3 Veldonderzoek..............................................................................................................................................................
30 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) ................................................................................................................ 30 3.2 Resultaten booronderzoek (VS03)............................................................................................................... 30 4 Conclusies en aanbevelingen
(VS07) .............................................................................................................. 33
Verklarende woordenlijst ............................................................................................................................................ 34 Archeologische tijdschaal ............................................................................................................................................ 34 Bronnen .............................................................................................................................................................................. 35 Digitale bronnen .............................................................................................................................................................. 36 Literatuur ........................................................................................................................................................................... 36 Bijlage 1: Boorbeschrijving ......................................................................................................................................... 37 Betekenis van de afkortingen: ................................................................................................................................... 39
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad. ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 4
Samenvatting Op 24 juli 2018 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Vresselseweg 54/54a ten noorden van Son en Breugel. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen bouw van twee woningen. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Het Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Hiermee kan de vraagstelling beantwoord worden of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de tamelijk grote afstand tot open water (De Dommel) en de ligging tussen het plangebied en de Dommel van een hoger gelegen deel van het dekzandlandschap, hooguit een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. In verband met de ligging in een gebied met dekzandruggen nabij een beekdal geldt een hoge verwachting voor resten van bewoning uit de periode neolithicum tot en met de vroege-middeleeuwen.
In verband met de ligging op akkerland ten zuiden van de historische bebouwing van Zwijnsbergen, is de verwachting voor bewoningsresten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd, hooguit middelhoog. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied negen boringen gezet met behulp van een zandguts en een megaboor. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat het plangebied van nature een natte, slecht ontwaterde laagte vormt die gekenmerkt werd door gley- en zelfs veenvorming. Deze laagte is waarschijnlijk geschikt gemaakt voor de akkerbouw door hier in korte tijd een dik pakket zand op te brengen. De dikte hiervan varieert van zeventig tot honderdtwintig centimeter en vlakt daardoor het oorspronkelijke reliëf als het ware uit. In verband met de relatief ondiepe ligging van de C-horizont (en daarmee de potentiële top van het sporenniveau) is op drie boorpunten nageboord met een edelmanboor met een diameter van 15 cm. Het zeven van het hiermee opgeboorde zand heeft geen relevante archeologische indicatoren opgeleverd. Gezien de van nature slechte ontwatering van het plangebied zal dit tot aan de ophoging, nooit geschikt zijn geweest als nederzettingsterrein. De verwachting voor bewoningsresten uit de steentijd tot en met de vroege-middeleeuwen kan derhalve worden bijgesteld tot een lage verwachting.
De verwachting voor bewoningsresten uit de late -middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd kan eveneens worden bijgesteld tot een lage verwachting omdat in deze tijd met veel inspanning een akkerdek is aangelegd binnen het plangebied en het gebied derhalve als akker gebruikt werd. Dit is tevens in overeenstemming met de gegevens op de historische kaarten. De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad. ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 5
1. Inleiding
1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoeringveldwerk Archis onderzoeksmelding Bevoegd gezag: Bewaarplaats vondsten: Bewaarplaats documentatie
Van Dun Advies B.V., Postel 8, 5711 ET Someren Anke van den Berg 24 juli 2018 4623223100 Gemeente Meierijstad Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant
1.2 Locatiegegevens Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging Hoekcoördinaten plangebied
Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties
(LS02)
Noord-Brabant Meierijstad Sint-Oedenrode Vresselseweg 54/54a Tussen Sint-Oedenrode en Son en Breugel 163309 / 392899 163309 / 392994 163386 / 392994 163386 / 392899 0,43 Hectare particulier Woning met tuin en paardenland Ca. 14 meter +NAP GPS Garmin, meetlinten
1.3 Aard van de ingreep Aard ingreep
1.4 Onderzoek
(LS01)
Het vergroten van de bedrijfsbestemming en het omzetten van agrarische bestemming naar twee woonbestemmingen.
(LS01)
Op 24 juli 2018 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Vresselseweg 54/54a ten noorden van Son en Breugel. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen bouw van twee woningen. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad. ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 6
komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Het Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Hiermee kan de vraagstelling beantwoord worden of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. Het plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Op grond van dit beleid valt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting. Hier is archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen die meer dan honderd vierkante meter beslaan en die dieper reiken dan vijftig centimeter. Om in deze zone een omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden.
ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.0 en SIKB BRL 4000) en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002 en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Exaltus (senior-archeoloog), ing. P.J. Orbons (senior vakspecialist) en H. Rik (veldtechnicus).
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad. ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 7
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 1
1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008.
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad. ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 8
Figuur 3: Het plangebied op he bestemmingsplan 2
2 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad. ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 9
Figuur 3: Het plangebied op he bestemmingsplan 3
3 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 10
Figuur 4: Het plangebied op de kadasterkaart 4
4 Bron: www.kadaster.nl
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 11
2 Bureauonderzoek
2.1 Methode en bronnen Onderzoeksgebied bureauonderzoek: Cirkel met een straal van één kilometer rond het centrum van het plangebied Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de hierin bekende en te verwachten archeologische waarden. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd (voor bronvermelding; zie ook literatuurlijst, dit geldt ook voor de kaarten die in de tekst opgenomen zijn): • • • • • • • • • • • • • •
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Archeologische MonumentenKaart (AMK) ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 Bodemkaart 1:50.000 Gemeente Meierijstad, Archeologische beleidskaart Historische topografische atlas van Noord-Brabant 1836-1843, 1:25.000 Geomorfologische kaart 1:50.000 Geologische kaart 1:50.000 Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Noord-Brabant 1:25.000 1894-1926 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 Provincie Noord-Brabant, Cultuurhistorische waardekaart
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 12
Figuur 5: Luchtfoto met daarop rood omlijnd het plangebied 5
5 Bron: http://maps.google.nl
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 13
2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem
(LS04)
Het plangebied ligt in het zogenaamde zuidelijk zandgebied. Dit is een relatief vlak gebied dat nooit door landijs bedekt is geweest. Het reliëf wordt voornamelijk bepaald door grote en kleine beekdalen en dekzandlaagten en -ruggen met plaatselijk jonge stuifzanden. In dit gebied ligt een laag dekzand op Pleistoceen rivierzand en-grind. Deze onderliggende rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand en grind en worden tot de Formatie van Sterksel gerekend. Een groot deel van deze formatie is door een verwilderd riviersysteem afgezet in het laatste deel van het Vroeg-Pleistoceen (circa 1,1 miljoen jaar BP) tot en met het Midden-Pleistoceen (circa 475.000 jaar BP). Aan het einde van het Weichseliën, met name in het Laat Pleniglaciaal (circa 29.000 - 15.700 BP) en het Jonge Dryas (circa 12.745 - 11.755 BP) heerste er een poolklimaat in Nederland. Door het ontbreken van vegetatie trad op grote schaal verstuiving op. Vanuit het Noordzeebekken werd dekzand meegevoerd. Hierbij werden dekzanden afgezet in de vorm van vlaktes, welvingen en ruggen. Dit zand is kalkloos en goed afgerond. Tevens is het fijnkorrelig (150 – 210 micron), goed gesorteerd en arm aan grind. Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. In het Holoceen (11.755 jaar BP tot heden) steeg de temperatuur.
Het landijs smolt, waardoor de zeespiegel steeg. Hierdoor steeg ook de grondwaterspiegel, waardoor lager liggende terreindelen natter werden en op steeds grotere schaal veenvorming kon optreden. Dit veen is vanaf de middeleeuwen in toenemende mate ontgonnen om te worden gebruikt als brandstof. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een zone met dekzandruggen (Figuur 7, code 3L5). Naar het westen gaan de dekzandruggen over in een beekdalbodem met meanderruggen en geulen (figuur 7, code 2R7). Hier doorheen stroomt de Dommel die ongeveer driehonderd meter ten westen van het plangebied ligt. Ongeveer tussen het plangebied en de Dommel ligt een meer geprononceerde dekzandrug die mogelijk bedekt is met een oud bouwlanddek (Figuur 4, code 3K14). Enkele honderden meters ten zuiden van het plangebied ligt een beekoverstromingsvlakte (Figuur 7, code 1M24). Op de uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, Figuur 8) is het laaggelegen Dommeldal goed herkenbaar. Tevens is hierop te zien dat bijna even laaggelegen terreindelen zich uitstrekken tot pal ten noorden van het plangebied. Op de drogere delen van het dekzandlandschap zijn veelal veldpodzolgronden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (Bhorizont).
De B-horizont gaat veelal via een overgangslaag (de BC-horizont) over in het niet door bodemvorming beïnvloede zand (de C-horizont). Dergelijke bodems worden door de bodemkaart aangegeven op het oostelijke deel van het onderzoeksgebied (Figuur 9, code Hn21). Binnen het plangebied geeft de bodemkaart de aanwezigheid aan van hoge zwarte enkeerdgronden voor (Figuur 9, code zEZ21). Dergelijke gronden hebben een akkerdek dat dikker is dan vijftig centimeter. Traditioneel is er vaak van uitgegaan dat het ontstaan van dergelijke akkerdekken het gevolg is van eeuwenlange plaggenbemesting met potstalmest. Veelal is het dikke akkerdek echter ontstaan door ingrijpende ontginningswerkzaamheden. De grondwatertrap VI (zie figuur 10) betekent dat het redelijk tot goed ontwaterde bodems betreft die alleen in de winter soms niet goed ontwaterd zijn.
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 14
Figuur 6: Uitsnede uit de paleogeografische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 6
6 Bron: P Vernieuwd digitaal basistand basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. K.M. Cohen, E. Stourhamer. 2012
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 15
Figuur 7: Uitsnede uit de geomorfologische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 7
7 Bron: Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 16
Figuur 8: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 8
8 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 17
Figuur 9: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2 9
9 Bron: Stichting voor Bodemkartering,
Versie: 13-05-2019
Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 18
Figuur 10: Uitsnede uit de grondwatertrappenkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 10
10 Bron: Stichting voor Bodemkartering,
Versie: 13-05-2019
Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 19
2.3 Archeologie
(LS01/LS04)
Voor dekzandgebieden in hun algemeenheid geldt dat hierbinnen bewoningssporen kunnen worden aangetroffen die dateren vanaf het laat-paleolithicum. Vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum liggen veelal op relatief hooggelegen delen van het dekzandlandschap in de nabijheid van water. Later, in het neolithicum wanneer een sedentair bestaan in de plaats komt van een nomadisch levenswijze, verkiest men vooral de hoogste delen van het dekzandlandschap. Deze nederzettingskeuze blijft tot in de vroege middeleeuwen bestaan. In de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zijn de nederzettingen met name gesticht langs doorgangswegen, op kruispunten van wegen en aan de overgangen van rivieren. Binnen het plangebied liggen geen bekende archeologische vindplaatsen. Binnen het onderzoeksgebied liggen vier archeologische monumenten (AMK-terreinen) en twee archeologische waarnemingen. Deze laatsten maken deel uit van AMK-terrein 5222 dat ruim zevenhonderd meter ten zuidwesten van het plangebied ligt en direct aan AMK-terrein 12489 grenst. Het gaat in beide gevallen om een terrein met sporen van bewoning uit de IJzertijd en de Romeinse tijd. De hierbinnen gelegen waarneming 31256 betreft aardewerkresten uit de Romeinse tijd en niet nader gedateerd, bewerkt vuursteen.
De eveneens binnen dit AMK-terrein gelegen waarneming 416070 betreft de vondst van een ongegraveerde Amerikaanse zilveren zegelring. Het gaat waarschijnlijk om de ring van een in september 1944 gesneuvelde Amerikaanse parachutist van de 101e Airborne Divisie 'The Screaming Eagles'. Op de betreffende locatie lag in 1944-1945 namelijk een tijdelijke Amerikaanse legerbegraafplaats, die na de oorlog is geruimd. AMK-terrein 5229 ligt op de westrand van het onderzoeksgebied en betreft het terrein met resten van kasteel "Wolfswinkel" uit de Late Middeleeuwen. In 1300 werd het vermeld als leengoed, in de eerste helft van de 15de eeuw is het afgebroken. Het ging om een kasteel of slotje, met een watermolen op de Dommel en enkele hoeven. AMK-terrein 5245 ligt ruim zevenhonderd meter ten westen van het plangebied. Het gaat om een terrein met sporen van bewoning uit de Late Middeleeuwen en waarschijnlijk oudere perioden (Mesolithicum, Romeinse tijd). Tabel 1 Waarnemingen en Monumenten Nummer Coördinaat Periode W 31256 162675/393325 Paleolithicum, Mesolithicum, IJzertijd, Romeinse tijd W 416070 162750/393500 Nieuwe Tijd AMK 5222 162723/393361 IJzertijd, Romeinse tijd AMK 5229 162341/392903 Middeleeuwen AMK 5245 162585/392757 Middeleeuwen AMK 12489 162742/393217 IJzertijd, Middeleeuwen
Versie: 13-05-2019
Vondsten Keramiek, Vuursteen Zilver Nederzetting, onbepaald Kasteel Nederzetting, onbepaald Nederzetting, onbepaald
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 20
Figuur 11: Kaart met Archis-gegevens met daarop een cirkel met een straal van één kilometer rond het plangebied die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 11
11 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 21
Figuur 12: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart 12
12 Bron: Gemeente Meierijstad
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 22
2.4 Historie
(LS03)
Volgens de kaart van de historische landschappen en historische relicten (zie figuur 14 en 15) ligt het plangebied van oudsher op akkerland. Volgens de kaart van het historisch landschap (zie figuur 14), ligt het plangebied op de Midden-Brabantse dekzandrug. Op de kadasterkaart uit de periode 1811-1832 maakt het grootste deel van het plangebied deel uit van drie noord-zuid gerichte kavels die uitkomen op een west-oost gericht kavel waarop het meest zuidelijke deel van het plangebied ligt. Het plangebied lag destijds nog op ruime afstand ten zuiden van de bebouwing van de buurtschap Zwijnsbergen. Dit buurtschap bestond uit zeven á acht hoeven die aan weerszijden van de weg, ten noorden van het plangebied lagen. Deze hoeven hadden hun hooilanden direct langs de Dommel met ten oosten hiervan akkerland. Meer naar het westen lagen de woeste gronden waar schapen werden gehouden en brandstof werd verzameld e.d. Het plangebied heeft tot in de tweede helft van de twintigste eeuw uit akkerland bestaan op enige afstand ten zuiden van de historische bebouwing van Zwijnsbergen (zie figuur 18). De huidige bebouwing in en rond het plangebied dateert uit het laatste deel van de twintigste eeuw.
Figuur 13: Uitsnede uit de kaart van Verheesch 13
13 Bron: verheesch
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 23
Figuur 14: Uitsnede uit de kaart met historische relicten Oost Brabant (Naar de Bont, 1993) 14
14 Bron: Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 24
Figuur 15: Uitsnede uit de kaart met historische landschapselementen Oost Brabant (Naar de Bont, 1993) 15
15 Bron: Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 25
Figuur 16: Uitsnede uit de kaart cultuurhistorische monumenten
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 26
Figuur 17: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832 16
16 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 27
Figuur 18: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1900, 1953 en 2015 17
17 Bron: Kadaster Topografische Dienst
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 28
2.5 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
(LS05)
Specifieke ligging (locatie) Het plangebied ligt van oudsher op akkerland ten zuiden van de historische bebouwing van het buurtschap Zwijnsbergen. Verwachte perioden (datering) In verband met de tamelijk grote afstand tot open water (De Dommel) en de ligging tussen het plangebied en de Dommel van een hoger gelegen deel van het dekzandlandschap, is de verwachting voor nederzettingsresten uit de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum, hooguit middelhoog. In verband met de ligging in een gebied met dekzandruggen nabij een beekdal geldt een hoge verwachting voor resten van bewoning uit de periode neolithicum tot en met de vroege-middeleeuwen. In verband met de ligging op akkerland ten zuiden van de historische bebouwing van Zwijnsbergen, is de verwachting voor bewoningsresten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd, hooguit middelhoog. Complextypen Eventuele nederzettingsresten uit het paleolithicum en mesolithicum kunnen zowel bestaan uit basisnederzettingen met een oppervlakte tussen 200 en 1.000 m² of uit kleine tijdelijke kampementjes met zeer geringe afmetingen die nauwelijks meer zijn dan de neerslag van een enkele (jacht)activiteit of een kortstondig kamp. De omvang hiervan kan beperkt zijn tot enkele (tientallen) vierkante meters.
Resten uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd, de Romeinse tijd of de vroege middeleeuwen in het gebied zullen vooral nederzettingsresten betreffen van minimaal honderden vierkante meters grootte. Tevens kunnen resten van begravingen, zowel in de vorm van crematiegraven als van inhumatiegraven, aanwezig zijn. Resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zullen vooral resten van huisplaatsen en perceelsgrenzen betreffen. Uiterlijke kenmerken Vuursteenvindplaatsen uit het laat-paleolithicum of mesolithicum zullen binnen het plangebied uit vondststrooiïngen bestaan met eventuele sporen in de ondergrond die afgedekt worden door de bouwvoor. Nederzettingsresten tot en met de vroege middeleeuwen kunnen onder de bouwvoor voorkomen als concentraties van vondstmateriaal of als vullingen van kuilen (afvalkuilen, paalkuilen, waterputten, enz.). Eventuele sporen van begraving kunnen resten van crematies of inhumatiegraven betreffen. Uit latere perioden kunnen ook resten van bakstenen gebouwen aanwezig zijn. Mogelijke verstoringen Door het gebruik als akker en de bebouwing op het plangebied aan het einde van de twintigste eeuw, kan aanzienlijke bodemverstoring zijn opgetreden.
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 29
2.6 Onderzoeksstrategie
(LS05)
Tijdens het veldwerk moet allereerst worden vastgesteld hoe de bodem is opgebouwd, in hoeverre deze intact is en of hierin archeologische indicatoren aanwezig (kunnen) zijn. Om de bodemopbouw zo exact mogelijk te kunnen bestuderen kan het beste gebruik gemaakt worden van een guts. Indien blijkt dat de huidige grondbewerking tot in de natuurlijke bodem reikt en een goede vondstzichtbaarheid heerst, is een oppervlaktekartering het meest geschikt voor het opsporen van archeologische indicatoren. Veel van de archeologische vondsten in de omgeving van het plangebied zijn immers gedaan als oppervlaktevondsten. Indien een oppervlaktekartering niet mogelijk is of in onvoldoende mate effectief zal zijn, wordt nageboord met een edelmanboor met een diameter van 15 cm. Het hiermee opgeboorde materiaal wordt gezeefd op een zeef met een maaswijdte van vier millimeter. Binnen het plangebied zijn de boorpunten verdeeld over een zo gelijkmatig mogelijk netwerk met telkens 25 meter afstand tussen de boringen en twintig meter afstand tussen de boorraaien. Hierdoor is een boordichtheid bereikt van twintig boringen per hectare. Een dergelijke boordichtheid voldoet volgens de Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006), als brede zoekoptie om vindplaatsen uit alle perioden, in zand op te sporen.
Zelfs met de door ArcheoPro gehanteerde hoge boordichtheid is op basis van booronderzoek nooit te garanderen dat alle typen archeologische resten kunnen worden opgespoord. De kans op het aantreffen van grondsporen is bijvoorbeeld aanmerkelijk groter indien een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd. Een dergelijke aanpak zou echter in dit stadium van het onderzoek een te zwaar middel vormen Van alle boorpunten wordt de NAP-hoogte bepaald door middel van het AHN en de waterpas.
Figuur 19: Het plangebied gezien vanuit de zuidoosthoek in noordelijke richting
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 30
3 Veldonderzoek
3.1 Verrichte werkzaamheden Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boorgrid: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:
(VS03)
Regelmatige verdeling over het plangebied (figuur 22). Zandguts met een diameter van 2 cm en edelmanboor met een diameter van 15 cm. Negen 20 x 25m Twintig boringen per hectare 1,2 – 1,5 m –Mv GPS, meetlint en waterpas Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)
Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de begroeiing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.
3.2 Resultaten booronderzoek
(VS03)
De boringen zijn gezet in drie noordwest – zuidoost gerichte boorraaien van achtereenvolgens 4, 3 en 2 boringen. De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1. Tijdens het booronderzoek is bovenin alle boringen een dik akkerdek aangetroffen dat bestaat uit brokken zand van uiteenlopend humusgehalte. Dit akkerdek maakt daardoor een nogal rommelige indruk en lijkt niet op een geleidelijk aan opgebouwd plaggendek. De dikte van dit dek loopt uiteen van zeventig centimeter op boorpunt 2 tot 1,2 meter op de boorpunten 4 en 5. In de boringen 2 en 3 is onder het akkerdek een vijf tot tien centimeter dik pakket grijs lemig zand aangetroffen met daarin oxidatievlekken. Een dergelijke gleyhorizont is kenmerkend voor natte bodems en is ook aangetroffen op boorpunt 1. In deze boring is hierboven een menglaag aangetroffen met daarin brokken moerig zand. De moerigheid hiervan wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van resten van sterk veraard veen (zie figuur 20). Ook in boring 7 is onder het akkerdek een pakket moerig zand aangetroffen.
Figuur 20: Foto van boring 1 met links de bouwvoor en rechts de overgangslaag met brokken moerig zand en de gley-horizont
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 31
Onderin alle boringen is lemig, grijs, ongeoxideerd zand aangetroffen. Op de boorpunten 6 en 9 is tussen het akkerdek en het grijze ongeoxideerde zand van de C-horizont, nog een ongeveer tien centimeter dikke menglaag aangetroffen die bestaat uit het grijze zand van de C-horizont met daarin brokken humusrijk zand. Resten van podzolvorming zijn nergens binnen het plangebied aangetroffen, evenmin als een gefaseerd opgebouwd plaggendek. Het plangebied lijkt van nature een natte, slecht ontwaterde laagte te vormen waarin zelfs enige veenvorming heeft plaatsgevonden. Deze laagte is waarschijnlijk geschikt gemaakt voor de akkerbouw door hier in korte tijd een dik pakket zand op te brengen. Niettemin is in verband met de relatief ondiepe ligging van de Chorizont (en daarmee de potentiële top van het sporenniveau) op de boorpunten 2, 3 en 7 nageboord met een edelmanboor met een diameter van 15 cm. Het zeven van het hiermee opgeboorde zand heeft geen relevante archeologische indicatoren opgeleverd. In verband met het ontbreken van relevante archeologische indicatoren binnen het plangebied, is het KNA-onderdeel Waardestelling, in dit rapport niet nader uitgewerkt.
Figuur 21: Boorprofielen
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 32
Figuur 22: Boorpunten met verstoringsdiepten
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 33
4 Conclusies en aanbevelingen
(VS07)
Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de tamelijk grote afstand tot open water (De Dommel) en de ligging tussen het plangebied en de Dommel van een hoger gelegen deel van het dekzandlandschap, hooguit een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. In verband met de ligging in een gebied met dekzandruggen nabij een beekdal geldt een hoge verwachting voor resten van bewoning uit de periode neolithicum tot en met de vroege-middeleeuwen. In verband met de ligging op akkerland ten zuiden van de historische bebouwing van Zwijnsbergen, is de verwachting voor bewoningsresten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd, hooguit middelhoog. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied negen boringen gezet met behulp van een zandguts en een megaboor. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat het plangebied van nature een natte, slecht ontwaterde laagte vormt die gekenmerkt werd door gley- en zelfs veenvorming. Deze laagte is waarschijnlijk geschikt gemaakt voor de akkerbouw door hier in korte tijd een dik pakket zand op te brengen. De dikte hiervan varieert van zeventig tot honderdtwintig centimeter en vlakt daardoor het oorspronkelijke reliëf als het ware uit.
In verband met de relatief ondiepe ligging van de C-horizont (en daarmee de potentiële top van het sporenniveau) is op drie boorpunten nageboord met een edelmanboor met een diameter van 15 cm. Het zeven van het hiermee opgeboorde zand heeft geen relevante archeologische indicatoren opgeleverd. Gezien de van nature slechte ontwatering van het plangebied zal dit tot aan de ophoging, nooit geschikt zijn geweest als nederzettingsterrein. De verwachting voor bewoningsresten uit de steentijd tot en met de vroege-middeleeuwen kan derhalve worden bijgesteld tot een lage verwachting. De verwachting voor bewoningsresten uit de late -middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd kan eveneens worden bijgesteld tot een lage verwachting omdat in deze tijd met veel inspanning een akkerdek is aangelegd binnen het plangebied en het gebied derhalve als akker gebruikt werd. Dit is tevens in overeenstemming met de gegevens op de historische kaarten. De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.
In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, deze direct gemeld dienen te worden bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11.
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 34
Verklarende woordenlijst
Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland AMK Archeologische Monumentenkaart ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving Archis Archeologisch Informatie Systeem BP Before Present (present=1950) GIS Geografische Informatie Systemen GPS Global Positioning System IKAW Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek KLIC Kabels en Leidingen Informatie Centrum KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie -mv Onder maaiveld NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak PVE Programma van Eisen RCE Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode SIKB Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum (oude steentijd) Mesolithicum (midden steentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd
Versie: 13-05-2019
Datering 250.000
- 9000
9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500
-
4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 heden
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 35
Bronnen Encyclopedie van Noord-Brabant (red. A. van Oirschot, A.C. Jansen en L.S.A. Kroesen; Baarn 1985) Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 4 Zuid-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Noord-Brabant; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 4 Zuid-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Provincie Noord-Brabant, brabant.nl/CHW)
Cultuurhistorische
waardekaart
(http://www.noord-
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 2 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort. Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Tranchot en v. Muffling, Kartenaufnahme der Rheinlande 1803-1820 Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965. Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer.
