toelichting incl bijlagen bestemmingsplan Rijkerbeek 5 Erp
Tekst van het document
Voor het betrokken bestuursorgaan bestaat zowel bij toepassing als afwijking van deze afstand een onderzoeksplicht. Een kortere afstand is mogelijk, mits voorzien van een deugdelijke motivering. Een viertal aandachtspunten zijn van belang: • Wat wordt planologisch mogelijk gemaakt en geldende bestemming(en); • Welke gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt; • Wat zijn de effecten van de gewasbeschermingsmiddelen voor de mens bij blootstelling en het gebruik van driftreducerende middelen of maatregelen; 28 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
•
Overheersende windrichting.
In de bestaande situatie is reeds sprake van een gevoelig object (bedrijfswoning); in de beoogde situatie wordt deze woning herbouwd en krijgt deze de functie van burgerwoning. Daarnaast blijft het bestemmingsvlak (bouwvlak) grotendeels gelijk aan het huidige agrarische bestemmingsvlak. Er wijzigt niets aan de afstand van het bestemmingsvlak tot aan de omliggende agrarische gronden. Verder zorgen de bijbehorende bouwwerken voor een afschermende werking. Het perceel waar teelt van onder andere buxus plaatsvindt is gelegen naast een watergang/oppervlaktewater. In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn extra voorwaarden cq. regels opgenomen over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Voor het toepassen van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen naast oppervlaktewater gelden extra eisen ondanks gebruik van drift reducerende maatregelen. Zo geldt dat een strook land naast oppervlaktewater niet mag worden bespoten of bemest. Deze teeltvrije zone mag men ook niet gebruiken voor het telen van een gewas. Afhankelijk van het gewas is de teeltvrije zone breder of smaller. Bij de teelt van boomkwekerijgewassen bij het opwaartse of zijwaartse richting bespuiten geldt een teeltvrije zone van 500 centimeter. Bij bespuiting in deze richtingen dient driftarme apparatuur (tenminste 75% reductie) gebruikt te worden. In de lage boomteelt wordt voornamelijk neerwaarts gespoten.
Hierbij wordt in de regel gebruik gemaakt van een veldspuit met neerwaarts gericht bespuiting. De drift is hierbij aanzienlijk minder dan bij zij- of opwaartse bespuiting zoals bij laanbomen. Tevens is van belang op te merken dat de overheersende windrichting zuid-westelijk is. De woning is zuidelijk gelegen van het perceel, de kans op verwaaiing van drift is zeer klein. Het aspect spuitzonering vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig initiatief.
29 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
9. Milieuhygiënische verantwoording 9.1
Inleiding
Milieuaspecten spelen een rol in de ruimtelijke planvorming wanneer aan een gebied functies worden toegekend die een milieubelasting doen ontstaan of doen toenemen. Door middel van een goede ruimtelijke ordening kan een milieubelasting ook worden beperkt of worden voorkomen, zodat wordt bijgedragen aan de duurzame ontwikkeling van de gemeente. Milieuaspecten worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces betrokken. Hierdoor wordt het milieubelang volwaardig afgewogen tegen andere belangen die evenzeer claims leggen op de beschikbare ruimte.
9.2
M.e.r.-beoordeling
Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden (vormvrije m.e.r.beoordeling). Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die onder de drempelwaarden van kolom 2 liggen, moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Indien het een stedelijk ontwikkelingsproject (cat. D 11.2) betreft, welke zowel in kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit staat, dan moet er voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan een aparte m.e.r.-beoordelingsbeslissing worden genomen dat geen MER nodig is. Gelet op de aard en kleinschaligheid van het project wordt dit niet als een stedelijk ontwikkelingsproject beschouwd zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Een m.e.r.-beoordeling is dan ook niet noodzakelijk.
9.3
Bodem
Wettelijke basis In een bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet onder andere worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. In artikel 8 van de Woningwet is aangegeven dat een gemeente in de gemeentelijke bouwverordening regels moet opnemen om het bouwen op verontreinigde grond tegen te gaan. De gemeente heeft de taak om alleen een omgevingsvergunning (aspect bouwen) te verlenen als de kwaliteit van de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Hiertoe toetst de gemeente de informatie omtrent de bodemkwaliteit aan de Circulaire bodemsanering. Als de bouwlocatie daaraan niet voldoet, dan kan de gemeente een aanvraag voor een omgevingsvergunning weigeren, of nadere eisen in de vergunning opnemen. Aanleiding en doel Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Aanleiding van de bodemtoets vormt de wijziging van de bestemming aan de Rijkerbeek 5 te Erp.
Huidige situatie en toekomstige situatie In de huidige situatie is binnen het plangebied een agrarisch bedrijf gevestigd wat niet meer actief in gebruik is. In de beoogde situatie wordt de bestemming gewijzigd in een woonbestemming.
30 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
In februari 2017 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd 1. Uit het onderzoek is gebleken dat In de bovengrond is lokaal een achtergrondwaarde-overschrijding voor de parameter kwik aangetroffen. In de ondergrond zijn geen overschrijdingen van de geanalyseerde aangetroffen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden welke de lichte verhoging van de parameter kwik kan verklaren. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. In Noord-Brabant komen in het grondwater zware metalen van nature voor in verhoogde concentraties voor Op basis van de onderzoeksresultaten is er géén nader onderzoek noodzakelijk en bestaan er vanuit milieuhygiënisch oogpunt géén belemmeringen voor het huidige gebruik en de voorgenomen transactie van het perceel. Een tweetal grondmonsters zijn onderzocht op de aanwezigheid van asbest. In deze monsters zijn geen asbestvezels waargenomen. De rapportage van het bodemonderzoek is toegevoegd als bijlage aan onderhavige rapportage. Geconcludeerd kan worden dat er geen risico van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is en er geen verontreinigingen te verwachten zijn. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
9.4
Geluid (wegverkeerslawaai)
In het kader van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In dit kader is onderzocht of de toekomstige ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de omgeving. De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit artikel 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden verricht, indien sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een dergelijke zone. Uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. In onderhavige situatie is geen sprake van een nieuw geluidgevoelig object maar van een functiewijziging. Om onderstaande redenen is geen akoestisch onderzoek noodzakelijk: • het aantal geluidgehinderden in de nieuwe situatie zal niet toenemen. De bewoners wonen er en zullen er blijven wonen; • de woning wordt gesloopt en opnieuw worden opgericht op grotere afstand van de weg.
9.5
Geluid (industrielawaai)
Ten aanzien van geluid worden de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangehouden (zie paragraaf 10.1). Voor de volledigheid wordt verwezen naar deze paragraaf. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
1 Verkennend bodemonderzoek, Rijkerbeek 5 te Erp, 17.702-NEN.01, Amitec bv
31 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
9.6
Luchtkwaliteit
Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Niet in betekenende mate bijdragen In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. Toetsing initiatief Om te beoordelen of het beoogde initiatief NIBM bijdraagt, is de NIBM-tool (versie 2021) ingevuld. Hierin is de bijdrage berekend bij een aantal dagelijkse voertuigbewegingen van maximaal 10. Onderstaande figuur toont het resultaat.
Figuur 22: NIBM-tool
Achtergrondconcentratie De huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) bedraagt 16,71 µg/m³, de huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM2,5) bedraagt 9,67 µg/m³ en de huidige achtergrondconcentratie stikstofdioxiden (NO2) bedraagt 12,52 µg/m³. De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/ verslechtering van de luchtkwaliteit. Op basis van de hier benoemde achtergrondconcentraties kan gesteld worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.
32 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
9.7
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (wgv) schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden. De grondslag hiervan ligt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Ook voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden: • Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belang veehouderij) (voorgrondbelasting); • Is er ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object) (achtergrondbelasting). Onder voorgrondbelasting wordt verstaan de individuele geurbelasting op het plangebied van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang veehouderij).
Onder achtergrondbelasting wordt verstaan de cumulatieve geurbelasting op het plangebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang geurgevoelig object). Beoordeling belangen veehouderijen (voorgrondbelasting) In de directe omgeving van het plangebied zijn de volgende veehouderijbedrijven gelegen: • Boekelseweg 1 Erp (varkenshouderij): afstand circa 145 meter van woning tot rand bouwvlak veehouderij; • Looieind 27 Erp (rundveehouderij): afstand circa 75 meter van woning tot rand bouwvlak veehouderij; • Rijkerbeek 1 Erp (vleesveehouderij): afstand 52 meter van woning tot rand bouwvlak veehouderij; • Rijkerbeek 2 Erp (jongveehouderij): afstand 20 meter van woning tot rand bouwvlak veehouderij; • Rijkerbeek 4 Erp (schapenhouderij): afstand 20 meter van woning tot rand bouwvlak veehouderij; • Heesakker 14 Erp (varkenshouderij): afstand 155 meter van woning tot rand bouwvlak veehouderij. De ligging van de veehouderijbedrijven is weergegeven in de volgende figuur.
33 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Boekelseweg 1 Looieind 27
Rijkerbeek 1
Heesakker 14
Rijkerbeek 4 Rijkerbeek 2
Figuur 23: Ligging dichtstbijzijnde veehouderijbedrijven
Deze veehouderijbedrijven worden beschermd tegen geurgevoelige objecten. Dit betekent dat de rechten van de veehouderijbedrijven die kunnen worden ontleend aan de vigerende vergunning gerespecteerd dienen te worden. Voor geurgevoelige objecten die onderdeel zijn van een veehouderij, of van een voormalige veehouderij die na 19 maart 2000 is beëindigd, gelden uitsluitend de minimumafstanden en niet de waarde voor de geurbelasting. Op de locatie Rijkerbeek 5 werd in het verleden een varkenshouderij geëxploiteerd. De vergunning van deze locatie is op 21 augustus 2001 ingetrokken. Ingevolge de Wet geurhinder en veehouderij wordt deze woning dan ook gezien als voormalige agrarische bedrijfswoning. In onderhavige situatie dient dus rekening gehouden te worden met een minimale afstand van 50 meter tussen het plangebied en omliggende veehouderijbedrijven. Aan deze afstand wordt voldaan, dit met uitzondering van de veehouderijbedrijven aan de Rijkerbeek 2 en 4. De woning wordt in de beoogde situatie verder gesitueerd van deze veehouderijbedrijven waardoor deze bedrijven niet meer worden belemmerd dan in de huidige situatie. Onderstaand wordt per veehouderijbedrijf de afstand / geurbelasting weergegeven. • Boekelseweg 1 Erp (varkenshouderij): In de huidige situatie bedraagt de afstand tussen de woning en het agrarisch bouwvlak 121 meter, in de beoogde situatie bedraagt deze 111 meter.
De minimale afstand dient 50 meter te bedragen. In de huidige situatie bedraagt de belasting 7,8 ouE/m³ en in de beoogde situatie bedraagt deze 8,3 ouE/m³. De maximale belasting mag 14,0 ouE/m³ bedragen. Door beoogde ontwikkeling wordt de veehouderij niet belemmert in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. • Looieind 27 Erp (rundveehouderij): In de huidige situatie bedraagt de afstand tussen de woning en het agrarisch bouwvlak 81 meter, in de beoogde situatie bedraagt deze 71 meter. De minimale afstand dient 50 meter te bedragen. 34 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
•
•
•
•
In de huidige situatie bedraagt de belasting 1,1 ouE/m³ en in de beoogde situatie bedraagt deze 1,2 ouE/m³. De maximale belasting mag 14,0 ouE/m³ bedragen. Door beoogde ontwikkeling wordt de veehouderij niet belemmert in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Rijkerbeek 1 Erp (vleesveehouderij): In de huidige situatie bedraagt de afstand tussen de woning en het agrarisch bouwvlak 54 meter, in de beoogde situatie bedraagt deze 61 meter. De minimale afstand dient 50 meter te bedragen. De burgerwoning aan Rijkerbeek 3 grenst direct aan de veehouderij aan Rijkerbeek 1. Deze woning belemmert de veehouderij aan de Rijkerbeek 1 reeds in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Rijkerbeek 2 Erp (jongveehouderij): In de huidige situatie bedraagt de afstand tussen de woning en het agrarisch bouwvlak 15 meter, in de beoogde situatie bedraagt deze 25 meter. Door beoogde ontwikkeling wordt de veehouderij niet belemmert in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. In de vigerende situatie is de afstand immers kleiner en wordt de veehouderij reeds belemmerd door de woning. Rijkerbeek 4 Erp (schapenhouderij): In de huidige situatie bedraagt de afstand tussen de woning en het agrarisch bouwvlak 15 meter, in de beoogde situatie bedraagt deze 25 meter. In de huidige situatie bedraagt de belasting 3,5 ouE/m³ en in de beoogde situatie bedraagt deze 3,0 ouE/m³. De maximale belasting mag 14,0 ouE/m³ bedragen.
Door beoogde ontwikkeling wordt de veehouderij niet belemmert in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. In de vigerende situatie is de afstand kleiner en wordt de veehouderij reeds belemmerd door de woning. Heesakker 14 Erp (varkenshouderij): In de huidige situatie bedraagt de afstand tussen de woning en het agrarisch bouwvlak 155 meter, in de beoogde situatie bedraagt deze 165 meter. In de huidige situatie bedraagt de belasting 11,7 ouE/m³ en in de beoogde situatie bedraagt deze 11,0 ouE/m³. De maximale belasting mag 14,0 ouE/m³ bedragen. Door beoogde ontwikkeling wordt de veehouderij niet belemmert in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast is van belang op te merken dat de burgerwoning aan Rijkerbeek 3 dichterbij is gelegen.
Beoordeling woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting) Om het woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geur in beeld te brengen, is de cumulatieve geurbelasting in de omgeving in kaart gebracht waarbij de aanwezige andere veehouderijbedrijven in de omgeving van het initiatief meegenomen zijn. De bedrijven binnen een straal van 2 kilometer afstand rondom het plangebied zijn meegenomen. Uit deze geurgevoelige objecten is een representatieve selectie gemaakt in de berekening. De berekening is uitgevoerd middels het programma V-Stacks gebied. Voor het berekenen van de achtergrondbelasting zijn de gegevens gebruikt van het Bestand Veehouderij Bedrijven (d.d. 12-10-2021). De invoergegevens zijn opgenomen in de bijlage. In het buitengebied geldt een achtergrondbelasting van 20 ouE als toetswaarde 2 met als absolute bovengrens 28 ouE. Tabel 2: Resultaten berekening achtergrondbelasting Receptorpunt Geurbelasting [ouE/m3] Hoekpunt 1 bouwvlak 22,1 Hoekpunt 2 bouwvlak 21,0 Hoekpunt 3 bouwvlak 21,1 Hoekpunt 4 bouwvlak 20,7
In onderhavige situatie bedraagt de achtergrondbelasting ter plaatse van de woning 20,7-22,1 ouE/m³. In onderhavige situatie wordt deze geurbelasting aanvaardbaar geacht. De ontwikkeling betreft de wijziging van de bestemming ‘agrarisch’ naar ‘wonen’, het betreft een nieuw toe te voegen woning in het buitengebied. Het betreft een reeds bestaande situatie.
2 Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Gemeente Veghel
35 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Beoordeling milieukwaliteit Naast een kwantitatieve weergave van de geurbelasting is er bij deze berekening voor gekozen om ook de geurbeleving inzichtelijk te maken. Hierbij is bijlage 6 en 7 van de handreiking Wet geurhinder en veehouderij als leidraad gebruikt. In bijlage 7 van de Handreiking is een tabel opgenomen waarin de kans op geurgehinderden vertaald is naar het woon- en leefklimaat, zie de volgende tabel 3. Tabel 3: Beoordeling milieukwaliteit Achtergrondbelasting (ouE/m³) Percentage geurgehinderden (%) 1-3 <5 4-8 5-10 9-13 10-15 14-20 15-20 21-28 20-25 29-38 25-30 39-50 30-35 51-65 35-40
Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
De volgende tabel geeft per receptorpunt het percentage geurgehinderden en de milieukwaliteit. Tabel 4: Milieukwaliteit Geurgevoelig object
Hoekpunt 1 Hoekpunt 2 Hoekpunt 3 Hoekpunt 4
Achtergrond Percentage geurgehinder- Milieukwaliteit geurbelasting den [%] [ouE/m³] 22,1 21% Tamelijk slecht 21,0 21% Tamelijk slecht 21,1 21% Tamelijk slecht 20,7 20% Tamelijk slecht
Zoals beschreven is in onderhavige situatie sprake van een reeds bestaande situatie en wordt het woon- en leefklimaat aanvaardbaar geacht.
9.8
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met dit aspect. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht. Voor de normstelling van risicovolle bedrijven moet worden aangesloten bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). De eisen ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen en de daarmee samenhangende risico’s zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen die risicovolle stoffen transporteren geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Dit besluit regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten en geeft de eisen en veiligheidsafstanden voor buisleidingen die worden gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen ten opzichte van kwetsbare objecten.
3 SenterNovem, 2007
36 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Het dichtstbijzijnde risicovolle object betreft een LPG-tank op de locatie Cruijgenstraat 34 en is gelegen op een afstand van circa 980 meter (zie volgende figuur). Onderhavige ontwikkeling is niet gelegen binnen de risicocontouren van deze bron.
Plangebied
Opslag LPG
Figuur 24: Uitsnede Risicokaart
Verder bevinden zich in de nabije omgeving van het plangebied geen inrichtingen of transportroutes die van invloed zijn op de externe veiligheid. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
9.9
Duurzaam en slim bouwen
Onderhavige ontwikkeling ziet op de herbouw van een verouderede woning en bijgebouw. Bij de bouw van de woning en de bijbehorende bouwwerken wordt gebruik gemaakt van duurzame materialen en energiebesparende maatregelen. Op het dak van één van de bijbehorende bouwwerken worden zonnepanelen gelegd.
9.10 Gezondheid
De ontwikkeling heeft geen schadelijk gevolgen voor de volksgezondheid. De aspecten geur en fijn stof zijn eerder aanbod gekomen in deze rapportage en vormen geen belemmering voor de omgeving. Varkens- en pluimveehouderijen Op basis van het 'Endotoxine toetsingskader 1.0' kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. De afstand tussen de woning aan de RIjkerbeek 5 en de varkenshouderij aan de Boekelseweg 1 dient minimaal 105 meter te bedragen. Dit wordt gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van deze veehouderij. De werkelijke afstand bedraagt circa 160 meter. De afstand tussen de woning aan de RIjkerbeek 5 en de varkenshouderij aan de Heesakker 14 dient minimaal 80 meter te bedragen. Dit wordt gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van deze veehouderij. De werkelijke afstand bedraagt circa 180 meter. 37
Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Geitenhouderijen Uit het VGO-onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen 2 kilometer van het plangebied liggen geen geitenhouderijen. Handreiking veehouderij en volksgezondheid De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan heeft plaatsgevonden. Stap 1: endotoxine De afstand tussen de woning aan de RIjkerbeek 5 en de varkenshouderij aan de Boekelseweg 1 dient minimaal 105 meter te bedragen. Dit wordt gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van deze veehouderij. De werkelijke afstand bedraagt circa 160 meter. De afstand tussen de woning aan de RIjkerbeek 5 en de varkenshouderij aan de Heesakker 14 dient minimaal 80 meter te bedragen. Dit wordt gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van deze veehouderij. De werkelijke afstand bedraagt circa 180 meter. Stap 2: emissies De ontwikkeling ziet op de wijziging van de bestemming van ‘agrarisch’ naar ‘wonen’. Deze ontwikkeling heeft geen betrekking op emissies vanuit veehouderijbedrijven. Stap 3a: geur, toetsen aan aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v.
wettelijk kader De achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt 21-22 ouE/m³. Stap 3b: geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-/leefklimaat a.d.h.v. gezondheidskundige advieswaarde De achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt 21-22 ouE/m³. Stap 4a: houden meerdere diersoorten binnen één veehouderij Niet van toepassing. Stap 5: Afstand tot geitenhouderijen, pluimveehouderijen en overige veehouderijen Binnen een afstand van 2 kilometer zijn geen geitenhouderijen gelegen. Binnen een afstand van 1 kilometer zijn een tweetal pluimveehouderij gelegen, te weten aan Looeind 20 en Boterweg 26. Het plangebied is ruim gelegen buiten een afstand van respoectievelijk 110 meter en 162 meter welke aangehouden dient te worden vanuit de pluimveehouderij met betrekking tot de endotoxine afstand. Binnen een afstand van 250 meter van de projectlocatie zijn zeven andere veehouderijen gelegen. Stap 6: mestbe- en -verwerking Niet van toepassing. Stap 7: ongerustheid Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Het planvoornemen ziet op een herbestemming van een bestaande bedrijfswoning met bijbehorende bedrijfsbebouwing. Ten opzichte van de bestaande situatie is geen sprake van nieuwe blootstellingsrisico’s.
38 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
10. Bedrijven en voorzieningen Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. Uitgave Bedrijven en milieuzonering Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzonering om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009).
Scheiding van functies versus functiemenging Scheiding van milieubelastende en milieugevoelige functies met behulp van milieuzonering is in de omgeving van sterk milieubelastende activiteiten zonder meer noodzakelijk. Een vergaande scheiding van functies kan echter ook leiden tot inefficiënt ruimtegebruik en een verlies aan ruimtelijke kwaliteit. Een gemengd gebied met een mix van wonen en werken, winkels en horeca stimuleert een levendig straatbeeld, een hogere sociale veiligheid en extra draagvlak voor voorzieningen. Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het de voorkeur om functiescheiding binnen een gemengd gebied niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Richtafstandenlijsten De twee belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten in bijlage 1 van de VNG-brochure. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten (lijst 1) en opslagen en installaties (lijst 2) zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige woonwijk. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste vormen van bedrijvigheid.
De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Twee omgevingstypen: rustige woonwijk en gemengd gebied De richtafstanden in bijlage 1 van de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.
Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-brochure gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. De afstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. 39 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Tabel 5: Milieucategorieën en richtafstanden tot woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied Milieucategorie
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
Omgeving van het plangebied rustige woonwijk of gemengd gebied? Het plangebied is gelegen in een cluster van bebouwing rondom de weg Rijkerbeek en Looieind, waar de omgeving van de locatie kan worden getypeerd als ‘gemengd gebied’ als bedoeld in de VNG-brochure (functiemenging). Hier zijn agrarische, niet-agrarische bedrijven en enkele burgerwoningen gelegen, een menging van relatief dicht bij elkaar gelegen functies. De volgende figuur toont de ligging van de omliggende bedrijven. Looieind 32 (veehouderij beëindigd) Looieind 27 (melkveehouderij)
Rijkerbeek 1 (vleesveehouderij)
Looieind ong. (nutsvoorziening)
Rijkerbeek 2 (rundveehouderij)
Rijkerbeek 4 (schapenhouderij)
Figuur 25: Ligging bedrijven (plangebied rood omkaderd)
De volgende tabel toont de richtafstanden die horen bij de verschillende bedrijven.
40 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Tabel 6: Richtafstanden op basis van ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (VNG) Categorie bedrijvigheid Indices en richtafstanden (meters) Looieind 32 (dienstverlenend bedrijf landbouw) Geur Stof Geluid Gevaar Dienstverlening t.b.v. de landbouw* 30 10 50 10
Werkelijke afstand (m) 35
Looieind 27 (melkveehouderij) Fokken en houden van rundvee
100
30
30
0
50
Rijkerbeek 1 (vleesveehouderij) Fokken en houden van rundvee
100
30
30
0
44
Rijkerbeek 2 (rundveehouderij) Fokken en houden van rundvee
100
30
30
0
15
Boekelseweg 2 (rundveehouderij) Fokken en houden van rundvee
100
30
30
0
150
Rijkerbeek 2 (schapenveehouderij) Fokken en houden van overige graasdieren
50
30
30
0
15
Looieind ong. (nutsvoorziening) Milieucategorie 2
Minimale richtafstand: 30 meter
26
* Op basis van gegevens KvK
Zoals beschreven is het plangebied gelegen binnen gemend gebied. Alle richtafstanden uit de publicatie kunnen dan ook met een afstandstap worden verlaagd. Voor alle aspecten wordt na verlaging van de richtafstanden voldaan aan deze afstanden. Uitzondering vormt het aspect geur. Dit aspect wordt echter onderbouwd in paragraaf 9.7; kortheidshalve wordt hier dan ook naar verwezen. Het initiatief vormt geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende bedrijven en ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
41 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
11. Verkeer 11.1 Huidige en verkeersstructuur In de huidige situatie wordt het plangebied ontsloten via een tweetal inritten aan de Rijkerbeek (zie volgende figuur). Dit betreft een 60 km/uur-weg waar zich zowel bestemmingsverkeer als doorgaand verkeer bevindt. De Rijkerbeek vormt een verbindingsweg tussen de kernen Erp en Boekel.
Inrit
Inrit
Figuur 26: Ontsluitingssituatie huidige situatie
11.2 Nieuwe verkeersstructuur In de beoogde situatie wijzigt de ontsluitingssituatie van het plangebied niet. De bestaande inritten blijven gehandhaafd. De meest oostelijke inrit wordt echter versmald (zie volgende figuur).
42 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Inrit Inrit
Figuur 27: Ontsluitingssituatie beoogd
11.3 Verkeersaantrekkende werking De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een toename van verkeersbewegingen van en naar de woning. De bestaande woning wordt herbouwd op het perceel; er wijzigt niets in het gebruik.
11.4 Parkeren Het uitgangspunt ten aanzien van parkeren is dat parkeren in beginsel moet plaatsvinden op eigen terrein. Uitgegaan wordt van de parkeernormen zoals opgenomen in het Paraplubestemmingsplan parkeren. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de parkeerbehoefte in de beoogde situatie. Tabel 7: Parkeerbehoefte Functie Eengezinswoning (dure sector)
Parkeernorm (per eenheid) 2,4 per woning
Aantal parkeerplaatsen 3
Bij de woning worden drie parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte.
43 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
12. Juridische planopzet 12.1 Algemene opzet Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) naar het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • De toelichting: een planbeschrijving die een verantwoording van de gemaakte keuzes, een toelichting op de juridische opzet en een korte beschrijving van de handhavings- en uitvoeringsaspecten bevat; • De bestemmingsregels, waarin de bestemmingen en daarbinnen geldende mogelijkheden zijn uitgewerkt; • De verbeelding, die de rol heeft van visualisering van de bestemmingen.
12.2 Toelichting op de verbeelding Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). Deze vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken.
12.3 Bestemmingen op de verbeelding De volgende bestemmingen en aanduidingen zijn opgenomen in de verbeelding: • • • • • • • • • •
Agrarisch met waarden; Verkeer (enkelbestemming); Wonen (enkelbestemming); Waarde - Archeologie 2 (dubbelbestemming); Waarde - Archeologie 3 (dubbelbestemming); Overige zone - dorpslandschap (gebiedsaanduiding); Overige zone - oude akkers (gebiedsaanduiding); Vrijwaringszone – radar (gebiedsaanduiding); Maximum oppervlakte bijbehorende bouwwerken (m²): 270 m² (maatvoering); Specifieke vorm van agrarisch – landschappelijke inpassing (functieaanduiding).
12.4 Toelichting op de regels De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • •
•
Hoofdstuk 1 ‘Inleidende Regels’ gaat in op de omschrijvingen van de in de voorschriften gehanteerde begrippen en de wijze waarop de vermelde maten worden bepaald. In hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ worden de betreffende enkel- en dubbelbestemmingen met bijbehorende gebruiksbepalingen en bouwvoorschriften beschreven. Daarnaast worden de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing geborgd middels het opnemen van een voorwaardelijke gebruiksbepaling bij de bestemming ‘Bedrijf - Agrarisch verwant en technisch hulpbedrijf’. Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ geeft een overzicht van de algemene bouw- en gebruiksregels, de regels met betrekking tot afwijken van het bestemmingsplan, algemene aanduidingsregels en de 44 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
•
bepalingen ten behoeve van wijzigingen van het bestemmingsplan. Tot slot komen de procedureregels aan bod, die verwijzen naar de wetgeving die in acht moet worden genomen. In hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ komen de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de slotregel aan bod.
45 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
13. Economische uitvoerbaarheid Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wro rust op de gemeente de verplichting tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van hoofdgebouwen van een oppervlak van 1.000 m² of meer. De te verhalen kosten worden limitatief opgesomd in artikelen in de kostensoorten lijst (art. 6.2.4 Bro). Voor het voorliggend bestemmingsplan maakt de gemeente alleen kosten voor het begeleiden van het bestemmingsplan. De noodzakelijke onderzoeken zijn al voor rekening van de aanvrager uitgevoerd. Met initiatiefnemers is een anterieure ontwikkelingsovereenkomst gesloten. In de overeenkomst zijn ontwikkelvoorwaarden (waaronder planschade) opgenomen.
46 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
14. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan doorloopt als ontwerp respectievelijk vastgesteld en onherroepelijk bestemmingsplan de volgende procedure conform de artikelen 3.7 tot en met 3.9 van de Wet ruimtelijke ordening: 1)
Voorbereiding en vooroverleg met diensten van Rijk, provincie en waterschap; Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. De initiatiefnemer heeft het voornemen kenbaar gemaakt aan de omwonenden en hen op de hoogte gesteld van de plannen. De formulieren van de zorgvuldige dialoog zijn als bijlage bijgevoegd.
2)
Ontwerp: het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd, waarbinnen eenieder zienswijzen kan indienen. Naar aanleiding van de binnengekomen zienswijzen wordt het plan waar nodig aangepast.
3) Vaststelling: de gemeenteraad stelt vervolgens het bestemmingsplan vast, waarna het wederom voor een periode van 6 weken ter inzage wordt gelegd en waarop indieners van zienswijzen beroep kunnen instellen bij de Raad van State.
47 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Bijlage 1
Situatieschets beoogde situatie
Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
3D Impressie totaal 1
4000
4000
8000
1800 0
1500 m h=2,5
toekomstig bijgebouw opp: 144m² goot: 3m nok: 6m
m h=0,6
h= 0,6m
7000
1500
18000
3D Impressie totaal 2 9700
poort
21500
00 100
toekomstig te slopen opp: 168m²
Situatie 1 : 500
C
Diversen
WIJZIGING:
OMSCHRIJVING:
Carlo DATUM:
Herbouw boerderij Kadastrale gegevens; gem.: Erp sectie: R no.: 431
23-11-2020
GETEKEND: DATUM WIJZIGING:
PROJECT:
LOCATIE:
AFMETING:
Rijkerbeek 5 - 5469 RA Erp
ONDERDEEL:
10-04-2020
SCHAAL: GETEKEND:
SITUATIE
17-087
Carlo 594x420
T.2-C
Oudedijk 43 5409 AB Odiliapeel The Netherlands tel. +31(0)413-272556 e-mail. info@verwijst.eu internet www.verwijst.eu © Copyright 1 meter
h=2, 5m
1:100
deze tekening is ons eigendom en mag zonder onze schriftelijke toestemming niet worden gekopieerd, vermenigvuldigd of aan derden ter inzage worden gegeven 1:50
1:25
1:20
1:10
1:5
Bijlage 2
Rapportage quick scan flora en fauna
Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
1-11-2021
QuickScan flora en fauna Rijkerbeek 5, Erp
R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna op en rondom de locatie: Rijkerbeek 5, Erp
BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl
Opdrachtgever:
Fam. Verbruggen Dhr. M.J.P. Verbruggen Rijkerbeek 5 5469 RA Erp
Status: Versie: Datum: Auteur:
definitief 21204.QFF 1-11-2021 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)
© copyright BNL advies 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Opgesteld door:
1
Colofon:
Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.
Inleiding .............................................................................................4
2.
Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1
2.1.1
Bescherming van gebieden .............................................................5
2.1.2
Bescherming van soorten ...............................................................5
2.1.3
Bescherming van houtopstanden ......................................................5
2.2 3.
Wet natuurbescherming......................................................................5
Interim omgevingsverordening ..............................................................5
Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1
Algemeen.......................................................................................7
3.2
Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................8
3.2.1
De woning.................................................................................8
3.2.2
Beplantingen in directe omgeving ....................................................9
3.2.3
Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 11 4.1
Algemeen..................................................................................... 11
4.2
Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 11
4.2.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 11
4.2.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 12
4.2.3
Algemene broedvogels ................................................................ 12
4.2.4
Werken binnen het broedseizoen ................................................... 12
4.3
Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 12
4.3.1
Vleermuizen ............................................................................ 12
4.3.2
Overige Habitatrichtlijn soorten .................................................... 14
4.4
Nationaal beschermde soorten............................................................ 14 Amfibieën en reptielen ............................................................... 14
4.4.2
Libellen ................................................................................. 14
4.4.3
Dagvlinders ............................................................................. 14
4.4.4
Vaatplanten ............................................................................ 14
4.4.5
Effectbeoordeling en toetsing ....................................................... 14
2
4.4.1
Pagina
4.
Vooronderzoek ..............................................................................9
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 15 5.1
5.1.1
Vogels met jaarrond beschermde nesten .......................................... 15
5.1.2
Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ................... 15
5.1.3
Algemene broedvogels ................................................................ 15
5.2
Soorten Habitatrichtlijn .................................................................... 16
5.2.1
Vleermuizen ............................................................................ 16
5.2.2
Overige habitatrichtlijnsoorten ..................................................... 16
5.3
Nationaal beschermde soorten............................................................ 16
5.4
Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ............................................... 16
Conclusie .......................................................................................... 17
3
6.
Soorten Vogelrichtlijn ...................................................................... 15
Pagina
5.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
1. Inleiding Aanleiding Op verzoek van dhr. M. Verbruggen, is op maandag 18 oktober 2021, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Rijkerbeek 5 te Erp. De werkzaamheden betreffen het slopen van de bestaande woning en het verwijderen van beplantingen nabij de woning. In- en nabij de woning, in de aangrenzende beplantingen en in de direct aangrenzende omgeving, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Doormiddel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.
Pagina
4
De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:
2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.
2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.
2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.
2.2 Interim omgevingsverordening
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Naast het ‘Natuurnetwerk Brabant’, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
5
In de Interim omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Noord-Brabant het ‘Natuurnetwerk Brabant’ (NNB) genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het NNB kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNB.
Pagina
6
Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is oostelijk gelegen van de kern van het dorp Erp (zie afbeelding 1). De bestaande kavel is momenteel in gebruik woonkavel met bestaande woning en bijgebouw. Het overige deel van de kavel fungeert als tuin met daarin een waterpartij.
Afbeelding 1: Globale ligging van het plangebied. De locatie, Rijkerbeek 5, ten Oosten van de kern Erp, waar de quickscan uitgevoerd is, wordt globaal aangeduid met de rode cirkel. Bron: Kadviewer.map5.nl, 1-11-2021
Het plangebied / de onderzochte omliggende gronden, zijn in afbeelding 2 weergegeven. In de directe omgeving/ aangrenzende kavels is volwassen beplanting van diverse soorten bomen, heesters en kruidachtige begroeiing aanwezig.
Pagina
7
Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Afbeelding 2: De kavel met kavelnummer: 431, welke bezocht en onderzocht is op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna, is weergegeven binnen afbeelding 2. De aanwezige bebouwing is weergegeven binnen de rode lijnen en de te slopen woning is weergegeven binnen de paarse lijnen. Bron: Kadviewer, datum: 1-11-2021
3.2 Voorgenomen ontwikkeling De werkzaamheden betreffen het slopen van de bestaande woning en het verwijderen van beplantingen nabij de woning. In- en nabij de woning, in de aangrenzende beplantingen en in de direct aangrenzende omgeving, kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.
3.2.1 De woning
Afbeelding 3 en 4: Bestaande te slopen woning. Bron: BNL advies. Datum: 18-10-2021 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
8
De te slopen woning is afgebeeld in afbeelding 3 en 4. In de bestaande woning kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen, zoals steenmarters, uilen, huismussen en vleermuizen. Maar ook andere vogel- en diersoorten kunnen de woning gebruiken om zich voort te planten of als schuilplaats.
3.2.2 Beplantingen in directe omgeving Aangrenzend aan het projectgebied en verspreid op de kavel zijn landschapsbomen, hagen, heesterbeplanting en diverse kruidachtige begroeiing aanwezig (zie afbeelding 5 en 6). Tijdens de rondgang dienen eventueel aangrenzende beplantingen goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavel. Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.
Afbeelding 5 en 6: Bestaande te verwijderen beplantingen rondom te slopen woning. Bron: BNL advies. Datum: 18-10-2021
3.2.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 171-401. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.
Pagina
9
Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
10
Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF Datum: 16-10-2021
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op maandag 18 oktober 2021 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -
Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in de bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder het dak of achter gevelbekleding Beschermde plantsoorten rondom de te slopen bebouwing Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen
4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te slopen woning) is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus. Voor de huismus zijn geen vaste rust-, en/of verblijfplaatsen gevonden in de te slopen woning. Er is gezocht naar aanwezige sporen in de vorm van nesten of uitwerpselen. Deze zijn allen niet aangetroffen. De dakpannen zijn te plat van vorm waardoor er geen nestruimte onder de pannen aanwezig is. Ook liggen de nokpannen in cement en zijn er verder geen mogelijk geschikte verblijfruimten aangetroffen (zie afbeelding 7 en 8).
Afbeelding 7 en 8: Dak van de woning niet toegankelijk voor huismussen. Bron: BNL advies. Datum: 18-10-2021
Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68
Pagina
Gierzwaluw. Voor gierzwaluwen is het projectgebied zelf niet direct geschikt. Gierzwaluwen komen niet/ nauwelijks voor in een buitengebied en hebben de voorkeur voor lintbebouwing in dorpen en steden. Mogelijke nestlocaties van de gierzwaluw zijn niet aangetroffen, nader onderzoek naar de gierzwaluw wordt dan ook niet nodig geacht.
11
Ook waren er tijdens het veldbezoek geen huismussen hoor- en zichtbaar aanwezig rondom de te slopen woning. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van de huismus wordt dan ook niet nodig geacht.
Uilen. De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van steenuil en kerkuil in te slopen woning kan redelijkerwijs worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar afgesloten donkere zolders van deze bebouwing. Verder zijn er ook geen sporen aangetroffen in de vorm van uitwerpselen of braakballen. Nader onderzoek naar uilen wordt dan ook niet nodig geacht. Overige soorten. In omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid, nader onderzoek naar deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht.