Toelichting
Tekst van het document
Gemeente Meierijstad
Bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’ TOELICHTING Projectlocatie Adres: Postcode: Plaats:
Kleine Heisteeg 3-3A 5491 TT Sint-Oedenrode
Gegevens adviesbureau Naam: Contactpersoon: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon: e-mail:
Kastelijn Ruimtelijk Advies D.F.H. Kastelijn Bieslook 21 5491 KE Sint-Oedenrode 06 – 22786032 kastelijn@ruimtelijk-advies.nl
Naam document
Bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’.
IMRO Code
NL.IMRO.1948.BGO000BP0112022P-VG01
Versie
Vaststeling: 29 – 02 - 2024
Auteur
drs. D.F.H. Kastelijn
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Inhoud
1.
INLEIDING
4
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Doel van het plan Leeswijzer
4 5 5 6 6
2.
PLANBESCHRIJVING
7
2.1 2.2 2.3
Bestaande situatie Voorgenomen ontwikkeling Omgevingsdialoog
7 8 10
3.
BELEIDSKADER
11
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.2 Ladder duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Structuurvisie 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost 3.3.2 Beeldkwaliteitsplan Heikant 3.3.3 Woonvisie Meierijstad
11 11 11 12 12 12 16 16 16 16
4.
RUIMTELIJKE EN MILIEUHYGIËNISCHE EFFECTEN
18
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
M.e.r.-beoordeling Archeologie en cultuurhistorie Flora en fauna Water Bodem Kabels en leidingen Bedrijven en milieuzonering Geur Gezondheid in relatie tot veehouderijen Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Infrastructuur en parkeren Spuitzones Hoogspanningslijnen
18 18 20 24 30 32 32 33 36 40 43 46 53 53 54
-2-
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
5.
JURIDISCHE PLANOPZET
55
5.1 5.2 5.3
Plansystematiek Opbouw van de regels Bestemmingen
55 55 58
6.
HAALBAARHEID EN PROCEDURE
59
6.1 6.2 6.3
Economische haalbaarheid Maatschappelijke haalbaarheid Procedure
59 59 59
BIJLAGE 1: BIJLAGE 2: BIJLAGE 3: BIJLAGE 4: BIJLAGE 5: BIJLAGE 6: BIJLAGE 7:
STEDENBOUWK. SCHETS KLEINE HEISTEEG 3-3A - V.D. AKKER ARCHIT. QUICKSCAN FLORA EN FAUNA - EXLAN B.V. AERIUS BEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE AANLEGFASE VERKENNEND BODEM- EN ASBESTONDERZOEK - MILIEUPARTNER B.V. AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI - TRITIUM B.V. VERSLAG OMGEVINGSDIALOOG NOTITIE BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN
-3-
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
Gemeente Meierijstad
Initiatiefnemers zijn eigenaar van het perceel Kleine Heisteeg 3-3A te Sint-Oedenrode. Op het perceel is een twee-onder-één-kap woonboerderij gelegen. Initiatiefnemers zijn voornemens deze bestaande woonboerderij te slopen en als twee vrijstaande woningen te herbouwen. Hiertoe wordt het huidige bouwvlak ten behoeve van één twee-aaneen woning vervangen door twee afzonderlijke bouwvlakken ten behoeve van twee vrijstaande woningen. Het aantal woningen blijft daarmee als gevolg van voorliggend initiatief gelijk. De planlocatie is gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost’ van de gemeente Meierijstad en heeft hierin de enkelbestemming ‘Wonen’ met functieaanduiding ‘twee-aaneen’. Daar er in genoemd bestemmingsplan geen afwijkings- dan wel wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen die wijziging van het twee-aaneen bouwvlak in twee afzonderlijke bouwvlakken mogelijk maakt, is voor het initiatief een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De gemeente Meierijstad heeft middels haar besluit d.d. 27 juli 2021 kenbaar gemaakt onder voorwaarden haar principemedewerking te verlenen aan de door initiatiefnemer voorgenomen ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling om genoemde wijziging mogelijk te maken.
plangebied
Figuur 1.1: Ligging planlocatie (bron: www.kadastralekaart.com). -4-
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
1.2
Gemeente Meierijstad
Ligging plangebied Het plangebied is gelegen binnen de gemeente Meierijstad, aan de oostzijde van de kern Sint-Oedenrode. Het plangebied bestaat uit drie afzonderlijke percelen die kadastraal bekend staan als: gemeente SINT-OEDENRODE, sectie S, perceelnummers 438, 1027 en 1285. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 2.031 m2. In figuur 1.1 is de ligging van de planlocatie blauw omkaderd weergegeven.
1.3
Vigerend bestemmingsplan Het overgrote deel van het plangebied (percelen S 438 en S 1027) is gelegen in het in 2014 vastgestelde bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost´. Dit gedeelte van het plangebied heeft in de huidige situatie de enkelbestemming ‘Wonen’. Naast deze enkelbestemming geldt voor dit gedeelte tevens de dubbelstemming ‘Waarde - Archeologie 1’. Daarnaast zijn binnen het aanwezige bouwvlak de bouwaanduiding ‘twee-aaneen’ en maatvoering ‘maximum goothoogte: 3,5 m’ gelegen. Tot slot is een klein gedeelte van het plangebied (perceel S 1285) gelegen in het in 2018 vastgestelde bestemmingsplan ‘Rode Akkers - fase 2, SintOedenrode’ en heeft hierin de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’. Figuur 1.2 geeft een uitsnede van de gezamenlijke plankaart behorende bij genoemde bestemmingsplannen, met daarop het plangebied rood omkaderd.
