Toelichting Schietbergweg 20 in Sint-Oedenrode
Tekst van het document
TOELICHTING Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’ Gemeente Meierijstad
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Gemeente Meierijstad
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’ TOELICHTING Gegevens projectlocatie Adres: Postcode: Plaats:
Schietbergweg 20 5492 TH Sint-Oedenrode
Gegevens adviesbureau Naam: Contactpersoon: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: e-mail:
Kastelijn Ruimtelijk Advies D.F.H. Kastelijn Bieslook 21 5491 KE Sint-Oedenrode 06 – 22786032 kastelijn@ruimtelijk-advies.nl
Naam document
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
IMRO Code
N.n.b.
Versie
Voorontwerp: 11 – 05 – 2023
Auteur
drs. D.F.H. Kastelijn
-2-
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Inhoud 1.
INLEIDING
5
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Doel van het plan Leeswijzer
5 6 6 7 7
2.
PLANBESCHRIJVING
8
2.1 2.2 2.3 2.4
Bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling Landschappelijke inpassing Omgevingsdialoog
8 9 11 11
3.
BELEIDSKADER
13
3.1 Provinciaal beleid 3.1.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.1.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.1 Gemeentelijk beleid 3.2.1 Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 3.2.2 Bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen – Laaghangend Fruit 3.2.3 Regeling kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad
13 13 14 15 15 16 19
4.
RUIMTELIJKE EN MILIEUHYGIËNISCHE EFFECTEN
21
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
M.e.r.-beoordeling Archeologie en cultuurhistorie Flora en fauna Water Bodem Kabels en leidingen Bedrijven en milieuzonering Geur Gezondheid in relatie tot veehouderijen Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en parkeren Spuitzones Hoogspanningslijnen
21 21 23 28 32 34 34 36 38 43 45 47 51 51 52
5.
JURIDISCHE PLANOPZET
53
5.1 5.2 5.3
Plansystematiek Opbouw van de regels Bestemmingen
53 53 56
-3-
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
6.
HAALBAARHEID EN PROCEDURE
58
6.1 6.2 6.3
Economische haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid Procedure
58 58 58
BIJLAGE 1: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6:
ERFINRICHTINGSPLAN - H8 ONTWERP QUICKSCAN FLORA EN FAUNA - EXLAN AERIUS BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE AANLEGFASE VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK - MILIEUPARTNER AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI - TRITIUM ADVIES VEILIGHEIDSREGIO
-4-
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
Gemeente Meierijstad
Initiatiefnemers zijn eigenaar van het perceel Schietbergweg 20 te Sint-Oedenrode. Zij zijn voornemens de op het perceel aanwezige burgerwoning te herbouwen. De woning wordt hierbij gedeeltelijk buiten de bestaande fundamenten van de huidige woning herbouwd. Daarnaast worden de drie bestaande bijgebouwen op het perceel gesloopt en wordt hiervoor in de plaats één nieuw bijgebouw opgericht. Dit bijgebouw wordt gesitueerd buiten het huidige bestemmingsvlak Wonen. Als gevolg hiervan dient voor onderhavig initiatief het huidige bestemmingsvlak Wonen licht van vorm te worden veranderd, zonder dat hierbij de oppervlakte van dit bestemmingsvlak wordt vergroot. Het plangebied is gelegen in het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 (v.w.b. de regels) en heeft hierin de bestemming ‘Wonen’. De lichte vormverandering van het bestemmingsvlak Wonen past niet binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan. Daar er binnen het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 geen afwijkings- dan wel wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen die voorgenoemde ontwikkeling mogelijk maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De gemeente Meierijstad heeft middels haar schrijven d.d. 6 februari 2023 aangegeven positief te staan tegenover de door initiatiefnemers voorgenomen ontwikkeling.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling om genoemde ontwikkeling mogelijk te maken.
plangebied
Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: www.kadastralekaart.nl). -5-
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
1.2
Gemeente Meierijstad
Ligging plangebied Het plangebied is gelegen binnen de gemeente Meierijstad, in het buitengebied van de kern Sint-Oedenrode. Het plangebied staat kadastraal bekend als: gemeente Sint-Oedenrode - sectie N - nummer 512 en heeft een oppervlakte van 5.552 m2. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.
1.3
Vigerend bestemmingsplan Het plangebied is voor wat betreft de regels gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’. Het perceel heeft in de huidige situatie de enkelbestemmingen ´Wonen´ en ‘Agrarisch’. Naast de hoofdbestemming Wonen is op een zeer klein gedeelte (aan de zuidzijde) van het plangebied tevens de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ gelegen. Tot slot zijn voor het plangebied de gebiedsaanduidingen ‘overige zone - bebouwingsconcentratie 9’ en ‘overige zone - beperking veehouderij’ van kracht. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van de bestemmingsplankaart met daarop het bestemmingsvlak Wonen uitgelicht en het plangebied rood omkaderd.
Figuur 1.2: Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
Naast bovengenoemd bestemmingsplan is op 27 januari 2021 tevens voor het gehele grondgebied van Meierijstad het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit’ vastgesteld. Dit plan heeft tot doel om een aantal regelingen, die tot op heden in de drie voormalige gemeenten Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode een verschillende opzet kenden, gelijk te trekken voor de gemeente Meierijstad.
-6-
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Tot slot vigeert voor het gehele grondgebied van Meierijstad aanvullend nog het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren‘, waarin nadere voorwaarden m.b.t. de parkeernormen binnen Meierijstad zijn opgenomen.
