Toelichting Blankenburg 2 Brabant Water
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ Gemeente Meierijstad
Colofon [Titel] Titel: Opdrachtgever:
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ Brabant Water
Auteur(s): Versie: Kenmerk: Datum:
NvdH Vastgesteld BWVE/2023/C01 Maart 2024
Hambakenwetering 5, Toren B Etage 4, 5231 DD ’s-Hertogenbosch Tel 073 744 0182 | info@ditisdeessentie.nl | www.ditisdeessentie.nl
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 2 van 39
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................................... 6
1.1
Aanleiding ......................................................................................................................................... 6
1.2
Ligging plangebied ............................................................................................................................ 6
1.3
Geldend bestemmingsplan ............................................................................................................... 7
1.4
Leeswijzer ......................................................................................................................................... 9
2
Planbeschrijving ........................................................................................................................... 10
2.1
Huidige situatie plangebied ............................................................................................................. 10
2.2
Het initiatief ..................................................................................................................................... 13
3
Beleidskader .................................................................................................................................. 16
3.1
Rijk .................................................................................................................................................. 16
3.1.1
Nationale omgevingsvisie ............................................................................................................... 16
3.1.2
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening .............................................................. 16
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................................................ 17
3.2
Provincie ......................................................................................................................................... 18
3.2.1
Omgevingsvisie noord-brabant ....................................................................................................... 18
3.2.2
interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ............................................................................... 18
3.3
Gemeente ....................................................................................................................................... 23
3.3.1
Structuurvisie Veghel 2030 ............................................................................................................. 23
4
Planologische en milieuaspecten ................................................................................................ 24
4.1
Milieueffectrapportage en vormvrije MER-beoordeling ................................................................... 24
4.2
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................................ 25
4.3
Geluid.............................................................................................................................................. 26
4.4
Verkeer en parkeren ....................................................................................................................... 26
4.5
Externe veiligheid ............................................................................................................................ 27
4.6
Luchtkwaliteit................................................................................................................................... 28
4.7
Bodem............................................................................................................................................. 28
4.8
Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................................... 29
4.9
Ecologie .......................................................................................................................................... 29
4.10
Water .............................................................................................................................................. 32
4.11
Kabels en leidingen ......................................................................................................................... 33
4.12
Geur ................................................................................................................................................ 34
4.13
Gezondheid ..................................................................................................................................... 34
5
Juridische planbeschrijving ......................................................................................................... 36
5.1
Verantwoording planvorm ............................................................................................................... 36
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 3 van 39
5.2
Algemene toelichting verbeelding ................................................................................................... 36
5.3
Algemene toelichting regels ............................................................................................................ 36
6
Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................. 38
6.1
Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................................... 38
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................... 38
6.3
Procedure ....................................................................................................................................... 38
Bijlages
39
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 4 van 39
Opbouw Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, verbeelding en planregels. De verbeelding en de regels vormen de juridische basis van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsook de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen en aanduidingen weergegeven. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft geen juridische status maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan alsmede bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 5 van 39
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Aan de Blankenburg 2-4 te Veghel is een bedrijfslocatie van Brabant Water gevestigd. De bedrijfsvoering omvat de winning van grondwater, de zuivering tot drinkwater en de distributie ervan. Het bedrijf bestaat uit een kleinschalig bedrijventerrein waar de bedrijfsactiviteiten voor de zuivering en doorvoer plaatsvinden, in het omliggende bosgebied vindt de daadwerkelijke waterwinning plaats door middel van winputten. Via deze winputten wordt water gewonnen wat daarna op het bedrijventerrein wordt gezuiverd. Na de zuivering heeft het water de kwaliteit van drinkwater, vanuit het bedrijventerrein wordt het water gedistribueerd naar omliggende bedrijven, huishoudens en andere partijen. Met oog op de toekomst en de daarbij horende bevolkings- en woninggroei zal Brabant Water in het voorzieningsgebied op den duur niet meer kunnen voldoen aan de vraag. Op dit moment wordt de vergunde onttrekkingscapaciteit niet volledig benut. Brabant Water wil de drinkwaterproductie verhogen maar blijft binnen de kaders van de onttrekkingsvergunning. Het huidige bestemmingsplan heeft de mogelijkheid om de maximum vergunde hoeveelheid grondwater te onttrekken en in het beoogde bestemmingsplan wordt deze capaciteit niet vergroot.
Brabant Water is echter voornemens om het bedrijf ruimtelijke aanpassingen door te voeren, zoals het realiseren van een nieuw zuiveringsgebouw en het slaan van nieuwe winputten om de winning beter te verdelen over een groter gebied. Deze ruimtelijke ingrepen passen niet binnen de geldende bestemmingsplannen. Door middel van een nieuw bestemmingsplan wordt de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. De bestemmingsplanprocedure wordt doorlopen volgens artikel 3.1 van de Wet Ruimtelijke Ordening.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied bestaat uit twee locaties op het terrein van Brabant Water. In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied globaal weergeven. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Veghel, sectie N. Voor de noordelijke geldt kadasternummer 2361. Voor de zuidelijke locatie gelden de kadasternummers 1627, 461, 483, 2076 & 1521.
figuur 1.1: ligging plangebied (rood omkaderd)
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 6 van 39
1.3
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied zijn verschillende bestemmingsplannen geldig. Voor de noordelijke locatie is het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld op 22 oktober 2015) geldig. Op basis van dit bestemmingsplan is hier de enkelbestemming ‘Bedrijf – Waterwinbedrijf’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ van toepassing, zie figuur 1.2. Daarnaast zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – waterwingebied’, ‘boringsvrije zone’, ‘bos’, ‘leefgebied amfibieën’, ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ en ‘vrijwaringszone – radar’ van toepassing. Ook zijn de bestemmingsplannen ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’ (vastgesteld op 31 januari 2019) en ‘Harmonisatie van diverse regelingen – laaghangend fruit’ (vastgesteld op 27 januari 2021) van toepassing.
Figuur 1.1: Uitsnede van het geldende bestemmingsplan van de noordelijke locatie. Binnen de enkelbestemming ‘Bedrijf – Waterwinbedrijf’ zijn bedrijfsgebouwen toegestaan met een maximale gooten bouwhoogte tot respectievelijk 17,5 en 22,5 meter. De nieuwbouw die gerealiseerd past binnen de gebruiksen bouwregels van deze bestemming, echter zorgt de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – waterwingebied’ voor een extra beperking van de bouwmogelijkheden op deze locatie. De gebiedsaanduiding beperkt de bouwmogelijkheden tot een maximale bouwhoogte van 2,5 meter. Door deze gebiedsaanduiding is het niet mogelijk het beoogde bedrijfsgebouw te realiseren. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'boringsvrije zone' zijn behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bedoeld voor het behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Voor deze gronden gelden de regels zoals opgenomen in de Interim omgevingsverordening (IOV).
Voor de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘vrijwaringszone – radar’ wordt de maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne, waarvan de hoogteligging ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (voor Volkel 49 meter ten opzichte van N.A.P.), oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen op 15 kilometer vanaf voornoemde radarantenne. De vliegbasis Volkel is gelegen op circa 8 kilometer van de projectlocatie. Gezien de relatief grote afstand tot het plangebied stelt deze aanduiding geen restricties aan het planvoornemen. Ter plaatse van de gebiedsbestemming ‘bos’ is het college van Burgemeester en wethouders bevoegd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gronden te wijzigen in de bestemming 'Bedrijf' met een specifieke aanduiding gerelateerd aan de beoogde activiteit(en), teneinde een niet-agrarisch bedrijf toe te staan, met inachtneming van bepaalde voorwaarden. In voorliggend geval is reeds sprake van de enkelbestemming ‘Bedrijf – Waterwinbedrijf’. De betreffende gebiedsaanduiding is derhalve niet relevant voor de haalbaarheid van het plan.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 7 van 39
De gebiedsaanduidingen ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ en ‘leefgebied amfibieen’ hebben beiden betrekking tot gronden met respectievelijk de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch met waarden’. Op de locatie waar die nieuwbouw gerealiseerd zal worden is zoals eerder aangegeven de huidige bestemming ‘Bedrijf- Waterwinbedrijf’. Deze gebiedsaanduidingen zijn dus niet relevant voor de haalbaarheid van het plan. De te realiseren nieuwbouw is alleen in strijd met de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – waterwingebied’. Dit omdat de bouwhoogte door deze gebiedsaanduiding het niet mogelijk maakt om een bouwwerk hoger dan 2,5 meter te realiseren. Het bestemmingsplan kent geen wijzigings- of afwijkmogelijkheden. Hierdoor is het noodzakelijk een partiele herziening van het bestemmingsplan te doorlopen. Op de zuidelijke locatie gelden verschillende bestemmingsplannen. Deze locatie is weergegeven in figuur 1.3. Aan de noordwestelijke zijde geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, Herziening Erpseweg 8 en 9’ (vastgesteld op 24 september 2020), aan de zuidelijke zijde bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Ham 6’ (vastgesteld op 3 januari 2013) en in de noordoostelijke rand bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (vastgesteld op 22 oktober 2015).
Figuur 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplannen zuidelijke locatie. De gronden van het plangebied, gelegen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, Herziening Erpseweg 8 en 9’ kennen de enkelbestemming ‘Natuur’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Aanvullend zijn de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – waterwingebied’, ‘vrijwaringszone – radar’ en ‘wetgevingszone – boringsvrije zone’ opgenomen. Binnen de gebiedsaanduiding ‘milieuzone – waterwingebied’ is het mogelijk voorzieningen te realiseren ten behoeve van o.a. openbare drinkwatervoorzieningen. Hierbij is bebouwing ten behoeve van deze functie toegestaan tot een maximale bouwhoogte van 2,5 meter. De gronden ter plaatse van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Ham 6’ kennen de enkelbestemming ‘Natuur – Landgoed’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Aanvullend zijn de gebiedsaanduidingen ‘boringszone’, ‘milieuzone - waterwingebied’ en ‘vrijwaringszone – radar’ van toepassing. Het realiseren van winputten is hier onder voorwaarden toegestaan. Ter plaatse van de gronden die deel uitmaken van bestemmingsplan ‘Buitengebied’ geldt de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Aanvullend zijn de gebiedsaanduidingen ‘boringszone’, ‘dagrecreatie’, ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied 2’ en ‘vrijwaringszone – radar’ van toepassing.
De aanduiding met betrekking op het verwevingsgebied levert beperkingen voor vestiging van intensieve veehouderijen. Het winnen van drinkwater is hier niet toegestaan. Ter plaatse van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Veghel, Herziening Erpseweg 8 en 9’ is het beoogde waterwingebied reeds planologisch toegestaan. Ter plaatse van de bestemmingsplannen ‘Buitengebied, herziening Ham 6’ e ‘Buitengebied’ is het waterwingebied niet direct mogelijk. Om de waterwinning mogelijk te maken en de het plangebied te conformeren wordt deze partiële herziening van de geldende bestemmingsplanen doorlopen.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 8 van 39
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het plan nader omschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het beleid van verschillende overheden. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het plan getoetst aan de hand van planologische en milieuthema’s als archeologie, geluid, bodem etc. Hoofdstuk 5 vormt de juridische toelichting van verschillende delen van het bestemmingsplan. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te volgen procedure komen in hoofdstuk 6 aan de orde. Hoofdstuk 7 dient als conclusie waarin de planologische afweging van het initiatief wordt gemaakt.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 9 van 39
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie plangebied
Het plangebied ligt ten oosten van Veghel aan de Erpseweg en Blankenburg. Het plangebied is onderdeel van de waterproductielocatie van Brabant Water. De locatie bestaat uit een bedrijventerrein en een waterwingebied, zie figuur 2.1.
Figuur 2.1: Huidige situatie Brabant Water Veghel. Bedrijfsactiviteiten Brabant Water Ter plaatse van het bedrijventerrein wordt het water gezuiverd, de pH-waarde op een constant niveau gebracht en het water onthard. Op het terrein zijn installaties gelegen voor ontharding, zuivering, spoelwaterterugwinning, energievoorziening en distributiepompen. Naast deze installaties zijn er ook kantoren, een kantineruimte en opslagruimte aanwezig in de bebouwing. Ter plaatse van het waterwingebied wordt het grondwater omhoog gepompt en via buisleidingen naar de bebouwing getransporteerd. Het hoofddoel van deze gronden is het omhoog pompen van water ter plaatse van de winputten. Het nevendoel is een natuurlijke omgeving waarbij er geen risico’s ontstaan voor de waterkwaliteit. Daarom is er op deze kavels bos gelegen met paden naar de winputten toe. Na zuivering wordt het water vervoert naar bedrijven, woningen en andere partijen die behoefte hebben aan drinkwater. Voor de bedrijfsprocessen, waaronder het ontharden van het opgepompte grondwater, zijn verschillende chemicaliën noodzakelijk. Het ontharden (terugbrengen kalkconcentratie) vindt plaats om de kwaliteit van het water te verhogen en de ongemakken gekoppeld aan kalkaanslag bij gebruikers te verminderen.
De filters worden met water gereinigd, dit spoelwater wordt ter beschikking gesteld aan agrarische ondernemers in de omgeving om hun gronden te irrigeren. Het bedrijventerrein bestaat uit verschillende bedrijfsgebouwen en kantoren, zie figuur 2.2. Naast de moderne gebouwen zijn tevens nog cultuurhistorisch waardevolle gebouwen aanwezig. Het zijn de originele bedrijfsgebouwen van de waterproductielocatie, gebouwd tussen 1942 en 1957. De bebouwing is gesitueerd om het zogenoemde middenplein waar men bij het betreden van de ingang aan het einde van de Blankenburg direct op
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 10 van 39
terecht komt. De hoofdvorm en details van de gebouwen zijn gaaf bewaard gebleven. In de huidige situatie zijn de oude pomp- en filtergebouwen op één gebouw na nog altijd in gebruik. Dit ene gebouw is getransformeerd naar een kantoorfunctie. Hiernaast is een magazijngebouw en een bedrijfswoning aanwezig. In figuur 2.3 is een foto van de cultuurhistorische bedrijfsgebouwen opgenomen.
Figuur 2.2: Impressie bedrijfslocatie Brabant Water.
Figuur 2.3: Cultuurhistorisch waardevolle bedrijfsgebouwen. Noordelijke gedeelte plangebied Het noordelijke gedeelte van het plangebied is in de huidige situatie onderdeel van het bedrijventerrein van Brabant Water. De locatie ligt achter de cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en het huidige zuiveringsgebouw. Deze locatie is momenteel volledig onbebouwd, er is vegetatie aanwezig in de vorm van gras en enkele kleine bomen, zie figuur 2.4.
Figuur 2.4: Huidige situatie noordelijk gedeelte plangebied.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 11 van 39
Zuidelijke gedeelte plangebied Het zuidelijke gedeelte van het plangebied is momenteel in gebruik als agrarisch gebied, met name grasland. Zie figuur 2.5.
Figuur 2.5: Impressie huidige situatie van het zuidelijk gedeelte van het plangebied. Dit gedeelte van het plangebied staat direct onder invloed van enkele andere ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving, namelijk de ontwikkeling van Landgoed Stiphorst, Van de Beeten BV en de woonwijk Veghels Buiten, zie figuur 2.6. Landgoed Stiphorst en de verplichte landschappelijke inpassing van Van de Beeten BV vinden plaats op de gronden van Brabant Water. Hierover zijn tussen Brabant Water, de gemeente en de eigenaren van Van de Beeten BV en Landgoed Stiphorst afspraken gemaakt. Brabant Water is verantwoordelijk voor de aanleg en onderhoud van de landschappelijke inpassing van Van de Beeten BV en Landgoed Stiphorst. De woonwijk Veghels Buiten heeft niet direct invloed op het plangebied maar is wel een belangrijke ontwikkeling in de omgeving.
Veghels Buiten
Figuur 2.6: Het plangebied rood omlijnd met daarin en daaromheen ruimtelijke ontwikkelingen aangegeven..
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 12 van 39
2.2
Het initiatief
De vraag naar drinkwater stijgt door onder andere klimaatverandering, bevolkingsgroei en economische ontwikkelingen. Om een tekort aan drinkwater te voorkomen is het noodzakelijk voor Brabant Water om hun bedrijfslocatie waar drinkwater wordt gewonnen en gereinigd ruimtelijk gezien uit te breiden. De vraag naar drinkwater wordt in de toekomst alleen maar groter, Brabant Water is verplicht hierin te voorzien om een tekort aan schoon drinkwater te kunnen voorkomen. De beoogde ontwikkeling is dus noodzakelijk voor het kunnen behouden van de levering van voldoende schoon drinkwater. De ontwikkeling ziet toe op het verhogen van de huidige productiecapaciteit van 1.800 m³ drinkwater per uur naar 3.200 m³ per uur. Aan het bedrijf Brabant Water is een ontrekkingsvergunning verleend voor de productie van 15.700.000 m³ per jaar (met een maximum van 2.355.000 m³ per maand, 117.750 m³ per dag en 5.900 m³ per uur). Brabant Water wil de productie opschalen tot 3.200 m³ per uur. Dit ligt nog ver onder de onttrekkingsvergunning van 5.900 m³ per uur. Tevens varieert de waterproductie door verschillende omstandigheden van het grondwater en zal niet constant de productiecapaciteit gehaald worden van 3.200 m³ per uur. De beoogde ontwikkeling blijft daardoor binnen de kaders van de afgegeven vergunning.
Er zijn enkele ruimtelijke ingrepen uit te voeren en het huidige productieproces te vernieuwen en optimaliseren. Deze ruimtelijke ingrepen bestaan uit het realiseren van een nieuw zuiveringsgebouw, en het boren van nieuwe winputten om de winning beter te verdelen over een groter gebied. Noordelijke gedeelte plangebied Het verhogen van de drinkwaterproductie valt ook samen met een noodzakelijke vernieuwing van de huidige bedrijfsactiviteiten van het zuiveringsproces. Het aanpassen en uitbreiden van de huidige productiefaciliteiten is geen duurzame en toekomstbestendige optie. Daarom dient een nieuwe zuivering op de locatie gerealiseerd te worden. Gedurende de bouwperiode moet de huidige zuivering ongestoord door draaien. Een bouwhoogte van circa 17 meter is benodigd om de waterzuiveringsinstallatie goed te kunnen laten functioneren en dure pompfases te voorkomen door toepassing van zwaartekracht. Navolgende figuur geeft een impressie van de uitstraling van het beoogde gebouw.
Figuur 2.7: Impressie en referentie van het nieuwe zuiveringsgebouw. Zuidelijke gedeelte plangebied Om de waterwinning beter te verdelen over een groter gebied worden nieuwe winputten geboord. Om deze winputten te kunnen laten werken zijn er enkele WinSchakelGebouwen (WSG) nodig. In onderstaande figuren zijn vergelijkbare winputten en WSG weergegeven op een andere locatie van Brabant Water. Er worden 10 winputten en twee WSG gerealiseerd. Recent zijn de standaard afmetingen van WSG gewijzigd. De bouwhoogte van 2,5 meter is gewijzigd naar 3 meter. Deze bouwhoogte is derhalve overgenomen in de ‘milieuzone – waterwingebied’ in de regels van dit bestemmingsplan.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 13 van 39
Figuur 2.8: Voorbeelden van desbetreffende winputten.
Figuur 2.9: Voorbeelden van desbetreffende WinSchakelGebouwen. De nieuw te realiseren winputten worden via een leiding verbonden met het nieuwe zuiveringsgebouw in het noordelijke gedeelte van het plangebied. De Erpseweg vormt een fysieke afscheiding tussen de twee gebieden. Een nieuwe verbinding onder de Erpseweg zal nodig zijn om het gewonnen grondwater naar de nieuwe waterzuiveringsinstallatie te pompen. In figuur 2.10 is de verbinding tussen de twee gebieden ingetekend. De verbinding wordt gemaakt doormiddel van een boring onder de weg en het bosgebied door. Ter hoogte van het pad op locatie van de huidige waterwinputten zal de buis de grond in gaan. In totaal zal de leiding tot onder de 12 meter onder het maaiveld komen. Op deze manier zullen er geen bomen te hoeven worden gekapt en zullen er geen grote aantastingen plaatsvinden aan de wortels van de bomen ten noorden van de Erpseweg. Het concept boorprofiel van deze boring is weergegeven in figuur 2.11.
Figuur 2.10: Verbinding tussen winputten en zuiveringsinstallatie.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 14 van 39
Figuur 2.11: Boorprofiel verbinding tussen winputten en zuiveringsinstallatie.
Een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van het zuidelijk gedeelte van het plangebied is de landschappelijke inpassing. In deze landschappelijke inpassing moeten de verplichtingen en inrichtingsvereisten van de ontwikkelingen van Van de Beeten BV en Landgoed Stiphorst worden gerealiseerd. Een ontwerp van de landschappelijke inpassing is uitgewerkt en weergegeven in figuur 2.12 en als bijlage opgenomen. Deze inpassing is tevens als bijlage bij de regels van dit bestemmingsplan opgenomen zodat de realisatie en instandhouding juridisch-planologisch geborgd is. Met dit landschappelijk inpassingsplan wordt aan alle inchtingsverplichtingen voldaan en levert de ontwikkeling van Brabant Water op deze plek een duidelijke ruimtelijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie.
Figuur 2.12: Landschappelijk inpassingsplan.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 15 van 39
3
Beleidskader
Bij het ontwikkelen van een project heeft de initiatiefnemer te maken met beleidskaders van het rijk maar bijvoorbeeld ook provinciale overheid. Het is van belang dat de ontwikkeling in lijn is met de regels en visies die deze partijen hebben opgesteld. Navolgend worden relevante stukken uit deze regels en visies beschreven op nationale, provinciale en gemeentelijke schaal. Tot slot wordt er getoetst of de ontwikkeling passend is binnen het gebied.
3.1
Rijk
3.1.1
NATIONALE OMGEVINGSVISIE
De nationale omgevingsvisie (NOVI) laat gewenste ontwikkelingen zien binnen de leefomgeving. Er worden onder andere onderwerpen behandeld als duurzaamheid, mobiliteit, gezonde en veilige leefomgeving, waterkwaliteit, drinkwatervoorziening en natuur/biodiversiteit. Dit zijn nationale belangen. Wat moet hiervoor gebeuren en waar wordt rekening mee gehouden? Dit is wat de nationale omgevingsvisie beschrijft. Het vijftiende belang van het rijk wordt als volgt beschreven: Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. In de nationale omgevingsvisie komt drinkwater/zoetwater/waterkwaliteit een aantal keer aan bod. De watervraag neemt op vele plekken alsmaar toe. Het is van belang om huidige drinkwaterbronnen te beschermen om aan de oplopende vraag van zoetwater te kunnen voldoen. In hoofdstuk 4.2.4 van de nationale omgevingsvisie worden een van de prioriteiten omschreven van het rijk: “Daarnaast waarborgen we een duurzame drinkwatervoorziening en zorgen we voor voldoende nieuwe en alternatieve bronnen om ook in de toekomst over voldoende drinkwater te beschikken.” Het rijk benadrukt het feit dat alle bestuurslagen hun eigen taak hebben in het bevorderen van de watervoorzieningen en de kwaliteit hiervan. Wel stimuleert het rijk met financiële middelen en kennisontwikkeling.
Doorwerking plangebied In de nationale omgevingsvisie wordt het waarborgen van een goede waterkwaliteit en voldoende beschikbaarheid van zoetwater dus meerdere malen genoemd. Het uitbreiden van de locatie van Brabant Water zorgt voor extra productiecapaciteit van schoon drinkwater, de uitbreiding sluit dus aan bij de nationale omgevingsvisie.
3.1.2
BESLUIT EN REGELING ALGEMENE REGELS RUIMTELIJKE ORDENING
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en de bijbehorende ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) borgen de nationale belangen uit de SVIR door de doorvertaling in juridische kaders. De projectlocatie ligt binnen een radarverstoringsgebied. Dit heeft te maken met de naastgelegen vliegbasis Volkel, dit is een militair luchtvaartterrein. Voor het bouwen op deze locatie gelden beperkingen door de aanwezige radar. De maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied wordt bepaald door een denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf de top van de radarantenne. In het geval van vliegbasis Volkel ligt deze top op 49 meter t.o.v. NAP. De lijn die wordt getrokken loopt op met 0,25 graden tot een afstand van 15 kilometer verder vanaf de radarantenne. In figuur 3.1 is een schematische weergave te zien van de bovengenoemde regels opgesteld in ‘Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (ministeriele regeling)’.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 16 van 39
Figuur 3.1: Schematische weergave radarverstoringsgebied. Doorwerking plangebied Het plangebied ligt op ongeveer 10 kilometer afstand vanaf de radar van vliegbasis Volkel. De beoogde nieuwbouw komt niet boven 22,5 meter uit ten opzichte van het maaiveld, deze ligt op plaats van de nieuwbouw op 9,73m t.o.v.. NAP. Wanneer dit opgeteld wordt komt de nieuwbouw niet boven de top van de radar uit. Ook als de nieuwbouw dus zeer dichtbij de radar gebouwd zou worden zou dit geen belemmeringen opleveren. Verder zijn er geen aandachtspunten in de BARRO of RARRO aanwezig.
3.1.3
LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING
De Ladder voor duurzame verstedelijking is op 1 oktober 2012 in werking getreden. De toepassing van de Ladder heeft tot onduidelijkheid geleid bij overheden, juristen en planologen. Derhalve is de wet gewijzigd. Deze wijziging is van kracht sinds 1 juli 2017. De Ladder is een instrument waarmee tot een gebalanceerde regionale ontwikkeling kan worden gekomen. De kernbepaling van de nieuwe Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Sinds de inwerkingtreding van de nieuwe Ladder moeten plannen en projectbesluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken hieraan worden getoetst. In artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Bro wordt een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling gegeven. Een stedelijke ontwikkeling is een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
De Laddertoets geldt alleen voor de toevoeging van nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Bij ontwikkelingen moet worden beoordeeld of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan kon worden gerealiseerd. Omdat het voorliggende bestemmingsplan een wijziging van een bedrijfsperceel mogelijk maakt kán sprake zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Doorwerking plangebied Een bedrijf is in principe een stedelijke functie. Echter is hier sprake van een zeer specifiek bestaand bedrijf dat afhankelijk is van de locatie waar het ligt, namelijk de mogelijkheid tot het produceren van drinkwater op basis van geologische kenmerken. Het bedrijf is locatiegebonden en daarmee is het niet mogelijk het bedrijf op een andere locatie te realiseren. Daarnaast is het geen nieuwvestiging, maar een ruimtelijke aanpassing van de huidige bebouwingsmogelijkheden. Het nieuwe zuiveringsgebouw komt binnen de huidige bedrijfsbestemming te liggen waardoor geen sprake is van nieuw ruimtebeslag. Het nieuwe winveld is geen stedelijke functie. Geconcludeerd kan worden dat voorzien wordt in een behoefte door het bestaand drinkwaterproductiebedrijf te moderniseren. Daardoor kan het waterwinbedrijf blijven voorzien in de behoefte voor schoon drinkwater.
Deze functie kan niet
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 17 van 39
worden opgevangen binnen het bestaand stedelijk gebied. Het initiatief voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provincie
3.2.1
OMGEVINGSVISIE NOORD-BRABANT
In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het NoordBrabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven te onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: • Werken aan de Brabantse energietransitie • Werken aan een klimaatproof Brabant • Werken aan de slimme netwerkstad • Werken aan een concurrerende, duurzame economie Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijn doel te halen? De afgelopen decennia stond bij de provincie op een zorgvuldige wijze accommoderen van de groei van de bevolking, economie en mobiliteit centraal. In de komende decennia is dit het toekomstbestendig maken van dorpen en steden. Er werd gefocust op groei, nu de opgave om dit allemaal zo duurzaam en toekomstbestendig mogelijk te maken.
Het ‘up to date’ houden van bestaand stedelijk gebied is volgens de provincie essentieel voor een duurzame, sociale en economische ontwikkeling van de dorpen en steden van Brabant. Naast de vier hoofdopgaven voor 2050 wil Brabant een goede omgevingskwaliteit en leefbaarheid behouden en bevorderen. Hierbij hoort ook klimaatadaptatie, uitbreiding en verbetering van steden. Dit zal leiden tot groeiend stedelijk gebied. Maar ook andere opgaves staan voor Brabant op de planning, zoals voorop blijven op het gebied van agrarische kennis en productie. Doorwerking plangebied De provincie doelt op meer woningen op een duurzame manier, maar ook op het toekomstbestendig maken van Noord-Brabant. Er is veel groei geweest, maar om bij te blijven moeten er dus systemen ‘up to date’ gehouden worden zoals in de omgevingsvisie Noord-Brabant beschreven staat. Het aanpassen van de locatie van Brabant Water sluit dus aan bij de omgevingsvisie. Sterker nog, wanneer de locatie niet ‘up to date’ wordt gehouden kan er niet worden voldaan aan de vraag naar drinkwater. Het plan is in lijn met de Omgevingsvisie.
3.2.2
INTERIM OMGEVINGSVERORDENING NOORD-BRABANT
De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Doorwerking plangebied De Interim omgevingsverordening heeft het plangebied aangewezen als ‘Landeljik gebied’ en ‘Waterwingebied’, daarnaast vinden werkzaamheden plaats in gronden die zijn aangewezen als ‘Natuur Netwerk Nederland’. Navolgend worden relevante artikelen ten aanzien van de ontwikkeling uiteengezet.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 18 van 39
In het Landelijk worden regels gesteld aan de vestiging van nieuwe en uitbreiding van bestaande niet-agrarische functies. In dit geval wordt de bestaande locatie op onderdelen aangepast. De productiecapaciteit van drinkwater wordt vergroot maar dit was al mogelijk binnen de huidige onttrekkingsvergunning en bestemmingsplan. De aanpassingen (nieuw zuiveringsgebouw en winputten) leiden niet tot een uitbreiding van het bedrijfsperceel. Het nieuwe zuiveringsgebouw ligt namelijk in de bestemming ‘Bedrijf’ en de nieuwe waterwinputten ten zuiden van de Erpseweg passen binnen het waterwingebied. Het plangebied ligt namelijk in een gebied dat is aangegeven als ‘Waterwingebied’, zie figuur 3.3. In artikel 4.16 zijn regels gesteld aan ontwikkelingen in dit gebied.
Figuur 3.2: Uitsnede zone Landelijk gebied.
figuur 3.3: Uitsnede waterwingebieden
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 19 van 39
Binnen deze zone geldt artikel 4.16. Artikel 4.16 Waterwingebied Lid 1 Een omgevingsplan van toepassing op Waterwingebied strekt uitsluitend tot instandhouding van de openbare drinkwatervoorziening waarbij tevens de toedeling van een functie voor natuur of bos is toegestaan. Lid 2 Het omgevingsplan, bedoeld in het eerste, lid stelt regels die: a. het risico op schade aan de bodem en het zich daarin bevindende grondwater voorkomen; en b. het gebruik van uitloogbare materialen verbieden. De ontwikkeling van de nieuwe waterwinputten vinden plaats in het Waterwingebied en is daarmee volledig in lijn met artikel 4.16. Daarnaast zijn in de algemene regels van de omgevingsverordening (artikel 2.1) een aantal aandachtspunten opgenomen over de zorgplicht in een waterwingebied. Zo is bijvoorbeeld het gebruik van mest op de bodem binnen dit gebied verboden. Dit om geen risico’s te nemen met betrekking tot de kwaliteit van het grondwater. Het gebruik van geringe hoeveelheden van deze stoffen is toegestaan voor groenonderhoud en tuinieren, mits dit de bodemlagen niet aantast. Alle werkzaamheden in en/of op de bodem binnen een waterwingebied zijn verboden. Dit om de kwaliteit van het grondwater te waarborgen. Ten behoeve van het winnen van water door Brabant Water wordt bebouwing opgericht die in lijn is met de bestemming voor het waterwingebied.
Met het toekomstige gebruik wordt rekening gehouden met de gebruiksregels ten aanzien van uitloogbare materialen en mest. Het plangebied is in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland, zie figuur 3.4.
Figuur 3.4: Uitsnede zone Natuur en stiltegebieden.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 20 van 39
De regels binnen dit gebied zorgt voor het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken. De volgende regels van artikel 3.15, 3.16 en 3.17 zijn van belang: Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; b. bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe. Lid 2 Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan . Lid 3 Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid.
Artikel 3.16 Externe werking Natuur Netwerk Brabant Lid 1 In aanvulling op de Wet natuurbescherming bepaalt een bestemmingsplan dat een ontwikkeling toelaat in Stedelijk Gebied of in Landelijk Gebied, die een aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant, dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd, overeenkomstig Artikel 3.22 Compensatie. Lid 2 Op de overdraai van de wieken van een windturbine die buiten het Natuur Netwerk Brabant staat, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. Lid 3 Het eerste lid is niet van toepassing op een aantasting door de verspreiding van stoffen in lucht of water. Artikel 3.17 Afwijkende regels ontwikkelingen in Natuur Netwerk Brabant Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant kan een ontwikkeling toelaten als is voldaan aan de voorwaarden gesteld voor: a. nieuwe ontwikkelingen in het Natuur Netwerk Brabant, overeenkomstig Artikel 3.18; b. het nee, tenzij-principe, overeenkomstig Artikel 3.19; c. de saldo-benadering, overeenkomstig Artikel 3.20; d. een kleinschalige uitbreiding, overeenkomstig Artikel 3.21. Lid 2 Het eerste lid is niet van toepassing op Natura 2000 - gebied. De bouw van het nieuwe gebouw en aanleg van het winputtenveld vindt niet plaats in het NNN maar wel in de directe omgeving daarvan.
Door de afstand van slechts 10 m tussen het NNN en het plangebied voor de nieuwbouw en de vermoedelijke noodzaak om grondwaterbemaling toe te passen om de nieuwbouw te realiseren treedt mogelijk externe werking op het NNN op. Ook bij de aanleg van het leidingentracé en het winputtenveld is bemaling mogelijk noodzakelijk. Een verlaging van de grondwaterstand kan leiden tot verdroging van het NNN. Ook in de gebruiksfase kan extra wateronttrekking door het winputtenveld leiden tot een effect op de grondwaterstanden in het NNN. De tijdelijke transportroute loopt grotendeels over een bestaand bospad (dit pad loopt tussen Het Melven en Melvert, ook wel Bolst pad genoemd) fdat net buiten de begrenzing van het NNN valt. De laatste 30 meter bij de aansluiting op Het Melven maakt ook het bospad onderdeel uit van het NNN. Het noordelijke deel van het leidingentracé loopt midden door het NNN. Dit leidingtracé wordt wel gerealiseerd op een bestaand bospad waardoor er
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 21 van 39
direct negatief effect ontstaan. De bestaande asfaltverharding wordt verwijdert om kabels en leidingen te leggen, waarna halfverharding wordt aangelegd. Dit is uiteindelijk een positieve ontwikkeling. Op ca. 80 meter tot de Erpseweg houdt dit pad op en is het een aaneengesloten bosgebied. Vanaf dit punt wordt een gestuurde boring geplaatst die de buis op een diepte van 12 m-mv onder de bomen en de Erpseweg stuurt naar het nieuwe wingebied. Op figuur 3.5 is aangegeven tot welk punt de leiding bovengronds loopt en waar deze overgaat in een gestuurde boring. Door de diepte van deze boring worden de bomen ondergronds niet beschadigd. Voor deze ingrepen is een ‘nee, tenzij toets’ noodzakelijk. Deze toets wordt in een latere projectfase uitgevoerd in verband met het bemalingsadvies en de concrete planuitwerking.
Figuur 3.5: Locatie buisverbinding winputten te Erpseweg en nieuwbouw te Blankenbrug met daarnaast de ligging van Natuur Netwerk Nederland.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 22 van 39
3.3
Gemeente
3.3.1
STRUCTUURVISIE VEGHEL 2030
De structuurvisie gemeente Veghel is op 19 december 2013 in werking getreden. Deze structuurvisie heeft betrekking op de periode tot 2030. De structuurvisie focust op bijvoorbeeld een goede sociale cohesie, bedrijvigheid en de toekomst hiervan in gemeente Veghel, duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Doorwerking plangebied Voor het onderdeel landschap, groen en water is een visiekaart opgesteld, deze is te zien in figuur 3.6. Het deel in het noorden van de projectlocatie is aangeduid als ‘bos, park en natuur’. De gronden waar de winputten gerealiseerd zullen gaan worden in het zuiden van het plangebied staat gemarkeerd met een blauwe ster. Deze staat aangegeven als ‘uitbreiden waterwingebied ten zuiden van Blankens Kerkhof’.
Figuur 3.6: uitsnede visiekaart.. De uitbreiding van de drinkwaterproductie staat al sinds 2013 op de politieke agenda binnen de structuurvisie Veghel 2030. Na bijna tien jaar op de agenda te hebben gestaan zal er middels dit bestemmingsplan dan nu uitvoering gegeven worden aan de uitbreiding van het waterproductiebedrijf aan de Erpseweg. Het uitbreiden van de huidige locatie van Brabant Water is dus in lijn met de structuurvisie Veghel 2030.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 23 van 39
4
Planologische en milieuaspecten
Een bestuursorgaan dient bij voorbereiding van een besluit de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen, zo wordt beschreven in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Ten behoeve van de realisatie van de gewenste ontwikkeling en ter onderbouwing van het plan zijn de relevante planologische en milieu aspecten uitgewerkt. Deze aspecten komen in de volgende paragrafen aan bod.
4.1
Milieueffectrapportage en vormvrije MER-beoordeling
Een voornemen dient te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit MER waaruit blijkt of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER) en de bijbehorende procedure (MER) is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten waarbij het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. In juli 2017 is het gewijzigde Besluit MER in werking getreden. De vraag of door voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen veroorzaakt kunnen worden staat centraal bij het beoordelen of een MER moet worden uitgevoerd. Bij het Besluit MER is een bijlage opgenomen waarin de criteria voor een MER-plicht (onderdeel C) en een MERbeoordelingsplicht (onderdeel D) staan. Een beoordelingsplicht houdt in dat moet worden nagegaan of er sprake is van (mogelijke) belangrijke milieugevolgen. Als deze niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een MERplicht. De onderdelen C en D zijn onderverdeeld in 4 kolommen: • Kolom 1: de activiteit zelf • Kolom 2: drempelwaarden activiteit • Kolom 3: de kaderstellende plannen (zoals een bestemmingsplan) • Kolom 4: de besluiten De drempelwaarden van activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D zijn indicatief.
Indien een activiteit wordt genoemd in onderdeel D, maar beneden de drempelwaarde van kolom 2 valt, moet een vormvrije MER-beoordeling plaatsvinden. Dit geldt zowel voor kaderstellende plannen, zoals een bestemmingsplan, als voor besluiten. Doorwerking plangebied De betreffende inrichting is onderdeel van het grondwateronttrekkingsproces van Brabant Water. Het onttrekken van grondwater is in het Besluit MER als activiteit opgenomen en verdeeld onder categorie C15.1 en D15.2. Als de voorziening betrekking heeft op een hoeveelheid water van 10 miljoen m3 of meer per jaar is categorie C 15.1 van toepassing en als de voorziening betrekking heeft op een hoeveelheid water van 1,5 miljoen m³ of meer per jaar is categorie D15.2 van toepassing. Onder deze hoeveelheden is de vormvrije-MER van toepassing. Daarnaast betreft de de voorgenomen activiteit de wijziging van een bedrijfsperceel. Dit kan worden aangemerkt als stedelijk ontwikkelingsproject, welke is vermeld onder categorie D 11.2. De m.e.r.-plicht kan zoals hierboven beschreven voort komen uit categorie C15.1: de onttrekking van grondwater uit de bodem (of wijziging van deze onttrekking), met (meer dan) 10 miljoen m³ per jaar. Is dit het geval dan geldt een m.e.r.-plicht voor de onttrekkingsvergunning en daarmee een plan-m.e.r.-plicht voor het ruimtelijke plan dat dit mogelijk maakt (zoals een bestemmingsplan).
Bij minder dan 10 miljoen m³ maar meer dan 1,5 miljoen m³ geldt de m.e.r.-beoordelingsplicht voor de vergunning (categorie D15.2) en daarmee ook de plan-m.e.r.-plicht voor onder meer een bestemmingsplan. De m.e.r plicht geldt voor: de infiltratie van water in de bodem of onttrekking van grondwater aan de bodem alsmede de wijziging of uitbreiding van bestaande infiltraties en onttrekkingen.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 24 van 39
De ontwikkeling ziet toe op het verhogen van de huidige productiecapaciteit van 1.800 m³ drinkwater per uur naar 3.200 m³ per uur. Brabant Water is in het bezit van een ontrekkingsvergunning verleend voor de productie van 15.700.000 m³ per jaar (met een maximum van 2.355.000 m³ per maand, 117.750 m³ per dag en 5.900 m³ per uur). Brabant water wil de huidige productie opschalen tot 3.200 m³ per uur met een maximum van 12.265.000 m³ op jaarbasis. Dit ligt nog ruim onder de vigerende onttrekkingsvergunning van 5.900 m³ per uur en het maximum van 15.700.000 m³ op jaarbasis. Tevens varieert de waterproductie door verschillende omstandigheden van het grondwater en zal niet constant de maximale productiecapaciteit gehaald worden van 3.200 m³ per uur. De beoogde ontwikkeling blijft daardoor binnen de kaders van de afgegeven vergunning. Volgens deze kaders is het bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig, gelet op C-15.1 (en D15.2), omdat het bestemmingsplan gelet op de maximale mogelijkheden een kader biedt voor toekomstige watervergunning(en) die kunnen voorzien in een uitbreiding van de bestaande grondwateronttrekking. De plan-m.e.r.-verplichting is echter niet aan de orde door één-op-één inpassing van de bestaande situatie en de bestaande m.e.r.-plichtige besluiten, te weten de onttrekkingsvergunningen.
Daarom is in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen dat bij het gebruik van de gronden en opstallen in het terrein binnen de kaders (hoeveelheden) van de vigerende onttrekkingsvergunningen gebleven dient te worden. Bij deze één-op-één inpassing van de watervergunning dient wel een (informele) project m.e.r.-beoordelingsprocedure doorlopen te worden. Daarnaast wordt een nieuw zuiveringsgebouw gerealiseerd. Dit kan gekenmerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject. Een stedelijk ontwikkelingsproject valt onder categorie D11.2 en is m.e.r.-beoordelingsplichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer omvat. Omdat het bedrijfsvloeroppervlakte niet groter is dan 200.000 m², is er geen m.e.r.-beoordeling nodig. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient evenwel de informele project-m.e.r.-beoordelingsplicht uitgevoerd te worden. Gezien het voorgaande is een vormvrije m.e.r-beoordeling in de vorm van een aanmeldnotitie opgesteld. Deze is als bijlage bij dit bestemmingsplan opgenomen. Hierin wordt geconcludeerd dat het plan geen relevante milieugevolgen kent.
Er wordt geadviseerd een gemeentelijk besluit voor te bereiden, waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van dit bestemmingsplan geen milieueffectrapportage wordt vereist.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Milieuzonering wordt toegepast om te beoordelen of bedrijven wat betreft milieuhygiënische aspecten voldoende afstand hebben tot gevoelige locaties en andersom. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven op een locatie op voldoende afstand van woningen komen en dat gevoelige functies (zoals nieuwe woningen) op een aanvaardbare afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen dient twee doelen, ten eerste het zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen, ten tweede bedrijven voldoende zekerheid bieden zodat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG, editie 2009 wordt hierbij als hulpmiddel gebruikt. In deze handreiking worden bedrijfssectoren opgenomen in een tabel en worden de bijbehorende milieucategorieën weergegeven. De richtafstanden uit deze publicatie zijn groter naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. De VNG-publicatie geeft niet aan wat wel en niet is toegestaan, de afstanden behorende bij de milieucategorieën zijn indicatief. Een gemeente is vrij om zelf te bepalen wat in welke mate wenselijk is.
Doorwerking plangebied Het nieuwe zuiveringsgebouw valt onder een bedrijf gericht op de winning en/of distributie van grondwater voor de openbare drinkwatervoorziening wordt conform de VNG-publicatie beschouwd als categorie “waterwinning-/ bereidingsbedrijf met chloorbleekloog e.d. en/of straling” (SBI 1993:41:36:A) en kent de milieucategorie 3.1 en bijhorende een richtafstand van 50 meter in een omgevingstype rustige woonwijk. In de huidige bedrijfsactiviteiten is géén sprake van toepassing van chloorgas. In de bedrijfsvoering wordt wel chloorbleekloog toegepast ter desinfectie. In de toekomstige situatie wijzigt dit niet en geldt milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter voor geluid, 30 meter voor gevaar en 10 meter voor geur. De pompen in het pompgebouw en de pompen in de reinwaterkelders vallen in de categorie 'waterdistributie(bedrijven) met een pompvermogen < 1 MW' met een milieucategorie 2, of in de categorie 'waterdistributie(bedrijven) met een pompvermogen 1-15 MW') met een milieucategorie 3.2. Pompen met een vermogen > 15 MW (milieucategorie 4.2) komen niet voor. Bij deze categorie hoort een grootste richtafstand van 50 meter. Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 25 van 39
Het dichtstbijzijnde milieugevoelige object ligt op ca. 690 meter van de nieuwe zuiveringsinstallatie (de bedrijfswoning Het Melven 5). Dit ligt dus voor alle categorieën ruim buiten de richtafstanden van milieucategorie 3.1 en 3.2 De waterwinputten worden conform de VNG-publicatie beschouwd als de categorie ‘Waterwinning-/ bereidingbedrijven’, bij deze categorie zijn geen richtafstanden opgenomen. Er is voor deze activiteit dan ook geen sprake van milieuhinder. Daarnaast worden in het plangebied zelf geen milieugevoelige functies ontwikkeld waardoor het plan geen negatief effect heeft op de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor dit planvoornemen.
4.3
Geluid
De normstelling voor geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en de Wet luchtvaart. Het betreft normen voor industrielawaai, weg- en railverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. Er wordt uitgegaan van voorkeursgrenswaarden, waarvan in een aantal gevallen met ontheffing tot een bepaalde maximum hoogte, mag worden afgeweken. De normstelling heeft tot doel nieuwe geluidhindersituaties en daarmee gezondheidsschade te voorkomen. Om dit doel te bereiken worden zones gedefinieerd, waarbinnen plannen met geluidgevoelige bestemmingen moeten worden getoetst aan de normen. Volgens de Wet geluidhinder gelden er voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Bij de voorkeursgrenswaarde mag worden verondersteld dat het percentage gehinderden beperkt is. Wanneer een maximale ontheffingswaarde wordt overschreden dan is er sprake van een locatie die in beginsel niet geschikt is voor de vestiging van een geluidgevoelige bestemming. Bij plannen met geluidbelastingen in de bandbreedte tussen voorkeursgrenswaarde en maximale ontheffingswaarde moet er een nadere afweging worden gemaakt in hoeverre bron- en/of overdrachtmaatregelen kunnen worden getroffen om de geluidbelastingen te beperken. Voorbeelden van bronmaatregelen zijn een stiller wegdek en een verlaging van de snelheid bij auto's. Geluidschermen en geluidwallen zijn voorbeelden van overdrachtsmaatregelen.
Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling voorziet niet in een geluidsgevoelige functie die getoetst moeten worden aan de Wet geluidhinder. Er worden daarnaast geen nieuwe wegen aangelegd en er is geen sprake van dusdanige verkeersgeneratie, dat mogelijk sprake kan zijn van reconstructie van bestaande wegen conform de Wet geluidhinder. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar wegverkeerlawaai is derhalve niet noodzakelijk. Het aspect geluid vormt hiermee geen belemmering voor de haalbaarheid van het plan.
4.4
Verkeer en parkeren
Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op de parkeervraag en het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen op treden en of dit een effect heeft op de parkeervraag en de verkeersgeneratie. De gemeente Meierijstad heeft haar parkeerbeleid geregeld middels het bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan parkeren’, vastgesteld op 31 januari 2019. Het 'Paraplubestemmingsplan parkeren' heeft tot doelstelling om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Meierijstad, de juridische link te leggen met “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel vanuit maken. Er dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden. Voor het realiseren van voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' als vastgesteld op 18 december 2018, te worden gevolgd. Ten aanzien van de verkeersgeneratie dient gebruik te worden gemaakt van de meest recente CROW-publicatie.
Toelichting ‘Buitengebied Veghel, herziening Blankenburg 2-4’ - Vastgesteld
Pagina 26 van 39
Doorwerking plangebied In het plangebied wordt momenteel op eigen terrein geparkeerd. Met dit bestemmingsplan is feitelijk geen sprake van een functiewijziging en dus neemt de parkeerdruk niet toe ten opzichte van de huidige situatie. Er vindt weliswaar een ruimtelijke uitbreiding uit en de productiecapaciteit wordt vergroot maar dit leidt niet tot een grotere verkeersgeneratie en parkeerbehoefte. Het gaat hierbij om vrachtverkeer voor de aan- en afvoer van hulp- en reststoffen, dit zijn in de huidige situatie enkele tientallen vrachtwagens per jaar en dit wordt niet verhoogd. Het wegennet kan dit in de huidige situatie al gemakkelijk verwerken. Daarnaast is er meer dan voldoende ruimte om in afdoende autoparkeerplaatsen te voorzien. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het plan.
4.5
Externe veiligheid
Het landelijk beleid met betrekking tot externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: • het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen door bedrijven (inrichtingen); • het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, waterwegen, spoorwegen en buisleidingen); • het gebruik van luchthavens. Dat gebeurt onder andere om te voorkomen dat te dicht bij kwetsbare bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, om de zelfredzaamheid te bevorderen en om de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Voor ruimtelijke ontwikkelingen moet getoetst worden aan het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Doorwerking plangebied Het plangebied is gelegen aan de Erpseweg. Over het traject Udenseweg-Erpseweg-Boerdonksedijk is sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen. De vervoersfrequentie over deze wegen is echter dusdanig laag dat er geen sprake is van een plaatsgebonden risicocontour buiten de weg. In de omgeving van de projectlocatie is geen sprake van gevaarlijke inrichtingen. De beoogde ontwikkeling betreft zelf ook geen risicovolle inrichting.