CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwikkelplan sanering varkenshouderij_Bijlagen bij de regels

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Ontwikkelplan sanering varkenshouderij'16.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Landschappelijke inpassing Weverspad 1 te Sint-Oedenrode versie 13-07-2022

Concreet worden de volgende ingrepen voorgesteld: 1. Slopen van de voormalige bedrijfsbebouwing intensieve veehouderij; 2. Verkleinen bouwvlak; 3. Verwijderen van de 3de inrit; 4. Behouden bestaande beplanting; 5. Realiseren rijbak; 6. Omzoming erf versterken.

1. Slopen van de voormalige bedrijfsbebouwing intensieve veehouderij De bestaande varkensstallen worden gesaneerd. Een deel van de overige bebouwing blijft bestaan. In totaal wordt er 3.127 m2 aan bedrijfsgebouwen gesloopt. 2. Verkleinen bouwvlak Het huidig bouwvlak wordt verkleind van 12.041 m2 tot de contouren van de woning. Het bestemmingsvlak wordt daarbij verkleind tot maximaal 5.000 m2 zodat dit passend is bij een woonbestemming in het buitengebied. 3. Verwijderen van 3de inrit Bedrijf wordt nu ontsloten door 3 inritten. De 3de inrit ten zuiden van de projectlocatie wordt opgeheven. De verharding ten behoeve van deze inrit wordt verwijderd. 4. Behouden bestaande beplanting De projectlocatie is in de huidige situatie onsloten door diverse heggen en hagen. De woning en gebouwen worden grotendeels uit het zicht ontrokken door beplanting in diverse hoogtes. Daarnaast is de locatie voorzien van diverse solitaire bomen. Deze beplanting blijft behouden. 5. Realiseren rijbak In de beoogde situatie wordt grenzen aan het bouwvlak een rijbak gerealiseerd. 6. Omzoming erf versterken De projectlocatie is ontsloten door diverse heggen en hagen. Aan de zuidzijde van de projectlocatie worden 15 solitaire bomen voorgesteld. Hierdoor wordt het voormalige bedrijfsgebouw omzoomd door groene beplanting. In tabel 1 is de plantenlijst weergegeven.

De boomsoorten zijn gebaseerd op inheemse soorten die passen bij het karakter van landschaptype ‘Jonge heide ontginningen’. In de plantenlijst is de soort, plantafstand, plantmaat en aantal weergegeven. Tabel 1: plantenlijst

Onderdeel Solitaire boom

Naam Quercus robur fagus sylvatica juglans regia divers

Nederlandse naam Zomereik Beuk Notenboom Hoogstamfruitboom divers

Plantafstand 10 tot 12 meter

Landschappelijke inpassing Weverspad 1 te Sint-Oedenrode versie 13-07-2022

Plantmaat 12-14 cm

Aantal

Onderhoud

15

Snoeien in het voorjaar indien noodzakelijk

Bijlage 10

Landschappelijke inpassing Espendonk 15

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 66 van 152

Datum:

Legenda te realiseren gebouwen bestaande gebouwen terreinverharding aan te leggen terreinverharding bestaande beplanting nieuwe beplating huidig bouwvlak - agrarische bestemming; 10.850 m2 nieuw bouwvlak - woonbestemming; 3.550 m2

8,0

nieuw te planten: 7 populieren en inheemse struiken: meidoorn, uilboom, Gelderse roos en kronoelje

18,0

nieuwe, tweede inrit

nieuw te planten: 2 populieren

22,2

18,0

2 notenbomen

8,0

beukenhaag doortrekken

Situatie Kad. gemeente: Sint Oedenrode Sectie: M nr: 853 Schaal: 1:1000

16

project: 2 esdoornen

Espendonk

opdrachtgever:

Nieuwbouw: Bijgebouw na sanering varkenshouderij Locatie: Espendonk 15, te Sint Oedenrode H. Hulsen Espendonk 15 5492 TX Sint Oedenrode

4 platanen

MATEN IN HET WERK TE CONTROLEREN datum:

03-02-2022

A:

B:

C:

D:

E:

F:

status:

15

fase: notenboom

sierpeer

N

onderdeel:

Inrichtingstekening

getekend:

C. Roseboom

schaal:

1:500

formaat:

A3

projectnr.:

EX.18.1665

projectleider:

G. van Iersel

tekeningnr.:

S-01

Bijlage 11

Landschappelijjke inpassing Hoogstraat 65

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 68 van 152

Datum:

Landschappelijk inpassingsplan Sint-Oedenrode ligt tussen de stedelijke gebieden van Eindhoven, Den Bosch en Uden-Veghel. Direct grenzend aan Sint-Oedenrode liggen Schijndel, Veghel, Laarbeek, Nuenen C.A., Son en Breugel, Best, Boxtel en Sint-Michielsgestel. De gemeente maakt onderdeel uit van de Centrale Slenk. Dit is een laaggelegen gebied in Noord-Brabant, dat ligt tussen de Peelhorst of Peelrandbreuk. In de laatste ijstijd is het grootste gedeelte van de Centrale Slenk door dekzand opgevuld. De Dommel behoort samen met de Aa tot de belangrijkste beken in de Centrale Slenk. Het buitengebied van Sint-Oedenrode heeft een landelijk karakter. Het gebied wordt getypeerd door een grote verscheidenheid aan landschappen, variërend van kleinschalige landschappen, zoals het beekdalsysteem van De Dommel, tot meer grootschalige typen, van bijvoorbeeld de open jonge zandontginningen. De gemeente wordt doorsneden door zogenaamde droge infrastructuur. De belangrijkste infrastructuur is hierbij de snelweg A50 tussen Eindhoven en Veghel en de N617 tussen Sint-Oedenrode en Schijndel. Wat betreft natte infrastructuur vormt De Dommel het belangrijkste element. Het overwegend agrarisch gebruik en de natuur- en bosgebieden zijn kenmerkend voor het buitengebied van Sint-Oedenrode. Deze gebieden zijn ook vanuit recreatief oogpunt interessant.

De korte gebiedskarakteristiek wordt hieronder verder uitgewerkt in een nadere beschrijving en analyse van het plangebied. Het buitengebied van Sint-Oedenrode is onder te verdelen in verschillende landschapseenheden. Zo is er een kleinschalig beekdallandschap in het beekdal van De Dommel. In een brede zone rondom dit beekdallandschap bevinden zich oude zandontginningen. Deze strekken zich nog wat verder uit in de richting van Boskant. Rondom Boskant is sprake van een relatief besloten landschap, waarin onderhavige locatie is gelegen. Er is hier sprake van een afwisseling tussen populieren, bos en cultuurland. In Sint-Oedenrode domineert de landbouw, waarbij duidelijk te zien is dat de gebieden nabij de kernen eerder ontgonnen zijn dan de verder afgelegen gebieden. Verspreid tussen de agrarische percelen zijn er bosschages, houtwallen, singels, laanbeplantingen en natuurlijke oevers van beken en sloten, die het natuurlijke aspect van het gebied bepalen. In het kader van de Interim Omgevingsverordening en gemeentelijk beleid wordt de locatie landschappelijk ingepast. In de directe omgeving van de locatie kenmerken de inrichtingen zich door de vele verschillende vormen en ontwikkelingsrichtingen. De verkaveling is variërend en divers. De bebouwing wordt soms (voor een groot deel) omsloten door beplanting maar liggen vaak ook open in het landschap.

De bosschages en laanbeplanting zorgen ervoor dat de bebouwing toch in een meer beschut landschap liggen. Door de losse verkaveling en geenszins strak wegenpatroon wordt gekozen voor een omzoming van de locatie met groen. Een bepaalde landschapsrichting welke geaccentueerd dient te worden, is niet aanwezig. De locatie is gelegen aan twee openbare wegen met aan iedere weg een inrit. De locatie oriënteert zich niet overwegend op één van de twee wegen. Het zicht vanaf de Hoogstraat op het containerveld en de bebouwing wordt gedeeltelijk weggenomen door de aan te planten beukenhaag. De drie nieuwe bomen breken daarnaast het zicht op de nieuwe bebouwing vanaf deze zijde. Aan de zijde van Nieuwenhuizen is ter hoogte van het bestaande bedrijfsgebouw een bestaande haag aanwezig, deze blijft behouden. Deze schuur wordt daarnaast begeleid door een bestaande bomenrij. Ter hoogte van de sleufsilo voor opslag wordt een robuuste beukenhaag aangeplant om het zicht op de opslag weg te nemen. Langs de gehele zuidoostzijde is in de beoogde situatie een struweelhaag aanwezig. Deze is reeds voor een groot gedeelte aanwezig haaks op de weg en zal worden aangevuld in de lengte. Een bomengroepje van drie inheemse bomen tussen het struweel en de bebouwing zorgt ervoor dat de bebouwing door groen begeleid wordt in de hoogte.

Element Struweel Beukenhaag 1 Beukenhaag 2 Bomenrij Bomengroep Totaal

Oppervlakte in m² 800 200 90 300 300 1.570

Wisselend sortiment, bestaand aanvullen. Eén maal per 3-5 jaar 50% inkorten. 7 stuks per meter, eindhoogte 2 meter. Eén tot tweemaal per jaar snoeien. Inheems (bijv. Beuk, Berk, Els, Hollandse Linde, Hollandse eik) wisselend, eindhoogte 35 meter. Extensief beheer.

Bijlage 12

Landschappelijke inpassing Zijtaartsweg 12

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 72 van 152

Datum:

Landschappelijke inpassing Zijtaartseweg 12 Sint Oedenrode

Erfinrichtingsplan Zijtaartseweg 12, Sint Oedenrode

1

Colofon

ZLTO Advies

Februari 2021

Kantoor ’s-Hertogenbosch Onderwijsboulevard 225 5223 DE ’s-HERTOGENBOSCH Postbus 100 5201 AC ’s-HERTOGENBOSCH

Erfinrichtingsplan Zijtaartseweg 12, Sint Oedenrode

2

Inhoudsopgave 1.

Aanleiding ................................................................................................................. 4

2.

Beschrijving gebied ................................................................................................... 5

3.

Gemeentelijk beleid ................................................................................................... 6

4.

Erfinrichtingsplan ...................................................................................................... 7

Erfinrichtingsplan Zijtaartseweg 12, Sint Oedenrode

3

1.

Aanleiding

Aan de Zijtaartseweg 12 is de varkenshouderij van initiatiefnemer gelegen. Het bedrijf doet mee aan de saneringsregeling varkenshouderij. Onderdeel van de regeling is een wijziging van de bestemming ter plaatse, waarbij de aanduiding intensieve veehouderij op de locatie wordt verwijderd. Het bedrijf zal de agrarische bestemming blijven houden en na wijziging verder gaan als sierteelt bedrijf. De huidige bebouwing, op de veldschuur na, is niet geschikt voor gebruik in de beoogde situatie. De aanwezige stallen worden daarom gesloopt en er wordt een nieuwe loods van 700 m 2 opgericht voor de opslag van het product en werktuigen. Een belangrijk onderdeel bij ruimtelijke ontwikkelingen is een goede landschappelijke inpassing. In onderhavig document zijn de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving in beeld gebracht. Op basis van de landschappelijke kwaliteiten is een erfinrichtingsplan opgesteld waarmee een goede landschappelijke inpassing van de locatie wordt gewaarborgd.

Figuur 1-1: beoogde situatie (links is bestaande schuur, rechts is beoogde schuur)

Erfinrichtingsplan Zijtaartseweg 12, Sint Oedenrode

4

2.

Beschrijving gebied

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Meierijstad ten Oosten van het dorp Sint-Oedenrode. Het gebied is gelegen in de Meierij dat bestaat uit dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. De locatie aan de Zijtaartseweg is gelegen in het jonge ontginningslandschap, tot begin jaren 50 bestond de locatie nog uit woeste heidegronden. Het jonge ontginningslandschap kenmerkt zich door de relatief grootschalige en rationele verkaveling en ontwatering.

Figuur 2-2: Uitsnede historische kaart 1950

Figuur 2-1: Uitsnede historische kaart 1980

Figuur 2-4: Uitsnede topografische kaart 2021

Figuur 2-3: Luchtfoto locatie

De omgeving van de locatie bestaat grotendeels uit weilanden en akkers met verspreid gelegen agrarische bedrijven. De groenstructuren in de omgeving bestaan met name uit bomenlanen en erfbeplantingen. Het gebied heeft daardoor een relatief open karakter.

Erfinrichtingsplan Zijtaartseweg 12, Sint Oedenrode

5

3.

Gemeentelijk beleid

De gemeente Meierijstad is nog bezig met het opstellen van een natuur- en landschapsvisie voor haar grondgebied. Wel heeft de gemeente Meierijstad haar welstandsbeleid vastgelegd in de ‘Welstandsnota 2018’. Met het welstandsbeleid wil de gemeente de ruimtelijke kwaliteit borgen. Voor agrarische bedrijven in het buitengebied betekend dit dat er bij bouwplannen voor een goede landschappelijke inpassing is vereist. De erfbeplanting moet een visueel afschermende of maskerende functie naar het omliggende gebied hebben. De bestaande erfbeplanting heeft al een visueel afschermende functie naar het omliggende gebied. Om ook de beoogde ontwikkelingen visueel af te schermen van het omliggende gebied zal aan de achterkant van het plangebied een struweelhaag met inheemse beplanting aangeplant worden. In het bestemmingsplan heeft de locatie de aanduiding ‘overige zone - leefgebied struweelvogels’. Er vinden geen ontwikkelingen plaats die invloed hebben op het leefgebied struweelvogels. In het erfbeplantingsplan wordt wel rekening gehouden met inrichting en soorten die een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van het leefgebied voor struweelvogels met de aanleg van een struweelhaag aan de achterzijde van het perceel.

Figuur 3-1: Beschrijving struweelhaag Stimuleringsregeling Landschap

Erfinrichtingsplan Zijtaartseweg 12, Sint Oedenrode

6

4.

Erfinrichtingsplan

Het erfbeplantingsplan richt zich met name op het behoudt van de bestaande groenstructuren op en rond de locatie. De aanwezige laanbomen aan de noord- en oostzijde van de locatie zijn passend in het landschapstype. Voor de visueel afschermende functie naar de omgeving wordt als extra maatregel een struweelhaag aangaplant achter de huidige en nieuwe schuur. Deze bestaat uit passende inheemse beplanting die een bijdrage leveren aan de kwaliteit van het leefgebied voor struweelvogels. Verder wordt rondom de tuin bij de woning een beukenhaag aangeplant. Verder is het uitgangspunt dat 10% van het bouwvlak ingezet wordt voor landschappelijke inpassing. Het bouwvlak in de beoogde situatie heeft een oppervlakte van 4.315 m2. Dit betekend dat minimaal 431,5 m2 aan landschappelijke inpassing gerealiseerd moet worden.

*De getekende inrichting is indicatief op basis van kadastrale gegevens en luchtfoto Soorten Struweelhaag De struweelhaag wordt aangeplant over een lengte van circa 70 meter en een breedte van circa 5 meter, totaal 350 m2. De planten worden in driehoeksverband aangeplant met een plantafstand van circa 1 meter. Het gemengd struweel bestaat uit de volgende soorten: 55 stuks: Meidoorn

Crataegus monogyna

55 stuks: Sleedoorn

Prunus spinosa

55 stuks: Hondsroos

Rosa canina

55 stuks: Egelantier

Rosa rubiginosa

De haag wordt met groepjes van enkele planten van dezelfde soort bij elkaar aangeplant. Beukenhaag De beukenhaag (Fagus sylvatica) wordt aangeplant over een lengte van 85 meter met een breedte van 85 meter. Er komen circa 6 planten per strekkende meter. De totale oppervlakte van de inpassing bedraagt 435 m2 hiermee voldoet het aan de 10%. Erfinrichtingsplan Zijtaartseweg 12, Sint Oedenrode

7

Beheer Struweelhaag De eerste 3 jaar wordt geen onderhoud gepleegd, de beplanting krijgt de kans om op een natuurlijke manier te volgroeien. Na de eerste drie jaar zal duurzaam en natuurvolgend onderhoud plaatsvinden waarbij verruiging en verstoring word voorkomen door uitdunnen en afzetten van wijkende beplanting. Snoeien langs randen na eerste 3 jaar: 1 x per jaar Dunnen en afzetten: 1 x per 3 jaar De werkzaamheden zullen uitgevoerd worden in de periode december t/m maart om zodoende de flora en fauna zo min mogelijk te verstoren. Beukenhaag De beukenhaag wordt jaarlijks gesnoeid zodat deze de gewenste vorm en dichtheid krijgt.

Erfinrichtingsplan Zijtaartseweg 12, Sint Oedenrode

8

Bijlage 13

Landschappelijke inpassing Donte 9

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 81 van 152

Datum:

Landschappelijk inpassingsplan Donte 9 18-1-2022 en 9-2-2022 aangevuld Beleidstudie

In het kader van de voorbereiding van het landschappelijk inpassingsplan voor de herinrichting van de locatie Donte 9 is gekeken naar het rapport ‘Landschapsanalyse Meierijstad’ van juni 2019. In dit rapport wordt een landschapstypering weergegeven. Hieruit blijkt dat de locatie Donte 9 is gelegen in een jonge heide ontginning ten oosten van de natuurgebieden Hazeputten en Vresselsbos, zie onderstaande figuur.

Figuur 1 Uitsnede kaart landschapstypen rapport ‘Landschapsanalyse Meierijstad’ (O=plangebied

De jonge heideontginningen zijn gebieden die lang onontgonnen en onbebouwd zijn gebleven. Het waren niet-gecultiveerde terreinen, die werden gebruikt voor het weiden van schapen en het steken van heideplaggen. Pas aan het eind van 19de eeuw en in de 20ste zijn deze heidegronden ontgonnen. De jonge heideontginningen worden gekenmerkt door een rationele verkavelingsstructuur. Rechthoekige percelen evenwijdig of dwars op de ontsluitingswegen met laanbeplantingen en verspreid liggende erven. Het is een open agrarisch productielandschap. Slechts plaatselijk komen verdichtingen voor in de vorm van houtsingels, bosstroken en bebouwing. De jonge heideontginningen zijn vooral van belang als weidevogelgebied. Weidevogels houden van een open landschap. Kenmerkend voor de jonge heideontginningen zijn landbouwgronden met weinig landschapselementen, zoals houtwallen en bosschages. Deze landschapselementen zijn o.a. door de ruilverkaveling voor een groot deel verdwenen. Langs de wegen zijn op sommige plekken nog wel bomenrijen toegevoegd. Abiotisch bestaande de omstandigheden in het plangebied uit Podzolgronden met een grondwatertrap van V tot VI blijkt uit de bijlagen van het rapport ‘Landschapsanalyse Meierijstad’. Hierdoor is dus sprake van een kalkarme en voedselarme gronden met een relatief hoge grondwatertrap, oftewel voor

droogte gevoelige gebieden. De voor te stellen inheemse erfbeplanting zal toegesneden moeten zijn op deze abiotische omstandigheden. Historische ontwikkeling

In onderstaande uitsneden van de website topotijdreis is de historische ontwikkeling van het plangebied in beeld gebracht vanaf 1925. In 1925 was er nog geen bebouwing ter plaatse van het plangebied en was sprake van heideterrein aangeduid als de ‘Vresselsche heide’. De langgevelboerderij aan de Donte 9 is opgericht in 1928 zo blijkt uit de informatie van de initiatiefnemers. Rond die tijd is het gebied ontgonnen en is grootschalig bos aangeplant. In 1950 is het plangebied ingericht als akkerbouwland en zijn de eerste boerderijen gevestigd in de omgeving. Aan de oostzijde van het plangebied is in 1950 een hoeve ingetekend. Waarschijnlijk is dat de hoeve Donte 9 die mogelijk op de verkeerde plek is ingetekend. In 1975 is de boerderij Donte 9 herkenbaar en bestaande uit de langgevelboerderij en enkele stallen. Er is nog relatief weinig grootschalige veehouderij in de omgeving en de omliggende kavels zijn nog relatief kleinschalig, wel is er sprake van een open kamer met als achtergrond aan de west en zuidzijde het Vresselsche Bosch. Dit bos van 250 hectare is gelegen op een stuizandheuvel die gemiddeld 3 meter hoger ligt dan het bouwland. In 2020 is de ontwikkeling in het plangebied en daarbuiten van de intensieve veehouderij goed te zien.

Enkele bedrijven, waaronder dit bedrijf, hebben forse schaalsprongen gemaakt, wat blijkt uit meer bebouwing in de omgeving van het plangebied. Daarnaast is in 1972 de testbaan van de DAF aan de oostzijde van het plangebied gerealiseerd. Afsluitend zie je in 2022 meerdere percelen boomteelt ontstaan rondom het plangebied.

Figuur 2 Uitsneden plangebied omgeving Donte 9 (bron: topotijdreis.nl, d.d. 18-1-2022)

Gebiedsanalyse

In de Groene kaart van de gemeente Meierijstad zijn de waardevolle landschappelijke elementen opgenomen. In onderstaande figuur 3 is een uitsnede opgenomen van deze digitale kaart. Hieruit blijkt dat er in de bestaande situatie in het plangebied geen waardevolle landschappelijke (erf)beplanting aanwezig is. De laanbomen langs de Donte worden wel gezien als waardevol. De laanbomen zijn onderdeel van het oorspronkelijk landschappelijk raamwerk, hebben hoge cultuurhistorische-, natuuren recreatieve waarden. De houtsingel aan de oostzijde van het plangebied langs het testterrein van de DAF wordt gezien als ‘monumentaal’. Tussen beide elementen is sprake van een weids open ruimte, in agrarisch gebruik.

Figuur 3 Uitsnede Groene Kaart met belangrijkste groenstructuren in de omgeving

In onderstaand foto is de beplanting in de laan langs de Donte in beeld gebracht. Het sortiment bestaat uit zomereik (Querqus Robur) en ruwe berk (Betula Pendula). Het sortiment in het bos bestaat veelal uit sparren en Amerikaanse eik.

Figuur 4 Aanzicht bomenrijen Donte 9 (Bron: GoogleEarth)

Beleving plangebied

In onderstaande figuur 5 is het aanzicht op het bedrijf van de openbare weg (Donte) te zien. Het bedrijf heeft een lange oprit met aan de zuidzijde een bomenrij in de vorm van rode beuken. Rondom de woning staan enkele solitaire bomen. Het kader van het bedrijf wordt gevormd door een bossingel rondom het DAF-terrein achter het bedrijf. Er liggen relatief weinig sloten en over het algemeen is het een open gebied. De bedrijfsgebouwen liggen kaal in het open landschap.

Figuur 5 Vooraanzicht bedrijf vanaf de Donte (kijkrichting oostelijk)

De woning is relatief goed ingepast maar de stallen tonen zich prominent in het landschap vanaf de Donte. Vanaf de doorgaande Lieshoutseweg (500 meter afstand) zijn de gebouwen praktisch niet waarneembaar.

Opzet groen-blauwe structuur

In onderstaande figuur zijn de belangrijkste groen-, blauwe dragers van het gebied weergegeven. Het belangrijkste zijn de laanbeplanting en de houtwal ten westen en oosten van het plangebied. Belangrijke oost-west verbindingen zijn de sloten ten zuiden en noorden van het plangebied en aan de overzijde van de Donte. De sloten vormen tevens kavelgrenzen die het oost-west kavelpatroon ten zuiden van de Donte 9 borgen. De sloten vormen natuurlijke grenzen en zijn gelegen op de kavelgrens van de in zwart aangeduide kadastrale grenzen, de rode beukenlaan is gebiedsvreemd element (qua sortiment) maar sluit qua richting goed aan bij de ontginningsrichting. Het plangebied is aangegeven met de gele stippellijn.

Figuur 6 Overzicht belangrijkste groen-blauwe elementen rondom het plangebied (gele lijn is plangebied).

Beplantingsplan

In bijlage 1 bij de ruimtelijke onderbouwing is een situatieschets opgenomen van de beoogde herinrichting van het bedrijf inclusief de landschappelijke inpassing van het erf na sanering van de intensieve veehouderij. Omdat het in deze om een landschappelijk open kamer gaat binnen een groene omkadering (Bossen en DAF terrein) wordt er niet voor gekozen om rondom het erf ‘houtwallen/houtsingels aan te planten. Dit zou het landschap verder verdichten en voor het agrarische gebruik significant negatieve effecten opleveren. In plaats daarvan wordt aangesloten bij de bestaande erfbeplanting en wordt deze waar mogelijk versterkt. Er wordt aangesloten bij de groen-blauwe kaders van het bestaande erf. De sloten ten noorden en zuiden van het bedrijf (haaks op de weg Donte) vormen logische bestaande kaders van het erf en hebben ook een functie voor de waterberging. Binnen deze blauwe kaders worden aanvullende landschappelijke elementen toegevoegd. Qua sortiment wordt zoveel mogelijk gebiedseigen sortiment gebruikt, met name zomereiken, zoals ook aanwezig in de laanbeplanting aan de Donte. In het voorerf wordt qua sortiment aangesloten bij het beoogd gebruik als zorgboerderij door vruchtdragende bomen toe te voegen. Het onderhoud en de oogst van deze vrucht(bomen) sluit aan bij het beoogde gebruik van het plangebied.

Zie onderstaande uitsnede van bijlage 1 voor de voorgestelde aan te planten elementen.

Handhaven

Toevoegen twee fruitbomen ‘Brabant Bellefleur’

bomenrij rode beuken

Toevoegen bomenrij eiken ‘Quercus Robur’

Toevoegen twee solitaire notenbomen ‘Juglans Regia’ Toevoegen twee solitaire kersenbomen

Toevoegen kikkerpoel en bloemrijkgrasland

‘Early Rivers’ Toevoegen beukenhaag ‘Carpinus betulus’

Toevoegen twee bomengroepen of meerstammige berken ‘Betula Pendula’

Toevoegen vijf solitaire eiken ‘Quercus Robur’

Figuur 7 Landschappelijk inpassingsplan, aanduiding elementen erfbeplanting Donte 9

Er wordt in het bovenstaande voorstel onderscheid gemaakt tussen aan te planten elementen op het voorerf en op het achtererf. Op het voorerf wordt de bestaande bomenrij langs het toegangspad gehandhaafd. Het toevoegen van een bomenrij aan de noordzijde van het erf zou een toegangslaan creëren, hetgeen een beetje een gebiedsvreemd element zou worden. Bovendien heeft het versterken van deze bomenrij geen meerwaarde ten aanzien van de landschappelijke inpassing van het bedrijf. Omdat het een bestaand element is met bijzondere sierwaarde passend bij het voorerf, en in goede conditie verkeerd, wordt voorgesteld het element te handhaven. De toe te voegen elementen op het voorerf zijn twee solitaire notenbomen die de ruimte krijgen om tot volle wasdom te komen. Daarnaast wordt aan de zuidzijde van de mantelzorgwoning twee kersenbomen aangeplant. Naast dat de bomen vruchten dragen, kunnen ze ook voorzien in schaduw rondom de woning en garage. De kersenbomen hebben ook een belangrijke sierwaarde in het voorjaar.

Op het achtererf worden een aantal functionele elementen toegevoegd om de randen van het erf te markeren. Aangezien het gebied is aangewezen als leefgebied voor struweelvogels worden er landschappelijke elementen toegevoegd die bijdragen aan de wensen van deze soorten, denk bijvoorbeeld aan hagen en bomengroepen/rijen. Rondom de moestuin worden enkele fruitbomen geplant. Aan de noordzijde wordt een bomenrij van eiken geplant. Hierbij wordt voorgesteld om een onregelmatige plantafstand te hanteren en waar mogelijk de bomen niet strak in een rij te zetten maar onregelmatig aan te planten binnen een breedte van 3 meter. Hierdoor wordt het zicht vanaf de doorgaande weg op de kopgevel van gebouw A gebroken, zonder dat het erf helemaal weg wordt gestopt. In combinatie met de beukenlaan ontstaat een vrijwel aaneengesloten lijn structuur, haaks op de bestaande structuren langs de Donte en het DAF-terrein (noord-zuidrichting). Het creëren van deze verbinding heeft ook in ecologisch opzicht een meerwaarde aangezien deze structuren ook als 'vliegroute' door vleermuizen worden gebruikt. Aan de zuidzijde wordt ten zuiden van de paardenbak een beukenhaag aangeplant (125-150 cm hoog). Er worden enkele groepjes berken aangeplant tussen de paardenbak en de stapmolen.

Met de berk wordt wat meer diversiteit in het sortiment gebracht en de berk heeft in alle jaargetijden ook veel sierwaarden, hetgeen bijdraagt aan de beleving vanuit het zorggebouw. Er worden enkele bomen toegevoegd rondom de stapmolen, hier worden eiken voorgesteld. Het centrale element aan de zuidzijde is de landschappelijke kikkerpoel. Deze wordt aangelegd met een ecologisch talud en kan fungeren als ‘stepping stone’ in het gebied voor amfibieën. Tevens kan de poel voorzien in drinkwater voor vogels en andere dieren in de omgeving. Aanplant

De notenbomen worden aangeplant in een maat 16/18 en voorzien van twee boompalen en waar nodig afrastering om vraat te voorkomen van schapen/paarden. De eikenbomenrij en de vijf eiken aan de zuidzijde worden aangeplant in in de maat 12/14, met twee bomenpalen per boom, in een onregelmatige plantafstand en waar nodig afrastering om vraat te voorkomen van schapen/paarden. De berkenbomen worden aangeplant in de maat 12/14 en tevens voorzien van twee bomenpalen per boom. De fruitbomen (kersen en appels) worden aangeplant in de maat 12/14. Beheer

De notenbomen mogen worden opgekroond tot 350/400 cm boven maaiveld. De fruitbomen mogen jaarlijks gesnoeid worden. Ten aanzien van de eiken en berken wordt voorzien in een natuurlijke groei van de elementen zonder snoei. drs. ing. Dirk van Nuland 16 februari 2021, aangevuld 18-1-2022 en 9-2-2022

Bijlage 14

tabel ingrepen bp buitengebied

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 89 van 152

Datum:

Tabel omgevingsvergunning werken en werkzaamheden BP Buitengebied Buitengebied

Werken/werkzaamhe Werken/werkzaamheden

1

2

3-4

6

7

8

9

10

11

12

13

14-15

Infra

/ TOV *

A

A

A

A

A

A

(zie overzicht werken en werkzaamheden) ►

Bestemmingen / aanduidingen

Beplanting/Grondgebr.

Reliëf/Bodem/Water

(A) n.v.t. n.v.t. (AW (AW-L) Aardkundig waardevol gebied

A

A

Cultuurhistorisch waardevolle akker

A

A

Cultuurhistorisch waardevol gebied

A

A

-A

A

Dassen / Landschappelijk besloten

A

A

A-A

A

A-A

A

A-A

A

Struweelvogels

A-A A

Waardevol Beekdal

A

(AW(AW-NL) (zie waarden bij AW AW-L en verder) Weidevogels

A

A

A-A

Kwetsbare soorten

A

A

A-A

(BO), (G) en (N) Bos

A

A

NT-A

A

Groen (incl. landschapselement) Natuur

A

A

NT-A

Waarde Archeologie 1

A

A

-A

Waarde Archeologie 2

A

A

-A

Waarde Archeologie 3

A

A

-A

Waarde Archeologie 4

A

A

-A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

NT

A

A

A

A

A

NT

A

NT

NT

A

A

A

A

NT

A

A

A

A

A

NT

A

A

NT NT

A

A

A

NT

Archeologie (dubbelbestemming)

Waterstaat (dubbelbestemming) Waterstaat Attentiegebied EHS Waterstaat Waterbergingsgebied

A-A A-A

A A

A

Verklaring codes in schema: schema

A = Omgevingsvergunning vereist i.v.m. doeleinden bestemming NT = Niet toegestaan i.v.m. doeleinden bestemming NB: Ingreep 5 zit bij ingreep 3, TOV loopt via afwijking en dus NIET via omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden

Ingrepen: Ingrepen De gebruikte codes voor werken/werkzaamheden zijn als volgt omschreven : Reliëf/bodem/water Reliëf/bodem/water 1. Het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m² per perceel of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd (zoals het verlagen, ophogen of egaliseren van de bodem) of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, met uitzondering van waterpoelen tot een oppervlakte van 125 m² en een diepte tot 1,5 m of indien een ontgrondingsvergunning vereist is. 2. Het omzetten van grond (zoals het diepploegen of diepwoelen van de bodem) of het uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld (zoals het leggen van leidingen, uitvoeren van heiwerken of indringen van voorwerpen in de bodem), met uitzondering van de vervanging van aanwezige ondergrondse leidingen; 3. Het verlagen (wijzigen) van de (grond)waterstand door aanleg van drainage (ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van bestaande drainage) of door bemaling en/of bronnering; 4. Het verlagen (wijzigen) van de (grond)waterstand door het aanleggen (graven), dempen of wijzigen (verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren) van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit) van oppervlaktewateren (waterlopen, sloten en greppels en andere wateren zoals poelen en vennen); 5.

Het wijzigen van de waterstand anders dan door het graven van sloten of het toepassen van drainage (b.v. (onder)bemaling of wateronttrekking) anders dan via legale grondwateronttrekking (vervallen, zit al in 3.); 6. Het wijzigen van de bergingscapaciteit via het ophogen van gronden en het aanleggen van dammen, dijken of kaden.

Beplanting/grondgebruik 7. Het verwijderen of rooien (vellen) van bos en/of andere grote houtopstanden 8. Het verwijderen of rooien (vellen) van natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie (zoals bosjes en houtsingels e.a. beplantingen) 9. Het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand houtgewas met agrarische productiefunctie (zoals fruitteelt, boomteelt of agrarische houtteelt); 10. Het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie (zoals perceelsrandbeplanting); 11. Het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten (scheuren) van grasland naar een andere bodemcultuur (zoals bouwland voor akkerbouw of tuinbouw); Infrastructuur/teeltondersteunende Infrastructuur/teeltondersteunende voorzieningen 12. Het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden, en het verwijderen van paden en onverharde wegen; 13. Het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere (niet omkeerbare) oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m² per perceel (kavel); 14.

Het aanleggen van hoge (> 1,5 m), tijdelijke of permanente teeltondersteunende voorzieningen (zoals tunnels of regenkappen) wordt niet via een omgevingsvergunning geregeld, maar via een afwijking van de bouwregels/gebruiksregels, respectievelijk wijzigingsregels 15. Het aanleggen van lage (< 1,5 m), tijdelijke of permanente teeltondersteunende voorzieningen (zoals folies, acryldoek) wordt niet via een omgevingsvergunning geregeld, maar via een afwijking van de bouwregels/gebruiksregels, respectievelijk wijzigingsregels

Ingrepen - Effecten Effecten BP Buitengebied Werken en werkzaamheden en hun effect op gebiedswaarden en gebiedskwaliteiten. Ad 1. Het afgraven, ophogen, vergraven en egaliseren van grond verandert het bodemprofiel en de waterhuishouding in de bodem. Ook vlakt het reliëf doorgaans af. Afgraven verkleint de afstand tussen maaiveld en grondwater. Ophogen vergroot de afstand tussen maaiveld en grondwater. Mogelijke gevolgen voor LNC waarden zijn vernatting of verdroging, verschraling, verlies aan waarden in de bodem, verlies aan ecologische gradiënten, verlies aan microreliëf en aardkundige vormen en verlies van vegetatiewaarden. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor aardkunde, cultuurhistorie, dassen, beekdal, weidevogels, kwetsbare soorten, bos, natuur, archeologie en attentiegebied EHS. Ad 1 - 1a Afgraven (verlagen) - Mogelijke werken/werkzaamh werken/werkzaamheden Definitie: Doel ingreep:

Ingreep zelf:

Het verwijderen van de bovenste bodemlaag/bodemlagen. Verschraling: verwijderen van bemeste/verzuurde gronden. Tegengaan verdroging in verdroginggevoelige gebieden. Grondstoffenwinning (humus, zand, klei, leem). Aanleggen van poelen. Verandering bodemprofiel Verkleining afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte)

Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: vernatting / vermindering verdroging • Verschraling • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) • Verlies aan ecologische gradiënten (slootkanten, poelen, laagtes, microreliëf) • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 1 – 1b Ophogen (verhogen) - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Doel ingreep:

Ingreep zelf:

Het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag. Mogelijk maken van bouwactiviteiten door aanvoer van zand van elders. Opheffen van maaivelddaling ten gevolge van inklinking. Verschraling door aanvoer van zand van elders. Bezanden van veengronden en gronden voor de bollenteelt. Verandering bodemprofiel. Vergroting afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte)

Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Verschraling • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren/bodemleven) • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 1 – 1c Vergraven (verlagen+opvullen (verlagen+opvullen) +opvullen) - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Doel ingreep: Ingreep zelf:

Het verwijderen van een of meerdere bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/of grond van elders. Het graven en opvullen van drainagesystemen en andere sleuven en kuilen. Verandering bodemprofiel. Verandering waterhuishouding in de bodem.

Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: wijziging bodemprofiel • Verschraling • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige steilranden/terreintreden)

vormen

(stroomgeulen,

• • •

Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren) Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna

Ad 1 – 1d Egaliseren (effenen) - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Doel ingreep: Ingreep zelf:

Het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (feitelijk een combinatie van ophogen en afgraven Wateroverlast en droogtegevoeligheid binnen agrarisch perceel tegengaan Verbetering van de bewerkbaarheid voor agrarisch gebruik Opheffen niveauverschillen die het effect zijn van inklinking Verandering van het microreliëf (afvlakken van dit reliëf) Verandering waterhuishouding in de bodem.

Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: wijziging bodemprofiel • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige vormen • Verlies aan ecologische gradiënten (greppels, laagtes, microreliëf) • Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 2. Het diepploegen, diepwoelen van grond en heien in grond zorgt voor homogenisatie, resp. doorbreking/doorboring van de bodem. Het vernietigt het bodemprofiel en verandert de waterhuishouding in de bodem. Als ondoorlatende bodemlagen worden doorbroken kan verstoring en vervuiling van de (grond)waterhuishouding plaats vinden. Mogelijke gevolgen voor LNC waarden zijn vernietiging en verstoring van het bodemprofiel, verandering van de hydrologie, verlies aan waarden in de bodem, verlies aan ecologische gradiënten, verlies aan microreliëf en aardkundige vormen en verlies van vegetatiewaarden. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor aardkunde, cultuurhistorie, dassen, weidevogels, kwetsbare soorten, bos, natuur, archeologie en attentiegebied EHS. Ad 2 – 2a Diepploegen en diepwoelen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel, eventueel tot in de diepere ondergrond.

(Eenmalige ingreep met blijvend effect) dieper dan 0,50 m. Doel ingreep: Verbetering bodemprofiel voor agrarisch gebruik Vergroten bewortelingsdiepte Vergroten berijdbaarheid Verschraling Mengen van kleigrond met onderliggend zand Ingreep zelf: Homogenisatie van de bodem Vernietiging bodemprofiel Verandering waterhuishouding bodem Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: wijziging bodemprofiel • Verschraling • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) • Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren/bodemleven) • Wijziging ondoorlatende bodemlagen en daarmee verstoring van de (grond)waterhuishouding • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 2 – 2b Heien en indrijven voorwerpen in de bodem - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen, leggen van leidingen Doel ingreep: Dragers voor bouwwerken aanbrengen, damwanden plaatsen, graven van sleuven voor het leggen van leidingen Ingreep zelf: Bouwen op slappe bodem is mogelijk, afschermen van delen van de bodem, Ondergrondse leidingen kunnen beschadigd worden Graven van sleuven al dan niet in combinatie met rooien

van houtgewas Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Wijziging (doorbreken) ondoorlatende bodemlagen en (grond)waterhuishouding

daarmee

verstoring

van

de

• •

Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren)

Ad 3. 3. Het aanleggen van drainage en het aanbrengen van onderbemaling versterkt de ontwatering, verlaagt de grondwaterstand op het perceel en in de directe omgeving en vergroot de verdroging. Deze verdroging kan vervolgens voor inklinking en verzuring zorgen. Mogelijke gevolgen voor LNC waarden zijn verdroging (en verzuring), verlies aan waarden in de bodem, verlies aan natte levensgemeenschappen en inklinking van venige bodems. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor aardkunde, dassen, beekdal, weidevogels, kwetsbare soorten, bos, natuur, attentiegebied EHS en waterbergingsgebied. Ad 3 – 3a aanleggen drainage - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Het aanbrengen van drainagebuizen in de grond, in het algemeen op een diepte van 70-110 cm - mv. Doel ingreep: Versterken van de ontwatering van een of meerdere percelen Ingreep zelf: Lokale verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt.

aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem) • Wijziging ondoorlatende bodemlagen en daarmee verstoring van de (grond)waterhuishouding • Verlies aan (natte) levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 3 – 3b aanbrengen onderbemaling - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Bemalen van een of meerdere percelen, waardoor de grondwaterspiegel er lager staat dan in het omringende gebied. Doel ingreep: Vergroten afstand tussen maaiveld en grondwaterspiegel, droger maken perceel. Ingreep zelf: Lokale verlaging grondwaterstand -> perceel wordt droger. Aantrekken van grondwater uit de omgeving -> deze omgeving wordt droger. Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Inklinking van venige bodems (onomkeerbare klink) • Verlies aan (natte) levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 4. Het aanleggen aanleggen van dammen en stuwen zorgt voor een vermindering (afname) van de dynamiek in de waterloop. Bij natuurlijke waterlopen zorgt dit tevens voor een afname in variatie in oever en waterloop en een vermindering van de stroomsnelheid.

Mogelijke gevolgen voor LNC waarden zijn verlies aan levensgemeenschappen van stromend water, verlies van de variatie in biotopen/ecotopen in de waterloop en op de oever, het verdwijnen van het natuurlijk karakter van de waterloop, als mede vernatting en vermindering van de verdroging. Het aanleggen, verbreden of verbeteren van sloten en greppels zorgt voor het wegtrekken van kwelstromen en voor verdroging, verandering van het landschap (percelering, waterhuishouding), verlies aan ecologische gradiënten en verlies aan natte levensgemeenschappen. Het dempen van sloten, greppels en kleine geïsoleerde wateren (lees poelen en vennen) zorgt voor een verlies aan natte levensgemeenschappen, nivellering van het landschap, het verdwijnen van slootoevers, het verlies van voortplantingswateren voor amfibieën en vernatting van de (directe) omgeving. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor aardkunde, cultuurhistorie (cwg), dassen, beekdal, weidevogels, kwetsbare soorten, bos, natuur en archeologie, attentiegebied EHS en waterbergingsgebied. Ad 4 – 4a aanleggen van dammen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Aanbrengen van een permanent, stuwend obstakel over de gehele breedte van een watergang. Hoogte zodanig dat waterloop ten dele of volledig geblokkeerd wordt.

Doel ingreep: Vasthouden water in een gebied (door verkleinen debiet) Verminderen stroomsnelheid Afsluiten waterloop, Afwatering gebied in andere richting dwingen Ingreep zelf: Afname dynamiek in de waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Afname stroomsnelheid Isolatie waterloop t.o.v. het stelsel van waterlopen

Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: vernatting / vermindering verdroging • Verlies natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) • Verlies aan variatie in biotopen in de waterloop/oever en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 4 – 4b aanleggen van stuwen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Aanbrengen van een stuwend obstakel waarvan de werking tijdelijk geheel of gedeeltelijk opgeheven kan worden. Doel ingreep: Vasthouden water in een gebied (door verkleinen debiet) Verminderen stroomsnelheid Ingreep zelf: Afname dynamiek in de waterloop Alleen bij natuurlijke waterloop: afname variatie in oever en waterloop Afname stroomsnelheid / Sterke wisseling stroomsnelheid Isolatie waterloop t.o.v.

het stelsel van waterlopen Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: vernatting / vermindering verdroging • Verlies natuurlijke karakter van waterloop (landschappelijk aspect) • Verlies aan variatie in biotopen in de waterloop/oever en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen van stromend water en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna • Wegspoelen levensgemeenschappen bij openen stuw Ad 4 – 4c aanleggen sloten en greppels - Mogelijke werken/werkzaamheden werken/werkzaamheden Definitie: Aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten en greppels. Doel ingreep: Verbeteren ontwatering agrarische gronden. Ingreep zelf: Verkleining afstand maaiveld-grondwaterspiegel (ontwateringsdiepte) Vergroten oppervlakkige afstroming neerslagwater Droger worden omgeving Verlies aan levensgemeenschappen van slootkanten door steiler talud Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: toename extremen in waterafvoer.

• Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Aantrekken en afvangen kwelstromen in nieuwe/diepere sloten en greppels • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Verlies aan ecologische gradiënten (slootkanten, poelen, laagtes, microreliëf) • Verlies aan variatie in (natte) biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 4 – 4c dempen sloten en poelen/vennen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Dichten van sloten of greppels met van elders aangevoerde grond, dichten van kleine wateren (poelen, vennen, wielen, afgesneden meanders) met van elders aangevoerde grond Doel ingreep: Verkleinen waterafvoer van agrarische gronden Wijzigen perceelsindeling, alsmede Egaliseren agrarisch perceel Vergroting oppervlak agrarisch bruikbare grond Efficiëntere bewerking agrarische grond mogelijk maken Ingreep zelf: Natter worden van omliggende gebied Afname totale slootlengte, alsmede Verlies aan kleine wateren Egalisatie landschap Toename kwel in directe omgeving Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: vernatting omgeving • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering,

landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Verdwijnen van ecologische verbindingen (zones/stapstenen) in het landschap

• • •

Verlies aan ecologische gradiënten (slootkanten, poelen, laagtes, microreliëf) Verlies aan variatie in (natte) biotopen (o.a. voortplantingsbiotopen amfibieën) en daarmee verlies aan biodiversiteit Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten sloten en poelen/vennen) met bijbehorende fauna

Ad 5. Deze is ondergebracht bij 3. Ad 6. Het wijzigen van de bergingscapaciteit van de bergingscapaciteit via het ophogen van gronden en het aanleggen van dammen, dijken of kaden vermindert de bergingscapaciteit van een gebied. Mogelijke gevolgen voor LNC waarden zijn verlies aan ecologische gradiënten, verlies aan microreliëf en aardkundige vormen (maar deze zijn reeds beschermd via 1) en verlies van de natuurlijke bergingscapaciteit van een gebied. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor waterstaat – waterbergingsgebied. Ad 6 – 6a Ophogen (verhogen) - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Doel ingreep:

Ingreep zelf:

Het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag. Mogelijk maken van bouwactiviteiten door aanvoer van zand van elders. Opheffen van maaivelddaling ten gevolge van inklinking. Verschraling door aanvoer van zand van elders. Bezanden van veengronden en gronden voor de bollenteelt. Verandering bodemprofiel. Vergroting afstand maaiveld-grondwater (ontwateringsdiepte)

Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Verschraling • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt. aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren/bodemleven) • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna Ad 6 – 6b aanleggen van dammen en kaden - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Aanbrengen van permanente, kerende obstakels in een gebied. Hoogte zodanig dat waterloop ten dele of volledig gekeerd wordt. Doel ingreep: Buiten houden / Tegen houden van water in een (deel)gebied (door het verkleinen van de bergingscapaciteit) Verminderen van de bergingscapaciteit Afsluiten gebieden voor evt.

wateroverlast Ingreep zelf: Afname waterberging in een gebied Afname wateroverlast in een gebied Mogelijke gevolgen/effecten gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: vermindering berging/wateroverlast • Verlies natuurlijke overstromingskarakter van een gebied (landschappelijk aspect) • Verlies aan variatie in biotopen in een beekdal en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch Ad 7. en en 8. Het rooien van houtgewas via het verwijderen van bos, bosjes, bomen en struiken struiken zorgt voor een verlies aan landschapselementen (landschappelijke en cultuurhistorische waarden) en een verlies van biotopen voor levensgemeenschappen van struwelen, houtwallen en bosranden. Verder kan er een verlies aan oriëntatiepunten en – lijnen, alsmede een verlies aan slaapplekken/schuilplekken en nestgelegenheid optreden. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichting voor aardkunde, cultuurhistorie, dassen, beekdal, struweelvogels, kwetsbare soorten, bos, groen en natuur.

Ad 7/8 7/8 rooien van van bos, bosjes en houtsingels - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, bosjes, houtsingels, houtwallen) Doel ingreep: Verwijderen van ziek plantmateriaal Onderhoud – uitdunning van bossen/bosjes Hinder voor agrarische bedrijfsvoering verminderen Ingreep zelf: Grotere openheid landschap Verlies aan beschutting, schaduw Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Verlies aan ecologische gradiënten (bosranden, struwelen, microreliëf) • Verlies aan variatie in biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen van bos, bosranden en struwelen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna • Verlies aan oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten (o.a. vlinders, • vleermuizen, marterachtigen) • Verlies aan slaap/schuilplaatsen, nestgelegenheid, dekking tegen weersomstandigheden • Grotere openheid, betekent soms afname leefgebied dassen en struweelvogels, soms toename leefgebied weidevogels Ad 9.

Het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand houtgewas met agrarische productiefunctie (zoals fruitteelt, boomteelt of agrarische houtteelt) zorgt voor een verlies aan landschapswaarden in open gebieden zoals weidevogelgebieden en gebieden met cultuurhistorische waarden zoals cultuurhistorisch waardevolle akkers met akkerland en waardevolle beekdalen met graslanden, elzensingels en broekbosjes. Vanwege de intensieve teelt zorgen ze ook voor een verlies aan natuurwaarden in gebieden met kwetsbare soorten (amfibieën, dagvlinders, bijzondere vegetaties). Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichting voor cultuurhistorie (cwa), beekdal, weidevogels en kwetsbare soorten. Ad 9 – aanplanten agrarisch houtgewas via boomboom-/houtteelt /houtteelt - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Verwijderen bestaand gewas/bestaande vegetatie en aanplanten van gewassen of jonge bomen, die permanent een bepaalde hoogte (vaak meer dan 1,50 m) hebben. Doel ingreep: Gebruik grond voor het opkweken van sierteelten of bomen (o.a.sierbomen, bosplantsoen en park- en laanbomen) Ingreep zelf: Grasland/Vegetatie verdwijnt, perceel krijgt functie van sierteelt of boomkwekerij Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging a.g.v.

extra verdamping (vaak in combinatie met verzuring) • Verlies aan waarden in de bodem door diepe beworteling (archeologie, bodem) • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Verandering landschapsbeeld (openheid gaat verloren) • Verkleining areaal weidevogelgebied • Verlies aan variatie in biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen van open gebieden (waardevolle beekdalen, weidevogels) en vegetatiewaarden ((schraal)graslanden, planten) met bijbehorende fauna • Verloren gaan van biotoop voor soorten / Fourageerplaats, die (deels) afhankelijk zijn van graslanden en/of akkerbouwgronden (o.a. das) Ad 10. Het aanplanten van houtgewas via het planten van bomen en struiken zorgt voor een toename aan biotopen voor levensgemeenschappen van struwelen, houtwallen en bosranden. Verder kan er een kan er een toename aan oriëntatiepunten en – lijnen, alsmede een toename aan slaapplekken/schuilplekken en nestgelegenheid optreden. Landschappelijk kan de openheid verminderen. Hierdoor kan nivellering van (open) landschappen optreden, als mede een teloorgang van weidevogel- en ganzengebieden. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichting voor cultuurhistorie en beekdal.

Ad 10 Aanplanten houtgewas - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Het planten van bomen en/of struiken Doel ingreep: Vergroten natuurwaarden, landschappelijke kwaliteit

Ingreep zelf:

Houtproductie, levering geriefhout Bescherming tegen wind, vastlegging stuifzand Verminderen openheid landschap / Vergroten beslotenheid landschap Toename houtgewas/landschapselementen Meer beschutting, meer schaduw

Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch, ander landschapsbeeld • Toename aan ecologische gradiënten (struweel, zoom, houtsingels, microreliëf) • Toename aan variatie in biotopen en daarmee winst aan biodiversiteit • Toename aan levensgemeenschappen van bos, struweel en houtsingel en bijbehorende vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna • Nieuwe oriëntatiepunten en -lijnen voor veel diersoorten, beschutting voor planten en dieren • Minder openheid, kan verlies betekenen voor leefgebied weidevogels en ganzen Ad 11. Het permanent permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten (scheuren) van grasland naar een andere bodemcultuur (bouwland, boomkwekerij, tuinland) zorgt voor een wijziging van het (open) landschapsbeeld, een verlies aan graslandvegetaties en bijbehorende flora en fauna. Verder gaan er foerageergebied voor enkele diersoorten als de das verloren. Tenslotte zal het areaal weidevogelgebied verkleind worden. NB: gewone vruchtwisseling blijft mogelijk. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichting voor dassen, weidevogels, kwetsbare soorten en natuur.

Ad 11 – Scheuren van grasland - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Verwijderen gras en aanplanten of inzaaien van andere gewassen Doel ingreep: Gebruik grond voor de teelt van gewassen voor voedselproductie of ruwvoer Ingreep zelf: Grasland/Graslandvegetatie verdwijnt, perceel krijgt andere functie Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Verlies aan ecologische gradiënten (slootkanten, poelen, laagtes, microreliëf) • Verlies aan variatie in biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden ((schraal)graslanden, graslandplanten) met bijbehorende fauna • Verloren gaan van biotoop voor soorten / Fourageerplaats, die (deels) afhankelijk zijn van graslanden (o.a. dassen, weidevogels) • Verkleining areaal weidevogelgebied Ad 12. Het verwijderen van perceelsindelingen, perceelsindelingen zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden, en het verwijderen van paden en onverharde wegen zorgt voor een nivellering van het landschap en een vermindering van allerlei gradiënten in het landschap. Ook zal er een verlies aan microreliëf en aardkundige vormen en verlies van vegetatiewaarden plaats vinden.

Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor cultuurhistorie, dassen, struweelvogels, weidevogels, kwetsbare soorten, bos en natuur. Ad 12 – verwijderen van perceelsindelingen perceelsindelingen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Verwijderen bestaande perceelsgrenzen en/of aanbrengen nieuwe perceelsgrenzen (sloten, afrasteringen, hagen, houtwallen) Doel ingreep: Efficiënter gebruik van agrarische grond mogelijk maken, veldsituatie aanpassen aan eigendomssituatie Ingreep zelf: Verdwijnen van perceelsgrenzen Nieuwe perceelsgrenzen Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch • Het verkavelingspatroon verandert • Het patroon van watergangen verandert • Het landschapsbeeld verandert schaalvergroting/schaalverkleining

• • • •

verdwijnen/toevoegen verbindingswegen (perceelsranden) en oriëntatielijnen voor sommigediersoorten Verlies aan ecologische gradiënten (slootkanten, poelen, laagtes, microreliëf) Verlies aan variatie in biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit Verlies aan levensgemeenschappen bos bosrand en struweel en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna

Ad 13. Het aanbrengen van verhardingen verandert het bodemprofiel en de waterhuishouding in de bodem door verstening en vermindering van de infiltratiecapaciteit. Verhardingen zijn barrières voor veel soorten kleine dieren. Ook zal er een verlies aan microreliëf en aardkundige vormen en verlies van vegetatiewaarden plaats vinden. Deze ingrepen zijn omgevingsvergunningplichtig voor cultuurhistorie, dassen, struweelvogels, weidevogels, kwetsbare soorten, bos en natuur, alsmede attentiegebied EHS en waterbergingsgebied. Ad 13 – het aanbrengen van verhardingen - Mogelijke werken/werkzaamheden Definitie: Het bestraten of asfalteren van de bodem Doel ingreep: Aanleggen ontsluitingspad in weilanden of akkers Tegengaan vervuiling bodem en grondwater (bv. door aanleg mestplaat, bietenplaat, ondergrond voor containerteelt) Ingreep zelf: Afsluiting bodem Oppervlakkige afvoer neerslag (met evt. verontreiniging) naar randen verharding Mogelijke gevolgen/effecten voor landschaps- en/of natuurwaarden: • Verandering hydrologische situatie: verdroging (vaak in combinatie met verzuring) • Vermindering infiltratie kan groeiplaats vegetatie in de directe omgeving beïnvloeden • Verlies aan microreliëf (gradiënten) en evt.

aardkundige vormen (stroomgeulen, steilranden/terreintreden) • Verlies aan waarden in de bodem (archeologie, bodem), bodem wordt ontoegankelijk • Drastische wijziging van de bodem (groeiplaatscondities, leefomgeving bodemdieren/bodemleven) • Verandering landschap (ontsluiting, waterhuishouding, percelering, landschapsinrichting), zowel landschappelijk als cultuurhistorisch, verdere verstening van het buitengebied • Verlies aan ecologische gradiënten (microreliëf) • Verlies aan variatie in (bodem)biotopen en daarmee verlies aan biodiversiteit • Verharding is barrière voor kleine diersoorten (o.a. muizen, amfibieën, insecten) • Verlies aan levensgemeenschappen en vegetatiewaarden (planten) met bijbehorende fauna

Bijlage 15

Staat van bedrijfsactiviteiten

NL.IMRO.1948.MEI001BP0012021P-ON01

Pagina: 100 van 152

Datum:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=379fb990-4f67-42db-b611-1c55513d0c26