Toelichting en regels
Tekst van het document
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 17 van 33
Datum:16-02-2024
c. de situering is zowel vanuit milieuoogpunt als vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar; d. de sloop van de bestaande woning is verzekerd; e. de maatvoering en situering van de woning sluit aan op het bepaalde in lid 4.2.1.
4.4.2 Grotere inhoud van een woning in het kader van verduurzaming Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1, sub b, c en/of d, en een grotere inhoud en/of goot- of bouwhoogte voor een woning toestaan, indien dit het gevolg is van verduurzaming van een bestaande woning, door bijvoorbeeld het aanbrengen van isolatie in of op de wanden of het dak.
4.4.3 Grotere afstand tussen woning en bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.2.2, sub f, en bijbehorende bouwwerken op een afstand van maximaal 30 meter van de woning toestaan als er redenen zijn van stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische of bouwtechnische aard.
4.4.4 Kleinere afstand bouwwerken tot perceelsgrens of andere gebouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.3, sub e en/of f, dan wel lid 4.2.4, sub e en/of f, voor het bouwen van gebouwen op kortere afstand van de bestemmingsgrens dan wel op kortere afstand van andere gebouwen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; b. de belangen van derden (omwonenden) worden niet onevenredig geschaad; c. de situering is zowel vanuit milieuoogpunt als vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar; d. er is voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een uitvoerbaar beplantingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken.
4.5
Specifieke gebruiksregels
4.5.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik: a. voor zelfstandige bewoning van bijgebouwen; b. permanente bewoning van recreatiebungalows en/of kampeerplaatsen.
4.5.2 Beroep of bedrijf aan huis Binnen een woning of in de aan-/uitbouwen en/of bijgebouwen bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de woning en/of de aan-/uitbouwen en/of bijgebouwen; b. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de woning en/of de aan-/uitbouwen en/of bijgebouwen is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; c. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 18 van 33
Datum:16-02-2024
d. e. f. g. h. i. j.
k. l.
4.6
beroep of bedrijf aan huis in de woning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, voor reclame-uitingen gelden de regels van de welstandsnota; het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven.
de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; beroepen of bedrijven aan huis in de vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom) of horeca zijn niet toegestaan.
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 4.1, sub b, voor het gebruiken van een deel van een woning voor logies in de vorm van een Bed & Breakfast, onder de volgende voorwaarden: a. het betreft maximaal 4 bedden en 2 slaapkamers; b. de Bed & Breakfast dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; c. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn. d. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; e. bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; f. permanente bewoning is niet toegestaan; g. bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; h. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in de woning of een bijbehorend bouwwerk uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de woning is; i. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; j. de ontwikkeling mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer; k. er dient voldoende parkeren ten behoeve van de Bed & Breakfast op eigen terrein gerealiseerd te worden.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 19 van 33
Datum:16-02-2024
Artikel 5
Groen - Landschapselement
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Landschapselement' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van de ter plaatse voorkomende ecologisch, landschappelijk en/of cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen; b. extensief dagrecreatief medegebruik; c. landschappelijke inpassing; met de daarbij behorende: d. waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. (onverharde) wegen en paden.
5.2 Bouwregels Op de in lid 5.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, waarvoor de volgende regels gelden: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van extensief dagrecreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken mogen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 3 meter.
5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de in lid 5.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen groter dan 100 m²; b. het ophogen, verlagen, afgraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau; c. het vellen en/of rooien van waardevolle beplanting en/of bomen; d. het aanleggen, vergraven of dempen van waterlopen en andere waterpartijen; e. het mengen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; f. het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het aanbrengen van onderbemaling of anderszins wijzigen van de grondwaterstand.
5.3.2 Uitzonderingen Het in lid 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning; d. de uitvoering van het inrichtingsplan als bedoeld in Bijlage 1 betreffen.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 20 van 33
Datum:16-02-2024
5.3.3 Toelaatbaarheid De in lid 5.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien er is aangetoond dat de werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden geen belemmering vormen voor het behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van de ecologisch, landschappelijk en/of cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 21 van 33
Datum:16-02-2024
Artikel 6
Verkeer
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen; b. fiets- en wandelpaden; c. extensief dagrecreatief medegebruik; d. behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van de landschappelijke, ecologische en/of cultuurhistorische waarden; met de daarbij behorende: e. waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. verkeersvoorzieningen; h. parkeervoorzieningen; i. voorzieningen van algemeen nut.
6.2
Bouwregels
6.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende algemene regels: a. op of in de in 6.1 genoemde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd.
6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van palen, masten en portalen ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 8 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,5 meter; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter.
6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1 Hogere bouwhoogte van palen, masten en portalen ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2, sub a, voor het bouwen van palen, masten en portalen ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer met een hogere bouwhoogte, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 12 meter; b. de hogere bouwhoogte is noodzakelijk voor een doelmatige geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer; c. de hogere bouw- en/of goothoogte is vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt aanvaardbaar.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 22 van 33
Datum:16-02-2024
Artikel 7
Waarde - Archeologie 2
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden.
7.2 Bouwregels Op of in de in lid 7.1 genoemde gronden mogen, in afwijking van hetgeen elders in deze planregels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemming(en) van deze gronden, geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of veranderd en niet dieper dan de bestaande fundering wordt gebouwd; b. de bouw van een bouwwerk tot maximaal 100 m² of de uitbreiding van een bestaand bouwwerk tot maximaal 100 m²; c. de bouw van een bouwwerk, waarbij geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld.
7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2 voor het bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er is door technische maatregelen of een archeologische opgraving gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veilliggesteld en/of beschermd.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 7.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het ophogen, verlagen, afgraven, vergraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau; d. het rooien en/of vellen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; e. het graven, verbreden, verdiepen, dempen of anderszins wijzigen van oppervlaktewateren;
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 23 van 33
Datum:16-02-2024
f.
het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem; h. het mengen, ontginnen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; i. het aanbrengen van onderbemaling of het anderszins verlagen van de grondwaterstand.
7.4.2 Uitzonderingen Het in lid 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; b. een oppervlakte hebben die niet meer bedraagt dan 100 m²; c. een diepte hebben die niet meer bedraagt dan 0,3 meter; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; e. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.
7.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 7.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er door technische maatregelen of een archeologische opgraving is gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veilliggesteld en/of beschermd.
7.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, conform artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat te plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat bescherming en veiligstelling van archeologische waarden niet meer noodzakelijk is.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 24 van 33
Datum:16-02-2024
Artikel 8
Waarde - Archeologie 3
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de op en/of in deze gronden te verwachten archeologische waarden.
8.2 Bouwregels Op of in de in lid 8.1 genoemde gronden mogen, in afwijking van hetgeen elders in deze planregels is bepaald ten aanzien van het bouwen krachtens de overige bestemming(en) van deze gronden, geen bouwwerken worden gebouwd, met uitzondering van: a. ver-/nieuwbouw van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of veranderd en niet dieper dan de bestaande fundering wordt gebouwd; b. de bouw van een bouwwerk tot maximaal 250 m² of de uitbreiding van een bestaand bouwwerk tot maximaal 250 m²; c. de bouw van een bouwwerk, waarbij geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld.
8.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2 voor het bouwen krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er is op basis van archeologisch onderzoek aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er is door technische maatregelen of een archeologische opgraving gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veilliggesteld en/of beschermd.
8.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.4.1 Verbod Het is verboden op of in de in lid 8.1 genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het aanleggen en/of verharden van wegen en paden of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het ophogen, verlagen, afgraven, vergraven, egaliseren of anderszins wijzigen van het maaiveldniveau; d. het rooien en/of vellen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; e. het graven, verbreden, verdiepen, dempen of anderszins wijzigen van oppervlaktewateren;
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 25 van 33
Datum:16-02-2024
f.
het aanbrengen of verwijderen van transport-, energie-, telecommunicatie-, of drainageleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; g. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indrijven van voorwerpen in de bodem; h. het mengen, ontginnen, woelen, diepploegen of uitvoeren van andere grondbewerkingen; i. het aanbrengen van onderbemaling of het anderszins verlagen van de grondwaterstand.
8.4.2 Uitzonderingen Het in lid 8.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; b. een oppervlakte hebben die niet meer bedraagt dan 250 m²; c. een diepte hebben die niet meer bedraagt dan 0,3 meter; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; e. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning.
8.4.3 Toelaatbaarheid De in lid 8.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn, of; b. er op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad, of; c. er door technische maatregelen of een archeologische opgraving is gegarandeerd dat de op basis van archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veilliggesteld en/of beschermd.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 26 van 33
Datum:16-02-2024
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 27 van 33
Datum:16-02-2024
Artikel 10
Algemene bouwregels
10.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel-, goot- en kroonlijsten, luifels, erkers, entrees, stoeptreden, dorpels, dakkapellen, balkons en overstekende daken en soortgelijke bouwdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwhoogten, bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 meter bedraagt.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 28 van 33
Datum:16-02-2024
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
11.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens, tenzij dit gebruik noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; d. het gebruiken of laten gebruiken van woningen voor enige vorm van detailhandel en/of horeca; e. het gebruiken of laten gebruiken van bouwwerken ten behoeve van een bedrijf aan huis; f. het gebruiken of laten gebruiken van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning); g.
het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 29 van 33
Datum:16-02-2024
Artikel 12
Algemene aanduidingsregels
12.1 Vrijwaringszone - radar De maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne, waarvan de hoogteligging ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (voor Volkel 49 meter ten opzichte van N.A.P.), oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf voornoemde radarantenne.
12.2 overige zone - kleinschalig cultuurlandschap a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kleinschalig cultuurlandschap' zijn de gronden tevens bestemd voor behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van de landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden in het algemeen en in het bijzonder voor het kleinschalig cultuurlandschap, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kleinschalig cultuurlandschap'; b. Het is verboden op of in de in sub a genoemde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren, ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - kleinschalig cultuurlandschap': 1. het wijzigen van de perceelsindeling, zoals die tot uiting komt in greppels, kavelsloten, steilranden, beplanting, kavelpaden, onverharde wegen, e.d. 2. het rooien en/of vellen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. Het in sub b vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud, beheer en/of gebruik betreffen; 2. binnen het bouwvlak plaats vinden; 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 4. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning. d.
De in sub b genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien er is aangetoond dat de werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden geen belemmering vormen voor het behoud, herstel en/of duurzame ontwikkeling van de landschappelijke, ecologische en/of cultuurhistorische waarden.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 30 van 33
Datum:16-02-2024
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
13.1 Kleinschalig kamperen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het toestaan van kleinschalig kamperen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de totale omvang niet meer mag bedragen dan 25 kampeermiddelen, waarbij de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 5.000 m²; b. het kleinschalig kamperen wordt gesitueerd op en/of direct grenzend aan het bestemmingsvlak 'Gemengd' en/of 'Agrarisch met waarden'. c. het kleinschalig kamperen mag geen onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking tot gevolg hebben. d. sanitairgebouwen en/of recreatieruimten moeten binnen het bestemmingsvlak 'Gemengd' worden gerealiseerd; e. de oppervlakte van sanitairgebouwen en/of recreatieruimten moet passen binnen de maximale oppervlakte van gebouwen uit artikel 4.2.4. f. er wordt op eigen terrein voorzien in voldoende parkeergelegenheid; g. deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 31 van 33
Datum:16-02-2024
Hoofdstuk 4 Artikel 14
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
14.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 14.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 32 van 33
Datum:16-02-2024
Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6'.
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 33 van 33
Datum:16-02-2024
Inhoudsopgave Bijlagen bij regels
5
Bijlage 1
6
Landschappelijk inpassingsplan
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 3 van 24
Datum:16-02-2024
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 4 van 24
Datum:16-02-2024
Bijlagen bij regels
NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P-VG01
Pagina: 5 van 24
Datum:16-02-2024