CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Damianenweg 24

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24'15.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

19-11-2020

Colofon Rapport: Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24 Status: Definitief Datum: November 2020 NL.IMRO.1948.BGO000BP0092020P-ON01

Opdrachtnemer Geling Advies Postbus 12 5845 ZG Sint Anthonis www.gelingadvies.nl

Contactpersoon Drs. S. de Crom Adviseur ruimtelijke ontwikkeling 0493 – 597 500 sdecrom@gelingadvies.nl

© NOVEMBER 2020

GELING ADVIES

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN GELING ADVIES. AAN DE INHOUD VAN DIT RAPPORT KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND. GELING ADVIES VERWERPT ELKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR EEN ANDER GEBRUIK VAN DEZE TEKST DAN VOOR DE SITUATIE WAARVOOR DEZE WORDT UITGEBRACHT. DE INFORMATIE IN DEZE TEKST IS ONDER VOORBEHOUD EN KAN VERANDERD WORDEN ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

INHOUDSOPGAVE

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan

1 1 1 2

2 PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Voorgenomen ontwikkeling

4 4 5

3 BELEIDSTOETS 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.1.3 Nationaal Waterbeleid 3.1.4 Het Nationaal Milieubeleidsplan 4 (NMP4) 3.1.5 Ladder Duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 3.2.3 Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Herijking Rooi(s)e Draad 3.3.2 Herziening Bebouwingsconcentraties Sint-Oedenrode 2012

8 8 8 9 10 11 11 12 14 16 22 24 24 25

4 MILEUHYGIENISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING 4.1 Mer-beoordeling 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.2.1 Archeologie 4.2.2 Cultuurhistorie 4.3 Flora en Fauna 4.4 Waterparagraaf 4.5 Bodem 4.6 (Ondergrondse) infrastructuur 4.7 Bedrijven en milieuzonering 4.8 Geurhinder 4.9 Akoestiek 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Externe veiligheid 4.12 Verkeer en parkeren

27 27 27 28 28 31 34 36 37 38 39 40 42 43 46

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

5 JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Opzet van de regels 5.2 Bestemmingen

52 52 53

6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

54

7 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

55

8 CONCLUSIE

56

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

1 1.1

INLEIDING

AANLEIDING De locatie Damianenweg 24 is in gebruik als pluimveehouderij met als nevenactiviteit statische opslag (niet vergund). Bij dit bedrijf zijn een boerderijwoning en plattelandswoning aanwezig. De initiatiefnemer is voornemens om deze pluimveehouderij te beëindigen. In de ruil voor het staken van de pluimveehouderij worden op het perceel twee ruimte–voor– ruimte woningen gerealiseerd. Hiertoe worden de stallen gesloopt en worden fosfaatrechten ingeleverd. De boerderijwoning betreft een cultuurhistorisch waardevolle woning (wederopbouwboerderij). Door deze boerderijwoning te splitsten kan het cultuurhistorische karakter van de woning behouden blijven. Het gebouw voor statische opslag blijft behouden. De plattelandswoning krijgt een woonbestemming. De gemeente heeft een positief standpunt ingenomen, en dit te kennen geven door middel van een principebesluit genomen door het college van burgemeester en wethouders. Dit door middel van een herziening van een bestemmingsplan.

1.2

LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PLANGEBIED Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de kern SintOedenrode, binnen de gemeente Meierijstad. In de navolgende figuren is de ligging en de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

1

Figuur 1 Plangebied Damianenweg 24

1.3

VIGEREND BESTEMMINGSPLAN Voor de locatie zijn twee bestemmingsplan van toepassing, te weten:

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

2

“Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2” (verbeelding), zoasl vastgesteld op 29-09-2020 en “Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4”, zoals vastgesteld op 29-03-2018. Op basis van deze bestemmingsplannen kent het perceel de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschapswaarden”. Dit perceel kent een bouwvlak. Aan dit bouwvlak is de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ en ‘veehouderij’ toegekend. Binnen dit bouwvlak zijn tevens twee woningen toegestaan, waarbij een woning aangeduid is met functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – persoonsgebonden overgangsrecht’. Verder zijn toegekend de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – cultuurhistorisch waardevol gebied’ en ‘overige zone – leefgebied struweelvogels’. Een klein deel van het plangebied kent de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied (zoekgebied evz natuurontwikkeling)’. Tot slot kent de op het perceel aanwezige gastank de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – bevi’. Op 29-10-2013 is er voor de tweede bedrijfswoning binnen het bouwvlak een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van de woning Damianenweg 22 als plattelandswoning.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

3

2 2.1

PLANBESCHRIJVING

HUIDIGE SITUATIE

Figuur 2

Binnen het plangebied is een pluimveehouderij aanwezig. Bij deze pluimveehouderij, gebruikmakend van drie stallen, zijn twee bedrijfswoningen aanwezig. Voor de woning Damianenweg 22 is inmiddels een afwijkingsbesluit genomen ten behoeve van het gebruik van die opstal als plattelandswoning. Verder is er een voormalige varkensstal op het terrein en een stal welke verbouwd is tot een ruimte voor statische opslag. Dit gebouw is voorzien van zonnepanelen.

Huidige situatie binnen het plangebied Damianenweg 24

1: Pluimveestallen 2: Voormalige varkensstal 3: Loods statische opslag 4: Boerderij 5: Plattelandswoning ;

4 5

1 3

1

1

2

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

4

De locatie is stevig in het landschap ingepast. De aanwezige beplanting bestaat uit groensingels, solitaire bomen, een bomengroep, een bomenrij en een tuin met in het gebied passende beplanting rondom de boerderij. Verder zijn aanwezig drie inritten ten behoeve van de ontsluiting van het plangebied.

