CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Damianenweg 24

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24'15.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

32

Gesteld kan worden dat de beoogde herbestemming van de locatie geen onevenredige nadelige gevolgen zal hebben voor natuurwaarden. Met het plaatsen van de nestkast en de reeds aanwezige nestkast zijn er voor de Kerkuil voldoende alternatieven aanwezig voor het huidige nest in de te slopen stal. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met eventuele ecologische waarden in of nabij het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen mogen geen negatieve effecten hebben op de aanwezige beschermde soorten zoals aangewezen in de Wet natuurbescherming. Indien hiervan sprake is moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Tevens mogen de ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de aangewezen Natura 2000-gebieden. Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebiedsen soortenbescherming. Gebiedsbescherming In Nederland is gebiedsbescherming geregeld middels de Wet natuurbescherming, waarin alle gebiedsbeschermende internationale afspraken en richtlijnen zijn geïmplementeerd. Met betrekking tot gebiedsbescherming is de situering ten opzichte van de Natura 2000gebieden van belang. Bij negatieve effecten kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluide en trillingen.

Op de planlocatie wordt de veehouderij beëindigd. Er vinden geen handelingen plaats welke kunnen leiden tot significant negatieve effecten op de omliggende natuurgebieden. De afstand tot de Natura 2000gebieden bedraagt ten minste 12 kilometer. Dit maakt dat de meeste effecten uit te sluiten zijn. Verder geldt dat de stiktofdepositie veroorzaakt door de pluimveehouderij komt te vervallen. In de plaats hiervan komen er drie nieuwe woningen (te splitsen boerderijwoning en twee ruimte-voorruimte woningen), naast de twee bestaande woningen. De stikstofdepostie verzoorzaakt door de nieuwe situatie is lager dan de huidige depostie, waarmee er sprake is van een postief effect veroorzaakt door dit plan. Zie hiertoe ook de uitgevoerde AERIUS-berekening, voor zowel de gebruiksals de aanlegfase, welke als bijlage 6 bij deze onderbouwing zijn gevoegd. Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter) nationaal belang. Het doel van NNB-beleid is het veiligstellen van

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

33

ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Voor het NNB geldt op basis van het Rijksbeleid (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening) de verplichting tot instandhouding van de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Dit betekent dat (nieuwe) plannen, projecten of handelingen niet zijn toegestaan indien zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant verstoren. In onderstaand figuur is een uitsnede weergegeven van het natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant. Aan de noordoostzijde van het plangebied is een ecologische verbindingszone gelegen. Binnen dit deel van het plangebied vinden geen bouwwerkzaameheden plaats. Aan de zuidwestzijde van het plangebied is eveneens een ecologische verbindingszone gelegen. Ook in dit deel van het plangebied vinden geen werkzaamheden plaats. Verder wordt binnen het plangebied een nieuwe natuurpoel aangelegd. Deze natuurpoel is een steppingstone om van de waterloop naar de waterpartij op het naastgelegen landgoed te kunnen komen. Het Natuurnetwerk Brabant wordt niet aangetast door de ontwikkeling. Figuur 7 Natuurnetwerk Brabant in planomgeving

4.4

WATERPARAGRAAF Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is de opstelling van een waterparagraaf verplicht gesteld, mede in relatie tot de watertoets. In deze paragraaf wordt verwoord hoe er in het plan met de aspecten water en ruimte rekening wordt gehouden, in relatie tot enerzijds het waterbeleid en anderzijds de waterhuishouding.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

34

Beleid en regelgeving Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Door het Waterschap De Dommel is op 1 januari 2016 het Waterbeheerplan 2016-2021 ‘Waardevol Water’ vastgesteld. Dit waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van Waterschap De Dommel voor de periode 2016-2021. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Het waterschap zet sterk in op samenwerking. In dit Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met al de partners in het gebied wil uitbouwen en ‘grenzeloos’ organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid. Aanvullend op het waterbeheerplan hebben de drie Brabantse waterschappen sinds 1 maart 2015 de beschikking over één gezamenlijke verordening. Dit betreft de zogenaamde Brabant Keur. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen, waarbij het verhard oppervlak toeneemt.