1.4
Doel van het plan Onderhavig bestemmingsplan bestaat uit drie delen: ▪ ▪ ▪
een verbeelding, waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven; regels, waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen, inclusief bijlagen; voorliggende toelichting, waarin de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord worden, inclusief bijlagen.
De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze toelichting worden de bestaande situatie van het plangebied en de planbeschrijving nader weergegeven. Het beleidskader dat van toepassing is op het plangebied en haar directe omgeving wordt in hoofdstuk 3 geschetst. Met name het beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau komt aan de orde. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten van het initiatief aan bod. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet van het plan nader toegelicht. Hoofdstuk 6 tot slot bespreekt de haalbaarheid van het plan en de te doorlopen procedure.
-7-
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
2.
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie
Gemeente Meierijstad
In de bestaande situatie is op het perceel Schietbergweg 20 een burgerwoning met een drietal bijgebouwen aanwezig. De woning is gebouwd in 1963, waarna er nauwelijks meer ingrepen aan de woning hebben plaatsgevonden. De woning is in haar huidige staat nagenoeg onbewoonbaar en staat op dit moment dan ook leeg. De bijgebouwen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 210 m2 en verkeren eveneens in een slechte staat van onderhoud. De voortuin van de woning is ingericht met sierbeplanting. De overige aan de noordzijde en westzijde rondom het woonperceel gelegen gronden zijn als weide in gebruik ten behoeve van het hobbymatig houden van enkele paarden. Aan de zuidzijde grenst het perceel aan een klein bosplantsoen. Aan de oostzijde van het perceel is de Schietbergweg gelegen. Figuren 2.1 en 2.2 geven een luchtfoto en situatietekening van de bestaande situatie van de planlocatie weer.
Figuur 2.1: Luchtfoto bestaande situatie plangebied (bron: www.kadastralekaart.nl).
Omgeving De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een verscheidenheid aan functies. Het perceel is gelegen binnen de door de gemeente Meierijstad aangewezen bebouwingsconcentratie ´Schietbergweg´. Naast diverse burger-
-8-
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
woningen zijn binnen dit bebouwingslint onder meer een groothandel en herstelinrichting voor land- en tuinbouwmachines, een loon- en grondverzetbedrijf, een steiger- en bouwmaterialenhandel, een aannemersbedrijf, een rundveehouderij en een varkenshouderij aanwezig. Binnen het bebouwingslint ‘Schietbergweg’ bestaat het straatbeeld uit een combinatie van woningen en bedrijfsgebouwen, met allen voornamelijk een landelijke uitstraling.
Figuur 2.2: Tekening bestaande situatie Schietbergweg 20 (bron: J. v.d. Akker Architecten).
2.2
Voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemers zijn voornemens de bestaande woning te slopen en herbouwen. In de bestaande situatie zijn de huidige woning met bijgebouwen op relatief korte afstand van de zuidelijke perceelsgrens en daarmee van het naastgelegen bosplantsoen gesitueerd. Om wat meer ‘lucht’ tussen de bebouwing en het bosplantsoen te creëren wordt bij de herbouw gekozen de woning enkele meters op te schuiven in noordelijke richting, binnen het reeds aanwezige bestemmingsvlak Wonen. De nieuwe woning wordt daarmee gedeeltelijk ter plaatse van de fundering van de bestaande woning alsmede gedeeltelijk daarbuiten herbouwd. Bij de gekozen situering van de nieuwe woning wordt aangesloten bij de reeds bestaande voorgevelrooilijn van de huidige woning. In figuur 2.3 is een situatietekening van de voorgenomen ontwikkeling opgenomen.
-9-
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Figuur 2.3: Voorgenomen ontwikkeling Schietbergweg 20 (bron: J. v.d. Akker Architecten).
Als onderdeel van het initiatief worden de drie bestaande bijgebouwen op het perceel allen gesloopt. Deze bijgebouwen hebben een gezamenlijke oppervlakte van 210 m2. Op basis van de voor het buitengebied van Meierijstad van kracht zijnde ‘sloop-bonus regeling’ wordt gekozen om in ruil voor de sloop van de bijgebouwen 30 m3 aan de maximaal toegestane inhoud van de nieuwe woning toe te voegen. De nieuwe woning krijgt daarmee een inhoud van 780 m3. Ter vervanging van de drie bestaande bijgebouwen wordt op het perceel één nieuw bijgebouw met een oppervlakte van 150 m2 opgericht. Dit nieuwe bijgebouw wordt gesitueerd ten noorden van de woning en wordt daarmee buiten het huidige bestemmingsvlak Wonen en binnen het huidige bestemmingsvlak Agrarisch opgericht. Deze situering van het bijgebouw is gekozen vanuit het oogpunt dat initiatiefnemers op het dak van dit bijgebouw graag zonnepanelen willen plaatsen, om daarmee te voorzien in de energiebehoefte van de nieuwe woning. Om deze zonnepanelen voldoende opbrengst te kunnen laten genereren is het wenselijk het bijgebouw, mede gelet op de stand van de zon, op ruime afstand van het bosplantsoen te situeren.
- 10 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Om de bouw van het bijgebouw op de gewenste plek mogelijk te maken wordt middels voorliggend bestemmingsplan het huidige bestemmingsvlak Wonen licht van vorm veranderd. De oppervlakte van dit bestemmingsvlak Wonen neemt hierbij licht af met ca. 200 m2.
