Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad - Regels
Tekst van het document
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 91 van 173
Datum:
9.3.2 Herbouw van een bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.1, voor het herbouwen van een bestaande woning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats het bestaande bouwvlak of bouwperceel; b. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de Wet geluidhinder; c. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven of onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden; d. de in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast; e. de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en); f. er sprake is van een goed woon- en leefklimaat; g. er geen sprake is van een toename van het aantal woningen; h. de sloop van de bestaande woning is verzekerd; i. de maatvoering van de woning sluit aan op het bepaalde in artikel 9.2.4; j. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan.
9.3.3 Grotere afstand tussen bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van 9.2.5 en bijbehorende bouwwerken op een afstand van maximaal 30 meter van de bedrijfswoning toestaan als er redenen zijn van stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische of bouwtechnische aard. 9.3.4 Ondergronds bouwen buiten de gevelgrenzen van gebouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.1 voor het toestaan van ondergrondse gebouwen van maximaal één bouwlaag (3,5 m onder peil) buiten de gevelgrenzen van de gebouwen mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak of van een bestaand bouwperceel bedragen met een absoluut maximum van 150 m²; b. de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 m te bedragen behalve als de bestaande gebouwen dichter op de as van de weg staat; dan is deze afstand bepalend; c. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; d. afhankelijk van de situatie kan een landschappelijke inpassing worden geëist; e. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud.
9.3.5 Ondergrondse bouwwerken, geen gebouw zijnde tot 10 m bouwdiepte Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in 9.2.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 92 van 173
Datum:
9.4
Specifieke gebruiksregels
9.4.1 Strijdig gebruik a. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe bouwmaterialen, afval, puin, grind en brandstoffen, of andere vormen van buitenopslag; b. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats van al dan niet voor gebruik geschikte voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; c. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden als uitstallings- of opslagplaats, dan wel staan- of ligplaats voor onderkomens; d. het gebruiken of laten gebruiken van woningen voor enige vorm van detailhandel (uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom in het kader van aan-huis-verbonden bedrijvigheid en productiegebonden detailhandel als nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen in het buitengebied) en/of horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen in het buitengebied); e. het gebruiken of laten gebruiken van een gedeelte van een bedrijfsgebouw of bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning als woonruimte; f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of prostitutie; g.
handelingen en / of activiteiten waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar). 9.4.2 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een bedrijfswoning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de bedrijfswoning is; c. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; d. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein; f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; g.
het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 93 van 173
Datum:
afhaalpunt of showroom en productiegebonden detailhandel als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen, of in de vorm van horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenactiviteit bij bedrijfswoningen) zijn niet toegestaan. 9.4.3 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming Bedrijf is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassing binnen maximaal 12 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is aangelegd en aldus in stand wordt gehouden conform de als bijlagen aan de regels toegevoegde landschappelijke inpassingsplannen. Deze voorwaarde geldt voor de locaties: 1. Bus 10; 2. Bus 16; 3. Bossteeg 4; 4. Kremselen 7; 5 Heikampenweg 12; 6. Hoogstraat 27; 7. Rijtvenweg 3a; 9.4.4 Voorwaardelijke verplichting - sloop Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming Bedrijf is alleen toegestaan indien binnen maximaal 12 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan de sloop van de aangegeven bebouwing is uitgevoerd conform de in de bijlagen bij de toelichting opgenomen onderbouwingen cq inrichtingsplannen. Deze voorwaarde geldt voor de locaties: 1. Bus 10; 2. Bus 16; 3. Bossteeg 4; 4. Rijtvenweg 3a.
9.4.5 Voorwaardelijke verplichting bodemkwaliteit Bus 10 De gronden (drupzone) ter plaatse van de locatieaanduiding 'voorwaardelijke verplichting bodemkwaliteit', mogen ten behoeve van deze bestemming in gebruik worden genomen, mits voorafgaand hieraan middels een bodemonderzoek volgens de NEN 5707, is aangetoond dat: a. deze gronden milieuhygiënisch geschikt zijn voor het beoogde gebruik en het bevoegde gezag het/de betreffende onderzoek(en) heeft goedgekeurd. b. eventueel aangetoonde verontreiniging, waardoor de gronden milieuhygiënisch ongeschikt zijn voor het beoogde functie, zijn functioneel gesaneerd op een door het bevoegd gezag goedgekeurde wijze. 9.5
Afwijken van de gebruiksregels
9.5.1 Huisvesting in afwijking van het begrip 'woning' (kamerverhuur) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.1 en bewoning in afwijking van het begrip 'woning' toestaan voor kamerverhuur, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de huisvesting vindt plaats in een bestaande bedrijfswoning, die reeds aanwezig is ten tijde van terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan; b. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mogen, indien er een huishouden in de woning woont, naast dit huishouden maximaal 3 kamerhuurders in de bedrijfs)woning te
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 94 van 173
Datum:
c. d.
e. f. g.
worden gehuisvest. Indien er geen huishouden woonachtig is, mogen er maximaal 4 kamerhuurders worden gehuisvest; bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mag huisvesting alleen plaatsvinden op de begane grond en op de eerste verdieping; er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt of kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat; in een straal van 75 meter wordt voor niet meer dan één perceel/gebouw een omgevingsvergunning verleend voor kamerverhuur.
9.5.2 Andere bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.1 voor het vestigen van een ander soort bedrijf en/of bedrijfsactiviteit dan is opgenomen in de 'Tabel Bedrijven', waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte bedrijfsbebouwing mag niet worden vergroot; b. het nieuw te vestigen bedrijf mag naar aard en invloed niet meer milieuhinder voor de omgeving opleveren dan de oorspronkelijk toegestane bedrijfssoort; c. uitsluitend bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (opgenomen als bijlage bij de regels), alsmede bedrijven in categorie 3.1 voor zover deze naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met bedrijven in de categorieen 1 of 2, zijn toegestaan, met uitzondering van bedrijven met agrarische activiteiten; d. het toepassen van de afwijking mag geen onevenredige beperking opleveren van de bestaande bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven tot gevolg hebben; e. het nieuw te vestigen bedrijf mag geen grotere publieks- en/of verkeersaantrekkende werking hebben dan de oorspronkelijk toegestane bedrijfssoort; f.
er mag geen uitbreiding van bestaande detailhandel of nieuwvestiging van detailhandel plaatsvinden; 9.5.3 Buitenopslag Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de regels voor het toestaan van (permanente) buitenopslag, niet zijnde opslag in brandgevaarlijke goederen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het toepassen van de afwijking mag geen onevenredige beperking opleveren van de bestaande bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven tot gevolg hebben; b. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; c. ten minste 10% van de oppervlakte wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan; d. de hoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. 9.6
Wijzigingsbevoegdheid
9.6.1 Vormverandering bouwvlak Het college van B&W is bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De totale oppervlakte van het bouwvlak niet mag worden vergroot;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 95 van 173
Datum:
b. De vormverandering is noodzakelijk voor de ontwikkeling van het bedrijf; c. Er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; d. De wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; 9.6.2 Wijziging naar de bestemming 'Wonen' Het college van B&W is bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de bestemming 'Wonen', indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er wordt een bestemmingsvlak en bouwvlak op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehoud met de te slopen voormalige bedrijfsbebouwing en het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige bedrijfswoning en bijbehorende tuinen, erven en verhardingen; b. de oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij de voormalige bedrijfswoning dient door sloop van overtollige bedrijfsbebouwing teruggebracht te worden tot een gezamenlijke oppervlakte van 150 m², tenzij toepassing wordt gegeven aan de regeling in lid c; c. cultuurhistorisch waardevolle gebouwen dienen te allen tijde gehandhaafd dienen te blijven. d. de woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; e. het bedrijf ter plaatse is beëindigd en hergebruik is niet langer mogelijk; f. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; g.
de woning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; h. de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Meierijstad; i. aan de gronden die met toepassing van deze wijziging vallen buiten het bestemmingsvlak wonen, wordt een passende bestemming toegekend; j. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 9.6.3 Wijziging naar de bestemming 'Wonen' ten behoeve van boerderijsplitsing Het college van B&W is bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen in de vorm van een toename van het bestaande aantal woningen, ten behoeve van de splitsing van de voormalige boerderij in maximaal twee woningen, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. splitsing is uitsluitend toegestaan bij panden die aangetoond cultuurhistorische of monumentale waarden hebben, al dan niet aangeduid in een bestemmingsplan; b.
er dient met behulp van een bouwhistorisch onderzoek aangetoond te worden dat de splitsing bijdraagt aan de instandhouding of het versterken van de aanwezige cultuurhistorische waarden; hiervoor wordt advies gevraagd een deskundigen, zoals de Monumentencommissie; c. het bestaande architectonische karakter en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden, mogen niet worden aangetast; d. de bouwmassa van de voormalige bedrijfswoning dient een inhoud te hebben van ten minste 900 m³; e. de woningen dienen (na de splitsing) een inhoud te hebben van minimaal 450 m3 per woning; f. de bestaande bebouwde oppervlakte van de woonboerderij (inclusief de inpandige stal/het inpandig deel) mag niet worden vergroot; g. er wordt een bouwperceel op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing; h. 9.2.5 is hier van toepassing voor het toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken per woning;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 96 van 173
Datum:
i.
voor de overmaat aan bebouwing geldt dat deze moet worden gesloopt. De generieke sloop-bonus regeling voor vergroten oppervlakte bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) is hier van toepassing; j. aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de relevante (milieuhygiënische) wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid op het gebied van gezondheid, geluid, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geurhinder, hinder van bedrijfsactiviteiten, flora en fauna, externe veiligheid, water en archeologie; k. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; l. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; m. splitsing van een woning is alleen toegestaan het niet-agrarische bedrijf wordt beëindigd. Dit geldt niet voor bedrijven aan huis.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 97 van 173
Datum:
Artikel 10
Recreatie
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. recreatieve voorzieningen, welke bedrijfsmatig dienen te worden geexploiteerd, zoals genoemd in de 'Tabel Recreatiebedrijven'; b. ondersteunende horeca zoals genoemd in 10.4.3; c. bedrijfswoningen zoals aangegeven in de 'Tabel Recreatiebedrijven'; d. aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; e. (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen; f. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. groenvoorzieningen. Tabel Adres Recreatiebedrijven Aanduiding 'sr – 1' Liempdseweg
Huisnr. Functie
24
Bedrijfs woning
Recreatiewoning / B&B 1 locatie inclusief: - 20 logies verblijfseenheden in de verblijfsboerderij; - 10 camperplaatsen.
Opp. (m²)
1.500 m2
Tabel Recreatiebedrijv en
10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één recreatiebedrijf toegestaan; a. gebouwen zijn uitsluitend binnen het bestaande bestemmingsvlak toegestaan; b. de afstand van bouwwerken tot de weg waaraan wordt gebouwd, uitgezonderd erf- en terreinafscheidingen, niet minder mag bedragen dan 10 m; c. In afwijking van de in de planregels voorgeschreven dakhelling mag, indien een gebouw wordt voorzien van een kap, maximaal 40% van een gebouw worden voorzien van een platte afdekking; in dat geval is de aangegeven goothoogte tevens de maximale hoogte van de platte afdekking. d. de planologische gebruiksactiviteit mag niet gewijzigd worden; e. herbouw van bedrijfswoningen mag uitsluitend op de bestaande fundering plaatsvinden; f. ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m¹ onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bedrijfswoning en de verder binnen het bestemmingsvlak of bestaand bouwperceel toegestane gebouwen, met uitzondering van gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw; g.
de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 m onder peil gebouwd mag worden.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 98 van 173
Datum:
10.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gezamelijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan in de 'Tabel Recreatiebedrijven' onder 'Opp. (m²)' is aangegeven. Voor de gezamelijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen tellen de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, als bedoeld in artikel 9.2.4 en 9.2.5, niet mee; b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 5,5 m; c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 11 m; d. de dakhelling bedraagt minimaal 12°. e. permanente bewoning is niet toegestaan. 10.2.3 Recreatiewoningen Voor het bouwen van recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1' gelden de volgende bepalingen: a. het aantal recreatiewoningen of B&B verblijfseenheden mag niet meer bedragen dan 20; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 m; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; d. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 5 m; e. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º; f. permantente bewoning is niet toegestaan. 10.2.4 Bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.
de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6 m; d. de bouwhoogte van boomteelthekken mag niet meer bedragen dan 3 m; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; f. reclame-uitingen zijn toegestaan in de vorm van een reclamebord (naam en aard van het bedrijf), daarbij gelden de criteria uit de Welstandsnota 2018 Meierijstad of een nieuwere welstandsnota die deze vervangt. 10.2.5 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven in de 'Tabel Recreatiebedrijven'; b. de bedrijfswoning is toegestaan in het bouwvlak; c. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3. Indien de bestaande inhoud van de bedrijfswoning reeds groter is, geldt deze inhoud als maximum; d. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; e. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; f. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º; g. de dakhelling mag niet meer bedragen dan 60º; h. in afwijking van het bepaalde onder b.
geldt voor bedrijfswoningen, die deel uitmaken van een bestaande (woon)boerderij, bij gehele of gedeeltelijke herbouw van een (woon)boerderij, indien
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 99 van 173
Datum:
i.
de bestaande inhoud van de (woon)boerderij reeds meer dan 750 m³ bedraagt, de bestaande inhoud als maximum toegestane inhoud van de woning; in afwijking van het bepaalde onder b. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximale inhoud (m³)' of 'maximum volume' die in geldende bestemmingsplannen opgenomen is, de inhoud van de woning niet meer bedragen dan is aangeduid;
10.2.6 Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning Voor bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bestaande uit aangebouwde- en vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bestaande bouwvlak óf, indien er geen bouwvlak aanwezig is, binnen het bestaande bouwperceel opgericht te worden; b. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte per bedrijfswoning bedraagt maximaal 150 m2, met dien verstande dat: 1. indien de aanduiding ´maximum bebouwd oppervlak´ opgenomen is, geldt de ter plaatse aangegeven oppervlakte als maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken; 2. voor een geldend bestemmingsvlak waar volgens de regels van het bestemmingsplan, als opgenomen in de 'Tabel Recreatiebedrijven', een nevenactiviteit is toegestaan, geldt de in dat bestemmingsplan opgenomen oppervlakte voor bebouwing voor nevenactiviteiten tevens als maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken. c. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 m; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; e. de bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; f.
de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning bedraagt maximaal 15 m; 10.2.7 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 m mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de woning; 2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen. d. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 2. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben 30 m²; 3. overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. e. voor het bouwen van onoverdekte zwembaden bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: 1. onoverdekte zwembaden dienen binnen het bouwvlak of, indien aanwezig, binnen de aanduiding 'bijgebouwen' te worden gebouwd. 2.
de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; 3. de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 100 van 173
Datum: