CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting en regels

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6'30.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

Bezoekadres Stadhuisplein 1 5461 KN Veghel Postadres Postbus 10.001 5460 DA Veghel T: 14 0413 E: info@meierijstad.nl W: www.meierijstad.nl IBANnr: NL31 RABO 0171 5811 48

Betreffende

Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

Planstatus

vast te stellen

Projectnummer

NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023P- VG01

Datum

26 juni 2024

colofon

projectnaam Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6 datum 26 juni 2024 projectnummer P03876 IMROidentificatienummer: NL.IMRO.1948.BGV001BP0012023PVG01 opdrachtgever Van Doorn Varkensbedrijven Concept 26 juli 2023 Ontwerp 6 december 2023 Vaststelling 26 juni 2024 BRO projectleider JRi projectteam JvdA, RTa, AvdO

Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl

TOELICHTING

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

2

Planbeschrijving Historische kenschets Huidige situatie Toekomstige situatie Landschappelijke inpassing

3

4

5 5 6 8

9 9 9 11 14

Beleidskader

16

Rijksbeleid

16

3.1.1 3.1.2

16 18

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ladder voor duurzame verstedelijking

Provinciaal beleid

18

3.2.1 3.2.2

18 19

Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Gemeentelijk beleid

28

3.3.1 3.3.2 3.3.3

28 28 29

Structuurvisie Veghel 2030 Visie Meierijstad Kansen voor Kwaliteit

Omgevingsaspecten

30

Verkeer en parkeren

30

4.1.1 4.1.2 4.1.3

30 30 31

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geluid 4.2.1 4.2.2 4.2.3

31 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

31 32 32

Luchtkwaliteit

32

4.3.1 4.3.2 4.3.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

32 33 34

Bedrijven en milieuzonering

34

4.4.1 4.4.2 4.4.3

34 35 36

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Geur agrarisch

36

4.5.1 4.5.2 4.5.3

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

36 37 38

Kabels en leidingen

38

4.6.1 4.6.2

38 38

Onderzoek Conclusie

Externe veiligheid

38

4.7.1 4.7.2 4.7.3

38 39 41

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

3

Ecologie

41

4.8.1 4.8.2 4.8.3

41 42 43

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Bodem

43

4.9.1 4.9.2 4.9.3

43 43 44

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Water 4.10.1 4.10.2 4.10.3

44 Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Archeologie

50

4.11.1 4.11.2 4.11.3

50 50 51

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Cultuurhistorie

51

4.12.1 4.12.2 4.12.3

51 51 52

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Spuitzones

52

4.13.1 4.13.2 4.13.3

52 52 53

Toetsingskader Onderzoek Conclusie

Gezondheid i.r.t. veehouderijen Vormvrije m.e.r.-beoordeling

5

6

44 47 50

53 55

Juridische planopzet

57

Inleiding Plansystematiek Bestemmingen

57 57 59

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid 6.1.1

Financieel-economische haalbaarheid

61 61 61

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

61

6.2.1 6.2.2 6.2.3

61 62 62

Omgevingsdialoog Vooroverleg Vaststellingsprocedure

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Landschappelijke inpassing en sfeerimpressie Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Quickscan flora en fauna Bijlage 4: Stikstofberekening Bijlage 5: Verslag omgevingsdialoog Bijlage 6: Notitie gezondheid en veehouderij Bijlage 7: Berekening voorgrondbelasting Dieperskant 24 Bijlage 8: Onderbouwing zorgconcept Bijlage 9: Advies Omgevingsveiligheid

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

63 63 63 63 63 63 63 63 63

4

1

Inleiding Aanleiding

De eigenaren van Doorn Varkensbedrijven hebben besloten te stoppen met de bedrijfsvoering van het varkensbedrijf middels deelname aan de Subsidieregeling sanering varkenshouderij (Svr). Het bedrijf was gesitueerd op twee locaties, te weten de Veghelsedijk 10a en Dieperskant 6 te Erp. Beide locaties zijn gesaneerd, waarbij in totaal 6.077 m2 agrarische bebouwing op de Veghelsedijk 10a is gesloopt en 6.043,7 m2 agrarische bebouwing op de locatie Dieperskant 6. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de herbestemming voor de locatie Dieperskant 6. Voor de locatie Veghelsedijk 10a is op 26 januari 2023 het bestemmingsplan ‘Veghelsedijk 10a, te Erp’ vastgesteld, dat voorziet in de realisatie van zeven ruimte-voor ruimte woningen. In het kader van de Svr is een groot deel van de bebouwing gesloopt, in totaal op beide locaties tezamen 12.120,7 m2. Na beëindiging van het bedrijf hebben initiatiefnemers voornemens om bedrijfsmatig bezig te blijven op de locatie Dieperskant 6. Om de bedrijfsvoering voort te zetten zijn initiatiefnemers voornemens om een zorgboerderij, (zorg)camping gecombineerd met hobbymatige en daarmee beperkte landbouwactiviteiten te realiseren. Voor de locatie is principemedewerking verleend aan het omzetten van de bedrijfswoning in een burgerwoning met behoud van de mogelijkheid om 300 m2 aan bijgebouwen te kunnen realiseren.

In 2023 is een verzoek gedaan om in plaats van omzetting naar een woonbestemming, een bestemming gericht op zowel wonen als de zorgboerderij met (zorg)camping te verkrijgen. Dit verzoek kon op een positieve grondhouding van de gemeente rekenen. De realisatie van de beoogde ontwikkelingen is niet toegestaan op grond van het voor deze locatie vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Om de ontwikkelingen toch mogelijk te maken wordt middels onderhavig bestemmingsplan overgegaan tot een partiële herziening van het bestemmingsplan.

Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Meierijstad. Het betreft een perceel gelegen aan de Dieperskant 6 te Erp. Kadastraal staat het plangebied bekend onder de gemeente Erp, sectie P, perceelnummer 1955 en 1956, met een oppervlakte van 38.940 m 2. In figuur 1 wordt de ligging van het plangebied in de nabije omgeving weergegeven. De begrenzing van het plangebied wordt in deze figuur eveneens globaal weergegeven.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

5

Figuur 1: Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap)

Figuur 2:Begrenzing plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeren op dit moment een aantal verschillende bestemmingsplan, te weten: 

Bestemmingsplan ‘Buitengebied’, d.d. vastgesteld 22 oktober 2015;

‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, d.d. vastgesteld 31 januari 2019;

Bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’, vastgesteld d.d. 27 januari 2021.

