P00484_BP_Nijnselseweg 24a te Sint-Oedenrode 20240521
Tekst van het document
Pagina: 10 van 37
Datum:27-06-2024
1.51 Zorgwonen Het bewonen van een zorgwoning door een huishouden, waarbij tenminste één lid van het huishouden een zorgbehoefte heeft. 1.52 Zorgwoning Woning die geschikt en bedoeld is voor bewoners met een zorgbehoefte, al dan niet met partners.
NL.IMRO.1948.BGO000BO0112023P-VG01
Pagina: 11 van 37
Datum:27-06-2024
Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Afstand tot de weg de afstand van de bebouwing tot de as van de weg. 2.2 Bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.3 Goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 Inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5 Oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 Peil a. voor gebouwen: 11,30 meter +NAP; b. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein vermeerderd met 0,20 meter.
2.7 Ondergeschikte bouwdelen Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de hoogte en/of bouwvlak- en/of bestemmingsgrens niet meer dan 1 meter bedraagt.
NL.IMRO.1948.BGO000BO0112023P-VG01
Pagina: 12 van 37
Datum:27-06-2024
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Bos
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. behoud, herstel en/of ontwikkeling van het bos en bosgroeiplaats; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurwaarden; c. (onverharde) paden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. extensief recreatief medegebruik. 3.2 Bouwregels Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, behoudens: a. bouwwerken ten behoeve van het natuurbeheer, mits: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 10 m². b. eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensief recreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het verlagen van de (grond)waterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van waterpoelen tot een oppervlakte van 200 m² en een diepte tot 1,5 m of indien een ontgrondingsvergunning vereist is; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld, met uitzondering van de vervanging van ondergrondse leidingen; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verwijderen of rooien(vellen) van bos en/of andere grote houtopstanden; e. het verwijderen of rooien (vellen) van natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; f.
het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden en het verwijderen van paden en onverharde wegen;
NL.IMRO.1948.BGO000BO0112023P-VG01
Pagina: 13 van 37
Datum:27-06-2024
g. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m² per perceel. 3.4.2 Uitzonderingen Het in lid 3.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vastgesteld projectplan en/of een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. rechtstreeks dienen ter uitvoering van het in Bijlage 2 opgenomen inrichtingsplan. 3.4.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 3.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. b. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de 'Tabel ingrepen / effect BP Buitengebied' (Bijlage 1).
NL.IMRO.1948.BGO000BO0112023P-VG01
Pagina: 14 van 37
Datum:27-06-2024
Artikel 4
Groen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. het behoud, herstel en ontwikkeling van houtopstanden; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. parkeervoorzieningen, in- en uitritten en bijbehorende verhardingen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'; e. extensief recreatief medegebruik. 4.2 Bouwregels Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd behoudens: a. maximaal één gebouw ten dienste van de aangrenzende bestemming 'Maatschappelijk', mits: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 120 m²; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; b. bouwwerken ten behoeve van het natuurbeheer, mits: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 10 m². c. eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensief recreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m; d. bouwwerken ten behoeve van stalling van fietsen, mits: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 4 m; 2. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 20 m². 4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het verlagen van de (grond)waterstand door aanleg van drainage of door bemaling en/of bronnering; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor opslag van materialen, behoudens voor zover dit noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden als parkeergelegenheid, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein'.
NL.IMRO.1948.BGO000BO0112023P-VG01
Pagina: 15 van 37
Datum:27-06-2024
Artikel 5
Maatschappelijk
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - zorgwonen': een woon-zorgcomplex alsmede zorg- en welzijnsvoorzieningen in de vorm van dagbesteding, met een maximum gezamenlijk bruto vloeroppervlak van 2.900 m² en met uitzondering van verslavingszorg; b. paden, wegen en parkeervoorzieningen, in- en uitritten; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. groenvoorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. Per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van maximaal één woon-zorgcomplex toegestaan; b. Gebouwen zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan, met dien verstande dat ter plaatse van de 'veiligheidszone - gastransportleiding' het toevoegen van bebouwing voor kwetsbare of beperkt kwetsbare groepen uitsluitend is toegestaan indien toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in lid 5.3.1; c. Binnen het gehele bouwvlak mag worden gebouwd, met dien verstande dat de afstand tussen gebouwen onderling niet minder mag bedragen dan 3 m. 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. Het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak mag niet mee bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is aangegeven; b. Het aantal zorgwoningen mag in totaal niet meer bedragen dan 40; c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; d. Gebouwen mogen plat of met een kap worden afgedekt, waarbij de dakhelling bij een kap maximaal 45º mag bedragen; e.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - behoud waterbergend vermogen' mag uitsluitend worden gebouwd onder de voorwaarde dat het verlies van waterbergend vermogen binnen het aanduidingsvlak uiterlijk binnen één jaar na aanvang van de betreffende bouwwerkzaamheden elders binnen het plangebied is gecompenseerd. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m. b. Voor het bouwen van overkappingen gelden de volgende bepalingen: 1. gezamenlijke oppervlakte maximaal 20 m²; 2. bouwhoogte maximaal 3,5 meter.
NL.IMRO.1948.BGO000BO0112023P-VG01
Pagina: 16 van 37
Datum:27-06-2024
5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Toevoegen bebouwing binnen veiligheidszone gastransportleiding Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone gastransportleiding' waarbij dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. In en aansluitend aan de gebouwen worden extra vluchtroutes aangelegd van de risicobron (gastransportleiding) af. b. De openingen in de noordgevel van de gebouwen worden beperkt en voorzien van brandwerend glas. c. Er wordt een bedrijfsnoodplan ten aanzien van de scenario's fakkelbrand en toxische wolk opgesteld. d. Het bepaalde in leden 5.2.2 en 5.2.3 van dit artikel. 5.3.2 Toestaan overkappingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 5.2.3 voor het toestaan van overkappingen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende bepalingen: a. De overkapping is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering en/of ontwikkeling van de maatschappelijke voorziening b. De overkapping is stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar. c. Overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. d. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m. e. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50 m². 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van zelfstandige bewoning, anders dan bepaald in lid 5.1 sub a; of b. het op de woningmarkt aanbieden van appartementen voor bewoners zonder zorgbehoefte. 5.4.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing In gebruikname van nieuwe bebouwing, met uitzondering van herbouw van bestaande bebouwing, die wordt opgericht na inwerkingtreding van het plan, is uitsluitend toegestaan, indien de landschappelijke inpassing uiterlijk in het eerstvolgende plantseizoen na ingebruikname is gerealiseerd, wordt beheerd en in stand wordt gehouden conform het inrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 bij deze regels. 5.4.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in lid 5.1 sub a en b, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. dient te zijn aangetoond dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater ten gevolge van een toename van verhard oppervlak gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en de Verordening fysieke leefomgeving Meierijstad en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; b. de compensatie dient ten minste naar evenredigheid van de realisatie van toename van
NL.IMRO.1948.BGO000BO0112023P-VG01
Pagina: 17 van 37
Datum:27-06-2024
verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt ten minste 60 mm per m² verharding. 5.4.4 Voorwaardelijke verplichting verlichtingsplan Alvorens de gronden in gebruik genomen worden voor de doeleinden als bedoeld in lid 5.1 sub a en b, dient voldaan te worden aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond is dat op basis een door een deskundige ecoloog goedgekeurd inrichtings- en verlichtingsplan voor de binnen deze bestemming gelegen gronden geen onevenredig negatieve lichteffecten op het op de aangrenzende gronden gelegen Natuur Netwerk Brabant plaatsvinden; b. het gebruik plaatsvindt met inachtnemening van de randvoorwaarden, zoals opgenomen in het onder a. bedoelde verlichtingsplan. 5.5
Wijzigingsbevoegdheid
5.5.1 Vormverandering bouwvlak Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De totale oppervlakte van het bouwvlak mag niet worden vergroot. b. De vormverandering is noodzakelijk voor de ontwikkeling van het woon-zorgcomplex. c. Er is geen sprake van milieuhygiënische belemmeringen. d. De wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen.
NL.IMRO.1948.BGO000BO0112023P-VG01
Pagina: 18 van 37
Datum:27-06-2024
Artikel 6
Verkeer
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. primaire wegen met een functie van hoofdontsluiting; b. voet- en rijwielpaden; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; e. straatmeubilair; f. voorzieningen van algemeen nut; g. kunstwerken; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. evenementen; j. oeververbindingen (bruggen). 6.2
Bouwregels
6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het oppervlak van een gebouw bedraagt maximaal 15 m²; b. de goothoogte van een gebouw bedraagt maximaal 3 meter. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van bewegwijzering, verkeersregulering, verlichting alsmede kunstobjecten bedraagt maximaal 10 meter; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 5 meter. 6.3 Specifieke gebruiksregels Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; c. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. d. het bepaalde in sub a en b is niet van toepassing, voor zover het betreft: e.
tijdelijke opslag van materialen en werktuigen, welke nodig zijn voor de realisering en/of handhaving van de in het plan aangegeven bestemming; f. open opslag in het kader van het normale onderhoud van de gronden
NL.IMRO.1948.BGO000BO0112023P-VG01
Pagina: 19 van 37
Datum:27-06-2024