CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 29 februari 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3a'17.913 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conclusie Op basis van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodem- en asbestonderzoek kan worden geconcludeerd, dat de aanwezige milieuhygiënische bodemkwaliteit, binnen het plangebied vooralsnog geen risico’s oplevert voor de bestemming wonen. Vanwege de aangetroffen bijmengingen met onder meer puin in de bovengrond, is het wellicht wenselijk om deze bovengrond ter plekke uit te laten zeven voor de inrichting van de tuinen. De bodemkwaliteit vormt vooralsnog geen (financiële) belemmering voor het planvoornemen. Of de bodemkwaliteit ter plaatse van de inspoelzone van het hemelwater afkomstig van het afdak en het dak aan de westzijde van het meest westelijk gelegen bijgebouw geschikt is, zal uit het nog uit te voeren aanvullend asbestonderzoek direct voor sloop van het bijgebouw met afdak moeten blijken. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen dient er, gelet op afspraken zoals vastgelegd in het geldende regionale bodembeleid, nog een actualiserend bodemonderzoek van de bovengrond conform de NEN 5740 uitgevoerd dient te worden ter plaatse van de nog te slopen woonboerderij en

- 31 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

bijgebouwen. Tijdens dit actualiserend bodemonderzoek dient de bovengrond tevens op asbest te worden onderzocht in verband met de verdenking op het voorkomen van asbest.

4.6

Kabels en leidingen In en in de directe omgeving van het plangebied zijn volgens de provinciale risicokaart en het bestemmingsplan geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Als gevolg van voorliggend plan is geen sprake van nieuwe aansluitingen op de nutsvoorzieningen. De kleinere leidingen worden voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden middels een KLIC-melding in kaart gebracht. Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.7

Bedrijven en milieuzonering Om tussen bedrijven en woningen een goede ruimtelijke afstemming te maken wordt in de ruimtelijke ordening veelal een milieuzonering gehanteerd. Deze dient er voor te zorgen dat door het in acht nemen van voldoende fysieke afstand tussen bedrijven en gevoelige objecten (zoals woningen), geen overlast, hinder of schade ontstaat. Afhankelijk van het bedrijfstype en sector gelden verschillende afstanden. Wettelijk kader De Vereniging van Nederlandse Gemeenten doet in de publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009), een handreiking ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie ten opzichte van woningen krijgen. Omgevingstype In een intensief gebruikt gebied met veel functies en ‘bedrijvigheid’ wordt vaak minder hinder ervaren van een milieubelastende activiteit dan in een rustige woonwijk. De VNG-handreiking hanteert daarom twee omgevingstypen, te weten ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De planlocatie aan Kleine Heisteeg 3-3A is gelegen in het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Op basis van het voor het perceel vigerende bestemmingsplan Sint-

- 32 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Oedenrode Oost worden in onderhavig hoofdstuk de aanwezigheid van milieubelastende functies in de nabijheid van het plangebied onderzocht. Aangegeven wordt welke afstanden uit de VNG Handreiking van toepassing zijn en getoetst wordt of hieraan kan worden voldaan. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt of ter plaatse van de woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Milieuzonering Binnen een straal van 200 meter van de planlocatie zijn een achttal bedrijfsmatige functies gelegen. In onderstaande tabel zijn de hindercontouren van deze bedrijfsmatige functies binnen een straal van 200 meter van de planlocatie aangegeven. De hindercontouren komen voort uit de voor de bedrijfsmatige functies van toepassing zijnde richtafstanden uit de VNG handreiking. Betreffende richtafstanden zijn gemeten vanaf de grens van het perceel waarop de bestemming ‘Bedrijf’ (of andere milieubelastende functie) rust tot de meest dichtbij gelegen gevel van de nieuw te bouwen woning. De afstanden gelden voor het omgevingstype ‘rustig buitengebied’. Overschrijdingen van de richtafstanden zijn vetgedrukt. Bedrijf

Richtafstand in meters

Afstand

id

Adres

Bestemming - functie

Geur

Stof

Geluid

Gevaar

feitelijk

1.

Sluitappel 17a

Bedrijf - kringloop

0

0

10

0

115 m.

2.

Postdijk 6

Agrarisch IV - varkens

200

30

50

0

165 m.

3.

Alfr. Nobelstr. 8

Bedrijf - verhuur o.g.

0

0

10

0

200 m.

4.

Alfr. Nobelstr. 10

Bedrijf - grooth. jacuzzi’s

0

0

30

0

197 m.

5.

Alfr. Nobelstr. 12

Bedrijf – glashandel

10

30

50

10

195 m.

6.

Alfr. Nobelstr. 14

Bedrijf – kantoor

0

0

10

0

195 m.

7.

Alfr. Nobelstr. 16-18

Bedrijf - autogarage

10

0

30

10

195 m.

8.

Alfr. Nobelstr. 18a

Bedrijf – autogarage

10

0

30

10

170 m.

Figuur 4.8: Overzicht en toetsing richtafstanden (Handreiking VNG, 2009).

Conclusie Uit figuur 4.8 volgt dat voor de varkenshouderij aan Postdijk 6 niet wordt voldaan aan de richtafstand van 200 meter voor wat betreft het aspect ‘geur’. Het aspect ‘geur’ wordt hiermee in hoofdstuk 4.8 van voorliggende toelichting nader onderzocht.

