CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Liempdseweg 51 Sint-Oedenrode (Geanonimiseerd)

Commissie Ruimte, Economie en Bedrijfsvoering 27 maart 2025, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode herziening Liempdseweg 51'17.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4. 4

Water Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap de Dommel , de Keur Waterschap De Dommel 2015 , het Provinciaal Waterhuishoudingsplan van de provincie NoordBrabant , de Vierde Nota Waterhuishouding , WB21 , Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Kern van deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving.

-

31 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk , staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond , het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen , spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen , werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding.

Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust , wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons , nog meer dan voorheen , aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing , landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale , gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen. Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur , stikstof , economie , landbouwtransitie , energietransitie , biodiversiteit , mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn.

Niet sectoraal , maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed

-

32 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

is voor inwoners , bedrijven , landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beek• dal ook uit naar de flanken , de hoge zandruggen en bebouwd gebied. • van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren , minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen , watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten , beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding , beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen.

Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen , zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergenafvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt. Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 De gemeente Meierijstad heeft per september 2017 het Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 vastgesteld. In het plan streeft de gemeente ernaar dat nieuwbouwplannen hydrologish neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering. De gemeente Meierijstad acht hierbij ook voor ontwikkelingen onder de 500 m 2 compenserende maatregelen benodigd. Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd.

-

33 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4. 2: Uitgangspunten hemelwater bij nieuwbouw (bron: PWR Meierijstad 2022-2026).

Kenmerken huidige watersysteem Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Sint-Oedenrode. Zoals bovenstaand aangegeven neemt als gevolg van voorliggend initiatief het verhard oppervlak niet toe. Voor de kenmerken van het plangebied is gebruik gemaakt van de bodematlas van de provincie Noord-Brabant. Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit kalkloze zandgrond. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op een diepte van circa 80-100 centimeter beneden maaiveld. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt op een diepte van 140-160 centimeter onder maaiveld. Dergelijke grondwaterstanden komen overeen met Grondwatertrap (GT) VI. Oppervlaktewater In het plangebied zijn een tweetal oppervlaktewateren in de vorm van watergangen aanwezig. Aan de noordzijde van het plangebied is een B-watergang gelegen. Aan de oostzijde van het plangebied is een A-watergang gelegen. In de legger is op deze A-watergang een beschermingszone van toepassing van 5 meter vanaf de insteek (daar waar de oever naar beneden gaat. In figuur 4. 3 is een uitsnede van de Legger opgenomen met de beschermingszones blauw gestreept en de perceelsgrenzen geel omlijnd. In deze zone is het verboden zonder watervergunning onomkeerbare werken te plaatsen. Daarnaast is in de A-watergang ter plaatste van de bestaande uitrit een (niet afsluitbare) duiker gelegen.

Figuur 4. 3: Uitsnede kaar Legger (bron: Waterschap De Dommel).

-

34 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

In de huidige situatie is binnen de beschermingszone reeds voor meer dan 10 jaar een heg aanwezig. De gebiedsbeheerder van waterschap De Dommel heeft aangegeven dat het onderhoud van de A-watergang op dit stuk wordt uitgevoerd met een kraan vanaf de weg. Het maaisel wordt om en om afgezet op de kant. Omdat het waterschap daar ook 2 meter eigendom heeft , vormt de heg geen probleem voor het regulier en bijzonder onderhoud. Na overleg met het waterschap is besloten dat initiatiefnemer en vergunning zal aanvragen voor de heg , voorzien van de hierbij benodigde gegevens. Bij de vergunningaanvraag zal initiatiefnemer het kenmerk: Z88952 van de bestemmingsplanwijziging vermelden. Riolering In het buitengebied van Sint-Oedenrode is voor het grootste gedeelte drukriolering aanwezig , echter niet ter plaatse van het plangebied. Het huishoudelijk afvalwater wordt gezuiverd middels een Individuele Behandeling van Afvalwater (IBA). De toevoeging van slechts één woning is kleinschalig van aard. De huidige capaciteit van het IBA-systeem is ruim voldoende voor de zuivering van het additionele afvalwater dat vrijkomt en behoeft hiermee geen aanpassing. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt geen bebouwing dan wel verharding toegevoegd.

Compensatie is op basis van het huidige beleid niet noodzakelijk , omdat deze onder de ondergrens valt die door het waterschap De Dommel per 1 maart 2015 wordt gehanteerd. Conclusie Het aspect water vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4. 5

Bodem Op basis van artikel 3. 1. 6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3. 2 Algemene wet bestuursrecht moet in planvorming rekening gehouden worden met bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In aanvulling hierop is in de Bouwverordening van de gemeente Meierijstad geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Ook bij nieuw gebruik voor gevoelige functies , zoals voorliggende bestemmingswijziging , kan bodemonderzoek nodig zijn. Bij de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied wordt de bestemming gewijzigd van Agrarisch - LW naar Wonen ten behoeve van een boerderijsplitsing. Door initiatiefnemer is aan Milon B. V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse. Dit onderzoek is als bijlage

-

35 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusies en aanbevelingen van het onderzoek zijn hieronder samengevat opgenomen en luiden als volgt:

Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse is ten hoogste een licht verhoogd gehalte aan PAK in de bovengrond en een licht verhoogde concentratie barium in het grondwater aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie. Conclusie Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4. 6

Kabels en leidingen In en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de provinciale risicokaart en het bestemmingsplan geen planologisch relevante kabels dan wel leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Als gevolg van voorliggend plan is geen sprake van nieuwe aansluitingen op de nutsvoorzieningen. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4. 7

Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen) , geen overlast , hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) , een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven

-

36 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert daarom twee omgevingstypen , te weten ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Rustige woonwijk en rustig buitengebied “Een rustige woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie) , een stiltegebied of een natuurgebied. ” Gemengd gebied “Een gemengd gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels , horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. ” Het plangebied aan Liempdseweg 51 is gelegen in het omgevingstype ‘rustig buitengebied’.

Op basis van het voor het perceel vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening 4’ worden in onderhavig hoofdstuk de aanwezigheid van milieubelastende functies in de nabijheid van het plangebied onderzocht. Aangegeven wordt welke afstanden uit de VNG brochure van toepassing zijn en getoetst wordt of hieraan kan worden voldaan. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of ter plaatse van de te toe te voegen woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Milieuzonering In figuur 4. 4 zijn de hindercontouren van de bedrijfsmatige functies binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied aangegeven. De hindercontouren komen voort uit de voor de functie van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG handreiking. Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Bedrijf’ (of andere milieubelastende functie) rust tot aan de meest dichtbij gelegen gevel van de woning aan Liempdseweg 51. De afstanden gelden voor het zogenaamde rustig buitengebied. Overschrijdingen van de richtafstanden zijn vetgedrukt.

-

37 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

bedrijf

Gemeente Meierijstad

richtafstand in meters

afstand

id

adres

bestemming – functie

geur

stof

geluid

gevaar

feitelijk

1.

Liempdseweg 40

Bedrijf - grondverzetbedrijf

0

30

100

0

110 m.

Figuur 4. 4: Overzicht en toetsing richtafstanden.

Uit figuur 4. 4 volgt dat binnen een straal van 500 meter van het plangebied slechts één bedrijf gelegen is. Dit betreft het grondverzetbedrijf aan Liempdseweg 40. Een grondverzetbedrijf wordt in de VNG handreiking aangemerkt als een bedrijf in milieucategorie 3. 1 met een grootste richtafstand van 50 meter (voor geluid). In de VNG handreiking is echter ook de activiteit ‘Groothandel in zand en grind’ opgenomen. Deze activiteit wordt , bij een b. o. > 200 m2 , aangemerkt als een bedrijf in milieucategorie 3. 2. Gelet op de activiteiten die plaatsvinden op het bedrijfsperceel Liempdseweg 40 wordt in onderhavig geval worstcase voor het bedrijf uitgegaan van milieucategorie 3. 2 en de hierbij bijbehorende richtafstanden. Zoals blijkt uit figuur 4. 4 wordt ten opzichte van het bedrijf aan Liempdseweg 40 voldaan aan de grootste geldende richtafstand (voor geluid) van 100 meter voor een bedrijf in milieucategorie 3. 2 vanaf de rand van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ tot de gevel van de woning aan Liempdseweg 51. Daar aan de richtafstand wordt voldaan kan gevoeglijk aangenomen worden dat ter plaatse van de woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Daarnaast is op basis van de vigerende vergunning van de inrichting gelegen aan de Liempdseweg 40 is de geluidbelasting ter hoogte van de woning niet hoger dan 45 dB(A) etmaalwaarde en 70/65/60 dB(A) vanwege het maximale geluidniveau. Rekening houdend met een minimale karakteristieke geluidwering van 20 dB die geldt voor goed onderhouden woningen , wordt in de woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat behaald van 35 dB(A) etmaalwaarde en 55/50/45 dB(A) vanwege het maximale geluidniveau. Ter hoogte van de woning is hiermee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Middels de voorgenomen ontwikkeling wordt het pand aan de Liempdseweg 51 gesplitst in twee wooneenheden. De bestaande agrarische bedrijfswoning is gevestigd in het oostelijk deel van het pand (hoek Liempdseweg – Populierenlaan). Bij de omzetting van deze bedrijfswoning naar burgerwoning is sprake van een bestaand gevoelig object. Daarnaast wordt de (voormalige) bedrijfsruimte in het westelijk deel van het pand omgezet naar een woonfunctie. Voor dit gedeelte van het pand is wel sprake van de toevoeging van een nieuw gevoelig object. De bestaande agrarische bedrijfswoning is echter reeds op kortere afstand van het bedrijf aan Liempdseweg 40 gelegen dan de toe te voegen woning in het westelijk deel van het pand.

