Toelichting en bijlagen BP Bolst 15 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Separaat van deze ruimtelijke onderbouwing is er een vormvrije aanmeldnotitie opgesteld. Uit deze aanmeldnotitie volgt dat er geen (mogelijke) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu aanwezig zijn.
39
5. uitvoerbaarheid en procedure 5. 1
Economische uitvoerbaarheid
De voorgestane ontwikkeling aan de Bolst 15 te Erp betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de initiatiefnemer. Hierbij is de economische uitvoerbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. Er zijn geen financiële consequenties van het plan voor de gemeente Meierijstad. Dit zal worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst, waarin wordt opgenomen dat eventuele planschade voor rekening komt van de initiatiefnemer. Bovendien worden de eventuele gemeentelijke kosten verhaald via het in rekening brengen van leges. Doordat het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins is verzekerd, er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en er geen sprake is van locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) is bovendien geen exploitatieplan benodigd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee afdoende aangetoond.
5. 2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bij de maatschappelijke uitvoerbaarheid gaat het erom dat er maatschappelijk draagvlak is voor een planvoornemen. In dat kader wordt de gelegenheid tot inspraak geboden conform de wettelijk voorgeschreven procedure. Bovendien heeft vooroverleg plaatsgevonden met omwonenden. 5. 2. 1 Procedure algemeen In artikel 3. 1. 1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met de besturen van de bij het plan betrokken provincie en waterschap. Indien nodig dient bovendien overleg plaats te vinden met de besturen van andere gemeenten of met eventuele andere diensten die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Na het vooroverleg kan de gemeente ervoor kiezen het plan als voorontwerp ter inzage te leggen voor inspraak. Dit extra inzagemoment is wettelijk niet voorgeschreven en berust derhalve op gemeentelijke beleidsvrijheid. De formele vaststellingsprocedure van een bestemmingsplan vindt vervolgens plaats volgens artikel 3. 8 van de Wet ruimtelijke ordening. Hierbij wordt o. a. afdeling 3. 4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard, met een aantal aanvullende procedurevereisten. Het (ontwerp)plan wordt ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken.
Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken omtrent het plan. Na behandeling van de eventueel ingebrachte zienswijzen dient de gemeenteraad binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging te beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Na vaststelling wordt het besluit bekend gemaakt en het plan wederom voor een periode van zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan daags na de inzagetermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking. 5. 2. 2 Omgevingsdialoog De initiatiefnemers zijn met omwonenden in gesprek geweest om de plannen toe te lichten. Alle omwonenden waarderen het toelichten van de plannen en er zijn geen op- en aanmerkingen gemaakt op de beoogde plannen. Van deze gesprekken is een verslag gemaakt dat als bijlage is opgenomen. 5. 2. 3 Zienswijzen De resultaten van de inzagetermijn van het ontwerpbestemmingsplan zullen te zijner tijd worden verwerkt in onderhavige ruimtelijke onderbouwing.
40
6. Conclusie en afweging Het onderhavige initiatief tot het vergroten van het bouwvlak en het realiseren van een trainingshal voor een productiegerichte paardenhouderij op Bolst 15 te Erp is beoordeeld op de eisen van ‘een goede ruimtelijke ordening’ en hieruit is gebleken dat het initiatief aan alle vereisten voldoet. Het onderhavige initiatief is getoetst aan geldende sectorale wet- en regelgeving en hieruit is gebleken dat er geen milieuplanologische belemmeringen zijn. Hierdoor wordt geconcludeerd dat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief vanuit het gemeentelijke ruimtelijke belang, het belang van ‘een goede ruimtelijke ordening’ en uit oogpunt van milieu-planologische wet- en regelgeving is aangetoond.
41
BIJLAGEN
42
Bijlage 1: Inrichtingsplan Bolst 15
43
INRICHTINGSPLAN DE BOLST 15 (geanonimiseerd) EN -
N Bis
STUDIO OUTDOOR
SIEBERS DESIGNERS
INHOUD 1. Inleiding 1. 1 1. 2
Aanleiding
Leeswijzer
2. Bestaande situatie 2. 1 2. 2
Gebiedsbeschrijving Vigerend beleid 2. 2. 1 Provinciaal beleid 2. 2. 2 Gemeentelijk beleid
2. 3
Historische analyse
3. Inrichtingsplan 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5
Inleiding Inrichtingsplan Beplantingsbeeld Groencompensatie Beheer
4. Colofon
2/19
1. INLEIDING 1. 1 Aanleiding Voorliggend inrichtingsplan heeft betrekking op een perceel binnen de gemeente Meierijstad, hierna genoemd plangebied. Het plangebied is gelegen aan de Bolst 15 te Erp. De initiatiefnemer heeft voornemens op het plangebied een zelfstandige paardenhouderij te ontwikkelen met
onder andere een indoor rijhal. Hiertoe wordt de bestaande bebouwing uitgebreid en dient een groencompensatie gedaan te worden.
K
ra a n
Dit plan geeft houvast om de plannen verantwoord landschappelijk in te passen en het groene karakter te behouden en versterken.
B
o
sl
m e e
r
t
1. 2 Leeswijzer Het volgende hoofdstuk beschrijft de bestaande situatie,
het vigerend beleid, historie en de kansen van het perceel. Het derde hoofdstuk bevat het inrichtingsplan van het perceel met daarbij de landschappelijke onderbouwing. Melve rt
Erp 3/19
2. BESTAANDE
SITUATIE
2. 1 Gebiedsbeschrijving Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Erp aan de Bolst. Het plangebied bevindt zich in een cluster van
paardenhouderijen. Momenteel is het plangebied in gebruik voor agrarische doeleinden en grenst in het noorden aan de bestaande paardenhouderij, in het oosten aan een zandpad en waterloop, in het zuiden aan agrarische percelen en in het westen aan de Bolst. Landschappelijk wordt de omgeving getypeerd als een oude ontginning. Deze kenmerken zich door een halfopen karakter, met een grillig verloop van verkaveling en wegenstructuur. Beplanting is te vinden in de vorm van wegbegeleidende beplanting en op perceelsranden. Bebouwing is te vinden aan de uitvalswegen. Dit zijn typische vormen van lintbebouwing met een gemengd karakter van agrarisch, wonen en bedrijven.
4/19
5/19
2. 2 Vigerend beleid Voor de ontwikkeling zijn verschillende beleidsstukken
relevant. Dit hoofdstuk bevat alle relevante informatie met betrekking tot het plangebied. 2. 2. 1 Provinciaal beleid
Omgevingsverordening Noord-Brabant 2023 (nog niet in werking getreden) Op de omgevingsverordening kaart behoort het plangebied tot landelijk gebied, geen attentiezone waterhuishouding, diep grondwaterlichaam, waterwinning voor menselijke consumptie, boringsvrije zone en stalderingsgebied. In de omgevingsverordening wordt benoemd dat een omgevingsplan voor een concreet initiatief een bouw- of
Omgevingsverordening Noord-Brabant
gebruiksactiviteit kan mogelijk maken als: • de activiteit volledig tot doel heeft de omgevingskwaliteit te versterken en voor dat doel de middelen genereert; • de realisering van de onder a bedoelde versterking van omgevingskwaliteit niet op een andere wijze is verzekerd; • de activiteit door meerwaardecreatie aanzienlijk bijdraagt aan algemene belangen zoals sloop van overtollige bebouwing, de aanleg van natuur en bos, de verbetering van het woon- en leefklimaat, het terugdringen van de emissie van milieuhinderlijke stoffen of het behoud van cultuurhistorische waarden; • zowel de activiteit als de versterking van omgevingskwaliteit passen binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied; • is onderbouwd dat de activiteit volhoudbaar is naar de toekomst, vanuit duurzaamheid en economisch oogpunt; •
de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten, belangen en doelen die deze verordening beoogt te beschermen;
Natuurbeheerplan Noord-Brabant
6/19
•
bij de uitwerking van het plan deskundigen worden betrokken op het gebied van omgevingskwaliteit, onder wie een deskundige die bij de provincie NoordBrabant werkzaam is.
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 - partiële herziening 2014 Op de structuurvisiekaart behoort het plangebied tot het
mozaïeklandschap en economisch kenniscluster. De provincie vindt het belangrijk dat de contrasten tussen
klei, zand en veenontginningen versterkt worden. Dit betekend enerzijds inzet op de ontwikkeling van functies die de grootschaligheid en openheid van de kleigebieden ondersteunen en anderzijds het versterken van het mozaïeklandschap van het Brabantse zand door menging van functies die de afwisseling en kleinschaligheid versterken. De voorgestelde ontwikkeling van het plangebied heeft een positief effect op het bestaande mozaïeklandschap en versterkt de afwisseling van kleinschaligheid en
landschapselementen zoals bomenrijen.
Structuurvisie Ruimtelijke Ordening
7/19
2. 2. 1 Gemeentelijk beleid
Bestemmingsplan - Buitengebied Meierijstad - 2015 Het plangebied heeft de vigerende enkelbestemming ‘Agrarisch’, de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde - Archeologie 4’ en de gebiedsaanduidingen ‘Boringsvrije zone’, ‘Dagrecreatie’, ‘Dorpslandschap’, ‘Reconstructiewetzone - Verwevingsgebied 1’ en ‘Vrijwaringszone - Radar’. De percelen 833 en 834 hebben ook de functieaanduiding ‘Intensieve veehouderij’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • • •
agrarisch grondgebruik; grondgebonden en niet-grondgebonden agrarische bedrijven een gebruiksgerichte paardenhouderij, als nevenactiviteit naast de agrarische bedrijfsvoering, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - 5’;
met de daarbij behorende: • • • • • •
waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; groenvoorzieningen; wegen, paden en verkeersvoorzieningen; parkeervoorzieningen; tuinen, erven en terreinen; voorzieningen van algemeen nut.
Gemeente Meierijstad kan het bouwvlak van een grondgebonden of overig niet-grondgebonden agrarisch bedrijf te vergroten, als onder
andere voldaan wordt aan onderstaande voorwaarden: • er is voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een uitvoerbaar beplantingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; • de vergroting gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiele kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de vergroting haar werking heeft;
Bestemmingsplan
-
Buitengebied
8/19
2
bedrijvig Veghel
(op termijn) Herstructureren bestaand bedrijventerrein Molenakker Erp Ontwikkellocaties bedrijventerrein Foodpark de Kempkens Veghel & Molenakker Erp Ontwikkelen agrarisch kerngebied ruimte voor andere functies, mits niet beperkend voor de landbouw Landbouw ontwikkelingsgebieden (LOG) ruimte voor intensieve landbouw Structuurvisie Veghel 2030 - vastgesteld in 2013 Doorgroeigebied glastuinbouw In de structuurvisie valt het plangebied onder hetvoorthema groeimogelijkheden bestaande ‘Ontwikkelen glastuinbouwbedrijven afwisselend ‘buitenlandschap’. Het buitenlandschap van Erp opwaardering wordt N279 Onderzoeksgebied tracéalternatieven afwisselend aangeduid als een van de vijf gebiedstypen met een tunnel onder huidige tracé, op maaiveld bij omleiding landschap, waarin landbouw, wonen,Infraopgaven werken verbinden en recreatie in samenhang met landschapskwaliteit worden ontwikkeld, met oog voor deA50mogelijkheden die er liggen op & N279 het gebied van duurzame energie. Het gebied ten noorden Tracé zuidelijke ontsluitingsweg Erp van Erp is daarnaast deels aangemerkt als mogelijk raadsbesluit doorgroeigebied 29-03-2012 voor glastuinbouw. Bestaande bedrijven kunnen Herinrichting hier Rembrandtlaan, uitbreiden, inclusief als die ‘korteuitbreiding haak’ weg naarInmaaiveld brengen tenminste inpasbaar is in het landschap.
dit ‘buitenlandschap’ is geen Ontwikkelen hoogwaardig openbaar vervoer specifieke functie dominant. voorkeurstracés met geplande haltes binnen de gemeente Veghel Opwaarderenbestaat Zuid-Willemsvaart Den Bosch De gewenste uitstraling van het landschap uit hettot herstellen dan vanaf binnenhaven barrières opheffen (sluizen, bruggen) wel versterken van het open landschap met gekoppelde bebouwing aan Doorontwikkelen multimodale knoop (weg, water & rail) functies belangrijk linten. Daarnaast is de afwisseling vanstudieverschillende naar herontwikkeling Duits Lijntje zoals landbouw, wonen, (glas)tuinbouw en recreatie.
Handreiking kwaliteitsverbetering Meierijstad - vastgesteld 2021 Bij deze ontwikkeling dient voldaan te worden aan de vereisten van de versterking van de landschappelijke kwaliteit van de interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de regeling ‘Handreiking kwaliteitsverbetering’ van gemeente Meierijstad. In dit beleidsdocument wordt nadere invulling gegeven aan de inspanningen die voor niet-planmatige ontwikkelingen van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt in de volgende drie categorieën: - Categorie 1. Geen inspanning of tegenprestatie - Categorie 2. verplichte basisinspanning; het opstellen en uitvoeren van een erfinrichtingsplan - Categorie 3. basisinspanning + aanvullende kwaliteitsprestaties
‘Omleiding’ ecologische verbindingszone t. b. v. ‘zwakke schakels’ langs Zuid-Willemsvaart en Duits Lijntje Versterken continuïteit beekdal in kernen Veghel en Erp ruimte voor water en groen, verbeteren beleving van de Aa Versterken landschappelijke geleding tussen Zijtaart en bedrijventerreinen Uitbreiding bosareraal gefaseerde ontwikkeling Natuurkerngebieden behouden en versterken groenblauwe kwaliteiten Cultuurhistorisch waardevolle akkercomplexen behoud openheid Regionale open ruimtes / lokale open ruimtes voorkomen bandstad-ontwikkeling / behoud openheid
huidige situatie
Centrumgebied Veghel boodschappen, winkelen, cultuur & uitgaan Grootschalige voorzieningen langs as Corr perifere detailhandel, middelbaar- en beroep Hoofdwegenstructuur snelwegen, provinciale wegen & lokale wege Hoofdwaterstructuur transport Zuid-Willemsvaart, zijtak Veghel enz. Hoofdwaterstructuur afwatering Aa, Leijgraaf enz. Woongebieden (kernen & linten) met dorpse kwaliteiten Bestaande bedrijventerreinen cat. 3/4/5, cat. 2/3/4 (soms met ontheffing), Wijk- en dorpsvoorzieningen basisonderwijs, zorg, detailhandel enz. Sportvoorzieningen prins Willem-Alexander sportpark & dorpen
Mogelijke uitbreiding waterwingebied ten zuiden van Blankens Kerkhof Regionaal waterbergingsgebied / reserveringsgebied waterberging Nieuwe fietsverbindingen realiseren t. p. v. ontbrekende schakels (niet hele netwerk afgebeeld) Aa & Leigraaf als groenblauwe ruggengraat water(berging), natuur, recreatie, landbouw Versterken groene ruggengraat door ontwikkelen samenhangend groengebied Veghel-noord Ontwikkelen afwisselend ‘buitenlandschap’ landbouw, wonen, werken, recreatie & landschap Ontwikkelen agrarisch landschap (noordflank Veghel) Structuurvisiekaart aansluiten op landschap rond Heeswijk-Dinther
Wijk- & buurtgroen kern Veghel Bos, park en natuur binnen de kernen & in het buitengebied
De voorgenomen ontwikkeling wordt aangemerkt als een ontwikkeling in categorie 2. Dit betekend dat voor dit initiatief een verplichte
basisinspanning geldt, bestaande uit het opstellen en uitvoeren van een erfinrichtingsplan. 0
2 km
visiekaart
2030
Gebiedstypen
MENU
VOOR
DE
9/19
TOEKOM
2. 3 Historische analyse Van plangebied is onderdeel van een oude ontginning en wordt al vanaf 1900 gebruikt als agrarische grond. Op de kaarten van 1920 en 1940 is het halfopen karakter met grillig verloop van verkaveling en wegenstructuur wat typerend is voor een ontginningslandschap, goed te zien. De hoger gelegen gebieden in het landschap waren te droog voor
landbouw, deze bleven bebost en de lager gelegen delen werden omgevormd tot landbouwgrond. Dit begon met kleine strookvormige kavels omsloten met houtsingels of hagen en door ruilverkaveling zijn de kavels uiteindelijk door de jaren heen vergroot en ontstond het huidige verkavelingspatroon. Hierdoor is een meer open landschap ontstaan. Bestaande landschapselementen zoals houtwallen en bomenrijen versterken nog deels het oude landschap.
1920
1940
1960
1980
2000
2020
10/19
3. INRICHTINGSPLAN
0
50m
11/19
3. 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het inrichtingsplan van het plangebied verder
toegelicht. 3. 2 Inrichtingsplan
Nieuwe rijhal
Het perceel is opgesplitst in verschillende functies zoals de privé tuin,
het entreeplein aan de voorzijde van de nieuwe rijhal, de waterpartij, paddocks en grasland met solitaire bomen hier omheen. Bolst 11
De hoofdentree bevindt zich in het midden van het perceel, dit is ook de
locatie van de huidige bedrijfsentree, en wordt begeleid door een rij van laanbomen en een beukenhaag. Het woonhuis heeft nog een oprit aan de linkerzijde van het perceel, die ook verbonden is met het achterliggende terrein. Door het gebruik van twee gescheiden entrees, kan privé- en agrarisch verkeer gescheiden worden.
