Toelichting bestemmingsplan Zijtaart-Zuid
Tekst van het document
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregel(s) In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en de slotregel opgenomen: Overgangsrecht: bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsregel houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Een hardheidsclausule is opgenomen zodat het bevoegd gezag kan afwijken van het overgangsrecht voor gebruik. Slotregel: deze regel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.3 Toelichting op de bestemmingen Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit de volgende bestemmingen. Agrarisch De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik, hobbymatig agrarisch gebruik en extensief dagrecreatief medegebruik. Onder agrarisch grondgebruik wordt verstaan het gebruik van grond dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder agrarische houtteelt, en/of door middel van het houden van dieren. Binnen deze bestemming zijn gebouwen niet toegestaan. Wel zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan, mits zij voldaan aan de gegeven maatvoeringen. Voor de toekomstige uitbreiding van Zijtaart-Zuid (fase B) is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van de ontwikkeling van grondgebonden woningen. Binnen deze wijzigingsbevoegdheid zijn vrijstaande, twee-aaneen en aaneengebouwde woningen toegestaan. Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid dient te worden voldaan aan het gemeentelijk woningbouwprogramma.
Hoofdstuk 5
55
Woongebied De gronden ten behoeve van de ontwikkeling Zijtaart-Zuid fase A zijn voorzien van de bestemming ‘Woongebied’. Deze bestemming heeft een globaal karakter en bevat zodoende veel flexibiliteit. Dit is wenselijk, omdat de bouwplannen voor dit gebied nog niet voldoende vastliggen. Zo is bijvoorbeeld de exacte situering van de nieuwe woningen en de groenruimte nog niet bepaald. Omdat de toekomstige invulling van het woongebied nog onduidelijk is, wordt enige vrijheid geboden. Er is dan ook gekozen om voor het gebied de bestemming ‘Woongebied’ toe te passen. Binnen de bestemming ‘Woongebied’ is ruimte voor zowel vrijstaande, twee-aaneengebouwde en aaneengebouwde woningen. In de bouwregels is verder bepaald dat de goot- en bouwhoogte van woningen niet meer mag bedragen dan respectievelijk 6,5 en 10 meter. Daarnaast zijn maatvoeringseisen opgenomen ten aanzien van de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens. Deze bedraagt in de basis 3 meter. Hoofdgebouwen dienen op een afstand van minimaal 3 meter achter de voorste perceelgrens te worden gebouwd. Voorts is de maximale diepte van het hoofdgebouw van de verschillende woningtypologieën opgenomen. Voor bijbehorende bouwwerken is aangesloten bij de gemeentelijke standaard en de landelijke wetgeving voor vergunningsvrij bouwen.
Bijbehorende bouwwerken mogen in principe alleen in het achtererfgebied en het bebouwbaar deel van het zij-erf worden opgericht, met een maximum van 250 m² (afhankelijk van de perceelsgrootte) en 50% van het bebouwingsgebied. Het bebouwingsgebied bestaat uit het achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, niet zijnde het oorspronkelijke hoofdgebouw, alsmede het bebouwbaar deel van het zij-erf. In het voorerfgebied mogen uitsluitend erkers en/of entreeportalen worden gebouwd. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen, is een maximale maatvoering opgenomen. Hierbij is bepaald dat erfafscheidingen in het achtererfgebied tot een hoogte van 2 meter mogen worden opgericht. Voor het overige deel van het perceel (voor de voorgevel) geldt dat erfafscheidingen tot 1 meter hoogte mogen worden opgericht. In de gebruiksregels van de bestemming ‘Woongebied’ is bepaald dat het aantal woningen binnen de bestemming niet meer dan 50 mag bedragen. Om flexibiliteit te behouden is hiervoor een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om het aantal woningen te vergroten naar maximaal 60 woningen. Bij toepassing van deze afwijkingsbevoegdheid dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan het gemeentelijk woningbouwprogramma. Voor het publiekrechtelijk borgen van aantal aspecten zoals akoestiek en waterberging is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels.
Ook voor de landschappelijke inpassing is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Tot slot wordt binnen de bestemming ‘Woongebied’ ook kleinschalige bedrijvigheid in de vorm van een aan-huis-verbonden beroep toegestaan.
Hoofdstuk 5
56
5.4 Gebiedsaanduidingen In het voorliggend bestemmingsplan zijn de volgende gebiedsaanduidingen opgenomen binnen de bestemming ‘Agrarisch’ conform het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Vrijwaringszone – radar Het plangebied is gelegen binnen het beperkingengebied van militair luchthaven Volkel. Dit houdt dat de maximale hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne, waarvan de hoogteligging ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (voor Volkel 49 meter ten opzichte van N.A.P.), oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf voornoemde radarantenne.
Hoofdstuk 5
57
6.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
6.1 Economische uitvoerbaarheid De gemeente Meierijstad is eigenaar van de gronden binnen het plangebied. De gemeentelijke kosten verbonden aan de planvorming worden verrekend in de verkoopprijs. Dit geldt ook voor de kosten van bouw- en woonrijp maken van het plangebied en eventuele planschade. De kosten verbonden aan de bouw van de woningen komen voor rekening van de ontwikkelende partij. Het is momenteel nog onbekend wie de ontwikkelende partij wordt.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is. Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende partijen overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: Vooroverleg; Inspraak; Vaststellingsprocedure. 6.2.1 Vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De partijen die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan worden geïnformeerd. In voorliggend geval betreffen dit: Het waterschap Aa en Maas, provincie Noord-Brabant, De veiligheidsregio en de Dorpsraad Zijtaart.
Het Waterschap heeft gevraagd in de bestemmingsomschrijving van iedere bestemming ‘waterhuishoudkundige voorzieningen’ toe te voegen. Dit is toegevoegd in het ontwerp bestemmingsplan. De provincie heeft gevraagd de onderdelen van het bestemmingsplan die nog niet in overeenstemming waren met de Interim omgevingsverordening (onder andere regionale afstemming en landschappelijke inpassing) aan te passen. Dit is aangepast in het ontwerp bestemmingplan.
Hoofdstuk 6
58
6.2.2 Inspraak De Wro zelf bevat geen bepalingen omtrent inspraak. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze en aan wie de mogelijkheid wordt geboden hun mening kenbaar te maken. Dit plan wordt niet voor inspraak in procedure gebracht. 6.2.3 Vaststellingsprocedure De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Als onderdeel van deze procedure heeft het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken van 13 november 2020 tot en met 24 december 2020 ter inzage gelegd voor zienswijzen. In deze periode is één zienswijze ingediend door de provincie Noord-Brabant. De reactie van de provincie en de beantwoording van de gemeente zijn samengevat in de ‘Notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan Zijtaart-Zuid’, welke is opgenomen als bijlage. Naar aanleiding van de zienswijze zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan. Tevens zijn enkele ambtelijke wijzigingen doorgevoerd. Hiervoor wordt verwezen naar de bijlage.
Hoofdstuk 6
59
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeer Bijlage 3: Quickscan flora en fauna Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5: Waterparagraaf Bijlage 6: Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 7: Selectieadvies archeologische monumentenzorg Bijlage 8: Notitie beantwoording zienswijzen en ambtelijke wijzigingen
Inhoudsopgave Regels
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Artikel 1
Begrippen
6
Artikel 2
Wijze van meten
13
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
14
Artikel 3
Agrarisch
14
Artikel 4
Woongebied
16
Hoofdstuk 3
Algemene regels
21
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
21
Artikel 6
Algemene bouw regels
22
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
23
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
24
Artikel 9
Algemene afw ijkingsregels
25
Artikel 10
Algemene w ijzigingsregels
27
Artikel 11
Overige regels
28
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
29
Artikel 12
Overgangsrecht
29
Artikel 13
Slotregel
30
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 3 van 30
Datum:13-07-2021
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 Plan het bestemmingsplan Zijtaart-Zuid met identificatienummer NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01 van de gemeente Meierijstad; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aaneengebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde een gestapelde woning; 1.6 achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.7 afhankelijke woonruimte een bijgebouw bij een (bedrijfs)woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die (bedrijfs)woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht; 1.8 agrarisch grondgebruik gebruik van grond dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, waaronder agrarische houtteelt, en/of door middel
van het houden van dieren; 1.9 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bebouwingsgebied Achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 6 van 30
Datum:13-07-2021
1.11 bebouwingspercentage de in procenten uitgedrukte maximale som van de oppervlakten van de bouwwerken, in verhouding tot het grondoppervlak van het bouwperceel dan wel het grondoppervlak gelegen binnen het bouwvlak per bouwperceel; 1.12 bedrijf aan huis het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de beperkte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.13 begane grondvloer de bouwlaag van een gebouw, welke rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau; 1.14 beroep aan huis een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijbehorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend; 1.15 bestaande bebouwing bebouwing die op het tijdstip van eerste terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestaat of in uitvoering is, danwel na dat tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een bouwvergunning, waarbij de bouwaanvraag voor dat tijdstip is ingediend; 1.16 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.17 bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.18 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak, daaronder begrepen: aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; aangebouwd bijbehorend bouwwerk: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en niet in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging,