2.2

VOORGENOMEN ONTWIKKELING De ontwikkeling omvat het beëindigen van de huidige pluimveehouderij. Met de beëindiging van de pluimveehouderij worden de drie pluimveestallen gesloopt. Als compenstatie voor de sloop van deze stallen (en het inleveren van fosfaat, welke gekoppeld is aan dierrechten) worden twee ruimte-voor-ruimte kavels gecreeerd. Om de sloop mogelijk te maken is het noodzakelijk om het minst waardevolle struweel op de locatie te rooien. Figuur 3 Te slopen bebouwing, te verwijderen verharding en te rooien struweel

Te verwijderen verharding

Te rooien struweel

Te slopen bebouwing

Naast de pluimveestal, zal ook de voormalige varkensstal grotendeels gesloopt worden. Een klein deel blijft behouden, als bijgebouw bij de te splitsen boerderijwoning. De boerderijwoning is een behoudenswaardige wederopbouwboerderij. Door deze boerderij te splitsen is het mogelijk om het deel van de boerderij op te knappen en de waardevolle elementen van

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

5

de boerderij te behouden. Het is hierbij wenselijk dat dit bijgebouw wordt verplaatst, naar een locatie die beter passend is binnen het plangebied. De verplaatsing van het bijgebouw komt het uitzicht vanuit de woning ten goede. In overleg met de monumentencommissie, is tot deze locatie gekomen. Door de sloop van de voormalige varkensstal is het mogelijk om de loods voor statische opslag te behouden. Veel van de bestaande verharding zal worden verwijderd. Op de plek van de voormalige pluimveestallen worden twee ruimte-voorruimte kavels ontwikkeld. De bestaande boerderijwoning zal worden gesplitst. In het kader van deze planherziening zal de vergunde plattelandswoning Damianenweg 22 eveneens worden voorzien van een reguliere woonbestemming. Bij de ontwikkeling van de kavels en de splitsing van de boerderijwoning is rekening gehouden met de ligging in het landschap, het landgoed en de reeds aanwezige boerderijwoning (hoeve). Ten aanzien van de positionering van de bouwvlakken van de nieuwe woningen zijn de navolgende richtlijnen aan te houden: a) De oude hoeve is het "richting gevende gebouw"; de voorgevel van de nieuwe woningen is respectievelijk 8 en 4 meter achter de voorgevel van de hoeve te positioneren. b) De percelen zijn respectievelijk 26 x 98 en 32 x 98 meter groot. c) De bouwvlakken zijn 22 meter diep en 13 meter breed.

d) Afstand nieuwe hoofdgebouwen en zijdelingse perceelsgrens bedraagt 5 meter. e) De afstand tussen (bij)gebouwen en de perceelsgrenzen bedraagt minstens 2 meter. f) De afstand tussen de voorste gevel van bijgebouwen en de voorgevel van de woningen bedraagt minstens 3 meter. Betreffende de massa en vormgeving zijn navolgende uitgangspunten van belang: a) De nieuw te bouwen woningen tonen zich qua massa, vormgeving en materialisatie als schuurwoningen zijn qua verschijningsvorm ondergeschikt aan de hoeve. b) De woningen worden gekenmerkt door een stevig, maar sober vormgegeven daklandschap met een dwars op de weg gerichte nok en een lage goothoogte. poel Aan de zuidoostkant van het plangebied zal op de kavel aan de bosrand een poel worden gerealiseerd. Deze versterkt het lokale watersysteem en vormt een steppingstone tussen de Beeksche waterloop en de vijvers en

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

6

poelen van het landgoed de Rijt. De omgeving van de poel zal worden ingezaaid met een kruidenrijk grasland en als zodanig worden onderhouden. Het beplantingsplan omvat de aanplant van:  H1 beukenhagen,  V1 hoogstamkersen,  B1 een forse solitaire notenboom. Dit alles luidt tot onderstaande toekomstige inrichting van het plangebied. Figuur 4 Toekomstige inrichting plangebied Damianenweg 24

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

7

3

BELEIDSTOETS

3.1

RIJKSBELEID

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 23 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. In deze structuurvisie wordt een samenhangende visie gegeven op het Nederlands Rijk tot 2040. Kernwoorden in het SVIR zijn concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. De belangrijkste verandering is het terugtreden van de rijksoverheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Lagere overheden, waaronder provincies en gemeenten krijgen een grotere rol volgens het principe ‘decentraal, tenzij…’. De gebruiker moet weer centraal komen te staan. Het Rijksbeleid richt zich daarom op het vereenvoudigen van de regelgeving en heeft dertien rijksbelangen benoemd waar het Rijk de verantwoordelijkheid houdt. Het Rijk verwacht dat medeoverheden zich eveneens inzetten voor meer eenvoud en integratie op het gebied van ruimtelijke regelgeving. Hierdoor zal de bestuurlijke druk afnemen en ontstaat ruimte voor regionaal maatwerk. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. Het Rijk versterkt de samenhang tussen de verschillende modaliteiten en tussen ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit. Het Rijk heeft drie doelen geformuleerd en per doel een aantal nationale belangen.

Voor deze nationale belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil zij resultaten boeken op de middellange termijn (2028). De doelen en nationale belangen zijn:

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

8

1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. De bijbehorende nationale belangen zijn: a. een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren; b. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame)energievoorziening en de energietransitie; c. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; d. efficiënt gebruik van de ondergrond. 2. Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat. De bijbehorende nationale belangen zijn: a. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen; b. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; c. het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen. 3. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De bijbehorende nationale belangen zijn: a.

verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s; b. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling c. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; d. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; e. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; f. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormt het sluitstuk van rijkszijde van het nieuwe stelsel van ruimtelijke ordening, zoals dat in 2008 met de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking is getreden. Kern van de nieuwe Wro is dat overheden hun ruimtelijke belangen vooraf kenbaar maken en aangeven langs welke weg zij de belangen denken te realiseren. Rijk en provincies bemoeien zich voortaan uitsluitend met wat daadwerkelijk van nationaal respectievelijk provinciaal belang is. Ook

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

9

moeten rijk en provincies duidelijk maken of de borging van een belang gevolgen heeft voor ruimtelijke besluitvorming door de gemeenten. De eerste tranche, dat in januari 2010 voor advies naar de Raad van State gezonden is, bevat een beleidsneutrale omzetting van bestaand beleid. De kaders zijn afkomstig uit PKB’s Nota Ruimte, Derde Nota Waddenzee, Structuurschema Militaire Terreinen en Project Mainportontwikkeling Rotterdam. De tweede tranche bevat beleid dat doorwerkt tot in de ruimtelijke plannen van andere overheden. Op 30 juni 2011 zijn alle ontwerpstukken van het Barro als bijlage bij de nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) gepubliceerd. In het Barro zijn opgenomen: het Project Mainportontwikkeling Rotterdam; militaire terreinen en –objecten; de Wadden; de kust (inclusief primaire kering); de grote rivieren; Rijksvaarwegen Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. Het Barro is ook wel bekend als de AMvB Ruimte. Inmiddels zijn meerdere wijzigingen in Barro doorgevoerd, waarvan de laatst op 27 mei 2020. 3.1.3

Nationaal Waterbeleid In het kader van dit bestemmingsplan geldt onder andere onderstaand beleid op het gebied van water. In het jaar 2000 is de Europese ‘Kaderrichtlijn water’ (KRW) in werking getreden. De KRW heeft tot doel de oppervlaktewateren – waaronder ook overgangswater en kustwater – en het grondwater in de Europese Unie te beschermen en te verbeteren en het duurzaam gebruik van water te bevorderen. Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016-2021 vast gesteld. Dit project geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. De klimaatverandering en de daarmee samenhangende stijging van de zeespiegel, nattere winters en hogere neerslagentiteiten in de

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

10

zomerperioden vragen een ander waterbeheer in de 21e eeuw en meer ruimte voor water. Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten spraken in het Nationaal Bestuursakkoord Water-Actueel (2008) (NBW) af dat de regionale watersystemen in 2015 op orde moeten zijn. Samenwerking en afstemming tussen de overheden is hierbij erg belangrijk. In het NBW is afgesproken dat water een medesturend aspect is binnen de ruimtelijke ordening en dat het watersysteem ‘op orde’ moet worden gebracht. Dit betekent dat het watersysteem robuust en veerkrachtig moet zijn en moet voldoen aan de normen voor wateroverlast, nu en in de toekomst. De watertoets vormt hierbij een waarborg voor de inbreng van water in de ruimtelijke ordening. Een bijlage bij het NWP is het stroomgebiedbeheerplan (SGBP) voor de Maas. Dit beheerplan geeft onder meer een beschrijving van het stroomgebied Maas, de doelen voor de oppervlakteen grondwaterlichamen en een samenvatting van de maatregelen die genomen gaan worden. 3.1.4

Het Nationaal Milieubeleidsplan 4 (NMP4) In 2001 verscheen de kabinetsnota ‘Een wereld en een wil: werken aan duurzaamheid’, beter bekend als het vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4). In dit beleidsplan licht het kabinet het te voeren milieubeleid toe. Het NMP4 wil een einde maken aan het afwentelen van milieulasten op de generaties na ons en op mensen in arme landen. Want met de huidige manier van produceren en consumeren schuiven we nog steeds onze milieulasten door naar anderen. Volgens het NMP4 moet het lukken binnen 30 jaar te zijn overgestapt naar een duurzaam functionerende samenleving.

3.1.5

Ladder Duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen (Bro, artikel 3.1.6). Per 1 juli 2017 is het tweede lid gewijzigd en luidt deze als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

11

Initiatief Voordat de ladder duurzame verstedelijking wordt doorlopen, zal beoordeeld worden of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6. lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit plan ziet toe op de ontwikkeling van twee woningen en de splitsing van een woning. In totaal gaat het om het toevoegen van drie woningen. Uit jurisprudentie blijkt dat plannen waarmee minder dan 12 woningen ontwikkeld worden niet aangemerkt worden als stedelijke ontwikkeling (zie onder andere uitspraak 201501297/1/R4 (11 woningen geen stedelijke ontwikkeling) en 201407135/1/R1 (twaalf woningen wel stedelijke ontwikkeling)). Voor onderhavig plan geldt dat de ontwikkeling van drie nieuwe woningen geen stedelijke ontwikkeling betreft.

3.2

PROVINCIAAL BELEID

3.2.1

Structuurvisie 2010 – partiele herziening 2014 De Structuurvisie 2010 – Herziening 2014 is op 7 februari 2014 door de Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant vastgesteld. Met dit document legt de provincie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 vast. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De autonome ontwikkelingen in het landelijk gebied (agrarische bedrijven die stoppen versus schaalvergroting en intensivering) vragen om ontwikkelingsruimte in het landelijk gebied. De provincie wil daar meer dan voorheen ruimte aan bieden, maar wel met aandacht voor een versterking van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van Brabant. Daarnaast gaat de provincie in op de intrinsieke ruimtelijke kwaliteiten die Noord-Brabant heeft. Ook hieruit komen opgaven voort die om een ruimtelijke keuze op provinciaal niveau vragen. De opgaven zijn de volgende:        

ruimtelijke kwaliteit staat onder druk; veranderend klimaat; achteruitgang biodiversiteit; veranderend landelijk gebied; toenemende behoefte aan duurzame energie; toenemende concurrentie tussen economische regio’s; afnemende bevolkingsgroei; toenemende mobiliteit.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

12

Trends en ontwikkelingen Voor onderhavig plan is voornamelijk het aspect veranderd landelijk gebied van belang. Het Brabantse landelijke gebied verandert snel. De land- en tuinbouw in Noord-Brabant zit in een belangrijke transitiefase. De wereldmarkt en het Europese beleid (o.a. de POP-plattelandsontwikkeling 2013) bepalen dit voor een groot deel. Er zijn twee verschillende ontwikkelingsrichtingen te onderscheiden. De eerste is de ontwikkeling van een gebiedseconomie met een verdergaande menging van functies en verbreding van agrarische activiteiten met streekproducten, zorgverblijven, recreatief verblijf en landschapsbeheer. Deze ontwikkeling sluit aan op de toenemende vragen vanuit de samenleving (de stad) om het buitengebied meer te kunnen gebruiken voor andere functies. Maar ook bij de behoefte aan het behoud van voorzieningen die belangrijk zijn voor de leefbaarheid van het landelijk gebied voor haar bewoners. Een tweede ontwikkelingsrichting in het landelijk gebied is een toenemende specialisatie met schaalvergroting van de landbouw. Dat doet zich in Noord-Brabant vooral voor bij glastuinbouw, intensieve veehouderij, rundveehouderij, akkerbouw, vollegronds tuinbouw en boomteelt. Het wordt in toenemende mate lastiger om deze twee ontwikkelingen in het landelijk gebied met elkaar te combineren.

Het leidt tot confrontaties tussen ontwikkelingen onderling en tussen de grootschaligheid en het fijnmazige en afwisselende landelijk gebied van Noord-Brabant. De opgave is om de ontwikkelingen in het landelijke gebied zodanig vorm te geven dat er sprake is van een duurzaam en vitaal platteland. Structurenkaart Het plangebied ligt in het kader van de Structuurvisie in Gemengd landelijk gebied met de aanduiding ‘Accentgebied agrarische ontwikkeling’ (zie onderstaand figuur). De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Gemengde plattelandseconomie

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

13

Figuur 5 Uitsnede Structurenkaart Structuurvisie 2010 – partiele herziening 2014

In de gemengde plattelandseconomie is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties etcetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Rondom steden, dorpen en natuur is er in de meeste gevallen feitelijk sprake van een gemengde plattelandseconomie. In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de groenblauwe structuur is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden.

Het voorliggende plan past binnen de kaders van het provinciale beleid zoals dat is vastgelegd in de structuurvisie. Het beleid uit de structuurvisie is vertaald naar de regels zoals deze zijn vastgelegd in de Interim omgevingsverordening. Dit voorliggende plan is concreet getoetst aan deze regels uit de Interim omgevingsverordening, zie verderop in deze paragraaf. 3.2.2

Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 heeft de provincie Noord-Brabant de Omgevingsvisie Noord-Brabant "De kwaliteit van Brabant" vastgesteld. De omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

14

omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Met de omgevingsvisie wil de provincie vast aansluiten bij en gaan werken volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Samen met andere overheden, initiatiefnemers en andere betrokken partijen wordt actief gezocht naar praktijken waarin deze nieuwe manier van werken centraal staat. De Omgevingsvisie gaat over twee vragen: Hoe moet de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zien? Wat moet in 2030 voor elkaar zijn om dat toekomstperspectief te verwezenlijken? De doelstelling die Noord-Brabant heeft voor 2050 is dat zij in dat jaar welvarend, verbonden en klimaatproof zijn. De welvaart wil de provincie bereiken door te investeren in een gezonde en sterke concurrentiepositie door het goede vestigingsklimaat voor bedrijven en kenniswerkers, maar ook door de voortrekkersrol in de transitie naar een innovatieve en duurzame economie. De provincie ziet welvaart niet alleen als economische bestaanszekerheid, maar ook als geluk, gezondheid en veiligheid van mensen. In dat kader stelt de provincie dat in 2050 bestaande problemen in de fysieke leefomgeving zijn opgelost en dat het robuuste natuurnetwerk uitstekend functioneert.

Dankzij investeringen in natuur, verdrogingsbestrijding, bodem, waterkwaliteit, een groene (natuurrijke) inrichting van woon- en werkgebieden en het terugdringen van emissies uit landbouw en industrie wil de provincie zowel de menselijke leefomgeving als die voor flora en fauna verbeteren. Dit leidt tot een goed welbevinden en een grote soortenrijkdom. Voor wat betreft de verbondenheid is het streven van de provincie dat Brabant de centrale ligging uitstekend weet te benutten door goede verbindingen op zowel fysiek als op sociaal-maatschappelijk (digitaal) gebied. Daarbij is een van de doelen dat de logistieke bedrijvigheid nog steeds een topsector is, maar dan op een schonere en slimmere manier. Daarnaast bieden nog zichtbare historische waarden, erfgoed en landschappelijke verscheidenheid een verbinding met het verleden. Deze elementen dienen te blijven behouden voor een aantrekkelijke omgeving als uitloopgebied voor de inwoners van steden en dorpen en voor recreatie.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

15

Met betrekking tot het streven klimaatproof te zijn wil de provincie in 2050 geheel energieneutraal zijn. Dit willen zij bereiken door alleen nog duurzame energie te gebruiken. Daarnaast wil de provincie verdere klimaatverandering tegengaan door de uitstoot van koolstofdioxide en de uitstoot van methaan uit de landbouw fors terug te dringen. Daarnaast wil de provincie goed om kunnen gaan met de klimaatverandering en de effecten daarvan. Hierbij staat duurzaam, gezond en klimaatbestendig bouwen centraal. Daarnaast dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn om water op te vangen en vast te houden in tijden van droogte en om wateroverlast te voorkomen. Op basis van deze doelstellingen heeft de provincie vier hoofdopgaven geformuleerd: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Deze opgaven worden niet los van elkaar gezien, maar zijn vanuit de basis met elkaar verbonden. Hierbij wordt gekeken vanuit een gebiedspecifieke benadering om de kansen en bedreigingen van de opgaven te benoemen en rekening te houden met de kansen vanuit andere hoofdopgaven. 3.2.3

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 01 januari 2021 in werking. De Interim omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen en heeft de status van: Milieuverordening gebaseerd op artikel 1.2. Wet milieubeheer Verordening wegen gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2A Wegenverkeerswet Verordening Ontgronden gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet Verordening natuurbescherming gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming Verordening ruimte gebaseerd op artikel 4.1. Wet ruimtelijke ordening Verordening water gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

16

De Verordening luchtvaart en de vastgestelde Luchtvaartbesluiten bevatten voor een deel ook regels voor de fysieke leefomgeving. Het onderdeel luchtvaart is nog niet in de Interim omgevingsverordening verwerkt. Dit wordt bij de definitieve omgevingsverordening betrokken. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de omgevingsvisie. Er heeft voor de Interim verordening geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In het algemeen geldt daarbij dat de inzet van de verordening in de provincie Noord-Brabant is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor het vanuit provinciale belangen nodig is om regels in te zetten of waarvoor het vanuit de wet verplicht is om regels te stellen in de verordening. Ruimte voor ruimte Ten aanzien van de ontwikkeling van ruimte-voor-ruimte woningen zijn de volgende regels gesteld in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant: Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a.

er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest;

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

17

c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d. er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a. bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; f. de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; i. in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij.

In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken. Ten aanzien van de regels kan het volgende gesteld worden: Ad 1a. Er is sprake van een aanzienlijke omgevingswinst, zie ook het gestelde onder ad 2a tot en met 2i. Ad 1b. De locatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie. Hiertoe is een nadere onderbouwing opgesteld, welke als bijlage 1 bij deze toelichting is gevoegd, en waarnaar verwezen wordt. Ad 1c. Ten behoeve van de ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Dit plan is als bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Ad 1d.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

18

Met de ontwikkeling wordt geen (aanzet gegeven voor) een stedelijke ontwikkeling. Met de ontwikkeling wordt de bebouwingsconcentratie juist afgerond.

Ad 2a. Met de ontwikkeling wordt de pluimveehouderij ter plaatse geheel gesloopt. Tevens worden alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij gesloopt (deze hebben een oppervlakte van circa 3.037 m2). Ad 2b. De veehouderij is voorafgaand aan de bedrijfsbeëindiging 3 jaar in bedrijf geweest. Ad 2c. De sluiting van de vuilstort Vlagheide, het afstoten van de militaire (MOB) complexen door Defensie, de reconstructie landelijk gebied en de aanleg van de A50 zijn voor de gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel aanleiding geweest om aan de slag te gaan met het Intergemeentelijk Masterplan Vlagheide. Na overleg met de bewoners, gebruikers en andere betrokkenen is in juni 2006 dit Masterplan vastgesteld door de drie betrokken gemeenteraden. In 2013 heeft de stuurgroep het stokje overgedragen aan de vereniging Vlagheide. Het masterplan moet leiden tot een vitaal, mooi en schoon gebied. Een aantal projecten is intussen gerealiseerd, zoals de heropening van de Eerdse Molen, de Eendenkooi, de opening van natuurcamping en bistro Het Goeie Leven en de ontwikkeling van het landgoed. De projectlocatie is gelegen in zone 4 van het gebied ‘Vlagheide’. De kern van het gebied van het masterplan is de voormalige vuilstort, gelegen ten noorden van de projectlocatie. Hieromheen zijn diverse recreatieve en woonfuncties geprojecteerd.

Intensief in de kern en daaromheen een schil met minder intensieve functies. Het fundament van het gebied bestaat uit de combinatie tussen natuur & landschap, recreatie, cultuurhistorie, landbouw en initiatiefrijke bewoners. Een intensieve veehouderij is, met de emissies die met een dergelijke bedrijfsvoering samenhangen, minder passend binnen een dergelijke gebiedsontwikkeling. Het masterplan benoemt mogelijkheden die passend zijn binnen de gebiedsdoelstellingen alsmede herontwikkelingskansen voor die functies die minder passend zijn. Hiervan wordt met dit plan gebruikt gemaakt. De sanering van de intensieve veehouderij, omschakeling naar de woonfunctie en de versterking van de natuur- en landschapswaarden, waaronder de ontwikkeling van de natuurpoel, dragen op een positieve wijze bij aan de gebiedsontwikkeling zoals voorzien in het masterplan Vlagheide. Ad 2d.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

19

Ten behoeve van de ontwikkeling wordt ongeveer 3.037 m2 aan bebouwing ten behoeve van de intensieve veehouderij gesloopt. Hiermee wordt voldaan aan de benodigde 1.000 m2 per woning. Ad 2e. Bij Dienst Regelingen is ten minste 7.000 kilogram aan fosfaat uit de markt genomen en doorgehaald. Aan de 3.500 kilogram per woning wordt voldaan. Ad 2f. De rechten die zijn doorgestreept staan op naam van de veehouderij. Ad 2g. De milieuvergunning ten behoeve van de pluimveehouderij is ingetrokken. Ad 2h. Met dit bestemmingsplan is het niet mogelijk om nieuwe bedrijfsgebouwen te bouwen binnen het plangebied. Ad 2i. Er zijn geen andere mogelijkheden om te voorzien in de sanering van de veehouderij binnen het plangebied. Ad 3. Deze voorwaarde is voor dit plan niet van toepassing. Ad 4. Er is op dit moment nog ruimte voor de realisatie van de 2 ruimte-voorruimte woningen. Cultuurhistorische waardevol gebied Verder is de locatie gelegen binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied. Bij de ontwikkeling binnen de begrenzing van een dergelijk gebied gelden de volgende regels: Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b.

stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

20

Het gebied bestaat uit grootschalige heideontginningen met een rationeel patroon van wegen en waterlopen. Het bodemgebruik is bouwland en grasland. Het grote heidegebied tussen Schijndel en Sint-Oedenrode is onderverdeeld in de Vlagheide, Schijndelsche Heide en Rooische Heide. Omstreeks 1850 is met de ontginning van het gebied begonnen. Verschillende bestaande en nieuwe wegen fungeerden als ontginningsassen: de Schijndelse Weg, de Koeveringse Weg, de Langstraat, de Scheidingsweg en de Schootse dijk. Parallel aan deze wegen en loodrecht erop werden nieuwe wegen en waterlopen aangelegd. De vierkante en rechthoekige blokken die zo ontstonden werden met sloten en greppels in percelen verdeeld. In eerste instantie werd er veel bos aangeplant en waren de landbouwpercelen voorzien van perceelrandbegroeiing. In de loop van de twintigste eeuw is deze begroeiing verdwenen en ontstond het uitgestrekte, zeer open landschap zoals dat nu bekend is. Met de ontwikkeling van de twee woningen wordt binnen de begrenzing van het bestaande bouwvlak gebleven. De gronden zijn op dit moment geheel in gebruik ten behoeve van de pluimveehouderij. Als gevolg van dit plan worden de bestaande stallen gesloopt. Tevens wordt de bestaande erfverharding grotendeel verwijderd. Bij de indeling van het plangebied en de situering van de twee woningen is aangesloten bij de rechtlijnige kavelstructuur.

Tevens wordt op de perceelsgrenzen voorzien van randbegroeiing. Hiermee is aansluiting gezocht bij de cultuurhistorische waarden in het gebied en de beleving de deze waarden. De oppervlakte aan bebouwing neemt met het plan significant af (ten minste 2.000 m2). De hierboven genoemde waarden in het gebied wordt door de ontwikkeling niet aangetast aangezien deze buiten de begrenzing van het plangebied liggen. Bovendien komen de emissies van het huidige agrarische bedrijf te vervallen. Dit komt de belevingswaarde van het cultuurhistorisch waardevolle gebied ten goede. Ook draagt het herstel en splitsing van de boerderij bij aan het behoud van de cultuurhistorische waarden. Ecologische verbindingszone Op de ligging van het perceel in de ecologische verbindingszone wordt nader ingegaan in paragraaf 4.3. Woningsplitsing Met de splitsing van de boerderij wordt in het buitengebied een nieuwe woning toegevoegd. In principe zijn in het landelijk gebied alleen bestaande woningen toegestaan (artikel 3.68). In artikel 3.69 worden de uitzonderingen genoemd, waarmee het mogelijk is om nieuwe woningen te realiseren. Artikel 3.69 onder b biedt de mogelijkheid om in bestaande

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

21

cultuurhistorisch waardevolle bebouwing een of meerdere wooneenheden te vestigen als dit bijdraagt een het behoud en herstel van deze bebouwing. Om te bepalen of sprake is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is een redengevende omschrijving opgesteld (zie ook bijlage 3). Uit deze redengevende omschrijving blijkt dat sprake is van behoudenswaardige bebouwing. Verder is een schetsplan uitgewerkt (zie bijlage 4). Dit schetsplan laat zien hoe de splitsing van de boerderij bijdraagt aan het behoud van de deze bebouwing. Zoals blijkt uit het voorgaande wordt aan de regels zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening voldaan. 3.2.4

Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 In het Provinciale Milieu- en Waterplan (PMWP) is vastgelegd hoe de provincie Noord-Brabant de komende jaren gaat werken aan een duurzaam schone en veilige fysieke leefomgeving. Doelen van het PMWP betreffen: Voldoende water voor mens, plant en dier; Schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); Bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico’s; Verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening. Onderhavige locatie heeft de functie ‘Water voor het gemengd landelijk gebied’. Hieronder vallen de aanduidingen 'Gemengd landelijk gebied' en 'Accentgebied agrarische ontwikkeling' uit de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening. Het waterbeheer richt zich op een goede waterhuishouding voor een duurzame en concurrerende landbouw. Randvoorwaarden zijn de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en afstemming met de maatregelen voor de Natura 2000-gebieden en de Natte natuurparels. Voor het overige geldt geen specifiek beschermingsbeleid. Daarnaast heeft het zuidwestelijke deel van het plangebied, waar de plattelandswoning en de huisweide zijn gelegen, de aanduiding zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen en ecologische verbindingszone met een wateropgave. De waterloop welke ten zuidwesten van het plangebied loopt is een oppervlaktewater voor het natuurnetwerk Brabant.

Binnen dit deel van het plangebied vinden geen werkzaamheden plaats. Het Waterplan heeft geen gevolgen voor onderhavig initiatief.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

22

Figuur 6 Uitsnede provinciaal Milieu- en waterplan 2016-2021

3.3

REGIONAAL BELEID

3.3.1

Masterplan Vlagheide De sluiting van de vuilstort Vlagheide, het afstoten van de militaire (MOP) complexen door Defensie, de reconstructie landelijk gebied en de aanleg van de A50 zijn voor de gemeenten Schijndel, Sint-Oedenrode en Veghel aanleiding geweest om aan de slag te gaan met het Intergemeentelijk Masterplan Vlagheide. Na overleg met de bewoners, gebruikers en andere betrokkenen is in juni 2006 dit Masterplan vastgesteld door de drie betrokken gemeenteraden. In 2013 heeft de stuurgroep het stokje overgedragen aan de vereniging Vlagheide. Het masterplan moet leiden tot een vitaal, mooi en schoon gebied. Een aantal projecten is intussen gerealiseerd, zoals de heropening van de Eerdse Molen, de Eendenkooi en de opening van natuurcamping en bistro Het Goeie Leven. De projectlocatie is gelegen in zone 4 van het gebied ‘Vlagheide’. De kern van het gebied van het masterplan is de vuilstort, gelegen ten oosten van de projectlocatie. Hieromheen zijn diverse recreatieve en woonfuncties geprojecteerd. Intensief in de kern en daaromheen een schil met minder intensieve functies. Het fundament van het gebied bestaat uit de combinatie tussen natuur & landschap, recreatie, cultuurhistorie, landbouw en initiatiefrijke bewoners. In zone 4 ligt het accent op de functies recreatie en natuur in combinatie met landbouw.

Er kan hierbij gedacht worden aan recreatief medegebruik via bestaande wegen en paden en kleinschalige

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

23

voorzieningen voor vakantieappartementen, (zoekgebied).

verblijfsrecreatie kamperen bij de

zoals trekkershutten, boer en landgoederen

Zoals in het Masterplan Vlagheide staat beschreven, heeft dit plan als doel om natuur en recreatie te combineren en verder te ontwikkelen. Functies die daar niet bij passen wordt ruimte geboden voor omschakeling, zeker voor ontwikkelingen die een meerwaarde voor het gebied betekenen. Het saneren van een intensieve veehouderij past daar in. Een verdere doorgroei van intensieve veehouderijen komt niet overeen met de doelstellingen van het Masterplan ‘Vlagheide’.

3.4

GEMEENTELIJK BELEID

3.4.1

Herijking Rooi(s)e Draad ‘De Rooi(s)e draad’ is de integrale strategische visie van Sint-Oedenrode. De oorspronkelijke visie is opgesteld in 2005 en heeft veel bouwstenen aangedragen voor de verdere ontwikkeling van de gemeente. Om de visie zo actueel mogelijk te houden is een herijking van ‘De Rooi(s)e draad’ opgesteld. Het gaat om een herijking en niet om een compleet nieuwe visie. Zodoende ligt de focus op de beleidsterreinen waar sprake is van een andere koers ten opzichte van de oorspronkelijke ‘De Rooi(s)e draad’. Het accent ligt bij de herijking op een drietal belangrijke thema’s: Woningbouw en Leefbaarheid; Vitaal Platteland; Economie en Ruimtelijke ontwikkeling. Vitaal platteland De visie met betrekking tot het vitaal platteland is het blijven vasthouden aan het groene imago als plattelandsgemeente. Daarnaast vindt een transitie in de landbouw plaats. De gemeente Meierijstad wil een groene gemeente zijn waar landbouw een belangrijke plaats in blijft nemen. Van belang hierbij is de samenwerking van de agrariërs en de overige huidige en potentieel toekomstige gebruikers van het landelijk gebied. Voor een vitaal platteland is een vitale agrarische sector van belang. Dat neemt niet weg dat de agrarische sector zal krimpen. Een substantieel aantal bedrijven zal de agrarische activiteiten beëindigen.

De gemeente richt zich daarom op een passende herontwikkeling van bestaande werklocaties in het buitengebied. Ondernemers krijgen de ruimte en benutten de mogelijkheden voor ruimtelijke transities passend bij de aard, schaal en gewenste kwaliteit van het landelijk gebied.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

24

De beoogde ontwikkeling voorziet in de beëindiging van een werklocatie in het buitengebied. Een intensieve veehouderij wordt beëindigd en twee ruimte-voor-ruimte woningen worden op deze locatie gerealiseerd. Zodoende past de beoogde ontwikkeling binnen de integrale strategische visie ‘De Rooi(s)e draad’. 3.4.2

Herziening Bebouwingsconcentraties Sint-Oedenrode 2012 De gemeente Meijerstad beschikt over beleid voor bebouwingsconcentraties voor het buitengebied van Sint-Oedenrode. Hierin zijn een aantal bebouwingsconcentraties aangewezen met de bijbehorende kenmerken. De Damianenweg is nog niet aangewezen als bebouwingsconcentratie, maar is wel als zodanig te typeren. De Damianenweg heeft de kenmerken van een solitair gelegen bebouwingslint. Het betreft namelijk een lijnvormige verzameling van bebouwing langs een weg buiten de dorpskern. Ook zijn er waardevolle doorzichten naar het landschap aanwezig, waardoor er contact is met het omliggende agrarisch gebied. Kenmerken 1. in een bebouwingsconcentratie is sprake van een menging van functies zoals, landbouwbedrijven (bestaand dan wel voormalig (VAB’s)), burgerwoningen en niet agrarische bedrijven; Er zijn twee agrarische bedrijven, een wijngaard, vier veehouderijen en drie burgerwoningen en vier woningen op het landgoed aanwezig in de huidige situatie. 2. De gebouwen zijn gegroepeerd gelegen aan een kruispunt van wegen of (dubbelzijdig) langs een weg gelegen, dan wel grenzend aan de bebouwde kom; De locatie is ten noorden van de bebouwde kom van Sint-Oedenrode gelegen aan een solitair lint met meerdere functies. De ontginningsstructuur van de locatie is hierbij duidelijk waarneembaar. 3.

een bebouwingsconcentratie vormt ruimtelijk of functioneel ensemble. Door de jonge zandontginning is een rationele verkavelingsstructuur ontstaan met noord-zuid georiënteerde houtwallen en zandpaden. De agrarische bedrijven en woningen liggen op een regelmatige afstand van elkaar, waardoor er sprake is van een ruimtelijk ensemble. 4. In een solitair bebouwingslint zijn vaak waardevolle doorzichten naar het landschap aanwezig.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

25

Met name aan de noordzijde zijn waardevolle doorzichten aanwezig, waardoor er contact is met het omliggende agrarische gebied. Aan de zuidzijde zijn er doorzichten aanwezig richting het agrarische gebied. Ten slotte is de vitaliteit van het buitengebied voor de gemeente van groot belang. Vitaliteit betekent in dit geval dat er ruimte wordt geboden aan passende ontwikkelingen in het buitengebied, onder voorwaarde dat dit gepaard gaat met maatregelen die het landschap versterken. De gemeente Meierijstad wil het beleid voor bebouwingsconcentraties verruimen en meer ruimte maken voor toekomstige ontwikkelingen gericht op het versterken van de kwaliteiten van het buitengebied. De kwaliteit van het landelijk gebied staat centraal en niet meer de scheiding van functies (ja, mits). Dit sluit aan bij de nieuwe koers van de provincie Noord-Brabant (De transitie van Stad en Platteland) en de strategische visie van de gemeente Meierijstad, zoals verwoord in de herijking van de Rooi(s)e Draad. De locatie is gelegen in een gebied waar transformatie plaatsvindt naar extensievere functies zoals natuur, recreatie en wonen (landgoederen en Ruimte-voor-Ruimte woningen). De beëindiging van de veehouderijactiviteiten en omschakeling naar wonen past hierbij en draagt bij aan de doelen die worden voorgestaan met het Masterplan ‘Vlagheide’.

Tevens past de voorgenomen ontwikkeling binnen de gemengde functies van het solitair gelegen bebouwingslint en is daarmee ruimtelijk aanvaardbaar.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

26

4 4.1

MILEUHYGIENISCHE EN PLANOLOGISCHE VERANTWOORDING

MER-BEOORDELING Hoewel het realiseren van woningen in beginsel onder onderdeel D (stedelijk ontwikkelingsproject, categorie D.11.2 met een drempelwaarde van 2.000 woningen) van de bijlage bij het Besluit m.e.r. valt, wordt de toevoeging van drie woningen niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Het Besluit m.e.r. is daarom niet van toepassing en een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling is niet nodig. Het plan kan doorgang vinden.

4.2

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in bestemmingsplannen aandacht te worden besteed aan de aspecten archeologie en cultuurhistorie. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vormt – samen met de nieuwe Omgevingswet – het nieuwe kader voor bescherming van het cultuurhistorisch erfgoed. Op grond van het overgangsrecht in de Erfgoedwet blijven bepaalde onderdelen van de Monumentenwet 1988 (waaronder de vergunningplicht voor monumenten, de bescherming van stads- en dorpsgezichten en de regelingen voor archeologie) ongewijzigd van toepassing tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op grond van artikel 3.1.6 lid 5 van het Besluit ruimtelijke ordening moeten gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen in de toelichting een beschrijving geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten (archeologische waarden) rekening is gehouden.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

27

4.2.1

Archeologie Het archeologiebeleid van de voormalige gemeente Sint-Oedenrode is verwerkt in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 2'. Door middel van een dubbelbestemming is aangegeven of een perceel een mogelijke archeologische waarde bezit. Het plangebied is niet gelegen in een gebied met archeologische verwachting. Er zijn daardoor geen belemmeringen voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling. Er geldt wel een algemene meldingsplicht (art. 5.10 van de Erfgoedwet) wanneer er zaken van belang gevonden worden.

4.2.2

Cultuurhistorie De provincie Noord-Brabant ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft de provincie haar ruimtelijke erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De Meierij Het plangebied is gelegen binnen De Meierij. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Daarnaast wordt De Meierij gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Een van de beeldbepalende aspecten van De Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. De provincie heeft de volgende ontwikkelingsstrategie bepaald voor De Meierij: Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio.

De cultuurhistorische waarden van De Meierij in hun samenhang ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief. Schijndelse en Rooijsche Heide Het gebied bestaat uit grootschalige heideontginningen met een rationeel patroon van wegen en waterlopen. Het bodemgebruik is bouwland en grasland. Het grote heidegebied tussen Schijndel en Sint-Oedenrode is

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

28

onderverdeeld in de Vlagheide, Schijndelsche Heide en Rooische Heide. Omstreeks 1850 is met de ontginning van het gebied begonnen. Verschillende bestaande en nieuwe wegen fungeerden als ontginningsassen: de Schijndelse Weg, de Koeveringse Weg, de Langstraat, de Scheidingsweg en de Schootse dijk. Parallel aan deze wegen en loodrecht erop werden nieuwe wegen en waterlopen aangelegd. De vierkante en rechthoekige blokken die zo ontstonden werden met sloten en greppels in percelen verdeeld. In eerste instantie werd er veel bos aangeplant en waren de landbouwpercelen voorzien van perceelrandbegroeiing. In de loop van de twintigste eeuw is deze begroeiing verdwenen en ontstond het uitgestrekte, zeer open landschap zoals dat nu bekend is. Groene Woud Het Groene Woud is een zwak golvend landschap waar dekzandruggen, lager gelegen beekdalen en broekgebieden elkaar afwisselen. In het pleistoceen zijn door de wind zand- en leemlagen afgezet. In deze tijd ontstond ook de brede, west-oost lopende dekzandrug die wel bekend staat als de Midden-Brabantse rug. De rug vormde een belemmering voor de afwatering in noordelijke richting. Ten noorden van Son en Breugel stroomt de Dommel door deze rug. Na afloop van de laatste ijstijd, in het holoceen, ontstond het bekenstelsel zoals we dat nu kennen. De beken traden veelvuldig buiten hun oevers en zetten in de dalen een laag sediment af.

In het holoceen ontstonden ook hier en daar kleine veengebieden. Op kleine schaal is veen gewonnen in de beekdalen en in dichtgegroeide vennen op de hogere gronden. De provincie heeft de volgende ontwikkelingsstrategie bepaald voor het Groene Woud: Het behoud van de kleinschalige karakteristieken; Eisen stellen aan de uitbreidingen van dorpskernen; De economische dragers afstemmen op de cultuurhistorische identiteit van het Groene Woud; Het vergroten van de cultuurhistorische waardering door het vergroten van de beleving. Door de stallen te slopen en daarvoor in de plaats twee ruimte-voor-ruimte woningen te realiseren, wordt zorgvuldig omgegaan met het ruimtegebruik. Bovendien wordt een intensieve veehouderij gesaneerd, welke minder passend is in het Groene Woud. Hierdoor neemt de beleving van het gebied toe. Het toekomstige aantal vierkante meters is lager dan het huidige aantal vierkante meters. De zichtlijnen naar het achter gelegen landschap blijven behouden. Het landschap van De Meierij en de Schijndelse en Rooijsche Heide en het Groene Woud blijft zodoende onaangetast.

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

29

Boerderij De boerderij welke op de locatie aanwezig is, betreft een wederopbouwboederij. De boerderij is niet opgenomen in de gemeentelijke monumentenlijst. Het Monumentenhuis Brabant heeft een redengevende omschrijving van de boerderij opgesteld. De conclusie van deze redengevende omschrijving is als volgt:

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

30

Zoals blijkt is de boerderij cultuurhistorisch waardevol. Hiermee is splitsing van de boerderij mogelijk. Uit het bijgevoegde schetsplan blijkt dat de splitsing bijdraagt aan het behoud van de cultuurhistorische waarden van de boerderij.

4.3

FLORA EN FAUNA Om te bepalen of er met de ontwikkeling mogelijk beschermde flora en fauna aangetast kan worden is er door Exlan een Quick Scan flora en fauna

Toelichting Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Damianenweg 24

31

uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 5 bij deze toelichting gevoegd. De conclusie van dit onderzoek is als volgt: Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Wet natuurbescherming, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Heeft de voorgenomen activiteit directe gevolgen op de voortplantingslocatie of standplaats? 2. Heeft de voorgenomen activiteit indirecte gevolgen op de voortplantingslocatie of standplaats? En welk deel van het leefgebied wordt aangetast? 3. Heeft de ingreep een invloed op individueel, lokaal, regionaal of Nederlands niveau? 4. Blijven er voldoende alternatieve leefgebieden in het plangebied of in de omgeving over waar de soort naar toe kan uitwijken? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding opgenomen en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er nagenoeg geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten.

Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. De verblijfsplaats van de kerkuil en de nesten van de Spreeuwen bevinden zich in de te slopen bebouwing. De nestkast ten behoeve van de kerkuil is voor het broedseizoen opgehangen. De nestkast is geplaatst op de in het plan van aanpak (bijlage 4) weergegeven locatie. De gebouwen worden buiten het broedseizoen gesloopt. Voor aanvang van de werkzaamheden, dient derhalve geen aanvullende onderzoek plaats te vinden. Een ontheffing met betrekking tot aantasting van beschermde soorten is mogelijk niet nodig. Er wordt namelijk een nestkast ten behoeve van de kerkuil voor het broedseizoen opgehangen. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Verordening natuurbescherming voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De algemene zorgplicht blijft onverminderd van toepassing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=fafc0d51-745d-4491-99c2-db361b159b61