P02587_BP_Recreatiegebied De Kienehoef_20240522
Tekst van het document
Kenmerken van continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid zijn: voor onbepaalde tijd samenleven; een ieder neemt deel aan het gezinsleven, bijvoorbeeld samen eten en verdeling huishoudelijke taken; eigen kamer, maar gemeenschappelijk sanitair, keuken en woonkamer; personen worden niet door instelling geplaatst, er vindt geen behandelingstraject plaats. Bedrijfsmatige kamerverhuur en bijzondere woonvormen vallen niet onder het begrip 'huishouden'. 1.66 huisvesting in verband met mantelzorg huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen, van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning. 1.67 hydrologische waarde gronden met een betekenis binnen het watersysteem van het plangebied als infiltratiegebied, intermediair gebied en/of kwelgebied. 1.68 internetverkoop het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen waarbij de verkooptransactie via internet of anderszins via de elektronische weg tot stand komt en waarbij ter plaatse geen uitstalling ten verkoop plaatsvindt en de goederen ook niet door de afnemer kunnen worden afgehaald. 1.69 jaarplaats een kampeerplaats die is ingericht om gedurende het gehele jaar een kampeermiddel geplaatst te houden, ongeacht de periode van gebruik.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 13 van 58
Datum:26 juni 2024
1.70 kamerverhuur het opdelen van een woning in twee of meer onzelfstandige wooneenheden óf het opdelen van een woning in één zelfstandige en één of meer onzelfstandige wooneenheden. 1.71 kampeermiddel tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of enig ander onderkomen of verblijf, geen bouwwerk zijnde, dat geschikt is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf. 1.72 kampeerterrein een terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht en bedrijfsmatig geëxploiteerd, en blijkens die inrichting en exploitatie bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen. 1.73 kunstwerken een civieltechnische constructie of -installatie in de infrastructuur die één of meer functies vervult zoals onderdoorgangen, duikers, overkluizingen. 1.74 landschappelijke waarden en kenmerken gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten. 1.75 landschapselementen ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een agrarische productiefunctie. 1.76 longeercirkel ruimte (eventueel overdekt) in de vorm van een cirkel, waarin een paard onder begeleiding specifieke training gegeven kan worden.
1.77 mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 1.78 mestbewerking de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest. 1.79 mestverwerking het bewerken van mest ten behoeve van het exportwaardig maken daarvan.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 14 van 58
Datum:26 juni 2024
1.80 milieucategorie de milieucategorie die aan een bepaalde bedrijfsactiviteit is toegekend in de Brochure bedrijven en milieuzonering, editie 2009, uitgebracht door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ISBN 9789012130813, zoals deze luidt op de datum van ter inzage legging van het ontwerp van dit plan. 1.81 natuurwaarden/natuurwetenschappelijke waarden de aan een gebied toegekende waarde, die bepaald wordt door het voorkomen van geologische, bodemkundige, geomorfologische en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. 1.82 normaal onderhoud, gebruik en/of beheer tot het normaal onderhoud en/of gebruik behoren onder andere: a. maaien, beweiden en bemesten van grasland; b. verbeteren van grasland door het scheuren van de grasmat buiten het broedseizoen van weidevogels en het direct opnieuw inzaaien; c. ploegen en cultiveren van bouwland niet dieper dan de bouwvoor; d. verbouwen van akkerbouwgewassen, zoals maïs in wisselteelt; e. maaien en schonen van sloot en slootkant; f. vervangen van en onderhoud aan drainage; g. normaal landschapsonderhoud, waaronder: h. periodiek uitdunnen en snoeien van houtwal of singel; i. knotten van bomen; j. opvullen van open plekken in houtwal of singel; k. normaal bosbeheer, waaronder; l. uitdunnen; m. verwijderen van dode bomen; n.
opslag van agrarische producten en gewassen tussen oogst en afvoer voor een periode van 2 weken; o. opbrengen van houtsnippers; p. niet-bedrijfsmatige opslag van organisch materiaal in het kader van kringloopbeheer waarbij voldaan moet worden aan de bepalingen van het Activiteitenbesluit Milieubeheer en de Activiteitenregeling Milieubeheer. 1.83 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer 1.84 ondergeschikte activiteit een activiteit van zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft. 1.85 ondergeschikte bouwdelen ondergeschikte delen aan een gebouw zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 15 van 58
Datum:26 juni 2024
1.86 ondergeschikte detailhandel niet-zelfstandige detailhandel, in een aan de hoofdfunctie of nevenactiviteit ondergeschikte aard, verschijningsvorm en omvang. 1.87 onderkomen een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent. 1.88 ondersteunende horeca het ter plaatse nuttigen van etenswaren en dranken, die worden aangeboden als ondersteuning van een nevenfunctie bij een andere dan als horeca bestemde hoofdfunctie, waarbij er een directe relatie is tussen de nevenfunctie en de hoofdfunctie. Dit geldt voor recreatiebedrijven (t.b.v. eigen dag- of verblijfsgasten) en voor agrarische bedrijven (bijv. consumpties bij een rondleiding op een bedrijf, bij boerengolf, bij een workshop, of bij proeven van producten van het bedrijf). 1.89 ondersteunende voorzieningen gemeenschappelijke en/of ondergeschikte utilitaire en facilitaire voorzieningen ten dienste van het ter plaatse gevestigde recreatiebedrijf, waaronder in ieder geval worden begrepen sanitaire voorzieningen, technische ruimtes, werkplaats, service-, opslag-, en onderhoudsgebouwen alsmede nutsvoorzieningen (trafo's).
1.90 onzelfstandige woonruimte woonruimte die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond zonder gebruik te maken van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, zoals een keuken en sanitaire voorzieningen. 1.91 overkapping/carport een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw. 1.92 paardensportcentrum een bedrijf, gericht op paardensport in brede zin, waaronder in ieder geval worden begrepen: stalling van paarden; africhten van paarden, het bieden van trainingen en rij- of instructielessen; het berijden van paarden, zowel binnen als buiten de paardenrijhal; hippotherapie en aquatraining, inclusief paardenzwembad; revalidatie van paarden; het aanbieden van recreatieve arrangementen gericht op paarden(sport), zoals huifkartochten en verhuur van paarden.
1.93 peil voor hoofdgebouwen: het bouwkundige peil dat gelijk is aan de wegkruin van de voorliggende weg of, indien niet direct aan een weg gebouwd wordt, de bestaande gemiddelde hoogte van het aansluitend afgewerkt terrein; voor aangebouwde bijbehorende bouwwerken: de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer van het hoofdgebouw; in overige gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitend afgewerkt terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 16 van 58
Datum:26 juni 2024
verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven; indien in of op het water wordt gebouwd: het lokale waterpeil. 1.94 perceelsgrens de bouwperceelsgrens. 1.95 permanente bewoning het gebruiken van een kampeermiddel, gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde of andersoortig verblijf als hoofdverblijf, zijnde de vaste woon- en verblijfplaats, waarbij het onderkomen voor de bewoners het reële hoofdverblijf vormt en daarom niet een adres is waar men tijdelijk verblijft. 1.96 productiegebonden detailhandel beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een (agrarisch) bedrijf dat die goederen teelt/vervaardigt/produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.97 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding. 1.98 raamprostitutie een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee/prostitué tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen. 1.99 recreatief nachtverblijf het recreatief gebruiken van en nachtelijk verblijven in een ruimte of enig ander onderkomen, gericht op ontspanning of vrijetijdsbesteding door personen die elders hun hoofdverblijf hebben.
1.100 recreatief medegebruik een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan. 1.101 recreatieve doeleinden alle activiteiten die in de vrije tijd plaatsvinden en ontspanning als doel hebben. 1.102 recreatiewoning een gebouw dat dient als recreatiewoonverblijf voor gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.103 rijbak een onoverdekt al dan niet omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag al dan niet is vervangen door zand of een ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport. 1.104 rijhal en (gedeelte van) een bedrijfsgebouw bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden alsmede voor het stallen en huisvesten van paarden.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 17 van 58
Datum:26 juni 2024
1.105 ruimtelijke kwaliteit de kwaliteit van de ruimte (woon-, werk- en leefomgeving) als bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte, deze kwaliteit wordt bepaald door expliciete aandacht voor de ruimtelijk-functionele kwaliteit, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de architectonische kwaliteit, de landschappelijke kwaliteit en de cultuurhistorische kwaliteit van objecten en terreinen, mede in relatie tot het streekeigen karakter van de directe omgeving. 1.106 schuilgelegenheid een overdekte ruimte die direct, hetzij indirect, met de grond is verbonden waarvan het/de betreffende dier(en) in geval van weidegang uit oogpunt van dierwelzijn gebruik moet(en) kunnen maken door vrij in en uit te lopen, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter. 1.107 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.
1.108 sleufsilo agrarische bedrijfsvoorziening in de vorm van een (doorgaans betonnen) keerwand van maximaal 3 m hoog en dichte vloerafdekking, ten behoeve van opslag van veevoeder (hooi, stro, gras e.d.). 1.109 stacaravan/chalet een caravan, chalet of soortgelijk onderkomen al dan niet op wielen, dat mede, gelet op de afmetingen, niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen over grote afstanden als aanhangsel van een auto te worden voortbewogen, dat dient als recreatiewoonverblijf voor gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben. 1.110 stageverblijf een (gedeelte van een) bedrijfsgebouw ingericht ten behoeve van de huisvesting van stagiaires, personeel, en grooms, welke op het desbetreffende bedrijf werkzaam in dienst zijn alsmede voor het verblijf van klanten voor een periode van maximaal 8 aaneengesloten weken waarbij geen sprake is van een zelfstandige woonruimte. 1.111 stagiair iemand die als onderdeel van een opleiding ervaring komt opdoen op de werkvloer. 1.112 stal een overdekte ruimte die direct, hetzij indirect, met de grond is verbonden waarin het/de betreffende dier(en) gestald, verzorgd en gehuisvest kunnen worden. 1.113 stapmolen ruimte (eventueel overdekt) in de vorm van een cirkel, waar meerdere paarden tegelijk kunnen stappen door middel van aansturing via een computergestuurde bedieningskast.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 18 van 58
Datum:26 juni 2024
1.114 straatprostitutie het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken. 1.115 teeltondersteunende voorzieningen (teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of –verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: teeltondersteunende kas: een teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden. teeltondersteunende voorzieningen, permanent: teeltondersteunende voorzieningen die op een locatie voor onbepaalde tijd worden gebruikt.
Deze permanente voorzieningen, niet zijnde een (teeltondersteunende) kas, een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter, hebben een directe relatie met het grondgebruik zoals een containerveld, stellingenteelt en regenkappen. teeltondersteunende voorzieningen, tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, voor een aaneengesloten periode van maximaal 8 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. hoge (teelt)ondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen, anders dan teeltondersteunende kassen, die in de regel hoger zijn dan 1,5 m.
Hieronder worden in ieder geval verstaan: teeltbakken in stellingen of teelttafels, eventueel met regenkappen; plastic-/foliekassen, -tunnels en -regenkappen; lage (teelt)ondersteunende voorzieningen: (teelt)ondersteunende voorzieningen voor plantaardige teelten, die op nabij de grond worden aangebracht, met een maximale hoogte van 1,5 m Hieronder wordt in ieder geval verstaan: containervelden (een geheel verharde ondergrond veelal van niet-opneembare/gesloten verhardingen, zoals beton; of antiworteldoek met daartussen opneembare of open verhardingen, zoals betonplaten, tegel- of klinkerbestratingen) lage tunnels (halfronde bogen waarover plastic of gaasdoek wordt gespannen) insectengaas, afdekfolies, acryldoek, vlakveldfolies en vraatnetten. teeltondersteunende voorzieningen, overig: een (teelt)ondersteunende voorziening in de vorm van een boomteelthek.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 19 van 58
Datum:26 juni 2024
1.116 tuin omheind of afgeperkt stuk grond, behorende bij een hoofdgebouw en/of woning, dat is ingericht met (open) water en/of waterhuishoudkundige voorzieningen, groen en/of groenvoorzieningen en/of verharding(en) ten behoeve van het gebruiksgenot en ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw en/of woning. 1.117 veehouderij agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. 1.118 veekerende afrastering een overwegend open omheining (min. 90% open), bestaande uit hout, lint, gladdraad, puntdraad en/of gaas met als doel het vee binnen te houden. 1.119 verblijfsrecreatie het verblijf voor recreatieve doeleinden buiten het hoofdverblijf, waarbij ten minste een nacht wordt doorgebracht, met uitzondering van gratis overnachtingen bij familie en kennissen. Hieronder worden onder andere verstaan een camping, groepsaccommodatie, etc. 1.120 verhard een verharding, bestaande uit baksteen, tegels, beton en/of asfalt, alsmede daarmede vergelijkbare vaste/gesloten materialen. 1.121 vervangende nieuwbouw nieuw te realiseren gebouw dat een bestaand gebouw direct vervangt op vrijwel dezelfde plaats en waardoor op die plaats geen wezenlijke wijziging van de stedebouwkundige structuur ontstaat.
1.122 voorgevelrooilijn de op de weg georienteerde gevel van een hoofdgebouw waaraan de hoofdentree van het gebouw gesitueerd is. 1.123 water en waterhuishoudkundige voorzieningen al het oppervlakte water zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc. 1.124 werk een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde. 1.125 woning een (gedeelte van) een gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.126 woonruimte besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 20 van 58
Datum:26 juni 2024
1.127 zelfstandige woonruimte woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. 1.128 zijdelinge (bouw)perceelsgrens de perceelsgrenzen van een bouwperceel, niet zijnde de begrenzing van het perceel aan de achter- of voorzijde. 1.129 zorgvuldige landschappelijke inpassing het aanbrengen van gebiedseigen beplanting, het gebruik van gebiedseigen natuurlijke materialen op grond van een goedgekeurd landschapsinrichtingsplan en waarbij bij de situering zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij bestaande landschapselementen, perceelsafscheidingen of aangrenzende bebouwing om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 21 van 58
Datum:26 juni 2024
Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de weg de afstand van de bebouwing tot de as van de weg 2.2 de afstand tot de bouwperceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.3 de afstand tussen gebouwen de kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de gebouwen. 2.4 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 2.5 het bebouwingspercentage het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.6 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.7 de bruto vloeroppervlak van een gebouw gemeten (op alle bouwlagen) op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, of tot het hart van de desbetreffende scheidingsconstructie, indien de binnenruimte van het gebouw grenst aan de binnenruimte van een ander gebouw.
2.8 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.9 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.10 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.11 de inhoud van een bedrijfswoning de inhoud van het (hoofd)gebouw, inclusief de bijgebouwen, met uitzondering van de vrijstaande bijgebouwen, die ten dienste staan van de primaire woonfunctie. Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 22 van 58
Datum:26 juni 2024
2.12 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.13 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 23 van 58
Datum:26 juni 2024
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Landschapswaarden
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden – Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische doeleinden, in het kader van bedrijfsmatige agrarische activiteiten, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; b. agrarische activiteiten bij wijze van hobby; c. (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen; d. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de natuurwaarden in het algemeen en in het bijzonder voor leefgebied van struweelvogels ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - leefgebied struweelvogels'; e. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder voor cultuurhistorische waardevolle gebieden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied'; f. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen en (kikker)poelen; h. groenvoorzieningen; i. extensief recreatief medegebruik. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken geldt de volgende bepaling: a. Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. 3.2.2 Gebouwen Gebouwen zijn niet toegestaan. 3.2.3 Permanente teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde teeltondersteunende kassen Voor het bouwen van permanent teeltondersteunende voorzieningen gelden de volgende bepalingen: a. Permanente teeltondersteunende voorzieningen, met uitzondering van overige teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van boomteelthekken, zijn niet toegestaan. b. De bouwhoogte van boomteelthekken mag niet meer bedragen dan 2 m. 3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en permanente teeltondersteunende voorzieningen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. Rijbakken, longeercirkels, sleufsilo's, keerwanden en overkappingen zijn niet toegestaan; b. De bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt niet meer dan 1 m, met dien verstande dat de afrastering een open karakter dient te hebben. c. Terreinafscheidingen (niet zijnde erfafscheidingen) zijn toegestaan in de vorm van veekerende afrasteringen tot een bouwhoogte van 1,50 m. d. De oppervlakte van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag in totaal niet meer bedragen dan 3 ha per bedrijf.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 24 van 58
Datum:26 juni 2024
e. Hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan. f. De bouwhoogte van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 1,5 m. g. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2 m. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Bouwen van schuilgelegenheid voor het hobbymatig houden van dieren Het bevoegd gezag kan afwijken van artikel 3.2 en een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van een schuilgelegenheid voor het hobbymatig houden van dieren, onder de volgende voorwaarden: a. de schuilgelegenheid is bedoeld voor het hobbymatig houden van dieren; b. er is aangetoond dat de schuilgelegenheid vanuit oogpunt van dierenwelzijn noodzakelijk is; c. er is aangetoond dat de realisatie van de schuilgelegenheid binnen een bestaand bouwperceel niet mogelijk is; d. de realisatie van een schuilgelegenheid op gronden aangemerkt als Natuur Netwerk Brabant (NNB) is niet toegestaan; e. er is aangetoond dat, door de realisatie van de schuilgelegenheid, (aangrenzende) landschappelijke, cultuurhistorische en/of natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast; f. de realisatie van een schuilgelegenheid is uitsluitend toegestaan binnen een kernrandzone dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone; g. er is maximaal 1 schuilgelegenheid per perceel toegestaan; h. het perceel heeft een minimale oppervlakte van 2.000 m² of het gaat om aaneensluitende percelen van één eigenaar die gezamenlijk een minimale oppervlakte van 2.000 m² hebben; i. er mag geen opslag plaatsvinden met uitzondering van voer/stro (binnen) en mest (buiten); j.
de oppervlakte mag niet meer dan 30 m² bedragen; k. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 meter bedragen; l. de goothoogte mag niet meer dan 2 meter bedragen; m. de schuilgelegenheid dient aan minimaal één zijde (deels) open te blijven; n. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; o. de afstand van de schuilgelegenheid (incl. mestopslag) tot een perceel van een andere eigenaar bedraagt niet minder dan 3 meter; p. de afstand van de schuilgelegenheid (incl. mestopslag) tot een geurgevoelig object bedraagt niet minder dan 30 meter. 3.3.2 Overige kleine bouwwerken en gebouwen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2 voor het oprichten van kleine bouwwerken en gebouwen. Hierbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte bedraagt maximaal 20 m²; b. de bouwhoogte bedraagt maximaal 3 meter; c. er is geen sprake van een schuilgelegenheid.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 25 van 58
Datum:26 juni 2024
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. Het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van bouwwerken die niet in gebruik zijn voor de huisvesting van vee of in gebruik zijn voor de opslag en stalling ten behoeve van de veehouderij danwel niet vergund zijn voor het huisvesten van vee, in gebruik te nemen voor het huisvesten van vee. b. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van de uitoefening van nevenfuncties. c. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor detailhandel. d. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van opslag, met uitzondering van tijdelijke opslag van bieten. e. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van permanente teeltondersteunende voorzieningen. f. Het gebruiken of laten gebruiken van voorzieningen voor opslag en installaties, anders dan ten behoeve van het eigen agrarische bedrijf. g. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten, behoudens activiteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarisch bedrijf. h. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen ten behoeve van mestbewerkingsen mestverwerkingsactiviteiten, behoudens activiteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarisch bedrijf waarbij de mest afkomstig is van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf. i.
Het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van een tennisbaan. j. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van rijbakken. k. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van hoge en lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een periode langer dan 8 maanden. l. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden met een oppervlakte van meer dan 3 ha per bedrijf ten behoeve van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. m. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden met een oppervlakte van meer dan 3 ha per bedrijf of op een afstand groter dan 250 m van een bouwvlak van bijbehorend bedrijf ten behoeve van hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, voorzover de kortste afstand tussen TOV en bouwvlak groter is dan 250 m. n. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van mestzakken. o. Het gebruiken van gronden voor het racen of crossen met gemotoriseerde voertuigen. p. Het gebruik van agrarische gronden als tuin. q. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bebouwing ten behoeve van het huisvesten van stagiaires. r. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bebouwing ten behoeve van een veehandelsactiviteiten. s. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van een hondenoefenterrein.
3.4.2 (Kikker)poelen Binnen deze bestemming mogen gronden gebruikt worden ten behoeve van (kikker)poelen, met dien verstande dat de oppervlakte van een (kikker)poel niet meer mag bedragen dan 200 m² en dat de diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 m.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 26 van 58
Datum:26 juni 2024
3.4.3 Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Binnen deze bestemming mogen gronden worden gebruikt ten behoeve van: a. lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een periode van maximaal 8 maanden per jaar; b. lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen met een oppervlakte van maximaal 3 ha per bedrijf. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied': 1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, m.u.v. waterpoelen tot een oppervlakte van 200 m² en een diepte van 1,5 m of indien een ontgrondingvergunning is vereist; 2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld, m.u.v. de vervanging van ondergrondse leidingen; 3. het verlagen van de grondwaterstand door het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; 4.
het verwijderen of rooien (vellen) van natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 5. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 6. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden en het verwijderen van paden en onverharde wegen; 7. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m² per perceel; b. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - leefgebied struweelvogels': 1. het verwijderen of rooien (vellen) van natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 2. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden en het verwijderen van paden en onverharde wegen; 3. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m² per perceel. 3.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b.
reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vastgesteld projectplan en/of een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. het aanleggen en/of wijzigen van (kikker)poelen, zoals genoemd in artikel 3.4.2, betreffen.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 27 van 58
Datum:26 juni 2024
3.5.3 Toelaatbaarheid a. De in artikel 3.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de Tabel omgevingsvergunning werken en werkzaamheden BP Buitengebied (Bijlage 1).
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 28 van 58
Datum:26 juni 2024
Artikel 4
Groen - Landschapselement
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen - Landschapselement' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. het behoud, herstel en ontwikkeling van houtopstanden; c. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. extensief recreatief medegebruik; f. het behoud en herstel van de landschappelijke inpassing conform het beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 van de planregels ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 1'; g. het behoud en herstel van de landschappelijke inpassing conform het beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 3 van de planregels ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 2'. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van erfafscheidingen zijn toegestaan. 4.2.2 Erfafscheidingen Voor erfafscheidingen gelden de volgende bepalingen: a. de erfafscheiding mag uitsluitend in de vorm van een afrastering met een open karakter worden opgericht; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m. 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor opslag van materialen, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; b. Het gebruiken of laten gebruiken van gronden als parkeergelegenheid. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verwijderen of rooien (vellen) van bos en/of andere grote houtopstanden; b. het verwijderen of rooien (vellen) van natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 29 van 58
Datum:26 juni 2024
4.4.2 Uitzonderingen Het in lid 4.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden welke: a. Het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn. b. Reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vastgesteld projectplan en/of een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. c. De uitvoering van de landschappelijke inpassing als bedoeld in Bijlage 2 dan wel Bijlage 3 betreffen. 4.4.3 Toelaatbaarheid a. De in artikel 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. b. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de 'Tabel ingrepen / effect BP Buitengebied' zoals opgenomen in Bijlage 1 van de planregels.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 30 van 58
Datum:26 juni 2024
Artikel 5
Recreatie - 1
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een bedrijf in dag- en verblijfsrecreatie; b. verblijfsrecreatie in de vorm van een kampeerterrein met maximaal 250 jaarplaatsen waarvan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - jaarplaatsen' en in afwijking van artikel 1.69 en 1.72, maximaal 125 jaarplaatsen voor stacaravans/chalets zijn toegestaan; c. verblijfsrecreatie in de vorm van maximaal 50 recreatiewoningen, waarvan er maximaal 3 gebruikt mogen worden als groepsaccommodaties, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatiewoningen en groepsaccommodaties'; d. verblijfsrecreatie in de vorm van maximaal 5 water-recreatiewoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - water-recreatiewoningen'; e. ondersteunende horeca en lichte dag- en avondhoreca met terras ten behoeve van dag- en verblijfsrecreatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie centrale voorzieningen'; f. centrale voorzieningen ten behoeve van dag- en verblijfsrecreatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen'; g. ondersteunende voorzieningen ten behoeve van dag- en verblijfsrecreatie; h.
wonen in maximaal 2 bedrijfswoningen conform de definitie 'wonen', uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning', al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis; i. (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen; j. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. groenvoorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. Per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één recreatiebedrijf toegestaan. Indien tussen bestemmingsvlakken de aanduiding 'relatie' is aangegeven worden deze bestemmingsvlakken aangemerkt als één bestemmingsvlak; b. Binnen het gehele bestemmingsvlak mag worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. De afstand tot de as van de weg waaraan gebouwen worden gebouwd niet minder mag bedragen dan: • 25 m voor de weg Zwembadweg; 2. de afstand tussen gebouwen niet minder mag bedragen dan 3 m; 3. de afstand van gebouwen, stacaravans en chalets tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen niet minder mag bedragen dan 5 m. c. In afwijking van de in de planregels voorgeschreven dakhelling mag, indien een gebouw wordt voorzien van een kap, maximaal 40% van een gebouw worden voorzien van een platte afdekking; in dat geval is de aangegeven goothoogte tevens de maximale hoogte van de platte afdekking. d. Herbouw van bedrijfswoningen mag uitsluitend op de bestaande fundering plaatsvinden; e. Ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bedrijfswoning en de verder binnen bestemmingsvlakken
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 31 van 58
Datum:26 juni 2024
toegestane gebouwen met uitzondering van gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw. f. Bouwwerken en voorzieningen ten behoeve van dagrecreatie mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen' worden opgericht. g. De afstand tussen bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij de betreffende bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 15 m. 5.2.2
Gebouwen binnen het bestemmingsvlak 'Recreatie - 1'
a. Voor het bouwen van gebouwen binnen het bestemmingsvlak 'Recreatie - 1' gelden de volgende regels: Functies
Situering
GootBouwhoogte hoogte Recreatiewonin Aanduiding 'sr - max. 3 m max. 4,5 gen recreatiewoning m en en groepsaccomm odaties'
Oppervlakte
Aantal
InDakhoud helling -
max. 75 m2 max. 50 per recreatie- stuks, woning, waarbij voor iedere groepsacc ommodatie dit maximum afneemt met 1 stuks. Zie voorts sub b. GroepsAanduiding 'sr - max. 3 m max. 4,5 max 150 m2 max. 3 accommodaties recreatiewoning m per stuks, zie en en accommodati voorts sub groepsaccomm e b. odaties' Water-recreatie- Aanduiding 'sr - max. 3 m max. 4,5 max. 75 m² max. 5 woningen water-recreatiem per woning stuks woningen'
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 32 van 58
-
-
Datum:26 juni 2024
Centrale voorzieningen: 1. receptie 2. horecavoorziening (restaurant, café) 3. ondergeschikte detailhandel voor verblijfsrecreanten 4. binnenzwembad 5. indoor sport, spel en spelen 6. vergaderruimten Ondersteunend e voorzieningen
Aanduiding 'sr - max. 4,5 max. 9 m Gezamenlijke centrale m oppervlakte voorzieningen' max. 2.300 m2, waarbij max. 750 m² voor horeca en max. 100 m² voor ondergeschikt e detailhandel
Binnen gehele max. 4,5 max. 9 m bestemmingsvla m k, uitgezonderd de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten gebouwen' Bedrijfswoninge Aanduiding max. 4,5 max. 10 n 'bedrijfswoning' m m
Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning
Aanduiding max. 3,5 'bedrijfswoning', m min. 1 meter achter voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning
-
max. 60°
Gezamenlijke oppervlakte max. 1.400 m2
-
max. 60°
-
max. min. 750 12°, m3 max. 60° -
max. 2 stuks
max. 6 Gezamenlijke m, bij oppervlakte platte max 150 m2 afdekking per max. 3,5 bedrijfswoning m
b. Aanvullend op de ten tijde van de vaststelling van het plan bestaande 26 stuks recreatiewoningen, mogen maximaal 24 stuks nieuwe recreatiewoningen en/of groepsaccommodaties op maximaal 18 bouwpercelen worden opgericht, waarbij sprake dient te zijn van een combinatie van: 1. maximaal 12 geschakelde recreatiewoningen (24 stuks); 2. maximaal 16 vrijstaande recreatiewoningen; 3. maximaal 3 groepsaccommodaties.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 33 van 58
Datum:26 juni 2024
5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de oppervlakte van stacaravans en chalets bedraagt maximaal 100 m² per stuk; b. de bouwhoogte van stacaravans en chalets bedraagt maximaal 4,5 m; c. de onderlinge afstand tussen stacaravans en/of chalets bedraagt minimaal 3 meter; d. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; e. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; f. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 meter mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de woning; 2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen; 3. speeltoestellen, (water)glijbanen of andere spelvoorzieningen, waarvan de hoogte maximaal 4 meter mag bedragen. g. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 2.
een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben dan 30 m², met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ´specifieke bouwaanduiding - overkapping zonnepanelen' binnen het gehele aanduidingsvlak overkappingen ten behoeve van zonnepanelen zijn toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - gebouwen' zijn geen overkappingen toegestaan; h. voor het bouwen van onoverdekte zwembaden gelden de volgende bepalingen: 1. onoverdekte zwembaden dienen binnen de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie centrale voorzieningen' te worden gebouwd. 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 500 m². 3. de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m; i. de bouwhoogte van antennes voor zendamateurs mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat: 1. antennes niet mogen worden gesitueerd voor de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan; 2. antennes dienen te worden gesitueerd op of aan de woning dan wel op een afstand van maximaal 15 m van de woning; j. de bouwhoogte van vlaggenmasten en windwokkels mag niet meer bedragen dan 12 m; k. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 meter onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 meter onder peil gebouwd mag worden. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Herbouw van een bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.1 sub d voor het herbouwen van een bestaande bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats binnen het bij aanvraag bestaande bouwperceel; b. de nieuwe situering van de bedrijfswoning is stedenbouwkundig, verkeerskundig,
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 34 van 58
Datum:26 juni 2024
c.
d. e. f. g. h. i. j.
landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de Wet geluidhinder; de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven of onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; de in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast; de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen bedrijfswoning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke bedrijfswoning(en); er sprake is van een goed woon- en leefklimaat; er geen sprake is van een toename van het aantal bedrijfswoningen; de sloop van de bestaande bedrijfswoning is verzekerd; de maatvoering van de bedrijfswoning sluit aan op het bepaalde in artikel 5.2.2; er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan.
5.3.2 Grotere inhoud van een bedrijfswoning in het kader van verduurzaming Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 en een grotere inhoud en/of goot- of bouwhoogte voor een bedrijfswoning toestaan, indien dit het gevolg is van verduurzaming van een bestaande bedrijfswoning, door bijvoorbeeld het aanbrengen van isolatie in of op de wanden of het dak. 5.3.3 Grotere oppervlakte bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2, en een grotere oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning toestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. voor iedere m² aan bebouwing die gesloopt wordt, geldt dat per m² sloop er een vergroting van de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken plaats kan vinden van 0,5 m²; b. de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een woning na toepassing van deze regeling bedraagt 300 m²; c. alle voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt; d. de overige bepalingen uit artikel 5.2.2 blijven onverminderd van toepassing.
5.3.4 Ondergronds bouwen buiten de gevelgrenzen van gebouwen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.1 voor het toestaan van ondergrondse gebouwen van maximaal één bouwlaag (3,5 m onder peil) buiten de gevelgrenzen van de gebouwen mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak of van een bestaand bouwperceel bedragen met een absoluut maximum van 150 m²; b. de afstand tot de as van de weg, niet zijnde de Grove Den, dient minimaal 15 m¹ te bedragen behalve als de bestaande gebouwen dichter op de as van de weg staan; dan is deze afstand bepalend; c. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; d. afhankelijk van de situatie kan een landschappelijke inpassing worden geëist; e. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 35 van 58
Datum:26 juni 2024
5.3.5 Bouwen van ondergrondse bouwwerken, geen gebouw zijnde tot 10 m bouwdiepte Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.3 een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 5.3.6 Hogere bouwhoogte speeltoestellen, (water)glijbanen of andere spelvoorzieningen Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.3 een omgevingsvergunning verlenen voor een hogere bouwhoogte van speeltoestellen, (water)glijbanen of andere spelvoorzieningen onder de voorwaarden dat: a. de speeltoestellen, (water)glijbanen of andere speelvoorzieningen worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen'; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m. 5.3.7 Tennis- en padelbanen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsregels ten behoeve van tennis en/of padelbanen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De tennis- of padelbaan wordt gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - centrale voorzieningen'; b.
De afstand tot woningen van derden mag niet minder bedragen dan: 1. 50 m voor tennisbanen. 2. 100 m voor padelbanen. c. De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 9 m. d. Het aantal lichtmasten per tennis- of padelbaan mag niet meer bedragen dan 4. e. De bouwhoogte van hekwerken mag niet minder bedragen dan 3 m. f. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 m. g. De belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. h. De in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. i. Er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/-klimaat. j. Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Beroep of bedrijf aan huis Binnen een bedrijfswoning of in bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de bedrijfswoning is; c. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de bedrijfswoning; d. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de bedrijfswoning en/of bijbehorende
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 36 van 58
Datum:26 juni 2024
e. f. g. h. i. j.
k. l.
bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom, of in de vorm van horeca zijn niet toegestaan.
5.4.2 Permanente bewoning Permanente bewoning is niet toegestaan met uitzondering van permanente bewoning van bedrijfswoningen. 5.4.3 Landschappelijke inpassing Het in gebruik nemen en gebruikt houden van gronden en/of bebouwing voor de doeleinden als bedoeld in 5.1 sub a tot en met f, met uitzondering van voortzetting van bestaand gebruik, is uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. uiterlijk binnen één jaar na eerste ingebruikname van de recreatiewoningen dan wel groepsaccommodaties, moet rondom de recreatiewoningen en het kampeerterrein de landschappelijke inpassing overeenkomstig de uitgangspunten als opgenomen in Bijlage 2 zijn gerealiseerd. b. uiterlijk binnen één jaar na eerste ingebruikname van de houseboats, dan wel water-recreatiewoningen, moet rondom de recreatieplas de landschappelijke inpassing overeenkomstig de uitgangspunten als opgenomen in Bijlage 2 zijn gerealiseerd. c. uiterlijk binnen één jaar na eerste ingebruikname van de dagrecreatie voorzieningen, moet rondom het dagrecreatieterrein de landschappelijke inpassing overeenkomstig de uitgangspunten als opgenomen in Bijlage 2 zijn gerealiseerd. d. na realisatie moet de onder a., b. en c. bedoelde landschappelijke inpassing duurzaam in stand worden gehouden.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 37 van 58
Datum:26 juni 2024
Artikel 6
Recreatie - 2
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie': 1. standplaatsen voor kampeermiddelen, alsmede voor stacaravans en/of chalets; 2. recreatiewoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; 3. groepsaccommodatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - voorzieningen'; 4. ondersteunende voorzieningen, receptie/ontvangst en overdekte zwembad ten dienste van de onder 1. tot en met 3. genoemde doeleinden, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - voorzieningen'; 5. speelvoorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - paardensportcentrum': een paardensportcentrum met bijbehorende voorzieningen, alsmede maximaal 2 stageverblijven met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 150 m², met dien verstande dat de stageverblijven uitsluitend binnen de aanduiding 'specfieke vorm van recreatie - stageverblijven' zijn toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning': wonen in maximaal één bedrijfswoning conform de definitie 'woning', al dan niet in combinatie met een beroep of bedrijf aan huis; d. (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen; e. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; f.
water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. groenvoorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. Per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één recreatiebedrijf toegestaan; b. Binnen het gehele bestemmingsvlak mag worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de afstand tussen gebouwen, stacaravans en chalets onderling niet minder mag bedragen dan 3 m; 2. de afstand van gebouwen, stacarvans en chalets tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen niet minder mag bedragen dan 5 m, uitgezonderd gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - stal'; c. In afwijking van de in de planregels voorgeschreven dakhelling mag, indien een gebouw wordt voorzien van een kap, maximaal 40% van een gebouw worden voorzien van een platte afdekking; in dat geval is de aangegeven goothoogte tevens de maximale hoogte van de platte afdekking; d. Ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bedrijfswoning en de verder binnen bestemmingsvlakken toegestane gebouwen met uitzondering van (gedeelten van) gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw. e. De afstand tussen bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij de betreffende bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 15 m.
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 38 van 58
Datum:26 juni 2024
6.2.2 Gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - verblijfsrecreatie' a. Voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie verblijfsrecreatie' gelden de volgende regels: Type Situering Aantal GootBouw- Oppervlakte Inhoud Dakhe hoogte hoogte lling Recreatiewoninge Aanduiding max. 6 max. 3,5 max. max. 75 m² n 'recreatiewonin m 7,5 m per g' recreatiewonin g GroepsAanduiding max. 1 max. 5 max. 10 max. 225 m² accommodatie 'specifieke m m vorm van recreatie voorzieningen' Ondersteunende Aanduiding max. 5 max. max. 400 m² Max. voorzieningen, 'specifieke m 7,5 m (gezamenlijke 60º receptie/ontvangs vorm van oppervlakte) t, overdekt recreatie zwembad voorzieningen' Bedrijfswoning Aanduiding max. 1 max. 4,5 max. 10 max. Min 'bedrijfswoning' m m 750 m³ 12º, max 60º Bijgbehorende Aanduiding max. 3,5 max. 6 gezamenlijke bouwwerken en 'bedrijfswoning' m m, bij oppervlakte overkappingen bij , min. 1 m platte max. 150 m² bedrijfswoning achter afdekkin per voorgevelg max. bedrijfswoning rooilijn van de 3,5 m bedrijfswoning
6.2.3 Gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie paardensportcentrum' Voor het bouwen van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie paardensportcentrum' gelden de volgende regels: Type Situering Aantal Goothoogte Bouwhoogte Oppervlakte Hoofdgebouw Binnen bouwvlak Zie verbeelding Zie verbeelding Solitaire stallen Aanduiding Max. 2 binnen Max. bestaand Max. Max. 'specifieke bestemmingsbestaand bestaand bouwaanduiding vlak stal'
6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
NL.IMRO.1948.BGO000BP0032023P-VG01
Pagina: 39 van 58
Datum:26 juni 2024
a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van nestgelegenheden voor vogels bedraagt maximaal 8 m; d. de bouwhoogte van vlaggenmasten en windwokkels mag niet meer bedragen dan 12 m; e. de bouwhoogte van antennes voor zendamateurs mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat: 1. antennes niet mogen worden gesitueerd voor de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan; 2. antennes dienen te worden gesitueerd op of aan de bedrijfswoning dan wel op een afstand van maximaal 15 m van de bedrijfswoning; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, tenzij anders bepaald in de tabel 'Specifieke bouwregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde'; g. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 2. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben dan 30 m²; h.