Pater Visserslaan 16 - Bijlagen
Tekst van het document
www.dewatertoets.nl
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader asbestonderzoek Pater Visserslaan 16 te Veghel Kadastrale gegevens: Gemeente Veghel, sectie L, nummer 1832 en 1833
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader asbestonderzoek Pater Visserslaan 16 te Veghel Kadastrale gegevens: Gemeente Veghel, sectie L nummer, 1832 en 1833
Opdrachtgever de heer M. van Dinther Pater Visserslaan 4 5464 RB Adviesbureau
Projectleider
MILON bv
J. van Gemert
Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 - 5477253 Status definitief
Versie 1
Datum 25 november 2020 Projectnummer 20203226
Kwaliteitscontrole Shana Coomans
Inhoudsopgave 1 Inleiding .................................................................................. 3 1.1 Algemeen .......................................................................... 3 1.2 Aanleiding en doel .............................................................. 3 1.3 Opbouw van het rapport ...................................................... 3 1.4 Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid .................................. 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................. 5 2.1 Algemeen .......................................................................... 5 2.2 Afbakening en locatiegegevens ............................................. 5 2.3 Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken ........ 8 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie .......... 8 2.5 Hypothese ......................................................................... 8 3 Uitvoering verkennend bodemonderzoek .............................. 10 3.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 10 3.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 10 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 11 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................
11 3.5 Analyseresultaten ............................................................. 12 3.6 Aanvullend analytisch onderzoek (grond) ............................. 14 3.7 Bespreking van de resultaten ............................................. 14 4 Uitvoering verkennend asbestonderzoek ............................... 16 4.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 16 4.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 16 4.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 17 4.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................ 18 4.5 Interpretatie en toetsing .................................................... 18 4.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 19 5. Uitvoering nader asbestonderzoek ........................................ 20 5.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 20 5.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 20 5.3 Zintuigelijke waarnemingen ............................................... 21 5.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................ 21 5.5 Toetsing nader asbestonderzoek ......................................... 21 6 Samenvatting en conclusies .................................................. 23
Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart 2. Situatietekening 3. Profielbeschrijvingen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten
1
Inleiding
1.1
Algemeen
MILON bv te Veghel heeft in opdracht van de heer M. van Dinther een verkennend bodemen asbestonderzoek en nader asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Pater Visserslaan 16 te Veghel. Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5725 en NEN 5740 en het verkennend asbestonderzoek wordt uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5707. Het nader asbestonderzoek is uitgevoerd volgens onderzoeksprotocol NEN 5707 en NTA 5755.
1.2
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het uitvoeren van de onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de locatie. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het asbestonderzoek is, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van de bodem met asbest terecht is.
1.3
Opbouw van het rapport
In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); de resultaten van het verkennend asbestonderzoek (hoofdstuk 4); de resultaten van het nader asbestonderzoek (hoofdstuk 5); de conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).
De bijbehorende tekening(en), boorprofielen, analysecertificaten en toetsingstabellen zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen.
1.4
Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”, protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem”. MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 3 van 24
Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 4 van 24
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek
2.1
Algemeen
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem - Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 “Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek” beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Informatie opdrachtgever en eigenaar; • Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; • Website Bodemloket; • Historisch topografisch kaartmateriaal, website topotijdreis; • Actuele luchtfoto’s (Google Earth en Bing Kaarten); • Grondwaterkaart van Nederland/DINOloket; • Kadaster.
Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk.
2.2
Afbakening en locatiegegevens
Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien de ligging en het gebruik van de locatie in relatie tot het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie betreft de percelen aan de Pater Visserslaan 16 te Veghel. Op de locatie is een woonhuis met stallen aanwezig. Het met puin verharde pad aan de noordzijde van het perceel behoort niet tot de onderzoekslocatie. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 5 van 24
Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie
Pater Visserslaan 16
Kadastrale gegevens locatie
gemeente Veghel, sectie L, perceelnummer(s) 1832 en 1833
Coördinaten Rijksdriehoekstelsel
x: 167930
Oppervlakte locatie (in m2)
circa 4.380
www.planviewer.nl/kaart
Oppervlakte bebouwd (in m2)
818
www.planviewer.nl/kaart
Huidig gebruik
Woonhuis met stallen
Verhardingen
Klinkerverharding en puingranulaat
y: 406522
www.planviewer.nl/kaart
https://pdokviewer.pdok.nl
De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1. Voor een indruk van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar figuur 2.
Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (rood omrand) bron: Google Maps
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 6 van 24
Figuur 2: huidige situatie (6 foto's)
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
bron: locatie-inspectie MILON bv
Pagina 7 van 24
2.3
Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken
Gebruik en potentiële bronnen Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de locatie in 1938 bebouwd. In 1960 is de kleinere, noordelijke stal gebouwd. In de loop der jaren is de locatie niet veranderd. Voor 1938 was de locatie niet bebouwd of verhard en was de locatie waarschijnlijk in gebruik als grasland. Uit de terreininspectie blijkt dat op de stallen asbesthoudende daken aanwezig zijn zonder hemelwaterafvoer. Hierdoor is mogelijk dat door afspoeling losse asbestvezels in de grond terrecht zijn gekomen. Derhalve is de toplaag van de bodem (0,1 m-mv) ter plaatse van de afwateringszone verdacht op het voorkomen van asbest. Uitgevoerde bodemonderzoeken Binnen of nabij de onderzoekslocatie zijn tot op heden geen bodemonderzoeken uitgevoerd.
2.4
Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 9,7 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw tot 25 m-mv zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 8,5 m-mv bestaat de bodem uit de formatie van Boxtel (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand). Hieronder is de formatie van Beegden (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand) aanwezig. Volgens opgave van de Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Noordoost Brabant blijkt dat de onderzoeklocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit op onbelaste percelen naar verwachting zal voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse AW2000 (landbouw/natuur).
2.5
Hypothese
Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie niet eerder vastgesteld. Gelet op het gebruik van de locatie en de afwezigheid van bodembedreigende activiteiten op de locatie en in de directe omgeving is de locatie onverdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Hierom wordt voor het verkennend bodemonderzoek, conform de NEN 5740, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Binnen de onderzoekslocatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 8 van 24
In verband met de aanwezigheid van asbesthoudende daken op de aanwezige schuren is de afwateringszone van de daken verdacht op een mogelijke verontreiniging met asbest. Hierom wordt voor het verkennend asbestonderzoek, conform de NEN 5707, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verontreinigd op de locatie, niet lijnvormig (VED-HE-NL).
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 9 van 24
3
Uitvoering verkennend bodemonderzoek
3.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009+A1:2016 nl bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). De veldwerkzaamheden en de te analyseren grond- en grondwatermonsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie
opp. (m2)
Gehele terrein
4.380
Boringen en peilbuizen
Laboratorium (analyses)*
tot 0,5 m-mv
tot 2,0 m-mv
peilbuis
grond
11
3
1
3x standaardpakket
grondwater 1x standaardpakket
*het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocollen 2001 en 2002. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 24 augustus 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer J.F.J. (Joost) Cox, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het verrichten van handboringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; ▪ het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis na plaatsing. Op 31 augustus 2020 heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer A.P.J. (Antoine) Franken, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuis, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 10 van 24
Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm filter.
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de bovengrond overwegend uit zwak humeus, zwak siltig, matig fijn zand. De ondergrond bestaat overwegend uit zwak siltig, matig fijn zand. Zintuiglijk zijn bij boringen 05 en 07 in de bovengrond bijmengingen met puin, baksteen en beton aangetroffen. Voor het overige zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. In tabel 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis 01
Filterstelling (m -mv) 2,30 - 3,30
Grondwaterstand (m -mv) 1,62
pH (-) 6,4
EGV (µS/cm) 250
Troebelheid (NTU) 54,9
De gemeten zuurgraad (pH) en geleidingsvermogen (E.G.V.) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.
3.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn, in opdracht van de projectleider van MILON bv, in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 4 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Opgemerkt dient te worden dat op basis van de waargenomen bijmengingen is besloten om een extra analyse op het standaardpakket grond in te zetten.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 11 van 24
Tabel 4: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster M01
Monstertraject (m -mv) 0,50 - 1,00
M02 M03
0,00 - 0,50 0,00 - 0,55
M04
0,10 - 0,50
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
Aangevraagde analyses
01 (0,55 - 1,00) 02 (0,80 - 1,00) 03 (0,50 - 1,00) 04 (0,50 - 1,00) 05 (0,00 - 0,50) 01 (0,08 - 0,55) 09 (0,30 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 07 (0,10 - 0,50)
-
Standaardpakket grond
resten baksteen, resten beton -
Standaardpakket grond Standaardpakket grond
sterk puinhoudend
Standaardpakket grond
- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% bijmenging; zwak: 1%-5% bijmenging; matig: 5%-10% bijmenging; sterk: 10%-20% bijmenging uiterst: 20%-50% bijmenging.
Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. In de bijlage van deze certificaten zijn opmerkingen geplaatst omdat verschillen zijn geconstateerd met de te hanteren richtlijnen. Beïnvloeding van de betrouwbaarheid van de analyses wordt echter minimaal geacht.
3.5
Analyseresultaten
Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Voor de bepaling of (en in welke mate) bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende toetsingsniveaus: ▪ het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risico’s bestaan voor het ecosysteem en er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streefwaarde (S); ▪ het toetsingsniveau dat aangeeft waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). Voor de toetsing van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb).
Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutumen/of organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Voor grondwater vindt geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (GSSD - S) / (I - S)). In tabel 5 is weergegeven wat deze indexwaarde betekend, welke termen worden gehanteerd en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. In de tabel wordt de indexwaarde tussenhaakjes achter de verhoogde parameter weergegeven.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 12 van 24
Tabel 5: Mate van bodemverontreiniging en weergave in tabellen indexwaarde
Betekenis
weergave in tabellen
<0
niet verontreinigd / niet verhoogd Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde waarde lager is dan achtergrond- of streefwaarde. Er is sprake van een goede bodemkwaliteit en geen sprake van een verontreiniging.
-
>0 <0,5
licht verontreinigd / licht verhoogd Een indexwaarde tussen de 0 en 0,5 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde hoger is dan de achtergrond- of streefwaarde, maar (ver) onder de interventiewaarde ligt. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's.
>AW of >S
>0,5 <1,0
matig verontreinigd / matig verhoogd. Een indexwaarde tussen de 0,5 en 1,0 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Mogelijk is sprake van een ernstige verontreiniging. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft deze waarde aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek.
> index
>1,0
ernstig verontreinigd / sterk verhoogd. Bij een indexwaarde boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.
>I
Toetsing van de analyseresultaten De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 6 en tabel 7. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters en de bijbehorende indexwaarde weergegeven. Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Analyse- Monstertraject Deelmonsters monster (m -mv) M01 0,50 - 1,00 01 (0,55 - 1,00) 02 (0,80 - 1,00) 03 (0,50 - 1,00) 04 (0,50 - 1,00) M02 0,00 - 0,50 05 (0,00 - 0,50) M03
0,00 - 0,55
M04
0,10 - 0,50
~: -: >AW: Index >0,5: >I:
01 (0,08 - 0,55) 09 (0,30 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 07 (0,10 - 0,50)
Zintuiglijke waarnemingen ~
> AW
Index >0,5
>I
-
-
-
resten baksteen, resten beton ~
-
-
-
PCB (som 7) (0,01) lood (0,02)
-
-
sterk puinhoudend
PCB (som 7) (0,15) minerale olie (0,09) lood (0,05)
-
PAK (1,1)
zintuiglijk zijn geen noemenswaardige bijmengingen waargenomen; het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd);
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 13 van 24
Tabel 7: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) Analysemonster 01-1-1
Filterstelling (m -mv) 2,30 - 3,30
> S (+index)
Index >0,5
>I
-
-
-
-: de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >S: de concentratie is hoger dan de streefwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de streefwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).
3.6
Aanvullend analytisch onderzoek (grond)
Naar aanleiding van het sterk verhoogde gehalte PAK in de bovengrond van boring 07, is in overleg met de opdrachtgever, besloten om afperkende boringen te verrichten. Op basis van aanvullende informatie van de opdrachtgever wordt geacht dat de sterke verhoging van PAK is te koppelen aan de lading puingranulaat die in het verleden is gestort (d.d. 12 april 2002). Door de opdrachtgever is aangegeven dat circa 16 m³ aan puingranulaat is gestort ter plaatse van het voormalige vanghok voor koeien. In totaal zijn 5 afperkende boringen verricht, waarbij boring 07.1 is verricht voor de verticale inkadering. De boringen 07.1.1 t/m 07.1.4 zijn tot circa 1,0 m-mv verricht om de verontreiniging horizontaal af te perken. De aanvullende analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. en het analysecertificaat is weergegeven in bijlage 4. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 8. In deze tabel zijn uitsluitend de verhoogde parameters weergegeven. Tabel 8: Toetsing van de analyseresultaten (afperking PAK-verontreiniging) Analyse- Monstertraject Deelmonsters monster (m -mv) 7.1 0,60 - 0,80 07.1 (0,60 - 0,80) 7.1.1 0,09 - 0,50 07.1.1 (0,09 0,50) 7.1.2 0,09 - 0,40 07.1.2 (0,09 0,40) 7.1.3 0,00 - 0,50 07.1.3 (0,00 0,50) 7.1.4 0,00 - 0,50 07.1.4 (0,00 0,50) ~: -: >AW: >T:
Zintuiglijke waarnemingen ~ ~
> AW
>T
>I
-
-
-
~
-
-
-
~
PAK (0,05)
-
-
~
-
-
-
>I:
zintuiglijk zijn geen noemenswaardige bijmengingen waargenomen; het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd);
3.7
Bespreking van de resultaten
Grond Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond zintuiglijk bijmengingen waargenomen met puin, bakstenen en beton. Analytisch zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan PCB, lood en minerale olie aangetoond. De licht verhoogde gehalten aan PCB, lood en minerale olie zijn niet direct te koppelen aan een oorzaak. Geacht wordt dat de verhogingen zijn veroorzaakt door antropogene invloeden vanuit de omgeving. Aangezien sprake is van (zeer) licht verhoogde gehalten is een nader bodemonderzoek naar deze verhogingen niet noodzakelijk.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 14 van 24
Ter plaatse van de bovengrond van boring 07 is een sterk verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Om de mate en de omvang van de verontreiniging te bepalen is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Het sterk verhoogde gehalte aan PAK is naar alle waarschijnlijkheid veroorzaakt door de waargenomen sterke bijmenging met puin. Uit aanvullende informatie van de opdrachtgever blijkt dat in 2002 gebroken puin is gestort ter plaatse van het voormalige vanghok voor de koeien. In de afperkende boringen zijn nagenoeg geen verhoogde gehaltes aan PAK aangetoond. Op basis van de afperkende boringen wordt de omvang van de verontreiniging geschat op circa 16 m3. Aangezien de verontreiniging ontstaan is ná 1987, betreft de verontreiniging een zogenaamd nieuw geval van bodemverontreiniging waarop de zorgplicht van toepassing is en er sprake is van een noodzaak tot het saneren van de verontreiniging. Grondwater Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Analytisch zijn in het grondwater geen verhoogde concentraties gemeten. Toetsing hypothese Door de aangetoonde verhoogde gehalten in de grond dient de opgestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ verworpen te worden en te worden vervangen door de hypothese ‘verdachte locatie’.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 15 van 24
4
Uitvoering verkennend asbestonderzoek
4.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016 Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond en NEN 5897+C1:2016 Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het asbest in bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. Het betreft een onderzoek naar de aanwezigheid van asbest ter plaatse van de druppelzone onder de aanwezige asbestdaken en is gebaseerd op het protocol dat is ontwikkeld door Geofox-Lexmond (Bijzonder inventariserend onderzoek Erosie van asbestdaken, d.d. 29 september 2014). De veldwerkzaamheden en de te analyseren monsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in tabel 9. Tabel 9: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie
oppervlakte (m2)
Aantal asbestgaten
Laboratorium (analyses)
tot 0,1 m-mv
grond(meng)monsters
Grote schuur (1938)
70 m2 (2 zijden van circa 35m)
14
2x asbest in grond
Kleine schuur (1960)
20 m2 (2 zijden van circa 10m)
4
2x asbest in grond
4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocol 2018. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 24 augustus 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer J.F.J. (Joost) Cox, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ Het uitvoeren van een visuele maaiveldinspectie; ▪ het laagsgewijs graven van proefgaten conform tabel 9; ▪ het zeven en inspecteren van het uitgegraven grondmateriaal; ▪ het verzamelen van asbesthoudende materialen (> 20 mm); ▪ het samenstellen van verzamelmonsters (< 20 mm); ▪ het herstellen van de gegraven gaten.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 16 van 24
4.3
Zintuiglijke waarnemingen
Maaiveldinspectie Gestart wordt met het uitvoeren van een maaiveldinspectie. Een maaiveldinspectie is essentieel om de locatie op te delen in homogene (deel)locaties zodat de effectiviteit van het onderzoek wordt vergroot. Daarnaast kan de maaiveldinspectie worden gebruikt om een schatting te geven van het asbestgehalte in de toplaag. In de uitvoeringsfase van het asbestonderzoek worden conform de NEN 5707 laagsgewijs inspectiegaten gegraven, waarbij de vrijkomende grond wordt gezeefd of uitgeharkt. Eventuele asbestverdachte materialen (> 20 mm) welke niet door de zeef of hark gaan, worden per inspectiegat verzameld en in gesloten plastic zakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op de aanwezigheid van asbest. Van de fijne grondfractie (< 20 mm) wordt een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kilogram droge stof en analytisch onderzocht op het gehalte en soort asbest. Indien in één of meer proefgaten zintuiglijk asbest wordt aangetroffen, zullen de verdachte monsters apart geanalyseerd worden. Het te inspecteren maaiveld is vrij van objecten, vegetatie en waterplassen. Ten tijde van de visuele inspectie was het droog en was er voldoende daglicht. De geschatte inspectieefficiëntie voor de berm is weergegeven in tabel 10. Tabel 10: Schatting van de inspectie-efficiëntie Type grond
Conditie maaiveld
Zand
Droog, los en geen vegetatie
90 % – 100 %
Zand
Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie
70 % – 90 %
Klei/leem en veen
Droog, los en geen vegetatie
70 % – 90 %
Klei/leem en veen
Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie
50 % – 70 %
Inspectie-efficiëntie* klassen
schatting X
De resultaten van de maaiveldinspectie wijken niet af van de gestelde onderzoekshypothese. De onderzoeksopzet hoeft niet te worden aangepast en er hoeft geen overweging plaats te vinden om direct door te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Inspectie en monsterneming bodem Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De bovengrond bestaat uit zwak siltig, zwak humeus, matig fijn zand. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de grond bijmengingen waargenomen met asfalt ter plaatse van een afwateringspijp. Op basis hiervan is besloten om een aanvullend inspectiegat A19 te graven nabij deze afwateringspijp. Voor het overige zijn er geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan welke kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in inspectiegat A13 plaatjes asbestverdacht materiaal zijn waargenomen. In de overige boringen zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen, met uitzondering van de asfaltbijmenging ter plaatse van inspectiegat A19. Het asbestverdachte materiaal en de fijne fractie uit de proefgaten zijn separaat verpakt. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn door de monsternemer in het veld verschillende verzamelmonsters samengesteld.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 17 van 24
Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. De ligging van de proefgaten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2.
4.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De verzamelmonsters en eventueel asbestverdacht materiaal zijn ter analyse aangeboden aan Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). De monsters zijn in het laboratorium geanalyseerd op asbest en de asbestverdachte materialen op het soort, gewicht en gehalte asbest. Eventuele mengmonsters zijn samengesteld in opdracht van de projectleider van MILON bv. In tabel 11 zijn de monsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Tabel 11: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster
Proefgaten (traject, cm-mv)
Opmerkingen / veldwaarnemingen
A13
A13 (0,00 – 0,10)
-
A13-AVM
A13 (0,00 – 0,10)
Plaatmateriaal (45 gr)
A19
A19 (0,00 – 0,10)
Matig asfalthoudend
MM1A
A01 (0,00 - 0,10) A02 (0,00 – 0,10) A03 (0,00 – 0,10) A04 (0,00 – 0,10) A05 (0,00 – 0,10) A06 (0,00 – 0,10) A07 (0,00 – 0,10)
-
MM4A
A15 (0,00 - 0,10) A16 (0,00 - 0,10)
-
MM5A
A17 (0,00 - 0,10) A18 (0,00 – 0,10)
-
- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% bijmenging; zwak: 1%-5% bijmenging; matig: 5%-10% bijmenging; sterk: 10%-20% bijmenging uiterst: 20%-50% bijmenging.
4.5
Interpretatie en toetsing
De analyseresultaten worden geïnterpreteerd conform hoofdstuk 6.6 van de NEN 5707. Bij een verkennend asbestonderzoek worden namelijk uitsluitend indicatieve asbestgehalten (gewogen) berekend. Indien het indicatieve gehalte asbest in grond groter is dan 0,5 x interventiewaarde (oftewel 50 mg/kg gewogen asbest) dient een nader onderzoek asbest uitgevoerd te worden conform NEN 5707. Bij lagere indicatieve gehalten (< 50 mg/kg gewogen asbest) mag niet van een verontreiniging met asbest worden gesproken en is een nader onderzoek asbest niet noodzakelijk. Het analysecertificaat is weergegeven in bijlage 4 Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 18 van 24
en de berekening van het gewogen asbestgehalte in bijlage 5. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 12. Tabel 12: Analyseresultaten verkennend asbestonderzoek Toetsing van de analyseresultaten Analyse monster
Proefgaten (m-mv)
Gemeten asbestgehalte mg/kg ds
Totaal gewogen asbestconcentratie
<20 mm
>20 mm
mg/kg ds
Toetsing
Totaal
A13 + AVM
A13 (0,00 – 0,10)
19
338,62
357,62
357,62
>½ I
A19
A19 (0,00 – 0,10)
<0,4
-
<0,4
<0,4
-
MM1A
A01 (0,00 - 0,10) A02 (0,00 – 0,10) A03 (0,00 – 0,10) A04 (0,00 – 0,10) A05 (0,00 – 0,10) A06 (0,00 – 0,10) A07 (0,00 – 0,10)
<0,2
-
<0,2
<0,2
-
MM4A
A15 (0,00 - 0,10) A16 (0,00 - 0,10)
<0,6
-
<0,6
<0,6
-
MM5A
A17 (0,00 - 0,10) A18 (0,00 – 0,10)
<0,6
-
<0,6
<0,6
-
-: geen gehalte boven de detectielimiet aangetoond; <½ I: gehalte < 0,5x interventiewaarden. Een nader asbestonderzoek is niet noodzakelijk; >½ I: gehalte > 0,5x interventiewaarden. Een nader asbestonderzoek is noodzakelijk.
4.6
Bespreking van de resultaten
Tijdens de monsterneming bestonden alle proefgaten uit grond zonder een puin gerelateerde bijmenging. Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in proefgat A13 asbestverdacht plaatmateriaal is aangetroffen. Analytisch is in de fijne fractie van de samengestelde mengmonsters geen asbest aangetoond. In zowel de fijne fractie als in de grove fractie (plaatmateriaal) van proefgat A13 is asbest aangetoond. De totaal gewogen asbestconcentratie bedraagt 357,62 mg/kg d.s. Derhalve wordt de helft van de interventiewaarde overschreden en is nader asbestonderzoek noodzakelijk. Toetsing hypothese Doordat het indicatieve gehalte asbest in bodem hoger is dan de norm van nader asbestonderzoek dient de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ behouden te blijven. Er wordt gesproken van een verontreiniging met asbest. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 19 van 24
5
Uitvoering nader asbestonderzoek
Een nader asbestonderzoek wordt uitgevoerd conform NEN 5707, waarbij in overleg met Omgevingsdienst Brabant Noord (telefonisch contact met de heer Hoek, d.d. 3 september 2020) is besloten om met drie inspectiegaten tot 0,5 m-mv de mate, aard van de verontreiniging, de omvang en de ruimtelijke verdeling te bepalen. Er is voor gekozen om inspectiegaten te graven in verband met de kleinschaligheid en ligging van de locatie.
5.1
Onderzoeksstrategie
Tijdens het verkennend asbestonderzoek ten behoeve van de bepaling van de bodemkwaliteit onder de druppelzone van de asbestdaken is een overschrijding van de helft van de interventiewaarde aangetoond. Op basis van de analyseresultaten is in overleg met de opdrachtgever besloten om direct een nader asbestonderzoek uit te voeren. Het onderzoek wordt uitgevoerd conform het onderzoeksprotocol NEN 5707. Voor het bepalen van de onderzoeksstrategie zijn een aantal onderzoeksvragen opgesteld welke op basis van het nader onderzoek beantwoord moeten worden, te weten: ▪ is er sprake van een asbestverontreiniging in de toegepaste grond; ▪ wat is de ernst van de asbestverontreiniging; ▪ wat is de omvang van de asbestverontreiniging. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de locatie onderzocht als asbestverdacht. Ter plaatse van de onderzoekslocatie dient vastgesteld te worden of er sprake is van een asbestverontreiniging. In tabel 13 zijn de veldwerkzaamheden en analyses weergegeven. Tabel 13: Veldwerkzaamheden en analyses Deellocatie
NEN 5707
veldwerkzaamheden
laboratorium
oppervlakte (m )
aantal asbestgaten tot 0,5 m-mv
aantal te onderzoeken verzamelmonsters
40
3
1
2
Locatie nabij inspectiegat A13
5.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocol 2018. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 6 november 2020 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer A. (Antoon) Kokkes, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ Het uitvoeren van een visuele maaiveldinspectie; ▪ het laagsgewijs graven van proefgaten conform tabel 13; ▪ het zeven en inspecteren van het uitgegraven grondmateriaal; ▪ het verzamelen van asbesthoudende materialen (> 20 mm); Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 20 van 24
▪ het samenstellen van verzamelmonsters (< 20 mm); ▪ het herstellen van de gegraven gaten.
5.3
Zintuigelijke waarnemingen
Tijdens de locatie-inspectie zijn in het opgegraven materiaal geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Zintuiglijk zijn geen bijmengingen waargenomen. Het opgegraven materiaal betreft zwak siltig, zwak humeus matig fijn zand. Voor de ligging van inspectiesleuven wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3.
5.4
Laboratoriumwerkzaamheden
Het verzamelmonster is ter analyse aangeboden aan Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Het analysemonster van inspectiegaten A13.1 t/m A13.3 is ingezet voor analyse op asbest in grond ter bepaling van de ernst van de verontreiniging. In tabel 14 is de selectie van de monsters weergegeven. Tabel 14: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Deellocatie Nabij inspectiegat A13
5.5
Analysemonster MM7A
Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters
Aangevraagde analyses
Doel onderzoek
A13.1 (0,00 - 0,50) A13.2 (0,00 - 0,50) A13.3 (0,00 - 0,50)
Grond Kwantitatief
Bepalen ernst
Toetsing nader asbestonderzoek
De analyseresultaten worden getoetst conform hoofdstuk 6.6 van de NEN 5707. Bij een nader asbestonderzoek worden uitsluitend indicatieve asbestgehalten (gewogen) berekend. Indien de gewogen asbestconcentratie meer dan 100 mg/kg d.s. bedraagt is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging Hiervoor geldt geen volumecriterium. Daarbij dient een risicobeoordeling te worden uitgevoerd om te bepalen of er onaanvaardbare risico’s zijn. Bij lagere concentraties mag niet van een verontreiniging van asbest worden gesproken. De toetsing is weergegeven in tabel 15. In bijlage 4 zijn de analysecertificaten en de toetsing opgenomen. Tabel 15: Analyseresultaten asbestonderzoek Monster
Inspectiegaten
Doel onderzoek
toetsing van de analyseresultaten gemeten asbestgehalte (mg/kg d.s.)
MM7A
A13.1 (0-50) A13.2 (0-50) A13.3 (0-50)
Bepalen mate
>20 mm
< 20 mm
-
0,4
Totaal gewogen asbestconcentratie
toetsing
0,4
<I
<I: geen sprake van een asbestverontreiniging; >I: sprake van een asbestverontreiniging.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 21 van 24
Interpretatie analyseresultaten Zintuigelijk zijn er geen bijmengingen aangetroffen. Tevens zijn geen asbesthoudende plaatmaterialen aangetroffen. In het onderzochte mengmonster is een asbestconcentratie boven de detectiegrens aangetroffen. Dit gehalte ligt echter zeer ruim onder de interventiewaarde. Nabij inspectiegat A13 Ter plaatse van inspectiegat A13 is bij het verkennend asbestonderzoek een asbestconcentratie boven de norm voor nader asbestonderzoek is aangetroffen. In het nader onderzoek is de ernst van de asbestverontreiniging bepaald. Uit analyse blijkt dat de asbestconcentratie de interventiewaarde niet overschrijdt en is er geen sprake van een asbestverontreiniging boven de interventiewaarde. Een sanering is niet noodzakelijk.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 22 van 24
6
Samenvatting en conclusies
Door MILON bv te Veghel is in opdracht van de heer M. van Dinther een verkennend bodem- en asbestonderzoek en nader asbestonderzoek verricht volgens de onderzoeksprotocollen NEN 5725, NEN 5740 en NEN 5707. Op basis van de resultaten is besloten om direct een nader bodem- en asbestonderzoek uit te voeren conform NEN 5707. De onderzoekslocatie betreft het perceel Pater Visserslaan 16 te Veghel. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, de sloop van de oude schuren en bouw van een nieuwe loods. Vooronderzoek De locatie was tot 1938 in gebruik als grasland. In 1938 is het perceel bebouwd. In de loop der jaren is de locatie niet veranderd, met uitzondering van de bouw van een extra schuur. Voor 1938 was de locatie niet bebouwd. De schuren op de onderzoekslocatie zijn verdacht op het voorkomen van asbesthoudend materiaal op de daken. Aangezien een afwateringsysteem ontbreekt aan beide stallen is het mogelijk dat asbesthoudend materiaal op het maaiveld en in de bodem nabij de drupzones terecht zijn gekomen. Gelet op het gebruik van de locatie en de afwezigheid van bodembedreigende activiteiten op de locatie en in de directe omgeving is de locatie onverdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging.
Hierom wordt voor het verkennend bodemonderzoek, conform de NEN 5740, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Binnen de onderzoekslocatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater. De bodem onder de druppelzone van de asbestdaken wordt onderzocht op asbest, conform NEN 5707, met de onderzoeksstrategie ‘verdachte bovengrond, heterogeen verdeeld’. Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt uit aanvullende informatie dat in het verleden op een deel van het perceel gebroken puin is gestort. Onderzoeksresultaten Verkennend bodemonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de boven- en ondergrond bijmengingen waargenomen aan puin, bakstenen en beton. Asbestverdacht materiaal is niet aangetroffen. In tabel 16 zijn de analyseresultaten samengevat. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. Er is een sterk verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Nader bodemonderzoek wordt geadviseerd. Tabel 16: Onderzoeksresultaten grond en grondwater Bodemlaag
Parameter*
Toetsing
PCB, minerale olie, lood
licht verhoogd
PAK (boring 07)
sterk verhoogd
ondergrond
-
niet verhoogd
grondwater
-
niet verhoogd
bovengrond
*: uitsluitend de verhoogde parameters zijn weergeven Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 23 van 24
Aanvullend bodemonderzoek Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is gebleken dat nabij boring 07 een sterk verhoogd gehalte aan PAK is aangetoond. Uit aanvullende informatie van de opdrachtgever blijkt dat er in het verleden gebroken puin ter plaatse van boring 07 is gestort. Dit wordt bevestigd door de aangetroffen bijmenging in de bovengrond van boring 07. In overleg met de opdrachtgever is besloten om de verontreiniging af te perken door middel van het plaatsen van 5 boringen. Hierbij gelden vier boringen (07.1.1 t/m 07.1.4) als horizontale afperking en één boring (07.1) als verticale afperking. De horizontaal afperkende boringen zijn gezet in de zintuiglijk schone grond rondom de laag met gebroken puin. Uit de analyseresultaten blijkt dat in boring 07.1.3 een zeer licht verhoogd gehalte aan PAK is aangetoond. In de overige monsters zijn geen verhoogde gehalten aan PAK aangetoond, derhalve kan geconcludeerd worden dat de verontreiniging voldoende is afgeperkt. Verkennend asbestonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter plaatse van inspectiegat A13 is asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat dit plaatmateriaal een concentratie van 4.725 mg/kg/d.s. asbest bevat. Voor inspectiegat A13 komt hiermee de totale gewogen concentratie asbest op 357,62 mg/kg/d.s.
Dit is aanleiding voor het uitvoeren een nader asbestonderzoek. Opgemerkt dient te worden dat in de overige inspectiegaten geen noemenswaardige verontreiniging met asbest is aangetoond. Nader asbestonderzoek Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek is besloten om een nader asbestonderzoek uit te voeren. Hierbij is in overleg met de ODBN besloten om drie inspectiegaten tot 0,5 m-mv rondom inspectiegat A13 te graven. Op basis van de analyseresultaten blijkt dat geen noemenswaardige verontreiniging met asbest is aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Aangenomen wordt dat het aantreffen van het enkele stukje asbesthoudend plaatmateriaal incidenteel is en hier geen oorzaak aan gekoppeld kan worden. Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse van het voormalig koeienvanghok (boring 07) is een verontreiniging met PAK aangetoond. Deze verontreiniging is veroorzaakt door het storten van gebroken puin circa 20 jaar geleden. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de analyseresultaten wordt de omvang van de puinlaag én dus de verontreiniging met PAK geschat op circa 16 m3 (54 m² tot 0,30 m-mv). Aangezien de verontreiniging ontstaan is na 1987, betreft de verontreiniging een nieuw geval van bodemverontreiniging.
Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt saneringsplicht. De verontreiniging dient middels een indiening van een plan van aanpak bij het bevoegd gezag (gemeente Meierijstad) te worden gesaneerd. Algemeen wordt opgemerkt dat dit verkennend bodemonderzoek geen bewijsmiddel is zoals bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit. Afhankelijk van de bestemming en toepassing bij afvoer van de grond kan een partijkeuring (AP04) noodzakelijk zijn.
Projectnummer: 20203226 Datum: 25 november 2020
Pagina 24 van 24
Bijlagen
Bijlage 1
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Bijlage 3
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
ongeroerd monster volumering
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Projectnaam:
Pater Visserslaan 16
Plaatsnaam:
Mariaheide
Projectcode:
20203226
Projectleider:
Shana Coomans
Pagina:
1 van 3
Boring 01
Boring 02
Datum: 24-8-2020 Veldwerker:
Datum: 24-8-2020
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
klinker
Joost Cox 0
0
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
1 50
1
50
55
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
2
2 80
3 100
100
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigegrijs, Edelmanboor
3
150
4
5
200
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor
250
300
330
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
4
150
200
gazon Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
8
200
Projectnaam:
Pater Visserslaan 16
Plaatsnaam:
Mariaheide
Projectcode:
20203226
Projectleider:
Shana Coomans
Pagina:
2 van 3
Boring 03
Boring 04
Datum: 24-8-2020
Datum: 24-8-2020
0
0
gazon
0
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
0
weiland
30
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs
2 50
50
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor
2
3
100
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor
3
4
150
150
4
5
200
200
Boring 05
Boring 06
Datum: 24-8-2020 Veldwerker:
Datum: 24-8-2020
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
tuin
50
50
0
0
gazon Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
50
Boring 07
Boring 08
Datum: 24-8-2020
Datum: 24-8-2020
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
10
1
50
Joost Cox
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, resten baksteen, resten beton, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
Veldwerker:
200
200
50
klinker
Joost Cox 0
0
Klinker + ophoogzand Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk puinhoudend, neutraal beigegrijs, Edelmanboor, Mogelijk menggranulaat bijmenging
klinker
8
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
1
50
50
Projectnaam:
Pater Visserslaan 16
Plaatsnaam:
Mariaheide
Projectcode:
20203226
Projectleider:
Shana Coomans
Pagina:
3 van 3
Boring 09
Boring 10
Datum: 24-8-2020 Veldwerker:
Datum: 24-8-2020
Joost Cox 0
0
klinker
0
0
1 30
2 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
Boring 12
Datum: 24-8-2020
Datum: 24-8-2020
0
weiland
50
50
Boring 11
0
0
0
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs
1
50
Boring 14
Datum: 24-8-2020
Datum: 24-8-2020
0
50
50
Boring 13
0
weiland
0
0
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs
1
50
50
Boring 15 Datum: 24-8-2020
0
0
gras Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs
1
50
50
weiland Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs
1
50
weiland Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs
1
50
weiland Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs
8
50
Projectnaam:
Pater Visserslaan 16
Plaatsnaam:
Mariaheide
Projectcode:
20203226
Projectleider:
Shana Coomans
Pagina:
1 van 1
Boring 07.1
Boring 07.1.1
Datum: 6-11-2020 Veldwerker:
Datum: 6-11-2020
Toon Kokkes
Veldwerker: 0
0
klinker
Toon Kokkes 0
0
9
1
15
2 50 60
3 80
4 100
100
klinker
9
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk puingranulaat houdend, neutraal beigebruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsbruin
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, donker grijsbruin
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor
2
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigebruin
5
150
6 170
Boring 07.1.2
Boring 07.1.3
Datum: 6-11-2020
Datum: 6-11-2020
Veldwerker:
Toon Kokkes
Veldwerker: 0
0
klinker
Toon Kokkes 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor
1
tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
9
1
40
50
Zand, zeer fijn, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
2
50
2
70
Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht geelbeige, Edelmanboor
3 100
100
Datum: 6-11-2020 Toon Kokkes 0
0
tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
2
100
100
3 100
Boring 07.1.4
Veldwerker:
80
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
Projectnaam:
Pater Visserslaan 16
Plaatsnaam:
Mariaheide
Projectcode:
20203226
Projectleider:
Shana Coomans
Pagina:
1 van 2
Proefgat
A01
Proefgat
Datum: 24-8-2020 Veldwerker:
A02
Datum: 24-8-2020
Joost Cox
Veldwerker:
Joost Cox
lengte (m):
0,30
lengte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0
Proefgat
0 10
braak
A03
Proefgat
Datum: 24-8-2020 Veldwerker:
0,30
breedte (m):
0,30
0
Veldwerker:
0 10
braak
0,30
breedte (m):
0,30
0
A05
Proefgat
Joost Cox
Veldwerker:
0,30
0,30
breedte (m):
0,30
0
0 10
braak
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.03 kg > 20 mm
A07
Proefgat
Datum: 24-8-2020
0 10
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.03 kg > 20 mm
A08
Datum: 24-8-2020
Joost Cox
lengte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0
Veldwerker:
0 10
braak
Joost Cox
lengte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.03 kg > 20 mm
A09
Proefgat
Datum: 24-8-2020
0 10
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.03 kg > 20 mm
A10
Datum: 24-8-2020
Joost Cox
Veldwerker:
Joost Cox
lengte (m):
0,30
lengte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.01 kg > 20 mm
Joost Cox
breedte (m):
Veldwerker:
braak
A06
lengte (m):
Proefgat
0 10
Datum: 24-8-2020
0,30
Veldwerker:
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.02 kg > 20 mm
Joost Cox
lengte (m):
lengte (m):
Proefgat
braak
A04
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.02 kg > 20 mm
Datum: 24-8-2020 Veldwerker:
0 10
Datum: 24-8-2020
Joost Cox
lengte (m):
Proefgat
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.02 kg > 20 mm
0 10
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.01kg > 20 mm
0
0 10
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.07 kg > 20 mm
Projectnaam:
Pater Visserslaan 16
Plaatsnaam:
Mariaheide
Projectcode:
20203226
Projectleider:
Shana Coomans
Pagina:
2 van 2
Proefgat
A11
Proefgat
Datum: 24-8-2020 Veldwerker:
A12
Datum: 24-8-2020
Joost Cox
Veldwerker:
Joost Cox
lengte (m):
0,30
lengte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0 10
0
Proefgat
braak
A13
Proefgat
Datum: 24-8-2020 Veldwerker:
0,30
breedte (m):
0,50
0
Veldwerker:
10
0 10
A15
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.03 kg > 20 mm + 45g avm
Datum: 24-8-2020 Veldwerker:
0,30
breedte (m):
0,30
0
Proefgat
Joost Cox
Veldwerker:
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.01 kg > 20 mm
Joost Cox 0,30
0,30
breedte (m):
0,30
0
0 10
braak
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.0 kg > 20 mm
A17
Proefgat
Datum: 24-8-2020
0 10
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.0 kg > 20 mm
A18
Datum: 24-8-2020
Joost Cox
lengte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0
Veldwerker:
0 10
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.09kg > 20 mm
A19
Datum: 24-8-2020 Joost Cox
lengte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0
braak
A16
breedte (m):
Veldwerker:
0 10
Datum: 24-8-2020
lengte (m):
Proefgat
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.03 kg > 20 mm
Joost Cox
lengte (m):
0,30
Veldwerker:
braak
A14
lengte (m):
Proefgat
0 10
Datum: 24-8-2020
Joost Cox
lengte (m):
Proefgat
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.02 kg > 20 mm
0 10
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig asfalthoudend, donker zwartbruin, 0.14 kg > 20 mm
Joost Cox
lengte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0
0 10
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, 0.05 kg > 20 mm
Projectnaam:
Pater Visserslaan 16
Plaatsnaam:
Mariaheide
Projectcode:
20203226
Projectleider:
Shana Coomans
Pagina:
1 van 1
Proefgat
A13.1
Proefgat
Datum: 6-11-2020
A13.2
Datum: 6-11-2020
Veldwerker:
Toon Kokkes
Veldwerker:
Toon Kokkes
lengte (m):
30,00
lengte (m):
30,00
breedte (m):
30,00
breedte (m):
30,00
0
0
weiland
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Schep
50
-50
Proefgat
Datum: 6-11-2020 Veldwerker:
Toon Kokkes
lengte (m):
30,00
breedte (m):
30,00
0
0
weiland Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Schep
-50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraal grijsbruin, Schep
-50
A13.3
weiland
50
Bijlage 4
MILON bv T.a.v. Shana Coomans Rembrandtlaan 4 5462 CH VEGHEL
Analysecertificaat Datum: 31-Aug-2020
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2020128964/1 20203226 Pater Visserslaan 16 25-Aug-2020
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.