Bolst 15
Aan het einde van de hoofdentree bevindt zich een verhard entreeplein aan de en een
voorzijde van de nieuwe rijhal, omringd door solitaire bomen beukenhaag. Hier is ruimte voor parkeren, zowel voor auto’s als vrachtverkeer en hier zal veel bedrijvigheid plaatsvinden. Een brede border van vaste planten met solitaire bomen zal de nieuwe rijhal vergroenen en vormt een groene afscheiding tussen het entreeplein en de nieuwe rijhal. Daarmaast zorgen bomenrijen in heesterbeplanting, in het midden van het entreeplein, voor een groene afscheiding. Aan de rechterzijde van de hoofdentree bevinden zich 4 paddocks, ingepast met een rij van laanbomen, zodat aangesloten wordt op de gewenste landschappelijke uitstraling. Tussen de nieuwe rijhal en de bestaande rijbak is ruimte ontstaan voor een waterpartij. Deze zal tevens dienen als waterberging. De waterpartij is landschappelijk ontworpen met oeverbeplanting en solitaire treurwilgen. De privé tuin wordt afgeschermd middels een haag en is gesitueerd tussen bestaande bebouwing, dit is deels een bestaande tuin. De tuin zal bestaan uit een bestaande waterpartij, terrassen, vaste planten borders met meerstammige heesters en gazon.
Bestaande houtwal met waterloop en wandelpad
Waterpartij met oeverbeplanting en treurwilgen
Inheems bosplantsoen met boomvormers
Parkeervakken met afwisseling van vaste planten borders
Solitaire bomen verspreid over perceel in bloemrijk grasland
Halfverharde toegangspaden rijbak
Laanbomen naast oprit met beukenhaag
Verharding
Bomenrij op entreeplein in heesterborder
Bestaande oprit
Bomenrijen rondom entreeplein met beukenhaag
Privé tuin
Paddocks
Bestaande oprit met laanbomen
12/19
De verschillende lagen aan beplanting brengen variatie in het plangebied, waardoor de biodiversiteit verhoogt. Zo wordt leefgebied voor verschillende vogel- en kleine zoogdiersoorten gecreëerd. Het
bosplantsoen/struweel en de beukenhagen zorgen voor beschutting en nestgelegenheid en de open plekken met (bloemrijk) grasland zorgen voor voedsel en foerageergebied. De toegepaste landschapselementen, zoals de bomenrijen, sluiten aan op zowel de structuurvisie Veghel 2030 en de omschreven wensen vanuit
provincie Noord-Brabant.
Beukenhaag
Solitaire bomen in bloemrijk grasland
Bloemrijk grasland
Inheems bosplantsoen met boomvormers
13/19
REFERENTIEBEELDEN
Referentie waterpartij met oeverbeplanting en treurwilgen
Paddocks
Referentie oprit
Paddocks
Bomenrij op en rondom entreeplein
Laanbomen naast oprit
14/19
3. 3 Beplantingsbeeld Om de beeldkwaliteit te verhogen wordt gebruik gemaakt van inheemse bomen en heesters. Er wordt gebruik gemaakt van de volgende planten:
Ned. naam Haagbeuk Beuk Esdoorn
Maat 10-12 10-12 10-12
Aantal 2 2 2
3. 4 Groencompensatie
Ned. naam Krentenboompje Hazelaar Meidoorn Hulst Vlier Gelderse roos
Maat
Aantal
Boomvormers
Acer campestre
Struikvormers Latijnse naam Amelanchier lamarckii Corylus avellana Crataegus monogyna
Ilex aquifolium Sambucus nigra Viburnum opulus
Laanbomen/Bomenrijen Latijnse naam Fagus sylvatica (zuilvorm) Tilia europaea
60/80 60/80 60/80 60/80 60/80 60/80
(L8: Bomenrij en solitaire boom) Maat Ned. naam
46 92 92 92 69 69
Rijen 10
Plantverband kruislings 1,5 x 1,5 m
Haagstructuur (L7: Knip- of scheerheg) Lengte Breedte Varieert 1m
Inheems bosplantsoen met boomvormers (L3: bossingel) Latijnse naam Carpinus betulus Fagus sylvatica
Plantverbanden Bosplantsoen (L3: bossingel) Lengte Breedte Varieert ± 15m
Rijen 2
Plantverband kruislings
Om duidelijk te maken hoeveel groen er toegevoegd wordt op het
perceel, is hieronder een overzicht gemaakt. Bouwvlak oppervlak
15. 000 m2
Landschapselementen binnen bouwvlak 102 m2 Inheems bosplantsoen 177 m2 Beukenhaag 2. 925 m2 Solitaire bomen/laanbomen Gemiddeld opp. volwassen kroon
Aantal
Zuilbeuk Hollandse linde
20-25 20-25
35 14
Solitaire bomen (L8: Bomenrij en solitaire boom) Latijnse naam Ned. naam Fagus syl. ‘Atropunicea’ Rode beuk Tilia cordata Winterlinde Salix sep. ‘Chrysocoma’ Treurwilg
Maat 20-25 20-25 20-25
Aantal
Totaal binnen bouwvlak
3. 204 m2 21% van bouwvlak
Extra landschapselementen
Haagstructuur (dubbele haag) (L7: Knip- of scheerheg) Maat Latijnse naam Ned. naam Fagus sylvatica Beuk 125/150
3 8 4
Aantal 2864
Inheems bosplantsoen Beukenhaag Solitaire bomen/laanbomen
510 m2 36 m2 910 m2
Bloemrijk grasland
10. 773 m2
Totaal extra
1. 456 m2
Totaal
12. 229 m2
Gemiddeld opp. volwassen kroon
(Bloemrijk) grasland (Bloemrijk) grasland mengsel op advies van Cruydthoeck.
15/19
3. 5 Beheer Voor de regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ zijn
verschillende landschapspakketten opgesteld (STILA) welke beheersmaatregelen omschrijven. Hieronder wordt het streefbeeld en beheer per toegepast landschapselement toegelicht. Inheems bosplantsoen met boomvormers (L3: bossingel) Het streefbeeld is het vormen van een afschermende massa beplanting waarbij de langzaam groeiende boomsoorten bebouden en bevorderd worden en uitgegroeide struiken teruggezet worden. Een hoge biodiversiteit en ecologisch verantwoord bosplantsoen is gewenst. De volgroeide hoogte van het bosplantsoen zal ongeveer 3-5m zijn. De boomvormers zullen uitgroeien tot een hoogte van ongeveer 15-20m.
Laanbomen/Bomenrijen
en solitaire bomen (L8: Bomenrij en solitaire boom) Het streefbeeld van de boomgroepen en solitaire bomen zijn volgroeide bomen met een volle kroon die vrij aangeplant zijn. De volgroeide hoogte van deze bomen zal ongeveer 20-30m zijn. De bomen behoeven niet veel snoeiwerkzaamheden. Het snoeien beperkt zich tot het verwijderen
dood, ziek of kruisend hout en eventueel noodzakelijke correcties in de kroonopbouw. Snoeiwerkzaamheden kunnen verricht worden in de periode tussen juni en eind oktober, wanneer de bomen in vol blad staan. van
In het landschapspakket L8: Bomenrij en solitaire boom worden onderstaande eisen ten aanzien van het beheer gesteld: • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m. u. v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse •
In het landschapspakket L3: Bossingel worden onderstaande eisen ten
aanzien van het beheer gesteld: • Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid. • Het element wordt voor maximaal 80% beheerd als bos met opgaande bomen. • Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt wroden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m. u. v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch worden bestreden. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt wroden in de beheereenheid. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element.
• • •
duizendknoop. Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt wroden in de beheereenheid. Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden. Niet branden in of in de directe omgeving van het element.
Beukenhaag (L7: Knip- of scheerheg) Het streefbeeld is een strak geschoren beukenhaag van 1,5m hoog. Om het gewenste eindheeld te behalen zal de haag 2x per jaar gesnoeid moeten worden. In het landschapspakket L8: Bomenrij en solitaire boom worden onderstaande eisen ten aanzien van het beheer gesteld: • •
• •
Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m. u. v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. De stammen van het element mogen niet worden beschadigd door
16/19
vee. •
Niet branden in of in de directe omgeving van het element.