Bestemmingsplan ‘Buitengebied’ Voor het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ vigerend. Dit bestemmingsplan is op 22 oktober 2015 vastgesteld door de voormalige gemeente Veghel. Op de locatie ligt en bouwvlak en rust de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Daarnaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Hier zal nader op in worden gegaan in de paragraaf

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

6

‘Archeologie’ in hoofdstuk 4. Voorts zijn er enkele gebiedsaanduidingen van toepassing op de locatie: de gebiedsaanduiding ‘kleinschalig cultuurlandschap’, ‘landbouw’, ‘reconstructiewetzone – verwewingsgebied 1’ en ‘vrijwaringzone – radar’. Op basis van de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ is het niet mogelijk om de zorgboerderij met nevenfuncties te realiseren. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een partiele herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het nieuwe planologisch-juridische kader voor het plangebied waarin is aangetoond dat het initiatief op de verschillende relevante onderdelen haalbaar is. Op figuur 3 is een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ weergegeven.

Figuur 3: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’ Naast bovengenoemd bestemmingsplan is ook het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, vastgesteld op 31 januari 2019 door gemeente Meierijstad, van kracht. Het 'Paraplubestemmingsplan parkeren' heeft tot doelstelling om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Meierijstad, de juridische link te leggen met het “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel vanuit maken. Het paraplubestemmingsplan voorziet in een uniforme regeling voor de toetsing van ruimtelijke ontwikkelingen aan de geldende parkeernormen voor de gehele gemeente Meierijstad. Bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen (‘laaghangend fruit’)’ Op 1 januari 2017 zijn de gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel gefuseerd tot de gemeente Meierijstad. Naar aanleiding van de fusie is er veel nieuw beleid ontwikkeld en zijn de verordeningen geharmoniseerd. De Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) bepaalt namelijk dat gemeentelijke voorschriften gedurende twee jaren na de fusiedatum voor dat gebied hun rechtskracht behouden. Dat vraagt dus van de nieuwe gemeente om verordeningen opnieuw vast te stellen of te harmoniseren. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om álle bestaande regelingen in álle circa bestemmingsplannen

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

7

met dit paraplubestemmingsplan te herzien met een integrale herziening. Op 1 januari 2023 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Deze wet verplicht de gemeente om voor 2029 alle regels over activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen of het gebruik daarvan regelen, op te nemen in één omgevingsplan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal er dus een ruimere heroverweging en harmonisatie plaatsvinden van de regels uit de bestemmingsplannen en de verordeningen die regels stellen voor de fysieke leefomgeving. Omdat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet alle bestaande bestemmingsplannen samen fungeren als tijdelijk omgevingsplan, zal het niet meer mogelijk zijn om nog herzieningen op onderdelen door te voeren. Alleen de bestemmingsplannen die in procedure gebracht zijn vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet mogen nog afgerond worden en die gaan dan deel uitmaken van het tijdelijke omgevingsplan. In de Omgevingswet is bepaald dat regels niet mogen bestaan in zowel het tijdelijke deel als het permanente deel van het omgevingsplan (artikel 22.6, 1e lid, Omgevingswet). Dit is gedaan omdat - in tegenstelling tot de huidige bestemmingsplannen - bij het vaststellen van nieuwe regels in het (permanente deel van het) omgevingsplan, niet automatisch de oude regels van de voormalige bestemmingsplannen in het tijdelijke deel vervallen.

Voor een aanpassing van de regels over toegelaten activiteiten zullen dan (mede voor de goede raadpleegbaarheid) álle gebruiksregels, die horen bij wonen overgebracht moeten worden naar het permanente deel van het omgevingsplan, anders blijven regels op twee plekken staan. Het is dus ook om technische redenen handig dat de herziening op onderdelen van bestemmingen door actualisatie en harmonisatie van bestaande regels (en het stellen van nieuwe regels) nog gedaan wordt vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarbij is gekeken welke activiteiten relatief vaak voorkomen en waarvan de regels nog verschillen of ontbreken.

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de verantwoording van de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. In hoofdstuk 3 wordt het rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. Tot slot komt in hoofdstuk 6 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. De onderzoeksrapporten van de uitgevoerde onderzoeken zijn als aparte bijlagen toegevoegd.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

8

2

Planbeschrijving Historische kenschets

Het plangebied bevindt zich in gebieden die aangeduid worden als ‘Oude ontginningen’ 1. Bepalend voor dit type landschap was de intrede van de landbouw en de veeteelt. De hooggelegen gronden waren het meest geschikt voor de agrarische bedrijfsvoering. Om op de akkers permanent gewassen te kunnen telen werd het potstalsysteem toegepast, waarbij mest met heideplaggen en graskluiten werden verspreid over het land. Op deze manier ontstond er een dikke vruchtbare grond (enkeerdgronden). Deze karakteristieke akkers worden ook wel essen genoemd. Het landschap van de oude ontginningen is halfopen en kleinschalig. De wegen liggen onregelmatig en organisch in het landschap. De verkavelingsstructuur sluit hierop aan en is eveneens onregelmatig. De grote diversiteit aan landschapselementen, zoals lanen, houtwallen, bomenrijen, solitaire bomen, hakhoutbosjes en droge en natte boscomplexen typeren het landschap. Door de aanwezigheid van deze elementen zijn de aanwezige ruimtes gevarieerd. Het contrast tussen meer besloten delen en de open ruimten maken dit landschap waardevol. Grote begrenzingen en structuren in dit landschap ontbreken. De overgangen in dit gebied zijn dan ook subtiel van aard. Landschapskenmerken 

Een oud agrarisch kampenlandschap met oude graslanden;

Een kleinschalig en afwisselend beeld met een kamerstructuur;

Enkeerdgronden (humeuze toplaag);

Het wegenpatroon is kronkelig en loopt om de essen heen;

Enkele wegen zijn beplant met eiken en beuken;

Karakteristiek zijn de kavelbeplantingen in de vorm van houtsingels en wallen;

Het is halfopen tot besloten ruimten door opgaande landschapselementen;

Verspreid liggende bebouwing aan linten of in clusters;

Harde begrenzingen ontbreken, veelal zachte overgangen in het gebied.

Het gebied bestond vroeger uit woeste gronden. Met de komst van het potstalsysteem werd het mogelijk om landbouw te bedrijven en een vruchtbare grond te creëren. Door deze ontwikkeling is er een kleinschalig karakter ontstaan. De verkaveling is lang hetzelfde gebleven tot de ruilverkaveling. Door de toename van de landbouwsector en het op grotere schaal verbouwen van voedsel, zijn de percelen groter en efficiënter geworden.

Huidige situatie De beoogde zorgboerderij zal worden opgericht ten zuidwesten van de kern Erp, en ten zuidoosten van de kern Keldonk. Beide dorpen maken onderdeel uit van de gemeente Meierijstad. de directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk agrarische percelen in combinatie met enkele burgerwoningen. De agrarische functie is dominant in het gebied. Het perceel is bereikbaar via twee inritten, een aan de noordwestzijde en de andere ligt aan de noordoostzijde. De westelijke inrit werd gebruikt voor de agrarische bedrijfsvoering. De oostelijke entree betreft de ingang naar het erf waaraan de bedrijfswoning is gesitueerd. Daarnaast is een groot deel van de

1

Zie ‘Landschapsanalyse’ gemeente Meierijstad juni 2020

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

9

kavel ingericht als akker/ weide. Vanaf de Sluisweg is de achterzijde van het perceel te zien. Vanaf deze weg is het zicht op het landschap zeer open.

Figuur 4:Plangebied vóór sanering (bron:

Figuur 5: Huidige situatie

Google Street View)

Het plangebied heeft momenteel ook een agrarische functie en is in gebruik geweest als varkenshouderij. Tevens is er een bedrijfswoning gevestigd op het perceel. Op figuur 4 is er een uitsnede van het plangebied weergegeven vóór de sanering van de bebouwing. Op figuur 5 is een uitsnede van het plangebied weergegeven van de huidige situatie. Op figuur 6 is een impressie weergegeven van het voormalige varkensbedrijf. Op figuur 7 is een impressie weergegeven van de Dieperskant.

Figuur 5: Voormalige varkensbedrijf (vóór sanering)

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

10

Figuur 6: Impressie Dieperskant (bron: Google Street View)

Toekomstige situatie Initiatiefnemers zijn voornemens om een zorgboerderij op te richten waar dagbesteding geboden wordt aan (jong)volwassenen met een zorgvraag. De realisatie zal deels plaatsvinden in de bestaande bebouwing, en er zullen enkele gebouwen worden bijgebouwd. Daarnaast is het plan om een (zorg)camping en theeschenkerij te exploiteren. Hieronder zijn de verschillende planonderdelen omschreven. Zorgboerderij Met de realisatie van de zorgboerderij zal er vanuit een zorgpartij dagbesteding geboden worden aan cliënten met een zorgvraag. Tijdens het contact met de betreffende zorgpartij is naar voren gekomen dat er binnen de gemeente Meierijstad veel vraag is naar dagbesteding. Oorzaak hiervan is de vergrijzing binnen de gemeente die, zeker in vergelijking met andere gemeentes, zeer hoog is. Doormiddel van deze samenwerking zal er worden voldaan aan de kwaliteitseisen die nodig zijn om zorg te mogen leveren en het keurmerk voor zorgboerderijen te mogen dragen. De dagbesteding zal worden gefinancierd vanuit de WLZ. De cliënt betreft in dit geval een volwassene of oudere met dementie of niet aangeboren hersenletsel. De zorgboerderij zal 5 dagen per week open zijn voor cliënten, en het staat hen vrij hoeveel dagen zij gebruik maken van de dagbesteding.

De dagen dat de cliënt naar de zorgboerderij komt, wordt de cliënt opgehaald en thuisgebracht met een busje van de zorgboerderij. De gemeente heeft positief gereageerd op het zorgconcept van een zorgboerderij voor dagbesteding en (zorg)camping. Daarbij wordt wel geadviseerd om vooraf goed af te stemmen met het Zorgkantoor, welke gaat over de zorg en indicaties voor de Wlz. Het terrein zal worden ingericht met diverse functies, waarvan door de cliënten gebruik van kan worden gemaakt om hun dag zinvol te besteden. Deze functies zullen hieronder worden toegelicht: Dieren Er zal een diversiteit aan dieren aanwezig zijn binnen de zorgboerderij. Het gaat hier zowel om groter vee zoals Belgische trekpaarden, alpaca’s, geiten en Brandrode runderen, maar ook om kleinere (gezelschaps)dieren zoals honden en kippen. Belevingstuin Er zijn voornemens om binnen het terrein een belevingstuin aan te leggen. Binnen deze tuin zullen verschillende elementen aanwezig zijn die de zintuigen prikkelen en therapeutisch kunnen werken voor cliënten. Voorbeelden hiervan zijn een blote-voetenpad, waterelementen en een vuurkorf. De belevingstuin zal ook als ontmoetingsruimte voor cliënten, bezoekers en medewerkers dienen.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

11

Bewegingstuin Het doel van de bewegingstuin is dat eenieder op een laagdrempelige manier kan bewegen en fit kan blijven. De bewegingstuin zal onderdeel worden van de centrale ontmoetingsruimte. Tuinen Initiatiefnemers zijn voornemens om met de realisatie verscheidene tuinen aan te leggen. Hierbij gaat het over om een groente- en fruittuin en een bloemen- en kruidentuin. Cliënten kunnen hierin zelf de planten zaaien en oogsten. (Zorg)camping Naast de realisatie van een zorgboerderij zijn er voornemens om een (zorg)camping op te richten. Het doel van het oprichten van de (zorg)camping is om mensen met een zorgvraag een zorgeloze vakantie te bieden. Daarnaast is de (zorg)camping ook toegankelijk voor mensen zonder zorgvraag. De (zorg)camping zal bestaan uit maximaal 10 kampeerplaatsen en een drietal vaste recreatiebungalows, van maximaal 55 m2 per unit. Daarnaast zal de (zorg)camping beschikken over eigen voorzieningen, zoals een sanitairgebouw. Deze zal inpandig in de gebouwen voor dagbesteding worden gerealiseerd. Het hele terrein, inclusief alle voorzieningen, zal rolstoelvriendelijk worden ingericht. Theeschenkerij Tevens zijn initiatiefnemers voornemens om een theeschenkerij te realiseren op het perceel. De theeschenkerij zal, naast de cliënten en (zorg)campingbezoekers, toegankelijk zijn voor voorbijgaande wandelaars en fietsers.

In de theeschenkerij worden consumpties en huisgemaakt producten verkocht, maar krijgen cliënten van de zorgboerderij ook de mogelijkheid om eigen gemaakte producten te verkopen. Tevens zal de theeschenkerij het begin- en eindpunt van wandel- en fietsroutes om de omgeving van Meierijstad te verkennen. Inzet sloop-bonus regeling In het kader van de Svr-regeling is de huidige varkenshouderij gesaneerd, een deel van de bebouwing blijft behouden. In totaal is er 6.043,7 m 2 aan bebouwing gesloopt. Echter, er staat voor een gedeelte van de aanwezige bebouwing geen vergoeding tegenover en hoeft in principe niet gesloopt te worden. Dit geldt voor de bestaande loods en de twee aanwezige mestsilo’s. Voor de bebouwing, waarvoor in principe wel een vergoeding wordt verkregen maar, in overleg met de gemeente, kan blijven bestaan in de toekomstige situatie, komt dan buiten de subsidieregeling te vallen. Dit geldt voor het gedeelte van stal 4 dat gebruikt zal worden voor de realisatie van de zorgboerderij. Dit staldeel komt hierdoor ook buiten de vergoeding van de regeling “sanering varkenshouderijen” te vallen. Daarnaast wordt een vergunde loods van ca. 729 m 2 ingetrokken, deze loods is vergund op de toekomstige dierenweide. Door de sanering komt ruimte vrij op het perceel om een zorgboerderij te realiseren met diverse nevenactiviteiten.

Een deel van de behouden bebouwing wordt hiervoor ingezet. De te behouden bebouwing zal worden uitgebreid om in deze ontwikkeling te kunnen voorzien. In de onderstaande tabel is hier een overzicht van weergegeven.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

12

Naam bebouwing

Oppervlakte (m2)

Bestaande loods

379,2

Mestsilo’s 2x

453,7

Restant stal 4 (blijft bestaan)

87,8

Totaal

920,7 m2

Figuur 7: Oppervlakten bebouwing waarvoor geen vergoeding wordt verkregen

Naam bebouwing

Oppervlakte (m2)

Bestaande loods (opslag/ dierenverblijf)

379,2

Nieuwbouw zorggebouw

473 (waarvan 87,8 m2 bestaande bebouwing)

Verblijfsrecreatie eenheden

165 (3 x 155 m2)

Stal kleinvee

225

Totaal

1242 m2

Bijgebouwen t.b.v. wonen

Max. 150

Figuur 8: Geplande bebouwing toekomstige situatie

Voor de beoogde ontwikkeling wordt, naast het handhaven van de loods (379,2 m 2) en het restant van stal 4 (87,8 m2), een nieuw zorggebouw opgericht. Dit betreft een pand van 473 m2, waarvan 87,8 m2 bestaande bebouwing (stal 4). De twee mestsilo’s zijn inmiddels gesaneerd. In totaal wordt het aantal vierkante meters bebouwing, dat niet tot de Svr regeling behoort in de nieuwe situatie, toegevoegd met 1.242 – 920,7 = 321.3m2. Het aantal vierkante meters dat gesloopt wordt, in het kader van de Svr regeling, bedraagt 6043,7 m2. In totaal wordt de hoeveelheid bebouwing op de locatie Dieperskant 6 te Erp in de toekomstige situatie ten opzichte huidige situatie met 6043,7 – 321,3 = 5.722,4 m2 verminderd.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

13

Figuur 9: Zorgboerderij met dierenverblijf en stallingsruimte

Landschappelijke inpassing Een groot deel van de bebouwing op het perceel is inmiddels gesaneerd. Een deel van de bebouwing wordt gebruikt/omgevormd tot een zorgboerderij. Deze ontwikkeling vraagt om een stevige landschappelijke inpassing, waardoor het totale complex zich goed voegt in het landschap. Om de planontwikkeling mogelijk te maken is er een inpassingsplan samengesteld die op basis van het planvoornemen, de beleidskaders en kennis van het landschap en locatie zijn vormgegeven. Het schetsontwerp wordt hieronder weergegeven.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

14

Figuur 10:

Landschappelijke inpassing (BRO)

Het schetsontwerp draagt bij aan het versterken van de cultuurhistorie in het gebied. Dit wordt gedaan door de aanplanting van twee bomenrijen, hiermee worden de zichtrelaties naar het achterland versterkt. De zorgboerderij en –camping worden middels fruit- en erfbomen ingepast. Het erf zal worden afgekaderd met een lage knip- en scheerhaag. Tevens wordt er een amfibieënpoel aangelegd, waar de ecologische waarden voorop staan. Voor cliënten en bezoekers van de zorgboerderij en -camping wordt het terrein ingericht met een belevingstuin, groenten- en fruittuin en een dierenweide. Ten behoeve van het hemelwater worden er twee greppels gerealiseerd. Concreet zijn de volgende ingrepen voorgesteld: 1. Aanplant bomenrijen ter versterking van cultuurhistorische lijnen; 2. Aanplanten fruitbomen; 3. Aanplant lage knip- en scheerhagen; 4. Aanplant solitaire (erf)bomen; 5. Aanplant solitaire bomen rondom poel; 6. Aanleggen amfibieënpoel; 7. Inzaaien bloem- en kruidenrijk grasland.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

15

3

Beleidskader

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 is ingevoerd, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in artikel 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: 

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;

duurzaam economisch groeipotentieel;

sterke en gezonde steden en regio’s;

toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zijn in de NOVI zich op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen; van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit;

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

16

8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. ontwikkelen van een duurzame voedsel en agroproductie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij. Doorwerking plangebied Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI.

Wel draagt de ontwikkeling bij aan het bereiken van nationale beleidsdoelen in de zin van het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit, het beperken van klimaatverandering, en een verbetering van gezondheids- en leefomgevingsrisico’s in gebieden met een zeer hoge veedichtheid. Het Rijk zet zich namelijk in op maatregelen die bovengenoemde doelen trachten te behalen. In delen van Nederland is namelijk sprake van een verhoudingsgewijs grote concentratie van veehouderijbedrijven en een grote veedichtheid. Door de concentratie van (intensieve) veehouderijbedrijven is de situatie ontstaan dat de emissies door individuele bedrijven van onder andere geur, fijnstof en ammoniak weliswaar binnen de vergunningsvereisten kunnen vallen, maar dat door de cumulatie van emissies van aan elkaar grenzende bedrijven er in bepaalde gebieden toch sprake kan zijn van overlast. Daarnaast blijken bepaalde maatregelen die de emissies moeten beperken in de praktijk minder effectief dan gedacht. Om deze ongewenste ontwikkelingen een halt toe roepen zijn meerdere sporen het leven ingeroepen om op de lange en korte termijn een verandering in de situatie te brengen.

Het gaat hier om het saneringsspoor, welke toeziet op het verminderen van de geuroverlast door het bieden van een subsidie voor het beëindigen van varkenshouderijlocaties die geuroverlast geven en het verduurzamingsspoor, welke toeziet op de ontwikkeling van en investering in nieuwe stal- en houderijsystemen. Met onderhavige ontwikkeling wordt aangesloten op het saneringsspoor. Door de transformatie van varkenshouderij naar een zorgboerderij wordt bijgedragen aan de doelstellingen om natuur en biodiversiteit te beschermen, aangezien de zorgboerderij minder milieubelastend is dan de intensieve veehouderij, en er sprake is van natuurversterkende maatregelen die genomen worden vanwege optredende waardevermeerdering van gronden vanwege de transitie van een intensieve veehouderij naar de zorgboerderij vanwege de reductie van de uitstoot van broeikasgassen, zoals stikstof, afkomstig uit de veehouderij. Daarnaast worden de gezondheids- en leefomgevingsrisico’s ook verminderd aangezien deze risico’s gepaard gaan met de (geur)overlast van een veehouderij.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

17

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De Ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Het is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is bepaald in artikel 1.1.1 Bro “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn . Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6, tweede lid, Bro). Doorwerking plangebied Het omzetten van een agrarische bedrijfsbestemming naar een andere aan het buitengebied gelieerde functie (zorgboerderij met (zorg)camping) wordt niet gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling waarmee een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is.

Provinciaal beleid 3.2.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant: Visie op de Brabantse Leefomgeving’ vastgesteld. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de visie officieel de juridische status van omgevingsvisie krijgen. Voor het handelen van de provincie zijn kernwaarden geformuleerd. Het gaat achtereenvolgens om de volgende kernwaarden: 

gaan voor meerwaardecreatie;

gaan voor technische én sociale innovatie;

gaan voor kwaliteit boven kwantiteit;

gaan voor steeds beter;

gaan voor proactief en preventief boven gevolgbeperking en herstel.

De provincie heeft tevens een basisopgave opgenomen in haar omgevingsvisie. Centraal hierbij staat het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Hoewel er gesproken wordt over één basisopgave, is deze opgave in feite tweeledig, aangezien voor zowel het jaar 2030 als voor het jaar 2050 een basisopgave geformuleerd is. Een en ander is als volgt geformuleerd:

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

18

Doel 2050: “Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal”.

Doel 2030: “Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak”.

De basisopgave ligt – zoals al in de naam besloten ligt – aan de basis van vier hoofdopgaven. De volgende hoofdopgaven worden benoemd: 

werken aan de Brabantse energietransitie;

werken aan een klimaatproof Brabant;

werken aan de slimme netwerkstad;

werken aan een concurrerende, duurzame economie.

Doorwerking plangebied De ontwikkelingen waarin wordt voorzien met onderhavig bestemmingsplan hebben geen invloed op de vier opgestelde ambities. Wel moet deze ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In de volgende hoofdstukken wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling geen negatieve invloed heeft op deze drie aspecten en waarom de noodzaak tot behoud van deze aspecten anderzijds geen belemmering vormt voor de ontwikkeling zelf. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat inhoud van deze omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) vastgesteld, deze is in april 2022 geactualiseerd en in maart 2023 voor de laatste keer geconsolideerd. De IOV vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze die gevraagd wordt in de Omgevingsvisie Noord-Brabant en de Omgevingswet. Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot de IOV. Er wordt expliciet gesproken over een interim omgevingsverordening, om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de definitieve omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving, moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen en dient ter vervanging van zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. Doorwerking plangebied Het plangebied wordt in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangemerkt als ‘Landelijk gebied’ en ‘Gemend landelijk gebied’. Op basis van de ligging binnen de gebieden ‘landelijk gebied’ en ‘gemengd landelijk gebied’ zijn onderstaande artikelen van toepassing: Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

19

plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. In het landelijk gebied wordt hiermee een bestaand bouwperceel bedoeld. Bij stedelijke ontwikkelingen dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Daarnaast moeten gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik in die zin dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. In het landelijk gebied wordt hiermee een bestaand bouwperceel bedoeld. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling wordt bestaande, niet te slopen bebouwing benut en aangepast ten behoeve van de zorgboerderij en (zorg)camping en de bijbehorende ondergeschikte en nevenfuncties. Overtollige bebouwing is reeds gesaneerd en er zal slechts in beperkte mate sprake zijn van nieuwe bebouwing. Dit is nodig omdat de bestaande bebouwing hier niet geschikt voor te maken is en omdat meer m2 nodig is om een doelmatig programma aan facilitaire functies te kunnen huisvesten. De nieuwe gebouwen zullen echter voornamelijk worden opgericht ter plaatse van voormalige bebouwing en in ieder geval komen deze gebouwen allemaal binnen het voormalige bouwvlak van de intensieve veehouderij te liggen.

Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) Lid 1 De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2 De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c.

de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.

Lid 3 Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Doorwerking plangebied Voor voorliggend planvoornemen is de lagenbenadering toegepast. Hierbij is allereerst gekeken naar de sturende lagen vanuit bodem en water. Het plangebied bestaat uit dekzandvlakten, welke in oost-westelijke richting uitrekken. De dekzandvlakten en ruggen waren vroegers als eerste bewoonbaar door de relatief hoge ligging. plangebied behoort tot de oude ontginningen. Bepalend voor dit type landschap was de intrede van de landbouw en de veeteelt. De hooggelegen gronden waren het meest geschikt voor de agrarische bedrijfsvoering. Om op de akkers permanent gewassen te kunnen telen werd het potstalsysteem toegepast, waarbij mest met heideplaggen en graskluiten werden verspreid over het land. Op deze manier ontstond er een dikke vruchtbare grond (enkeerdgronden). Deze karakteristieke akkers worden ook wel essen genoemd. Het landschap van de oude ontginningen is halfopen en kleinschalig. De wegen liggen onregelmatig en

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

20

organisch in het landschap. De verkavelingsstructuur sluit hierop aan en is eveneens onregelmatig. De grote diversiteit aan landschapselementen, zoals lanen, houtwallen, bomenrijen, solitaire bomen, hakhoutbosjes en droge en natte boscomplexen typeren het landschap. Door de aanwezigheid van deze elementen zijn de aanwezige ruimtes gevarieerd. Het contrast tussen meer besloten delen en open ruimten maken dit landschap waardevol. Grote begrenzingen en structuren ontbreken in dit landschap. De overgangen in dit gebeid zijn dan ook subtiel van aard. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt op ca. 40-60 cm onder maaiveld. Bij GLG geldt een maximale diepte van 160-180 cm. Ter hoogte van het erf is duidelijk te zien dat de GHG en GLG door het reliëf (bolle ligging) lager liggen. Dit is gunstig, aangezien de grond hier een zandige ondergrond heeft. Hierdoor kan het water gemakkelijk infiltreren en wordt er geen negatieve invloed verwacht vanuit de watersturende lagen, zoals waterschade/ rotting en het onderlopen van delen van het terrein. De impact van de planontwikkeling op de ondergrond/basislaag zijn duidelijk. Met de infrastructuur van het plangebied wordt er aangesloten op de reeds aanwezige structuren. Het plangebied wordt aan twee zijden ontsloten, zowel aan de west- als oostzijde.

Dit zijn beide oude verbindingen die in ere worden hersteld en worden begeleid met nieuw aan te planten bomenrijen. Afgezien van de ontsluiting naar het woonerf en de (zorg)camping brengt het planvoornemen geen nieuwe grootschalige infrastructuur met zich mee. De gevolgen van de ontwikkeling op de netwerkenlaag zijn hiermee beperkt. De derde laag is de occupatielaag. Het plangebied heeft nu een agrarische bestemming. In de nieuwe situatie zal het gebruik worden aangepast naar een gemengde functie ten behoeve van het woonhuis en de bijhorende gebouwen t.b.v. de (zorg)camping. Bij de onderhavige planontwikkeling wordt Dieperskant aantrekkelijker gemaakt voor recreanten en biedt het een meerwaarde voor de maatschappij. Het plan draagt dan ook bij aan het vergroten van de leefbaarheid ter plaatse. Uit de toepassing van de lagenbenadering blijkt dat er voldoende aanknopingspunten zijn waarmee het planvoornemen op een goede manier kan worden ontwikkeld. Met het planvoornemen worden er geen grootschalige (historische) structuren verwijdert, deze worden juist versterkt, en zijn er geen onomkeerbare effecten te verwachten op de lagen. Er kan ruimtelijk juist een meerwaarde worden behaald. De ontwikkeling past qua schaal, omvang en functie binnen het plangebied.

De planmatige aanpak zorgt voor een concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik en aandacht voor ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt. Dit heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft en heeft geformuleerd in artikel 3.7 van de Interim omgevingsverordening.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

21

enkeerdgronden

Dekzandvlaktes Geomorfolgie kaart, bron: Kaartbank Provincie Noord-Brabant

Podzolgronden Bodemkaart, bron: Atlas van de leefomgeving

40-60cm

Hoogtekaart, bron: AHN

Grondwater GHG kaart, bron Kaartbank Provincie Noord-Brabant

maïs

grasland

CHW, bron Kaartbank Provincie Noord-

Landgebruik kaart, bron Kaartbank Provincie

Brabant

Noord-Brabant

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

22

Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het plangebied gecombineerd met de volledige sanering van de (intensieve) veehouderij. Dit zorgt voor een aanzienlijke afname in emissies, waardoor het leefmilieu in de omgeving sterkt verbeterd. Door de toevoeging van verschillende tuinen (bewegingstuin, belevingstuin, groente- en fruittuin, en bloemen- en kruidentuin) wordt ecologische waarde in het plangebied gecreëerd, waardoor de biodiversiteit in het gebied kan worden bevorderd. Bovendien heeft een zorgboerderij en (zorg)camping intrinsiek natuurlijk al een maatschappelijke meerwaarde. Zorgboerderijen bieden vaak een omgeving waar mensen met uiteenlopende achtergronden en zorgbehoeften kunnen samenkomen. Door activiteiten op de boerderij kunnen mensen met bijvoorbeeld een beperking of psychische problemen deelnemen aan zinvol werk en sociale interactie. Dit draagt bij aan sociale inclusie en het welzijn van individuen.

Bij voorliggend voornemen wordt dagbesteding geboden aan (jong)volwassenen met een zorgvraag. De dagen dat een cliënt naar de zorgboerderij komt, wordt de cliënt opgehaald en thuisgebracht met een busje van de zorgboerderij. Het terrein wordt ingericht met diverse functies, waarvan de cliënten gebruik kunnen maken om hun dag zinvol te besteden. Zo is er een diversiteit aan dieren aanwezig, kan eenieder op een laagdrempelige manier bewegen en fit blijven in de bewegingstuin, kunnen cliënten zelf planten zaaien en oogsten in de groente- en fruittuin en bloemen- en kruidentuin, en hebben cliënten de mogelijkheid om eigen gemaakte producten te verkopen in de theeschenkerij. Deze plekken dienen tevens als ontmoetingsruimte voor de cliënten, bezoekers en medewerkers. De natuurlijke omgeving van een boerderij of (zorg)camping kan therapeutische voordelen hebben. Het contact met de natuur en het verrichten van activiteiten zoals tuinieren of dierenverzorging kunnen bijdragen aan de fysieke en mentale gezondheid van deelnemers. Ook wordt een belevingstuin aangelegd die de zintuigen prikkelen en therapeutisch kunnen werken voor de cliënt. Verder zorgt de (zorg)camping ervoor dat mensen met diverse achtergronden en behoeften samen kunnen genieten van een zorgeloze vakantie.

De (zorg)camping is toegankelijk voor zowel mensen met als zonder zorgvraag, waardoor sociale integratie wordt gestimuleerd. Hieruit kan worden geconcludeerd dat het initiatief ruim voldoende bijdraagt aan het aspect meerwaardecreatie. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Het initiatief behoort tot categorie 3, ontwikkelingen die een beduidende invloed hebben op de omgeving en waarbij een bestemmingswijziging aan de orde is. Het betreft namelijk een wijziging van (een gedeelte van) de agrarische bestemming naar een maatschappelijke bestemming. Het beoogde gebruik moet derhalve voldoen aan een kwaliteitsverbetering van 20% van de waardevermindering van de gronden.

Op basis van de huidige planologische situatie, de gewenste planologische situatie en het landschappelijk inpassingsplan (Bijlage 1) is een economische berekening inzake de waardevermeerdering en

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

23

kwaliteitsverbetering opgesteld. Uit deze berekening blijkt dat er sprake is van een extra kwaliteitswinst bovenop de kwalitatieve investering die de provincie redelijk acht. De aanleg en instandhouding van deze kwaliteitsverbeterende maatregelen wordt feitelijk en juridisch verzekerd middels de opname van de bestemming ‘Groen – Landschapselement’ ter plaatse van de kwaliteitsverbetering, een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan en daarnaast door het afsluiten van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en initiatiefnemer. Daarnaast heeft de sloop van de overtollige bedrijfsbebouwing reeds plaatsgevonden en is deze dus verzekerd. Hiermee is ruimschoots verzekerd dat met het initiatief voldoende meerwaarde gecreëerd wordt. Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied (artikel 3.73) In artikel 3.73, eerste lid, van de Iov is vastgelegd dat op een bestaand bouwperceel binnen het landelijk gebied kan worden voorzien in de vestiging van een niet-agrarische functie als dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Daarbij dienen de volgende aspecten te worden betrokken (cursief is aangegeven op welke wijze het initiatief hieraan voldoet): 1.

een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; De beoogde ontwikkeling van het landelijke gebied betreft een gemengde plattelandseconomie met in hoofdzaak een agrarische economie met daarbij passende bestemmingen. Een zorgboerderij en (zorg)camping, met bijbehorende ondersteunende functies zoals een theetuin en hobbymatig houden van vee, is een type functie dat bijdraagt aan een gemengde plattelandseconomie. Er is naast land- en tuinbouw in een gemengde plattelandseconomie namelijk ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties et cetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten, maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. In dit geval wordt de zorgfunctie de hoofdfunctie waarbij gebruik wordt gemaakt van ondergeschikte agrarische, recreatieve- en horeca-activiteiten. Door deze gebiedsgerichte benadering wordt gestreefd naar een evenwichtige mix van functies die niet alleen economisch rendabel zijn, maar ook bijdragen aan de leefbaarheid en diversiteit van het landelijke gebied. Het integreren van zorg, recreatie en agrarische activiteiten bevordert niet alleen de economische vitaliteit, maar ook het behoud van het karakteristieke plattelandslandschap. 2.

welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; De ontwikkeling van een zorgboerderij heeft geringe effecten op aspecten als mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders. De zorgboerderij biedt dagbesteding aan cliënten gedurende vijf dagen per week. De cliënten worden met een busje van en naar de boerderij vervoerd. Ook is de zorgboerderij opgesteld voor bezoekers, zoals familie en vrienden. Voorbijgaande wandelaars en fietsers kunnen een stop maken om huisgemaakte producten van de zorgboerderij te kopen. Deze verkeersgeneratie zorgt niet voor problemen voor het bestaande wegennetwerk. Verder zal de zorgboerderij een diversiteit aan dieren huisvesten, variërend van groter vee zoals Belgische trekpaarden, alpaca's, geiten en Brandrode runderen, tot kleinere (gezelschaps)dieren zoals honden en kippen. Hoewel dit bijdraagt aan een gevarieerd agrarisch beeld, is er geen sprake van een grootschalige agrarische ontwikkeling, zoals eerder het geval was. Verder wordt de leefbaarheid van de planlocatie bevorderd, omdat diverse faciliteiten op het terrein, waaronder een belevingstuin, bewegingstuin, een (zorg)camping en een theeschenkerij, gerealiseerd worden.

Hoewel de informatie niet specifiek ingaat op effecten op leegstand elders, kan de multifunctionaliteit van het terrein, met dagbesteding, een (zorg)camping en een theeschenkerij, bijdragen aan het voorkomen van leegstand in de toekomst op het specifieke terrein van de zorgboerderij. Het aantrekken van bezoekers en voorbijgangers, kan indirect de levendigheid van de omgeving vergroten en leegstand elders wellicht helpen verminderen. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

24

genoemde aspecten is ook uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van voorliggende toelichting. 3. hoe een ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het landelijk gebied. In de toetsing aan artikel 3.6 tot en met 3.9 van de Iov is reeds aangetoond dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit door de sloop van overtollige bebouwing en de aanleg en instandhouding van landschappelijke inpassing van het plangebied. Daarbij worden met het initiatief in totaal twee veehouderijen gesaneerd (Veghelsedijk 10a en Dieperskant 6). Door deze sloopactiviteit wordt niet alleen ruimte gecreëerd voor de beoogde ontwikkeling, maar wordt ook aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van milieukwaliteit. Het amoveren van deze veehouderijen resulteert namelijk in een significante reductie van emissies zoals ammoniak, fijnstof, en geur. Dit draagt bij aan een schonere lucht, een betere leefomgeving en welzijn van de directe omgeving. Verder moet worden aangetoond dat: b. er geen splitsing van het bouwperceel plaatsvindt; In de (voormalige) huidige situatie wordt er binnen het plangebied een zelfstandige bedrijf geëxploiteerd.

Deze varkenshouderij is inmiddels gesaneerd en er komt een gemengde op zorg gerichte activiteit voor terug in de vorm van een zorgboerderij met (zorg)camping en nevenfuncties in de vorm van onder andere een theetuin, belevingstuin, bewegingstuin, groente- en fruittuin, en bloemen- en kruidentuin. Samen vormen deze functies een toekomstbestendige plattelandsonderneming. Belangrijk is te benadrukken dat de nevenfuncties expliciet bedoeld zijn ter ondersteuning van de zorg- en recreatieve doelstellingen en niet als zelfstandige functies zullen worden geëxploiteerd. Deze aanpak voldoet aan de gestelde voorwaarde van het niet laten plaatsvinden van een splitsing van het bouwperceel. Hierdoor wordt de eenheid van het bouwperceel behouden c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; De overtollige bebouwing met in totaal een oppervlakte van 6.043,7 m2 is gesaneerd. Overige bebouwing wordt verbouwd en in gebruik genomen ten behoeve van de zorgboerderij met (zorg)camping en het hobbymatig kunnen houden van vee. Ook komen er 3 recreatie-units van maximaal 55 m2 per stuk. d. de vestiging geen betrekking heeft op een kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking. Met de beoogde ontwikkeling wordt geen kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking gerealiseerd.

Conform artikel 3.73, tweede lid, dient een bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt te borgen dat de functie, ook op lagere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting. Er dienen daartoe regels te worden gesteld: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor voorzieningen ten dienste van vrije tijd en zorg een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. In afwijking hiervan kan een bestemmingsplan van toepassing op Gemengd landelijk gebied op grond van artikel 3.67, eerste lid, van de Iov, een andere omvang toelaten als: 1. dat past in de ontwikkelingsrichting van het gebied als bedoeld in artikel 36.3, eerste lid; De gemeente Meierijstad heeft de ontwikkelrichtingen voor gebieden nog niet specifiek uitgeschreven, maar een kaart met gebied typologieën in het buitengebied van de gemeente opgesteld. Het plangebied is gelegen binnen een bebouwingscluster met de gebiedstypologie Landelijk gebied, verwerving van functies (zie figuur 9). Dit betreft een gebied waarin bedrijfsfuncties, agrarische functies en wonen elkaar afwisselen. Het toevoegen van een niet-agrarische, maar wel aan het buitengebied gelieerde functie, wordt als

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

25

passende ontwikkeling beschouwd binnen deze gebiedstypologie. 2. ter uitvoering van artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap elders leegstaand vastgoed in het landelijk gebied is gesloopt van een omvang die ten minste gelijk staat aan de oppervlakte van bebouwing die boven de 1 hectare wordt toegestaan; Voor de zorgboerderij vindt sanering van de voormalige varkenshouderij plaats. Deze sanering omvat de sloop van een omvang die ten minste gelijkstaat aan de oppervlakte van bebouwing die boven de 1 hectare is toegestaan. De beoogde maatschappelijke bestemming heeft een omvang van circa 13.711 m2. In de voorwaarden van de maatschappelijke bestemming wordt vastgelegd dat de oppervlakte van de bedrijfsgebouwen ten behoeve van de zorgboerderij en (zorg)camping (incl. nevenfuncties) niet meer mag bedragen dan 1.085 m2. Daarnaast zijn 3 recreatiewoningen van 55 m2 per stuk toegestaan. 3. de ontwikkeling in samenhang met andere doelen voor het gebied en de directe omgeving wordt uitgevoerd, waarbij ook kwaliteitswinst voor andere functies, waaronder natuur, wordt bereikt. Het initiatief past in de ontwikkelingsrichting van het gebied, zoals reeds is toegelicht onder sub a.

In de toetsing aan artikel 3.8 van de Iov is reeds aangetoond dat met het initiatief ruimschoots voldoende meerwaarde gecreëerd wordt door de sloop van overtollige bebouwing en de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inpassing van het plangebied. Er kan dus worden geconcludeerd dat de beoogde zorgvoorziening met (zorg)camping qua omvang passend is in de omgeving. Dat ook de publieksaantrekkende werking van de beoogde zorgfunctie passend is binnen de omgeving wordt aangetoond in paragraaf 4.1. b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; In de voorwaarden van het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat ter plaatse uitsluitend een maatschappelijke functie in de vorm van een zorgboerderij met een recreatieve functie in de vorm van een (zorg)camping en bij beide hoofdfuncties behorende nevenactiviteiten zijn toegestaan. c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; Buitenopslag is binnen de maatschappelijke bestemming als strijdig gebruik aangemerkt. d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

26

Er wordt met dit plan niet voorzien in uitbreidingsmogelijkheden van de maatschappelijke bestemming, waardoor de zorgboerderij en (zorg)camping genoodzaakt is om zich elders op een passende locatie te vestigen wanneer de maximaal toegestane omvang niet meer voldoende is. Er kan derhalve worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de voorwaarden voor de vestiging van een niet-agrarische functie in het landelijk gebied.

Figuur 9: Uitsnede kaart ‘gebiedstypologieën’ met plangebied rood omcirkeld (bron: gemeente Meierijstad)

Aanvullende regels voor vrije-tijds voorziening (artikel 3.75) Ten aanzien van vrije-tijdsvoorzieningen zijn in de IOV aanvullende regels opgenomen: 1. In geval er sprake is van een watergebonden voorziening kan het bestemmingsplan onder overeenkomstige toepassing van artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied nieuwvestiging mogelijk maken, als elders een bouwperceel is gesaneerd en de daarop aanwezige bebouwing van ten minste gelijke omvang, met uitzondering van de bedrijfswoning, is gesloopt. In het bestemmingsplan is geen watergebonden voorziening beoogd. 2. In geval een bestemmingsplan de vestiging van verblijfsrecreatie, waaronder de bouw van een recreatiewoning, toestaat, geldt in aanvulling op artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied, tweede lid dat het bestemmingsplan borgt dat: a. het terrein en de woningen bedrijfsmatig worden beheerd; b. permanente bewoning is uitgesloten. In de planregels zijn bovenstaande voorwaarden opgenomen. Eindconclusie Onderhavig plan is in lijn met de bovengenoemde voorwaarden, hiermee past de ontwikkeling binnen de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Bestemmingsplan Buitengebied Veghel, herziening Dieperskant 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=eb0967cb-e810-4e3a-a7a1-83062a583112