Figuur 1.2: Uitsnede plankaart ‘Sint-Oedenrode Oost’ en ‘Rode Akkers - fase 2, Sint-Oedenrode’. -5-
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Daarnaast vigeert voor de locatie nog het ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren‘ , waarin nadere voorwaarden m.b.t. parkeren in Meierijstad zijn opgenomen. Tot slot is op 28 januari 2021 voor het gehele grondgebied van Meierijstad het bestemmingsplan ‘Harmonisatie van diverse regelingen - laaghangend fruit’ vastgesteld. Hierin zijn diverse regelingen opgenomen die voorheen in de drie voormalige gemeenten Veghel, Schijndel en Sint-Oedenrode verschillend waren vormgegeven.
1.4
Doel van het plan Door middel van onderhavig bestemmingsplan wordt ter plaatse van de locatie Kleine Heisteeg 3-3A te Sint-Oedenrode het aanwezige bouwvlak met bouwaanduiding ‘twee-aaneen’ vervangen door twee afzonderlijke bouwvlakken met bouwaanduidingen ‘vrijstaand’ ten behoeve van het kunnen oprichten van twee vrijstaande woningen ter plaatse.
1.5
Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze toelichting worden de bestaande situatie van het plangebied en de planbeschrijving nader weergegeven. Het beleidskader dat van toepassing is op het plangebied en haar directe omgeving wordt in hoofdstuk 3 geschetst. Met name het beleid op provinciaal en gemeentelijk niveau komt aan de orde. Vervolgens komen in hoofdstuk 4 de betreffende milieuhygiënische en planologische aspecten van het initiatief aan bod. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet van het plan nader toegelicht. Hoofdstuk 6 tot slot bespreekt de haalbaarheid van het plan en de te doorlopen procedure.
-6-
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
2.
Planbeschrijving
2.1
Bestaande situatie
Gemeente Meierijstad
Binnen het plangebied aan Kleine Heisteeg 3-3A te Sint-Oedenrode is in de bestaande situatie een woonboerderij met een tweetal bijgebouwen aanwezig. De boerderij betreft een twee-onder-één kapwoning die in de huidige situatie ook door twee families bewoond wordt. De woning verkeert in een matige staat van onderhoud en betreft nadrukkelijk geen cultuurhistorisch waardevol of beeldbepalend pand. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied weergegeven.
Figuur 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied (bron: www.kadastralekaart.com).
De afgelopen jaren is de woonboerderij aan Kleine Heisteeg 3-3A komen te liggen te midden van het plan Rode Akkers (fase 1 en fase 2). Dit plan heeft voorzien in de realisatie van een negental grote vrijstaande woningen aan de wegen Kleine Heisteeg, Driekant en Rode Akkers en vormt hiermee een aanvulling op de wijk ‘Sluitappel’. Als gevolg van deze ontwikkeling past de woonboerderij aan Kleine Heisteeg 3-3A qua uitstraling (boerderijtype) en typologie (twee-onderéén-kap) niet meer in de ter plaatse nieuwe bebouwde omgeving. De woonboerderij vormt de enige dissonant in het ‘hoefijzer’ van vrijstaande woningen, die middels het plan Rode Akkers zijn gerealiseerd. In figuren 2.2 en 2.3 zijn ter illustratie foto’s van zowel de woonboerderij aan Kleine Heisteeg 3-3A als de recent gerealiseerde bebouwing in de omgeving van plangebied weergegeven. -7-
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Figuur 2.2: Foto huidige situatie plangebied (bron: Google Street View).
Figuur 2.3: Foto recente bebouwing omgeving plangebied (bron: Google Street View).
2.2
Voorgenomen ontwikkeling Initiatiefnemers zijn voornemens om de bestaande twee-onder-één-kapwoonboerderij op het perceel Kleine Heisteeg 3-3A te slopen en hiervoor in de plaats twee vrijstaande woningen op te richten. De twee nieuw op te richten woningen zorgen voor een forse kwaliteitsimpuls binnen het plangebied ten opzichte van de huidige situatie en sluiten qua uitstraling en woningtype aan bij de overige in het plan Rode Akkers gerealiseerde vrijstaande woningen. Door middel van voorliggend plan wordt het aanwezige bouwvlak met bouwaanduiding ‘twee-aaneen’ vervangen door twee afzonderlijke bouwvlakken met bouwaanduidingen ‘vrijstaand’ ten behoeve van het kunnen oprichten van twee vrijstaande woningen ter plaatse. Hiermee ontstaan twee bouwkavels van ieder ca. 1.000 m2 groot. Als onderdeel van het plan wordt tevens de bestemming van het perceel S 1285, met een oppervlakte van 316 m2, gewijzigd van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’. Hiermee wordt verzekerd dat deze gronden als tuin bij de woningen mogen worden ingericht. In figuur 2.4 is een stedenbouwkundige schets van de nieuwe situatie binnen het plangebied weergegeven.
-8-
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Middels het initiatief worden geen extra wooneenheden toegevoegd. Er wordt enkel gekozen voor een ander woningtype (vrijstaand in plaats van twee-aaneen). De ontwikkeling is daarmee dus niet van invloed op (de beschikbare ruimte in) het woningbouwprogramma van de gemeente Meierijstad.
Figuur 2.4: Stedenbouwkundige schets nieuwe situatie plangebied.