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 36
Digitale bronnen Ruimtelijke plannen http://www.ruimtelijkeplannen.nl Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - Archis III http://archis.cultureelerfgoed.nl
Literatuur Bont, Ch de., Cultuurhistorisch onderzoek Oost-Brabant, 1993. Cate, J. A. M. ten. A. F. van Holst, H. Kleijer en J. Stolp, 1995. Handleiding bodemgeografisch onderzoek; richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem. Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Beknopte toelichting bij het digitaal basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta, Utrecht, 2012. Es. Van W.A., Sarfatij, H. & P.J. Woltering (red.) 1988. Archeologie in Nederland; De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Kuiper, M. 2006/2007. Atlas van topografische kaarten Nederland, 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006)
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 37
Bijlage 1: Boorbeschrijving
Algemene boorgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie Archis meldingsnummer Coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever
BAR 18-183 Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode NVT ArcheoPro 4623223100 RD2000 ETRS89 GPS en meetlint NAP AHN – Waterpas Guts en edelman 3 cm en 15 cm Van Dun Advies B.V.
Posities van boringen (boorlocaties) Boornummer XCO 1 163317.7 2 163334.7 3 163350.6 4 163368.1 5 163339.0 6 163358.1 7 163374.6 8 163362.1 9 163379.7 Versie: 13-05-2019
YCO 392966.6 392947.7 392929.8 392910.8 392974.4 392952.4 392934.5 392978.8 392957.6
Meters t.o.v. NAP 13.80 13.78 13.73 14.00 13.64 13.72 13.72 13.59 13.66 www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 38
Boorbeschrijving volgens ASB 5.2 Boor Nr. 1
2
3
4 5 6
7
8 9
LDO 98 107 115 126 150 72 83 100 77 85 100 121 150 123 150 103 112 135 84 92 120 107 145 108 122 150
Versie: 13-05-2019
Lithologie GD BK Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z Z
BS
BZ
BV 1
1 2 2
BH 2/3 2/3 1
2/3 2 2 2/3 2 2 2/3 2 2/3 2 2/3 1
1 2 1
2/3 2/3
2 2/3 2 1 2
2/3 1
Kleur HK BR BR GR GR GR BR GR GR BR GR GR BR GR BR GR BR GR GR BR BR GR BR GR BR GR GR
TK GR GR OR
GR
GR
GR
IK
VLK GR ZW BR OR
Overige kenmerken CO PLH VS
AIS SST
BHN
BI AKK
1 BHAC GLEY BHC
GR OR
DEZ DEZ AKK
GLEY BHC
GR OR
DEZ DEZ AKK
GLEY BHC
GR
DEZ DEZ AKK
BHC GR
GR
GR OR
GR BR
GR GR
GR ZW
GR
GR
GR OR
GR BR
GI
DEZ AKK
BHC
DEZ AKK
BHAC BHC
DEZ AKK
1 BHC
DEZ AKK
BHC
www.ArcheoPro.nl
DEZ AKK
BHAC BHC
DEZ
Archeologische onderzoek Vresselseweg 54/54a, Sint Oedenrode, Gemeente Meierijstad.ArcheoPro Rapport, 18098, Pagina 39
Betekenis van de afkortingen: LDO – Onderzijde boortraject Lithologie: GD – Onverharde sedimenten: G = grind, K = klei, L = leem, V = veen en Z = zand Bijmengsels: BK = bijmengsel klei, BS = bijmengsel silt, BZ =bijmengsel zand, BG= bijmengsel grind, BH = bijmengsel humus. Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: HK = hoofdkleur, BL = blauw, BR = bruin, GE = geel, GN = groen, GR = grijs, OL = olijf, OR =oranje, PA = paars, RO = rood, RZ = roze, WI = wit, ZW = zwart. TK = Tweede kleur (kleurafkortingen als boven). IK = Intensiteit kleur: LI = licht en DO = donker VLK = Vlekken (V): 2e en 3e letter is kleurafkorting als boven, 1 = weinig, 2 = matig , 3= veel Overige kenmerken: CO = Consistentie (C ): ZSL-zeer slap, SLA-slap, MSL-matig slap, MST-matig stevig, STV-stevig PLH = plantenresten (PL0 = geen, PL1 = spoor, PL2 = weinig, PL3 = veel) VS = veensoorten SST = Sedimentaire structuren BHN = Bodemhorizont; BHC = C-horizont, BHAC = AC-horizont, GLEY = Gley-horizont BI = Bodemkundige interpretaties; BOV = bouwvoor , ROG = rommelig, OPG = opgebracht GI = Geologische interpretaties; DEZ = dekzand AIS = Archeologische indicatoren
Versie: 13-05-2019
www.ArcheoPro.nl
bestemmingsplan Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oedenrode
Bijlage 5 Notitie invoergegevens AERIUS en AERIUS-berekeningen
50 denrode" (ontwerp)
bestemmingsplan "Vresselseweg 54 en 54a, Sint-Oe
Notitie: Locatie:
AERIUS depositieberekening bestemmingsplan Vresselseweg 54, 54a te Sint-Oedenrode
Someren,
4 november 2022
Kenmerk:
AB/16384.005
In deze notitie wordt een nadere toelichting voor de ontwikkeling aan de Vresselseweg 54 en 54a te Sint-Oedenrode. Deze notitie maakt onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure voor de ontwikkeling om de veehouderij te saneren, de agrarische bedrijfswoning her te bestemmen naar een burgerwoning, de realisatie van een Ruimte-voor-Ruimte woning en de uitbreiding van het bestaande rietdekkersbedrijf. De bedrijfsvoering heeft tot gevolg dat er vrachtwagens en personenauto’s de locatie aan de Vresselseweg 54 bezoeken. In de berekeningen dienen deze vervoersbewegingen te worden opgenomen totdat ze zijn opgenomen in het ‘heersende verkeersbeeld’. Een voertuig is opgenomen in het heersende verkeersbeeld indien het deze zich door de snelheid en rij-stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer. Hierbij dient ook de verkeersintensiteit van de weg te worden betrokken. In de berekening van de vervoersbewegingen zijn alle tractoren en vrachtwagens als zware motorvoertuigen geclassificeerd. Het is immers op voorhand niet bekend of een ‘kleine’ of ‘grote’ vrachtwagen het bedrijf bezoekt. Ook is niet expliciet benoemd of tractoren middelzware of zware motorvoertuigen zijn. Om een worst-case-situatie te hanteren zijn al deze vervoersbewegingen als zware motorvoertuigen in de berekening opgenomen.
De wegen in de directe omgeving van het bedrijf worden veelvuldig gebruikt door landbouwverkeer, agrarisch vrachtverkeer en bewoners en bezoekers van de woningen. Dit resulteert in enkele tientallen landbouwtractoren en vrachtwagens die per etmaal gebruikt maken van de weg. Het aantal personenauto’s/bestelbusjes op deze weg bedraagt per etmaal ca 100. De verdeling van rijrichting bedraagt naar verwachting 40% in noordelijke richting en 60% in zuidelijke richting. Gelet op de verkeersintensiteit van de weg waaraan het bedrijf is gelegen is het aannemelijk dat deze bewegingen in noordelijke richting vanaf de T-splitsing met de Oude Vresselseweg/Vresselseweg zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. In zuidelijke richting is het verkeer vanaf de kruising met de Planetenlaan opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Gebruiksfase Invoergegevens beoogde situatie Bron 1: Emissiepunt: Materiaal: Aantal: Materiaal: Aantal:
Vervoersbewegingen 54 noord Lijnbron wegverkeer (noordelijke richting) Lichte motorvoertuigen (40%) 4.064 voertuigbewegingen per jaar, zie onderstaande toelichting Zware motorvoertuigen (40%) 520 voertuigbewegingen per jaar, zie onderstaande toelichting
Bron 2: Emissiepunt: Materiaal: Aantal: Materiaal:
Vervoersbewegingen 54 zuid Lijnbron wegverkeer (noordelijke richting) Lichte motorvoertuigen (60%) 6.095 voertuigbewegingen per jaar, zie onderstaande toelichting Zware motorvoertuigen (60%)
1 van 7
Aantal: Bron 3: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
780 voertuigbewegingen per jaar, zie onderstaande toelichting Vervoersbewegingen 54a noord Lijnbron wegverkeer (noordelijke richting) Lichte motorvoertuigen (40%) 2.714 voertuigbewegingen per jaar, zie onderstaande toelichting
Bron 4: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Vervoersbewegingen 54a zuid Lijnbron wegverkeer (noordelijke richting) Lichte motorvoertuigen (60%) 4.070 voertuigbewegingen per jaar, zie onderstaande toelichting
Bron 5: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Vervoersbewegingen RvR noord Lijnbron wegverkeer (noordelijke richting) Lichte motorvoertuigen (40%) 2.714 voertuigbewegingen per jaar, zie onderstaande toelichting
Bron 6: Emissiepunt: Materiaal: Aantal:
Vervoersbewegingen RvR zuid Lijnbron wegverkeer (noordelijke richting) Lichte motorvoertuigen (60%) 4.070 voertuigbewegingen per jaar, zie onderstaande toelichting
Bron 7: Emissie NOx:
Stookinstallatie 54 3,59 kg/j (Zie onderstaande toelichting)
Bron 8: Emissie NOx:
Stookinstallatie 54a 3,59 kg/j (Zie onderstaande toelichting)
Toelichting invoergegevens Bezoek (bedrijfs)woning Conform de CROW-publicatie toekomstbestendig parkeren is de verkeersgeneratie van een woning in het buitengebied 8,6 voertuigen per dag. Dit betreffen 3.139 voertuigen op jaarbasis per vrijstaande woning, binnen het plangebied zijn drie vrijstaande woningen aanwezig in de beoogde situatie. Bezoek bedrijf Vresselseweg 54 Op onderhavige locatie vindt hoofdzakelijk stalling van materialen ten behoeve van het rietdekkersbedrijf plaats. In de ochtend worden de benodigde materialen en werktuigen op locatie gehaald, de werkzaamheden vinden plaats bij derden. Aan het einde van de dag worden de benodigde voorzieningen weer teruggebracht op de locatie aan de Vresselseweg 54. Met het bepalen van de verkeersbewegingen gaat het om de maximale planologische situatie, het rietdekkersbedrijf is planologisch toegestaan. Er zijn wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor andere bedrijfsactiviteiten, in de plaats van het rietdekkersbedrijf. Daarbij mag er uitsluitend een bedrijf met milieucategorie 1 of 2 vestigen, waardoor het rietdekkersbedrijf wordt gehanteerd als worst-case scenario. Voor het rietdekkersbedrijf wordt aansluiting gezocht bij de verkeersgeneratie van een arbeidsextensief/bezoekersextensief bedrijf conform de CROW publicatie 318 ‘toekomstbestendig parkeren’.
Hierbij bedraagt de verkeersgeneratie gemiddeld 4,8 voertuigbewegingen per 100 m2 bedrijfsvloeroppervlakte in het buitengebied, dit is inclusief vrachtverkeer. In de beoogde situatie heeft het bedrijf een bedrijfsvloeroppervlakte van 1.085 m2. Dit zou uitkomen op 52 voertuigen per dag. Hierbij wordt wel aangegeven dat er een ruime marge in acht genomen moet worden. 52 voertuigen per dag is niet realistisch voor de beoogde bedrijfsvoering. Hierdoor wordt er gerekend met 25 voertuigen per werkdag waarvan 5 voertuigen ‘zwaar verkeer’ betreffen. Op jaarbasis zijn dit 5.200 lichte voertuigen en 1.300 zware voertuigen.
2 van 7
Bezoek aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven Bij alle woningen is het planologisch mogelijk om een bedrijf of beroep aan huis te exploiteren. Dit mag tot een maximale oppervlakte van 50 m2, hierbij wordt worst-case scenario gerekend met 7 auto’s per werkdag per woning binnen het plangebied. Dit zijn op jaarbasis 1.820 lichte voertuigen per woning. Bezoek koffie-/theetuinen Ter plaatse van de woonbestemmingen wordt een koffie-/theetuin planologisch mogelijk gemaakt middels een afwijkingsbevoegdheid. Normaliter worden koffie- en/of theetuinen veelal bezocht door wandelaars en fietsers. Als worst-case scenario wordt er voor een koffie-/theetuin gerekend met 5 auto’s per dag. Dit betreffen 1.825 auto’s op jaarbasis per woonbestemming. Toelichting stookinstallaties Het gasverbruik van de (voormalige) bedrijfswoningen zijn meegenomen in de AERIUS-berekening. Op grond van de emissiewaarden van AERIUS, d.d. 5 juli 2018, dient voor een oudere vrijstaande woning uit te worden gegaan van 3,59 NOx kg per jaar (https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijkeplannenemissiefactoren/05-07-2018). Nieuwe woningen dienen gasloos te worden gebouwd, hierdoor is er geen uitstoot meegenomen voor de Ruimte-voor-Ruimte woning. Samenvatting vervoersbewegingen Activiteit
Vresselseweg 54
Vresselseweg 54
Bezoek (bedrijfswoning) Bezoek bedrijf nr. 54
3.139 5.200 (licht) 1.300 (zwaar) 1.820
3.139 -
Ruimte-voorRuimte woning 3.139 -
1.820
1.820
10.159 (licht) 1.300 (zwaar)
1.825 6.784 (licht)
1.825 6.784 (licht)
Bezoek aan huis verbonden beroepen en bedrijven Bezoek koffie-/theetuin Totaal
3 van 7
Aanlegfase Om te bepalen of de nieuw te realiseren woning en de nieuwe loods (uitbreiding van bedrijfsbebouwing) mogelijke negatieve gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUSberekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. De bouw van de woning en de loods genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door bouwbedrijven en de aanvoer van bouwmaterialen. De aanlegfase heeft betrekking op het bouwrijp maken van de grond ter plaatse en de nieuwbouw van de woning/loods in combinatie met de verkeersaantrekkende werking van bouwverkeer. De totale emissie van de aanleg-/bouwfase is opgebouwd uit twee te onderscheiden onderdelen: 1. Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage. Verkeersbewegingen Bij de verkeersbewegingen voor de Ruimte-voor-Ruimte woning zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: Lichtverkeer: 3 voertuigen per etmaal (6 vervoersbewegingen) Middelzwaar verkeer: N.v.t. Zwaar verkeer: 1 voertuig per etmaal (2 vervoersbewegingen) Bij de verkeersbewegingen voor de loods zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: Lichtverkeer: 4 voertuigen per etmaal (8 vervoersbewegingen) Middelzwaar verkeer: N.v.t.
Zwaar verkeer: 2 voertuigen per etmaal (4 vervoersbewegingen) In realiteit zal het aandeel zwaar vrachtverkeer veel lager uitvallen (er zal niet dagelijks zwaar verkeer van en naar de locatie komen ten behoeve van de bouw van de woning en loods). De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Het betreft buitenwegen. Er is vanuit gegaan dat de verkeersbewegingen vanuit het zuiden van de Vresselseweg zullen komen. De ontsluitingsroute is meegerekend tot het moment dat het verkeer kan worden geacht opgenomen te zijn in het heersende verkeersbeeld (zie eerdere toelichting). De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. In het rekenmodel worden de bronnen die per etmaal worden ingevoerd vermenigvuldigd met 365 om deze depositie te berekenen. Dit betekent dat het mogelijk is dat er dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en andere dagen weer minder. Bovenstaande aantallen zijn dan ook gemiddelden tijdens de bouwfase. Mobiele bronnen Bij de bouw van de woning en loods zal sprake zijn van het gebruik van mobiele werktuigen ter ondersteuning van de bouwwerkzaamheden. De mobiele werktuigen zijn ingevoerd als vlakbron op de bouwplaats: de locatie van de nieuw te realiseren woning/loods en omliggend terrein.