SFR Veghel - Uden, Woongebied Veghel_Toelichting_Bijlage 14 Quickscan ecologie
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna voor snelfietsroute Veghel--Uden De Asselen Kuil 10, 6161 RD Geleen CA190022.004.R01 9 oktober 2019
Quickscan flora en fauna voor snelfietsroute Veghel--Uden De Asselen Kuil 10, 1 6161 RD Geleen Documentnummer umentnummer CA190022.004.R01 9 oktober 2019
Gemeente Meierijstad
Ir. F. Fahner Senior ecoloog
Functie
CA190022.004.R01
Naam
Paraaf
2 van 15
Inhoud 1
Inleiding ................................ ................................................................ ......................................... 4
2
Resultaten archief archief- en veldonderzoek ................. 6
2.1
Analyse archiefgegevens
6
2.2
Resultaten veldonderzoek flora en fauna
8
2.3
Afbakening van soortgroepen
8
3
Effecten ................................ ................................................................ .......................................... 9
3.1
Beschrijving van de activiteit
9
3.2
Gevolgen voor beschermde soorten
10
3.3
Gevolgen voor beschermde natuurgebieden
12
4
Te treffen maatregelen en vervolgstappen ....... 14
4.1
Mitigerende de maatregelen
14
4.2
Vervolgstappen
15
Bijlagen Bijlage 1 Toetsingskader: wetgeving en beleid Bijlage 2 Status van soorten Bijlage 3 Foto’s
CA190022.004.R01
3 van 15
1 Inleiding De Gemeente Meierijstad is voornemens een Snelfietsroute Uden-Veghel (SFR) te realiseren, realiseren waarvoor diverse onderzoeken nodig zijn. Het voorliggend rapport betreft het natuurwaardenonderzoek, de quickscan flora en fauna. Voor de SFR is eerst een scope bepaald, waarna een tracé is vastgesteld, welke beide op onderstaand overzichtskaartje zijn weergegeven, zie figuur 1.
Figuur 1: Overzichtskaartje met ligging scope en trac tracé van de snelfietsroute
Het doel van voorliggend onderzoek is dat nagegaan wordt welke natuurwaarden binnen en in de directe omgeving van de scope/het tracé aanwezig zijn en welke vervolgstappen eventueel nodig zijn in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Verordening Ruimte van de Provincie Noord-Brabant Brabant. Een toelichting op de werking van de Wnb in relatie tot ruimtelijke ingrepen is opgenomen in voorliggend rapport als bijlage 1. Tracé Het tracé voor de snelfietsroute is voor verreweg het grootste gedeelte gelegen in de gemeente Veghel, slechts het uiterste ‘puntje’ in het noordoosten ligt op het grondgebied van de gemeente Uden. De scope betreft het tracé van een voormalige spoorlijn inclusief een zone van 90 meter aan beide zijden ervan en vormt daarmee een langgerekt gebied van ongeveer 7 km lengte, met een totale op oppervlakte pervlakte van ruim 130 ha. Het tracé van de SFR valt grotendeels samen met het genoemde tracé van de spoorlijn. Verder ligt de scope voor ongeveer driekwart binnen de bebouwde kom van Veghel. In de westelijke helft van de scope is de spoorlijn nog aanwezig,, hoewel geheel overgroeid. Het resterende deel in het noordoosten, is gelegen in het buitengebied direct ten noordwesten van Mariaheide. De in voorliggend rapport opgenomen foto’s (bijlage 3) geven een
CA190022.004.R01
4 van 15
impressie van de huidige toestand van de scope. In hoofdstuk ofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de aanwezige begroeiing en biotopen ter plaatse van het trac tracé c.q. de scope. Werkwijze/indeling rapport Voor het onderhavige ecologisch onderzoek is zowel archief-/bureau- als veldonderzoek uitgevoerd. Bij het bureauonderzoek is onder andere nagega nagegaan in hoeverre het projectgebied zich verhoudt tot beschermde natuurgebieden in de omgeving. Hierop wordt aan het eind van dit hoofdstuk nader ingegaan. Voor het archiefonderzoek met betrekking tot soorten is met name gebruik gemaakt van gegevens uit het Natuurloket N (Nationale Databank Flora en Fauna), zie hiervoor hoofdstuk 2. In dat hoofdstuk komt ook het veldonderzoek ter sprake,, waarbij naast de inventarisatie van biotopen wordt ingegaan op de aangetroffen flora en fauna fauna. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de gevolgen van het voornemen behandeld en in hoofdstuk 4 wordt de vraag beantwoord welke vervolgstappen nodig zijn en of voor de werkzaamheden een ontheffing nodig is in het kader van de Wnb. Voor de relevante wet-- en regelgeving zij verwezen naar bijlage 1. Relatie met beschermde natuurgebieden Natura 2000-gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000 2000-gebieden gebieden (Kampina & Oisterwijkse Vennen en Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek) liggen op ruim 15 km naar het westen.
Gezien deze afstand en de relatief kleinschalige ingreep kunnen negatieve gevolgen voor deze gebieden op voorhand redelijkerwijs worden uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland. Delen van de scope overlappen of kruisen met gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Door de Pr Provincie Noord-Brabant Brabant wordt op de kaart van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) onderscheid gemaakt tussen het NNB Rijksdeel en het NNB Provinciaal deel, zie onderstaande figuur 2, waar de genoemde kaart in de ondergrond is afgedrukt met daarop de scope geproj geprojecteerd. ecteerd. In § 3.3 wordt ingegaan op de mogelijke gevolgen voor de genoemde gebieden.
Figuur 2: Ligging scopein in relatie tot beschermde natuurgebieden natuurgebieden;; met een pijltje is aangegeven waar de scope de NNB Rijksdeel kruist
CA190022.004.R01
5 van 15
2 Resultaten archief archief- en veldonderzoek ldonderzoek 2.1 Analyse archiefgegevens Uit de dataset van de Nationale Databank Flora en Fauna zijn gegevens gedownload die betrekking hebben op de afgelopen vijf jaar (vanaf 1.1.2014) van de soortgroepen zoogdieren, vogels, amfibieën en reptielen (herpetofauna), una), vissen, insecten (waaronder dagvlinders), weekdieren en vaatplanten, van een zone van minimaal 500 m rondom het projectgebied (hierna onderzoeksgebied genoemd). In totaal gaat het om ruim 14.000 waarnemingen. Zogenaamde vlakgegevens, dus gegevens die niet goed te lokaliseren zijn, zijn buiten beschouwing gelaten.. Ook zijn alleen zijn alleen beschermde soorten en soorten van de Rode Lijst in beschouwing genomen. Bij de overgebleven relevante waarnemingen ((in totaal 1.640)) gaat het uitsluitend nog om de volgende soortgroepen: amfibieën, insecten (dagvlinders en bijen), vaatplanten, aatplanten, vissen, vogels en zoogdieren (inclusief vleermuizen).. Hieronder worden per soortgroep de resultaten geëvalueerd. Op bijgaande kaarten 1 t/m 7 zijn de relevante waarnemingen bi binnen nnen het onderzoeksgebied uitgeplot. In bijlage 2 is de status van de soorten weergegeven. Zoogdieren (kaart 1) Vleermuizen. Er zijn 40 waarnemingen beschikbaar van vleermuizen vleermuizen, waarbij het alleen gaat om de gewone dwergvleermuis.
De waarnemingen zijn gec geconcentreerd oncentreerd binnen de bebouwde kom, van zowel Veghel als Mariaheide. Er zijn geen waarnemingen bij van verblijfplaatsen, al zullen deze ongetwijfeld binnen het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Binnen de scope zijn geen waarnemingen van vleermuizen beschikba beschikbaar. Gelet op de aanwezige biotopen en het type landschap, met afwisseling van bossen, bosschages, akkers en ruigten, zijn vleermuizen wel te verwachten, in elk geval algemeen voorkomende soorten als de genoemde gewone dwergvleermuis en ook de laatvlieger. In §2.3 wordt nader op deze soortgroep ingegaan. Landzoogdieren.. Van de landzoogdieren zijn in totaal 11 soorten aangetroffen, het betreft algemeen voorkomende soorten in Noord-Brabant Brabant: bosmuis, bunzing, das, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, steenmarter, vos en wezel. Al deze soorten zijn beschermt, maar alleen de das en de steenmarter staan niet op de provinciale vrijstellingslijst, vergelijk tabel A in bijlage 1. Er zijn in totaal 38 waarnemingen van verkeersslachtoffers, met de egel als meest waargenomen slachtoffer, gevolgd door eekhoorn en vos. Slachtoffers van de vos vallen voornamelijk op de A50. Er zijn geen gegevens over verblijfplaatsen van de genoemde soorten bekend, zoals een dassenburcht.
Vogels (kaarten 2a-2c, 3) Bijna 80% van de relevante elevante waarnemingen zijn van vogels (in totaal 1.296 waarnemingen), waarnemingen) waarbij onderscheid gemaakt wordt in broedvogels algemeen, roofvogels en uilen uilen, watervogels (wintergasten) en weidevogels. Bij broedvogels algemeen zijn alleen die waarnemingen relevant beschouwd welke betrekking hebben op territoriaal gedrag. Dus overvliegende, rustende of foeragerende vogels zijn buiten beschouwing gelaten. Bij roofvogels, uilen en weidevogels zijn alleen overvliegende exemplaren niet in beschouwing genomen. Bij watervogels gels zijn alleen de gegevens van rustende dieren (slaap (slaap- of foerageerplekken) geselecteerd (groepen van minimaal 25 exemplaren). Broedvogels algemeen. Kaarten 2a t/m 2e laten de verspreiding zien van broedvogels binnen het onderzoeksgebied, het betreft in totaal 70 soorten, waarmee het gebied als soortenrijk is te kenmerken. Dit
CA190022.004.R01
6 van 15
heeft met de afwisseling en diversiteit van biotopen te maken: water, bos, moeras, struweel, ruigte, akker, weiland en bebouwd gebied. Hieronder zijn vier Rodelijstsoorten, waarbij de koekoek en de nachtegaal de status ‘kwestbaar’ hebben, en de huismus en de spotvogel de status ‘gevoelig’, vergelijk bijlage 2. Binnen de scope zijn territoria aangetroffen van de ijsvogel, de nijlgans, de oeverzwaluw, de roek, de wilde eend, het waterhoen en de zwartkop. Roofvogels en uilen. Ook de soortenrijkdom van roofvogels en uilen is groot te noemen, in totaal zijn vvan 11 soorten binnen het onderzoeksgebied waarnemingen beschikbaar, te weten de boomvalk, bosuil, bruine kiekendief, buizerd, havik, kerkuil, ransuil, slechtvalk, sperwer, steenuil en de torenvalk renvalk. De boomvalk, de ransuil, de steenuil en de torenvalk zijn op de Rode Lijst geplaatst, alle met de status ‘kwetsbaar’, vergelijk bijlage 2. Er zijn geen waarnemingen van territoria c.q. nestplaatsen plaatsen beschikbaar. Aangenomen mag worden dat de scope tot het leefgebied van de meeste van deze soorten behoort, afgezien van de slechtvalk. Watervogels. Uit kaart 4 blijkt dat er een tiental soorten wintergasten waargenomen zijn, waaronder een Rodelijstsoort, stsoort, namelijk de smient. Er zijn geen waarnemingen van pleisterplaatsen binnen de scope. Deze zijn geconcentreerd in de Zuid-Willemsvaart. Willemsvaart. Weidevogels..
Er zijn binnen het onderzoeksgebied blijkens kaart 5 een vijftal soorten weidevogels waargenomen, waarvan aarvan de kievit en de scholekster het meest talrijk zijn. Deze soorten zijn verspreid binnen het gebied waargenomen, maar alleen van de scholekster zijn er ook enkele gegevens van een territorium. Het voorkomen van territoria binnen de scope is alleen te verwachten in het noordoostelijk deel, waar het tracé van de SFR door open landbouwgebied loopt, hoewel typisch weidevogelbiotoop nagenoeg ontbreekt vanwege het kleinschalige karakter van het landschap. Amfibieën (kaart 6) Binnen het onderzoeksgebied zijn n waarnemingen van een zevental soorten amfibieën beschikbaar. Naast algemene soorten, die op de provinciale vrijstellingslijst staan (vergelijk tabel A in bijlage 1), zijn een tweetal streng beschermde soorten aanwezig, namelijk de alpenwatersalamander en de rugstreeppad. De eerstgenoemde soort is nabij de scope aangetroffen, binnen een woonwijk woonwijk,, in een van de vijvers. De rugstreeppad is in het noordoosten waargenomen, maar niet nabij de scope. Deze streng beschermde soort (Habitatrichtlijn) is in het projectgebied ectgebied ook niet te verwachten, tenzij men kuilen of sleuven graaft waar zich water in verzamelt in het vroege voorjaar.
Vissen (kaart 6) Van de soortgroep vissen zijn een viertal soorten binnen het ondersoeksgebied waargenomen, in het riviertje de Aa: bittervoorn, grote en kleine modderkruiper en rivierdonderpad. Alleen de grote modderkruiper is nog beschermd, vergelijk bijlage 2. Deze soort staat op de Rode Lijst, evenals de rivierdonderpad. Dagvlinders, bijen en vaatplanten (kaart 7) Insecten. Er zijn in het onderzoeksge onderzoeksgebied bied van de insecten een zevental Rodelijstsoorten waargenomen, waarvan drie dagvlindersoorten (bruin blauwtje, keizersmantel en oranje zandoogje) en vier soorten bijen (blauwzwarte houtbij, bruine rouwbij, gele tubebij en kielstaartkegelbij). Binnen de sc scope zijn het bruin blauwtje en het oranje zandoogje waargenomen, alsmede de blauwzwarte houtbij. Daarnaast is er binnen de scope nog een waarneming van een behangersbij, de grote bladsnijder, maar dit is geen soort van de Rode Lijst. Volgens de gemeente komen op het trac tracéé ook graafwespen en zandbijen voor, maar specifieke informatie daarover is niet beschikbaar. Vaatplanten. In het onderzoeksgebied zijn in totaal 6 bijzondere soorten planten waargenomen, maar het betreft uitsluitend soorten die voorheen besc beschermd waren (Flora- en faunawet), maar dat thans niet meer zijn. Hiervan zijn de rietorchis en de steenbreekvaren binnen de scope waargenomen waargenomen.
CA190022.004.R01
7 van 15
2.2 Resultaten veldonderzoek flora en fauna Op 3 juli 2019 is het gebied van de scope in de middag bezocht, waarbij grote delen van het tracé voor de SFR lopend zijn verkend. Een deel van dit tracé was afgegrensd met schrikdraad in verband met schapenbegrazing. Met name is gelet op binnen de scope voorkomende bijzondere planten, nesten in bomen, potentiële verblijfplaatsen atsen voor boom bewonende dieren – met name vleermuizen. Tijdens het veldbezoek zijn foto’s gemaakt, die in bijlage 3 zijn opgenomen, met kaartjes waarop de locaties van de foto’s staan staan. Biotopen Gaande van zuidwest naar noordoost kruist het beoogde trac tracéé van de SFR eerst de A50 (foto 10), daarna loopt het door een moerasgebied met rietruigtes rietruigtes, zie foto’s 2 en 11. Vervolgens wordt het industriegebied ter weerszijden van de Zuid-Willemsvaart Willemsvaart en de Rijksweg N279 (foto 3) gekruist, maar het tracé ligt hier ingekapseld ngekapseld in een langgerekte groenzone, zodat men het industriegebied feitelijk niet opmerkt, vergelijk foto’s 2, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 12, 13 en 14. Vervolgens loopt het tracé langs en door het woongebied van Veghel (foto’s 15, 16, 17, 19, 20, 21, 22 en 23), waarbij ook het riviertje de Aa (foto 18) wordt gekruist.
De Udenseweg vormt de grens van de bebouwde kom van Veghel, waarna het tracé door het buitengebied loopt (foto’s 24-30), langs Mariaheide en eindigt bij de Rondweg. Het dominante biotoop binnen het projectgebied is bos, zowel vochtig bos (zie bijvoorbeeld foto 6) als droog bos (zie bijvoorbeeld foto 24). Daar waar het spoor nog aanwezig is, is het vrijwel geheel overgroeid door struiken, met name bramen, en hoge kruiden (zie bijvoorbeeld foto’s 8, 99, 12, 14 en 15. Verder naar het noordoosten is een onverhard wandelpad aanwezig (zie bijvoorbeeld foto 13). Het meest noordoostelijke deel van het tracé loopt over een bestaande harde weg (foto’s 28, 29 en 30), omgeven door akkers en enkele bosschages. Soorten Qua fauna zijn alleen vogels aangetroffen, met name diverse zangvogels zangvogels.. Ook is een buizerd waargenomen in het moerasgebied direct langs de A50 (zie foto 11). In de rietzones, die met name in het gebied tussen de A50 en de Zuid-Willemsvaart Willemsvaart voorkomen, zijn veel karekieten gehoord. Er zijn langs het tracé hier en daar bomen aangetroffen met holten en spleten, die als verblijfplaats voor vleermuizen kunnen dienen, met name in he het zuidwestelijk deel van de scope.
In de bomen zzijn geen eekhoornnesten of roofvogelhorsten ofvogelhorsten aangetroffen, hoewel opgemerkt moet worden dat door het loof nesten niet goed zichtbaar zijn en niet ieder trajectdeel intensief is geschouwd. Er zijn echter geen opvliegende roofvogels gesignaleerd (afgezien van een buizerd, zie boven) of wegvluchtende egvluchtende eekhoorns. Ook bedacht moet worden dat het gaat om een momentopname.
2.3 Afbakening van soortgroepen Voor de volgende relevante soortgroepen (waarvan beschermde of anderszins bijzondere soorten te verwachten zijn) biedt het projectgebied in meer of mindere mate geschikte habitats: zoogdieren (vleermuizen en landzoogdieren), vogels, amfibieën amfibieën, reptielen, insecten en vaatplanten. Vissen issen kunnen buiten beschouwing worden gelaten, aangezien er geen gevolgen voor deze soortgroep zijn te verwachten. V Van vaatplanten zijn beschermde soorten niet 100% uit te sluiten, al wordt de aanwezigheid daarvan zeer klein geacht. Er wordt wel ingegaan op de gevolgen voor vaatplanten, vanwege het voorkomen van enkele voorheen beschermde soorten en omdat effecten op vaatplanten atplanten tegelijkertijd ook gevolgen kunnen hebben voor bijzondere soorten (Rodelijstsoorten) bijen en dagvlinders. Van dagvlinders worden beschermde soorten niet verwacht, aangezien deze aan zeer specifieke milieus gebonden zijn, die hier niet voorkomen. Omdat de spoorlijn van belang is voor graafwespen en zandbijen, wordt ook aan deze soortgroep nog aandacht besteed.
CA190022.004.R01
8 van 15
3 Effecten 3.1 Beschrijving van de activiteit Het voornemen is reeds in hoofdstuk 1 kort beschreven. Binnen het gebied van de scope wordt een snelfietsroute gerealiseerd, met een totale lengte van circa 7 km. Op onderstaande detailkaartjes is de scope weergegeven, geven, geprojecteerd op een topografische ondergrond. De scope omvat een oude spoorlijn, die inmiddels buiten gebruik is en grotendeels ook al geamoveerd. Het tracé van de spoorlijn is nog wel duidelijk herkenbaar in het veld. Tussen de A50 en het riviertj riviertjee de Aa, dus de westelijke helft, is de spoorlijn nog aanwezig en staat daarom ook op de topografische kaart aangegeven. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd wanneer de benodigde vergunningen verkregen zijn, de planning moet nog nader worden ingevuld.
Figuur 3a: Detailkaart met scope en trac tracé, zuidwestelijk deel
Figuur 3b: Detailkaart met scope en trac tracé, middendeel
CA190022.004.R01
9 van 15
Figuur 3c: Detailkaart met scope en trac tracé, noordoostelijk deel
3.2 Gevolgen voor beschermde soorten Algemeen Voor de in §2.3 genoemde soortgroepen, namelijk vleermuizen, landzoogdieren, vogels, herpetofauna (amfibieën en reptielen) en vaatplanten zal hierna worden nagegaan wat de mogelijke (negatieve) effecten zijn. Vleermuizen De scope wordt gekenmerkt door een afwisseling van open en gesloten gebieden met ve veel opgaand groen, waardoor het voor vleermuizen een zeer geschikt leefgebied vormt. Ook zijn er op enkele plekken (potentiële) verblijfplaatsen in bomen met holten. De bosranden zullen fungeren als jachtgebied voor vleermuizen en omdat het om een langgerektt lijnvormig gebied gaat, is de functie vliegroute zeker aanwezig. Voor vleermuizen zijn de gevolgen grosso modo verwaarloosbaar verwaarloosbaar, aangezien er nauwelijks of geen (potentiële) verblijfplaatsen verloren gaan door kap van bomen met holten. Ook worden de werkzaamheden aamheden overdag uitgevoerd, zodat er geen verstoring is van vliegroutes of foerageergebied. Er vindt wel mogelijk enige selectieve kap plaats waar het spoorwegtracé sterk is overgroeid door bomen, maar de lijnvormige houtbeplanting blijft als zodanig intact, ct, zodat er geen sprake is van een aantasting van de vliegroute van vleermuizen. Landzoogdieren Er zijn diverse waarnemingen van grondgebonden zoogdieren binnen het onderzoeksgebied.
Het terrein biedt geschikte habitats voor algemeen voorkomende soorten soorten,, met name diverse muizensoorten, haas, konijn, ree en kleine marterachtigen zoals de bunzing. Omdat het tracé deels door stedelijk gebied loopt, is ook de steenmarter te verwachten. Door de aanleg gaan naar verwachting geen verblijfplaatsen van deze marterachtigen rachtigen verloren, in elk geval niet van de das, waarvan de burcht streng beschermd is. Verder geldt dat er in de directe omgeving voldoende alternatieven zijn. Verlies aan biotoop is wel aan a de orde voor landzoogdieren, zij het in relatief geringe mate, want er vindt verharding plaats. Ook kan bij de aanlegwerkzaamheden sprake zijn van een tijdelijke verstoring, wat vooral aan de orde is voor dieren die deels in de bodem leven, met name muizen. Voor alle te verwachten soorten geldt een vrijstelling bij ru ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat alleen de zorgplicht van toepassing is en een zorgvuldige werkwijze volstaat, zie §4.1.
CA190022.004.R01
10 van 15
Broedvogels Voor broedvogels zijn er geschikte nestplaatsen in de solitaire bomen, bomenrijen en bosschages die binnen de scope voorkomen. In de dichte bos bosschages, schages, met name in het zuidwestelijk deel, kan het voorkomen van roofvogelhorsten niet geheel worden uitgesloten uitgesloten. Er zijn vooralsnog echter geen werkzaamheden gepland in het broedseizoen, waarvoor de datumgrenzen 15 maart en 15 juli kunnen worden aangehouden, zodat verstoring van broedende vogels niet aan de orde is. Er zal door het (selectief) verwijderen van bomen wel in geringe mate verlies optreden van nestgebied, maar in verhouding tot wat gehandhaafd blijft, is het eeen verwaarloosbaar verlies. Bovendien zijn er voldoende alternatieven voor het bouwen van nesten in de directe omgeving. De gevolgen voor broedvogels zijn nihil, voor zover er buiten het broedseizoen gewerkt wordt. Waar bomen moeten worden gekapt, dient no nogg wel controle plaats te vinden op het voorkomen van jaarrond beschermde nesten, met name roofvogelhorsten roofvogelhorsten, zie onder. Amfibieën en reptielen De bosranden langs onverharde paden, zie bijvoorbeeld foto 16, vormen een geschikt biotoop voor reptielen als de levendbarende hagedis. Hier kunnen ook schuilplaatsen voorkomen van amfibieën. Op het tracé zelf zijn echter geen geschikte voortplantingsplaatsen van amfibieën aanwezig.
Wel zijn deze binnen de scope aanwezig, met name in het zuidwesten langs de A50 en llangs angs de Aa, die gekruist wordt. Negatieve effecten zijn daarom alleen op schuilplaatsen (zomerbiotoop) te verwachten, voor zover graafwerkzaamheden plaatsvinden en struiken gerooid worden. Dit geldt mutatis mutandis ook voor reptielen. Voor wat betreft de amfibieën geldt dat het alleen om algemeen voorkomende soorten gaat, die op de Vrijstellingslijst staan, zie tabel A in bijlage 1. De levendbarende hagedis staat niet op die lijst. Door het treffen van mitigerende maatregelen kan overtreding van de Wnb voorkomen rkomen worden, zie onder. Vaatplanten Binnen de scope zijn waarnemingen gedaan van enkele voorheen beschermde soorten: akkerklokje, rietorchis en steenbreekvaren. Laatstgenoemde soort is langs de Aa aangetroffen, vermoedelijk onder een brug. Indien de brugg wordt aangepast, kan dit negatieve gevolgen hebben voor de betreffende groeiplaats, maar door mitigerende maatregelen is het effect te beperken. Overigens is deze soort niet meer beschermd, er is dus geen strijdigheid met de wet indien de groeiplaats onv onverhoopt erhoopt verloren gaat, al dient wel de zorgplicht in acht te worden genomen, zie onder.
Omdat er binnen de scope verharding plaatsvindt, zullen groeiplaatsen van de genoemde soorten verloren kunnen gaan, maar ook daarvoor geldt dat mitigerende maatregelen mogelijk zijn om de effecten te beperken. De kans dat er groeiplaatsen van beschermde soorten worden aangetast is nihil, er zijn geen aanwijzingen dat dergelijke soorten in het projectgebied voorkomen. Om de groeiplaatsen van bijzondere planten te behouden,, is een enkele mitigerende maatregel nodig, zie onder ((§§4.1). Insecten De bestaande spoorlijn bevat op open plekken warme, zandige substraten met bovengronds dood hout en stukken met braamstruweel (zie de foto foto’s) en zodoende allerlei ‘microstructuren’, en die voor diverse soorten graafwespen en zandbijen bijen geschikt zijn als nestplaats. Door de verharding zullen dit soort microstructuren grotendeels verloren gaan. Omdat er ook ruimte gecre gecreëerd moet worden en er daarom ook dicht struweel en bosschages gekapt moet worden, ontstaan op andere plekken ook weer nieuwe geschikte condities. Negatieve effecten van verlies van de genoemde biotopen kunnen worden gecompenseerd door bij de uitwerking naast het fietspad ook bewust open,, zandige plekken te creëren langs struweel, zie verder §4.1. 1.
CA190022.004.R01
11 van 15
3.3 Gevolgen voor beschermde natuurgebieden Natura 2000-gebieden In hoofdstuk 1 is al geconcludeerd dat er geen negatieve gevolgen voor Natura 2000 2000-gebieden gebieden te verwachten zijn. Natuurnetwerk (Nederland en Brabant) In figuur 2 (hoofdstuk 1) is de scope weergegeven in relatie tot de ligging van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Hieruit blijkt dat delen van het tracé door gebieden lopen die tot dit netwerk behoren. Om de gevolgen voor de NNB vast te kunnen stellen, dient nagegaan te worden welke natuurdoelen eventueel kunnen worden geschaad (zie bijlage 1). De natuurdoelen zijn vastgelegd in het Natuurbeheerplan. Hiervoor is de betreffende viewer van de provincie geraadpleegd. Figuren 4a en 4b geven een uitsnede uit dit plan voor het onderhavige studiegebied met daarop de scope geprojecteerd.
Figuur 4a: Uitsnede Natuurbeheerplan,, zuidwestelijk deel (Bron: Provincie Noord Noord-Brabant)
Uit figuren 4a en 4b blijkt dat door het voornemen enkele beheertypen (‘natuurdoelen’) (‘natuurdoel mogelijk worden aangetast, te weten:
N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur (gebiedje langs de Aa)
N03.01 Beek en Bron (kruisende wat watergangen)
N16.03 Droog bos met productie (bosje in uiterste noordoosten)
N16.044 Vochtig bos met productie (diverse langgerekte bosjes binnen de scope)
CA190022.004.R01
12 van 15
Figuur 4b: Uitsnede Natuurbeheerplan, noordoostelijk deel (Bro (Bron: Provincie Noord-Brabant)
Het voornemen oornemen zal er echter niet toe leiden dat gebieden die behoren tot het NN NNB verloren gaan. Er is alleen sprake van een tijdelijke verstoring door de aanlegwerkzaamheden. Mogelijk dient er selectieve kap plaats te vinden, met name op delen van het traject die sterk overgroeid zijn, maar indien dit zorgvuldig plaatsvindt, zal dit geen afbreuk hoeven te doen en aan de kwaliteit van het bos. Wel wordt een deel verhard, maar dit bestaat nu uit spoorlijn of betreft een onverhard pad, waardoor het verlies aan biotoop slechts gering is. Omdat de werkzaamheden niet in het broedseizoen van vogels gepland zijn, zijn vverstorende erstorende effecten op fauna gering. Er zijn voldoende uitwijkmogelijkheden voor dieren. In principe wordt naa uitvoering van de werkzaamheden het betreffende gebied weer in de oorspronkelijke staat teruggebracht teruggebracht, hoewel oewel de kap van bomen uiteraard zichtbaar blijft. Echter, het et kappen van enkele bomen in een bos leidt niet tot kwaliteitsverlies, indien het geen oude bomen met holten en spleten betreft. Al met al zijn de gevolgen voor de onderhavige beheertypen beheertype slechts in zeer beperkte mate negatief en door he hett vervangen van weggenomen bramenruigte met aanplant van bijvoorbeeld besdragende struiken langs de bosrand kan ook een meerwaarde bereikt worden voor de onderhavige beheertypen.
Wanneer deze maatregel word wordt getroffen, is er geen sprake van een compensatieplicht. Gevolgen voor het functioneren neren van de ecologische verbindingszone Het tracé is,, zoals hiervoor genoemd, gedeeltelijk onderdeel van het NNB en heeft de functie ‘ecologische verbindingszone’. Omdat er verharding plaatsvindt, is de vraag welke gevolgen dit heeft voor het functioneren van de ecologische verbindingszone. De verharding vindt niet plaats over de volle breedte van deze zone. Er zal wel ruimte moeten worden gecreëerd ëerd waarvoor struiken en hier en daar ook bomen moeten worden gekapt. Delen zijn nu dicht gegroeid (zie bijvoorbeeld de foto’s 7, 8 en 17) en het creëren ëren van openheid zal op deze plekken meer zon geven en daardoor ook betere kansen voor warmteminnende soorten, met name insecte insecten en ook reptielen. Langs de verharding ontstaat een berm berm,, die, mits niet te intensief beheerd, de ecologische verbindingsfunctie kan voortzetten,, zie verder §4.1.
CA190022.004.R01
13 van 15
4 Te treffen maatregelen en vervolgstappen 4.1 Mitigerende maatregelen Algemene, licht beschermde soorten (landzoogdieren) Voor algemene, maar wel beschermde soorten, te weten soorten die op de Vrijstellingslijst van de Provincie 1
Noord-Brabant staan, n, geldt een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voor alle soorten, inclusief de bedoelde algemene soorten, geldt evenwel altijd de zorgplicht ex art. 1.11 van de Wet natuurbescherming. Dit artikel is van toepassing op zowel beschermde als onbesch onbeschermde dier- en plantensoorten, ongeacht vrijstelling of ontheffing. De zorgplicht houdt in dat, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, schade aan plant plant- en diersoorten voorkomen wordt. In het onderhavige geval betekent dit dat bij graafwerkzaamheden in de bodem en rooiwerkzaamheden in delen met bos voorzichtig te werk moet worden gegaan en in een richting moet worden gewerkt, zodat in de bodem aanwezige dieren (muizen) tijdig kunnen ontsnappen. Vleermuizen Het gehele gebied van de scope is van betekenis als foerageergebied en vliegroute voor vleermuizen. vleermuizen Omdat alleen overdag werkzaamheden plaatsvinden en vleermuizen ’s nachts actief zijn, zijn verstorende effecten afwezig. Langs opgaande beplanting kunnen in bomen verblijvende vleermuizen worden verstoord, dergelijke bomen dienen gemarkeerd te worden en er mag geen materieel onder gestald worden.
Broedvogels Indien verstorende werkzaamheden in het broedseizoen (15 maart tot 15 juli) nodig zijn, mogen deze alleen in overleg met een ter zake deskundige ecolo ecoloog og plaatsvinden, die de aanwezige bomen en houtopstanden binnen de verstoringszone controleert op het voorkomen van nesten van vogels. Indien nesten aangetroffen worden, dienen werkzaamheden te worden uitgesteld tot na 15 juli. Vooralsnog zijn mitigerende maatregelen voor vogels niet nodig, omdat geen werkzaamheden in het broedseizoen zijn gepland. Amfibieën en reptielen Voor de bosranden, met name langs onverharde paden, geldt dat hierin geen grond mag worden gedumpt om te voorkomen dat schuilplekken van amfibieën en reptielen worden aangetast. Om vestiging van rugstreeppadden te voorkomen bij graafwerkzaamheden, voor zover deze plaatsvinden in het eerste kwartaal van 2020, dienen kuilen en plasjes zo snel mogelijk te worden opgeruimd. Vaatplanten Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en langs het tracé van de SFR een enkele bijzondere soort voorkomt, maar het gaat niet om actueel beschermde soorten. Het voorkomen van beschermde soorten is zeer onwaarschijnlijk. Niettemin is het van belang zorgvuldig m met et vaatplanten om te gaan, ook met het oog op
1
Het betreft de volgende soorten: aardmuis, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, eekhoorn, egel,
gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, m middelste groene kikker, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, wezel, wezel wild zwijn en woelrat (zie bijlage 1, tabel A)
CA190022.004.R01
14 van 15
dagvlinders en bijen. Negatieve gevolgen kunnen worden voorkomen door zorgvuldig met de aanwezige zaadbank om te gaan. Bij graafwerkzaamheden dient de bovengrond apart te worden gezet en niet vermengd met de ondergrond. dergrond. De bovengrond moet na gereedkomen van het pad weer bovenop de ondergrond worden teruggezet. Beschermde gebieden en ecologische verbindingszone Het tracé doorkruist enkele percelen of gebieden, die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant. Er vindt een tijdelijke verstoringg plaats van het aanwezige bos en door de verharding treedt een gering verlies op van biotoop,, waaronder geschikte habitats voor graafwespen en zandbijen zandbijen. Anderzijds worden sterk s overgroeide delen van het traject ontdaan van de aanwezige bramenruigte en door de hier aanwezige vegetatie te vervangen door aanplant van bijvoorbeeld besdragende struiken langs de bosrand, kan een meerwaarde bereikt worden voor de onderhavige beheertypen. Daar waar het tracéé door het industri industriegebied loopt en waar dus thans een groene zone door dit gebied loopt, is het belangrijk deze zone te behouden en te versterken versterken..
De aanleg van het fietspad, fietspad waarvoor wel de dichtgegroeide gegroeide delen moet worden open gekapt (zie bijvoorbeeld foto 7), dient hier zorgvuldig plaats te vinden en mag niet tot verlies van opgaande be begroeiing leiden langs de te creëren verharding. Het is van belang de ecologische sche verbindingsfunctie van de oude spoorlijn te continueren door langs de verharding in te zetten op ecologisch bermbeheer, waarbinnen vers verschraling een belangrijke beheercomponent vormt. Idealiter ontstaat een schraalgraslandvegetatie, waarbinnen delen met heide. Ook daarvoor is van belang dat er voldoende openheid d blijft c.q. gecre gecreëerd wordt, met name door bomen die erg dicht op het tracé trac staan te vervangen door struiken. Het is van belang een structuurrijke mantel en zoom te creëren op de tracédelen édelen die door bosgebied lopen lopen, zoals hiervoor al genoemd. Bestaande schrale plekken (zie bijvoorbeeld foto’s 13 – 15) moeten in stand geh houden worden en waar mogelijk uitgebreid, bijvoorbeeld door bewust open zandige plekken te creëren. Hierdoor ierdoor ontstaan ook weer nieuw nieuwee biotopen voor insecten, waaronder graafwespen en zandbijen.
4.2 Vervolgstappen Indien de voornoemde maatregelen in acht worden genomen, is er geen strijdigheid met de Wet natuurbescherming en kan de ingreep zonder ontheffing in het kader van de soortenbescherming of vergunning in het kader van de gebiedenbescherming plaatsvinden. Ook is in dat geval geen strijdigheid te verwachten met de Verordening erordening van de Provincie Noord-Brabant voor oor wat betreft negatieve gevolgen voor het Natuurnetwerk Brabant.
CA190022.004.R01
15 van 15
Bijlagen
Bijlage 1 Toetsingskader: wetgeving en beleid De bescherming van soorten en natuurgebieden is in Nederland op twee niveaus geregeld: 1) a. de soortenbescherming door de Wet natuurbescherming (hoofdstuk 3) en b. de bes bescherming van beschermde natuurmonumenten (bijzondere nationale natuurgebieden) en Natura 2000 2000-gebieden idem (hoofdstuk 2); 2) de veiligstelling van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN, voorheen EHS) in de Nota Ruimte, de Streekplannen, Interimstructuurvisie en de Bestemmingsplannen. Hieronder wordt ingegaan op de soortenbescherming.
AD 1A. SOORTENBESCHERMING Verbodsbepalingen In de Wet natuurbescherming (Wnb), die sinds 1 januari 2017 van kracht is, zijn drie oude wetten geïntegreerd, namelijk de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet en de Boswet. Hoofdstuk 3 van de Wnb gaat in op soorten en beschermt een groot aantal planten planten- en diersoorten (waaronder vrijwel alle gewervelde dieren, diverse insectensoorten en een aantal planten). Was voorheen het rij rijkk bevoegd gezag, nu is dat de provincie. Ontheffingen (zie onder) moeten dus vanaf de genoemde datum bij de provincie worden aangevraagd. De wet onderscheidt een drietal categorieën soorten, te weten a)
soorten van de Vogelrichtlijn (artikelen 3.1 t/m 3.4) Het is verboden:
opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen (art. 3.1 lid 1);
opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eer eerste ste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen (art. 3.1 lid 2);
eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder ziich te hebben (art. 3.1 lid 3);
vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen (art. 3.1 lid 4).
Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort).
b) soorten van de Habitatrichtlijn (artikelen 3.5 t/m 3.9) Het is verboden:
in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen angen (art. 3.5 lid 1);
dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren (art. 3.5 lid 2);
eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen (art. 3.5 lid 3);
de voortplantingsplaatsen of rustpla rustplaatsen atsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen (art. 3.5 lid 4);
CA190022.004.R01
planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen (art. 3.5 lid 5).
c)
andere soorten (artikelen 3.10 en 3.11) Het is verboden:
in het wild levende zoogdieren,amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen (art. 3.10 lid 1 onderdeel a);
de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel A opzettelijk te 2
beschadigen of te vernielen (art. 3.10 0 lid 1 onderdeel b), of vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen (art. 3.10 lid 1 onderdeel c).
De categorie ‘andere soorten’ is qua beschermingsregime vergelijkbaar met de tabel 22-soorten soorten onder de FloraFlora en faunawet. Echter, ten opzichte van het beschermingsregime onder de Flora Flora- en faunawet is de lijst van ‘andere soorten’ significant verander veranderd, d, met name op het gebied van vissen, insecten en planten. Ernstig bedreigde en bedreigde dagvlinders, libellen en planten zijn toegevoegd, maar de voorheen gevoelige en kwetsbare soorten (voornamelijk orchideeën, klokjes en varens) zijn niet meer bescherm beschermd. Ontheffing en vrijstelling In principe geldt ook voor alle opgenomen nationaal beschermde soorten (bovengenoemde soorten genoemd onder c) een ontheffingsplicht (dus ook voor algemene soorten als bruine kikker en konijn). De soorten zijn in de Wnb niet ingedeeld in categorieën, zoals in de AmvB bij art. 75 van de Flora Flora- en faunawet, de zogenaamde tabel 1,2,3-soorten. soorten. Vrijstellingsregelingen dienen door de provincies zelf te worden opgesteld. De Provincie Noord-Brabant heeft voor de in onderstaande tabel A vermelde soorten een vrijstelling 3
opgenomen . Voor deze soorten behoeft geen ontheffing te worden gevraagd bij ruimtelijke ingrepen (vergelijkbaar met de oude tabel 1-soorten Flora- en faunawet). Voor de overige soorten (de oude tabel 2,3 2,3-soorten Flora- en faunawet), inclusief de VogelVogel en Habitatrichtlijnsoorten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen als wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. In de overige gevallen is een ontheffing nodig, welke allee alleen n kan worden verleend onder de volgende voorwaarden (art. 3.3 lid 4 en art. 3.8 lid 5): er bestaat geen andere bevredigende oplossing (alternatief), én de maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soortt (bij Vogelrichtlijnsoorten), c.q. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (bij Habitatrichtlijnsoorten), én 4 de activiteit past binnen één van de in de wet genoemde belangen . 2
Het opzettelijk verontrusten van beschermde soorten uit deze categorie en het vverstoren erstoren van vaste voortplantingsplaatsen
of rust- en verblijfplaatsen is in de Wnb niet langer verboden, hetgeen onder de Flora Flora- en faunawet wel het geval was. 3
Verordening natuurbescherming Noord Noord-Brabant van 31-01-2019, bijlage 3
CA190022.004.R01
Tabel A: Overzicht van beschermde soorten op de ‘vrijstellingslijst’ van de Provinc Provincie Noord-Brabant Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Amfibieën bruine kikker Rana temporaria gewone pad Bufo bufo kleine watersalamander Lissotriton vulgaris (OUDE NAAM: Triturus vulgaris) meerkikker Rana ridibunda middelste groene kikker (of bastaardkikker) Rana esculenta Zoogdieren aardmuis Microtus agrestis bosmuis Apodemus sylvaticus bunzing Mustela putorius dwergmuis Micromys minutus dwergspitsmuis Sorex minutus eekhoorn Sciurus vulgaris egel Erinaceus europeus gewone bosspitsmuis Sorex araneus haas Lepus europeus huisspitsmuis Crocidura russula konijn Oryctolagus cuniculus ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus ree Capreolus capreolus rosse woelmuis Clethrionomys glareolus tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus veldmuis Microtus arvalis vos Vulpes vulpes wezel Mustela nivalis wild zwijn Sus scrofa woelrat Arvicola terrestris
Net als in de Flora- en faunawet is ook in de Wnb een zorgplicht opgenomen (art. 1.11). De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling telling is verleend. De zorgplicht betekent niet dat er geen dieren mogen worden gedood, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat het lijden zo beperkt mogelijk is. Jaarrond beschermde vogelnesten Voor ontheffingen en gedragscodes des hanteerde het Ministerie voorheen een lijst met jaarrond beschermde vogelnesten (roofvogels, huismus, roek), zie onderstaande tabel B. Omgevingscheck Er is altijd – ook indien er een jaarrond beschermd nest is aangetroffen en deze door een ingreep za zal verdwijnen – een omgevingscheck nodig. Een deskundige moet dan vaststellen of er voor de soort voldoende alternatieve leefomgeving is om zelfstandig een vervangend nest te kunnen vinden of te bouwen in de omgeving. Is dit niet het geval? Dan moet, voor zzover over mogelijk, een alternatief nest of aanvullend functioneel leefgebied worden aangeboden. Indien ook dat niet mogelijk is, dan moet er een ontheffing worden aangevraagd.
Mitigerende en compenserende maatregelen Het kan nodig zijn om mitigerende (verzach (verzachtende) tende) en compenserende maatregelen te nemen om aan de voorwaarden voor een ontheffing te voldoen. 4
De belangen betreffen: volksgezondheid, openbare veiligheid, veiligheid van het luchtverkeer, voorkomen belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren, bescherming van flora of fauna, onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor d dee daarmee samenhangende teelt. Bij habitatrichtlijnsoorten worden additioneel nog de volgende belangen vermeld: instandhouding van de natuurlijke habitats, dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aar aard d en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. Ruimtelijke ontwikkeling geldt als belang alleen voor de categorie ‘andere soorten’.
CA190022.004.R01
Tabel B: lijst met categorieën nestplaatsen en soorten van het Ministerie (‘Rijkslijst’) Cat. Type verblijfplaatsen/type soorten 1 vaste rust- en verblijfplaatsen;; nesten die, behalve gedurende als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust rust- en verblijfplaats 2 nesten van koloniebroeders;; nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn, of afhankelijk van bebouwing of biotoop 3 honkvaste broedvogels en vogels afhankelijk van bebouwing bebouwing; nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden n en die daarin zeer honkvast zijn, of afhankelijk van bebouwing of biotoop 4 vogels die niet zelf in staat zijn een nest te bouwen bouwen; vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest een die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen 5 niet jaarrond beschermd, inventarisatie gewenst gewenst; nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij h het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen
Betrokken soorten steenuil gierzwaluw, huismus, roek grote gele kwikstaart, kerkuil, oehoe, ooievaar, slechtvalk boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, wespendief, zwarte wouw blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruipe bosuil, brilduiker, boomkruiper, draaihals, eidereend, ekster, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, kleine vliegenvanger, koolmees, kortsnavelboomkruiper, oeverzwaluw, oeverzwaluw pimpelmees, raaf, ruigpootuil, spreeuw, tapuit, torenvalk, zeearend, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart, zwarte specht
Mitigerende maatregelen zijn gericht op het voorkomen dat de functionaliteit van de voortplantings voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen rblijfplaatsen wordt aangetast. Deze maatregelen worden uitgevoerd binnen het huidige leefgebied van een bepaalde soort (dit werd voorheen compensatie genoemd). Indien het functionele leefgebied voor 100% gemitigeerd wordt (en de nest/burchtlocatie niet di direct rect wordt aangetast) treedt er geen overtreding op van de Wnb en is ook geen ontheffing nodig. Compenserende maatregelen worden getroffen, wanneer de functionaliteit van de vaste rust en verblijfsplaats niet behouden kan blijven. In dit geval is een onth ontheffing effing nodig. Compensatie kan plaatsvinden om een andere (deel-)populatie )populatie te versterken. Uitgangspunt daarbij is dat de gunstige staat van instandhouding van de soort als geheel niet in het geding komt. De beoordeling van de staat van instandhouding hangt samen met de beschermingsstatus van de soort. Hiervoor geldt het volgende:
De gunstige staat van instandhouding van soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn moet op lokaal lokaalregionaal niveau beoordeeld worden.
De gunstige staat van instandhouding van d dee overige soorten moet op landelijk niveau beoordeeld worden.
CA190022.004.R01
Bijlage 2 Status van soorten Toelichting:
Wnb = Wet natuurbescherming; A = overige beschermde soorten (fauna), HRL = Habitatrichtlijn (soorten van bijlage IV HRL), VRL = Vogelrichtlijn
Prov ov = soort van provinciale vrijstellingslijst (X), zie bijlage 11, tabel A
Ffw = Flora- en faunawet (tot 1.1.2017)
RL = Rode Lijst; BE = bedreigd, GE = gevoelig gevoelig, KW = kwetsbaar Nederlandse naam Wetenschappelijke naam
Wnb
Prov
Ffw
RL
AMFIBIEËN Alpenwatersalamander
Ichthyosaura alpestris
A
tabel 2
Bastaardkikker
Pelophylax kl. esculentus
A
X
tabel 1
Bruine kikker
Rana temporaria
A
X
tabel 1
Gewone pad
Bufo bufo
A
X
tabel 1
groene kikker (soort onbepaald)
Pelophylax esculentus synklepton
X
tabel 1
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
A
X
tabel 1
Rugstreeppad
Epidalea calamita
HRL
tabel 3
GE
INSECTEN Blauwzwarte houtbij
Xylocopa violacea
BE
Bbruin blauwtje
Aricia agestis
GE
Bruine rouwbij
Melecta albifrons
KW
Gele tubebij
Stelis signata
VN
Keizersmantel
Argynnis paphia
Kielstaartkegelbij
Coelioxys alata
GE
Oranje zandoogje
Pyronia tithonus
GE
tabel 3
REPTIELEN Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
A
tabel 2
GE
VAATPLANTEN Akkerklokje
Campanula rapunculoides
tabel 1
Brede wespenorchis / Duinwespenorchis Epipactis helleborine
tabel 1
Gewone / Spindotterbloem
Caltha palustris
tabel 2
Rietorchis
tabel 2
Steenbreekvaren
Dactylorhiza majalis subsp. praetermissa Asplenium trichomanes
Tongvaren
Asplenium scolopendrium
tabel 2
Bittervoorn
Rhodeus amarus
tabel 3
Grote modderkruiper
Misgurnus fossilis
Kleine modderkruiper
Cobitis taenia
tabel 2
Rivierdonderpad
Cottus perifretum
tabel 2
tabel 2
VISSEN A
tabel 3
VOGELS Appelvink
Coccothraustes coccothraustes
VRL
vogels
Blauwborst
Luscinia svecica
VRL
vogels
Bonte Vliegenvanger
Ficedula hypoleuca
VRL
vogels
Boomklever
Sitta europaea
VRL
vogels
CA190022.004.R01
KW KW
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Wnb
Prov
Ffw
Boomkruiper
Certhia brachydactyla
VRL
vogels
Boomvalk
Falco subbuteo
VRL
vogels
Bosrietzanger
Acrocephalus palustris
VRL
vogels
Bosuil
Strix aluco
VRL
vogels
Braamsluiper
Sylvia curruca
VRL
vogels
Bruine Kiekendief
Circus aeruginosus
VRL
vogels
Buizerd
Buteo buteo
VRL
vogels
Canadese gans (soort onbekend)
Branta canadensis/hutchinsii
VRL
vogels
Canadese gans x Grauwe gans
Branta canadensis x Anser anser
VRL
vogels
Carolina-eend
Aix sponsa
VRL
vogels
Dodaars
Tachybaptus ruficollis
VRL
vogels
Ekster
Pica pica
VRL
vogels
Fazant
Phasianus colchicus
VRL
vogels
Fitis
Phylloscopus trochilus
VRL
vogels
Fuut
Podiceps cristatus
VRL
vogels
Gaai
Garrulus glandarius
VRL
vogels
Geelgors
Emberiza citrinella
VRL
vogels
Gekraagde Roodstaart
Phoenicurus phoenicurus
VRL
vogels
Gierzwaluw
Apus apus
VRL
vogels
Goudhaan
Regulus regulus
VRL
vogels
Grasmus
Sylvia communis
VRL
vogels
Grauwe Gans
Anser anser
VRL
vogels
Groene Specht
Picus viridis
VRL
vogels
Groenling
Chloris chloris
VRL
vogels
Grote Bonte Specht
Dendrocopos major
VRL
vogels
Grote Canadese gans
Branta canadensis
VRL
vogels
Grutto
Limosa limosa
VRL
vogels
Havik
Accipiter gentilis
VRL
vogels
Heggenmus
Prunella modularis
VRL
vogels
Holenduif
Columba oenas
VRL
vogels
Houtduif
Columba palumbus
VRL
vogels
Huismus
Passer domesticus
VRL
vogels
IJsvogel
Alcedo atthis
VRL
vogels
Kauw
Corvus monedula
VRL
vogels
Kerkuil
Tyto alba
VRL
vogels
Kievit
Vanellus vanellus
VRL
vogels
Kleine Karekiet
Acrocephalus scirpaceus
VRL
vogels
Kleine Plevier
Charadrius dubius
VRL
vogels
Kleine Zwaan
Cygnus bewickii
VRL
vogels
Knobbelzwaan
Cygnus olor
VRL
vogels
Koekoek
Cuculus canorus
VRL
vogels
Kokmeeuw
Chroicocephalus ridibundus
VRL
vogels
Kolgans
Anser albifrons
VRL
vogels
RL
VOGELS (vervolg)
CA190022.004.R01
KW
GE
GE
KW
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Wnb
Prov
Ffw
Koolmees
Parus major
VRL
vogels
Koperwiek
Turdus iliacus
VRL
vogels
Kuifeend
Aythya fuligula
VRL
vogels
Mandarijneend
Aix galericulata
VRL
vogels
Meerkoet
Fulica atra
VRL
vogels
Merel
Turdus merula
VRL
vogels
Muskuseend
Cairina moschata
VRL
vogels
Nachtegaal
Luscinia megarhynchos
VRL
vogels
Nijlgans
Alopochen aegyptiaca
VRL
vogels
Oeverzwaluw
Riparia riparia
VRL
vogels
Pimpelmees
Cyanistes caeruleus
VRL
vogels
Putter
Carduelis carduelis
VRL
vogels
Ransuil
Asio otus
VRL
vogels
Regenwulp
Numenius phaeopus
VRL
vogels
Rietgors
Emberiza schoeniclus
VRL
vogels
Roek
Corvus frugilegus
VRL
vogels
Roodborst
Erithacus rubecula
VRL
vogels
Roodborsttapuit
Saxicola rubicola
VRL
vogels
Scholekster
Haematopus ostralegus
VRL
vogels
Slechtvalk
Falco peregrinus
VRL
vogels
Smient
Anas penelope
VRL
vogels
Sperwer
Accipiter nisus
VRL
vogels
Spotvogel
Hippolais icterina
VRL
vogels
Spreeuw
Sturnus vulgaris
VRL
vogels
Sprinkhaanzanger
Locustella naevia
VRL
vogels
Staartmees
Aegithalos caudatus
VRL
vogels
Steenuil
Athene vidalii
VRL
vogels
Stormmeeuw
Larus canus
VRL
vogels
Tjiftjaf
Phylloscopus collybita
VRL
vogels
Toendrarietgans
Anser serrirostris rossicus
VRL
vogels
Torenvalk
Falco tinnunculus
VRL
vogels
Tuinfluiter
Sylvia borin
VRL
vogels
Turkse Tortel
Streptopelia decaocto
VRL
vogels
Vink
Fringilla coelebs
VRL
vogels
Waterhoen
Gallinula chloropus
VRL
vogels
Waterral
Rallus aquaticus
VRL
vogels
Wilde Eend
Anas platyrhynchos
VRL
vogels
Winterkoning
Troglodytes troglodytes
VRL
vogels
Witte Kwikstaart
Motacilla alba
VRL
vogels
Wulp
Numenius arquata
VRL
vogels
Zanglijster
Turdus philomelos
VRL
vogels
Zilvermeeuw
Larus argentatus
VRL
vogels
Zwarte Kraai
Corvus corone
VRL
vogels
RL
VOGELS (vervolg)
CA190022.004.R01
KW
KW
GE GE
KW
KW
KW
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Wnb
Zwarte Mees
Periparus ater
Zwarte Roodstaart Zwartkop
Prov
Ffw
RL
VRL
vogels
GE
Phoenicurus ochruros
VRL
vogels
Sylvia atricapilla
VRL
vogels
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
A
X
tabel 1
Bunzing
Mustela putorius
A
X
tabel 1
Das
Meles meles
A
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
A
X
tabel 2
Egel
Erinaceus europaeus
A
X
tabel 1
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
HRL
X
tabel 3
Haas
Lepus europaeus
A
X
tabel 1
Huisspitsmuis
Crocidura russula
A
X
tabel 1
Konijn
Oryctolagus cuniculus
A
X
tabel 1
Steenmarter
Martes foina
A
Vos
Vulpes vulpes
A
X
tabel 1
Wezel
Mustela nivalis
A
X
tabel 1
VOGELS (vervolg)
ZOOGDIEREN
CA190022.004.R01
tabel 3
tabel 2 GE
Bijlage 3 Foto’s
Figuur B1: Fotolocaties zuidwest
Figuur B2: Fotolocaties midden
Figuur B3: Fotolocaties noordoost
CA190022.004.R01
Foto’s 1 - 3
CA190022.004.R01
Foto’s 4 - 6
CA190022.004.R01
Foto’s 7 - 9
CA190022.004.R01
Foto’s 10 – 12; op foto 11 is een buizerd te zien op het hek van de brug (binnen rode cirkel)
CA190022.004.R01
Foto’s 13 - 15
CA190022.004.R01
Foto’s 16 - 18
CA190022.004.R01
Foto’s 19 - 21
CA190022.004.R01
Foto’s 22 - 24
CA190022.004.R01
Foto’s 25 - 27
CA190022.004.R01
Foto’s 28 - 30
CA190022.004.R01
36
Kaart 1
LANDZOOGDIEREN
! "
# . !
$ 1 / " G
k j > !
! A
@ !
D
Archiefwaarnemingen zoogdieren
Bosmuis Bunzing Das Eekhoorn Egel Haas Huisspitsmuis Konijn Steenmarter Vos Wezel
1! $ @ D
#
. !
verkeersslachtoffer (eekhoorn, egel, vos)
! 1D $ . D ! A 1 $ D
1 $
Gewone dwergvleermuis
1 ! A $$ 1 D 1 $
1 $ $ D 1
.k j " ! / / /" " !
A
k j k j k j k jk k j k j j k j k j ! A D ! " A 1 $ k D j ! A D
k j k jk j
k j
/ "
1 $ D
/ " " /
/" / k j"
. ! . ! D
k j
. ! . ! D
1 $
1 $ D
C ! ! C C! C! C !
1 $ D
k j
1 $
.k ! j . ! .$ ! . ! . ! 1 D
1! $ C$ 1 D $ 1 D 1$ D 1 $ D 1 $ k j 1 $ j D 1 $ .k ! D C D ! 1 $ 1 $ ! ! D 1 $ 1 $ ! 1 $ . C . " 1 $ . ! 1 $ D ! .! ! 1 $ .D . D 1 $ .! ! 1 $ D 1 $ . ! D 1 $ 1k $ C ! D D . ! C 1 $ 1!j $ C ! ! C ! G C ! D .
" /
1 $ D 1 $ D ! C C !
! A D
VLEERMUIZEN
C !
1 $ D
" / > ! / " A
1 $ ! A D 1 $ D
.! ! .
! . C ! . C !
CC! ! C ! C ! C ! ! C 1 $ C C! !
±
scope
schaal 1:27.500
Esri Nederland, Jan Willem vanGeonius Aalst - www.imergis.nl Infra
! "
# . !
$ 1 / " G
k j > !
! A
! @ C !
! U
P !
Kaart 2a
Appelvink Blauwborst Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Bosrietzanger Braamsluiper Canadese gans (soort onbek.) Canadese gans X Grauwe gans Carolina-eend Dodaars Ekster Fazant Fitis
Archiefwaarnemingen broedvogels a. soorten A t/m Fi
/ P" ! P "! /
G
1 $
/ "
( territorium
/ "
! U
G / P " ! G / !" C " P "" P! ! P ! . ! " //( " / "" " / " /" " /! / !" C 1 / " ! U $ ! U( ! U( ! U( / " / " / ! U " " " / " / " U "!
" """ /" "
/ " "
G G @ ! (
/ "
k j (
P .! !
P !
> ! $ ( 1
P! ! P ! C# k j (
. !
" / / G " ! /" " U/
/ " "! / .
U "! / // " /" /" "
! U ! U
" // "
/ " #
( ! A (
P !
±
scope
schaal 1:27.500
Esri Nederland, Jan Willem vanGeonius Aalst - www.imergis.nl Infra
! "
# . !
$ 1 / " G
k j > !
! A
! @ C !
! U
P !
Kaart 2b
Fuut Gaai Geelgors Gekraagde roodstaart Gierzwaluw Goudhaan Grasmus Grauwe gans Groene specht Groenling Grote bonte specht Grote Canadese gans Heggenmus Holenduif
Archiefwaarnemingen broedvogels b. soorten Fu t/m G Hol
/ "
" @ ! (
> !
P ! G
( territorium
G
C( ! ! (
GG
!! > >
!GG >
P! ! ! U U ( G ! U ! U! ! ! U A UG
> !
! A
k j ( k j ( G
! ! U !A G G ! G U A G U!
U ! U! ! > ! AG
> ! UG!
! U k j ( k j (
/ ! U" ! U ! U ! U
! A ( > !
> ! G
G
> !
G
> ! ! >
G
G G U G! # P( ! G
! ! U A
"! ! U ( ! > ! >! ! U A U
> !
! P ! !A . > ! ! A
C ! (
! U
1 $ (
@ !
C ! (
G
> !
C ! (
! U ! U! U ! U ! A
±
scope
schaal 1:27.500
Esri Nederland, Jan Willem vanGeonius Aalst - www.imergis.nl Infra
! "
# . !
$ 1 / " G
k j > !
! A
! @ C !
! U
P !
Kaart 2c
Houtduif Huismus IJsvogel Kauw Kleine karekiet Kleine plevier Knobbelzwaan Koekoek Koolmees Koperwiek Kuifeend Mandarijneend Meerkoet Merel
Archiefwaarnemingen broedvogels c. soorten Hou t/m Me
1$ $ 1 k $ 1 j 1 $ 1 $ 1 $
. ! P( !
! U ( ! U ! U( ! U ( @( ! ( ! U ( G ! U ! U( @ ! ( @ ! ! U # ( ! ! U( U U ! ( ( ( ! U ( G ( ! U 1 $ ( ! U ( G ( ! U ! ( ! U U ( ( 1 $ ! @ ! ! U U !( G( U ( ! ! U U( ! U ( 1 $ ! U( 1 ( $
( territorium
k jk j kk j P ! j j$ 1 $ k jk 1 k ! U ( >j ! k k j j k j j @ k 1! $ k j 1 $ ! U ( 1$ $ 1 1 1$ $ 1 $ > ! 1 $
$ $ 1 1 G (
P !
1 $
1 $ @ ! U $ 1 (
( ! U ( ! U ( 1 $ 1 $ 1 $ ! U ( 1 $ 1 $
!
> 1 ! $ / " /( " ( !
! G U( ( ! U ( 1 $
1 $
! U C ( ! (
! U (
! U ( ! U ( 1 $ G ( > ! ! U (
! U G (
P $! 1 !
P !
G (
P! ! P P P ! !! P > ! P!
"
@ ! ! U ( ! U( ( ! U ( ! U (
GA ( ! ! ! @ ! P ! ( > ! P !
±
scope
schaal 1:27.500
Esri Nederland, Jan Willem vanGeonius Aalst - www.imergis.nl Infra
! "
# . !
$ 1 / " G
k j > !
! A
! @ C !
! U
P !
Kaart 2d
Muskuseend Nachtegaal Nijlgans Oeverzwaluw Pimpelmees Putter Rietgors Roek Roodborst Roodborsttapuit Spotvogel Spreeuw Sprinkhaanzanger Staartmees
Archiefwaarnemingen @ ! broedvogels d. soorten Mu t/m S
@ ! ! ( # (
/ "
@ !
k j ( k j "" " k j (
1 $ (
> !
G G
k j( P ! k j (
! A G G ! U # (
!( . . ! ( 1 $ > !
/ " !! > >
! A > !
> !
k j (
k j (
>! ! / " C ! >
k j (
k j (
> !
/ "
k j (
> !
" / / /" " > ! "" / /
A
! A
@ !
/ " > !
( territorium
G G GG G > ! ! # A / " (G GG / " /G " G ( G G / G G" ! A G !
! @ G! @ ! @ @ ! ! A ! @ ! . ! (!@!@
> !
P ! (
/ "
k j$ ( 1
k j ( k j (
> ! P ! (
±
scope
schaal 1:27.500
Esri Nederland, Jan Willem vanGeonius Aalst - www.imergis.nl Infra
! "
# . !
$ 1 / " G
k j > !
! A
! @ C !
! U
P !
Kaart 2e
Tjiftjaf Tuinfluiter Turkse tortel Vink Waterhoen Waterral Wilde eend Winterkoning Witte kwikstaart Zanglijster Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwartkop
Archiefwaarnemingen broedvogels
! UU T t/m Z e. soorten ! !" > ! " ! ! k 1 $ P j A ( k j! !
. ! ! k j (
( territorium
k j!! "" P k j
! U ! U
G P ! (
P !
!( G " A 1 $ ! / "
P ! k j @ ! (
1 ( $ $ A !# 1 ( 1 $ ( 1 $ ( G ! ( ! U( 1 $ 1 $ ( G $ ! U $ ! ! k j( 1 1 ( !! ! ( !
!! !
! U 1 $ ( 1 $ ( ! 1 $ ( 1 $ 1 $ ( ( 1# $ ! ( G 1 $ ( ( 1 $ P ! ( 1 $ 1 ( $ ( P ! ! 1 ! $ 1( $ ( 1 $ ! ( P 1! $ ( ! A !! 1 $ " 1 !$ $ !!! . ! P ( ! k j( 1 ( $ 1 ! $ 1 ( P! ! P ( ! 1 $ P ! ! ( ! 1A $ ( ! ! ( k P ! 1 $ j A 1! $ P ! ! ! ! ( ! ! P k A P j ! ! PG ! . ! " ($1 1 $ ( ( G 1 $ ! U( ( 1 $ . # C . ! # C ! G ( 1 $ ( #!
> ! ( ! ! U ! U > ! 1 $ ! U ( ! U ! U$ ! U ( ! U! ! U ! !! U 1 $ ! U 1 U > ! ( ( ! ! U U ! U (! U U! G! ! U! ( . ! U 1 ! $ U ! ( U ! U ! U ! U U! > ! > ! 1 ! $ # ( ( ! U ! ! U U ! ! ! U 1! $ $ k j ( G U ! U!! 1 P! ! U! 1! $ A ( G (! ! UU ( ! U U ! U G ! U! 1 $ ( ( U 1 $ k j ( ! ! U ! U ! > ( ! U 1 $ !P ( . ! .! ! " ! U P ! k j ! U
1 $ (
# ! A
! U
1 $ (
±
scope
schaal 1:27.500
Esri Nederland, Jan Willem vanGeonius Aalst - www.imergis.nl Infra
! "
# . !
$ 1 / " G
k j > !
! A
@ !
D
Kaart 3
Boomvalk Bosuil Bruine kiekendief Buizerd Havik Kerkuil Ransuil Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk
Archiefwaarnemingen ! en uilen A roofvogels @ !
.! ! ! . > @! .! @! ! .! . . ! .! ! @ ! ! @ ! . . ! . ! @ ! . > / . . ! @! ! .! @" ! . @! ! . ! .! G 1 ! $ . !
/ " @ D !
> !
> ! > !
!" @ / @D !
. !
verkeersslachtoffer (kerkuil)
.! . ! @ .! !
@ @! ! .! @ @ ! @! @! @! .! ! > ! ! @ @! ! @
! @@ . ! @! ! .!
. !
> !! . > !
@ ! . !
. !
@ !
@ .! !
>. ! / " D @! !
/ "
>! ! ! A
@ !
. !
!! .
/ " ! . ! > / " A ! " / / " /! " > A >! / " / ! > /" !" A
. !
/ "
! > . !
> ! ! A
. ! . ! . ! k j @! . @! ! . ! ! @ j > k ! #! . > ! .! .! ! @! . ! . @ ! . ! @ ! ! . 1 $ @@ ! ! k j! .! @ ! . @ @ ! / " @ ! D @! ! . @ ! . !
@ ! . !
! @ G @ !
k j
k j k jk j
! A
@ !
! . . ! > "! . ! "" " > !
1 $
/ "
! A
> !
@" ! / > ! "
> !
. ! " ! > ! " A k j k j k j "
G
! ! A
.! ! .
> !
@ !
> ! ! > > ! " >! ! > " > ! " >! ! > ! > ! > > ! > ! >! ! > " > ! " ""
> !
/ "
±
scope
schaal 1:27.500
Esri Nederland, Jan Willem vanGeonius Aalst - www.imergis.nl Infra
! "
# . !
$ 1 / " G
k j > !
! A
@ !
Kaart 4
Canadese gans (soort onbek.) Grauwe gans Kleine zwaan Kokmeeuw Kolgans Kuifeend Smient Stormmeeuw Toendrarietgans Wilde eend Zilvermeeuw
Archiefwaarnemingen watervogels
. !
) >100 ex. . . ! ! . !
G G ) !
. ! . ! ! A
/ "
! A ! A
. !
. ! . ! / " .! ! . ) ! ) ) . ! ) . ." ! / " / ." ! / " ./) ! /! ) !" . A . ! )
. !
.! ! k j ) @ )
1 $ ># ! "
±
scope
schaal 1:27.500
Esri Nederland, Jan Willem vanGeonius Aalst - www.imergis.nl Infra
! "
# . !
1 $
Kaart 5
Grutto Kievit Regenwulp Scholekster Wulp
Archiefwaarnemingen . ! weidevogels
territorium
( (kievit, scholekster)
! . " " "! "! . ." " " !" "" ." ! ." ! "
" . !
" ""
" " . ! . !
"
. !! . . !
. !
"
"
"
""" "
" " . !
. !
. !
. ! " . ! . !! . . !
. ! . !
! . " . " ! . ! . ! ( ( . ! . ! . ! . ! . ! . ! ( . ! ( . ! . ! . ! . ! .. ! ( ! . .! ! . ! . ! . ! . ! . . ! .! .! "! . ! ( . ! . ! . ! . ! . ! . ! (
. !
" . ! . ! . " "! ! ." . ! "" " . .! ! "" . !
.! ! .. ! ##
. !
. ! . !! . . .! !
.! ! .! . ! . . ! .! .! ( . !
. ! ! . " . " ! "
"
1 $ " ! .
±
scope
schaal 1:27.500
Esri Nederland, Jan Willem vanGeonius Aalst - www.imergis.nl Infra
Kaart 6
AMFIBIEËN
! "
# . !
$ 1 / " G
Archiefwaarnemingen amfibieën en vissen
Alpenwatersalamander Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad groene kikker (onbep.) Kleine watersalamander Rugstreeppad
G
#
1 $
VISSEN
k j > !
! A
@ !
Bittervoorn Grote modderkruiper Kleine modderkruiper Rivierdonderpad
. !
1 $
1 $
. " . ! ! !/ A
k j @! !! > A
/ " . ! . .! !
" #!" /
. !
#
. ! !# .
## # 1 $ # 1 $ # / " / "
±
scope
schaal 1:27.500
Esri Nederland, Jan Willem vanGeonius Aalst - www.imergis.nl Infra
Kaart 7
DAGVLINDERS
Archiefwaarnemingen insecten en vaatplanten
! Bruin blauwtje " Keizersmantel
#
Oranje zandoogje
BIJEN
# # #
. Blauwzwarte houtbij !
$ 1 / " G
Bruine rouwbij Gele tubebij Kielstaartkegelbij