Ontwikkelplan Buitengebied Meierijstad - Regels
Tekst van het document
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 69 van 173
Datum:
j.
toegekend; de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast.
6.7.4 Wijziging naar de bestemming 'Wonen' ten behoeve van boerderijsplitsing Het college van B&W is bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de splitsing van de voormalige boerderij in maximaal twee woningen, door de aanduiding 'twee-aaneen' (tae) aan deze bestemming toe te voegen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. splitsing is uitsluitend toegestaan bij panden die aangetoond cultuurhistorische of monumentale waarden hebben, al dan niet aangeduid in een bestemmingsplan; b. er dient met behulp van een bouwhistorisch onderzoek aangetoond te worden dat de splitsing bijdraagt aan de instandhouding of het versterken van de aanwezige cultuurhistorische waarden; hiervoor wordt advies gevraagd een deskundigen, zoals de Monumentencommissie; c. het bestaande architectonische karakter en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden, mogen niet worden aangetast; d. de bouwmassa van de voormalige agrarische bedrijfswoning dient een inhoud te hebben van ten minste 900 m³; e. de woningen dienen (na de splitsing) een inhoud te hebben van minimaal 450 m3 per woning; f. de bestaande bebouwde oppervlakte van de woonboerderij (inclusief de inpandige stal/het inpandig deel) mag niet worden vergroot; g. er wordt een bouwperceel op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing; h.
6.2.6 is hier van toepassing voor het toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken per woning; i. voor de overmaat aan bebouwing geldt dat deze moet worden gesloopt. De generieke sloop-bonus regeling voor vergroten oppervlakte bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) is hier van toepassing; j. aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de relevante (milieuhygiënische) wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid op het gebied van gezondheid, geluid, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geurhinder, hinder van bedrijfsactiviteiten, flora en fauna, externe veiligheid, water en archeologie; k. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; l. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; m. splitsing van een woning is alleen toegestaan, indien het agrarische bedrijf wordt beëindigd. Dit geldt niet voor bedrijven aan huis.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 70 van 173
Datum:
Artikel 7
Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Natuur- en Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische doeleinden, in het kader van bedrijfsmatige agrarische activiteiten, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; b. grondgebonden agrarische bedrijven, te exploiteren als bedrijfsmatige agrarische activiteiten, met uitzondering van glastuinbouwbedrijven, intensieve kwekerijen, intensieve veehouderijen en veehouderijen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding: 1. 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - plattelandsonderneming' tevens een plattelandsonderneming is toegestaan, waarbij wordt verwezen naar het bepaalde in 7.4.4; c. een rijbak ter plaatse van de aanduiding ‘rijbak’; d. een containerveld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden – containerveld'; e. een waterbassin ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden – waterbassin'; f. een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; g. uitoefening van nevenfuncties, ondergeschikt aan het agrarisch bedrijf, zoals genoemd in 7.4.3; h. agrarische activiteiten bij wijze van hobby; i. aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; j. mestbewerking en -verwerking voor het eigen bedrijf; k. (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen; l.
behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; m. extensief recreatief medegebruik; n. landschappelijke inpassing, zoals opgenomen als bijlagen bij de regels; o. tuin, ter plaatse van de aanduiding 'tuin'; met de daarbij behorende: p. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; q. groenvoorzieningen; r. wegen, paden en verkeersvoorzieningen; s. parkeervoorzieningen; t. tuinen en erven; u. voorzieningen van algemeen nut. 7.2
Bouwregels
7.2.1 Algemeen Voor bebouwing bij agrarische bedrijven gelden de volgende voorwaarden: a. uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming; b. bebouwing is uitsluitend toegestaan binnen bouwvlakken tenzij anders is bepaald; c. de afstand van bouwwerken tot de weg waaraan wordt gebouwd, uitgezonderd erf- en terreinafscheidingen, niet minder mag bedragen dan 10 m; d. bouwen ten behoeve van nevenfuncties is niet toegestaan; e. nevenfuncties binnen bestaande bebouwing zijn niet toegestaan, tenzij de regels anders
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 71 van 173
Datum:
bepalen (7.4.3); f. nieuwe bedrijfsbebouwing is alleen toegestaan ten behoeve van een reëel agrarisch bedrijf of een nog te ontwikkelen reëel agrarisch bedrijf, onder de voorwaarde dat bestaande bedrijfsbebouwing (die in gebruik is voor statische opslag) eerst wordt aangewend ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering; g. het bestaande aantal bedrijfswoningen mag niet toenemen; h. herbouw van bedrijfswoningen mag uitsluitend op de bestaande fundering plaatsvinden; i. ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bedrijfswoning en de verder binnen het bestemmingsvlak of bestaand bouwperceel toegestane gebouwen, met uitzondering van gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw; j. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 m onder peil gebouwd mag worden; k. bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen mogen, tenzij de regels anders bepalen, uitsluitend gebruikt worden voor: 1. wonen conform de definitie 'woning'; 2. het uitoefenen van beroepen en bedrijven aan huis.
7.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de goothoogte bedraagt niet meer dan 5,5 m; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 11 m; c. de dakhelling bedraagt minimaal 12°. 7.2.3 Bouwwerken, geen gebouw zijnde, binnen het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van sleufsilo's en keerwanden mag niet meer mag bedragen dan 3 m. Sleufsilo's zijn niet toegestaan vóór de voorgevelrooilijn; d. de bouwhoogte van stapmolens en longeercirkels mag niet meer bedragen dan 5 m; e. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6 m; f. de bouwhoogte van torensilo's, voedersilo's, melksilo's, mestsilo's en warmtebuffers mag niet meer bedragen dan 15 m, met dien verstande dat de afstand tot de grens van het bouwvlak minimaal 5 m bedraagt; g. de bouwhoogte van een mestbassin bedraagt maximaal 8,5 m; h. de bouwhoogte van boomteelthekken mag niet meer bedragen dan 3 m; i. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; j.
reclame-uitingen zijn toegestaan in de vorm van een reclamebord (naam en aard van het bedrijf), daarbij gelden de criteria uit de Welstandsnota 2018 Meierijstad of een nieuwere welstandsnota die deze vervangt.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 72 van 173
Datum:
7.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde, buiten het bouwvlak Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: a. in afwijking van het bepaalde in 7.2.1, sub b mogen buiten het bouwvlak uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van beheer en extensief dagrecreatief medegebruik (banken, informatiepanelen, e.d.) en erf- en terreinafscheidingen gebouwd worden; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van beheer en extensief recreatief medegebruik mag niet meer bedragen dan 2,5 m; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m en met dien verstande dat de afrastering een open karakter dient te hebben; d. terreinafscheidingen (niet zijnde erfafscheidingen) zijn toegestaan in de vorm van veekerende afrasteringen tot een bouwhoogte van 1,50 m; e. de bouwhoogte van boomteelthekken mag niet meer bedragen dan 2 m. 7.2.5 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. per bouwvlak is één bedrijfswoning toegestaan tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; b. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3.
Indien de bestaande inhoud van de bedrijfswoning reeds groter is, geldt deze inhoud als maximum; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; e. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º; f. de dakhelling mag niet meer bedragen dan 60º; g. in afwijking van het bepaalde onder b. geldt voor bedrijfswoningen, die deel uitmaken van een bestaande (woon)boerderij, bij gehele of gedeeltelijke herbouw van een(woon)boerderij, indien de bestaande inhoud van de (woon)boerderij reeds meer dan 750m³ bedraagt, de bestaande inhoud als maximum toegestane inhoud van de woning; h. in afwijking van het bepaalde onder b. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximale inhoud (m³)' of 'maximum volume' die in geldende bestemmingsplannen opgenomen is, de inhoud van de woning niet meer bedragen dan is aangeduid. 7.2.6 Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning Voor bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bestaande uit aangebouwde- en vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bestaande bouwvlak óf, indien er geen bouwvlak aanwezig is, binnen het bestaande bouwperceel opgericht te worden; b. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte per bedrijfswoning bedraagt maximaal 150 m2, met dien verstande dat: 1.
indien de aanduiding ´maximum bebouwd oppervlak´ opgenomen is, geldt de ter plaatse aangegeven oppervlakte als maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken; 2. voor een geldend bestemmingsvlak waar volgens de regels van het bestemmingsplan een nevenactiviteit is toegestaan, geldt de in dat bestemmingsplan opgenomen oppervlakte voor bebouwing voor nevenactiviteiten tevens als maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 73 van 173
Datum:
c. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 m; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; e. de bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; f. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning bedraagt maximaal 15 m. 7.2.7 Bouwwerken, geen gebouw zijnde bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 meter mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de woning; 2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen. d. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 2. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben 30 m²; 3. overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. e.
voor het bouwen van onoverdekte zwembaden bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: 1. onoverdekte zwembaden dienen binnen het bouwvlak of, indien aanwezig, binnen de aanduiding 'bijgebouwen' te worden gebouwd; 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; 3. de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m; 4. onoverdekte zwembaden mogen niet voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. f. de bouwhoogte van antennes voor zendamateurs mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat: 1. antennes niet mogen worden gesitueerd voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan; 2. antennes dienen te worden gesitueerd op of aan de woning dan wel op een afstand vanmaximaal 15 m van de woning. 7.3
Afwijken van de bouwregels
7.3.1 Herbouw van een bedrijfswoning buiten de bestaande fundamenten Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1, voor het herbouwen van een bestaande woning buiten de bestaande fundamenten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de herbouw vindt plaats het bestaande bouwvlak of bouwperceel; b. de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig, landschappelijk en milieukundig aanvaardbaar, waaronder dat moet worden voldaan aan de Wet geluidhinder; c. de situering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven of onevenredige aantasting van de in geding zijnde belangen, waaronder
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 74 van 173
Datum:
d. e. f. g. h. i. j.
die van omwonenden; de in het gebied aanwezige waarden worden niet onevenredig aangetast; de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en). er sprake is van een goed woon- en leefklimaat; er geen sprake is van een toename van het aantal woningen; de sloop van de bestaande woning is verzekerd; de maatvoering van de woning sluit aan op het bepaalde in artikel 7.2.5; er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan.
7.3.2 Grotere afstand tussen bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van 7.2.6 en bijbehorende bouwwerken op een afstand van maximaal 30 meter van de bedrijfswoning toestaan als er redenen zijn van stedenbouwkundige, architectonische, cultuurhistorische of bouwtechnische aard. 7.3.3 Hogere goot- en/of bouwhoogte bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.2 voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere goot- en/of bouwhoogte, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de hogere bouw- en/of goothoogte is noodzakelijk in het kader van een doelmatige en duurzame agrarische bedrijfsvoering of -ontwikkeling; b. de goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt niet meer dan 7,5 m; c. de bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt niet meer dan 12 m; d. de hogere bouw- en/of goothoogte is zowel vanuit milieuoogpunt als vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar; e. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; f. het bevoegd gezag kan verplichten om advies in te winnen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) over het bepaalde onder a, d en e.
7.3.4 Herbouw ten behoeve van nevenfuncties Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.1 voor herbouw van bebouwing ten behoeve van nevenfuncties, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het is niet mogelijk of gewenst deze nevenfuncties in de bestaande gebouwen binnen het bouwvlak te realiseren; b. sloop en nieuwbouw is niet toegestaan bij bebouwing die aangeduid is als karakteristieke bebouwing; c. het volume en oppervlakte van de te herbouwen gebouwen mag niet worden vergroot; d. de nieuwbouw is stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar; e. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; f. de nieuwbouw mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; g. deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 75 van 173
Datum:
erfinrichtingsplan. 7.3.5 Herbouw ten behoeve van nevenfuncties (sloop-bonus) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.1 voor de oprichting van nieuwe gebouwen ten behoeve van nevenfuncties, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het is niet mogelijk in de bestaande gebouwen binnen het bouwvlak deze nevenfuncties te realiseren; b. de nut en noodzaak - waaronder continuïteit van de nevenactiviteit - van de oprichting van de nieuwe gebouwen is aangetoond; c. nieuwbouw is uitsluitend toegestaan indien daarvoor vrijgekomen (agrarische) bebouwing wordt gesloopt, waarbij 50% van de gesloopte oppervlakte mag worden teruggebouwd; d. de nieuwbouw is stedenbouwkundig en landschappelijk aanvaardbaar; e. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; f. de nieuwbouw mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; g. deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatievemogelijkheden van het plangebied, hetgeen wordt geborgd in een door de gemeentegoedgekeurd erfinrichtingsplan.
7.3.6 Ondergronds bouwen buiten de gevelgrenzen van gebouwen Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.1 voor het toestaan van ondergrondse gebouwen van maximaal één bouwlaag (3,5 m onder peil) buiten de gevelgrenzen van de gebouwen mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak of van een bestaand bouwperceel bedragen met een absoluut maximum van 150 m²; b. de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 m te bedragen behalve als de bestaande gebouwen dichter op de as van de weg staat; dan is deze afstand bepalend; c. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; d. afhankelijk van de situatie kan een landschappelijke inpassing worden geëist; e. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud. 7.3.7 Ondergrondse bouwwerken, geen gebouw zijnde tot 10m bouwdiepte Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.1 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 m onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden. 7.4
Specifieke gebruiksregels
7.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van bouwwerken die niet in gebruik zijn voor de huisvesting van vee of in gebruik zijn voor de opslag en stalling ten behoeve van de veehouderij danwel niet vergund zijn voor het huisvesten van vee, in gebruik te nemen voor het huisvesten van vee;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 76 van 173
Datum:
b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van opslag buiten het bouwvlak; c. het gebruiken of laten gebruiken van voorzieningen voor opslag en installaties, anders dan ten behoeve van het eigen agrarische bedrijf; d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen voor het bewerken van agrarische producten, behoudens activiteiten welke ondergeschikt zijn aan het agrarisch bedrijf; e. een toename van ammoniakemissie als gevolg van wijziging van aanwezige dieraantallen, diersoorten en/of stalsystemen is niet toegestaan; f. handelingen en / of activiteiten waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar); g. het gebruiken of laten gebruiken van meer dan één bouwlaag van een gebouw ten behoeve van het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden; h. het gebruiken of laten gebruiken van een bedrijfswoning als plattelandswoning; i. het gebruiken of laten gebruiken van gronden buiten het bouwvlak ten behoeve van rijbakken, tenzij er sprake is van de aanduiding 'rijbak'; j. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van mestzakken; k. het gebruiken van gronden voor het racen of crossen met gemotoriseerde voertuigen; l.
het gebruik van agrarische gronden als tuin, met uitzondering van gronden op een afstand van minder dan 25 m rondom een bestemmingsvlak 'Wonen' en 'Bedrijf'. 7.4.2 Gebruik van bebouwing voor een beroep of bedrijf aan huis Binnen een bedrijfswoning of in bijbehorende bouwwerken bij een woning is een beroep of bedrijf aan huis toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats in de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken; b. het beroep of bedrijf aan huis ondersteunt de woonfunctie, dat wil zeggen dat degene die het beroep of bedrijf aan huis in de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken uitoefent, tevens de hoofdbewoner van de bedrijfswoning is; c. het aantal werkzame personen bij een beroep of bedrijf aan huis bedraagt maximaal 2 personen, waaronder inbegrepen de eigenaar van de woning; d. maximaal 40% van de brutovloeroppervlakte van de bedrijfswoning en/of bijbehorende bouwwerken is in gebruik ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis, met een absoluut maximum van 100 m²; e. het parkeren ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis vindt plaats op eigen terrein; f. vanaf de openbare weg zichtbare excessieve reclame-uitingen zijn niet toegestaan, hiervoor gelden de regels van de welstandsnota; g.
het beroep of bedrijf aan huis leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); h. het beroep of bedrijf aan huis mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering en bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven. i. de belangen van derden (omwonenden) worden niet geschaad; j. het aan huis verbonden beroep of bedrijf komt voor in de milieucategorie 1 of 2 van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' of kan, voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt, gelijk gesteld worden aan een bedrijf behorende tot één van die milieucategorieën; k. er vindt geen buitenopslag plaats ten behoeve van het beroep of bedrijf aan huis; l. beroepen of bedrijven aan huis in vorm van detailhandel, uitgezonderd internetwinkels zonder afhaalpunt of showroom en productiegebonden detailhandel als nevenfunctie bij agrarische bedrijfswoningen, of in de vorm van horeca (uitgezonderd ondersteunende horeca als nevenactiviteit bij agrarische bedrijfswoningen) zijn niet toegestaan.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 77 van 173
Datum:
7.4.3 Nevenfuncties Bij agrarische bedrijven zijn nevenfuncties toegestaan in de vorm van productiegebonden detailhandel en statische opslag, niet zijnde opslag in brandgevaarlijke goederen, binnen bestaande bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat de totale bedrijfsvloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan: a. 50 m² voor productiegebonden detailhandel, met dien verstande dat ter plaatse van een bebouwingsconcentratie productiegebonden detailhandel is toegestaan tot een oppervlakte van 100 m²; b. 1000 m² voor statische opslag. 7.4.4 Plattelandsonderneming Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden plattelandsonderneming' zijn tevens toegestaan: 1. Agrarisch technisch hulpbedrijven en agrarische verwante bedrijven tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van het bouwwerk of bouwwerken van 600 m²; 2. Zorgboerderijen, kinderboerderijen, maatschappelijke en culturele voorzieningen met zelfstandige kook- en eetgelegenheid en bijeenkomstruimte, niet zijnde ondersteunende horeca, tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van het bouwwerk of bouwwerken van 600 m²; 3. Hospice of tijdelijk verblijf voor revalidatie met zelfstandige kook- en eetgelegenheid en bijeenkomstruimte, niet zijnde ondersteunende horeca, tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van het bouwwerk of bouwwerken van 600 m²; 4.
Dagrecreatie, dagbesteding en verblijfsrecreatie al dan niet in combinatie met zorg met zelfstandige kook- en eetgelegenheid en bijeenkomstruimte, niet zijnde ondersteunende horeca, tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van het bouwwerk of bouwwerken van 600 m². 5. Niet-agrarische bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van het bouwwerk of bouwwerken van 600 m²; 6. Ondersteunende horeca met een oppervlakte voor de horecalocaliteit met een maximum van 100 m². Qua sluitingstijden en dergelijke wordt aangesloten bij het bepaalde in 7.5.2; 7. Een (boeren)terras bij ondersteunende horeca met een maximale oppervlake van 150 m²; 8. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden plattelandsonderneming' is detailhandel uitgesloten. 7.4.5 Mestbewerking a. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking is verboden; b. uitgezonderd van het bepaalde onder a. zijn: 1. mestbewerking van ter plaatse geproduceerde mest binnen een bouwvlak voor een veehouderij. De bewerking van ter plaatse geproduceerde mest maakt deel uit van de agrarische bedrijfsvoering; 2. mestbewerking van elders geproduceerde mest, indien er sprake is van mestvergisting van samenwerkende melkrundveehouders tot een maximale capaciteit van 25.000 ton/jaar.
Hierbij gelden de voorwaarden dat: de locatie goed is ontsloten; de op- , overslag en verwerking van producten niet in de openlucht plaatsvindt; in de gevallen waarbij er een verdere bewerking van de mest plaatsvindt, moet worden voldaan aan het vereiste dat ten minste 50% van het volume van de mest wordt omgezet in loosbaar water teneinde vrachtbewegingen te beperken en de ontwikkeling inpasbaar is in de
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 78 van 173
Datum:
omgeving. 7.4.6 Voorwaardelijke verplichting - landschappelijke inpassing Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak conform de bestemming Agrarisch met waarde - Natuur- en Landschapswaarden is alleen toegestaan indien de landschappelijke inpassing binnen maximaal 12 maanden na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan is aangelegd en aldus in stand wordt gehouden conform de als bijlagen aan de regels toegevoegde landschappelijke inpassingsplannen. Deze voorwaarde geldt voor de locaties: - Plaggensteeg 1a; - Hoogstraat 57. 7.5
Afwijken van de gebruiksregels
7.5.1 Huisvesting in afwijking van het begrip 'woning' (kamerverhuur) Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.1 en bewoning in afwijking van het begrip 'woning' toestaan voor kamerverhuur, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de huisvesting vindt plaats in een bestaande bedrijfswoning, die reeds aanwezig is ten tijde van terinzagelegging van dit ontwerpbestemmingsplan; b. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mogen, indien er een huishouden in de woning woont, naast dit huishouden maximaal 3 kamerhuurders in de bedrijfswoning te worden gehuisvest. Indien er geen huishouden woonachtig is, mogen er maximaal 4 kamerhuurders worden gehuisvest; c. bij het gebruik voor de huisvesting van kamerhuurders mag huisvesting alleen plaatsvinden op de begane grond en op de eerste verdieping; d. er mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking optreden dat deze leidt of kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; e. er ontstaat geen onevenredige aantasting van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en nabijgelegen bedrijven; f. er dient te worden aangetoond dat er sprake is van een verantwoord woon- en leefmilieu/klimaat; g.
in een straal van 75 meter wordt voor niet meer dan één perceel/gebouw een omgevingsvergunning verleend voor kamerverhuur. 7.5.2 Afwijken ten behoeve van nevenfuncties Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.4.3 voor het toestaan van nevenfuncties bij agrarische bedrijven, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de agrarische functie op het bouwvlak blijft als hoofdfunctie aanwezig en herkenbaar; b. nevenfuncties mogen uitsluitend worden uitgeoefend binnen het bouwvlak; c. detailhandel in het kader van/ten behoeve van de nevenfuncties, anders dan productiegebonden detailhandel, is niet toegestaan; d. de volgende nevenfuncties zijn toegestaan: 1. agrarisch technisch hulpbedrijven, agrarische verwante bedrijven tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 600 m², tenzij het agrarische bedrijf ligt binnen de Groenblauwe mantel; 2. zorgboerderijen, kinderboerderijen, maatschappelijke en culturele voorzieningen tot een
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 79 van 173
Datum:
maximum gezamenlijke oppervlakte van 500 m²; 3. dagrecreatie tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 500 m²; 4. niet-agrarische activiteiten in de milieucategorieën 1 en 2 tot een maximum gezamenlijke oppervlakte van 600 m²; 5. ondersteunende horeca met een oppervlakte van niet meer dan 30% van het totale overdekte en omsloten bruto vloeroppervlakte van de hoofdactiviteit met een maximum van 100 m² separaat afgebakende binnenruimte. Beëindiging van horeca-activiteiten en/of nevenfunctie vindt plaats om uiterlijk 19.00 uur. Per vestiging is maximaal 4 keer per jaar ontheffing van deze sluitingstijd mogelijk na schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders; 6. een (boeren)terras bij ondersteunende horeca met een maximale oppervlakte van 100 m². e. bij cumulatie van meerdere vormen van nevenfuncties mag de totale oppervlakte aan nevenfuncties, exclusief statische opslag, niet meer bedragen dan 1.200 m²; f. buitenopslag ten behoeve van de nevenfunctie is niet toegestaan; g. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast; h. er is geen sprake van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; i. de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; j. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen.
7.5.3 Gebruik bedrijfswoning als plattelandswoning Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken voor het gebruik van een bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf als plattelandswoning, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. herbestemming tot de bestemming 'Wonen' is niet mogelijk vanwege de milieusituatie van het bijbehorende eigen bedrijf (ook een bedrijf met een mengvorm van agrarische activiteiten gecombineerd met verbrede activiteiten valt hieronder); b. er is sprake van een legale situatie, zowel voor de bedrijfswoning(en) als het agrarisch bedrijf; c. er is sprake van een bestaand en in gebruik zijnde levensvatbaar agrarisch bedrijf, hetzij zelfstandig, hetzij als onderdeel van een ander agrarisch bedrijf; d. er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de plattelandswoning. Ten behoeve van de toetsing van de normen voor geur en geluid stelt het bevoegd gezag een beleidsregel vast; e. de milieueffecten van de omliggende bedrijven mogen op het moment van de aanvraag gelet op het woon- en leefklimaat, geen belemmering vormen voor een eventuele omzetting naar burgerwoning op een later moment; f. de toekenning van de aanwijzing tot plattelandswoning mag niet leiden tot het oprichten van een extra bedrijfswoning (cumulatie); g.
nieuwe bedrijfsgebouwen en/of nieuwe emissiepunten zijn uitsluitend toegestaan op een afstand van minimaal 25 m van de gevel van de plattelandswoning; h. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan. 7.5.4 Buitenopslag Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor het toestaan van (permanente) buitenopslag, niet zijnde opslag in brandgevaarlijke goederen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het toepassen van de afwijking mag geen onevenredige beperking opleveren van de bestaande bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven tot gevolg hebben;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 80 van 173
Datum:
b. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; c. ten minste 10% van de oppervlakte wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing op basis van een erfbeplantingsplan; d. De hoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. 7.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.6.1 Verboden werken en werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren zoals aangegeven in onderstaande tabel: Tabel omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden 'Awg' Aardkundig waardevol gebied 'Chwa' Cultuurhistorisch waardevolle akker 'Chwg' Cultuurhistorisch waardevol gebied 'Lgd' Leefgebied dassen 'Wb' Waardevol beekdal 'Lgs' Leefgebied struweelvogels 'Lgw' Leefgebied weidevogels Aanduiding
Awg Chw a
Werken en werkzaamheden 1. het verzetten of vergraven van grond waarbij OV het maaiveld over meer dan 100 m² of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van steilranden worden gewijzigd, m.u.v. waterpoelen tot een oppervlakte van 200 m² en een diepte van 1,5 m of indien een ontgrondingvergunning is vereist 2. het omzetten van grond of uitvoeren van OV bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld, m.u.v. de vervanging van ondergrondse leidingen 3. het verlagen van de grondwaterstand door OV aanleg van drainage of bemaling en/of bronnering 4. het verlagen van de grondwaterstand door het OV aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren 6. het wijzigen van de bergingscapaciteit via het ophogen van gronden en het aanleggen van dammen, dijken of kaden 7. het verwijderen of rooien(vellen) van bos en/of andere grote houtopstanden
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Chwg Lgd Wb Lgs Lg w
Lgks
OV
OV
OV OV -
OV
OV
OV
OV
OV -
-
OV
OV
-
-
OV OV -
OV
OV
-
OV
OV OV -
OV
OV
-
-
-
-
-
NVT
NVT
NV NV NV NVT NVT T T T
Pagina: 81 van 173
-
-
Datum:
8. het verwijderen of rooien (vellen) van natuuren landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie 9. het aanleggen of aanplanten van hoger dan 1,5 m opgaand houtgewas met agrarische productiefunctie 10. het aanleggen of aanplanten van bos-, natuur- en landschapselementen of ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie 11. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur 12. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, waterlopen of steilranden en het verwijderen van paden en onverharde wegen 13. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, geen containervelden zijnde en indien meer dan 100 m² per perceel 14. het omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur
-
OV
OV
OV OV OV -
OV
-
OV
-
-
NT -
NT
OV
-
OV
OV
-
OV -
OV
OV
-
-
-
OV OV -
OV
OV
OV
OV
OV
OV OV OV OV
OV
-
OV
OV
OV -
OV
-
-
-
-
OV OV
OV -
-
-
OV = omgevingsvergunning vereist NT = niet toegestaan NVT = niet van toepassing - = toegestaan zonder omgevingsvergunning 7.6.2 Uitzonderingen Het in artikel 7.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vastgesteld projectplan en/of een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; c. binnen het bouwvlak en/of het differentiatievlak plaatsvinden; 7.6.3 Toelaatbaarheid a. De in artikel 7.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. b. Voor wat betreft de verdere afwegingsaspecten en beoordelingscriteria geldt de 'Tabel ingrepen / effect BP Buitengebied'.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 82 van 173
Datum:
7.7
Wijzigingsbevoegdheden
7.7.1 Vormverandering bouwvlak Het college van B&W is bevoegd om een bouwvlak van een grondgebonden en overig niet-grondgebonden bedrijf te veranderen, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte van het bouwvlak wordt niet vergroot; b. er zijn aantoonbare ruimtelijk-economische belangen voor de lange termijn aanwezig die noodzaken tot verandering van het bouwvlak; c. er is aangetoond dat de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak te doen plaatsvinden; d. de verandering is zowel vanuit milieuoogpunt, in het bijzonder wat betreft ammoniak, geur, fijn stof en gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, in het bijzonder wat betreft natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar; e. de verandering levert geen beperking op voor de bedrijfsvoering of -ontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven; f. er is voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een uitvoerbaar beplantingsplan, dat is afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken; g. wijziging is niet mogelijk binnen de Ecologische Hoofdstructuur (Natuurnetwerk Brabant) en binnen 10 m van het hart van een ecologische verbindingszone er is vooraf advies ingewonnen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) over het bepaalde onder b en c. h.
de wijziging leidt niet tot een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar); 7.7.2 Vergroten van het bouwvlak voor het bouwen van sleufsilo's, kuilvoerplaten of andere voorzieningen Het college van B&W is bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen in de vorm van een vergroting van het bouwvlak van agrarische bedrijven, voor het oprichten van sleufsilo's, kuilvoerplaten of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer buiten een bouwvlak. Daarbij moet voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. het bedrijf vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer; b. de bouw noodzakelijk is in het kader van een doelmatige en duurzame agrarische bedrijfsvoering of -ontwikkeling; c. er is aangetoond dat de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de sleufsilo's, kuilvoerplaten of voorzieningen voor de opslag van ruwvoer binnen het bestaande bouwvlak op te richten; d. de afstand van kuilvoerplaten en/of sleufsilo's tot het bestaande bouwvlak niet meer mag bedragen dan 25 m; e. de gezamenlijke oppervlakte van kuilvoerplaten, en/of sleufsilo's niet meer mag bedragen dan 0,5 ha; f. het wijzigingsplan borgt dat de desbetreffende oppervlakte, van maximaal 0,5 ha, uitsluitend gebruikt wordt ten behoeve van voorzieningen -geen gebouwen zijnde- voor de opslag van ruwvoer; g.
de oppervlakte van het bouwvlak mag, nadat toepassing is gegeven aan de wijzigingsbevoegdheid, niet meer bedragen dan 2 ha; h. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter; i. deze bevoegdheid alleen mag worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 83 van 173
Datum:
het plangebied, hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; j. er geen sprake is van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; k. de bouw zowel vanuit milieuoogpunt als vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is; l. de afstand tot de weg niet minder dan 10 meter bedraagt; m. de afstand tot de bouwperceelsgrens bedraagt niet minder dan 3 meter; n. de afwijking niet leidt tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; o. de wijziging leidt niet tot een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar); p. toepassing van de afwijkingsbevoegdheid niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperking veehouderij', tenzij aangetoond is dat er sprake is van een grondgebonden veehouderij waarbij tevens maatregelen dienen te worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij; q. de sleufsilo's, kuilvoerplaten of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer niet komen te liggen binnen de aanduidingen: 'wro-zone - zoekgebied voor ecologische verbindingszone', 'wro-zone - zoekgebied behoud en herstel watersystemen' of ´ecologische hoofdstructuur´.
7.7.3 Wijziging naar de bestemming 'Wonen' Het college van B&W is bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de bestemming 'Wonen', indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er wordt een bestemmingsvlak en bouwvlak op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehoud met de te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige agrarische bedrijfswoning en bijbehorende tuinen, erven en verhardingen; b. de oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen bij de voormalige agrarische bedrijfswoning dient door sloop van overtollige bedrijfsbebouwing teruggebracht te worden tot een gezamenlijke oppervlakte van 150 m², tenzij toepassing wordt gegeven aan de regeling in lid c; c. cultuurhistorisch waardevolle gebouwen dienen te allen tijde gehandhaafd dienen te blijven. d. de woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; e. het agrarisch bedrijf ter plaatse is beëindigd en agrarisch hergebruik is niet langer mogelijk; f. er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; g. de woning leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen; h.
de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied overeenkomstig de regeling kwaliteitsverbetering landschap Meierijstad; i. aan de gronden die met toepassing van deze wijziging vallen buiten het bestemmingsvlak wonen, wordt de gebiedsbestemming 'Agrarisch met Waarden - Natuur- en Landschapswaarden' toegekend; j. de in het gebied aanwezige waarden mogen niet onevenredig worden aangetast. 7.7.4 Wijziging naar de bestemming 'Wonen' ten behoeve van boerderijsplitsing Het college van B&W is bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen ten behoeve van de splitsing van de voormalige boerderij in maximaal twee woningen, door de aanduiding 'twee-aaneen' (tae) aan deze bestemming toe te voegen, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 84 van 173
Datum:
a. splitsing is uitsluitend toegestaan bij panden die aangetoond cultuurhistorische of monumentale waarden hebben, al dan niet aangeduid in een bestemmingsplan; b. er dient met behulp van een bouwhistorisch onderzoek aangetoond te worden dat de splitsing bijdraagt aan de instandhouding of het versterken van de aanwezige cultuurhistorische waarden; hiervoor wordt advies gevraagd een deskundigen, zoals de Monumentencommissie; c. het bestaande architectonische karakter en de daaraan te onderkennen cultuurhistorische waarden, mogen niet worden aangetast; d. de bouwmassa van de voormalige agrarische bedrijfswoning dient een inhoud te hebben van ten minste 900 m³; e. de woningen dienen (na de splitsing) een inhoud te hebben van minimaal 450 m3 per woning; f. de bestaande bebouwde oppervlakte van de woonboerderij (inclusief de inpandige stal/het inpandig deel) mag niet worden vergroot; g. er wordt een bouwperceel op maat gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing; h. 7.2.6 is hier van toepassing voor het toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken per woning; i. voor de overmaat aan bebouwing geldt dat deze moet worden gesloopt. De generieke sloop-bonus regeling voor vergroten oppervlakte bijbehorende bouwwerken (sloop-bonus) is hier van toepassing; j.
aangetoond dient te worden dat voldaan wordt aan de relevante (milieuhygiënische) wet- en regelgeving en gemeentelijk beleid op het gebied van gezondheid, geluid, bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, geurhinder, hinder van bedrijfsactiviteiten, flora en fauna, externe veiligheid, water en archeologie; k. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; l. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; m. splitsing van een woning is alleen toegestaan, indien het agrarische bedrijf wordt beëindigd. Dit geldt niet voor bedrijven aan huis.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 85 van 173
Datum:
Artikel 8
Agrarisch met waarden - Open landschap
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden - Open Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. hobbymatig agrarisch gebruik; c. extensief dagrecreatief medegebruik en de daarbij horende voorzieningen; d. landschappelijke inpassing, zoals opgenomen als bijlagen bij de regels; met de daarbij behorende: e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. wegen, paden en verkeersvoorzieningen; h. parkeervoorzieningen; i. tuinen en erven; j. voorzieningen van algemeen nut. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Algemeen op of in de in artikel 8.1 genoemde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken worden gebouwd; binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Open Landschap’ is het bouwen van gebouwen niet toegestaan. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Open Landschap’ de volgende regels: a. er mogen slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van beheer en extensief dagrecreatief medegebruik (banken, informatiepanelen, e.d.) en erf- en terreinafscheidingen gebouwd worden; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van beheer en extensief recreatief medegebruik mag niet meer bedragen dan 2,5 m; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m en met dien verstande dat de afrastering een open karakter dient te hebben; d. terreinafscheidingen (niet zijnde erfafscheidingen) zijn toegestaan in de vorm van veekerende afrasteringen tot een bouwhoogte van 1,50 m; e. de bouwhoogte van boomteelthekken mag niet meer bedragen dan 2 m.
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 86 van 173
Datum:
Artikel 9
Bedrijf
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. niet-agarische bedrijven die zijn opgenomen in de 'Tabel Bedrijven' met bijbehorende voorzieningen, waarbij de vestiging geen betrekking heeft op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. b. bedrijfswoningen zoals aangegeven in de 'Tabel Bedrijven'; c. nevenfuncties zoals aangegeven in de 'Tabel Bedrijven'; d. aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven; e. (onverharde) paden en wegen en parkeervoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; h. groenvoorzieningen. Aanduiding
Adres
Bedrijf Functie swoni ng 1 statische opslag
'specifieke vorm van bedrijf - 1' ''specifieke vorm van bedrijf - 2'
Rijtvenweg 3a Hoogstraat 27
'specifieke vorm van bedrijf - 3'
Heikampen weg 12
'specifieke vorm van bedrijf - 4'
Kremselen 7 1
1
1
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Oppervlakte Nevenfunctie(s) bedrijfsbebo uwing(m2) 1.000 m2 nvt
timmerwerkbedrijf 600 m2 nvt met bijbehorende voorzieningen opslag ten behoeve 900 m2 nvt van partyverhuur en catering aannemersbedrijf 900 m2 - Bebouwing ten (bebouwing behoeve van opslag ten behoeve (236 m2); van het - Hobbymatig aannemersbed agrarisch gebruik rijf) (115 m2); - Privedoeleinden (100 m2);
Pagina: 87 van 173
Datum:
'specifieke vorm van bedrijf - 5'
Bus 10
1
'specifieke vorm van bedrijf - 6'
Bus 16
1
'specifieke vorm van bedrijf - 7'
Bossteeg 4
1
kleinschalige 496 m2 bedrijfsverzamelgeb ouwen ten behoeve van meerdere bedrijfjes, dat naar aard en invloed op de omgeving kan worden gelijkgesteld aan een bedrijf in categorie 1 en 2 in de Staat van bedrijfsactiviteiten, waarbij de uitoefening van het niet-agrarische bedrijf geen betrekking heeft op: - een kantoor met baliefunctie; - lawaaisport; - mestbewerking. (1.38) , en waarvan 150 m2 tevens voor cursussen, trainingen en life coaching wordt benut. een reparatiebedrijf 900 m2 van auto's met bijbehorende opslagcapaciteit. aannemersbedrijf 600 m2
nvt
nvt
nvt
Tabel Bedrijv en
9.2
Bouwregels
9.2.1 Algemeen Voor het bouwen van bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één bedrijf toegestaan, tenzij anders is bepaald in de 'Tabel Bedrijven'; b. gebouwen zijn uitsluitend binnen het bestaande bestemmingsvlak toegestaan of wanneer er een bouwvlak is aangegeven binnen het bestaande bouwvlak; c. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; d. de afstand van bouwwerken tot de weg waaraan wordt gebouwd, uitgezonderd erf- en
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 88 van 173
Datum:
terreinafscheidingen, niet minder mag bedragen dan 10 m; e. in afwijking van de in de planregels voorgeschreven dakhelling mag, indien een gebouw wordt voorzien van een kap, maximaal 40% van een gebouw worden voorzien van een platte afdekking; in dat geval is de aangegeven goothoogte tevens de maximale hoogte van de platte afdekking. f. herbouw van bedrijfswoningen mag uitsluitend op de bestaande fundering plaatsvinden; g. ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (3,5 m¹ onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bedrijfswoning en de verder binnen het bestemmingsvlak of bestaand bouwperceel toegestane gebouwen, met uitzondering van gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van dieren. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw; h. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m onder peil, met dien verstande dat een voorziening ten behoeve van de waterhuishouding tot maximaal 6 m onder peil gebouwd mag worden. 9.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gezamelijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan in de 'Tabel bedrijven' onder 'Opp. (m²)' is aangegeven.
Voor de gezamelijke oppervlakte van bedrijfsgebouwen tellen de bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, als bedoeld in artikel 9.2.4 en 9.2.5, niet mee; b. de goothoogte bedraagt niet meer dan 5,5 m; c. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 11 m; d. de dakhelling bedraagt minimaal 12°. 9.2.3 Bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van sleufsilo's en keerwanden mag niet meer mag bedragen dan 3 m. Sleufsilo's niet zijn toegestaan vóór de voorgevelrooilijn; d. de bouwhoogte van stapmolens en longeercirkels mag niet meer bedragen dan 5 m; e. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6 m; f. de bouwhoogte van torensilo's, voedersilo's, melksilo's, mestsilo's en warmtebuffers mag niet meer bedragen dan 15 m, met dien verstande dat de afstand tot de grens van het bouwvlak minimaal 5 m bedraagt; g. de bouwhoogte van een mestbassin bedraagt maximaal 8,5 m; h. de bouwhoogte van boomteelthekken mag niet meer bedragen dan 3 m; i.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; j. reclame-uitingen zijn toegestaan in de vorm van een reclamebord (naam en aard van het bedrijf), daarbij gelden de criteria uit de Welstandsnota 2018 Meierijstad of een nieuwere welstandsnota die deze vervangt. 9.2.4 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan is aangegeven in de 'Tabel
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 89 van 173
Datum:
b. c. d. e. f. g.
h.
Bedrijven'; De inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m3. Indien de bestaande inhoud van de bedrijfswoning reeds groter is, geldt deze inhoud als maximum; De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m; De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; De dakhelling mag niet minder bedragen dan 12º.; De dakhelling mag niet meer bedragen dan 60º; In afwijking van het bepaalde onder b. geldt voor bedrijfswoningen, die deel uitmaken van een bestaande (woon)boerderij, bij gehele of gedeeltelijke herbouw van een (woon)boerderij, indien de bestaande inhoud van de (woon)boerderij reeds meer dan 750 m³ bedraagt, de bestaande inhoud als maximum toegestane inhoud van de woning; In afwijking van het bepaalde onder b. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximale inhoud (m³)' of 'maximum volume', de inhoud van de woning niet meer bedragen dan is aangeduid;
9.2.5 Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning Voor bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning bestaande uit aangebouwde- en vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken dienen binnen het bestaande bouwvlak óf, indien er geen bouwvlak aanwezig is, binnen het bestaande bouwperceel opgericht te worden; b. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte per bedrijfswoning bedraagt maximaal 150 m2, met dien verstande dat: 1. indien de aanduiding ´maximum bebouwd oppervlak´ opgenomen is, geldt de ter plaatse aangegeven oppervlakte als maximaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken; 2. voor een geldend bestemmingsvlak waar volgens de regels van het bestemmingsplan, als opgenomen in de 'Tabel Bedrijven', een nevenactiviteit is toegestaan, geldt de in dat bestemmingsplan opgenomen oppervlakte voor bebouwing voor nevenactiviteiten tevens als maximale oppervlakte voor bijbehorende bouwwerken. c. de goothoogte bedraagt maximaal 3,30 m; d. de bouwhoogte bedraagt maximaal 6 m; e. de bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; f.
de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de bedrijfswoning bedraagt maximaal 15 m; 9.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij de bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt niet meer dan 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer bedraagt dan 1 m; b. de bouwhoogte van transparante toegangspoorten of penanten in de erfafscheiding bedraagt maximaal 3 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3m. met uitzondering van: 1. lichtmasten, waarvan de hoogte maximaal 6 m mag bedragen, mits geplaatst achter de achtergevellijn van de bedrijfswoning; 2. nestgelegenheden voor vogels, waarvan de hoogte maximaal 8 m mag bedragen. d. voor het bouwen van een overkapping gelden de volgende bepalingen: 1. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 5 m; 2. een overkapping mag geen grotere oppervlakte hebben 30 m²;
NL.IMRO.1948.MEI001BP0012020P-VG01
Pagina: 90 van 173
Datum:
3. overkappingen mogen niet voor de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. e. voor het bouwen van onoverdekte zwembaden bij een bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: 1. onoverdekte zwembaden dienen binnen het bouwvlak of, indien aanwezig, binnen de aanduiding 'bijgebouwen' te worden gebouwd. 2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 100 m²; 3. de afstand tot (bedrijfs)woningen van derden mag niet minder bedragen dan 15 m; 4. onoverdekte zwembaden mogen niet voor de voorgevel van de woning en het verlengde daarvan worden gesitueerd. f. de bouwhoogte van antennes voor zendamateurs mag niet meer bedragen dan 12 m, met dien verstande dat: 1. antennes niet mogen worden gesitueerd voor de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan; 2. antennes dienen te worden gesitueerd op of aan de bedrijfswoning dan wel op een afstand van maximaal 15 m van de woning. 9.3
Afwijken van de bouwregels
9.3.1 Vergroten van het oppervlakte bedrijfsbebouwing Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.1 voor het vergroten van de maximaal toegestane bebouwde oppervlakte, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de vergroting vindt plaats binnen het bestaande bestemmingsvlak of wanneer er een bouwvlak is aangegeven binnen het bestaande bouwvlak; b. de vergroting is noodzakelijk uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering of -ontwikkeling van het bedrijf of de vergroting vormt een aanmerkelijke verbetering in landschappelijk en/of milieuhygiënisch opzicht, doordat bestaande buitenopslag of bedrijvigheid die plaatsvindt in de openlucht, ondergebracht kan worden in bedrijfsbebouwing; c. er is aangetoond dat de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de vergroting binnen bestaande bebouwing te doen plaatsvinden; d. de vergroting is zowel vanuit milieuoogpunt als vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar; e. de vergroting niet meer bedraagt dan 15% van de maximaal toegestane bebouwde oppervlakte; f. agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarische-verwante bedrijven mogen uitbreiden met maximaal 25% van de aangegeven bebouwde oppervlakte; g. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; h.
er is geen sprake van onevenredige milieuhygiënische belemmeringen; i. de vergroting leidt niet tot een onevenredige publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in relatie tot de functie en aard van de omliggende weg(en); j. deze bevoegdheid mag alleen worden toegepast mits dit gepaard gaat met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van de bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, hetgeen wordt geborgd in een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; k. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking is niet toegestaan.