Toelichting en regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel
Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48
Plan
Betreffende
Woonlocatie Grote Braeck, Schijndel
Planstatus
vastgesteld
Projectnummer
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M- VG01
Datum
4 april 2024
Inhoudsopgave Toelichting
8
Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding en doel
9
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
12
Hoofdstuk 2
Gebiedsanalyse
14
2.1
Inleiding
14
2.2
Ontstaansgeschiedenis
15
2.3
Ondergrond
18
2.4
Netwerklaag
21
2.5
Occupatielaag
24
2.6
Samenvatting gebiedsanalyse
26
Hoofdstuk 3
Planontwikkeling
27
3.1
Stedenbouwkundige hoofdstructuur
27
3.2
Verkeer en parkeren
32
3.3
Duurzame en gezonde leefomgeving
35
Hoofdstuk 4
Beleid
37
4.1
Nationaal niveau
37
4.2
Provinciaal niveau
41
4.3
Gemeentelijk niveau
55
Hoofdstuk 5
Uitvoeringsaspecten
74
5.1
Milieu
74
5.2
Waarden
95
5.3
Waterparagraaf
101
5.4
Beperkingen in verband met militair vliegveld Volkel
107
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
109
6.1
Kostenverhaal
109
6.2
Gemeentelijke grondexploitatie
109
Hoofdstuk 7
Juridische aspecten
110
7.1
Algemeen
110
7.2
Planregels
110
Hoofdstuk 8
Procedure
113
8.1
Omgevingsdialoog
113
8.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
113
8.3
Ter inzage legging
113
8.4
Vaststelling door gemeenteraad
113
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 3 van 172
Datum:4 april 2024
Bijlagen toelichting
115
Bijlage 1
Stedenbouwkundig Plan
115
Bijlage 2
Beeldkwaliteitplan
115
Bijlage 3
Verkeerstoets Grote Braak te Schijndel
115
Bijlage 4
Parkeerbalans auto's
115
Bijlage 5
Parkeerbalans fietsen
115
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek Grote Braak, Schijndel
115
Bijlage 7
Aanvullend verkennend bodem- en asbestonderzoek
115
Bijlage 8
Verkennend waterbodemonderzoek
115
Bijlage 9
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740/ Verkennend bodemonderzoek asbest NEN5707 Plein 23
115
Bijlage 10
Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Plein ong.
115
Bijlage 11
Quickscan externe veiligheid
115
Bijlage 12
Advies veiligheidsregio
115
Bijlage 13
Agrarisch geuronderzoek
115
Bijlage 14
Akoestisch onderzoek verkeerslawaai
115
Bijlage 15
Advies GGD
115
Bijlage 16
Historisch vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten
115
Bijlage 17
Projectplan Ontplofbare Oorlogsresten
115
Bijlage 18
Detectieonderzoek Ontplofbare Oorlogsresten
115
Bijlage 19
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
115
Bijlage 20
Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek d.m.v. boringen
115
Bijlage 21
Selectieadvies verkennend bureau- en veldonderzoek
115
Bijlage 22
Archeologisch Programma van Eisen
115
Bijlage 23
Selectieadvies PvE
116
Bijlage 24
Quickscan flora en fauna
116
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 4 van 172
Datum:4 april 2024
Bijlage 25
Stikstofdepositie-onderzoek
116
Bijlage 26
Nader soortenonderzoek
116
Bijlage 27
Populatieonderzoek steenuil
116
Bijlage 28
Waterhuishoudkundig onderzoek
116
Bijlage 29
Verslag omgevingsdialoog eerste fase
116
Bijlage 30
Aanvullend verslag omgevingsdialoog
116
Bijlage 31
Notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen
Regels
116
117
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
118
Artikel 1
Begrippen
118
Artikel 2
Wijze van meten
133
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
135
Artikel 3
Groen
135
Artikel 4
Verkeer - Verblijfsgebied
137
Artikel 5
Wonen
138
Artikel 6
Woongebied - 1
141
Artikel 7
Woongebied - 2
146
Artikel 8
Waarde - Archeologie 4
151
Artikel 9
Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle ensembles
155
Artikel 10
Waarde - Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen
156
Hoofdstuk 3
Algemene regels
158
Artikel 11
Anti-dubbeltelregel
158
Artikel 12
Algemene bouwregels
159
Artikel 13
Algemene gebruiksregels
161
Artikel 14
Algemene afwijkingsregels
165
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
168
Artikel 15
Overgangsrecht
168
Artikel 16
Slotregel
169
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 5 van 172
Datum:4 april 2024
Bijlagen regels
171
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
171
Bijlage 2
Cultuurhistorische waarderingskaart
171
Bijlage 3
Rapport Cultuurhistorie
171
Bijlage 4
Nota Parkeernormen Meierijstad 2018
171
Bijlage 5
Populatieonderzoek steenuil
171
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 6 van 172
Datum:4 april 2024
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 7 van 172
Datum:4 april 2024
Toelichting
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 8 van 172
Datum:4 april 2024
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel Dit bestemmingsplan voorziet in de planologische basis voor de realisatie van 241 woningen in het gebied tussen Plein, Langstraat en Venushoek, dat op de navolgende afbeelding is aangegeven. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt het agrarisch bedrijf inclusief de bijbehorende stallen aan Plein 21 gesaneerd. De twee bestaande agrarische bedrijfswoningen worden omgevormd tot twee reguliere woningen. Het initiatief voorziet in een divers woningbouwprogramma voor verschillende doelgroepen waarbij ten minste 25% van het programma bestaat uit sociale huur. Van de in totaal 241 woningen zijn 210 woningen ter plaatse van de agrarische gronden tussen de straten Plein, Langstraat en Venushoek voorzien en 31 woningen ter plaatse van de percelen M77 en M628 aan Plein. De ontwikkeling van deze gehele woonlocatie wordt de Grote Braeck genoemd. Het initiatief past niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk gebied'. De gemeente Meierijstad heeft echter aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een bestemmingsplanwijziging. Voorliggend bestemmingsplan bevat de toelichting en regels voor het realiseren van de Grote Braeck. 1.2 Ligging en kadastrale begrenzing Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie van het te ontwikkelen gebied weer.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 9 van 172
Datum:4 april 2024
TOPOGRAFISCHE SITUATIE
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 10 van 172
Datum:4 april 2024
Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend ontwikkelingsgebied ingetekend.
KADASTRALE SITUATIE
De gronden zijn kadastraal bekend gemeente Meierijstad, sectie M, nummers 9, 77, 81, 487 (gedeeltelijk), 590, 591, 608, 609. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 94.000 m². In onderstaande tabel zijn de perceelnummers en eigenaren weergegeven. Perceel M9 M 81, M 487 (gedeeltelijk), M591 en M 609 M 77; M628 M 590, M 630; M 631
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Eigenaar Gemeente Ruimte voor Ruimte Reuvers Ontwikkeling & Bouw Particulier
Pagina: 11 van 172
Datum:4 april 2024
1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Landelijk gebied', vastgesteld door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Schijndel d.d. 27 juni 2013. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is rood omlijnd.
UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 12 van 172
Datum:4 april 2024
De gronden zijn in het vigerende bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch met waarden Kleinschalig landschap', 'Wonen' en 'Verkeer'. Ter plaatse van de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Kleinschalig landschap' zijn de gronden onder meer aangewezen voor agrarisch bedrijf en agrarisch gebruik, een aan huis verbonden beroep, nevenactiviteiten, plattelandswoningen, extensief recreatief medegebruik, bed en breakfast, tuinen en onverharde paden. Ter plaatse van de enkelbestemming 'Wonen' zijn de gronden onder meer aangewezen voor woningen, aan huis verbonden beroepen, bed en breakfast water en huishoudkundige doeleinden, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen. Ter plaatse van de bestemming 'verkeer' zijn de gronden onder meer bestemd voor verkeersdoeleinden in de vorm van wegen en voeten fietspaden, water en huishoudkundige doeleinden en extensieve recreatie. Daarnaast geldt voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. De voor Waarde - Archeologie 4 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.
Verder geldt voor delen van het plangebied de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone verwervingsgebied', 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied', 'wro-zone - esdek', 'wro-zone - omgevingsvergunning historische verkavelingsstructuren', 'wro-zone wijzigingsgebied bebouwingsconcentratie'. Voor deze gebiedsaanduidingen gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de bestemming waarbinnen dit geldt. Conclusie Het initiatief betreft het ontwikkelen van een woonlocatie met in totaal 241 woningen, zoals in paragraaf 1.1 omschreven. Het initiatief past niet binnen het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk gebied', Een herziening van het bestemmingsplan is daarom noodzakelijk.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 13 van 172
Datum:4 april 2024
Hoofdstuk 2
Gebiedsanalyse
2.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft een ruimtelijk-functionele analyse van het plangebied weer, gebaseerd op de lagenbenadering. Er wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, de opbouw van het bodem- en grondwatersysteem, de eigenschappen en functies van de netwerken ter plaatse van het plangebied en de occupatielaag waar de ruimtelijk en functionele structuur wordt omschreven. Op de navolgende luchtfoto is de huidige situatie van het plangebied en de directe omgeving weergegeven.
LUCHTFOTO PLANGEBIED MET DIRECTE OMGEVING
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 14 van 172
Datum:4 april 2024
2.2
Ontstaansgeschiedenis
2.2.1 Schijndel Schijndel is een plaats en voormalige gemeente in de provincie Noord-Brabant en is gelegen in de Meierij van 's-Hertogenbosch. Dit is een landstreek in oostelijk Noord-Brabant dat historisch het noordoostelijke kwartier van het hertogdom Brabant vormde. Het gebied is al vanaf de IJzertijd en Romeinse tijd bewoond. Het dorp Schijndel bestond uit een kleine dorpskern met open velden eromheen. Dit zijn de oude cultuurgronden, die vanuit het oude dorp werden ontgonnen. Door het gebruik van heideplaggen en bemesting ontstonden opgehoogde, 'bolle' akkers. Vanaf de Middeleeuwen zijn ook de gronden buiten de zandrug, de te midden van de woeste gronden hoger gelegen dekzandkopjes, ontgonnen en geschikt gemaakt voor akkerbouw of weidegebiedjes. Deze kleine akkertjes worden ook wel “kampen” genoemd. Rondom de kampen en langs de wegen werden bomen geplant op de voorpootstrook. In de lager gelegen gebieden werden de gronden ontgonnen vanuit individuele boerderijen, waarbij iedere boerderij haar eigen perceel begrensde met bomen. Op de nattere delen en lemige gronden nabij de beekdalen werden populieren gepoot. Verkavelingsstructuren vormden veelal grillige patronen. In het begin van de 14e eeuw is Schijndel als gemeente uitgegeven. In de uitgifteakte zijn destijds onder meer de dorpsgrenzen vastgesteld.
Tijdens de 80-jarige oorlog in de tweede helft van de 16e eeuw en de eerste helft van de 17e eeuw werd Schijndel vrijwel geheel verwoest en leeggeroofd. Halverwege de 17e eeuw telden het dorp Schijndel ongeveer 375 huizen en het dorp verviel in armoede. In de eeuwen daarna heeft Schijndel zich geleidelijk weer tot een meer welvarend dorp ontwikkeld. Vanouds kende het voornamelijk landbouw en veeteelt. Schijndel is vanouds verdeeld in vijf gehuchten: Wijbosch, Elschot, Borne, Lutteleind en Broekstraat. Het dorp kende tot halverwege de 18e eeuw alleen zandwegen. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw kwam de eerste weg van keistenen. De ontsluiting van de gemeente kwam in de tweede helft van de 19e eeuw echter pas goed op gang door onder meer de aanleg van de spoorlijn Boxtel-Gennep, in de volksmond bekend als 'Duits lijntje'. In de 19e eeuw nam de welvaart in Schijndel toe door de toenemende handel van houtproducten, door zowel de aanwezige eikenbomen en populieren als de vestiging van een steen- en kaarsenwasfabriek. Het inwoneraantal van Schijndel is in de 19e en 20ste eeuw toegenomen en de kern heeft zich steeds verder uitgebreid. Onderstaande kaartjes geven de situatie van Schijndel in 1900 en nu weer en laten zien hoe de kern in de afgelopen eeuw is gegroeid tot een langgerekt dorp.
Voor de ontwikkeling van de identiteit van Schijndel zijn de laatste 100 tot 150 jaar het meest bepalend geweest. Per 1 januari 2017 is Schijndel geen zelfstandige gemeente meer. Samen met Sint-Oedenrode, Veghel en Erp maakt Schijndel sindsdien deel uit van de nieuwe gemeente Meierijstad.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 15 van 172
Datum:4 april 2024
TOPOGRAFISCHE KAART VAN SCHIJNDEL OMSTREEKS 1900
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 16 van 172
Datum:4 april 2024
TOPOGRAFISCHE KAART VAN SCHIJNDEL IN 2020
2.2.2 Plangebied Het plangebied ligt aan de rand tussen de kern Schijndel en de Rooise of Schijndelse Heide. Schaapsherders verzamelden hun kuddes op een 'plein' om van daaruit met de dieren naar de heide te vertrekken. De naam Plein (straat en park ten noordwesten van het plangebied) is een verwijzing naar die verzamelplaats. Dit gebied vormde vroeger een reststrook tussen twee groepen cultuurgrond, waar de beek de Borne doorheen liep. Inmiddels is het gebied ten noorden van de groenstrook helemaal bebouwd. De groenstrook fungeert nu als parkje en doet dienst als stevige groene buffer tussen de rand van Schijndel en het buitengebied.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 17 van 172
Datum:4 april 2024
Het gebied tussen de Schootsestraat en Langstraat is van oudsher een agrarisch landschap met een kleinschalige strokenverkaveling. Deze landschappelijke kwaliteit is door schaalvergroting en ruilverkaveling grotendeels verdwenen. Het landschap is nu grootschaliger en opener. Het gebied dringt als groene lob de kern Schijndel in, waardoor het landschap altijd nabij is, wat de woonkwaliteit enorm ten goede komt. Om deze lob nog meer landschappelijke waarde te geven dient het gebied heringericht te worden. Dit biedt kansen om het historische kleinschalige landschap in de groene lob terug te brengen. Hierdoor ontstaat een landschappelijk en recreatief waardevol dorpslandschap aan de rand van Schijndel.
TOPOGRAFISCHE KAART VAN PLANGEBIED MET OMGEVING
TOPOGRAFISCHE KAART VAN PLANGEBIED MET OMGEVING
OMSTREEKS 1900,
OMSTREEKS 2020
2.3 Ondergrond De ondergrond kent een lange ontstaansgeschiedenis en is kwetsbaar. Belangrijke veranderingen in dit ondergrondse systeem vergen al snel meer dan een eeuw. De ondergrondlaag bestaat uit een abiotisch, een biotisch en een watersysteem. Samen vormen deze het ondergrondsysteem ook wel bodem- en grondwatersysteem genoemd. 2.3.1 Geomorfologie Schijndel is ontstaan op een hoger gelegen dekzandrug (geel) tussen de beekdalen van de Aa en de Dommel (groen/blauw). Het landschap rondom Schijndel had een sterke samenhang met de ondergrond. Rond de dekzandrug lagen drassige broekgronden, waarvan de hogere gedeelten (donken) gebruikt werden voor bewoning. In de loop der tijd zijn de gronden rondom de donken ontgonnnen en geschikt gemaakt voor landbouw en later bewoning. Het plangebied ligt momenteel binnen de aanduiding ''Complex van dekzandwelvingen''.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 18 van 172
Datum:4 april 2024
GEOMORFOLOGIE (BODEMDATA)
2.3.2 Bodem In de bodemtypekaart is het verhaal vanuit de geomorfologie terug te zien. Richting de beekdalen van de Aa en de Dommel liggen de van origine nattere beekeerdgronden (groen). Vanwege de nattere ondergrond zijn deze gebieden op de oude kaarten vooral als bos- en cultuurgrondgebied terug te zien. De gronden richting de kern zijn aangeduid als 'Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand' (donkerbruine aanduiding). Dit zijn gronden die door de jaren heen zijn bemest met dierlijke mest en plaggen ten behoeve van de akkerbouw. Dit komt overeen met de ontginningen rondom de kern. Onderhavig plangebied ligt binnen deze aanduiding.
BODEMKAART (BODEMDATA)
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 19 van 172
Datum:4 april 2024
2.3.3 Reliëf Op de hoogtekaart is goed te zien dat Schijndel op een hoger gelegen gebied ligt tussen de twee beekdalen in. Het betreft het einde van de uitloper richting 's-Hertogenbosch waar de beekdalen samenkomen. Het maaiveld van het plangebied sluit redelijk aan op de directe omgeving rond 9,3 m +NAP. Het laagste punt ligt aan de westzijde rond de 8,9 m +NAP. De ophoging van het voormalig agrarisch bedrijf is goed te zien. Daarnaast zijn ook de diverse lager gelegen perceelsloten goed zichtbaar.
HOOGTEKAART SCHIJNDEL (AHN)
HOOGTEKAART PLANGEBIED (AHN)
2.3.4 Water Rondom het plangebied en ook in het plangebied is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van sloten en greppels. Nabij het plangebied aan Plein ligt een vijverpartij die in beheer is bij de gemeente en waar een A-waterloop, in beheer bij het waterschap Aa en Maas doorheen loopt. Op basis van de vastgestelde Legger Oppervlaktewater van waterschap Aa en Maas is aan de Langstraat en een klein stuk aan de Teeuwishoek een B-watergang gelegen. De leggerkaart is op de navolgende afbeelding weergegeven.
LEGGERKAART
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 20 van 172
Datum:4 april 2024
Uit het infiltratieonderzoek, dat is uitgevoerd voor dit project, is naar voren gekomen dat de bodem van het projectgebied voornamelijk bestaat uit zwak tot matig siltig, matig fijn zand. De resultaten van het infiltratieonderzoek geven aan dat het westen van het projectgebied een slecht doorlatende bodem heeft. Wel is hier sprake van een matige horizontale doorlatendheid. Het noord- en oostelijk deel van het projectgebied heeft een matige verticale doorlatendheid. De horizontale doorlatendheid is in dit deel van het plangebied goed. Aan de hand van een peilbuis welke circa 50 m ten noorden van het projectgebied ligt is de GHG voor het projectgebied bepaald. De GHG ligt rond de 0,75 m beneden maaiveld. 2.4 Netwerklaag Netwerken kennen hoge aanloopkosten en lange aanlooptijden. Belangrijke veranderingen in deze laag duren circa 20 tot 80 jaar. Deze netwerken vormen een belangrijke voorwaarde voor de stedelijke en economische dynamiek. Bij de ruimtelijke planvorming is het essentieel de eigenschappen en functies van deze netwerken in beeld te brengen en de eisen die deze stellen aan de ruimte vast te leggen. 2.4.1 Groennetwerk Het plangebied heeft een groene uitstraling in de vorm van akkers en weilanden en wordt omrand door groene stevige houtsingels die als erfafscheiding fungeren.
De Teeuwishoek is als groene verbinding/laanbeplanting opgenomen op de Groene Kaart van de gemeente Meierijstad. Hoewel er deels geen laanbeplanting meer aanwezig is langs de Teeuwishoek, is de verbinding als onderdeel van het landschappelijk raamwerk wel belangrijk. Daarnaast vallen de laanbeplanting van de omliggende wegen en het groene park Plein op op deze kaart. Er staan geen beschermde bomen binnen het plangebied. Wel zijn er diverse bestaande bomen op het perceel van Plein 23 die mogelijk behouden kunnen blijven bij de ontwikkeling.
UITSNEDE GROENE KAART
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 21 van 172
Datum:4 april 2024
2.4.2 Verkeersnetwerk Op de navolgende luchtfoto is het plangebied met (omliggende) wegen weergegeven
LUCHTFOTO PLANGEBIED MET (OMLIGGENDE) WEGEN
Het plangebied heeft in zijn huidige gebruik geen ontsluitingsfunctie voor de dorpskern van Schijndel. Het plangebied grenst aan de bestaande straten Plein, Langstraat en de Teeuwishoek. Plein is ingericht als fietsstraat, waar gemotoriseerd verkeer te gast is. De straat is gelegen aan de rand van de bebouwde kom, en kent een maximum snelheid van 30 km/uur. De Langstraat is via de Spoorlaan direct verbonden met de hoofdstraat (Europlaan) en betreft een erftoegangsweg voor de woningen gelegen aan deze straat en dient als ontsluitingsweg vanuit de kern. De Langstraat ligt buiten de bebouwde kom en kent een maximum snelheid van 60 km/uur. De straat Teeuwishoek loopt van de Europalaan, in de kern van Schijndel, tot aan de Venushoek. Van de Europalaan tot aan Plein is de Teeuwishoek verhard en onderdeel van een woonwijk. Vanaf Plein (ter hoogte van het einde van de stallen en schuren van het agrarisch bedrijf aan Plein 21) loopt deze straat over in een onverharde landweg. De Teeuwishoek is in de huidige situatie een doodlopende weg voor autoverkeer. Deze onverharde landweg is slechts toegankelijk voor voetgangers en (brom)fietsers. De Teeuwishoek is van oudsher een belangrijke routing en is al ruim een eeuw terug te vinden in de percelering in Schijndel. De Teeuwishoek is ook nu nog onderdeel van een recreatieve wandelroute.
De navolgende foto's geven de huidige situatie van zowel Plein, de Langstraat als de Teeuwishoek weer. De twee agrarische bedrijfswoningen gelegen aan Plein 21 zijn in de huidige situatie ontsloten op Plein. De stallen en schuren van het agrarisch bedrijf aan Plein 21 worden momenteel ontsloten op het nog verharde deel van de Teeuwishoek. De woning aan Plein 23 wordt in de huidige situatie ontsloten op zowel Plein als het verharde deel van de Teeuwishoek.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 22 van 172
Datum:4 april 2024
FIETSSTRAAT PLEIN
ERFTOEGANGSWEG LANGSTRAAT
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
ONVERHARDE WEG TEEUWISHOEK
Pagina: 23 van 172
Datum:4 april 2024
2.5 Occupatielaag De occupatielaag kent een hoge veranderingssnelheid. Veranderingen voltrekken zich veelal binnen één generatie (10 tot 40 jaar). Feitelijk bestaat de occupatielaag uit de gebruikspatronen die voortkomen uit het menselijk gebruik van de ondergrond en de netwerken. Bij de planning van de occupatielaag moet rekening worden gehouden met de eigenschappen en functies van de ondergrond en de netwerken en de eisen die deze lagen stellen aan het ruimtegebruik. Gebieden met een vergelijkbaar gebruikspatroon vormen een gebiedstype. 2.5.1 Ruimtelijke en functionele structuur Schijndel In de ruimtelijke analyse van Schijndel is te zien dat het dorp zich lineair ontwikkeld heeft op een hoger gelegen zandrug tussen de Dommel en de Aa. De centrale dorpsweg, de Hoofdstraat heeft drie kernen gekend rondom drie kerken, waar woonbebouwing en voorzieningen gesitueerd waren. Vanuit deze kernen is Schijndel gegroeid aan weerszijden van de bebouwing langs de hoofdweg op de iets lager gelegen gronden achter de zandrug. Die ontwikkeling is zo gegaan dat er steeds groene ruimte tussen de bebouwing open bleef, met bospercelen en agrarische grond. Hier werden de groene voorzieningen voor de nieuwe woonbuurten in gesitueerd, zoals sportvelden en parken.
Zo zijn de voor Schijndel kenmerkende 'groene lobben' ontstaan, die door de bewoners van Schijndel als een belangrijke kwaliteit gezien worden. Dorp en land zijn sterk verweven. Iedereen woont dicht bij het landschap zowel aan de noordoost- als aan de zuidwestzijde; veel mensen wonen aan het groen door de grote randlengte van de lobben én vanuit de groene lobben wandel of fiets je via de lobben naar het buitengebied toe. Tot het jaar 2000 toen de Structuurweg gereed kwam, die als een ceintuur langs de noord-oost en oostzijde van Schijndel is gelegd. De fysieke relaties met het dal van de Aa zijn toen op een aantal plaatsen opgeheven in verband met de doorstroomcapaciteit en verkeersveiligheid. Door de aanleg van een geluidswal langs de Structuurweg is ook de visuele relatie, vanuit het dorp met het landschap en omgekeerd, verbroken. De woonbebouwing is door gezet tot aan de geluidswal. De verwevenheid van dorp en land bestaat hier niet meer. Schijndel is als het ware aan de noordoostzijde begrenst. Daarom zijn uitbreidingslocaties verder in noord-oostelijke richting beperkt en onwenselijk. Voor de toekomstige uitbreidingen kan dus beter gekeken worden naar de zuid-westelijke rand van Schijndel. Ook hier bestaat een meanderende rafelige dorpsrand en dringen groene lobben diep in het dorp door.
Om deze kwaliteit te erkennen en door te trekken is het logisch om de noodzakelijk gewenste (woningbouw)ontwikkelingen aan de hand van deze lobbenstructuur te realiseren. De bestaande groene lobben worden daarmee omarmt door de nieuwe dorpsrand te verlengen richting het buitengebied. Door deze ontwikkelingen tevens te situeren aan bestaande wegen richting de Hoofdweg in Schijndel, is er geen Structuurweg nodig langs deze kant van het dorp en kan de verwevenheid van dorp en land blijven bestaan. Door woonlocaties daarnaast dicht bij een van de voorzieningenkernen met winkels, sociaalmaatschappelijke- en onderwijsvoorzieningen te situeren, zorgen nieuwe bewoners voor versterking van het draagvlak van de bestaande voorzieningen.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 24 van 172
Datum:4 april 2024
2.5.2 Ruimtelijke en functionele structuur plangebied Het plangebied ligt in het buitengebied, in het zuidoosten van Schijndel. Het noordoosten en het zuiden van het plangebied grenzen aan de kern. Het plangebied is een open gebied en bestaat overwegend uit agrarische gronden in de vorm van akkers en weilanden. Daarnaast bevindt zich binnen het plangebied, aan Plein 21, het voormalige agrarisch bedrijf, bestaande uit een bedrijfswoning en bijbehorende schuren en stallen. Verder is binnen het plangebied, aan Plein 23 een woning gelegen en loopt dwars door het plangebied, van Plein tot Venushoek een onverharde landweg, genaamd Teeuwishoek. De Teeuwishoek is een historisch zandpad en is een belangrijke structurerende lijn die vanuit het buitengebied het dorp in loopt. In het midden van het plangebied is dit zandpad nog aanwezig. Vanaf Plein loopt de Teeuwishoek als verharde woonstraat naar de kern. Kijkend naar de directe omgeving van het plangebied bevinden zich aan Plein de achtertuinen van de woningen die gelegen zijn aan de Vivaldistraat en het Verdipad. Aan de Langstraat zijn vrijstaande woningen gelegen. Daarnaast bevindt zich ten zuidoosten van de kern Schijndel het bedrijventerrein Rooiseheide. Dit bedrijventerrein heeft een oppervlakte van circa 36 ha en ligt aan het 'Duits lijntje', de spoorlijn Boxtel-Gennep. Ten westen van het plangebied liggen overwegend akkers.
Onderstaande afbeeldingen geven de huidige situatie van het plangebied en zijn directe omgeving weer.
ZICHT OP PLANGEBIED VANUIT DE LANGSTRAAT
ZICHT OP PLANGEBIED VANUIT DE TEEUWISHOEK
BEDRIJFSWONING AGRARISCH BEDRIJF PLEIN 21 MET
STALLEN EN SCHUREN AGRARISCH BEDRIJF PLEIN 21 VANUIT
BIJBEHORENDE STALLEN
TEEUWISHOEK
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 25 van 172
Datum:4 april 2024
2.6 Samenvatting gebiedsanalyse Op grond van de hiervoor gemaakte gebiedsanalyse is een uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied ter plaatse van de planlocatie aanvaardbaar op basis van onderstaande overwegingen, uitgangspunten en aandachtspunten: Het plangebied ligt op een locatie die bij kan dragen aan de bestaande waardevolle Schijndelse structuur van een meanderende rafelige zuidelijke dorpsrand Het plangebied ligt op een locatie dicht bij de hoofdweg (via de Langstraat en Schoolstraat kom je direct op de Europalaan) Het plangebied ligt op een locatie dichtbij voorzieningen (Jumbo en scholen) Het plangebied kan ontwikkeld worden aan een groene lob (het verbindt het groene park Plein met het buitengebied en sluit aan op de bestaande dorpskern) De ondergrond (die bestaat uit een dekzandrug met hoge zwarte enkeerdgronden) heeft geen grote belemmerende waarden voor een woningbouwontwikkeling Het maaiveld sluit aan bij de omgeving en het grondwater zit laag genoeg om geen grote grondwerkzaamheden te moeten doen om woningbouw mogelijk te maken De Teeuwishoek is een belangrijke lijn die het behouden waard is (zowel cultuurhistorisch, als landschappelijk, als recreatief) Door de matige infiltratiecapaciteit zal met bovengrondse bergingsvoorzieningen gewerkt moeten worden (het bestaande waternetwerk van sloten kan hier aan bijdragen) Ontsluiten via de
Langstraat vanwege de directe verbinding met Europalaan (Plein is een fietsstraat en de Teeuwishoek is waardevol).
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 26 van 172
Datum:4 april 2024
Hoofdstuk 3
Planontwikkeling
In dit hoofdstuk is de beschrijving van het plan - de Grote Braeck - opgenomen. De stedenbouwkundige hoofdstructuur wordt aan de hand van een aantal onderdelen toegelicht. Daarnaast komen aan de orde verkeer en parkeren en duurzame en gezonde leefomgeving. Onderstaande afbeelding geeft het boogde stedenbouwkundig plan weer. Het stedenbouwkundig plan is tevens als bijlage 1 bijgevoegd.
INDICATIEF STEDENBOUWKUNDIG PLAN
3.1 Stedenbouwkundige hoofdstructuur De stedenbouwkundige hoofdstructuur van de Grote Braeck bestaat uit diverse onderdelen en is in beginsel gebaseerd op het landschap en zijn cultuurhistorische grondslag. In het Beeldkwaliteitplan behorend bij deze ontwikkeling (zie bijlage 2) zijn in hoofdstuk 3 en 4 de beoogde sfeer en het stedenbouwkundig ontwerp beschreven. Hierin is ook onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de cultuurhistorisch waardevolle elementen in het plangebied. In onderstaande paragrafen is kort ingegaan op deze aspecten. 3.1.1 Behoud Teeuwishoek Het historische zandpad Teeuwishoek is een belangrijke structurerende lijn. Dit pad maakt deel uit van de recreatieve routes rondom Schijndel. Door deze recreatieve route met historische waarde vrij van autoverkeer te houden en landschappelijk (weer) te begeleiden met laanbomen en brede waterlopen, wordt deze route een belangrijke drager van de nieuwe woonontwikkeling. Het behoud van dit pad dient zowel een cultuurhistorisch, recreatief als landschappelijk doel.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 27 van 172
Datum:4 april 2024
3.1.2 Robuuste verbinding Het park bij Plein en het landelijke gebied van de groene lob zijn twee belangrijke groenstructuren binnen en buiten de kern. Een koppeling tussen deze twee gebieden zorgt voor een robuuste verbinding en is ook een meerwaarde voor de nieuwe woonwijk. In deze zone is er onder andere ruimte voor landschap, natuur, water en spelen. Het water sluit hierbij goed aan op de bestaande watergangen die rondom en in het plangebied liggen.
BEHOUD TEEUWISHOEK
ROBUUSTE VERBINDING
3.1.3 Groene omzooming De randen van het plangebied bestaan in de huidige situatie al voor een groot deel uit bomen en houtsingels die de perceelsgrenzen aanduiden. Deze veelal volwassen bomen zorgen voor een groen decor waarbinnen de nieuwe ontwikkeling een plek krijgt. Daar waar deze ontbreekt wordt met de ontwikkeling een structuur toegevoegd. Er wordt ingezet op de beleving van dit groen en het landschap. Dat betekent dat er straks overal direct zicht is op de groene begrenzingen van het plangebied. Zodoende is het landschap overal aanwezig en voor iedereen beleefbaar.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 28 van 172
Datum:4 april 2024
GROENE OMZOOMING
Om de groene omzooming te versterken en de woonlocatie landschappelijke in te passen is het op gronden direct grenzend aan de groene zones en het buitengebied niet gewenst diverse bouwwerken/erfafscheidingen te realiseren. Bouwwerken op de rand van de percelen zouden zorgen voor een te harde overgang naar de groene openbare ruimte. Om de gewenste uitstraling van de erfafscheidingen/bijgebouwen/bouwwerken te verkrijgen is op de bedoelde gronden een aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' opgenomen die de bouw van vergunningsvrije bouwwerken uitsluit (waardoor alle te bouwen bouwwerken beoordeeld zullen worden door de gemeente) en die landschappelijke inpassing verplicht. Deze extra regels dragen bij aan een goede ruimtelijke ordening doordat de uitstraling naar de openbare ruimte hiermee beschermt wordt. 3.1.4 Groen netwerk De gedachte dat voor iedereen het landschap nabij is wordt doorgezet door haaks op de robuuste verbinding groene aantakkingen te maken. Hiermee is er sprake van een netwerk van groene ruimtes die alle delen van de Grote Braeck bedient en tegelijkertijd een aaneenschakeling is van speelruimtes.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 29 van 172
Datum:4 april 2024
GROEN NETWERK
3.1.5 Woongebieden Het hiervoor uiteengezette landschappelijke raamwerk resulteert er in dat er individuele woonvelden ontstaan die allen een oriëntatie op landschappelijke kwaliteiten hebben. Deze vier gebieden komen mede overeen met de oude strokenverkaveling die rondom de Teeuwishoek lag. Geïnspireerd op deze strokenrichtingen worden de woonvelden verder verkaveld. 3.1.6 Programma Het beeld van de lintbebouwing (vrijstaande woningen) aan Plein en de Langstraat is waardevol en biedt aanknopingspunten om aan de randen van het plan op eenzelfde beeldkwaliteit in te zetten. Het gebied aan Plein wordt daarom een collectief buurtschap met een bijzondere woonvorm. Hierbij wordt ingezet op de beeldkwaliteit van de cultuurhistorische bebouwing en de groene ruimtes die daar omheen liggen. Een 'luchtig' geheel met veel gezamenlijke buitenruimte. Aan de Langstraat wordt het ritme van de vrijstaande woningen (waaronder Ruimte voor Ruimte) gespiegeld aan de kant van de Grote Braeck. Ook aan de Teeuwishoek wordt ingezet op vrijstaande woningen die met hun diepe achtertuin aan de Teeuwishoek grenzen om zodoende toch een groen beeld te creëren. Voor de overige gebieden wordt ingezet op een gemengd dorps programma met rijwoningen, rug-aan-rugwoningen, patiowoningen, tweekappers en appartementen.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 30 van 172
Datum:4 april 2024
LINKS VIER WOONGEBIEDEN, RECHTS PROGRAMMA MET LAGERE DICHTHEDEN AAN DE RANDEN
3.1.7 Ontsluiting Vanwege de profielen, functies, verkeersintensiteiten en verbindingen van de omliggende wegen is de Langstraat de beste optie om op te ontsluiten. De afweging hiervoor staat nader beschreven in paragraaf 3.2.1.Vanaf de Langstraat lopen twee ontsluitingswegen de Grote Braeck in. Vervolgens zijn er twee oversteekpunten over de Teeuwishoek waarbij het langzaam verkeer voorrang geniet. Daarna worden de twee ontsluitingswegen met elkaar verbonden en is er een aftakking naar het westelijke woongebied. Vanuit de ambitie om het landschap te beleven is het noodzakelijk om het overgrote deel van het parkeren uit het straatbeeld te halen. Er zijn daarom diverse parkeerhoven achter de woningen voorzien die vanuit de hoofdontsluiting bereikbaar zijn. Daarnaast is er op diverse plekken ook rekening gehouden met haakse- en langparkeerplaatsen. Er wordt ingezet op minder autoverkeer over Plein door achter de inrit en voorbij het woonhuis van Plein 23 een 'knip' te plaatsen. Ter plaatse wordt een wegversmalling met een paaltje geplaatst. Hiermee blijft Plein een toegankelijke straat voor fietsverkeer vanaf de Langstraat, maar wordt Plein voor doorgaand autoverkeer gestremd. 3.1.8 Wandel- en fietsroutes Voor het wandel- en fietsverkeer zijn er diverse routes door het plan die de buurt met diverse andere wandel- en fietsnetwerken verbindt.
Zodoende ontstaat er een doorwaadbare omgeving die voor jong en oud bereikbaar is.
AUTO ONTSLUITINGSWEGEN
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
ROUTES LANGZAAM VERKEER
Pagina: 31 van 172
Datum:4 april 2024
3.1.9 Beeldkwaliteitplan Zoals eerder aangegeven is een beeldkwaliteitplan (BKP) opgesteld waarin voor bovengenoemde aspecten de beeldkwaliteit nader is uitgewerkt. Het BKP is als bijlage 2 opgenomen. Om de realisatie van de gewenste (landschappelijke) inrichting te borgen is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen die aangeeft dat de (landschappelijke) inrichting dient plaats te vinden conform het beeldkwaliteitplan.
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1 Verkeer Voor een goede afwikkeling van het autoverkeer is een juiste aantakking op het bestaande wegennet van belang. Het plangebied wordt omsloten door vier verschillende wegen. Hieronder staan de vier wegen en hun (on)mogelijkheden benoemd: Plein: een oud lint dat als fietsstraat is vormgegeven waar gemotoriseerd verkeer 'te gast' is. Meer gemotoriseerd verkeer op deze weg is niet gewenst. Er wordt juist ingezet op minder auto's (minder sluipverkeer). Teeuwishoek: het behoud van een deel van de Teeuwishoek binnen het plangebied als groene as en recreatieve structuur leidt ertoe dat directe aantakking op het verharde deel van de Teeuwishoek onmogelijk is. Langstraat: oud lint met relatief veel nieuwe woningen en met een directe verbinding met de Europalaan. Aantakking van de ontsluiting van de Grote Braeck is mogelijk, mits het profiel wordt verbreed. Venushoek: landbouwweg met smal profiel en laanbomen (populieren). Aantakking is niet gewenst wegens smalle profiel en inbreuk op lange route door het buitengebied. Op 28 juni 2022 is een verkeersonderzoek uitgevoerd. Uit het verkeersonderzoek van 28 juni 2022 blijkt dat de totale ontwikkeling (uitgaande van worstcase 250 woningen) zorgt voor een verkeerstoename van circa 1.979 motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etmaal) op een gemiddelde werkdag.
Naar aanleiding van reacties van omwonenden op de uitgevoerde verkeerstellingen uit het verkeersonderzoek van 28 juni 2022, zijn in mei 2023 nieuwe verkeerstellingen uitgevoerd. Op basis van zowel de meest actuele verkeerstellingen (mei 2023) als het nieuwe verkeersmodel (BBMA 2022) is in de memo 'Geactualiseerde verkeersgegevens Verkeerstoets Grote Braak te Schijndel (v2.0)' (18 januari 2024) beoordeeld in hoeverre deze nieuwe gegevens aanleiding geven om de beoordeling en conclusies uit de verkeerstoets van 28 juni 2022) te wijzigen. De memo is als bijlage bij het verkeersonderzoek bijgevoegd. Op basis van de resultaten uit de memo wordt geconcludeerd dat de verkeersintensiteiten afkomstig uit de meest actuele verkeerstellingen (mei 2023) en het nieuwe verkeersmodel (BBMA 2022) geen aanleiding geven om de beoordeling en conclusies uit de verkeerstoets van 28 juni 2022 aan te passen. Het verkeersonderzoek van 28 juni 2022 is daarom op dit aspect niet gewijzigd. Naar aanleiding van een zienswijze over de invloed van fietsers op de afwikkeling op het kruispunt Europalaan / Spoorlaan is een kruispuntberekening uitgevoerd. Deze berekening is
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 32 van 172
Datum:4 april 2024
aan het verkeersonderzoek (20240119-RVR001-TOE-VKR-Verkeerstoets Grote Braak Schijndel v3.0) toegevoegd aan de verkeerstoets (19 januari 2024). Daarnaast is in de bijlage de verkeerstoets een totaaloverzicht van de verkeersintensiteiten opgenomen, waarbij duidelijk wordt dat werkdaggemiddelde etmaalwaarden als input voor deze verkeerstoets dienen en de weekdaggemiddelde etmaalwaarden als input dienen voor het akoestisch onderzoek. Tot slot is, in lijn met het akoestisch onderzoek, op de verkeersintensiteiten in dit verkeersonderzoek een autonoom groeipercentage van 1,5% doorberekend. De totale ontwikkeling (uitgaande van worstcase 250 woningen) zorgt voor een verkeerstoename van circa 1.979 motorvoertuigbewegingen per etmaal (mvt/etmaal) op een gemiddelde werkdag. Geconcludeerd wordt dat vanwege de profielen, functies, verkeersintensiteiten en verbindingen van de omliggende wegen, de Langstraat de beste optie is om op te ontsluiten. Hiervoor zal het profiel verbreed worden. Daarnaast wordt een knip op Plein voor gemotoriseerd verkeer gerealiseerd, zodat de snelheid van gemotoriseerd verkeer omlaag wordt gebracht. Uit de kruispuntberekening komt naar voren dat verkeerstoename ten behoeve van de woningbouwontwikkeling in de spitsperiodes merkbaar is in de vorm van langere wachttijden (enkele seconden), maar leidt niet tot een onacceptabele verkeerssituatie.
Daarmee worden in de toekomstige situatie geen afwikkelingsproblemen verwacht. 3.2.2 Parkeren Autoparkeren Conform de Nota Parkeernormen 2018 en het plan dat in december 2020 met de gemeente is overeengekomen, is voor het aantal woningen (eerst 191, kort daarna 193 en uiteindelijk 241 woningen) een parkeerbalans opgesteld. De parkeerbalans, uitgaande van 241 woningen, is als bijlage 4 toegevoegd. Per type woning is uitgegaan van een bijhorende parkeernorm. Deze parkeernormen zijn gebaseerd op de gemeentelijke parkeernota. Hierbij is voor de appartementen ten behoeve van het sociale/goedkope segment uitgegaan van een parkeernorm van 1,8, die het type koop/huur (etage goedkoop) behoort. Bij de rug-aan-rugwoningen ten behoeve van het goedkope/middeldure segment is uitgegaan van een parkeernorm van 2,1, die bij het type koop/huur (tussen-/hoekwoning) behoort. In onderstaande tabel zijn de parkeernormen per type woning weergegeven. Parkeernormen Type Koop/huur, vrijstaand Koop/huur, 2 onder 1 kap Koop/huur, tussen/hoek Koop/huur, etage midden Koop/huur, etage goedkoop
Parkeernorm 2,4 2,3 2,1 2,0 1,8
Daarnaast is rekening gehouden met een aandeel bezoekers en zijn aanwezigheidspercentages toegepast. In de parkeerbalans (zie bijlage 4) is vervolgens per deelgebied het aantal benodigde parkeerplaatsen inzichtelijk gemaakt. Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van het aantal benodigde parkeerplaatsen en het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor alle deelgebieden samen.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 33 van 172
Datum:4 april 2024
Totaaloverzicht inclusief aanwezigheidspercentage Benodigd aantal parkeerplaatsen Op eigen terrein 98,5 In openbare ruimte 357,7 incl aanwezigheidspercentage Haaks parkeren in openbare ruimte Langsparkeren in openbare ruimte Totaal in openbare ruimte Totaal benodigd 456,2 Balans (in de plus)
Aantal parkeerplaatsen in plan 98,5
300,0 58,0 358 0,3
Het aantal benodigde parkeerplaatsen kan ruimschoots binnen het plangebied gerealiseerd worden. Fietsparkeren De Nota Parkeernormen 2018 kent ook fietsparkeernormen. Voor nieuwe voorzieningen, waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is, geldt naast een parkeernorm voor auto's ook een parkeernorm voor fietsers. De fietsparkeernormen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Fietsparkeernormen Type Rij- en vrijstaande woningen Appartement (met fietsenberging) Appartement (zonder fietsenberging) Bezoekers
Norm per woning 5,5 2,5 0,75 0,75
Op basis van deze normen is berekend hoeveel fietsparkeerplaatsen er in de Grote Braeck nodig zijn. In onderstaande tabel is het totaal aantal fietsparkeerplaatsen aangegeven. In bijlage 5 is de berekening per deelgebied opgenomen. Totaaloverzicht Type Voor bewoners op eigen terrein Bij appartement Bij rug- aan-rug Voor bezoek in openbare ruimte Benodigde fietsparkeerplaatsen
Aantal fietsparkeerplaatsen 732 120 45 181 1077
Binnen het plangebied dienen 1.077 fietsparkeerplaatsen te worden gerealiseerd. De bewoners van rij- en vrijstaande woningen hebben op eigen terrein voldoende ruimte om fietsen te stallen en te voldoen aan de norm. Voor de appartementen geldt dat deze een gezamenlijke fietsenberging krijgen. Rondom de appartementen is voldoende ruimte om hierin te voorzien. Dit zal bij de nadere uitwerking van de woningenontwikkeling worden meegenomen. Gezien de omvang en type van de rug-aan-rug woningen wordt uitgegaan van de norm voor 'Appartement (zonder fietsenberging)'. Voor deze woningen wordt ook voorzien in een gezamenlijke fietsenberging. Naast de fietsparkeerplaatsen voor bewoners dient ook
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 34 van 172
Datum:4 april 2024
rekening gehouden te worden met fietsparkeerplaatsen voor bezoekers. Voor de benodigde fietsparkeerplaatsen is voldoende ruimte in de openbare ruimte. Bij de uitwerking van de openbare ruimte wordt dit nader uitgewerkt. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.3 Duurzame en gezonde leefomgeving Een duurzame en gezonde leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van mens en natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en schade en overlast te voorkomen. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen en technologische doorbraken. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in energietransitie en klimaatbestendigheid. De gemeente Meierijstad heeft in september 2018 de "Duurzaamheidsvisie Meierijstad: samen werken aan een duurzaam Meierijstad in 2050" uitgebracht. In deze duurzaamheidsvisie zijn belangrijke prioriteiten en duurzaamheidsthema's beschreven. Hiermee streeft de gemeente naar een duurzame gemeente, die aansluit bij de behoeftes van het heden en die geen negatieve effecten veroorzaken voor toekomstige generaties. 3.3.1 Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie.
De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Onderhavig plan draagt op de volgende wijzen bij aan de energietransitie: de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd; er wordt gebruikt gemaakt van zonnepanelen; de woningen worden voorzien van een koude-warmte opslag; de woningen worden volgens het BENG-principe gebouwd; het plan kent oplaadpunten voor elektrische auto's. 3.3.2 Klimaatbestendigheid Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden langer, heter en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 35 van 172
Datum:4 april 2024
Onderhavig plan is klimaatbestendig: water in openbare ruimte (waterbergende, ecologische, landschappelijke, recreatieve functie); waterberging op eigen terrein; groene / bruine daken; zo min mogelijk verharding / halfverharding; aantrekkelijk verblijfsklimaat voor de gebruikers, gebiedseigen planten en dieren; verblijfsmogelijkheden in gebouwen (nestkastjes, vleermuiskasten etc.) groen / bomen aanleggen ten behoeve van opname van stikstof en CO2, het vast houden van water en het tegengaan van hittestress; goede langzaam verkeersnetwerken.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 36 van 172
Datum:4 april 2024
Hoofdstuk 4
Beleid
In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op: nationaal niveau; provinciaal niveau; gemeentelijk niveau.
4.1
Nationaal niveau
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is één integrale visie, waarin het duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland tot 2050 staat omschreven. Het uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ingrepen niet afzonderlijk van elkaar kunnen plaatsvinden, maar dat ze van elkaar afhankelijk zijn. De NOVI is op 11 september 2020 ondertekend en inmiddels in werking treden. De NOVI is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In dit strategisch beleidsdocument schetst de overheid een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Nederland staat de komende jaren voor grote opgaven: de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzame energie opwekken, klimaatverandering, en de overgang naar een circulaire economie vragen meer ruimte dan er beschikbaar is. Daarom moeten er keuzes worden gemaakt om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig, gezond en welvarend te houden. In dit licht zijn de NOVI de nationale belangen opnieuw gedefinieerd: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5.
Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2-arm is en de daarbij benodigde infrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoendebeschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie;
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 37 van 172
Datum:4 april 2024
19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij. Analyse Voorliggend plan voorziet in het realiseren van een woonlocatie met in totaal 241 woningen, zoals omschreven in paragraaf 1.1. Het plan draagt bij aan de opgave om tussen 2020 en 2035 circa 1,1 miljoen woningen toe te voegen aan de bestaande Nederlandse woningvoorraad. Met deze ontwikkeling wordt zorg gedragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Hierbij worden kwaliteit en bereikbaarheid onder meer als uitgangspunten genomen, waardoor een goede leefomgevingskwaliteit gerealiseerd kan worden. Daarnaast wordt bij het realiseren van de woonwijk rekening gehouden met het veranderende klimaat en wordt middels diverse maatregelen ervoor gezorgd dat er sprake is van een klimaatbestendige ontwikkeling. Op deze manier draagt het planvoornemen bij aan de nationale doelstelling om de gebouwde omgeving in 2050 CO²-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken. Bovendien blijkt uit diverse uitgevoerde onderzoeken ten behoeve van de ontwikkeling van de woonlocatie Grote Braeck, dat deze ontwikkeling geen negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid heeft. Hiermee wordt een gezonde en veilige fysieke leefomgeving gewaarborgd.
Conclusie Het plan geeft invulling aan het beleid, zoals omschreven in de Nationale Omgevingsvisie.
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, is op 30 december 2011 voor een groot deel in werking getreden en bevat regels ter bescherming van de nationale belangen. Het Barro bevat regels voor de borging van dertien nationale belangen. Het gaat hierbij om de volgende belangen: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur; 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Momenteel bevat het Barro echter alleen die regels die voortkomen uit het eerdere ontwerp van de AMvB Ruimte (d.d. 2 juni 2009) en die tevens terugkomen in de SVIR. Het gaat dan ook om regels ter bescherming van de belangen inzake Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 38 van 172
Datum:4 april 2024
De werking van het Barro is naar plaats beperkt. Het plangebied ligt op minder dan 20 km van het militaire vliegveld Volkel. Hiervoor gelden bepaalde hoogtebeperkingen. In paragraaf 5.4 vindt hiervan een nadere uitwerking plaats. Daaruit wordt geconcludeerd dat het bouwplan ruim onder de maximaal toegestane hoogte blijft. Het project vormt daardoor geen belemmering voor het nationale belang "Militaire terreinen en objecten". Conclusie Het plan vormt geen belemmering voor de nationale belangen die middels het Barro beschermd zijn.
4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Nieuwe stedelijke ontwikkeling Alvorens te toetsen aan de Ladder dient te worden vastgesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit begrip is in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Bro gedefinieerd als ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Ten aanzien van de tot dusver gevormde jurisprudentie ten aanzien van het begrip 'stedelijke ontwikkeling' blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt.
Is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan dergelijke ontwikkeling als te kleinschalig worden aangemerkt om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Bro. In de literatuur wordt bij voorziene ontwikkelingen met betrekking tot woningbouw gesproken over een daadwerkelijke ondergrens. Volgens vaste jurisprudentie zijn elf woningen (welke op één dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd (ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3542, r.o. 8.2.). Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus twaalf (ABRvS 22 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2329, r.o. 6.3). Betekenis voor het plangebied Voorliggend plan voorziet in het realiseren van een woonlocatie met in totaal 241 woningen in het buitengebied van Schijndel, zoals omschreven in paragraaf 1.1. Hiermee is er sprake van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied.
Aangezien het plangebied een agrarische bestemming heeft, zijn er nog geen reguliere woningen voorzien en betreft voorliggende ontwikkeling een toename van 241 woningen. Het planvoornemen valt onder de definitie van een 'stedelijke ontwikkeling'.
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 39 van 172
Datum:4 april 2024
Verantwoording Met het realiseren van in totaal 241 woningen, wordt ingespeeld op de provinciale behoefte om 120.000 nieuwe woningen in Noord-Brabant te realiseren. Voor de gemeente Meierijstad draagt voorliggend bij aan een gemeentelijke behoefte van 3.940 nieuwe woningen. Specifiek voor Schijndel draagt het plan bij aan de woningbehoefte van 876 woningen in Schijndel. Het plan Grote Braeck is in het 'Actieplan woningbouw – Woningbouwoffensief Meierijstad' (paragraaf 4.3.5) opgenomen in het versnellingsprogramma waarbij ook op uitbreidingslocaties mag worden gebouwd om op korte termijn te voldoen aan de woningbouwbehoefte. Het planvoornemen kent een divers programma voor verschillende doelgroepen. Voorliggend plan omvat het volgende woningbouwprogramma: Vrije kavels voor het dure segment; Tweekappers en halfvrijstaande woningen voor het (beperkt) dure segment; Seniorenwoningen voor het beperkt dure segment; Rug-aan-rug-/hoekwoningen voor het middeldure segment; Rug-aan-rug-/tussenwoningen voor het goedkope segment; Rijwoningen voor het sociale segment (regulier en levensloopbestendig) Rijwoningen voor het middeldure segment; Rijwoningen voor het goedkope segment; Hoekwoningen voor het middeldure segment; Tussenwoningen voor het middeldure segment; Hoekwoningen voor het dure segment. Minimaal 25% van het woningbouwprogramma bestaat uit sociale huur.
Hoewel bij het realiseren van nieuwe woningen de voorkeur bij inbreidings- en transformatielocaties in bestaand stedelijk gebied ligt, is dit bij voorliggend initiatief, gezien de aard en omvang, niet mogelijk. Een ontwikkeling van deze omvang is niet mogelijk binnen inbreidings- en transformatielocaties. Aangezien de ontwikkeling voorziet in een groot deel van de woningbehoefte binnen Schijndel, Meijerijstad en Noord-Brabant, wordt de planlocatie toch als een geschikte locatie gezien. Voorliggend plangebied is in de 'Ruimtelijke bouwsteen voor Schijndel' (paragraaf 4.3.2) aangemerkt als gebied met 'Visie woninguitbreiding toekomst'. Uit de gemeentelijke woonvisie komt bovendien naar voren dat tussen 2018 en 2028 behoefte is aan 876 woningen in Schijndel. Deze opgave voor Schijndel kan niet alleen met inbreiding gerealiseerd worden. In het kader van de Ruimtelijke Bouwsteen voor Schijndel (paragraaf 4.3.2) is een inventarisatie gedaan waaruit dit naar voren is gekomen. Uit een analyse van potentiële inbreidingslocaties is naar voren gekomen dat circa 300 woningen op inbreidingslocaties in Schijndel gerealiseerd kunnen worden. Met een behoefte van 876 woningen zijn uitbreidingslocaties noodzakelijk in de behoefte te kunnen voorzien en kunnen de 241 woningen daarom buiten het stedelijk gebied gerealiseerd worden.
Hierover heeft reeds regionale afstemming met de Provincie Noord-Brabant plaatsgevonden. Het woningbouwprogramma van de Grote Braeck betreft een gemixt programma gebaseerd op de verdeling die door de gemeente Meierijstad is opgesteld. Op basis van de maatschappelijke opgaven en demografische verandering, zoals omschreven in de gemeentelijke woonvisie (paragraaf 4.3.4), is in het woningbouwprogramma van voorliggend initiatief ingespeeld op de woningbehoefte van eenpersoonshuishoudens, starters en ouderen, naar huurwoningen, kleinere en betaalbare woningen, meer gelijkvloerse woningen, appartementen grondgebonden
NL.IMRO.1948.SCH002BP0012022M-VG01
Pagina: 40 van 172
Datum:4 april 2024
woningen en vrije kavels. Dit heeft geleid tot een inclusief woningaanbod dat tegemoet komt aan de uitgangspunten, ambities en doelstellingen, zoals opgenomen in de Woonvisie Meierijstad 2018 (paragraaf 4.3.4) en de Brabantse Agenda Wonen (paragraaf 4.2.4.) Conclusie Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
4.2 Provinciaal niveau Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's: Omgevingsvisie Noord-Brabant; Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Het plan is aan deze nota's getoetst.
4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Ter voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is op 14 december 2018 door de Gedebuteerde Staten de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Met de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening vervangen na het inwerking treden van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: 'werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit'. Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Analyse Voorliggend plan voorziet in het realiseren van een woonlocatie met in totaal 241 woningen in het buitengebied van Schijndel, zoals omschreven in paragraaf 1.1. Deze ontwikkeling draagt op de volgende wijze bij aan de 'grote' provinciale hoofdopgaven. ad 1.