Locatiestudie De locatie ligt op een maaiveldniveau van circa 10,40 m + NAP (AHN3), waarbij de gemiddelde hoogste grondwaterstand zich bevindt op een diepte van 40-80 cm onder maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand 140-180 cm onder maaiveld (bodematlas provincie Noord-Brabant). De bodem kan geclassificeerd worden als veldpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand. Deze gronden zijn geschikt voor infiltratie van hemelwater. Ten zuidwesten en ten noordoostenvan het plangebied liggen a-watergangen. Deze waterlopen maken geen onderdeel uit van voorliggend bestemmingsplan. Waterkwantiteit Op de voorzijde van het erf, gezien vanaf Sterrebos, bevindt zich een bedrijfswoning. Op de achterzijde van het erf zijn drie stallen en een voormalige varkensstal gevestigd, tezamen 3.222 m². Deze worden met dit plan gesloopt. Daarnaast zal een groot deel van de bestaande erfverharding worden verwijderd. Op de locatie worden twee ruimte-voorruimte woningen met bijgebouw gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande boerderijwoning gesplitst. De woningen (3 nieuwe) krijgen een oppervlakte van ca. 150 m² en een van bijgebouw ca. 100 m². De

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

35

voorgenomen ontwikkeling resulteert hierdoor in een afname van het verhard oppervlak. De rekenregel voor de toename van verhard oppervlak is niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling bij de aanleg gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink niet gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. Deze stoffen kunnen zich namelijk ophopen in het water (bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Het huishoudelijk afvalwater van de woningen wordt op passende wijze verwerkt. Het hemelwater wordt volledig afgekoppeld en zal infiltreren in de bodem. Geconcludeerd kan worden dat er met het voorliggend initiatief geen waterschapsbelangen in het geding zijn. Er is derhalve geen belemmering aanwezig vanuit het aspect water. De bovenstaande conclusies en bevindingen worden in het kader van het wettelijk vooroverleg voor een wateradvies aangeboden aan Waterschap De Dommel.

4.5

BODEM Ten behoeve van de ontwikkeling is een bodemonderzoek uitgevoerd. De uitkomst van dit onderzoek is als volgt (zie ook bijlage 7): Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties gemeten. In de grond is een sterk verhoogd gehaltes aan PCB aangetoondDe oorzaak voor het sterk verhoogde gehalte aan PCB is onbekend. Naar alle waarschijnlijkheid betreft het een historisch geval van bodemverontreiniging. In het kader van de toekomstige herontwikkelingen is nader onderzoek noodzakelijk om de mate en de omvang van de verontreiniging verder vast te stellen. Op basis van de resultaten van het nader onderzoek wordt een risicobeoordeling uitgevoerd en kan de juiste saneringsvariant worden bepaald. Voor het overige zijn in de grond ten hoogste licht verhoogde gehaltes aangetoond. Ten aanzien van asbest is ter plaatse van de afwateringszone van de asbestdaken zonder hemelwaterafvoer asbest aangetoond boven de interventiewaarde. Nader asbestonderzoek is noodzakelijk om de omvang van de verontreiniging vast te stellen.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

36

Ter plaatse van puinfundering en -verharding is tevens asbest aangetoond boven de norm voor nader onderzoek en de interventiewaarde. In overleg met de opdrachtgever wordt geen nader onderzoek uitgevoerd en wordt, gelet op de resultaten, het puin afgevoerd als asbesthoudend materiaal. De oprit en de puinverharding betreft geen bodem en wordt gezien als een asbesthoudend pad. Hiermee is IL&T bevoegd gezag. Voorafgaand aan de verwijdering dient een melding gemaakt te worden bij IL&T. Geadviseerd wordt om de afvoer te laten uitvoeren door een door de BRL7000 gecertificeerd aannemer. Dit is geen verplichting maar, gelet op aangetroffen waarden, bedrijven met een dergelijk certificaat beschikken vaak over de juiste materialen om aan de heersende veiligheidscondities te voldoen en hier naar te leven. Algemeen wordt opgemerkt dat dit verkennend bodemonderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond kan een partijkeuring (AP04) noodzakelijk zijn. Uit het voorgaande blijkt dat nader onderzoek naar de bodemkwaliteit noodzakelijk is. Dit zal als volgt plaatsvinden: de omvang van de vervuiling met PCB wordt nader in kaart gebracht. Verder wordt de drubbelzone rondom de stal gesanneerd. Deze is vervuild met asbest.

Het onderzoeksgebied van het bodemonderzoek zal worden vergroot zodat dit het gehele plangebied omvat. Het grondwater zal onderzocht worden op ammoniak en N-kjeldahl. Tot slot wordt het historisch bodemonderzoek aangevuld, met een omschrijving van de verdachte activiteiten. Met deze acties kan voldoende aangetoond worden dat de bodemkwaliteit voldoende is voor het beoogde gebruik. Hiertoe is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels.

4.6

(ONDERGRONDSE) INFRASTRUCTUUR Leidingen Voorafgaand aan het grondverzet zal een zogenaamde Klic-melding plaatsvinden om duidelijkheid te verkrijgen over de eventueel aanwezige kabels en leidingen. Vooralsnog zijn geen problemen voorzien, omdat de bebouwing gerealiseerd wordt op de plaats van de te slopen stallen. Op een afstand van 450 meter ten westen van het plangebied is een hoofdwaterleiding gelegen. Hoogspanningsleiding Op een afstand van meer dan 2,5 kilometer ligt een hoogspanningslijn. Gelet op de afstand tussen het plangebied en deze lijn vormt dit aspect geen belemmering.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

37

4.7

BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Om te bepalen welke bedrijfsactiviteiten uit oogpunt van milieuhinder kunnen worden toegestaan, kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In de VNG-brochure is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Het doel van milieuzonering is tweeledig: 1. door het toepassen van milieuzonering wordt hinder ter plaatse van woningen of andere gevoelige objecten al in het ruimtelijk spoor voorkomen; 2. door het toepassen van milieuzonering wordt aan bedrijven voldoende zekerheid geboden dat zij hun activiteiten duurzaam en binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Op basis van de indicatieve afstanden zijn de bedrijven op de bedrijvenlijst in de VNG-handreiking ingedeeld in milieucategorieën die variëren van categorie 1 (indicatieve afstand van 10 meter) tot categorie 6 (indicatieve afstand van 1.500 meter). Als aan de indicatieve afstand kan worden voldaan, is een activiteit qua milieuhinder inpasbaar.

Enerzijds is dan ter plaatse van omliggende milieugevoelige objecten (waaronder woningen) sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, anderzijds heeft het bedrijf voldoende zekerheid dat de bedrijfsactiviteiten binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen worden uitgeoefend. Omgevingstype In de VNG-brochure worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden uit de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een daarmee vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied). De indicatieve afstanden zijn de afstanden die moeten worden aangehouden tot de gevels van woningen in een ‘rustige woonwijk’. Voor woningen in een ‘gemengd gebied’ mag de indicatieve afstand worden gecorrigeerd en kan de afstand met één trede worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Het omgevingstype van de woningen in de omgeving van het plangebied kan worden getypeerd als ‘rustige woonwijk’/’rustig buitengebied’. Doordat er geen sprake is van een gemengd gebied kunnen de indicatieve afstanden niet worden gecorrigeerd.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

38

Toetsing initiatief In de toekomstige situatie worden twee woningen in het plangebied gerealiseerd en wordt de bestaande boerderijwoning gesplitst. Een woning wordt niet aangemerkt als een milieubelastende functie. Het meest nabije bedrijf is de rundveehouderij op Damianenweg 14. Dit bedrijf is gelegen op > 75 meter van de rand van het bouwvlak. Aangezien het betreffende bedrijf in categorie 3.2 van de VNG-handreiking ‘bedrijven en milieuzonering 2009’ valt, geldt een indicatieve richtafstand van 100 meter voor geur. De twee ruimte-voor-ruimte woningen en de ‘nieuwe’ woning in het boerderijgebouw worden op >150 meter van de rundveehouderij op Damianenweg 14 gerealiseerd. Ook de twee bestaande woning liggen op een afstand van meer dan 100 meter van de rand van het bouwvlak van het bedrijf gelegen aan de Damianwenweg 14. Het deel van het plangebied dat binnen de richtafstand van 100 meter is gelegen is in gebruik als huisweide. De overige omliggende bedrijven liggen op meer dan 200 meter van de nieuw te bestemmen woningen. De nieuwe woningen zullen de bedrijfsvoering van deze bedrijven niet belemmeren en op de locatie is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen bestaan vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering.

4.8

GEURHINDER Voor de twee bestaande woning geldt dat, omdat er sprake is van voormalige woningen voorheen behorend bij een veehouderij, alleen sprake is van een vaste afstanden. Ook voor de twee nieuwe ruimte-voorruimte woningen en de ‘nieuwe’ woning in het boerderijgebouw gelden uitsluitend de vaste afstanden. Deze vaste afstanden zijn vastgelegd in artikel 3.2 (bestaande woningen) en artikel 14.2 (woningen welke in samenhang met het beëindigen en sloop van de bedrijfsgebouwen zijn ontwikkeld). In beide gevallen geldt een afstand van 50 meter tot veehourijen in de omgeving. Aan deze richtafstand wordt met 75 meter, gemeten van de rand van het plangebied tot de rand van het bouwvlak van de veehouderij gelegen aan de Damianenweg 14, ruimschoots voldaan. De achtergrondbelasting wordt gevormd door de geurbelasting van alle veehouderijen samen. De geuremissie is afkomstig van dieren waarvoor in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) een omrekeningsfactor is vastgesteld, zoals varkens, vleesvee, pluimvee, schapen en geiten. Bij een onderzoek naar de achtergrondbelasting worden alle veehouderijen binnen een straal van twee kilometer van het plangebied betrokken. Op basis van veehouderijgegevens uit de provinciale database Web-BVB5 zijn de

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

39

relevante veehouderijen geselecteerd en zijn de totale geuremissie en de overige parameters voor de geurberekeningen bepaald. Uit de berekening (zie bijlage 8) komt de volgende achtergrondbelasting op de hoekpunten van het plangebied naar voren: Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurnorm Geurbelasting [OU/m3] 1 160900 400601 20 3,769 Hoekpunt noord 2 160966 400529 20 3,499 Hoekpunt oost 3 160863 400427 20 4,351 Hoekpunt zuid 4 160790 400495 20 4,636 Hoekpunt west

De achtergrondgeurbelasting bedraagt niet meer dan 4,6 OUE/m3. Uit de berekening van de achtergrondbelasting blijkt dat ter plaatse van het plangebied de cumulatieve geurbelasting minder dan 4,6 OUE/m³ bedraagt. Het is daarom niet aannemelijk dat de individuele geurbelasting van één van de veehouderijen groter is dan de wettelijke norm van 14,0 OUE/m³ die zou gelden voor normale burgerwoningen. De veehouderijen met een relevante geuremissie bevinden zich op geruime afstand van het plangebied. Ter plaatse van de woningen dient beoordeeld te worden of sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. De achtergrondbelasting bedraagt minder dan 10,0 OUE/m3. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de achtergrond belasting norm uit de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. Ten aanzien van de voorgrondbelasting wordt ruim voldaan aan de norm van 14 OUE/m3 uit het geurbeleid. Geconcludeerd kan worden dat voor de woningen een acceptabel woonen verblijfsklimaat gegarandeerd kan worden, rekening houdend met vooren achtergrondbelasting. Daarbij worden omliggende bedrijven niet belemmerd in hun bedrijfsvoering met onderhavig voornemen.

4.9

AKOESTIEK Met de ontwikkeling worden nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt, de ruimte-voor-ruimte woningen en de gesplitste woning. Aangetoond moet worden dat de geluidsbelasting op deze woningen niet te hoog is. Voor industrielawaai geldt dat deze woningen ruim buiten de richtafstanden zoals opgenomen in bedrijven en milieuzonering worden gerealiseerd. De grootst te hanteren afstand voor de omliggende bedrijven voor geluid bedraagt 30 meter. De afstand tot de nieuwe woningen is meer dan 150 meter. In de omgeving van het plangebied komen geen spoorlijnen voor. Een nader onderzoek voor dit aspect is niet noodzakelijk.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

40

Om te bepalen of de geluidsbelasting van het wegverkeerslawaai aan de normen voldoet, is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 9 bijgevoegd. De conclusie van dit onderzoek is als volgt: BESPREKING RESULTATEN EN AANBEVELINGEN WGH Er is een berekening wegverkeerslawaai uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkeling aan de Damianenweg 24 te Sint Oedenrode. Op basis van de beschikbaar gestelde verkeersgegevens is er een rekenmodel opgezet en is de gevelbelasting berekend als gevolg van de Damianenweg en de Veerse Heide. Ter plaatse van de gevels van de woningen kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. BESPREKING GELUIDSBELASTING IRT BOUWBESLUIT Binnen het Bouwbesluit is geregeld dat een waarde van 33 dB in de woning als gevolg van omgevingslawaai moet zijn gewaarborgd. Tevens wordt in het Bouwbesluit vermeld dat de karakteristieke geluidwering van geveldelen (GA;k) voor bestaande woningen ten minste 20 dB bedraagt. Ter plaatse van de beoogde woning bedraagt de geluidbelasting exclusief aftrek van artikel 110g ten hoogste 51 dB. Met een gevelwering welke ten minste 20 dB bedraagt, zal het binnenniveau ten hoogste 31 dB bedragen. Derhalve zal ook hier voldaan worden aan de eisen van het bouwbesluit.

BESPREKING GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING Ten aanzien van de buitenruimte en verblijf in de tuin dan wel terras kan verondersteld worden een overwegend goede milieukwaliteit heerst. Hierdoor kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat. CONCLUSIE Ter plaatse van de gevels van de woningen kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Ter plaatse van de woningen bedraagt de geluidbelasting exclusief aftrek van artikel 110g ten hoogste 51 dB. Met een gevelwering welke in geval van nieuwbouw ten minste 20 dB bedraagt, zal het binnenniveau ten hoogste 31 dB bedragen. Derhalve zal ook hier voldaan worden aan de eisen van het bouwbesluit. Ten aanzien van de buitenruimte en verblijf in de tuin dan wel terras kan verondersteld worden een overwegend goede geluidskwaliteit heerst. Hierdoor kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

41

Het aspect akoestisch is geen belemmering voor de voorgang van het project.

4.10

LUCHTKWALITEIT Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd in welke gevallen de luchtkwaliteitseisen geen belemmering vormen voor een nieuwe ontwikkeling. Dit is het geval wanneer: 1. een ontwikkeling niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit; 2. ten gevolge van een ontwikkeling de concentraties van de betreffende stoffen verbeteren of ten minste gelijk blijven; 3. een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties van de betreffende stoffen in de buitenlucht; 4. een ontwikkeling past binnen een vastgesteld programma (zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekenende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’.

In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Er is blijkens deze regeling geen onderzoek nodig voor ‘woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat’. De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van drie woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de ‘Regeling niet in betekende mate bijdragen’. In de toekomstige situatie is er sprake van een significante daling van de fijn stofemissie. De fijn stofemissie veroorzaakt door het houden van dieren komt te vervallen. Hierdoor is er sprake van een verbetering in en rondom het plangebied. Daarbij is de achtergrondconcentratie van fijnstof op de locatie volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten 18,78 µg/m3 voor fijnstof PM10. Dit is ver onder de grens van 40,0 µg/m3 uit de Wet Milieubeheer.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

42

Figuur 8 Concentratie fijnstof planomgeving (achtergrond)

Voor dezelfde locatie zijn eveneens de waarden opgenomen voor fijnstof PM2,5 en NO2. De waarde voor PM2,5 bedraagt ter plaatse van het plangebied 11,51 μg/m3. Dit is ver onder de richtwaarde van 25,0 μg/m3.De waarde voor NO2 bedraagt ter plaatse van het plangebied 14,84 µg/m 3. Ook dit is ver onder de grenswaarde van 40,0 µg/m3. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het bepaalde in de Wet milieubeheer. De luchtkwaliteit op de locatie is acceptabel. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er bestaan voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen.

4.11

EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. De wet- en regelgeving rondom externe veiligheid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (transport van gevaarlijke stoffen). Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

43

Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen (over wegen, spoorwegen en vaarwegen) en buisleidingen (bijvoorbeeld leidingen voor aardgas of vloeibare brandstof). Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van externe veiligheidsrisico's staan, zowel in het Bevi, het Bevt als het Bevb, twee begrippen centraal: Het plaatsgebonden risico (PR): het risico op een plaats, uitgedrukt in een waarde voor de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij één of meer gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het plaatsgebonden risico kan op kaart worden weergegeven in de vorm van risicocontouren.

Bij de beoordeling wordt getoetst of het plaatsgebonden risico niet hoger is dan eens per 1 miljoen jaar (10-6 per jaar). Het groepsrisico (GR): de kans dat bij een ongeval buiten de locatie waar activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden 10, 100 of 1.000 slachtoffers tegelijk vallen. Het groepsrisico is een maat voor de verwachte omvang van een ramp. Bij de beoordeling van het groepsrisico wordt de hoogte van het groepsrisico vergeleken met de zogeheten oriëntatiewaarde. Een wijziging van het groepsrisico dient in bepaalde gevallen te worden verantwoord door het bevoegd gezag. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basisnetten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

44

Risicovolle inrichtingen In en in de omgeving van het plangebied zijn geen inrichtingen gevestigd die onder het regime van het Bevi vallen. Er is geen sprake van belemmeringen vanwege de aanwezigheid van een risicovolle inrichting. Figuur 9 Uitsnede risicokaart externe veiligheid

Buisleidingen In en in de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen. Er is geen sprake van belemmeringen vanwege de aanwezigheid van buisleidingen. Vervoer van gevaarlijke stoffen In het Bevt zijn de Basisnetten voor weg, spoor en water geïmplementeerd in de wetgeving met betrekking tot externe veiligheid. Het Bevt regelt - in combinatie met de Regeling basisnet - enerzijds een risicoplafond voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en bevat anderzijds regels voor ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van deze transportassen. Het Bevt bepaalt onder andere dat bij ontwikkelingen binnen 200 meter van een transportroute voor gevaarlijke stoffen in bepaalde gevallen een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico nodig is (Bevt artikel 8). Bij ontwikkelingen buiten de 200 meter, maar binnen het invloedsgebied,

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

45

moet worden ingegaan op de mogelijkheden voor bestrijding/beperking van de omvang van een ramp en op de mogelijkheden voor zelfredzaamheid. Het invloedsgebied van een transportroute varieert, afhankelijk van de stofcategorieën die worden getransporteerd, van 40 tot meer dan 4.000 meter. De dichtstbijzijnde Basisnetroute is de A50, op >1.900 meter ten zuidoosten van het plangebied. Uit de jaarintensiteiten vervoer gevaarlijke stoffen (Rijkswaterstaat) blijkt dat over deze weg geen vervoer plaatsvindt van de stoffen met de grootste invloedsgebieden (LT3, GT4, GT5, invloedsgebied > 4.000 meter). Het grootste invloedsgebied wordt gevonden voor LT2-stoffen. Het invloedsgebied van LT2 bedraagt 880 meter. Het plangebied ligt derhalve niet binnen het invloedsgebied van de A50, waardoor het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg niet relevant is voor onderhavig bestemmingsplan. Activiteitenbesluit In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’ dienen ook de veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit betrokken te worden bij de externe veiligheidsanalyse. In de omgeving van het plangebied bevinden zich enkele propaantanks. De veiligheidsafstanden hiervan zijn echter beperkt en reiken niet tot de planlocatie. Dit is geen belemmering voor de ontwikkeling. In het plangebied zelf is ten behoeve van de pluimveehouderij ook een propaantank aanwezig.

Deze heeft een inhoud van 18 m3. Met de herontwikkeling van het plangebied komt deze propaantank te vervallen. Met het vervallen van de propaantank komt ook de veiligheidsafstand te vervallen. Hiermee zijn er geen belemmeringen voor de voortgang van voorliggend plan. Geconcludeerd kan worden dat er uit oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling.

4.12

VERKEER EN PARKEREN De Woningwet is op 29 november 2014 gewijzigd. Hierdoor komen de stedenbouwkundige bepalingen (waaronder de belangrijke ‘parkeernormenbepaling’) uit de bouwverordening op 1 juli 2018 van rechtswege te vervallen. Die moeten dan zijn opgenomen in bestemmingsplannen of beheersverordeningen. Deze ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ voorziet daarin. Bij de totstandkoming van deze ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ zijn de parkeerkencijfers van het CROW als vertrekpunt gebruikt (CROW publicatie 317, oktober 2012).

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

46

In de ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ worden de landelijke richtlijnen vertaald naar de situatie in de gemeente Meierijstad. Het uitgangspunt hierbij is dat voor een nieuwe ontwikkeling het aantal parkeerplaatsen wordt vastgesteld dat op eigen terrein moet worden gerealiseerd. De ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ heeft de status van een beleidsregel in de zin van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht. Dit heeft tot gevolg dat overeenkomstig deze beleidsregel wordt gehandeld, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn in verhouding tot de met deze beleidsregel te dienen doelen (inherente afwijkingsbevoegdheid, artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht). De ‘Nota Parkeernormen Meierijstad 2018’ wordt gebruikt bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Ook dienen de uitgangspunten in deze nota als onderlegger voor de herziening van een bestaand dan wel de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan, waarmee planologische ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. In een bestemmingsplan kan een link worden gelegd met deze nota of kunnen de relevante parkeernormen uit de nota worden overgenomen. Parkeereisen worden opgenomen in de regels van een nieuw/herzien bestemmingsplan. In bijlage 2 van de nota zijn de parkeernormen opgenomen voor de functie wonen.

In het plangebied zijn in de toekomstige situtatie binnen het plangebied 3 vrijstaande woningen en een 2 onder 1 kapper aanwezig. De parkeernorm voor een vrijstaande woning in het buitengebied is 2,4 parkeerplaatsen per wonig, Voor een 2 onder 1 kapper is de parkeernorm voor het buitengebied 2,3 parkeerplaatsen per woning. Binnen het plangebied moeten volgens de nota 11,8 parkeersplaatsen gerealiseerd worden op eigen terrein. Binnen het plangebied is meer dan voldoende ruimte om te voorzien in de parkeerbehoefte. In navolgend figuur zijn de parkeerplaatsen aangegeven.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

47

Figuur 10 Parkeerplaatsen binnen het plangebied

Parkeerplaatsen Met de ontwikkeling komen de verkeersbewegingen als gevolg van het agrarische bedrijf te vervallen. De verkeersbewegingen van de statische opslag blijven gelijk aan de huidige situatie. Ook voor de twee bestaande woning wijzigt er niets. De twee nieuwe woningen en de nieuwe woning in de boerderijwoning (2 onder 1 kap) zorgen voor nieuwe verkeersbewegingen. De verkeersgeneratie is gebasseerd op CROW publicatie 317. Voor een vrijstaande woning in het buitengebied is de verkeersgeneratie maximaal 8,6 per dag. Voor een 2 onder 1 kap is de verkeersgeneratie maximaal 8,2 verkeersbewegingen per dag. De nieuwe woningen geven een totale verkeersgeneratie van 25,4 verkeersbewegingen per dag (2*8,6+8,2). De wegen in de planomgevingen hebben voldoende capaciteit om deze verkeersbewegingen te verwerken. Bovendien vervalt het vrachtverkeer van het nu nog aanwezige agrarische bedrijf.

4.13

SPUITZONES Bij het mogelijk maken van een nieuwe voor drift gevoelige bestemming, in de nabijheid van bestemmingen, die het toepassen van chemische gewasbeschermingsmiddelen niet uitsluiten, is aandacht voor spuitzones nodig. Dit in verband met de risico’s voor de volksgezondheid, vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

48

Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld, die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. Op basis van jurisprudentie wordt in de praktijk een spuitzone voor een voor driftgevoelige bestemming1 aangehouden van 50 meter, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Deze 50 meter is in diverse uitspraken van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 23 september 2009 in zaak nr. 200900570/1/R2) als “in het algemeen niet onredelijk” bevonden en geldt als een vaste richtafstand waar gemotiveerd van kan worden afgeweken. Een kleinere afstand is mogelijk, mits dat goed onderbouwd wordt. De vaste richtafstand van 50 meter is in de open teelt met name van belang voor boomkwekerijen en boomgaarden, omdat gewasbeschermingsmiddelen daarbij niet alleen neerwaarts worden gespoten (onkruidbestrijding), maar ook zij- en opwaarts (voorkomen en bestrijden schimmels en plaagdieren).

Omdat bij opwaarts spuiten de vloeistof op een grotere hoogte vrijkomt en er daardoor meer kans is op verspreiding, veroorzaakt het opwaarts spuiten de meeste drift en is om die reden maatgevend voor gezondheidsrisico’s. Door een wijziging in de wetgeving is het verplicht om te puiten met driftreductie van ten minste 75%. Dit maakt dat de aan de houden afstand kleiner wordt, te weten 30 meter. Dit op basis van onderzoek van Wageningen Research naar drifreductie. De drie nieuwe woning zijn alle op een grotere afstand dan 30 meter gelegen van een perceel waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. De nieuwe woning in de te splitsen boerderij ligt op een afstand van 31 meter van een perceel waar gespoten mag worden. De andere twee nieuwe woningen liggen op respectievelijk 35 en 39 meter van een perceel waar gespoten mag worden. Voor de twee bestaande woningen geldt dat deze niet wijzigen. De boerderijwoning ligt op 31 meer van een perceel waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. De woning welke op dit moment is aangeduid als plattelandswoning ligt op 18 meter van een perceel waar gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast. Dit is echter al een gevoelige functie waarmee de gebruiker van het perceel rekening mee moet houden. Er zijn geen belemmeringen voor de voortgang van het plan.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

49

4.14

VOLKSGEZONDHEID IN RELATIE TOT VEEHOUDERIJEN Om te bepalen of het voor voorliggen plan noodakelijk is om advies in te winnen bij de GGD is het stappenplan uit de De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) doorlopen. Dit plan bestaat uit 7 stappen. In het navolgende worden deze 7 stappen doorlopen. Stap 1. Endotoxine. Uit toetsing door de omgevingsdienst is gebleken dat de ontwikkeling niet is gelegen binnen de richtafstanden voor endotoxinen van omliggende varkens- en pluimveehouderijen. Stap 2.Emissies De ontwikkeling leidt niet tot een toename van geur, fijnstof en ammoniak. Met de beëindiging van de veehouderij nemen als de emissie vanuit het plangebied af. Stap 3a en 3b. Voor de achtergrond belasting wordt voldaan aan de waarde 10,0 OUE/m3 Verder zijn er binnen 100 meter geen veehouderijen gelegen. Zie ook paragraaf 4.8. 4a en b Om de locatie is geen sprake van een veehouderij. Om deze reden er is ook geen sprake van een combinatie van de genoemde diersoorten. Verder zijn er binnen varkenshouderij gelegen.

100

meter

geen

pluimveehouderij

en/of

Stap 5 a,b en c. Binnen een straal van 2 kilometer zijn geen geitenhouderijen gelegen. Binnen een straal van 1 kilometer zijn geen pluimveehouderijen gelegen. De locatie ligt niet in de bebouwde kom. Stap 6. Mestbe- of verwerking Op de locatie wordt geen mest verwerkt. Er is geen sprake van een veehouderij. Stap 7. Ongerustheid over volksgezondheid. In de omgeving is geen sprak van ongerustheid over de volksgezondheid. Op basis van het doorlopen stappenplan kan geconcludeerd worden dat een advies van de GGD niet noodzakelijk is.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

50

Afwegingskader Geitenhouderijen Meierijstad De gemeente Meierijstad heeft een toetsingskader voor ontwikkeling rondom geitenhouderijen opgesteld. Met dit toetsingskader wordt elk initiatief op zijn eigen merites wordt beoordeeld. Met name plannen voor het huisvesten van kwetsbare personen, zoals ouderen en kinderen worden met grote terughoudendheid beoordeeld. Als het gaat om minder kwetsbare personen wordt met name gekeken naar factoren als de omvang van het bouwplan c.q. aantal te huisvesten personen en de afstand tot de geitenhouderijen in kwestie. Verder dienen de potentiële bewoners zich er van bewust te zijn dat er sprake kan zijn van een gezondheidsrisico. Plannen buiten 2 kilometer van een geitehouderij kunnen doorgang vinden. Het plangebied is gelegen op een afstand van meer den 2 kilometer van een geitenhouderij. Het toetsingskader hoeft niet verder doorlopen te worden. Concluderend kan gesteld worden dat het gezondheidsaspect geen belemmering vormt voor de doorgang van het plan.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

51

5

JURIDISCHE PLANOPZET

Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Daarnaast is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De inhoud van de regeling sluit aan op het bestemmingsplan ‘Buitengebied SintOedenrode, herziening 4’. Gezien de aard en omvang van het planvoornemen is op sommige aspecten maatwerk geleverd. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de 4 hoofdstukken die tezamen de juridische regeling van het voorliggende bestemmingsplan vormen en volgt een beschrijving van de toegepaste bestemming.

5.1

OPZET VAN DE REGELS In het kader van de SVBP2012 dient een vaste volgorde en indeling van het bestemmingsplan aangehouden te worden. Deze is hieronder aangegeven. Hoofdstuk 1 - Inleidende regels Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begrippen opgenomen die van belang zijn voor de toepassing van het plan. Het tweede artikel betreft de wijze van meten, waarin wordt aangegeven hoe bij de toepassing van de bestemmingsregels wordt gemeten. Hoofdstuk 2 - Bestemmingsregels In dit hoofdstuk worden planregels gegeven voor de binnen het plangebied bestaande functies. Voor de toegepaste bestemming zijn de doeleinden en de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In beginsel is iedere vorm van bebouwing, die past binnen de desbetreffende bestemming tot een bepaalde omvang rechtstreeks (dus

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

52

zonder voorafgaande afwijking of wijziging) toegestaan. Wel dient er te worden voldaan aan de voorgeschreven maatvoering (bebouwingspercentage, bouwhoogte en dergelijke). Hoofdstuk 3 - Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende algemene regels: Een anti-dubbeltelbepaling. Algemene bouwregels: hierin is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Algemene gebruiksregels: hierin is opgenomen wat als strijdig gebruik wordt aangemerkt. Algemene afwijkingsregels: hierin wordt bepaald waarvoor het bevoegd gezag een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels kan verlenen. Hoofdstuk 4 - Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat: Het overgangsrecht. De slotregel.

5.2

BESTEMMINGEN Hierna volgt een beschrijving bestemmingsplan voorkomt.

van

de

bestemming

die

in

dit

Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan huis verbonden beroepen of bedrijven, (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen, het behoud, herstel en/of de versterking van de waterhuishoudkundige waarden en groenvoorzieningen. De regels uit het de vigerende bestemmingsplan zijn overgenomen in deze regels. Voor Ruimte voor Ruimte woningen is in tegenstelling tot reguliere woningen in het buitengebied, een maximum inhoudsmaat van 900 m³ per woning opgenomen.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

53

6

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Meierijstad zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan, de legeskosten die voldaan dienen te worden en eventuele planschade indien die door uitvoering van het bestemmingsplan zou optreden.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

54

7

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

Initiatiefnemers hebben het planvoornemen toegelicht aan omwonenden. Het verslag van deze zorgvuldige dialoog is als bijlage 10 bij dit bestemmingsplan gevoegd. Het ontwerpbestemmingsplan wordt conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betreffende personen en instanties. Daarnaast heeft het plan de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen. In het kader van deze procedure is het ontwerpbestemmingsplan met ingang van ?? tot en met ?? gedurende zes weken ter visie gelegd, waarbij de mogelijkheid wordt geboden tot het indienen van zienswijzen.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

55

8

CONCLUSIE

Het voorliggende initiatief – het beëindigen van een pluimveehouderij, waarbij er twee ruimte-voor-ruimte woningen worden gerealiseerd, de bestaande boerderijwoning wordt gesplitst, de statische opslag wordt voortgezet en de bestaande plattelandswoning een woonbestemming krijgt – kan vanuit integraal planologisch perspectief en in overeenstemming met de planbeschrijving gegeven omschrijving ondersteund worden. Overwogen is dat: het project in stedenbouwkundig opzicht in het aangegeven gebied aanvaardbaar is; het project past binnen de vigerende planologische (beleids)uitgangspunten en –doelstellingen; het project vanuit planologisch perspectief geen onaanvaardbare negatieve gevolgen voor de in de omgeving aanwezige waarden en belangen heeft. Geconcludeerd kan worden dat er voldoende argumenten aanwezig zijn om medewerking te verlenen aan voorliggend initiatief.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=fafc0d51-745d-4491-99c2-db361b159b61