CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Schietbergweg 20 in Sint-Oedenrode

Raadsvergadering 29 februari 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20'16.395 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen Door Milieupartner BV is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel Schietbergweg 20 te Nijnsel, kadastraal bekend onder gemeente Sint-Oedenrode, sectie N, nummer 512. Het bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen aankoop van het perceel en de voorgenomen sloop en nieuwbouw op het perceel. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is te bepalen of ter plaatse van de aanwezige druppelzones een verontreiniging met asbest aanwezig is.

- 32 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

Resultaten verkennend bodemonderzoek Uit de resultaten blijkt dat zintuiglijk geen bodemvreemde bijmengingen zijn aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Analytisch blijkt dat zowel de bovengrond, de ondergrond als het grondwater niet (noemenswaardig) verontreinigd zijn met de onderzochte parameters. Hiermee is de hypothese 'onverdacht' bevestigd. Resultaten verkennend asbestonderzoek Uit de resultaten van het druppelzone onderzoek blijkt dat zintuiglijk op en in de bodem geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Analytisch is ter plaatse van 1 druppelzone van het grootste bijgebouw (MM AB2) een gehalte van 120 mg/kg ds aan asbest aangetoond. Ter plaatse van de andere zijde van hetzelfde bijgebouw (MM AB1) is een gehalte van 8 mg/kg ds aan asbest gemeten. De bovengrond ter plaatse (MM PCB 1) is tot boven de achtergrondwaarde verontreinigd met PCB. Het gehalte ter plaatse van de druppelzone (MM AB2) bevat een gewogen asbestgehalte boven de 100 mg/kg d.s. Dit betekent dat ter plaatse sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest (niet-hechtgebonden). Formeel zou een SEM-analyse moeten worden uitgevoerd. Echter het gewogen gehalte asbest overschrijdt de interventiewaarde, derhalve is reeds sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en is een aanvullende SEM-analyse niet zinvol.

Bij een druppelzone onderzoek is de kern van de verontreiniging bekend en wordt deze derhalve als zodanig onderzocht. Het maximale gehalte aan asbest is hiermee reeds bepaald, derhalve wordt nader onderzoek niet zinvol geacht. Ter plaatse van de overige bijgebouwen met druppelzones zijn respectievelijk gehaltes van 13 mg/kg ds (MM AB3), < 2 mg/kg ds (MM AB4) en 4 mg/kg ds (A09) gemeten. Deze gehaltes bevinden zich onder de norm voor nader onderzoek. Een verhoogd gehalte aan PCB is ter plaatse niet aangetoond. Conclusies en aanbevelingen Met het verkennend bodem- en asbestonderzoek is de huidige bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie, ons inziens, voldoende vastgelegd. Op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bestaan, met uitzondering van de sterke verontreiniging met asbest ter plaatse van 1 druppelzone, ons inziens, geen belemmeringen voor de voorgenomen aankoop, sloop en nieuwbouw. Ter plaatse van de sterk verontreinigde druppelzone (MM AB2) is circa 1,25 m³ (12,5 m x 1,0 m x 0,10 m) sterk met asbest verontreinigde grond aanwezig is. Deze asbestverontreiniging dient door een erkend bedrijf te worden verwijderd. Aanbevolen wordt om dit te combineren met de sloop van de gebouwen en de sanering van de asbestdaken door een erkende asbestsaneerder.

- 33 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

Bij afvoer van grond dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. Indicatief voldoet zowel de vrijkomende bovengrond als ondergrond van het perceel aan de klasse AW2000. Een bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. Bij werkzaamheden in de bodem dient rekening te worden gehouden met de veiligheidsmaatregelen conform deCROW-publicatie 400 ‘werken met verontreinigde grond en grondwater’

Conclusie Met het uitgevoerde verkennend bodem- en asbestonderzoek is in deze fase afdoende onderzoek gedaan om inzicht krijgen in de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied. Ter plaatse van de sterk verontreinigde druppelzone(MM AB2) is circa 1,25 m³ sterk met asbest verontreinigde grond aanwezig. Deze asbestverontreiniging dient door een erkend bedrijf te worden verwijderd. Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.6

Kabels en leidingen In en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de provinciale risicokaart en het bestemmingsplan geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Als gevolg van het plan is echter geen sprake van nieuwe aansluitingen op deze voorzieningen. Bij eventuele graafwerkzaamheden worden de kleinere leidingen voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden middels een KLIC-melding in kaart gebracht. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.7

Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming - 34 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert voor de omgevingstypen de volgende omschrijving: Rustige woonwijk en rustig buitengebied “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.” Gemengd gebied “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.” Milieuzonering De omgeving van het plangebied kan worden aangemerkt als ‘Gemengd gebied’ vanwege de aanwezigheid van verschillende bedrijvigheid (agrarisch, bedrijven en wonen). De Schietbergweg betreft een lintbebouwing binnen het buitengebied Sint-Oedenrode, die ook als zodanig door de gemeente is aangemerkt in haar beleidsnotitie ‘bebouwingsconcentraties’. Wanneer sprake is van een omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Dit is mogelijk omdat een gemengd gebied vaak al een hogere milieubelasting kent. De richtafstand van 30 meter voor een bedrijf in milieucategorie 2 kan dan bijvoorbeeld worden verkleind tot 10 meter. In de omgeving van het plangebied zijn aan de Schietbergweg een aantal bedrijfsmatige functies gelegen. Op basis van het voor het plangebied en haar omgeving vigerende bestemmingsplan zijn in figuur 4.4 de hindercontouren van de bedrijfsmatige functies binnen een straal van 250 meter van het plangebied weergegeven. De hindercontouren komen voort uit de voor de functie van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG handreiking.

Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Bedrijf’ (of andere milieubelastende functie) rust tot aan de dichtsbij gelegen gevel - 35 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

van de te herbouwen woning binnen het plangebied (gevoelige functie). De afstanden gelden voor het zogenaamd gemengd gebied. bedrijf

richtafstand in meters

id

adres

bestemming - functie

1.

Schietbergweg 18

Bedrijf - aannemersbedrijf

afstand

geur

stof

geluid

gevaar

feitelijk

0

0

10

0

25 m.

0

0

10

0

40 m.

10

0

30

10

235 m.

0

0

30

0

180 m.

met werkplaats: b.o. < 1.000 m2 2

Schietbergweg 15

Bedrijf - steigermaterialen en bouwbenodigdheden

3.

Schietbergweg 8

Bedrijf - loon-, sloop- en grondverzetbedrijf

4.

Schietbergweg 8A

Bedrijf - groothandel landen tuinbouw machines

5.

Rooise Heide 12

Agrarisch - rundvee

50

10

10

0

250 m.

6.

Houtsestraat 17

Agrarisch - iv varkens

100

10

30

0

260 m.

Figuur 4.4: Overzicht en toetsing richtafstanden.

Uit figuur 4.4 volgt dat voor alle omliggende bedrijven wordt voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden voor de verschillende milieuaspecten tot de te herbouwen woning. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.8

Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of: ➢ Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; ➢ Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Daarbij wordt uitgegaan van de geurnormen en de richtafstanden uit de Wet geurhinder (Wgv) of de gemeentelijke verordening. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening of gemeentelijke beleidsregel.

- 36 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

Voorgrondbelasting De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze wettelijke normen voor de voorgrondbelasting zoals vastgelegd in de Wgv zijn door de voormalige gemeente Sint-Oedenrode overgenomen in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij’. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Deze bedraagt maximaal: ➢ 3,0 ouₑ/m³ binnen de bebouwde kom ➢ 14,0 ouₑ/m³ buiten de bebouwde kom Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: ➢ ten minste 100 meter binnen de bebouwde kom ➢ ten minste 50 meter buiten de bebouwde kom Zoals aangegeven in hoofdstuk 4.7 van voorliggende toelichting betreffen de meest dichtbij het plangebied gelegen veehouderijen, het varkensbedrijf aan Houtsestraat 17 en de rundveehouderij aan Rooise Heide 12. Deze bedrijven zijn gelegen op afstanden van 260 meter en 250 meter van het plangebied. De woning wordt herbouwd op nagenoeg dezelfde afstand van beide bedrijven. Daarnaast zijn rondom beide bedrijven reeds meerdere woonbestemmingen gelegen die eerder belemmerend zijn voor de uitbreidingsmogelijkheden van deze bedrijven dan de te herbouwen woning.

Als gevolg van voorliggend initiatief worden het varkensbedrijf aan Houtsestraat 17 en het rundveebedrijf aan Rooise Heide 12 dan ook niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Achtergrondbelasting Om aan te tonen dat er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting van alle omliggende veehouderijen, wordt getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of gemeentelijke beleidsregel. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening normen opgenomen. De gemeente Meierijstad heeft geen eigen waarden in haar beleid opgenomen, waardoor de volgende toetswaarden worden aangehouden: 10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom; 20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied. Door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) is de achtergrondbelasting voor wat betreft geur voor diverse Brabantse gemeenten, waaronder Meierijstad, in kaart gebracht. Figuur 4.5 geeft een uitsnede van de geurkaart met daarin rood omcirkeld het plangebied weergegeven. Uit figuur 4.5 volgt dat de achtergrondbelasting ter plaatse van de planlocatie 13,0 tot 20,0 ouₑ/m³ bedraagt. De wettelijke norm van 20 ouₑ/m³ wordt hiermee niet overschreden. - 37 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4.5: Uitsnede geurkaart achtergrondbelasting (bron: ODZOB).

Om het woon- en leefklimaat te beoordelen hanteert het RIVM voor de achtergrondbelasting geur de milieukwaliteitscriteria zoals opgenomen in figuur 4.6. De achtergrondbelasting ter plaatse van de te herbouwen woning valt in de categorie 14 t/m 20 ouₑ/m³. Het woon- en leefklimaat ten gevolge van de gecumuleerde geurbelasting (achtergrond) kan dan ook als matig worden beoordeeld. Achtergrondbelasting (ou /m³ ) E

Mogelijke kans op geurhinder (%)

Beoordeling leefklimaat

1-3 4-8

<5 5-10

zeer goed goed

9-13

10-15

redelijk goed

14-20 21-28

15-30 20-25

matig tamelijk slecht

29-38 39-50

25-30 30-35

slecht zeer slecht

51-65

35-40

extreem slecht

Figuur 4.6: Classificatie achtergrondbelasting (RIVM).

Conclusie Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect geur geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.9

Gezondheid in relatie tot veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid - 38 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan 2.0 wordt hieronder weergegeven, waarbij per stap een nadere toetsing plaatsvindt. 1. Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen. Binnen een straal van 1 kilometer rondom de planlocatie zijn meerder varkenshouderijen en twee pluimveehouderijen gelegen. De PM10 (endotoxine) emissie van deze bedrijven is weergegeven in figuur 4.7. Op basis van de vergunde fijnstofemissie kan door middel van onderstaande formules worden berekend binnen welke afstand naar verwachting de advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden.

Richtafstand

Werkelijke

Endotoxine

Afstand

39 m.

260 m.

113 m.

430 m.

Vleesvarkens: 175 kg. PM10/jaar

79 m.

580 m.

Vleesvarkens: 797 kg. PM10/jaar

170 m.

290 m.

Airborneweg 10

Vleesvarkens: 210 kg. PM10/jaar

90 m.

690 m.

6.

Airborneweg 27

Vleesvarkens: 112 kg. PM10/jaar

52 m.

670 m.

8.

Airborneweg 31

Vleesvarkens: 1.259 kg. PM10/jaar

197 m.

740 m.

9.

Sonse Heideweg 9

Leghennen: 3.224 kg. PM10/jaar

180 m.

960 m.

10.

Hoogstraat 20

Vleesvarkens: 130 kg. PM10/jaar

61 m.

570 m.

11.

Hoogstraat 32a

Vleeskuikens: 4.400 kg. PM10/jaar

402 m.

900 m.

12.

Houtsestraat 8

Vleesvarkens: 40 kg. PM10/jaar

0 m.

740 m.

id

Adres

Type bedrijf

1.

Houtsestraat 17

Vleesvarkens: 91 kg. PM10/jaar

2.

Houtsestraat 22

Vleesvarkens: 309 kg. PM10/jaar

3.

Houtsestraat 26

4.

Rooise Heide 3

5.

Figuur 4.7: Richtafstanden Endotoxine.

