CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Pater Visserslaan 16 - Bijlagen

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad'22.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Pater Visserslaan 16 DOEL

Stedenbouwkundige en landschappelijke verantwoording / inpassing nieuwe situatie Pater Visserslaan 16 te Mariaheide.

DATUM

28 september 2021

OPDRACHTGEVER

Dhr. Van Dinther

Pater Visserslaan 16 Mariaheide AFSCHRIFT

RELAND – G. Giesbers RELAND – A. van Dooren

Door middel van een principeverzoek heeft initiatiefnemer in samenwerking met Reland Advies uit Beugen een voorstel ingediend voor het omvormen van VAB-locatie. Gemeente Meierijstad heeft ingestemd met het verzoek, waarna Reland een ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe bestemmingsplan heeft opgesteld. Een onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing is de landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing. In deze memo wordt de inpassing toegelicht aan de hand van de uitgangspunten uiteengezet, de planopzet op hoofdlijn en het beplantingsvoorstel. Aandachtspunten vanuit beleid: • Er moet meer gesloopt worden, dan dat er terug mag worden gebouwd. • Voldoen aan artikel 3.2 Kwaliteitsverbetering Landschap uit de Verordening Ruimte van provincie Noord-Brabant en de uitwerking van gemeente Meierijstad in ‘Handreiking kwaliteitsverbetering van gemeente Meierijstad’. • De negatieve effecten op de omgevingskwaliteiten, zoals verkeer en visuele hinder moeten zoveel mogelijk geminimaliseerd worden: o Hoe is de beeldkwaliteit van de bebouwing? o Wat is de uitstraling van het erf rondom de boerderij? o Past de omvang van de bebouwing binnen de schaal van het landschap? • Buitenopslag is niet toegestaan. • Bij uitbreiding of vormverandering van het bestemmingsvlak verdient het behoud van de waardevolle onbebouwde ruimtes en zichtlijnen extra aandacht.

Wensen initiatiefnemer ten aanzien van de inrichting: • • •

De activiteiten van het bedrijf hebben een schuur van 300m², met nokhoogte van 6m en goothoogte 4,25m nodig. Nabij de woning een plek voor een carport voor 4 auto’s (80m²). De weg naast de woning is privéeigendom. Mensen rijden hier alsof het een openbare weg is. Meenemen in de inrichting dat dit visueel eigendom is van de familie Van Dinther. Derpt 15, 5476 VW Vorstenbosch – T: (06) 26949922 – info@vandoorenlandschap.nl NL26 KNAB 0257 6373 54 – KvK-nr 72334843 – www.vandoorenlandschap.nl -1-

• • •

De buren hebben nu een coniferenhaag. Deze willen ze behouden. Voorkeur voor de buurman, zo min mogelijk visuele overlast realiseren. Overlast van bladeren op verharding naar opstelling machines zo veel mogelijk beperken. Mogelijkheid behouden voor plaatsen van zonnepanelen.

Ontwerp in hoofdlijn: Het ontwerp is gebaseerd op drie aspecten: 1. Boerderij/woning en bijgebouw; 2. Gebouwen 3. Inrit Boerderij/woning en bijgebouw De boerderij met voor- en achtertuin blijft behouden voor eigen gebruik en een ruimte voor het stallen van auto’s. De voortuin heeft een lage beukenhaag, met een traditionele boerentuin met siergroen en gazon. De boerderij met typerend voor- en achterhuis komt hierdoor goed tot zijn recht. Ten zuiden en oosten van de woning ligt de achtertuin met een hoge beukenhaag, die overgaat in de bestaande coniferenhaag van de buurman. In de achtertuin staat een okkernoot, ook deze blijft behouden. Gasten kunnen op de privéinrit parkeren voor de woning. Achter de woning wil men het bestaande bijgebouw behouden en vergroten tot 80m² voor het stallen van auto’s fietsen, grasmaaier en ander klein materieel. De verschijningsvorm blijft een gepotdekselde karschop met de ingang aan de tuinzijde, waardoor de auto’s vanaf de straatzijde niet zichtbaar zijn.

Figuur 1. Landschapsplan (zie bijlage I voor maatvaste ondergrond)

-2-

Gebouwen De oude varkensstal en veldschuur worden gesloopt. In plaats daarvan komt één nieuwe schuur. Deze schuur staat achter de woning parallel aan de perceelsgrens, op min of meer dezelfde plek als de huidige varkensstal. Deze schuur wordt uitgevoerd in potdekseldelen (damwandprofiel) met een gemetselde plint. Voor de schuur is een verharde ruimte om te kunnen draaien met voertuigen, laden en lossen van materialen en machines en de proefopstelling van machines te kunnen maken. De schuur wordt aan de landschapszijde afgeschermd door een rij knotwilgen. De weide achter de schuur wordt afgeschermd door paal en draad voor het houden van kleindieren. Inrit Ten noorden van woning ligt een grindpad. Dit pad is eigendom van de initiatiefnemer en de buurman verderop heeft van vroeger uit recht van overpad. Dit wil men voor de buurman behouden, maar overig verkeer is niet wenselijk. De nieuwe schuur en het bijgebouw wordt via deze inrit ontsloten. Om het voor de passant duidelijk te maken dat het geen openbare weg is, wordt een landschapspoort geplaatst nabij de openbare weg. Deze poort staat weliswaar altijd open, maar geeft tot de indruk van een eigendomssituatie. De huidige beplanting naast het grindpad is verminkt door verkeerde vormsnoei. Voorstel is de huidige beplanting te vervangen door nieuwe streekeigen fruitbomen.

Hierdoor vormt de bomenrij van fruitbomen een mooie overgang van het erf naar het omringende landschap.

-3-

Beplantingsplan Voor de kwaliteitsverbetering landschap dient het plan opgedeeld te worden in twee beplantings- en beheerplannen, namelijk één voor de ‘landschappelijke inpassing’ en één voor de extra kwaliteitsverbetering landschap ten gunste van de extra oppervlakte bijgebouw wat gebouwd mag worden. Deze kwaliteit wordt gerealiseerd door aanleg van extra groen. Beplantingsplan landschappelijke inpassing

Figuur 1.

Haag laag (bestaand) 56x1m = 56m² Beheer • Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. • De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 2 jaar en maximaal tweemaal per jaar gesnoeid (geknipt/geschoren) Na het knippen of scheren heeft de heg een minimale hoogte van 0,8 meter en maximale hoogte van 1,2m. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element.

-4-

Haag hoog (bestaand) 86x1,0m = 86m² Beheer • Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart. • De beheereenheid wordt in een cyclus van minimaal eenmaal per 2 jaar en maximaal tweemaal per jaar gesnoeid (geknipt/geschoren) Na het knippen of scheren heeft de heg een minimale hoogte van 0,8 meter en maximale hoogte van 2,0m. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van Japanse duizendknoop. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element. Solitaire bomen (bestaand) 2 st – 2x25m² = 50m² o Juglans regia (Okkernoot) 1 st o Acer pseudoplatanus (Gewone esdoorn) 1st Beheer • Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren; • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart; • De boom mag niet beschadigd worden door vee en zijn voorzien van een boomkorf; • Bij versnipperen van het takhout worden de snippers niet in het element verwerkt. ` Knotwilgen: 9 st – 38x4m = 152m² Aanleg: Plantafstand in de rij minimaal 5m. Salix alba (schietwilg) planten als een 3 jarige onbewortelde stek met een lengte van ca. 2,5 meter.

Beheer • Knotwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart. • De stam van een knotboom wordt minimaal op een hoogte van 1,5 meter boven maaiveld afgezet (geknot). • Knotten wordt minimaal 1 keer in de 6 jaar uitgevoerd. • Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van akkerdistel, brandnetel, ridderzuring, jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop. • Grondbewerking van aanliggende landbouwgrond mag niet leiden tot schade aan het element. • Het element mag niet worden beschadigd door vee. Een raster ter bescherming mag niet aan het element bevestigd worden. • Niet branden in of in de directe omgeving van het element.

-5-

Botanische hooilandrand 58m² Aanleg •

De rand eenmalig inzaaien met onderstaand zaadmengsel.

G2, G3 hooiland rand / wilde bijenrand oppervlakte strook in m2

zaaihoeveelheid 1,0 gr/m2 : 10 kg/ha

58 m2

in het gele vakje de opp.invullen in m2 norm landbouw 35 kg/ha samenstelling mengsel Ned. Naam kruiden Rode klaver rolklaver Smalle weegbree Margriet Knooppkruid Wilde peen moerasrolklaver Gewoon reukgras Kamgras scherpe boterbloem Duizendblad

percentage wetenschappelijke naam Trifolium pratense Lotus corniculatus Plantago lanceolata Chrysanthemum leucanthemum Centaurea jacea Daucus carota Lotus pedunculatus Anthoxanthum odoratum Cynosurus cristatus Ranunculus acris Achillea millefolium

Biggenkruid

Leontodon autumnalis Hypochaeris radicata

Echte koekoeksbloem

Silene flos-cuculi

Vertakte (= herfst-) Leeuwentand

gewicht eenheid

36,0% 20,0%

0,02088 0,0116

kg kg

1000korrelgewicht 2 1,2

15,0%

0,0087

kg

2

10,0% 5,0% 3,0%

0,0058 0,0029 0,00174

kg kg kg

0,4 1,2 0,85

2,0%

0,00116

kg

0,8

2,0%

0,00116

kg

0,6

2,0%

0,00116

kg

0,65

2,0%

0,00116

kg

1,6

1,5%

0,00087

kg

0,16

0,5%

0,00029

kg

0,7

0,5%

0,00029

kg

0,7

0,5% 100,0%

0,00029

kg

0,1

0,058 kilogram

Beheer • • • •

•

De rand wordt gemaaid na 1 juli en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. De rand wordt niet beweid. De rand wordt niet bemest. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van akkerdistel, brandnetel, ridderzuring, jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop. De rand wordt niet gebruikt als pad, behoudens voor het schonen van aanliggende sloot.

-6-

Beplantingsplan extra kwaliteitsverbetering landschap

Figuur 1.

Solitaire bomen (bestaand) 2 st – 2x25m² = 50m² Aanplant • Boom planten in ruim plantvak en goed verankeren. • Onderstaand assortiment toepassen: o Alnus glutinosa (els) 2st 10-12 Beheer • Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren; • Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart; • De boom mag niet beschadigd worden door vee en zijn voorzien van een boomkorf; • Bij versnipperen van het takhout worden de snippers niet in het element verwerkt. `

-7-

Botanische hooilandrand 540m² Aanleg •

De rand eenmalig inzaaien met onderstaand zaadmengsel.

G2, G3 hooiland rand / wilde bijenrand oppervlakte strook in m2

zaaihoeveelheid 1,0 gr/m2 : 10 kg/ha

540 m2

in het gele vakje de opp.invullen in m2 norm landbouw 35 kg/ha samenstelling mengsel Ned. Naam kruiden Rode klaver rolklaver Smalle weegbree Margriet Knooppkruid Wilde peen moerasrolklaver Gewoon reukgras Kamgras scherpe boterbloem Duizendblad

percentage wetenschappelijke naam Trifolium pratense Lotus corniculatus Plantago lanceolata Chrysanthemum leucanthemum Centaurea jacea Daucus carota Lotus pedunculatus Anthoxanthum odoratum Cynosurus cristatus Ranunculus acris Achillea millefolium

Biggenkruid

Leontodon autumnalis Hypochaeris radicata

Echte koekoeksbloem

Silene flos-cuculi

Vertakte (= herfst-) Leeuwentand

gewicht eenheid

36,0% 20,0%

0,1944 0,108

kg kg

1000korrelgewicht 2 1,2

15,0%

0,081

kg

2

10,0% 5,0% 3,0%

0,054 0,027 0,0162

kg kg kg

0,4 1,2 0,85

2,0%

0,0108

kg

0,8

2,0%

0,0108

kg

0,6

2,0%

0,0108

kg

0,65

2,0%

0,0108

kg

1,6

1,5%

0,0081

kg

0,16

0,5%

0,0027

kg

0,7

0,5%

0,0027

kg

0,7

0,5% 100,0%

0,0027

kg

0,1

0,54 kilogram

Beheer • • • •

•

De rand wordt gemaaid na 1 juli en het maaisel wordt binnen 14 dagen afgevoerd. De rand wordt niet beweid. De rand wordt niet bemest. Chemische onkruidbestrijding is niet toegestaan, m.u.v. pleksgewijze (max. 10% van de oppervlakte) en driftvrije bestrijding van akkerdistel, brandnetel, ridderzuring, jacobskruiskruid en Japanse duizendknoop. De rand wordt niet gebruikt als pad, behoudens voor het schonen van aanliggende sloot.

-8-

Hoogstamboom: 11 st – 95x2m = 190m² Aanleg: Hoogstamfruit met streekeigen fruitsoorten, zoals kers, appel, peer en pruim). Zie voor streekeigen soorten bijlage IV. Minimale maat 10-12, onderling 6-7m uit elkaar en bomen goed verankeren bij planten. Beheer: • Zieke en beschadigde takken verwijderen en afvoeren; • Indien het appel of peer betreft wordt de boom tenminste éénmaal per 2 jaar gesnoeid. Andere soorten enkel vormsnoei indien nodig; • Er mag geen snoeihout verbrand worden in de directe omgeving van de bomen of versnipperd hout verwerkt worden in de boomgaard; • De hoogstamfruitboom mag niet beschadigd worden door vee. Jonge bomen zijn voorzien van een boomkorf.

-9-

Bijlage I Landschapsplan op maatvaste ondergrond.

- 10 -

Bijlage II Beplantingsplan ‘landschappelijke inpassing’ op maatvaste ondergrond

- 11 -

Bijlage III Beplantingsplan extra landschappelijke kwaliteit op maatvaste ondergrond

- 12 -

Bijlage IV Fruitboomsoorten

- 13 -

Verzamelstaat en bestellijst hoogstamfruitbomen van: naam: adres postcode, woonplaats tel.nr emailadres

nr. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 12 13 14 15 17

rasnaam appels Brabantse Bellefleur Bramley's Seedling Dubbele Bellefleur Glorie van Holland Gravensteiner Groninger Kroon Jasappel Lemoenappel Lombarts Calville Notarisappel Schone van Boskoop Sterappel Yellow Transparant Zigeunerin Zoete Ermgaarde

:……………………………………………………… :……………………………………………………… :……………………………………………………… :……………………………………………………… bewaarb aar gebruikstijd X XXX XX XX XX XX XXX XXX XX XX XXX XX XX X XXX

dec.-mrt nov-jan nov-jan nov-febr sept-okt nov-jan nov-mrt nov-jan nov-jan okt-dec okt-mrt okt-dec aug-sept sept nov-mrt

1 2 3 4 5 6 8 9 10 11 12

peren Beurre Hardy Brederode Clapp's Favourite Conferance Doyenne du comice Gieser wildeman Juttepeer Maagdenpeer Pondspeer Saint remy Winterjan

okt--nov. dec-febr. sept. okt.-jan nov.-dec. dec-febr. sept. okt-nov nov-jan nov.-mrt. jan-apr

1 2 3 4 5 6 7

pruimen Belle de Louvain Eldense blauwe Ontario Opal Reine Claude dOullins Reine claude Verte Victoria

pluktijd aug. aug. begin aug. juli- aug. aug. sept. aug.-sept.

1 2 3 4 5 6

Kersen Dubbele meikers Mierlose zwarte Morel Udense spaanse Varikse zwarte Hedelfinger

H M S B I P z

gebruik

bijzonderheden

wordt bestoven door nr:

H,M,B zacht-zuur M,B,(H) moesappel S zacht-zuur H zacht-zuur H fris aroma H,M,S,(B) zacht-zuur S zoet H aromatisch H,M aromatisch H zeer goede smaak H fris zuur H speciaal aroma H,M zacht zuur H zacht zuur M zoet appelbomen

z,5,13 4 5,13 6 3,10,14 z 1,5,6 6,10,14 3 12,14 4,,6,14 1,4,17 6,10,12 z 1,13 totaal:

H S H H,P H S H,S,I,P,D H,P S S S

sappig zoet sappig sappig zeer goede smaak rood kokend wit vruchtvlees tamelijk saprijk

4,3 z,1 1,4 z,1,2 3 z 1,3

rood kokend rood kokend perenbomen

1,2,3,4

te bestellen aantal prijs per stuk totaal €

totaal

kleur z groot rood-blauw 5,7 blauw z groot groengeel z paars roodgeel z,2,7 groengeel 2,5,7 klein groengeel z,3,5 langwerpig rood totaal pruimenbomen pluktijd kleur z,2,5 28 juni rood 4,5 6 juli donker z 22 juli zuur 1,2 19 juli geel met rood 1,2 5 juli zwart 1 15 juli groot donker totaal kersebomen iedere boom moet bij het planten voorzien worden van minimaal 1 boompaal boombeschermer wanneer de boomgaard beweid wordt: pantanetgaas 180cm hoog. 1 zak 20 kg groencompost per plantgat toevoegen (aanschaf door aanvrager) totaal aantal hoogstamfruitbomen aantal boompalen

0

0

0

0

uitleg Handappel/peer Moesappel Sapappel/peer 0 bakappel inmaak perensap zelfbestuiver indien soorten niet voorradig zijn, behoudt de projectorganisatie zich het recht voor een vervangende soort te leveren levering geschiedt pas als het verschuldigde bedrag is overgemaakt op rek.:

Kwaliteitsverbetering Pater Visserslaan 16 Mariaheide, gemeente Meierijstad

28-9-2021

Waardebepaling grond Als handvat voor de waardebepaling voor de vergroting van de woning is de 'Handreiking kwaliteitsverbetering van gemeente Meierijstad, 1-3-2021' gehanteerd.

omschrijving

eenheid

Bijdrage

totaalwaarde

Waardering Extra bijgebouwen

80 m² 80 m²

TOTAAL

€

60,00

Bijdrage tegenprestatie

€

4.800,00

€

4.800,00

€

4.800,00

Kosten tegenprestatie De eenheidsprijzen zijn gebaseerd op de subsidie stimuleringsregeling landschap Noord-Brabant. (STILA 26 augustus 2021)

omschrijving Slopen Slopen agrarische bebouwing

eenheid

Bijdrage/

frequentie in

totaal

eenheidsprijs

beheertermijn

90 m²

€

25,00

€

2.250,00

2 st

€

76,77

€

153,54

11 st

€

76,77

€

844,47

5,20 are

€

18,35

€

95,42

Snoeien van bomen

2 st

€

2,52

10 €

50,33

Snoeien van hoogstamfruitboom

11 st

€

7,15

10 €

786,32

5,40 are

€

9,47 €

10 €

511,38

10,00 %

€

€

109,34

€

4.800,80

Bijdrage tegenprestatie

€

4.800,00

Totaal tegenprestatie

€

4.800,80

Verschil

€

0,80-

Aanplant groenvoorzieningen Aanbrengen landschapsbomen Elzenrij aanvullen inclusief grondwerk, grondverbetering en verankering Aanbrengen fruitbomen inclusief grondwerk, grondverbetering en verankering Aanbrengen botanisch hooilandrand (G2) inclusief grondwerk en grondverbetering Instandhouding groenvoorzieningen

Beheer botanisch hooilandrand (G2) Plankosten Plankosten

1.093,43

(max 10% van de uitvoeringskosten) Totaal tegenprestatie excl. BTW

Conclusie

De kwaliteitsinvestering voldoet aan de opgave.

Quickscan Natuurwetgeving Pater Visserslaan 16 te Mariaheide

Quickscan Natuurwetgeving Pater Visserslaan 16 te Mariaheide

Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM20281 : Definitief (versie 1) : 15 juli 2020

Opdrachtgever

: Reland Locatieontwikkeling Burgemeester Verdijkplein 1 5835 AR Beugen

Opgesteld door Paraaf

: ir. C. de Koning | ir. J.P.M Hovens :

Gecontroleerd door Paraaf

: ing. J.M.G. Reuver :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl Pagina | 2

AM20281

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4

2.

WET- en REGELGEVING .........................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden .............................................................................................................................................5

2.3

Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................................................................................6

2.4

Beschermde planten en dieren ................................................................................................................................................................6

3.

WERKWIJZE ................................................................................................................................................................................................................8 3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ........................................................................................................................8

3.2

Werkwijze quickscan ....................................................................................................................................................................................8

4.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN ....................................................................................................................................................................9 4.1

Beschrijving plangebied .............................................................................................................................................................................9

4.2

Natura 2000-gebieden ................................................................................................................................................................................9

4.3

Natuurnetwerk Nederland....................................................................................................................................................................... 10

4.4

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 11

5.

MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN ............................................................................................................ 15 5.1

Natura 2000.................................................................................................................................................................................................. 15

5.2

Natuurnetwerk Brabant ............................................................................................................................................................................ 15

5.3

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 15

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 17 6.1

Natura 2000.................................................................................................................................................................................................. 17

6.2

Natuurnetwerk Brabant ............................................................................................................................................................................ 17

6.3

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 17

LITERATUUR ..................................................................................................................................................................................................................... 19

Bijlage: 1

Toelichting per beschermingsregime

Pagina | 3

AM20281

1. INLEIDING In opdracht van Reland Locatieontwikkeling heeft Aeres Milieu B.V. in samenwerking met Faunaconsult een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Pater Visserslaan 16 te Mariaheide

Gemeente

: Meierijstad

Kadastrale registratie

: Veghel sectie L nummers 1832 en 1833

Oppervlakte

: circa 4500 m2

Huidige bestemming

: Agrarisch bedrijf

Toekomstige bestemming

: Wonen en ontwikkelatelier voor een agrarisch technisch bedrijf.

Een voormalig agrarisch bedrijf met bedrijfswoning wordt heringericht en krijgt een bestemmingswijziging. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.

Doel en status van dit document Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Wnb. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.

Pagina | 4

AM20281

2. WET- en REGELGEVING 2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Floraen faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten, dus ook buiten de beschermde gebieden. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten en/of beschermde gebieden. Bij kap van bomen moest worden bepaald of de Boswet van toepassing was (de Boswet regelde het behoud van bosopstanden of compensatie ervan). De basis van de nieuwe wetgeving blijft in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken.

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Wat betreft gebiedsbescherming, vervalt de bescherming van de Beschermde natuurmonumenten. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Verder verandert er voor Natura 2000-gebieden weinig. De bescherming van deze gebieden is namelijk gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn niet veranderd. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen.

Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Wetlands worden beschermd door het internationale Ramsar-verdrag. Het zijn ook Natura 2000-gebieden en daardoor beschermd door de Wnb. Toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft Natura 2000-gebieden is opgenomen in hoofdstuk 5.

Pagina | 5

AM20281

2.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving, die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: 

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;

gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;

landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;

alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.4

Beschermde planten en dieren

De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime):

-

Vogels

alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken;

Pagina | 6

AM20281

-

Internationaal beschermde soorten

alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb);

-

Overige beschermde soorten

soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd).

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden.

Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft flora en fauna is opgenomen in hoofdstuk 5.

Pagina | 7

AM20281

3. WERKWIJZE 3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden

De varkensstal wordt gesloopt en de vegetatie wordt waar nodig verwijderd. De huidige agrarische bedrijfsbestemming wordt omgezet naar een woonbestemming, waarbij de bestaande woning blijft behouden. Op de plaats van de varkensstal wordt een bijgebouw gerealiseerd dat zal worden gebruikt als ontwikkelatelier voor een agrarisch technisch bedrijf. Ook worden er elzen, wilgen en hoogstamfruitbomen aangeplant en een nieuwe erfverharding aangelegd (zie figuur 3.1).

Figuur 3.1. Schets van de voorgestane situatie.

3.2

Werkwijze quickscan

Deze quickscan natuurwetgeving is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie. Op 25 juni 2020 heeft Faunaconsult het plangebied en de omgeving ervan bezocht voor een habitatgeschiktheidsonderzoek. Hierbij werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied een geschikte habitat biedt. Alle te slopen gebouwen in het plangebied zijn daarbij van binnen en buiten met behulp van een zaklamp, ladder en boomcamera geïnspecteerd. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - RAVON (www.ravon.nl). Verspreidingsgegevens van amfibieën, reptielen en vissen; - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl). Pagina | 8

AM20281

4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN 4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 4.1) bevindt zich in het noorden van Mariaheide, buiten de bebouwde kom. De omgeving is agrarisch ingericht, met akkers en weilanden. Het plangebied zelf bestaat uit een voormalige varkensstal (zie grote foto pagina 2), een oude hooischuur met carport en een woning (deze blijft behouden en valt daarom buiten het feitelijke plangebied). Daarnaast is er een tuin, verharding, een deel van een intensief beheerd weiland en een met kruiden verwilderd stuk, met soorten als kruipertje, melganzenvoet, smalle weegbree, biggenkruid, gewone raket, zachte ooievaarsbek, Canadese fijnstraal en gestreepte witbol.

Figuur 4.1.1. Het plangebied (rood omlijnd). Bron: Google Maps.

4.2

Natura 2000-gebieden

Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ is het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, op een afstand van circa 18 kilometer ten westen van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 20 kilometer afstand van het plangebied (zie figuur 4.2).

Pagina | 9

AM20281

Figuur 4.2. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura-2000 gebieden (groen weergegeven). Bron: www.natura2000.nl/gebieden.

4.3

Natuurnetwerk Nederland

Op circa 180 meter ten zuiden van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), het Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit bestaat uit het beheertype ‘Droog bos met productie’ (zie figuur 4.3).

Pagina | 10

AM20281

Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rode www.kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan.

4.4

markering)

ten

opzichte

van

het

NNB

(gekleurde

delen).

Bron:

Beschermde planten en dieren

Tijdens het veldbezoek werden in en rond het plangebied de volgende vogelsoorten waargenomen: putter, huismus, spreeuw en vink. Het dak op de voormalige varkensstal (1 in figuur 4.1.1) bestaat uit cementhoudende golfplaten. Daaronder bevinden zich gladde plafondplaten, die tegen de dakgordingen bevestigd. De ruimte boven de lagere plafondplaten is van buitenaf voor vogels toegankelijk, door via de dakgoot onder een ‘golf’ het dak in te kruipen. De openingen onder elke ‘golf’ zijn daarom tijdens het veldbezoek met een boomcamera geïnspecteerd en op één plaats bleek een verlaten spreeuwennest aanwezig te zijn. Uit de aanwezigheid van spreeuwenuitwerpselen tegen de buitengevel valt af te leiden dat spreeuwen het nest dit jaar hebben gebruikt (zie figuur 4.4.1) als nest. Voor vleermuizen is de ruimte onder de golfplaten ongeschikt (te gladde bodem en te tochtig). Door de aanwezigheid van gordingen kunnen vogels de hogere plafondplaten van de voormalige varkensstal niet van onderaf bereiken. Omdat de golfplaten (inclusief de nok) op de kopgevels met eternieten platen zijn afgedicht (zie figuur 4.4.2) kunnen vogels en/of kleine zoogdieren niet via de kopgevels het dak in. Doordat de spouw in de lange gevels van de voormalige varkensstal van boven zijn afgedicht (en open stootvoegen afwezig zijn), is het uitgesloten dat er vleermuizen in de voormalige varkensstal aanwezig zijn.

In de voormalige varkensstal is dus een spreeuwennest aanwezig, maar is de aanwezigheid van jarrond beschermde vogelnesten en vleermuisverblijven uitgesloten.

Pagina | 11

AM20281

Figuur 4.4.1. Ook door de aanwezigheid van spreeuwenuitwerpselen is duidelijk dat hier een nest aanwezig is.

Figuur 4.4.2. Via het dak op de kopgevels kunnen kleine zoogdieren en vogels niet naar binnen.

Pagina | 12

AM20281

De oude hooischuur en de ertegen aan gebouwde carport foto linksboven, pagina 2) hebben een enkelwandig dak en enkelwandige houten gevels (zie figuur 4.4.3). Ook in het gebouw zelf werden tijdens het veldbezoek geen vleermuisuitwerpselen etc. aangetroffen. Het is uitgesloten dat er vleermuisverblijven of vogelnesten in de oude hooischuur en carport aanwezig zijn.

Figuur 4.4.3. Het dak en de gevels van de voormalige hooischuur en carport zijn enkelwandig.

Hoger opgaande, lijnvormige beplantingen zijn in het plangebied afwezig. Er zijn dus geen vliegroutes of foerageergebieden van vleermuizen in het plangebied te verwachten. Overige algemene zoogdieren zoals de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen (zie tabel 4.4). Waarschijnlijk broeden er in het broedseizoen ook algemeen voorkomende vogels zoals de merel in de opgaande vegetaties in het plangebied. In het plangebied zijn alleen algemene, niet beschermde planten waargenomen. Wateren die als voortplantingswater voor amfibieën kunnen dienen, zijn in het plangebied afwezig. Het is echter mogelijk dat algemene amfibieën delen van het plangebied als landhabitat gebruiken. Het is niet aannemelijk dat strenger beschermde amfibieënsoorten, reptielen of andere soorten, die beschermd zijn onder de Wnb, in het plangebied aanwezig zijn. Tabel 4.4 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben.

Pagina | 13

AM20281

Nederlandse en wetenschappelijke naam

Vogels met strenger

Internationaal

Overige beschermde

beschermd nest

beschermde soorten

soorten

Aardmuis (Microtus agrestis)

X

Veldmuis (Microtus arvalis)

X

Bosmuis (Apodemus sylvaticus)

X

Huisspitsmuis (Crocidura russula)

X

Bruine kikker (Rana temporaria)

X

Gewone pad (Bufo bufo)

X

Spreeuw (Sturnus vulgaris)*

X

Tabel 4.4. (potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. He beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven. * Nesten van de spreeuw zijn niet jaarrond beschermd, maar een omgevingscheck is gewenst.

Pagina | 14

AM20281

5. MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN 5.1

Natura 2000

Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ op een afstand van ruim 18 kilometer van het plangebied. Tussen het gebied ‘Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek’ en het plangebied in bevinden zich de snelweg A2, de provinciaalse weg N279, de dorpskernen van Heeswijk-Dinther en Den Dungen en diverse agrarische bedrijven. Ook vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen effect op bovengenoemd Natura 2000-gebied. Het hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De sloop van de varkensstal, de bouw en het gebruik van het nieuwe bijgebouw zullen leiden tot wat stikstofuitstoot. Vanwege de afstand tussen de Natura 2000-gebieden en het plangebied verwachten wij geen significant effect op bovengenoemd (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebied(en).

5.2

Natuurnetwerk Brabant

Het plangebied ligt op circa 180 meter afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), bestaande uit het beheertype ‘Droog bos met productie’. Vanwege de afstand tussen het NNB en het plangebied verwachten wij dat de plannen geen effect op het NNB zullen hebben.

5.3

Beschermde planten en dieren

Als gevolg van de werkzaamheden kunnen onderstaande effecten op beschermde flora en fauna optreden: 

Bij de werkzaamheden kunnen vaste voortplantings- of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood.

In de opgaande vegetatie in het plangebied bevinden zich in het broedseizoen mogelijk (beschermde) vogelnesten. Als de opgaande vegetatie tijdens het broedseizoen wordt verwijderd, kunnen broedende vogels worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang zijn achtergelaten en eieren kunnen te lang niet zijn bebroed) of vernietigd. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels.

In het dak van de voormalige varkensstal bevindt zich een spreeuwennest. Als dit gebouw tijdens het broedseizoen wordt vernietigd, kan het leiden tot vernietiging van een spreeuwennest en sterfte van eieren en/of jonge vogels. Ook is het mogelijk dat er te weinig broedgelegenheid voor spreeuwen blijft in de omgeving van het plangebied.

In tabel 5.3 zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen.

Pagina | 15

AM20281

Soort

Algemene in opgaande vegetaties

Beschermingsregime Wnb

Vogels

broedende vogels Spreeuw

Vogels met strenger beschermd nest*

Algemeen voorkomende

Art. 3.1

Art. 3.1

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.10

lid 1

lid 2

lid 1

lid 2

lid 3

lid 4

lid 1

X

X

X

X

Overige soorten

grondgebonden zoogdieren en

X

amfibieën Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen. *Nesten van de spreeuw zijn niet jaarrond beschermd, maar een omgevingscheck is gewenst.

Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of r ustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos -, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roeren de zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb).

Pagina | 16

AM20281

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1

Natura 2000

De plannen zullen naar onze mening waarschijnlijk geen negatief effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb.

6.2

Natuurnetwerk Brabant

De sloop van de varkensstal en de bouw en het gebruik van het nieuwe bijgebouw hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNB. Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

6.3

Beschermde planten en dieren

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Algemene vogels In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.

Spreeuw: compensatie vooraf In de voormalige varkensstal bevindt zich een spreeuwennest. De spreeuw is een ‘categorie 5 soort’; dat wil zeggen dat het nest niet jaarrond is beschermd, maar dat er middels een omgevingscheck dient te worden nagegaan of er in en rond het plangebied voldoende alternatieven aanwezig zijn (Dienst Regelingen, 2009; Ministerie van Economische zaken, 2016). Pagina | 17

AM20281

Door tegen de gevel van de woning – die behouden blijft –een spreeuwenpot of spreeuwennestkast op te hangen, hoeft er voor de sloop van de voormalige varkensstal geen ontheffing op de Wn te worden aangevraagd. Uiteraard dient de sloop wel buiten het broedseizoen van de spreeuw te gebeuren en buiten de periode dat er jonge spreeuwen in het nest aanwezig zijn (buiten de periode 15 april – 15 juli).

Pagina | 18

AM20281

LITERATUUR 

Dienst Regelingen. 2009. Bijlage aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten. Ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit.

Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016. Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels ter bescherming van de natuur (Verordening natuurbescherming Noord-Brabant). Link: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Noord-Brabant/600901/CVDR600901_1.html

Pagina | 19

AM20281

BIJLAGE 1. TOELICHTING PER BESCHERMINGSREGIME Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden:

het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb)

het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb)

het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb)

het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb)

het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb)

het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb)

het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb).

Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling.

Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan. Dit betekent dat er:

geen andere bevredigende oplossing mag bestaan;

de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en; Pagina | 20

AM20281

de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: -

het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

-

het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

-

ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

-

ter bescherming van flora of fauna;

-

voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of

-

om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Internationaal beschermde soorten Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis.

Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn:

het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb)

het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb)

het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb)

het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb)

het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb)

het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb).

Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb). Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien:

er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets)

er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan

de ontheffing of vrijstelling nodig is: -

in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

-

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

Pagina | 21

AM20281

-

in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

-

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of

-

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Overige beschermde soorten Dit aanvullende beschermingsregime vloeit niet voort uit Europese wet- of regelgeving en beschermt alleen de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen.

Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden.

Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten. Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien:

er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets)

er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan Pagina | 22

AM20281

de ontheffing of vrijstelling nodig is: -

in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

-

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

-

in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

-

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of

-

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3.8 lid 2): -

in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

-

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;

-

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;

-

ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;

-

in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;

-

in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

-

in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of;

-

ten behoeve van het algemeen belang.

Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016) Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1

Art. 3.5 lid 1

Art. 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild levende

Het is verboden soorten in hun natuurlijke

Het is verboden soorten opzettelijk te

vogels opzettelijk te doden of te vangen

verspreidingsgebied opzettelijk te doden of

doden of te vangen

te vangen Art 3.1 lid 2

Art.3.5 lid 4

Art. 3.10 lid 1b Pagina | 23

AM20281

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Het is verboden opzettelijk nesten,

Het is verboden de voortplantingsplaatsen

Het is verboden de vaste

rustplaatsen en eieren van vogels te

of rustplaatsen van dieren te beschadigen

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van

vernielen of te beschadigen, of nesten van

of te vernielen

dieren opzettelijk te beschadigen of te

vogels weg te nemen

vernielen.

Art. 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

Het is verboden eieren te rapen en deze

Het is verboden eieren van dieren in de

onder zich te hebben

natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art. 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels opzettelijk te

Het is verboden dieren opzettelijk te

storen, tenzij de storing niet van

verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Pagina | 24

AM20281

datum 6-8-2020 dossiercode 20200806-38-23997 Bedankt voor het invullen van de Digitale Watertoets! Uit de door u ingevoerde gegevens blijkt dat de verhardingstoename en/of -afkoppeling maximaal 2.000 m2 is en het plangebied buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen valt. Onze verwachting is dat wij daarom geen of weinig inhoudelijke opmerkingen zullen hebben. Wel verzoeken wij u alvast om bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Hoewel het waterbelang in dit project klein lijkt ontvangen wij toch graag het voorontwerpplan. U kunt contact met ons opnemen via watertoets@aaenmaas.nl Hier kunt u ook terecht met eventuele vragen of opmerkingen. Met vriendelijke groet, Team Planadvies van Waterschap Aa en Maas

Let op! De Digitale Watertoets is een hulpmiddel om inzichtelijk te maken welke waterbelangen mogelijk spelen in het plangebied. Vandaar dat dit automatisch gegenereerde toetsresultaat niet gezien kan worden als vervanging van het watertoetsproces of vrijstelling van een eventuele vergunnings- of meldingsplicht op basis van de Keur. Voor meer informatie m.b.t het vergunningverleningsproces kunt u contact opnemen met ons Waterwetloket via 073 615 83 33 of info@aaenmaas.nl Waterschap Aa en Maas streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Aa en Maas aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=74d180d2-5912-487e-8f88-e90876086c1e