CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Rijtvenweg 3a - Ruimtelijke onderbouwing + Bijlagen

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad'9.833 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

27

Geconcludeerd kan worden dat geen overtreding van de Wet natuurbescherming te verwachten is. Een ontheffing is dan ook niet noodzakelijk.

28

4.8 Bodem Wettelijke basis

Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of projectbesluit.

Aanleiding en doel

Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Beoordeeld dient te worden of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Aanleiding van de bodemtoets vormt de beëindiging van het agrarisch bedrijf op de planlocatie.

Huidige situatie en toekomstige situatie

Op de planlocatie was in het verleden een varkenshouderij gevestigd. Deze varkenshouderij is inmiddels beëindigd. In de gewenste situatie wordt een gedeelte van de bestaande bebouwing, maximaal 1.000 m2, in gebruik genomen ten behoeve van statische opslag. De agrarische bestemming wordt hiertoe gewijzigd in een bedrijfsbestemming. Ten behoeve van deze bestemmingswijziging is het formulier ‘Historische toets t.b.v. vrijstelling bodemonderzoek’ ingevuld. Dit formulier is bijgevoegd in bijlage 1 van onderhavige toelichting. Daarnaast is het eindrapport NAVOS-onderzoek toegevoegd, uitgevoerd door de provincie, betreffende het achterliggende perceel.

4.9 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn:  Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico:

Plaatsgebonden risico (PR)

Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

29

Groepsrisico (GR)

Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.

Afbeelding 14: Uitsnede provinciale Risicokaart Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat de benodigde veiligheid verhogende maatregelen genomen zijn. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ (art. 3.1 Wro) ook getoetst worden aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’, enz. Toetsing

Inventarisatie risicobronnen

Met behulp van de nationale risicokaart is gekeken welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Een uitsnede van de risicokaart met hierop het plangebied aangegeven vindt u hieronder.

30

Afbeelding 15: Uitsnede nationale risicokaart met plangebied Uit de risicokaart blijkt, dat in de omgeving van het plangebied geen wegen, vaarwegen, spoorlijnen of inrichtingen aanwezig zijn, waarvan een risicocontour over het plangebied is gelegen. Wel is een buisleiding met bijbehorend risicocontour gedeeltelijk over het plangebied gelegen. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat binnen de bestemming ‘Leiding’ uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Enkel gebouwen ten dienste van de leiding(en) zijn toegestaan. Tevens is opgenomen dat binnen de ‘veiligheidszone – leiding’ de bouw van kwetsbare objecten niet zijn toegestaan. In de beoogde situatie worden geen gebouwen of bouwwerken gerealiseerd binnen de bestemming ‘Leiding’ dan wel binnen de ‘veiligheidszone – leiding’. Enkel het gebruik van de bestaande gebouwen wordt gewijzigd en er wordt een gebouw gedeeltelijk gesloopt. Conclusie Externe veiligheid is geen belemmering voor het plan.

4.10 Overige aspecten Spuitzones gewasbeschermingsmiddelen

De bedrijfswoning is reeds aanwezig. In de beoogde situatie wordt deze niet anders beoordeeld ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen als in de huidige situatie. Het plangebied betreft een strook landbouwgrond. Deze is niet gelegen binnen een afstand van 50 meter van woningen van derden. Als richtafstand, hiervoor is echter geen wetgeving, wordt 50 meter aangehouden ten opzichte van woningen als het gaat om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, de zogenoemde spuitzone.

Hoogspanningslijnen

Binnen een afstand van 140 meter is een hoogspanningslijn van 150 kV aanwezig. De bedrijfswoning is reeds aanwezig. In de beoogde situatie wordt deze niet anders beoordeeld ten aanzien van de hoogspanningslijn als in de huidige situatie. Enkel het gebruik van de bestaande bebouwing wordt gewijzigd. De hoogspanningslijn vormt hiervoor geen belemmering.

31

4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Onderhavige ruimtelijke onderbouwing betreft de wijziging van de agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van statische opslag. Deze activiteit is niet opgenomen in de lijsten uit het Besluit Milieueffectrapportage. Een m.e.r.-beoordeling s dan ook niet noodzakelijk. Overigens zijn alle milieuaspecten in deze ruimtelijke onderbouwing getoetst en voldoen aan de gestelde normen.

32

5 Uitvoerbaarheid en procedure Uit voorgaande toetsing is gebleken dat de gewenste ontwikkeling past binnen het beleid en de wettelijke kaders. Hierna wordt de uitvoerbaarheid en de te volgen planologische procedure toegelicht.

5.1 Economische uitvoerbaarheid Initiatiefnemer betreft een particuliere partij. Deze particuliere partij draagt zorg voor de kosten welke gepaard gaan met de voorgenomen ontwikkeling. De financiële uitvoering van de ontwikkeling is daarmee geborgd. De Wet ruimtelijke ordening geeft gemeenten meer regie en sturing op de ruimtelijke ontwikkelingen op lokaal niveau. De nieuwe wetgeving maakt het mogelijk voor gemeenten om de kosten met betrekking tot het plan te verhalen op diegene die de ontwikkeling initieert. Hiertoe kan een anterieure overeenkomst worden opgesteld.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de maatschappelijke uitvoerbaarheid vindt een kennisgeving van het besluit volgens formele weg plaats. Het complete veegplan, bestaande uit regels, verbeelding en toelichting inclusief bijlagen worden voor een ieder ter inzage gelegd. Tevens wordt het ontwerpbesluit toegezonden aan de provincie en het waterschap.

5.3 Te volgen procedure Op de voorbereiding van het bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Het ontwerp bestemmingsplan is voorgelegd aan de vooroverleginstanties waarbij het tevens ter inzage gelegd wordt. Er heeft op formele wijze een kennisgeving van het ontwerpbesluit plaatsgevonden. Gedurende deze periode heeft iedereen de mogelijkheid gehad een zienswijze op het ontwerpplan te geven. Het wijzigingsplan is naar aanleiding van de zienswijzen van de provincie en het waterschap aangepast. Het college beslist omtrent vaststelling van het bestemmingsplan. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld wordt het plan gepubliceerd. Een kennisgeving van het besluit vindt plaats conform wettelijke voorwaarden. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt.

33

6 Conclusie Uit voorgaande toetsing blijkt dat de gewenste ontwikkeling past binnen het rijksbeleid, beleid van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Meierijstad. Het plan voldoet tevens aan de gestelde eisen op het gebied van milieu en levert geen beperkingen op ten aanzien van ruimtelijke aspecten. Daarnaast is tevens de uitvoerbaarheid voldoende gegarandeerd. De procedure kan dan ook zonder problemen worden doorlopen.

34



Bijlagen Situatietekening Omgevingsdialoog Bodemtoets Bodemonderzoek

34





 56#6+5%*'125.#)

.11&5 8#4-'0556#.

$'56##0&

5+67#6+')GOGGPVG/GKGTKLUVCF 5'%6+'.PT



SCHAAL 1 : 1000

DATUM : 09-06-2020

FORMAAT : A3

Getekend : G. van de Rijt

SITUATIETEKENING BESTAAND - NIEUW Fam. Thoonen , Rijtvenweg 3a, 5491 PJ St. Oedenrode.

0+'79

5+67#6+')GOGGPVG/GKGTKLUVCF 5'%6+'.PT

$'&4+,(5910+0) )'$179'0OGVVQVCNGQRRGTXNCMVGO



$'&4+,(5910+0) $'&4+,(5)'$179'0



2'4%''.5)4'05



2'4%''.5)4'05



$179$.1-)4'051RRO

56#6+5%*'125.#)

$179$.1-)4'051RRO

4KLVXGPYGI

C

$'&4+,(5910+0)

.11&5

4KLVXGPYGI



C



$'&4+,(5910+0)



 Omgevingsdialoog

36



 Bodemtoets

37



De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=085e4daa-f4f5-4829-92c4-d1955f8c7ad4