Hiermee is aannemelijk dat ter plaatse van de te herbouwen woning aan de advieswaarde van 30 EU/m3 voor endotoxine wordt voldaan.

- 39 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; De voorgenomen ontwikkeling betreft de herbouw van een bestaande burgerwoning. Hierbij vindt geen toename in emissies van geur, fijnstof en/of ammoniak plaats. 3. Geurbelasting; toetsen aan een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; a. Wettelijke uitgangspunten In hoofdstuk 4.8 heeft een toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan de Wgv plaatsgevonden. Op de planlocatie is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geur. b. Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op sec de wettelijke aspecten kan ook gekeken worden naar een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015) op dit moment het best beschikbare beeld geeft voor deze gezondheidskundige beoordeling. Bij de beoordeling van de geurbelasting hanteert de GGD het uitgangspunt dat maximaal 12% (woonkern) en 20% (buitengebied) geurgehinderd mag zijn. Dit betekent dat de gezondheidskundige advieswaarden voor het buitengebied door de GGD landelijk wordt gesteld op respectievelijk 5,0 OU/m3 voor de voorgrond en 10,0 OU/m3 voor de achtergrond. Zoals blijkt uit de toetsing uit hoofdstuk 4.8 wordt niet aan de gezondheidskundige advieswaarde van 10,0 OU/m3 voor de achtergrond voldaan.

Hiermee is aannemelijk dat de advieswaarde van 5,0 OU/m3 voor de voorgrond eveneens wordt overschreden. 4. Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij; Niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot nieuwe situaties van het gemengd houden van varkens en pluimvee. 5. Geitenhouderij: binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; a. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft een verbod van uitbreiding van geitenhouderijen ingevoerd. In het kader van de omgekeerde werking

- 40 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

(gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. Binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie bevinden zich geen geitenhouderijen waar meer dan 50 geiten gehouden worden. Voorliggend initiatief betreft de herbouw van een bestaande burgerwoning. Er wordt daarmee géén nieuw gevoelig object opgericht. Daarnaast neemt het aantal blootgestelden op de planlocatie als gevolg van voorliggend initiatief niet toe. b. Pluimveehouderijen Ook voor pluimveehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen. Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt namelijk dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom pluimveehouderijen omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Binnen een straal van 1 kilometer van de planlocatie bevinden zich twee pluimveehouderij aan Sonse Heideweg 9 en Hoogstraat 32a, op respectievelijk 960 meter en 900 meter afstand van de te herbouwen woning. c. Overige veehouderijen Ook voor overige veehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen, namelijk 250 meter ten opzichte van gevoelige functies. Binnen een straal van 250 meter van de planlocatie zijn geen overige veehouderijen gelegen. 6. De aanwezigheid van mestbe- en verwerking; Niet van toepassing. 7. De ongerustheid bij omwonenden; Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid.

De voorgenomen herbouw van een bestaande burgerwoning betreft geen ontwikkeling die leidt tot een toenemende onrust over de volksgezondheid. Uit de toetsing aan de afwegingsaspecten blijkt dat er specifieke omstandigheden aan de orde zijn (stap 3b en stap 5b). Het stappenplan is bedoeld om situaties te toetsen waarin sprake is van (nieuwe) gevoelige objecten en/of veehouderijen. Met de beoogde herbouw van de woning vinden feitelijk geen wijzigingen plaats waarmee het aantal blootgestelden toeneemt binnen het plangebied. Met het plan vindt geen wijziging plaats die het aanvaardbaar woon- en leefklimaat negatief beïnvloedt. Ons inziens is een GGD advies derhalve niet

- 41 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

doelmatig. Of in onderhavig geval een advies van GGD benodigd is betreft ten alle tijden een afweging van de gemeente Meierijstad. Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad Het college van B&W van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. Op 12 september 2018 heeft de gemeente nadere invulling gegeven aan de maatwerkaanpak voor woningbouwinitiatieven in de omgeving van geitenhouderijen. De insteek hierbij is een zorgvuldige afweging van belangen aan de hand van een maatwerkaanpak. Locatie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn immers telkens anders. Het gezondheidsbelang staat in de afweging voorop. Dit belang dient te worden afgezet tegen belangen van volkshuisvestelijke, sociale, financiële en economische aard. Samengevat betekent dit dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: ▪

Conform het collegeprogramma wordt waar mogelijk medewerking verleend aan kleinschalige woningbouwprojecten. Daaronder wordt hier verstaan de oprichting van maximaal 11 woningen op één locatie. Bij voorliggende ontwikkeling wordt een bestaande burgerwoning herbouwd. Hiermee worden per saldo geen woningen toegevoegd waarmee de ontwikkeling ruimschoots onder de norm van maximaal 11 woningen blijft.

▪

Bij zowel kleine als grootschalige ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de afstand van de woningbouwlocatie tot de geitenhouderij. Uitgangspunt is dat in principe geen medewerking wordt verleend aan bouwplannen die de bestaande afstand van woningen tot een geitenhouderij verkleinen. Uitzondering hierop moet mogelijk blijven indien er sprake is van een verwaarloosbare verkleining van de bestaande afstand. Het gezondheidsrisico dat nieuwe bewoners lopen, mag niet groter zijn dan de risico’s bij personen die nu al nabij een geitenhouderij wonen. De huidige gezondheidsrisico’s voor bestaande woningen worden vooralsnog aanvaard. De woning wordt op nagenoeg dezelfde plek herbouwd. Het gezondheidsrisico voor bewoners wijzigt hiermee niet en wordt daarmee aanvaardbaar geacht.

▪

Er zal binnen een straal van 2000 meter rondom een geitenhouderij in principe niet worden meegewerkt aan ontwikkelingen gericht op voorzieningen waar grote groepen meer kwetsbare mensen gebruik van maken. Te denken valt hierbij aan een verzorgingstehuis, een school of kinderopvang. Bij voorliggende ontwikkeling is geen sprake van voorzieningen voor (grote groepen) kwetsbare mensen.

- 42 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

▪

Gemeente Meierijstad

Sluitstuk van de maatwerkaanpak is een verplichting vanuit de gemeente om initiatiefnemers actief te informeren over de risico’s die kunnen voorvloeien uit het bouwen van woningen binnen een straal van 2000 meter rondom een geitenhouderij. Op basis daarvan kunnen de initiatiefnemers hun eigen afweging maken over het al dan niet doorzetten van hun plannen. Binnen een straal van 2 kilometer van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen waar 50 geiten of meer gehouden worden.

Conclusie Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.10 Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai afkomstig van de bedrijven die rondom de planlocatie gelegen zijn, wordt zoals aangegeven in figuur 4.5 voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden. Wegverkeerslawaai De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Aan Tritium Advies B.V. is opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusie van het akoestische onderzoek is hieronder samengevat opgenomen:

Samenvatting en conclusie In opdracht van Kastelijn Ruimtelijk Advies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde herontwikkeling van Schietbergweg 20 te Sint-Oedenrode.

- 43 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

Het betreft de herbouw van een bestaande woning met een nieuw te bouwen bijgebouw. De ontwikkeling past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het onderzoek is derhalve uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijk juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Schietbergweg en de Rijksweg A50. Voor de gezoneerde weg Schietbergweg geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woning overschrijdt. Voor de Rijksweg A50 geldt dat de geluidbelasting op de oostgevel van de nieuwe woning de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 2 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet. Het aanleggen van een geluidscherm gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de standaardwaarde ontmoet in onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het scherm dient relatief hoog te zijn om doelmatig te zijn voor de 1e verdieping.

Het aanleggen van een geluidscherm ontmoet bovendien overwegende bezwaren van financiële aard. Voor het toepassen van een stiller wegdek op de Rijksweg A50 geldt dat reeds 2-laags ZOAB aanwezig is. Het verder akoestisch verbeteren van dit wegdek is derhalve niet realistisch. De gemeente Meierijstad beschikt niet over een eigen geluidbeleid. Derhalve worden bij een procedure hogere waarde geen aanvullende voorwaarden gesteld. Uit de rekenresultaten blijkt dat de woning kan beschikken over een geluidluwe noord-, west-, en zuidgevel. In het kader van een goed akoestisch woonen leefklimaat is dit een pré en wordt bovendien geadviseerd dat bij de indeling van de woning rekening wordt gehouden dat de verblijfsruimten en de tot de woning behorende buitenruimte zo veel mogelijk aan de geluidluwe (west)zijde worden gesitueerd. Aangezien voor onderhavige woning sprake is van een procedure hogere waarde, is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woonen leefklimaat gewaarborgd.

- 44 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

Zoals uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai naar voren komt is voor de bouw van de woning een procedure hogere waarde benodigd. In het kader van deze procedure dient, ter waarborging van een goed akoestisch geluid binnenniveau, voor de woning een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels te worden aangeleverd. Vanwege het in deze fase ontbreken van de benodigde informatie over onder meer de opbouw van de toekomstige gevels van de woning, kan het onderzoek geluidwering gevels nog niet in de bestemmingsplanfase worden uitgevoerd. De verplichting tot het (in de toekomst) aanleveren van dit onderzoek geluidwering gevels wordt in de regels van voorliggend bestemmingsplan vastgelegd. Het onderzoek dient te zijner tijd te worden toegevoegd aan de aanvraag omgevingsvergunning bouwen. Tritium Advies stelt dat er bij de in het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai vastgestelde maximale geluidbelasting van 50 dB (inclusief aftrek conform artikel 110g Wgh), geen reden is om aan te nemen dat eventuele aanvullende geluidwerende voorzieningen grote gevolgen zullen hebben voor de haalbaarheid van het plan. Conclusie Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect geluid geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.11 Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht.Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen. Het voorgenomen plan betreft de herbouw van een bestaande woning. Dit betreft een plan dat niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit, daar het aantal verkeersbewegingen niet toeneemt. Woon- en leefklimaat Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. De bestaande woning ter plaatse wordt herbouwd. In de nieuwe situatie is daarmee sprake van één bestaand gevoelig object. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied zijn dermate laag

- 45 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM in de figuren 4.8, 4.9 en 4.10.

Figuur 4.8: GCN-kaart RIVM fijnstof PM10 (bron: geodata.rivm.nl)

Figuur 4.9: GCN-kaart RIVM fijnstof PM2,5 (bron: geodata.rivm.nl)

Figuur 4.10: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide NO2 (bron: geodata.rivm.nl)

- 46 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) ter plaatse van het plangebied liggen tussen respectievelijk de 18-20 μg/m3 en de 10-12 μg/m3. De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM10 bedraagt 40 μg/m3 en op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 31,2 μg/m3. Daarnaast geldt voor PM10 een maximum van 35 overschrijdingsdagen per jaar van de gemiddelde concentratie. De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 25 μg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 10 en 15 μg/m3, de norm bedraagt eveneens 40 μg/m3. De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied hiermee sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Conclusie Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.12 Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: ➢ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ➢ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); ➢ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd - 47 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. Beschouwing risicobronnen Met behulp van de Signaleringskaart EV is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het plangebied (zie figuur 4.11). Op circa 230 meter afstand van het plangebied ligt het Basisnet-wegtraject A50: afrit 10 (Eerde) – A58 (Eindhoven) wegvak B132. Volgens de tellingen van Rjkswaterstaat worden over Basisnettraject gevaarlijke stoffen vervoerd uit de categorieën LF1, LF2, GF3 en LT2 (bron: Rijkswaterstaat (2019), Lijst wegvakken data tellingen & Basisnet).

- 48 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

plangebied

Figuur 4.12: Uitsnede Signaleringskaart EV (bron: Signaleringskaart EV).

Verantwoording groepsrisico Het vervoer van gevaarlijke stoffen uit de categorie LT2 heeft een invloedsgebied van 880 meter (bron: RIVM (2017), Handreiking risicoanalyse transport, p.19 tabel 4-2). Het invloedsgebied reikt geheel over het plangebied. Conform artikel 7 Bevt dient het groepsrisico verantwoord te worden voor het scenario toxische wolk. Gelet op de afstand (meer dan 200 meter) kan worden volstaan met een beperkte verantwoording, waarbij alleen wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid wordt op twee aspecten beoordeeld: 1. Is het rampscenario te bestrijden? Gezien de afstand van het plangebied tot de Rijksweg A50 is het vrijkomen van een toxische wolk het maatgevende scenario. Bij (zeer) toxische vloeistoffen is het scenario dat ten gevolge van een ongeval de tankwagen lek raakt en een vloeistofplas vormt. Vervolgens verdampen deze toxische vloeistoffen waardoor een gaswolk ontstaat (met dezelfde gevolgen als een gaswolk van toxisch gas). Bij een ongeval met een toxisch gas ontstaat direct een toxische gaswolk. Bij een percentage aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het - 49 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Voor de Veiligheidsregio heeft de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor de benodigde inzet van hulpverleningsdiensten. Extra maatregelen zijn daarom niet nodig. 2. Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren? Rond het plangebied zijn voldoende aan- en afvoerroutes beschikbaar voor de inzet van hulpdiensten. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting en zijn afhankelijk van het maatgevende scenario. 1. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn goed. Het initiatief voorziet in het herbouw van een bestaande bedrijfsloods met een grotere oppervlakte. Er zijn geen aanwijzingen dat hier niet – of verminderd – zelfredzame personen aanwezig zullen zijn. 2.

Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te faciliteren Behalve de vraag of zelfredzaamheid mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredzaamheid optimaal kan plaatsvinden. Alarmering In geval van een calamiteit kan NL-alert worden ingezet. NL-Alert is een alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Hiermee kunnen mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht worden geïnformeerd. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen (vluchten of schuilen). Schuilen Bij een toxische wolk is schuilen het beste handelingsperspectief. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de A50. Het groeps- 50 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

risico is verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: ➢ de rekenkundige hoogte van het groepsrisico neemt niet toe; ➢ er zijn geen negatieve gevolgen voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Er zijn hiermee geen belemmeringen vanuit externe veiligheid voor onderhavig initiatief.

4.13 Verkeer en parkeren Verkeerskundig blijft de situatie als gevolg van de herbouw van de woning ongewijzigd. De ontsluiting van de woning vindt plaats via de Schietbergweg. Op eigen terrein is en blijft voldoende ruimte voor parkeren. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.14 Spuitzones Vanuit het oogpunt van gezondheidsrisico’s dient een minimale afstand te worden aangehouden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij de teelt (en het bespuiten) van diverse gewassen wordt in Nederland een vuistregelafstand van 50 meter gehanteerd tussen een gronden waarop gewassen worden gekweekt en een gevoelige bestemming. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om de teelt van siergewassen (bomen en heesters), vaste planten, bloemen, bloembollen, maar ook om akkerbouw. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de fruitteler niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van omwonenden. Binnen een afstand van 50 meter van het plangebied zijn geen gronden gelegen waarop gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Daarnaast betreft het plan de herbouw van een reeds bestaande burgerwoning, waarmee er geen nieuwe gevoelige functies worden toegevoegd. Conclusie Het aspect spuitzones vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig initiatief.

- 51 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

4.15 Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. De laatste jaren is hier meer aandacht voor, mede omdat er statistische aanwijzingen zijn (dus geen aangetoond oorzakelijk verband) dat de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk van invloed kunnen zijn op de gezondheid van kinderen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het Rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 microTesla. Het RIVM heeft een kaart ontwikkeld waarop indicatieve zones voor magneetvelden van alle bovengrondse hoogspanningslijnen zijn opgenomen. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden. Uit deze kaart blijkt dat het plangebied op ruime afstand van de hoogspanningslijnen is gelegen, buiten de indicatieve zone.

Conclusie Het aspect hoogspanningslijnen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

- 52 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

5.

Gemeente Meierijstad

Juridische planopzet

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch – planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de systematiek en de inhoud van de bestemmingen van het bestemmingsplan.

5.1

Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’ is conform de eisen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgesteld. Naast de wettelijke eisen uit de Wro is in dit bestemmingsplan, om de consistentie met de vigerende bestemmingsplannen te waarborgen, voor de opzet en inhoud van de regels aangesloten bij het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 van de gemeente Sint-Oedenrode. Tevens voldoet het plan aan de eisen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

5.2

Opbouw van de regels In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 1. Inleidende regels Begrippen: In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.

- 53 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

2. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle belangrijkste bouwwerken (hoofd-gebouwen), bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Nadere eisen: Een aanvullend stelsel van nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen. Deze regeling heeft tot doel op een later tijdstip dan bij de totstandkoming van het plan te bezien of op bepaalde punten een nadere eis in het concrete geval noodzakelijk is. Conform de jurisprudentie dienen de regels al een primaire eis te bevatten. Afwijken van de bouwregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik/welke activiteiten in ieder geval strijdig zijn met de bestemming.

Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Afwijken van de gebruiksregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de gebruiksregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: In een aantal enkelbestemmingen en het merendeel van de dubbel-bestemmingen is een (aanleg)vergunningregeling opgenomen voor de gronden gelegen binnen de beschermingszone van een leiding, binnen de beschermingszone van de natte natuurparel en ter bescherming van eventueel aanwezige archeo-logische waarden Hierin worden bepaalde werken en/of werkzaamheden

- 54 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

vergunningplichtig gesteld. Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele maatstaven. Wijzigingsbevoegdheid: In deze bepaling is burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. De wijzigingsbevoegdheid die bij de bestemming zelf is opgenomen, is uitsluitend van toepassing op die bestemming. 3. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen omtrent bebouwingsgrenzen en geluidzones. Algemene gebruiksregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van functies die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Algemene wijzigingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de mogelijkheden voor het college van burgemeester en wethouders om de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige procedureregels: In deze artikelen zijn algemene procedureregels opgenomen voor het stellen van nadere eisen.

- 55 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

4. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: In dit artikel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

Bestemmingen In voorliggend bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden, in het kader van bedrijfsmatige agrarische activiteiten, in de vorm van grondgebonden agrarische bodemexploitatie en daarnaast voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de natuurwaarden, landschapswaarden en de waterhuishoudkundige waarden in het algemeen, groenvoorzieningen, extensief recreatief medegebruik, productiegerichte paardenhouderijen en overige agrarische bedrijven. Binnen de bestemming ‘Agrarisch’ mag uitsluitend ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. Bouwwerken zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan tenzij anders is bepaald. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden, aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven. Naast deze doeleinden zijn uiteraard bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, parkeervoorzieningen etc. toegestaan. Binnen de bestemming ‘Wonen’ mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. Er zijn specifieke bouwregels opgenomen voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Zo bedraagt de maximum toegestane oppervlakte aan bijgebouwen per woning 150 m2 en bedraagt de maximale inhoud van de woning 780 m 3.

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing. Daarnaast zijn bevoegdheden opgenomen tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels en de gebruiksregels.

- 56 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

Waarde – Archeologie 3 De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de middelhoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden. Voor het bouwen op de gronden binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ dient de aanvrager een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m2 en dieper dan 0,3 m., een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht.

- 57 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

6.

Gemeente Meierijstad

Haalbaarheid en procedure

In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van voorliggend bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Economische haalbaarheid De ontwikkeling bevindt zich op eigen terrein van initiatiefnemer en komt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente tot stand. Alle kosten verbonden aan de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend pan opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In onderhavig geval worden door initiatiefnemer en de gemeente Meierijstad nadere afspraken over het kostenverhaal gemaakt in een te sluiten anterieure overeenkomst, waarmee het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is.

6.2

Maatschappelijke haalbaarheid Zoals nader uitgewerkt in paragraaf 2.4 van voorliggende toelichting heeft voorafgaand aan het opstellen van onderhavig plan een omgevingsdialoog plaatsgevonden met de eigenaren van de aangrenzende percelen. De verslagleggingen van de omgevingsdialoog ter kennisname verstrekt aan de gemeente Meierijstad. Nagenoeg alle omwonenden hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’ is daarnaast conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden aan het waterschap. Tevens is vooroverleg bij de provincie aangevraagd middels het e-formulier.

6.3

Procedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan, na behandeling in het college van burgemeester en wethouders, - 58 -

Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’

Gemeente Meierijstad

gepubliceerd wordt en zes weken ter inzage wordt gelegd. Belanghebbenden kunnen in die zes weken hun zienswijze kenbaar maken bij de gemeente. Binnen twaalf weken na afloop van de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. Daarbij worden de ingediende zienswijzen betrokken. Tegen de vaststelling van een bestemmingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

- 59 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=b10ab9ec-4ae6-4e2f-a86f-af2c3914c928