(Bloemrijk) grasland Het streefbeeld is een rijk (bloemrijk) grasland met extensief beheer wat een landschappelijke uitstraling heeft. In het eerste jaar na inzaaien is het noodzakelijk om 3 tot 5 keer per jaar te maaien en het maaisel af te voeren, om snelgroeiende kruiden te bestrijden. Vanaf het tweede jaar kan er 1 tot 2 keer per jaar gemaaid en het maaisel afgevoerd worden. Als jaarlijks in dezelfde periode gemaaid wordt, met een speling van maximaal twee weken, wordt een stabiele bloemrijke vegetatie gecreëerd. Als er teveel voedingstoffen in de grond zitten, is het noodzakelijk in de eerste jaren een stevig maaibeheer toe te passen om de grond goed te verschralen.
17/19
4. COLOFON Titel
Inrichtingsplan Bolst 15, Erp
Opdrachtgever
(geanonimiseerd)
Uitgevoerd door
Studio
Siebers
outdoor
designers
Datum
1 november
Locatie
De
Adres
Renseweg 5425 0492
Website
2023
Mortel
PE -
De
780
52
Mortel 101
www.studiosiebers.nl
Bijlage 2: Verslag Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen.
44
iN Adviescommissie
Agrarische Bouwaanvragen
Aan het van
College van Burgemeester Meierijstad
en
Wethouders
de gemeente
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
tav.
Medewerker
(verzonden
per
Gebiedsontwikkeling
e-mail)
Uw kenmerk
Ons
e-mail, (geanonimiseerd)
BA9832
26 mei 2023
Behandeld door
Onderwerp
Bijlage
Datum
nummer
(geanonimiseerd)
Geacht
College,
Naar te
aanleiding van uw schrijven van 12 april 2023, Erp, delen wij u het volgende mede.
inzake het verzoek
van
Bo's: (geanonimiseerd) MN (geanonimiseerd) EN
15
Op 16 mei 2023 heeft een vertegenwoordiger van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen een bedrijfsbezoek gebracht aan de bedrijfslocaties aan de Bolst 11 en 15 te Erp. Op basis van aldaar gevoerd en diens adviseur (geanonimiseerd) van Driewes Advies BV, overleg met de heer (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) B mn EN de door uw gemeente toegezonden stukken en nader onderzoek komt de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen tot de volgende bevindingen. Beschrijving
(geanonimiseerd) exploiteert samen met zijn broer (geanonimiseerd) een bouwonderneming die tevens MN uitvoert. woont aan de (geanonimiseerd) te (geanonimise rd) alwaar een paardenhouprojectontwikkeling (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) EN EN B De heer
derijbedrijf is gevestigd. De bedrijfsbebouwing aan de Bolst 11 bestaat uit een hoofdgebouw met daarin een rijbak en waarin ondersteunende voorzieningen zijn ondergebracht, en een loods van circa 14 x 65 meter waarin stallen, opslag van hooi/stro en trainingsvoorzieningen zijn ondergebracht. Verder beschikt het bedrijf over een buitenbak van circa 30 x 60, een buitenbak van circa 40 x 70 meter, en zijn paddocks/weilanden ingericht voor de kleinschalige uitloop van paarden. Op het bedrijf wordt een twintigtal paarden gehouden. Naast enkele fokmerries betreft dit hoofdzakelijk paarden die worden afgericht en die op het hogere niveau in de sport worden uitgebracht. Naast een wedstrijdruiter en enkele stalmedewerkers is de zoon van (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) is van jongs af aan als ruiter actief in (geanonimiseerd) DON (26 jaar), vanuit deze bedrijfslocatie actief. (geanonimiseerd) WN de springsport. In die hoedanigheid is (geanonimiseerd) veelal om het weekend actief internationale wedstrijden. In de op B
TN
ar
=,
info@AABbrabant.nl
www.AABbrabant.nl
Postbus 1153
KvK
5200
BE
‘s-Hertogenbosch
{BAN
nummer
41098657
NL82ABNA0429952457
Op al onze diensten zijn algemene voorwaarden van toepassing die zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel in Woerden. Op verzoek wordt hiervan een exemplaar toegezonden.
BA 9832 Blad 2
afgelopen jaren heeft hij onder andere zes keer deelgenomen aan de Europese kampioenschappen. (geanonimiseerd) BB houdt zich bezig met de training van paarden die op 4/5 jarige leeftijd blijk hebben gegeven van hun potentie en die kunnen worden getraind om op internationaal niveau te presteren. De best presterende merries worden mede voor de fokkerij ingezet. Daartoe worden technieken zoals embryotransplantatie en ICSI toegepast, zodat het sportpaard zelf niet drachtig hoeft te worden. Bij embryotransplantatie worden de bevruchte embryo's gespoeld en bij draagmoeders ingezet; bij ICSI worden eicellen gewonnen die in vitro worden bevrucht waarna de embryo’s bij draagmoeders worden ingezet. De
Bolst 15 is de direct naastgelegen
een
schuur
agrarische bedrijfslocatie. De bebouwing bestaat uit een bedrijfswoning, voormalige varkensstal. De gronden aan de achterzijde van de Bolst 15 waren al langer bij (geanonimiseerd) in eigendom en worden gebruikt voor de bedrijfsvoering aan de Bolst 11. De bedrijfslocatie aan de Bolst 15 behoorde toe aan twee eigenaren (broers). De voormalige varkensstal aan de zuidzijde is enkele jaren geleden door (geanonimiseerd) aangekocht; de woning aan de Bolst 15 met de schuur aan de EN hiervan is recent en kon medio mei worden aanvaard. De voormalige varkensstal heeft achterzijde aangekocht x een afmeting van circa 22 52 meter en het dak is voorzien van zonnepanelen. De schuur is circa 13 x 42 meter
en
een
groot.
Plan Voor de Bolst 15 is een
plan ingediend
paardenhouderijbedrijf. Het plan gaat uit stapmolen. De rijhal betreft een binnenbak van met foyer/kantine bijbehorende voorzieningen. Voor de schuur wordt van de hierin van een centrale uitgegaan inrichting middenpad met aan beide zijden 8 ruime paardenboxen. de varkensstal wordt Voor voormalige uitgegaan van een zes- tot achttal boxen aan de achterzijde van het gebouw. Het hoofdgedeelte van het gebouw zal in gebruik genomen worden voor stalling en opslag van bedrijfsbenodigdheden. De te bouwen rijhal is niet gesitueerd recht achter de bestaande bebouwing maar is gesitueerd aan de zuidoostzijde van de huidige bebouwing. De toekomstige bedrijfsoprit is gelegen aan de zuidzijde van de voormalige varkensstal, op ruime afstand van de woning aan de Bolst 15. van
het bouwen van rijhal met aanbouw 30 x 70 meter met aangebouwd een
De
motivering van
van
een
wadi
deze
voor
de
van
circa 2200 m?
ontwikkeling
van
een
en een
lichtte toe dat middels de inrichting situering is tweeledig. BEEN (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) KN achterzijde van de schuur architectonisch tot een meer
de landschappelijke inpassing aan de beeldkwaliteit kan worden gekomen.
en
aansprekende De bedrijfstechnische motivering is gelegen in het doortrekken van de rijbak van 40 x 70 meter als galoppeerbaan met een lengte van 110 meter aan de lange zijde, en een totale lengte van 300 meter. De wadi is gelegen in het verlengde van de bestaande rijbak en wordt omsloten door de galoppeerbaan. De galoppeerbaan is bedoeld voor de conditietraining van paarden. Toegelicht werd dat deze buitenbak van 40 x 70 meter en de galoppeerbaan ten dienste zullen staan van beide bedrijfslocaties, Bolst 11 en Bost 15.
(geanonimiseerd) aat aan de Bolst NN
15
De
zal specifiek gericht zijn op de training deelname van hoogwaardige wedstrijdpaarden potentie voor op internationaal niveau. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) tictte toe dat de bedrijfsvoering aan de Bolst 11 zal worden voortgezet, waarbij mede beloftevolle wonen.
bedrijfsvoering
met
DN
jonge paarden van
in
training zullen worden
genomen
waarvan
een
aantal zal doorstromen
naar
de
bedrijfsvoering
(geanonimiseerd)
Het is met
name
binnenrijhal Advies Op basis
van
vanuit het trainingsniveau dat aan de Bolst 11 wordt 30
x
nagestreefd
dat de initiatiefnemers
een
70 meter willen bouwen.
van de voorgaande bevindingen komt de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen tot de volgende conclusie. Het ingediende bouwplan betreft de bouw van een rijhal aan de (geanonimiseerd) WN te (geanonimiseerd) BN In planologisch opzicht omvat het verzoek de wijziging van de bestemming en de vergroting van het bouwvlak van 0.96 ha naar 1.5 ha. De huidige bestemming betreft een agrarisch bouwvlak met de functieaanduiding intensieve veehouderij. De voorgestelde bestemming betreft een agrarisch bouwvlak met de functieaanduiding productiegerichte paardenhouderij.
BA 9832 Blad 3
De voorgenomen bedrijfsvoering aan de Bolst 15 zal gericht zijn op de training van paarden voor het hogere segment in de sport. De bedrijfsvoering is hoofdzakelijk gericht op het africhten en trainen van paarden, en kan worden
omschreven als een
productiegerichte paardenhouderij.
Mede op grond van de kennis, kunde en opgedane ervaring van de toekomstige ondernemer aan de Bolst 15 kan worden uitgegaan van een trainingsstal die in het hogere segment actief is. Voor een dergelijke professtonele
paardenhouderij is de wens voor het realiseren van een binnenbak van 30 x 70 in bedrijfstechnisch opzicht een realistisch plan. In een dergelijke hal kan een ring van 20 x 60 meter worden uitgezet waar omheen kan worden gereden, en bij het uitzetten van een springparcours blijft ruimte beschikbaar voor een tweede ruiter met een trainingspaard. Op grond van de voorgenomen bedrijfsvoering is de Adviescommissie van oordeel dat een rijhal met deze omvang realistisch en passend is voor de toekomstige bedrijfsvoering aan de Bolst 15. De te bouwen rijhal is gesitueerd ten zuidoosten van de bestaande bebouwing en niet recht aan de achterzijde hiervan. De bedrijfstechnische motivering is gelegen in het doortrekken van de bestaande buitenbak van 40 x 70 meter als galoppeerbaan. Enerzijds kan deze motivering worden gevolgd, in die zin dat een galoppeerbaan een functionele voorziening is. Anderzijds gelden voor een galoppeerbaan geen vaste afmetingen en komt deze in allerhande variaties kunnen worden
galopperen gedacht.
afmetingen van deze galoppeerbaan zijn relatief beperkt. Om echt voluit te voorgestelde baan kort en zou aan een baan met langere rechte stukken moeten
voor.
is de
De
Het is niet aan de Agrarische Adviescommissie om de beeldkwaliteit te beoordelen zoals die met de combinatie van wadi, landschappelijke inpassing en de uitstraling van de nieuwbouw wordt beoogd. In het geval vanuit
optiek van
nadrukkelijk de voorkeur uitgaat naar het situeren van de rijhal aan de achterzijde bebouwing, dan kan bezien worden of het gebruik van een galoppeerbaan elders op het perceel mogelijk 1s. Vanuit optiek van bedrijfsvoering is de voorkeur voor het doortrekken van de bestaande buitenbak wel te begrijpen, maar dit belang 1s relatief beperkt en is niet dermate dat de optie om de rijhal aan de achterzijde van de bestaande bebouwing te situeren tot substantiële nadelen voor de bedrijfsvoering zal van
beeldkwaliteit
de bestaande
leiden. Uw gemeente vraagt aandacht voor de paddocks die op de schetstekening worden aangegeven. Op het bedrijf zal een relatief beperkt aantal paarden worden gehouden. De bezetting in de paddocks is daarmee relatief laag de paarden zullen veelal slechts enkele of een beperkt aantal uren per dag hierin aanwezig zijn. Fettelijk zullen de paddoeks weiland betreffen dat met een houten omheining 1s afgerasterd en ingedeeld. Een andere en
bestemming
dan de
gebiedsbestemming
Graag ontvangen wij
een
kopie van
de
Hoogachtend, ADVIESCOMMISSIE BOUWAANVRAGEN
AGRARISCHE
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) secretaris
is daartoe niet nodig.
beslissing van
de gemeente.
Bijlage 3: Rapportage verkennend bodemonderzoek Bolst 15 (1995)
45
(geanonimiseerd) adviesbureau
voor
map:30
NA:
AM
milteumanagement
@ ma ps) Ee
Verkennend bodemonderzoek lokatieBolsti5 te
Erp
Zó
voor
de
U6
eetradijg coor beents.
(geanonimiseerd)
Verkennend bodemonderzoek
voor
de
lokatie Bolst 15 te
Erp
Opdrachtgever
:
(geanonimiseerd) GN (geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) (mn geanonimise rd) mn
Steller
(geanonimiseerd) 0(geanonimiseerd) MBA Öko-Care B.V. Adviesbureau
voor
Klaproosstraat
11
milieumanagement
Postbus 12 5447 ZG
Rijkevoort
telefoon:
08857
telefax
Datum
:_13
95/CS0591.02/1V
(geanonimiseerd)
:
08857
-
-
november 1995
1747 1879
INHOIJDSOPGAVE
BLZ
SAMENVATTING
4
1. INLEIDING EN DOELSTELLING
5
1. 1. Inleiding
5
1. 2. Doelstelling
5
2. VOORONDERZOEK
6
2. 1. Algemene informatie
6
2. 2. Bodemopbouw en geohydrologie
6
2. 3. Hypothese
7
3. BODEMONDERZOEK
8
3. 1. Algemeen
8
3. 2. Veldwerk
8
3. 3. Chemisch onderzoek
9
4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
16
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5.
Geografische ligging lokatie Situering boringen en peilbuis Analyseresultaten grondmonsters Analyseresultaten grondwatermonster Samenstelling analysepakket (NVN 5740)
SAMENVATTING In verband met geplande nieuwbouw is op de lokatie Bolst 15 te Erp een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NVN-5740. De onderzoekslokatie beslaat een oppervlakte van circa 3000 m.2 Op de onderzoekslokatie zijn 14 boringen verricht waarvan drie boringen zijn doorgezet tot 2 meter beneden maaiveld. Een boring is doorgezet tot 2 meter beneden de heersende grondwaterspiegel en voorzien van een peilbuis. De overige boringen zijn doorgezet tot 0,5 meter beneden maaiveld. Het opgehaalde bodemmateriaal is beschreven en hiervan zijn mengmonsters samengesteld. Ook het grondwater is bemonsterd. Beide, grondmeng- en grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de componenten zoals voorgeschreven in de NVN 5740. Op grond van zintuiglijke waarnemingen tijdens de verrichte veldwerkzaamheden en de analyseresultaten van de verzamelde grondmeng- en grondwatermonster, kan de hypothese 'niet-verdachte' lokatie worden aangenomen. Dientengevolge lijkt er geen belemmering te bestaan voor het voorgenomen gebruik van de onderzoekslokatie.
4-
INLEIDING bl,
EN DOELSTELLING
Inleiding Om
voorkomen
te
dat
er
woningen
andere
en
verontreinigde bodem is een verkennend grondwaterverontreiniging gewenst.
gebouwen worden
bodemonderzoek
gebouwd op een naar mogelijke grond- en
de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslokatie, heeft (geanonimiseerd) aan Öko-Care B.V. uit Rijkevoort opdracht gegeven om op de lokatie Bolst 15 (geanonimiseerd) B een te Erp verkennend bodemonderzoek uit te voeren. In verband
1.2,
met
Doelstelling Doel
van
omtrent
het onderzoek
de eventuele
is
om
op korte
aanwezigheid
van
termijn voldoende zekerheid te verkrijgen verontreinigende stoffen in de bodem (grond
grondwater), welke vanuit het oogpunt van belemmering zouden kunnen vormen voor en
(toekomstige) gebruik van de lokatie.
volksgezondheid en milieuhygiëne een het bij de bestemming behorende
2.
VOORONDERZOEK
2. 1.
Algemene informatie De totale onderzoekslokatie heeft een oppervlakte van circa 3000 m 2 en is gelegen aan de Bolst 15 te Erp. De kadastrale kenmerken van de onderzoekslokatie zijn: Gemeente Veghel, sectie R, nummer 524. De maaiveldhoogte bedraagt ca. NAP X =169,875 en Y = 402,950.
+ 11,0 m. De
topografische coordinaten zijn
de betreffende lokatie is een agrarisch bedrijf gevestigd. Een deel van de onderzoekslokatie is bebouwd, deze bebouwing zal ten behoeve van de nieuwbouw worden gesloopt, het overige deel is in gebruik als weiland. Voor zover bekend hebben op onderhavige lokatie geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. In juli 1995 is door Oko-Care B. V. (rapportnr 95/CS0591. 01/1V) een verkennend onderzoek op een deel van de lokatie uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn in het huidige rapport opgenomen. In de bijlagen 1 en 2 is een overzicht van de onderzoekslokatie opgenomen. Op
2. 2.
Bodemopbouw
en
geohydrologie
Geologie Ter plaatse van de onderzoekslokatie (De Centrale Slenk) bestaat de aanwezige dek-
laag uit een pakket fijne tot matig grove zanden. Strategrafisch gezien behoren deze afzettingen grotendeels tot de Nuenen Groep en afzettingen met een Holocene ouderdom. De dikte van de ter plaatse aanwezige deklaag bedraagt circa 10 meter. Onder deze deklaag bevindt zich het eerste watervoerend pakket. Dit pakket is voornamelijk opgebouwd uit matig tot zeer grove grindrijke zanden. In de CentraleSlenk wordt het eerste watervoerend pakket in het algemeen gevormd door de Formaties van Kreftenheye, Veghel en Sterksel. De dikte van het eerste watervoerend pakket bedraagt ter plaatse 40-50 meter. De onderzijde van het eerste watervoerend pakket bevindt zich op NAP - 45 meter. Onder het eerste watervoerend pakket bevindt zich een scheidende laag. Deze laag wordt gevormd door een pakket slibhoudende zanden en kleien behorend tot de Formaties van Kedichem en Tegelen. Onder de scheidende laag bevindt zich het tweede watervoerend pakket. Het is samengesteld uit het onderste (grofzandige) deel van de Tegelenformatie en de Afzettingen van " Icenien." Onder dit tweede watervoerend pakket bevindt zich de hydrologische basis. De slecht doorlatende basis is voornamelijk opgebouwd uit fijne slibhoudende zanden van het mariene tertiair.
Hydrologie Het freatisch grondwater bevindt zich op een diepte van circa 1,5 m-mv. Omtrent de
verticale doorlatendheid of hydraulische weerstand van de deklaag zijn weinig gegevens bekend. Voor onderhavige lokatie (zandig profiel) bedraagt de geschatte doorlaatfaktor 8 tot 20 meter/etmaal. De transmissiviteit van het eerste watervoerend pakket bedraagt ongeveer 1. 500 2 2. 500 m/dag. Omtrent de doorlatendheid van de scheidende laag, het tweede watervoerend pakket en de slecht doorlatende basis staan geen gegevens ter beschikking. Op basis van de isohypsen van zowel het freatische grondwater als het grondwater uit het eerste watervoerend pakket (d. d. 28 augustus 1971) kan gesteld worden dat het grondwater een west-noordwestelijke stromingscomponent bezit. Bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de Grondwaterkaart van Nederland, 'sHertogenbosch, kaartblad 45 west en 45 oost, welke door de Dienst Grondwaterverkenning (DGV) van TNO in juli 1974 is uitgebracht. 2. 3.
Hypothese Op
grond van de verzamelde informatie in het vooronderzoek omtrent de aanwezigheid van verontreinigingen, wordt uitgegaan van een niet-verdachte lokatie.
7-
3.
BODEMONDERZOEK
3. 1.
Algemeen De veldwerkzaamheden, alsmede het chemisch onderzoek zijn uitgevoerd conform de Aangepaste Voorlopige Praktijkrichtlijnen (AVPR) voor bemonstering en analyse bij bodemverontreinigingsonderzoek van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) of volgens de, op onderdelen, uitgebrachte NEN normen van het NNI (Nederlands Normalisatie Intiruut). Bij de bespreking van de analyseresultaten van de grondmonsters wordt regelmatig gebruik gemaakt van een tweecijferige monstercode (bijvoorbeeld 1. 1). Het eerste cijfer verwijst hierbij naar het nummer van de boring, terwijl het tweede cijfer de bemonsterde bodemlaag aangeeft.
3. 2.
Veldwerk Op 18 juli 1995 zijn op de onderzoekslokatie de boorwerkzaamheden uitgevoerd. Voor de boorwerkzaamheden boven de grondwaterspiegel is gebruik gemaakt van een Edelmanboor. Onder de (grond)waterspiegel is, in het zandige profiel, een pulsboor in combinatie met mantelbuizen toegepast. In totaal zijn op de onderzoekslokatie 14 boringen verricht. Boring 1 is doorgezet tot 2 meter beneden de heersende grondwaterspiegel (1,40 meter minus maaiveld) en voorzien van een peilbuis. De boringen 2, 8 en 9 zijn doorgezet tot 2 m-mv. De overige boringen (3 tot en met 7 en 10 tot en met 14) zijn doorgezet tot 0,5 m-mv. Het opgehaalde bodemmateriaal van de boringen is zintuiglijk onderzocht, bemonsterd en beschreven. Bemonstering heeft per te onderscheiden bodemlaag plaatsgevonden. Daar waar geen bodemlagen zijn te onderscheiden, is (alleen boven de grondwaterspiegel) per 0,5 meter boordiepte een representatief grondmonster genomen.
De grond ter plaatse van boring 1 bestaat tot een diepte van circa 0,3 meter minus maaiveld uit grof, zwak lemig, humeus zand. Vanaf 0,3 tot circa 3,3 m-mv wordt grof, leemarm zand aangetroffen. Ter plaatse van boorpunt 2 wordt tot 0,8 m-mv grof, zwak lemig, humeus zand aangetroffen. Vanaf 0,8 tot 2,0 m-mv wordt grof, zwak lemig zand aangetroffen. Ter plaatse van de boorpunten 3 tot en met 7 wordt tot 0,4 m-mv grof, zwak lemig, humeus zand aangetroffen. Vanf 0,4 tot 0,5 m-mv wordt grof, zwak lemig zand aangetroffen. Ter plaatse van boopunt 8 wordt tot 0,1 m-mv grof, zwak lemig (ophoog) zand aangetroffen. Vanaf 0,1 tot 1,2 m-mv wordt grof, zwak lemig, humeus zand aangetroffen. Vanaf 1,2 tot 2,0 m-mv wordt grof, zwak lemig zand aangetroffen.
Ter plaatse van
boorpunt 9 wordt tot 0,8 m-mv grof, zwak lemig, humeus zand aangetroffen. Vanaf 0,8 tot 1,1 m-mv wordt grof, zwak lemig, humushoudend zand aangetroffen. Vanaf 1,1 tot 2,0 m-mv wordt grof, zwak lemig zand aangetroffen. Ter plaatse van de boorpunten 10 en 14 wordt tot 0,5 m-mv grof, zwak lemig humeus, puinhoudend zand aangetroffen. Ter plaatse van boorpunt 11 wordt tot 0,3 m-mv grof, zwak lemig zand aangetroffen. Vanaf 0,3 tot 0,5 m-mv wordt grof, zwak lemig, humeus zand aangetroffen. Ter plaatse van de boorpunten 12 en 13 wordt tot 0,5 m-mv grof, zwak lemig, humeus zand aangetroffen. De boringen zijn verspreid over de onderzoekslokatie uitgevoerd.
Tijdens het uitvoeren van de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk zonderheden waargenomen.
geen
Na plaatsing van de peilbuis is deze goed schoongepompt. Op 27 juli grondwater ter plaatse van peilbuis 1 na ruim voorpompen bemonsterd.
relevante bij-
1995 is het
In tabel 1 zijn de gegevens van de metingen in het veld opgenomen.
Tabell:
Overzicht grondwatergegevens, gemeten in het veld peilbuis
nummer
1
grondwaterstand (m-mv) 1,40
onderkantpcilfiltcr (m-mv) 3,30
EC (mS/m) 0,340
pH 6,4
De in het veld gemeten pH- en EC-waarden (respectievelijk
zuurgraad en elektrisch geleidingsvermogen) liggen binnen de normale variaties van de natuurlijke achtergrondwaarden.
3. 3.
Chemisch onderzoek De chemische analyses zijn uitgevoerd door 'het milieulab' van Biochem Laboratorium B. V. te Zoetermeer. 'Het Milieulab' van Biochem is een door STERLAB gecertifi-
ceerd laboratorium. Toetsing van de analyseresultaten heeft plaatsgevonden aan de hand van het vernieuwde toetsingskader zoals gepubliceerd in de Staatscourant op 24 mei 1994. De tot op dat moment gangbare A-, B- en C-waarden zijn vervangen door een tweetal nieuwe richtwaarden: de S-waarde en de I-waarde. Beide nieuwe waarden zijn afhankelijk van het gehalte aan Lutum en organisch stof in de betreffende bodem. De betekenis van de gebruikte richtwaarden luidt als volgt: S-waarde:
Streefwaarde. Deze waarde geeft het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van de bodem aan. Indien de S-waarde niet wordt overschreden, is er geen sprake van verontreiniging van de bodem;
I-waarde:
Interventiewaarde. Indien de I-waarde wordt overschreden, kan er sprake zijn van een ernstige bodemverontreiniging. Bij een ernstige bodemverontreiniging is in de meeste gevallen een nader onderzoek en mogelijk een saneringsonderzoek vereist.
Indien de concentratie van een of meerdere van de geanalyseerde stoffen boven de mediaan van de streef- en interventiewaarde [(S+I)/2 ] ligt, zal in de meeste gevallen een nader onderzoek gewenst zijn. Een eventuele overschrijding van de diverse waarden door de gemeten componenten wordt in de tabellen als volgt aangegeven: * geeft overschrijding van de S-waarde aan, ** geeft overschrijding aan van de mediaan [(S+I)/2] en *** geeft een overschrijding aan van de I-waarde.
10
Grond Ter bepaling van de algemene bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslokatie is een grondmengmonster GM 1 samengesteld uit de bovengrond van de boringen 1 tot en met 7. Grodmengmonster GM 3 is samengetseld uit de bovengrond van de boringen 8 tot en met 14. De grondmengmonsters GM 1 en GM 3 zijn geanalyseerd op het analyse-pakket voor bovengrond conform de NVN 5740. Het NVN analyse-pakket is
standaard analysepakket voor verkennende bodemonderzoeken. Grondmengmonster GM 2 is samengesteld uit de grondmonsters 1. 2 en 2. 2. Gronndmengmoster GM 4 is samengetseld uit de grondmonsters 8. 2, 8. 3, 9. 2 en 9. 3. De grondmengmonsters GM 2 en GM 4 zijn geanalyseerd op het NVN analysepakket voor ondergrond. Voor de samenstelling van de analysepakketten wordt verwezen naar bijlage 5. een
De analyseresultaten, zoals gerapporteerd door " het milieulab " van Biochem Laboratorium B. V. zijn opgenomen in bijlage 3 en in de tabellen 2 en 3. In deze tabellen zijn tevens de toetsingswaarden uit de Staatscourant (Staatscourant 95, 24 mei 1994) opgenomen.
-11-
Tabel 2:
Analyseresultaten grondmengmonster
GM
1
(bovengrond
van
de
bo-
ringen 1 tot en met 7) en grondmengmonster GM 3 (bovengrond van de boringen 8 tot en met 14). De gemeten concentraties zijn uitgedrukt in
mg/kg droge stof. Parameter Lutum Humus
METALEN Chroom Nikkel
Koper Zink Cadmium Lood Arseen Kwik
MINERALE
OLIE
EOX
PAK's Naftaleen
Acenaftyleen Acenafteen Fluoreen Fenantreen Anthraceen Fluorantheen
Pyreen Benzo(a)antraceen
Chryseen Benzo(b)fluorantheen Benzo(k)fluorantheen
Benzo(a)pyreen Dibenz(ah)anthraceen
Benzo(ghi)peryleen Indeno(123cd)pyreen Totaal PAK Totaal
PAK's
EPA
0,20/0,45
(som
10 VROM) PAK's (geanonimiseerd)
8,0/18,0
Grondmengmonster GM 1 bevat voor geen der onderzochte parameters (ten opzichte van de S-waarde) verhoogde concentraties. Grondmengmonster GM 3 bevat voor geen der onderzochte parameters (ten opzichte van de S-waarde) verhoogde concentraties.
„ÎÎe
Tabel 3:
Analyseresultaten grondmengmonster GM 2 (ondergrond van de boringen 1 en 2) en grondmengmonster GM 4 (ondergrond van de boringen 8 en 9). De gemeten concentraties zijn uitgedrukt in mg/kg droge stof.
Parameter Lutum Humus
GM-2 2 2
GM-4 2 4,5
S-waarde
I-waarde
-
-
-
-
METALEN Chroom Nikkei Koper Zink Cadmium Lood Arseen Kwik
< 10 < 5,0 < 5,0 < 10 < 0,2 < 10 < 10 < 0,1
< 10 < 5,0 < 5
54,00 12,00 17,40 59,00 0,46 54,00 16,60 0,21
205,2 72,0 91,8 303,4 7,0 336,7 31,5 7,0
MINERALE OLIE EOX
< 50 < 0,1
< 50 < 0,1
10,00
1000,0
12 < 0,2
14 < 10 < 0,1
Grondmengmonster GM 1 bevat voor geen der onderzochte paramaters (ten opzichte van de S-waarde) verhoogde concentraties. Grondmengmonster GM 4 bevat voor geen der onderzochte parameters (ten opzichte van de S-waarde) verhoogde concentraties. Bij de gemeten concentraties worden geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu verwacht.
13
Grondwater Het grondwatermonster uit de peilbuis 1 is geanalyseerd op het NVN 5740 analysepakket voor grondwater. Voor de samenstelling van de analysepakketten wordt verwezen naar bijlage 5. De analyseresultaten, zoals gerapporteerd door " het milieulab " van Biochem Laboratorium B. V. zijn opgenomen in bijlage 4 en in tabel 4. In deze tabel zijn tevens de toetsingswaarden uit de Staatscourant (Staatscourant 95, 24 mei 1994) opgenomen.
14
Tabel 4:
Analyseresultaten grondwatermonster (concentratie in ug/liter) PB-1
Parameter METALEN Chroom Nikkei Koper Zink Arseen Cadmium Lood Kwik
12 230 < 5,0 < 0,4 < 5,0 < 0,05
FENOLINDEX
< 2,0
Vluchtige aromaten en gehalogeneerden Benzeen Tolueen Ethylbenzeen p + m Xyleen o-Xyleen Totaal BTEX Som Xylenen Naftaleen 1,1-dichlooretheen Dichloormethaan 3-Chloorpropeen trans-1,2-dichlooretheen 1,1-Dichloorethaan cis-1,2-dichlooretheen Trichloormethaan 1,2-dichloorethaan 1,1,1 -trichloorethaan Tetrachloormethaan Broomdichloormethaan Trichlooretheen 1,1,2-trichloorethaan Tetrachlooretheen Tribroommethaan 1,1,2,2-tetrachloorethaan Hexachloorethaan Totaal gehalte vl. kwst EOX
1,5
*
< 5,0
*
< 0,2
0,8 < 0,2 0,7 0,3 1,8 1 < 0,2 < 0,1 < 0,5 < 1,0 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 3,0
*
*
S-waarde
I-waarde
1,00 15,00 15,00 65,00 10,00 0,40 15,00 0,05
30,0 75,0 75,0 800,0 60,0 6,0 75,0 0,3
0,20 0,20 0,20
30,0 1000,0 150,0
0,20 0,10
70,0 70,0
0,01
1000,0
0,01 0,01
400,0 400,0
0,01
10,0
0,01
500,0
0,01
40,0
< 1,0
Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 de concentraties chroom, zink, tolueen en som-xylenen enigszins verhoogd zijn ten opzichte van de betreffende S-waarde. Van de overige geanalyseerde stoffen in grondwatermonster 1 zijn geen verhoogde concentraties gemeten.
-15-
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Op basis van het hiervoor beschreven verkennend Bolst 15 te Erp wordt het volgende geconcludeerd:
bodemonderzoek
voor
de lokatie
in grondmengmonster GM 1 (bovengrond ter plaatse van de boringen 1 tot en met 7) zijn geen verhoogde concentraties (ten opzichte van de S-waarde) van de onderzochte parameters aangetroffen; in grondmengmonster GM 2 (ondergrond ter plaatse van de boringen 1 en 2) zijn geen verhoogde concentraties van de onderzochte parameters (ten opzichte van de S-waarde) aangetroffen; in grondmengmonster GM 3 (bovengrond ter plaatse van de boringen 8 tot en met 14)) zijn geen verhoogde concentraties van de onderzochte parameters (ten opzichte van de S-waarde) aangetroffen; ■
in grondmengmonster GM 4 (ondergrond ter plaatse van de boringen 8 en 9) zijn geen verhoogde concentraties van de onderzochte parameters (ten opzichte van de S-waarde) aangetroffen;
■
het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat concentraties chroom, zink, tolueen en som-xylenen die enigszins verhoogd zijn ten opzichte van de betreffende Swaarde. De aangetroffen concentraties in het grondwater zijn van dien aard dat geen sprake is van een relevante verontreinigingssituatie, waarvoor vervolgonderzoek noodzakelijk wordt geacht.
Op grond van zintuiglijke waarnemingen tijdens de verrichte veldwerkzaamheden en
de analyseresultaten van de verzamelde grondmeng- en grondwatermonster(s), kan de hypothese 'niet-verdachte lokatie' worden aangenomen. Op basis van deze aanname lijkt er geen belemmering van milieukundige aard te bestaan voor de voorgenomen nieuwbouw op de onderzoekslokatie. Geadviseerd wordt het " bovenste " grondwater niet voor consumptie van mens noch dier te gebruiken.
16
BIJLAGE 1 GEOGRAFISCHE
LIGGING
LOKATIE
Bijlage 1
Legenda - Pijl geeft de globale ligging aan van de lokatie
Oko-Ca^e < fldviesburGQu voor mil ieumanagement
BV
Geografische ligging lokatie Geografische aanduiding lokatie op de topografische kaart nr. 45G
KlaproosstrQQt 11 5447 AK RijkGvoort
School 1:25. 000
BIJLAGE 2 SITUERING BORINGEN EN PEILBUIS
Legenda =
-
Nummers
geven de boorpunten weer Nummer met P geeft aan waar zich een
boring bevindt met peilbuis
Olko-Ca Adviesbureau
voor
milieumanagement 1 1
Klaproosstraat 5447 AK Rijkevoort
ve
BV
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Verkennend voor
te
bodemonderzoek
de lokatie
Bolst 15
Erp
Situering boringen Schaal
1:1000
en
peilbuis
BIJLAGE 3 ANALYSERESULTATEN
GRONDMONSTERS
Biochem Laboratorium Het miieulab
rr
et milianlah
BV
Heliumstraat8 2718 SL
Zoetermeer
Postbus 755 2700 AT Zoetermeer Telefoon 079 61 66 26 Telefax 079 -61 66 09 -
Analyserapport
138546
_:
1 van 2 (excl. voorblad) : Oko-care B.V. Opdrachtgever 1 CS-591 (geanonimiseerd) Project Datum aangeleverd: 19 Juli : 24 juli Analyses gereed : 95072442778 Controlegetal Blad
:
oa
1barz-
Monsteromschrijving: 1.: 2.:
Grond; 950740107 Grond;
GM-1 GM-2
950740106
2
1
(%)
(NEN 6620)
(%
op
ds)
Q
<
1,0
_ (NEN 5753, sedigraaf)
(%
op
ds)
q
<
2,0
Organisch Lutum
stof
(ICP,
Metalen Chroom Nikkel
NEN
6426)
ds) ds) ds) ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds)
Zink Cadmium Lood Arseen
(NEN 5764)
Kwik
(Aceton/Hexaan Extractie, GCMS)
Naftaleen
Acenaftyleen
Acenafteen Fluoreen Fenanthreen Anthraceen Fluorantheen
Pyreen
Benzo(a)anthraceen Chryseen Benzo(b)f luorantheen Benzo(k)fluorantheen Benzo(a)pyreen
Indeno(1,2,3-c,‚d)pyreen
Dibenz(a,h)anthraceen Benzo(g,h, i)peryleen Totaal Totaal Totaal
PAK's PAK's PAK's
qQ qQ
(mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg
Koper
PAK
(NEN 5747)
Droge stof
EPA VROM
(geanonimiseerd) MM
Q q
(mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg
<
0,02
Q q
(De
tussen
haakjes
vermelde
lettercode
aan
< < <
dat
<
0,02
<
0,02
<
0,1
0,02 0,02 0,02 0,02
< < < <
0,02
<
0,02 0,3 < 0,2 < 0,2 < <
0,1
<
< < < < <
de
0,1
0,02
<
q
ka
geven
<
qQ qQ qQ qQ Q qQ qQ qQ qQ qQ qQ qQ
qQ qQ qQ qQ qQ
Totaal
<
q q
<
0,02 0,02 0,02 0,02 0,02 0,02
<
(mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg (mg/kg ds
-
<
0,1
Minerale Olie GC (VPR C85-19) Fractie C10 C12 Fractie C12 C22 Fractie C22 C30 Fractie C30 C40 Minerale Olie C10-C40 -
<
0,2 10 10
<
<
ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds)
<
10 10
q
-
26
0,2
<
5,0 6,4
<
10 <
(mg/kg ds)
(mg/kg ds)
-
<
10
<
5,0 5,0
<
<
qQ qQ
91,8
10
<
(o-NEN 5735)
E.0.X.
85,3
20 20 20 20 50
analyse
< < <
<
van
commentaar
is
20 20 20 36 50
(hum)
voorzien.)
mmilienubdaestrnd. is
papier Dit es BV STERLAB QUALIED
Biochem Laboratorium BV is ingeschreven in het Sterlab register onder nr. 6 voor gebieden zoals nader in de erkenning en is tevens erkend door Lloyd's Register Quality Assurance voor ISO-9002.
omschreven
Alle opdrachten worden aanvaard
en
uitgevoerd overeenkomstig
onze
leveringsvoorwaarden, gedeponeerd bij de Kamers van Koophandel en fabrieken.
Biochem
Laboratorium Het milieulab
BV
Heliumstraat 8 2718 SL Zoetermeer Postbus 755 2700 AT Zoetermeer Telefoon 079 61 66 26 Telefax 079 -61 66 09 -
Analyserapport Blad
_: :
: Opdrachtgever : Project Datum aangeleverd: Analyses gereed :
Controlegetal
Opmerkingen
hum
:
138546
2 van 2 (excl. voorblad) Oko-care B.V. CS-591 (geanonimiseerd) 19 juli 24 juli 1995
950724-140312-42778
:
Olie-indicatie: het monster bevat waarschijnlijk betreft het PAK-achtige verbindingen.
humuszuurachtige verbindingen. Mogelijkerwijs
mmilienubdaestrnd. is
papier Dit
Biochem Laboratorium BV is ingeschreven in het Sterlab register onder nr. 6 voor gebieden zoals nader omschreven ìn de erkenning en is tevens erkend door Lloyd's Register Quality Assurance voor ISO-9002. Alle opdrachten worden aanvaard
en
uitgevoerd overeenkomstig
onze
leveringsvoorwaarden, gedeponeerd bij de Kamers van Koophandel
en
fabrieken.
Biochem
Laboratorium Het milieulab
BV
Heliumstraat 8
Analyserapport
_:
Blad
2
aangeleverd: : Analyses gereed : Controlegetal
148757 1 van 1 (excl. voorblad) Oko-care B.V. El (geanonimiseerd) 14 november 16 november 1995 951116-140748-33031
Opdrachtgever Project
:
Monsteromschrijving
/ Barcode:
951174465
2.:
951174466
stof
vocht;
=
(NEN 5747)
(4%)
(NEN
5754)
(%
op
ds)
(%
op
ds)
2
(mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg
ds) ds) ds) ds) ds) ds)
o
(mg/kg ds)
oo
(mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg (mg/kg
Eoc er 2socwNSGARO
voor
geen % op ds
25
lutum gebonden lutum aangevraagd: als stand. bodem)
(NEN 5753,
sedigraaf)
Metalen Chroom Nikkel
(ICP,
6426)
NEN
Koper
Zink Cadmium Lood Arseen Kwik
(NEN 5764)
PAK (Aceton/Hexaan Naftaleen
Extractie,
GCMS)
Acenaftyleen Acenafteen Fluoreen Fenanthreen Anthraceen Fluorantheen
Pyreen
Benzo(a)änthraceen Chryseen
Benzo(b)fluorantheen Benzo(k)fluorantheen Benzo(a)pyreen Indeno(1,2,3-c,d)pyreen Dibenz(a,h)anthraceen Benzo(g,h, i)peryleen PAK's PAK's PAK's
361
66 26
66 09
aan
Lutum
Totaal Totaal Totaal
-
079-361
GM-3 P0294562 Grond; GM-4 P0294565
cfindien lutum
079
Grond;
Droge stof Organisch
Zoetermeer
En
8
Datum
1.:
2718 SL Telefoon Telefax
EPA VROM
(geanonimiseerd) B
E.0.X.
ds)
ds)
ds) ds)
Es)ds) ds
ds) ds) ds) ds)
ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds) ds)
Minerale Olie GC (VPR C85-19) Fractie C10 C12 Fractie CI2 C22 Fractie C22 C30 Fractie C30 C40 Totaal Minerale Olie C10-C40
(mg/kg (mg/kg ds (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds)
o
-
-
5,0 5,0
< <
= Ren
0,3 <
14 10
<
kend _
A
0,2
<
17 10
<
0,1
<
0,1
AA
©
sl
10
<
5,0 7,2
A
(mg/kg ds)
-
15 <
A
(o-NEN 5735)
-
2,0
<
o
_
<
20
A
A
20 20
A A
mmiilnedubearstnd.
20 20 20 20 50
is
papier Dit CRS
GEALRED
Biochem
Laboratorium
Alle
opdrachten
worden
aanvaard
BV is
in de erkenning
omschreven en
en
ingeschreven in het Sterlab register onder nr. 6 voor gebieden zoals nader is tevens erkend door Lloyd's Register Quality Assurance voor ISO-9002.
uitgevoerd overeenkomstig
onze
leveringsvoorwaarden, gedeponeerd bij de Kamers
van
Koophandel