Liempdseweg 24 - Ruimtelijke onderbouwing + bijlagen
Tekst van het document
Gelet op de ligging van het plangebied, op in ieder geval steeds meer dan 50 meter, ten opzichte van andere bedrijven en/of inrichtingen in de omgeving is geluidbelasting in beginsel geen bezwaar voor de te realiseren recreatieve functies en is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
32
Voorts is gekeken naar de relatie van de beoogde ontwikkeling met de omgeving. Daarbij is beoordeeld welke gevoelige bestemmingen in de directe nabijheid zijn gelegen en welke activiteiten vanuit de nieuwe functie van invloed kunnen zijn. De nieuwe recreatieve functie beschouwd is de belangrijkste factor van invloed het geluid als gevolg van verkeersbewegingen. Gelet de op de functie wijziging (agrarisch naar recreatie) kan sowieso worden aangenomen dat de intensiteiten afnemen. Zeker het verdwijnen van het vrachtverkeer en agrarische bedrijfsverkeer zal een positieve invloed hebben op de omgeving en de omliggende gevoelige functies. Daar staat tegenover dat mogelijk meer personenverkeer zal ontstaan. De bewegingen daartoe worden met behulp van de situering van de parkeergelegenheid gesitueerd aan de westzijde. Daarmee zijn de geluid veroorzakende activiteiten ver verwijderd van de dichtstbijzijnde woning en woonbestemming. Na het realiseren van het planvoornemen zal daarmee sprake zijn van een beter c.q. aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter hoogte van de omliggende woningen. Het plan voorziet dan ook in een goede ruimtelijke ordening wat betreft het aspect bedrijven en milieuzonering.
4.8 Geurhinder De Wet geurhinder veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader voor de milieuvergunning, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Het tijdstip van inwerkingtreding van de wet is vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 12 december 2006. Op 18 december 2006 is de Wet geurhinder en veehouderij gepubliceerd. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). De geurbelasting wordt berekend en getoetst met het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning. Dit geldt alleen voor dieren waarvoor geuremissiefactoren zijn opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij. Voor dieren zonder geuremissiefactor gelden minimaal aan te houden afstanden. Hiervoor dienen de minimale afstanden van 50 meter tot een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom, en 100 meter tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom te worden aangehouden. Deze afstanden gelden van emissiepunt van het dierenverblijf tot de gevel van het gevoelige object. Tussen de gevel van het dierenverblijf en de gevel van het gevoelige object geldt een minimale afstand van 50 meter bij objecten binnen de bebouwde kom en 25 meter bij objecten buiten de bebouwde kom. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een recreatieve functie en wonen.
Hiermee wordt geen geurhinder veroorzaakt richting de omgeving. Hiermee zal de voorgenomen ontwikkeling niet leiden tot een toename van de geurbelasting aan gevoelige objecten in de omgeving.
33
4.9 Akoestiek Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie of uitbreiding van geluidgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder (Wgh). In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Met voorliggende aanvraag wordt geen nieuw geluidsgevoelig object gecreëerd. De in het plan opgenomen woningen zijn reeds bestaande woongebouwen en het beoogde recreatiegebouw (logiesfunctie) is geen gevoelig object in de zin van de Wgh. Volledigheidshalve is toch nog gekeken naar de aanwezige openbare weg. De weg die van invloed zou kunnen zijn betreft de Liempdseweg en heeft ter plaatse een snelheidsregime van 60 km/uur. Gelet op de afstand tot de weg van het beoogde logiesgebouw (ca. 25 meter uit het hart van de weg), is geen invloed te verwachten. Gelet op voorgaande kan gesteld worden dat geen sprake is van een invloed op een goed woon- en leefklimaat. Het uitvoeren van een akoestisch onderzoek is daarom ook niet noodzakelijk
4.10 Luchtkwaliteit De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de Wet milieubeheer (Wm) goedgekeurd (Stb. 2007, 414) en vervolgens is de wijziging op 15 november 2007 in werking getreden. Met name paragraaf 5.2 uit Wm is veranderd. Omdat paragraaf 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe paragraaf 5.2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). De Eerste Kamer is op 9 oktober 2007 akkoord gegaan met het wetsvoorstel over luchtkwaliteitseisen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' (NIBM) aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens het wetsvoorstel niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM. Dit komt overeen met 1,2 microgram per kubieke meter lucht (µg/m³) voor fijnstof en stikstofoxiden (NO2).
34
Projecten die wel 'in betekenende mate' bijdragen, zijn vaak al opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is erop gericht om overal de Europese grenswaarden te halen. Daarom is ook een pakket aan maatregelen opgenomen: zowel (generieke) rijksmaatregelen als locatiespecifieke maatregelen van gemeenten en provincies. Dit pakket aan maatregelen zorgt ervoor dat alle negatieve effecten van de geplande ruimtelijke ontwikkelingen ruim worden gecompenseerd. Bovendien worden alle huidige overschrijdingen tijdig opgelost. In het NSL worden de effecten van alle NIBMprojecten verdisconteerd in de autonome ontwikkeling. Het NSL omvat dus alle cumulatieve effecten van (ruimtelijke) activiteiten op de luchtkwaliteit. 4.10.1 Luchtkwaliteit vanuit de inrichting De voorgenomen ontwikkeling betreft geen grootschalige infrastructurele of industriële ontwikkeling en geen ontwikkeling van een veehouderij (strikt genomen zelfs een planologische sanering van een veehouderij). De uitstoot van fijnstof zal met de voorgenomen ontwikkeling niet in onevenredige mate toenemen, maar zelfs afnemen, waarmee sprake is van een zogenaamde NIBM-ontwikkeling. Gezien sprake is van een NIBMproject zal bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake zijn van een onevenredige toename van de uitstoot van fijnstof en stikstofoxiden.
Volledigheidshalve is nog gebruik gemaakt van de NIBM-tool (2020). Uit deze tool volgt dat eerst vanaf circa 1350 verkeersbewegingen (weekdaggemiddelde) sprake is van ‘betekende mate’. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie
2021
Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
1350
Aandeel vrachtverkeer
0,0%
NO2 in μg/m
3
0,99
3
0,21
Extra verkeer als gevolg van het plan
Maximale bijdrage extra verkeer
PM10 in μg/m Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3
1,2
Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig
Afbeelding: uitdraai NIBM-tool
De beoogde ontwikkeling van 20 vakantieappartementen, 2 woningen en camperplaatsen zal een dergelijk verkeersgeneratie zeker niet te weeg brengen. De conclusie dat sprake is van een NIBM-ontwikkeling is daarmee gestaafd. 4.10.2. Luchtkwaliteit ter plaatse van de inrichting Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit is alleen van toepassing bij het oprichten van nieuwe gevoelige objecten.
35
Gekeken is naar de achtergrondconcentratie aan fijnstof en stikstofoxiden om te bepalen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse. Vanuit de landelijke wetgeving is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wanneer de achtergrondconcentratie niet meer dan 40 microgram per kubieke meter lucht (µg/m³) bedraagt. De provincie Noord-Brabant hanteert echter een strengere richtlijn. Binnen de provincie Noord-Brabant is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wanneer de achtergrondconcentratie van fijnstof en stikstofoxiden niet meer dan 31,2 µg/m³ bedraagt. Volgens gegevens van de grootschalige depositiekaarten, zoals zijn opgenomen in de Atlas van de Leefomgeving van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bedraagt de achtergrondconcentratie van fijnstof ter plaatse minder dan de gestelde norm. De kaarten met de waarden zijn hieronder weergegeven.
Afbeelding: GCN Fijnstofconcentratie PM2,5 = 10-12 µg/m³
Afbeelding: GCN Fijnstofconcentratie PM10= 18-20 µg/m³
Afbeelding: GCN Stikstofoxide concentratie = 15-20 µg/m³
Aangezien de achtergrondconcentratie van zowel fijnstof als stikstofoxiden over nagenoeg de hele gemeente (aanzienlijk) minder bedragen dan de normen is ter plaatse sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
36
4.11 Externe veiligheid Externe Veiligheid heeft betrekking op de veiligheid rondom opslag, gebruik, productie en transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's dienen aanvaardbaar te blijven. Het externe veiligheidsbeleid bestaat uit twee onderdelen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. In de wet is geregeld wanneer de verantwoordingsplicht van toepassing is. Omdat de wettelijke basis per risicobron verschilt, verschillen per risicobron ook de voorwaarden die verantwoording wel of niet verplicht stellen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).
Daarnaast wordt in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations'. Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.
37
In de volgende figuur is de risicokaart weergegeven, waarop mogelijke risicovolle inrichtingen weergegeven zijn.
Uitsnede Risicokaart.
4.11.1. Risicovolle inrichtingen Nabij de locatie bevinden zich geen risicovolle inrichtingen. Daarnaast geldt alleen voor bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) de verantwoordingsplicht wanneer binnen het invloedsgebied een ruimtelijk besluit genomen wordt. Er is geen sprake van ligging binnen het invloedsgebied van bedrijven welke vallen onder Bevi. Tevens worden bij de voorgenomen ontwikkeling geen installaties en/of inrichtingen opgericht die vallen onder het Bevi en/of waarvoor veiligheidsafstanden van toepassing zijn vanuit het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Er is daarmee geen sprake van een inrichting of installatie die mogelijk zal leiden tot risico's aan de omgeving. 4.11.2 Transport (spoor-, vaar- en autowegen) en buisleidingen Het externe veiligheidsbeleid bij vervoer gevaarlijke stoffen over de weg, spoor en water is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Het externe veiligheidsbeleid bij vervoer gevaarlijke stoffen door transport- en buisleidingen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In het Bevt en het Bevb zijn veiligheidsafstanden vastgesteld en risicoplafonds die gebruikt moeten worden voor de berekening van het groepsrisico. Nabij de locatie is verder geen transportweg of buisleiding gelegen.
Het groepsrisico hoeft op deze grond dan ook verder niet verantwoord te worden.
38
4.11.3 Hoogspanningslijnen Op een afstand van ongeveer 3,9 kilometer ligt een hoogspanningslijn. Gelet op de afstand tussen het plangebied en deze lijn vormt dit aspect geen belemmering.
4.12 Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Uit toetsing op afstanden door de ODBN blijkt dat wordt voldaan aan de endotoxine richtafstanden voor varkens- en/of pluimveehouderijen (stap 1). De planlocatie is niet gelegen binnen de straal van 2 km van geitenhouderijen (stap 5a). De locatie is evenmin gelegen binnen een afstand van 1 km van een pluimveebedrijf (stap 5b) en ook niet binnen 250 meter van overige veehouderijen: (stap 5c). Uit de beperkte toetsing op louter afstanden blijkt dat de stappen niet leiden tot de conclusie dat advies dient te worden opgevraagd bij de GGD. De gemeente moet een zorgvuldige afweging maken of sprake is van een aanvaardbaar volksgezondheidsrisico.
4.13 Verkeer en parkeren De ontsluiting van het terrein geschiedt vanuit de Liempdseweg. De beide hoofdfuncties (wonen en recreatie) hebben ieder een eigen in-/uitrit. Parkeren geschiedt volledig op eigen terrein. Ten behoeve van de woningen worden per woning 2 parkeerplaatsen ingericht (4 in totaal). Daarnaast zal voor de recreatieve functie in de grazige weide onder de fruitbomen voorzien worden in parkeerplaatsen. In totaal zullen dit er 25 parkeerplaatsen zijn. Daarenboven zullen de camperplaatsen ook ruim van opzet zijn.
39
5.
JURIDISCHE PLANOPZET
Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een plantoelichting. De verbeelding en de planregels vormen het juridische bindende kader. De plantoelichting geeft de motivering van het beoogde gebruik c.q. de bestemde functies. In voorliggende situatie is gekozen voor 1 verbeelding en 1 set planregels voor verschillende initiatieven. Per initiatief is een motivering in de vorm van een plantoelichting geschreven. Voorliggende motivering betreft het initiatief aan de Liempdseweg 24 in Sint Oedenrode. Met dit initiatief wordt een agrarisch bouwvlak van een voormalig agrarisch bedrijf omgezet in een recreatieve functie en een tweetal woningen.
40
6.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
6.1 Exploitatieplan Bij onderhavige ontwikkeling is sprake van een 'bouwplan' als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Om die reden is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. De realisering van onderhavig ontwikkeling en de daarmee samenhangende kosten zijn voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Het opstellen van een exploitatieplan is daarmee verder niet aan de orde.
6.2 Planschade Het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning kan ertoe leiden dat een belanghebbende zogenaamde planschade ondervindt. Daarbij kan het gaan om waardevermindering van een onroerende zaak (bijvoorbeeld een woning) of inkomensderving. Een deel van deze schade valt wettelijk gezien echter binnen het normaal maatschappelijk risico en is dus niet te verhalen. Voor de overige schade kan een tegemoetkoming worden aangevraagd bij het college van burgemeesters en wethouders. Indien het bestemmingsplan niet wordt geïnitieerd door de gemeente, dan zal de gemeente de schade verhalen op de initiatiefnemer van het plan. Bij sprake van planschade zijn de kosten voor rekening van de initiatiefnemer, ingevolge de bepalingen in de overeengekomen anterieure overeenkomst.
41
7.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
7.1 Vooroverleg In artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) is aangegeven dat een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg dient te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en diensten van de provincie en het Rijk in zoverre belangen van deze overheden in het geding zijn. Vanwege hun mogelijke belang bij onderhavig bestemmingsplan is dit plan vanuit de gemeente ter vooroverleg toegestuurd aan de provincie.
7.2 Inspraak- en zienswijzenprocedure Vanwege de aard en geringe impact van het project wordt geen (facultatieve) inspraakprocedure gevolgd. Onderhavig bestemmingsplan is voor de duur van zes weken ter inzage gelegd, na voorafgaande publicatie op gemeentepagina en in de Staatscourant. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid zienswijzen op het plan kenbaar te maken. Indien nodig wordt het plan als gevolg van deze zienswijzen aangepast, waarna het bestemmingsplan ter vaststelling wordt aangeboden aan de gemeenteraad. Het plan heeft vanaf donderdag 27 januari 2022 tot en met woensdag 9 maart 2022 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. In die periode zijn zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van deze zienswijzen is de toelichting aangevuld. Het bestemmingsplan is derhalve gewijzigd vastgesteld.
42
Verkennend bodemonderzoek Liempdseweg 24 te Sint-Oedenrode Kadastrale gegevens: gemeente Sint-Oedenrode, sectie M, nummer 111
Projectnummer: Datum:
20211159 25 maart 2021
Verkennend bodemonderzoek Liempdseweg 24 te Sint-Oedenrode Kadastrale gegevens: gemeente Sint-Oedenrode, sectie M, nummer 111
Opdrachtgever SRO Specialisten ruimtelijke Ordening De heer E. Eussen Terbetenweg 1 6083 AG Nunhem Adviesbureau
Projectleider
MILON bv
J. van Gemert
Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 - 5477253 Status definitief Datum 25 maart 2021 Projectnummer 20211159
Versie 1
Kwaliteitscontrole Bregje van Lieshout
Inhoudsopgave 1 Inleiding ..................................................................................3 1.1 Algemeen .......................................................................... 3 1.2 Aanleiding en doel .............................................................. 3 1.3 Opbouw van het rapport ...................................................... 3 1.4 Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid .................................. 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek ..............................................4 2.1 Algemeen .......................................................................... 4 2.2 Afbakening en locatiegegevens ............................................. 4 2.3 Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken ........ 7 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie........... 7 2.5 Hypothese ......................................................................... 7 3 Uitvoering verkennend bodemonderzoek ................................9 3.1 Onderzoeksstrategie ........................................................... 9 3.2 Veldwerkzaamheden ........................................................... 9 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 10 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden.............................................
11 3.5 Analyseresultaten ............................................................. 12 3.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 13 4 Uitvoering verkennend asbestonderzoek ............................... 14 4.1 Onderzoeksstrategie ......................................................... 14 4.2 Veldwerkzaamheden ......................................................... 14 4.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 15 4.4 Laboratoriumwerkzaamheden............................................. 16 4.5 Interpretatie en toetsing .................................................... 16 4.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 17 5 Samenvatting en conclusies .................................................. 18
Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart 2. Situatietekening 3. Boorbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten 6. Toetsingskader Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit
1
Inleiding
1.1
Algemeen
MILON bv te Veghel heeft, in opdracht van de heer E. Eussen namens SRO Specialisten ruimtelijke Ordening te Nunhem, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel Liempdseweg 24 te Sint-Oedenrode. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Normen NEN 5725, NEN 5740 en NEN 5707.
1.2
Aanleiding en doel
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de bodemopbouw en de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.
1.3
Opbouw van het rapport
In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: ▪ ▪ ▪
resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 4).
De bijbehorende tekening, boorprofielen, analysecertificaten en toetsingstabellen zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen.
1.4
Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen" en protocol 2002 "Het nemen van grondwatermonsters". en protocol 2018 “Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem” MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade. Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 3 van 19
2
Milieuhygiënisch vooronderzoek
2.1
Algemeen
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. Uiteindelijk dienen in het vooronderzoek de onderzoeksvragen uit de NEN 5725 'Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek' beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: ▪ Informatie opdrachtgever en eigenaar; ▪ Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; ▪ Website Bodemloket; ▪ Historisch topografisch kaartmateriaal, website topotijdreis; ▪ Actuele luchtfoto’s (Google Earth en Bing Kaarten); ▪ Grondwaterkaart van Nederland/DINOloket; ▪ Kadaster.
Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk.
2.2
Afbakening en locatiegegevens
Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien de ligging en het gebruik van de locatie in relatie tot het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel aan de Liempdseweg 24 te SintOedenrode. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Sint-Oedenrode, sectie M, perceelnummer 111. Op de locatie zijn diverse schuren aanwezig. Aan de westzijde van het perceel is een betonverharding aanwezig. Tevens is een klinkerverharding aanwezig op een deel van het perceel. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 4 van 19
Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie
Liempdseweg 24
Kadastrale gegevens locatie
gemeente Sint-Oedenrode, sectie M, perceelnummer(s) 111
Coördinaten Rijksdriehoekstelsel
x: 90569
Oppervlakte locatie (in m2)
circa 12.000
www.planviewer.nl/kaart
Oppervlakte bebouwd (in m2)
circa 1.950
www.planviewer.nl/kaart
Huidig gebruik
weiland met diverse schuren
Verhardingen
klinkers
y: 444436
www.planviewer.nl/kaart https://www.pdok.nl/viewer/
De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1. Voor een indruk van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar figuur 2 en de situatietekening in bijlage 2.
Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie (blauw omrand) bron: Google
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 5 van 19
Figuur 2: huidige situatie (6 foto's)
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
bron: locatie-inspectie MILON bv
Pagina 6 van 19
2.3
Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken
Gebruik en potentiële bronnen Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de onderzoekslocatie al sinds begin 1900 bebouwd. In 1948 is de huidige bebouwing op de locatie gerealiseerd, waarbij vermoedelijk geen verharding is aangelegd. Deze verharding is rond 2000 op de locatie gerealiseerd. Op de locatie zijn schuren aanwezig waarbij vermoedelijk asbesthoudend materiaal voor de bedekking van de daken is gebruikt. Aan de daken zijn geen dakgoten bevestigd, dit maakt de druppelzone onder de asbestdaken verdacht op het voorkomen van asbest. De voormalige aanwezigheid van een onder- of bovengrondse tank is niet bekend geworden. Uitgevoerde bodemonderzoeken Binnen de onderzoekslocatie en nabije omgeving zijn tot op heden geen bodemonderzoeken uitgevoerd.
2.4
Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van circa 10,1 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw tot 25 m-mv zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 31,6 m-mv bestaat de bodem uit de formatie van Boxtel (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand). Hieronder is de formatie van Sterksel (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei) aanwezig. Volgens opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Noordoost-Brabant blijkt dat de onderzoeklocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit op onbelaste percelen naar verwachting zal voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000. De onderzoekslocatie is gelegen in de bodemfunctieklasse AW2000 (landbouw/natuur).
2.5
Hypothese
Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie niet eerder vastgesteld. Bodemonderzoek in het kader van de grondtransactie is noodzakelijk om aansprakelijkheid in de toekomst te voorkomen. Daarnaast is onderzoek noodzakelijk in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning bouwen.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 7 van 19
Gelet op het gebruik van de locatie en de afwezigheid van bodembedreigende activiteiten op de locatie en in de directe omgeving is de locatie onverdacht op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Derhalve wordt, conform de NEN 5740, de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL). Binnen de onderzoekslocatie worden geen andere stoffen verwacht dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 8 van 19
3
Uitvoering verkennend bodemonderzoek
3.1
Onderzoeksstrategie
Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740:2009+A1:2016 nl bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL). De veldwerkzaamheden en de te analyseren grond- en grondwatermonsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Veldwerkzaamheden en analyses Locatie
Gehele terrein
Oppervlakte (m2)
12.000 m2
Boringen en peilbuizen
Laboratorium (analyses)*
tot 0,5 m-mv
tot 2,0 m-mv
peilbuis
grond
grondwater
16
4
2
5x standaardpakket
2x standaardpakket
* Het standaardpakket voor grond bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen.
3.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocollen 2001, 2002 en 2018. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 25 februari 2021 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer J.F.J. (Joost) Cox, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. De werkzaamheden zijn geassisteerd door de heer S. (Shadi) Kaskas, veldwerker in opleiding. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het verrichten van handboringen en plaatsen van peilbuizen conform tabel 2; ▪ het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuizen na plaatsing. Op 4 maart 2021 heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer A. (Antoon) Kokkes, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv.
Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het bepalen van de grondwaterstand; ▪ het afpompen van het grondwater in de peilbuizen, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; ▪ het bemonsteren van het grondwater.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 9 van 19
Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de grondwaterbemonstering gefiltreerd middels een 0,45 μm filter.
3.3
Zintuiglijke waarnemingen
Ter plaatse van een deel van de onderzoekslocatie is een betonverharding aanwezig. De dikte van de betonverharding is circa 0,10 meter. De boven- en ondergrond bestaat overwegend uit zwak siltig, zwak humeus, matig fijn zand. Zintuiglijk zijn bij diverse boringen in de bovengrond (zeer) zwakke bijmengingen van bakstenen aangetroffen. Voor het overige zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. In tabel 3 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 3: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
01
2,00 - 3,00
1,21
7,0
737
90,3
02
1,50 - 2,50
0,88
6,9
83
13,9
De gemeten zuurgraad (pH) en geleidingsvermogen (E.G.V.) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. Gezien de resultaten wordt geacht dat de troebelheid een minimale invloed heeft gehad op de grondwateranalyses. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 10 van 19
3.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. SYNLAB Analytics & Services B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025 (onder nummer L028) en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn, in opdracht van de projectleider van MILON bv, in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 4 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 4: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster MMBG1
Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,50
MMBG2
0,00 - 0,75
MMBG3
0,00 - 0,50
MMOG1
0,70 - 1,50
MMOG2
0,50 - 1,20
Deelmonsters
Zintuiglijke waarnemingen
Aangevraagde analyses
13 (0,25 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 01 (0,00 - 0,50) 02 (0,25 - 0,75) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,25 - 0,50) 09 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 01 (0,75 - 1,20) 02 (1,25 - 1,50) 03 (0,70 - 1,00) 04 (1,00 - 1,50) 03 (0,50 - 0,70) 04 (0,50 - 1,00) 05 (0,50 - 1,00) 06 (0,85 - 1,20)
zwak baksteenhoudend, resten baksteen -
Standaardpakket
-
Standaardpakket
-
Standaardpakket
-
Standaardpakket
Standaardpakket
- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.
Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. In de bijlage van deze certificaten zijn opmerkingen geplaatst omdat verschillen zijn geconstateerd met de te hanteren richtlijnen. Beïnvloeding van de betrouwbaarheid van de analyses wordt echter minimaal geacht.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 11 van 19
3.5
Analyseresultaten
Toetsing van de analyseresultaten (Wet bodembescherming) De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder)grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 5 en tabel 6. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters en de bijbehorende indexwaarde weergegeven. In bijlage 6 is een uitgebreide beschrijving van het gehanteerde toetsingskader bijgevoegd. Tabel 5: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Analyse- Monstertraject Deelmonsters monster (m -mv) MMBG1 0,00 - 0,50 13 (0,25 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) MMBG2 0,00 - 0,75 01 (0,00 - 0,50) 02 (0,25 - 0,75) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,25 - 0,50) 09 (0,00 - 0,30) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) MMBG3 0,00 - 0,50 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) MMOG1 0,70 - 1,50 01 (0,75 - 1,20) 02 (1,25 - 1,50) 03 (0,70 - 1,00) 04 (1,00 - 1,50) MMOG2 0,50 - 1,20 03 (0,50 - 0,70) 04 (0,50 - 1,00) 05 (0,50 - 1,00) 06 (0,85 - 1,20) ~; -: >AW: Index >0,5: >I:
Zintuiglijke waarnemingen zwak baksteenhoudend, resten baksteen ~
> AW en <= I -
Index >0,5
>I
-
-
-
-
-
~
zink (0,01)
-
-
~
-
-
-
~
PCB (som 7) (0,05) cadmium (0,01)
-
-
zintuiglijk zijn geen noemenswaardige bijmengingen aangetoond; het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd).
Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) Analysemonster
Filterstelling (m -mv)
> S (+index)
Index >0,5
>I
01-1-1
2,00 - 3,00
barium (0,16)
-
-
02-1-1
1,50 - 2,50
-
-
-
-: de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >S: de concentratie is hoger dan de streefwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de streefwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (sterk verontreinigd).
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 12 van 19
3.6
Bespreking van de resultaten
Grond Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond zintuiglijk (zeer) zwakke bijmengingen van baksteen waargenomen. Voor het overige zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Asbestverdacht materiaal is zintuiglijk niet aangetroffen. Analytisch is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan zink aangetoond. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan cadmium en PCB gemeten. Zink, cadmium en PCB De licht verhoogde gehalten aan zink, cadmium en PCB zijn niet direct te koppelen aan een oorzaak. In de mengmonsters waarin de verhoogde gehalten zijn aangetoond zijn geen bijmengingen waargenomen. Geacht wordt dat de verhoogde gehalten zijn veroorzaakt door antropogene invloeden vanuit de omgeving. De aangetroffen gehalten zijn gering en vormen geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Grondwater Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Analytisch is in het grondwater een licht verhoogde concentratie aan barium gemeten. De overige onderzochte parameters zijn niet in verhoogde concentraties aangetoond. Barium Barium is een zwaar metaal dat als spoorelement van nature in het grondwater voorkomt. Voor de lichte verhoging ten opzichte van de streefwaarde is geen eenduidige verklaring voorhanden.
Omdat barium in de grond niet verhoogd is gemeten en geen locatie specifieke bron kan worden aangewezen, wordt het waarschijnlijk geacht dat het hier een verhoogde achtergrondconcentratie betreft. Bij vele bodemonderzoeken op onverdachte locaties zijn (regionaal) eveneens van nature verhoogde zware metalen concentraties aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Toetsing hypothese Door de aangetoonde licht verhoogde gehalten aan zink, cadmium en PCB in de grond en de licht verhoogde concentratie aan barium in het grondwater dient de opgestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ formeel gezien verworpen te worden en te worden vervangen door de hypothese ‘verdachte locatie’.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 13 van 19
4
Uitvoering verkennend asbestonderzoek
4.1
Onderzoeksstrategie
Tijdens de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek zijn op de locatie asbesthoudende materialen op de daken van de schuren waargenomen. Aangezien een afwateringssysteem ontbreekt kan de toplaag onder de afwateringszone mogelijk verontreinigd zijn met asbest. Op basis van deze bevindingen is, in overleg met de opdrachtgever, besloten om een verkennend asbestonderzoek uit te voeren. Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016 Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond en NEN 5897+C1:2016 Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het asbestonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden en de te analyseren grondmonsters zijn vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie en zijn weergegeven in tabel 7. Tabel 7: Veldwerkzaamheden en analyses locatie
NEN 5707
veldwerkzaamheden
laboratorium
strategie
Lengte (m1)
aantal proefgaten
aantal te onderzoeken verzamelmonsters
Noordelijke schuur
§ 6.4.5
25
2
1
Uitbouw noordelijke schuur
§ 6.4.5
15
1
1
4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocol 2018. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op 25 februari 2021 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer J.F.J. (Joost) Cox, erkend en ervaren veldwerkers en medewerkers van MILON bv. Tijdens de werkzaamheden is geassisteerd door de heer S. (Shadi) Kaskas, veldwerker in opleiding. Veldwerkers van MILON bv zijn opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ Het uitvoeren van een visuele maaiveldinspectie; ▪ het laagsgewijs graven van proefgaten conform tabel 7; ▪ het zeven en inspecteren van het uitgegraven grondmateriaal; ▪ het verzamelen van asbesthoudende materialen (> 20 mm); ▪ het samenstellen van verzamelmonsters (< 20 mm); ▪ het herstellen van de gegraven gaten.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 14 van 19
4.3
Zintuiglijke waarnemingen
Maaiveldinspectie Gestart wordt met het uitvoeren van een maaiveldinspectie. Een maaiveldinspectie is essentieel om de locatie op te delen in homogene (deel)locaties zodat de effectiviteit van het onderzoek wordt vergroot. Daarnaast kan de maaiveldinspectie worden gebruikt om een schatting te geven van het asbestgehalte in de toplaag. In de uitvoeringsfase van het asbestonderzoek worden conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 laagsgewijs proefgaten gegraven, waarbij de vrijkomende grond wordt gezeefd of uitgeharkt. Eventuele asbestverdachte materialen (> 20 mm) welke niet door de zeef of hark gaan, worden per proefgat verzameld en in gesloten plastic zakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op de aanwezigheid van asbest. Van de fijne grondfractie (< 20 mm) wordt een mengmonster samengesteld van minimaal 10 kilogram droge stof en analytisch onderzocht op het gehalte en soort asbest. Indien in één of meer proefgaten zintuiglijk asbest wordt aangetroffen, zullen de verdachte monsters apart geanalyseerd worden. Ter plaatse van de verharding is geen visuele inspectie van het maaiveld uitgevoerd, omdat deze in zijn geheel verhard is met beton of klinkers. Een deel van het te inspecteren maaiveld onder de daken is onverhard en vrij van objecten, vegetatie en waterplassen. Ten tijde van de visuele inspectie was het droog en was er voldoende daglicht.
De geschatte inspectie-efficiëntie voor de berm is weergegeven in tabel 8. Tabel 8: Schatting van de inspectie-efficiëntie Type grond
Conditie maaiveld
Inspectie-efficiëntie* klassen
Zand
Droog, los en geen vegetatie
90 % – 100 %
Zand
Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie
70 % – 90 %
Klei/leem en veen
Droog, los en geen vegetatie
70 % – 90 %
Klei/leem en veen
Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie
50 % – 70 %
schatting X
De resultaten van de maaiveldinspectie wijken niet af van de gestelde onderzoekshypothese. De onderzoeksopzet hoeft niet te worden aangepast en er hoeft geen overweging plaats te vinden om direct door te gaan tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Inspectie en monsterneming bodem Tijdens de maaiveldinspectie zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Ter plaatse van de noordelijke schuur is aan de zuidzijde van de afwateringszone een verharding van klinkers aanwezig. Aan de noordzijde van de schuur is braakliggend terrein aanwezig, hier zijn twee inspectiegaten gegraven. Aan de noordzijde van het aangebouwde deel is tevens een inspectiegat gegraven. Ter plaatse van de zuidelijke schuur is geen onverhard terrein aanwezig onder de afwateringszones van de daken, derhalve is hier geen onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van asbest in de toplaag. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de grond geen noemenswaardige bijmengingen waargenomen.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 15 van 19
Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in geen van de proefgaten plaatjes asbestverdacht materiaal zijn waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn door de monsternemer in het veld verschillende verzamelmonsters samengesteld (zie tabel 9). Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de profielbeschrijvingen in bijlage 3. De ligging van de proefgaten is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2.
4.4
Laboratoriumwerkzaamheden
De verzamelmonsters en eventueel asbestverdacht materiaal zijn ter analyse aangeboden aan Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. De monsters zijn in het laboratorium geanalyseerd op asbest en de asbestverdachte materialen op het soort, gewicht en gehalte asbest. In tabel 9 zijn de monsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. Tabel 9: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster
Proefgaten (traject, cm-mv)
Opmerkingen / veldwaarnemingen
MMASB
A101 (0,00 - 0,10) A102 (0,00 - 0,10)
-
ASB-A103
A103 (0,00 - 0,10)
-
- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.
4.5
Interpretatie en toetsing
De analyseresultaten worden getoetst conform hoofdstuk 6.6 van de NEN 5707 en/of NEN 5897. Bij een verkennend asbestonderzoek worden uitsluitend indicatieve asbestgehalten (gewogen) berekend. Indien het indicatieve gehalte asbest in grond, puin of bouw en sloopafval groter is dan de helft van de interventiewaarde of grenswaarde (oftewel 50 mg/kg gewogen asbest) dient een nader onderzoek asbest uitgevoerd te worden conform NEN 5707 en/of NEN 5897. Bij lagere indicatieve gehalten (< 50 mg/kg gewogen asbest) mag niet van een verontreiniging van asbest worden gesproken en is een nader onderzoek asbest niet noodzakelijk. De berekening van het gewogen gewicht asbestgehalte is weergegeven in bijlage 5. De toetsing van de analyseresultaten is weergegeven in tabel 10. Tabel 10: Toetsing van de berekende (indicatieve) asbestgehalten Monster
MMASB ASB-A103
Proefgat (m-mv) A101 (0,00 - 0,10) A102 (0,00 - 0,10) A103 (0,00 - 0,10)
Toetsing van de analyseresultaten Gemeten asbestgehalte (in mg/kg/d.s.) Gewogen asbestgehalte >20 mm < 20 mm totaal
Toetsing
-
35
35
35
<½ I
-
< 0,6
< 0,6
< 0,6
<½ I
-: gehalte <0,5 x interventiewaarde; >½ I : gehalte >0,5 x interventiewaarde. Een nader asbestonderzoek is noodzakelijk. <½ I : gehalte <0,5 x grenswaarde. Een nader asbestonderzoek is niet noodzakelijk.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 16 van 19
4.6
Bespreking van de resultaten
Tijdens de monsterneming is ter plaatse van de proefgaten A101, A102 en A103 geen verhardingslaag aangetroffen. Ter plaatse van proefgaten A104 en A105 was een verhardingslaag aanwezig. Het genomen monster bestaat enkel bestaat uit opgewaaid zand, wat op de verhardingslaag gelegen is. Aangezien dit zand niet als vaste bodem op deze locatie aanwezig is, is besloten om dit monster niet te laten analyseren op aanwezigheid van asbest. In geen van de proefgaten zijn (puin gerelateerde) bijmengingen waargenomen. Al het ontgraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd en geïnspecteerd, waarbij in geen asbestverdachte plaatmaterialen zijn aangetroffen. Analytisch is in het mengmonster van proefgaten A101 en A102 een gehalte aan asbest van 35 mg/kg/d.s. aangetoond. In het separate monster van proefgat A103 is geen asbestgehalte boven de detectielimiet gemeten. Toetsing hypothese Doordat het indicatieve gehalte asbest in bodem lager is dan de norm voor een nader asbestonderzoek dient de opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ verworpen te worden. Er wordt niet gesproken van een verontreiniging met asbest. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 17 van 19
5
Samenvatting en conclusies
Door MILON bv te Veghel is, in opdracht van de heer E. Eussen namens SRO Specialisten ruimtelijke Ordening te Nunhem, een Verkennend bodemonderzoek verricht volgens de onderzoeksprotocollen NEN 5725, NEN 5740 en NEN 5707. De onderzoekslocatie betreft het perceel Liempdseweg 24 te Sint-Oedenrode. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de locatie. Vooronderzoek De onderzoekslocatie een deel van het perceel aan de Liempdseweg 24 te Sint-Oedenrode. Op de locatie zijn diverse schuren aanwezig. Op het perceel is een beton- en klinkerverharding aanwezig. De onderzoekslocatie is sinds begin 1900 bebouwd. In 1948 is de huidige bebouwing op de locatie gerealiseerd. Op de locatie zijn schuren aanwezig waarbij vermoedelijk asbesthoudend materiaal voor de bedekking van de daken is gebruikt. Aan de daken zijn geen dakgoten bevestigd, dit maakt de druppelzone onder de asbestdaken verdacht op het voorkomen van asbest. De voormalige aanwezigheid van een onder- of bovengrondse tank is niet bekend. Op basis van het vooronderzoek wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht. Derhalve is conform NEN 5740 de locatie onderzocht met de onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie niet lijnvormig (ONV-NL).
Verkennend bodemonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bovengrond (zeer) zwakke bijmengingen van baksteen waargenomen. Voor het overige zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Asbestverdacht materiaal is niet aangetroffen. In tabel 11 zijn de analyseresultaten samengevat. Tabel 11: Onderzoeksresultaten grond en grondwater Bodemlaag
Parameter*
Toetsing Wbb
bovengrond
zink
licht verhoogd
ondergrond
cadmium, PCB
licht verhoogd
grondwater
barium
licht verhoogd
*: uitsluitend de verhoogde parameters zijn weergeven; Wbb: Wet Bodembescherming.
Verkennend asbestonderzoek Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen asbestverdachte bijmengingen in de gegraven proefgaten waargenomen. Analytisch is in het mengmonster van proefgaten A101 en A102 een gehalte van 35 mg/kg/d.s. aan asbest aangetoond. In het separate monster van proefgat A103 is geen asbest boven de detectielimiet aangetoond.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 18 van 19
Conclusies en aanbevelingen Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten en concentraties aangetoond. Uit het asbestonderzoek blijken geen gehalten boven de grenswaarde voor nader asbestonderzoek te zijn aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie.
Projectnummer: 20211159 Datum: 25 maart 2021
Pagina 19 van 19
Bijlagen
Bijlage 1
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Bijlage 3
Projectnaam:
Liempdseweg 24
Plaatsnaam:
Sint-Oedenrode
Projectcode:
20211159
Projectleider:
Jos van Gemert
Pagina:
1 van 4
Boring 01
Boring 02
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
akker
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
Joost Cox klinker
8
1 25
50
2
100
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
2 75
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, neutraal grijsoranje, Edelmanboor
3
120
4 150
150
125
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
4 150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor
5
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht beigegrijs, Zuigerboor
5
200
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor
250
300
250
300
250
Projectnaam:
Liempdseweg 24
Plaatsnaam:
Sint-Oedenrode
Projectcode:
20211159
Projectleider:
Jos van Gemert
Pagina:
2 van 4
Boring 03
Boring 04
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
akker
Joost Cox 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
2 70
3 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht beigegrijs, Edelmanboor
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, neutraal grijsoranje, Zuigerboor
4
150
150
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor
3
150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor
5
4
200
200
200
200
Boring 05
Boring 06
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker grijsbruin, Zuigerboor
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
braak
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
Joost Cox
10
beton Kernboor Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht beigegrijs, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht grijsbeige, Edelmanboor
2 2 85
100
100
3 120
4 150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Zuigerboor
3
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, laagjes leem, neutraal grijsoranje, Zuigerboor
4
200
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor 120
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
Leem, zwak zandig, laagjes zand, neutraal beigegrijs, Zuigerboor
5
200
100
5
200
200
Projectnaam:
Liempdseweg 24
Plaatsnaam:
Sint-Oedenrode
Projectcode:
20211159
Projectleider:
Jos van Gemert
Pagina:
3 van 4
Boring 07
Boring 08
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
braak
Joost Cox 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
1 25
50
50
Boring 09
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
0
braak
Boring 10
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker:
0
0
braak
30
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
2 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsgeel, Edelmanboor
Boring 11
Joost Cox
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
50
Boring 12
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
50
2 50
klinker
8
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
akker
Joost Cox 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
klinker
8
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
1 35
2 50
50
Boring 13
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
klinker
Joost Cox 0
0
1 25
2 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, resten baksteen, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
8
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
Boring 14
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
50
50
50
Projectnaam:
Liempdseweg 24
Plaatsnaam:
Sint-Oedenrode
Projectcode:
20211159
Projectleider:
Jos van Gemert
Pagina:
4 van 4
Boring 15
Boring 16
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
akker
50
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
braak
50
50
Joost Cox 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
Boring 20
Datum: 25-2-2021
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
akker
50
50
Joost Cox 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
tuin Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
50
Boring 21
Boring 22
Datum: 25-2-2021
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker: 0
0
klinker
Joost Cox 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor
1 50
1
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak baksteenhoudend, donker bruingrijs, Edelmanboor
8
50
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
Boring 19
Veldwerker:
50
Boring 18
Datum: 25-2-2021
Veldwerker:
akker Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
Boring 17
Veldwerker:
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donker bruingrijs, Edelmanboor
1
50
Joost Cox
50
Projectnaam:
Liempdseweg 24
Plaatsnaam:
Sint-Oedenrode
Projectcode:
20211159
Projectleider:
Jos van Gemert
Pagina:
1 van 1
Proefgat
A101
Proefgat
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
A102
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
Veldwerker:
Joost Cox
lengte (m):
0,40
lengte (m):
0,40
breedte (m):
0,30
breedte (m):
0,30
0
0
10
Proefgat
braak
A103
0,50
breedte (m):
0,45
Veldwerker:
0
0
1
10
braak Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Graven, Met zoden
A105
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
Joost Cox
lengte (m):
1,00
breedte (m):
0,50
0
braak Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Graven
A104
Datum: 25-2-2021
Joost Cox
lengte (m):
Proefgat
0
10
Proefgat
Datum: 25-2-2021 Veldwerker:
0
Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Graven
0
5
braak Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Graven, Met zoden. Gestaakt op beton
Joost Cox
lengte (m):
1,00
breedte (m):
0,50
0
0
5
braak Zand, matig fijn, zwak humeus, zwak siltig, donker bruingrijs, Graven, Met zoden. Gestaakt op tegels
Bijlage 4
SYNLAB Analytics & Services B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.synlab.nl
Analyserapport
MILON bv Jos van Gemert Rembrandtlaan 4 5462 CH VEGHEL
Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 7
: Liempdseweg 24 : 20211159 : 13412917, versienummer: 1. : 8MPEH24V