4.8

Geur Per 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door veehouderijbedrijven. Voor een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of:

- 33 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

➢ Bestaande bedrijven door het plan niet worden belemmerd in huidige of toekomstige bedrijfsvoering; ➢ Er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het eerste punt wordt de zogenaamde toets op de ‘omgekeerde werking’ toegepast. Daarbij wordt uitgegaan van de geurnormen en de richtafstanden uit de Wet geurhinder (Wgv) of de gemeentelijke verordening. Voor het tweede punt moet worden getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de gemeentelijke beleidsregel. Belemmering bedrijfsvoering omliggende bedrijven In de huidige situatie is binnen het plangebied reeds sprake van twee burgerwoningen. Deze woningen worden op nagenoeg dezelfde afstand van de omliggende bedrijven herbouwd. Voor de rondom het plangebied gelegen veehouderijen geldt dat er reeds bestaande burgerwoningen (geurgevoelige objecten) gelegen zijn tussen deze bedrijven en de te herbouwen woningen aan Kleine Heisteeg 3-3A. Hierbij geldt voor het meest dichtbij gelegen varkensbedrijf aan Postdijk 6 dat de bestaande woningen aan Kleine Heisteeg 5 en Kleine Heisteeg 5A reeds de maatgevende objecten zijn voor de uitbreidingsruimte van het bedrijf in westelijke richting. De omliggende veehouderijen worden hiermee dan ook niet belemmerd in hun bedrijfsvoering als gevolg van voorliggend initiatief.

Woon- en leefklimaat Om te beoordelen wat maatgevend is voor de geurhinder en hiermee het woonen leefklimaat, wordt er onderscheid gemaakt in achtergrondbelasting en voorgrondbelasting. Vuistregel is dat de voorgrondbelasting maatgevend is wanneer deze minstens de helft is van de achtergrondbelasting. Is de voorgrondbelasting minder dan de helft van de achtergrondbelasting, dan is de achtergrondbelasting bepalend voor de geurhinder. Wanneer er meerdere veehouderijen zich in de nabijheid van een plangebied bevinden is in de regel de achtergrondbelasting maatgevend. In de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere intensieve veehouderijen aanwezig. Binnen een straal van 1 kilometer van het plangebied zijn zowel aan Postdijk 6, Kampenweg 4 als Oostelijke Randweg 2 een drietal varkenshouderijen gevestigd en zijn daarnaast aan Achterstesteeg 6 en Corridor 3 een tweetal pluimveehouderijen gevestigd. Hiermee kan worden aangenomen dat voor voorliggend initiatief de achtergrondbelasting maatgevend is voor de geurhinder en daarmee het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.

Om aan te tonen dat er binnen het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de gecumuleerde geurbelasting van alle omliggende veehouderijen, wordt getoetst of de achtergrondbelasting voldoet aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of gemeentelijke - 34 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

beleidsregel. Voor de achtergrondbelasting zijn in de Interim omgevingsverordening normen opgenomen. De gemeente Meierijstad heeft geen eigen waarden in haar beleid opgenomen, waardoor de volgende toetswaarden worden aangehouden: 10 ouₑ/m³ voor objecten in de bebouwde kom; 20 ouₑ/m³ voor objecten in het buitengebied.

plangebied

Figuur 4.9: Uitsnede geurkaart achtergrondbelasting (bron: ODZOB).

Door de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant is een actuele geurkaart van de achtergrondbelasting in diverse Brabantse gemeenten, waaronder Meierijstad, opgesteld. In figuur 4.9 is een uitsnede van deze geurkaart opgenomen met daarop het plangebied rood omcirkeld. Zoals blijkt uit figuur 4.9 is ter plaatse van het plangebied sprake van een achtergrondbelasting in de range van 3-7 ouₑ/m³. Gezien de ligging nabij het geurcontour 7-13 ouₑ/m³, bedraagt de achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied 6 tot 7 ouₑ/m³. De wettelijke norm van 10 ouₑ/m³ wordt hiermee niet overschreden. Om het woon- en leefklimaat te beoordelen hanteert het RIVM voor de achtergrondbelasting geur de milieukwaliteitscriteria zoals opgenomen in figuur 4.10. De achtergrondbelasting ter plaatse van de woningen valt in de categorie 4 t/m 8 ouₑ/m³. Het woon- en leefklimaat ten gevolge van de achtergrondbelasting kan dan ook als goed worden beoordeeld.

- 35 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Achtergrondbelasting (ou /m³ ) E

Mogelijke kans op geurhinder (%)

Gemeente Meierijstad

Beoordeling leefklimaat

1-3 4-8

<5 5-10

zeer goed goed

9-13 14-20

10-15 15-30

redelijk goed matig

21-28 29-38

20-25 25-30

tamelijk slecht slecht

39-50 51-65

30-35 35-40

zeer slecht extreem slecht

Figuur 4.10: Classificatie achtergrondbelasting (RIVM).

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief

4.9

Gezondheid in relatie tot veehouderijen Door middel van toetsing aan het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) kan beoordeeld worden of voor een specifieke situatie er een dusdanig verhoogd risico voor de volksgezondheid bestaat dat nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De stappen kunnen stuk voor stuk worden doorlopen om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Het stappenplan 2.0 wordt hieronder weergegeven, waarbij per stap een nadere toetsing plaatsvindt. 1. Voor varkens en pluimveebedrijven: endotoxine richtafstand. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd gezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat er sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de blootstelling aan endotoxine heeft de Gezondheidsraad een advieswaarde van 30 EU/m3 vastgesteld. De advieswaarde van de Gezondheidsraad voor endotoxine is een instrument ter bescherming van de gezondheid van omwonenden van veehouderijen. Binnen een straal van 1 kilometer rondom de planlocatie zijn drie varkenshouderijen en twee pluimveebedrijven gelegen. De PM10 (endotoxine) emissie van deze bedrijven is weergegeven in figuur 4.11.

Op basis van de vergunde fijnstofemissie kan door middel van onderstaande formules worden berekend binnen welke afstand naar verwachting de advieswaarde voor endotoxine wordt overschreden.

- 36 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Voor wat betreft de genoemde bedrijven gelden de richtafstanden en feitelijke afstanden zoals opgenomen in figuur 4.11. De afstanden gelden vanaf het emissiepunt afkomstig uit WEB-BVB tot de gevel van de twee woningen in het plangebied. Zoals blijkt uit figuur 4.11 wordt voor alle bedrijven voldaan aan de richtafstand voor endotoxine tot de woningen.

Vleesvarkens: 125 kg. PM10/jaar

Richtafstand endotoxine 58 m.

Feitelijke afstand 175 m.

Vleeskuikens: 1.691 kg. PM10/jaar

251 m.

850 m.

Kampenweg 4

Vleesvarkens: 181 kg. PM10/jaar

81 m.

620 m.

Oostelijke Randw. 2

Vleesvarkens: 201 kg. PM10/jaar

87 m.

1.000 m.

Corridor 3

Vleeskuikens: 962 kg. PM10/jaar

190 m.

1.000 m.

Id

Adres

Type bedrijf

1.

Postdijk 6

2.

Achterstesteeg 6

3 4. 5.

Figuur 4.11: Richtafstanden Endotoxine.

2. Toename in emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak; De voorgenomen ontwikkeling betreft de herbouw van een bestaande twee-onder-één-kapwoning als 2 vrijstaande woningen. Hierbij vindt geen toename in emissies van geur, fijnstof en/of ammoniak plaats. 3. Geurbelasting; toetsen aan een aanvaardbaar woon-/leefklimaat; a. Wettelijke uitgangspunten In hoofdstuk 4.8 van voorliggende toelichting heeft een toetsing van de voorgenomen ontwikkeling aan de Wgv plaatsgevonden. Op de planlocatie is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor wat betreft geur. b. Gezondheidskundige uitgangspunten Naast een toets op sec de wettelijke aspecten kan ook gekeken worden naar een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015) op dit moment het best beschikbare beeld geeft voor deze gezondheidskundige beoordeling. Bij de beoordeling van de geurbelasting hanteert de GGD het uitgangspunt dat maximaal 12% (woonkern) en 20% (buitengebied) geurgehinderd mag zijn. Dit betekent dat de gezondheidskundige advieswaarden voor de woonkern door de GGD landelijk wordt gesteld op respectievelijk 2,0 OU/m3 voor de voorgrond en 5,0 OU/m3 voor de achtergrond. Uit de toetsing in hoofdstuk 4.8 blijkt dat niet aan deze advieswaarden wordt voldaan.

- 37 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

4. Bij meerdere bedrijfsmatig gehouden diersoorten, de aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij; Niet van toepassing. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot nieuwe situaties van het gemengd houden van varkens en pluimvee. 5. Geitenhouderij: binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming; of pluimveebedrijven binnen een straal van 1 kilometer van een gevoelige bestemming; of overige veehouderijen binnen een straal van 250 meter liggen woon- of verblijfsruimten van derden; a. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. De provincie heeft een verbod van uitbreiding van geitenhouderijen ingevoerd. In het kader van de omgekeerde werking (gevoelige functies rond geitenhouderijen) wordt bekeken of er zich binnen 2 kilometer van het plan bedrijven met geiten bevinden. Binnen een straal van 2 kilometer van de planlocatie bevinden zich geen geitenhouderijen waar meer dan 50 geiten gehouden worden. Er is dan ook geen sprake van een onaanvaardbaar volksgezondheidsrisico ter plaatse van de planlocatie. b. Pluimveehouderijen Ook voor pluimveehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen.

Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt namelijk dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Echter moet worden benadrukt dat het hier om een hypothese gaat, en dat causaliteit nog niet door onderzoekers is vastgesteld. Met deze onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden bij de ontwikkeling en uitbreiding van pluimvee-houderijen of de bouw van gevoelige bestemmingen in de nabijheid van pluimveehouderijen. Binnen een straal van 1 kilometer rondom de planlocatie bevindt zich op respectievelijk 850 meter en 1.000 meter twee pluimveehouderijen aan Achterstesteeg 6 en Corridor 3. Dit heeft echter geen consequenties, want de GGD heeft het volgende aangegeven: “Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO) bleek dat in de jaren 2009-2013 er sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014- 2016) werd dat verband niet meer gevonden. Ook in het - 38 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

aanvullende, recente onderzoek in de regio Utrecht/Gelderland/Overijssel werd een dergelijk verband niet meer gevonden. Dit in tegenstelling tot het verband tussen het verhoogd voorkomen van longontsteking bij omwonenden nabij een geitenhouderij (2km). In de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0, opgesteld door het Ondersteuningsteam, wordt aangegeven dat het wonen nabij een pluimveehouderij (binnen een straal van 1km) leidt tot het advies om een advies bij de GGD op te vragen. In het ondersteuningsteam zijn de laatste onderzoeksresultaten recent besproken en is besloten dat er geen advies meer wordt gegeven om een GGD advies op te vragen op grond van het criterium “wonen binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij”. c. Overige veehouderijen Ook voor overige veehouderijen is een dergelijke afstand te benoemen, namelijk 250 meter ten opzichte van gevoelige functies. Er bevinden zich binnen 250 meter van het plangebied geen andere veehouderijen. 6. De aanwezigheid van mestbewerking en mestverwerking; Niet van toepassing. 7. De ongerustheid bij omwonenden; Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. De voorgenomen herbouw van de twee-onder-één-kapwoning als 2 vrijstaand woningen betreft geen ontwikkeling die leidt tot een toenemende onrust over de volksgezondheid.

Uit toetsing op afstanden blijkt dat wordt voldaan aan de endotoxine richtafstanden voor varkens- en/of pluimveehouderijen (stap 1). De planlocatie is daarnaast niet gelegen binnen de straal van 2 km van geitenhouderijen (stap 5a). De locatie is wel gelegen binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf: Achterstesteeg 6 te Sint-Oedenrode (stap 5b), echter niet binnen 250 meter van overige veehouderijen (stap 5c). Voor stap 5b kan, zoals in de toelichting beschreven, gebruik worden gemaakt van het oordeel van het ondersteuningsteam dat geen advies meer wordt gegeven om een GGD advies op te vragen op grond van het criterium “wonen binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij”. Uit de toetsing blijkt daarnaast dat stap 3b leidt tot de conclusie dat advies dient te worden opgevraagd bij de GGD. Of in onderhavig geval een advies van GGD benodigd is betreft een afweging van de gemeente Meierijstad.

- 39 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Afwegingskader geitenhouderijen Meierijstad Het college van B&W van Meierijstad heeft op 13 maart 2018 een afwegingskader vastgesteld met betrekking tot ontwikkelingen in de omgeving van geitenhouderijen. De ontwikkeling moet getoetst worden aan dit afwegingskader. Concreet betekent dit dat in de gemeente Meierijstad voorlopig als volgt gehandeld wordt: ▪

Een uitbreiding van het aantal geiten in bestaande stallen of gebouwen wordt niet toegestaan, tenzij er geen gezondheidskundige bezwaren daarvoor zijn. Bij voorliggende ontwikkeling is geen sprake van de uitbreiding van het aantal geiten.

▪

Binnen een straal van 2 km rondom geitenhouderijen doet zich, vooralsnog, een extra risico voor. Daarom hanteert het college daar een extra zorgvuldigheid. Dat betekent dat met plannen voor het huisvesten of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen sowieso terughoudend omgegaan wordt. Er bestaat géén hard afwegingskader voor de toetsing van bouwplannen. Locatie, omgeving, het soort bedrijf en het soort ontwikkeling zijn telkens anders en vragen om maatwerk. Het gezondheidsbelang wordt daarbij afgezet tegen bijvoorbeeld volkshuisvestelijke, sociale, economische en financiële belangen. Binnen een straal van 2 km van de planlocatie zijn geen geitenhouderijen gevestigd.

▪

Aanvragers van plannen en nieuwe potentiële bewoners in het gebied worden geïnformeerd over het risico. Ook wordt hen gevraagd een verklaring daarover te ondertekenen. Het plangebied is niet gelegen in genoemd gebied met geitenhouderijen.

Conclusie Het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.10 Geluid Ten aanzien van het aspect geluid zijn het wegverkeer en de bedrijven van belang. Voor het wegverkeerslawaai vormt de Wet geluidhinder het toetsingskader en voor de bedrijven de Wet milieubeheer (waaronder het Activiteitenbesluit). Daarnaast moet in het kader van de Wet ruimtelijke ordening sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

- 40 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Industrielawaai Voor wat betreft het industrielawaai op de nieuwe woning afkomstig van de bedrijven die rondom de planlocatie gelegen zijn, wordt zoals aangegeven in figuur 4.8 voldaan aan de van toepassing zijnde richtafstanden. Hiermee kan worden aangenomen dat ter plaatse van de planlocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wegverkeerslawaai De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij de vaststelling van een bestemmingsplan of bij het verlenen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een andere situering van de voorgevels van de woningen dan in de huidige situatie het geval is. Aan Tritium Advies B.V. is opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende toelichting. De conclusie van het akoestische onderzoek is hieronder samengevat opgenomen:

Samenvatting en conclusie In opdracht van Kastelijn Ruimtelijk Advies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde ontwikkeling op de locatie Kleine Heisteeg 3-3a te Sint-Oedenrode. Beoogd wordt om op de locatie twee bouwkavels mogelijk te maken. Voor de ontwikkeling is sprake van een buitenplanse afwijking op het bestemmingsplan. Het onderzoek is derhalve uitgevoerd ten behoeve van een juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Noordelijke- en Oostelijke Randweg, de Postdijk en de Rijksweg A50. Het plan is tevens gelegen aan de 30 km/uur weg Kleine Heisteeg. Voor de 30 km/uur weg Kleine Heisteeg geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen overschrijdt. Bovendien kan voor 30 km/uur wegen geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Voor de gezoneerde wegen Oostelijke Randweg, Postdijk, Rijksweg A50 en het gedeelte van de Noordelijke Randweg met een snelheidsregime van 80 km/uur geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen

- 41 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

overschrijdt. Derhalve is een procedure hogere waarde voor deze wegen niet aan de orde. Voor het gedeelte van de Noordelijke Randweg met een snelheidsregime van 50 km/uur geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met maximaal 5 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden. Derhalve is het mogelijk om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer tot de voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is in onderhavige situatie niet doeltreffend. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeurgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. Conform de rekentool “Swung-2 DMC” van Antea Group is het toepassen van bronmaatregelen echter wel doelmatig. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet echter overwegende bezwaren van financiële aard.

De gemeente Meierijstad beschikt niet over een eigen geluidbeleid. Derhalve worden bij een procedure hogere waarde geen aanvullende voorwaarden gesteld. Uit de rekenresultaten blijkt dat de woningen kunnen beschikken over een geluidluwe achtergevel. In het kader van een goed akoestisch woon- en leefklimaat is dit een pré en wordt bovendien geadviseerd dat bij de indeling van de woning rekening wordt gehouden dat de verblijfsruimten en de tot de woning behorende buitenruimte niet of zo min mogelijk aan de geluidbelaste zijde (voorgevel) worden gesitueerd. Aangezien voor onderhavige woningen sprake is van een procedure hogere waarde, is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens in combinatie met de voornoemde aandachtspunten een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder.

- 42 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai volgt dat een hogere waarde procedure moet worden doorlopen om het planvoornemen juridisch mogelijk te maken. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt ter hoogte van de twee nieuwe woningen overschreden vanwege het verkeer op de N637 Noordelijke Randweg gedeelte met een snelheid van 50 km/uur. De hoogst berekende geluidbelasting is 52 dB op beide woningen. De geluidbelasting is inclusief 5 dB aftrek ex artikel 110g van de Wet geluidhinder. Een hogere waarde procedure kan worden doorlopen omdat maatregelen om de geluidbelasting te reduceren naar de voorkeurgrenswaarde van 48 dB niet doelmatig zijn én de maximale ontheffingswaarde van 63 dB niet wordt overschreden.

Omdat de borging van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de voorgevels van de nieuw te bouwen woningen gelegen aan de Kleine Heisteeg niet is geregeld via het Bouwbesluit zijn hiervoor de volgende 2 regels opgenomen in Artikel 3.2.2 van de planregels behorend bij onderhavig bestemmingsplan: Artikel 1 De volgens de NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan het verschil tussen de hoogst berekende cumulatieve geluidsbelasting uit bijlage 5 van het geluidrapport “‘Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Kleine Heisteeg 3-3a te Sint-Oedenrode’, met kenmerk 2110/213/CK-01, opgesteld door Tritium Advies op 2 maart 2022 en 33 dB. Artikel 2 De uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft volgens de NEN 5077 een bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB lager is dan de karakteristieke geluidwering bedoeld in artikel 3.2.2 sub f. Conclusie Het aspect geluid vormt, middels het volgen van een procedure hogere waarde, geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.11 Luchtkwaliteit De ‘Wet luchtkwaliteit’ vormt per 15 november 2007 het toetsingskader voor nieuwe plannen en projecten in relatie tot de kwaliteit van de lucht. Als onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is de AMvB ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) opgenomen. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Deze regeling is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of vertragen.

- 43 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Het plan betreft de herbouw van een bestaande twee-onder-één-kapwoning als twee vrijstaande woningen. Middels deze ontwikkeling geen toename van het aantal verkeersbewegingen plaats. Het project heeft hiermee een bijdrage van niet in betekende mate op de luchtkwaliteit. Nadere toetsing van het effect van onderhavig plan op de luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde. Woon- en leefklimaat Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. Het aantal woningen blijft als gevolg van voorliggend plan gelijk. In de nieuwe situatie is daarmee sprake van twee bestaande gevoelige objecten. De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in figuren 4.12 tot en met 4.14. De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 18-20 μg/m3 (PM10) en < 10 μg/m3 (PM2,5), de norm bedraagt 40 μg/m3 en op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 31,2 μg/m3.

De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 10 en 15 μg/m3, de norm bedraagt 40 μg/m3. De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit.

Figuur 4.12: GCN-kaart RIVM fijnstof PM10 (bron: geodata.rivm.nl)

- 44 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4.13: GCN-kaart RIVM fijnstof PM2,5 (bron: geodata.rivm.nl)

Figuur 4.14: GCN-kaart RIVM stikfstofdioxide NO2 (bron: geodata.rivm.nl)

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

- 45 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

4.12 Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: ➢ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ➢ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); ➢ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Binnen het invloedsgebied is een verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. De specifieke eisen hieraan zijn vastgelegd in de besluiten Bevi, Bevb en Bevt. Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’.

- 46 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Beschouwing risicobronnen Met behulp van de Signaleringskaart Externe Veiligheid is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het plangebied. Een uitsnede van de Signaleringskaart met de risico- en veiligheidscontouren is opgenomen in figuur 4.15. Op circa 280 meter afstand van het plangebied ligt het Basisnet-wegtraject A50: afrit 10 (Eerde) – A58 (Eindhoven) wegvak B132. Volgens de tellingen van Rijkswaterstaat worden over Basisnettraject gevaarlijke stoffen vervoerd uit de categorieën LF1, LF2, GF3 en LT2 (bron: Rijkswaterstaat (2019), Lijst wegvakken data tellingen & Basisnet). Ten zuidoosten van het plangebied, op minimaal 50 meter afstand, liggen de lokale wegen Noordelijke Rondweg, Oostelijke Rondweg en de Postdijk. Over deze wegen vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Verder zijn in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen gevestigd die onder het regime van het Bevi vallen. Daarnaast zijn in en in de omgeving van het plangebied geen buisleidingen gelegen. Verantwoording groepsrisico Het vervoer van gevaarlijke stoffen uit de categorie LT2 over de rijksweg A50 heeft een invloedsgebied van 880 meter (bron: RIVM (2017), Handreiking risicoanalyse transport, p.19 tabel 4-2). Het invloedsgebied reikt geheel over het plangebied, waarmee een beperkte verantwoording van het groepsrisico dient plaats te vinden.

De relevante scenario's i.r.t het plangebied zijn een BLEVE en een toxische wolk. Daarnaast ligt het plangebied binnen de risicocontouren van de lokale transportroutes Noordelijke Rondweg, Oostelijke Rondweg en de Postdijk, waarmee een nadere beschouwing van de externe veiligheidsrisico’s conform artikel 8 van het Bevt noodzakelijk is.

Figuur 4.15: Uitsnede Signaleringskaart Externe Veiligheid (bron: ODBN) - 47 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Verantwoording groepsrisico gevaarlijke stoffen In de rapportage ‘Inventarisatie vervoer gevaarlijke stoffen, gemeente Meierijstad is vastgesteld, dat over de lokale wegen Noordelijke Rondweg, Oostelijke Rondweg en de Postdijk de volgende maximale hoeveelheden aan transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt: • Noordelijk Rondweg stofcategorie GF3: 170 transportbewegingen • Oostelijke Rondweg stofcategorie GF3: 8 transportbewegingen • Postdijk stofcategorie GF3: 16 transportbewegingen Er wordt uitgegaan van het worst case scenario en daarom wordt er gekeken naar het maximale aantal transportbewegingen dat over de lokale transportwegen heen gaat. GF3 vormt een potentieel externe veiligheidsrisico voor de aanwezigen in de omgeving van de weg. Voor de stofcategorieën LF1 en LF2 geldt dat het plangebied buiten het invloedsgebied van deze stofcategorieën ligt. Andere stofcategorieën gevaarlijke stoffen worden niet of zeer incidenteel over deze weg vervoerd. In de Nota van toelichting op het Bevt is aangegeven, dat in sommige gevallen de berekening van het PR en het GR achterwege kan blijven. Hiervoor zijn vuistregels in de vorm van drempelwaarden voor vervoersaantallen opgesteld, die de gebruiker een indicatie geven van de hoogte van het PR of GR. Deze vuistregels zijn opgenomen in de bijlagenrapporten van de Handreiking risicoanalyse transport (HART).

Met de vuistregels kan ingeschat worden of de vervoersaantallen, bebouwingsafstanden en/of personendichtheden leiden tot een overschrijding van grenswaarde of richtwaarde voor het PR dan wel tot een overschrijding van de oriëntatiewaarde of 0,1 maal de oriëntatiewaarde voor het GR kunnen leiden. Benodigd voor de toepassing van de vuistregels zijn gegevens omtrent de bebouwing (dichtheid bevolking en afstand tot aan de weg), het type weg en de stofcategorieën en aantallen transportbewegingen van gevaarlijke stoffen. Het plangebied bestaat zowel uit eenzijdige als tweezijdige bebouwing, bestaande uit voornamelijk vrijstaande woningen. Bij het toepassen van de vuistregels gaan we uit van het worst case scenario dus wordt er uitgegaan van een tweezijdige bebouwing. Conform het HART kan deze vorm van bebouwing getypeerd worden als ‘rustige woonwijk’ . Een ‘rustige woonwijk’ heeft een personendichtheid van 25 personen per hectare. De minimale afstand van de bebouwing tot aan de transportwegen bedraagt ongeveer 50 meter. De Noordelijke Randweg en de Oostelijke Randweg zijn beide wegen binnen de bebouwde kom. De Postdijk is een weg buiten de bebouwde kom. Bij het toepassen van de vuistregels is uitgegaan van een weg binnen de bebouwde kom.

- 48 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Plaatsgebonden risico (PR) Volgens de vuistregelmethodiek van de HART heeft een weg binnen de bebouwde kom: 1. Een weg binnen de bebouwde kom heeft geen 10-5-contour. 2. Een weg binnen de bebouwde kom heeft geen 10-6-contour. Groepsrisico (GR) Volgens de vuistregelmethodiek van de HART moet een RBM-II berekening van het groepsrisico uitgevoerd worden wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagens stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT5 (vuistregel 1). Hiervan is echter, zoals eerder vermeld, geen sprake. Wanneer het aantal GF3 transporten minder is dan de drempelwaarde uit tabel 1-9 uit de HART, wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het GR niet overschreden (vuistregel 2). In dat geval is een risicoberekening niet benodigd. Uit tabel 1-9 van de HART blijkt dat, voor een transportweg op 60 meter afstand en een dichtheid van 25 personen per hectare, geen drempelwaarde beschikbaar is voor overschrijding van 10% van de oriëntatiewaarde. Geconcludeerd kan worden dat het groepsrisico minder dan 0,1 × de oriëntatiewaarde zal bedragen. Conform het Bevt, artikel 8, lid 2 is een nadere berekening niet nodig en kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

Bij een beperkte verantwoording van het groepsrisico dient alleen aandacht besteed te worden aan de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp (artikel 7, Bevt). Aangezien het risico gelegen is bij een ontbranding van brandbaar gas (GF3) dient de beperkte verantwoording van het groepsrisico voor de lokale wegen een beschouwing te bevatten van het scenario BLEVE. Deze verantwoording word gecombineerd met de verantwoording van het groepsrisico voor de A50 voor het scenario BLEVE en is verderop in deze toelichting opgenomen. Verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch Voor het scenario toxische wolk kan gelet op de afstand worden volstaan met een beperkte verantwoording, waarbij alleen wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid. De Omgevingsdienst Brabant-Noord en de Veiligheidsregio Brabant-Noord hebben gezamenlijk een standaard verantwoording groepsrisico (beperkt) toxisch opgesteld. Deze verantwoording is onderstaand opgenomen.

- 49 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Scenario(‘s) Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein. De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest.

De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: • goed te alarmeren is; • goed te schuilen is; • goed te ontvluchten is. Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen.

- 50 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Schuilmogelijkheden Schuilen in de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit met het scenario toxische wolk te overleven. Schuilen voor een toxische wolk is mogelijk binnen de bebouwing op de planlocatie. Om veilig schuilen binnen de bebouwing mogelijk te maken dient de bebouwing aan bepaalde veiligheidseisen te voldoen. Als gevolg van energieprestatie-eisen zijn nieuwe woningen goed geïsoleerd en bieden daarom een goede bescherming. Eventuele aanwezige ventilatieopeningen moeten afgesloten kunnen worden. Vluchtmogelijkheden Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het plangebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Ontvluchten kan in alle gevallen van de risicobron af.

Verantwoording groepsrisico BLEVE Een BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de tank. LPG komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. De afstand van het plangebied tot de transportroutes bedraagt ca. 65 meter. Op deze afstand is het aannemelijk dat er slachtoffers vallen als gevolg van een BLEVE. In figuur 4.13 zijn de effecten van een BLEVE weergegeven. Beoordeling zelfredzaamheid Voor het scenario BLEVE is vluchten het beste handelingsperspectief. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. Bij het plangebied kan deels van de risicobron afgevlucht worden. Hiervoor zal echter eerst richting de Kleine heisteeg en vervolgens via de Driekant van het plangebied afgevlucht worden. De mogelijkheden tot vluchten zijn dus niet optimaal. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Beoordeling bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid van een BLEVE is matig. Propaan wordt vervoerd in nietgeïsoleerde tankwagens.

Als gevolg van externe hittestraling kan deze na ca.12 minuten ontploffen. De brandweer zal om deze reden defensief optreden en zich richten op het ontruimen van de omgeving. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als slecht beoordeeld.

- 51 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

Figuur 4.15: Slachtoffer- en schadebeeld scenario BLEVE.

Advies Conform artikel 9 van het Bevt is de Veiligheidsregio om advies gevraagd over voorliggend plan. Dit advies is verwerkt in de beperkte verantwoording van het groepsrisico in voorliggende toelichting. De veiligheidsregio adviseert om de volgende maatregelen te nemen om de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen. •

Informeer de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van- en het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid.

Conclusie Er zijn hiermee geen belemmeringen vanuit het aspect externe veiligheid voor onderhavig initiatief.

- 52 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

4.13 Verkeer en parkeren In de huidige situatie is binnen het plangebied reeds een twee-onder-één-kap woning aanwezig. De verkeersbewegingen ten behoeve van deze twee woningen blijven ongewijzigd als gevolg van de voorgenomen herbouw van de tweeonder-één-kapwoning als 2 vrijstaande woningen. Geconcludeerd kan worden dat de situatie verkeerskundig nauwelijks wijzigt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Op 3 mei 2019 heeft de gemeente Meierijstad de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ gepubliceerd. De Nota wordt gebruikt Bestemmingsplan bij het verlenen van omgevingsvergunningen en bij de herziening van een bestaand dan wel vaststelling van een nieuwe bestemmingsplan. In de Nota zijn de parkeerkerncijfers van het CROW als vertrekpunt gebruikt. In de Nota worden de landelijke richtlijnen vertaald naar de situatie in de gemeente Meierijstad. Het uitgangspunt hierbij is dat voor de nieuwe ontwikkeling het aantal parkeerplaatsen wordt vastgesteld dat op eigen terrein moet worden gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling betreft de herbouw van de bestaande twee-onder-één-kapwoning als 2 vrijstaande woningen binnen het plangebied. Op deze ontwikkeling zijn evengoed de parkeernormen van toepassing. De kern van SintOedenrode is in de Nota aangemerkt als ‘weinig stedelijk’. In Bijlage 2 van de Nota zijn de parkeernormen voor Sint-Oedenrode opgenomen.

De parkeernormen zijn inclusief bezoekersparkeren. Het totaal aantal parkeerplaatsen wordt, in tegenstelling tot de gebruikelijke afrondingsregels, altijd naar boven afgerond. Op basis van de kaart zoals opgenomen in Bijlage 1 van de Nota is de planlocatie gelegen in het gebied ‘Rest bebouwde kom en Buitengebied’. Voor een vrijstaande koopwoning geldt hiermee een parkeernorm voor auto’s van 2,4. Afgerond betekent dit dat voor beide woningen moet worden voorzien in een drietal parkeerplaatsen op eigen terrein. Beide percelen zijn voldoende groot (1.000 m2 ) om deze parkeerplaatsen te kunnen realiseren. In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd dat deze drie parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.14 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen enerzijds gevoelige bestemmingen (zoals woningen) en anderzijds percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie - 53 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Uit diezelfde rechtspraak volgt dat dit een locatie specifiek onderzoek moeten zijn. Rondom de planlocatie zijn geen gronden gelegen die in gebruik zijn als fruitboomgaard of als akkerbouwland. Met het plan worden daarnaast geen nieuwe gevoelige functies toegevoegd en vinden er geen wijzigingen ten aanzien van het aspect spuitzones plaats die het woon- en leefklimaat negatief beïnvloeden. Conclusie Het aspect spuitzones vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.15 Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. De laatste jaren is hier meer aandacht voor, mede omdat er statistische aanwijzingen zijn (dus geen aangetoond oorzakelijk verband) dat de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk van invloed kunnen zijn op de gezondheid van kinderen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het Rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 microTesla. In het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de magneetveldzone. Dit betekent dat, zoals hierboven reeds aangegeven is, voorkomen moet worden dat er gevoelige functies binnen een zone van een hoogspanningslijn komen te liggen. Is dit wel het geval, dan moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden.

Het RIVM heeft een kaart ontwikkeld waarop indicatieve zones voor magneetvelden van alle bovengrondse hoogspanningslijnen zijn opgenomen. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden. Uit deze kaart blijkt dat de planlocatie op ruim 2.700 meter afstand van de hoogspanningslijnen is gelegen, buiten de indicatieve zone. Conclusie Het aspect hoogspanningslijnen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief. - 54 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

5.

Gemeente Meierijstad

Juridische planopzet

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch – planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de systematiek en de inhoud van de bestemmingen van het bestemmingsplan.

5.1

Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’ is conform de eisen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgesteld. Naast de wettelijke eisen uit de Wro is in dit bestemmingsplan, om de consistentie met de vigerende bestemmingsplannen te waarborgen, voor de opzet en inhoud van de regels aangesloten bij het bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost van de gemeente Meierijstad. Tevens voldoet het plan aan de eisen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

5.2

Opbouw van de regels In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 1. Inleidende regels Begrippen: In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.

- 55 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

2. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle belangrijkste bouwwerken (hoofd-gebouwen), bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Nadere eisen: Een aanvullend stelsel van nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen. Deze regeling heeft tot doel op een later tijdstip dan bij de totstandkoming van het plan te bezien of op bepaalde punten een nadere eis in het concrete geval noodzakelijk is. Conform de jurisprudentie dienen de regels al een primaire eis te bevatten. Afwijken van de bouwregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik/welke activiteiten in ieder geval strijdig zijn met de bestemming.

Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Afwijken van de gebruiksregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de gebruiksregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: In een aantal enkelbestemmingen en het merendeel van de dubbel-bestemmingen is een (aanleg)vergunningregeling opgenomen voor de gronden gelegen binnen de beschermingszone van een leiding, binnen de beschermingszone van de natte natuurparel en ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden Hierin worden bepaalde werken en/of werkzaamheden - 56 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

vergunningplichtig gesteld. Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele maatstaven. Wijzigingsbevoegdheid: In deze bepaling is burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. De wijzigingsbevoegdheid die bij de bestemming zelf is opgenomen, is uitsluitend van toepassing op die bestemming. 3. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen omtrent bebouwingsgrenzen en geluidzones. Algemene gebruiksregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van functies die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.

Algemene wijzigingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de mogelijkheden voor het college van burgemeester en wethouders om de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige procedureregels: In deze artikelen zijn algemene procedureregels opgenomen voor het stellen van nadere eisen.

- 57 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

Gemeente Meierijstad

4. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: In dit artikel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

Bestemmingen In voorliggend bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden, aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven. Naast deze doeleinden zijn uiteraard bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, parkeervoorzieningen etc. toegestaan. Binnen de bestemming ‘Wonen’ mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. Er zijn specifieke bouwregels opgenomen voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing. Daarnaast zijn bevoegdheden opgenomen tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels en de gebruiksregels. Waarde – Archeologie 1 De voor ‘Waarde - Archeologie 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de hoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden.

Voor het bouwen op de gronden binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ dient de aanvrager een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 200 m2 en dieper dan 0,5 m., een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht.

- 58 -

Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’

6.

Gemeente Meierijstad

Haalbaarheid en procedure

In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van voorliggend bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Economische haalbaarheid De ontwikkeling bevindt zich op eigen terrein van initiatiefnemer en komt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente tot stand. Alle kosten verbonden aan de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend pan opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In onderhavig geval worden door initiatiefnemer en de gemeente Meierijstad nadere afspraken over het kostenverhaal gemaakt in een te sluiten anterieure overeenkomst, waarmee het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=971451a0-354d-4879-bd5c-470dd1dc95f9