maatvoering, kapvorm,
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 7 van 30
Datum:13-07-2021
dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; vrijstaand bijbehorend bouwwerk: een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie) architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; carport: een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk ten behoeve van de stalling van (motor)voertuigen, bestaande uit een gesloten dakconstructie, ondersteund door palen of kolommen; de wanden van de bebouwing waartegen wordt aangebouwd kunnen als ondersteuningsconstructie fungeren; overkapping: een bouwwerk bestaande uit een gesloten dakconstructie, zonder eigen wanden of met maximaal 1 eigen wand, dat aan tenminste een deel van één zijde een gesloten wand kent.
1.19 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.20 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van een dakterras, onderbouw en zolder; 1.21 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.22 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; voorste bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel gelegen aan een weg waaraan wordt gebouwd, tenzij door burgemeester en wethouders een andere perceelsgrens als zodanig wordt aangewezen; zijdelingse bouwperceelsgrens: de grens van een bouwperceel die loodrecht of nagenoeg loodrecht staat op de voorste bouwperceelsgrens; achterste bouwperceelsgrens: de meest van de weg af gelegen bouwperceelsgrens, evenwijdig of nagenoeg evenwijdig aan de voorste bouwperceelsgrens; 1.23 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de aarde; 1.24 dak elke bovenbeëindiging van een gebouw; 1.25 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder
begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 8 van 30
Datum:13-07-2021
1.26 dienstverlening het verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet aan een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een belwinkel en internetcafé; 1.27 entree een bouwwerk ten behoeve van de toegang tot een gebouw; 1.28 erf al dan niet omheind stuk grond dat in ruimtelijk opzicht direct behoort bij, in functioneel opzicht ten dienste staat van, en in feitelijk opzicht direct aansluit aan een gebouw en dat blijkens kadastrale gegevens behoort tot het perceel waarop dat gebouw is geplaatst; 1.29 erker een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel, in één bouwlaag; 1.30 erotisch getinte vermaaksfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.31 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersonen die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte kan worden uitgeoefend; 1.32 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33 hoekwoning woning die aan twee zijden grenst aan het openbaar gebied (een weg, een plein, openbaar groen); 1.34 hoofdgebouw een of meer panden, of
een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.35 intensieve veehouderij een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf gericht op het houden van dieren, zoals een rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; 1.36 levensloopbestendige woning een woning met een multifunctionele plattegrond op de begane grond waarbij de verblijfsruimten (keuken, slaapkamer, badkamer en toilet) voornamelijk zijn gesitueerd op de begane grond;
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 9 van 30
Datum:13-07-2021
1.37 maaiveld de hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op het gebouw, bouwwerk; 1.38 mantelzorg het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.39 mindervalide een gehandicapt persoon die aantoonbaar is aangewezen op voorzieningen op het gebied van het wonen of van het zich binnen of buiten de woning verplaatsen; 1.40 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen op minimaal 1,75 m¹ onder peil en niet hoger dan het maaiveld; 1.41 ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden; 1.42 onderste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond; 1.43 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de aarde; 1.44 parkeergelegenheid/parkeervoorzieningen elke stallingsgelegenheid op zowel openbaar als particulier terrein ten behoeve van een motorvoertuig op méér dan twee wielen; 1.45 parkeren het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; 1.46 peil voor gebouwen
waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.47 pergola een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen op een onderlinge afstand van minimaal 1,50 m1 h.o.h., gekoppeld op een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger(s); de pergola mag tot maximaal 1 m¹ boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd;
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 10 van 30
Datum:13-07-2021
tussen de kolommen mag gaas ter begeleiding van planten worden aangebracht; 1.48 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.49 recreatief medegebruik een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan; 1.50 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch / pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.51 seksuele dienstverlening een bedrijfsmatige activiteit gericht op het verrichten van seksuele handelingen en/of het (doen) plaatsvinden van erotisch / pornografische vertoningen; 1.52 straatmeubilair de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals, verkeerstekens, wegbebakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halte-aanduidingen, parkeer-regulerende constructies, brandkranen informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaards, papierbakken, zitbanken, plantenbakken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, speelvoorzieningen, telefooncellen en abri's; 1.53 twee- aaneen gebouwde woning een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengebouwde woningen, alsmede door garages geschakelde woningen waarbij het hoofdgebouw aan één zijde op de zijdelingse perceelsgrens gebouwd mag worden; 1.54 tuin niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.55 voorerfgebied erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied en bebouw; 1.56 voorgevel a.
de naar de weg en/of fiets- en voetpad gekeerde gevel van het hoofdgebouw; b. indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de op de weg georienteerde gevel van een hoofdgebouw waaraan de hoofdentree van de woning gesitueerd is; 1.57 voorgevelrooilijn denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 11 van 30
Datum:13-07-2021
1.58 voorziening van algemeen nut voorziening ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.59 vrijstaande woning een woning die hoogstens door middel van de bijbehorende bouwwerken met een andere woning verbonden is en waarvan geen van de beide zijgevels van het hoofdgebouw in de zijdelingse perceelgrens staan; 1.60 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.61 werk grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of bouwwerk; 1.62 werken alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies of inrichtingen met toebehoren; 1.63 wet/wettelijke regelingen indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald; 1.64 wonen Het bewonen van een woning. 1.65 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van: één afzonderlijk huishouden; een huishouden plus maximaal twee personen;
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 12 van 30
Datum:13-07-2021
Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.7 ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend; 2.8 afstand tussen gebouwen de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen; 2.9 lengte, breedte en diepte van een
bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels (en/of hart van scheidsmuren); 2.10 brutovloeroppervlak van een gebouw gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw; 2.11 oppervlak van een bouwperceel de maten van het kadastrale perceel, dan wel, wanneer er geen sprake is van een gedeeld kadastraal perceel, de feitelijke oppervlakte van het perceel behorend bij het hoofdgebouw;
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 13 van 30
Datum:13-07-2021
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. hobbymatig agrarisch gebruik; c. langzaam verkeer en de daarbijbehorende voorzieningen; met de daarbij behorende: d. waterpartijen, waterlopen en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. groenvoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden de volgende algemene regels: a. op of in de in 3.1 genoemde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd; b. binnen de bestemming 'Agrarisch' is het bouwen van gebouwen niet toegestaan. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van beheer en extensief dagrecreatief medegebruik (banken, informatiepanelen, e.d.) en erf- en terreinafscheidingen zijn toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van beheer en extensief recreatief medegebruik mag niet meer bedragen dan 2,5 meter; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1,5 meter. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van nevenactiviteiten, behoudens het bepaalde in lid 3.1; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van permanente teeltondersteunende voorzieningen. 3.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, conform artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, de gronden ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' te wijzigen naar de bestemming 'Woongebied', mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het totaal aantal te bouwen woningen binnen het gebied met de wijzigingsbevoegdheid bedraagt niet meer dan 35 woningen; b. de regels van Artikel 4 Woongebied van dit bestemmingsplan zijn van overeenkomstige
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 14 van 30
Datum:13-07-2021
c.
d. e. f.
g.
h. i.
toepassing, met dien verstande dat grondgebonden woningen zijn toegestaan in de typen; 1. vrijstaande woningen; 2. twee-aaneen woningen; 3. aaneengebouwde woningen; de wijziging is zowel vanuit milieuoogpunt, zoals ammoniak, geur, fijn stof en gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, zoals natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar; de wijziging levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; er is voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een uitvoerbaar beplantingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; de in sub e bedoelde landschappelijke inpassing dient binnen maximaal 5 jaar na het onherroepelijk worden van het wijzigingsplan te worden gerealiseerd en vervolgens in stand worden gehouden; de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied waarop de vergroting haar werking heeft. er dient te worden voldaan aan de parkeernorm zoals bedoeld in Artikel 11. er dient te worden voldaan aan het gemeentelijk woningbouwprogramma.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 15 van 30
Datum:13-07-2021
Artikel 4
Woongebied
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in woningen; b. de uitoefening van een beroep aan huis in hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken door de hoofdbewoner(s) van het hoofdgebouw tot een oppervlakte van maximaal 40% op het begane grondvloeroppervlak van het hoofdgebouw met een maximum van: 1. 45 m²; 2. in het geval het oppervlak van het bouwperceel groter is dan 750 m², maar niet groter dan 1.250 m², 60 m²; met de daarbij behorende: c. tuinen; d. erven; e. groen- en speelvoorzieningen; f. voorzieningen van algemeen nut; g. (ontsluitings)wegen en paden; h. parkeervoorzieningen, met inachtname van het bepaalde in lid 11.1; i. waterlopen en waterpartijen; j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. werken, geen bouwwerken zijnde zoals de aanleg van verhardingen ten behoeve van paden (waaronder brandgangen), in- en uitritten, terrassen en de aanleg van siertuin en/of gazon, alsmede parkeerplaatsen. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op of in de in 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd 4.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. als hoofdgebouw mogen worden gebouwd: 1. vrijstaande woningen; 2. twee-aaneen gebouwde woningen; 3. aaneengebouwde woningen; 4. levensloopbestendige woningen; b. de goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 6,5 m; c. de bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 10 m; d. in afwijking van het bepaalde onder b en c mag de goothoogte van levensloopbestendige woningen niet meer bedragen dan 4 meter, met dien verstande dat voor het gedeelte van het hoofdgebouw dat dieper gebouwd wordt dan 10 meter de maximale goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter; e. de voorgevel van het hoofdgebouw dient te worden gebouwd op minimaal 3 meter van de voorste perceelsgrens; f. de diepte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan: maximale diepte
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
type woning
Pagina: 16 van 30
Datum:13-07-2021
12 meter 12 meter 10 meter maximale diepte van het bouwperceel
vrijstaand twee-aaneengebouwd of geschakeld aaneengebouwd levensloopbestendig
g. de afstand van achtergevels van hoofdgebouwen tot de achterste bouwperceelsgrens dient minimaal 5 m te bedragen; h. bij twee-aaneengebouwde woningen dient de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens minimaal 3 m aan één zijde te bedragen; i. bij hoekwoningen van aaneengebouwde woningen dient de afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens minimaal 3 m aan één zijde te bedragen; 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken a Bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied gelden de volgende bepalingen: a. in het achtererfgebied mogen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd, met inachtname van het bepaalde in lid 4.2.3 onder a; b. de hoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal één bouwlaag bedragen, waarbij de goothoogte maximaal 3,30 m mag bedragen dan wel, wanneer de feitelijke hoogte van de onderste bouwlaag van het hoofdgebouw hoger is, de betreffende hogere maat; c. de maximum bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag maximaal 5 m bedragen. b Bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken in het voorerfgebied gelden de volgende bepalingen: a. in het voorerfgebied mogen uitbouwen in de vorm van entrees en erkers worden gebouwd, met dien verstande dat: b.
de diepte van een entree en erker maximaal 1,5 m mag bedragen, mits de afstand tot de bouwperceelsgrens minimaal 2 m bedraagt; c. de breedte van een entree maximaal de helft van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de entree wordt gesitueerd; d. de breedte van een erker maximaal tweederde van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw mag bedragen, waaraan/-in de erker wordt gesitueerd; e. op één hoek van het hoofdgebouw een hoekerker is toegestaan, mits de diepte aan de zijgevel maximaal 1,5 m en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 1 m bedraagt; f. de goothoogte van een entree en erker maximaal de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; g. de bouwhoogte van een entree en erker maximaal de helft van de hoogte van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw mag bedragen; d Oppervlakte bijbehorende bouwwerken De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bedraagt per bouwperceel niet meer dan: Oppervlakte Maximale gezamenlijke Plus bebouwingsgebie oppervlakte bijbehorende d bouwwerken
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 17 van 30
Datum:13-07-2021
kleiner of gelijk aan 100 m² groter dan 100 m2
50% van het bebouwingsgebied 50 m2
30% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2, met een maximum van 200 m2
met dien verstande dat: a. de oppervlakte van een bijbehorend bouwwerk maximaal 100 m² mag bedragen; b. maximaal 1 carport met een maximale oppervlakte van maximaal 20 m². De carport telt niet mee bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het bebouwingsgebied. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag voor de denkbeeldig doorgetrokken voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1 m bedragen en achter de denkbeeldig doorgetrokken voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 2 m bedragen, met uitzondering van: b. pergola's, waarvan de hoogte maximaal 2,5 m mag bedragen; c. vlaggenmasten e.d., waarvan de hoogte maximaal 5 m mag bedragen; d. in afwijking van het bepaalde in sub a geldt dat bij een hoekperceel een erf- en terreinafscheiding met een maximale hoogte van 2 m mag worden gebouwd aan de zijde waar de zijgevel van het hoofdgebouw naar de weg of het openbaar gebied is gekeerd, mits de afstand uit de denkbeeldig doorgetrokken voorgevel van het hoofdgebouw minimaal 3 m bedraagt. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c.
de sociale veiligheid; d. de milieusituatie; e. de situering van en het aantal parkeervoorzieningen op eigen terrein; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 4.4
Afwijken van de bouwregels
4.4.1 Afstand tot de zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 onder g en h om een kortere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens toe te staan, mits: a. voldaan wordt aan de bouwregels in lid 4.2, behoudens het bepaalde in lid 4.2.2 onder g en/of h; b. voldaan kan worden aan het bepaalde in lid 4.5.1; c. voldaan wordt aan de voorwaarden in lid 4.4.2. 4.4.2 Voorwaarden De onder 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie;
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 18 van 30
Datum:13-07-2021
c. d. e. f. g. 4.5
de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de parkeervoorzieningen op eigen terrein; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Specifieke gebruiksregels
4.5.1 Parkeren Bij vrijstaande, twee-aaneengebouwde dient per woning voldoende parkeergelegenheid/parkeervorzieningen op eigen terrein te worden gerealiseerd en in stand te worden gehouden als bedoeld in lid 11.1. 4.5.2 Aantal woningen Het aantal woningen binnen de bestemming 'Woongebied' mag niet meer dan 50 bedragen. 4.5.3 Waterberging Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in 4.1 sub a, b, g en h dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond is dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is in waterberging met voldoende capaciteit; b. de compensatie dient tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de onder a en b genoemde voorwaarden dient afgestemd met het Waterschap. 4.5.4 Voorwaardelijke verplichting geluidwering a. De volgens de NEN5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan het verschil tussen de berekende cumulatieve geluidbelasting uit het geluidrapport “Bestemmingsplan woningbouw Zijtaart-Zuid Akoestisch onderzoek optredende gevelbelastingen”, met kenmerk Rm190289aaA0.teey, opgesteld door K+ Adviesgroep op 16 maart 2020 en 33 dB met een minimum van 20 dB. b.
De uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft volgens de NEN 5077 een bepaalde karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie die maximaal 2 dB lager is dan karakteristiek geluidwering bedoeld in onder a. 4.5.5 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden voor wonen in woningen ter plaatse van de bestemming 'Woongebied' is toegestaan indien: a. een landschappelijke inpassing is opgesteld; b. de landschappelijke inpassing voldoet aan artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant of de rechtsopvolger daarvan; c. ten minste 1% van de grondopbrengsten dient te worden geïnvesteerd als landschappelijke inpassing; d. de landschappelijke inpassing binnen maximaal 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan wordt gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 19 van 30
Datum:13-07-2021
4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1 Maximum aantal woningen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4.5.2 voor het afwijken van het aantal maximum woningen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het maximum totaal aantal mag niet meer bedragen dan 60 woningen; a. de afwijking is zowel vanuit milieuoogpunt, zoals ammoniak, geur, fijn stof en gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, zoals natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar; b. de afwijking levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; c. er dient te worden voldaan aan de parkeernorm zoals bedoeld in Artikel 11. d. er dient te worden voldaan aan het gemeentelijk woningbouwprogramma. 4.6.2 Bedrijf aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7 voor de uitoefening van een bedrijf aan huis in het hoofdgebouw en/of bijbehorende bouwwerken, met dien verstande, dat: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. bedoeld gebruik geen onevenredige hinder voor het woonmilieu mag opleveren en geen onevenredige afbreuk mag doen aan het woonkarakter van de omgeving; dit betekent onder meer dat: 1. geen vergunning wordt verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die milieuvergunningplichtig is; 2.
het gebruik naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming moet zijn en het geen publieksgerichte voorzieningen betreft; 3. het gebruik de woonfunctie dient te ondersteunen, d.w.z. dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorende bouwwerken uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; c. het niet betreft zodanig verkeersaantrekkende activiteiten die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten; d. het onttrekken van (een deel van) het bij de desbetreffende hoofdgebouw behorende garage aan de bestemming slechts is toegestaan, indien op het bij het hoofdgebouw behorende erf minimaal één parkeerplaats aanwezig is of gelijktijdig wordt aangelegd; e. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd een beperkte verkoop in het klein in verband met de beroeps- of bedrijfsmatige activiteit; f. opslag buiten de gebouwen ten behoeve van de activiteiten niet is toegelaten; g. vast dient te staan dat het gebruik een kleinschalig karakter heeft en zal behouden.
Dit betekent dat maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en bijbehorende bouwwerken voor bedrijfsmatige activiteiten in gebruik mag zijn tot een maximum van: 45 m²; in het geval het oppervlak van het bouwperceel groter is dan 750 m², maar niet groter dan 1.250 m², 60 m²; in het geval het oppervlak van het bouwperceel groter is dan 1.250 m², 75 m²;
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 20 van 30
Datum:13-07-2021
Hoofdstuk 3
Algemene regels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 21 van 30
Datum:13-07-2021
Artikel 6
Algemene bouwregels
6.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel-, goot- en kroonlijsten, luifels, dorpels, balkons en overstekende daken en soortgelijke bouwdelen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwhoogten, bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 m bedraagt. 6.2
Ondergronds bouwen
6.2.1 Algemene bepaling Voor een ondergronds werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen. 6.2.2 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende bepalingen: a. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken bedraagt maximaal 4 m onder peil; 6.2.3 Afwijken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.2 sub a voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 22 van 30
Datum:13-07-2021
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
7.1 Verbod Het is verboden de gronden en bouwwerken in strijd met de bestemming of in strijd met een gebruik waarvoor ingevolge de bepalingen van dit plan een omgevingsvergunnning is verleend te (doen of te laten) gebruiken. 7.2 Strijdig gebruik onbebouwde gronden Onder een strijdig gebruik, als bedoeld in 7.1, wordt in ieder geval verstaan een gebruik van de onbebouwde gronden als: a. opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen; b. uitstallings- of opslagplaats voor al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; c. uitstallings- of opslagplaats dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens. 7.3 Strijdig gebruik Onder een strijdig gebruik als bedoeld in 7.1 wordt in ieder geval verstaan (een): a. gebruik van woningen voor enige vorm van detailhandel en/of horeca; b. gebruik van bouwwerken ten behoeve van een bedrijf aan huis; c. gebruik van een bijbehorend bouwwerk of een gedeelte van een hoofd- of bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een woning als afhankelijke woonruimte (inwoning); d. gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van seksinrichtingen; e. prostitutie; f. het gebruik van een woning in strijd met het begrip woning.
7.4 Uitzondering Onder strijdig gebruik als bedoeld in 7.2 valt niet het opslaan van nieuwe bouwmaterialen en puin en andere bouwmaterialen op gronden waarop of waarin onderhouds-, herstel- of sloopwerkzaamheden worden uitgeoefend, mits deze zaken voor de uit te voeren werkzaamheden nodig zijn of van het bouwwerk dat hersteld of gesloopt wordt afkomstig zijn.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 23 van 30
Datum:13-07-2021
Artikel 8
Algemene aanduidingsregels
8.1 Vrijwaringszone - radar De maximale hoogte van bouwwerken in een radarverstoringsgebied wordt bepaald door elke denkbeeldige rechte lijn die wordt getrokken vanaf een punt op de top van de radarantenne, waarvan de hoogteligging ten opzichte van NAP is opgenomen in bijlage 8 van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (voor Volkel 49 meter ten opzichte van N.A.P.), oplopend met 0,25 graden tot een punt gelegen 15 kilometer vanaf voornoemde radarantenne.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 24 van 30
Datum:13-07-2021
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
9.1 Algemeen Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het volgende: a. de bestemmingsbepalingen, niet zijnde de bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; b. de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 5 m¹; d. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 m¹; e.
het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en toestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen, mits: 1. de oppervlakte van de verhoging niet meer dan 10 m² bedraagt; 2. de hoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale (bouw)hoogte van het betreffende gebouw bedraagt; f. de bouw van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor voorzieningen van algemeen nut, zoals telefooncellen, transformatorhuisjes, onderhoudsgebouwtjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwwerken, alsmede fietsenstallingen met uitzondering van verkooppunten van motorbrandstoffen, voor zover deze gebouwtjes geen grotere oppervlakte hebben dan 35 m² en geen grotere hoogte hebben dan 3,5 m¹. 9.2 Bed & Breakfast Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan voor een bed & breakfast, onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie dient als hoofdfunctie behouden te blijven; b. bedoeld gebruik mag geen hinder voor het woonmilieu opleveren en geen onevenredige afbreuk doen aan het woonkarakter van de wijk of buurt; c. permanente bewoning is niet toegestaan; d. bedoeld gebruik mag geen belemmering voor de omliggende bedrijven opleveren; e.
het gebruik moet naar aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming zijn; f. het gebruik dient de woonfunctie te ondersteunen, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; g. er mag geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaan; h. de ontwikkeling mag niet leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimten;
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 25 van 30
Datum:13-07-2021
i. j.
de Bed & Breakfast-voorziening dient in bestaande bebouwing gerealiseerd te worden; maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag ten behoeve van een Bed & Breakfast in gebruik zijn, met een absoluut maximum van 60 m².
9.3 Huisvesting Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bestemmingsplan, artikel 7.3 sub f, ten behoeve van de huisvesting buiten het verband van een huishouding tot maximaal vier personen, op voorwaarde dat aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. indien, binnen een straal van 75 m¹ van de rand van het bouwperceel, niet eerder een omgevingsvergunning is verleend voor soortgelijk gebruik, welke nog van kracht is. Indien percelen doorsneden worden dan worden deze geacht in het geheel binnen de afstand van 75 m¹ te vallen; b. ten behoeve van het aantal personen dient op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden op grond van het momenteel geldend kader.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 26 van 30
Datum:13-07-2021
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
10.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de overschrijdingen als bedoeld in sub a en b mogen echter niet meer dan 3 m¹ bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 27 van 30
Datum:13-07-2021
Artikel 11
Overige regels
11.1 Normstelling parkeren a. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein of op openbaar gebied aanwezig te zijn of gerealiseerd te worden, dan wel in stand te worden gehouden; b. Voor de in lid a genoemde voldoende parkeergelegenheid dienen de normen zoals bedoeld in de beleidsregel 'Nota Parkeernormen Meierijstad 2018' in acht genomen te worden. c. Indien deze beleidsregels en/of de bijlagen gedurende worden gewijzigd door het bevoegd gezag, dient rekening gehouden te worden met deze wijziging. De parkeernormen uit de beleidsregels en/of bijlagen zoals die gelden ten tijde van de ontvangst van de aanvraag worden toegepast. 11.2 Afwijkingsmogelijkheid Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.1 indien: a. er in voldoende parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien op een andere wijze; en/of; b. het ruimtelijk gezien niet wenselijk is de nodige parkeer- of stallingruimte, dan wel laad- of losruimte op eigen terrein te voorzien; en/of; c. er voldoende openbare parkeerplaatsen binnen een acceptabele afstand aanwezig zijn; en/of; d.
er een parkeertelling aanwezig is die aantoont dat er voldoende parkeerplaatsen in de openbare ruimte aanwezig zijn die benut kunnen worden; en/of; e. aangetoond kan worden dat volstaan kan worden met een lagere parkeernorm.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 28 van 30
Datum:13-07-2021
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 12.3 Hardheidsclausule Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kan het bevoegd gezag ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 29 van 30
Datum:13-07-2021
Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Zijtaart-Zuid'.
NL.IMRO.1948.ZIJ000BP0012019M-VG01
Pagina: 30 van 30
Datum:13-07-2021
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl