toelichting incl bijlagen bestemmingsplan Rijkerbeek 5 Erp
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan Buitengebied Veghel, Rijkerbeek 5
Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Plangebied Rijkerbeek 5, Erp Plannaam Herbestemmen perceel, sloop van aanwezige bebouwing en het herbouwen van een woning met bijgebouw Projectnummer VERW13.RO01 Datum en versie 29 november 2021, versie 01 Opgesteld door Agron Advies B.V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info@agronadvies.nl
Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Achtergrond en doel van het plan Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
1 1 1 2 3
2. 2.1 2.2
Beschrijving bestaande situatie Huidige situatie omgeving Huidige situatie plangebied
4 4 4
3. 3.1 3.2
Visie op het plangebied Doel en hoofdlijnen Beschrijving van de planontwikkeling
6 6 6
4. Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 4.2.2 Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant 4.2.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Structuurvisie Veghel 2030 4.3.2 Visie gemeente Meierijstad ‘Kansen voor Kwaliteit’
8 8 8 8 8 8 9 10 13 13 14
5. 5.1 5.2 5.3
Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie Monumenten Archeologie
15 15 16 16
6. Groenstructuur en natuur 6.1 Groenstructuur plangebied 6.1.1 Natuur Netwerk Brabant 6.1.2 Landschappelijke waarden 6.2 Wet natuurbescherming 6.2.1 Gebiedsbescherming 6.2.2 Soortenbescherming
18 18 18 18 20 20 21
7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5
Water Waterbeleid Oppervlaktewater Grondwater Omgang met hemelwater Conclusie
23 23 24 25 26 27
8. 8.1 8.2 8.3 8.4
Fysieke belemmeringen Kabels en leidingen Radarverstoringsgebied Hoogspanningslijnen Spuitzones gewasbescherming
28 28 28 28 28
9. 9.1 9.2
Milieuhygiënische verantwoording Inleiding M.e.r.-beoordeling
30 30 30 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8 9.9 9.10
Bodem Geluid (wegverkeerslawaai) Geluid (industrielawaai) Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Duurzaam en slim bouwen Gezondheid
30 31 31 32 33 36 37 37
10.
Bedrijven en voorzieningen
39
11. 11.1 11.2 11.3 11.4
Verkeer Huidige en verkeersstructuur Nieuwe verkeersstructuur Verkeersaantrekkende werking Parkeren
42 42 42 43 43
12. 12.1 12.2 12.3 12.4
Juridische planopzet Algemene opzet Toelichting op de verbeelding Bestemmingen op de verbeelding Toelichting op de regels
44 44 44 44 44
13.
Economische uitvoerbaarheid
46
14.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Situatieschets beoogde situatie Rapportage quick scan flora en fauna Landschappelijk inpassingsplan Rapportage bodemonderzoek Gegevens geurberekeningen Verslag omgevingsdialoog
Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
1. Inleiding 1.1
Achtergrond en doel van het plan
Op de locatie Rijkerbeek 5 te Erp (hierna: het plangebied) is initiatiefnemer voornemens de huidige agrarische bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’, de bestaande bebouwing te slopen en de bestaande woning en bijgebouw te herbouwen. Hiertoe dient de agrarische bestemming te worden gewijzigd in een woonbestemming met een gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken van 270 m2.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Meierijstad op een afstand van circa 0,8 kilometer van de kern van Erp. Kadastraal staat het perceel waaruit het plangebied bestaat bekend als gemeente Erp, sectie R, nummer 431. De volgende figuren geven een impressie van de ligging van het plangebied in relatie tot de omgeving.
Kern Erp
Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)
1 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Kern Erp
Figuur 2: Ligging plangebied in wijdere omgeving (plangebied rood omkaderd)
Figuur 3: Ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Op het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de voormalige gemeente Veghel van toepassing (vastgesteld op 22 oktober 2015). Het perceel heeft de enkelbestemming ‘Agrarisch met 2 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
waarden’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de gebiedsaanduidingen ‘dorpslandschap’, ‘oude akkers’, ‘reconstructiewetzone - verwevingsgebied 1’ en ‘vrijwaringszone – radar’ (zie volgende figuur).
Figuur 4: Ligging plangebied (plangebied rood omkaderd)
Het bestaande bestemmingsplan maakt de wijziging van de bestemming en de herbouw van de woning en de bijbehorende bouwwerken niet mogelijk. De agrarische bestemming dient te worden gewijzigd in een woonbestemming. Onderhavig bestemmingsplan maakt de planologische inpassing mogelijk van de beoogde wijziging van de bestemming en herbouw van de woning en bijgebouw. Het vigerende bestemmingsplan biedt niet de benodigde juridische basis voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied.
1.4
Leeswijzer
De voorliggende toelichting vormt de basis voor de herziening van het bestemmingsplan voor de locatie. De herziening maakt de planologische inpassing mogelijk van de beoogde ontwikkeling. De bestemmingsplanherziening is vervat in een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn onder meer de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. De regels omvatten de bestemmingsbepalingen van de verschillende bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan; de toelichting is van belang als beleidsdocument. De toelichting bestaat uit 14 hoofdstukken: 1) een inleiding, 2) beschrijving van het plan, 3) een visie op het plangebied, 4) een beleidstoets, 5) tot en met 11) een verantwoording op de milieutechnische aspecten en een verantwoording ten aanzien van eventueel aanwezige waarden, 12) een juridische planopzet en 13) en 14) financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Rapportages van uitgevoerde sectorale onderzoeken zijn als separate bijlage bij deze toelichting gevoegd.
3 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
2. Beschrijving bestaande situatie 2.1
Huidige situatie omgeving
Het plangebied is gelegen aan de weg Rijkerbeek (doorgaande weg van Erp naar Boekel). Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de weg Looieind. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan een agrarisch bedrijf. Het plangebied grenst aan de westkant aan een burgerwoonbestemming. Aan de oostzijde is een nutsvoorziening gelegen (elektriciteitshuisje). De omgeving van het plangebied is gemengd van karakter, met enkele vollegrondsteeltbedrijven, veehouderijen en burgerwoningen.
2.2
Huidige situatie plangebied
Het plangebied heeft een oppervlakte van 6.550 m². Binnen het plangebied is een voormalige varkenshouderij aanwezig met een agrarisch bouwvlak met een oppervlakte van 2.380 m². Op de locatie staat de volgende bebouwing: • Bedrijfswoning: inhoud 1.300 m³; • Bijbehorend bouwwerk: oppervlakte 168 m². De volgende figuren geven een overzicht van de bestaande situatie.
Bijbehorend bouwwerk (168 m²)
Bedrijfswoning (260 m²)
Figuur 5: Bestaande situatie plangebied
4 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Figuur 6: Impressie bestaande situatie vanaf Looieind
Figuur 7: Impressie bestaande situatie vanaf Rijkerbeek
5 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
3. Visie op het plangebied 3.1
Doel en hoofdlijnen
Initiatiefnemer is voornemens de bestaande woning en bijbehorend bouwwerk te slopen en deze elders op het perceel te herbouwen. Daarnaast dient de huidige bestemming ‘Agrarisch met waarden’ te worden gewijzigd in ‘Wonen’,
3.2
Beschrijving van de planontwikkeling
De veehouderij die op de locatie Rijkerbeek 5 was gevestigd, is reeds jaren geleden beëindigd. De locatie wordt momenteel gebruikt als burgerwoning. Nadat door de initiatiefnemer de activiteiten van het telen van paddestoelen in het achterhuis zijn gestaakt omdat dit zonder nieuwbouw van een grotere kwekerij dit economisch niet haalbaar is. De gemeente heeft destijds aangegeven dat het niet wenselijk was om op dit kleine (agrarische) bouwblok nog een nieuwe kwekerij te plaatsen. In samenspraak is er besloten de locatie om te zetten naar bestemming wonen. De huidige bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is derhalve niet overeenkomstig het beoogde gebruik. De initiatiefnemer wil derhalve, na overleg met de gemeente, de huidige agrarische bestemming ter plaatse van het bouwvlak te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’. De oppervlakte van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ bedraagt in de beoogde situatie 2.270 m². De bestaande woning betreft een langgevelboerderij en is gedateerd. Daarbij is de woning op zeer korte afstand van de weg Rijkerbeek gelegen (circa 6 meter). Gelet hierop bestaan de wens om de bestaande boerderij te slopen en de woning verder van de weg te herbouwen. Op deze manier ontstaat een acceptabeler woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Ook is sprake van een verkeersveiligere situatie; de woning ligt momenteel in een flauwe bocht van de Rijkerbeek.
Door deze op grotere afstand van de weg te situeren wordt deze bocht overzichtelijker. De inhoud van de nieuwe woning bedraagt 1.300 m³. Dit is meer dan de maximale toegestane inhoud van 1.000 m³ die conform artikel 7.14 (Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een grotere inhoud van een woning (sloop-bonus)) van het ‘Bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen ('laaghangend fruit')’ mogelijk wordt gemaakt. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4’ wordt de volledige herbouw van de inhoud van de boerderij mogelijk gemaakt. Indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning groter is dan 750 m³, mag de bestaande oppervlakte worden herbouwd, mits bij de herbouw de bestaande goot- en nokhoogte wordt toegepast. Hiermee blijft dan ook de bestaande inhoud van de herbouw gelijk. Daarmee kan het behoud van de oorspronkelijke agrarische bebouwing worden gewaarborgd. Daarnaast wil de initiatiefnemer een bijbehorend bouwwerk van 144 m² en een overkapping van 126 m² oprichten bij de nieuwe woning (totale oppervlakte bijbehorende bouwwerken: 270 m2).
Als voorwaarde voor de bouw van een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken dan de standaard-oppervlakte in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ wordt de strook grond aan de zuidzijde van de bestaande woning, die momenteel als voortuin wordt gebruikt (circa 110 m²), overgedragen aan de gemeente zodat deze grond eventueel kan worden gebruikt voor het verleggen van het fietspad wat nu versmalt tegen de rijbaan van de Rijkerbeek is gesitueerd. Met het toepassen van dit maatwerk kan voor het nieuw op te richten bijgebouw en de overkapping wel worden voldaan aan het maximaal toegestane oppervlak (300m²) conform artikel 7.15 6 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
(Afwijkingsbevoegdheid voor het toestaan van een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus)) van het ‘Bestemmingsplan Harmonisatie van diverse regelingen ('laaghangend fruit')’. De gronden ten noorden en oosten van de beoogde woonbestemming (circa 4.170 m²) zijn reeds ingericht met beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van de locatie. De volgende figuren geven een impressie van de beoogde situatie.
Landschappelijke inpassing
Overkapping (126 m²) Bijbehorend bouwwerk (144 m²)
Nieuwe woning
Aan gemeente over te dragen grond (110 m²)
Figuur 8: Beoogde situatie
Figuur 9: Impressie plangebied (vogelvlucht) 7 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
4.
Beleidskader
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Deze visie vervangt een aantal nationale nota’s, waaronder de Nota Ruimte. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke beleid en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: • De concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken (door het creëren van een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat); • De bereikbaarheid verbeteren; • Zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. De nationale belangen uit de SVIR zijn juridisch geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, welke weer een doorwerking kent in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). De locatie ligt in het bij het Rarro aangewezen radarverstoringsgebied van het radarstation Volkel. De ‘vrijwaringszone – radar’ is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking (art.3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Sinds 1 juli 2017 is de gewijzigde Ladder van toepassing (besluit tot wijziging Bro). Een van de wijzigingen betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke ‘treden’ en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door ‘behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Onderhavige ontwikkeling ziet niet op een toename van woningen; het gaat hier om vervangende nieuwbouw. Derhalve wordt dit niet gezien als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. De Ladder is dan ook niet van toepassing.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant (‘De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving’) vastgesteld. 8 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren (tot 2050). Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. Die visie is zelfbindend, dat wil zeggen dat een overheidslaag zich aan haar eigen visie moet houden. Een overheid kan de keuzes uit de Omgevingsvisie vastleggen in regels, de Omgevingsverordening. Aan die regels moeten overheden, bedrijven en burgers zich houden. Ten aanzien van de landbouw wordt gestreefd dat in 2050 de bestaande problemen in de fysieke leefomgeving opgelost.
De landbouw produceert op een duurzame manier en onze natuur en landschappen zijn veerkrachtig en aantrekkelijk. De bodem-, water en luchtkwaliteit zijn weer gezond. Dankzij investeringen in natuur, verdrogingsbestrijding, bodem, waterkwaliteit, een groene (natuurrijke) inrichting van woon- en werkgebieden en het terugdringen van emissies uit landbouw en industrie is zowel de menselijke leefomgeving als die voor flora en fauna verbeterd. Dit leidt tot een goed welbevinden en een grote soortenrijkdom. De ontwikkeling past binnen het beleid zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Door het saneren van een veehouderijlocatie wordt voorkomen dat een nieuwe veehouderij zich kan vestigen waardoor de uitstoot van milieubelastende stoffen als ammoniak, geur en fijn stof wordt voorkomen. 4.2.2
Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Het ontwerp is opgesteld om te voldoen aan de nieuwe Omgevingswet. De regels in de omgevingsverordening sluiten aan op de werkwijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De regels sluiten verder aan bij vastgesteld beleid, bijvoorbeeld het diep, rond en breed kijken uit de Omgevingsvisie. Of de doelen en ambities voor duurzame energie uit de Energie-agenda of bij de uitwerking van beleid in het Regionaal waterprogramma. De Omgevingswet vraagt dat provincies afwegen of het vanuit subsidiariteit nodig is om op provinciaal niveau rechtstreeks werkende (algemene) regels te stellen. In het algemeen geldt dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten, bijvoorbeeld omdat de provincie vanuit de wet verantwoordelijk is om bepaalde doelen te halen, of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. Bij het opnemen van instructieregels aan gemeente en waterschap geldt dat deze nodig zijn vanuit de opgaven en ambities uit de omgevingsvisie. Bij het vormgeven van de instructieregels geldt dat waar mogelijk is gewerkt met kaders die ruimte bieden voor eigen beleidsmatige invullingen.
Voor enkele onderwerpen, zoals het Natuurnetwerk Brabant, beleid rondom de veehouderij of het voldoen aan omgevingswaarden is die ruimte beperkt. Ten opzichte van de huidige Interim omgevingsverordening is een aantal wijzigingen doorgevoerd. Een van de wijzigingen is dat de gebieden ‘Verstedelijking afweegbaar’ komt te vervallen. Gemeenten zijn daardoor 9 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
zelf aan zet om gebaseerd op de diep-rond-breed methodiek uit de omgevingsvisie een afweging te maken waar stedelijke ontwikkeling het beste een plek kan krijgen. Het beleid zoals opgenomen in de nieuwe Omgevingsverordening vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.2.3
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld (geconsolideerde versie, 8 december 2020), vooruitlopend op de aanstaande Omgevingswet. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Deze verordening vervangt onder andere de Verordening ruimte NoordBrabant. Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘landelijk gebied’, ‘gemengd landelijk gebied’ en ‘verstedelijking afweegbaar’. Daarnaast is de locatie aangeduid als ‘sanerings- en verplaatsingslocatie – RBV’ (zie volgende figuur).
Figuur 10: Uitsnede ‘Basiskaart landelijk gebied’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Tot het gemengd landelijk gebied behoort het gebied buiten bestaand stedelijk gebied met uitzondering van Natuur Netwerk Nederland, ecologische verbindingszone, primaire waterkeringen, rivierbed en groenblauwe mantel. De provincie geeft binnen deze gebieden ruimte aan de gemeenten om zelf aan te geven welke ontwikkelmogelijkheden er zijn voor een gevarieerde plattelandseconomie en in welke gebieden het agrarische gebruik prevaleert. Verder is de locatie gelegen binnen de aanduiding ‘stalderingsgebied’. Deze is gerelateerd aan de veehouderij. Aangezien het hier geen ontwikkeling van de veehouderij betreft, zijn deze regels niet van toepassing. Tevens is het plangebied gelegen binnen de besluitvakken algemene en rechtstreeks werkende regels voor veehouderijen en voor mestbewerking. Echter, de beoogde ontwikkeling betreft geen ontwikkeling van een veehouderij, waardoor de bijbehorende regels niet van toepassing zijn. 10 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
De volgende regels zijn van toepassing op onderhavig initiatief: • Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; • Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik; • Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap; • Artikel 3.67 Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf; • Artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied; • Artikel 3.69 Afwijkende regels voor wonen. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit In artikel 3.5 zijn regels opgenomen voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Deze zijn opgenomen om een bijdrage te leveren aan een juiste balans tussen beschermen en benutten, Bij de evenwichtige toedeling van functies speelt de balans tussen beschermen en benutten een belangrijke rol. Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. De zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie: zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Onderhavig plan ziet op de sanering van een agrarische bedrijfslocatie.
De agrarische bestemming wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’ waarbinnen een nieuwe woning met een oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken van 270 m² wordt opgericht. Door de functiewijziging worden de mogelijkheden om een veehouderij te herstarten teniet gedaan. Door het saneren van een veehouderijlocatie wordt voorkomen dat een nieuwe veehouderij zich kan vestigen waardoor de uitstoot van milieubelastende stoffen als ammoniak, geur en fijn stof wordt voorkomen. Door de herbouw van de woning op een grotere afstand van de weg ontstaat, naast een aanvaardbaarder woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied, ook een verkeersveiligere situatie. De woonfunctie betreft een in het buitengebied passende functie. De nieuwe woonbestemming belemmert de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven niet. De ontwikkeling draagt bij aan een goede omgevingskwaliteit door het slopen van verouderde bebouwing en de duurzame instandhouding van de reeds uitgevoerde landschappelijke inpassing. Er is sprake van een goede omgevingskwaliteit als gevolg van de ontwikkeling. Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3.6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten.
Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel. Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. Er is sprake van een bestaand bouwperceel, dat met de bestemmingswijziging qua oppervlakte vrijwel gelijk blijft (2.270 m²).
Het betreft een bouwperceel op maat; de grens hiervan ligt strak om de nieuwe bebouwing. 11 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Het plan draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van de naaste omgeving. Door het verplaatsen van de langgevelboerderij op grotere afstand van de weg ontstaat tezamen met het nieuwe bijbehorend bouwwerk en overkapping een compact, geconcentreerd cluster aan bebouwing. In het verleden zijn reeds de varkensstallen gesloopt in het kader van een regeling voor de beëindiging van de veehouderij. De locatie is reeds op een zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast. Ingeval van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). In paragraaf 3.1.2 is gemotiveerd dat een verdere toetsing aan de Ladder niet noodzakelijk is. Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met bodemkwaliteit, waterhuishouding, cultuurhistorische waarden, ecologische waarden en landschappelijke waarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5). Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Kwaliteitsverbetering van het landschap Vanuit het bereiken van een goede omgevingskwaliteit geldt in Noord-Brabant sinds 2014 de regeling Kwaliteitsverbetering landschap.
Een bestemmingsplan dat een ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk gebied voorziet daartoe in een regeling. Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze regeling is in 2011 een handreiking Kwaliteitsverbetering van het landschap opgesteld. Vrijwel alle gemeenten in de provincie hebben de regeling verder uitgewerkt in beleid en regionaal afspraken gemaakt over de toepassing. Op diverse plaatsen in de verordening zijn verbijzonderingen van de kwaliteitsverbetering landschap opgenomen. De verplichtingen die daaruit voortvloeien, maken deel uit van de kwaliteitsverbetering landschap als bedoeld in dit artikel, zoals bijvoorbeeld verplichtingen tot sloop van bebouwing, het saneren van windturbines of de vastgelegde minimale verplichting voor een landschappelijke inpassing bij veehouderijen en mestbewerking. Ook wordt de mogelijkheid geboden om een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds te storten. Veel gemeenten hebben in het kader van het regionaal overleg afspraken gemaakt met de provincie over de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap. Voor die gemeenten geldt dat zij in de toelichting van het bestemmingsplan naar deze afspraken kunnen verwijzen. De kwaliteitsverbeterende maatregelen dienen zowel financieel, juridisch en feitelijk geborgd te worden in het plan.
Voor de ontwikkeling wordt aangesloten bij de ‘Regeling kwaliteitsverbetering van het landschap gemeente Sint-Oedenrode 2016’. In dit beleidsstuk is het toepassingsbereik van kwaliteitsverbetering, de hoogte van de basisinspanning en aanvullende kwaliteitsverbetering vastgelegd. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hierin in drie categorieën ingedeeld, beoordeeld op impact op de omgeving en het landschap. Onderhavig initiatief valt onder ‘wijziging bestemming agrarisch bedrijf in bestemming wonen, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5.000 m², overtollige voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m² voormalige bedrijfsbebouwing resteert’. Dit betreft een ontwikkeling in categorie 2, waarvoor een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer is vereist. De locatie is reeds op een zorgvuldige manier landschappelijk ingepast, in samenwerking met de provincie. Het landschappelijk inpassingsplan is bijgevoegd als bijlage. Juridische en feitelijke verankering De kwaliteitsverbetering van het landschap wordt juridisch vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan door de gronden ten behoeve van landschappelijke inpassing middels een specifieke aanduiding aan te duiden. Daarmee wordt de duurzame instandhouding van de beplanting verankerd.
12 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Sanerings- en verplaatsingslocatie agrarisch bedrijf In artikel 3.67 zijn regels opgenomen voor locaties die zijn aangewezen als sanerings- en verplaatsingslocatie. Het gaat om gevallen waar subsidie is verleend op basis van regelingen (zoals RBV, BIV voor de sanering van een bedrijf en waarbij de insteek is dat de bestemming op het perceel wordt aangepast. Bij het verlenen van subsidie is in deze regelingen de voorwaarde opgenomen dat op de locatie een passende bestemming wordt gelegd die voorkomt dat de gesaneerde functie terugkomt. Onderhavige locatie betreft een sanerings- en verplaatsingslocatie. Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt de agrarische bedrijfsbestemming omgezet in een woonbestemming. Hiermee wordt voorkomen dat de gesaneerde varkenshouderij op de locatie terugkomt. Hiermee wordt voldaan aan de regels. Wonen in landelijk gebied In artikel 3.68 zijn regels ten aanzien van wonen in landelijk gebied opgenomen. Uitgangspunt is dat in beginsel geen woningen mogen worden toegevoegd in landelijk gebied. Hierop geldt een aantal uitzonderingen, zie artikel 3.69. Afwijkende regels wonen In artikel 3.69 is onder lid c opgenomen dat een bestemmingsplan kan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en dat overtollige bebouwing wordt gesloopt.
De voormalige bedrijfswoning wordt in de beoogde situatie elders op het perceel herbouwd en gebruikt als burgerwoning. In de beoogde situatie is geen sprake van een splitsing in meerdere woonfuncties. De voormalige varkensstallen zijn reeds gesloopt in het kader van een beëindigingsregeling. In de huidige situatie is geen sprake meer van overtollige bebouwing. Conclusie De ontwikkeling voldoet aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Structuurvisie Veghel 2030
Op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Veghel de Structuurvisie Veghel 2030 vastgesteld. In deze structuurvisie zijn de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de lange termijn op hoofdlijnen beschreven. De structuurvisie omvat het gehele grondgebied van de voormalige gemeente Veghel en heeft betrekking op de periode tot 2030. In deze structuurvisie is veel aandacht voor het versterken van de dorpse woonkwaliteiten in de zeven kernen binnen de gemeente en het op peil houden van de bijbehorende voorzieningen. Binnen de structuurvisie is het plangebied gelegen binnen het gebied ten behoeve van het ontwikkelingen van een afwisselend buitenlandschap (zie volgende figuur).
13 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Plangebied
Figuur 11: Uitsnede kaart ‘Structuurvisie Veghel 2030’ Visiekaart 2030
Binnen dit gebied is ruimte voor een menging van verschillende functies, waaronder werken. Daarnaast is de locatie gelegen binnen een woongebied in de vorm van een bebouwingslint. De functie ‘Wonen’ past binnen deze gebieden. Het initiatief past binnen de uitgangspunten van de structuurvisie. 4.3.2
Visie gemeente Meierijstad ‘Kansen voor Kwaliteit’
De gemeentelijke visie ‘Kansen voor kwaliteit’ is een afwegingskader voor herontwikkeling van vrijkomende (agrarisch) bebouwing. Het afwegingskader voor vrijkomende (agrarische) bebouwing ‘Kansen voor Kwaliteit’ tracht hier in te voorzien. Het doel van dit rapport is om te komen tot een afwegingskader voor de herontwikkeling van vrijkomende (agrarische) bebouwing, waarbij de (directe) omgeving leidend is, een verbetering van de kwaliteit vereist is en de direct omwonenden en andere belanghebbenden worden betrokken. De functie wonen valt onder de gebiedspassende functies. Gebiedspassende functies zijn functies die op zich horen op een bedrijventerrein of binnen de bebouwde kom, maar die ruimtelijk verantwoord passen of in te passen zijn in (delen van) het buitengebied. Gebiedspassende functies worden niet uitgesloten, maar er wordt wel kritischer getoetst op kwaliteit. Het toevoegen van een nieuwe woonfunctie in het buitengebied vormt vaak een belangrijke economische component van een nieuwe ontwikkeling. Dit kan zijn de splitsing van een cultuurhistorisch waardevol pand of het toevoegen van een zogenaamde Ruimte-voor-Ruimte woning. Voor het buitengebied wordt een beperkt aantal woningen gereserveerd. Er wordt, zo veel als mogelijk, gestuurd op andere oplossingen dan woningbouw.
Onderhavige ontwikkeling ziet niet op een toevoeging van een nieuwe wooneenheid in het buitengebied, maar van een wijziging van een agrarische bedrijfswoning in een burgerwoning. Deze wijziging belemmert de omliggende functies niet. Derhalve past binnen de visie van de gemeente.
14 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
5. Cultuurhistorie en archeologie 5.1
Cultuurhistorie
Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Volgens de ‘Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016’ van de provincie Noord-Brabant is het plangebied gelegen binnen de van cultuurhistorisch belang zijnde regio ‘Meierij’.
Plangebied
Figuur 12: Uitsnede ‘Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herziening 2016’ Noord-Brabant
De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt. Daarnaast zijn de wegen grenzend aan het plangebied (Rijkerbeek en Looieind) aangeduid als een lijn met redelijk hoge waarde. De volgende figuur toont een uitsnede van de Erfgoedkaart van de voormalige gemeente Veghel.
15 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Looieind: oude weg/tracé
Plangebied
Rijkerbeek: oude weg/tracé
Oud erf
Figuur 13: Uitsnede Erfgoedkaart voormalige gemeente Veghel
Hierop zijn de Rijkerbeek en Looieind aangemerkt als oude wegen met een cultuurhistorische waarde. Het plangebied zelf is aangeduid als oud erf. Begin 20e eeuw was hier reeds een boerderij met bijbehorend erf aanwezig. De huidige woonboerderij is niet aangemerkt als cultuurhistorische waardevol object. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande woning en bijbehorend bouwwerk te slopen en te herbouwen, op grotere afstand van de weg Rijkerbeek. Bij herbouw van de boerderij wordt qua uiterlijke verschijningsvorm aangesloten bij enerzijds de huidige langgevelboerderij en anderzijds de langgevelboerderij Looieind 27, die is aangeduid als gemeentelijk monument. Daarbij wordt bij het ontwerp rekening gehouden met het huidige straatbeeld; de nieuwe woning is qua massa en uitstraling vergelijkbaar met de bestaande boerderij. De nieuwe langgevelboerderij wordt vergezeld door een nieuw bijbehorend bouwwerk en een overkapping die qua stijl en verschijningsvorm passen bij het ontwerp van de boerderij, zodat een ensemble ontstaat dat past bij de aanduiding oud erf. De ontwikkeling doet derhalve geen afbreuk aan de cultuurhistorische waarden van het gebied. Door de Onderhavige ontwikkeling vormt dan ook geen belemmering voor het behoud van de aanwezige waarden.
5.2
Monumenten
In de directe omgeving van het plangebied is een gemeentelijk monumenten aanwezig, te weten langgevelboerderij aan Looieind 27. De beoogde ontwikkeling heeft geen negatief effect op het monument.
5.3
Archeologie
Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt moeten, in het geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge 16 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
of middelhoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart worden gebracht. Volgens het vigerende bestemmingsplan is het plangebied gedeeltelijk gelegen binnen de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ en gedeeltelijk binnen ‘Waarde – Archeologie 2’. De locatie waar de nieuwe bebouwing wordt opgericht is gelegen binnen ‘Waarde – Archeologie 2’. Binnen aangewezen gronden voor ‘Waarde – Archeologie 2’ is archeologisch onderzoek nodig bij uitbreiding van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m² en grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld. De totale oppervlakte aan nieuwe bebouwing bedraagt circa 500 m². Echter, op de locatie waar de woning wordt herbouwd en de bijbehorende bouwwerken worden opgericht hebben in het verleden varkensstallen met mestkelders gestaan (zie volgende figuur).
Figuur 14: Luchtfoto locatie varkenshouderij in bedrijf
Deze stallen (inclusief mestkelder) zijn in het kader van een beëindigingsregeling verwijderd. Dit betekent dat de gronden reeds verstoord zijn, waardoor de aanwezigheid van archeologische waarden naar verwachting zeer klein is. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Ook tast de ontwikkeling de archeologische (verwachtings)waarden niet aan. Indien tijdens werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt een meldingsplicht conform Artikel 53 van de Monumentenwet.
17 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
6. Groenstructuur en natuur 6.1
Groenstructuur plangebied
6.1.1
Natuur Netwerk Brabant
Natuur Netwerk Brabant maakt onderdeel uit van Natuur Netwerk Nederland, dat een samenhangend geheel is van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. Op een afstand van circa 400 meter van het plangebied is het dichtstbijzijnde gebied behorende tot Natuur Netwerk Brabant (rivier de Aa) gelegen (zie volgende figuur). Door onderhavige ontwikkeling wordt dit gebied niet aangetast c.q. doorkruist.
Plangebied
NNB
Figuur 15: Natuur Netwerk Brabant (bron: kaartbank.brabant.nl)
6.1.2
Landschappelijke waarden
Het plangebied is gelegen in de landschapszone ‘oude ontginningen’ (zie volgende figuur).
18 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Plangebied
Figuur 16: Uitsnede ‘Visiekaart’ Gebiedsvisie Buitengebied in Ontwikkeling
Dit betreffen de kleinschalige en meer gesloten akkercomplexen. De veelal bolle akkers liggen van oorsprong op de overgang van de hogere gronden naar de lager gelegen beekdalen. De randen worden veelal bepaald door een slingerend wegenpatroon waarlangs kleinschalige lintbebouwing is gevestigd. De percelen hebben een onregelmatig patroon. Aan de randen komt beplanting voor in de vorm van boselementen, weg- en erfbeplanting. De boerderijen vormen een transparant lint langs de rand van de akker. Dit zijn veelal oudere boerderijen (type langgevelboerderij) met bijbehorende kleine erven. Vooral deze langgevelboerderijen vormen, daar waar deze in een hogere dichtheid voorkomen, een sterke begrenzing van de akker. De traditionele inrichtingen van het erf zijn goed te herkennen. Het erf is aan de zijde van het voorhuis, het woongedeelte, ingericht als siertuin, omzoomd door hagen. Verder is het erf vooral functioneel ingericht met elementen als een moestuin, boomgaard, schapenweitje. Opvallend is de informele setting van de kleine gebouwen binnen het erf. Inmiddels heeft een zekere schaalvergroting plaatsgevonden. De informele setting direct aan de weg is nog steeds herkenbaar, maar nu afgewisseld met diepere erven met grotere gebouwen en meer verhard oppervlak.
Onderhavige locatie is reeds op een zorgvuldige manier landschappelijk ingepast, waarbij gebruik is gemaakt van de provinciale subsidieregeling. Voor een uitgebreide beschrijving van het landschappelijk inpassingsplan en de gemaakte keuzes wordt volledigheidshalve verwezen naar het plan dat is bijgevoegd als bijlage. De volgende figuur toont een uitsnede van de tekening van het landschappelijk inpassingsplan. In overleg met provincie is de poel gewijzigd uitgevoerd.
19 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Figuur 17: Uitsnede kaart landschappelijk inpassingsplan
6.2
Wet natuurbescherming
6.2.1
Gebiedsbescherming
Natura2000-gebieden Natura2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. De bescherming van deze gebieden is gebaseerd op internationale verplichtingen (Vogel- en Habitatrichtlijn). Per Natura2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft Deurnsche Peel & Mariapeel op een afstand van circa 19 kilometer. Stikstofdepositie Stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden is een belangrijke factor die van invloed is op de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. Voor de berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkeling is het gebruik van de locatie van belang. Ten opzichte van de huidige planologische situatie is er echter geen sprake van een toename aan verkeersbewegingen of andere bronnen in de gebruiksfase die stikstofdepositie als gevolg hebben.
Gelet hierop zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura2000-gebieden te verwachten als gevolg van de gebruiksfase.
20 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Overige verstorende effecten Gelet op de ruime afstand tot de natuurgebieden zijn er geen significante effecten te verwachten op de gebieden als gevolg van overige verstorende factoren (zoals verstoring door licht, geluid, versnippering). 6.2.2
Soortenbescherming
In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de ontwikkeling. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De toets in het kader van de soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming, die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Deze wet regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. De bouwactiviteiten zorgen voor een tijdelijke verstoring van de directe omgeving. Permanente verstoring door menselijke activiteiten, zoals licht en geluid, zullen beperkt blijven tot het plangebied.
Quick scan flora en fauna In verband met de sloop van de boerderij en bijbehorend bouwwerk is op locatie een quick scan flora en fauna uitgevoerd. Onderstaand wordt een korte beschrijving gegeven van de resultaten van het onderzoek. Voor een volledige beschrijving wordt verwezen naar de rapportage van het uitgevoerde onderzoek wat is toegevoegd als bijlage aan onderhavige rapportage.
Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Noord-Brabant een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.
Vleermuizen
De te slopen bebouwing is niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht.
Algemeen voorkomende vogels
In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. 21 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
De geplande activiteiten leiden niet tot overtredingen van de Wet natuurbescherming. De ontwikkeling binnen het plangebied heeft naar verwachting geen effecten op beschermde dier- en plantensoorten. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk.
22 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
7. Water 7.1
Waterbeleid
Met betrekking tot de waterhuishouding zijn diverse beleidsstukken relevant. Genoemd kunnen worden: Provinciaal Waterplan Noord-Brabant, Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas, Vierde Nota Waterhuishouding, Waterbeleid in de 21e eeuw WB21, Nationaal bestuursakkoord water, Beleidsbrief regenwater en riolering. Centraal in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim waaraan voldaan moet worden. Daarbij zijn de volgende strategieën leidend: • Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Watertoets Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde Watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor de waterhuishouding betekenen. Ook is het overleg met de waterbeheerder onderdeel van deze watertoets. Het waterkwaliteitsbeheer en het waterkwantiteitsbeheer in de gemeente Meierijstad is in handen van het Waterschap Aa en Maas en de gemeente. Waterbeheerplan Waterschap Aa en Maas 2016-2021 In het waterbeheerplan van Waterschap Aa en Maas wordt aangeven wat de doelen zijn voor de periode 2016-2021 en hoe deze doelen bereikt moeten worden.
Het plan is afgestemd op het Stroomgebiedsbeheerplan Maas 2, het Nationaal Waterplan 2, Overstromingsbeheerplan 1, Beheerplan Rijkswateren, het Provinciaal Waterplan en Waterbeheerplannen van de andere Nederlandse waterschappen. Het doel van het waterbeheerplan is om het watersysteem en de afvalwaterketen op orde te houden. Het beheer van water door het waterschap bepaalt mede dat mensen en dieren in Noordoost-Brabant leven in een veilige, schone en prettige omgeving. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende thema’s: • Veilig en bewoonbaar; • Voldoende water en robuust watersysteem; • Schoon water; • Gezond en natuurlijk water; • Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Beleidsuitgangspunten: • Wateroverlastvrij bestemmen: bij de locatiekeuze voor een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met een plek die ‘hoog en droog genoeg is’; • Gescheiden houden van vuil water en schoon regenwater: het streefbeeld is het afvoeren van het vuile water via de riolering en het binnen het plangebied verwerken van het schone regenwater; • Doorlopen van de afwegingsstappen ‘hergebruik – infiltratie – buffering – afvoer’: het beleid van het waterschap is dat altijd onderzocht dient te worden hoe het meest efficiënt/volgens deze methode omgegaan kan worden met het schone hemelwater; • Hydrologisch neutraal bouwen: bij nieuwe ontwikkelingen
dient te worden voldaan aan het principe van hydrologisch neutraal bouwen, waarbij de nieuwe hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie; • Water als kans: water kan een meerwaarde bieden aan het plan, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de belevingswaarde van water; • Meervoudig ruimtegebruik: in de plannen moet ruimte worden vrijgemaakt voor water. Door bij de 23 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
• •
inrichting van een plangebied de ruimte voor meerdere doeleinden te gebruiken, is het verlies van ruimte aan water te beperken; Voorkomen van verontreiniging: het streven van het waterschap is om nieuwe (bronnen van) verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen; Waterschapsbelangen: waterschapsbelangen met een ruimtelijke component zijn de ruimteclaims voor waterberging en voor de aanleg van natte EVZ's en beekherstel en de aanwezigheid en ligging van het watersysteem, waterkeringen, infrastructuur en de ruimteclaims ten behoeve van de afvalwaterketen in beheer van het waterschap.
Keur Brabantse waterschappen Voor waterhuishoudkundige ingrepen binnen de projectlocatie is de Keur waterschap Aa en Maas van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Beleidsregel hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse Waterschappen hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. De Keur is in 2021 geactualiseerd. Bij een toename en het afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer.
Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m2, toename van een verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m2. Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP+) 2017-2022 Op 21 september 2017 is door de gemeenteraad van Meierijstad het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP+) 2017-2022 vastgesteld. Naast het in stand houden en goed laten functioneren van het rioolstelsel richt het VGRP+ zich ook op het klimaatbestendig inrichten van openbaar en particulier gebied, het verhogen van het waterbewustzijn en stimuleren en waterbewust handelen, het verduurzamen van de afvalwaterketen, het behalen van de waterkwaliteitsdoelen, het doelmatig verwerken van afvalwater in het buitengebied, het verhogen van de belevingswaarde en benutten van water voor natuur en recreatie, het verder professionaliseren van het stedelijk waterbeheer en samenwerken met andere waterpartners. In het VGRP+ 2017-2022 zijn de te nemen maatregelen en onderzoeken op hoofdlijnen opgenomen. Vanuit het VGRP+ geldt dat elke toegevoegde m² verharding hydrologisch neutraal ontwikkeld dient te worden.
7.2
Oppervlaktewater
De volgende figuur toont de ligging van de leggerwatergangen in de omgeving van het plangebied, die in beheer zijn bij het waterschap Aa en Maas.
24 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Plangebied
Figuur 18: Ligging leggerwatergangen (https://maps.aaenmaas.nl/portaal/legger_oppervlaktewater/)
Het plangebied is op geruime afstand van deze watergangen gelegen om invloed op de oppervlaktewaterhuishouding van het gebied uit te oefenen.
7.3
Grondwater
Via de Bodematlas van de provincie Noord-Brabant zijn gegevens opgevraagd over de grondwaterstand bij de onderzoekslocatie. Uit gegevens is gebleken dat de gemiddelde hoogste waterstand zich rond de 140160 centimeter beneden maaiveld bevindt en de gemiddelde laagste grondwaterstand 200-250 centimeter beneden maaiveld (zie volgende figuren).
Figuur 19: Gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) 25 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Figuur 20: Gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG)
7.4
Omgang met hemelwater
Verhard oppervlak In onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de oppervlaktes verharding (dakoppervlakte en erfverharding) in de huidige en beoogde situatie. Tabel 1: Toename verhard oppervlak bestaande en beoogde situatie Verhard oppervlak Huidige situatie (m2) Toekomstige situatie (m2) Dakoppervlak 260 250 • Woning 168 270 • Bijbehorend bouwwerk Erfverharding 530 530
Totaal
958
1.050
In de beoogde situatie is sprake van een toename van verhard oppervlak 92 m2. Afvoer hemelwater In de Keur 2015 is een vrijstelling van de compensatie opgenomen voor nieuwe verharde oppervlakken kleiner dan 500 m2. Aangezien de toename van het verhard oppervlak niet groter is dan 500 m2, is bij deze ontwikkeling sprake van een vrijstelling van de Keur. Dit betekent dat er vanuit de Keur geen compensatie wordt gevraagd voor deze ontwikkeling. Dit is wel het geval op basis van het gemeentelijk beleid. Op basis van de toename aan verhard oppervlak van 92 m² en de bergingseis van 0,06 meter dient een volume van 5,5 m³ aan hemelwater te worden geborgen. Binnen het plangebied is reeds een sloot/vijver aanwezig waar deze hoeveelheid kan worden geborgen (zie volgende figuur).
26 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
Ligging vijver/sloot
Figuur 21: Ligging vijver/sloot
In geval van hevige neerslagsituaties kan het hemelwater afstromen naar de omliggende gronden en de onverharde delen binnen het plangebied. Bij de inrichting van het terrein wordt hier rekening mee gehouden. Gebruik niet-uitlogende materialen Het gebruik van niet uitlogende materialen is conform het advies van de Dubo-richtlijn (Duurzaam Bouwen). In het Activiteitenbesluit staat dat niet verontreinigd hemelwater in principe in de bodem geïnfiltreerd kan worden of afgevoerd kan worden naar het oppervlaktewater, ook als dat in contact is geweest met oppervlakken als daken. Bij de eventuele herbouw van de woning zal geen gebruik worden gemaakt van onbehandelde uitlogende materialen zoals koper, zink en lood, teerhoudende dakbedekking (PAK’s) en van met verontreinigde stoffen verduurzaamd hout. Doordat het hemelwater niet vervuild is, is het geen probleem om het hemelwater te laten infiltreren. Huishoudelijk afvalwater Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd middels de bestaande aansluiting op de gemeentelijke riolering.
7.5
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan het beleid van Waterschap Aa en Maas en de gemeente Meierijstad inzake de watertoets.
27 Toelichting bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Rijkerbeek 5’
8. Fysieke belemmeringen 8.1
Kabels en leidingen
De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in een gebied kunnen de realisatie van eventuele bouwplannen in de weg staan. Buiten de normale huis- en bedrijfsaansluitingen liggen geen leidingen in de directe omgeving van het plangebied die een fysieke belemmering vormen. In de directe omgeving zijn geen kabels en leidingen gelegen.
8.2
Radarverstoringsgebied
Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding ‘vrijwaringszone – radar’ ter waarborging van de bij het radarverstoringsgebied behorende hoogtebeperking. Radarsystemen dienen ‘vrij zicht’ te hebben om goed te kunnen functioneren. Objecten binnen een straal van 27,8 kilometer gemeten vanaf de positie van de radar kunnen resulteren in een verstoring van het radarbeeld. Binnen dit gebied mogen dan ook geen objecten worden geplaatst (gebouwd) met een hoogte van meer dan 45 meter ten opzichte van de hoogte van het maaiveld ter plaatse van de radar. In de regels en op de verbeelding is derhalve een vrijwaringszone opgenomen. De ontwikkeling ziet niet op de bouw van nieuwe bebouwing hoger dan 45 meter en vormt dan ook geen belemmering.
8.3
Hoogspanningslijnen
Op een afstand van ongeveer 1,6 kilometer van het plangebied ligt een hoogspanningslijn. Gelet op de afstand tussen het plangebied en deze lijn vormt dit aspect geen belemmering.
8.4
Spuitzones gewasbescherming
Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabijgelegen, voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. Vanwege mogelijk vrijkomende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag mensen verblijven of samenkomen. Een woning met tuin wordt als zodanig aangemerkt. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de bewoners van de woningen. De 50 meter afstand is echter een indicatieve en willekeurige afstand. Een verantwoorde afstand hangt onder meer af van het soort teelt ter plaatse en de plaatselijke omstandigheden. Drift in bijvoorbeeld de fruitteelt is door de aard van de bespuiting, met name op- en zijwaarts gericht spuiten en spuitfrequentie intensiever dan bijv. bespuitingen in de lage bomenteelt of aardappelteelt.