Het college van de gemeente Meierijstad heeft besloten om in principe medewerking te verlenen aan het slopen van de twee-onder-een-kapwoning en hiervoor in de plaat het oprichten van 2 vrijstaande woningen aan Kleine Heisteeg 3-3A te Sint-Oedenrode. Zij heeft aan deze medewerking de volgende voorwaarden verbonden: a. In de aanduiding ‘Tuin’ mag geen bouwvlak gesitueerd wordt. b. De woningen haaks op de weg worden georiënteerd (korte zijde aan de doorgaande weg en nokrichting oost-west). c. De woningen een maximale goothoogte van 4,5 meter hebben. d. De dakconstructie van een hoofdgebouw bestaat uit een kap, met een minimale dakhelling van 15° en een maximale dakhelling van 65°. e. De minimale afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrenzen 3 meter bedraagt. f. De regels van het bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost’ worden nageleefd voor het overige. Bij voorliggend bestemmingsplan worden bovenstaande voorwaarden in acht genomen. De door het college onder a. en b. gestelde voorwaarden zijn vertaald in de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan. Daarnaast zijn de door het
-9-
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
college onder c. t/m e. gestelde voorwaarden als bouwvoorschriften vastgelegd in de planregels van voorliggend bestemmingsplan. Voor het overige zijn de planregels van voorliggend bestemmingsplan opgesteld in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan ‘Sint-Oedenrode Oost’, in overeenstemming met de door het college onder f. gestelde voorwaarde. Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning bouwen voor de twee woningen dient voldaan te worden aan de in de planregels van voorliggend bestemmingsplan opgenomen (bouw)voorschriften. Daarnaast dienen de woningen uiteraard te voldoen aan de redelijke eisen van welstand.
2.3
Omgevingsdialoog In het kader van de omgevingsdialoog behorende bij voorliggende herziening van het bestemmingsplan, zijn door initiatiefnemers de omwonenden van de locatie Kleine Heisteeg 3-3A te Sint-Oedenrode uitgenodigd voor een bijeenkomst op 19 december 2021. Gelet op geldende Corona-maatregelen is gekozen voor een digitale bijeenkomst via Microsoft Teams. Voor deze omgevingsdialoog zijn de eigenaren van de volgende percelen uitgenodigd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Kleine Heisteeg 1 Kleine Heisteeg 5 Sluitappel 21 Sluitappel 23 Driekant 1
Van bovenstaande percelen heeft uiteindelijk enkel de eigenaar van Driekant 1 niet deelgenomen aan de online bijeenkomst. Na afloop van de bijeenkomst is een verslag opgesteld en gedeeld met omwonenden, waarbij aan omwonenden de kans is geboden om hun opmerkingen c.q. aanvullingen op dit verslag te plaatsen. Een aantal omwonenden hebben zowel tijdens de bijeenkomst als in hun opmerkingen dan wel aanvullingen op het verslag aangegeven zich niet te kunnen vinden in de opzet van het plan. Het verslag van de omgevingsdialoog inclusief de door omwonenden geplaatste opmerkingen dan wel aanvullingen, is als bijlage opgenomen aan voorliggende toelichting.
- 10 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
3.
Gemeente Meierijstad
Beleidskader
De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, als gemeentelijk niveau. Het gaat hier om een kleinschalige wijziging. Het plan wordt dan ook primair getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. De belangrijkste bevindingen uit dit beleid worden hieronder beschreven en aangegeven wordt hoe de ontwikkeling van het plangebied past binnen de bestaande regelgeving.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Bij onderhavig initiatief is geen sprake van een ontwikkeling van Nationaal belang waarvoor in het Barro regels gesteld worden. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig initiatief. 3.1.2 Ladder duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd.
De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen (Bro, artikel 3.1.d). Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van ruimte in stedelijke gebieden. Tot 1 juli 2017 dienden overheden nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren met drie voorgeschreven, opeenvolgende trappen (de treden van de ladder). Omdat de ladder als te ingewikkeld werd ervaren en voor veel onderzoekslasten zorgde, is de regeling per 1 juli 2017 gewijzigd. In de nieuwe regeling is de tekst teruggebracht tot de essentie: de drie treden worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst (artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening): - 11 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
“De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Onderhavig initiatief betreft de sloop van een bestaande twee-onder-één-kapwoning en het hiervoor in de plaats oprichten van 2 vrijstaande woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Jurisprudentie (ABRvS 16 september 2015; ECLI: NL: RVS:2015:2921) heeft uitgewezen dat de toevoeging van 11 woningen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, echter de toevoeging van 12 woningen wel (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015: 953). Bij voorliggend plan worden géén woningen toegevoegd, waarmee geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Structuurvisie Op 7 februari 2014 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie ruimtelijke ordening (SVRO) voor de provincie Noord-Brabant vastgesteld. De visie is op 19 maart 2014 in werking getreden. De provincie geeft in de SVRO de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040) weer. De structuurvisie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De Interim omgevingsverordening is één van deze uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. In de verordening vertaalt de provincie de kaderstellende elementen uit de SVRO in regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Voor het onderhavige plan is met name de verordening van belang omdat deze gedetailleerde regels bevat waaraan getoetst dient te worden. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Vooruitlopend op de Omgevingswet heeft de provincie Noord-Brabant als eerste stap een Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels uit de verschillende verordeningen zijn samengevoegd. Deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is op 25 oktober 2019 vastgesteld. De meest recent geconsolideerde versie dateert van 15 april 2022.
De Interim omgevingsverordening is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de - 12 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid. De gemeenteraad moet bij het vaststellen van een bestemmingplan de regels uit de Interim omgevingsverordening respecteren. Concreet betekent dat de Verordening de maximale speelruimte bepaalt die een gemeente heeft bij het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning voor initiatieven (de afwegingsruimte). De Verordening start met het centraal stellen van de kwaliteitsopgave in Brabant. Voor elke ontwikkeling geldt dat niet alleen onderbouwd moet worden hoe het plan bijdraagt aan de zorg voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, maar dat zelfs elke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving.
Ongeacht de ontwikkeling, dient in ieder geval zorgvuldig ruimtegebruik als uitgangspunt te worden gehanteerd én het bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit in brede zin.
Figuur 3.1: Uitsnede integrale plankaart Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
In figuur 3.1 is een uitsnede weergegeven van de integrale plankaart van de Interim omgevingsverordening met daarop de planlocatie rood omkaderd. Hieruit blijkt dat de planlocatie is gelegen binnen het Stedelijk Gebied en meer specifiek - 13 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
de Landelijke Kern. Voorliggend initiatief bestaat uit de herbouw van een bestaande twee-onder-één-kapwoning als twee vrijstaande woningen. In Artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening wordt door de provincie Noord-Brabant nadere invulling gegeven aan de ontwikkeling van woningen binnen Stedelijk Gebied. Dit artikel luidt als volgt: Artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; Middels voorliggende ontwikkeling worden per saldo géén extra woningen toegevoegd. b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. De voorgenomen herbouw van de twee-onder-één-kapwoning als 2 vrijstaande woningen binnen bestaand Stedelijk gebied betreft een duurzame stedelijke ontwikkeling. Onderstaand vindt toetsing plaats aan de criteria voor een duurzame stedelijke ontwikkeling, waaruit blijkt dat aan deze criteria wordt voldaan. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; De voorgenomen herbouw van de in matige staat verkerende twee-onderéén-kapwoning komt de omgevingskwaliteit ter plaatse ten goede.
De 2 vrijstaande woningen sluiten aan op de bestaande bebouwde omgeving en wordt overeenkomstig deze bebouwing opgericht. De herbouw van de woningen binnen de bestaande kern van Sint-Oedenrode doet geen afbreuk aan de verdere ontwikkeling van een veilige en gezonde leefomgeving. b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; De herbouw vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied op een perceel dat momenteel reeds de bestemming ‘Wonen’ heeft. Bij het initiatief is hiermee sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik. c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; De te (her)bouwen vrijstaande woningen dienen te voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit. Het Bouwbesluit stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuwe woningen. De belangrijkste eisen bij nieuwbouw zijn de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Hiermee wordt zeker gesteld - 14 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
dat bij de bouw van de woningen binnen het plangebied invulling gegeven wordt aan de mogelijkheden van duurzame energie. d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt rekening met klimaatverandering. Als gevolg van de toevoeging van de herbouw van de bestaande twee-onder-één-kapwoning neemt het verhard oppervlak binnen het plangebied nauwelijks toe. In de waterparagraaf van voorliggend bestemmingsplan worden de te nemen maatregelen ten behoeve van de berging en infiltratie van het hemelwater op eigen perceel nader besproken. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Het geven van invulling aan het vraagstuk van duurzame mobiliteit is bij voorliggend initiatief niet aan de orde. f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Middels het bij de herbouw van de woningen toepassen van voldoende duurzame bouwsystemen en het selecteren van een duurzame installatie voor de verwarming en energieopwekking van de woning wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie. De voorgenomen herbouw van de twee-onder-één-kapwoning als 2 vrijstaande woningen binnen het plangebied voldoet hiermee aan bovenstaande voorwaarden uit de Interim omgevingsverordening.
Hiermee past de ontwikkeling binnen de regels voor een duurzame stedelijke ontwikkeling binnen Stedelijk gebied zoals vastgelegd in de Interim omgevingsverordening. Overige aanduidingen Daarnaast blijkt uit figuur 3.1 dat het plangebied gelegen is binnen het ‘stalderingsgebied’ en dat voor het plangebied de aanduiding ‘verbod uitbreiding veehouderij’ geldt. Binnen het stalderingsgebied heeft de provincie Noord-Brabant strengere regels opgesteld voor de vestiging van of de omschakeling naar een hokdierhouderij. Binnen gebieden aangewezen als ‘verbod uitbreiding veehouderij’ heeft de provincie Noord-Brabant de uitbreiding van bestaande veehouderijen verboden. Voor onderhavig initiatief is echter geen sprake van de vestiging van of omschakeling naar een hokdierhouderij of de uitbreiding van een veehouderij , waardoor deze aanduidingen niet van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Dit plan voor de herbouw van de bestaande twee-onder-één-kapwoning als 2 vrijstaande woningen ligt in de kern Sint-Oedenrode, in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als ‘Stedelijk gebied’. De uit Artikel 3.42, Artikel 3.6 en Artikel 5.18 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is opgenomen in bovenstaand hoofdstuk 3.3.2 van voorliggende toelichting.
- 15 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de provincie Noord-Brabant vastgestelde kaders in de Interim omgevingsverordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost Het plangebied is voor het overgrote deel gelegen binnen het bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost. Het bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost is op 30 januari 2014 vastgesteld door de gemeenteraad van Sint-Oedenrode. Het bestemmingsplan Sint-Oedenrode Oost biedt geen mogelijkheid om het voorgenomen initiatief aan Kleine Heisteeg 3-3A mogelijk te maken. Gekozen wordt dan ook om de ontwikkeling mogelijk te maken middels een partiële herziening van het bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. 3.3.2 Beeldkwaliteitsplan Heikant In 2012 heeft de voormalige gemeente Sint-Oedenrode het beeldkwaliteitsplan Heikant gewijzigd. In het beeldkwaliteitsplan worden de uitgangspunten vastgelegd voor de inrichting van de openbare ruimte alsmede de inrichting van de aangrenzende particuliere gronden en de daarop op te richten gebouwen. Het beeldkwaliteitsplan vormt het toetsingskader voor de Welstandscommissie. Onderhavig plan is gelegen binnen het woningbouwcluster “Oude veldwegen”. De architectuur in dit gebied dient zoveel mogelijk aan te sluiten op de van oudsher aanwezige bouwtraditie in dit gebied.
Op het moment dat voorliggend bestemmingsplan is vastgesteld en de aanvragen omgevingsvergunning voor de bouw van de woningen worden voorbereid, zullen de schetsplannen voor de woningen ter toetsing worden voorgelegd aan de Welstandscommissie. 3.3.3 Woonvisie Meierijstad Meierijstad wil een stad zijn met een aantrekkelijk woonklimaat en een woningaanbod voor iedereen. Gestreefd wordt, naast vitale wijken en kernen, naar een gevarieerd woningaanbod in aantrekkelijke, leefbare buurten om ruimte en kansen te bieden aan alle bevolkingsgroepen en leefstijlen. De vergrijzing en de gezinsverdunning en de inclusieve samenleving (waar iedereen meedoet en tot zijn recht komt) vragen hierbij om aandacht. De gemeente streeft naar een duurzaam en zorgvuldig gebruik van de ruimte en van bestaand vastgoed. Een woonbeleid wat toekomstbestendig is en haar basis vindt in de woningbehoefte van de woningzoekenden.
- 16 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Om te voorzien in de diversiteit van woningbehoeften en wensen van eigen inwoners en van hen die zich in Meierijstad al dan niet tijdelijk willen vestigen, geeft de gemeente ruimte aan woningbouwplannen. Voor de woningbehoefte wordt niet alleen gekeken naar de korte maar ook naar de lange termijn. Waar het goede van het landelijk wonen wordt behouden en de meer stedelijke kern aantrekkelijker wordt gemaakt en wordt versterkt. En waar de gemeente samenwerkt met plaatselijke partners en inwoners, maar ook met de regio. De gemeente richt de aandacht op vier thema’s en de realisatiekracht van deze visie: 1. de dynamiek van de woningmarkt: een continue afstemming van de vraag naar passende woningen en het aanbod (bestaand en nieuw) in relatie tot de behoefte op de langere termijn onder wisselende omstandigheden; 2. wonen, welzijn en zorg: de samenhang tussen demografische ontwikkelingen (de vergrijzing en toename van eenpersoonshuishoudens), de transitie in het sociale domein gericht op een inclusieve samenleving waar iedereen meedoet en de invloed daarvan op de leefomgeving; 3. duurzaamheid: aandacht voor de energetische uitdagingen en het zo optimaal mogelijk gebruik maken van bestaande infrastructuur en vastgoed; 4.
leefbaarheid: een juiste balans tussen enerzijds de specifieke woonkwaliteiten en anderzijds een divers woningaanbod wat de kracht en eigenheid van wijken en kleine kernen recht doet. De gemeente Meierijstad geeft prioriteit aan inbreidingsplannen boven uitbreidingsplannen. De gemeente werkt aanvullend op deze woonvisie aan een transformatievisie. Daarin worden potentiele inbreidings-en transformatielocaties in kaart gebracht en wordt een afwegingskader opgenomen. Doorwerking voorgenomen ontwikkeling planlocatie Middels de voorgenomen ontwikkeling worden géén extra woningen toegevoegd. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied, in de kern van Sint-Oedenrode. Voorliggend initiatief ziet toe op herstructurering c.q. herontwikkeling van een bestaande locatie. Hiermee streeft het plan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik na. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past hiermee binnen de door de gemeente Meierijstad vastgestelde beleidskaders voor woningbouw.
- 17 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
4.
Gemeente Meierijstad
Ruimtelijke en milieuhygiënische effecten
Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten van het project. Aangetoond dient te worden dat de realisatie van het project er niet toe leidt dat andere functies in de omgeving worden beperkt in hun mogelijkheden en dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
4.1
M.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieu-effectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kader stellend is voor projecten met grote milieugevolgen een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D van de bijlage in het Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011, de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r..
Het realiseren van woningen valt in beginsel onder onderdeel D (stedelijk ontwikkelingsproject, categorie D.11.2) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Aangezien het gaat om het realiseren van slechts twee woningen ter vervanging van één twee-aaneen woning, wordt dit op basis van jurisprudentie niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. en is om die reden niet m.e.r.-beoordelingsplichtig. Conclusie Het aspect m.e.r.-beoordeling vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
- 18 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
4.2
Gemeente Meierijstad
Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt bestaande weten regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In het bestemmingsplan is aan het plangebied de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’ toegekend, zoals blijkt uit figuur 1.2 van voorliggende toelichting. Deze archeologische dubbelbestemming blijft behouden en is op de nieuwe verbeelding behorende bij voorliggend bestemmingsplan opgenomen. De van toepassing zijnde voorwaarden voor wat betreft het bouwen op deze gronden blijven van kracht. Conclusie Het aspect archeologie vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief. Cultuurhistorie Volgens de Erfgoedwet dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden te worden met het aanwezige culturele erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Het plangebied is getoetst aan de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant.
Onderstaand is in figuur 4.1 een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) opgenomen, met daarop het plangebied rood omcirkeld. Het plangebied is getoetst aan de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is op deze kaart gelegen binnen de regio Meierij. In de regio Meierij liggen de volgende cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang: Groene Woud, Beerse en Baardwijkse Overlaat, Loonse en Drunense Duinen, Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg. Het plangebied is gelegen binnen het Groene Woud. De woonboerdij is echter niet aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol object. In de directe omgeving van het plangebied zijn daarnaast geen complexen of objecten van cultuurhistorisch belang gelegen. Op plangebied en haar directe omgeving is de aanduiding ‘oude akkers’ van toepassing. Daarnaast is er sprake van een oude wegstructuur. De oude wegstructuur blijft gehandhaafd, waarmee de ontwikkeling hierop geen invloed heeft. Voor zover er sprake is van de aantasting van de waarde ‘oude akkers’ behelst dit voornamelijk archeologie. Om de archeologische waarden te borgen is in de - 19 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
regels van het bestemmingsplan de dubbelbestemming ´Waarde – Archeologie 1’ opgenomen, zoals bovenstaand nader toegelicht. De voorgenomen herbouw van de twee-onder-één-kapwoning als 2 vrijstaande woningen heeft dan ook geen (negatieve) invloed op cultuurhistorische waarden in (de omgeving van) het plangebied.
Figuur 4.1: Uitsnede CHW-kaart (bron: Provincie Noord-Brabant).
Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.3
Flora en fauna In Nederland zijn flora en fauna beschermd via gebiedsbescherming en via soortenbescherming. Vanaf 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming ingegaan. Deze wet vervangt drie wetten, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. Er treden verschuivingen op in de tabellen voor soortenbescherming. Sommige soorten worden beter beschermd, sommige soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft daarbij bestaan voor alle inheemse flora en fauna. Soortenbescherming In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de nieuwbouw van de woning. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe - 20 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt de sloop van de bestaande woonboerderij met bijgebouw aan Klein Heisteeg 3-3A plaats. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Wet natuurbescherming, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing worden verkregen. Door initiatiefnemer is opdracht verleend aan Exlan B.V. voor het uitvoeren van genoemde quickscan Flora en Fauna. Het onderzoek is als bijlage opgenomen aan voorliggende toelichting. De conclusies van de quickscan zijn hieronder samengevat opgenomen:
Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop.
- 21 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.
Gebiedsbescherming Er zijn geen Natura 2000-gebieden in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Kampina en Oisterwijkse Vennen’. Dit gebied ligt op een afstand van ca. 12 kilometer van het plangebied. Daarnaast maakt het plangebied ook geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). De effecten die voortvloeien uit het plan (zoals onder andere verstoring door licht, geluid en optische verstoring) zorgen, gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, niet voor significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Het plangebied is daarnaast niet gelegen in de directe nabijheid van gebieden die behoren tot het Natuur Netwerk Nederland. Het meest nabijgelegen NNB gebied betreft het kruiden- en faunarijk grasland ca. 500 meter ten zuidwesten van het plangebied, aan de zuidzijde van het Everse Akkerpad. Stikstofdepositie Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient de gemeenteraad in de zogenaamde ‘voortoets’ te bezien of een passende beoordeling van het plan moet worden gemaakt. Dit is het geval indien het risico bestaat dat het plan – al dan niet in combinatie met andere plannen of projecten – significante gevolgen heeft voor één of andere meerdere Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden als de stikstofdepositie niet meer bedraagt dan 0,00 mol/ha/jaar.
Dit kan worden aangetoond middels een AERIUS-berekening. Aanlegfase De ontwikkeling betreft de (her)bouw van 2 woningen binnen het plangebied. Voor wat betreft de aanlegfase is sprake van de bouw van deze woningen en de sloop van de bestaande boerderij. Op 1 juli 2021 is de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuur-verbetering (Stikstofwet) in werking getreden. Belangrijk onderdeel van het Besluit is de bouwvrijstelling. Kort gezegd hield deze vrijstelling in dat de aanlegfase van ontwikkelingen vrijgesteld was van de vergunningplicht Wet natuurbescherming en dat voor deze fase geen stikstofberekening meer nodig was.
- 22 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Middels haar uitspraak van 31 oktober 2022 heeft de Raad van State echter geoordeeld dat de bouwvrijstelling niet langer mag worden toegepast bij nieuwbouwprojecten. Hiermee dient voor onderhavig plan voor wat betreft de aanlegfase alsnog een stikstofberekening te worden uitgevoerd. Voor de aanlegfase kan onderscheid gemaakt worden in stikstofemissie als gevolg van een tweetal type bronnen namelijk: ➢ mobiele werktuigen op de bouwsite ➢ verkeersbewegingen van en naar de bouwsite. Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren gehanteerd zoals opgenomen in figuur 4.2. Als uitgangspunt voor de berekening van de stikstofdepositie is gerekend met materieel dat kan voldoen aan STAGEklasse III B (materieel met een bouwjaar van 2011 of jonger), zoals bedoeld in het TNO-rapport 'EMMA' (kenmerk TNO-034-UT-2009-01782_RPT-ML). Voor de verkeersaantrekkende werking van de aanlegfase wordt rekening gehouden met het transport (aan- en afvoer) van materialen en personen (bouwvakkers). De bouwfase zal ongeveer 9 maanden in beslag nemen. Omdat de precieze uitvoer van de plannen nog niet bekend is, wordt gerekend met ‘worst-case’ aannames. Voor wat betreft de verkeersaantrekkende werking geldt: ▪
Transport personeel: 2 ritten met licht verkeer per dag, gedurende 9 maanden, betreft 780 verkeersbewegingen (zowel aankomst als vertrek).
▪
Aanvoer materiaal: 2 ritten met middelzwaar verkeer per week, gedurende 9 maanden, betreft 156 verkeersbewegingen (zowel levering materiaal als ‘leeg’ terug).
▪
Afvoer materiaal: 20 ritten met zwaar verkeer voor afvoer sloopafval gedurende de sloopfase en bouwafval gedurende de bouwfase, betreft 40 ritten (zowel aan- als afvoer containers). Type werktuig Mobiele kraan Loader Minigraver Verreiker Betonpomp
Klasse Stage IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. R Stage IV, 75-560 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. Q Stage IV, 56-75 kW, bouwjaar 2014/01 Cat. R Stage III B, 75-560 kW, bouwjaar 2012/01 Cat. M Stage III B, 75-560 kW, bouwjaar 2011/01 Cat. L
Verbruik/dag (L) 100
n-dagen 10
Totale verbruik (L) 1.000
60
10
600
60
15
900
80
5
400
160
2
320
Totaal
4.280
Figuur 4.2: Stikstofemissie materieel aanlegfase.
- 23 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Het verkeer rijdt over de Kleine Heisteeg, Sluitappel en de Ds. Hoogeveenstraat. De lengte van de rijlijn bedraagt 428 meter. Wanneer het verkeer op de Oostelijke Randweg komt, is het uitgangspunt dat het verkeer van en naar het plan opgenomen is in het heersende verkeersbeeld. Op basis van de gegevens uit figuur 4.2 m.b.t. de inzet van materieel en de verkeersbewegingen is middels het programma AERIUS Calculator 2021.2 de berekening uitgevoerd voor de mogelijke toename van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase. De gehanteerde ‘grenswaarde’ bedraagt 0,00 mol/ha/j. Een hogere waarde wordt beschouwd als een overschrijding. De berekening en bijbehorende uitkomsten zijn toegevoegd als bijlage aan voorliggende onderbouwing. Gebruiksfase Voor wat betreft de gebruiksfase is zowel in de bestaande als in de nieuwe situatie sprake van 2 woningen. Het aantal woningen alsmede het aantal verkeersbewegingen neemt als gevolg van voorliggend initiatief niet toe. Hiermee vindt er voor wat betreft de gebruiksfase dan ook geen toename van stikstofdepositie plaats als gevolg van voorliggend plan. Een stikstofberekening kan voor wat betreft de gebruiksfase achterwege blijven. Er is geen sprake van significante effecten op Natura 2000-gebieden. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.4
Water Waterbeheer is een essentieel onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het Waterschap een aantal beleidsmatige uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer Beleidskader Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van het Waterschap de Dommel, de Keur Waterschap De Dommel 2015, het Provinciaal Waterhuishoudingsplan van de provincie NoordBrabant, de Vierde Nota Waterhuishouding, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Kern van deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening.
- 24 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Waterbeheerprogramma 2022-2027 - Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving. Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water- en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.
Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’: op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in ons hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. We hanteren drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven We moeten ons, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.
Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaan we oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed - 25 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe we dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaan we daarbij: • van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. • van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken we keuzes over meerdere opgaven in een gebied. • van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. Keur Waterschap De Dommel 2015 In de 'Keur Waterschap De Dommel 2015' staan regels (met name geboden en verboden) die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen en bijbehorende kunstwerken. Ook zijn er regels voor het onderhoud van sloten, beken en andere waterlopen om de waterafvoer in dit oppervlaktewater te waarborgen. Daarnaast kent de Keur beleidsregels voor het beschermen van bepaalde deelgebieden met elk een eigen beschermingsbeleid. Het gaat hierbij om beschermde gebieden waterhuishouding, beekdalen en attentiegebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met waterbelangen.
Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet op grond van de keur hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. De aanvrager/initiatiefnemer moet daarom voldoende compenserende maatregelen nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Uitgangspunt hierbij vormt de voorkeurstrits “vasthouden-bergenafvoeren”. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. In geval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening noodzakelijk die het water tijdelijk bergt. In onderhavige situatie neemt het verhard oppervlak als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling licht toe. Compensatie is op basis van het huidige beleid echter niet aan de orde omdat deze onder de ondergrens van 500 m2 valt, die door het waterschap De Dommel per 1 maart 2015 wordt gehanteerd. Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 De gemeente Meierijstad heeft per september 2017 het Programma Water en Riolering Meierijstad 2022-2026 vastgesteld. In het plan streeft de gemeente ernaar dat nieuwbouwplannen hydrologish neutraal worden uitgevoerd. Als voorkeursvolgorde hanteert de gemeente: infiltreren - bergen - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar riolering.
De gemeente Meierijstad acht hierbij ook voor ontwikkelingen onder de 500 m2 compenserende maatregelen benodigd. Hiervoor wordt de bergende eis van 60 millimeter gehanteerd.
- 26 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Figuur 4.3: Uitgangspunten hemelwater bij nieuwbouw (bron: PWR Meierijstad 2022-2026).
Kenmerken huidige watersysteem Het plangebied is gelegen in binnen de kern van Sint-Oedenrode. In de huidige situatie is binnen het plangebied reeds een bestaande twee-onder-één-kapwoning aanwezig. Voor de kenmerken van het plangebied is gebruik gemaakt van de Bodematlas van de provincie Noord-Brabant, het Actueel Hoogtebestand Nederland en de Legger Waterstaatswerken 2021 van Waterschap De Dommel. Bodem en grondwater De bodem in het plangebied bestaat uit hoge zwarte enkeerdgronden van lemig fijn zand. De Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (GHG) ligt op een diepte van circa 40-60 centimeter beneden maaiveld. De Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (GLG) ligt op een diepte van 180-200 centimeter onder maaiveld. Dergelijke grondwaterstanden komen overeen met Grondwatertrap (GT) VI. In figuur 4.4 is een uitsnede van de Brabantse Bodematlas opgenomen met daarop de GHG ter plaatse van het plangebied weergegeven.
plangebied
Figuur 4.4: Uitsnede Brabantse Bodematlas (bron: provincie Noord-Brabant).
In figuur 4.5 is een uitsnede van de hoogtekaart opgenomen. De donkerblauwe gedeelten op de kaart betreffen de laagst gelegen punten, de oranje/rode gedeelten betreffen de hoogst gelegen punten. Op de hoogtekaart is te zien dat er nauwelijks lager gelegen gebieden zijn in het plangebied. Enkel in de uiterste - 27 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
noordoost hoek van het plangebied is een wat lager gelegen gedeelte aanwezig. Ter plaatse zal echter niet gebouwd worden.
plangebied
Figuur 4.5: Uitsnede Actueel Hoogtebestand Nederland (bron: AHN).
Oppervlaktewater In het plangebied zelf is geen oppervlaktewater in de vorm van watergangen aanwezig. Aan de oostgrens van het plangebied ligt een B-watergang. Ten zuiden van het plangebied is op ca. 80 meter afstand de een A-watergang DO45 gelegen, die in beheer is bij het Waterschap De Dommel. In figuur 4.6 is een uitsnede van de Leggerkaart van het waterschap opgenomen met daarop de planlocatie aangegeven.
plangebied
Figuur 4.6: Uitsnede kaart Legger Waterstaatswerken 2021 (bron: Waterschap De Dommel). - 28 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
Benodigde compensatie Bij voorliggend initiatief worden de bestaande twee-onder-één-kapwoning met bijgebouwen gesloopt en worden hiervoor in de plaats 2 vrijstaande woningen met bijgebouwen opgericht. Beide kavels krijgen hierbij een oppervlakte van ieder ca. 1.000 m2. Afgaande op de vrijstaande huizen die in de omgeving van het plangebied zijn gerealiseerd, kan worden geconcludeerd dat gemiddeld 60% van deze percelen uit verhard oppervlak bestaat. Voor onderhavig initiatief betekent dit dat in de nieuwe situatie er per woonperceel sprake is ca. 600 m2 verhard oppervlak en ca. 400 m2 onverhard oppervlak. Het totale verhard oppervlak in de huidige en de nieuwe situatie is weergegeven in figuur 4.7. Hieruit volgt dat als gevolg van voorliggende ontwikkeling het verhard oppervlak in zijn totaliteit toeneemt met ca. 400 m2. Oppervlakte Woning Bijgebouwen Erfverharding Totaal
Huidige situatie (twee-onder-één-kap) 260 m2 140 m2 400 m2 800 m2
Nieuwe situatie (2 keer vrijstaand) 300 m2 300 m2 600 m2 1.200 m2
Figuur 4.7: Toevoeging verhard oppervlak Kleine Heisteeg 3-3a.
Nadere uitwerking wateropgave Uit figuur 4.6 volgt dat in de nieuwe situatie er per vrijstaande woning sprake is van een verhard oppervlak van 600 m2. Op basis hiervan dient voor onderhavige ontwikkeling per vrijstaande woning een infiltratievoorziening te worden gerealiseerd van: 600*0,06 = 36 m3. Daar de GHG 40 – 60 cm bedraagt, kan enkel de bovenste 40 cm onder het huidige maaiveld worden gebruikt voor de berging van hemelwater. Bij onderhavig plan wordt voorgesteld om te kiezen voor het toepassen van grindkoffers ten behoeve van de infiltratie van het hemelwater in de bodem. Middels toepassing van de grindkoffers krijgt het regenwater de tijd om langzaam in de bodem opgenomen te worden, zonder dat de bodem hierbij dichtslibt. Voor het geval zich een scenario voordoet met extreme neerslag wordt vanaf de grindkoffers een noodoverloop voorzien op de B-watergang aan de voorzijde van het plangebied. Hiermee wordt verzekerd dat het hemelwater bij hevige piekbuien weg kan vloeien uit het plangebied en wateroverlast wordt voorkomen. Een nadere definitieve keuze voor de toe te passen infiltrerende maatregelen dient gemaakt te worden bij de uitwerking van de aanvraag omgevingsvergunning bouwen voor de woningen en de bijgebouwen. Het hemelwater wordt in nieuwe situatie gescheiden van het afvalwater. Dit zorgt voor een aanzienlijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie.
Het afvalwater wordt afgevoerd op de aanwezige gemeentelijke drukriolering. Gezien het feit dat in de huidige situatie reeds sprake is van twee bestaande - 29 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
aansluitingen op het gemeentelijke drukriool wordt de capaciteit van het rioleringsstelsel niet extra belast als gevolg van voorliggende ontwikkeling. Er behoeven geen nieuwe aansluitingen op het rioleringsstelsel te worden gerealiseerd. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.
4.5
Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Boekel is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Aan Milieupartner B.V. is opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek ter plaatse van de planlocatie. Dit onderzoek is als bijlage toegevoegd aan voorliggende onderbouwing. De conclusie van het onderzoek is hieronder samengevat opgenomen en luidt als volgt:
Conclusies en aanbevelingen Door Milieupartner BV is, in opdracht van Kastelijn Ruimtelijk Advies te Sint-Oedenrode, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het adres Kleine Heisteeg 3-3a te Sint-Oedenrode, kadastraal bekend onder gemeente Sint-Oedenrode, sectie S, nummers 438, 1027 en 1285. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Verkennend bodemonderzoek Uit de resultaten blijkt dat zowel de bovengrond als de ondergrond niet verontreinigd zijn met de onderzochte parameters. Het grondwater is eveneens niet
- 30 -
Bestemmingsplan ´Sint-Oedenrode Oost, herziening Kleine Heisteeg 3-3A’
Gemeente Meierijstad
verontreinigd met de onderzochte parameters. De hypothese 'onverdacht' kan op basis van de resultaten worden bevestigd. Met dit bodemonderzoek is de huidige bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie vastgelegd. Op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem bestaan, ons inziens, geen belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen. Verkennend asbestonderzoek In mengmonster MM3 is een gehalte van 28 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is echter lager dan de norm voor nader onderzoek. Asbestverdacht (plaat-)materiaal niet aangetoond tijdens de monsterneming. In de mengmonsters MM1 en MM2 is geen asbest boven de detectielimiet aangetoond. Derhalve kan geconcludeerd worden dat op het perceel geen sprake is van een verontreiniging met asbest. Algemeen Een bodemonderzoek is een momentopname en een indicatie van de kwaliteit van grond en grondwater. Bij werkzaamheden in de bodem dient rekening te worden gehouden met de veiligheidsmaatregelen conform de CROW-publicatie 400 ‘werken in en met verontreinigde bodem’. Bij afvoer van grond dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit.