Masterplan buitensport,
Tekst van het document
MASTERPLAN BUITENSPORT
1
LEESWIJZER Dit masterplan buitensport start met de samenvatting van de kwaliteit van onze buitensportaccommodaties en hoe we die over een lange termijn kunnen behouden en eventueel verbeteren. Het masterplan is afgestemd met de Sportraad Meierijstad. In de inleiding maken we een koppeling met de belangrijkste informatiebronnen voor ons sportbeleid: de Sportnota Meierijstad Sportief in Beweging, het meer jarenonderhoudsplan (MJOP), de capaciteitsbehoefteberekening en de input vanuit de sportverenigingen. Daarna volgen vier inhoudelijke hoofdstukken waarin de beleidsuitgangspunten, de kwaliteit van sportvelden en terreininrichting, het meer jarenonderhoudsplan en de benodigde capaciteit worden beschreven en wordt afgesloten met beslispunten en concrete acties. In de bijlagen zijn de volledige externe onderzoeksrapporten opgenomen.
2
Samenvatting masterplan buitensport Meierijstad In het masterplan is vastgelegd hoe de buitensport in de gemeente Meierijstad toekomstbestendig kan worden gemaakt. Dit masterplan is vooral gericht op behoud (en consolidatie of verbetering van de kwaliteit) van de buitensportvoorzieningen. Het masterplan geeft inzicht in de behoefte aan en de kwaliteit van de accommodaties, de mogelijkheden om de kwaliteit te verbeteren en de daarmee gepaarde kosten. Beleidsuitgangspunten Aan het masterplan liggen de uitgangspunten van de sportnota Meierijstad Sportief in Beweging ten grondslag. In het masterplan zijn tevens enkele aandachtspunten toegelicht. Zo willen we in het belang van de vitaliteit van de verenigingen onderzoeken hoe we het best onze krachten kunnen bundelen. Voor wat betreft de buitensportvoorzieningen vragen we om instemming over beleidswijziging resp. -vaststelling met betrekking tot onder andere kunstgras hockeyvelden, paardensportterreinen van niet commerciële aanbieders, onderhoud van viswateren en verduurzaming van accommodaties. Beheerstrategie De structuur van huur, onderhoudsvergoedingen en -verplichtingen is met ingang van 2019 geharmoniseerd. Nieuwe huurcontracten zijn hiervoor opgesteld en worden na vaststelling van dit masterplan voor alle betreffende verengingen van kracht.
Het strategische en financiële beheer van alle sportaccommodaties is een verantwoordelijkheid van WA STERCK, het onderhoudsbeheer van de gemeentelijke kleedaccommodaties wordt uitgevoerd door WA Vastgoed en het onderhoudsbeheer van de gemeentelijke sportvelden geschiedt in samenwerking met WA Openbaar Gebied. Innovaties Om het energieverbruik te kunnen verminderen wordt partiële medewerking verleend aan een versnelde vervanging van de verlichting van trainingsvelden. De gemeente neemt hierbij het afgeschreven gedeelte van de armaturen voor haar rekening. Al doende krijgen vanaf 2023 steeds meer verenigingen de beschikking over energiezuinigere LED-verlichting. Bij de vervanging van kunstgrasvelden zal steeds naar mogelijkheden worden gezocht om de warmte die deze velden produceren te gebruiken voor de verwarming van gebouwen. In het kader van waterbesparing worden tevens de ontwikkelingen op het gebied van ondergrondse beregening en bemesting van natuurgrasvelden op de voet gevolgd. Enkele betaald voetbalorganisaties hebben hier al goede ervaringen mee opgedaan. Trends en ontwikkelingen Door de opkomst van padel is er momenteel sprake van een groeiend ledental bij tennisverenigingen. Bij de tennisverenigingen TV de Krekel (Mariaheide), TV Hertog Jan (Erp) en TV de Hopbel (Schijndel) zijn al padelbanen aangelegd.
Andere tennisverenigingen onderzoeken de mogelijkheden, zoals TV de Kienehoef (Sint-Oedenrode), LTC Skinlo (Schijndel) en TV Frisselstein (Veghel). Sporten in de openbare ruimte wordt steeds populairder, getuige bijv. het toenemend aantal fietsers, trimmers en wandelaars. De komende jaren zullen we deze ontwikkeling nadrukkelijk blijven volgen en analyseren of er aanpassingen nodig zijn in de openbare ruimte of op onze sportaccommodaties. Een voorbeeld van inspelen op de behoefte is de aanleg van de trimbaan in Streekpark Kienehoef. In 2023 zullen naar voorbeeld van het Athletic Skills Model in het kader van het Sportakkoord en Vitaliteitsakkoord beweegtuinen bij trapveldjes in de wijken worden
3
gerealiseerd. Een project met een grote meerwaarde voor bewegen in de openbare ruimte is het Vlagheide Park In 2023 starten de voorbereidingen voor de realisatie van het Omnipark Erp. In het omnipark maken meerdere sporten en een gemeenschapshuis gebruik van een multifunctionele accommodatie die door hen gezamenlijk wordt geëxploiteerd. Capaciteit en behoefte De analyse van de bevolkingsgroei en –samenstelling laat een lichte stijging (+3%) van het aantal inwoners en een gemiddelde stijging van ruim 12,% van het aantal basisschoolleerlingen zien. Op basis daarvan is een capaciteit- en behoefteberekening opgemaakt waaruit blijkt dat het sportveldengebruik in de gemeente Meierijstad zal toenemen. De verwachting is dat dit niet leidt tot capaciteitsproblemen en er dus geen sprake zal zijn van een grotere ruimtebehoefte voor de sportparken. In Meierijstad is geen beleid voor leefbare kernen vastgesteld. Voor de leefbaarheid in de kernen is de beschikbaarheid van voorzieningen echter van groot belang. Dat past ook in ambitie 1 van onze sportnota: Door sport en bewegen staan nog meer inwoners gezonder en hierdoor ook prettiger en actiever in het leven. Dit masterplan gaat daarom ook uit van behoud van de buitensportvoorzieningen in de kleine kernen. Natuurlijk kan dat niet tegen elke prijs. Verjonging (woningbouw) en vitaliteit van de sportvereniging (bijv.
door samenwerking) zullen bijdragen aan het behoud van een sportvoorziening. Sportpark De Glorie in Wijbosch kampt al jaren met parkeerproblemen. Op relatief korte termijn (8 jaren) moeten alle voorzieningen op dit sportpark worden vervangen. Aanbevolen wordt om herontwikkeling resp. verplaatsing van het sportpark binnen een periode van max. 8 jaren te onderzoeken waarbij tevens de parkeerproblemen worden opgelost. Kwaliteit huidige voorzieningen Voor dit masterplan is de huidige kwaliteit van de accommodaties in beeld gebracht. De algemene beheerkwaliteit in de gemeente Meierijstad kan vastgesteld worden op beeldkwaliteit B (normaal). Op onderdelen wordt deze kwaliteit nu niet helemaal gehaald, dit heeft mede te maken met uitgestelde renovaties. Renoveren of omvormen van enkele velden en inrichting is noodzakelijk. Aan de basis van de kwaliteit van onze natuurgrasvelden ligt een specifieke wijze van onderhoud en onkruidbestrijding, landelijk ook wel de ‘Schijndelse methode’ genaamd. Deze methode wordt onder begeleiding van specialisten verfijnd en nader uitgewerkt om ervoor te zorgen dat de onderhoudswerkzaamheden inspelen op de klimaatverandering en voldoende effectief blijven.
Meer jaren onderhoudsplan (mjop) Om een goed kwalitatief en financieel beeld te krijgen van de bestaande buitensportvoorzieningen is een meer jarenonderhoudsplan (mjop) opgesteld voor een periode van 40 jaren. Dit mjop is gericht op onderhoud, consolidatie of verbetering van de kwaliteit en vervanging van bestaande voorzieningen. Gewenste nieuwe investeringen als gevolg van groei, ontwikkeling van de sport of ruimtelijke ontwikkeling worden separaat aan de gemeenteraad voorgelegd. Het technisch onderhoud van de natuurgrasvelden en groeninrichting van onze sportparken wordt steeds op basis van een raamcontract voor een periode van 4 jaren ondergebracht bij een aannemer. In dit raamcontract is ook de levering en het onderhoud van robotmaaiers opgenomen. De ervaring leert dat de kwaliteit van de natuurgrasvelden is verbeterd door het gebruik van de
4
robotmaaiers. Het klein onderhoud wordt uitgevoerd door de verenigingen. Diverse verenigingen maken ook gebruik van de mogelijkheid om tegen aannemersvergoeding bepaalde werkzaamheden van het gemeentelijk groenonderhoud uit te voeren. Het technisch onderhoud van de kunstgrasvelden is neergelegd bij de aannemers van die velden. De verenigingen voeren het klein onderhoud uit (bladvrij houden, borstelen en vegen). In de toekomst blijft gekeken worden naar optimalisatiemogelijkheden.. Daarvoor worden de kwaliteit en de kosten voor aanleg en onderhoud frequent gemonitord. Consequenties voor de gemeente en de clubs kunnen in samenwerking met de Sportraad Meierijstad worden uitgewerkt. Het beeld voor de nabije toekomst is tijdens een informatieavond getoond en toegelicht, waarna een inhoudelijke discussie heeft plaatsgevonden en vragen zijn gesteld. In het masterplan zijn de volgende beslispunten opgenomen: 1. 2.
3. 4.
5.
6. 7. 8. 9. 10. 11.
12. 13.
Het onderzoeken van de mogelijkheden voor bundeling van krachten met de sportverenigingen. Het aanleggen van kunstgrasvelden voor het oplossen van capaciteitstekorten, het beschermen en verhogen van de kwaliteit van natuurgrasvelden en/of het volgen van ontwikkelingen in de sport,. Het per hockeyvereniging hanteren van een verhouding van 50:50 voor de verdeling van zand ingestrooide velden en watervelden (of het in ontwikkeling zijnde alternatief daarvoor). Het aanleggen of vervangen van kunstgrasvelden bij voorkeur in de vorm van non fill constructies of andere gecertificeerde constructies, maar zeker niet met SBR infill materialen en de constructielagen onder de kunstgrasmatten die niet voldoen aan de technische of milieu-eisen vervangen door constructies die daar wel aan voldoen. Het beschikbaar stellen van incidentele subsidie voor de buitenbak van de paardensportverenigingen Jan van Amstel, Nijnselse Ruiters en Ponyruiters, Rooise Ruiters en Ponyruiters en St. Lambertus en dit te verwerken in het MJOP buitensport. Het vaststellen van de afmetingen van een standaard buitenbak op 60x40 meter. Het vaststellen van een passende huurvergoeding voor unieke sporters. Het onderhouden van gemeentelijke viswateren en vissteigers, de kosten te begroten en het benodigde budget beschikbaar stellen in het mjop buitensport.
Het vaststellen van de concept-huurovereenkomst met de bijbehorende kruisjeslijst voor alle gemeentelijke buitensportaccommodaties. Het afzien van dekkende tarieven voor het gebruik van de ondergrond van sportaccommodaties, conform het raadsbesluit van 5 juli 2018.. Het instemmen met verzoeken om voortijdige vervanging van conventionele verlichtingsarmaturen door LED-armaturen door vergoeding van het afgeschreven deel van de vervangingskosten.. Het instemmen met het aan verenigingen verstrekken van kortlopende geldleningen voor verduurzamingsmaatregelen. Het instemmen met het aanmelden voor een Interreg subsidie voor het project sensor gestuurd beregenen natuurgrasvelden.
14. Het beschikbaar stellen van een LED sportveldverlichting voor veld 3 van SCMH. 15. Het onderzoeken van de verplaatsing of herontwikkeling van sportpark De Glorie in Wijbosch met de intentie om het nieuwe sportpark binnen 8 jaar te realiseren. 16. Het onderzoeken van de behoefte en de realisatie- en exploitatiemogelijkheden van een groepsaccommodatie op een sportpark in Meierijstad. 17. Het regionaal afstemmen van verzoeken voor het onderbrengen van nieuwe / nog niet aanwezige sporten. 18. Het aansluiten bij het landelijk kwaliteitszorgsysteem 2.0.
5
19. Het vaststellen van het mjop buitensport. 20. Het vaststellen van het mjop buitensport voor de jaarschijven 2024-2027. 21. Het aanpassen van de automatische beregeningsinstallaties van de hoofdvelden en het nader onderzoeken van de beregeningsinstallaties van de overige velden.
6
Inhoud 1
INLEIDING ................................................................................................................................. 9
2
BELEIDSUITGANGSPUNTEN ................................................................................................ 10 2.1
Behoud van voorzieningen en kwaliteit .............................................................................. 10
2.2
Sportnota Meierijstad Sportief in Beweging ....................................................................... 10
2.2.1 Ambitie 1: Door sport en bewegen staan nog meer inwoners gezonder en hierdoor ook prettiger en actiever in het leven ....................................................................................... 10 2.2.2
Ambitie 2: vitale verenigingen pakken een maatschappelijke rol ................................ 12
2.2.3
Ambitie 3: Voldoende, kwalitatief goede en betaalbare accommodaties .................... 15
2.2.4
Prognoses en trends sportdeelname Nederland ......................................................... 21
2.2.5
Trends in Noord-Brabant ............................................................................................. 22
2.3 3
Duurzame sportparken ....................................................................................................... 23
HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE BEHOEFTE EN BESCHIKBARE CAPACITEIT ..................... 28 3.1
Demografische ontwikkeling ............................................................................................... 28
3.2
Beschikbare capaciteit ........................................................................................................ 30
3.3
Aandachtspunten ................................................................................................................ 32
3.3.1
Toelichting capaciteitsberekening ............................................................................... 32
3.3.2
Voorspellingen ............................................................................................................. 33
3.3.3
Opmerkingen verenigingen ......................................................................................... 33
3.3.4
Conclusie capaciteit- en behoefte berekening ............................................................ 33
3.4
Multifunctioneel gebruik ...................................................................................................... 34
3.5
Bewegen in de openbare ruimte ........................................................................................ 34
3.6
Leefbare kernen ................................................................................................................. 36
3.6.1
4
5
Lopende projecten / aandachtsgebieden leefbaarheid in de kernen .......................... 37
3.7
Groepsaccommodatie ........................................................................................................ 37
3.8
Niet gefaciliteerde sporten .................................................................................................. 38
KWALITEIT VAN SPORTVELDEN EN TERREININRICHTING .............................................. 39 4.1
Huidige situatie ................................................................................................................... 39
4.2
Conclusies .......................................................................................................................... 43
4.3
Aanbevelingen .................................................................................................................... 43
4.4
Kwaliteitszorgsysteem 2.0 .................................................................................................. 46
MEERJAREN ONDERHOUDSPLAN (MJOP) ......................................................................... 47 5.1
Beheerstrategie .................................................................................................................. 47
5.2
Regulier onderhoud ............................................................................................................ 47
5.3
Uitgangspunten MJOP ....................................................................................................... 50
5.4
Nieuwe ontwikkelingen ....................................................................................................... 52
5.4.1
Natuurgras ................................................................................................................... 52
7
5.4.2
6
Inkoopstrategie kunstgras ........................................................................................... 53
5.5
Financiële indicatie ............................................................................................................. 54
5.6
Aanbevelingen .................................................................................................................... 54
BIJLAGEN ................................................................................................................................ 56 6.1
Bijlage 1: Behoefte en capaciteitsberekening .................................................................... 56
6.2
Bijlage 2: Meerjarenonderhoudsplan sporttereinen (MJOP) .............................................. 56
6.3
Bijlage 3: Concept- huurovereenkomst met bijbehorende lijst van onderhoud- en vervangingsverplichtingen (kruisjeslijst) ............................................................................. 56
8
1 INLEIDING In Meierijstad geloven we in de kracht van sport. Sport is gezond en draagt bij aan ontwikkeling van mens en maatschappij. Sport verbindt, biedt ontmoetingsmogelijkheden en biedt kansen tot mee (blijven) doen in de samenleving. Sport geeft plezier samen en alleen. In deze overtuiging zijn in 2018 voor de periode tot 2030 3 ambities vastgelegd in de Sportnota ‘Meierijstad Sportief in Beweging’ : - Ambitie 1: Door sport en bewegen staan nog meer inwoners gezonder en hierdoor ook prettiger en actiever in het leven. - Ambitie 2: Vitale sportverenigingen pakken een maatschappelijke rol - Ambitie 3: Er zijn voldoende, kwalitatief goede en betaalbare sportvoorzieningen In ambitie 3 van deze sportnota is een opdracht voor vaststelling van een masterplan buitensport opgenomen. Het masterplan buitensport is een plan waarbij de werkelijke capaciteitsbehoefte onderzocht wordt. Deze wordt vergeleken met het aanbod. Daarnaast is de staat van de accommodaties onderzocht. Uiteindelijk leidt dat tot een meerjarenplan voor de buitensport waarbij de (beschikbare) financiën een belangrijke randvoorwaarde zijn. Het uitgangspunt van het masterplan buitensport is behoud en verbetering van de kwaliteit van de buitensportaccommodaties.
Het masterplan is opgesteld om inzicht te geven in de beschikbare capaciteit van en behoefte aan accommodaties, de kwaliteit en de mogelijkheden om de kwaliteit te verbeteren en om een beeld te schetsen van de onderhouds- en vervangingskosten over een langere periode. In het masterplan wordt de basis gelegd voor een duurzame, toekomstbestendige en dus vitale buitensport in de gemeente. Verenigingen worden gestimuleerd om meer samen te werken met elkaar en met andere organisaties in de eigen kern of gehele gemeente. Het gebruik van de sportaccommodaties moet vraaggericht zijn en waar mogelijk een meerwaarde bieden voor de kern door multifunctionaliteit. De accommodaties moeten een toegevoegde waarde krijgen. Dit masterplan moet voor alle partijen houvast bieden in de toekomst, het plan moet de kaders vastleggen voor toekomstige ontwikkelingen in de sport en de gemeenschap. Voor de samenstelling van het masterplan zijn in de afgelopen jaren de accommodaties geïnspecteerd, de wensen van de verenigingen en de mogelijkheden van kwaliteitsverbetering geïnventariseerd en zijn de daarbij behorende onderhouds- en vervangingskosten voor een lange periode in beeld gebracht. Het masterplan is in samenwerking met deskundige partijen tot stand gekomen en met de Sportraad Meierijstad besproken. Hierna is het masterplan gepresenteerd aan de buitensportverenigingen.
De opmerkingen van de Sportraad en de verenigingen zijn verwerkt in het masterplan.
9
2 BELEIDSUITGANGSPUNTEN De gemeente Meierijstad biedt basisvoorzieningen aan die zij tevens onderhoudt en vervangt. Om dat voor de toekomst te kunnen garanderen zijn de huidige kwaliteit van de buitensportvoorzieningen in beeld gebracht alsmede op welke wijze blijvend een goede kwaliteit geboden kan worden. Daarbij is tevens gekeken naar de vitaliteit van de verenigingen en hoe die in de toekomst gegarandeerd kan blijven. De volgende uitgangspunten vormen de leidraad voor het masterplan: - Meierijstad stelt per sport basisvoorzieningen beschikbaar, die zij wanneer nodig vervangt en waarvoor zij periodiek groot onderhoud uitvoert; - de basisvoorziening bestaat uit sportvelden en een kleedaccommodatie, aangevuld met een materialenberging en een verenigingsruimte.
Overige behoeften/wensen van sportverenigingen, zoals kantine, tribune en extra ruimten, alsmede extra en/of boven de (kwaliteit)norm gewenste sportvelden en –kleedlokalen, kunnen door de verenigingen zelf worden gerealiseerd, vervangen en onderhouden; - de basisvoorziening wordt bepaald op basis van normen voor accommodatiebehoefte, vastgesteld door NOC/NSF in overleg met VSG en sportbonden; - de sportvoorzieningen worden opengesteld voor maatschappelijke doelen, afgestemd op en met de hoofdgebruiker; - sportvoorzieningen zijn belangrijk voor de leefbaarheid in de (kleine) kernen; - zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid van de gebruikers. Dit masterplan is gericht op behoud (en consolidatie of verbetering van de kwaliteit) van de buitensportvoorzieningen.
2.1
Behoud van voorzieningen en kwaliteit
Dit masterplan is vooral gericht op behoud van (de kwaliteit van) de buitensportvoorzieningen. Op basis van capaciteitsbehoefteberekeningen wordt de behoefte aan buitensportvoorzieningen vastgesteld. Uitgangspunten hierbij zijn groot onderhoud en vervanging van bestaande voorzieningen die worden vastgelegd in een meerjarenonderhoudsplan (zie hoofdstuk 4). Vraagstukken voor nieuwe voorzieningen, op basis van ontwikkelingen in de sport, herinrichtingsnoodzaak van sportparken of groei van sportverenigingen, worden ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.
2.2
Sportnota Meierijstad Sportief in Beweging
Sinds de vaststelling van de sportnota in 2018 beschikken we over meer informatie die ons een beter inzicht kan geven hoe we er voor staan. Daarnaast zijn we tijdens de uitvoering van de sportnota met vraagstukken en ontwikkelingen geconfronteerd die om heroriëntatie en/of (nadere) vaststelling van beleid vragen. Aan de hand van de drie ambities worden in deze paragraaf de vraagstukken en laatste ontwikkelingen als aandachtspunt weergegeven.
2.2.1 Ambitie 1: Door sport en bewegen staan nog meer inwoners gezonder en hierdoor ook prettiger en actiever in het leven Door middel van de methode Social Return On Investment (SROI) meet het Kenniscentrum voor Sport en Bewegen de (extra) sociale en maatschappelijke waarde voortvloeiend uit een investering. De gemeente Meierijstad participeert in de denktank van het Kenniscentrum voor de nieuwe SROI van sport en bewegen. Door inspanningen van de denktank zijn er inmiddels beter
10
vergelijkbare lokale cijfers beschikbaar en kan met onderstaande infographic van elke deelnemende gemeente het lokale SROI-cijfer en andere kengetallen rondom sport en bewegen in beeld worden gebracht. Zo wordt met de infographic inzichtelijk hoe aantrekkelijk de omgeving in de gemeente is om te sporten en te bewegen. Hoe actief en gezond de inwoners zijn. Maar ook wat het oplevert als 10% van de inactieve burgers in beweging wordt gebracht.
11
Uit de infographic kan worden opgemaakt dat Meierijstad in vergelijking met de landelijke cijfers redelijk tot goed scoort. De score voor beweegvriendelijke omgeving blijft enigszins achter op het landelijk gemiddelde. Hierop wordt in paragraaf 2.2.4 verder ingegaan. De uitgaven per inwoner lijken ruim hoger dan het landelijk gemiddelde te zijn. Dit betreft een bewerking van Rebel en het Mulier Instituut ten behoeve van de SROI-berekening. De bedragen komen daarom niet overeen met de bedragen uit de Monitor sportuitgaven gemeenten 2020. De bewerkte cijfers kunnen zowel positief (gemeente vindt sport en bewegen voor haar inwoners belangrijk) als negatief (hogere uitgave dan andere gemeenten) uitgelegd worden. Over het vergelijken van uitgaven met het landelijk gemiddelde dienen evenwel twee opmerkingen gemaakt te worden. Ten eerste beschikken niet alle gemeenten over dezelfde voorzieningen. Dat heeft meestal met de grootte van de gemeente te maken en is in sommige gevallen ook een beleidskeuze. Ten tweede betreft zo’n vergelijking altijd een momentopname. Omdat gemeenten hun investeringen lineair afschrijven is de leeftijd van de voorzieningen sterk bepalend voor het beeld. Wanneer uitgegaan zou worden van (fictieve) vervangingskosten zou dit een ander maar veel beter vergelijkbaar beeld geven.
2.2.2 Ambitie 2: vitale verenigingen pakken een maatschappelijke rol Een van de speerpunten van de sportnota is het zorgdragen voor vitale verenigingen zodat zij in staat zijn om hun maatschappelijke rol te vervullen Heel belangrijk hierbij is dat verenigingen voldoende financiële flexibiliteit hebben. De vitaliteit van de buitensportverenigingen staat momenteel erg onder druk door een enorme stijging van de kosten in combinatie met een dreigende terugloop van het aantal leden. In deze paragraaf gaan we in op de gevolgen van de energiecrisis en geven we mogelijkheden aan om de verenigingen toekomstbestendig(er) te maken. Energiecrisis Via een uitvraag van de Sportraad Meierijstad zijn signalen ontvangen van verenigingen van wie het water aan de lippen staat. Zij geven aan hun energierekening niet meer te kunnen betalen en geen andere uitweg zien dan de kosten door te berekenen in de contributie. De gevolgen hiervan laten zich raden. Landelijk zien we eenzelfde beeld, reden waarom de VNG en de Vereniging Sport en Gemeenten hiervoor aan de bel hebben getrokken en er inmiddels door de Tweede Kamer een motie is aangenomen voor instelling van een reddingfonds voor verenigingen die dreigen om te vallen. Het wachten is nu op een plan van de minister van VWS.
De gemeente Meierijstad is de verenigingen tegemoet gekomen met een eenmalige bijdrage voor extra energiekosten in 2022 en door voor 2023 de extra energiekosten niet door te rekenen in de huur. In deze paragraaf wordt aangegeven hoe gemeente en verenigingen hun krachten kunnen bundelen en in paragraaf 2.5 Duurzame sportparken wordt uitgelegd hoe de gemeente verenigingen kan helpen om hun sportparken te verduurzamen. Bundeling van krachten Gezamenlijke inkoop, een gezamenlijke verenigingsmanager en maximale benutting van subsidieregelingen kunnen de kosten van verenigingen drukken en hun bestuurders ontzorgen. Dergelijke doelen kunnen worden gerealiseerd door fusie of vergaande samenwerking, maar ook door samenwerking met de gemeente. Hierbij zal de schaalvergroting tot een grotere financiële armslag leiden. Onderstaand twee voorbeelden waarbij schaalvergroting positieve organisatorische en financiële effecten heeft: 1. Professionalisering en samenwerking Steeds meer verenigingen worden geconfronteerd met een verminderde belangstelling voor vrijwilligerswerk zeker waar het bestuurlijke functies betreft. In combinatie met een toename van
12
taken waar verenigingen aan moeten voldoen en verzwaring van de financiële lasten neemt de druk op bestuurders steeds meer toe. De vraag die hierbij oppopt is of dit redelijkerwijs van een vrijwillig bestuurder kan worden verlangd en of het niet tijd is voor professionalisering van amateurorganisaties. Waar verenigingen wel de training van hun belangrijkste teams hebben geprofessionaliseerd is dit bij veruit de verenigingen nog steeds niet gebeurd op bestuurlijk vlak. Landelijk hebben enkele grote verenigingen – al dan niet in samenwerking met de gemeente deze stap wel gezet door aanstelling van betaalde verenigingsmanagers. Deze managers ontzorgen de bestuursleden door het overnemen van allerlei operationele taken, zodat het verenigingsbestuur zich kan richten op het besturen van de vereniging. Daarnaast verdienen zij zichzelf terug door bijv. een betere kostenbeheersing, inkoopvoordelen, verwerving van subsidies, multifunctionelere inzet van accommodaties, werving en begeleiding van vrijwilligers en samenwerking met andere organisaties. Aanbevolen wordt om de mogelijkheden te onderzoeken van schaalvergroting en vergaande samenwerking (met de gemeente) in een organisatie met voldoende (financiële) omvang om de gewenste schaalvoordelen te kunnen realiseren. 2.
Rijkssubsidies Als gevolg van uitspraken van het Europese Hof van Justitie zijn uitgaven voor sportbeoefening sinds 2019 vrijgesteld van btw. Tot 2019 konden accommodaties voor het gelegenheid geven tot sportbeoefening btw belast (6%) worden verhuurd en kon de btw op de gemaakte kosten (21%) worden teruggevraagd bij de Belastingdienst. Ter vervanging van het kunnen terugvragen van btw zijn per 1 januari 2020 de Subsidieregeling stimulering bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA) en de Speciale Uitkering Sport (SPUK Sport) ingevoerd. Deze subsidieregelingen vervallen per januari 2024, maar zullen hoogstwaarschijnlijk worden voortgezet. a. BOSA-subsidie Het meest treffende voorbeeld van een te kleine omvang komt aan het licht bij het aanvragen van een BOSA subsidie. Op grond van de BOSA regeling kan de minister een subsidie verstrekken aan amateursportorganisaties van 20% van de kosten voor de bouw of het onderhoud van sportaccommodaties, of voor de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen. De minister kan aanvullend subsidie verstrekken voor verduurzamingsactiviteiten en verbetering van toegankelijkheid van ten hoogste 10% van de kosten van die activiteiten. Aan de BOSA-regeling zijn echter een subsidieplafond en een minimum subsidiebedrag gekoppeld. Het beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvragen.
Het subsidie bedraagt maximaal € 2.500.000. Met ingang van 2022 is het minimale subsidiebedrag aangepast van € 5.000 naar € 2.500. Om aan de minimale verplichting van € 2.500 te kunnen voldoen moet een vereniging minimaal 100% / 20% x € 2.500 = € 12.500 incl. btw aan uitgaven kunnen declareren om voor subsidie in aanmerking te komen. Omdat energieen schoonmaakkosten uitgezonderd zijn kunnen de meeste verenigingen in Meierijstad niet aan de eis van € 2.500 kunnen voldoen, waardoor zij de afgelopen jaren voor vele tienduizenden euro’s aan BOSA (lees: btw) zijn misgelopen. b. SPUK Sport Als de gemeente gelegenheid geeft tot sportbeoefening en de gemeentelijke sportaccommodaties exploiteert kan wel de btw op alle kosten voor sportbeoefening worden gedeclareerd. Ook de energie- en schoonmaakkosten die uitgesloten zijn in de BOSA-subsidieregeling. Een relatief kleine inspanning door of namens de gemeente die de energiekosten van verenigingen aanzienlijk vermindert. In dit model verlopen alle facturen en betalingen inclusief btw via de gemeente en de factureert de gemeente de kosten vervolgens exclusief btw door aan de afzonderlijke
13
verenigingen. De btw declareert de gemeente bij SPUK. In dit model financiert de gemeente als het ware de terug te ontvangen btw voor en loopt de gemeente het risico van niet terug ontvangen btw. Dit risico kan worden ondervangen als afgesproken wordt dat de uiteindelijke afrekening per vereniging is gebaseerd op de netto-kosten, oftewel het totaal aan factuurbedragen excl. btw vermeerderd met een toeslag voor niet terug ontvangen btw. De uitvoering kan de gemeente zelf ter hand nemen of opdragen aan een nog op te richten stichting. De eerder genoemde verenigingsmanager zou hier ook een rol in kunnen spelen. Daarnaast kunnen de verenigingen BOSA-subsidie aanvragen voor verduurzamingsmaatregelen van hun accommodatie. Onderstaand een voorbeeld van btw die verenigingen in Meierijstad niet hebben kunnen declareren. Het gemiddelde ledental van 34 buitensportverenigingen met in totaal 17.000 leden is ongeveer 500 leden per vereniging. Een vereniging met dit ledental is WEC. Deze vereniging stelde onderstaande jaarrekeningcijfers over het seizoen 2018-2019 beschikbaar. Van de totale kosten had € 5.250 SPUK gedeclareerd kunnen worden als ze haar accommodatie inclusief alle kosten voor sportbeoefening zou hebben gehuurd van de gemeente.
Er van uitgaande dat de btw van deze vereniging representatief is voor het gemiddelde btw bedrag van alle 34 verenigingen, komt dat neer op een totaal bedrag van € 178.500 aan niet gedeclareerde SPUK per jaar. Alleen al aan energiekosten betrof dat € 85.680, waarbij wordt opgemerkt dat dit bedrag waarschijnlijk veel hoger zal zijn omdat de energieprijzen in 2022 gigantisch zijn gestegen en bij de voorbeeldvereniging al een grote mate van verduurzaming heeft plaatsgevonden (zonnepanelen en LED sportveldverlichting) en deze maatregelen bij veel verenigingen nog niet zijn getroffen. Omgerekend betreft het € 10,64 per lid aan totaal declarabele SPUK of € 5,11 per lid aan SPUK voor de energiekosten. Jaarrekening club met 500 leden (met zonnepanelen en LED-verlichting)
Huisvestingskosten
Kosten
Btw 21%
Electra, gas en water
€
12.000
€
2.520
Klein onderhoud (kosten club)
€
1.500
€
315
€
2.500
€
525
Spelmateriaal
€
4.000
€
840
Kleding/shirts e.d.
€
5.000
€
1.050
Totale kosten
€
25.000 €
5.250
34
€
85.680
34
€ 178.500
Accommodatiekosten/sportvelden Onderhoud (kosten club) Wedstrijdkosten
Totaal declarabele SPUK Tabel 1 – declarabele SPUK verenigingen
Beslispunten: 1.
Het onderzoeken van de mogelijkheden voor bundeling van krachten met de sportverenigingen.
14
2.2.3
Ambitie 3: Voldoende, kwalitatief goede en betaalbare accommodaties
Beweegvriendelijke omgeving In de SROI 2020 valt op dat de score van Meierijstad voor een beweegvriendelijke omgeving achter blijft bij het landelijk gemiddelde terwijl we gemiddeld over meer sportaccommodaties per 10.000 inwoners beschikken. De indicator beweegvriendelijke omgeving in de SROI gaat van 0 tot 100 en laat zien in hoeverre de openbare ruimte mogelijkheden biedt voor mensen om te sporten en te bewegen. De veronderstelling is dat een beweegvriendelijke omgeving (dus een hogere score) het beweeggedrag positief beïnvloedt. De indicator bestaat uit de vier deelindicatoren die allen een score hebben van 0 tot en met 100; 1. Sportaccommodaties (diversiteit en nabijheid voetbalvelden, hockeyvelden, tennisbanen, sporthallen, fitnessvoorzieningen en zwembaden) 2. Sport- en speelplekken (nabijheid sport- en speelplekken in de openbare ruimte) 3. Recreatief groen en blauw (nabijheid en oppervlakte parken, water geschikt voor recreatief gebruik) 4. Nabijheid van voorzieningen (o.a. gemiddelde afstand tot supermarkt en school) Omdat de mogelijkheden om te fietsen en wandelen centraal staan in de beweegvriendelijke omgeving, zijn de nabijheid van sportaccommodaties, sport- en speelplekken en recreatief groen en blauw, berekend door gebruik te maken van een fiets- en wandelwegennetwerk. De deelindicatoren zijn op het laagst mogelijke geografisch schaalniveau berekend.
De eerste drie deelindicatoren zijn berekend op het niveau van de CBS-vierkanten van 100 * 100 meter. Er is alleen gebruik gemaakt van CBS (Centraal Bureau voor de Statistiek) vierkanten waar mensen wonen. Voor de deelindicator nabijheid van voorzieningen is gebruik gemaakt van de nabijheidsstatistieken (buurt-, gemeente- en nationaal niveau) van het CBS. Geconcludeerd kan dus worden dat de voorzieningen in Meierijstad iets verder weg liggen van het verzorgingsgebied dan in de meeste andere gemeenten. Uit de hogere sportdeelname 51,5% tov 50,4% landelijk) kan worden opgemaakt dat de langere afstand tot de voorzieningen niet tot een mindere sportdeelname heeft geleid. Kunstgrasvelden In de sportnota is vastgelegd dat aan de aanleg van kunstgrasvelden ten grondslag ligt het volgen van ontwikkelingen in de sport, het oplossen van capaciteitstekorten en het beschermen en verhogen van de kwaliteit van natuurgrasvelden. We zien in de praktijk dat precisering hiervan gewenst is. Zorgplicht Of er sprake is van een juiste toepassing van de zorgplicht is afhankelijk van de specifieke omstandigheden zoals de keuze van het materiaal, de opbouw van het kunstgrasveld en de maatregelen die tijdens de gebruiksfase genomen moeten worden. De zorgplicht geldt voor iedereen (gebruiker en eigenaar). Het bevoegd gezag kan handhavend optreden als gehandeld wordt in strijd met de zorgplicht.
Ook kunnen derde partijen de eigenaar en gebruiker wijzen op het naleven van de zorgplicht.
15
Om gemeenten handvatten te bieden hebben een aantal omgevingsdiensten, waaronder ODBN, een memo opgesteld voor gemeenten waarop zij als eigenaar van sportvelden op kunnen letten bij renovatie, aanleg en onderhoud van kunstgrasvelden en hoe ze dit kunnen borgen in hun beleid. Door zaken als eigenaar vast te leggen in het “sportbeleid” dan wel in een aanbestedingsprocedure wordt voorkomen dat bij aanleg, onderhoud en renovatie ongewenste verspreiding van infill en kunststoffen plaatsvindt en ook dat wordt geborgd dat de matten en andere afvalstoffen die vrijkomen bij renovatie op een juiste manier verwerkt worden. De belangrijkste handvat is de opmerking dat 50% van het kunstgrasveld als verharding wordt aangemerkt. Deze oppervlakte x de norm van het waterschap levert een aantal m3 water op, dat dient te worden gecompenseerd. Dit kan bijv. door het verbreden van een sloot, het graven van een wadi of het aanbrengen van een waterberging onder een veld. Tot op heden hanteren de Waterschappen De Dommel en Aa en Maas hiervoor 0% compensatie. Aanbevolen wordt om hierover met de waterschappen te communiceren. Daarnaast het advies om kurk toe te passen en alle andere alternatieve niet te benoemen is bezwaarlijk. Het memo kan financiële gevolgen hebben voor het Meerjaren onderhoudsplan buitensportaccommodaties en de aanleg van nieuwe sportparken, zoals bijv. het Omnipark Erp.
Hockey Als een van de eerste sporten stapte hockey (in Nederland) over van natuurgrasvelden naar zandingestrooide kunstgrasvelden om de kwaliteit van de velden te verhogen en minder afhankelijk te worden van weersomstandigheden. In de ambitie om het spel sneller en attractiever te maken zijn vervolgens semi-water en watervelden ontwikkeld. In de voormalige gemeenten van Meierijstad zijn alle veld types aangelegd, waarbij elke hockeyvereniging de beschikking had over 1 waterveld en vanwege algengroei geen goede ervaringen zijn opgedaan met semi-watervelden. Hockeyverenigingen zijn daarentegen zeer tevreden over de kwaliteit van en het spel op watervelden. Bij de vervanging van het semi-waterveld van Geel-Zwart rees de vraag of het vervangen zou moeten worden door een zandingestrooid of een veel duurder en milieubelastender waterveld. Feit hierbij is dat de KNHB geen veldtype voor het spelen van wedstrijden voorschrijft. Verder is er - zoals in elke sport - sprake van niveauverschil tussen de diverse teams (waarbij gezegd moet worden dat spelers in de laagste teams ook graag op watervelden spelen) en zijn er ook Nederlandse gemeenten die alleen zand ingestrooide velden beschikbaar stellen.
Door het ontbreken van regels of een leidraad hanteert de gemeente Meierijstad uit kostenoverwegingen een verdeling van 50:50 in de verhouding watervelden (competitieve teams) en zand ingestrooide velden (recreatieve teams). Voorgesteld wordt laatstgenoemde verdeling als beleidsuitgangspunt vast te stellen en dit uitgangspunt ook te hanteren bij een oneven aantal hockeyelden. Saillant detail in de ontwikkeling van de hockeysport is het besluit van de wereld hockeybond (FIH) om verspilling van water tegen te gaan en de sport in landen waar water erg schaars is dezelfde ontwikkelingskansen te geven als in waterrijke landen. In dat kader heeft de FIH besloten dat er na de Olympische Spelen in Parijs (2024) geen mondiale toernooien meer worden gespeeld op watervelden. Dit betekent dat het wereldkampioenschap hockey in Nederland en België (2026) op een alternatieve kunstgrasmat zal worden gespeeld. Met de eerste prototypen voor de voorgeschreven alternatieve kunstgrasmat worden al proeven gedaan. De FIH verwacht dat na 2027 geen watervelden meer zullen worden aangeboden. Deze ontwikkeling staat de voorgestelde verdeling 50 (zand) : 50 (water of alternatief) niet in de weg, omdat aangenomen mag worden dat de alternatieve kunstgrasmat veel duurder zal zijn dan een zand ingestrooide kunstgrasmat.
16
Korfbal De korfbalsport ontwikkelt zich volledig in de richting van zand ingestrooide kunstgrasvelden. De KNKV experimenteert momenteel met hoeveelheid zand om de ‘feel and look’ van korfbalvelden zo natuurgrasmogelijk te maken. Bij de aanleg en vervanging van korfbalvelden wordt hier zo veel mogelijk rekening mee gehouden. Met ingang van het seizoen 2022/2023 spelen alle korfbalverenigingen in Meierijstad op kunstgras. Voetbal De Europese Commissie bereidt regels voor om verspreiding te voorkomen van elke vorm van microplastic (hoe klein de hoeveelheid ook) of ander bodemvreemd materiaal (kurk, kokos, ed.) dat vanuit milieuoogpunt als ongewenst wordt gezien. Bij vervangingen van oude kunstgrasvelden voorgesteld om geen SBR infill materiaal meer toe te passen. Tevens wordt voorgesteld om te kijken of de constructielagen onder de kunstgrasmatten nog voldoen (sporttechnisch en milieutechnisch) en of een vervroegde vervanging mogelijk is, als deze minder duurzaam zijn of risico’s geven voor het milieu. Bij de nieuwe kunstgrasvelden worden de verplichtingen en aanbevelingen zo veel mogelijk meegenomen in het ontwerp rekening houdend met het onderhoud op en rondom de velden. Beslispunten: 2. Het aanleggen van kunstgrasvelden voor het oplossen van capaciteitstekorten, het beschermen en verhogen van de kwaliteit van natuurgrasvelden en/of het volgen van ontwikkelingen in de sport. 3.
4.
Het per hockeyvereniging hanteren van een verhouding van 50:50 voor de verdeling van zand ingestrooide velden en watervelden (of het in ontwikkeling zijnde alternatief daarvoor). Het aanleggen of vervangen van kunstgrasvelden bij voorkeur in de vorm van non fill constructies of andere gecertificeerde constructies, maar zeker niet met SBR infill materialen en de constructielagen onder de kunstgrasmatten die niet voldoen aan de technische of milieueisen vervangen door constructies die daar wel aan voldoen.
Paardensport In de sportnota zijn paardensportverenigingen uitgesloten van een accommodatiekostensubsidie. Dit heeft vooral te maken met het feit dat paardensportverenigingen gelieerd zijn aan commercieel geëxploiteerde maneges. In Meierijstad zijn echter al jarenlang paardensportverenigingen met een eigen accommodatie op een locatie die gehuurd of gepacht wordt van de gemeente. In deze context is door de voormalige gemeente Schijndel al een accommodatiekostensubsidie toegekend aan PV Jan van Amstel voor het gebruik, onderhoud en de vervanging van haar buitenbak. Inmiddels is dit terrein door de gemeente Meierijstad in eigenomen overgenomen van Staatsbosbeheer. Ook verhuurt en onderhoudt de gemeente de buitenbak van de Rooise Ruiters. In het belang van het voortbestaan van de verenigingen zijn eenmalige subsidies verstrekt voor de vervanging van de buitenbak van PV St. Lambertus in Zijtaart en de binnenbak van de Rooise Ruiters. Aanbevolen wordt om de vervanging van hun buitenbak in aanmerking te laten komen voor een incidentele subsidie. Beslispunten: 5.
Het beschikbaar stellen van incidentele subsidie voor de buitenbak van de paardensportverenigingen Jan van Amstel, Nijnselse Ruiters en Ponyruiters, Rooise Ruiters en Ponyruiters en St. Lambertus en dit te verwerken in het MJOP buitensport.
6.
Het vaststellen van de afmetingen van een standaard buitenbak op 60x40 meter.
17
Centrum voor Uniek Sporten In december 2020 is het Actieplan Uniek Sporten aan de Gemeenteraad ter kennisname aangeboden middels een RIB. Dit actieplan is een uitwerking van de in 2018 vastgestelde Sportnota Meierijstad Sportief in Beweging en laat zien waarom de Gemeente Meierijstad inzet op een aantrekkelijk sportaanbod voor mensen met een beperking en hoe zij dat doet. Daarnaast is in het collegewerkprogramma de ambitie opgenomen om een Centrum voor Uniek Sporten te ontwikkelen. Als koplopergemeente op het gebied van de inclusieve samenleving hebben wij een ideaalbeeld voor ogen. Dat is een sportwereld waarin iedereen mee kan doen, jong of oud, met of zonder beperking. Met een sportaanbod dat gelijke tred houdt met eenieders mogelijkheden en sportvoorzieningen waarop elke sporter deze mogelijkheden optimaal kan gaan ontwikkelen en benutten. Het 1e Actieplan Uniek Sporten geeft een beeld van de behoeften van inwoners met een beperking, als ook het bestaande aanbod, en probeert door middel van acties op het gebied van samenwerking, opleiding, aanbod, inclusie en voorzieningen vraag en aanbod dichter bij elkaar te brengen. Er is relatief veel aanbod voor inwoners met een verstandelijke beperking. In onze zwembaden wordt daarop ingespeeld met het programma Uniek Zwemmen.
Daarnaast hebben ook enkele buitensportverenigingen aanbod voor deze groep in de vorm van bijvoorbeeld een G-team. Voor inwoners met een meer omvattende lichamelijke beperking is er minder sportaanbod. Dit geldt ook voor inwoners met een chronische aandoening en gedragsproblemen. Hierbij is echter belangrijk om te vermelden dat veel inwoners met een chronische aandoening en met gedragsproblematiek, afhankelijk van de ernst van de aandoening of problematiek, gewoon met reguliere teams meedoen. Vanwege het boeken van voortgang met het actieplan en verdere ontwikkelingen is het Actieplan Uniek Sporten geactualiseerd. In deze actualisatie is ook de ambitie van het ontwikkelen van een Centrum voor Uniek Sporten verder uitgewerkt. Voor inwoners waarvoor geen aanbod is bij een sportvereniging of die bij een vereniging niet hun draai kunnen vinden alsmede voor rolstoelsporters, is het Centrum voor Uniek Sporten op het Zuideinderpark in Schijndel toegankelijk gemaakt. In eerste instantie in samenwerking met de PSV Foundation en inmiddels in eigen beheer worden daar verschillende (voetbal)vormen aangeboden zoals amputatievoetbal, blindenvoetbal, framevoetbal en electric chair voetbal. Hiermee spelen we in op de vraag naar specialistische, aangepaste spelvormen voor inwoners met een motorische en visuele beperking uit Meierijstad en de regio.
Het doel is om op het Centrum voor Uniek Sporten zoveel mogelijk unieke sporters samen te kunnen laten sporten en bewegen in een veilige en vertrouwde omgeving. Dit centrum heeft een regionale functie. De formule van Only Friends is hier een Bron: BD.nl goed voorbeeld van.
18
Uit de beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van het sportakkoord zijn in samenwerking met de PSV Foundation enkele sportrolstoelen aangeschaft. De rood omcirkelde sportvelden (kunstgras korfbal en asfalt handbal) worden momenteel voor deze sporten ingezet maar veroorzaken letselschade (schaafwonden) of materiaalschade (slijtage kostbare sportrolstoelen en banden). In 2023 worden deze sportvelden geschikt gemaakt voor zoveel mogelijk bal- en rolstoelsporten. In het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt aanbevolen om in Bron: AD.nl samenwerking met PSV een bijeenkomst voor te bereiden om het bedrijfsleven in Meierijstad te betrekken bij het Centrum voor uniek sporten vergroten van de mogelijkheden voor unieke sporters. Beslispunten: 7.
Het vaststellen van een passende huurvergoeding voor unieke sporters.
Viswateren In Meierijstad zijn de volgende hengelsportverenigingen actief met vermelding van het viswater dat zij mogen gebruiken, al dat niet in eigendom van de gemeente Meierijstad: Vereniging
Opg.
Aantal
Locatie
Eigenaar viswater
leden Gemeente Meierijstad HSV Altijd Beet
1942
910
Schijndel
Visvijver Leemputtenweg
HSV Veghel
1937
891
Veghel
Viswater 't Ven
Waterschap
Visvijver Bunders (jeugd) BHV
1960
38
Boskant
ERHV
1948
348
Sint-Oedenrode
Erpse HSV
1975
93
Erp
Dommelarm Bobbenagelsweg Stille Dommel Visvijver Achterdijk Erp
Aa en Goorloop
Tabel 2: viswateren hengelsportverenigingen
HSV Veghel heeft de gemeente verzocht om goedkeuring voor uitbreiding van het viswater gelegen op het foodpark nabij Corsica. Ofschoon uitbreiding van viswateren is geen doel op zich is, is aan de vereniging voorgesteld dat zij aan de hand van metingen aantoont hoe het met de waterkwaliteit gesteld is. Het onderhoud op zichzelf staande viswateren hebben geen functie in het watersysteem, waardoor zij niet onder het waterbeheer van de gemeente vallen en er dus ook geen budget voor beschikbaar is in het kader van het gemeentelijk waterbeheer. Opgemerkt wordt echter dat het onderhoud van de gemeentelijke viswateren en vissteigers altijd door de voormalige gemeenten verzorgd is. Ook in Meierijstad zijn in september 2020 de 24 vissteigers van de visvijver 't Ven deels vervangen en constructief verbeterd en zijn ook vervangingsinvesteringen uitgevoerd bij de viswateren in Boskant (2017) en Schijndel (2020). Aanbevolen wordt daarom te besluiten dat het onderhoud van de gemeentelijke viswateren en vissteigers een gemeentelijke verantwoordelijkheid is en hiervoor budget op te nemen in het mjop buitensport zodra er een goed beeld is over de onderhouds- en vervangingskosten
19
Beslispunten: 8. Het onderhouden van gemeentelijke viswateren en vissteigers, het begroten van de kosten en het beschikbaar stellen van het benodigde budget in het mjop buitensport. Huurovereenkomsten De gemeentelijke buitensportaccommodaties (voetbal, hockey, korfbal, honkbal, atletiek, paardensport, schaatsen en wielrennen) worden aan de betreffende verenigingen verhuurd. Met ingang van 1 januari 2019 zijn de tarieven geharmoniseerd, maar gelden voor de meeste verenigingen nog de huurovereenkomsten van de voormalige gemeenten. Voor deze buitensportaccommodaties is een nieuwe concept-huurovereenkomst opgesteld voorzien van een lijst van onderhouds- en vervangingsverplichtingen die is afgestemd op die voor het gemeentelijk vastgoed. Beslispunten: 9.
Het vaststellen van de concept-huurovereenkomst met de bijbehorende kruisjeslijst voor alle gemeentelijke buitensportaccommodaties
Erfpacht In de lopende erfpachtovereenkomsten (voor bijv. de ondergrond van sportkantines, kleedlokalen, bergingen) is vanuit het verleden een canon van € 1,00 opgenomen. Echter, op basis van de Wet Markt en Overheid en de regelgeving omtrent staatssteun moeten overheden marktconforme grondprijzen hanteren. Dit uitgangspunt is dan ook leidend bij de gemeentelijke grondprijzen zoals die in de Nota Grondzaken zijn vastgesteld. Bij het verlengen en sluiten van nieuwe erfpachtovereenkomsten leidt het hanteren van een marktconforme grondprijs tot een sterke verhoging van de canon tot tienduizenden euro’s ten opzichte van de € 1,00 die in het verleden werd gehanteerd. Dit leidt onbedoeld tot grote lastenverzwaringen voor verenigingen. Bij besluit van 5 juli 2018 heeft de gemeenteraad van Meierijstad echter besloten dat de uitgifte van onroerend goed aan maatschappelijke en culturele organisaties (stichtingen en verenigingen) die werkzaamheden verrichten voor het algemeen belang en over onvoldoende financiële armslag beschikken voor het betalen van een volledig kostendekkend tarief, alsmede de exploitatie van sportterreinen en sportaccommodaties, aangemerkt wordt als een economische activiteit in de zin van artikel 25h, vijfde lid, van de Mededingingswet.
Dit betekent dus dat Meierijstad voor sport een uitzondering heeft gemaakt op de Wet Markt en overheid en er geen dekkende tarieven worden gehanteerd. Op dit moment worden sommige erfpachtcanons voor het gebruik van sportaccommodaties volledig gesubsidieerd. Subsidiëring van de erfpachtcanon voor sportaccommodaties past in de ambitie 3 van onze Sportnota, waarin we vastgelegd hebben dat we zorgdragen voor voldoende, kwalitatief goede en betaalbare accommodaties. Zowel bij subsidiëring van dekkende tarieven en bij het niet hanteren van dekkende tarieven zijn er geen financiële gevolgen voor gemeente en verenigingen. Beslispunten: 10. Het afzien van dekkende tarieven voor het gebruik van de ondergrond van sportaccommodaties, conform het raadsbesluit van 5 juli 2018.
20
2.2.4
Prognoses en trends sportdeelname Nederland
Uit de modellering van het Kenniscentrum Sport en Bewegen blijkt dat de wekelijkse sportdeelname tussen 2001 en 2014 gestegen is met bijna 9%. Deze stijging komt vooral doordat 40-plussers meer zijn gaan sporten. De sterkste stijging is te zien voor mensen van 70 jaar en ouder. Jongeren onder de twintig jaar zijn echter minder gaan sporten. Ervan uitgaande dat de stijging in de toekomst zal doorzetten en daarbij rekening houden met toekomstige veranderingen in de bevolkingsopbouw zal de sportdeelname tussen 2014 en 2030 stijgen naar ongeveer 60%. Er zijn verschillende ontwikkelingen die invloed hebben op sportdeelname en verenigingslidmaatschap in Nederland. Als gevolg van vergrijzing en ontgroening is landelijk een daling in het aantal leden van veel sportverenigingen te zien. Daarnaast is de keuze voor sporten in verenigingsverband geen vanzelfsprekendheid meer. Steeds vaker willen mensen op flexibele tijden een individuele sport beoefenen. Hiervoor is geen lidmaatschap van een vereniging nodig. Diverse sportbonden anticiperen op deze ontwikkelingen door de traditionele sport aantrekkelijker te maken voor specifieke doelgroepen (ouderen, gehandicapten etc.). Aangepaste spelvormen (denk aan walking football) en andersoortige lidmaatschapsvormen kunnen mensen binden en behouden bij sportverenigingen. Jongeren zijn gevoelig voor trends.
Tot een leeftijd van 12 jaar is een groot deel van de jeugd lid van een sportvereniging. Na die leeftijd daalt het aantal lidmaatschappen sterk ten gunste van andere activiteiten. Inspelen op trends helpt bij het behouden van de jeugd. Hoewel veel voetbalverenigingen te maken hebben met een dalend aantal leden, wordt die daling gecompenseerd door de groeiende populariteit van vrouwenvoetbal. Opvallend is ook dat door de Corona pandemie bepaalde sporten weer in trek zijn zoals bijvoorbeeld tennis. De vraag is momenteel nog of dit een tijdelijke trend betreft. Door daling van ledenaantallen van verenigingen kan er overcapaciteit op sportaccommodaties ontstaan. Het benutten van trends en nieuwe ontwikkelingen kan er echter ook voor zorgen dat sportaccommodaties beter benut worden en die overcapaciteit in werkelijkheid meevalt. Soms zijn er aanpassingen nodig aan een accommodatie om er optimaal gebruik van te kunnen maken. Ook multifunctioneel gebruik van accommodaties biedt mogelijkheden om slim om te gaan met beschikbare ruimte. Minder vrijwilligers Een ander gevolg van een daling in het aantal leden is het aantal vrijwilligers dat beschikbaar is om bijvoorbeeld onderhoudstaken op een sportpark uit te voeren. Door een tekort (of een grotere druk op een kleinere groep mensen) aan vrijwilligers kunnen kosten van onderhoud toenemen.
Slim en efficiënt omgaan met onderhoud van sportparken is daarom noodzakelijk. Hierbij is het ook verstandig rekening te houden met de beschikbaarheid van voldoende hulpmiddelen die het onderhoud voor de vrijwilligers eenvoudiger en aantrekkelijk maken. Denk hierbij aan automatische beregening, veeg- en of borstelmachnies bij de kunstgrasvelden, bladblazers etc. Nieuwe ontwikkelingen zoals robotmaaiers en robotbelijners voor de natuurgrasvelden en in de nabij toekomst robot veegmachnies voor kunstgrasvelden, zullen enerzijds het onderhoud eenvoudiger maken maar vragen anderzijds ook een specifieke kennis en kunde. Padel Uit een in opdracht van de tennisbond KNLTB gehouden marktonderzoek blijkt dat maar liefst drie miljoen Nederlanders aangeven dat ze de padelsport willen gaan proberen. De groep ongebonden spelers (zij die niet lid zijn van een vereniging) wordt dan ook steeds groter. De opkomst van padel is voor veel tennisverenigingen een impuls. Het ledental groeit, mede door herintreders. Het is een win-winsituatie; padel lijkt daarmee geen concurrent voor tennis te zijn.
21
De snelle groei van padel is niet alleen een succesverhaal. Op diverse plaatsen dienen omwonenden bezwaren in tegen de komst van padelbanen. Deze richten zich met name op de geluidsoverlast. Volgens het Bouwbesluit en andere bestaande wet- en regelgeving moeten padelbanen al aan allerlei regels voldoen. Voor een tennis- of sportvereniging of een commerciële uitbater is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing. Is voor de aanleg van de padelbanen een Bron: TV de Hopbel nieuw bestemmingsplan of een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk, dan is ook de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van toepassing. Vanuit de Wabo moet voor een nieuwe inrichting of een te wijzigen inrichting een melding volgens het Activiteitenbesluit gedaan worden. In het Activiteitenbesluit zijn standaard grenswaarden voor geluid opgenomen. Voor de beoordeling of voldaan kan worden aan de normen wordt alleen het sportgeluid zonder de stemmen van spelers en bezoekers als langtijdgemiddeld beoordelingsniveau getoetst. De grenswaarden in het Activiteitenbesluit zijn zodanig vastgesteld dat bedrijvigheid (waaronder sport en recreatie) en wonen naast elkaar kunnen bestaan. Dat wil dus niet zeggen dat het geluid van die bedrijvigheid niet hoorbaar zal zijn. Een inrichting die voldoet aan de grenswaarden kan nog altijd hoorbaar zijn bij of in een nabijgelegen woning.
Gemeenten zijn en blijven vergunningverlener en handhaver waar het gaat om de milieuwetgeving. Deze Handreiking sluit aan bij de in Nederland toepasselijke richt- en grenswaarden voor geluid en vervangt dus niet de huidige wet- en regelgeving. Deze Handreiking vervangt de door de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) in november 2021 uitgegeven beoordelingsrichtlijn ‘padelbanen en geluid’.
2.2.5
Trends in Noord-Brabant
In het laatste sportdeelname onderzoek van het Mulier Instituut (2014) wordt voor de provincie Noord-Brabant tot 2028 een sportdeelnamepercentage (12 x per jaar) van 66% en een wekelijkse sportdeelname (40 x per jaar) van 54% verwacht. Tussen leeftijdsgroepen zijn duidelijke verschillen. Van de groep van 6-19 jaar sport 90 procent minstens twaalf keer per jaar en 80 procent wekelijks. Naarmate de leeftijd stijgt, daalt de sportdeelname. Van de oudste groep van 65-79 jaar sport ruim de helft minimaal twaalf keer per jaar en bijna de helft wekelijks. Sportdeelname verschilt niet alleen naar leeftijd maar ook naar achtergrondkenmerken. Mannen sporten meer dan vrouwen. Ook opleiding is van belang. Bij personen met een hbo- of woopleiding is de sportdeelname hoger dan bij personen met een laag of gemiddeld opleidingsniveau. Verder is inkomen van belang. Naarmate het inkomen toeneemt, stijgt de sportdeelname. Het meest genoemde verband waarin men sport is met gezin, familie, vrienden en buren (39%). Daarnaast sport 34 procent bij een sportvereniging, wat hoger is dan het landelijk gemiddelde van 30 procent. Daarnaast sport ongeveer een derde van de Brabanders alleen / in ongeorganiseerd verband. In Noord-Brabant kennen fitness, zwemmen en wandelsport de meeste beoefenaars.
De beoefening van de verschillende sporttakken in Noord-Brabant komt overeen met het nationale beeld, ook waar het de kernsporten betreft.
22
In het Sportplan Brabant 2016 heeft de provincie zeven sporten aangewezen als kernsporten, te weten: hockey, hippische sport, zwemmen, turnen, atletiek, wielrennen en voetbal (accent op dames). Zwemmen en (veld)voetbal staan in de top tien als het gaat om het aantal beoefenaars. Ook wielrennen/toerfietsen staat in de top tien, maar daarbinnen valt ook het recreatieve toerfietsen. Atletiek staat op nummer 30, maar als hardlopen tot atletiek wordt gerekend, staat atletiek wel in de top tien. Gymnastiek/turnen (nr. 14), hockey (nr. 19) en paardensport (nr. 26) vallen buiten de top tien.
2.3
Duurzame sportparken
In 2021 zijn landelijk energiescans uitgevoerd bij sportverenigingen door oa Sportief Opgewekt, De Groene Club, Sportstroom, Team Sportservice, en Sportservice Noord-Brabant. De uitkomsten zijn bewerkt door het Mulier Instituut. Gemiddeld zou een sportvereniging die een energiebegeleidingstraject is gestart 69 procent elektriciteit kunnen besparen en 36 procent gas. Met name voetbalverenigingen (86%) kunnen naar verhouding veel elektriciteit besparen. De meest aanbevolen maatregel is het nemen van zonnepanelen. Dit leidt gemiddeld tot 35,8 procent CO2-reductie per jaar. Dit is echter sterk afhankelijk van de hoeveelheid zonnepanelen die wordt geadviseerd en uiteindelijk wordt geïnstalleerd. In de energiebegeleidingstrajecten tot oktober 2020 was de meest voorkomende aanbevolen maatregel ledverlichting, gevolgd door ledverlichting voor op het veld. Deze maatregelen zijn beide ook in de energiebegeleidingstrajecten van 1 oktober 2020 tot 1 oktober 2021 nog regelmatig aanbevolen, maar het aantal keer dat zonnepanelen zijn geadviseerd is sterk toegenomen. Door de hoge energieprijzen wordt het overschakelen op ledverlichting voor op het veld steeds rendabeler. Hetzelfde geldt voor algemene ledverlichting, een veel kleinere investering, met een korte terugverdientijd (3,4 jaar).