2.3
Landschappelijke inpassing Bij de voorgenomen ontwikkeling dient voldaan te worden aan de vereisten van de versterking van de landschappelijke kwaliteit (tegenprestatie) ex artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In haar regeling ‘Kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode’ geeft de gemeente Meierijstad nadere invulling aan de inspanningen die voor niet-planmatige ontwikkelingen (afzonderlijke initiatieven in het buitengebied) van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende drie categorieën: a. categorie 1: b. categorie 2: c. categorie 3:
geen inspanning of tegenprestatie; verplichte basisinspanning: het opstellen en uitvoeren van een erfinrichtingsplan; basisinspanning + aanvullende kwaliteitsprestaties.
Als aanvulling op de regeling Kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode is onlangs door de gemeente Meierijstad de Handreiking Kwaliteitsverbetering vastgesteld. De vormverandering van een bestemmingsvlak is aangemerkt als een ontwikkeling in categorie 2. Dit houdt in dat hiermee voor onderhavig initiatief een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd erfinrichtingsplan Door initiatiefnemer is aan H8 Ontwerp opdracht verleend voor het opstellen van een erfinrichtingsplan voor het plangebied. Dit erfinrichtingsplan is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting bij het bestemmingsplan. Middels uitvoering van het erfinrichtingsplan wordt voldaan aan de vereisten uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, de regeling Kwaliteitsverbetering landschap Sint-Oedenrode en de Handreiking Kwaliteitsverbetering van de gemeente Meierijstad. In de planregels (voorwaardelijke verplichting) en de te sluiten anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente Meierijstad wordt de uitvoering van het erfinrichtingsplan geborgd.
2.4
Omgevingsdialoog In het kader van voorliggend initiatief heeft een zorgvuldige omgevingsdialoog plaatsgevonden met omwonenden van het perceel Schietbergweg 20 te SintOedenrode. Het betreft hier de eigenaren van de volgende percelen: ▪ ▪ ▪ ▪
Schietbergweg 15 Schietbergweg 17 Schietbergweg 18 Schietbergweg 22 - 11 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
▪ ▪
Gemeente Meierijstad
Schietbergweg 24 Rooise Heide 12
Door initiatiefnemers is de beoogde ontwikkeling besproken met de eigenaren van bovengenoemde percelen. Nagenoeg alle omwonenden hebben hierbij aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het initiatief. Enkel de eigenaar van het perceel Schietbergweg 15 heeft aangegeven uit principe geen formulieren te willen ondertekenen. Hij heeft echter wel kennis genomen van initiatief. De ondertekende verslagformulieren van de omgevingsdialoog zijn vanuit privacy oogpunt niet opgenomen aan voorliggende toelichting, maar ter kennisname aan de gemeente Meierijstad verstrekt.
- 12 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
3.
Gemeente Meierijstad
Beleidskader
De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het gaat hier om een kleinschalige wijziging die middels een reeds in het vigerende bestemmingsplan opgenomen afwijkingsbevoegdheid mogelijk wordt gemaakt. Hiermee zijn rijksbelangen en provinciale belangen niet in het geding. Een toets aan het rijksbeleid en het provinciale beleid kan dan ook achterwege blijven. Het plan wordt wel getoetst aan het gemeentelijk beleid. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving. Per 1 oktober 2012 is in artikel 3.1.6 Bro een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen. In de toelichting van het bestemmingsplan moet hiervoor een verantwoording plaatsvinden aan de hand van een drietal opeenvolgende treden (de zogenaamde “ladder voor duurzame verstedelijking”). Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. Onderhavig initiatief betreft de herbouw van een bestaande woning.
Jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) heeft uitgewezen dat de toevoeging van 11 woningen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, echter de toevoeging van 12 woningen wel (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015: 953). Bij de herbouw van de woning worden geen woningen toegevoegd, waarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een verantwoording is in dit geval niet aan de orde.
3.1
Provinciaal beleid
3.1.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld (14 december 2018). Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciaal bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaan vervangen. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: ‘’werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit’’. Elke ruimtelijke ontwikkeling moet – ongeacht de omvang – hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: ▪ ▪ ▪ ▪
werken aan de Brabantse energietransitie; werken aan een klimaatproof Brabant; werken aan een slimme netwerkstad; werken aan een concurrerende, duurzame economie. - 13 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Middels voorliggend initiatief wordt de herbouw van één bestaande woning met bijgebouw en een licht vormverandering van het bestemmingsvlak Wonen mogelijk gemaakt. Er worden hiermee geen nieuwe woningen toegevoegd. Het initiatief past daarmee binnen de Omgevingsvisie Noord-Brabant. 3.1.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De meest recent geconsolideerde versie dateert van 21 maart 2023. De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid.
plangebied
Figuur 3.1: Uitsnede integrale plankaart IOV Noord-Brabant (bron: provincie Noord-Brabant).
De gemeenteraad moet bij het vaststellen van een bestemmingplan de regels uit de Interim omgevingsverordening respecteren. Concreet betekent dit dat de Verordening de maximale speelruimte bepaalt die een gemeente heeft bij het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning voor initiatieven (de afwegingsruimte). De Verordening start met het centraal stellen van de kwaliteitsopgave in Brabant. Ongeacht de ontwikkeling, dient in ieder geval zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt te worden gehanteerd én het - 14 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit in brede zin. In figuur 3.1 is een uitsnede opgenomen van de integrale plankaart van de Interim omgevingsverordening met daarop de planlocatie rood omkaderd weergegeven. Landelijk Gebied Uit figuur 3.1 blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het Landelijk Gebied en meer specifiek het Gemengd landelijk gebied. Binnen het Gemengd Landelijk Gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij zijn, naast de ontwikkeling van de landbouw, tevens andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen van belang. In Artikel 3.68 en Artikel 3.69 van de Interim omgevingsverordening heeft de provincie Noord-Brabant de kaders vastgelegd voor Wonen in Landelijk gebied. Primair geldt (Artikel 3.68) dat enkel bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan. Artikel 3.69 maakt het hierbij mogelijk om een bestaande bedrijfswoning als burgerwoning te gebruiken. Art. 3.69 Afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; De bestaande woning aan Schietbergweg 20 wordt als onderdeel van voorliggend plan gesloopt. 2.
overtollige bebouwing wordt gesloopt. Bij de voorgenomen ontwikkeling worden een drietal bijgebouwen op het perceel, met een gezamenlijk oppervlakte van 210 m2 gesloopt, waarna er één nieuw bijgebouw van 150 m2 wordt opgericht. Het plan ziet er hiermee op toe dat de overtollige bebouwing, boven de middels het vigerende bestemmingsplan toegestane 150 m2 aan bijgebouwen, wordt gesloopt. Conclusie De voorgenomen herbouw van de bestaande burgerwoning binnen het plangebied voldoet hiermee aan bovenstaande voorwaarden uit de Interim omgevingsverordening. Hiermee past de ontwikkeling binnen de regels voor burgerwoningen in het Landelijk gebied zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening.
3.2
Gemeentelijk beleid
3.2.1 Bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 Het plangebied is (v.w.b. de regels) gelegen binnen het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4. Het bestemmingsplan Buitengebied - 15 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Sint-Oedenrode, herziening 4 is op 29 maart 2018 vastgesteld door de gemeenteraad van Sint-Oedenrode. Het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 biedt geen mogelijkheid om de voorgenomen licht vormverandering van het bestemmingsvlak Wonen aan Schietbergweg 20 mogelijk te maken. Gekozen wordt dan ook om de ontwikkeling mogelijk te maken middels een partiële herziening van het bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. 3.2.2
Bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen – Laaghangend Fruit Voor het plangebied vigeert tevens het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit. Het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit is op 27 januari 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Meierijstad. In dit bestemmingsplan is in artikel 7.8 een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor de herbouw een woning buiten de bestaande fundamenten. Daarnaast is in artikel 7.14 in combinatie met artikel 7.17 een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van een grotere inhoud van een woning door middel van sloop-bonus. Hoewel voorliggend initiatief mogelijk wordt gemaakt middels een herziening van het bestemmingsplan, wordt voor de toetsing aangesloten bij de voorwaarden zoals opgenomen in de afwijkingsbevoegdheden in artikel 7.8 artikel 7.14 en artikel 7.17 van het bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit. Onderstaand zijn genoemde artikelen opgenomen, waarbij per artikel een nadere toetsing aan de genoemde voorwaarden plaatsvindt.
Artikel 7.8 Afwijkingsbevoegdheid herbouw van een (bedrijfs)woning buiten de bestaande fundamenten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2, voor het herbouwen van een bestaande woning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats binnen het bestaande bouwvlak of bouwperceel; De woning wordt herbouwd binnen het bestaande bestemmingsvlak Wonen. b. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de Wet geluidhinder; De nieuwe situering van de woning is in het kader van het wettelijk vooroverleg door de gemeente Meierijstad vanuit stedenbouwkundig oogpunt beoordeeld en akkoord bevonden. In hoofdstuk 4 van voorliggende toelichting wordt daarnaast aangetoond dat de herbouw zowel verkeerskundig, landschappelijk als milieukundig aanvaardbaar is. Tevens is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de Wet geluidhinder. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. - 16 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
c. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven of onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; De herbouw van de woning enkele meters verder in noordelijke richting zorgt niet voor een onevenredige aantasting van de belangen van omwonenden. Omliggende woningen zijn op ruime afstand gelegen. Daarnaast heeft in hoofdstuk 4.7 van voorliggende toelichting toetsing aan de van toepassing zijnde richtafstanden voor de bedrijfsmatige functies rondom het plangebied plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat deze bedrijven niet beperkt worden in hun gebruiks- dan wel ontwikkelmogelijkheden als gevolg van voorliggend initiatief. d. de in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast; De ontwikkeling betreft de herbouw van een bestaande woning. De herbouw vindt plaats binnen het bestemmingsvlak Wonen. Van onevenredige aantasting van de in het gebied aanwezige waarden is dan ook geen sprake. e. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en). De woning wordt met dezelfde bouwwijze, namelijk vrijstaand, herbouwd. f. er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Toetsing van het woon- en leefklimaat vindt plaats in hoofdstuk 4 van voorliggende toelichting. Hieruit blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat er plaatse van de woning. g. er geen sprake is van een toename van het aantal woningen. Het aantal woningen blijft als gevolg van de herbouw gelijk. h. de sloop van de bestaande woning is verzekerd; Gelijktijdig met de aanvraag omgevingsvergunning bouwen voor de herbouw van de woning zal tevens een sloopmelding voor de bestaande woning worden ingediend bij de gemeente Meierijstad. Aan de te verlenen omgevingsvergunning bouwen wordt daarnaast door de gemeente Meierijstad de voorwaarde verbonden dat de bestaande woning gesloopt dient te worden alvorens de nieuwe woning in gebruik mag worden genomen. i. de maatvoering van de woning sluit aan op het bepaalde in artikel 7.3; Voor de te herbouwen woning wordt aangesloten bij de maatvoeringen ten aanzien van hoofdgebouwen, zoals opgenomen in Artikel 7.3 van het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit’. Enkel voor de inhoud van de woning wordt met 780 m3 middels toepassing van artikel 7.14 afgeweken van de standaard maatvoering. j. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan.
De voorgenomen ontwikkeling gaat gepaard met zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe is door H8 Ontwerp een erfinrichtingsplan opgesteld dat als bijlage is toegevoegd aan voorliggende toelichting. Middels uitvoering van dit plan wordt zeker gesteld dat bij voorliggend initiatief sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
- 17 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
De voorwaarden voor de herbouw van de woning buiten de bestaande fundamenten zoals opgenomen in Artikel 7.8 worden hiermee in acht genomen. Er zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Artikel 7.14 Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een grotere inhoud van een woning (sloop-bonus) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.3, en een grotere inhoud van een woning toestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is geen sprake meer van een agrarisch of niet-agrarisch bedrijf, uitgezonderd bedrijven aan huis; De te herbouwen woning betreft een burgerwoning, gelegen binnen de bestemming ´Wonen´. b. alle voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen worden gesloopt; Op het woonperceel zijn geen bedrijfsgebouwen aanwezig. De drie bestaande bijgebouwen worden gesloopt en er wordt één bijgebouw herbouwd. c. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; Op het perceel is geen bebouwing aanwezig die is aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. d.
voor de eerste 750 m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale inhoud van de woning plaats kan vinden van 0,5 m3; Voor onderhavig initiatief geldt dat voor de toevoeging van 30 m3 extra aan de inhoud van de woning, er 60 m2 aan overtollige bebouwing op het perceel gesloopt wordt. In de bestaande situatie zijn op het perceel drie bijgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 210 m2 aanwezig. Deze bijgebouwen worden allen gesloopt, waarna één nieuw bijgebouw van 150 m2 wordt teruggebouwd. De overige 60 m2 wordt ingezet t.b.v. sloop-bonus voor het vergroten van de inhoud van de woning van 750 m3 naar 780 m3. e. voor iedere m2 boven de 750 m2 aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m2 sloop er een vergroting van de maximale inhoud van de woning plaats kan vinden van 0,35 m3; Niet van toepassing. f. de maximale inhoud van een woning na toepassing van deze regeling (uitgezonderd de hoeveelheid bij recht toegestane bijbehorende bouwwerken), bedraagt 1.000 m3. De inhoud van de te herbouwen woning bedraagt na toepassing van deze regeling 780 m3. De voorwaarden voor het vergroten van de inhoud van de woning zoals opgenomen in Artikel 7.14 worden hiermee in acht genomen. Er zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
- 18 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Artikel 7.17 Algemene bepalingen voor toepassing van Sloop-Bonus a. de bevoegdheden bedoeld in artikel 7.14, 7.15 en 7.16 mogen gecombineerd toegepast worden; Bij onderhavig initiatief wordt enkel de bevoegdheid uit artikel 7.14 toegepast. b. voor iedere m2 die gesloopt wordt, geldt dat deze slechts voor één van de sloop-bonus regelingen ingezet mag worden, ter voorkoming van dubbeltelling; De gesloopte m2’s worden bij voorliggend initiatief niet dubbel ingezet. c. sloop op eigen terrein ten behoeve van de regelingen als bedoeld in lid 1 kan gecombineerd worden met sloop elders, mits zeker is gesteld dat de elders gesloopte bebouwing niet herbouwd kan worden; Bij voorliggend initiatief vindt enkel sloop op eigen terrein plaats. d. er mag niet tevens gebruik gemaakt zijn of worden van een provinciale of nationale subsidieregeling voor het slopen van deze bebouwing; Er wordt geen gebruik gemaakt van subsidieregelingen voor de sloop van de bebouwing. e. cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is uitgezonderd van verplichte sloop; Op het perceel is geen bebouwing aanwezig die is aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. De algemene voorwaarden voor het toepassen van de sloop-bonus regeling zoals opgenomen in Artikel 7.17 worden hiermee in acht genomen. Er zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. 3.2.3
Regeling kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad De Gemeente Meierijstad is bezig met het opstellen van de rapportage 'Richtlijnen landschappelijke inpassing en regeling kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad'. De kaders uit deze rapportage zullen de afzonderlijke regelingen voor kwaliteitsverbetering van de voormalige gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel gaan vervangen. De gemeente Meierijstad vindt het belangrijk dat een initiatief bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Daarmee wordt voortgeborduurd op het beleid van de provincie Noord-Brabant, die een belangrijke rol speelt bij de (her)ontwikkeling van het Brabantse buitengebied. Een belangrijk regelinstrument hiervoor is de interim omgevingsverordening. Tegelijkertijd heeft de gemeente Meierijstad recent het afwegingskader ‘Kansen voor Kwaliteit’ opgesteld om invulling te kunnen geven aan specifiek de binnen de gemeente vrijvallende Agrarische bebouwing (VAB). Nadere uitwerking van deze rapportage dient nog plaats te vinden. Op dit moment is er sprake van een vergaande conceptversie.
- 19 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Bij voorliggend initiatief wordt, zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 2.3 van voorliggende toelichting, aangesloten bij de richtlijnen voor landschappelijk inpassing en de door de gemeente Meierijstad gehanteerde systematiek uit de Regeling kwaliteitsverbetering Landschap Meierijstad. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de gemeente Meierijstad vastgestelde beleidskaders voor ontwikkelingen in het buitengebied.
- 20 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
4.
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke en milieuhygiënische effecten
Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten van het project. Aangetoond dient te worden dat de realisatie van het project er niet toe leidt dat andere functies in de omgeving worden beperkt in hun mogelijkheden en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
4.1
M.e.r.-beoordeling Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieu-effectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kader stellend is voor projecten met grote milieugevolgen een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011, de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r.. De herbouw van een bestaande woning waarbij het bestemmingsvlak Wonen licht van vorm veranderd valt niet onder onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Een aanmeldnotitie M.e.r. is hiermee niet noodzakelijk. Conclusie Vanuit het aspect m.e.r.-beoordeling zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande weten regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In het bestemmingsplan is aan het overgrote deel van het plangebied géén archeologische dubbelbestemming toegekend. Enkel aan de zuidzijde heeft een klein gedeelte van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’, zoals blijkt uit figuur 1.2. Deze dubbelbestemming schrijft voor dat voor de bouw van bouwwerken met een oppervlakte van meer dan 50 m2 én een diepte van meer dan 0,3 meter, voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een archeologische rapportage dient te worden overlegd. - 21 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
De herbouw van de woning vindt, zoals nader weergegeven in figuur 2.3, plaats buiten het bestemmingsvlak ‘Waarde – Archeologie 3’. De gronden ter plaatse van dit vlak worden dan ook niet verstoord als gevolg van voorliggend initiatief. Er vinden hier géén bodemingrepen plaats. Archeologisch onderzoek is hiermee niet aan de orde. Ook in het ten zuiden van het plangebied gelegen terrein ‘Rooise Heideweg’ met hoge archeologische waarde, vinden géén bodemingrepen plaats. Dit terrein is overigens ook niet in eigendom van initiatiefnemers. Conclusie Vanuit het aspect archeologie zij er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Cultuurhistorie Volgens de Erfgoedwet dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden te worden met het aanwezige culturele erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Het plangebied is getoetst aan de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is niet gelegen binnen een cultuurhistorisch vlak of gebied. Een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart is opgenomen in figuur 4.1, met daarop het plangebied rood omkaderd weergegeven.
plangebied
Figuur 4.1: Uitsnede CHW kaart (provincie: Noord-Brabant).
Op basis van het Erfgoedplan van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode zijn aan het plangebied tevens geen nadere aanduidingen toegekend. De solitaire - 22 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
eiken ten zuiden van het plangebied, gesitueerd langs de Schietbergweg tot aan de Rooise Heide, zijn aangemerkt als waardevol historisch groen. Deze bomen blijven onaangetast als gevolg van voorliggend plan, waarmee de ontwikkeling hierop geen invloed heeft. Conclusie Er zijn hiermee geen belemmeringen vanuit het aspect cultuurhistorie voor onderhavig initiatief.
4.3
Flora en fauna In Nederland zijn flora en fauna beschermd via gebiedsbescherming en via soortenbescherming. Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. Er treden verschuivingen op in de tabellen voor soortenbescherming. Sommige soorten worden beter beschermd, sommige soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft daarbij bestaan voor alle inheemse flora en fauna. Soortenbescherming In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de nieuwbouw van de woning. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt de sloop van de bestaande woning met bijgebouwen plaats. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht.
Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. Aan RKS Advies is opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de benodigde quickscan Flora en Fauna. Het onderzoek is als bijlage opgenomen aan voorliggende toelichting. De conclusies van de quickscan zijn hieronder samengevat opgenomen:
- 23 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Conclusie Op 24-02-2023 heeft RKS Advies B.V. een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd op de projectlocatie Schietbergweg 20 te Sint-Oedenrode. Met behulp van deze QuickScan is in beeld gebracht wat de effecten zijn van de in de inleiding beschreven voorgenomen activiteiten op de aanwezige Flora en Fauna op deze projectlocatie en of daarmee de voorgenomen activiteiten in strijd zijn met de Wet natuurbescherming. Extra focus in deze QuickScan ligt op de aanwezigheid van beschermde soorten en hun status. Onderzocht is wat de invloed van de voorgenomen activiteiten is op deze beschermde soorten en hun instandhouding. Bij overtreding van de Wet natuurbescherming wordt aangegeven op welke manier de negatieve effecten kunnen worden geminimaliseerd en welke stappen kunnen worden genomen om een eventuele ontheffing te verkrijgen. Uit de QuickScan is naar voren gekomen dat bij de uitvoering van de in de inleiding omschreven voorgenomen activiteiten geen onevenredig negatief effect uitgeoefend wordt op de in de zoals in de Wet natuurbescherming omschreven beschermde Flora en Fauna op de projectlocatie en directe omgeving. In en rondom de woning, de woonunit en de bijgebouwen zijn geen vaste rusten voortplantingsplaatsen aangetroffen. De gebouwen dienen bij voorkeur te worden gesloopt buiten het broedseizoen. Er behoeft geen aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden.
Een ontheffing noodzakelijk bij een negatief effect op beschermde soorten is niet noodzakelijk. Incidenteel kunnen de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op algemene soorten. Van toepassing hierop is een provinciale vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling. Plaatselijk kunnen deze aanwezige algemene soorten de projectlocatie verlaten en eventueel tijdelijk een vervangend deelleefgebied opzoeken. De algemene Zorgplicht opgenomen in de Wet natuurbescherming blijft onverminderd van toepasing.
- 24 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Gebiedsbescherming Er zijn geen Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. De dichtstbijzijnde gelegen Natura 2000-gebied is ´Kampina en Oisterwijkse vennen´ op een afstand van ca. 12 kilometer van het plangebied. De effecten die voortvloeien uit het plan (zoals onder andere verstoring door licht, geluid en optische verstoring) zorgen, gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, niet voor significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied is daarnaast niet gelegen in de directe nabijheid van gebieden die behoren tot het Natuur Netwerk Nederland. Het meest nabijgelegen NNB gebied betreft het haagbeuken- en essenbos (Diependaal) op 1,1 kilometer ten noorden van het plangebied, gelegen aan de rand van de kern Sint-Oedenrode. Stikstofdepositie Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad in de zogenaamde ‘voortoets’ te bezien of een passende beoordeling van het plan moet worden gemaakt. Dit is het geval indien het risico bestaat dat het plan – al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten – significante gevolgen heeft voor één of andere meerdere Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar. Dit kan worden aangetoond middels een AERIUS-berekening.
Aanlegfase Voor wat betreft de aanlegfase is bij de ontwikkeling sprake van de sloop van de bestaande woning met bijgebouwen binnen het plangebied en de herbouw van deze woning met bijgebouw. Op 1 juli 2021 is de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuur-verbetering (Stikstofwet) in werking getreden. Belangrijk onderdeel van het Besluit is de bouwvrijstelling. Kort gezegd houdt deze vrijstelling in dat de aanlegfase van ontwikkelingen vrijgesteld is van de vergunningplicht Wet natuurbescherming en dat voor deze fase geen stikstofberekening meer nodig is. Middels haar uitspraak van 31 oktober 2022 heeft de Raad van State geoordeeld dat de bouwvrijstelling niet langer mag worden toegepast bij nieuwbouwprojecten. Hiermee dient voor onderhavig plan voor wat betreft de aanlegfase een stikstofberekening te worden uitgevoerd. Voor de aanlegfase kan onderscheid gemaakt worden in stikstofemissie als gevolg van een tweetal type bronnen namelijk: ➢ mobiele werktuigen op de bouwsite ➢ verkeersbewegingen van en naar de bouwsite. Mobiele werktuigen Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren gehanteerd zoals opgenomen in figuur 4.2. Als uitgangspunt voor de berekening van
- 25 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
de stikstofdepositie is gerekend met materieel dat kan voldoen aan STAGEklasse III B (materieel met een bouwjaar van 2011 of jonger), zoals bedoeld in het TNO-rapport 'EMMA' (kenmerk TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML). Klasse Type werktuig Mobiele kraan Loader Minigraver Verreiker Betonpomp
Verbruik/dag (L)
n-dagen
Totale verbruik (L)
150
5
750
120
5
600
90
10
900
120
3
360
160
2
320
Stage IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. R Stage IV, 75-560 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. Q Stage IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. R Stage III B, 75-560 kW, bouwjaar 2012/01 Cat. M Stage III B, 75-560 kW, bouwjaar 2011/01 Cat. L
Totaal
2.930
Figuur 4.2: Stikstofemissie materieel aanlegfase.
Verkeersbewegingen Voor de verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase wordt rekening gehouden met het transport (aan- en afvoer) van materialen en personen (bouwvakkers). De bouwfase zal ongeveer 6 maanden in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen nog niet bekend is, wordt gerekend met zogenaamde ‘worst-case’ aannames. Voor wat betreft de verkeersaantrekkende werking geldt: ▪
Transport personeel: 8 ritten met licht verkeer per dag (zowel aankomst als vertrek) gedurende 6 maanden, betreft 1.040 verkeersbewegingen.
▪
Aanvoer materiaal: 4 ritten met middelzwaar verkeer per week (zowel levering materiaal als ‘leeg’ terug) gedurende 6 maanden, betreft 104 verkeersbewegingen
▪
Afvoer materiaal: 20 ritten met zwaar verkeer voor afvoer sloopafval gedurende de sloopfase en bouwafval gedurende de bouwfase (zowel aan- als afvoer containers), betreft 20 ritten.
Het verkeer rijdt over de Schietbergweg, de lengte van de rijlijn bedraagt 769 meter. Wanneer het verkeer op de Nijnselseweg komt, is het uitgangspunt dat het verkeer van en naar het plan opgenomen is in het heersende verkeersbeeld. Berekening Op basis van de gegevens uit figuur 4.2 m.b.t. de inzet van materieel en de verkeersbewegingen is middels het programma AERIUS Calculator 2022.1 de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase. De gehanteerde ‘grenswaarde’ bedraagt 0,00 mol/ha/j. Een hogere waarde wordt beschouwd als een overschrijding. De berekening en
- 26 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
bijbehorende uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende toelichting. Uit de berekeningen van de aanlegfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j op de omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat door de aanlegfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Er is geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden door de aanlegfase van het plan. Gebruiksfase Voor wat betreft de gebruiksfase dient de toename in stikstofdepositie wel inzichtelijk te worden gemaakt. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) afkomstig van het plangebied vinden in de gebruiksfase plaats door een tweetal type bronnen namelijk: ➢ verkeersbewegingen van en naar het plangebied; ➢ de stookinstallaties binnen het plangebied. Ten behoeve van het in beeld brengen van de stikstofdepositie voor de gebruiksfase dient uitgegaan te worden van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In voorliggend bestemmingsplan zijn binnen de bestemming Wonen geen wijzigingsbevoegdheden opgenomen om de bestemming te kunnen wijzigen naar een andere bestemming zoals Agrarisch. De woonfunctie kan hiermee als de maximale planologisch mogelijkheid beschouwd worden. Verkeersbewegingen Binnen het plangebied worden geen woningen toegevoegd.
Het aantal verkeersbewegingen als gevolg van voorliggend initiatief neemt dan ook niet toe. Stookinstallaties De nieuw te bouwen woning wordt gasloos opgericht. Hiermee is geen sprake van de toename van stikstofdepositie ten gevolge van de verwarming van de woning. Beoordeling Uit de nadere beschrijving van de gebruiksfase kan geconcludeerd worden dat middels voorliggend initiatief de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet zal worden overschreden. Het aantal verkeersbewegingen ter plaatse van het plangebied wijzigt als gevolg van voorliggend initiatief niet. Daarnaast wordt de woning gasloos opgericht. Er is dan ook geen sprake van een significante verslechtering van Natura 2000-gebieden door de gebruiksfase van het plan.
- 27 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Conclusie Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.4
Water Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Beleidskaders Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap de Dommel, de Keur Waterschap De Dommel 2015, het Provinciaal Waterhuishoudingsplan van de provincie NoordBrabant, de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Kern van deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk.
De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en
- 28 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken.
Meer dan voorheen gaan we daarbij: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. • van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/ - 29 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergen-afvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt. In onderhavige situatie wordt de bestaande woning met drie bijgebouwen met een gezamenlijke oppervlakte van 283 m2 gesloopt. Hiertegenover staat de bouw van een nieuwe woning met één bijgebouw met een gezamenlijke oppervlakte van 266 m2. Het verhard oppervlakte neemt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling af met ca. 17 m2. Compensatie is op basis van de keur niet aan de orde omdat deze onder de ondergrens valt, die door het waterschap Aa en Maas per 1 maart 2015 wordt gehanteerd. Hiermee is voor onderhavig initiatief het gemeentelijk beleid van toepassing. Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 De gemeente Meierijstad heeft per september 2017 het Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 vastgesteld. In het plan streeft de gemeente ernaar dat nieuwbouwplannen hydrologish neutraal worden uitgevoerd.
Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering. De gemeente Meierijstad acht hierbij ook voor ontwikkelingen onder de 500 m2 compenserende maatregelen benodigd. Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd.
Figuur 4.3: Uitgangspunten hemelwater bij nieuwbouw (bron: PWR Meierijstad 2022-2026).
Kenmerken huidige watersysteem Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Sint-Oedenrode, gemeente Meierijstad. Voor de kenmerken van het plangebied is gebruik gemaakt van de bodematlas van de provincie Noord-Brabant en de Watertoetskaart van Waterschap De Dommel. Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit veldpodzolgronden van leemarm en zwak lemig fijn zand. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op een diepte van circa 60 tot 80 centimeter beneden maaiveld. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt op een diepte van 200 tot 250 centimeter onder maaiveld. Dergelijke grondwaterstanden komen overeen met Grondwatertrap (GT) VI.
- 30 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Oppervlaktewater Zowel aan de noordgrens als aan de westgrens van het plangebied is een B-watergang gelegen, zoals zichtbaar op de kaart van de Legger van Waterschap De Dommel in figuur 4.4.
plangebied
Figuur 4.4: Uitsnede kaart Legger Waterstaatswerken (bron: Waterschap De Dommel).
Benodigde compensatie Zoals bovenstaand reeds nader toegelicht neemt het verhard oppervlak ter plaatse van het plangebied af met ca. 17 m2. Echter wordt in de huidige situatie het hemelwater dat valt op het dak van de woning afgevoerd op de aan de Schietbergweg aanwezige gemeentelijke riolering. Bij de nieuw te bouwen woning wordt gekozen het hemelwater gescheiden af te voeren van het afvalwater. Wanneer de gebouwen namelijk afgekoppeld zijn, heeft dit een gunstiger effect op het bestaande riool dat hierdoor minder belast wordt. Hemelwater Voor de bouw van de woning inclusief carport en overkapping is sprake van een verhard oppervlak van 266 m2. Op basis van de bergingseis van 60 mm per m2 toename aan verhard oppervlak dient voor voorliggend initiatief in totaal: 60 mm * 266 m2 = 15,96 m3 bergingscapaciteit te worden gerealiseerd. In verband met de GHG kan enkel de bovenste 60 cm onder het huidige maaiveld worden gebruikt voor de berging van hemelwater. Gekozen wordt voor de berging van het hemelwater in de aan de voorzijde van het perceel gelegen greppel. De greppel kent in haar huidige vorm een breedte van 2 meter en een talud met een helling van 1:1. De greppel heeft een lengte van ruim 40 meter, waarmee zij over ruim voldoende bergingscapaciteit beschikt om te voorzien in het bergen van de benodigde 15,96 m3 aan hemelwater.
- 31 -
Bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Schietbergweg 20’
Gemeente Meierijstad
Afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd op de aanwezige gemeentelijke riolering aan de Schietbergweg. Hiervoor wordt de reeds bestaande aansluiting benut. Er is dan ook geen sprake van een nieuwe aansluiting op het rioleringsstelsel. Kosten voor eventuele veranderingen aan leidingen zijn voor de initiatiefnemers. Conclusie Het aspect water vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.5
Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Meierijstad is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Aan Milieupartner is opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van het plangebied Dit onderzoek is als bijlage opgenomen aan voorliggende toelichting. De conclusies van het verkennend bodem- en asbestonderzoek zijn hieronder samengevat opgenomen en luiden als volgt: