Toelichting & regels Dijksteegje Sin Oedenrode
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Dijksteegje 46 en ong., Sint-Oedenrode
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Betreffende
Dijksteegje 46 en ong., Sint-Oedenrode
Planstatus
vaststelling
Projectnummer
NL.IMRO.1948.OED001BP0032022P-VG01
Datum
15 december 2022
Bestemmingsplan Dijksteegje 46 ong., Sint-Oedenrode Gemeente Meierijstad
Rapportnummer:
P04166
IMRO-identificatiecode:
NL.IMRO.1948.OED001BP0032022P-VG01
Datum:
15 december 2022
Opdrachtgever:
Gemeente Meierijstad
Projectteam BRO:
JRi, RGr
Concept:
november 2021, januari 2022
Voorontwerp:
--
Ontwerp:
juni 2022
Vastgesteld:
15 december 2022
Bron foto kaft:
Meierijstad
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Toelichting
Inhoudsopgave
pagina
1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
4 4 4 6 7
2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Beoogde situatie 2.3 Beeldkwaliteit
8 8 9 11
3.BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
14 14 16 18
4.MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren
22 22
4.1.1 Verkeersgeneratie 4.1.2 Parkeren 4.2 Geluid
22 22 23
4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit
23 24 24 25
4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering
25 27 27
4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Geurhinder
27 28 29 29
4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Externe veiligheid
29 30 31 31
4.6.1 Toetsingskader 4.6.2 Onderzoek
31 33
Inhoudsopgave
1
4.6.3 Conclusie 4.7 Flora en fauna
35 36
4.7.1 Toetsingskader 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.8 Bodem
36 37 38 39
4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Waterparagraaf
39 39 40 40
4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Archeologie
40 42 45 45
4.10.1 Onderzoek 4.10.2 Conclusie 4.11 Cultuurhistorie
45 46 46
4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Kabels en leidingen 4.13 Spuitzones gewasbescherming 4.14 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen 4.15 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
46 47 47 47 48 48 51
4.15.1 Toetsingskader 4.15.2 Aanmeldingsnotitie m.e.r.
51 51
5.JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Systematiek van de regels 5.3 Toelichting op de bestemmingen
52 52 52 54
6.UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Vooroverleg
56 56 56 56
6.2.2 Inspraak 6.2.3 Vaststellingsprocedure
57 57
Inhoudsopgave
2
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Relevante criteria Beeldkwaliteitsplan Heikant Bijlage 2: Akoestisch onderzoek Bijlage 3: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 4: Stikstofdepositie onderzoek Bijlage 5: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6: Wateraspect Bijlage 7: Archeologisch onderzoek Bijlage 8: Advies Veiligheidsregio Bijlage 9: Overzicht kabels en leidingen Bijlage 10: Verkennend onderzoek asbest in bodem
Inhoudsopgave
3
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie Dijksteegje 46 de bestaande woning te amoveren om ruimte te creëren voor de realisatie van een nieuwe vrijstaande woning waarbij eveneens het bouwvlak wordt vergroot en de maximale goothoogte voor bijgebouwen toeneemt. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om het abusievelijk op het achterperceel van Dijksteegje 46 gesitueerde bouwvlak te verplaatsen naar de locatie Dijksteegje ongenummerd (perceelnummer 941). Het verplaatsen van het bouwvlak naar de locatie Dijksteegje ongenummerd maakt het in de toekomst mogelijk om daar een nieuwe vrijstaande woning te realiseren. Het vigerende bestemmingsplan ter plaatse is Sint-Oedenrode Oost (2014). Het plangebied heeft de enkelbestemming ‘Wonen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 1’. De realisatie van de te herbouwen woning zal deels worden voorzien buiten het toegekende bouwvlak. Daarnaast wordt de maximale goothoogte op enkele plekken overschreden. Het realiseren van een woning ter hoogte van Dijksteegje ongenummerd (perceelnummer 941) is niet toegestaan doordat er op die locatie geen bouwvlak gelegen is op het plangebied.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling om de woningbouwontwikkeling van de te herbouwen vrijstaande woning op de locatie Dijksteegje 46 en het verplaatsen van het bouwvlak van het achterterrein van Dijksteegje 46 naar de locatie van Dijksteegje ongenummerd in Sint-Oedenrode mogelijk te maken.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan het Dijksteegje, in het noorden van de kern Sint-Oedenrode. Aan de noord-, oost- en zuidzijde van het plangebied zijn woningen gelegen. Aan de westzijde grenst het plangebied aan het Dijksteegje en een groenzone. Ten noordwesten van het plangebied is een vijver gelegen. Het plangebied betreft de percelen die kadastraal bekend staan als Sint-Oedenrode, sectie S, perceelnummers 353, 941 en 1339. Het totale oppervlak van het plangebied betreft circa 3.110 m2. In figuur 1 is een luchtfoto van de nabije omgeving en een gedetailleerde luchtfoto afgebeeld waarop de globale ligging van het plangebied te zien is. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.
Hoofdstuk 1
4
Figuur 1: Ligging plangebied
Hoofdstuk 1
5
1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost’, zoals dat op 30 januari 2014 door de (voormalige) gemeente Sint-Oedenrode is vastgesteld. Het plangebied is bestemd als ‘Wonen’ met een bouwaanduiding ‘vrijstaand’ en een maximale goothoogte van 4 meter. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 1’. Binnen de vigerende bestemmingen is het ontwikkelen van een woningbouwlocatie in principe toegestaan. Echter voorziet het ruimtelijk initiatief in het amoveren van de huidige vrijstaande woning en de realisatie van één nieuwe vrijstaande woning op de locatie Dijksteegje 46. De nieuwe woning zal (deels) buiten het bouwvlak worden gerealiseerd. Daarnaast dient het bouwvlak op het achterterrein van Dijksteegje 46 verplaats te worden naar de locatie Dijksteegje 46. In voorgaand bestemmingsplan is het bouwvlak per abuis op het achterterrein van Dijksteegje 46 geplaatst in plaats van op de locatie Dijksteegje ongenummerd.
Figuur 2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan
Hoofdstuk 1
6
Het nieuwbouwplan past niet binnen de bouwregels van het geldende bestemmingsplan. Voor de gewenste ontwikkeling is een wijziging van de bouwvlakken en maatvoeringsregels van het plangebied noodzakelijk. Het plangebied zal bestemd blijven als ‘Wonen’. Binnen de bestemming ‘Wonen is naast woningen tevens ruimte voor parkeergelegenheden en tuinen en erven. Tevens wordt de specifieke woningtype ‘vrijstaand’ overgenomen op zowel de locatie Dijksteegje 46 en Dijksteegje ongenummerd. Om de nieuwe situatie juridisch-planologisch mogelijk te maken, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: de verbeelding (plankaart) waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, regels waarin de voorschriften voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Achtereenvolgens is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied en de toekomstige ruimtelijk-functionele invulling van het gebied. Vervolgens is ingegaan op de beleidsinkadering, de milieu- en overige aspecten, sectorale onderzoeks- en analyseresultaten, economische uitvoerbaarheid en handhaving. Afgesloten is met het weergeven van de maatschappelijke haalbaarheid en de te doorlopen procedure.
Hoofdstuk 1
7
2.
PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in het noorden van de kern Sint-Oedenrode. Ten noorden, oosten en zuiden grenst het plangebied aan woningbouw aan de Piersonstraat, de Marijnenstraat en de Dreesstraat. Aan de west- en noordwestzijde is natuur gelegen met enkele vijvers/waterlichamen. Het betreft een terrein van circa 3.110 m2 wat momenteel onder andere in gebruik is ten behoeve van wonen en tuin/grasland. Figuur 2 toont een gedeelte van het plangebied in de huidige situatie gezien vanaf het Dijksteegje. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom en is gelegen in de woonwijk Heikant. ‘De Heikant’ is een planmatige woonwijk met een relatief kleinschalig karakter en stedelijke (of centrumdorpse) uitstraling. Dit komt mede door het smalle straatprofiel en huizen met (veelal) twee lagen en forse, stijle, hoog opgetrokken kap. Ook het feit dat bij alle rijenwoningen parkeren op het openbaar terrein draagt bij aan het stedelijke karakter. Er is relatief weinig groen aanwezig in de wijk, echter om de wijk heen ligt een groene rand met een parkachtige uitstraling. Rondom de het plangebied zijn voornamelijk twee-onder-een-kap woningen gelegen. Vanaf de rotonde op het snijpunt van de route vanuit de A50 en vanuit Schijndel is het perceel van Dijksteegje 46 goed te zien. Het flankeert namelijk de vijverpartij aan de linkerzijde van de Schijndelseweg.
De woningen aan het Dijksteegje zijn iets vooruitgeschoven vergeleken met de nieuwbouwwijk achter deze waterbergingsvijver. Dijksteegje 46 is de eerste woning die je op deze plek tegenkomt en staat naar de Schijndelseweg gericht. De locatie Dijksteegje ongenummerd betreft een braakliggend terrein aan een T-splitsing. Aan de noord-, oost- en zuidzijde van dit perceel bevinden zich woningen. Door op dit perceel een bouwvlak toe te voegen wordt invulling gegeven aan een braakliggend perceel wat zorgt voor een optimale invulling die passend is bij de omgeving van het plangebied.
Hoofdstuk 2
8
Figuur 3: Huidige situatie Dijksteegje 46
Figuur 4: Huidige situatie Dijksteegje ongenummerd
2.2 Beoogde situatie Er is een stedenbouwkundig plan opgesteld, met daarin een analyse van de locatie en een voorlopig ontwerp van het ruimtelijk initiatief. Het plan bestaat uit twee onderdelen: Verplaatsen van het bouwvlak voor een vrijstaande woning naar de locatie Dijksteegje ong. (naast nr. 38); Het veranderen van het bouwvlak voor de herbouw van een vrijstaande woning op de locatie Dijksteegje 46.
Hoofdstuk 2
9
Figuur 5: Beoogde locatie bouwvlak Dijksteegje ongenummerd
Verplaatsen bouwvlak vrijstaande woning Dijksteegje ong. De locatie van het bouwvlak voor het perceel aan Dijksteegje ongenummerd sluit aan op de bebouwingswijze, -hoogten en rooilijn van de belendende woning Dijksteegje 38. Er geldt een goothoogte van maximaal 4 meter en bouwhoogte maximaal 10 meter zodat een bouwmassa in één bouwlaag met een kap kan worden gerealiseerd. Hierbij zal het abusievelijk op de onjuiste locatie geplaatste bouwvlak aan de achterzijde van de woning Dijksteegje 46 worden verplaatst naar de locatie van Dijksteegje ongenummerd (perceel S941). Veranderen bouwvlak Dijksteegje 46 Het plan voorziet in het amoveren van de huidige bebouwing (woning en schuur) op de locatie Dijksteegje 46 om ruimte te creëren voor de realisatie van één nieuwe vrijstaande woning. De kans doet zich nu voor om op deze locatie de plek te verbijzonderen en accentueren. De plek ligt namelijk op een kruispunt waar 2 structuren samenkomen: het Dijksteegje en de Schijndelseweg. Op dit kavel komen deze 2 werelden samen. Enerzijds is de woning onderdeel van de bebouwing aan de historische veldweg ‘Dijksteegje’ waaraan in de afgelopen jaren historiserende woningen en landelijke vrijstaande woningen zijn ontwikkeld die aansluiten op het karakter van de veldwegen uit de omgeving.
Anderzijds is het perceel historisch gezien onderdeel van de groenzone aan de Schijndelseweg waaraan met enige tussenruimten boerderijen en woningen in de vorm van forse massa’s met kappen staan. Dijksteegje 46 is de laatste woning Oorspronkelijk lag de ontsluiting van het Dijksteegje 46 aan de Schijndelseweg. De woning oriënteert zich duidelijk aan de Schijndelseweg. Aan de overzijde van het perceel ligt een eigentijdse interpretatie van zo’n traditionele woning. Hiertussen moet een wisselwerking ontstaan in de architectuur van Dijksteegje 46. Vanuit stedenbouwkundige optiek zou een eigentijdse architectuur hier passend zijn, gezien de bijzondere locatie.
Hoofdstuk 2
10
Figuur 6: positionering bouwvlak en relevante structuren Dijksteegje 46
Omdat de woning aan het Dijksteegje 46 als enige van dit straatje voorbij de groenzone ligt en dus duidelijk aanwezig is aan de Schijndelseweg, is ervoor gekozen om de vorm en positie van het bouwvlak op de hoofdstructuur van de Schijndelseweg af te stemmen, zowel in positionering als afmeting. De bebouwing mag één laag met kap worden uitgevoerd (goothoogte maximaal 4 meter en bouwhoogte maximaal 10 meter) en door de ‘dubbele oriëntatie’ is een groter programma op de begane grond in te passen. De bebouwingstructuur aan de Schijndelseweg kan geaccentueerd worden door aan de voorzijde een schijngevel of bebouwingselement op te richten. Ten opzichte van het geldende bestemmingsplan is aan de voorzijde (richting Schijndelseweg) een deel van de huidige voortuin als Groen bestemd en deze ruimte zal deel gaan uitmaken van de groenstructuur tussen de bebouwing van Heikant en de Schijndelseweg.
2.3 Beeldkwaliteit De gemeente verplicht een beeldkwaliteitsplan immers bij een ontwikkeling van meer dan twee woningen, derhalve is een beeldkwaliteitsplan voor deze ontwikkeling niet noodzakelijk. Als huidig toetsingskader voor welstand gelden voor deze locatie de (gebiedsgerichte) criteria uit het beeldkwaliteitsplan Heikant. Dit beeldkwaliteitsplan is in zijn geheel van toepassing voor de ontwikkeling op de locatie Dijksteegje ong. In de bijlage zijn de meest relevante criteria uit dit plan opgenomen. Vanwege het plan het bouwvlak voor het hoofdgebouw van Dijksteegje 46 aan te passen zijn aanvullende richtlijnen voor de beeldkwaliteit ter interpretatie van de richtlijnen vanuit Beeldkwaliteitsplan
Hoofdstuk 2
11
(BKP) Heikant opgesteld. De kans doet zich nu voor om op de locatie de plek te verbijzonderen en accentueren. Dat betekent ook dat de richtlijnen van BKP Heikant dienen te worden verbijzonderd. Het voorstel is om het bestaande gebouw te amoveren en op een bijzondere manier nieuw te bouwen. Aan huidige BKP Heikant dient een set richtlijnen toe te worden gevoegd ter duiding van deze bijzondere plek. Concreet betekent dit dat de bestaande richtlijnen worden vertaald voor het verbijzonderen van de plek. De bijzondere locatie maakt dat een eigentijdse interpretatie van de architectuur op deze locatie geschikt is. Desalniettemin blijft de plek een kruispunt waar 2 structuren samenkomen die hun identiteit verlenen aan de Brabantse boerderij, zowel Dijksteegje als Schijndelseweg. Ook het beeldkwaliteitsplan Heikant biedt voor de woningen aan de groenzone aan de Schijndelseweg ruimte voor een meer eigentijdse invulling van de architectuur. Hiermee biedt het BKP ruimte om deels af te wijken voor de woningen aan de groenzone van de Schijndelseweg waar Dijksteegje 46 ook onderdeel van uitmaakt, mits er aan een aantal ‘klassieke architectonische’ principes tegemoet wordt gekomen: onder meer de natuurlijke materialisering met baksteen als basis (glas, metaal of hout als toevoeging) en een kap.
De huidige richtlijnen vanuit het BKP Heikant zijn onderverdeeld in algemene richtlijnen en richtlijnen toegespitst op deelgebieden (deze zijn opgenomen in de bijlage). Volgens het huidige BKP maakt Dijksteegje 46 uit van deelgebied ‘Veldwegen’. Echter maakt de ligging van Dijksteegje 46 dat het ook onderdeel uitmaakt van de groenzone aan de Schijndelseweg, ofwel deelgebied ‘bijzondere locaties’. Hierdoor kan voor Dijksteegje 46 uit richtlijnen van beide deelgebieden worden geput. Daar waar richtlijnen elkaar tegenspreken wordt hieronder uitspraak gedaan over de gewenste richtlijnen. De volgende verbijzondering van de richtlijnen zijn hierbij van toepassing: Situering en volume De bouwmassa heeft een langgerekt volume; Bouwmassa bestaat uit 1 bouwlaag met eigentijdse interpretatie van toepassing van kap; dat betekent ook mogelijkheden tot asymmetrische varianten; bij symmetrische daken is de minimale dakhelling is 15 graden en de maximale dakhelling is 60 graden; Goothoogte is maximaal 4 meter; Eenvoudig hoofdvolume, met ruimte voor eigentijdse vormgeving van de samenkomst van de structuren ‘Dijksteegje’, ‘Schijndelseweg’ en de groene voorruimte; op een natuurlijke wijze kan hier deze samenkomst doorgevoerd worden in het hoofdvolume die beide lijnen en de groene voorruimte accentueren; De hoofdvorm is eenduidig, waarbij de verbijzondering qua situering uitnodigt tot
een verbijzondering in architectuur (in massa, vorm en materialisering), maar altijd passend bij de maat en schaal van de omgeving; Materiaal en kleur Door de te gebruiken materialen en de combinatie van materialen, baksteen als hoofdmateriaal met glas, metaal, zink of hout als toegevoegd materiaal, zal dit principe een eigentijds beeld opleveren; Er worden hoofdzakelijk maximaal 2 hoofdmaterialen gebruikt in de gevel;
Hoofdstuk 2
12
Het kleur- en materiaalgebruik is gedekt en ingetogen, bestaande uit aardse tinten; ook keimen of schilderen in lichte tinten behoort tot de mogelijkheden.
Figuur 7: referentiebeelden en impressies beoogde beeldkwaliteit (Bron: Huizenhoog)
Hoofdstuk 2
13
3.
BELEIDSKADER Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijke beleid van de hogere overheden en de gemeente zelf. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de van belang zijnde beleidsuitgangspunten van de diverse overheidsinstanties.
3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke per 11 september 2020 in werking is getreden. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes, welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur.
Hoofdstuk 3
14
De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is. Bovendien wordt de woning landschappelijk ingepast en heeft er een omgevingsdialoog plaatsgevonden zodat er een beter en meer geïntegreerde ontwikkeling ontstaat. Doorwerking plangebied In voorliggend bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige en lokale ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau.
Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied en voor de voorgestane ontwikkelingen. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt.
Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1
1
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).
Hoofdstuk 3
15
Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Gezien het ruimtelijk initiatief voorziet in het amoveren van de huidige bebouwing om ruimte te creeren voor de realisatie van een nieuwe vrijstaande woning en het verplaatsen van een bouwvlak naar het perceel Dijksteegje ongenummerd, kan het planvoornemen niet worden aangemerkt als zijnde een stedelijk ontwikkelingsproject. Per saldo is geen sprake van toevoeging van het aantal planologisch mogelijkheden met bettrekking tot het aantal toegestane woningen binnen het plangebied. Het ruimtelijk initiatief is daarmee niet ladderplichtig en vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig ruimtelijk initiatief.
3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘Kwaliteit van Brabant’ Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Doorwerking plangebied De beoogde woningbouw heeft geen invloed op de opgestelde ambities. Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling aan deze aspecten voldoet. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de Omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. Interim Omgevingsverordening Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld, deze is op 10 december 2020 voor de laatste keer geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet.
Daarom is er gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening. Het is een ‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim
Hoofdstuk 3
16
Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening nog niet allemaal zijn verwerkt in de Interim Omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. De verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt binnen gronden die op de kaarten behorende bij de Interim Omgevingsverordening als ‘Stedelijk gebied’ en ‘Landelijke kern’ zijn aangeduid. Dit is te zien in figuur 3.1.
Figuur 8: Uitsnede Interim omgevingsverordening
De volgende artikelen uit de Interim Omgevingsverordening zijn van toepassing op de voorgestane woningbouwontwikkeling binnen het plangebied.
Hoofdstuk 3
17
Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied waardoor stedelijke ontwikkelingen zijn toegestaan. Er is sprake van een herontwikkeling van een bestaande woning en het corrigeren van een per abuis foutief geplaatst bouwvlak. Het stedenbouwkundig plan voorziet in een ruimtelijke kwaliteitsimpuls voor het plangebied en de omgeving.
Door het toevoegen van een bouwvlak op de locatie Dijksteegje ongenummerd wordt de mogelijkheid geboden om in de toekomst een braakliggend terrein/tuin in te richten met een nieuwe vrijstaande woning. Het ruimtelijk beeld van het Dijksteegje en de Dreesstraat wordt zodoende gecompleteerd door invulling te geven aan een tuin/braakliggend gebied. Doordat de herontwikkeling van de woning op de locatie Dijksteegje 46 en het verplaatsen van het bouwvlak van het achterterrein van de locatie Dijksteegje 46 naar de locatie Dijksteegje ongenummerd plaatsvindt in stedelijk gebied, is sprake van een inbreidingslocatie. In de planuitwerking wordt rekening gehouden met duurzaamheid en energietransitie. Zo zal de woning aan het Dijksteegje 46 volledig gasloos worden gerealiseerd. Ook de toekomstige woningen aan het Dijksteegje ongenummerd zal volledig gasloos aangelegd dienen te worden. Daarnaast moet de ontwikkeling voorzien in een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving, deze onderwerpen worden behandeld in hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten. De voorgestane ontwikkeling is in overeenstemming met de regels uit de Interim Omgevingsverordening.
3.3 Gemeentelijk beleid Visie Meierijstad In de Visie Meierijstad wordt de toekomst van de gemeente Meierijstad beschreven. Hierin is de volgende algemene visie opgenomen: Het is 2025: een gemeente met een missie en ambities In het belang van haar inwoners, bedrijven, instellingen en verenigingen is een ambitieuze en bestuurskrachtige gemeente noodzakelijk. Elke inwoner telt mee en kan mee doen binnen sterke sociale
Hoofdstuk 3
18
netwerken en een rijk vrijwilligers- en verenigingsleven. Meierijstad maakt zich samen met het bedrijfsleven sterk voor een gezonde lokale en regionale economie met voldoende werkgelegenheid. Food is de verbindende factor: de productie in het buitengebied, de voedingsindustrie en nieuwe productontwikkeling. In Meierijstad is het genieten in de vele restaurants en op de terrassen. De beroepsbevolking is aan het werk. Wonen en werken in Foodcapital trekt jeugd aan. Er is een goede ruimtelijke balans tussen werken, wonen en leven. Meierijstad koestert de unieke waarden van natuur, landschap, cultuur en onderwijs. Daarnaast is voor het ruimtelijke aspect onderscheid gemaakt tussen verschillende onderdelen, waaronder bijvoorbeeld: landschap, wonen en bedrijvigheid. Voor het aspect wonen is het volgende beschreven: Onze inwoners verblijven in een veilige woon- en werkomgeving. Zij zijn betrokken en hebben direct invloed op de woonomgeving en de eigen woning. Maatwerk is de norm, met flexibiliteit en ruimte voor nieuwe ideeën. Er is een duurzame leefomgeving en een divers woningaanbod: koop, huur, meer-generatie-wonen (levensloopbestendig) en zorgconcepten. Het (hoogwaardig) openbaar vervoer is verbeterd en daardoor is de bereikbaarheid tussen de kernen goed.
Doorwerking plangebied Onderhavig plan voorziet in het amoveren van de huidige bebouwing om ruimte te creëren voor de realisatie van een nieuwe woning. Daarnaast wordt het bouwvlak op het achterterrein van Dijksteegje 46 verplaatsen naar het perceel Dijksteegje ongenummerd. Het planvoornemen zorgt voor een correctie van een abusievelijk onjuiste ligging van het bouwvlak en het mogelijk maken van een nieuwe vrijstaande woningen op de locatie Dijksteegje 46, en de mogelijkheid tot het oprichten van een vrijstaande woning op de locatie Dijksteegje ongenummerd. Het ontwerp van de woning aan Dijksteegje 46 is tot stand gekomen op basis van een analyse van de ruimtelijke en landschappelijke kwaliteiten, waarbij maatwerk is toegepast met flexibiliteit en ruimte voor nieuwe ideeën. De nieuwe woning op de locatie Dijksteegje ongenummerd zal naar wens van de nieuwe eigenaar worden gerealiseerd en kent daarmee eveneens maatwerk, flexibiliteit en ruimte voor nieuwe ideeën. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de uitgangspunten uit de Visie Meierijstad. Woonvisie Meierijstad 2018 Op 5 juli 2018 heeft de gemeenteraad de nieuwe woonvisie voor Meierijstad vastgesteld. Als kaders voor de nieuwe visie zijn onder andere uitgangspunten uit het Europees, rijks- en provinciaal beleid en het Coalitieakkoord 2017-2022 gehandhaafd.
Enkele uitgangspunten (die van toepassing zijn op onderhavig initiatief) hieruit zijn: Wonen en werken trekt jeugd aan, er is een goede ruimtelijke balans is tussen werken, wonen en leven en iedereen kan meedoen; Er is een divers woningaanbod en met, waar nodig, ondersteuning; De behoefte van de woningzoekenden is het uitgangspunt bij het formuleren van de woonvisie; Meierijstad maakt het mogelijk dat gebouwd kan worden in alle kernen.
Hoofdstuk 3
19
Meierijstad wil een gemeente zijn met een gevarieerd woningaanbod met aantrekkelijke, leefbare buurten voor alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. Meierijstad heeft circa 80.000 inwoners en bestaat uit 13 kernen met elk een eigen karakter en identiteit. Zowel dorps als stedelijk. Om te kunnen voorzien in de woningbehoeften en -wensen die binnen de inwoners van de gemeente leven, wordt ruimte gegeven aan de ontwikkeling van woningbouwplannen. Daarbij wordt zowel naar de korte als de lange termijn gekeken en zijn de volgende vier thema’s leidend: 1. De dynamiek van de woningmarkt: afstemming van de vraag naar een passend aanbod en het aanbod in relatie tot de behoefte op de lange termijn; 2. Wonen, welzijn en zorg: samenhang tussen demografische ontwikkelingen, transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; 3. Duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; 4. Leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. Kwantitatieve woonbehoefte Meierijstad De gemeente Meierijstad monitort jaarlijks de ontwikkelingen en stelt het woonbeleid bij.
In de paragraaf Ladder voor duurzame verstedelijking is reeds aangegeven dat er voor de kern Sint-Oedenrode per 1-1-2020 een behoefte is van 281 woningen. Kwalitatieve woonbehoefte In het samenwerkingsverband met regio Noordoost Brabant is in 2019 een woonwensenonderzoek uitgevoerd. Wanneer de vraag uit het onderzoek over het huidige aanbod van Meierijstad wordt gelegd, wordt duidelijk waar de komende jaren de aandacht naar uit zou moeten gaan. Op hoofdlijnen sluit dit beeld aan bij de huidige woonvisie en de doorvertaling daarvan in onder meer de woningbouwprogrammering en het plan van aanpak om de woningbouw te versnellen. Zo is er behoefte aan o.a.: huurappartementen, zowel voor starters als voor doorstromers; betaalbare huurwoningen (tussen €424 en €607), zowel voor starters als voor doorstromers; betaalbare koopwoningen (tot €225.000), met name voor starters; middeldure huurwoningen (>€720); kleinere woningen, zowel in koop- als huursector, appartementen en grondgebonden. Ook wordt gezegd dat de komende 10 jaar nog veel gebouwd moet worden. Daarna neemt de behoefte aan extra woningen af door stabilisatie van de bevolkingsgroei en hoeft er beduidend minder toegevoegd/ bijgebouwd te worden.
Doorwerking plangebied Onderhavig plan voorziet in het amoveren van de huidige bebouwing (vrijstaande woning) om ruimte te creëren voor de realisatie van een nieuwe vrijstaande woning. Daarnaast wordt het bouwvlak op het achterterrein van Dijksteegje 46, bedoeld voor de oprichting van één vrijstaande woning, verplaatsen
Hoofdstuk 3
20
naar het perceel Dijksteegje ongenummerd waar eveneens één vrijstaande woning kan worden opgericht. Het planvoornemen zorgt daarmee voor een correctie van een abusievelijk onjuiste ligging van het bouwvlak, het mogelijk maken van een herbouw van de bestaande vrijstaande woning op de locatie Dijksteegje 46 en de mogelijkheid tot het oprichten van een vrijstaande woning op de locatie Dijksteegje ongenummerd. De locatie Dijksteegje 46 wordt reeds bewoond. Het gebruik van het perceel veranderd niet, enkel de bebouwing. Daarnaast is het bouwvlak op het achterterrein van de locatie Dijksteegje 46 in het verleden foutief aan de locatie toegekend. Het voornemen bestond destijds om het bouwvlak op de locatie Dijksteegje ongenummerd te plaatsen, maar dit is per abuis om de ligging van de huidige schuur op het achterterrein van Dijksteegje 46 geplaatst. Door het verplaatsen van het foutief geplaatste bouwvlak naar de locatie Dijksteegje ongenummerd wordt het vigerende bestemmingsplan gecorrigeerd. In feite zijn er juridisch-planologisch gezien twee woningen mogelijk op de locatie Dijksteegje 46. Door de planologische correctie wordt een woning mogelijk gemaakt op de locatie Dijksteegje ongenummerd, maar blijft het aantal woningen en het type woningen dat op basis van het vigerende bestemmingsplan mogelijk is gehandhaafd.
Daarmee is het ruimtelijk initiatief passend in de Woonvisie Meierijstad 2018.
Hoofdstuk 3
21
4.
MILIEUHYGIËNISCHE EN PLANOLOGISCHE ASPECTEN Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een initiatief ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij dient te worden onderzocht welke milieuhygiënische aspecten daarbij een rol spelen. In dit hoofdstuk worden de verschillende voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten behandeld.
4.1 Verkeer en parkeren Met de realisatie van het ruimtelijk initiatief neemt de verkeersintensiteit in principe toe en dienen voldoende parkeerplaatsen te worden gerealiseerd, waarbij dient te worden voldaan aan de norm als gesteld in de gemeentelijke parkeernormen. 4.1.1 Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie voor het plangebied is berekend volgens de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ met de ligging ‘rest bebouwde kom’. Er is, worst-case, uitgegaan van de maximale normen. Op basis van de normen zal het nieuwbouwplan 17 motorvoertuigen per etmaal genereren voor een gemiddelde weekdag (zie onderstaande tabel). Tabel 4.1: Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie Woningtype
Aantal
Verkeersgeneratie
Verkeersgeneratie
per woning Koop, huis, vrijstaand
2
8,2
16,4
In totaal bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie voor 2 woningen 17 motorvoertuigen per etmaal. Echter, in de huidige situatie is er reeds één woning aanwezig op de locatie Dijksteegje 46 en is er in planologische zin ruimte voor één extra vrijstaande woning aan de Piersonstraat. Per saldo zal de verkeersgeneratie in planologisch opzicht dan ook niet toenemen. Wel zal het verkeer op het Dijksteegje met circa 9 motorvoertuigbewegingen per etmaal toenemen omdat de ontsluiting van zowel de woning op het perceel S941 (Dijksteegje ongenummerd) als de woning op het perceel S353 (Dijksteegje 46) op het Dijksteegje plaatsvindt in plaats van op de Piersonstraat. Gezien het beperkt aantal woningen aan dit deel van het Dijksteegje, de beperkte verandering in verkeersafwikkeling, kan worden aangenomen dat deze straat en de omliggende wegen de geringe toename aan verkeersbewegingen goed kunnen verwerken. 4.1.2 Parkeren De gemeente Meierijstad heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, vastgesteld op 31 januari 2019. Het 'Paraplubestemmingsplan parkeren' heeft tot doelstelling om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Meierijstad, de juridische link
Hoofdstuk 4
22
te leggen met “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel vanuit maken. Er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. Voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, te worden gevolgd. Ten behoeve van het voorzien van voldoende parkeergelegenheid is de parkeerbehoefte berekend met de parkeernormen overige kernen - rest bebouwde kom uit de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018'. Tabel 4.2: Berekening benodigd aantal parkeerplaatsen Woningtype
Aantal
Parkeernorm
Benodigd aantal parkeerplaatsen
Dure koopwoning
2
2,4
4,8
De totale maximale parkeerbehoefte van het plangebied bedraagt afgerond 5 parkeerplaatsen in het ‘worst-case scenario’. Binnen het plangebied is voldoende ruimte in de parkeerbehoefte te voldoen. Parkeren in plan Het parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. Voor de woning aan het Dijksteegje 46 zijn in het schetsontwerp vooralsnog twee parkeerplaatsen op maaiveld voorzien en twee parkeerplekken in een carport. De woning aan het Dijksteegje 46 voorziet dus in principe in het realiseren van vier parkeerplaatsen. Voor de locatie aan het Dijksteegje ongenummerd dient bij de vergunning voor het bouwen rekening gehouden te worden met het realiseren van voldoende parkeerplaatsen. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is vastgelegd dat de omgevingsvergunning voor het bouwen pas verleend kan worden als er sprake is van voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de geldende parkeernormen. Vanuit het aspect parkeren worden daarom geen belemmeringen verwacht.
4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet inzicht worden gegeven in de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt. Het geluidsaspect is relevant in relatie tot industrielawaai, wegverkeerslawaai en/of spoorweglawaai. Toetsingskader zijn de Wet geluidhinder en enkele uitvoeringsbesluiten. Wegverkeerslawaai Voor woningbouw binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. In artikel 74 van de Wet geluidhinder wordt de breedte van de zone van een weg in stedelijk gebied, bestaande uit 1 of 2 rijstroken bepaald op 200 meter. Conform artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder
Hoofdstuk 4
23
geldt voor de geluidbelasting op de gevel van een woning binnen de zone van een weg een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt hebben geen geluidszone. 4.2.2 Onderzoek Het ruimtelijk initiatief is gelegen binnen de geluidzone van de Schijndelseweg en de Noordelijke Randweg N637. Door K+ is hierdoor een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai opgesteld. Navolgend worden de belangrijkste conclusies weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. De verkeersgegevens voor de Schijndelseweg en Noordelijke Randweg N637 zijn aangereikt door de gemeente Meierijstad. Van de gemeente zijn prognose etmaalintensiteiten ontvangen voor het maatgevende jaar 2031. De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaard Rekenmethode 2”, zoals deze is beschreven in het “Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012”. Bij de modellering van het akoestisch rekenmodel is gebruik gemaakt van het pakket WinHavik als ontwikkeld door dirActivity. Uit de berekeningen blijkt dat er vanuit de Noordelijke Randweg N637 geen geluidbelasting optreedt boven de voorkeursgrenswaarde. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. Uit de berekeningen blijkt dat er vanuit de Schijndelseweg een geluidbelasting optreedt boven de voorkeursgrenswaarde, maar onder de maximale ontheffingswaarde.
De geluidbelastingen op het bouwvlak van de nieuwe woning aan het Dijksteegje 46 bedraagt maximaal 51 dB. De geluidbelastingen op het bouwvlak van de nieuwe woning aan het Dijksteegje ongenummerd bedraagt maximaal 47 dB. Voor de woning aan het Dijksteegje ongenummerd hoeft geen hogere waarde te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan deze woning. Bij de gemeente Meierijstad kan een verzoek worden ingediend voor het verlenen van een hogere waarde voor de woning aan het Dijksteegje 46. 4.2.3 Conclusie Voor de locatie Dijksteegje 46 wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden. Er dient een hogere waarde aangevraagd te worden voor de geluidsbelasting afkomstig van de Schijndelseweg.
Hoofdstuk 4
24
4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd.
Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit: het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM; het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 (1,2μg/m3). Onderzoek NIBM toets De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt onder de in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen (de realisatie tot 1.500 woningen). Desondanks is in het kader van dit bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek in de vorm van een ‘NIBM’ toets uitgevoerd. Hiermee is bepaald in hoeverre de ontwikkeling zal bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Als basis voor de berekening zijn de volgende uitgangspunten genomen: 17 motorvoertuigen per etmaal (gebaseerd op paragraaf 4.1 Verkeer en parkeren). Aandeel vrachtverkeer van 2%. Met deze uitgangspunten is de NIBM-toets uitgevoerd, waarbij is uitgegaan van realisatie in 2022 (worst-case scenario), zie onderstaande afbeelding.
Hoofdstuk 4
25
Figuur 9: NIBM-tool: worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer
Berekend is dat de bijdrage van het plan aan de concentraties voor NO 2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijnstof) niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De berekening laat zien dat het extra verkeer ten gevolge van het plan maximaal 0,01 µg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,00 µg/m3 bijdragen. Onderzoek NSL-Monitoringstool 2019 Om te beschouwen of de gecumuleerde concentraties voldoen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit wordt het planeffect opgeteld bij de heersende concentraties. Dit is inzichtelijk gemaakt door middel van de NSL-Monitoringstool 2019. De beschouwde rekenpunten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven de totale concentratie in de nabije omgeving van het plangebied. Voor het jaartal 2020 bedraagt de hoogste totale concentratie NO2 29,7 µg/m3 en voor PM10 19,5 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een hoogste totale concentratie van 11,9 µg/m3. NO2 PM10 μg/m3 PM10 overschrijdingsdaμg/m3 gen Rekenpunt 222155 18.4 19.1 6.9 Rekenpunt 222156 18.4 19.1 6.9 Rekenpunt 222159 18.8 19.1 6.9 Rekenpunt 222162 18.5 18.9 6.8 Norm 40 40 35 Tabel 4.3: NSL Monitoringstool: rekenpunten met bijbehorende concentraties Id
PM2.5 μg/m3
Jaar
11.9 11.9 11.9 11.9 25
2020 2020 2020 2020
Wanneer het planeffect hierboven op wordt geteld worden de totale concentraties voor NO 2 en PM10 respectievelijk 18.8 µg/m3 en 19.1 µg/m3. Deze concentraties blijven met de bijdrage van de ontwikke-
Hoofdstuk 4
26
ling, ruim beneden de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Op grond van de gebleken samenhang tussen de concentraties voor PM10 (fijnstof) en PM2,5 (fijnstof) kan het volgende worden gesteld: vanwege het feit dat de concentratie voor PM10 voldoet aan de grenswaarde kan in voldoende mate aannemelijk gemaakt worden dat ook voor PM2,5 de ontwikkeling niet in betekenende mate zal bijdragen en dat de geldende grenswaarde niet zal worden overschreden. Ook in het prognosejaar 2030 zal worden blijven voldaan aan de grenswaarden. 4.3.2 Conclusie De bijdrage van het extra verkeer ten gevolge van de beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de Monitoringstool. Hieruit blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het plan.
4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 2. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met func-
2
‘Bedrijven en Milieuzonering’, Uitgave VNG, Den Haag, 2009.
Hoofdstuk 4
27
tiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. 4.4.2 Onderzoek Het plangebied is gelegen aan de rand van de bebouwde kom Sint-Oedenrode. Aan de noord-, oosten zuidzijde grenst het plangebied aan een woonwijk. Ten westen van het plangebied is een strook natuur gelegen en ten noordwesten is een vijver gelegen. Rondom het plangebied zijn er dus verschillende functies gelegen. Echter is het plangebied gelegen in woonwijk waar de hoofdfunctie wonen betreft. Derhalve wordt het plangebied getypeerd als rustige woonwijk.
Figuur 10: uitsnede vigerende bestemmingsplannen
Tabel 4.3 toont de omliggende bedrijven en voorzieningen met de bijbehorende richtafstanden en de feitelijke afstanden tot het plangebied.
Hoofdstuk 4
28
Adres
Milieucategorie
Richtafstand tot
(maximaal)
rustige woonwijk
2
30 meter
155 meter
1
10 meter
circa 183 meter
Bedrijf (autogarage)
2
30 meter
circa 210 meter
Schijndelseweg
Bedrijf
2/3.1
30/50 meter
circa 210 meter
19
(tankstation)
Marie Curie-
Bedrijventerrein – 1
3.1
50 meter
circa 290 meter
straat
(verschillende bedrij3.1
50 meter
circa 340 meter
3.1
50 meter
circa 480 meter
Kortestraat 1
Bestemming Dienstverlening (die-
Afstand tot plangebied
renarts) Kortsestraat 3A
Dienstverlening (assurantie)
Schijndelseweg 17
vigheid) Pearl S Buck-
Bedrijventerrein – 2
straat
(verschillende bedrijvigheid)
Jane Adams-
Bedrijventerrein – 2
straat
(verschillende bedrijvigheid)
Tabel 1: Milieubelastende functies/bestemmingen in de omgeving van het plangebied
Voor de omliggende bedrijven en voorzieningen ligt het plangebied op voldoende afstand. Onderhavige ontwikkeling heeft geen invloed op de omliggende bedrijven en voorzieningen en vice versa. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan. 4.4.3 Conclusie Er wordt voldaan aan de geldende richtafstanden. Omgekeerd wordt er geen milieubelastende inrichting in het plangebied mogelijk gemaakt. Vanuit bedrijven en milieuzonering gelden geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.5 Geurhinder 4.5.1 Toetsingskader De Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv is bedoeld om mensen te beschermen tegen geuroverlast vanuit veehouderijbedrijven. In principe bepaalt de Wgv de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven op het gebied van geurbelasting. In de Wgv wordt alleen de ontwikkeling of belemmering van veehouderijbedrijven gereguleerd. De Wgv vormt daarmee het toetsingskader van de veehouderijbedrijven, de wet vormt geen toetsings-
Hoofdstuk 4
29
kader van de toelaatbaarheid van andere functies. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), is aangegeven dat sprake dient te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het is daarom noodzakelijk om tweeledig naar dit aspect te kijken. Enerzijds mag de ontwikkeling niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijven, en anderzijds dient sprake te zijn van een acceptabel woon- en leefklimaat. In de ontwerpverordening fysieke leefomgeving Meierijstad, welke vanaf 10 juli 2020 negen weken ter inzage heeft gelegen, is een nieuwe geurnorm van 2,0 ouE/m3 ter plaatse van de kern van Sint-Oedenrode opgenomen. Dit is echter nog niet juridisch verankerd in een geurverordening. Echter is wel duidelijk dat de doelstelling voor de kern van Sint-Oedenrode is om een scherpere geurnorm vast te stellen en een hoger niveau van bescherming wordt nagestreefd. 4.5.2 Onderzoek Rondom de kern Sint-Oedenrode zijn verschillende intensieve veehouderijen gelegen. Gezien de ligging en de omvang van de veehouderijen in de omgeving kan worden gesteld dat aan de afstandseisen en aan de norm voor de voorgrondbelasting zal worden voldaan. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat ter plaatse van de geurgevoelige objecten.
Het woon- en leefklimaat wordt inzichtelijk gemaakt middels de achtergrondbelasting, ofwel cumulatieve geurbelasting van alle aanwezige veehouderijen, in een gebied. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het projectgebied betrokken. In figuur 11 is een uitsnede weergegeven van het leefklimaat ten gevolge van geur (Achtergrondbelasting geur, Omgevingsdienst ZuidOost Brabant). Hierin is te zien dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De ontwikkeling zal niet leiden tot een belemmering van veehouderijbedrijven, er zijn immers al veel woningen gelegen tussen de veehouderijen en het plangebied. Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
Hoofdstuk 4
30
Figuur 11: Uitsnede Achtergrondbelasting geur Omgevingsdient ZuidOost Brabant
Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat en er zijn geen veehouderijen in de omgeving die gehinderd worden door onderhavige ontwikkeling. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het aspect ‘geurhinder’ geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 4.5.3 Conclusie Het aspect geurhinder vormt geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.
4.6 Externe veiligheid 4.6.1 Toetsingskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is landelijke wet- en regelgeving van toepassing. In de landelijke wet- en regelgeving zijn kwaliteitseisen en normen op het gebied van externe veiligheid geformuleerd. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met: activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen;
Hoofdstuk 4
31
transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water.
Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. Besluit externe veiligheid transportroutes Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportossen De regelgeving rond de risico's van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen [Wvgs, Stb. 20 1 3, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de Wvgs en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico's, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico's bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico's van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden. Besluit externe veiligheid inrichtingen Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien vanhet milieuhygienische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer.
In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zinde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan worden gedacht aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit. Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing zijn, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet wordt overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning. De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Besluit externe veiligheid buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid butsleidingen Bevb) in werking getreden.