Hiermee is de bestaande woning in de huidige situatie reeds het maatgevende object voor de mogelijke uitbreidingsruimte van het bedrijf aan Liempdseweg 40. Het bedrijf wordt hiermee dan ook

-

38 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

niet belemmerd in haar gebruiks- dan wel ontwikkelingsmoglijkheden als gevolg van voorliggend initiatief. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4. 8

Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of:

➢ ➢

Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Daarbij wordt uitgegaan van de geurnormen en de richtafstanden uit de Wet geurhinder (Wgv) of de gemeentelijke verordening. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de gemeentelijke beleidsregel. Individuele geurhinder De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Deze wettelijke normen voor de voorgrondbelasting zoals vastgelegd in de Wgv zijn door de voormalige gemeente SintOedenrode overgenomen in haar ‘Verordening geurhinder en veehouderij’. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld , zoals varkens , wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Deze bedraagt maximaal: ➢ 30, ouₑ/m³ binnen de bebouwde kom ➢ 140, ouₑ/m³ buiten de bebouwde kom Voor dieren zonder geuremissiefactor , zoals melkkoeien en paarden , gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: ➢ ten minste 100 meter binnen de bebouwde kom ➢ ten minste 50 meter buiten de bebouwde kom In de directe omgeving van het plangebied zijn , zoals blijkt uit figuur 4.4 , geen veehouderijen gelegen.

De meest dichtbij het plangebied gelegen veehouderij betreft het melkveebedrijf aan Huijgensweg 5 op een afstand van ca. 550 meter

-

39 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

van het plangebied.

De geldende vaste afstand van 50 meter buiten de kom voor melkkoeien wordt hiermee ruimschoots in acht genomen. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden dan ook geen agrarische bedrijven beperkt in gebruiks- dan wel ontwikkelingsmogelijkheden. Gecumuleerde geurhinder Om aan te tonen dat er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting van alle omliggende veehouderijen , wordt getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of gemeentelijke beleidsregel. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening normen opgenomen. De gemeente Meierijstad heeft geen eigen waarden in haar beleid opgenomen , waardoor de volgende toetswaarden worden aangehouden: ➢ 10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom; ➢ 20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied. Door de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant is onlangs een actuele geurkaart van de achtergrondbelasting in diverse Brabantse gemeenten , waaronder Meierijstad , opgesteld. In figuur 4. 5 is een uitsnede van deze geurkaart opgenomen. Zoals uit figuur 4. 5 blijkt is ter plaatse van de planlocatie sprake van een achtergrondbelasting in de range van 0-3 ouₑ/m³. De wettelijke norm van 20 ouₑ/m³ wordt hiermee niet overschreden.

Figuur 4. 5: Uitsnede geurkaart achtergrondbelasting (Bron: Omgevingsdienst Z-O Brabant).

-

40 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

Om het woon- en leefklimaat te beoordelen hanteert het RIVM voor de achtergrondbelasting geur de milieukwaliteitscriteria zoals opgenomen in figuur 4. 6. De achtergrondbelasting ter plaatse van de woningen valt in de categorie 1 t/m 3 ouₑ/m³. Het woon- en leefklimaat ten gevolge van de achtergrondbelasting kan dan ook als zeer goed worden beoordeeld. Achtergrondbelasting (ou/m³ E )

Mogelijke kans op geurhinder (%)

1-3 4-8 9-13 14-20 21-28 29-38 39-50 51-65

<5 5-10 10-15 15-30 20-25 25-30 30-35 35-40

Beoordeling leefklimaat goed goed redelijk goed matig tamelijk slecht slecht zeer slecht extreem slecht zeer

Figuur 4. 6: Classificatie achtergrondbelasting (RIVM).

Conclusie Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect geur geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4. 9

Gezondheid in relatie tot veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2. 0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan 2. 0 wordt hieronder weergegeven , waarbij per stap een nadere toetsing plaatsvindt. 1.

Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1. 0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m 3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen. Rondom de planlocatie is binnen een straal van 10, kilometer één vleesvarkenshouderij aan Liempdseweg 37 gelegen. Dit bedrijf en haar jaarlijkse PM 10 (endotoxine) emissie is weergegeven in figuur 4. 7. Op basis van de vergunde fijnstofemissie kan door middel van onderstaande vergelijkingen

-

41 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

worden berekend binnen welke afstand naar verwachting de advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden.

Id

Adres

Type bedrijf

1.

Liempdseweg 37

Vleesvarkens: 99 kg. PM/jaar 10

Richtafstand

Feitelijke

endotoxine

afstand

44 m.

810 m.

Figuur 4. 7: Richtafstanden Endotoxine.

Bovenstaande richtafstand wordt conform het ‘Endotoxine toetsingskader 1. 0' aangehouden vanaf het emissiepunt van het bedrijf , zoals opgenomen in Web-BVB , tot aan de gevel van een gevoelig object. Hierbij wordt geen rekening gehouden met meteo-omstandigheden , daar de mogelijkheden om dit te doen vooralsnog ontbreken. Zoals weergegeven in figuur 4. 7 wordt ruimschoots voldaan aan de geldende richtafstand van 44 meter voor endotoxine. 2.

Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; De voorgenomen ontwikkeling betreft de omzetting van een agrarische bedrijfsbestemming in een woonbestemming en de splitsing van een cultuurhistorisch waardevol pand in twee wooneenheden. Hierbij vindt geen toename in emissies van geur , fijnstof en/of ammoniak plaats.

3.

Geurbelasting; toetsen aan een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; a.

Wettelijke uitgangspunten In hoofdstuk 4. 8 van voorliggende toelichting heeft een toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan de Wgv plaatsgevonden. Op de planlocatie is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat be-

treft geur. b.

Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op sec de wettelijke aspecten kan ook gekeken worden naar een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015) op dit moment het best beschikbare beeld geeft voor deze gezondheidskundige beoordeling. Bij de beoordeling van de geurbelasting hanteert de GGD het uitgangspunt dat maximaal 12% (woonkern) en

-

42 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

20% (buitengebied) geurgehinderd mag zijn. Dit betekent dat de gezondheidskundige advieswaarden voor het buitengebied door de GGD landelijk wordt gesteld op respectievelijk 50, OU/m 3 voor de voorgrond en 100, OU/m 3 voor de achtergrond. Zoals blijkt uit de toetsing uit hoofdstuk 4. 8 van voorliggende toelichting wordt aan deze gezondheidskundige advieswaarden voldaan. 4.

Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden soort(en) binnen een veehouderij;

diersoorten , de

aanwezige

dier-

Niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot nieuwe situaties van het gemengd houden van varkens en pluimvee. 5.

Geitenhouderij: binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; a.

Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft een verbod van uitbreiding van geitenhouderijen ingevoerd. In het kader van de omgekeerde werking (gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. Binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie bevinden zich geen geitenhouderijen waar meer dan 50 geiten gehouden worden. Er is dan ook geen sprake van een onaanvaardbaar volksgezondheidsrisico ter plaatse van de planlocatie.

b.

Pluimveehouderijen Ook voor pluimveehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen. Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt namelijk dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Echter moet worden benadrukt dat het hier om een hypothese gaat , en dat causaliteit nog niet door onderzoekers is vastgesteld. Met deze onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden bij de ontwikkeling en uitbreiding van pluimveehouderijen of de bouw van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van pluimveehouderijen.

-

43 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

Binnen een straal van 1 kilometer van de planlocatie bevinden zich geen pluimveehouderijen. Er is dan ook geen sprake van een onaanvaardbaar volksgezondheidsrisico ter plaatse van de planlocatie. c.

Overige veehouderijen Ook voor overige veehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen , namelijk 250 meter ten opzichte van gevoelige functies. Er bevinden binnen straal van 250 meter het plangebied geen overige veehouderijen.

6.

De aanwezigheid van mestbewerking en mestverwerking; Niet van toepassing.

7.

De ongerustheid bij omwonenden; Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. De voorgenomen omzetting van de agrarische bedrijfsbestemming in een woonbestemming en de splitsing van het bestaande pand betreft geen ontwikkeling die leidt tot een toenemende onrust over de volksgezondheid.

Uit de toetsing aan de afwegingsaspecten blijkt dat er geen specifieke omstandigheden aan de orde zijn. Of in onderhavig geval een advies van GGD benodigd is betreft een afweging van de gemeente Meierijstad.

Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad Het college van B&W van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. De ontwikkeling moet getoetst worden aan dit afwegingskader. Concreet betekent dit dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: ▪

Een uitbreiding van het aantal geiten in bestaande stallen of gebouwen wordt niet toegestaan , tenzij er geen gezondheidskundige bezwaren daarvoor zijn. Bij voorliggende ontwikkeling is geen sprake van de uitbreiding van het aantal geiten.

▪

Binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen doet zich , vooralsnog , een extra risico voor. Daarom hanteert het college daar een extra zorgvuldigheid. Dat betekent dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen , kwetsbare mensen en ouderen sowieso terughoudend omgegaan

-

44 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

wordt. Er bestaat géén hard afwegingskader voor de toetsing van bouwplannen. Locatie , omgeving , het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn telkens anders en vragen om maatwerk. Het gezondheidsbelang wordt daarbij afgezet tegen bijvoorbeeld volkshuisvestelijke , sociale , economische en financiële belangen. Binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie zijn geen geitenhouderijen gevestigd. ▪

Aanvragers van plannen en nieuwe potentiele bewoners in het gebied worden geïnformeerd over het risico. Ook wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen. Het plangebied is niet gelegen in het genoemde gebied met geitenhouderijen.

Conclusie Er zijn hiermee voor wat betreft het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4. 10

Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wegverkeerslawaai De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Voorliggend plan wordt mogelijk gemaakt middels een herziening van het bestemmingsplan (Artikel 3. 1 Wro) , waarmee de Wet geluidhinder van toepassing en moet worden getoetst aan Artikel 76 van de Wet geluidhinder. Als gevolg van de voorgenomen splitsing van het pand aan Liempdseweg 51 in twee woonfuncties is sprake van de oprichting van één nieuw geluidgevoelig object in de zin van de Wgh in het westelijk deel van het pand. De voormalige agrarische bedrijfswoning betreft een bestaand geluidgevoelig object en behoeft niet getoetst te worden aan de Wgh. Door initiatiefnemer is opdracht versterkt aan Tritium Advies B. V. voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek

-

45 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

wegverkeerslawaai ten behoeve van de toevoeging van de tweede woning in het bestaande pand. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusie van het akoestische onderzoek is hieronder samengevat opgenomen:

Conclusie Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Liempdseweg en de Populierenlaan. Voor de Populierenlaan geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woning overschrijdt. Voor de Liempdseweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 5 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt derhalve nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet.

Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige , landschappelijke en financiële aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet mogelijk. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Deze geluidreducerende maatregel is derhalve niet doeltreffend. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet bovendien tevens overwegende bezwaren van financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a , lid 5 van de Wet geluidhinder. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde , is voor de woning een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd.

-

46 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

Op basis van bovenstaande conclusie is door de gemeente Meierijstad overleg gevoerd met de Omgevingsdienst Brabant Noord. De gemeente Meierijstad heeft hierbij te kennen gegeven dat wat hen betreft voor het plan aansluiting gezocht kan worden bij het binnenniveau van 38 dB voor saneringswoningen. Motivering aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat Uit het onderzoek wegverkeerslawaai zoals uitgevoerd door Tritium B. V. blijkt dat de maximale gecumuleerde geluidbelasting ten hoogste 58 dB bedraagt (ter plaatse van de voorgevel). Hierdoor kan met een minimale geluidwering van 20 dB in de woning reeds een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden bereikt. De bestaande voorgevel is opgebouwd uit metselwerk (buitenblad) , luchtspouw van 36 mm met spouwankers en porisostuc (binnenblad). Daarnaast zullen , zoals blijkt uit hoofdstuk 2 van voorliggende toelichting , als onderdeel van voorliggend plan de kozijnen en ramen in de voorgevel vervangen worden. De nieuw te plaatsen ramen zullen hierbij voorzien worden van HR++ dubbel glas. De geluidwering van een normale spouwmuur bedraagt ongeveer 50 dB. Dit is ruim voldoende om te voldoen aan een binnenniveau van 38 dB voor saneringswoningen. Gevelelementen in de buitengevel leveren al snel een geluidsisolatie van 26 dB , mits de beweegbare delen rondom aansluiten tegen een dichtingsrubber.

Ook hiermee wordt voldaan aan het binnengeluidsniveau van 38 dB. In opdracht van de gemeente Meierijstad zijn door de Omgevingsdienst Brabant Noord het akoestisch onderzoek van Tritium en voorliggende geluidsparagraaf beoordeeld. De Omgevingsdienst Brabant Noord heeft geoordeeld dat: -

-

Een hogere waarde procedure moet worden doorlopen om het planvoornemen juridisch mogelijk te maken. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt vanwege het verkeer op de Liempdseweg overschreden. De hoogst berekende geluidbelasting vanwege het verkeer op de Liempdseweg is 53 dB inclusief 5 dB aftrek ex artikel 110g van de Wet geluidhinder. Een hogere waarde procedure kan worden doorlopen omdat: ➢ Maatregelen om de geluidbelasting te reduceren naar de voorkeurgrenswaarde van 48 dB niet doelmatig zijn. Het gaat om het toevoegen van één woning in een bestaand pand. ➢ De maximale ontheffingswaarde van 53 dB niet wordt overschreden. ➢ In paragraaf 4. 10 van de toelichting op de juiste manier is gemotiveerd dat in de woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai op de bedrijfswoning afkomstig van de bedrijven die rondom het plangebied gelegen zijn , wordt zoals aangegeven in hoofdstuk figuur 4. 3 voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden. Hiermee kan worden aangenomen dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van

-

47 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van het industrielawaai van omliggende bedrijven. Voor wat betreft het aspect geluid zijn er hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. een

Conclusie Voor wat betreft het aspect geluid zijn er hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4. 11

Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht. Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te

frustreren of vertragen.

Figuur 4. 8: Uitkomst berekening NIBM-tool 2020 (bron: www. infomill. nl)

Met behulp van de NIBM-tool is de verkeersaantrekkende werking van de beoogde ontwikkeling in kaart gebracht. Hiervoor zijn de getallen met betrekking tot de verkeersbewegingen van 1 vrijstaande woning in het buitengebied gehanteerd. De verkeersbewegingen ten behoeve van de bestaande (bedrijfs)woning zijn ongewijzigd ten opzichte van de huidige situatie. De uitkomst van de berekening van de NIBM-tool is in figuur 4. 8 weergegeven. Uit figuur 4. 8 volgt dat voorliggend initiatief een bijdrage van niet in betekende mate heeft op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde.

-

48 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. De bestaande bedrijfswoning blijf gehandhaafd. In de nieuwe situatie is daarmee sprake van één bestaand gevoelig object. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM 10 en PM 25 ) en stikstofdioxide (NO)2 ter plaatse van het plangebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuren 4.9 , 4. 10 en 4. 11. ,

Figuur 4. 9: GCN-kaart RIVM fijnstof PM 10 (bron: geodata. rivm. nl)

Figuur 4. 10: GCN-kaart RIVM fijnstof PM 25 (bron: geodata. rivm. nl) ,

-

49 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4. 11: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide NOX (bron: geodata. rivm. nl)

De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 15 en 20 μg/m 3 (PM 10 ) en onder de 10 μg/m 3 (PM 25 ) de norm bedraagt 40 μg/m 3 en op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 312, μg/m.3 De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 10 en 15 μg/m 3 , de norm bedraagt 40 μg/m.3 De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit. ,

Conclusie Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit zijn er hiermee geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4. 12

Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven , transportroutes (wegen , spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn , zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn:

➢ ➢ ➢

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

-

50 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans , op een bepaalde plaats , om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde , maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Binnen het invloedsgebied is een verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. De specifieke eisen hieraan zijn vastgelegd in de besluiten Bevi , Bevb en Bevt.

Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3. 1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tank-

stations’. Beschouwing risicobronnen Met behulp van de risicokaart is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het plangebied (zie figuur 4. 12). Uit de risicokaart blijkt , dat in de omgeving van het plangebied geen wegen , vaarwegen , spoorlijnen of inrichtingen zijn gelegen , waarvan een risicocontour over het plangebied is gelegen. Wel is in de omgeving van het plangebied een HD-aardgasleiding gelegen

(Z-544-01). HD-aardgasleiding Z-544-01 Ten noorden van het plangebied is op ruim 18, kilometer de HD-aardgasleiding Z-544-01 gelegen. Deze leiding heeft een werkdruk 40 bar en een diameter van 14 inch. Deze leiding heeft externe veiligheidsrisico’s voor de omgeving. De leiding maakt geen onderdeel uit van de structuurvisie buisleidingen. Plaatsgebonden risico Uit de risicokaart blijkt , dat de leiding Z-544-01 geen

-

51 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

plaatsgebonden risicocontour heeft. Het plaatsgebonden risico van de leiding vormt derhalve geen belemmering voor het plan.

Figuur 4. 12: Uitsnede Risicokaart met planlocatie (www. risicokaart. nl)

Plaatsgebonden risico Uit de risicokaart blijkt dat de leiding Z-544-01 geen plaatsgebonden risicocontour heeft. Het plaatsgebonden risico van de leiding vormt derhalve geen belemmering voor het plan. Groepsrisico Bij HD-aardgasleidingen wordt het maatgevend scenario gevormd door een beschadiging van de transportleiding. Hierdoor komt gas vrij , dat na ontsteking een fakkelbrand vormt met een grote warmtestraling tot gevolg. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt onderscheid gemaakt tussen de zone 100% letaliteit en de zone 1% letaliteit. Dit is overgenomen in het planologisch toetsingskader. Het bij de diameter en druk van de leiding behorende invloedsgebied (1% letaliteit) en de 100% letaliteitcontour bedraagt respectievelijk 150 en 80 meter. Het plangebied is op ruim 18 , kilometer van de HD-aardgasleiding. Hiermee is de planlocatie gelegen buiten het 100% letaliteitscontour en buiten het invloedsgebied van de leiding. Een verantwoording van het groepsrisico kan hiermee achterwege blijven. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. De planlocatie ligt niet binnen het invloedsgebied en de 100% letaliteitcontour van de Z-544-01. Een verantwoording van het groepsrisico is hierdoor niet aan de orde.

-

52 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

Conclusie Er zijn hiermee geen belemmeringen vanuit externe veiligheid voor onderhavig

initiatief. 4. 13

Verkeer en parkeren In de huidige situatie is op het agrarisch bedrijfsperceel één bedrijfswoning aanwezig. Middels de voorgenomen splitsing van de boerderij wordt één woning toegevoegd. In de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ is het aantal verkeersbewegingen voor een vrijstaande koopwoning in het buitengebied vastgesteld op 82, bewegingen per etmaal per woning. Hiermee vindt als gevolg van voorliggend plan een toename van maximaal 9 verkeersbewegingen per dag plaats. De verkeersbewegingen ten behoeve van de bestaande woning blijven ongewijzigd. Hiermee kan geconcludeerd worden dat de situatie verkeerskundig nauwelijks wijzigt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De beschikbare capaciteit van de omliggende infrastructuur is met de huidige intensiteiten ruim voldoende om de toekomstige minimale toename van het aantal bewegingen van licht verkeer vlot en veilig te verwerken. Op eigen terrein is en blijft voldoende ruimte voor parkeren. In haar nota ´Parkeernormen Meierijstad 2018´ heeft de gemeente Meierijstad de parkeernormen vastgelegd voor verscheidene functies waaronder wonen. Voor het buitengebied van Sint-Oedenrode geldt een parkeernorm van 24, parkeerplaatsen voor een vrijstaande woning in het buitengebied van Sint-Oedenrode. Voor onderhavig initiatief is hiermee sprake van een verplicht aantal van 6 parkeerplaatsen.

Deze 6 parkeerplaatsen zijn in de huidige situatie reeds aanwezig , zoals ook blijft uit figuur 2. 5 van voorliggende toelichting. Tot slot zal voorliggende ontwikkeling worden aangegrepen om de brede bedrijfsinrit die aanwezig is voor de voormalige stal (aan de Liempdseweg) , te versmallen tot een breedte die beter past bij de nieuwe woonbestemming. Deze versmalling van de inrit is tevens opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt hiermee geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4. 14

Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen enerzijds gevoelige bestemmingen (zoals woningen) en anderzijds percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden , is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie

-

53 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter , tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt , in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn , mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Uit diezelfde rechtspraak volgt dat dit een locatie specifiek onderzoek moeten zijn. Binnen een afstand van 50 meter van het plangebied zijn geen gronden gelegen die in gebruik zijn als fruitboomgaard. Conclusie Het aspect spuitzones vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initi-

atief. 4. 15

Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. De laatste jaren is hier meer aandacht voor , mede omdat er statistische aanwijzingen zijn (dus geen aangetoond oorzakelijk verband) dat de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk van invloed kunnen zijn op de gezondheid van kinderen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het Rijk , vanuit het voorzorgprincipe , om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 04, microTesla. In het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de magneetveldzone. Dit betekent dat , zoals hierboven reeds aangegeven is , voorkomen moet worden dat er gevoelige functies binnen een zone van een hoogspanningslijn komen te liggen. Is dit wel het geval , dan moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden.

Het RIVM heeft een kaart ontwikkeld waarop indicatieve zones voor magneetvelden van alle bovengrondse hoogspanningslijnen zijn opgenomen. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden. Uit deze kaart blijkt dat de planlocatie op ruime afstand van de hoogspanningslijnen is gelegen , buiten de indicatieve zone. Conclusie Het aspect hoogspanningslijnen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

-

54 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

5.

Gemeente Meierijstad

Juridische planopzet

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch – planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de systematiek en de inhoud van de bestemmingen van het bestemmingsplan.

5. 1

Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’ is conform de eisen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgesteld. Naast de wettelijke eisen uit de Wro is in dit bestemmingsplan , om de consistentie met de vigerende bestemmingsplannen te waarborgen , voor de opzet en inhoud van de regels aangesloten bij het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening 4 van de gemeente Sint-Oedenrode. Tevens voldoet het plan aan de eisen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

5. 2

Opbouw van de regels In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden , uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken , waarin achtereenvolgens de inleidende regels , de bestemmingsregels , de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder wordt de systematiek , opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 1. Inleidende regels Begrippen: In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden , oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken , geen gebouwen zijnde , te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.

-

55 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

2. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle belangrijkste bouwwerken (hoofd-gebouwen) , bijbehorende bouwwerken en bouwwerken , geen gebouwen zijnde , de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd , wordt hier vastgelegd. Nadere eisen: Een aanvullend stelsel van nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen. Deze regeling heeft tot doel op een later tijdstip dan bij de totstandkoming van het plan te bezien of op bepaalde punten een nadere eis in het concrete geval noodzakelijk is. Conform de jurisprudentie dienen de regels al een primaire eis te bevatten.

Afwijken van de bouwregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria.

Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik/welke activiteiten in ieder geval strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd , maar alleen die , waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming.

Afwijken van de gebruiksregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de gebruiksregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken , geen bouwwerken zijnde , of werkzaamheden: In een aantal enkelbestemmingen en het merendeel van de dubbel-bestemmingen is een (aanleg)vergunningregeling opgenomen voor de gronden gelegen binnen de beschermingszone van een leiding , binnen de beschermingszone van de natte natuurparel en ter bescherming van eventueel aanwezige archeo-

-

56 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

logische waarden Hierin worden bepaalde werken en/of werkzaamheden vergunningplichtig gesteld. Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele maatstaven. Wijzigingsbevoegdheid: In deze bepaling is burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. De criteria , die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen , zijn aangegeven. De wijzigingsbevoegdheid die bij de bestemming zelf is opgenomen , is uitsluitend van toepassing op die bestemming. 3. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat , wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan , het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk , waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen omtrent bebouwingsgrenzen en geluidzones. Algemene gebruiksregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van functies die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken.

De criteria , die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen , zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de mogelijkheden voor het college van burgemeester en wethouders om de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen. De criteria , die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen , zijn aangegeven. Overige procedureregels: In deze artikelen zijn algemene procedureregels opgenomen voor het stellen van nadere eisen.

-

57 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

4. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: In dit artikel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5. 3

Bestemmingen In voorliggend bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch met waarden – Landschapswaarden De voor 'Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden , in het kader van bedrijfsmatige agrarische activiteiten , in de vorm van grondgebonden agrarische bodemexploitatie en daarnaast voor het behoud , herstel en de ontwikkeling van de natuurwaarden , landschapswaarden en de waterhuishoudkundige waarden in het algemeen , groenvoorzieningen , extensief recreatief medegebruik , productiegerichte paardenhouderijen en overige agrarische bedrijven. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapwaarden’ mag uitsluitend ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. Bouwwerken zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan tenzij anders is bepaald. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden , aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven. Naast deze doeleinden zijn uiteraard bijbehorende voorzieningen zoals tuinen , erven , parkeervoorzieningen etc. toegestaan. Binnen de bestemming ‘Wonen’ mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. Er zijn specifieke bouwregels opgenomen voor het bouwen van hoofdgebouwen , bijgebouwen en bouwwerken , geen gebouwen zijnde.

Zo zijn ter plaatse van de bouwaanduiding ‘twee-aaneen’ uitsluitend twee-aaneengebouwde woningen toegestaan en mogen ter plaatse van de bouwaanduiding ‘bijgebouwen uitgesloten’ geen bijgebouwen worden opgericht. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing. Daarnaast zijn bevoegdheden opgenomen tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels en de gebruiksregels.

-

58 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode , herziening Liempdseweg 51’

Gemeente Meierijstad

Waterstaat – Attentiegebied EHS De voor 'Waterstaat – Attentiegebied EHS' aangegeven gronden zijn , behalve voor de andere daar voorkomende bestemming , mede bestemd voor het behoud , herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische waarden. Op gronden binnen de bestemming ‘Waterstaat – Attentiegebied EHS’ is voor het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m 2 wordt gewijzigd of waarbij maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd , voor het omzetten van grond of het uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 05, cm , voor het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling/bronnering en voor het aanleggen , dempen of wijzigen van oppervlaktewateren een omgevingsvergunning vereist. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=5e5bccbc-59b3-46d8-a9d6-5ac997802d82