CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Veghels Buiten Erpseweg Zuid 1e herziening V2

Raadsvergadering 26 juni 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Wijziging raadsbesluit tot gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Veghels Buiten - Erpseweg Zuid, 1e herziening28.575 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg-Zuid, 1e herziening

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48

Betreffende

Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg-Zuid, 1e herziening

Planstatus

vastgesteld

Projectnummer

NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P- VG02

Datum

6 mei 2025

colofon

projectnaam Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening datum 6 mei 2025 projectnummer P05552 IMRO-identificatienummer NL.IMRO.1948.VHL004BP0022023P-VG02 opdrachtgever Gemeente Meierijstad Concept 5 september 2023 Ontwerp 14 november 2023 Vaststelling 23 mei 2024 BRO projectleider JRi projectteam MvDn, JvdA, WvdH

Willemsplein 2 5211 AK ’s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info@bro.nl www.bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

5 5 8 9

Planbeschrijving

10

2.1 2.2

10 10

Huidige situatie Toekomstige situatie

Beleidskader

12

3.1

Rijksbeleid

12

3.1.1 3.1.2 3.1.3

12 13 13

3.2 3.3

4

Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

Nationale Omgevingsvisie Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking

Provinciaal beleid

15

3.2.1 3.2.2

15 16

Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Gemeentelijk beleid

19

3.3.1 3.3.2

19 20

Structuurvisie Veghel 2030 Woonvisie Meierijstad

Milieuaspecten

23

4.1

M.e.r.-beoordeling

23

4.1.1 4.1.2

23 23

4.2

4.3

4.4

4.5

4.6

4.7

4.8

Toetsingskader Conclusie

Archeologie en cultuurhistorie

23

4.2.1 4.2.2 4.2.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

23 24 24

Flora en fauna en stikstof

24

4.3.1 4.3.2 4.3.3

24 24 26

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Waterparagraaf

26

4.4.1 4.4.2 4.4.3

26 29 29

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bodem

29

4.5.1 4.5.2 4.5.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

29 29 30

Bedrijven en milieuzonering

30

4.6.1 4.6.2 4.6.3

30 31 31

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geur agrarisch

32

4.7.1 4.7.2 4.7.3

32 33 35

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Akoestiek wegverkeerslawaai

35

4.8.1

35

Toetsingskader

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

3

4.8.2 4.8.3

4.9

Onderzoek Conclusie

Luchtkwaliteit

36

4.9.1 4.9.2 4.9.3

36 37 37

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.10 Externe veiligheid 4.10.1 4.10.2 4.10.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

4.11 (Ondergrondse) infrastructuur 4.12 Gezondheid 4.12.1 4.12.2 4.12.3

Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Hoogspanningslijnen Spuitzones

4.13 Verkeer en parkeren 4.13.1 4.13.2 4.13.3

5

6

35 36

37 37 39 42

42 42 42 43 43

47

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

47 47 49

Juridische planopzet

50

5.1 5.2 5.3

50 50 52

Inleiding Plansystematiek Bestemmingen

Uitvoerbaarheid

54

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

54 54

6.2.1 6.2.2 6.2.3

54 54 55

Vooroverleg Inspraak Vaststellingsprocedure

Toelichting Regels SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Stikstofonderzoek Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Bodemonderzoeken Bijlage 4: Notitie Verkeer Bijlage 5: M.e.r. aanmeldnotitie Bijlage 6: Advies veiligheidsregio Bijlage 7: Notitie gezondheidsrisico Bijlage 8: Locatiespecifiek onderzoek spuitzones

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

4

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Veghels Buiten is een woongebied in het zuidoosten van Veghel. De huizen worden hier gebouwd in clusters, minidorpjes in het groen. Net als vroeger de Brabantse gehuchten. De planontwikkeling en -realisatie van het deelgebied Erpseweg-Zuid nadert zijn voltooiing. De meeste bouwvelden zijn of worden ingevuld met woningen, voor de bouwvelden 3100 en 3200 is de planvorming nog gaande. Door een snel veranderende marktvraag is er voor andere doelgroepen gebouwd dan initieel beoogd was. Er zijn grotere aantallen woningen in het sociale en middeldure segment gebouwd en dit heeft tot gevolg dat er in totaal ook meer woningen in deelgebied Erpseweg-Zuid gebouwd zullen gaan worden, dan dat in het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is vastgelegd. Het zal in totaal gaan om maximaal 60 extra woningen ten opzichte van de 705 woningen die als maximum in het vigerende bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is vastgelegd. Omdat de vergunningverlening voor de woningbouw op de bouwvelden 3100 en 3200 nog moet plaatsvinden en er door overschrijding van het aantal woningen een strijdigheid met het bestemmingsplan ontstaat, zal het bestemmingsplan moeten worden herzien. Daarnaast wordt er met voorliggend bestemmingsplan een parapluregel opgenomen voor het totale deelgebied Veghels Buiten Erpseweg Zuid.

Voor dit gehele deelgebied wordt geregeld dat het aantal woningen maximaal 765 bedraagt. Er dient een bestemmingsplan in procedure gebracht te worden, waarin aangetoond wordt dat het initiatief op de verschillende relevante onderdelen haalbaar is en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het nieuw juridisch-planologisch kader voor het plangebied.

1.2

Plangebied

Het plangebied omvat gronden gelegen in het plan ‘Veghels Buiten - Erpseweg Zuid’. Het plan ‘Veghels Buiten - Erpseweg Zuid’ is gelegen ten oosten van de kern Veghel en ten zuiden van de Erpseweg. Het plangebied omvat twee bouwvelden met nummer 3100 en 3200 en daaromheen gelegen gronden. In figuur 1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven, waarin tevens de bouwvelden zijn aangeduid. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 55.900 m2. De begrenzing van het deelgebied Veghels Buiten Erpseweg Zuid waarvoor de woningaantallen worden herzien is weergegeven in figuur 2. De ligging en begrenzing van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1 en 2. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

5

3200

3100

Figuur 1: Ligging en begrenzing deelgebied 3100-3200 (bron: Google Maps)

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

6

Figuur 2: Globaal plangebied Veghels Buiten Erpseweg Zuid (bron: Google Maps)

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten - Erpseweg Zuid 2016’ het geldende planologisch-juridisch kader. Op 20 oktober 2016 is dit plan door de voormalig gemeente Veghel vastgesteld. De twee bouwvelden hebben conform dit bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Woongebied-Erf’ met een bouwvlak. Daarnaast hebben beide bouwvelden een eigen bouwaanduiding, namelijk ‘specifieke bouwaanduiding 3100’ en ‘specifieke bouwaanduiding 3200’. Voor een klein gedeelte voor het plangebied 3200 is de functieaanduiding ‘wonen uitgesloten’ opgenomen. De gronden rondom de bouwvelden zijn bestemd als ‘Agrarisch’, de agrarische gronden in het oosten van het plangebied hebben de functieaanduiding ‘ontsluiting’. De agrarische grond tussen 3100 en 3200 en ten westen van 3200 heeft de functieaanduiding ‘waterberging. Tevens geldt voor het gehele plangebied de gebiedsaanduiding: ‘milieuzone – boringsvrije zone’.

3200

3100

Figuur 3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ter plaatse van deelgebied 3100-3200 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op 27 januari 2021 is het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ vastgesteld door de gemeente Meierijstad. Dit bestemmingsplan is een actualisatie en harmonisatie van bestaande regels t.o.v. eerdere bestemmingsplannen. Ten slotte is ook het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’, zoals vastgesteld op 31 januari 2019 door de gemeente Meierijstad vigerend. In het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is een maximaal aantal woningen opgenomen voor de gezamenlijke bestemmingen Woongebied - Erf, Woongebied - Gehofte en Woongebied - Klooster van 700 woningen. Daarnaast zijn er nog 5 woningen toegestaan in de bestemming Wonen - 2. In totaal zijn er met het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ 705 nieuwe woningen toegestaan. Er zijn grotere aantallen woningen in het sociale en middeldure segment gebouwd en dit heeft tot gevolg dat er in totaal ook meer woningen in deelgebied Erpseweg-Zuid gebouwd zullen gaan worden, dan dat in het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is vastgelegd. Het zal in totaal gaan om maximaal 60 extra woningen ten opzichte van de maximaal toegestane nieuwe 705 woningen die in het vigerende bestemmingsplan zijn vastgelegd. Omdat de vergunningverlening voor de woningbouw op de bouwvelden

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

8

3100 en 3200 nog moet plaatsvinden en er door overschrijding van het aantal woningen een strijdigheid met het bestemmingsplan ontstaat, zal moeten het bestemmingsplan moeten worden herzien. Bij de planherziening wordt ook de plansystematiek aangepast op het meer uitgekristalliseerde stedenbouwkundige plan voor deze bouwvelden. Daarnaast wordt er met voorliggend bestemmingsplan een parapluregel opgenomen voor het deelgebied Veghels Buiten Erpseweg Zuid conform het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’. Voor dit gehele deelgebied wordt geregeld dat het aantal woningen in dit deelgebied maximaal 765 bedraagt. Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

9

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen in Veghels Buiten – Erpseweg Zuid. Het plan Erpseweg Zuid ligt ten zuiden van de Erpseweg. Het is ontstaan in het beekdal van de Aa, hier lagen in vroegere tijden vennen en plassen. In de loop van de tijd zijn deze onder andere door de ruilverkaveling verdwenen; evenals het sterke reliëf van de steilrand van het Aa-dal en de typische Meierijse bolle akkercomplexen. Binnen het plan Erpseweg Zuid kwam van oudsher agrarische bedrijvigheid voor. Momenteel zijn veel agrarische bedrijven reeds gestopt met hun activiteiten. Het open landschap kent een agrarisch gebruik en is met name in gebruik als weidegrond. Door economische en maatschappelijke oorzaken is de rol van de agrarische sector in het plangebied in de afgelopen decennia afgenomen. Deze ontwikkeling is een van de redenen waarom de gemeente het initiatief heeft genomen om de Nieuwe Ontginning als onderdeel van Veghels Buiten om te vormen tot extensief woongebied. In de huidige situatie zijn de twee bouwvelden 3100 en 3200 braakliggend. Ten westen en zuiden van dit deelgebied zijn verschillende bouwvelden van het plan Veghels Buiten – Erpseweg Zuid reeds gerealiseerd of nog in ontwikkeling. Ten noorden en ten noordoosten van het plangebied zijn de Erpseweg en (agrarische) bedrijven gelegen.

2.2

Toekomstige situatie

De twee bouwvelden worden ontwikkeld als erfbuurtschappen, geïnspireerd op de boerenerven. Het erf is geïnspireerd op een traditioneel boerenerf, dat bestaat uit een woonboerderij met daarachter een clustering van gebouwen rondom een verhard erf. Hierbij staat de hoofdwoning los van het erf aan de zijde van de weg en staan de erfwoningen en eventuele andere gebouwen dicht op elkaar en kaderen het zicht naar het achterland in. De erfverharding loopt hier vaak dood op het achterland. De woningen komen grotendeels rondom een gezamenlijk erf. Bijna alle huizen hebben achter een vrij uitzicht en kijken uit op het groene landschap. De ordening van de gebouwen is van oudsher functioneel en praktisch. Vanuit het landschap worden de erven ervaren als kleine clusteringen van laag aangekapte gebouwen met dakvlakken in wisselende hoogten met een onderscheidende boerderijwoning aan de entree. Naast ruimte voor de auto biedt het erf voldoende extra ruimte om te verblijven en te spelen. Het erf is geen verkeersruimte, maar een verblijfsruimte. Door het geven van overruimte ontstaat lucht en flexibiliteit en meer bewegingsvrijheid voor de bewoners. Bij de nadere invulling van het ontwerp van de erven is het Kwaliteitshandboek Erpseweg Zuid medebepalend.

Bouwveld 3100 – Teresiahoeve Volgens het richtprogramma worden er in de Teresiahoeve 28 woningen gerealiseerd, waarvan 21 in het middeldure/dure koopsegment en 7 sociale huurwoningen. Bouwveld 3200 – Catharinahoeve Volgens het richtprogramma worden er in de Catharinahoeve 42 woningen gerealiseerd, waarvan 6 in het goedkope koopsegment, 26 in het middeldure/dure koopsegment. Tevens worden er 10 sociale huurwoningen gerealiseerd.

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

10

In totaal zullen er volgens het richtprogramma in de bouwvelden 3100 en 3200 in totaal 70 woningen worden gerealiseerd met de volgende onderverdeling naar type woning: 

17 sociale huurwoningen;

6 goedkope koopwoningen;

47 koopwoningen in middelduur/dure segment.

Parapluregeling maximaal aantal woningen Erpseweg-Zuid Daarnaast wordt er met voorliggend bestemmingsplan een parapluregel opgenomen voor het deelgebied Veghels Buiten Erpseweg Zuid. Voor dit gehele deelgebied (incl. bouwveld 3100 en 3200) wordt geregeld dat het aantal woningen in dit deelgebied voor de bestemmingen ‘Wonen-2’, ‘Woongebied – Erf’, ‘Woongebied – Gehofte’ en ‘Woongebied – Klooster’ maximaal 765 bedraagt.

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

11

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking getreden is, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke per 11 september 2020 in werking is getreden. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet tot 1 januari 2024, kwam de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Na inwerkingtreding van de Omgevingswet, geldt deze structuurvisie als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving.

Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen.

Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

12

nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. Bovendien is er sprake van een toename aan woningen t.o.v. het vigerende bestemmingsplan, daarmee sluit de ontwikkeling op het streven van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening om 900.000 woningen te bouwen tot en met 2030, waarvan er 600.000 woningen betaalbaar moeten zijn. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied en voor de voorgestane ontwikkelingen. Het Barro bevat daarom in beginsel geen kaderstellende uitspraken voor dit plan. Wel ligt het gehele woongebied Veghels Buiten binnen het radarverstoringsgebied van Volkel.

Daarmee zijn de instructieregels van art. 2.6.9, lid 2 Barro en art. 2.4 van de Rarro (bouwbeperkingen radarverstoringsgebieden) van toepassing. Het bestemmingsplan maakt geen bebouwing mogelijk maakt die van invloed is op het radarverstoringsgebied. Tevens is een gebiedsaanduiding in het plan opgenomen met het oog op de ligging binnen het radarverstoringsgebied. Het plan is niet strijdig met het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

13

bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. 1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Uit jurisprudentie blijkt dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wanneer een plan voorziet in meer dan 11 woningen. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van in totaal 70 woningen in de bouwvelden 3100 en 3200 in Veghels Buiten Erpseweg Zuid.

Voor het gebied Veghels Buiten Erpseweg Zuid is met het huidige bestemmingsplan vastgesteld dat er 705 woningen mogen worden gerealiseerd. Door een snel veranderende marktvraag is er voor andere doelgroepen gebouwd dan initieel beoogd was. Er zijn grotere aantallen woningen in het sociale en middeldure segment gebouwd en dit heeft tot gevolg dat er in totaal ook meer woningen in deelgebied Erpseweg-Zuid gebouwd zullen gaan worden, dan het aantal van 705 dat in het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is vastgelegd. Het zal in totaal gaan om maximaal 60 extra woningen ten opzichte van de 705 woningen die als maximum in het vigerende bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is vastgelegd. Dat betekent dat er juridisch-planologisch gezien sprake is van een netto toename van 60 woningen. Onderstaand wordt een beschrijving gegeven van de behoefte aan de ontwikkeling. De harde plancapaciteit van 705 woningen in het gebied Veghels Buiten Erpseweg Zuid is reeds vastgelegd met het plan uit 2012. Met deze plancapaciteit wordt al jaren rekening gehouden in het gemeentelijke woningbouwprogramma. Zoals hierboven reeds is aangegeven is er door de snel veranderende marktvraag gebouwd voor andere doelgroepen (meer in het sociale en middeldure segment) waardoor er grotere aantallen woningen zijn gebouwd.

Omdat er in de gemeente Meierijstad een grote behoefte is aan woningen is in 2021 is het Actieplan woningbouw vastgesteld. In het actieplan wordt uitgegaan van de provinciale prognoses die voor de periode 2020-2040 uitgaan van 5.750 benodigde extra woningen voor de gemeente Meierijstad. Prognoses gaan er daarnaast vanuit dat er na 2040 nog meer woningen in gemeente Meierijstad nodig zijn. De provinciale woningbouwprognoses tonen dus aan dat er een aanzienlijke woningbouwopgave ligt. Die opgave blijkt ook duidelijk uit de huidige urgentie op de woningmarkt. In het Actieplan woningbouw geeft de gemeente aan dat zij verwachten dat de kleinere, reguliere plannen in eenzelfde bouwtempo als nu zullen worden voortgezet. Daarmee moet de gemeente het huidige gemiddelde van zo’n 400 nieuwe woningen per jaar kunnen blijven realiseren. Om echter de ambitie van 600 woningen per jaar te kunnen waarmaken, zet de gemeente actief in op bestaande uitbreidingsplannen en plannen in de versnellingsacties. Daarmee gaat de gemeente de wachtlijsten korter maken, de grote druk op de midden-huurwoningen en de koopmarkt verminderen en bouwen voor doelgroepen die nu weinig mogelijkheden hebben. De woningbouwontwikkeling van de bouwvelden 3100 en 3200 zorgt voor een afronding van het

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

14

gebied Veghels Buiten Erpseweg Zuid. In dit licht is ook de op 9 maart 2023 ondertekende Regionale Woondeal Noordoost-Brabant met provincie en Rijk van belang, waarbij de volledige woningbouwprogrammering van de gemeente Meierijstad, waaronder Veghels Buiten, is opgenomen. Opgave in deze Woondeal is om zachte plannen hard te maken. Hiervan is met onderhavige planontwikkeling sprake. Kwantitatieve behoefte In de periode tot 2030 neemt de bevolking en het aantal huishoudens in de gemeente Meierijstad en de regio toe. Deze stijging vraagt om een groei van de woningvoorraad. Zoals hierboven aangegeven is als afgeleide van de bevolkings- en huishoudensontwikkeling een raming gemaakt van de kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente Meierijstad van circa 5.750 woningen in de periode 2020-2030. Kwalitatieve behoefte Het initiatief om netto 60 woningen toe te voegen ten opzichte van het huidige bestemmingsplan voorziet in een kwalitatieve behoefte. Met deze toevoeging worden er 765 woningen mogelijk gemaakt in het gebied ‘Veghels Buiten Erpseweg-Zuid’ waarvan er 70 woningen worden opgericht binnen de bouwvelden 3100 en 3200. In de gemeentelijke woonvisie is de kwalitatieve woningbehoefte verwoord. De gemeente geeft hierin aan dat op korte termijn behoefte is aan allerlei typen woningen uit verschillende prijsklassen.

Volgens het richtprogramma van de nieuwe woningen in bouwveld 3100 en 3200 wordt ca. 25% van de woningen gerealiseerd als sociale huurwoningen. Daarnaast worden er koopwoningen gerealiseerd in verschillende prijsklassen (goedkoop, middelduur en duur). In de gemeente blijkt dat op dit moment sprake is van veel ‘scheefwoners’, waarbij huishoudens met een midden of hoger inkomen in sociale huurwoningen wonen. Door koopwoningen te bouwen voor deze doelgroep kunnen zij doorstromen en worden de sociale huurwoningen niet langer bezet door een groep voor wie dit eigenlijk niet bedoeld is. Bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied maakt onderdeel uit van de grotere ontwikkeling Veghels Buiten en het hierin opgenomen deelgebied Erpseweg Zuid. De voorgenomen ontwikkelingen zullen plaatsvinden binnen bestaand stedelijk gebied. Er is daarmee geen sprake van het voorzien in een woningbouwbehoefte buiten stedelijk gebied. De woningbouwontwikkeling van de bouwvelden 3100 en 3200 zorgt voor een afronding van het gebied Veghels Buiten Erpseweg Zuid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? De provincie wil het gesprek over stedelijke ontwikkeling dat in de afgelopen decennia werd gedomineerd door de vraag: ‘wat moeten we nog toevoegen’, ombuigen naar het gesprek over: ‘welke opgave en kansen liggen er in het bestaand stedelijk gebied en de bestaande gebouwenvoorraad?’

Duurzame verstedelijking

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

15

De toenemende verschillen binnen Brabant maken het des te belangrijker om op het niveau van het daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Herbestemmen is het nieuwe bouwen: Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw! De komende 10 jaar ligt er een forse woningbouwopgave (ca 120.000 woningen), daarna loopt de woningbouwopgave in omvang terug. Dat betekent dat we komende 10 jaar dé kans hebben om de kwaliteit van het stedelijk gebied op orde te brengen en de leegstand aan te pakken. De provincie brengt met haar partners de transformatiepotenties in beeld en onderzoeken gezamenlijk hoe deze opgaven kunnen worden aangepakt. Er wordt bijgedragen aan de realisering van grote, complexe transformatieopgaven.

Doorwerking plangebied De beoogde woningbouw heeft geen invloed op de vier opgestelde ambities. Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze drie aspecten en waarom deze aspecten anderzijds geen belemmering vormen voor de ontwikkeling zelf. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat deze omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 3.2.2

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld, deze is in april 2022 geactualiseerd en in maart 2023 voor de laatste keer geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening. Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening nog niet allemaal zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

Doorwerking plangebied Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘landelijk gebied’, ‘verstedelijking afweegbaar’, ‘boringsvrije zone – maximale boordiepte: 60 meter’ en ‘stalderingsgebied’. Met onderhavige ontwikkeling is er geen sprake van de bouw van een dierenverblijf voor hokdieren, derhalve heeft de aanduiding ‘Stalderingsgebied’ geen gevolgen.

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

16

In artikel 2.18 zijn regels opgenomen voor activiteiten in de bodem m.b.t. de boringsvrije zone. De maximale diepte is 60 meter voor het verrichten van handelingen in de bodem, zoals boringen, grond- of funderingswerken en regels voor bodemenergiesystemen (warmtetoevoeging en -onttrekking). Deze regels zijn erop gericht dat de beschermende kleilaag niet wordt doorboord. Onderhavige ontwikkeling ziet niet op grondwerkzaamheden van meer dan 10 meter diepte. Ter planologische bescherming van de belangen van het grondwaterbeschermingsgebied is in het bestemmingsplan een gebiedsaanduiding opgenomen, waarin een expliciete koppeling met de regels uit de IOV is gelegd.

Figuur 4: Uitsnede Interim Omgevingsverordening (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Het plangebied is gelegen in het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’, zie figuur 4. Een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar kan voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c.

de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken;

d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. De locatie maakt onderdeel uit van het stedelijk uitbreidingsgebied ‘Veghels Buiten’. Veghels Buiten is een woongebied in het zuidoosten van Veghel. De huizen worden hier gebouwd in clusters, minidorpjes in het groen. De bouwvelden in het plangebied zijn reeds bestemd als woongebied. Er is geen sprake van transfor-

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

17

matie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed. Door een snel veranderende marktvraag worden er voor het totaalplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid’ inclusief de bouwvelden 3100 en 3200 meer woningen gerealiseerd, dan dat in het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is vastgelegd. Het zal in totaal gaan om maximaal 60 extra woningen ten opzichte van de 705 woningen die als maximum in het vigerende bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is vastgelegd. In paragraaf 3.1.3 en 3.3.2 is ingegaan op de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte. In het Kwaliteitshandboek Erpseweg Zuid zijn voorwaarden opgenomen voor de inrichting van de openbare ruimte en de landschappelijke inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen. De locatie wordt stedenbouwkundig en landschappelijk op een zorgvuldige wijze ingepast en er wordt aangesloten op de bestaande groenstructuren in de omgeving. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Er zijn overleggen met de provincie opgestart, waarbij de zonering in de IOV wordt gewijzigd van ‘landelijk gebied’ (verstedelijking afweegbaar) naar ‘bestaand stedelijk gebied’. In dat geval is artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling van toepassing op onderhavig plan.

Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c.

geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;

d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f.

draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.

Lid 3 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen op een bedrijventerrein, bevat het bestemmingsplan regels over: a. een bij de aard van het bedrijventerrein en de toe te laten functies passende kavelomvang; b. het beperken van ontwikkelingen die een effectief gebruik van het bedrijventerrein beperken, waaronder: 1. bedrijfswoningen; 2. bedrijven die doelmatig gevestigd kunnen worden in gemengde gebieden tenzij deze bedrijven concept-versterkend werken en geclusterd worden; 3. voorzieningen die gelet op hun publieksaantrekkende werking thuishoren in centrumgebieden tenzij deze concept-versterkend werken en geclusterd worden. Zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

18

van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze voorwaarde geldt rechtstreeks vanuit de nationale wetgeving. Het plangebied is op basis van gemeentelijk beleid onderdeel van bestaand stedelijk gebied, hiermee zijn stedelijke ontwikkelingen toegestaan. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het landelijk gebied. Verder maakt het plangebied reeds langere tijd deel uit van de woningbouwontwikkelingslocatie Veghels Buiten. Deze locatie is in ontwikkeling. De meeste bouwvelden zijn reeds bebouwd en bewoond.

Herbegrenzing naar ‘bestaand stedelijk gebied’ is daarom een logisch vervolg. Er is sprake van zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Veghel 2030

In de structuurvisie heeft de voormalige gemeente Veghel de gewenste ruimtelijke ontwikkelingsrichting op hoofdlijnen weergegeven. Het betreft een globale visie, die kaders stelt aan gewenste ontwikkelingen in zowel het stedelijk als landelijk gebied. Deze structuurvisie is op 19 december 2013 vastgesteld door de voormalige gemeente Veghel. De structuurvisie omvat het gehele grondgebied van de voormalige gemeente Veghel en heeft betrekking op de periode tot 2030. Doorwerking plangebied In de Visiekaart 2030 zijn de twee bouwvelden aangeduid als woningbouwlocaties binnen het Veghels mozaïek (zie figuur 5). Veghels mozaïek In een brede ring rond Veghel ligt een landschap dat zich kenmerkt door een combinatie van functies, waarbij steeds sprake is van clusters in het landschap. Dit gebiedstype heet daarom het Veghels mozaïek. Het woongebied Veghels Buiten ligt hierbinnen. Bij Veghels Buiten gaat het vooral om geclusterde woningen in de vorm van nieuwe buurtschappen. Voor een behoorlijk aantal locaties rondom de kern Veghel geldt dat ontwikkeling voor 2030 vrijwel zeker is, bijvoorbeeld omdat al met de bouw begonnen is of omdat sprake is van een vastgesteld bestemmingsplan. Deze locaties zijn op de kaart aangegeven als ‘woningbouwlocaties’.

Op deze locaties kan woningbouw plaatsvinden, maar de exacte invulling, fasering en bijvoorbeeld de gewenste woningtypen zijn nog niet vastgelegd. Voor een behoorlijk aantal locaties rondom de kern Veghel geldt dat ontwikkeling voor 2030 vrijwel zeker is, bijvoorbeeld omdat al met de bouw begonnen is of omdat sprake is van een vastgesteld bestemmingsplan. Deze locaties zijn op de kaart aangegeven als ‘woningbouwlocaties’. Op deze locaties kan woningbouw

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

19

plaatsvinden, maar de exacte invulling, fasering en bijvoorbeeld de gewenste woningtypen zijn nog niet vastgelegd. Figuur 5: Uitsnede Visiekaart 2030

Doorwerking plangebied Met onderhavige ontwikkeling wordt het bestemmingsplan voor twee bestaande woningbouwlocaties voorzien om ervoor te zorgen dat het gewenste aantal en type woningen gerealiseerd kan worden. De ontwikkeling is in lijn met de Structuurvisie. 3.3.2

Woonvisie Meierijstad

De gemeenteraad van de gemeente Meierijstad heeft op 5 juli 2018 de ‘Woonvisie Meierijstad 2018’ vastgesteld. Met deze visie wordt meer houvast geboden voor het analyseren van knelpunten en het benutten van mogelijkheden. De visie is opgebouwd uit vier verschillende thema’s met elk een eigen ambitie. Zo wordt er ingespeeld op de dynamiek van de woningmarkt en is er aandacht voor belangrijke trends zoals duurzaamheid, zorg en welzijn, en de leefbaarheid. De dynamiek van de woningmarkt De woningmarkt is in beweging en het is van belang dat bouwplannen hier zoveel mogelijk op inspelen zodat aan de woonwensen van de inwoners wordt voldaan. Hierbij wordt een toename verwacht van de woningbehoefte in de gemeente tot aan 2030. Deze demografische ontwikkelingen leiden tot een veranderende woningbehoefte. Omdat de meeste woningen er al staan kijkt de gemeente kritisch naar de woningen die aan de woningvoorraad toegevoegd worden. Zorg en welzijn De samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving.

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

20

Duurzaamheid De gemeente Meierijstad wil in 2050 energieneutraal zijn. Deze duurzame ambitie is doorvertaald in een duurzame woonvisie. Niet alleen dient er sprake te zijn van een duurzame stedelijke ontwikkeling, de woning zelf dient ook duurzaam te zijn. Hierbij dient bijvoorbeeld gekeken te worden naar de mogelijkheden voor aardgasloos bouwen, isolatie en een duurzaam gebruik van grondstoffen. Leefbaarheid Het creëren van een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. Daarnaast zijn er kwantitatieve woningbehoefteprognose per kern gegeven voor de periode tot het jaar 2028 (zie bijlage 2 van de woonvisie). Voor Veghel staat hierin een (kwantitatieve) woningbehoefte van 1.034 woningen opgenomen. Tevens is aan Veghel nog een verstedelijkingsopgave van 900 woningen toegekend om mensen van elders die in Veghel werken ook in Veghel te kunnen laten wonen. In de gemeentelijke woonvisie is tevens de kwalitatieve woningbehoefte verwoord. De gemeente geeft hierin aan dat op korte termijn behoefte is aan allerlei typen woningen uit verschillende prijsklassen. Naast een algemeen tekort aan woningen is er volgens de gemeente in het bijzonder sprake van een tekort aan betaalbare woningen.

Met onderhavig initiatief wordt in ieder geval gezorgd voor een meer betaalbare woning dan ongesplitst het geval zou zijn. In die zin past het plan dan ook binnen het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid en woningbouwprogramma. Actieplan woningbouw 2021 In 2021 is het actieplan woningbouw vastgesteld. Dit vormt een addendum op de woonvisie 2018. De noodzaak voor de veranderingen vloeit voort uit de gewijzigde provinciale woningbouwprognoses, die aantonen dat de opgave die we hebben aanzienlijk is. Die opgave blijkt ook duidelijk uit de huidige urgentie op de woningmarkt, die wordt veroorzaakt door almaar stijgende prijzen en de krapte in het beschikbare woningaanbod. De gemeenteraad is unaniem in haar vraag naar oplossingen voor woningbouw in onze gemeente. Voor veel woningzoekenden is het moeilijk om een geschikte woning te vinden. Of het nu gaat om starters op de woningmarkt, om mensen die graag in aanmerking willen komen voor een sociale huurwoning, om burgers met een middeninkomen of om oudere inwoners die een (zorg)geschikte woning zoeken; allemaal worden ze geconfronteerd met dezelfde problemen. We zien overal lange wachtlijsten en we horen over mensen die al jaren tevergeefs op zoek zijn naar een woning.

Het actieplan woningbouw 2021 geeft aan hoe de gemeente om wil gaan met de hogere woningbouwprognoses die door de provincie zijn afgegeven voor de gemeente en hoe ze dit willen combineren met het versnellen van de woningbouwproductie. In het actieplan wordt het huidige beleid uit de woonvisie (2018) en het Plan van Aanpak Woningbouwregie (2020) gecontinueerd, met betrekking tot de woningbouwcategorieën. In de woonvisie wordt uitgegaan van een verdeling in de woningbouwprogrammering voor Meierijstad in zijn totaliteit, zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Dit is dus, met uitzondering van de 25% sociale huur, geen eis per individueel bouwplan, maar een verdeling voor Meierijstad in zijn totaliteit. In het Plan van Aanpak Woningbouwregie uit is bovendien al geregeld dat er flexibel met deze percentages wordt omgegaan. Ze dienen dus als richtlijn waarbij zoveel mogelijk naar de lokale behoefte wordt gekeken voor de specifieke invulling.

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

21

Tabel 1 Verdeling woningbouwprogrammering Meierijstad totaal (boven) en prijsstelling prijspeil 2022 (onder)

Doorwerking plangebied In 2021 is het Actieplan woningbouw vastgesteld. In het actieplan wordt uitgegaan van de provinciale prognoses die voor de periode 2020-2040 uitgaan van 5.750 benodigde extra woningen voor de gemeente Meierijstad. Prognoses gaan er daarnaast vanuit dat er na 2040 nog meer woningen in gemeente Meierijstad nodig zijn. Gelet op het gemeentelijke woningbouwprogramma en de provinciale woningbouwprognoses is het aannemelijk dat er nog ruimte is voor 60 woningen in Veghel. Onderhavig plan voorziet in de ontwikkeling van 60 ‘extra’ woningen ten opzichte van de 705 woningen die als maximum in het vigerende bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is vastgelegd. In de twee bouwvelden worden er in totaal 70 woningen gerealiseerd, waarbij sprake is van 17 sociale huurwoningen. Het percentage sociale huurwoningen bedraagt hiermee afgerond 25%. Dit is in lijn met het actieplan. Verder wordt er een mix van goedkope, middeldure en dure koopwoningen gerealiseerd. Er is sprake van behoefte naar de woningen en wordt ermee ingespeeld op de dynamiek van de woningmarkt. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de duurzame wensen van de gemeente Meierijstad. Zo zullen de woningen energiezuinig gebouwd worden en zal er worden voldaan aan de op het moment van realisatie geldende wettelijke eisen voor duurzaamheid. Het plan is in lijn met de Woonvisie Meierijstad.

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

22

4

Milieuaspecten

4.1

M.e.r.-beoordeling

4.1.1

Toetsingskader

De ontwikkeling van Veghel Zuidoost, bestaande uit Veghels Buiten en de wijk Scheifelaar II omvat in totaal circa 2.000 woningen. Dit betekent dat sprake is van een m.e.r.-plichtige activiteit. Voor Veghels Buiten is in eerste instantie een PlanMER opgesteld ten behoeve van de besluitvorming over het structuurplan Veghel Zuidoost (Masterplan, 2008). Voor de bestemmingsplannen voor Veghels Buiten die de ontwikkeling daadwerkelijk mogelijk maken is vervolgens een BesluitMER opgesteld. Het BesluitMER was gekoppeld aan de procedure van het eerste bestemmingsplan voor Veghels Buiten, bestemmingsplan Oude Ontginning (vastgesteld op 25 januari 2011). Voor nadere informatie over de m.e.r.-procedure wordt verwezen naar dit Besluit-MER. Over het Besluit-MER is in mei 2010 een positief toetsingsadvies van de Commissie voor de milieueffectrapportage ontvangen. Gemeenten en provincies moeten ook bij kleinere bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden.

Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig. 4.1.2

Conclusie

De herontwikkeling van de bouwvelden is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling zoals opgenomen in het Besluit m.e.r.. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D 11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling (met inbegrip van de bouw van een winkelcentra of parkeerterreinen).” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer. De aanmeldingsnotitie is opgenomen als bijlage. Hierin wordt de aanbeveling gedaan dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan geen milieueffectrapportage is vereist.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

4.2.1

Toetsingskader

De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is met deze wet verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Noord-Brabant sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en ensembles van een grotere schaal.

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

23

4.2.2

Onderzoek

De gemeente Meierijstad heeft haar archeologiebeleid verwerkt in het vigerende bestemmingsplan ‘Veghels Buiten - Erpseweg Zuid 2016’. In dit bestemmingsplan is er voor het plangebied geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Deze gebieden zijn vrijgegeven voor verdere ontwikkeling. Indien tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische sporen of resten worden aangetroffen dient hiervan melding te worden gemaakt bij de Minister van OCW (in de praktijk de RCE en de gemeente Veghel) conform artikel 53 van de Monumentenwet 1988. 4.2.3

Conclusie

Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Flora en fauna en stikstof

4.3.1

Toetsingskader

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). 4.3.2

Onderzoek

Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Binnen de provincie Noord-Brabant bestaat het NNN uit het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en Ecologische Verbindingszones (EVZ).

Daarnaast wordt ook de groenblauwe mantel beleidsmatig beschermd. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Doorwerking plangebied Het plangebied is niet gelegen binnen het NNB. In de omgeving van het plangebied is wel een aantal gebieden aangewezen als NNN of NNB. Evenmin is sprake van door de minister aangewezen beschermde gebieden. Uit de informatie uit het eerder uitgevoerde besluit-MER blijkt dat de beschermde gebieden door de realisatie van Veghels Buiten niet worden aangetast. Die conclusie geldt op basis van het thans gelden gebiedenbeleid nog steeds.

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

24

Stikstof Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Kampina en Oisterwijkse Vennen”, bevindt zich op meer dan 19 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Met de voorgenomen ontwikkeling worden er voor de bouwvelden 3100 en 3200 volgens het richtprogramma 70 woningen gerealiseerd worden, waarvan 10 reeds planologisch toegestaan zijn, de woningen zullen gasloos zijn en zullen derhalve niet leiden tot uitstoot van stikstof. De verkeersgeneratie van woningen kan wel leiden tot stikstofuitstoot. Gezien de grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is een toename aan stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en gebruiksfase op een Natura 2000-gebied redelijkerwijs niet aan de orde. Volledige zekerheid omtrent het aspect stikstof is echter alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator. Derhalve is er een stikstofberekening uitgevoerd voor zowel de bouwals de gebruiksfase. De berekening is opgenomen in de bijlagen van onderhavige toelichting.

Gebruiksfase Voor de gebruiksfase is uitgegaan van de verandering in verkeersgeneratie. In het kader van onderhavig plan is reeds een verkeersonderzoek verricht door onderzoeksbureau Goudappel, conform de rekenmethode van CROW voor het totale toekomstige programma van woongebied Veghels Buiten. Door een snel veranderende marktvraag is er voor andere doelgroepen gebouwd dan initieel beoogd was. Er zijn grotere aantallen woningen in het sociale en middeldure segment gebouwd en dit heeft tot gevolg dat er in totaal ook meer woningen in deelgebied Erpseweg-Zuid gebouwd zullen gaan worden, dan dat in het bestemmingsplan ‘Veghels Buiten – Erpseweg Zuid 2016’ is vastgelegd. Echter is er bij deze woningtypes sprake van een lager kengetal per woning dan bij duurdere woningen. Daarom is er, ondanks de planologische toevoeging van 60 woningen, sprake van een lagere verkeersgeneratie dan in de oorspronkelijke plannen. Voor de berekening van de gebruiksfase is, worst-case, uitgegaan van het toevoegen van 60 dure koopwoningen. De verkeersgeneratie is, zoals berekend aan de hand van de rapportage van Goudappel, als volgt: Koop, duur: 7.881 x 60 woningen = 473 mvt/etmaal. Omdat er ook sociale huur en middelhuur/-koop woningen worden gerealiseerd zal de verkeersgeneratie in de uiteindelijke situatie lager zijn. De 473 mvt/etmaal zijn geclassificeerd als lichtverkeer.

De bewegingen zijn over de aanliggende wegen gemodelleerd, waarbij 100% van de bewegingen zal plaatsvinden richting de dichtstbijzijnde grote weg: de Erpseweg (N616). Daarnaast is bij de lijnbron een tweetal ‘zwaar vrachtverkeer’ per etmaal opgenomen. Dit om ook de verkeersgeneratie van eventuele verhuiswagens, vuilniswagens, pakket- of boodschappenbezorgers, etc. op te vangen. Voor meer informatie wordt verwezen naar de AERIUS-bijlage. De rekenresultaten van de gebruiksfase zijn niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. De gebruiksfase zorgt dan ook niet voor negatieve effecten op natura 2000-gebieden. Bouwfase Bij de bouw van de woningen en het inrichten van het terrein worden diverse mobiele werktuigen ingezet en is de inzet van werknemers benodigd. Dit zorgt voor emissies aan stikstof. Er is dan ook een stikstofonderzoek uitgevoerd naar deze bouwfase. Hierbij zijn zowel de 60 nieuwe woningen als de 10 reeds planologisch toegestane woningen bij meegenomen. Bij de invoer van de bouwfase is gebruik gemaakt van kerngetallen

Bestemmingsplan Veghels Buiten, deelgebied Erpseweg Zuid, 1e herziening

25

en referenties uit eerdere soortgelijke berekeningen. Voor meer informatie wordt verwezen naar de AERIUSbijlage. De rekenresultaten van de bouwfase zijn niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. De bouwfase zorgt dan ook niet voor negatieve effecten op natura 2000-gebieden. Houtopstanden en Soortenbescherming De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:  Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming);  Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet natuurbescherming);  Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming). Doorwerking plangebied Met de voorgenomen ontwikkeling is er geen sprake van het verwijderen van bestaande bomen en struiken (groter of meer dan hierboven beschreven).

Toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming is bij dit plan niet aan de orde. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor beschermde soorten, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Met de voorgenomen ontwikkeling is er geen sprake van sloop of het kappen van bomen. Het plangebied is gelegen in Veghels Buiten, een gemengd gebied waar afwisselend woningen, bedrijven en open ruimte voorkomen. Het plangebied betreft een braakliggend terrein met gras, het gebied heeft geen hoge ecologische waarde. Daarbij blijft er in de omgeving nog genoeg grasland en open ruimte aanwezig. Er zal in ieder geval gehandeld worden volgens de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Met inachtneming van deze zorgplicht, wordt geconcludeerd dat het aspect flora en fauna geen belemmering vormt voor het planvoornemen. 4.3.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=ef45b789-b801-48b1-af27-c78b007d6270