Meierijstad Rapportage Woonwensenonderzoek 2023
Tekst van het document
Woonwensenonderzoek 2023 Gemeente Meierijstad
Afdeling Onderzoek & Statistiek Gemeente ’s-Hertogenbosch April 2024
Samenvatting Elke vier jaar houdt de gemeente Meierijstad een woonwensenonderzoek onder haar inwoners. Zijn inwoners tevreden met hun huidige woning en woonomgeving? Wie willen er verhuizen en waarom? Wat willen mensen als zij verhuizen en waar willen zij wonen? Aan het woonwensenonderzoek in 2023 hebben ongeveer 4.850 inwoners meegewerkt. Bij de analyse van de uitkomsten staan drie doelgroepen centraal: • thuiswonende jongeren van 18 t/m 30 jaar (en degenen met een verhuiswens noemen we starters) • zelfstandig wonende huishoudens tot 65 jaar (en degenen met een verhuiswens noemen we doorstromers tot 65 jaar) • zelfstandig wonende huishoudens van 65 jaar en ouder (en degenen met een verhuiswens noemen we doorstromers vanaf 65 jaar of senioren) Het onderzoek wordt gebruikt om de toekomstige woningbehoefte en gewenste woningbouwprogrammering in de gemeente te bepalen. Ook biedt het een basis voor het maken van prestatieafspraken met de woningcorporaties.
2
Huishoudens en huidige woonsituatie
Thuiswonende jongeren 18 t/m 30 jaar (met verhuiswens= starter)
Zelfstandig wonende huishoudens <65 jaar (met verhuiswens= doorstromer)
•
•
7.200 thuiswonende jongeren waarvan 1.900 ouder dan 23 jaar
• •
Verhuiswens
Belangrijkste verhuismotieven
Gewenst eigendom en prijs
• 44% thuiswonende jongeren wil zeker en 35% wil mogelijk verhuizen • 5.700 potentiële starters • 27% starters wil zo snel mogelijk verhuizen
• • •
Zelfstandig wonende huishoudens >65 jaar (met verhuiswens= doorstromer)
22.700 huishoudens, • waarvan 7.000 van 55 tot 65 jaar Rapportcijfer woning: 7,8 • Rapportcijfer buurt: 7,6 •
12% wil zeker en 27% wil mogelijk verhuizen 8.800 doorstromers tot 65 jaar 19% doorstromers tot 65 jaar wil zo snel mogelijk verhuizen
•
11.900 huishoudens, waarvan 5.700 75-plussers Rapportcijfer woning: 8,1 Rapportcijfer buurt: 7,9
7% wil zeker en 27% wil mogelijk verhuizen • 4.000 doorstromers vanaf 65 jaar • 9% doorstromers vanaf 65 jaar wil zo snel mogelijk verhuizen
• 2% van alle thuiswonende jongeren is dringend op zoek naar een woning/woonruimte
•
1% van alle zelfstandig wonende huishoudens is dringend op zoek naar een woning/woonruimte
• 1% van alle zelfstandig wonende huishoudens is dringend op zoek naar een woning/woonruimte
• wil zelfstandig wonen (80%) • wil samenwonen (41%)
• •
vanwege woning (47%) vanwege verandering in de huishoudsamenstelling, vanwege buurt (beide 27%)
•
• 23% wil huren, 55% wil kopen en 22% heeft geen voorkeur • 30% van starters met belangstelling voor huur zoekt in segment tot €647 • 73% van starters met belangstelling voor koop zoekt in segment tot €355.000
• 19% wil huren, 68% wil kopen en 12% heeft geen voorkeur • 31% van verhuisgeneigden met belangstelling voor huur zoekt in segment tot €647 • 52% van verhuisgeneigden met belangstelling voor koop zoekt in segment vanaf €405.000
3
•
vanwege gezondheid of behoefte aan zorg (42%) vanwege woning (40%)
• 36% wil huren, 35% wil kopen en 29% heeft geen voorkeur • 32% van verhuisgeneigden met belangstelling voor huur zoekt in segment tot €647 • 41% van verhuisgeneigden met belangstelling voor koop zoekt in segment vanaf €405.000
Thuiswonende jongeren 18 t/m 30 jaar (met verhuiswens= starter) Gewenst woningtype
Gewenste locatie
Bijstellen wensen
Energiezuinig wonen
Zelfstandig wonende huishoudens <65 jaar (met verhuiswens= doorstromer) • 9% wil gestapeld, 51% • 7% wil gestapeld, 74% grondgebonden en 40% grondgebonden en 19% heeft geen voorkeur heeft geen voorkeur • meest gewenst rijwoning • meest gewenst vrijstaande (62%), hoekwoning (46%) woning (39%), 2-1 2-1-kap woning (44%), kapwoning (33%), flat/appartement (41%) hoekwoning (29%) en vrijstaande bungalow (26%) • 8% heeft voorkeur voor nieuwbouw, 12% voor • 13% heeft voorkeur voor recente bouw en 11% voor nieuwbouw, 16% voor bestaande bouw >5 jaar, recente bouw en 14% voor 67% heeft geen voorkeur bestaande bouw >5 jaar, 48% heeft geen voorkeur
Zelfstandig wonende huishoudens >65 jaar (met verhuiswens= doorstromer) • 35% wil gestapeld, 30% grondgebonden en 35% heeft geen voorkeur • meest gewenst flat/appartement (46%), gesch. bungalow (35%), vrijstaande bungalow (27%) benedenwoning (23%) • 15% heeft voorkeur voor nieuwbouw, 23% voor recente bouw en 11% voor bestaande bouw >5 jaar, 48% heeft geen voorkeur
• 73% blijft liefst in eigen gemeente, waarvan 32% liefst ook in eigen buurt • 51% wil liefst in levendige omgeving wonen, 41% in een praktische omgeving, 21% landelijk • Top 3 voorzieningen: winkels (77%) parkeren (73%), opstappunt OV (35%) en groen (35%)
•
•
•
•
77% blijft liefst in eigen gemeente, waarvan 22% liefst ook in eigen buurt 37% wil in praktische omgeving wonen, 31% in levendige omgeving, 30% in een landelijke omgeving Top 3 voorzieningen: winkels (66%), parkeren (64%), kijkgroen (57%)
83% blijft liefst in eigen gemeente, waarvan 27% liefst in eigen buurt 51% wil liefst in een praktische omgeving wonen, 30% in een levendige omgeving, 28% in een geborgen omgeving Top 3 voorzieningen: winkels (81%), parkeren (65%), kijkgroen (59%), medische voorzieningen (57%)
•
•
• 83% starters is bereid om woonwensen aan te passen om snel(ler) woning te vinden • 21% starters blijft wonen waar ze nu wonen als op gewenste locatie geen woning naar wens is
• 73% verhuisgeneigden is bereid woonwensen aan te passen om snel(ler) woning te vinden • 47% doorstromers blijft wonen waar ze nu wonen als op gewenste locatie geen woning naar wens is
•
Niets over gevraagd in woonwensenonderzoek
• bij 80% zijn afgelopen 5 jaar energiebesparende maatregelen genomen • 34% eigenaar-bewoners niet van plan komende 2 jaar maatregelen te nemen, 33% heeft behoefte aan advies, 8% aan ontzorging
•
4
•
•
61% verhuisgeneigden is bereid woonwensen aan te passen om snel(ler) woning te vinden 56% doorstromers blijft wonen waar ze nu wonen als op gewenste locatie geen woning naar wens is bij 77% zijn afgelopen 5 jaar energiebesparende maatregelen genomen 46% eigenaar-bewoners niet van plan komende 2 jaar maatregelen te nemen, 20% heeft behoefte aan advies, 5% aan ontzorging
Inhoudsopgave Samenvatting .................................................................................................................................2 Inleiding ..........................................................................................................................................7 Deel A: Starters ..............................................................................................................................9 1.
Kenmerken van de doelgroep ............................................................................................. 10
2.
Verhuisgeneigdheid ............................................................................................................ 11 2.1 Verhuisgeneigdheid ..................................................................................................... 11 2.2 Verhuisredenen ........................................................................................................... 12 2.3 Redenen om niet te verhuizen .................................................................................... 13
3.
Woonwensen ...................................................................................................................... 14 3.1 Huren of kopen? .......................................................................................................... 14 3.2 Gewenste prijsklasse .................................................................................................. 14 3.3 Gewenst woningtype ................................................................................................... 15 3.4 Bijzondere woonvormen .............................................................................................. 17 3.5 Gewenste locatie ......................................................................................................... 18
4.
Verloop zoektocht ............................................................................................................... 20
Deel B: Doorstromers.................................................................................................................. 22 5.
Huidige woonsituatie ........................................................................................................... 23 5.1 Doelgroepen van beleid .............................................................................................. 23 5.1.1 Middeninkomens ................................................................................................... 24 5.1.2 5.2 5.3
Betaalbaarheid ...................................................................................................... 25 Tevredenheid met huidige woning .............................................................................. 26 Tevredenheid met huidige buurt ................................................................................. 27
6.
Verhuisgeneigdheid ............................................................................................................ 31 6.1 Verhuisgeneigdheid ..................................................................................................... 31 6.2 Verhuisredenen ........................................................................................................... 33 6.3 Redenen om niet te verhuizen .................................................................................... 34
7.
Woonwensen ...................................................................................................................... 35 7.1 Huur of koop? .............................................................................................................. 35 7.2 Gewenste prijsklasse .................................................................................................. 36 7.3 Gewenst woningtype ................................................................................................... 37 7.4 Bijzondere woonvormen .............................................................................................. 39 7.5 Gewenste locatie ......................................................................................................... 40
8.
Verloop zoektocht ............................................................................................................... 43
9.
Energiezuinig wonen ........................................................................................................... 45 9.1 Energielabel van de woning ........................................................................................ 45 9.2 Welke energiebesparende maatregelen zijn genomen? ............................................. 45
5
9.3
Welke maatregelen zijn eigenaar-bewoners van plan te nemen? .............................. 47
10. Service en zorg ................................................................................................................... 48 10.1 Toegankelijkheid van de woning en aanwezigheid aanpassingen ............................. 48 10.2 Geschiktheid huidige woonsituatie bij achteruitgaan gezondheid .............................. 50 10.3 Hoe wonen als gezondheid achteruit gaat? ................................................................ 51 10.4 Welke woonsituatie als men moet verhuizen? ............................................................ 53 11. Onderzoeksverantwoording ................................................................................................ 54
6
Inleiding Vraag staat centraal De gemeenten en corporaties in de regio Noordoost-Brabant beschikken over een regionale woningmarktmonitor waarmee de ontwikkelingen op de woningmarkt kunnen worden gevolgd. De informatie in de woningmarktmonitor is afkomstig van gegevensbronnen die bij de gemeenten aanwezig zijn (o.a. BRP-bestanden, WOZ-bestanden), van het CBS en van de woningcorporaties. Om aanvullende, kwalitatieve informatie te verkrijgen over de woontevredenheid, de verhuisgeneigdheid en de woonwensen, wordt eens in de vier jaar een woonwensenonderzoek onder de inwoners uitgevoerd. Woonwensenonderzoek in 10 gemeenten Aan het woonwensenonderzoek 2023 hebben, behalve de gemeente Meierijstad, de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxtel, ’s-Hertogenbosch, Heusden, Maashorst, Oss, Sint-Michielsgestel en Vught meegedaan. Het woonwensenonderzoek 2023 sluit goed aan bij de eerdere woonwensenonderzoeken (2003, 2007, 2011, 2015, 2019). Een deel van de onderzoeksvragen is gelijk, waardoor resultaten op trends geanalyseerd kunnen worden. Bewoners konden de vragenlijst via internet en schriftelijk invullen. Bewoners die niet in de steekproef zaten, konden de vragenlijst invullen via een ‘open link’. Op deze wijze is een goede vertegenwoordiging verkregen van de verschillende groepen (en daarbinnen de huishoudens met een verhuiswens c.q.
de verhuisgeneigden), die worden onderscheiden in het onderzoek: starters (18 tot en met 30 jaar), huishoudens jonger dan 65 jaar en huishoudens van 65 jaar en ouder. Het veldwerk voor het woonwensenonderzoek is uitgevoerd door Research 2Evolve. De enquêtegegevens zijn bewerkt en geanalyseerd door de afdeling Onderzoek & Statistiek van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Woonwensen gemeente Meierijstad In deze rapportage staan de uitkomsten van het woonwensenonderzoek in de gemeente Meierijstad centraal, ofwel de woonwensen van de inwoners van de gemeente Meierijstad. Het veldwerk vond plaats in de maanden mei en juni 2023. 4.851 inwoners hebben meegedaan In totaal hebben 4.851 inwoners uit de gemeente Meierijstad meegewerkt aan het woonwensenonderzoek. Daarvan zijn 4.033 zelfstandig wonende huishoudens en 818 thuiswonende jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 30 jaar. Leeswijzer bij de tabellen De tabellen in dit rapport zijn in veel gevallen voorzien van een totaalkolom met absolute aantallen. Waar mogelijk zijn deze cijfers ontleend aan de Databank Woningmarktmonitor. Niet alle relevante huishoudens- en woningkenmerken zijn daarin echter opgenomen, zodat sommige aantallen geraamd zijn op basis van de uitkomsten van het woonwensenonderzoek. Aantallen zijn steeds afgerond op honderdtallen. Vanwege deze afronding wijken optellingen soms af van het totaal.
De enquêteresultaten worden doorgaans gepresenteerd als een percentage. Het is mogelijk, dat daarbij incidenteel onlogische of extreme waarden worden aangetroffen. In het algemeen is dat
7
het gevolg van een gering aantal waarnemingen, tenzij in de tekst een andere verklaring wordt gegeven. Tot slot moet bij de interpretatie van de cijfers bedacht worden dat het gaat om een steekproef, waardoor de gepresenteerde percentages een soms vrij forse bandbreedte kennen. Bij dit rapport hoort een bijlage met tabellen.
8
Deel A: Starters
9
1.
Kenmerken van de doelgroep
7.200 thuiswonende jongeren van 18 tot en met 30 jaar • Begin 2023 telt de gemeente Meierijstad 7.200 thuiswonende jongeren in de leeftijd van 18 tot en met 30 jaar. • Vanwege hun over het algemeen verschillende woonwensen en levensfase waarin zij zich bevinden, wordt in deze rapportage, waar mogelijk, onderscheid gemaakt tussen twee groepen thuiswonende jongeren: de leeftijdsgroep 18 tot en met 23 jaar (5.300 thuiswonende jongeren) en de leeftijdsgroep 24 tot en met 30 jaar (1.900 thuiswonende jongeren). • Thuiswonende jongeren met een verhuiswens worden in deze rapportage aangeduid als starters op de woningmarkt.
10
2.
Verhuisgeneigdheid
2.1
Verhuisgeneigdheid
79% van de thuiswonende jongeren met (mogelijke) verhuiswens: 5.700 potentiële starters • Van de 7.200 thuiswonende jongeren geeft 44% aan zeker te willen verhuizen en 35% misschien. Omgerekend gaat het om 5.700 jongeren met een (mogelijke) verhuiswens, ofwel potentiële starters. • Thuiswonende jongeren van 24 t/m 30 jaar willen het vaakst verhuizen (62% zeker). • Ten opzichte van 2019 (44%) is de verhuisgeneigdheid van thuiswonende jongeren hetzelfde gebleven. Tabel 2.1: Verhuiswens thuiswonende jongeren 18 t/m 23 jaar
24 t/m 30 jaar
Totaal
Wil verhuizen
35%
62%
44%
Wil misschien verhuizen
39%
27%
35%
Wil niet verhuizen
19%
7%
15%
Weet het nog niet
7%
3%
6%
5.300
1.900
7.200
Totaal thuiswonende jongeren
Ruim een kwart van de starters willen zo snel mogelijk verhuizen • 27% van de starters wil het liefst zo snel mogelijk verhuizen (circa 1.500 jongeren). Onder 24 t/m 30 jarigen ligt dit aandeel hoger (41%) dan onder 18 t/m 23 jarigen (18%). Ten opzichte van 2019 is het aandeel starters dat zo snel mogelijk wil verhuizen iets gedaald (in 2019: 31%). • Nog eens 36% van de starters geeft aan binnen 2 jaar te willen verhuizen (circa 2.100 jongeren). • In totaal zijn er circa 3.600 thuiswonende jongeren die binnen nu en 2 jaar willen verhuizen. 29% van de thuiswonende jongeren is dringend of serieus op zoek naar een woning • Onder de 3.600 thuiswonende jongeren met een verhuiswens op korte termijn, geven circa 200 jongeren aan dringend op zoek te zijn naar een woning en nog eens 1.900 geven aan serieus op zoek te zijn naar een woning. Omgerekend is 29% van alle thuiswonende jongeren van 18 t/m 30 jaar dringend of serieus op zoek naar woonruimte.
11
Figuur 2.1: Type verhuiswens thuiswonende jongeren Dringend op zoek; 2%; 200
Serieus op zoek; 27%; 1.900
Geen verhuiswens; 21%; 1.500
Alleen als ik ideale woning vind; 14%;1.000 Anders; 7%; 500
(mogelijk) verhuizen; 79%; 5.700
Over 2 jaar of langer; 29%; 2.100
2.2
Verhuisredenen
Meest genoemde verhuisreden starters: zelfstandig wonen • De meeste starters willen verhuizen omdat zij zelfstandig willen wonen (80%). Ruim vier op de tien starters wil gaan samenwonen. Figuur 2.2: Verhuisredenen starters 80%
Zelfstandig / op mezelf wonen 41%
Samenwonen 7%
Vanwege werk
5%
Vanwege studie
4%
Vanwege de grootte van mijn huidige woonruimte 0% Totaal
20%
18 t/m 23 jaar
12
40% 24 t/m 30 jaar
60%
80%
100%
2.3
Redenen om niet te verhuizen
61% thuiswonende jongeren zonder verhuiswens wil nog thuis blijven wonen • Van de thuiswonende jongeren zonder verhuiswens, geeft 61% aan nog thuis te willen blijven wonen. Dit speelt vooral bij 18 t/m 23 jarigen. • Ongeveer een derde wil niet verhuizen omdat ze tevreden zijn met hun huidige woonsituatie. •
De te hoge prijs van huurwoningen en de te hoge prijs van koopwoningen wordt ook door een derde genoemd als reden om niet te willen verhuizen.
Figuur 2.3: Redenen om niet te verhuizen 61%
Wil nog thuis blijven wonen 34%
Koopwoningen zijn te duur
33%
Huurprijzen zijn te hoog
32%
Tevreden hoe ik nu woon
30%
Kan (waarschijnlijk) geen (geschikte) woning vinden 0% Totaal
20%
18 t/m 23 jaar
13
40% 24 t/m 30 jaar
60%
80%
100%
3.
Woonwensen
3.1
Huren of kopen?
Meer dan de helft van de starters zoekt koopwoning • Meer dan de helft van de starters uit Meierijstad zoekt een koopwoning (55%). Ongeveer een kwart wil een huurwoning, de rest heeft geen voorkeur qua eigendomsvorm. • Starters in de leeftijdsgroep 24 t/m 30 jaar zoeken wat vaker een koopwoning dan starters van 18 t/m 23 jaar. Voor het zoeken naar een huurwoning zie je het tegenovergestelde. • De voorkeur voor huren is relatief groot onder eenpersoonshuishoudens en starters met een inkomen uit studiefinanciering. Onder de werkenden en meerpersoonshuishoudens is de voorkeur voor kopen groter dan gemiddeld. • Het aandeel starters dat geen voorkeur heeft voor huren of kopen (22%), is groter dan in 2019 (19%).
3.2
Gewenste prijsklasse
Aan starters die zeker of misschien willen verhuizen is gevraagd in welke prijsklasse ze een woning zoeken. De huurprijsklasse is gevraagd aan degenen die een huurwoning zoeken of geen voorkeur voor huur of koop hebben. De gewenste koopprijsklasse is gevraagd aan degenen die een koopwoning zoeken of geen eigendomsvoorkeur hebben. In huursegment: iets meer interesse voor huur boven liberalisatiegrens dan in 2019 • Circa 1.900 starters zoeken (mogelijk) een huurwoning. Dit is berekend door alle verhuisgeneigden met een voorkeur voor huur én de helft van verhuisgeneigden zonder voorkeur voor huur of koop bij elkaar op te tellen. • 72% van de starters met een huurwens wil een woning met een huurprijs tot de liberalisatiegrens (€808). In 2019 was dit aandeel 79%. • 30% van de starters wenst een woning met een huur tot de eerste aftoppingsgrens (€647). In 2019 was dat nog 53%. In koopsegment: meer interesse voor duurdere woningen dan in 2019 • Circa 3.800 starters willen (mogelijk) verhuizen naar een koopwoning. Dit is berekend door alle verhuisgeneigden met een voorkeur voor koop én de helft van verhuisgeneigden zonder voorkeur voor huur of koop bij elkaar op te tellen. • 32% van de starters met een koopwens zoekt een goedkope koopwoning (tot €225.000). In 2019 was dat 54%.
• De belangstelling voor koopwoningen met een prijs boven de Nationale Hypotheekgrens (€405.000 in 2023) is 11%.
14
Een combinatie van de gewenste huur- en koopprijzen laat het volgende totaalbeeld zien voor starters. Vraag naar dure huur is bij starters vergelijkbaar met vraag naar dure koop • 14% van de starters wenst een woning met een huurprijs boven de liberalisatiegrens en 7% een koopwoning boven de NHG-grens. Figuur 3.1: Gewenste huur- en koopprijsklasse van starters
7%
14%
10%
huur < €694 huur €694-808
14%
huur > €808
koop < €225.000 koop €225.000-355.000
25% 11%
koop €355.000-405.000 koop > €405.000
19%
3.3
Gewenst woningtype
Helft starters heeft voorkeur voor grondgebonden bouw • 51% van de starters geeft aan enkel interesse te hebben in een grondgebonden woning, 9% heeft enkel interesse in gestapelde bouw en 40% heeft geen uitgesproken voorkeur qua bouwwijze. • Starters die in de nieuwe woning een meerpersoonshuishouden gaan vormen, zoeken verhoudingsgewijs vaker naar een grondgebonden woning (72%). Rijwoning is populair onder starters • Het meest populaire woningtype onder starters is een woning in een rijtje (62%). Dit wordt gevolgd door een hoekwoning (46%), een twee-onder-één-kap woning (44%) en een appartement (41%). • Ruim de helft van de starters zoekt woonruimte met 2 of 3 kamers (54%) en 38% wil 4 of 5 kamers. Slechts 3% is op zoek naar woonruimte met 1 kamer. • Het merendeel van de starters (67%) heeft geen uitgesproken voorkeur voor bestaande bouw of nieuwbouw. • Op de vraag wat voor type buitenruimte bij de woning gewenst is, geeft 79% van de starters aan graag een eigen tuin bij de woning te willen. Een balkon of terras wordt door 33% van de starters genoemd. Slechts 2% vindt buitenruimte bij de woning niet belangrijk. • De vraag hoe groot de eigen buitenruimte moet zijn, is lastig te beantwoorden door starters. 39% weet dit niet. Een even groot deel geeft aan behoefte te hebben aan 10 tot 50 m2.
15
Figuur 3.2: Gewenste woningtype(n) door starters 62%
woning in rijtje 46%
hoekwoning
44%
2-onder-1 kap
41%
flat, appartement 25%
vrijstaande woning 13%
studio 8%
benedenwoning 4%
bovenwoning
3%
kamer 0%
10%
20%
30%
Totaal
18 t/m 23 jaar
40%
50%
60%
70%
80%
24 t/m 30 jaar
Betaalbaarheid meest belangrijke aspect bij keuze van de woning • Op de vraag welke kenmerken van de woning het meest belangrijk zijn bij de keuze van de gewenste woning, noemt 90% van de starters de prijs van de woning. • Op enige afstand volgen tuin/balkon/buitenruimte bij de woning (55%), de staat van onderhoud van de woning (52%) en het aantal slaapkamers (50%). Stijgende hypotheekrente beïnvloedt woonwensen van helft van de starters • 49% van de 24 t/m 30 jarigen en 52% van de 18 t/m 23 jarigen geeft aan dat de stijgende hypotheekrente hun woonwensen beïnvloedt. • Op de vraag op welke manier de woonwensen worden beïnvloed, wordt vooral aangegeven dat er minder geld geleend kan worden waardoor de financiële mogelijkheden beperkt(er) zijn. Het wordt vooral moeilijker voor alleenstaanden, starters en mensen met een laag inkomen om een woning te kopen. Keuzemogelijkheden worden beperkt, wensen moeten worden bijgesteld. Starters geven verder aan dat ze later het huis uit gaan of gaan samenwonen, dat ze meer eigen (spaar)geld nodig hebben om een woning te kunnen kopen, maar ook dat er onzekerheid is over hoe de markt zich in de toekomst gaat ontwikkelen. Tabel 3.1: Beïnvloedt de stijgende hypotheekrente de woonwensen van starters? Ja
Nee
Weet niet/geen mening
18 t/m 23 jaar
52%
7%
40%
24 t/m 30 jaar
49%
19%
32%
Totaal
51%
12%
37%
16
Financiële situatie beïnvloedt mogelijkheden op de woningmarkt bij 37% starters • 35% van de starters van 18 t/m 30 jaar en 39% van de 24 t/m 30 jarigen geeft aan de één of meerdere financiële situaties van invloed is op hun mogelijkheden op de woningmarkt. • Starters noemen daarbij vooral een studieschuld van na 2015 en financiële hulp van ouders. Tabel 3.2: Invloed van financiële situatie starters op mogelijkheden op de woningmarkt 18 t/m 23 jaar
24 t/m 30 jaar
Totaal
Nee, geen van deze situaties
65%
61%
63%
Ja, een of meer van deze situaties
35%
39%
37%
-Studieschuld voor 2015
2%
9%
5%
-Studieschuld na 2015
46%
58%
51%
-Lening(en)
18%
13%
16%
-Financiële hulp van ouders
50%
39%
17%
3.4
Bijzondere woonvormen
Aan de starters is een aantal bijzondere woonvormen met een korte omschrijving voorgelegd met de vraag of zij deze (eventueel) zouden overwegen. Interesse in bijzondere woonvormen bij twee derde starters • Starters hebben vooral interesse in verbouwde kantoren, scholen, kerken, kloosters of fabrieken (47%). Daarna volgen tiny-houses (27%). Dat zijn compacte, zelfstandige grondgebonden woningen van 25-50 m2. Tabel 3.3: Interesse in bijzondere woonvormen onder starters 18 t/m 23 jaar
24 t/m 30 jaar
Totaal
Verbouwd kantoor/school/kerk/klooster/fabriek
48%
46%
47%
Tiny-house
27%
28%
27%
Meergeneratie-woning
15%
15%
15%
Friends-wonen
13%
11%
12%
Wonen met alleen gelijkgestemden
11%
12%
11%
Gemeenschappelijk wonen
4%
3%
4%
Kleinschalig woonzorgproject
3%
2%
3%
Anders
3%
2%
2%
GEEN van deze woonvormen vind ik aantrekkelijk
26%
35%
29%
Weet niet/geen mening
7%
5%
6%
3.900
1.700
5.700
Totaal
17
3.5
Gewenste locatie
Sterke binding met de gemeente Meierijstad • 73% van de starters wil in de gemeente Meierijstad blijven wonen. Minder dan de helft van de starters zoekt in de hele gemeente (43%). 32% zoekt alleen in de buurt waar zij nu wonen en 24% zoekt in een specifieke wijk of buurt of kern. • 36% van de starters die uit de gemeente Meierijstad willen vertrekken, geeft aan dat dit vanwege werk of studie is. Levendige omgeving heeft de voorkeur • Aan de starters is een aantal typen omgeving met een omschrijving voorgelegd met de vraag welke hen het meest aanspreekt. • De top 3 zijn: een levendige omgeving (51%), een praktische omgeving (41%) en een landelijke omgeving (21%).
Tabel 3.4: Gewenste type(n) omgeving door starters Levendig: gezellig, niet te druk, met ruimte voor privacy Praktisch: goed bereikbaar, dagelijkse voorzieningen dichtbij, privacy Landelijk: vrijheid, midden in het landschap, veel ruimte, groen, voorzieningen nabij niet belangrijk Gezellig: veel saamhorigheid, echte gemeenschap Centrum-stedelijk: binnenstad of stationsomgeving, mix van wonen, winkels, kantoren, horeca, cultuur Stedelijk: Altijd wat te doen, nieuwe dingen beleven, ontmoeten Kindvriendelijk: groen, veilig Individueel: eigen plek, zelf vormgegeven woning Geborgen: zorg beschikbaar indien nodig, dagelijkse voorzieningen nabij Duurzaam: overtuiging, duurzaam, betrokken bij elkaar en omgeving Authentiek: historisch, eigen identiteit Allure: bijzonder, prestige
18 t/m 23 jaar
24 t/m 30 jaar
Totaal
53%
48%
51%
39%
44%
41%
20%
23%
21%
17%
15%
16%
12%
12%
12%
9%
10%
9%
9%
9%
9%
4%
8%
6%
6%
4%
5%
3%
5%
4%
2%
1%
1%
1%
1%
1%
Anders
0%
0%
0%
Geen voorkeur
8%
6%
7%
18
55% starters woont graag in een straat, 20% in het buitengebied • Op de vraag hoe starters willen wonen, geeft 55% aan dat zij het liefst in een straat wonen. Een vijfde (20%) woont graag in het buitengebied en 24% heeft geen voorkeur. Tabel 3.5: Gewenste woonsituatie starters Straat
Hofje
Woonerf
Aan een park
Anders
Geen voorkeur
18 t/m 23 jaar
55%
11%
16%
18%
5%
19%
1%
26%
24 t/m 30 jaar
55%
16%
19%
16%
8%
21%
1%
22%
Plein Buitengebied
Leeftijd
Huishoudenssamenstelling na verhuizing Eenpersoonshuishouden
52%
13%
18%
18%
5%
17%
1%
27%
Meerpersoonshuishouden
60%
13%
17%
16%
7%
23%
1%
21%
Totaal
55%
13%
17%
17%
6%
20%
1%
24%
Winkels en parkeerplaatsen in buurt meest belangrijk • 77% van de starters vindt winkels voor dagelijkse boodschappen in de buurt belangrijk bij de keuze voor een woning. Op de tweede plaats volgt parkeergelegenheid (73%). Opstappunten openbaar vervoer en groen in de buurt wordt door circa 35% van de starters belangrijk gevonden. Figuur 3.3: Voorzieningen in de buurt die van belang voor starters bij keuze voor woning 77%
Dagelijkse winkels
73%
Parkeergelegenheid Opstappunten openbaar vervoer
35%
Kijkgroen
35%
Gebruiksgroen
34% 25%
Uitgaansgelegenheden Basisschool/kinderopvang
20%
Medische voorzieningen
19%
Speelplekken
11%
Niet-dagelijkse winkels
11% 7%
Culturele voorzieningen Gemeenschapshuis/buurthuis
2%
Iets anders
1%
Voorzieningen niet belangrijk
3% 0%
20% Totaal
40%
18 t/m 23 jaar
19
60%
24 t/m 30 jaar
80%
100%
Verloop zoektocht
4.
8% van de starters zoekt al meer dan twee jaar naar woonruimte • Aan starters is gevraagd hoe lang zij al op zoek zijn naar woonruimte. • 8% van de starters is al meer dan twee jaar op zoek naar woonruimte. Dat is vergelijkbaar met 2019 (9%). • 48% van de starters geeft aan nog niet serieus op zoek te zijn geweest naar woonruimte. Dit aandeel is groter onder 18 t/m 23 jarigen (62%) dan onder de 24 t/m 30 jarigen (26%). Figuur 4.1: Zoektijd van starters naar woonruimte
18 t/m 23 jaar
62%
24 t/m 30 jaar
26%
0%
10%
13%
13%
20%
30%
19%
40%
50%
13%
24%
60%
70%
9% 2%
11%
80%
Nog niet serieus op zoek geweest
Minder dan een half jaar
Half jaar tot een jaar
1 tot 2 jaar
2 tot 5 jaar
5 jaar of langer
90%
6%
100%
Weet niet/ geen mening
Verhuisgeneigden bekijken vooral woningaanbod op internet • De top 3 van ondernomen acties door starters in de zoektocht naar andere woonruimte zijn: 1) woningaanbod op internet bekijken 2) inschrijven als woningzoekende bij een corporatie in de regio Noordoost-Brabant 3) financiële mogelijkheden laten bepalen •
24 t/m 30 jarigen hebben, ten opzichte van 18 t/m 23 jarigen, relatief vaak hun financiële mogelijkheden laten bepalen en woning(en) van binnen bekeken of zich ingeschreven in een woningcorporatie van een andere gemeente. 18 t/m 23 jarigen plaatsen relatief iets vaker berichten op sociale media dat zij een woning zoeken.
57% van de starters denkt niet snel een passende woning te vinden • 3% van de starters denkt snel een passende woning te vinden. Het merendeel (57%) denkt echter dat dit niet snel gaat lukken. Belangrijkste knelpunten die worden genoemd zijn de (te) dure koopwoningen, woningaanbod dat niet voldoet aan de woonwensen en (te) dure particuliere huurwoningen. Andere veelgenoemde barrières door starters zijn de lange wachtlijsten voor een sociale huurwoning, de concurrentie op de koopmarkt en de stijgende hypotheekrente waardoor zij een lagere hypotheek kunnen krijgen. Kwart van de starters is bereid om in een andere woonplaats of andere buurt te zoeken • 23% van de starters gaat in een andere woonplaats zoeken als in de gewenste buurt geen woning naar wens wordt gevonden. 24% gaat in een andere buurt zoeken. • Een vijfde van de starters blijft wonen waar hij/zij nu woont.
20
Meeste starters bereid tot aanpassen woonwensen • Aan starters die binnen twee jaar (mogelijk) willen verhuizen is gevraagd of en welke eisen/wensen ze zouden aanpassen om sneller woonruimte te vinden. • 17% van de starters is niet bereid om hun woonwensen aan te passen. De meeste starters zijn hiertoe echter wel bereid. Zij noemen dan vooral het laten vallen van specifieke wensen/eisen (bijvoorbeeld de grootte en ligging van de tuin, vaste trap naar zolder, ligbad, staat van onderhoud, etc.). Ook is men bereid een goedkopere of kleinere woning te accepteren of op een andere plek te zoeken.
21
Deel B: Doorstromers
22
5.
Huidige woonsituatie
5.1
Doelgroepen van beleid
Doelgroepen op de woningmarkt kunnen op verschillende wijzen worden gedefinieerd. Voor het woonbeleid wordt doorgaans gekeken naar het huishoudensinkomen en de samenstelling van huishoudens. Huishoudens met een laag inkomen die in aanmerking komen voor een sociale huurwoning behoren tot de sociale doelgroep van beleid. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen huishoudens die recht hebben op huurtoeslag (primaire doelgroep) en huishoudens die in aanmerking komen voor een sociale huurwoning maar geen recht hebben op huurtoeslag (verruimde doelgroep). Middeninkomens vormen eveneens een belangrijke doelgroep voor het woonbeleid. Deze huishoudens komen vanwege hun inkomen veelal niet in aanmerking voor een sociale huurwoning, maar kunnen vaak ook niet terecht in de koopsector. Bruto
Netto maandinkomen
jaarinkomen
huishouden
eenpersoonshuishoudens
tot €25.500
tot €1.400
meerpersoonshuishoudens
tot €34.000
tot €1.850
doelgroep behoren
tot €44.000
tot €2.250
alle huishoudens
€44.000-80.000
€2.250-4.000
Lage middeninkomens
€44.000-48.600
€2.250-2.500
Midden middeninkomens
€48.600-60.000
€2.500-3.250
Hoge middeninkomens
€60.000-80.000
€3.250-4.000
alle huishoudens
vanaf €80.000
vanaf €4.000
Sociale doelgroep •Primaire doelgroep •Verruimde doelgroep
Middeninkomens
Hoge inkomens
alle huishoudens die niet tot primaire
Naar schatting een derde van de huishoudens behoort tot de sociale doelgroep • Begin 2023 telt de gemeente Meierijstad 34.700 zelfstandig wonende huishoudens. Op basis van het woonwensenonderzoek wordt ingeschat dat 29% van alle huishoudens tot de sociale doelgroep behoort (primaire doelgroep en verruimde doelgroep). • Senioren en alleenstaanden behoren relatief vaak tot de sociale doelgroep. Twee derde van alle huurwoningen bewoond door huishoudens uit de sociale doelgroep • Begin 2023 telt de bewoonde woningvoorraad in de gemeente Meierijstad circa 8.300 huurwoningen en 26.300 koopwoningen. • Op basis van het woonwensenonderzoek wordt ingeschat dat twee derde van de huurwoningen wordt bewoond door huishoudens die tot de sociale doelgroep behoren. • Kleine en gestapelde woningen worden relatief vaak bewoond door huishoudens uit de sociale doelgroep (53%). 42% van de sociale doelgroep woont in een koopwoning • Naar schatting 42% van de huishoudens die tot de sociale doelgroep behoren, woont in een koopwoning. De meesten van hen wonen in een woning tot €355.000 en dan met name in het segment tussen €275.000 en €355.000.
23
Tabel 5.1: Huishoudens die wel of niet tot de sociale doelgroep behoren naar huishoudenskenmerken Sociale doelgroep Niet-doelgroep
Aantal
Leeftijd tot 30 jaar 30-54 jaar 55-64 jaar 65-74 jaar 75 jaar e.o.
22% 16% 27% 38% 54%
78% 84% 73% 62% 46%
100% 100% 100% 100% 100%
1.900 13.800 7.000 6.200 5.700
Huishoudenstype alleenstaand < 65 jaar alleenstaand >=65 jaar meerpersoons met kinderen <65 jaar meerpersoons zonder kinderen < 65 jaar meerpersoons >= 65 jaar
49% 70% 12% 10% 26%
51% 30% 88% 90% 74%
100% 100% 100% 100% 100%
5.100 4.700 11.800 5.900 7.200
5.1.1
Middeninkomens
Huishoudens die in het woonwensenonderzoek hebben aangegeven dat hun netto huishoudensinkomen tussen €2.250 en €4.000 per maand ligt, worden gerekend tot de middeninkomensgroep. De sociale sector is voor huishoudens met een middeninkomen niet toegankelijk en lang niet alle middeninkomens kunnen of willen een woning kopen. In dit rapport wordt onderscheid gemaakt tussen lage middeninkomens (€2.250-€2.500), midden middeninkomens (€2.500-€3.250) en hoge middeninkomens (€3.250-€4.000). 40% van de huishoudens heeft een middeninkomen (€2.250-€4.000) • Op basis van het woonwensenonderzoek schatten we in dat er in de gemeente Meierijstad circa 14.000 huishoudens zijn met een middeninkomen. Hiervan heeft circa 60% een inkomen tot 1,5 keer modaal (€2.250-€3.250) en 40% een inkomen tussen 1,5 en 2 keer modaal (€3.250-€4.000). Alleenstaanden hebben vaker een laag inkomen • Van huishoudens met een laag middeninkomen is 31% alleenstaand en jonger dan 65 jaar en 30% een ouder paar. Bij de midden middeninkomensgroep is dat 19% respectievelijk 30%. • Bij de hoge middeninkomensgroep komen echtparen met kinderen het vaakst voor (37%). Deze groep lijkt het meest op de hoge inkomens.
24
Tabel 5.2.: Huishoudens met een laag, midden en hoog inkomen naar huishoudenskenmerken laag inkomen
midden inkomen €2.250€2.5002.500 3.250
<€2.250 Leeftijd t/m 29 jaar 30 t/m 54 jaar 55 t/m 64 jaar 65 t/m 74 jaar 75 jaar of ouder Huishoudenstype alleenstaand < 65 jaar alleenstaand >=65 jaar meerpersoons met kinderen <65 jaar meerpersoons zonder kinderen < 65 jaar meerpersoons >= 65 jaar
hoog inkomen €3.2504.000
>€4.000
Aantal
4% 22% 19% 24% 31%
8% 25% 22% 25% 20%
3% 32% 25% 23% 18%
6% 43% 21% 18% 12%
7% 62% 18% 9% 4%
1.900 13.800 7.000 6.200 5.700
26% 34% 14% 6% 19% 100%
31% 16% 16% 7% 30% 100%
19% 10% 23% 17% 30% 100%
9% 5% 37% 24% 26% 100%
2% 1% 59% 25% 13% 100%
5.100 4.700 11.800 5.900 7.200
80% middeninkomens woont in een koopwoning • De lage middeninkomensgroep woont minder vaak in een koopwoning (67%) dan de hoge middeninkomensgroep (87%). • De lage en midden middeninkomensgroep wonen wat vaker in kleinere woningen dan de hoge middeninkomensgroep. • Eén op de vijf huurders met laag of middeninkomen betaalt meer dan €808 per maand aan huur. Bij de hoge middeninkomensgroep is dat ongeveer een derde.
5.1.2
Betaalbaarheid
Huurders hebben het financieel lastiger dan eigenaar-bewoners • 75% van de huishoudens in een koopwoning kan goed rondkomen van hun inkomen. Bij huurders is dat bij 44% van de huishoudens het geval. De financiële positie van huurders is daarmee een stuk minder gunstig. • Hoe lager het inkomen, hoe vaker men moeite heeft om rond te komen. Dit geldt voor huurders sterker dan voor eigenaar-bewoners. Figuur 5.1: Aandeel huishoudens dat het eens is met de stellingen over rondkomen 75%
Ik kan goed rondkomen van mijn inkomen
44%
59%
Ik hou aan het eind van de maand geld over om te sparen
26% 6%
Ik maak mij wel eens zorgen dat ik mijn huur/hypotheeklasten niet kan betalen
23% 21%
Ik bezuinig op zaken om mijn woonlasten en andere vaste lasten te kunnen betalen
44% 13%
Ik maak mij wel eens zorgen dat ik mijn energiekosten niet kan betalen
28% 0%
20%
eigenaar-bewoners
25
huurders
40%
60%
80%
100%
5.2
Tevredenheid met huidige woning
Woning gewaardeerd met gemiddeld een 7,9 • Zelfstandig wonende huishoudens zijn over het algemeen tevreden met de woning waarin zij wonen. De huidige woning krijgt gemiddeld een 7,9 als rapportcijfer. 73% geeft de woning een 8 of hoger als rapportcijfer, terwijl 5% een onvoldoende geeft. •
Verhuisgeneigden zijn minder tevreden over hun woning maar geven toch nog een 7,4.
Tabel 5.3: Rapportcijfer voor huidige woning naar huishoudenskenmerken rapportcijfer
rapportcijfer
rapportcijfer
Gemiddeld
1 t/m 5 gegeven
6 of 7 gegeven
8 t/m 10 gegeven
rapportcijfer
Leeftijd <65 jaar 65 jaar e.o.
6% 4%
23% 20%
71% 76%
7,8 8,1
Eigendom huur koop
15% 2%
36% 18%
50% 80%
7,2 8,2
Verhuisgeneigdheid niet verhuisgeneigd verhuisgeneigd
2% 10%
17% 31%
80% 59%
8,2 7,4
Totaal
5%
22%
73%
7,9
Aan alle zelfstandig wonende huishoudens is een aantal aspecten voorgelegd over de huidige woning met de vraag deze te beoordelen. Tevredenheid over grootte van woning en buitenruimte • Bijna acht op de tien huishoudens is tevreden met de grootte van de woning. Ook over de aanwezige buitenruimte is men over het algemeen positief: 78% is tevreden met de grootte van de tuin en 71% met de grootte van het balkon. • De waardering van deze aspecten verschilt naar leeftijd, eigendomsvorm en het al of niet hebben van verhuisplannen. Tabel 5.4: Beoordeling grootte van de huidige woning en aanwezige buitenruimte <65
65 jaar
jaar
e.o.
Eigenaar-
Niet-
Huurders
bewoners
verhuisgeneigd
Verhuisgeneigd
Totaal
Woning te groot neutraal te klein
9% 81% 10%
23% 76% 1%
8% 79% 14%
16% 79% 5%
6% 92% 2%
27% 58% 15%
14% 79% 7%
Tuin te groot neutraal te klein
7% 77% 16%
18% 80% 3%
8% 81% 11%
11% 77% 12%
5% 86% 9%
19% 62% 18%
10% 78% 12%
Balkon te groot neutraal te klein
3% 64% 33%
1% 80% 19%
1% 60% 40%
3% 80% 18%
1% 81% 18%
4% 54% 42%
2% 71% 27%
26
27% huishoudens met verhuiswens vindt huidige woning te groot, 15% te klein • De grootte van de woning lijkt een rol te spelen bij de verhuiswens: 27% van de huishoudens met een verhuiswens vindt de woning te groot en 15% vindt deze te klein. Onder niet-verhuisgeneigden is dat 6% respectievelijk 2%. Huurders geven vaker aan hun woning te klein te vinden dan eigenaar-bewoners. • Verhuisgeneigden vinden ook vaker dat hun tuin (18%) of balkon (42%) te klein is dan huishoudens zonder verhuiswens (9% respectievelijk 18%). Eigenaar-bewoners vaker tevreden over onderhoud en isolatie woning dan huurders • 39% van de huurders tegenover 70% van de eigenaar-bewoners vindt de woning waarin zij wonen goed onderhouden. • 37% van de huurders vindt dat hun woning een goede warmte-isolatie heeft en 32% vindt de woning qua geluid goed geïsoleerd. Bij eigenaar-bewoners ligt dit voor beide aspecten rond 50%. • Naarmate woningen van een recenter bouwjaar zijn, is men ook tevredener over het onderhoud, de warmte- en geluidsisolatie. Tabel 5.5: Beoordeling onderhoud en isolatie van huidige woning <65
65 jaar
jaar
e.o.
Eigenaar-
Niet-
Huurders
bewoners
verhuisgeneigd
Verhuisgeneigd
Totaal
Onderhoud goed redelijk matig slecht
60% 30% 6% 3%
67% 25% 6% 2%
39% 39% 14% 9%
70% 26% 3% 1%
66% 28% 5% 2%
57% 30% 8% 4%
63% 29% 6% 3%
Warmte-isolatie goed redelijk matig slecht
48% 34% 11% 7%
47% 38% 11% 4%
37% 27% 19% 17%
51% 38% 8% 2%
51% 35% 10% 4%
43% 37% 12% 8%
48% 36% 11% 6%
Geluidsisolatie goed redelijk matig slecht
47% 30% 12% 10%
52% 33% 11% 5%
32% 26% 20% 22%
54% 33% 9% 4%
52% 31% 11% 6%
42% 32% 13% 13%
49% 31% 12% 8%
5.3
Tevredenheid met huidige buurt
Woonomgeving gewaardeerd met gemiddeld een 7,7 • Zelfstandig wonende huishoudens zijn over het algemeen ook tevreden met de buurt waarin zij wonen. De woonomgeving krijgt gemiddeld een 7,7 als rapportcijfer. Circa 66% geeft de woonomgeving een 8 of hoger als rapportcijfer en circa 8% geeft een onvoldoende. • De verkeersveiligheid in de buurt krijgt gemiddeld een 7,0, de sociale veiligheid een 7,6 en de leefbaarheid in de buurt een 7,8. •
Verhuisgeneigden, huurders en alleenstaanden tot 65 jaar zijn minder tevreden over de woonomgeving dan de groep zonder verhuisplannen, eigenaar-bewoners en alleenstaanden en meerpersoonshuishoudens vanaf 65 jaar.
27
Tabel 5.6: Rapportcijfer voor diverse aspecten woonomgeving naar huishoudenskenmerken Verkeers-
Sociale
Woonomgeving
veiligheid
veiligheid
Leefbaarheid
Leeftijd <65 jaar 65 jaar e.o.
7,6 7,9
6,9 7,2
7,6 7,7
7,7 7,8
Eigendom huur koop
7,3 7,8
7,0 7,0
7,2 7,8
7,4 7,9
Huishoudenstype alleenstaand <65 jaar alleenstaand >= 65 jaar meerpersoons met kinderen <65 jaar meerpersoons zonder kinderen <65 jaar meerpersoons >= 65 jaar
7,3 7,8 7,7 7,7 7,9
7,1 7,3 6,8 6,9 7,1
7,4 7,6 7,7 7,7 7,7
7,6 7,8 7,7 7,8 7,9
Verhuisgeneigd niet verhuisgeneigd verhuisgeneigd
7,9 7,3
7,1 6,8
7,8 7,4
8,0 7,4
Totaal
7,7
7,0
7,6
7,8
Bijna 60% mist voorzieningen in de huidige buurt • Vrijwel alle huishoudens vinden voorzieningen in hun buurt belangrijk. 40% geeft aan dat de voorzieningen die zij belangrijk vinden ook aanwezig zijn in hun buurt. Dit betekent dat bijna 60% één of meer voorzieningen mist. • Huishoudens jonger dan 65 jaar, zowel alleenstaanden als meerpersoons huishoudens jonger dan 65 jaar met en zonder kinderen, en huishoudens met verhuisplannen geven relatief vaak aan voorzieningen in hun buurt te missen. Tussen huurders en eigenaarbewoners bestaat weinig verschil. Winkels voor dagelijkse boodschappen en parkeergelegenheid meest gemist • Huishoudens die aangeven voorzieningen in hun buurt te missen, noemen vooral winkels voor de dagelijkse boodschappen (bijvoorbeeld supermarkt, bakker), parkeergelegenheid, opstappunten voor het openbaar vervoer, oplaadpunten voor elektrische auto’s en medische voorzieningen. • Huishoudens van 65 jaar of ouder missen relatief vaak winkels voor dagelijkse boodschappen, opstappunten voor openvaar vervoer en medische voorzieningen in hun buurt. • Bij huishoudens jonger dan 65 jaar gaat het relatief vaker om speelplekken en voorzieningen voor jongeren.
28
Figuur 5.2: Voorzieningen die in de buurt worden gemist (in % van respondenten die iets missen) 43%
Winkels voor dagelijkse boodschappen (bijvoorbeeld supermarkt, bakker) 27%
Parkeergelegenheid
26%
Opstappunten voor openbaar vervoer 22%
Oplaadpunten elektrische auto’s
19%
Medische voorzieningen (huisarts, apotheek)
15%
Winkels voor niet dagelijkse boodschappen (bijvoorbeeld kleding, boeken)
14%
Speelplekken voor kinderen
14%
Groen (perken, plantsoenen, park)
13%
Voorzieningen voor jongeren 4%
Basisschool
3%
Kinderopvang
14%
Iets anders 0% Totaal
5%
<65 jaar
10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% 65 jaar e.o.
77% huishoudens voelt zich thuis in de buurt • Bijna acht op de tien huishoudens voelt zich thuis in de eigen buurt, 46% is gehecht aan de buurt waarin zij wonen en 47% van de huishoudens geeft aan veel sociale contacten in de buurt te hebben. Dat is iets meer dan in 2019. • Bij verhuisgeneigden is de binding met de buurt kleiner (35%) dan bij huishoudens zonder verhuisplannen (52%). Verhuisgeneigden geven ook minder vaak aan dat zij zich thuis voelen in de eigen buurt (66%) dan niet verhuisgeneigden (84%). Ook hebben verhuisgeneigden minder sociale contacten in de buurt en zien zij de buurt vaker als tijdelijke plek waar zij wonen. • Huurders geven minder vaak aan gehecht te zijn aan hun buurt (39%) dan eigenaarbewoners (48%). Ook geven zij minder vaak aan zich thuis te voelen in de buurt (66% respectievelijk 81%). Zij geven vaker aan dat zij tijdelijk in de buurt wonen (11% respectievelijk 2%). Datzelfde geldt voor huishoudens jonger dan 65 jaar ten opzichte van huishouden van 65 jaar en ouder.
29
Aangezien de mate van tevredenheid met de huidige woning een reden kan zijn om te willen verhuizen, is gekeken met welke factoren deze tevredenheid samenhangt. De factoren die het meest bepalend zijn, zijn: -
-
-
-
Leeftijd van de respondent: een hogere leeftijd gaat samen met meer tevredenheid. Woonduur: een langere woonduur gaat samen met een hogere tevredenheid. Verhuisgeneigdheid: huishoudens die aangeven plannen te hebben om te verhuizen blijken iets minder tevreden dan huishoudens zonder verhuisplannen. Eigendomsvorm woning: huishoudens die in een huurwoning wonen zijn iets minder tevreden met de huidige woning dan huishoudens die in een koopwoning wonen. Bouwjaar van de woning: over het geheel genomen zijn huishoudens in oudere woningen wat minder tevreden. Zorgen om de energiekosten: huishoudens die zich zorgen maken over de energiekosten, geven een wat mindere mate van tevredenheid aan. Algemeen oordeel over de woonomgeving: het rapportcijfer voor de huidige woning hangt positief samen met het rapportcijfer voor de woonomgeving. Dus hoe tevredener men is over de huidige woning, hoe tevredener men ook is over de woonomgeving. Verkeersveiligheid in de buurt: het rapportcijfer voor de verkeersveiligheid in de buurt hangt negatief samen met de tevredenheid met de huidige woning. Een lager rapportcijfer voor de verkeersveiligheid gaat dus samen met een hogere tevredenheid met de huidige woning. Sociale veiligheid in de buurt: het rapportcijfer voor de sociale veiligheid in de buurt hangt positief samen met de mate van tevredenheid met de huidige woning.
Leefbaarheid in de buurt: ook het rapportcijfer voor de leefbaarheid in de buurt hangt positief samen met de tevredenheid over de huidige woning .
30
6.
Verhuisgeneigdheid
6.1
Verhuisgeneigdheid
37% zelfstandig wonende huishoudens verhuisgeneigd: 12.800 potentiële doorstromers • Van de zelfstandig wonende huishoudens heeft 37% een verhuiswens: 10% wil zeker verhuizen en 27% misschien. Absoluut gaat het om circa 12.800 potentiële doorstromers. In 2019 had 33% van de zelfstandig wonende huishoudens een verhuiswens. • 65-plussers hebben minder en ook minder serieuze verhuisplannen dan huishoudens tot 65 jaar. 65-plussers zijn kritisch en verhuizen doorgaans alleen als zij hun ideale woning tegen komen. Tabel 6.1: Verhuiswens zelfstandig wonende huishoudens <65 jaar
65 jaar e.o.
Totaal
Wil verhuizen
12%
7%
10%
Wil misschien verhuizen
27%
27%
27%
Wil niet verhuizen
57%
61%
58%
Weet het nog niet
5%
6%
5%
22.800
11.900
34.700
Totaal huishoudens
Verhuiswens verschilt naar woonduur • Van de huishoudens die nog geen twee jaar in de huidige woning wonen geeft een vijfde (20%) aan zeker te willen verhuizen. Tussen twee en vijf jaar ligt dat op 15% en vanaf een woonduur van tien jaar of langer is dat nog maar 8%. • Tussen de inkomenscategorieën zijn er geen grote verschillen te zien in verhuiswensen. Figuur 6.1: Verhuiswens zelfstandig wonende huishoudens naar inkomen Laag inkomen (tot €2.250)
12%
24%
Middeninkomen (€2.250-4.000)
10%
30%
Hoog inkomen (vanaf €4.000)
9%
25%
66%
Totaal
10%
27%
63%
0%
64%
60%
20%
Ja
40%
Misschien
60%
80%
100%
Nee
Circa 15% huishoudens met verhuiswens wil zo snel mogelijk verhuizen • •
16% van de huishoudens met een verhuiswens wil het liefst zo snel mogelijk verhuizen en 19% binnen twee jaar. De gewenste verhuistermijn van huishoudens tot 65 jaar verschilt van de huishoudens van 65-plussers. Zo wil 19% van de huishoudens tot 65 jaar zo snel mogelijk verhuizen, terwijl dat bij de 65-plussers 9% is.
31
1% van de zelfstandig wonende huishoudens is dringend op zoek naar woonruimte • Van de 12.800 potentiële doorstromers, geeft 3% aan dringend op zoek te zijn naar woonruimte en 15% is serieus op zoek. 64% verhuist alleen als de ideale woning wordt gevonden. Omgerekend is 1% van alle zelfstandig wonende huishoudens (circa 400 huishoudens) dringend op zoek naar een andere woning en 5% (1.900 huishoudens) serieus op zoek. • Onder huishoudens tot 65 jaar met een verhuiswens is de urgentie en vastberadenheid om te willen verhuizen als volgt: 4% is dringend op zoek en 17% is serieus op zoek. Bij de 65-plussers met een verhuiswens is dat 2% respectievelijk 10%. • 65-plussers met een verhuiswens geven vaker aan (68%) dan huishoudens jonger dan 65 jaar met een verhuiswens (62%) dat zij alleen gaan verhuizen als zij hun ideale woning hebben gevonden. Figuur 6.2: Type verhuiswens zelfstandig wonende huishoudens Dringend op zoek; 1%; 400 Serieus op zoek; 5%; 1.900
Geen verhuiswens; 63%; 21.900
(mogelijk) verhuizen; 37%; 12.800
Alleen als ik ideale woning vind; 24%; 8.200
Anders; 7%; 2.300
35% van de zelfstandig wonende huishoudens tot 30 jaar wil zeker verhuizen • De verhuisgeneigdheid onder zelfstandig wonende huishoudens tot 30 jaar is het grootst: 35% wil zeker verhuizen en 29% misschien. Onder de 30-54 jarigen wil 13% zeker verhuizen. • Huishoudens van 75 jaar of ouder geven het vaakst aan geen verhuisplannen te hebben (70%). Huishoudens in gestapelde bouw en huurders willen relatief vaak verhuizen • 19% van de huishoudens in gestapelde bouw wil zeker verhuizen. In grondgebonden woningen ligt dit een stuk lager (9%). • Ook huurders geven vaker (22%) dan eigenaar-bewoners (7%) aan dat zij zeker willen verhuizen. De grootste verhuisgeneigdheid bestaat in de duurste huurwoningen (vanaf €808). • Tussen de koopprijsklassen zijn de verschillen in verhuisgeneigdheid klein. Bij woningen boven de €600.000 is de verhuisgeneigdheid het laagst. 72% wil niet verhuizen.
32
6.2
Verhuisredenen
De woning zelf is belangrijkste verhuisreden voor doorstromers tot 65 jaar • Bovenaan in de lijst met verhuisredenen staat bij doorstromers tot 65 jaar de woning zelf (47%), gevolgd door de woonomgeving of buurt waarin men woont (27%). Bij 65-plussers is de meest genoemde verhuisreden de gezondheid of behoefte aan zorg (42%), gevolgd door de woning zelf (40%). • Circa 6% van de doorstromers noemt te hoge woonlasten als verhuisreden en 5% te hoge energiekosten. Figuur 6.3: Belangrijkste verhuismotieven doorstromers 45%
Vanwege mijn woning 22%
Vanwege de woonomgeving of buurt waar ik nu woon
22%
Vanwege een verandering in mijn…
19%
Vanwege gezondheid of behoefte aan zorg 8%
Om dichter bij familie, vrienden of kennissen te gaan…
6%
Mijn woonlasten zijn te hoog geworden
5%
Mijn energiekosten zijn te hoog geworden
Totaal
0%
20%
<65 jaar
65 jaar e.o.
40%
60%
80%
100%
Verhuizen vanwege woning: type woning en buitenruimte meest genoemd • Aan de doorstromers die expliciet hebben aangegeven vanwege hun woning te willen verhuizen, is de vraag gesteld wat de belangrijkste redenen zijn waarom men vanwege de woning wil verhuizen. • Meest genoemde redenen zijn, dat een ander type woning gewenst is (40%), men een woning wil waar men zelfstandig oud in kan worden (40%), dat de woning te groot is (37%), of dat met een (grotere) tuin wil (27%). • De meest genoemde redenen van 65-plussers wijkt hier van af. Zij verhuizen omdat hun huidige woning te groot is (70%), zij een woning willen waarin zij zelfstandig oud kunnen worden (%) of omdat de huidige woning niet gelijkvloers is (46%). • Huurders noemen relatief vaak als verhuisreden de slechte geluids- en warmte-isolatie van hun woning. Verhuizen vanwege buurt: overlast van buren en overlast van verkeer • Aan de doorstromers die expliciet hebben aangegeven vanwege hun woonomgeving of buurt te willen verhuizen, is de vraag gesteld wat de belangrijkste redenen zijn waarom men vanwege hun woonomgeving wil verhuizen. • Overlast van buren/buurtbewoners worden het meest genoemd als verhuisreden (45%), gevolgd door overlast voor verkeer (28%), overlast voor vuil, stank, rommel op straat (26%) en te weinig parkeergelegenheid in de buurt (23%).
• 65-plussers noemen relatief vaak te weinig winkels voor dagelijkse boodschappen en te weinig medische voorzieningen, onveiligheid door criminaliteit, en te weinig opstappunten voor openbaar vervoer. •
Huurders noemen ten opzichte van eigenaar-bewoners relatief vaak overlast van buren/buurtbewoners en rommel op straat.
33
6.3
Redenen om niet te verhuizen
Tevredenheid met huidige woning belangrijkste reden om niet te verhuizen • Van de zelfstandig wonende huishoudens heeft 63% geen verhuiswens. Verreweg de meesten geven aan dat zij tevreden zijn met hun huidige woning (89%) of dat ze niet weg willen uit de buurt waar zij nu wonen (40%). • Huishoudens jonger dan 65 jaar geven daarnaast relatief vaak aan dat zij niet willen verhuizen omdat zij nog niet zo lang op hun huidige adres wonen. Huishoudens van 65 jaar of ouder noemen relatief vaak dat zij te oud zijn om te verhuizen. • Huurders geven ten opzichte van eigenaar-bewoners relatief vaak aan dat de huurprijzen te hoog zijn en de prijs van koopwoningen te duur. De eigenaar-bewoners willen relatief vaak niet weg uit hun buurt. Merendeel woonde hiervoor ook al binnen de gemeente • Ruim 70% van de zelfstandig wonende huishoudens die niet willen verhuizen, geeft aan dat zij ook al in de gemeente Meierijstad woonden voordat zij op hun huidige adres kwamen wonen. • Ongeveer 20% van de huishoudens die minder dan twee jaar op het huidige adres woont, geeft aan dat zij hiervoor in een gemeente buiten de regio Noordoost-Brabant woonden. Bij huishoudens die tien jaar of meer in hun huidige woning wonen is dat 14%.
Merendeel (deels) bewust gekozen voor huidige woonsituatie • Het merendeel van de zelfstandig wonende huishoudens zonder verhuiswens heeft (deels) bewust gekozen voor hun huidige woonsituatie. 15% geeft aan bewust te hebben gekozen voor de gemeente Meierijstad en voor 35% was de woning een bewuste keuze. Tabel 6.2: Zelfstandig wonende huishoudens zonder verhuiswens die bewust gekozen hebben voor.. Totaal …de gemeente
15%
…de woonplaats in de gemeente
40%
…de wijk
16%
…de buurt
15%
…de woning
35%
Geen van deze aspecten bewust gekozen
16%
Duur zoektocht varieert naar woonduur • Bij de vraag hoe lang men op zoek is geweest naar de huidige woning, geeft circa 74% van de niet-verhuisgeneigden aan dat dit minder dan een jaar was en 13% dat hun zoektocht langer dan 2 jaar heeft geduurd. Verandering in huishoudenssamenstelling belangrijkste verhuismotief • Het meest genoemd als reden om te verhuizen naar de huidige woning, is een verandering in de huishoudenssamenstelling (22%), gevolgd door de wens om naar een ander type woning te verhuizen (17%), de wens voor (grotere) buitenruimte (15%) en de wens om naar een grotere woning te verhuizen (15%).
34
7.
Woonwensen
7.1
Huur of koop?
Voorkeur voor huur of koop verschilt per type doorstromer • Van de doorstromers heeft 58% de voorkeur voor een koopwoning en 25% voor een huurwoning. Voor 17% maakt de eigendomsvorm van de woning niets uit. • De laagste inkomensgroepen (tot €2.250 euro) hebben een bovengemiddelde voorkeur voor huurwoningen. De voorkeur voor een koopwoning neemt toe met het stijgen van het inkomen. Onder huishoudens met een middeninkomen tot 1,5 keer modaal (€2.250 tot €3.250) is het aandeel huishoudens zonder een specifieke voorkeur voor huur of koop relatief groot. • Huishoudens vanaf 55 jaar, met name alleenstaanden vanaf 65 jaar hebben iets vaker dan gemiddeld een voorkeur voor huur, terwijl meerpersoonshuishoudens (met en zonder kinderen) jonger dan 65 jaar vaker dan gemiddeld een koopwoning wensen. Huurders willen bij verhuizing weer huren, en kopers weer kopen • Huurders hebben een sterke voorkeur voor huur (58%) en eigenaar-bewoners juist voor koop (70%). Het aandeel eigenaar-bewoners en huurders dat geen voorkeur heeft qua eigendom van de volgende woning, is bij eigenaar-bewoners iets groter (19%) dan bij huurders (13%). • Vergeleken met het woonwoonwensenonderzoek uit 2019, is het aandeel huurders dat wil gaan kopen toegenomen (van 20% naar 29%) en het aandeel dat wil blijven huren afgenomen (van 70% naar 58%).
Bij eigenaar-bewoners is de voorkeur voor opnieuw kopen is toegenomen (van 62% naar 70%), terwijl het aandeel dat wil gaan huren iets afgenomen is (van 16% naar 11%). 8% van de huurders zou huidige huurwoning zeker willen kopen • Van de 8.300 huurders zouden er 700 (8%) de woning waarin zij wonen zeker willen kopen als deze tegen marktprijs zou worden aangeboden. Dit aandeel is vergelijkbaar met 2019 (7%). Mogelijke belangstelling voor het kopen van de huidige huurwoning is er bij 18% van de huurders (1.500). • Zowel alleenstaand als meerpersoonshuishoudens tot 65 jaar geven relatief vaak aan hun huidige huurwoning (mogelijk) te willen kopen. • Voor huurders is het verkrijgen van eigen bezit en het feit dat men niet meer te maken heeft met een jaarlijkse huurverhoging de meest genoemde reden om te willen kopen. Tabel 7.1: Redenen kopen van huurwoning <65 jaar
65 jaar e.o.
Totaal
Verkrijgen van eigen bezit
71%
28%
66%
Geen jaarlijkse huurverhoging
46%
40%
46%
Kopen is goedkoper dan huren
44%
41%
44%
Profiteren van waardestijging huis
33%
32%
33%
Kan mijn woning zelf onderhouden
34%
12%
32%
Kan een koopsubsidie krijgen
3%
0%
3%
Andere reden
13%
25%
15%
35
7.2
Gewenste prijsklasse
Aan doorstromers die zeker of misschien willen verhuizen is gevraagd in welke prijsklasse zij een woning zoeken. De huurprijsklasse is gevraagd aan degenen die een huurwoning zoeken of geen voorkeur voor huur of koop hadden. De gewenste koopprijsklasse is gevraagd aan degenen die een koopwoning zoeken of geen eigendomsvoorkeur hadden. In huursegment: interesse voor dure huur vergelijkbaar met vier jaar geleden • Circa 4.300 doorstromers zoeken (mogelijk) een huurwoning. Dit is berekend door alle verhuisgeneigden met een voorkeur voor huur én de helft van verhuisgeneigden zonder voorkeur voor huur of koop bij elkaar op te tellen. • 76% van de doorstromers met een huurwens wil een woning met een huurprijs tot de liberalisatiegrens (€808, prijspeil 2023). Dit is vergelijkbaar met 2019 (75%). In koopsegment: meer interesse voor duurdere woningen dan vier jaar geleden • Circa 8.600 doorstromers willen (mogelijk) verhuizen naar een koopwoning. Dit is berekend door alle verhuisgeneigden met een voorkeur voor koop én de helft van verhuisgeneigden zonder voorkeur voor huur of koop bij elkaar op te tellen. • 32% van de potentiële kopers zoekt een koopwoning tot €355.000 en 18% zoekt in de prijsklasse tussen €355.000 en €405.000. In 2019 zocht 57% van de potentiële kopers een woning tot €350.000.
• Dat de financiële positie van doorstromers met een koopwens doorgaans gunstiger is, blijkt uit hun wensen qua koopprijs. De helft zoekt woonruimte in het segment boven €405.000 (NHG-grens 2023). Voor het duurste segment (vanaf €600.000) heeft 20% interesse. Een combinatie van de gewenste huur- en koopprijzen laat het volgende totaalbeeld zien voor doorstromers. Bij doorstromers is vraag naar dure koop groter dan naar dure huur • 32% van de 12.800 doorstromers zoekt een koopwoning boven de €405.000. • 8% is gericht op huurwoningen met een prijs vanaf €808. Figuur 7.1: Gewenste huur- en koopprijsklasse van doorstromers 15% huur < €694