CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Schrijvershoef 11-11a - Ruimtelijke onderbouwing + Bijlagen

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad'27.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Landschappelijk inpassingplan Schrijvershoef 11-11a, Schijndel

Beheer • De beheereenheid wordt niet beweid. • Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in de beheereenheid. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan. • Lozen van “niet organische stoffen” en ander ‘afval’ is ook niet toegestaan. • Toepassen van meststoffen is niet toegestaan. • Infiltratie van water via pijpleiding(en) naar grondwater is niet toegestaan. • De beheereenheid wordt niet beschadigd door werkzaamheden op aangrenzende gronden. • Zwerfvuil wordt ten minste één keer per jaar verwijdert.

17

Door de klimaatverandering vallen er vaker zware hoosbuien. Die wolkbreuken belasten het riool zwaar. Daarom is het noodzakelijk dat er bij het realiseren van nieuwbouw voorzieningen worden getroffen voor het opvangen van hemelwater op eigen terrein. Voor onderhavige ontwikkeling worden gebieden (wadi’s) gereserveerd die lager gelegen zijn zodat het hemelwater naar deze voorzieningen kan worden gebracht.

18

Landschappelijk inpassingplan Schrijvershoef 11-11a, Schijndel

5. Aanleg natuurlijke oever Een steile oever biedt amper leefmogelijkheden voor diverse planten, vissen en andere waterdieren. Bij een natuurvriendelijke oever is die ruimte er wel. Planten trekken verschillende kleine waterdiertjes, vissen, insecten, vogels en zoogdieren aan, die er voedsel kunnen zoeken, schuilen of zich voortplanten. Veel waterplanten hebben een zuiverende werking. Ze zijn behalve mooi om te zien dus ook goed voor de waterkwaliteit.

Beheer • De frequentie van onderhoud kies je zo dat het de planten en dieren zo min mogelijk stoort. Voer het onderhoud daarom niet vaker uit dan nodig. Meestal is één keer per jaar genoeg. • De periode van onderhoud kies je zo dat het de planten en dieren zo min mogelijk stoort. Vermijd onderhoud in de voortplantingsperioden voor vissen en amfibieën en de broedperiode voor vogels. Doe dit liever in de maanden september en oktober. • Doe het onderhoud bij voorkeur in fases. Sla bij het maaien en verwijderen van waterplanten gedeelten over. Hierdoor blijven vluchtplaatsen en leefgebieden behouden voor dieren uit delen die wel gemaaid en schoongemaakt zijn. • Maai waterplanten 20 cm boven de waterbodem af en trek ze niet uit de bodem. En maai planten op het droge 20 cm boven de bodem af. • De methode, frequentie, plaats en tijdstip van onderhoud worden onder meer bepaald door: de aanwezige en gewenste vegetatie, de diergroepen in de oever, de doelstellingen voor de oever, de oeverbreedte en inrichting, de grondsoort en het aangrenzend grondgebruik. • Bij de keuze van onderhoudsmaatregelen houd je rekening met de jaarcyclus van gewenste of juist ongewenste planten en dieren en met het ontwikkelingsstadium van de natuur in de oever. De gekozen onderhoudsvorm (locatie, tijdstip, frequentie en methode) pas je een aantal jaren achtereen streng toe

De straatzijde van het perceel wordt afgeschermt met een Beukenhaag.

Beheer • Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. • De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 3 jaar en maximaal eenmaal per jaar gesnoeid (geknipt/geschoren) Na het knippen of scheren heeft de heg een minimale hoogte van 0,8 meter. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element.

6. Beukenhaag

Geschoren hagen zijn al eeuwen te vinden in het Nederlandse cultuurlandschap. In Brabant vooral op en rond erven. Ze dienden als veekering en eigendomsmarkering. Heggen zijn geliefd bij mussen, een ooit algemene soort die nog steeds in aantal achteruit gaat.

soorten: Hazelaar, Meidoorn, Gelderse roos, Sleedoorn en Krent

Beheer • Ten minste 75% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd. De gemiddelde diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 15 cm op 1 m boven de hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte dienen afgezet te worden). • Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 15 maart; takken die over aangrenzende percelen hangen mogen het hele jaar worden teruggesnoeid. • Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het houtgewas bevestigd worden. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element.

8. Bomenrij (populierenlaan) Van oudsher werden in de nabijheid van het plangebied populieren aangeplant voor de klompenmakerij. Naast historie is de bomenrij waardevol voor diverse flora en fauna zo worden ze vaak gebruikt als oriëntatiemiddel door vleermuizen.

Beheer • Ten minste 75% van de oppervlakte van het element wordt als hakhout beheerd. De gemiddelde diameter van het hakhout, behoudens de eventuele overstaanders, is maximaal 15 cm op 1 m boven de hakhoutstoof (beheereenheden met grotere dikte dienen afgezet te worden). • Snoeiwerkzaamheden worden uitgevoerd in de periode tussen 1 november en 15 maart; takken die over aangrenzende percelen hangen mogen het hele jaar worden teruggesnoeid. • Snoeihout mag op stapels of rillen in het element verwerkt worden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Ongewenste houtsoorten, zoals Amerikaanse vogelkers, Amerikaanse eik, robinia en ratelpopulier mogen mechanisch (uitgraven, afzagen, uitfrezen) worden bestreden. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval mogen niet verwerkt worden in het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het houtgewas bevestigd worden. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element.

19

Struweelranden ontstaan door extensief beheer, waarbij de natuur haar gang kan gaan. Afhankelijk van het beheer domineren ruigtekruiden, struiken of een combinatie van beide. Een struweelrand kan zowel vrij, als aansluitend aan een ander element liggen. Struweelranden dienen vaak als overgangsgebied tussen agrarisch gebruikte percelen en bossen, en zijn dan een soort naar voren geschoven bosrand. Als struweelranden gunstig liggen ontstaat een warmer microklimaat dat belangrijk is voor broedvogels, insecten, amfibieën en reptielen.

Landschappelijk inpassingplan Schrijvershoef 11-11a, Schijndel

7. Struweelrand

20

Landschappelijk inpassingplan Schrijvershoef 11-11a, Schijndel

4.2 Kwaliteitsverbetering van het landschap De gewenste ontwikkeling behoort tot categorie 3 binnen de kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit betekend dat naast een landschappelijke basisinpassing ook een aanvullende kwaliteitsprestatie aan het landschap geleverd dient te worden. Naast de basisinspanning gelden er voor de categorie 3 initiatieven ook aanvullende kwaliteitsprestaties. De invulling van de aanvullende kwaliteitsprestatie is maatwerk en mag niet verward worden met de te verwachten inspanningen voor de eveneens verplichte ‘goede landschappelijke inpassing, middels het erfinrichtingsplan. Alles wat logischerwijs op het erf plaats vindt om het initiatief landschappelijk in te passen, mag niet opgevoerd worden als aanvullende kwaliteitsprestatie. Minimaal 10% van het erf moet namelijk al met groen versterkt zijn/ worden in het kader van de goede landschappelijke inpassing. Alles wat er extra gedaan wordt bovenop de ‘goede landschappelijke inpassing’ mag onder kwaliteitsversterking gerekend worden, mits dit onder landschapsversterking met inheemse landschappelijke groen valt en duidelijk geen opwaardering van uw eigen voor of achtertuin betreft.

Het verschil tussen landschappelijke inpassing en een kwaliteitsverbetering is dat een landschappelijke inpassing na een tijdje van plek en vorm kan en mag verschuiven, terwijl een kwaliteitsverbetering als te behouden element (publiek en/of privaatrechtelijk) vastgelegd wordt en dus niet van plek mag verschuiven. De hoogte van de waardevermeerdering is volgens naastgelegen tabel berekend en komt neer op een bedrag van € 40.800,Vergroting (bedrijfswoning groter dan 750 m3): € 60,00 x 150 m3= € 9.000,Vergroting bijgebouwen bij woning groter dan 150m: € 60,00 x 530m2 = € 31.800,Op de volgende pagina’s is de onderbouwing van de kwaliteitsprestatie uitgezet in financiele cijfers.

tabel rekenwaarden voor berekening investering landschapsversterkingsplan (ruimtelijk kwaliteitskader gemeente Meierijstad.)

LANDSCHAPPELIJKE INPASSINGSPLAN EN KWALITEITSPRESTATIE Schrijvershoef 11, Schijndel

Omdat vanuit het gemeentelijk beleid minimaal 10% van het oppervlak van de woonbestemming gebruikt dient te worden voor het landschappelijke inpassingsplan worden hiervoor de groene delen ingezet. De overige oranje delen kunnen worden opgevoerd bij de kwaliteitsprestatie. De financiele onderbouwing is te vinden op de volgende pagina.

Landschappelijk inpassingplan Schrijvershoef 11-11a, Schijndel

overzicht verdeling landschappelijke inpassing en kwaliteitsprestatie (Dolmans L+P, 2022)

bestaande loods

SCH

RIJV

ERS

HOE

F

nieuwe schuur

1 2 3 4 5 6 7 8 9

Aanplant van Wilgen (5 m afstand van watergang i.v.m. obstakelvrije zone) Bloemrijk grasland aanleggen voor een natuurlijke overgang naar de tuin Aanleg van een wadi (minimale bergingscapaciteit 10 m³) voor infiltratie van hemelwater (eis vanuit de watertoets) Aanplanten van hoogstamboomgaard en dierenweide Aanleggen van natuurlijke flauwe oever (talud 1/5) Aanplanten van lage landschappelijke beukenhaag aan de straatzijde Aanplanten van inheems struweel met soorten als Hazelaar, Meidoor,n, Gelderse roos, Sleedoorn, Lijsterbes en Veldesdoorn Aanplanten van Populierenlaan (plantafstand circa 8 meter). Handhaven/creëren van zichtlijn naar achterliggend agrarisch gebied Handhaven van Walnoot

woonbestemming (circa 3.848 m2) landschappelijke inpassing kwaliteitsprestatie

schetsmatige weergave van een natuurlijke oever. bron waterschap hollandse delta

21

Op naastgelegen afbeelding wordt inzichtelijk gemaakt wat onder de landschappelijk inpassing valt en welk deel kan worden ingezet als kwaliteitsprestatie.

Via onderstaande berekening wordt de financiele boring van de kwaliteitsprestatie inzichtelijk gemaakt. De gehanteerde normbedragen zijn afkomstig uit de Stila regeling van de provincie Noord-Brabant.

Landschappelijk inpassingplan Schrijvershoef 11-11a, Schijndel

Op de locatie wordt circa € 36.894,- geinvesteerd in de kwaliteitsprestatie. Om tot de verplichte investering van € 40.800,- te komen zal er nog € 3.906,- in het gemeentelijke groenfonds worden gestort.

Inrichtingselement Landschapspakketten L1A Hakhoutsingel

Nederlandse naam

Latijnse naam

Gelderse roos Hazelaar Krent Sleedoorn Meidoorn

Viburnum opulus 60-80 Corylus avellana 60-80 Amelanchier lamarckii 60-80 Prunus spinosa 60-80 Crateagus monogyna 60-80

L7b Knip- en scheerheg (dubbele rij) Beukenhaag L8A Landschapsboom als solitair Salix babylonica L10a Hoogstamfruitboomgaard Fruitboom L15a Ontgraven en verwerken grond tbv aanleg natuuroever

Fagus sylvatica Treurwilg diverse soorten

Randenpakketten G3a Bloemrijke rand Overige elementen plaatsen boomkorf

22

plaatsen veeraster palen op 4m afstand Bestaande landschapselementen Solitaire bomen (volwassen) Walnoot Overige kosten kwaliteitsverbetering Plankosten 20% van de realisatiekosten Sloop bestaande stallen/bebouwing met asbestdak

Maat [cm] Opp [m1/2]

80-100 18-20 10-12

607

Aantal

Normkosten (Stila)

121,4 € 121,4 € 121,4 € 121,4 € 121,4 €

Kosten totaal Kosten totaal totaal kosten aanplant beheer 10 jaar kwaliteitsverbetering

567 € 3 € 11 €

€ € € € € € 1,85 € 83,29 € 64,90 €

261,01 261,01 261,01 261,01 261,01 1.305,05 1.048,95 249,87 713,90

400 m³

€

5,51 €

1300 m²

0,1625 per m² €

63

85 m

Juglans regia

542 m²

2,15 2,15 2,15 2,15 2,15

€ € € €

8.999,44 1.786,05 1.160,67 6.614,30

2.204,00 €

516,00 €

2.720,00

211,25 €

1.094,60 €

1.305,85

€ € € €

7.694,39 737,10 910,80 5.900,40

11 €

48,02 €

528,22

€

528,22

€

3,84 €

326,40

€

326,40

1-

-

655,20 €

655,20

€ €

4.622,91 8.130,00

€

36.849,04

€

€

15,00

Totaal investering kwaliteitsverbetering

Colofon Initiatiefnemer: particulier Schrijvershoef 11-11a 5481 VH Schijndel Opdrachtgever:

MILON bv

Projectlocatie: Schrijvershoef 11-11a, Schijndel - sectie L 362, 363 en 364 Opdrachtnemer: Dolmans l+p ontwerpers en adviseurs Urkhovenseweg 39a 5641 KA Eindhoven Contactpersoon: Koen van Ham Koen.van.ham@dolmanslp.com + 31 (0)40 295 29 90 Datum:

08-08-2022

Dolmans landsdcaping group L+P ontwerpers en adviseurs

Kloosterstraat 1 5671 BG Nuenen

telefoon (040) 295 29 90 website www.dolmanslp.com

LANDSCHAPPELIJKE INPASSINGSPLAN EN KWALITEITSPRESTATIE Schrijvershoef 11, Schijndel

Referentie aaeeldingen

5

1

bestaande loods

2

6

RIJV E

RSH

OEF

nieuwe schuur

7

SCH

3

8 4 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Aanplant van Wilgen (5 m afstand van watergang i.v.m. obstakelvrije zone) Bloemrijk grasland aanleggen voor een natuurlijke overgang naar de tuin Aanleg van een wadi (minimale bergingscapaciteit 10 m³) voor infiltratie van hemelwater (eis vanuit de watertoets) Aanplanten van hoogstamboomgaard en dierenweide Aanleggen van natuurlijke flauwe oever (talud 1/5) Aanplanten van lage landschappelijke beukenhaag aan de straatzijde Aanplanten van inheems struweel met soorten als Hazelaar, Meidoor,n, Gelderse roos, Sleedoorn, Lijsterbes en Veldesdoorn Aanplanten van Populierenlaan (plantafstand circa 8 meter). Handhaven/creëren van zichtlijn naar achterliggend agrarisch gebied Handhaven van Walnoot

LANDSCHAPPELIJK INPASINGSPLAN EN KWALITEITSVERBETERING SCHRIJVERSHOEF 11, SCHIJNDEL

schetsmatige weergave van een natuurlijke oever. bron waterschap hollandse delta

schaal formaat datum getekend

1:750 A3 18-7-2022 KvH

Bijlage 2: Archeologisch onderzoek

Hoofdstuk 8

49

Bureau voor Archeologie Rapport 941 Schrijvershoef 11a, Schijndel, gemeente Meierijstad: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

2

Colofon titel:

Bureau voor Archeologie Rapport 941. Schrijvershoef 11a, Schijndel, gemeente Meierijstad: een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

auteur:

R. Barth

autorisatie:

A. de Boer (KNA senior prospector)

datum:

27 oktober 2020 (definitief)

ISSN:

2214-6687

© Bureau voor Archeologie Koningsweg 244 Utrecht T 030 245 18 95 E info@bureauvoorarcheologie.nl I https://www.bureauvoorarcheologie.nl

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

3

Administratieve gegevens Projectnummer

2020061202

Provincie

Noord-Brabant

Gemeente

Meierijstad

Plaats

Schijndel

Toponiem

Schrijvershoef 11a

Centrum locatie (m RD)

157.030; 402.220 (x; y)

Omvang plangebied

7.180 m²

Kadastrale gegevens

gemeentecode: 866, sectie: L, nummer(s): 362, 363, 364

ARCHIS onderzoeksmeldingsnummer

4874454100 (ABU); 4874462100 (ABO)

Soort onderzoek

een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de verkennende fase

Opdrachtgever

MILON, R. van Heeswijk

Uitvoerder

Bureau voor Archeologie, A. de Boer en R. Barth

Kaartblad

45D

(RO) kader onderzoek

Aanvraag bestemmingsplanwijziging

Periode van uitvoering

Juli 2020

Bevoegde overheid

Gemeente Meierijstad Postbus 10.001 5460 DA Veghel

Deskundige namens bevoegde overheid

Erfgoed 's-Hertogenbosch

Status goedkeuring bevoegde overheid

Definitief

Beheerder en plaats van documentatie

Digitale documentatie: ARCHIS en E-Depot Vondstdocumentatie: geen vondsten

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

4

Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl).

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

5

Inhoudsopgave 1 2

3

4 5 6 7

Samenvatting...............................................................................................7 Inleiding.......................................................................................................8 1.1 Doelstelling en vraagstelling.................................................................8 Bureauonderzoek........................................................................................9 2.1 Methode................................................................................................9 2.2 Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik............................................9 2.3 Huidige situatie....................................................................................11 2.4 Aardwetenschappelijke waarden.........................................................11 2.5 Historische situatie..............................................................................13 2.6 Mogelijke verstoringen........................................................................14 2.7 Archeologische en bouwhistorische waarden......................................14 2.8 Gespecificeerde verwachting..............................................................16 Booronderzoek..........................................................................................20 3.1

Inleiding..............................................................................................20 3.2 Methode..............................................................................................20 3.3 Resultaten en bodemkundige interpretatie..........................................21 3.4 Archeologische interpretatie................................................................22 Waardestelling en Selectieadvies..............................................................24 Conclusie...................................................................................................25 Advies........................................................................................................27 Literatuur...................................................................................................28 Figuren......................................................................................................30 Bijlage 1: Boorbeschrijvingen.....................................................................55

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

6

Lijst met Figuren Figuur 1: Het onderzoeksgebied (kaartbeeld) met plangebied (rood; www.opentopo.nl)........................................................................................4 Figuur 2: Luchtfoto 2018.....................................................................................30 Figuur 3: Foto plangebied vanaf de Schrijvershoef (Google Street View)...........31 Figuur 4: Archeologische beleidskaart voormalige gemeente Schijndel uit 2013 (SRE Milieudienst 2013)............................................................................32 Figuur 5: Ontwerpschets plangebied (30 juni 2020)............................................33 Figuur 6: Landschappelijke inpassingsplan plangebied (1 juli 2020)...................34 Figuur 7: Topografische kaart met bouwjaren BAG.............................................35 Figuur 8: Funderingsplan uit 1990 van de zuidelijke (te slopen) loods................36 Figuur 9: Detail fundering zuidelijke loods...........................................................36 Figuur 10: Bouwtekening woonhuis en doorsnede funderingen (noorden linksonder).................................................................................................37 Figuur 11: Bestemmingsplan Landelijk gebied (2013) en herijking (2015; ‘http://www.ruimtelijkeplannen.nl’)..............................................................38 Figuur 12:

Bodemkaart (Bles e.a. 1984; Alterra Wageningen UR 2012).............39 Figuur 13: Geomorfologische kaart (Kleinsman, Ten Cate, en Van den Berg 1983; Alterra 2004)..............................................................................................40 Figuur 14: Hoogte-reliëfkaart (Kadaster en PDOK 2014). Hoogtewaarden in meters NAP................................................................................................41 Figuur 15: Hoogte-reliëfkaart detail (Kadaster en PDOK 2014). Hoogtewaarden in meters NAP................................................................................................42 Figuur 16: Tiendkaart van Schijndel (Van de Weijer 1756)..................................43 Figuur 17: Kaart van de Bodem van Elde (Verhees 1803)..................................43 Figuur 18: Kadastraal minuutplan 1811-1832 gemeente Schijndel sectie C blad 03 (Kadaster 1811)....................................................................................44 Figuur 19: Detailweergave kadastraal minuutplan 1811-1832 gemeente Schijndel sectie C blad 03 (Kadaster 1811)...............................................................45 Figuur 20: Topografisch militaire kaart 1850........................................................46 Figuur 21: 628-2142-BOXTEL-1900...................................................................47 Figuur 22: 45D-1956-Boxtel /

Schijndel / s-Hertogenbosch.................................47 Figuur 23: 45D-1967-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................48 Figuur 24: 45D-1978-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................48 Figuur 25: 45D-1988-Boxtel / Schijndel / s-Hertogenbosch.................................49 Figuur 26: Archeologische vondstlocaties (geel) en zaken (blauw) uit ARCHIS (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2020)............................................50 Figuur 27: Boorpuntenkaart (blauw) met verspreiding archeologische indicatoren (plangebied rood).......................................................................................51 Figuur 28: Boorprofielen......................................................................................52 Figuur 29: Plangebied (rood), boorpuntenkaart (blauw) en beoogde ingrepen op kadastraal minuutplan 1811-1832 (Kadaster 1811)....................................53 Figuur 30: Advieskaart vervolgonderzoek...........................................................54

Lijst met Tabellen Tabel 1: Aardkundige waarden............................................................................13 Tabel 2: Bekende archeologische waarden tot ca. 500 m van het plangebied.. . .16 Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

7

Samenvatting Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor sloop en nieuwbouw op een perceel aan de Schrijvershoef 11a te Schijndel. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling? Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocollen 4002 en 4003. Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Roerdalslenk', in de landschapszone dekzandvlakten. Aardkundige kaarten geven aan dat sprake is van fluvioperiglaciale afzettingen (leem en fijn zand) afgedekt door dekzand met een enkeerdlaag. Op kaarten uit de 18e en 19e eeuw ligt ter hoogte van het plangebied een erf. Op het kadastraal minuutplan liggen het huis en erf in de noordelijke helft van het plangebied. De huidige woning en schuren stammen uit 1970 en 1986. In het plangebied zijn zeven boringen gezet tot maximaal 300 cm onder maaiveld. Dit onderzoek bevestigt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand en leem. Het booronderzoek bevestigt dat onder de te slopen schuur de bodem diep is vergraven.

De funderingen van de huidige woning reiken tot maximaal 100 cm onder maaiveld. Ten zuidoosten van de woning liggen een septictank en stapelput. De kans dat onder de te slopen bebouwing, septictank en stapelput archeologische resten aanwezig zijn, wordt als laag ingeschat. Direct ten noorden van de huidige woning is de bodem verstoord tot 160 cm onder maaiveld. Het is onzeker waar deze verstoring aan gerelateerd is. In de overige boringen (akker ten zuiden van het erf) bestaat de bodemopbouw uit een 25 tot 80 cm dikke A-horizont op een C-horizont. De A-horizont is omgewerkt en bevat sporen baksteenfragmenten. De kans dat resten ouder dan de Late Middeleeuwen aanwezig zijn wordt als laag ingeschat maar het is niet uit te sluiten dat resten van 18e eeuwse erf of voorgangers aanwezig zijn. Op basis van de nu bekende gegevens wordt bij aanleg van funderingen van de woning en kelder en de aanleg van het zwembad tot in het archeologische niveau gegraven. Daarom wordt aanbevolen in deze plandelen buiten de nu bebouwde vlakken een archeologisch proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren. Het doel van dit onderzoek is het nader bepalen of behoudenswaardige resten in het plangebied aanwezig zijn. In de zone waar een wadi wordt aangelegd is de A-horizont dun (25 cm). Eventuele archeologische resten in dit deel van het plangebied zijn waarschijnlijk verploegd.

In dit deel van het plangebied is nader onderzoek naar oordeel van Bureau voor Archeologie niet nodig. Dit onderzoek is met grote zorgvuldigheid uitgevoerd. Het is echter nooit uit te sluiten dat bij de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen op plaatsen en dieptes waar die niet worden verwacht. Eventuele archeologische resten is men verplicht te melden bij de Minister van OCW in overeenstemming met de Erfgoedwet uit 2015. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de gemeente Meierijstad. Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

8

1

Inleiding Bureau voor Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en een booronderzoek uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de Schrijvershoef 11a te Schijndel. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging. Het ligging van het plangebied is weergegeven in fig. 1. Vanwege het gemeentelijke archeologische beleid moet voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd onder certificaat BRL SIKB 4000,1 in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1). Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een booronderzoek in de verkennende fase. Met de bevindingen wordt aan het einde van het rapport een advies gegeven hoe bij het project rekening kan worden gehouden met archeologische waarden.

1.1

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting. Het doel van het veldonderzoek is het controleren en verfijnen van de archeologische verwachting zodat een beslissing genomen kan worden over hoe met eventuele archeologische waarden rekening moet worden gehouden bij de voorgenomen werkzaamheden. Het veldonderzoek is uitgevoerd als booronderzoek (IVO – O) en betreft de verkennende fase. Met het verkennende veldonderzoek wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd. De volgende onderzoeksvragen zijn in dit onderzoek gebruikt: 1. Waaruit bestaan de voorgenomen bodemingrepen? 2. Wat is de landschappelijke ligging van het plangebied in termen van geomorfologie, geologie en bodemkunde? 3. Is sprake van een natuurlijke (intacte) bodemopbouw of is deze (deels) verstoord? Indien sprake is van verstoringen, wat is de diepte en omvang van de verstoring? 4. Zijn potentiële archeologische niveaus aanwezig, en zo ja, wat is de aard, diepteligging en verbreiding hiervan? 5.

Indien (mogelijk) archeologische waarden aanwezig zijn: a) Worden deze archeologische waarden verstoord door de voorgenomen bodemingrepen? Zo ja, op welke wijze? b) Welke maatregelen kunnen worden genomen om voldoende rekening te houden met deze archeologische waarden? 1

https://www.kiwa.nl/upload/certificate/00094278.pdf

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

9

2

Bureauonderzoek

2.1

Methode Het bureauonderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA 4.1, protocol 4002.2 Voor het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied te komen. Eerst wordt het plan- en onderzoeksgebied vastgesteld en het onderzoek gemeld bij ARCHIS. Daarna wordt achtereenvolgens de aardkundige, archeologische en historische context van het te onderzoeken gebied bestudeerd. Deze gegevens leiden tot het opstellen van een gespecificeerde verwachting. In de gespecificeerde verwachting worden de mogelijk aanwezige archeologische waarden beschreven in termen van onder meer diepteligging, omvang, ouderdom en conservering. De genoemde stappen leiden tot onderhavig rapport en het openbaar maken van de resultaten bij Archis en het e-Depot voor de Nederlandse Archeologie.3 In de hierna volgende hoofdstukken worden de belangrijkste onderzoeksgegevens gepresenteerd. Van alle afgebeelde kaarten is het noorden boven, tenzij anders aangegeven.

2.2

Onderzoeksgebied en toekomstig gebruik Afbakening plan- en onderzoeksgebied Het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. Het plangebied ligt in de gemeente Meierijstad in de plaats Schijndel. De locatie ligt aan het adres Schrijvershoef 11a. Het plangebied heeft een onregelmatige vorm. Het is 102 m lang en 40 tot 92 m breed en heeft een omvang van 7.180 m². Het plangebied wordt in het westen begrensd door de weg Schrijvershoef (fig. 2 en 3). Ten zuiden en oosten van het plangebied liggen weilanden en akkers. Het plangebied wordt in het noorden begrensd door een agrarisch bedrijf (Schrijvershoef 13). Om voldoende informatie over aardkundige, historische en archeologische gegevens te verzamelen wordt een onderzoeksgebied gebruikt dat groter is dan het plangebied. Het onderzoeksgebied voor het bureauonderzoek is een zone met straal van circa 500 m om de ontwikkeling heen (fig. 1). Overheidsbeleid In het gebied geldt een vastgesteld gemeentelijk archeologisch beleid (fig. 4). Op de archeologische beleidskaart van voormalig gemeente Schijndel uit 2013 ligt het plangebied grotendeels in categorie 3: hoge archeologische verwachting voor historische kernen en bewoningslinten. Het beleid is dat bij ingrepen van meer dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische waarden.

2 3

SIKB 2018 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Data Archiving and Networking Services

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

10 De zuidwestelijke hoek van het plangebied ligt in categorie 4: hoge archeologische verwachting op basis van landschappelijke ligging. Het beleid is dat bij ingrepen van meer dan 500 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm onder maaiveld rekening gehouden moet worden met archeologische waarden. Ontwerp c.q. inrichtingsplan De beoogde ingreep bestaat uit de sloop van de huidige woning en de zuidelijke schuur in het plangebied (fig. 5 en 6). Het huis wordt helemaal gesloopt waarbij (waarschijnlijk) de hele fundering verwijderd wordt. De noordelijke schuur blijft behouden. Vervolgens worden een nieuwe woning en schuur gerealiseerd. De nieuwe woning is ongeveer 8 tot 20 m lang, ongeveer 8 tot 16 m breed en heeft een omvang van ongeveer 224 m². De nieuwe woning komt op nu onbebouwd terrein. De nieuwe schuur is ongeveer 20 m lang, 10 m breed en heeft een omvang van ongeveer 200 m². De nieuwe schuur wordt gebouwd in het vlak van de te slopen schuur. Onder de nieuwe schuur en (deels) onder de nieuwe woning wordt een kelder aangelegd voor het stallen van voertuigen. De exacte omvang van de kelder is onbekend. Tussen de nieuwe woning en schuur wordt een zwembad aangelegd (staat niet afgebeeld op fig. 6). Het zwembad is ongeveer 10 m lang, 5 m breed en heeft een omvang van 50 m². Ten zuidwesten van de nieuwe woning wordt een wadi gegraven.

Ten westen van de woning wordt een boomgaard aangeplant. Langs de noordelijke, westelijke en zuidelijke perceelgrens worden struwelen en een lage haag aangeplant. Er zijn geen plannen om de bestaande watergangen rond het perceel te verbreden of te verdiepen. Aard en omvang van de toekomstige verstoring Bij de aanleg van funderingen vinden graafwerkzaamheden plaats tot ongeveer 80 cm onder maaiveld. Deze graafwerkzaamheden vinden plaats over ongeveer 424 m². Voor de aanleg van het zwembad vinden graafwerkzaamheden plaats tot 200 cm onder maaiveld over ongeveer 50 m². Voor de aanleg van de kelder vinden graafwerkzaamheden plaats tot 350 cm onder maaiveld. Graafwerkzaamheden voor de wadi vinden plaats tot net boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand (ongeveer 80 cm onder maaiveld). De geschatte omvang van de wadi is ca. 110 m². Milieutechnische condities Op de bodemkwaliteitskaart van regio Noordoost Brabant uit 2019 ligt het plangebied bodemkwaliteitszone uitbreidingsgebieden bebouwde kom en buitengebieden. De risico dat de interventiewaarde van een of meerdere stoffen wordt overschreden is laag.4 Grondwaterpeil De actuele grondwaterstand in het plangebied kan worden afgeleid uit de grondwatertrap op de bodemkaart. De grondwatertrap is VI. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand staat tussen 40 en 80 cm onder maaiveld 4

Spronk 2019

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

11 en dat de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper staat dan 120 cm onder maaiveld. De grondwaterstand zal door de beoogde ingrepen waarschijnlijk niet veranderen. Consequentie van de ingrepen Door uitvoeren van graafwerkzaamheden kunnen mogelijk archeologische resten worden vergraven.

2.3

Huidige situatie Bebouwing en functie In het plangebied staan een woonhuis en twee bijgebouwen. De woning en het zuidelijke bijgebouw hebben volgens Basisadministratie Adressen en Gebouwen een bouwjaar van 1970 en 1971 (fig. 7). Het noordelijke bijgebouw heeft een bouwjaar van 1986.5 Van de huidige woning en de zuidelijke schuur zijn bouwvergunningen beschikbaar (fig. 8 tot en met 10). De bouwtekeningen van de schuur zijn gemaakt in 1990. Mogelijk is het bouwjaar van de schuur in BAG onjuist. De schuur is gebouwd op randfundering (sleuffundering langs de buitenmuur). De fundering is ongeveer 72 cm diep aangelegd. In de uitbouw aan de westelijke zijde is de vloer verhard met betontegels. In de rest van de schuur is een zandbodem opgebracht, waarop stoeptegels zijn gelegd. De funderingen van de huidige woning reiken grotendeels tot 80 cm onder maaiveld. Onder de trap reiken de funderingen tot 100 cm onder maaiveld. Ten zuidoosten van de woning liggen een septictank en een stapelput (voor verzamelen van afvalwater en laten wegzakken in bodem). Bestemmingsplan Een verbeelding van het bestemmingsplan is opgenomen in fig. 11. Het plangebied ligt in bestemmingsplan Landelijk gebied, Herijking uit 2015. In het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 3.

Dit betekent dat bij ingrepen (bouw, sloop van bouwwerk en uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden) met een omvang van meer dan 250 m² waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In de zuidwestelijke hoek van het plangebied geldt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 4. Dit betekent dat bij ingrepen met een omvang van meer dan 500 m² waarbij de bodem dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt verstoord een rapport moet worden overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld.

2.4

Aardwetenschappelijke waarden De aardkundige gegevens staan samengevat in tabel 1.

5

Kadaster 2013

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

12 Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Roerdalslenk', in de landschapszone dekzandvlakten.6 Tijdens de laatste ijstijd heerst een toendraklimaat. Omdat de bodem permanent bevroren is kan weinig vegetatie groeien. Door de wind kan op grote schaal zand worden verstoven. Het oorspronkelijke landschap wordt afgedekt door een laag dekzand (Laagpakket van Wierden uit de Formatie van Boxtel). Plaatselijk vormt zich een reliëf van relatief hoge dekzandruggen en lage vlaktes.7 Volgens de Geologische overzichtskaart bestaat de bodemopbouw uit fluvioperiglaciale afzettingen (Formatie van Boxtel; leem en zand), die zijn afgedekt door dekzand (Laagpakket van Wierden). Boorprofielen uit het DINOloket bevestigen deze bodemopbouw.8 Fluvioperiglaciale afzettingen zijn gevormd tijdens de laatste ijstijd door het dooien van sneeuw. Doordat het smeltwater de permanent bevroren bodem niet kan doordringen, wordt het water afgevoerd over het land, waarbij leem en zand wordt verspoeld. Op de Bodemkaart bevinden zich in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden uit lemig fijn zand (fig. 12). Hoge zwarte enkeerdgronden ontstaan doordat op zandgronden eeuwenlang potstalmest vermengd met plaggen wordt opgebracht om het land vruchtbaarder te maken (plaggenbemesting). Geleidelijk ontwikkelt zich hierdoor een dikke, humeuze plaggendek.

Deze vorm van bemesting vindt waarschijnlijk op zijn vroegst plaats in de Late Middeleeuwen of later. Ten oosten en westen van de zone met hoge zwarte enkeerdgronden bevinden zich beekeerdgronden. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een dekzandrug, waar al dan niet een oud-bouwlanddek aanwezig is (fig. 13). Ten westen en oosten van de dekzandrug ligt een relatief laaggelegen vlakte van ten dele verspoelde dekzanden en löss. Op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) ligt het maaiveld rond de bebouwing in het plangebied grofweg tussen 8,4 en 8,7 m NAP (fig. 14 en 15). De kruin van de Schrijvershoef en het maaiveld bij de inrit liggen op 8,2 m NAP. Het maaiveld ligt ten zuiden van het plangebied tussen 7,9 en 8,1 m NAP. ten oosten tussen 8 en 8,3 m NAP. Mogelijk is het maaiveld rond de bebouwing ongeveer 20 tot 60 cm opgehoogd met uitkomende grond uit de bouwputten. Het is ook mogelijk dat het weiland in en rond het plangebied is afgegraven. Bron

Situatie plangebied, omschrijving

Geologie

Geologische Overzichtskaart 1 : 250 000:9 • Formatie van Boxtel met een dek van het Laagpakket van Wierden; fluvioperiglaciale afzettingen (leem en zand) met een zanddek (Bx6)

Bodemkunde (fig. 12)

Plangebied: • Eerdgronden, Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand (zEZ23-VI) Omgeving: • Beekeerdgronden; lemig fijn zand (pZg23t). De toevoeging t staat voor ‘andere oude klei dan keileem of potklei, beginnend tussen 40 en 120 en ten minste 20 cm dik’

Geomorfologie (fig. 13)

Plangebied: • Dekzandruggen (+/- oud bouwlanddek, 3L5)

6 7 8 9

Rensink e.a. 2015 De Mulder 2003 Dinoloket 2014 De Mulder 2003

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

13 Omgeving: • Vlakte van ten delen verspoelde dekzanden en löss, relatief laaggelegen (2M10) AHN (fig. 14 en 15)

Het maaiveld ligt bij de inrit op 8,2 m NAP. Rond de bebouwing ligt het maaiveld tussen 8,4 en 8,7 m NAP.

Tabel 1: Aardkundige waarden.

2.5

Historische situatie Op het dekzand is bewoning mogelijk in het Laat-Paleolithicum en later. Bewoning vindt in het Laat-Paleolithicum meestal plaats op (de flanken van) dekzandruggen en andere relatief hoge delen van het landschap in de nabijheid van water. Het onderzoeksgebied is waarschijnlijk ontgonnen in de Late Middeleeuwen. Schijndel wordt het vroegst vermeld in 1299. De naam Schijndel (in 14e eeuwse vermeldingen Skinle of Scijnle) is een samenstelling van het woord ‘lo’ (open bos) en een onduidelijk eerste deel ‘Scin’. Mogelijk komt het van ‘skîna’ (schijn, glans) of van ‘schin’ (schors).10 Schijndel ligt in De Kempen, een van oorsprong woest gebied grofweg tussen 's-Hertogenbosch en Antwerpen van afwisselend eiken- en beukenbossen en heidevelden met vennen (ondiepe plas) en beekdalen. In 13e eeuw maken De Kempen deel uit van het Hertogdom van Brabant. In deze periode verandert het nederzettingspatroon van kleinschalige gehuchten op dekzandruggen naar nederzettingen aan met name de randen van beekdalen. Op de dekzandruggen akkers aangelegd, waarop door eeuwenlange plaggenbemesting enkeerdgronden (plaggendek) kunnen vormen.10 De weg Schrijvershoef is vernoemd naar de ‘Schrijvershoeve’. Dit is een hoeve (boerderij, stuk land) ten zuidwesten van het huidige Schijndel dat in 1301 wordt genoemd als hertogelijk leengoed.

De oorspronkelijke hoeve had een omvang van 40 bunders (één bunder is oorspronkelijk meestal iets groter dan een hectare).11 Op de 18e eeuwse tiendkaart van Schijndel en op de kaart van de Bodem van Elde uit 1803 ligt ter hoogte van het plangebied een erf (fig. 16 en 17). langs de westelijke grens van het plangebied ligt een weg. Het landbouwgrond ten westen van deze weg wordt in 1803 ‘Schreyvers Hoeven’ genoemd. Ten zuiden van het plangebied ligt een groot perceel genaamd ‘Slootie’. Dit is waarschijnlijk ‘Slotje Groenendaal in het Hermalen’, een omgrachte hoeve uit de Late Middeleeuwen (zie hoofdstuk 2.7). Op het kadastraal minuutplan uit 1811-1832 staan in het plangebied drie gebouwen (percelen 1714 tot en met 1716; fig. 18). De grote noordelijke gebouw (perceel 1714) staat in de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel (OAT) geregistreerd als huis en erf. De zuidelijke twee gebouwen (perceel 1715 en 1716) staan geregistreerd als ‘eest’. Een eest is een droogoven of drooginrichting en wordt onder andere gebruikt voor het drogen van mout. Ten zuiden van het plangebied staat een tweede eest (perceel 1716). Perceel 1713 in het noorden en oosten van het plangebied is in gebruik als bouwland (landbouwgrond). Perceel 1717 in het zuidwesten van het plangebied is in gebruik als boomgaard. De eigenaar van deze percelen is de landbouwer Peter van den Kallen uit Schijndel.

Langs de westelijke grens van het plangebied ligt een strook met opgaand geboomte 10 Berkvens 2013 11 Berkvens 2013; https://schijndelwiki.nl/index.php?title=Scinle Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

14 (perceel 1718) en een heide (perceel 1719) van de Gemeente Schijndel. In het zuiden van het plangebied ligt een perceel bouwland van de boer Hendrik Jan Schevers uit Schijndel (perceel 1720). Op de Topografisch Militaire Kaart uit 1850 is het plangebied onbebouwd (fig. 20). Op de Bonneblad uit 1900 staan in het plangebied een grote en twee kleine gebouwen (fig. 21). De situatie is tot 1956 onveranderd (fig. 22). Op de topografische kaart uit 1967 is het kleine gebouw tegen de noordelijke grens van het plangebied vervangen door een lange gebouw en een klein gebouw (fig. 23). Tegen de oostelijke grens staan ook twee kleine gebouwen. Op de topografische kaart uit 1978 staat de huidige woning afgebeeld (fig. 24). De lange gebouw tegen de noordgrens en de noordelijke van de twee gebouwen langs de oostgrens zijn verdwenen. In 1988 verschijnt in het noorden van het plangebied een klein gebouw (fig. 25).

2.6

Mogelijke verstoringen Op kaartblad 20e eeuwse landinrichtingsprojecten van de verstoringsbronnenkaart van de RCE ligt het plangebied in de ruilverkaveling van Sint Oedenrode uit de periode 1986 tot 2007. Het plangebied is voor zover bekend niet herverkaveld.12 Bij 20e eeuwse sloop- en bouwwerkzaamheden kunnen archeologische resten zijn vergraven. De opdrachtgever heeft aangegeven dat bij de bouw van de zuidelijke (te slopen) schuur de bodem over het hele bouwvlak is vergraven. De te slopen woning is gefundeerd tot maximaal 100 cm onder maaiveld. Op basis van het AHN is het maaiveld rond de huidige bebouwing mogelijk 20 tot 60 cm opgehoogd of is het landbouwgrond in het zuiden van het plangebied en ten oosten van het plangebied afgegraven.

2.7

Archeologische en bouwhistorische waarden Archeologische vondstlocaties en zaken staan weergegeven in fig. 26 en staan toegelicht in tabel 2. De belangrijkste bevindingen worden in de lopende tekst samengevat. In het plangebied liggen geen archeologische waarnemingen en geen (delen van) archeologische terreinen. Het plangebied is niet eerder archeologisch onderzocht. Ten noorden van het plangebied zijn bij Keur 8 en 11 en bij Borne 27 en 29 meerdere booronderzoeken uitgevoerd (zaken 2.311.150.100, 2.311.159.100, 4.685.084.100 en 4.862.677.100). Uit deze booronderzoeken blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand op leem. Boven de natuurlijke ondergrond is bij al deze onderzoeken een dik plaggendek aangetroffen. Bij Borne 27 (zaak 4.685.084.100, ongeveer 500 m ten noorden van het plangebied) is het plaggendek omgewerkt tot in de C-horizont. Vanwege de verstoring en omdat op deze locatie op historisch kaartmateriaal geen bebouwing staat weergegeven, is geadviseerd het plangebied vrij te geven. Bij Keur 11 (zaak 4.862.677.100, ongeveer 350 m ten noordoosten) zijn in het plaggendek baksteenfragmenten aanwezig. Dit is een aanwijzing dat het plangebied relatief laat is ontgonnen (eind Nieuwe Tijd), of dat in het plangebied 12 https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

15 sprake is van een oud-bouwlanddek dat in de Nieuwe Tijd of later is vergraven. Resten uit de middeleeuwen of ouder worden niet verwacht. Op historisch kaartmateriaal ligt in het westen van het terrein een 18e eeuwse erf. Er is aanbevolen om in het deel van het plangebied ter hoogte van het erf een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren en de rest van het terrein vrij te geven. Bij Borne 29 (zaak 2.311.150.100, ongeveer 400 m ten noorden) en Keur 8 (zaak 2.311.159.100, ongeveer 200 m ten noorden) is de bodem in het plangebied beperkt verstoord tot in de C-horizont. Omdat in de delen waar de bodem niet tot in de C-horizont verstoord nog intacte grondsporen aanwezig kunnen zijn, is geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren. Op het landbouwgrond ten noorden van Keur 11 is in 1980 een zilveren munt uit de Nieuwe Tijd aangetroffen (vondst 1.079.741, ongeveer 500 m ten noordoosten). De munt is gedateerd in omstreeks 1685. Ongeveer 200 m ten zuiden van het plangebied ligt het terrein van Slotje Groenendaal (vondst 1.079.760). Op deze locatie heeft vermoedelijk in de Late Middeleeuwen vóór 1422 een blokhuis (klein verdedigingswerk) gestaan. Op enig moment is het blokhuis vervangen door een omgrachte hoeve. In de tachtigjarige oorlog is de hoeve gebruikt als toevluchtsoord voor soldaten.

Omstreeks 1760 bestaat het kasteel uit een neerhuizing (voorburcht), hof, brouwerij en bijbehorende boomgaard, akkers en weilanden. Slotje Groenendaal staat weergegeven op de kaart van de Bodem van Elde uit 1803. Op het kadastraal minuutplan uit 1811-1832 is Slotje Groenendaal verdwenen. In 2015 is in en rond het kasteelterrein door Heemkundekring Schijndel een veldverkenning en grondradaronderzoek uitgevoerd. Op de locatie van het kasteel zijn baksteenresten, aardewerkfragmenten en glasscherven aangetroffen. Vondstlocatie 1.079.982 weergeeft grofweg de locatie van (één erf in) de Schrijvershoeve. In het plangebied zijn geen bekende militaire erfgoedwaarden aanwezig.13 Archeologische terreinen Geen. Zaken (incl. evt. bijbehorende vondsten) 2.311.150.100: Meierijstad, Schijndel, Borne 29, boring Booronderzoek naar aanleiding van woningbouw. Uit het booronderzoek blijkt dat in het plangebied een 50 tot 55 cm dikke omgewerkte plaggendek aanwezig is. Onder plaggendek bestaat de natuurlijke ondergrond uit matig fijn, matig siltig dekzand op zwak zandig leem. In een deel van het plangebied is de bodem verstoord tot in het dekzand. De top van het leem ligt tussen 75 en 100 cm onder maaiveld. In het zuiden van het plangebied wordt het leem onderbroken door een 20 tot 25 cm dik laag dekzand. Er zijn geen resten van een podzolbodem en geen archeologische indicatoren aangetroffen.

Eventueel kunnen diepe grondsporen uit de periode Neolithicum tot Nieuwe Tijd nog intact aanwezig zijn. Er is geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren.14 2.311.159.100: Meierijstad, Schijndel, Keur 8, boring Booronderzoek naar aanleiding van woningbouw. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw bestaat uit een 40 tot 60 cm dikke plaggendek op dekzand op leem. De bodem is in een groot deel van het plangebied verstoord tot in het dekzand. Er zijn geen resten van een podzolbodem en geen archeologische indicatoren aangetroffen. Waar de bodem niet tot in de C-horizont is verstoord kunnen eventueel diepe grondsporen intact aanwezig zijn. Er is geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren.15 4.685.084.100: Meierijstad, Schijndel, Borne 27, boring 13 Stichting RAAP 2017; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2016 14 Van den Berkmortel 2011 15 Van den Berkmortel 2011 Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

16 Booronderzoek naar aanleiding van woningbouw. Uit het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw bestaat uit een 50 tot 120 cm dik omgewerkte A-horizont (restant plaggendek) op een C-horizont. De natuurlijke ondergrond bestaat uit dekzand op leem. De bodem is vergraven tot in de C-horizont. Omdat op historisch kaartmateriaal het plangebied onbebouwd is en vanwege de verstoring wordt kans dat archeologische resten aanwezig zijn wordt als laag ingeschat.16 4.862.677.100: Meierijstad, Schijndel, Keur 11, boring Booronderzoek naar aanleiding van woningbouw. Uit het booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond bestaat uit sterk tot uiterst siltig zand en zwak tot sterk zandig leem (Brabants leem). Op de natuurlijke ondergrond is een 40 tot 140 cm dikke omgewerkte eerdlaag (plaggendek) aanwezig. Op de eerdlaag is verspreid in het plangebied een 60 tot 120 cm dik pakket puinhoudend zand opgebracht om het van oorsprong laag liggende erf te verstevigen en droger te maken. In de eerdlaag zijn baksteenfragmenten en enkele fragmenten rood geglazuurd aardewerk (Nieuwe Rijd) aanwezig. Dit is een aanwijzing dat het plangebied een relatief jonge ontginning is (eind Nieuwe Tijd) of dat het een oud-bouwlanddek is, die later is vergraven. Er worden geen resten uit de Late Middeleeuwen of ouder verwacht. In het westen van het plangebied staat op 18 e eeuwse kaartmateriaal een boerderij.

Mogelijk kunnen in dit deel van het plangebied resten gerelateerd aan het erf aanwezig zijn. Er is geadviseerd een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren ter hoogte van het 18e eeuwse erf.17 Vondstlocaties los 1.079.741: Meierijstad, Schijndel, Putsteeg, Niet-archeologisch Op deze locatie is de volgende vondst geregistreerd (vondstlocatie in Archis wijkt af): • 1 stuks, zilver, munt, Nieuwe Tijd Midden (ca. 1685): Zeelandia munt; Opmerking: gevonden tijdens het rooien van aardappelen in 1980 1.079.982: Meierijstad, Schijndel, Schrijvershoeve, Indirect: archief Locatie van de schrijvershoeve. De hoeve is al in 1301 gevormd als hertogelijk leengoed. De schrijvershoeve bestond oorspronkelijk uit 40 bunders land. De locatie is bepaald aan de hand van de tiendkaart van Schijndel uit 1757. 1.079.760: Meierijstad, Schijndel, Hermalen, Indirect: onbepaald Locatie van “Slotje Groenendaal in het Hermalen”. Waarschijnlijk was dit een omgrachte Middeleeuwse hoeve. Vóór 1422 stond op deze locatie een blokhuis, wat op een gegeven moment door de omgrachte hoeve wordt vervangen. De locatie van Slotje Groenendaal is bepaald aan de hand van de Tiendkaart van Schijndel uit 1757. In 1603 is de omgrachte hoeve tijdens de tachtigjarige oorlog gebruikt als toevluchtsoord voor soldaten.

In 1760 wordt de hoeve omschreven als een neerhuizing met sloot, hof, boomgaard, brouwerij en aangelegde gras- en akkerlanden.18 De hoeve wordt op de kaart van de Bodem van Elde uit 1803 nog aangeduid als ‘Slootie’. Op het kadastraal minuutplan uit 1811-1832 staat de hoeve niet meer weergegeven. Waarschijnlijk is de hoeve tussen 1803 en 1832 verdwenen. In 2015 zijn door Heemkundekring Schijndel in en rond het terrein waar het slotje heeft gelegen een veldverkenning, grondradaronderzoek en grondboringen uitgevoerd. Ter hoogte van het slotje zijn baksteenresten, aardwerkfragmenten en glasscherven aangetroffen.18

Tabel 2: Bekende archeologische waarden tot ca. 500 m van het plangebied. In het plangebied staan geen bekende (ondergrondse) bouwhistorische waarden geregistreerd. In het onderzoeksgebied bevinden zich geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten.19

2.8

Gespecificeerde verwachting Op het dekzand is bewoning mogelijk in het Laat-Paleolithicum en later. Het plangebied is ontgonnen in de Late Middeleeuwen. De Schrijvershoeve, waarnaar de weg Schrijvershoef is vernoemd, wordt in 1301 genoemd als hertogelijk leengoed. Op de 18e eeuwse tiendkaart van Schijndel en de kaart van 16 De Boer 2019 17 De Boer 2020 18 https://heemkundekringschijndel.nl/wp-content/uploads/2016/10/20150227-rapport-SchijndelGroenendaal.pdf 19 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2017 Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

17 de Bodem van Elde uit 1803 ligt ter hoogte van het plangebied een historisch erf. Op het kadastraal minuutplan uit 1811-1832 liggen in het plangebied een huis met erf en een eest (droogoven / drooginrichting voor mout). Het zuidwesten van het plangebied is in gebruik als boomgaard. Ten noorden en oosten van de bebouwing in het plangebied ligt bouwland. Langs de westelijke grens ligt een strook met opgaande bomen. Op de Topografisch Militaire Kaart uit 1850 is de bebouwing in het plangebied verdwenen. Op kaarten uit 1900 tot 1956 staan in het plangebied een grote en twee kleine gebouwen. De bebouwing in het plangebied is in de tweede helft van de 20e eeuw meerdere keren vervangen. In 1978 staat bebouwing op de huidige locatie van de woning en bijgebouwen. De verwachting wordt als volgt gespecificeerd: Niveau 1: Resten gerelateerd aan bewoning op het dekzand 1. Datering Laat-Paleolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen 2. Complextype Archeologische resten uit de periode van jagers, verzamelaars en de eerste boeren en uit de periode van landbouwsamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. 3. Omvang Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de bovengenoemde periodes kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot).

Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4. Diepteligging In de top van het dekzand. vermoedelijk is in het plangebied sprake van een oudbouwlanddek. In dat geval kunnen archeologische resten door langdurig agrarisch gebruik van het plangebied zijn opgenomen in het plaggendek. 5. Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit) De grondwatertrap is VI. Dit betekent dat de conservering van organische archeologische resten (zoals hout, textiel, leer en bot) dieper dan 80 cm onder maaiveld (de minimale gemiddeld hoogste grondwaterstand) goed kan zijn. De conservering van organische artefacten die boven dit niveau liggen kan door de (periodiek) zuurstofrijke en droge condities slecht zijn. Handgevormd aardewerkfragmenten uit de periode van vroege landbouwsamenlevingen is weinig resistent. Om deze reden moet er rekening mee worden gehouden dat dit aardewerk sterk is gefragmenteerd of zelfs volledig is vergaan. 6. Locatie Hele plangebied. 7. Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): In zandgebieden zijn door de zure droge omstandigheden meestal geen archeologische lagen meer herkenbaar. Archeologische resten uit de periode van jagers, verzamelaars en eerste boeren en de periode van vroege Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

18 landbouwsamenlevingen kenmerken zich door een spreiding van hoofdzakelijk vuursteenvondsten. Archeologische resten uit de periode van late landbouwsamenlevingen kenmerken zich door een spreiding van hoofdzakelijk aardewerkfragmenten. Archeologische resten uit beide perioden kunnen zich ook kenmerken door grondsporen van variabele diepte. 8. Mogelijke verstoringen Door bouw- en sloopactiviteiten in de 20e eeuw kunnen archeologische resten zijn vergraven. Niveau 2: Resten gerelateerd aan het historische erf 1. Datering Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd 2. Complextype Archeologische resten uit de periode van staatssamenlevingen gerelateerd aan bewoning, economie, infrastructuur, rituelen en begravingen. Op historisch kaartmateriaal uit de 18e en 19e eeuw ligt in het plangebied een boerderijerf. In het plangebied kunnen ook resten aanwezig zijn van voorgangers van het 18e eeuwse erf. 3. Omvang Archeologische resten gerelateerd aan bewoning uit de periode van de staatssamenlevingen kunnen worden beschouwd als vlakelementen met variabele omvang (klein tot groot). Sommige complextypen kunnen zich ook als puntelementen manifesteren (begravingen, depots) of als lijnelementen (wegen, watergangen, percelering). 4. Diepteligging Vanaf het maaiveld. 5. Gaafheid en conservering (fysieke kwaliteit) De grondwatertrap is VI.

Dit betekent dat de conservering van organische archeologische resten (zoals hout, textiel, leer en bot) dieper dan 80 cm onder maaiveld (de minimale gemiddeld hoogste grondwaterstand) goed kan zijn. De conservering van organische artefacten die boven dit niveau liggen kan door de (periodiek) zuurstofrijke en droge condities slecht zijn. Over de gaafheid en conservering van eventuele sporen en artefacten zijn verder geen nadere gegevens bekend. 6. Locatie Op het kadastraal minuutplan uit 1811-1832 ligt het huis en erf in het (noord)westen van het plangebied (grofweg tussen de huidige bebouwing, deels onder de zuidwestelijke hoek van de noordelijke schuur). Ten zuiden van het huis/boerderij staan twee eesten (één ter hoogte van de zuidelijke schuur en één in het zuid(oosten) van het plangebied). De rest van het plangebied is in gebruik als boomgaard (zuidwesten) of als landbouwgrond (ten noorden en oosten van de 19e eeuwse bebouwing en langs de zuidgrens).

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

19 7. Uiterlijke kenmerken (prospectie kenmerken): Archeologische resten kenmerken zich door een spreiding van hoofdzakelijk aardewerkvondsten en door grondsporen van variabele diepte 8. Mogelijke verstoringen Door bouw- en sloopactiviteiten in de 20e eeuw kunnen archeologische resten zijn vergraven. Specificatie LS05 van de BRL4000 verplicht dat aansluitend op het formuleren van de gespecificeerde verwachting een onderzoeksstrategie wordt opgesteld om deze verwachting te toetsen aan de feiten gebruik makend van het stroomdiagram van protocol 4003 Inventariserend veldonderzoek. Archeologische resten die zich manifesteren als sporenniveau kunnen het best worden opgespoord door middel van een proefsleuvenonderzoek. Aanbevolen wordt echter om eerst een verkennend booronderzoek uit te laten voeren om de aard en intactheid van het bodemprofiel nader te bepalen.

Bureau voor Archeologie Rapport 941

Schijndel Schrijvershoef 11a

20

3

Booronderzoek

3.1

Inleiding De ligging van het plangebied staat afgebeeld in fig. 1. In het plangebied is een ontwikkeling voorzien waarbij grondwerkzaamheden zijn voorzien. Daardoor worden mogelijk archeologische waarden verstoord. Voor de beoogde ontwikkeling is een bureauonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 2 van dit rapport) waarbij een gespecificeerde archeologische verwachting is opgesteld. Op basis daarvan is een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd. Het veldonderzoek is uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1,20 in het bijzonder het hoofdstuk ”protocol 4003 inventariserend veldonderzoek overig”. Het veldonderzoek is uitgevoerd volgens specificatie “VS03 Uitvoeren booronderzoek”. Het onderzoek is gerapporteerd volgens specificatie “VS05 Opstellen standaardrapport IVO - O/P”. Het onderzoeksgebied voor het booronderzoek is het deel van het plangebied waar graafwerkzaamheden zijn voorzien. Het onderzoeksgebied heeft een omvang van ca. 2.580 m2 en staat weergegeven in fig. 27. Het veldonderzoek bestond uit een inventariserend veldonderzoek (specificatie VS03), verkennende fase. De boringen zijn gezet met het doel de bodemopbouw te verkennen. Met de verkenning wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=70da9375-90c3-4bbe-89fb-61bf59cf3efe