CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting BP Buitengebied Sint-Oedenrode herziening Ollandseweg 153-155a

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a'21.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.12

Externe veiligheid Wettelijk kader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: ➢ Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); ➢ Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); ➢ Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop

- 56 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

Gemeente Meierijstad

nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Binnen het invloedsgebied is een verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. De specifieke eisen hieraan zijn vastgelegd in de besluiten Bevi, Bevb en Bevt. Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. Beschouwing risicobronnen Met behulp van de risicokaart is nagegaan of er risicobronnen aanwezig zijn die van invloed zijn op het plangebied (zie figuur 4.14). Uit de risicokaart blijkt, dat in de omgeving van het plangebied geen wegen, vaarwegen, spoorlijnen of inrichtingen zijn gelegen, waarvan een risicocontour over het plangebied is gelegen. Wel is in de omgeving van het plangebied een HD-aardgasleiding gelegen (Z-544-01). Daarnaast blijkt uit de risicokaart dat op de locatie Ollandseweg 159A een kwetsbaar object in de vorm van een loods met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 aanwezig is. Het betreft een gebouw waar zich veel mensen kunnen bevinden. De sanering van de varkenshouderij en de toevoeging van 2 burgerwoningen binnen het plangebied is echter niet van invloed op dit kwetsbare object.

plangebied

Figuur 4.14: Uitsnede Risicokaart met planlocatie (www.risicokaart.nl)

- 57 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

Gemeente Meierijstad

HD-aardgasleiding Ten zuiden van het plangebied is op ca. 70 meter van de te bouwen ruimtevoor-ruimte woningen de HD-aardgasleiding Z-544-01 gelegen. Het betreft een aardgasleiding met een uitwendige diameter van 368 mm en een maximale aardgasdruk van 4.000 kPa. Geconstateerd wordt dat het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing is. Plaatsgebonden risico Uit de risicokaart blijkt dat de leiding Z-544-01 geen plaatsgebonden risicocontour heeft. Het plaatsgebonden risico van de leiding vormt derhalve geen belemmering voor het plan. Groepsrisico Bij HD-aardgasleidingen wordt het maatgevend scenario gevormd door een beschadiging van de transportleiding. Hierdoor komt gas vrij, dat na ontsteking een fakkelbrand vormt met een grote warmtestraling tot gevolg. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen wordt onderscheid gemaakt tussen de zone 100% letaliteit en de zone 1% letaliteit. Dit is overgenomen in het planologisch toetsingskader. Het bij de diameter en druk van de leiding (Z-544-01) behorende invloedsgebied (1% letaliteit) bedraagt 170 meter. De 100% letaliteitscontour van de leiding bedraagt 80 meter. De nieuw te bouwen ruimte-voor-ruimte woningen zijn gelegen op ca. 70 meter van genoemde HD-aardgasleiding.

het plangebied valt hiermee binnen de 100% letaliteitscontour van de aardgasleiding Z-544-01 en liggen binnen de 100% letaliteitscontour van deze buisleiding. Het plan is buiten de belemmeringenstrook van 5 meter gelegen zodat de vestiging van kwetsbare objecten onder voorwaarden is toe te staan. Aangezien de planlocatie binnen de 100% letaliteitsgrens van de buisleiding is gelegen, dient conform artikel 12 van het Bevb een volledige verantwoording van het groepsrisico aan het plan te worden toegevoegd. Er kan volstaan worden met een beperkte verantwoording conform artikel 12 lid 3 Bevb indien onderbouwd wordt dat, door de verandering: • het groepsrisico, gelet op de dichtheid van personen, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of • het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, niet met meer dan tien procent toeneemt en de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, niet wordt overschreden. Verantwoording groepsrisico De omgeving betreft een zeer dun bevolkt gebied waardoor kan worden aangenomen dat het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 keer de oriëntatie-waarde.

- 58 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

Gemeente Meierijstad

Gelet hierop kan worden volstaan met een beperkte verantwoording waarbij alleen wordt ingegaan op de bestrijdbaarheid en de zelfredzaamheid. Bij de Veiligheidsregio Brabant Noord is advies opgevraagd (in het kader van art. 12 lid 2 Bevb) over de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en bestrijdbaarheid van de gevolgen van een ramp in het invloedsgebied. Het advies van de Veiligheidsregio is verwerkt in de (beperkte) verantwoording van het groepsrisico en is als bijlage bij voorliggende toelichting gevoegd. Beoordeling bestrijdbaarheid Het relevante scenario i.r.t. het plangebied is een fakkelbrand. Bij HD-aardgasleidingen wordt het maatgevend scenario gevormd door een beschadiging van de transportleiding. Vanwege (graaf)werkzaamheden ontstaat een breuk in een hogedruk aardgasleiding. Het aardgas stroomt onder hoge druk uit. Het brandbare gas ontsteekt waardoor een fakkelbrand optreedt. De effecten van een fakkelbrand zijn hittestraling en rook. De afstand van de te realiseren woningen tot de buisleiding bedraagt ongeveer 70 meter. Op deze afstand zijn slachtoffers te verwachten. Voor het scenario fakkelbrand bij de buisleiding is de bestrijdbaarheid slecht. Bij een incident met een buisleiding kan de fakkelbrand alleen worden bestreden door de toevoer dicht te draaien. Hiervoor dient contact opgenomen te worden met de leidingbeheerder en dit kost veel tijd.

De brandweer kan tot de leiding is afgesloten niet handelend optreden. Als de buisleiding is afgesloten kunnen de hulpverleningsdiensten zich richten op het redden van slachtoffers en het blussen van secundaire branden. Tot die tijd zijn de bewoners op zichzelf aangewezen. Beoordeling zelfredzaamheid Voor het scenario fakkelbrand is vluchten het beste handelingsperspectief. Dit betekent dat aanwezigen op tijd gealarmeerd en geïnstrueerd moeten worden en er voldoende vluchtwegen van de risicobron aflopend aanwezig moeten zijn. Nabij het plangebied kan via de Ollandseweg de andere kant op worden gevlucht. Mocht een incident recht achter de woningen plaatsvinden kan via de Ollandseweg naar de Brugse Kampen worden gevlucht. De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid zijn goed. Er worden geen niet- of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied gehuisvest. De aanwezigen zijn normaal gesproken in staat om zelfstandig conform instructies bijvoorbeeld via NL-Alert te reageren. Het aantal mensen in het plangebied is beperkt.

- 59 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

Gemeente Meierijstad

Advies Veiligheidsregio De veiligheidsregio adviseert om de volgende maatregelen te nemen om de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen. •

Informeer de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van- en het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger. Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat een incident plaats vindt direct weten hoe te handelen, dit heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid.

Conclusie Er zijn hiermee geen belemmeringen vanuit externe veiligheid voor onderhavig initiatief.

4.13

Verkeer en parkeren In de nieuwe situatie is er sprake van vier burgerwoningen binnen het plangebied. Het betreft twee bestaande woningen en twee nieuw toe te voegen burgerwoningen. Als gevolg van de toevoeging van deze twee vrijstaande burgerwoningen vindt een toename van 8,2 verkeersbewegingen per etmaal per woning plaats, conform de CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. In de nieuwe situatie is hiermee, op basis van bovengenoemde kencijfers, voor de vier woningen sprake van in totaal 33 verkeersbewegingen per dag. Hiertegenover staat dat door de definitieve beëindiging en sanering van de varkenshouderij, waarmee de verkeersbewegingen met vrachtverkeer komen te vervallen. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de situatie verkeerskundig nauwelijks wijzigt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De beschikbare capaciteit van de omliggende infrastructuur is met de huidige intensiteiten ruim voldoende om de toekomstige minimale toename van het aantal bewegingen van licht verkeer vlot en veilig te verwerken Voor de twee naar burgerwoning om te zetten bedrijfswoningen is en blijft op eigen terrein voldoende ruimte voor parkeren. Bij de nieuw te realiseren woningen wordt voorzien in de realisatie van 3 parkeerplaatsen op eigen terrein.

Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen voor een vrijstaande woning in het buitengebied, zoals door de gemeente Meierijstad vastgelegd in haar nota ´Parkeernormen Meierijstad 2018´.

- 60 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

Gemeente Meierijstad

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt hiermee geen belemmering voor voorliggend initiatief.

4.14

Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden tussen enerzijds gevoelige bestemmingen (zoals woningen) en anderzijds percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Uit diezelfde rechtspraak volgt dat dit een locatie specifiek onderzoek moeten zijn. De eerste 35 meter van de agrarische gronden ten oosten van de nieuw te bouwen woningen zijn in eigendom van initiatiefnemers. De gronden die hier aangrenzend aan gelegen zijn, zijn in eigendom van het pluimveebedrijf aan Ollandseweg 142. Deze gronden worden niet gebruikt ten behoeve van boomteelt maar wel ten behoeve van akkerbouw. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat ook hier gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden toegepast. Met het plan vinden er echter geen wijzigingen ten aanzien van het aspect spuitzones plaats die het woon- en leefklimaat negatief beïnvloeden.

Conclusie Het aspect spuitzones vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.15

Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. De laatste jaren is hier meer aandacht voor, mede omdat er statistische aanwijzingen zijn (dus geen aangetoond oorzakelijk verband) dat de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen mogelijk van invloed kunnen zijn op de gezondheid van kinderen. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 microTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het Rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij

- 61 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

Gemeente Meierijstad

kinderen (tot 15 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen van meer dan 0,4 microTesla. In het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de magneetveldzone. Dit betekent dat, zoals hierboven reeds aangegeven is, voorkomen moet worden dat er gevoelige functies binnen een zone van een hoogspanningslijn komen te liggen. Is dit wel het geval, dan moet een zorgvuldige afweging plaatsvinden. Het RIVM heeft een kaart ontwikkeld waarop indicatieve zones voor magneetvelden van alle bovengrondse hoogspanningslijnen zijn opgenomen. De indicatieve zones zijn de meest ruime afstanden waar rekening mee moet worden gehouden. Uit deze kaart blijkt dat de planlocatie op ruime afstand van de hoogspanningslijnen is gelegen, buiten de indicatieve zone. Conclusie Het aspect hoogspanningslijnen vormt hiermee geen belemmering voor onderhavig initiatief.

- 62 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

5.

Gemeente Meierijstad

Juridische planopzet

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch – planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van de gronden en gebouwen binnen het plangebied. In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op de systematiek en de inhoud van de bestemmingen van het bestemmingsplan.

5.1

Plansystematiek Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’ is conform de eisen van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) opgesteld. Naast de wettelijke eisen uit de Wro is in dit bestemmingsplan, om de consistentie met de vigerende bestemmingsplannen te waarborgen, voor de opzet en inhoud van de regels aangesloten bij het bestemmingsplan Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening 4 van de gemeente Sint-Oedenrode. Tevens voldoet het plan aan de eisen van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012.

5.2

Opbouw van de regels In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Hieronder wordt de systematiek, opbouw en indeling van de regels kort toegelicht. 1. Inleidende regels Begrippen: In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten: Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan.

- 63 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

Gemeente Meierijstad

2. Bestemmingsregels In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels: In de bouwregels worden voor alle belangrijkste bouwwerken (hoofd-gebouwen), bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Nadere eisen: Een aanvullend stelsel van nadere eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen. Deze regeling heeft tot doel op een later tijdstip dan bij de totstandkoming van het plan te bezien of op bepaalde punten een nadere eis in het concrete geval noodzakelijk is. Conform de jurisprudentie dienen de regels al een primaire eis te bevatten. Afwijken van de bouwregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de bouwregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik/welke activiteiten in ieder geval strijdig zijn met de bestemming.

Daarbij zijn niet alle mogelijke strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Afwijken van de gebruiksregels: In deze bepaling wordt een opsomming gegeven van de gebruiksregels waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken. Deze bevoegdheid wordt objectief begrensd en bevat duidelijke criteria. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden: In een aantal enkelbestemmingen en het merendeel van de dubbel-bestemmingen is een (aanleg)vergunningregeling opgenomen voor de gronden gelegen binnen de beschermingszone van een leiding, binnen de beschermingszone van de natte natuurparel en ter bescherming van eventueel aanwezige archeo-

- 64 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

Gemeente Meierijstad

logische waarden Hierin worden bepaalde werken en/of werkzaamheden vergunningplichtig gesteld. Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele maatstaven. Wijzigingsbevoegdheid: In deze bepaling is burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. De wijzigingsbevoegdheid die bij de bestemming zelf is opgenomen, is uitsluitend van toepassing op die bestemming. 3. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen omtrent bebouwingsgrenzen en geluidzones. Algemene gebruiksregels: In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van functies die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels in het plan waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene wijzigingsregels: In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de mogelijkheden voor het college van burgemeester en wethouders om de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen te wijzigen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Overige procedureregels: In deze artikelen zijn algemene procedureregels opgenomen voor het stellen van nadere eisen.

- 65 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

Gemeente Meierijstad

4. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: In dit artikel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.

5.3

Bestemmingen In voorliggend bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Agrarisch met waarden – Landschapswaarden De voor 'Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden, in het kader van bedrijfsmatige agrarische activiteiten, in de vorm van grondgebonden agrarische bodemexploitatie en daarnaast voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de natuurwaarden, landschapswaarden en de waterhuishoudkundige waarden in het algemeen, groenvoorzieningen, extensief recreatief medegebruik, productiegerichte paardenhouderijen en overige agrarische bedrijven. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapwaarden’ mag uitsluitend ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. Bouwwerken zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan tenzij anders is bepaald. Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor woondoeleinden, aan-huis-verbonden beroepen en aan-huis-verbonden bedrijven. Naast deze doeleinden zijn uiteraard bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, parkeervoorzieningen etc. toegestaan. Binnen de bestemming ‘Wonen’ mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. Er zijn specifieke bouwregels opgenomen voor het bouwen van hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Zo bedraagt de maximum toegestane oppervlakte aan bijgebouwen per woning 150 m2 en bedraagt de maximale inhoud van de ruimtevoor-ruimte woningen 900 m3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats en afmeting van de bebouwing. Daarnaast zijn bevoegdheden opgenomen tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels en de gebruiksregels.

- 66 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

Gemeente Meierijstad

Waarde – Archeologie 3 De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de middelhoge archeologische verwachtingswaarden van de gronden. Voor het bouwen op de gronden binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ dient de aanvrager een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 50 m2 en dieper dan 0,3 m., een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht. Waterstaat – Attentiegebied EHS De voor 'Waterstaat – Attentiegebied EHS' aangegeven gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische waarden.

Op gronden binnen de bestemming ‘Waterstaat – Attentiegebied EHS’ is voor het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 wordt gewijzigd of waarbij maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, voor het omzetten van grond of het uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,5 cm, voor het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of door bemaling/bronnering en voor het aanleggen, dempen of wijzigen van oppervlaktewateren een omgevingsvergunning vereist. Hierop zijn enkele uitzonderingen van kracht.

- 67 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

6.

Gemeente Meierijstad

Haalbaarheid en procedure

In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van voorliggend bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Economische haalbaarheid De ontwikkeling bevindt zich op eigen terrein van initiatiefnemer en komt buiten de directe invloedssfeer van de gemeente tot stand. Alle kosten verbonden aan de realisatie van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer. Artikel 6.12 lid 1 Wro verplicht de gemeente een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop bepaalde bouwactiviteiten zijn voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn de bouwactiviteiten genoemd waarvoor het vaststellen van een exploitatieplan verplicht is. De in voorliggend pan opgenomen ontwikkelingen behoren tot deze in het Bro genoemde bouwactiviteiten. Op basis van artikel 6.12 lid 2a Wro is het vaststellen van een exploitatieplan echter niet verplicht indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In onderhavig geval worden door initiatiefnemer en de gemeente Meierijstad nadere afspraken over het kostenverhaal gemaakt in een te sluiten anterieure overeenkomst, waarmee het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is.

6.2

Maatschappelijke haalbaarheid Zoals nader uitgewerkt in paragraaf 2.4 van voorliggende toelichting heeft voorafgaand aan het opstellen van onderhavig plan een omgevingsdialoog plaatsgevonden met de eigenaren van de aangrenzende percelen. De verslagleggingen van de omgevingsdialoog zijn als bijlage opgenomen bij voorliggende toelichting. Bijna alle omwonenden hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’ is daarnaast conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden aan het waterschap. Tevens is vooroverleg bij de provincie aangevraagd middels het e-formulier.

- 68 -

Bestemmingsplan ´Buitengebied Sint-Oedenrode, herziening Ollandseweg 153-155a’

6.3

Gemeente Meierijstad

Procedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan, na behandeling in het college van burgemeester en wethouders, gepubliceerd wordt en zes weken ter inzage wordt gelegd. Belanghebbenden kunnen in die zes weken hun zienswijze kenbaar maken bij de gemeente. Binnen twaalf weken na afloop van de termijn dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast. Daarbij worden de ingediende zienswijzen betrokken. Tegen de vaststelling van een bestemmingsplan staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

- 69 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=0dd25414-07bb-4f5a-a713-3378ef32e01f