CConstaterende datMeierijstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Meierijstad Rapportage Woonwensenonderzoek 2023

Commissie Mens en Maatschappij 12 september 2024, gemeente MeierijstadBij agendapunt: Beantwoording technische vragen Woonzorgvisie 'Thuis in Meierijstad, thuis in vitale wijken en dorpen'15.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

32%

huur €694-808

12%

huur > €808 koop < €355.000

8%

koop €355.000-405.000 koop > €405.000

12% 21%

36

7.3

Gewenst woningtype

Meeste doorstromers hebben alleen belangstelling voor grondgebonden woning • 64% van de doorstromers is alleen op zoek naar een grondgebonden woning, een iets kleinere groep (16%) heeft enkel interesse in gestapelde bouw. De rest maakt het type woning niet uit. Voorkeurverschillen tussen doorstromersgroepen • Doorstromers die nu in een grondgebonden woning wonen, zoeken vaker dan gemiddeld alleen in het grondgebonden segment (63%) en doorstromers die nu gestapeld wonen juist minder vaak (48%). • Inkomensgroepen boven €4.000 hebben vaker dan gemiddeld belangstelling voor grondgebonden woningen. Appartement is populair onder senioren • De meest populaire woningtypen onder doorstromers tot 65 jaar zijn: vrijstaande woningen, twee-onder-één kap woningen, hoekwoningen en vrijstaande bungalows. • Onder doorstromers van 65 jaar of ouder is de flat/appartement het populairst (46%), gevolgd door de geschakelde bungalow (35%), vrijstaande bungalow (27%) en de benedenwoning (23%). Figuur 7.2: Gewenste woningtype(n) door doorstromers 29%

vrijstaande woning 27%

vrijstaande bungalow

25%

2-onder-1-kap

24%

flat, appartement

23%

hoekwoning

23%

geschakelde bungalow 16%

woning in rijtje 13%

benedenwoning 0%

5%

10% Totaal

15%

20%

tot 65 jaar

37

25%

30%

65 jaar e.o.

35%

40%

45%

50%

Helft doorstromers heeft geen expliciete voorkeur voor nieuwbouw of bestaande bouw • Ongeveer de helft van de doorstromers (48%) heeft geen uitgesproken voorkeur voor bestaande bouw of nieuwbouw. 14% wil een nieuwbouwwoning, 18% een recent gebouwde woning en 13% een bestaande woning. Voor een kavel bestaat bij 7% belangstelling. Tabel 7.2: Gewenste bouwperiode door doorstromers <65 jaar

65 jaar e.o.

Totaal

Nieuwbouwwoning

13%

15%

14%

Recent gebouwde woning

16%

23%

18%

Bestaande woning

14%

11%

13%

Kavel

9%

3%

7%

Geen voorkeur

48%

48%

48%

Totaal

8.800

4.000

12.800

Helft doorstromers zoekt 2 of 3 kamers • Veel doorstromers zoeken een woonruimte met 2 of 3 kamers (47%) of 4 of 5 kamers (43%). 10% wenst 6 kamers of meer. • Het gewenste woonoppervlak van de woning ligt bij doorstromers vanaf 65 jaar met name tussen 75 en 120 m2 (51%). Bij doorstromers tot 65 jaar ligt dit wat meer verspreid. Figuur 7.3: Gewenst woonoppervlak door doorstromers

Totaal

8%

<65 jaar

7%

65 jaar e.o

18%

13%

16%

10%

0%

10%

Minder dan 50 m² 120-140 m²

11%

18%

12%

29%

20%

30%

19%

25%

50%

50-75 m² 140 m² of meer

25%

9%

22%

40%

25%

60%

7%

70%

75-100 m² Weet niet/geen mening

23%

80%

90%

100%

100-120 m²

Buitenruimte: liefst eigen tuin • Op een enkeling na vinden alle doorstromers buitenruimte bij de woning belangrijk. Het gewenste type buitenruimte verschilt per leeftijdsgroep. • Verreweg de meeste doorstromers tot 65 jaar geven aan dat zij het liefst een eigen tuin bij de woning hebben (88%). Op ruime afstand volgen een balkon of terras (17%), een patio of binnenplaats (12%), een dakterras (12%) of een combinatie van een gemeenschappelijke tuin en eigen buitenruimte (11%). • Doorstromers vanaf 65 jaar geven, na de eigen tuin (53%), de voorkeur aan een balkon of terras (25%) of een patio/binnenplaats (17%). Prijs, buitenruimte en energiezuinigheid meest belangrijk • De prijs van de woning (66%) en buitenruimte bij de woning (57%) en de energiezuinigheid van de woning (51%) staan in de top 3 van meest genoemde kenmerken van de woning waar men op let bij de keuze van de woning.

38

• •

De groep huishoudens ouder dan 65 jaar noemt, niet geheel onverwacht, de levensloopbestendigheid van de woning relatief vaak. Bij doorstomers met voorkeur voor een huurwoning wordt het aantal slaapkamers relatief vaak genoemd. Doorstromers met een koopwens noemen relatief vaak een eigen parkeerplaats.

Stijgende hypotheekrente beïnvloedt vooral woonwensen van doorstromers tot 65 jaar • 29% van de doorstromers geeft aan dat de stijgende hypotheekrente invloed heeft op hun woonwensen. Doorstromers tot 65 jaar geven dat vaker aan (33%) dan doorstromers van 65 jaar of ouder (17%). • Doorstromers noemen vooral de hogere maandlasten, de lagere hypotheek die ze kunnen krijgen, beperktere mogelijkheden en het met minder genoegen moeten nemen (woonwensen bijstellen naar beneden). “Er zijn minder financiële mogelijkheden om een passende woning te vinden die aan onze wensen voldoet”. “Het wordt belangrijker om naar andere aspecten van de woning te kijken zoals het energielabel. Door te kunnen besparen op energie- of verbouwingskosten kan je de kosten binnen de perken houden.” Ook noemt men de verkoopbaarheid van de huidige woning,

7.4

Bijzondere woonvormen

Net als aan de starters, is ook aan de doorstromers een aantal bijzondere woonvormen met een korte omschrijving voorgelegd met de vraag of zij deze (eventueel) zouden overwegen. Ongeveer helft doorstromers mogelijk geïnteresseerd in bijzondere woonvormen • Circa 48% van de doorstromers zou (eventueel) één of meerdere bijzondere woonvormen overwegen. • Doorstromers jonger dan 65 jaar zijn vooral geïnteresseerd in een verbouwd kantoor/school/kerk/klooster/fabriek. Doorstromers van 65 jaar of ouder geven relatief vaak de voorkeur aan een kleinschalig woonzorgproject. Tabel 7.3: Interesse in bijzondere woonvormen naar leeftijdsgroep <65 jaar

65 jaar e.o.

Totaal

Verbouwd kantoor/school/kerk/klooster/fabriek

25%

15%

22%

Meergeneratie-woning

20%

10%

17%

Wonen met alleen gelijkgestemden

9%

12%

10%

Kleinschalig woonzorgproject

6%

17%

9%

Tiny-house

11%

5%

9%

Gemeenschappelijk wonen

7%

13%

9%

Friends-wonen

1%

0%

1%

Anders

2%

8%

4%

GEEN van deze woonvormen vind ik aantrekkelijk

44%

31%

40%

Weet niet/geen mening

8%

20%

12%

8.800

4.000

12.800

Totaal

Interesse onder doorstromers met huurwens lager dan onder doorstromers met koopwens • De belangstelling voor bijzondere woonvormen onder huishoudens die willen gaan huren is iets hoger (48%) dan onder degenen die willen kopen (45%). Huishoudens die geen voorkeur hebben voor huren of kopen hebben relatief veel interesse in bijzondere woonvormen (61%).

39

•

Onder degenen die willen gaan kopen is de belangstelling voor een meergeneratiewoning groter dan onder degenen die willen gaan huren. Degenen die willen gaan huren hebben, in vergelijking met potentiële kopers meer interesse in een kleinschalig woonzorgproject.

Tabel 7.4: Interesse in bijzondere woonvormen naar gewenste eigendomsvorm Wil huren

Wil kopen

Geen voorkeur

Totaal

Verbouwd kantoor/school/kerk/klooster/fabriek

21%

22%

23%

22%

Meergeneratie-woning

12%

20%

16%

17%

Wonen met alleen gelijkgestemden

9%

10%

14%

10%

Kleinschalig woonzorgproject

16%

5%

16%

9%

Tiny-house

7%

9%

13%

9%

Gemeenschappelijk wonen

10%

6%

15%

9%

Friends-wonen

1%

1%

2%

1%

Anders

5%

3%

6%

4%

GEEN van deze woonvormen vind ik aantrekkelijk

33%

47%

25%

40%

Weet niet/geen mening

19%

8%

14%

12%

Totaal

3.200

7.400

2.200

12.800

7.5

Gewenste locatie

Sterke binding met de gemeente waarin men woont • 79% van de doorstromers wil in de gemeente Meierijstad blijven wonen. Dit geldt in iets sterkere mate voor 65-plussers (83%) dan doorstromers tot 65 jaar (77%). • Een derde van de doorstromers die binnen de gemeente wil verhuizen, zoekt in de gehele gemeente, 43% zoekt in een specifieke kern en een kwart zoekt alleen in de buurt waar zij nu wonen. • Doorstromers die de gemeente willen verlaten, doen dat vooral om dichter bij hun partner, familie of vrienden te gaan wonen (26%). Het willen verhuizen vanwege de woonomgeving komt vaker voor bij huishoudens onder de 65 jaar (28%) dan bij 65plussers (13%). Circa 6% wil de gemeente Meierijstad verlaten omdat er geen woonruimte beschikbaar is in de gemeente en 4% omdat de woningen in de gemeente te duur zijn. Praktische of levendige omgeving heeft voorkeur • Er is een aantal typen omgeving voorzien van een korte typering, voorgelegd aan de doorstromers, met de vraag welke hun voorkeur geniet. Een praktische omgeving wordt het meest genoemd (41%), gevolgd door een levendige omgeving (31%) en een landelijke omgeving (23%).

40

Tabel 7.5: Gewenste type(n) omgeving door doorstromers <65 jaar

65 jaar e.o.

Totaal

37%

51%

41%

31%

30%

31%

30%

9%

23%

11%

28%

16%

14%

15%

14%

18%

1%

13%

11%

9%

11%

9%

11%

9%

10%

5%

8%

4%

2%

3%

3%

1%

2%

1%

1%

1%

Anders

1%

3%

2%

Geen voorkeur

4%

4%

4%

Praktisch: goed bereikbaar, dagelijkse voorzieningen dichtbij, privacy Levendig: gezellig, niet te druk, met ruimte voor privacy Landelijk: vrijheid, midden in het landschap, veel ruimte, groen, voorzieningen nabij niet belangrijk Geborgen: zorg beschikbaar indien nodig, dagelijkse voorzieningen nabij Gezellig: veel saamhorigheid, echte gemeenschap Kindvriendelijk: groen, veilig Duurzaam: overtuiging, duurzaam, betrokken bij elkaar en omgeving Centrum-stedelijk: binnenstad of stationsomgeving, mix van wonen, winkels, kantoren, horeca, cultuur Individueel: eigen plek, zelf vormgegeven woning Stedelijk: altijd wat te doen, nieuwe dingen beleven, ontmoeting Authentiek: historisch, eigen identiteit Allure: bijzonder, prestige

Wonen in een straat, aan park of in een hofje meest genoemd • Op de vraag hoe men het liefst woont, antwoordt 37% in een straat. Op enige afstand volgen het wonen aan een park, in het buitengebied of in een hofje. Huishoudens tot 65 jaar geven wat vaker aan in het buitengebied te willen wonen (32% t.o.v. 9% bij 65plussers) en 65-plussers geven wat vaker aan dat zij graag aan een in een hofje willen wonen. • Wat betreft huishoudenssamenstelling zijn er ook enkele verschillen. Meerpersoonshuishoudens jonger dan 65 jaar en met kinderen geven bijvoorbeeld relatief vaak aan in het buitengebied te willen wonen (35% t.o.v. 25% gemiddeld). Tabel 7.6: Gewenste woonsituatie doorstromers Anders

Geen voorkeur

32%

4%

16%

9%

4%

18%

9%

28%

3%

21%

12%

8%

3%

17%

9%

35%

4%

14%

28%

5%

29%

4%

15%

29%

10%

10%

4%

18%

28%

9%

25%

4%

16%

Straat

Hofje

Woonerf

Aan park

Plein Buitengebied

<65 jaar

38%

19%

16%

27%

8%

65 jaar e.o.

34%

30%

18%

31%

11%

alleenstaand < 65 jaar

36%

20%

16%

28%

alleenstaand >= 65 jaar meerpers. met kinderen <65 jaar meerpers. zonder kinderen < 65 jaar

34%

30%

16%

36%

39%

18%

17%

25%

38%

20%

14%

meerpers.>= 65 jaar

34%

30%

19%

Totaal

37%

22%

16%

Leeftijd

Huishoudenstype

41

Winkels, parkeergelegenheid en groen in de buurt meest belangrijk • Op de vraag welke voorzieningen het meest belangrijk zijn bij de keuze van de buurt en de gewenste woning, noemt 71% van de doorstromers winkels voor dagelijkse boodschappen. Op enige afstand volgen parkeergelegenheid (64%), groen om naar te kijken, zoals een plantsoen, perk of bomen (57%), gebruiksgroen zoals een park (39%) en medische voorzieningen (38%). Figuur 7.4: Voorzieningen in de buurt die voor doorstromers van belang zijn bij keuze voor woning 71%

Dagelijkse winkels 64%

Parkeergelegenheid

57%

Kijkgroen 39%

Gebruiksgroen

38%

Medische voorzieningen 25%

Opstappunten openbaar vervoer 13%

Basisschool/kinderopvang

13%

Speelplekken

11%

Uitgaansgelegenheden

9%

Gemeenschapshuis/buurthuis

9%

Niet-dagelijkse winkels

7%

Culturele voorzieningen 2%

Iets anders

3%

Voorzieningen niet belangrijk 0%

10%

20%

30%

Totaal

<65 jaar

42

40%

65 jaar e.o.

50%

60%

70%

80%

90%

Verloop zoektocht

8.

De helft van de verhuisgeneigden nog niet serieus op zoek naar woonruimte • Aan iedereen met een (mogelijke) verhuiswens is gevraagd hoe lang zij al op zoek zijn naar woonruimte. • 16% van de doorstromers tot 65 jaar en 13% van de doorstromers vanaf 65 jaar is al meer dan twee jaar op zoek naar woonruimte. • 59% van de 65-plussers geeft aan nog niet serieus op zoek te zijn geweest naar woonruimte. Bij doorstromers tot 65 jaar is dat 46%. • •

Doorstromers die willen gaan huren geven vaker aan dat zij meer dan twee jaar op zoek zijn naar een woning (25%) dan degenen die willen kopen (13%). Doorstromers die willen kopen geven vaker aan dat zij nog niet serieus op zoek zijn geweest (50%) dan degenen die willen huren (44%).

Figuur 8.1: Zoektijd van doorstromers naar andere woning

<65 jaar

46%

65 jaar e.o.

9%

59%

0%

10%

20%

30%

11%

4%

40%

50%

60%

16%

8%

70%

11%

11%

7%

80%

Nog niet serieus op zoek geweest

Minder dan een half jaar

Half jaar tot een jaar

1 tot 2 jaar

2 tot 5 jaar

5 jaar of langer

6% 3%

6%

90%

5%

100%

Weet niet/ geen mening

Verhuisgeneigden bekijken vooral woningaanbod op internet • De top 3 van ondernomen acties in de zoektocht naar andere woonruimte door doorstromers zijn: 1) woningaanbod op internet bekijken 2) inschrijven als woningzoekende bij een woningcorporatie in de regio NoordoostBrabant 3) laten bepalen van financiële mogelijkheden • In de top 3 van 65-plussers staat het inschrijven voor een nieuwbouwproject. • Doorstromers tot 65 jaar geven relatief vaak aan dat zij aanbod op internet hebben bekeken. Ook hebben zij relatief vaak hun financiële mogelijkheden laten bepalen. Meer dan de helft van de doorstromers denkt niet snel een passende woning te vinden • 3% van de doorstromers denkt snel een passende woning te kunnen vinden. Als belangrijkste redenen worden genoemd: het aanbod aan koopwoningen, het kunnen inzetten van de overwaarde van de huidige woning, financieringsmogelijkheden bij banken, spaargeld, en het zoeken in een groot gebied. • Meer dan de helft van de doorstromers verwacht echter niet snel een passende woning te kunnen vinden. Veruit het meest genoemde knelpunt is dat er te weinig woningaanbod is dat voldoet aan hun wensen (75%). Op enige afstand volgen de (te) hoge prijs van koopwoningen, het ontbreken van aanbod in het type woning dat men zoekt en de lange wachtlijsten in de sociale huursector.

43

•

Eigenaar-bewoners zijn niet positiever gestemd dan huurders in hun verwachting snel een passende woning te vinden. Ook in de gewenste eigendomsvorm zit weinig verschil.

De helft verhuist niet als woning in gewenste buurt of woonplaats niet te vinden is • Als er in de gewenste buurt of woonplaats geen woning te vinden is, blijft 50% van de doorstromers wonen waar zij nu wonen. Dat geldt in versterkte mate voor 65-plussers (56%) dan voor huishoudens tot 65 jaar (47%). Huishoudens tot 65 jaar geven vaker aan in een andere woonplaats (16%) of buurt (12%) te gaan zoeken dan 65-plussers (8%). Ruim 40% past wensen niet aan om sneller een woning te vinden • Aan verhuisgeneigden die binnen twee jaar (mogelijk) willen verhuizen is gevraagd of en welke eisen/wensen zij zouden aanpassen om sneller woonruimte te vinden. • Doorstromers tot 65 jaar zijn het minst flexibel. 46% van hen wil de woonwensen niet aanpassen om sneller andere woonruimte te vinden. Als ze hiertoe wel bereid zijn, is de meest genoemde optie de woning op een andere plek te zoeken of een goedkopere woning zoeken. • Van de doorstromers van 65 jaar of ouder is 31% niet bereid om de woonwensen aan te passen. Als zij wel bereid zijn om hun woonwensen aan te passen, dan wordt vooral het zoeken naar appartement in plaats van een grondgebonden woning genoemd, het op een andere plek zoeken naar een woning of een kleinere woning zoeken. Figuur 8.2: Aanpassen woonwensen doorstromers om snel(ler) andere woning te vinden 39%

Ik pas mijn wensen NIET aan 21%

Op andere plek zoeken 14%

Goedkopere woning zoeken

13%

Kleinere woning zoeken 9%

Tijdelijke woning accepteren

8%

Appartement zoeken ipv grondgebonden woning

7%

Ipv koopwoning een huurwoning zoeken

7%

Ipv huurwoning een koopwoning zoeken

5%

Grotere woning zoeken

5%

Duurdere woning zoeken

5%

Grondgebonden woning zoeken ipv appartement 2%

Specifieke wensen/eisen bijstellen

9%

Andere manier 0% Totaal

5%

10%

<65 jaar

44

15%

20%

65 jaar e.o

25%

30%

35%

40%

45%

9.

Energiezuinig wonen

9.1

Energielabel van de woning

Huurders vaker onbekend met energielabel dan eigenaar-bewoners • 57% van de huurders tegenover 30% van de eigenaar-bewoners geeft aan niet te weten wat het energielabel van hun woning is. • Van degenen die dat wel weten, geeft 51% aan dat de woning energielabel A of beter heeft. • Huurders geven vaker aan dat hun woning energielabel E, F of G heeft (19%) dan eigenaar-bewoners. • Ook het bouwjaar speelt mee in het energielabel. Op een enkeling na, geeft iedereen die in een woning gebouwd na 2010 aan dat deze energielabel A of beter heeft. Woont men in een vooroorlogse woning (voor 1945 gebouwd) dan geeft 25% aan dat deze energielabel A heeft, en 36% dat de woning energielabel E, F of G heeft. Tabel 9.1: Energielabel woning volgens respondenten A

B

C/D

E/F/G

Totaal

Huurwoning

49%

14%

17%

19%

100%

Koopwoning

52%

18%

24%

6%

100%

Totaal

51%

17%

23%

8%

100%

9.2

Welke energiebesparende maatregelen zijn genomen?

79% huishoudens nam afgelopen vijf jaar energiebesparende maatregelen • Eigenaar-bewoners namen in de afgelopen vijf jaar vaker energiebesparende maatregelen (82%) dan huurders (68%). • Naarmate het rapportcijfer dat aan de woning is gegeven hoger is, neemt ook het aandeel doorstromers dat aangeeft dat er energiebesparende maatregelen zijn genomen toe. 59% van de zelfstandig wonende huishoudens die een onvoldoende geven voor de woning, heeft energiebesparende maatregelen genomen. Onder degenen die een 6 of 7 geven is dat 77% en onder degenen die een 8 of hoger geven 81%. Meest genomen maatregelen: zonnepanelen en dubbelglas • 66% van de huishoudens die de laatste vijf jaar energiebesparende maatregelen namen, geeft aan dat er zonnepanelen zijn geplaatst en 44% heeft dubbelglas, HR++ of triple glas laten plaatsen. • Groene daken (1%) en installaties voor duurzame warmte zoals een zonneboiler of (hybride) warmtepomp (8%) zijn nog weinig genomen maatregelen. • De genomen maatregelen verschillen naar eigendomsvorm en woningtype. • Eigenaar-bewoners hebben relatief vaak zonnepanelen laten plaatsen (68%). Dit gebeurde vooral bij degenen die in een vrijstaande of twee-onder-een-kap woning wonen (74%). • Bij huurwoningen zijn ook vooral zonnepanelen geplaatst, met name in rijwoningen. (66%). Gasloos koken is bij huurwoningen vaker in appartementen gerealiseerd dan in rijwoningen.

45

Figuur 9.1: Energiebesparende maatregelen in de afgelopen vijf jaar naar eigendomsvorm 66%

Zonnepanelen 44%

Dubbelglas/HR++glas/triple glas 31%

Kleine energiebesparende maatregelen

29%

Gasloos koken

28%

Vloer-, gevel- of dakisolatie

26%

Spouwmuurisolatie

8%

Installatie voor duurzame warmte

1%

Groen dak

11%

Iets anders 0%

10%

20%

30%

Totaal

Huur

Koop

40%

50%

60%

70%

80%

Verlagen van energierekening belangrijkste reden voor uitvoeren van maatregelen • Voor huishoudens waarbij de afgelopen vijf jaar energiebesparende maatregelen zijn genomen, was de belangrijkste reden het verlagen van de energierekening (52%). Op enige afstand volgen het comfortabeler maken van de woning (23%). Figuur 9.2: Belangrijkste reden voor nemen van energiebesparende maatregelen naar eigendomsvorm 52%

Energierekening verlagen

23%

Comfortabelere woning

12%

Vanwege het klimaat/milieu

3%

Gebeurd voor ik er woonde

1%

Betere verkoopbaarheid woning

5%

Andere reden

4%

Weet niet/geen mening 0%

10% Totaal

20% Huur

46

30% Koop

40%

50%

60%

9.3

Welke maatregelen zijn eigenaar-bewoners van plan te nemen?

Een derde eigenaar-bewoners heeft behoefte aan advies of ontzorging • Aan eigenaar-bewoners is gevraagd wat zij nodig hebben om in de komende twee jaar (extra) energiebesparende maatregelen te nemen en welke maatregelen zij overwegen. Deze vraag is niet gesteld aan huurders. • 28% van de eigenaar-bewoners zegt niets nodig te hebben omdat hun woning naar hun mening al voldoende energiezuinig is. Daarnaast geeft 19% aan niets nodig te hebben omdat zij weten wat zij moeten doen en hoe zij dat moeten financieren. • 15% zou graag advies willen krijgen over hoe zij hun woning kunnen verduurzamen en 8% wil graag advies over hoe de verduurzaming het beste gefinancierd kan worden. 7% heeft behoefte aan ontzorging. Zij willen graag dat er één bedrijf is die alles kan regelen, van advies over verduurzaming, tot advies over financiering van de maatregelen. Tabel 9.2: Wat is nodig om komende 2 jaar (extra) energiebesparende maatregelen te nemen? <65 jaar

65 jaar e.o.

Totaal

Niets: mijn woning is al voldoende energiezuinig

25%

32%

28%

Niets: ik weet wat ik moet doen en hoe ik dat ga betalen/financieren

21%

15%

19%

Advies: over maatregelen verduurzaming

16%

12%

15%

Niets: ik wil geen (extra) energiebesparende maatregelen nemen

9%

14%

10%

Advies: over financiering

10%

4%

8%

Ontzorging: één bedrijf dat alles voor mij kan regelen

8%

5%

7%

Advies: bedrijven die woning kunnen verduurzamen

7%

4%

6%

Iets anders

10%

8%

9%

Weet niet/geen mening

12%

14%

13%

Installaties voor duurzame warmte en zonnepanelen, meest voorgenomen maatregelen • Eigenaar-bewoners die van plan zijn om binnen twee jaar maatregelen te treffen, geven vooral aan installaties voor duurzame warmte te overwegen (31%) of zonnepanelen te laten plaatsen (28%). Hierin is verschil waar te nemen per leeftijdsgroep of woningtype. Figuur 9.3: Voorgenomen energiebesparende maatregelen in komende 2 jaar door eigenaar-bewoners 31%

Installatie voor duurzame warmte 28%

Zonnepanelen 15%

(Zoveel als mogelijk) gasloze woning

14%

Gasloos koken

13%

Dubbelglas/HR++glas/triple glas

12%

Vloer-, gevel- of dakisolatie 9%

Spouwmuurisolatie 6%

Groen dak

6%

Iets anders

26%

Weet ik nog niet 0%

5%

10%

15%

Totaal

<65 jaar

65 jaar e.o.

47

20%

25%

30%

35%

40%

10. Service en zorg Aan alle zelfstandig wonende huishouden, ongeacht hun leeftijd, zijn vragen gesteld over service en zorg.

10.1

Toegankelijkheid van de woning en aanwezigheid aanpassingen

30% van de zelfstandig wonende huishoudens woont in nultreden woning • Woningen die een woonkamer hebben die vanaf de straat te bereiken is zonder traplopen en waarbij het ook mogelijk is om vanuit de woonkamer zonder traplopen in de keuken, het toilet, de badkamer en tenminste één slaapkamer te komen, worden als nultreden woningen beschouwd. • 30% van de zelfstandig wonende huishoudens woont momenteel in een nultreden woning. Dit aandeel neemt toe naarmate de leeftijd toeneemt. 18% van de huishoudens tot 30 jaar tegenover 46% van de huishoudens van 75 jaar of ouder woont in een nultreden woning. Dat huishoudens tot 30 jaar in een nultreden woning wonen, komt vermoedelijk doordat zij relatief vaak in een appartement wonen. • Huurders wonen vaker in een nultreden woning (37%) dan eigenaar-bewoners (27%). Tabel 10.1: Toegankelijkheid woningen en aanwezigheid aanpassingen naar leeftijdsgroep tot 30 jaar

30 t/m 54 jaar

55 t/m 64 jaar

65 t/m 74 jaar

75 jaar e.o.

Aantal

toegang gelijkvloers, vertrekken gelijkvloers

26%

28%

40%

43%

49%

3.100

toegang en/of vertrekken ongelijkvloers

74%

72%

60%

57%

51%

5.200

aanwezig

4%

13%

19%

28%

45%

1.900

niet aanwezig

96%

87%

81%

72%

55%

6.400

Totaal

500

3.100

1.400

1.400

1.900

8.300

toegang gelijkvloers, vertrekken gelijkvloers

15%

20%

28%

34%

44%

7.200

toegang en/of vertrekken ongelijkvloers

85%

80%

72%

66%

56%

19.100

Huurders Toegankelijkheid woning

Aanpassingen in huidige woning

Eigenaar-bewoners Toegankelijkheid woning

Aanpassingen in huidige woning aanwezig

8%

8%

13%

27%

40%

4.500

niet aanwezig

92%

92%

87%

73%

60%

21.800

Totaal

1.300

10.700

5.700

4.800

3.800

26.300

18% van de zelfstandig wonende huishoudens woont in woning met aanpassingen • 18% van de zelfstandig wonende huishoudens geeft aan dat er aanpassingen aanwezig zijn in de woning. Dit aandeel neemt toe naarmate de leeftijd toeneemt. Van de huishoudens jonger dan 30 jaar geeft 7% aan dat er aanpassingen zijn in de woning, terwijl dit bij huishoudens van 75 jaar of ouder 41% is. • Het aandeel huurders dat aangeeft dat er aanpassingen in de woning aanwezig zijn (23%) is iets groter dan het aandeel eigenaar-bewoners (17%).

48

•

•

Van alle zelfstandig wonende huishoudens geeft 15% aan dat er kleine aanpassingen in hun woning zijn doorgevoerd. Daarbij moet worden gedacht aan het plaatsen van handgrepen, aangepaste drempels of een verhoogde toiletpot. Bij 7% van de zelfstandig wonende huishoudens zijn grote aanpassingen in de woning doorgevoerd, zoals de aanbouw van een slaapkamer op de begane grond, het plaatsen van een traplift, hellingbaan, bredere deuren of aanpassing van de badkamer.

Tabel 10.2: Aanpassingen in de woning naar leeftijdsgroep tot 30 jaar

30 t/m 54 jaar

55 t/m 64 jaar

65 t/m 74 jaar

75 jaar e.o.

Totaal

Kleine aanpassingen

6%

5%

12%

24%

37%

15%

Grote aanpassingen

2%

5%

7%

10%

13%

7%

62% van de zelfstandig wonende huishoudens kan hulp inschakelen als dat nodig is • Het aandeel zelfstandig wonende huishoudens dat aangeeft dat zij familie, vrienden en/of kennissen kunnen inschakelen als zij hulp nodig hebben, loopt uiteen van 55% onder 75plussers tot 69% onder de huishoudens in de leeftijd tot en met 54 jaar. • Vooral huishoudens van 75 jaar of ouder krijgen relatief vaak huishoudelijke hulp (27%). Ook geven zij wat vaker aan gebruik te kunnen maken van zorgverlening van een zorgcentrum. Verder krijgen zij vaker hulp van mensen in de buurt dan huishoudens van jongere leeftijd. • Huishoudens in de leeftijd tot en met 54 jaar geven relatief vaak aan dat zij van extra dienstverlening aan huis, zoals een boodschappenservice, onderhoudsservice, tuinonderhoud of maaltijdservice, gebruik maken. Dit is vermoedelijk vooral vanwege het gemak en minder vanuit ‘noodzaak’. Tabel 10.3: Gebruik van service en zorg naar leeftijdsgroep tot 30 30 t/m 54 jaar jaar

55 t/m 64 jaar

65 t/m 74 jaar

75 jaar e.o.

Totaal

69%

57%

60%

55%

62%

Kan familie / vrienden / kennissen inschakelen als hulp nodig is

69%

Krijgt min 1x per maand huishoudelijke hulp

3%

7%

5%

9%

27%

9%

Maakt gebruik van extra dienstverlening aan huis Kan gebruik maken van zorgverlening van zorgcentrum

3%

10%

4%

5%

9%

7%

6%

3%

4%

6%

9%

5%

Krijgt regelmatig hulp van mensen in de buurt

1%

2%

2%

4%

11%

4%

Maakt gebruik van zorgverlening aan huis

0%

1%

1%

2%

6%

2%

31% van de zelfstandige huishoudens geeft regelmatig hulp aan mensen in hun buurt • Het aandeel zelfstandig wonende huishoudens dat zelf regelmatig hulp geeft aan mensen die in hun buurt wonen, loopt uiteen van 19% onder huishoudens in de leeftijd tot 30 jaar en 38% onder huishoudens in de leeftijd van 65 tot en met 74 jaar. Tabel 10.4: “Ik geef regelmatig hulp aan mensen in de buurt’ naar leeftijdsgroep tot 30 jaar

30 t/m 54 jaar

75 jaar e.o.

Totaal

Mee eens

19%

26%

55 t/m 64 jaar 65 t/m 74 jaar 34%

38%

32%

31%

Niet eens/niet oneens

27%

43%

43%

42%

38%

42%

Mee oneens

54%

31%

24%

21%

29%

27%

Totaal

100%

100%

100%

100%

100%

100%

49

12% van de 50-plussers woont in woning speciaal voor ouderen • Aan alle huishoudens van 51 jaar of ouder is gevraagd of zij in een woning wonen die speciaal bedoeld is voor ouderen. • 2.600 huishoudens van 51 jaar of ouder (12%) geven aan dat zij in een woning speciaal bedoeld voor ouderen wonen. Naarmate de leeftijd toeneemt, neemt dit aandeel ook toe. Van de huishoudens van 75 jaar of ouder woont 18% in een woning speciaal bedoeld voor ouderen. • Meer dan de helft (55%) van degenen die in een woning bedoeld voor ouderen woont, moest ook aan een of meer voorwaarden voldoen om in de woning te mogen wonen. Meestal (61%) was dit een leeftijdsgrens. Tabel 10.5: 50-plussers in woning speciaal voor ouderen 51 t/m 54 jaar

55 t/m 64 jaar

65 t/m 74 jaar

75 jaar e.o

Totaal 50+

2%

9%

12%

24%

12%

nee

28%

38%

49%

48%

45%

ja

72%

62%

51%

52%

55%

leeftijdsgrens

63%

60%

63%

61%

inkomensgrens

26%

25%

19%

25%

gezondheids- of medische indicatie

9%

8%

12%

9%

andere voorwaarde

2%

6%

6%

5%

7.000

6.200

5.700

21.700

Woning speciaal voor ouderen ja Voorwaarde om in woning te mogen wonen

Totaal

2.800

10.2

Geschiktheid huidige woonsituatie bij achteruitgaan gezondheid

61% van de zelfstandig wonende huishoudens vindt buurt geschikt om te blijven wonen • 61% van de zelfstandig wonende huishoudens vindt dat hun buurt geschikt is om zelfstandig te blijven wonen als hun gezondheid (of die van hun partner) achteruitgaat. Onder de 65-plussers ligt dit aandeel iets hoger (67%) dan onder de huishoudens jonger dan 65 jaar (59%). • Aan degenen die aangeven dat hun buurt (deels) ongeschikt is, is gevraagd naar de redenen hiervoor. Daarbij noemen zij onder andere het gebrek aan voorzieningen, geen winkels, geen medische zorg, geen openbaar vervoer. Men woont te ver van het centrum af of in het buitengebied. Je hebt een auto nodig om bij voorzieningen te komen. Het huis en of de tuin zijn te groot. Het onderhoud is dan te zwaar. Er zijn te veel trappen, de woning is niet gelijkvloers. In een aantal gevallen kan de woning nog wel worden aangepast. De buurt vindt men vaak niet geschikt, in veel gevallen heeft men weinig contact met de mensen in de buurt. Dat komt door de samenstelling van de buurt zegt men, veel ouderen, of juist veel jonge gezinnen. Het verkeer is te druk, dit geeft onveilige situaties. De stoeptegels liggen los, dit is gevaarlijk voor mensen die moeilijk ter been zijn. En er is een parkeerprobleem. Er zijn te weinig seniorenwoningen.

50

Kwart van de huishoudens kan in huidige woning blijven wonen zonder extra aanpassingen • 25% van de zelfstandig wonende huishoudens geeft aan dat hun woning geschikt is om in te blijven wonen als zij ouder worden en/of hun gezondheid (of die van hun partner) achteruitgaat. Nog eens 57% kan dat, nadat er aanpassingen zijn gemaakt. • Huishoudens die in een nultreden woning wonen geven vaker aan dat zij in hun woning kunnen blijven wonen (59% kan dat zonder woningaanpassing) dan huishoudens die niet in een nultreden woning wonen (10% kan dat zonder woningaanpassing). • Ook huishoudens waarvan de woning al enige aanpassingen heeft, geven relatief vaak aan dat hun woning geschikt is om te blijven wonen (46% kan dat zonder extra woningaanpassing) ten opzichte van degenen die dat niet hebben (20% kan dat zonder extra woningaanpassing). 46% van de woningen is bij fysieke problemen goed aan te passen • 46% van de zelfstandig wonende huishoudens geeft aan dat als zij fysieke problemen krijgen, hun woning goed is aan te passen. Dit geldt iets vaker voor eigenaar-bewoners (47%) dan voor huurders van corporatiewoningen (41%) of overige huurwoningen (33%). • Huishoudens die in een gestapelde woning wonen (55%) of in een vrijstaande woning wonen (53%) geven het vaakst aan dat hun woning goed is aan te passen en huishoudens die in een rijwoning wonen het minst vaak (30%).

Tabel 10.6: “Als ik fysieke problemen krijg, is de mogelijkheid om mijn woning aan te passen …” Goed

Redelijk

Matig

Slecht

Totaal

Huurders

39%

22%

14%

25%

100%

- corporatiewoningen

41%

25%

14%

21%

100%

- overige woningen

33%

14%

15%

39%

100%

Eigenaar-bewoners

47%

32%

14%

7%

100%

Nultreden

71%

20%

5%

3%

100%

Geen nultreden

36%

34%

17%

13%

100%

vrijstaand/2kap

53%

31%

12%

5%

100%

rijtje

30%

32%

20%

18%

100%

gestapeld

55%

19%

7%

20%

100%

overig

55%

24%

6%

16%

100%

Totaal

46%

30%

14%

10%

100%

10.3

Hoe wonen als gezondheid achteruit gaat?

65% van de huishoudens wil zo lang mogelijk in huidige woning blijven wonen • Als de gezondheid (of die van een eventuele partner) achteruitgaat wil 65% van de zelfstandig wonende huishoudens het liefst zo lang mogelijk in de woning blijven wonen waarin zij nu wonen. Dit geldt iets sterker naarmate de leeftijd toeneemt en bij eigenaarbewoners ten opzichte van huurders. • Bij het achteruit gaan van de gezondheid geeft 21% de voorkeur aan het verhuizen naar een aangepaste woning met meer zorgfaciliteiten en 8% geeft de voorkeur aan een mantelzorgwoning.

51

Tabel 10.7: Voorkeur woonsituatie bij achteruitgaan van gezondheid <65 jaar

65-74 jaar

75 jaar e.o.

Totaal

Ik wil zo lang mogelijk blijven wonen in de woning waarin ik nu woon

59%

70%

74%

65%

Ik wil verhuizen naar een aangepaste woning met zorgfaciliteiten

33%

22%

18%

27%

Ik wil een mantelzorgwoning

5%

1%

2%

3%

Anders

3%

7%

7%

5%

Ik wil zo lang mogelijk blijven wonen in de woning waarin ik nu woon

63%

66%

71%

65%

Ik wil verhuizen naar een aangepaste woning met zorgfaciliteiten

19%

20%

21%

19%

Ik wil een mantelzorgwoning

11%

6%

3%

9%

Anders

7%

7%

5%

7%

Ik wil zo lang mogelijk blijven wonen in de woning waarin ik nu woon

62%

67%

72%

65%

Ik wil verhuizen naar een aangepaste woning met zorgfaciliteiten

22%

21%

20%

21%

Ik wil een mantelzorgwoning

10%

5%

3%

8%

Anders

6%

7%

5%

6%

Huurders

Eigenaar-bewoners

Totaal

21% kan zonder aanpassingen in de huidige woning blijven wonen • Ongeveer een vijfde van de huishoudens wil bij achteruitgang van de gezondheid, graag zo lang mogelijk in hun huidige woning blijven wonen en geeft aan dat dat kan ook zonder de woning aan te hoeven passen. 4% van de huishoudens die zo lang mogelijk in de huidige woning willen blijven wonen zal (noodgedwongen) moeten verhuizen. • Een ruime meerderheid (72%) van de huishoudens die zo lang mogelijk in hun huidige woning wil blijven wonen geeft aan dat hun buurt geschikt is om te blijven wonen. Figuur 10.1: Voorkeur woonsituatie bij achteruitgaan van gezondheid en geschiktheid huidige woning

verhuizen naar woning met zorgfaciliteiten; 21%

mantelzorgwoning; 8%

kan zonder aanpassingen; 21%

zo lang mogelijk bijven wonen in huidige woning; 65%

anders; 6%

kan indien aanpassingen; 40%

zal moeten verhuizen; 4%

52

10.4

Welke woonsituatie als men moet verhuizen?

Voorkeur voor zelfstandig wonen • 36% van de huishoudens die aangeven dat zij moeten/willen verhuizen naar een andere woning als zij ouder worden en/of hun gezondheid (of die van hun partner) achteruitgaat, geven aan dat zij het liefst verhuizen naar een gewone woning met de benodigde aanpassingen. 28% geeft aan naar een zelfstandige wooneenheid nabij een zorginstelling te willen verhuizen. Tabel 10.8: Voorkeur woonsituatie bij verhuizing vanwege ouder worden of achteruitgaan gezondheid <65 jaar

65 jaar e.o.

Totaal

- gewone woning met de benodigde aanpassingen

42%

29%

38%

- aanleunwoning nabij zorginstelling

12%

26%

16%

- zelfstandige wooneenheid nabij zorginstelling

24%

29%

26%

- wooneenheid binnen een zorginstelling

1%

8%

3%

- mantelzorgwoning

4%

2%

3%

- anders

3%

6%

4%

- geen voorkeur

14%

0%

10%

- gewone woning met de benodigde aanpassingen

40%

24%

35%

- aanleunwoning nabij zorginstelling

13%

24%

17%

- zelfstandige wooneenheid nabij zorginstelling

26%

34%

28%

- wooneenheid binnen een zorginstelling

3%

4%

3%

- mantelzorgwoning

9%

8%

9%

- anders

4%

3%

4%

- geen voorkeur

5%

3%

4%

- gewone woning met de benodigde aanpassingen

40%

26%

36%

- aanleunwoning nabij zorginstelling

13%

25%

16%

- zelfstandige wooneenheid nabij zorginstelling

25%

32%

28%

- wooneenheid binnen een zorginstelling

2%

5%

3%

- mantelzorgwoning

8%

6%

7%

- anders

4%

4%

4%

- geen voorkeur

8%

2%

6%

Huurders

Eigenaar-bewoners

Totaal

53

11. Onderzoeksverantwoording De gemeente Meierijstad neemt deel aan de Regionale Woningmarkt Monitor NoordoostBrabant. Eens in de vier jaar wordt een woonwensenonderzoek uitgevoerd. In 2023 hebben 10 van de 11 gemeenten uit het samenwerkingsverband deelgenomen. Het onderzoek sluit goed aan bij de onderzoeken uit eerdere jaren. Een deel van de vragen is gelijk. Dit jaar zijn de vragen over service en zorg aan iedereen gesteld, ongeacht leeftijd. Bewoners uit de steekproef zijn via een brief met een persoonlijke inlogcode uitgenodigd om de vragenlijst digitaal in te vullen. Op verzoek konden zij een schriftelijke vragenlijst opvragen. Bij de herinneringsbrief is alleen bij de doorstromers een schriftelijke vragenlijst meegestuurd. Bewoners die niet in de steekproef zaten konden de vragenlijst via een open link invullen. Het onderzoek zoomt in op 3 doelgroepen: starters (thuiswonende jongeren van 18 tot en met 30 jaar), doorstromers tot 65 jaar en doorstromers vanaf 65 jaar. De steekproef is verhoogd om ook over verschillende deelgebieden in de gemeente uitspraken te kunnen doen. In de gemeente Meierijstad gaat het om de volgende deelgebieden: • Veghel • Schijndel • Sint Oedenrode • Boerdonk • Boskant • Erp • Eerde • Keldonk • Mariaheide • Nijnsel • Olland • Wijbosch • Zijtaart • Buitengebied In totaal zijn er 13.958 huishoudens en 3.651 starters aangeschreven.

Uiteindelijk hebben 742 starters en 3.656 doorstromers de vragenlijst ingevuld. De open link heeft in totaal 76 extra ingevulde vragenlijsten opgeleverd voor starters en 377 extra ingevulde vragenlijsten voor doorstromers.

54

Tabel 11.1: Respons per deelgebied (exclusief open link) Starters

Doorstromers

Doorstromers

Totale

Ingevulde

<65 jaar

65 jaar e.o.

respons

vragenlijsten

Totaal gemeente

20%

20%

33%

25%

4.398

Veghel

20%

20%

34%

25%

1.143

Schijndel

21%

21%

34%

26%

980

Sint Oedenrode

26%

22%

38%

29%

653

Boerdonk

10%

21%

38%

22%

64

Boskant

13%

22%

30%

22%

105

Erp

22%

22%

32%

26%

373

Eerde

20%

17%

29%

20%

114

Keldonk

13%

18%

31%

20%

71

Mariaheide

20%

24%

37%

26%

148

Nijnsel

20%

18%

37%

23%

141

Olland

21%

27%

42%

29%

84

Wijbosch

17%

18%

29%

20%

119

Zijtaart

12%

22%

22%

20%

90

Buitengebied

20%

18%

25%

21%

313

Weging Voor de doorstromers tot 65 jaar en vanaf 65 jaar is een weegfactor aangemaakt. Dat hebben we voor zowel de hele gemeente als voor de afzonderlijke deelgebieden gedaan. We hebben gewogen op eigendom (huur- of koopwoning), huishoudensamenstelling (een- of meerpersoonshuishouden) en leeftijd (tot 65 jaar en 65 jaar en ouder). Voor starters is geen weegfactor aangemaakt. Om goed uitspraken te kunnen doen over de verhuisgeneigdheid van thuiswonende jongeren van 18 tot en met 23 jaar en thuiswonende jongeren van 24 tot en met 30 jaar, hebben we beide groepen gelijk benaderd in de steekproef. In werkelijkheid is deze verhouding anders. Namelijk 27% van alle thuiswonende jongeren is 24 tot en met 30 jaar. In de respons van het woonwensen is dat 33%. Dat betekent dat de groep thuiswonende jongeren van 24 tot en met 30 jaar is oververtegenwoordigd in het onderzoek. Omdat zij het vaakste verhuizen, hebben we er voor gekozen om hier niet voor te corrigeren.

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Meierijstad&id=3c6a0947-0294-4296-ab30-ddb3630d76b3